CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag raadscommissie Algemene Zaken 05-12-2024

Raadscommissie Algemene Zaken 5 december 2024, gemeente Amsterdam16.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het Openbaar Ministerie en de gemeente hebben meer voorbereidingstijd nodig voor onder andere risicoanalyses. Ze vindt het belangrijk dat er duidelijk wordt gecommuniceerd dat spontane demonstraties mogelijk blijven en dat mensen weten dat ze een demonstratie kunnen organiseren binnen 48 uur. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Ahmadi. Het lid AHMADI onderschrijft het betoog van het lid Kabamba. Ook zij maakt zich zorgen en vindt het gezien de vele reacties niet verstandig om een besluit te nemen dat hier tegen ingaat. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Schijndel. Het lid VAN SCHIJNDEL vindt het niet verstandig wanneer de gemeente actief gaat communiceren dat iedereen spontaan mag demonstreren en zich daarvoor niet hoeft aan te melden. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA benadrukt dat het niet hebben voldaan aan de kennisgevingstermijn een reden zou kunnen zijn om een demonstratie te verbieden. De huidige kennisgevingstermijn is kort en vanwege het grote aantal demonstraties heeft de politie verzocht om die termijn te verlengen zodat zij beter kunnen voorbereiden, bijvoorbeeld door voldoende mensen in te zetten om demonstranten te beschermen. Daarvoor moeten vaak mensen uit het hele land worden gehaald en dat is niet mogelijk binnen een paar uur.

Dit neemt niet weg dat iedereen op elk moment van de dag kan besluiten te demonstreren. Dat is nu zo en dat zal niet veranderen. Het verzoek aan de raad is om de driehoek en de politie meer voorbereidingstijd te geven. Ze hoopt dat het ook een aanmoediging is voor organisaties om zich eerder aan te melden zodat de gemeente samen met hen demonstraties beter kan voorbereiden. Maar indien er een acuut onderwerp is en er diezelfde avond gedemonstreerd moet worden, dan blijft dat een wettelijk beschermd recht waar niet aan getornd zal worden. Het lid BROERSEN vraagt hoe er in de communicatie opvolging wordt gegeven aan hetgeen de burgemeester hier zegt.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 5 december 2024

Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de gemeente de organisaties zal oproepen om demonstraties eerder te melden. Het lid BROERSEN vraagt hoe het gecommuniceerd gaat worden naar de mensen die nu denken dat zij niet meer spontaan mogen demonstreren. Burgemeester HALSEMA zal in haar oproep aan organisaties in een bijzin vermelden dat er altijd gedemonstreerd mag worden. Het lid ALBERTS ziet niet in waarom de verordening gewijzigd moet worden wanneer het er eigenlijk om gaat dat organisaties opgeroepen worden zich op tijd te melden. Zo’n oproep is ook mogelijk zonder aanpassing van de verordening. Voor de kleine demonstraties wordt het op deze manier heel omslachtig. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat het niet mogelijk is om te differentiëren naar grootte omdat die van tevoren niet goed kan worden ingeschat. Ze begrijpt niet goed waarom er zoveel weerstand is tegen het verlengen van de termijn aangezien er eerder nooit bezwaar is geweest tegen de bestaande aanmeldtermijn. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en gereed is voor een korte behandeling in de raad van 11 en 12 december. 10. Raadsinformatiebrief update criminele uitbuiting VN2024-016156 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Abdi. Het lid ABDI wijst op de complexe positie van jongeren die door criminelen worden geronseld.

Deze jongeren worden vaak als daders gezien terwijl ze in werkelijkheid ook slachtoffers zijn van uitbuiting en dwang. Deze groep bevindt zich in een grijs gebied waarin hun strafbare handelingen mogelijk voortkomen uit dwang en angst. Ze vraagt hoe groot de groep jongeren met een licht verstandelijke beperking is die betrokken is bij criminele uitbuiting en ze wil weten of er bij opsporing en vervolging voldoende rekening wordt gehouden met de kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid van deze jongeren. Uit beantwoording van vragen blijkt dat het Openbaar Ministerie niet registreert of het non-punishmentbeginsel wordt toegepast voor slachtoffers van mensenhandel. Ze vraagt hoe ervoor gezorgd kan worden dat jongeren die zowel slachtoffer als dader zijn worden erkend en wat er gedaan wordt om het non-punishmentbeginsel consequent toe te passen zodat deze jongeren niet verder gestraft worden voor het leed dat hen is aangedaan. Door het ontbreken van cijfers worden cruciale signalen gemist en weten instanties elkaar onvoldoende te vinden of begrijpen ze onvoldoende elkaars perspectief. Het lid Abdi waardeert de trainingen voor professionals en de stappen die het team mensenhandel van de politie zet maar vraagt wat de samenwerking tussen instanties concreet inhoudt en wat er wordt bedoeld met de intensivering van de huidige aanpak. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Nadif.

Het lid NADIF uit haar zorgen over de bezuinigingen op jeugdzorg, vooral met betrekking tot jongeren met een beperking. Ze weet hoe zwaar de druk is op ouders en hulpverleners en vraagt zich af wat er nog mogelijk is met de beperkte middelen in de strijd tegen criminele organisaties die steeds meer professionaliseren en steeds gehaaider worden.

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 5 december 2024

Burgemeester HALSEMA bevestigt dat veel slachtofferschap verscholen zit in de drugshandel waarbij jonge jongens worden uitgebuit en onder druk gezet om bijvoorbeeld uit te halen in de Rotterdamse haven of andere delicten te plegen. Het is moeilijk om de omvang van de groep jongeren met een licht verstandelijke beperking in kaart te brengen. Criminele uitbuiting is een zogenaamd haaldelict, wat betekent dat slachtoffers zelden zelf hulp zoeken. Mensen met een licht verstandelijke beperking lopen daarbij een verhoogd risico om slachtoffer te worden. Ze benadrukt dat de intensieve aanpak en initiatieven van het afgelopen jaar al resultaten hebben opgeleverd. Er is een substantiële stijging te zien in het aantal vermoedelijke slachtofferdaders van criminele uitbuiting dat bij politie en justitie in beeld komt en er wordt beter gereageerd op deze signalen. Het Openbaar Ministerie geeft aan dat er in de praktijk bij verdachten altijd wordt gekeken of er sprake is van dwang of uitbuiting. Op basis daarvan wordt een beslissing genomen over wat passend is. In het strafrecht wordt altijd rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden, zoals de verstandelijke vermogens van de verdachte. Officieren van justitie houden bij hun strafeis rekening met de context maar het volledig uitsluiten van strafvervolging van een slachtofferdader komt niet vaak voor.

De situaties zijn zelden zwart-wit en er is bijna altijd sprake van enige mate van verwijtbaar handelen. Dat is de reden waarom toepassing van het non-punishmentbeginsel niet apart wordt geregistreerd. Het lid ABDI had graag gezien dat het wel wordt geregistreerd zodat bekend is welke afwegingen er zijn gemaakt. Haar zorg is dat er te makkelijk van uitgegaan wordt dat mensen met een licht verstandelijke beperking toch niet praten en dat ze daarom op een bepaalde manier bejegend worden. Ze zou hier graag een keer langer over praten. Het lid NADIF vraagt aandacht voor meisjes en vrouwen omdat bij 61 procent van de vrouwen met een verstandelijke beperking te maken hebben gehad met seksueel misbruik. Deze groep is extreem kwetsbaar voor uitbuiting en het is belangrijk dat die met die benadering naar deze specifieke groep. Het lid HOFLAND verzoekt om aan te dringen op registratie van aantallen bij het non-punishmentbeginsel Burgemeester HALSEMA antwoordt dat dit vraagstuk binnen het strafrecht en het Openbaar Ministerie valt en niet haar domein is. Mocht het zo zijn dat andere parketten het wel registreren, dan wil ze daar graag over geïnformeerd worden en zal ze het opnieuw binnen de driehoek bespreken. Wat betreft kwetsbare meiden wijst ze erop dat misbruik en uitbuiting vaak nauw met elkaar verweven zijn.

Ze verwijst naar het onlangs geopende inloophuis seksueel geweld dat speciaal voor deze meiden een laagdrempelige plek biedt waar ze contact kunnen maken met de politie en zich als slachtoffer van misbruik kunnen melden. Daarnaast kunnen ze er ook andere kwesties met de politie bespreken en toegang krijgen tot juridische bijstand en hulpverlening. Ze hoopt dat daarmee hulp geboden wordt. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. De VOORZITTER schorst de vergadering voor vijf minuten. 12. Voortgangsbrief, informatiebeeld en uitvoeringsplan programma Radicalisering en Extremisme VN2024-016160 Gevoegd behandeld met 13.

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 5 december 2024

Bespreken van de Fenomeenanalyse soevereinenbeweging in Nederland 'Met de rug naar de samenleving' van NCTV VN2024-016158 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Hofland. Het lid HOFLAND vraagt naar de voortgang van zijn motie die vraagt om vrouwenhaat te onderzoeken als ideologisch extremisme en de uitkomst daarvan te betrekken bij de aanpak radicalisering. Het wereldbeeld van Andrew Tate creëert een scheve, ongelijke cultuur die de vrijheden van vrouwen onderdrukt, een bedreiging is voor vrouwen en lhbtiq+ en de jongens zelf. Hij richt zich op jonge jongens die makkelijk beïnvloedbaar zijn en onzeker zijn over hun toekomst. Dat maakt hen kwetsbaar voor radicale denkbeelden. Dat jongeren meer conservatieve waarden omarmen is niet nieuw. Onderzoek laat zien dat jongeren onzekerder zijn over de toekomst en hun positie in de maatschappij en zich niet gezien voelen. Dit alles wordt versterkt door de onlinewereld en Tate maakt daar gebruik van. Hij gaat verder dan conservatisme en moedigt geweld en onderdrukking van vrouwen aan. Het slechte nieuws is dat jonge jongens makkelijk beïnvloedbaar zijn, maar dat is ook het goede nieuws. Interventies van organisaties zoals bijvoorbeeld Rutger bieden trainingen aan jongeren over seksualiteit, genderrollen en positieve mannelijkheid gericht op preventie en het tegengaan van schadelijke stereotypen.

Ze leggen de focus op positieve opvattingen over mannelijkheid in plaats van probleemgedrag waarmee voorkomen wordt dat schadelijke stereotypen van mannelijkheid worden herhaald en herbevestigd. Een sterke focus op preventie en dialoog zodat jongeren niet alles van Tate hoeven te geloven. Het pad naar vrouwenhaat en geweld is een patroon van onderdrukkende, controlerende, ongezonde verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Om dit tegen te gaan is een cultuuromslag nodig en niet alleen een aanpak radicalisering. De soevereine beweging is een geweldsdreiging die serieus genomen moet worden. Het is goed dat die nu als aparte beweging op de kaart staat en dat daarnaar gehandeld wordt. Hij is benieuwd naar de eerste resultaten van de aanpak van deze beweging. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Abdi. Het lid ABDI sluit zich aan bij de woorden van het lid Hofland. Het gaat vaak om vrouwen weerbaarder te maken maar dit zijn natuurlijk gewoon mannenproblemen. Ze vraagt hoe staat met de kansen om mensen te bereiken die online geradicaliseerd raken en hoe nieuwe initiatieven daarbij betrokken kunnen worden. Ze is ook benieuwd of er meer stappen gezet kunnen worden in het delen van informatie over rechtsextremisme. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Nadif.

Het lid NADIF vindt het ook problematisch dat er vrouwen zijn die online het beeld van Tate bevestigen, daarmee geld verdienen en ervoor zorgen de geloofwaardigheid van slachtoffers wordt geschaad. Ze maakt zich zorgen over de democratische veerkracht omdat een motie van de VVD die verzoekt migrantengroepen extra in de gaten te houden neigt naar etnisch profileren en niet bijdraagt aan de aanpak van radicalisering en extremisme. Als je deze groepen willen betrekken bij de overheid dan moet je ze niet wegzetten als criminelen of terroristen De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kabamba. Het lid KABAMBA sluit zich aan bij de vorige sprekers. Ze wijst erop dat radicale ideeën meestal online ontstaan en dat radicalisering vaak lange tijd onzichtbaar blijft voor ouders. Daarom benadrukt ze dat de aanpak toekomstgericht moet zijn.

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 5 december 2024

Daarnaast wijst ze op het belang van het meenemen van kruisbestuivingen in de aanpak, zoals bij eetstoornissen. Wanneer meisjes te horen krijgen dat ze niets waard zijn omdat ze niet dun zijn of omdat ze een meisje zijn, dan kan dat een diepgaand effect hebben op hoe ze later met zichzelf en anderen omgaan. Ze begrijpt dat dit voor sommige mensen een nieuw perspectief is, aangezien het een wereld betreft waarin de realiteit vaak op een popcornmanier wordt benaderd. Ze benadrukt dat bij het aanpakken van deze problemen rekening moet worden gehouden met deze dynamiek en dat er online actief moet worden ingezet op het bestrijden van dergelijke vormen van extremisme en radicalisme. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Khan. Het lid KHAN leest in de brief dat ervoor wordt gewaakt dat elke subject als veiligheidsrisico wordt benaderd. Dat is heel goed maar de brief plaatst wel het hele sociale domein binnen een kader van radicalisering en daar maakt hij zich zorgen over omdat bij ouders de indruk kan ontstaan dat een kind met radicaliseringsogen wordt bekeken. Bij Veilig Thuis is gebleken welke gevolgen dat kan hebben en hij vraagt zich af of hier wel voldoende kritisch naar is gekeken. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording.

Burgemeester HALSEMA is trots op de manier waarop de afgelopen jaren het radicaliseringsbeleid in Amsterdam zich heeft ontwikkeld. Het volgt de maatschappelijke, geopolitieke en internationale ontwikkelingen maar is ook heel precies in wanneer de aanpak wel en niet gebruikt wordt en van start mag gaan. Mensen mogen namelijk niet zomaar door de overheid gevolgd worden. Dat mag alleen in situaties waarin mensen een bedreiging vormen voor de democratische rechtsstaat en daarbij mogelijk geweld willen gaan gebruiken. Er zijn ontwikkelingen die wel verontrustend zijn maar die absoluut niet binnen de reikwijdte van de radicaliseringsaanpak horen. Zo zijn de tradwives een zorgwekkende ontwikkeling die slecht zijn voor de emancipatie van jonge vrouwen maar er is geen sprake van het overschrijden van de grenzen van de democratische rechtsstaat door een geweldsdreiging en de aanpak moet daarin precies en terughoudend zijn. Ze vindt de paradigmaverschuiving die het lid Hofland introduceert zeer interessant omdat hij de vinger legt bij het ideologische gehalte van vrouwenhaat daar waar dat ook in de sfeer komst van geweld en schending van de democratische rechtsstaat. En het is ook heel goed dat fenomenen zoals haat tegen lhbtiq+ en de incelcultuur meer aandacht krijgen.

De motie vraagt om maatschappelijke en politieke aandacht voor het fenomeen vrouwenhaat en daarin steunt ze het lid Hofland. In het programma Radicalisering en Extremisme wordt gekeken naar een bredere aanpak met trainingen en voorlichting over het steunpunt waar professionals worden geadviseerd. Er wordt onderzocht of vrouwenhaat voldoende aandacht heeft en of dat uitgebreid moet worden en zal er gekeken worden naar specifieke elementen van extremistische ideologieën, met name waar dat gericht is op vrouwenhaat, lhbtiq+-haat en incelcultuur. Ze raadt af om vrouwenhaat te zien als een aparte extremistische categorie omdat het een onderdeel is van bestaande categorieën zoals rechtsextremisme. Op landelijk niveau heeft de NCTV dezelfde benadering gekozen. De D66-fractie in de Tweede Kamer heeft een vergelijkbare motie ingediend met daarbij de toezegging dat zij in gesprek zullen gaan met het Verenigd Koninkrijk omdat vrouwenhaat daar wel als aparte ideologie wordt aangepakt. Ze zal dat met veel aandacht volgen en overwegen of dat nog zou kunnen leiden tot een aanpassing van het programma. Ze ziet de risico’s van vrouwenhaat voor de democratische rechtsstaat en het gebruik van geweld. In het volgende voortgangsrapport dat in het najaar van 2025 verschijnt zal ze hierover apart rapporteren.

Het lid HOFLAND is toch van mening dat vrouwenhaat een aparte categorie is en wil niet wachten op het Verenigd Koninkrijk. Hij verzoekt de burgemeester het brede politiek

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 5 december 2024

signaal vanuit de Amsterdamse gemeenteraad over te brengen op de verantwoordelijke minister. Burgemeester HALSEMA zegt toe dat zij de inhoud van de motie zal bespreken met de minister van Justitie. In het programma Radicalisering wordt actief aansluiting gezocht bij online jongerenwerk om ervoor te zorgen dat jongerenwerkers goed geïnformeerd zijn over signalen van radicalisering. Omgekeerd wordt ook gezorgd dat deze professionals snel radicalisering kunnen herkennen en ondersteund worden in hun vaardigheden om hier tijdig op in te spelen en in gesprek te blijven met jongeren. Daarnaast wordt er voortdurend samengewerkt binnen het sociaal domein om de bewustwording rondom online radicalisering te vergroten en wordt er ingezet op het versterken van de democratische weerbaarheid van jongeren die online actief zijn. Het klopt dat er vaak pas laat zicht is op jongeren die online geradicaliseerd zijn. Hier hebben het Openbaar Ministerie en de Raad van de Kinderbescherming onlangs een waarschuwing over afgegeven. Zij merken op dat jongeren pas in beeld komen als er al sprake is van strafbare feiten en dit gebeurt vaak zonder dat ouders, verzorgers of scholen het in de gaten hebben. Als het gaat om personen, dan is alleen de politie bevoegd om online informatie te verzamelen en dit speelt zich af buiten het beeld van de directe omgeving of zorgpartijen.

Als iemand opgenomen is in de iPGA-R kan de politie wel informatie over iemands onlinegedrag inbrengen en wordt de gemeente voldoende geïnformeerd. Voor een algemeen beeld over online rechtsextremisme is de gemeente afhankelijk van de nationale veiligheidsdiensten. Het fenomeen van tradwives kan zorgwekkend zijn wanneer het een ideologische dimensie krijgt maar het blijft in essentie een maatschappelijk verschijnsel. Hoewel het belangrijk is om je hierover uit te spreken leent het zich niet voor opname in het programma Radicalisering. Daar is pas sprake van als er ook een geweldsdreiging vanuit zou gaan of als het de ondermijning van de democratische rechtsstaat zou betekenen. Het lid NADIF is van mening dat het fenomeen tradwives kan leiden tot geweld en intieme terreur en vindt het belangrijk dat wordt nagedacht over hoe met deze influencers kan worden omgegaan. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat een oproep tot verkrachting binnen het huwelijk een oproep is tot het plegen van criminele feiten. Op het moment dat het ook werkelijk een ideologisch betoog wordt waarbij op grote schaal aangezet wordt tot geweld, dan overlapt het de incelcultuur en daar is al aandacht voor. Het is wel goed dat er ook op gewezen wordt omdat het niet alleen om mannen gaat. Het verzoek van de motie-Becker maakt geen deel uit van het Amsterdams beleid.

De burgemeester deelt de zorgen van het lid Kabamba over bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen maar het programma Radicalisering is een precies en beperkt programma waarin alleen aandacht is voor mensen die geweld dreigen te gebruiken waarbij ook de democratische rechtsstaat ondermijnd kan worden Het lid KABAMBA is het eens met de burgemeester. De oproepen tot geweld tegen vrouwen zijn gekoppeld aan de vele andere oproepen tot haat en geweld. Het gebeurt online en dat is de reden waarom zij heeft betoogd dat radicalisering geen kleur heeft. Burgemeester HALSEMA beaamt dat het programma Radicalisering geen kleur kent. Het ideologisch motief dat iemand heeft om op te roepen tot geweld is niet belangrijk, het gaat om het gedrag of de dreiging van gedrag die bepalend is voor het programma om in werking te treden. Vanuit het radicaliseringsprogramma wordt op verschillende manieren samengewerkt met organisaties in de stad. Er wordt geprobeerd vertrouwen op te bouwen zonder dat organisaties te instrueren om signalen op te pikken en door te geven aan het programma. De samenwerking is er vooral op gericht om professionals de juiste kennis te

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 5 december 2024

geven en een instrumentarium waarmee zij kunnen optreden zodat zij bij eventuele signalen uitgerust zijn om te handelen. Het gaat er ook om dat professionals weten dat zij voor laagdrempelig advies altijd terechtkunnen bij het steunpunt zonder dat zij hierbij gegevens hoeven te delen als ze daar bezwaren tegen hebben. Het programma richt zich vooral op het ondersteunen van professionals bij het omgaan met radicalisering. Wanneer zij er zelf niet uitkomen kunnen zij zich wenden tot het steunpunt. Het lid KHAN begrijpt deze uitleg maar in de brief komt het over alsof het hele sociaal domein wordt betrokken binnen het kader van radicalisering en daar heeft hij moeite mee. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat het sociaal domein niet wordt ingezet in het kader van radicalisering. Mensen moeten in het sociaal domein kunnen bewegen omdat ze hulp nodig hebben zonder de angst te hebben dat ze ondertussen beoordeeld en bekeken worden op mogelijke radicalisering. Wat niet wegneemt dat het goed kan zijn dat professionals wel weten waar ze op kunnen letten. Maar dat is alles. Het lid KHAN vraagt of de burgemeester met dat antwoord nog eens naar de brief wil kijken. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat ze de brief niet kan herschrijven. Ze heeft antwoord gegeven en dat antwoord staat.

Ze zal bij vragen vanuit het sociaal domein ervoor zorgen dat de mensen die betrokken zijn bij de trainingen dit antwoord ook krijgen. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. Openbare Orde en Veiligheid 19. Gronden en inhoud van de noodverordening, evenals de afwegingen met betrekking tot de subsidiariteit VN2024-017433 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Hofland. Het lid HOFLAND wil met de raad bespreken of de noodverordening nodig was en welke afwegingen daarbij een rol zouden moeten spelen. Tegen de tijd dat de verlenging van de noodverordening was bekrachtigd waren de Maccabi-supporters al grotendeels de stad uit. De acute dreiging van ongeregeldheden was daarmee weg en toch is er een tweede noodverordening ingesteld omdat er op zondagavond een verboden demonstratie werd gehouden en er geweld werd gebruikt. Hij vraagt of er nog andere gronden waren op basis waarvan de verlenging is ingesteld. Hij heeft de volgende vragen.

− Waarom mocht bij demonstratieontheffing in de verlenging van de noodverordening op sommige plekken wel en op sommige plekken niet worden gedemonstreerd? − Waarom is na de tweede noodverordening niet iedere demonstratie apart beoordeeld? − Op wat voor manier is de ontheffingsmogelijkheid in het Westerpark gecommuniceerd naar Amsterdammers? − Had de burgemeester in de eerste noodverordening al een ontheffing kunnen instellen? − Klopt het dat de aankondiging van een demonstratie een reden was voor de verlenging van de noodverordening? − Waarom is gekozen voor een verbod in plaats van beperkingen bij een demonstratie?

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 5 december 2024

Het lid KHAN vraagt of volgens D66 het algehele demonstratieverbod vanaf 8 november gerechtvaardigd was. Het lid HOFLAND antwoordt dat hij daar niet over heeft getwitterd omdat hij dat nu nog niet kan beoordelen. Hij vindt een noodverordening een paardenmiddel en hoort graag welke afwegingen zijn gemaakt. Het lid KHAN merkt op dat hij in zijn tweet de demonstranten helden heeft genoemd maar daarin ook opgeroepen heeft om de opdrachten van de politie te allen tijden te volgen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Ahmadi. Het lid AHMADI vond de afgelopen weken angstaanjagend. Een land waarvan de overheid te laf is als het aankomt op eigen verantwoordelijkheid nemen om zich uit te spreken en sancties in te stellen tegen het dagelijks geweld tegen Palestijnen stond opeens vol op de barricades, moord en brand schreeuwt over het geweld dat ontstond tijdens het bezoek van Israëlische hooligans in Amsterdam. Met behulp van de Israëlische regering werden onjuiste frames de wereld in geslingerd, gevolgd door de boodschap dat nietwesterse Nederlanders zogenaamd antisemitisch of slecht geïntegreerd zijn en dat wat in Amsterdam was voorgevallen daar een uiting van was. Oproepen volgden om het Nederlanderschap af te pakken van mensen met een migratieachtergrond die zich schuldig maakten aan misdrijven.

Dit soort stuitende voorstellen zijn niet alleen ronduit racistisch en een schending van het discriminatieverbod, ze zijn ook gestoeld op onverdraagzaamheid en leggen bloot dat een partij die zich continu verschuilt achter hun zogenaamde inzet tegen antisemitisme zelf maar al te graag minderheden in hun rechten wil beperken. Dit was de aanleiding die de overheid blijkbaar zocht om steeds explicieter racistisch beleid te voeren door een regime vorm te geven waarin je anders behandeld wordt op basis van je afkomst en je bij uitstek gewantrouwd wordt als je niet wit bent. Een van de lelijke voorbeelden daarvan is de aangenomen VVD-motie van het lid Becker om voortaan de normen en waarden van Nederlanders met een migratieachtergrond te registreren dat centraal komt te staan voor de onverdraagzaamheid waar Nederland momenteel door geregeerd wordt. De uitingen van de VVD-voorvrouw Yeşilgöz en de pleitnota voor het intrekken van grondrechten zoals het verbod op discriminatie, godsdienstvrijheid, onderwijsvrijheid en de vrijheid van vereniging is voor de fractie van De Vonk verwerpelijk en voor heel veel Nederlanders een reden voor serieuze angst. Ze spreekt veel mensen die oprecht overwegen om te vertrekken omdat ze weten hoe ver het kan gaan in Nederland.

De boodschap is in ieder geval duidelijker dan ooit, moslimhaat, racisme en fascisme in de volste glorie zijn het kloppende hart geworden van de huidige Nederlandse politiek. Voor de fractie van De Vonk is het onaanvaardbaar dat zoveel Nederlanders en Amsterdammers met een migratieachtergrond zich sinds 7 oktober en ook langer daarvoor onveilig voelen en dat er te weinig wordt gedaan om dat gevoel weg te nemen. Het is voor de fractie van De Vonk ook onbegrijpelijk dat de burgemeester een middel zo zwaar als een noodverordening met een demonstratieverbod instelde terwijl de onrust niet van de demonstranten kwam maar in verbinding stond met de voorvallen door de komst van de Maccabi-hooligans die al weg waren. Het verantwoorden voor een verbod op demonstraties doordat zich een situatie heeft voorgedaan waarvoor de aanleiding niet het gedrag van demonstranten was, legt de zwaarte van de gevolgen hiervan bij de verkeerde partij. Er wordt niet gewerkt met oorzaak en gevolg maar gedaan alsof vreedzame demonstranten een onbeheersbaar risico waren voor de veiligheid van de stad. Dat is een frame dat al langer door rechts gepusht wordt. Hoe reflecteert de burgemeester hierop? Het lid Ahmadi heeft de volgende vragen over het demonstratieverbod. − Is er vooraf juridisch advies ingewonnen en zo ja, kan dit gedeeld worden met de raad?

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 5 december 2024

−

Waarom is er op de woensdagavond een vreedzame demonstratie op de Dam verplaatst? Welke gronden waren daar specifiek voor behalve dat er een demonstratieverbod bestond? − Heeft het demonstratieverbod eigenlijk geleid tot meer veiligheid onder Amsterdammers? − Welk signaal geeft dit besluit naar het rijk dat al langer haar pijlen heeft gericht op het demonstratierecht en al langer probeert dit recht onder druk te zetten? − Waarom zijn enkel de pleitnota's van de advocaat van de gemeente als stukken toegevoegd en niet die van de wederpartij? De rust in de stad keerde terug door de inzet van buurtmoeders, buurtbewoners en wethouders die met jongeren op de op straat gingen praten, naar hun pijn luisterden en hun zorgen en gevoel van vergeten worden erkenden. Kan de burgemeester nog steeds zeggen dat de oplossing bij een demonstratieverbod gezocht had moeten worden of dat deze aanpak eerder had moeten worden ingezet? Het lid HOFLAND laat weten dat hij al gevraagd heeft naar de pleitnota's van de wederpartij en dat deze informatie gedeeld zal worden met de hele raad. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Khan. Het lid KHAN is van mening dat belangrijke informatie over de Maccabi-hooligans ontbrak. Er was vooraf niet bekendgemaakt dat de club een agressieve en racistische kern heeft.

Tegelijkertijd zijn termen als pogrom schaamteloos politiek misbruikt voor discriminatie en propaganda. Dat is later terecht ook uitgesproken door de burgemeester die als enige bestuurder wel zelfkritiek toont. Het onvolledige veiligheidsbeeld en de negatieve framing door Netanyahu en Wilders plaatsten de noodverordening wel in een andere context. Op vrijdag 8 november trad de noodverordening in werking en daarin komen die invloeden duidelijk naar voren. In de letterlijke tekst van de noodverordening worden de Maccabi-aanhangers uitsluitend als slachtoffers neergezet maar er zaten onder hen ook daders die burgers hebben geïntimideerd, aangevallen en aan de deur bedreigd hebben met de dood. Waarom was de noodverordening zo eenzijdig opgesteld en is dit niet hetzelfde als het misleidende pogromframe? De burgemeester moest opereren in een complexe situatie waarin Israëlische propaganda en extreemrechtse polarisatie de emoties hadden gegijzeld. Juist daarom moet deze verdeel-en-heerspolitiek blootgelegd worden en moet er proportioneel gereageerd worden op de daadwerkelijke veiligheidsrisico 's. Met een algeheel demonstratieverbod is die balans verloren gegaan. Het is namelijk volstrekt onduidelijk welk probleem met het algehele demonstratieverbod werd opgelost. Want welke pro-Palestina-demonstratie is misbruikt voor hit-and-run-acties? Geen enkele.

Vreedzame demonstranten konden dagenlang niet protesteren tegen een genocide die dagelijks live gestreamd wordt. Het demonstratieverbod was daarmee disproportioneel. Natuurlijk moesten de mogelijke wanordelijkheden beheerst worden, maar daarvoor waren de veiligheidsrisicogebieden al ingesteld en die steunde hij. En mocht een demonstratie toch worden misbruikt, dan biedt de demonstratiewet voldoende mogelijkheden om in te grijpen. Waarom is niet gekozen voor deze lichtere en gerichtere middelen? Het lijkt alsof het algehele demonstratieverbod eerder een reactie was op het misleidende pogrom-frame dan op de daadwerkelijke veiligheidsrisico's. Als dat niet zo was, waarom sprak de advocaat van de gemeente tijdens het kort geding op 10 november nog steeds van een pogrom? Waarom koos de gemeente ervoor om een emotioneel beladen en politiek misbruikte term in te zetten om de noodverordening te rechtvaardigen? Dit was het eerste door de gemeente ingestelde algehele demonstratieverbod in decennia. Gezien de zwaarte van deze maatregel is het noodzakelijk om een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de proportionaliteit en rechtmatigheid door bijvoorbeeld Amnesty. Is de burgemeester hiertoe bereid?

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 5 december 2024

Het lid HOFLAND vraagt of het lid Khan nog benieuwd is naar de antwoorden op de vragen van D66. Het lid KHAN antwoordt dat hij daar benieuwd naar is. Hij heeft klachten ontvangen van taxichauffeurs over preventief fouilleren tijdens de noodverordening, met name over ervaringen van etnisch profileren. Kan de burgemeester inzicht geven in waar en hoe vaak deze controles zijn uitgevoerd. Het lid HOFLAND vraagt of het lid Khan het met hem eens is dat er met oprechte interesse geluisterd moet worden naar de antwoorden op de vragen. Het lid KHAN antwoordt dat hij op sommige punten al een oordeel kan vellen. Er is eenzijdig besloten tot een noodverordening, dat is feitelijk en heeft niks te maken met een oordeel. Daarnaast heeft hij ook vragen gesteld. Het lid HOFLAND is van mening dat het lid Khan ook zou moeten luisteren naar de antwoorden op de vragen over openbare orde en veiligheid omdat het niet alleen gaat om framing. Het lid KHAN antwoordt dat hij in zijn betoog letterlijk heeft gezegd dat mogelijke wanordelijkheden beheerst moesten worden en dat daarvoor de veiligheidsrisicogebieden waren ingesteld en dat hij dat steunde. Zijn kritiek betreft vooral het instellen van een algeheel demonstratieverbod. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Nadif.

Het lid NADIF heeft tijdens het debat eerder al vragen gesteld met name over de verlenging die de fractie van GroenLinks pijn deed. Het was een bizarre situatie en ze had in eerste instantie begrip voor de keuze voor een noodverordening. Bij veel burgers in Amsterdam lag dat toch wel ingewikkeld. Ze weet dat de burgemeester staat voor demonstratierecht en dat ze niet lichtzinnig met dit soort besluiten omgaat. Tegelijkertijd is het goed dat de raad kan aangeven hoe ze die noodverordening heeft ervaren en dat het college in de gelegenheid wordt gesteld om hierop te reflecteren. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Alberts. Het lid ALBERTS heeft destijds ingestemd met de noodverordening omdat er veel behoefte was aan rust in de tent en omdat de politie niet eindeloos ingezet kan worden. Het lid AHMADI meent dat een demonstratieverbod juist vereiste dat er veel meer politie-inzet nodig was. Het lid ALBERTS hoopt dat de burgemeester de getallen van de politie-inzet paraat heeft. Ze sluit zich aan bij de vragen over de noodverordening en hoopt dat het niet nog een keer nodig is om zo’n paardenmiddel in te zetten. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Broersen. Het lid BROERSEN heeft vragen over de zwaarte van deze verordening en het demonstratieverbod in tijden van enorme polarisatie.

Doordat je de deur dichtgooit voor sommige mensen om zich te uiten door middel van demonstratie kookt eigenlijk de pot met emoties over en dan wordt er opeens een plek aangewezen waar er wel gedemonstreerd kan worden. Dat roept de vraag op of er niet sowieso een beheersbare plek aangewezen had moeten worden voor mensen om zich te uiten en om wél de woede en emotie een plek te geven

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 5 december 2024

Ze vraagt hoe de burgemeester terugkijkt op de zwaarte van de noodverordening en de verlenging en of ze de raad kan meenemen in het besluit om het Westergasterrein open te stellen voor de demonstraties te midden van de noodverordening. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Heinhuis. Het lid HEINHUIS vindt de noodverordening tekenend voor de spanning in de stad. Het was nodig om die rust terug te brengen. Ze sluit zich aan bij de vragen die gesteld zijn en benadrukt dat het kritisch reflecteren een belangrijk onderdeel is van het democratisch debat dat gevoerd moet worden maar dat politici terughoudender zouden moeten zijn met het roepen van allerlei oordelen. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA begrijpt dat de raad de inzet van een noodverordening achteraf grondig wil controleren. Een eerste noodverordening is ingegaan op vrijdagavond tot maandagochtend en die is op zondagochtend door de rechter getoetst. De rechter heeft gezegd dat de noodverordening inclusief een demonstratieverbod van kracht kon zijn. Daarbij heeft de rechter gezegd dat het middel geëigend was aangezien het niet lang zou duren. Er is desalniettemin op maandagochtend besloten om de noodverordening inclusief een demonstratieverbod te verlengen met de mogelijkheid van een ontheffing op het demonstratieverbod.

Op dinsdag is geprocedeerd tegen het demonstratieverbod dat gold voor de Stopera, is de gemeente opnieuw door de rechter in het gelijkgesteld en is een demonstratie verplaatst naar het Westerpark. Er was dus een absoluut demonstratieverbod tot maandagochtend, een gedeeltelijk demonstratieverbod tot donderdagochtend en op donderdagochtend kwam de noodverordening inclusief het demonstratieverbod te vervallen. Toen was alles weer open maar is wel het veiligheidsrisicogebied in stand gelaten tot maandag 18 november. Het was een combinatie van omstandigheden waarin die beslissingen zijn genomen. Vrijdag was chaotisch vanwege de internationale en nationale druk en vanwege de grote hoeveelheid berichten die bij de politie binnenkwamen. Er waren talloze berichten via telegram die wezen op onrust en mogelijke herhalingen incidenten. Veel mensen waren boos om heel verschillende redenen en diep van streek. Er was rust nodig in de stad en het politieapparaat moest voorrang geven aan het recherchewerk. De noodverordening was dus nodig en ook de rechter was het daar zondagochtend nog mee eens. Bovendien waren er op maandagavond nog rellen op Plein ’40- ‘45 en was er grote zorg dat her en der van alles kon gebeuren. Op de sociale media waren ook berichten die dat bevestigden.

De politie en de driehoek waren dus volop bezig met het beheersen van de stad en daardoorheen moest het onderzoek op gang komen omdat daar heel erg kritisch op werd meegekeken. De noodverordening was noodzakelijk maar een demonstratieverbod is niet zomaar acceptabel en daarom werd er vanaf maandag een ontheffing op een demonstratieverbod mogelijk gemaakt op een beperkt aantal locaties maar niet op de overbelaste Dam en het hart van de stad waar de onrust zich gecentreerd had. De locatie Westerpark werd mogelijk gemaakt zodat mensen in ieder geval konden demonstreren. De verlenging na het vertrek van de Maccabi-supporters was proportioneel omdat er een grote mate van onrust was en omdat de politie op alle plekken tegelijkertijd nodig was. Een aantal demonstraties in de week voorafgaand kenden gewelddadige incidenten vanuit de demonstranten zelf en vanuit mensen ertegenover. Demonstraties waren niet meer vredig en dat betekende dat er rekening werd gehouden met de mogelijkheid van demonstraties met gewelddadige incidenten.

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 5 december 2024

Het lid HOFLAND vindt het enkele feit dat een rechter het goed heeft gekeurd onvoldoende. Hij vraagt of een volgende keer zo vroeg mogelijk ruimte gegeven wordt voor demonstraties. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de autonome bestuurlijke afweging daarin altijd in stand blijft waarbij ze niet tegen rechtelijke uitspraken in zal gaan. Ze heeft altijd gewaarschuwd tegen het criminaliseren van demonstranten en ze heeft het vrije demonstratierecht altijd verdedigd. Dat ze desalniettemin het demonstratierecht heeft beperkt betekent niet dat ze bijdraagt aan het idee dat demonstranten een groot gevaar opleveren. Hoewel het gedrag van de Maccabi-supporters inmiddels steeds beter zichtbaar wordt blijven de incidenten van 7 op 8 november gruwelijk en gewelddadig. Ze kunnen op geen enkele manier gerechtvaardigd worden maar de burgemeester heeft ze nooit in verband gebracht met demonstranten of met demonstraties en ze begrijpt niet waarom het lid Ahmadi dat wel doet. Het lid AHMADI antwoordt dat zij dat verband legt omdat er een demonstratieverbod werd ingesteld terwijl er geen zware maatregel is ingezet om de Maccabi-hooligans uit de stad te weren. Burgemeester HALSEMA heeft er bezwaar tegen dat er vragen worden gesteld die ze al beantwoord heeft.

Er is een onderzoek toegezegd maar elke raadsvergadering poppen dezelfde vragen weer op en moet de verantwoording weer opnieuw worden afgelegd. Het lid AHMADI vindt dat ze het kritische vragen mag stellen omdat veel Amsterdammers zich tekort gedaan voelen en omdat er al ernstige incidenten met Maccabihooligans waren voorafgaand aan de nacht van 7 op 8 november. Burgemeester HALSEMA verwijst naar haar volledige beantwoording in de raad in de week daarna. Het lid Ahmadi vindt daar de antwoorden op de vragen die ze nu stelt. Het lid AHMADI is van mening dat zij ruimte moet krijgen voor kritische vragen en dat daar netjes mee om moet worden gegaan. Burgemeester HALSEMA vindt dat bij kritische vragen soms kritische antwoorden krijgen. De demonstratie van woensdagavond was verplaatst omdat die demonstratie niet was toegestaan. Het mocht niet plaatsvinden op de Dam en vervolgens is daartegen opgetreden door de demonstratie te verplaatsen. Het lid AHMADI vraagt welke andere redenen er waren buiten het algemene demonstratieverbod om een vreedzame demonstratie te verplaatsen. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de aanwezigheid van de demonstranten in strijd was met het bevel van het gezag. Ze vraagt of het lid Khan vindt dat de noodverordening eenzijdig is opgesteld omdat er alleen maar verwezen wordt naar het gedrag in die nacht en niet naar het gedrag van de Maccabi-supporters.

Het lid KHAN antwoordt dat in de overwegingen de Maccabi-supporters uitsluitend neergezet werden als slachtoffers terwijl zich onder hen ook daders bevonden. Hij mist die overweging. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de tekst van de noodverordening opgesteld is op vrijdagochtend en -middag toen de informatie nog niet compleet was. Het

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 5 december 2024

feitenrelaas van maandagavond was daarin meer compleet maar toen waren er al twee noodverordeningen vastgesteld. Dus het zal kloppen dat het eenzijdig was. Het lid KHAN vindt het belangrijker dat het frame bij de persconferentie al duidelijk was omdat er niet werd ingegaan op de vraag waarom de misdragingen aan de kant van de Maccabi-aanhang niet werden genoemd. Dat frame heeft ertoe geleid dat er politieke druk ontstond en er een eenzijdige noodverordening werd afgekondigd. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat zij bij de persconferentie heeft geantwoord dat context ertoe doet maar dat het geen verklaring is voor wat er die nacht is gebeurd. Ze heeft bij monde van de hoofdcommissaris verwezen naar het gedrag van Maccabisupporters en ze heeft gezegd dat ze niet in staat waren om een volledig feitenrelaas te geven vanwege de snelheid. De noodverordening door de gemeente Amsterdam van vrijdag is geen neerslag van beeldvorming. Er is met beperkte informatie gepoogd een goed juridisch document neer te leggen. Het lid KHAN vraagt of het algehele demonstratieverbod achteraf gezien niet overtrokken was. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat het demonstratieverbod nodig was vanwege de onrust, de aanwijzingen voor ongeregeldheden die allerlei vormen konden aannemen en de noodzaak voor de politie om op allerlei plekken tegelijkertijd aanwezig te zijn.

Daarmee vond ze het proportioneel om tot maandagochtend een algeheel demonstratieverbod in te stellen en vanaf maandagochtend een gedeeltelijk demonstratieverbod tot donderdagochtend. De demonstraties en hit-and-run-acties mogen op geen enkele manier met elkaar verward worden en dat heeft ze ook op een aantal plekken in de media gezegd, net zoals ze ook altijd overal duidelijk maakt dat 99 procent van de pro-Palestijnse demonstraties vreedzaam en rustig verlopen. Preventief fouilleren gebeurt op last van het Openbaar Ministerie. Er is niet consequent bijgehouden hoe vaak preventief gefouilleerd is in de periode van 7 tot en met 18 november of wat de opbrengst daarvan zou zijn geweest. Er is geen wettelijke verplichting om dat te registreren en het is ingewikkeld omdat de politie handmatig moet uitzoeken wanneer er wel en niet preventief is gefouilleerd. Wanneer er aanwijzingen zijn dat er op grote schaal misbruik is gemaakt van het instrument, dan is ze bereid daarnaar te kijken Ze is zich ervan bewust dat de noodverordening en een demonstratieverbod ook tot protesten heeft geleid en dat de tweede demonstratie op woensdag een demonstratie tegen het demonstratieverbod was. Ze hoopt dat ze het niet snel meer hoeven te herhalen. Ze waardeert de opmerkingen van het lid Alberts over de politie.

Er wordt onderzoek gedaan naar geweld door individuele agenten maar ze heeft politie gezien die dag en nacht heeft gewerkt in extreem moeilijke omstandigheden waarbij ook geweld tegen de politie is gebruikt. Ze moesten lange diensten draaien met vaak veel overuren en daarmee hebben zij de stad en haar inwoners de afgelopen weken een enorme dienst bewezen. Het lid HOFLAND vraagt of er is overwogen om te werken met beperkingen voor demonstraties in plaats van het verbieden van demonstraties. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat er is gekeken naar een demonstratieverbod in bepaalde gebieden of op bepaalde tijdstippen maar dat gaf onduidelijkheid. Mede onder druk van landelijke kritiek is gekozen voor een heldere lijn in wat wel en niet mocht zonder daar uitzonderingen op te maken, wetende dat het slechts voor een paar dagen gold. Het lid KHAN betreurt het dat zijn tweet over demonstranten misbruikt is om het gezag en de burgemeester aan te vallen.

31

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 5 december 2024

De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. De VOORZITTER sluit de vergadering om 18:15 uur.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15080426/1