CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag OZA 17-04-2024

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 17 april 2024, gemeente Amsterdam20.953 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De wethouder is dan ook van mening dat daar zeker wat te doen valt en daar zetten ze ook op in, door bijvoorbeeld met high dosis tutoring en de kansenaanpak. De kansenaanpak kost 800 euro per leerling en is echt geen geringe bijdrage van de gemeente; zo proberen zij goed als mogelijk te helpen. Het ONA-netwerk waarbij de scholen ook van elkaar leren werkt wel, een school zoals de Alan Turingschool, op een plek waar je het misschien niet zou verwachten, heeft ongelooflijk goede resultaten. Hoe kan men nu leren met zijn allen, waar gebeurt wat elders ook geïmplementeerd kan worden. Dit soort kernscholen krijgen ook extra geld, om andere

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

leraren op te leiden in de methodes die daar worden gehanteerd om daarvan zoveel mogelijk te profiteren. Dit is iets waarvan de onderwijsinspectie ook vindt dat dit veel zou moeten gebeuren. Ook ziet de wethouder nog steeds een groot verschil tussen de lerarentekorten. Zij zegt dat het daarom heel goed is dat zij ook die solidariteitsafspraken hebben gemaakt in de taskforce over wat voor contracten je aanbiedt, hoe je solidair kunt zijn, hoe je leraren kunt verdelen, zeker bij sluiting. Het is ook de ambitie om kleine scholen te sluiten of te laten fuseren. Dit is niet makkelijk, maar in het belang van leerlingen als je ziet dat er een grote correlatie is tussen onderwijskwaliteit en schoolomvang. Niet elke kleine school is per definitie slecht, maar het is wel zo dat de kwaliteit van onderwijs sterker onder druk komt, op het moment dat het onder de opheffingsnorm zit. Zij vindt het ook dapper als scholen samen besluiten als ze daar wat aan gaan doen. Dat gebeurt op veel plekken, zelfs bovenbestuurlijk, zelfs bijzonder onderwijs met openbaar onderwijs. Maar het is wel belangrijk dat je dan steeds het gesprek voert met hoe je de leraren behoudt. Het lid WEHKAMP vraagt naar het bestaan van een exitloket. Wethouder MOORMAN geeft aan dat er op dit moment geen exitloket is, maar het is wel onderdeel van de gesprekken die nu worden gevoerd.

Zij laat het aan de schoolbesturen zelf of daar dan een zoveelste loket voor moet worden ingericht. De wethouder geeft aan zij het signaal soms krijgt dat er inmiddels wel een enorme kerstboom is opgetuigd. Ze hebben natuurlijk die taskforce en van daaruit maken ze ook de goede afspraken. Dus als de schoolbesturen het een wijs besluit vinden om een exitloket in te richten, geeft de wethouder aan dit niet tegen te houden, maar de wethouder vindt dat ze vooral moeten doen wat het allerbeste werkt. Met betrekking tot de schoolgebouwen vindt de wethouder het een aantrekkelijke gedachte. Ze hebben dit ook al laten uitzoeken, maar toen bleek dat het niet zo makkelijk is. Eigenlijk zijn er geen leegstaande schoolgebouwen. De strategische voorraad is steeds nijpender. Op het moment dat een school moet worden verbouwd, zijn er weer andere schoolgebouwen nodig. Strategische voorraad is heel belangrijk. Het wil ook zo zijn dat schoolgebouwen dan ook worden ingezet voor andere maatschappelijke functies, het verliest dan niet direct zijn functie. De wethouder zegt geen nee, het blijft op tafel liggen, maar op dit moment lijkt het niet zo te zijn dat dit de meest voor de hand liggende optie is om meer ruimte te maken voor leraren. Dus er wordt ook gekeken naar andere mogelijkheden. Dat heeft zij ook aangegeven in de afspraken die zij hebben gemaakt in de leerlingenagenda.

Dan de link met zorg. Er is steeds een grote toestroom van het aantal kinderen naar het speciaal onderwijs, naar het kinderdagcentra, zelfs met een vrijstelling. De wethouder vindt dit een heel zorgelijke situatie. Ze zouden passend onderwijs juist organiseren waarbij ze inclusief wilden zijn, maar er staat juist steeds meer exclusie. Die kentering moet worden ingezet. Dat heeft ook een belangrijke link met de zorg, want het is belangrijk de zorg in het onderwijs te organiseren. Het OKT heeft daar een absoluut belangrijke rol in. Ze hebben er eerder ook op ingezet dat het OKT veel minder onderdeel is van de school en niet alleen van de buurt, juist op de scholen waar het het allerhardste nodig is, nadrukkelijk onderdeel van de familiescholen. Ze zullen daarin blijven kijken hoe ze dat goed mogelijk kunnen doen. De wethouder is zich er volledig van bewust dat dit nog niet op alle plekken soepel loopt, het heeft wel hun volledige aandacht. De VOORZITTER vraagt de wethouder beknopter te zijn. Wethouder MOORMAN zegt dat het lid Wehkamp heel veel vragen heeft gesteld, die later ook weer werden aangestipt, dus ze hoopt daarmee de meeste vragen te hebben beantwoord. Wat betreft de hybride leraar geeft de wethouder aan dat dit ook nadrukkelijk onderdeel is van de lerarenagenda. Ze hebben zelf ook een aantal hybride leraren in dienst.

Dat heeft toch een soort van extra functie, dus dat je daarmee de kennis uit het onderwijs de organisatie inhaalt en andersom. Met betrekking tot de motie van het CDA zegt de wethouder dat zij inmiddels een conferentie hebben georganiseerd over mobieltjes in de klas. De wethouder is er zelf van overtuigd geraakt, nu ze niet weten wat voor impact het heeft, maar wel signalen krijgen dat

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

het mogelijk van negatieve invloed is, dat ze zeer voorzichtig moeten zijn met mobieltjes toestaan in de klas. Waarom zouden ze experimenteren met de kwaliteit van onderwijs en de toekomstkansen van kinderen, als daar al zoveel zorgen over zijn. Als ze over tien jaar ontdekken dat het helemaal niet zo negatief is, dan kunnen ze die ook over tien jaar toestaan. De wethouder ziet dat heel veel scholen al heel veel maatregelen nemen. Er zijn nog wel verschillen, maar als het aan de wethouder ligt mag het strenger zijn. Ze hoort soms dat het zielig is als kinderen geen mobieltje in de klas mogen hebben, maar de wethouder vindt het vooral heel zielig als kinderen geen goede toekomst krijgen. Met betrekking tot de vraag van het lid Kabamba over het mentale welzijn geeft de wethouder aan dat het daar niet goed mee gaat. Dat is zeer gerelateerd aan stress, wat ook te maken heeft met prestatiedruk, de vroege selectie die er is. De wethouder denkt dat ze ook wel voorzichtig moeten zijn met het kansrijk adviseren, want ook daarmee wordt heel veel stress op leerlingen gelegd. Je zou maar een heel mooi advies krijgen, wat je eigenlijk nog helemaal niet aankan omdat je het onderwijs niet hebt mogen genieten dat je daarop voorbereidt en vervolgens is het je eigen probleem en schaadt het ook de manier waarop je naar jezelf kijkt.

De wethouder is een zeer groot voorstander van stressbestrijding in het onderwijs en met een latere selectie kan veel worden voorkomen. Daarom hebben ze ook de brugklasbonus. Neurodiversiteit is een belangrijk punt waar men van bewust moet zijn. De wethouder is groot voorstander van bijvoorbeeld een autiklas bij het Metis Montessori, waarin in het regulier onderwijs juist kinderen de mogelijkheid krijgen zichzelf te zijn en mee te doen. Dat zijn volgens de wethouder mooie voorbeelden die navolging verdienen. Overigens ook buiten de lotingen en matching omgaan, omdat ouders dan kunnen aangeven op basis van hardheid dat ze daar voorrang in krijgen. Met betrekking tot het lid Staartjes is de wethouder zeer verheugd dat de VVD zegt dat zij voorstander is van een gratis voorschool. Dat is de wethouder ook. Met betrekking tot het punt van het lid Bilgin is de wethouder het volstrekt eens met de heer Bilgin dat, als er een relatie wordt gelegd tussen de kansen die kinderen krijgen en de kansen die hun ouders krijgen, dat precies is wat ze doen met de familiescholen. Die zorgen ervoor dat ouders zoveel mogelijk geholpen worden met financiële problematiek, taal en toeleiding naar werk, omdat ze weten dat het beter gaat met de kinderen als het beter gaat met de ouders.

Het lid STAARTJES vraagt hoe de wethouder die uitspraak die in de publicatie staat beoordeelt met betrekking tot de check dat er niet een andere kleinere school dan in het gebouw intrekt. Wethouder MOORMAN geeft aan dat zij heel veel bezwaar heeft tegen de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen die dit veroorzaakt. Haar oproep is al vanaf het eerste moment luid, inmiddels wordt er ook wat breder over gedacht dat dit misschien niet een heel verstandige wet is geweest en zij omarmt elke steun om dit experiment met kinderen snel te doen veranderen. Het lid DE JONG vraagt daarvoor of de wethouder daarmee ook doelt op experimenten zoals Klein Amsterdam. Wethouder MOORMAN antwoordt dat die daar niet uit voortkwam, maar uit een wedstrijd die zij zelf hadden georganiseerd, maar zij denkt wel dat dit een inspiratie is geweest voor de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen. De VOORZITTER concludeert dat dit onderwerp nu voldoende besproken is en dat dit punt op verzoek van het lid Wehkamp gepiept wordt naar de raad. 7. Kennis nemen van de Segregatiemonitor primair en voortgezet onderwijs 2022 – 2023 en de bijbehorende raadsinformatiebrief (VN2024-004072)

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

Het lid YEMANE zegt dat zij ziet dat er heel veel wordt gesproken over leerlingen met ouders die een hbo- of wo-opleiding hebben. Het lid vraagt zich af waarom het zo belangrijk is om dit te monitoren. Zij vraagt zich af hoe dit wordt onderzocht. Ook stelt zij dat uit onderzoek is gebleken dat het risico op vooroordelen wordt vergroot, zodat je dit weet. Soms wordt dit ook meegewogen in het geven van een schooladvies. Het lid vraagt zich af vanuit welke pijler onderzocht wordt, daar zij het systeem van waaruit zij onderzoeken al segregatie op segregatie op segregatie vindt. Die segregatie begint helaas al bij de kinderopvang en de voorscholen. Zij is nu zelf bezig met rondleidingen en bij bijna alle inschrijvingen werd gevraagd waar zij geboren is en wat haar hoogst genoten opleiding is. Bij rondleidingen in nieuwbouwwijken ziet alles er spic en span uit, maar in een wijk die wat ouder is en met meer sociale huurwoningen zag je de kwaliteit achteruitgaan. Zo was het minder hygiënisch, waren er minder themadagen en was alles minder spic en span. Zij vraagt zich af of de KDV en de voorscholen ook meegenomen kunnen worden in segregatiemonitor, daar zij ziet dat daar al de segregatie begint. In het rapport las het lid dat bij het vo de dissimilariteit gelijk gebleven is over de tijd.

Zij vroeg zich af hoe zich dit verhoudt tot de loting en matching, daar het lid had gehoopt dat juist loting en matching hierin zou kunnen bijdragen. Verder leest zij dat de vrije school en de montessorischool populair is bij hbo- en wo-geschoolde ouders. Zij vraagt zich af of op scholen in andere stadsdelen, waar deze onderwijsvormen niet zo populair zijn, voldoende voorlichting gegeven over verschillende vormen van onderwijs. Het lid las ook dat de wethouder met schoolbesturen in gesprek gaat over segregatie. GroenLinks vindt dit ook belangrijk en zij zouden hierbij ook in gesprek willen gaan met bijvoorbeeld de schoolbesturen, zij vraagt of hier ook wat voor kan worden georganiseerd. Het lid HAIJEN begint dat zij vinden dat het bestrijden van segregatie in het onderwijs topprioriteit moet zijn. Het is van groot belang dat kinderen met verschillende achtergronden elkaar tegenkomen op school, want een school is toch een samenleving in het klein en je kan niet vroeg genoeg beginnen met het oefenen met dat samenleven. Het lid is dan blij met deze monitor, want deze geeft een wetenschappelijke basis om de segregatie te bestrijden. De conclusie die hem zorgen baart, is dat Amsterdam toch steeds meer een enclave lijkt te worden van hoger opgeleiden.

In de rapportage staat dat er in Amsterdam steeds meer hoger opgeleiden zijn, wat voor de politiek toch een teken aan de wand is dat praktisch opgeleiden toch minder plek geboden wordt in de stad, omdat er gewoon geen betaalbare woningen meer zijn. Het lid laat dit punt verder rusten, daar dit in andere commissies wordt besproken, maar wilde het wel genoemd hebben. Vervolgens noemt hij de meer onderwijsconclusies. Het lid Haijen noemt het positief dat er steeds meer gemengde scholen zijn en dat er steeds meer kinderen met een migratieachtergrond samen met elkaar naar school gaan. Dat is op zichzelf heel positief, omdat kinderen elkaar moeten tegenkomen om te oefenen met samenleven en van elkaar te leren. Maar ze weten uit de onderwijssociologie dat het niet alleen van belang is om te kijken naar herkomst en migratieachtergrond, maar dat juist sociale klasse en sociaaleconomische positie van groot belang is. Als je daar goede mengverhoudingen in vindt, dan kunnen ze zich aan elkaar optrekken en dat verbetert de leerprestaties op school. Dus vandaar is het van belang om dit te onderzoeken. In de monitor leest het lid vooral resultaten over de achtergrond en minder over de sociaaleconomische klassen. Hij vraagt de wethouder welke afspraken zij met de schoolbesturen zelf hebben, wat doen zij zelf om te zorgen dat het ook sociaaleconomisch gemengd is.

Als gemeente mogen zij ook overleg voeren over onderwijsachterstandenbeleid en dan zouden ze afspraken kunnen maken over spreiden van leerlingen; zo kun je de werkdruk voor docenten op peil houden en kun je zorgen dat kinderen de aandacht krijgen die ze nodig hebben. Het lid vraagt zich af wat voor afspraken zij daarover maken met de schoolbesturen. Het stadsbestuur doet zijn best met de bredebrugklasbonus, maar wat doen de schoolbesturen eigenlijk zelf. Het lid zegt dat hij net een mooi voorbeeld hoorde van raadslid Yemane over de sociale woningbouw en de koopwoningen. Vervolgens zegt hij dat hij weet dat de wethouder ooit als raadslid samen met de SP een motie heeft ingediend om te kijken of je sociale huur en koopwoningen niet tegelijk kunt opleveren, juist omdat je dan voorkomt dat er twee aparte schooltjes ontstaan. Het lid vraagt zich af of de wethouder nog wel eens spreekt met wethouder Van Dantzig om dit

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

probleem aan te pakken. Wat betreft de ouderbijdrage geeft hij aan dat het lid Runderkamp al een en ander gezegd heeft. Als SP vinden zij dat geen enkel kind wordt uitgesloten van de schoolactiviteiten en ze willen in Amsterdam dat de vrijwillige ouderbijdrage nog omlaag gaat. Liever willen ze helemaal geen vrijwillige ouderbijdrage. Hij zou de wethouder willen aansporen om de schoolbesturen nog steeds achter de broek te zitten om dat zoveel mogelijk te verlagen. Het lid RUNDERKAMP sluit zich aan bij de bijdrage van het lid Haijen dat het een ontwikkeling is die buiten deze commissie ligt, dat er in Amsterdam steeds meer hbo- en wo-opgeleide ouders zijn. Ze zien in de segregatiemonitor dat het ertoe leidt dat er aan de ene kant minder scholen zijn waarbij minder dan 20% van het aantal kinderen hbo- of woopgeleide ouders hebben, maar dat tegelijkertijd het aantal kinderen waarbij meer dan 80% hbo- of wo-opgeleide ouders hebben, is toegenomen. Je ziet dat vooral in het voortgezet onderwijs. In Amsterdam is het effect sterker dan in andere steden van G4, omdat je hier categoriale vwo-scholen hebt. Amsterdam doet enorm veel om segregatie in het onderwijs tegen te gaan en een brede scholengemeenschap te stimuleren. Tegelijkertijd zijn er in Amsterdam vijf categorale gymnasia.

De wethouder heeft al iets gezegd in hoeverre zij fan is van de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen en het lid Runderkamp weet dat zij als gemeente formeel niet gaan over het aanbod aan onderwijs, maar zij kunnen wel een standpunt innemen. Het lid vraagt zich af of zij als gemeente niet moeten zeggen dat deze vijf categorale gymnasia voldoende is en er in Amsterdam geen ruimte is voor nog meer categorale gymnasia. Het lid WEHKAMP sluit zich aan bij het lid Runderkamp, maar stelt ook dat er ook wel keuzevrijheid moet zijn. Als een categorale school dat is wat jou past, dan is dat ook belangrijk. Het lid RUNDERKAMP interrumpeert en zegt dat er passend onderwijs moet zijn. Hij pleit niet voor het afschaffen van het categoraal onderwijs, maar het moet wel in verhouding met elkaar zijn. Op dit moment hebben zij er nu vijf in Amsterdam. Hij vraagt zich af of dat niet voldoende is, als je kijkt naar de monitor waaruit heel duidelijk blijkt dat segregatie in de hand wordt gewerkt door die categorale scholen. Het lid WEHKAMP geeft aan het niet over aantallen te willen hebben, maar zij wil een plek waar je elkaar ontmoet en samen naar school gaat. Zij pleit ook voor keuzevrijheid. Een brede school is goed om elkaar te ontmoeten, maar dat is niet voor iedereen. Het lid HAIJEN geeft aan dat er naast categorale gymnasia er in Amsterdam ook categorale havoscholen zijn.

Hij vraagt wat het lid Wehkamp daarvan vindt, als je elkaar tegen wilt komen op school. Het lid WEHKAMP zegt dat het in principe mooi is als je met elkaar naar school gaat en elkaar daar kan ontmoeten. Maar voor degenen die ook die keuzevrijheid willen hebben, moet ook die keuzevrijheid er zijn. Het lid denkt dat de brede school ook heel belangrijk is en onderschrijft dit helemaal. Onderwijskwaliteit is belangrijk en kun je ook vergroten door van elkaar te leren. Maar wat zij ook hoort is dat die uitwisseling tussen de scholen soms ook lastig is met schoolcontracten, omdat je dan een contract hebt met het ene bestuur of de ene school; hierdoor kun je minder makkelijk een uitwisseling doen. Zij vraagt of de wethouder hiernaar wil kijken. Het lid PERDOK geeft aan dat al gezegd is wat zij ook wilde aangeven. Uit de monitor blijkt dat leerlingen met wo-opgeleide ouders het minste een ontmoetingskans hebben met leerlingen met een andere achtergrond. Juist bij deze doelgroep zou een ontmoeting met een leerling met een andere achtergrond of levenswijze heel belangrijk kunnen zijn om begrip van diversiteit te bevorderen en dus te zorgen dat deze leerlingen opgroeien met empathie en respect met een mogelijk lagere SES, sociaaleconomische status dan zijzelf en hun familie. Het lid vraagt hoe de wethouder reflecteert op deze

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

resultaten. Is het naar haar mening zorgelijk dat leerlingen met ouders met een woopleidingsniveau, hogere SES, makkelijker in hun bubbel kunnen blijven? Hierop aansluitend, uit de segregatiemonitor, ook die van 2020 en 2021, blijkt dat de onderwijssegregatie in het vo vooral te maken heeft met het niveau van de school op de categorale vwo-scholen. Op deze scholen zie je voornamelijk leerlingen met wo-opgeleide ouders, terwijl je op scholen die alleen praktijkonderwijs en vmbo aanbieden, veel vaker basisopgeleide ouders ziet. Deze resultaten lijken te duiden op een onderliggend probleem, dat het schooladvies en het niveau van voortgezet onderwijs scholen waar de leerlingen naar doorstromen, samenhangt met het opleidingsniveau en SES van de ouders. Ook stond er in de segregatiemonitor van 2020, 2021 al aangegeven dat het schooladvies een groot verschil maakt in de overgang naar een al dan niet gesegregeerde vo-school. Hoe wordt er gereflecteerd op de mogelijke samenhang tussen onderadvisering of overadvisering en de doorstroom naar wel of niet gesegregeerde school? Ten slotte komt uit de segregatiemonitor duidelijk naar voren dat scholen met brede brugklassen qua opleidingsniveau het meest reflectief zijn van het opleidingsniveau van ouders in de stad.

Naast het blijven toereiken en uitbreiden van de bredebrugklasbonus zou het dus bevorderlijk zijn om kinderen en ouders te stimuleren vaker voor dit soort scholen te kiezen. Ook blijkt uit de monitor dat bij het po vooral het schooltype een grote rol speelt bij de segregatie. Zo zie je dus dat veel meer wo-opgeleide ouders op vrije scholen en montessorischolen zitten. Bij dit tweede komt de vraag omhoog of dit soort onderwijsconcepten genoeg bekend zijn bij ouders met verschillende achtergronden en of het mogelijk is om betere informatie te voorzien hierover. Zijn de huidige ambities om informatie over de schoolkeuze toegankelijker te maken genoeg? Is deze informatie wel toegankelijk voor alle ouders? En zijn er nog andere manieren waarop het college erin wil voorzien dat ouders en kinderen gestimuleerd zijn te kunnen kiezen voor brede brugklassen en andere concepten? De segregatie begint al bij de KDV; wat haar opvalt bij de voorscholen of KDV is dat er ook voornamelijk een verschil is tussen of ouders in de mate waarin zij bekend zijn met verschillende concepten qua KDV. Misschien moeten ze dat ook meenemen. Het lid KABAMBA sluit zich aan, als het gaat om de vormen vrije school, jenaplan, montessori en dergelijke, bij haar collega’s. Zij denkt in het algemeen dat hierover veel meer informatie over moet zijn bij de OKT’s. Zij deelt haar persoonlijke verhaal hierin.

Zij had een begeleider, pedagoog die, toen haar dochter anderhalf was, al aangaf dat montessori misschien een goed idee zou zijn, vanwege verschillende dingen. Dat is niet bij iedere opvang, dat is ook niet uitgelegd bij de voorschool, waardoor de keuze hiervoor veel lastiger is. Het lid geeft aan blij te zijn met de monitor, maar geeft aan dat er daarnaast een segregatie is in de monitor. Het gaat alleen over diploma en niet diploma, terwijl in deze raad heel vaak besproken is hoe belangrijk mbo is en hoe je via deze weg als zelfstandige je geld kunt verdienen, maar ook mogelijkheden kunt creëren voor je gezin. En dat wordt niet meegenomen in deze monitor, waardoor het lijkt alsof je, als je geen hbo- of vwoopleiding hebt, automatisch een worstelende ouder bent die ervoor zorgt dat die kinderen elkaar niet ontmoeten, bepaalde dingen niet krijgen. Zij denkt dat in het vervolg moet worden meegenomen of een ouder op een andere manier toch een bepaalde levensstandaard kan leveren, waarvan aangenomen wordt dat hbo- of wo-opgeleide ouders deze leveren. Zij vraagt of het mogelijk is om al deze vormen door te geven bij het OKT verplicht, zodat alle ouders die een check krijgen bij hun kinderen ook deze informatie krijgen over de schoolvormen en dat meegenomen wordt dat mensen met een mbo-diploma of schoolverlater zijn ook een mooi leven kunnen opbouwen voor hun kinderen.

Wethouder MOORMAN geeft in de richting van het lid Yemane aan dat ze dit meten dit omdat ze dit ook graag willen weten. Ze willen dat kinderen met elkaar opgroeien en niet in bubbels belanden. De enige manier om dat te zien, is het te meten. Het lid YEMANE zegt dat ze begrijpt waarom dit gedaan wordt, maar dat het haar meer gaat om hoe het wordt onderzocht en welke nadelige dingen daar nog meer uit zouden kunnen voortkomen.

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

Wethouder MOORMAN vindt dit een goede notie daarbij. In principe staat het hier heel neutraal. Het gaat erom wat men hier vervolgens van vindt. Met betrekking tot wat het lid Kabamba zegt, zegt de wethouder dat het er niet zo staat. Er staat niet dat het mbo wordt afgedaan als niet vaardig genoeg. Het enige wat hier staat, is dat er verschillen zijn tussen scholen in het opleidingsniveau tussen ouders. Als 87% van de kinderen op categorale vwoscholen ouders heeft met een hbo- of wo-opleiding, dan is dat een feit en niet een mening. In reactie op de vraag of dit ook niet gedaan zou moeten worden voor kinderenopvang en voorschool vraagt zij zich af of dit kan. Wat de wethouder wil doen, is navragen bij OJS in hoeverre dit zou kunnen en dan komt ze bij de volgende segregatiemonitor hierop terug of dat überhaupt een mogelijkheid is en of dat inzicht biedt waar ze wat mee kunnen, want elke inspanning die ze verrichten moet wel wat opleveren. Over loting en matching zegt de wethouder dat het niet het primaire doel is dat er meer evenwicht en spreiding zal komen. Het primaire doel is dat iedereen evenveel kansen heeft om overal terecht te komen. De grootste oorzaak van segregatie – en je ziet daar ook grote verschillen tussen po en vo – heeft alles te maken met niveaus. Je ziet dat de onderwijsniveaus van Amsterdam, en eigenlijk in het land, gesegregeerd zijn.

De onderwijsniveaus hebben een kleur en een sociaaleconomisch verschil en dat is ongelooflijk pijnlijk. Dat zou niet mogen zijn. Dat is waarom niet alleen erop ingezet wordt dat kinderen elkaar ontmoeten, maar ook op het tegengaan van vroege selectie en er wordt ook voor gezorgd dat kwaliteit overal op niveau is. De wethouder is ervan overtuigd dat de beste manier om segregatie tegen te gaan is om overal kwaliteit te bieden en dat is op dit moment niet op orde. Over voorlichtingen denkt de wethouder niet dat het ligt aan de voorlichting. De voorlichting is eigenlijk zeer uitgebreid; wel ziet de wethouder dat er verschillende voorkeuren zijn bij verschillende ouders. Zo wordt conceptonderwijs aantrekkelijker gevonden door ouders met een hbo- en wo-scholing en meer klassikaal onderwijs wordt aantrekkelijker gevonden door ouders met een andere achtergrond. Ze ziet een aantal ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het IJburg College, dat net is overgenomen door de Montessori Scholengemeenschap Amsterdam en nu Terra Nova heet. Het montessori kan veel kansen bieden, maar men houdt natuurlijk veel keuzevrijheid. Je ziet daarvoor een heel nieuwe groep ouders en kinderen aan wie dat wel wordt geboden. Belangrijk is om te memoreren dat zij de voorrangsregeling voor het vo hebben losgelaten. In het verleden waren er best vaak gesprekken tussen het OSVO en de gemeenteraad.

De wethouder denkt dat het best verstandig is als de gemeenteraad weer een gesprek organiseert tussen OSVO en de gemeenteraad, maar dit is aan de gemeenteraad zelf om te beslissen. Met betrekking tot het betoog van het lid Haijen kan de wethouder zich vinden in de noodzaak van het tegengaan van segregatie. Er is natuurlijk een steeds groter percentage van Amsterdammers die hbo- of wo-geschoold zijn. Dat geldt overigens voor heel Nederland, maar Amsterdam springt daar wel uit. Dat heeft alles te maken met woonsegregatie, maar soms zie je wel dat de schoolsegregatie groter is dan de woonsegregatie. De wethouder stelt dat zij zich niet helemaal kunnen ontslaan van de verplichting daarnaar te kijken. Daarbij zegt ze dat ze ook kijken naar opleiding. De wethouder begrijpt goed dat de heer Haijen zegt dat er misschien breder gekeken zou moeten worden naar sociaaleconomische achtergrond; ook daarvan weet zij niet of OJS de cijfers heeft. Dit gaat zij navragen. Wat betreft de motie uit een ver verleden zegt de wethouder dat deze motie nog steeds relevant is, want inderdaad moeten ze segregatie aan de voorkant voorkomen. Op IJburg is dat toen grandioos misgegaan. Daar moeten ze slimmer in zijn. Ze werken inmiddels nu ook heel anders, zodat ze veel meer nadenken over de complete stad. Die motie heeft vooral door de inzet van de SP goed effect gehad.

De ouderbijdrage is gemiddeld 50 euro en niet 100 euro, maar er zijn uitschieters ook al zijn die echt gedempt. Er zijn inmiddels best wel wat schoolbesturen die geen ouderbijdrage vragen. De wethouder komt hier nog op terug, want zij wil ook wel weten of de schoolbesturen wat zien in zo’n fonds. Het lid HAIJEN zegt nooit een gemiddelde bedoeld te hebben, maar er was op een gegeven moment gemaximeerd en dat was nog meer dan 100 euro.

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

Wethouder MOORMAN geeft in de richting van het lid Runderkamp aan dat er sinds 2005 geen categoraal gymnasium meer bij is gekomen. Wel ontstaan soms nog categorale vwo-scholen doordat andere afdelingen zijn afgestoten, maar dat is allemaal lang geleden. Intussen zetten de schoolbesturen, ook in samenspraak met de gemeente, echt alleen maar in op breed en is er geen enkele categorale vwo in de planning. Daarbij vraagt de wethouder aan de raad wat zij gaan doen als straks weer de uitslagen van de loting en matching komen. In de richting van het lid Wehkamp zegt de wethouder dat dit precies is waarom zij bij ONA dat extra geld geven om leraren dus de mogelijkheid te geven om andere leraren te trainen, de expertleraren. Ten aanzien van de het lid Perdok zegt de wethouder het heel belangrijk te vinden dat kinderen elkaar blijven ontmoeten. Vorige week waren er nog de resultaten van een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau, dat liet zien dat één groep in de samenleving het minst integreert en dat zijn welvarende hoogopgeleide mensen, die zitten het meeste in hun eigen bubbel. De wethouder vindt dat de mensen het zich moeten aantrekken, daar zij verwachten van de sterkste schouders dat zij zich het meeste inzetten voor het collectief. Verder stelt de wethouder dat advisering zeker een rol heeft.

Zij zien al langer dat er onder- en over advisering is, waarbij het deel overadvisering altijd veel groter is dan onderadvisering. Ook dat vindt zij best zorgelijk, want dat legt extra druk en stress op kinderen, als zij vervolgens de vaardigheden niet meekrijgen. Maar ze zien ook een bias; dit komt bijvoorbeeld voor bij ouders zonder opleidingspapieren of bijvoorbeeld middelbaar onderwijs waarbij de overadvisering vooral komt bij ouders met een hbo- of wo-opleiding. Die bias zou er sowieso niet mogen zijn. Maar het helpt enorm als ze later selecteren. Je ziet nu dat 60% van de schooladviezen van leraren afwijkt van het toetsadvies, dat zegt volgens de wethouder genoeg. Misschien weten ze het gewoon niet zo goed op elfjarige leeftijd. Daarin kunnen brede brugklassen enorm helpen. De wethouder vindt het een goed punt van het lid Perdok, dat het veel aantrekkelijker moet worden en misschien met name voor kinderen met een categoraal vwo- of havo/vwo-advies. Zij denkt namelijk dat het juist voor deze groep heel veel rijkdom kan bieden, omdat elkaar ontmoeten ook een vaardigheid is die je later in je leven, wellicht als je in een leidinggevende positie komt, heel erg goed kunt gebruiken in je werk. Uiteindelijk moet iedereen met elkaar samenwerken, dus waarom niet samen naar school.

Met betrekking tot het lid Kabamba zegt de wethouder dat het op geen enkele manier de bedoeling is, en volgens haar staat het er ook niet zo, om te stigmatiseren. Het is eigenlijk meer om inzicht te geven zodat er met elkaar een goed gesprek gevoerd kan worden. Het lid YEMANE zegt dat zij zich soms kan storen aan de woordkeuze in onderzoeken. Woorden doen ertoe. Zij wil onderzoekers meegeven dat het soms je toch persoonlijk kan raken en toch wel stigmatiserend werkt en dat men met zijn allen daar ontzettend alert op moet zijn. Wethouder MOORMAN is het daar volstrekt mee eens. Woorden doen er heel erg toe en daar moeten zij zorgvuldig in zijn. Zo probeert zij zoveel mogelijk hoog en laag opgeleid te vermijden, maar dit lukt niet altijd. De wethouder stelt voor dat ze elkaar daarop aanspreken, zonder dat ze het kind met het badwater weggooien. Ze zegt dat ze elkaar daar heel goed in kunnen vinden en dat ze niet moeten vervallen in stigmatisering. De VOORZITTER stelt dat dit onderwerp nu voldoende besproken is, dit punt niet naar de raad gaat en ter kennisname is aangenomen. 8. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de voorschool (VN2024-004491) Het lid BELKASMI stelt dat de voorschool ontzettend belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen. Het lid was ook blij te horen dat de VVD de voorschool heel

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

belangrijk vindt. Het is namelijk gewoonweg een vorm van onderwijs dat voor ieder kind toegankelijk moet zijn. Het is eigenlijk ook wel beschamend dat je voor onderwijs honderden euro’s per jaar kwijt bent, om je kind op school te zetten. Dat is wat er gebeurt als men jarenlang de publieke taken in de markt zet en aan commerciële partijen geeft die maar één doel hebben: winst maken. De ontwikkeling van kinderen staat minder centraal, maar vooral het geld. Dus maak de voorschool gratis en haal de commercie eruit. Daarbij kan het lid Belkasmi zich ook heel erg vinden in de ambitie van dit college dat alle kinderen van nul tot twaalf jaar gratis naar de kinderopvang kunnen gaan. Vervolgens stelt het lid dat de makkelijkste route om de voorschool in Amsterdam vrijwel gratis te maken voor de laagste inkomens, is door het bereik van het kindtegoed voorschool te vergroten. Hij is benieuwd naar de visie van de wethouder hierop om te kijken naar mogelijkheden om juist dat bereik van het kindtegoed voorschool te vergroten. Verder wijst hij er ook op dat zij mogelijkheden hebben om tarieven voor niet werkende ouders aan te passen. Dit kan belastingtechnisch alleen voor ouders die niet in aanmerking komen voor de toeslag. Daarmee creëer je dan een scheve vergoeding.

Het lid is benieuwd of de wethouder verwacht dat zich een situatie zal voordoen dat die laatste 4% voor de laagste inkomens ook kunnen worden vergoed voor werkende ouders. En in hoeverre daarin ook wordt opgetrokken met andere ouders, als het gaat om die lobby richting Den Haag. Daar stond ook al wat over in de brief. Vervolgens zegt hij over het commerciële, dat er verschillende private partijen zijn die bijvoorbeeld VVE-trainingen aanbieden. Het lid vraagt zich af in hoeverre de wethouder kansen ziet om deze expertise zelf in huis te halen. Ook vraagt hij zich af of het ook wel mooi is om één VVE-programma als Amsterdam aan te bieden, zodat zij zich veel meer laten sturen door welke basisvaardigheden kinderen zouden moeten hebben. Dat biedt ook houvast en helderheid voor het personeel. Ook is het lid benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt. Ten slotte is hij benieuwd wanneer hij het jaarverslag Toezicht en handhaving van de kinderopvang kan ontvangen, want ook kwaliteit is essentieel. Het lid WEHKAMP zegt dat gepleit moet worden voor gratis kinderopvang met een doorlopende leerlijn en kwaliteit. Het lid PERDOK zegt dat in de beantwoording van de schriftelijke vragen van wethouder Moorman staat aangegeven dat uit landelijk onderzoek blijkt dat bij 12% van de ouders financiële redenen schuilen achter het niet brengen van hun kinderen naar de voorschool.

Zij vraagt zich af of in hoeverre deze 12% precies de doelgroep is die tussen wal en schip valt in het huidige financieringsmodel en mogelijk met taalachterstanden het primair onderwijs instroomt. Het lid vraagt of er meer bekend is over de demografie van deze 12%, hoe zich dit verhoudt tot Amsterdam en op welke wijze het college hierop reflecteert. In dezelfde vraag staat aangegeven dat 33% van de ouders overige redenen aangeeft voor het niet deelnemen aan de voorschool. Zij vraagt of er rekening mee is gehouden dat sommige ouders niet beschikken over de tijd of over de middelen, ook in verband met werk, denk aan gezinnen met lagere inkomens of economische draagkracht, want dit gaat volgens haar in wezen ook over financiële redenen. Het lid vraagt of er meer bekend is over deze 33%, hoe zich dit verhoudt tot Amsterdam en of zich hierachter mogelijk andere financiële redenen verschuilen. Wat haar ook opvalt, is dat de voorschool is tot een bepaald tijdstip, wat ook een reden is voor ouders dat zij eerder kiezen voor kinderopvang. Dat zou ook een van de redenen kunnen zijn. Wethouder MOORMAN geeft aan ook van mening te zijn dat de voorschool een gratis voorziening zou moeten zijn voor alle kinderen. Deze mening wordt ook gedeeld door het VNG en de PO-Raad, maar intussen is het wachten tot het Rijk hier wat mee gaat doen. Intussen proberen zij het zo goed mogelijk te doen.

In Amsterdam hebben zij geprobeerd het zo goed mogelijk in te richten voor zoveel mogelijk kinderen. Hierdoor hebben zij ook een heel hoog bereik ten opzichte van andere gemeenten, bijna 75%, hetgeen wel iets gedaald is toen de voorschool onder de kinderopvangtoeslag kwam en dat is ook de grootste doorn in haar oog en van de voorschool, want alle ouders die werken vallen onder de kinderopvangtoeslag, waardoor zij het heel spannend vinden om hun kinderen daarnaartoe te brengen. Ze hebben gezien wat het kinderopvangtoeslagschandaal heeft

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

gedaan en ouders vinden dat toch echt heel lastig. Daarmee is het echt een hobbel die de gemeente niet uit de weg kan halen, maar die zou echt uit de weg moeten gehaald om meer kinderen naar de voorschool te laten gaan. Overigens is 75% in de praktijk nog een veel hoger percentage, omdat een deel van die kinderen wel gewoon naar de reguliere kinderopvang gaat. Een percentage dat niet bereikt wordt, is echt klein. De wethouder vraagt zich echt af of het bereik van het kindtegoed vergroten de grootste knop zou zijn om aan te draaien, omdat het bereik echt al heel hoog is. De wethouder denkt dat het zorgen voor een gratis basisvoorziening voor iedereen het meeste effect zal hebben. Ondertussen willen zij dat het bereik van het kindtegoed zo groot mogelijk is, want mensen hebben daar gewoon recht op. Daarmee is hun voorschool ook nagenoeg gratis. Minimaouders betalen alleen maar 4%; de raad heeft er eerder voor gekozen om dat gelijk te houden tussen minimaouders die werken en minimaouders die niet werken. Die laatste groep zouden ze in principe volledig kunnen compenseren, maar nu geven ze ouders dat kindtegoed, wat ongeveer op hetzelfde neerkomt, omdat ze ook geen onderscheid willen maken tussen mensen met hetzelfde inkomen waarvan de een werkt en de ander niet werkt, want dat zou een gekke prikkel geven.

Intussen zijn ze een lobby aan het voeren richting Rijk, om die 4% voor de werkende ouders eraf te halen. De wethouder zegt dat je zou verwachten dat de liberalen niet zouden willen dat werkende ouders negatief worden behandeld ten opzichte van niet werkende ouders. Het gaat slechts om een heel kleine wetswijziging. Over de VVE-trainingen: er zijn meerdere VVE-trainingen waarvan de effectiviteit echt is aangetoond. Het lost niet zoveel op om dit helemaal zelf te gaan doen, daarvoor hebben ze de expertise niet in huis. De wethouder is er erg voor de voorschool meer te zien als onderwijs, maar geeft aan dat zij ook bij onderwijs niet zelf de trainingen geven en dit aan de professionals overlaten. Het jaarverslag komt op 1 juli. Vervolgens geeft de wethouder aan het helemaal eens te zijn met de mening van het lid Wehkamp. Met betrekking tot het lid Perdok geeft ze aan dat die 12% alleen is van de groep die er niet naartoe gaan. Ze wil erop wijzen dat dit gaat om een landelijk onderzoek. In Amsterdam zijn zij echt voorlopers, hebben zij een veel kleiner percentage dat überhaupt niet gaat en hebben zij het veel goedkoper gemaakt voor de meeste ouders. De grootste knop om aan te draaien is volgens de wethouder het weghalen van de kinderopvangtoeslag en het volledig gratis te maken voor iedereen.

Het lid PERDOK vraagt zich af – er is een lange wachtlijst voor de voorschool, gemiddeld anderhalf tot twee jaar – of de wethouder hier wat over kan vertellen. Als het gratis wordt, zullen er meer ouders voor kiezen, maar als er geen plek is dan zou dat heel moeilijk zijn. Wethouder MOORMAN herkent deze lengte van de wachtlijst zeker niet. Ze hebben het juist verlaagd van tweeënhalf jaar naar twee jaar, zodat kinderen ook meer tijd hebben om daarnaartoe te gaan en mogelijk zal er best wel hier en daar een wachtlijst zijn. Maar deze lengte van wachtlijsten herkent zij niet. Als dat zo zou zijn, zou zij de raadscommissie daarvan op de hoogte brengen. Wat betreft de 33% geeft zij aan dat dit landelijk onderzoek is. The bottom line van alles wat ze met elkaar bespreken, is dat ze het allemaal met elkaar eens zijn en dat ze de krachten moeten blijven bundelen. De wethouder denkt ook dat er op lokaal niveau heel weinig politiek verschil van inzicht is. Dat merkt ze ook aan haar collega-wethouders. De voorschool moet gewoon gratis, dat is in alle opzichten het meest verstandige om te doen, aldus de wethouder. Het kost best wel wat, maar het levert je veel meer op in het voorkomen van achterstanden en kansenongelijkheid en zeker wat leerlingen uiteindelijk kunnen bijdragen aan de samenleving. Het lid BELKASMI heeft een korte vraag over het kindtegoed voorschool.

Bij de normale kindtegoeden staat het automatisch op de stadspas, maar bij het kindtegoed voorschool moet je het aanvragen. Kan de wethouder toelichten waarom dat onderscheid tussen die twee zo is gemaakt?

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

Wethouder MOORMAN antwoordt dat de kindtegoeden automatisch zijn, maar dat het juist heel belangrijk is dat dit een stimulans is voor mensen om zich aan te melden voor de voorschool en dat is een extra motivatie is om naar de voorschool te gaan. De VOORZITTER concludeert dat dit punt voldoende besproken is en het niet naar de raad gaat. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 9. Kennisnemen van de reactie op motie 648 d.d. 8 november 2023 van de leden Wehkamp, Bouhassani, Yemane, Broersen en Emmerik over het voorkomen dat armoederegelingen voor kinderen niet bij kinderen terechtkomen (VN2024-004076) Het lid WEHKAMP geeft aan dat zij heel erg blij was met de brief en ook met de resultaten. Zij heeft dit punt toch geagendeerd, omdat zij het heel belangrijk vindt dat er nu toch een intermediair nodig is als kinderen gebruik willen maken van de armoederegelingen. Artikel 12 en 13 gaan over het horen en luisteren van kinderen in het Kinderrechtenverdrag. Het lid snapt dat er een intermediair nodig is, maar wil hier oproepen om ook de stem van de kinderen te horen en hiernaar te luisteren. Wethouder MOORMAN denkt dat het een het ander niet uitsluit. Ze horen de stem van de kinderen door ook met het jeugdplatform te spreken en dat ook de ruimte te geven.

Maar eigenlijk is het volgens haar heel simpel, die bevoegdheid is er alleen bij volwassenen om de armoederegeling aan te vragen, vandaar dat dit via een intermediair gaat, maar dat betekent niet dat de stem van het kind niet gehoord wordt. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt voldoende besproken is en niet naar de raad gaat. 10. Kennisnemen van de reactie op motie 653 d.d. 9 november 2023 van de leden Yemane, Khan, Bouhassani, Broersen, Ahmadi, Wehkamp, Alberts en Emmerik over het toetsen op besteedbaar inkomen bij aanspraak op armoederegelingen (VN2024-004074) Het lid YEMANE bedankt de wethouder voor de snelle afdoening van deze belangrijke motie. Een van de oplossingsrichtingen is het opnieuw onder de aandacht brengen van de hardheidsclausule als een soort maatwerkroute. Hoe wordt er nu voor gezorgd dat die route ook goed onder de aandacht blijft, makkelijk toegankelijk is en ook werkt bij de buurtmedewerkers, voedselbank en andere organisaties? Er wordt in de afdoening ook gesuggereerd dat het hier gaat om kleine aantallen die hier wellicht een beroep op gaan doen.

Hoe weet men dat het kleine aantallen zijn? Wat betreft communicatie vraagt het lid hoe er aandacht aan wordt gegeven dat je ook bij de buurtteams of andere organisaties kunt aankloppen als je bruto-inkomen te hoog is voor dat soort regelingen? Hoe wordt die drempel nu verlaagd voor hen die nog niet bij de buurtteams hebben aangeklopt en hoe wordt ervoor gezorgd dat dit bekender wordt bij mensen die niet bekend zijn bij dit soort organisaties? Het lid STAARTJES wijst op de inspreker bij dit punt. Want wat je wilt voorkomen is dat mensen eerst naar de voedselbank moeten, voordat ze verder kunnen gaan. Wat de inspreker ook zei, wat hij ook herkende, is dat op het moment dat je een inkomensval maakt, er eerst gekeken kan worden of er mensen zijn in je omgeving, familie, vrienden, die daar een rol in kunnen spelen. Dat is ook wat hen betreft belangrijk, omdat het anders zou betekenen dat mensen direct naar de gemeente stappen en heel veel voorzieningen zijn echt bedoeld voor mensen die in een uitzichtloze situatie zitten en die zouden daar geen gebruik van kunnen maken. Hij vraagt vervolgens hoe groot de groep is waar zij het eigenlijk over hebben, want zij willen die groep niet al te groot maken, omdat je dan het probleem krijgt dat mensen dan misschien te snel die stap zetten. Maar zij willen wel, net zoals

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

inspreker ook zei, mensen op tijd helpen. In de afdoening en in de inspraak wordt gezegd dat er nog enkele mensen zijn die tussen wal en schip vallen. De vraag is dan ook daarbij over hoeveel mensen gaat het precies en hoe kan zo’n groep worden afgebakend. Wethouder MOORMAN geeft aan dat zij dit dus niet weten, want zij hebben geen idee wat het besteedbaar inkomen van de mensen is. Zij hebben geen inzicht in de vaste lasten en alle lasten die daarbij komen. Voor een deel hebben ze inzicht in het belastbaar inkomen, maar het gaat hier om het besteedbaar inkomen. Daar hebben zij geen gegevens van. En dat is precies het probleem. Op het moment dat zij mensen zouden willen helpen op basis van besteedbaar inkomen, vergt dat een enorme belasting van hun hulpverleners om dit uit te rekenen. Zo’n berekening voor de voedselbank, daar ben je echt heel lang mee bezig. En het zou dus onmogelijk zijn, er zijn 120.000 Amsterdammers die de stadspas krijgen. Als je moet nagaan dat je dat allemaal zou moeten doen op belastbaar inkomen, dan ligt het hele apparaat stil. De noodzaak is dat er een fast lane is voor de mensen die de armoederegelingen op basis van belastbaar inkomen kunnen aanvragen.

Maar wat de NoordAs hier aangeeft, is dat je daarnaast ook een soort van slow lane zou moeten creëren, mensen die misschien niet meteen in de categorie belastbaar inkomen vallen, maar op andere manieren in de problemen zijn gekomen. De wethouder is er dankzij de NoordAs achter gekomen dat mensen die bij de voedselbank kwamen niet automatisch een stadspas kregen. Dat is nu geregeld. Hetzelfde geldt voor mensen die in de schuldsanering zitten. Die hebben op papier een inkomen, maar die geven al hun inkomen weg voor de schuldsanering en houden heel weinig over. Het heeft dan niet zoveel zin om naar het belastbaar inkomen te kijken en je moet meer kijken naar het besteedbaar inkomen. Daar moet meer maatwerk op geleverd worden. Dus ook mensen in de schuldsanering krijgen allemaal de armoedevoorzieningen. Dan blijft daarbuiten altijd net nog een groep over die misschien net niet in de categorie valt van de voedselbank, maar nog steeds niet heel veel te besteden heeft. Daar moet weer maatwerk op komen. In die zin is het goed dat de toetsing van de voedselbank bij de buurtteams gaat, zodat een buurtteammedewerker ook in staat is om op basis van hardheid de armoederegelingen toe te kennen. Dat is al een enorme stap vooruit. Medewerkers moeten daarover geïnformeerd te worden en ook permanent vanwege het verloop. Dat gebeurt ook vanuit de teamleiders.

Daarnaast ondernemen ze ook andere stappen, zoals dat de raad onlangs heeft besloten om het deel van de overwaarde van een woning te verhogen van mensen in de bijzondere bijstand. Dus met 230.000 euro boven op de waarde van je woning, staat het je vrij om nog steeds in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand. Een andere is de motie waarbij de vermogensgrens van ouderen verhoogd wordt om toch in aanmerking te komen voor ouderenvoorzieningen. Dat zijn allemaal manieren waarop zij proberen het toch maatwerk te maken. Zij is het ermee eens dat ze heel veel ingezet hebben op fast lane, maar nu zien ze dat een aantal mensen daarbuiten vallen. Ze hebben geen gegevens van hoeveel mensen dat zijn. Ze willen in de brief niet direct aangeven dat ze over kleine aantallen spreken, maar wel dat het vaak mensen zijn die vaak korter in deze situatie zitten. Dat is anders dan mensen die heel lang in de armoede zitten. Het zal opletten blijven, waar ze zo goed mogelijk kunnen zorgen dat mensen zo goed mogelijk worden geholpen. Als laatste punt geeft zij aan dat het niet de bedoeling is om hier te zeggen dat dit de gevolgen zijn van de keuzes die ze zelf gemaakt hebben.

Die gedachte moeten ze echt uit hun hoofd zetten, want het heeft geen enkele zin mensen heel lang onder water te houden, omdat mensen misschien zelf een onverstandige keuze gemaakt hebben in het verleden; het is ook heel vaak pech. Dus laat de hulp niet achterwege blijven, omdat het misschien eigen keuzes zouden zijn. De VOORZITTER concludeert dat dit punt voldoende is besproken en dat het niet doorschuift naar de raad. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 11.

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

Verpleeghuizen Amsterdam raken zorgbehoevende ouderen (VN2024-004245)

vol:

geen

plek

voor

veel

nieuwe

De VOORZITTER geeft aan dat dit punt geagendeerd is op verzoek van het lid De Jong. Het betreft een artikel uit het Parool over het onderzoek van ABF Research naar aanleiding van het groeiend aantal ouderen dat aangewezen is op verpleeghuiszorg. Het lid DE JONG wil dit artikel uit het Parool bespreken, omdat het nu al aangeeft dat er straks een schreeuwend tekort aan verpleeghuisplekken gaat komen. De verzorgingshuizen zijn dicht en van verpleeghuisplekken hebben zij te weinig. Het lid benadrukt dat dit aan de wethouder ligt, maar geeft aan dat het Amsterdamse antwoord hierop de Lang Leven Flats zijn. Hij wilde graag een werkbezoek organiseren, maar dit kan niet, want er is geen een af om langs te gaan. Het lid vraagt de wethouder welke als eerste af is, wanneer zij daar op bezoek kunnen gaan en naar een algehele voortgang van de Lang Leven Flats. Het lid VAN PIJPEN geeft aan dit een interessante vraag van JA21 vinden, daar zij wel werkbezoeken heeft kunnen afleggen in Lang Leven Flats. Zij vraagt wat het lid De Jong dan precies wil bespreken. Het lid DE JONG stelt dat het een maatschappelijk probleem is dat de verzorgingshuizen dicht zijn, waardoor meer aanspraak gemaakt moet worden op de verpleeghuisplekken. Als daar ook nog een tekort aan is, wat kan dan straks nog gedaan worden voor alle ouderen die niet particulier de zorgzwaarte thuis kunnen financieren.

Het lid VAN PIJPEN vindt dit geen antwoord op haar vraag en wil heel graag weten wat het lid De Jong dan wil dat Amsterdam doet. Het lid DE JONG zou graag zien dat, als er vanuit misschien het nieuwe kabinet financiering komt om de verzorgingshuizen te heropenen, dat ze daar dan ook vooraan in de rij staan om in ieder geval het domino-effect dat zich nu volstrekt te ondervangen. Ook geeft hij aan dat zij natuurlijk ook verantwoordelijk zijn voor de bouw van verpleeghuisplekken. Het lid geeft aan dat hij die versnelling nu ook niet ziet en zij daarmee in de toekomst niet het schreeuwende tekort kunnen ondervangen. Of alle Amsterdammers zouden de regio uit moeten, maar dat zou niet zijn oplossing zijn. Het lid STAARTJES zegt dat de Lang Leven Flats naar zijn idee een Rotterdams antwoord zijn. Het lid vraagt of het lid De Jong ook bereid is om een werkbezoek in Rotterdam te gaan doen. Het lid DE JONG zegt dat het concept an sich hem heel goed lijkt, daar het geclusterd laten wonen van ouderen dicht bij een verzorgingshuis is. Het lid geeft aan graag een keer naar Rotterdam te willen, maar dat het punt is dat in Amsterdam alle projecten in meerdere fases van voorbereidend werk zijn maar er nog niets echt af is.

Het lid RUNDERKAMP vraagt zich af of hoe het lid De Jong de uitdaging ziet in de ouderenzorg met betrekking tot de personeelskosten die er nu al zijn en alleen maar oplopen. Het lid DE JONG zegt dat het geclusterd wonen waarbij het personeel veel meer mensen in een kortere tijd kan helpen omdat ze simpelweg in dezelfde plek wonen, een goede voorzet is. Bij mensen die lang thuis moeten wonen, moeten zij individueel langsgaan, wat veel reistijd geeft en in ieder geval niet efficiënt is. Het lid RUSSCHER ziet af van een bijdrage. Het lid WIJMENGA zegt dat zij benieuwd is hoe de aangenomen initiatiefvoorstellen worden meegenomen in de ouderenhuisvesting in Q2 en of de

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

wethouder ook over de grenzen kijkt voor oplossingen. De vergrijzing neemt bijvoorbeeld ook in Japan enorm toe en er zijn bijvoorbeeld hofjes waar je alleen mag wonen als je ook naar je buren omkijkt. Wethouder SCHOLTES is blij met alle aandacht die er is voor ouderen en ouderenhuisvesting. Hij is niet op de hoogte van alle initiatiefvoorstellen, maar geeft aan dat een aantal punten zeker worden meengenomen. De wethouder is in gesprek met het beraad van de Amsterdamse hofjes. Zo zijn er hofjes die hun woningen beschikbaar stellen voor verzorgingshuispersoneel of ouderen. Hij weet dat er recent een delegatie naar Japan is geweest. Hij vond het een zorgwekkend verhaal, daar zij daar op vergrijzingsvlak er veel erger aan toe zijn dan zij in Nederland. Richting het lid De Jong gaat hij graag samen een keer langs naar een van de elf Lang Leven Thuisflats. De flats zijn er, maar ze zijn in ontwikkeling. Ouderen wonen bij elkaar, in toegankelijke woningen met één zorgteam en welzijnsteam in de buurt en ruimte voor ontmoeting en activiteiten. En niet alle Lang Leven Thuisflats hebben al die aspecten even goed ingevoerd, maar ze zijn er wel. De wethouder is er zelf heel enthousiast over en is langsgegaan bij de Flevoflats en bij het Odsorper Hof. Hij kan dit zeer aanbevelen.

Het lid DE JONG reageert dat er onderzoek wordt gedaan door de Hogeschool van Amsterdam naar de impact van die Lang Leven Flats, maar zij zijn nog niet zover om er iets over te zeggen, omdat nog geen een van deze projecten op het niveau is dat ze zelf voorstaan. Het lid vraagt welk project dan af is in de definitieve setting waar hij langs zou mogen. Wethouder SCHOLTES zegt niets te suggereren. Hij zegt dat er elf lopende initiatieven zijn in verschillende stadia. De wethouder vraagt zich af wat het lid De Jong bedoelt met ‘als iets definitief af is’. Hij denkt dat wat er nu loopt, al heel mooie stappen zijn. In 2022 zijn de eerste drie gestart en nu lopen er inmiddels elf. Recent is er ook een zogeheten huwelijksmarkt georganiseerd, waar coöperaties aanwezig waren, zorgpartijen, welzijnspartijen, bewonersorganisaties en de gemeente om te kijken of ze meer matches kunnen organiseren die leiden tot meer huwelijken en meer Lang Leven Thuisflats. Dat heeft vooralsnog geleid tot vijftien matches voor vijftien potentiële Lang Leven Thuisflats. Hij is het met JA21 eens dat het nog echt nog in ontwikkeling is en verder moet worden ontwikkeld. Maar de wethouder is van mening dat de eerste bemoedigende resultaten zichtbaar zijn. Verder kondigt de wethouder aan dat de uitvoeringsagenda Ouderenhuisvesting zeer binnenkort naar de raadscommissie toe komt.

In deze raadscommissie zal de wethouder ook samen met wethouder Pels erbij spreken over die agenda die gaat over hoe ze de verpleeghuisplekken die er zijn kunnen behouden, waarbij ze ook kijken op de plekken waar bijvoorbeeld verpleeghuizen worden gerenoveerd, of ze daar ook extra woningen bij bouwen voor ouderen. Het tweede onderdeel is de realisatie van meer Lang Leven Thuisflats. En ten derde woonzorgcirkels in de hele stad, dat is een vorm van geclusterd wonen. Zij zijn recent gestart met drie pilots. Uiteindelijk willen ze naar woonzorgcirkels in alle stadsdelen. Tot slot geeft hij direct toe dat de Lang Leven Thuisflats in eerste instantie zijn bedacht door Rotterdam. Daar leren zij graag van. De VOORZITTER geeft aan dat dit punt nu voldoende is besproken. Publieke Gezondheid en Preventie 12. Kennisnemen van Voortgangsrapportage Thrive (VN2024-004071) De VOORZITTER geeft aan dat dit punt is geagendeerd door het lid Van Pijpen. Deze rapportage is het gevolg van de eerder aangenomen motie, nummer 390. Het lid VAN PIJPEN bedankt voor de voortgangsrapportage. Zij geeft aan dat goed is te lezen dat er veel is gebeurd en gedaan en zij geeft complimenten aan iedereen die

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 17 april 2024

werkt voor en aan de mentale gezondheid van Amsterdammers. In de brief wordt aangegeven dat de motie hiermee is afgedaan. Het lid Van Pijpen vraagt de wethouder wat het effect is geweest van deze motie. Een aantal doelstellingen van Thrive ziet zij terug in dit verslag. Een ander deel, bijvoorbeeld het verminderen van de doorverwijzingen aan de GGZ, ziet zij niet terug in het verslag, niet als doel, maar ook niet als uitkomst. Zij vraagt of zij hieruit moet concluderen dat dit geen doel meer is of ooit is geweest. Het lid Van Pijpen heeft geen tijd om in te gaan op de uitzichtloze ellende veroorzaakt door wachtlijsten in de GGZ en de weigering om daar fundamenteel wat aan te doen vanuit het Rijk. Zij wil graag weten vanuit Thrive wat de verhouding tussen Thrive en reguliere GGZ en wachtlijsten aldaar is. Zij benadrukt dat zij alle activiteiten en de wijze waarop het logboek ook worden benut in de verantwoording erg positief vindt. Er worden veel mensen bereikt, ook van diverse doelgroepen. Zij vraagt zich af hoe deze mensen worden bepaald. Zij mist in het verslag de groep LHBTIQ+-mensen, terwijl het heel belangrijk is dat er aandacht is voor de mentale gezondheid. Zij vraagt ook bijzondere aandacht voor transmensen die zeker in deze tijd zwaar onder druk staan. Het lid Van Pijpen vraagt of dit aan de orde komt in Thrive, zo ja, waar vindt zij dat en zo nee, waarom niet.

Mentale gezondheid is een van de grote uitdagingen van deze tijd; zij is blij dat zij daar veel oog voor hebben, activiteiten voor opzetten en geld aan uitgeven. Dat stemt haar tevreden. Maar de echte trots kan pas komen als ze ook zien dat de mentale gezondheid beter wordt en daar is veel meer voor nodig dan men hier kan verbeteren in dit plan, zoals inwerk, wonen, inkomen en sociale context. Maar Thrive moet wel een van deze puzzelstukken bieden en geen doekje voor het bloeden, maar echt resultaat. Zij kijkt uit naar de GGD Monitor om te zien hoe het ervoor staat met de mentale gezondheid van Amsterdammers en op dat moment zullen zij daar ook nader op terugkomen. Het lid EMMERIK dankt de wethouder voor de tussentijdse voortgangsrapportage. Hij heeft nog een aantal vragen. 2023 was het eerste jaar van deze aanpak en er zijn nog geen resultaten te meten. Het lid vraagt wanneer resultaten wel te meten zijn, bijvoorbeeld na twee of drie jaar. Ook vragen zij zich af of er binnen Thrive wordt ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen binnen de samenleving. Uit een recent onderzoek van het Eén Vandaagpanel onder jongeren, blijkt dat heel veel jongeren klimaatstress ervaren. Klimaatstress speelt een steeds grotere rol onder jongeren. Hij vraagt of dit ook wordt meegenomen in de gesprekken of bijeenkomsten van Thrive. Het lid WEHKAMP sluit zich aan bij de inbreng van GroenLinks.

Zij merkt op dat er enorm veel activiteit plaatsvindt en zij vraagt wat het effect hiervan is. Wat zijn de resultaten op het gebied van mentaal welzijn, ondanks dat dit heel moeilijk te meten is en zij vindt het ook goed om te zien dat studentenorganisaties ook aanhaken op Thrive. Zij dankt voor de aanpak van Thrive. Het lid STAARTJES geeft aan dat de VVD erg blij is met het programma Thrive. Het is een uitgebreide rapportage, maar de VVD mist de uitkomsten van de acties. Informatie over het aantal aanwezigen of het aantal scholen dat heeft meegedaan, ontbreekt. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk geworden hoeveel scholen er nu lesgeven over mentale gezondheid binnen het programma de Gezonde School. Het initiatiefvoorstel dat dat de VVD heeft ingediend en is aangenomen met negen extra maatregelen om de mentale gezondheid voor jongeren in het onderwijs te verbeteren, zien zij nog niet terug in de rapportage. Het lid vraagt of de wethouder kan aangeven wanneer hij meer over de resultaten hiervan kan zeggen. Wethouder SCHOLTES dankt de collega’s die nu op de tribune zitten en de collega’s achter de schermen. In juni 2023 is het plan vastgesteld en er is enorm veel gebeurd. Thrive richt zich echt op lichte, beginnende klachten, vanuit het idee dat laagdrempelige, preventieve interventies eventueel zwaardere klachten kunnen voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14441386/1