Definitief verslag OZA 13 09 2023
Tekst van het document
Na november heeft het OKT nog maar een maand om zich erop voor te bereiden. Is dat wel genoeg? Verder is hij benieuwd naar de verdeling van de bedragen. Hij berekende dat twee keer zoveel geld per kwetsbaar kind naar kinderen in Amsterdam-Zuid en Centrum gaat. Dat spoort niet met het voornemen om de inzet te verleggen naar de meest kwetsbare stadsdelen. Hij vraagt een toelichting. Het lid VAN DER VEEN vraagt of de VVD het eens is met de lijn van ongelijk investeren voor gelijke kansen, dus dat het goed is dat er meer geld naar Noord, NieuwWest en Zuidoost gaat. Het lid VON GERHARDT vindt dat je in ieder kind evenveel moet investeren. Momenteel is dat twee keer zoveel in bepaalde stadsdelen als in andere. Dat is niet eerlijk. Het lid VAN DER VEEN is dat met hem eens. Maar moet je niet meer investeren in kinderen met kwetsbaarheden? Het lid VON GERHARDT is dat met hem eens. Je moet in elk stadsdeel evenveel investeren in kwetsbare kinderen die dat nodig hebben. Het lid ABDI vraagt wat het lid Von Gerhardt vindt over het grote verloop onder het personeel van de gemeente en dat het college gaat kijken hoe het zit met de bemensing, of er goed gebenchmarkt is. Het lid VON GERHARDT antwoordt dat het aan de mensen zelf is of ze een andere baan willen zoeken. Om het goed te doen, is er wel stabiliteit nodig, en voldoende mensen.
Daarop moet ingezet worden, en moet je weten wat er nodig is. Hij verbaast zich daarom dat er nu pas een impactanalyse gemaakt wordt voor het OKT. Het lid ABDI is blij te horen dat het lid Von Gerhardt het belang van een goede bemensing onderschrijft. Eerder dit jaar vond de VVD dat er bezuinigd moest worden op het ambtelijk apparaat van de gemeente. Het lid VON GERHARDT antwoordt dat de VVD vindt dat je goede mensen nodig hebt. Wel denkt hij dat de gemeente met minder mensen toe kan, beschouwd over de volle breedte van het ambtenarenapparaat.
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
Wethouder MOORMAN spreekt haar waardering uit voor al het werk van partijen binnen het jeugddomein van de afgelopen jaren. Deze aanbesteding is dus niet een soort waarderingscijfer over het werk van de afgelopen jaren. De reden voor deze aanbesteding was de noodzaak om de markt opnieuw te ordenen. Zij antwoordt het lid Alberts dat dit dus juist bedoeld was om de markt eruit te halen. Binnen de ESJH is het sinds 2015 naar 208 aanbieders gegaan, waarbij het budget in drie of vier jaar tijd van 15 naar nu meer dan 39 miljoen euro is gegaan. In de analyse van wat het aanbod behelst, staat veel dat echt buiten de kaders van de Jeugdwet valt. Het was dus noodzakelijk meer grip te krijgen. De decentralisatie in 2015 is gepaard gegaan met onduidelijke richtlijnen voor de uitvoering ervan. Elke gemeente richt het sindsdien op haar eigen manier in. Het kan zinvol zijn om te leren van de gang van zaken in Utrecht of Heerlen. Dit is allemaal in het belang van de meest kwetsbare kinderen. Het is een noodzakelijke stap in de vorming van het jeugdstelsel. Het zal niet de laatste stap zijn. Het zal in 2027 vermoedelijk nodig zijn om alle specialistische jeugdzorg bij elkaar te brengen. Deze ingreep is niet prettig, want je verliest er partijen mee die echt goed werk hebben verricht in de afgelopen jaren. Daarom is deze aanbesteding heel zorgvuldig voorbereid.
Er is aan de voorkant met alle partijen gesproken. Wat betreft het aanbod zijn exact de richtlijnen gevolgd van de beroepsvereniging en het Nederlands Jeugdinstituut. Zij is het dus niet geweest die besloot hoeveel BIG-geregistreerden er moesten rondlopen. Alle partijen hebben overigens BIG-geregistreerd personeel. Het gaat om erkende partijen die al heel lang bezig zijn. Dat was ook een van de voorwaarden om mee te mogen doen aan de aanbesteding. De richtlijnen komen uit de beroepspraktijk. Het lid VON GERHARDT vraagt te reageren op de uitspraak van een inspreker dat je een vinkje kon zetten als er maar één BIG-geregistreerde rondliep. Of moest men echt percentages aantonen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het inderdaad in lijn moest zijn met het aanbod dat geboden werd, dus volgens de richtlijnen. Wat die inspreker zei was niet juist. Het lid VON GERHARDT vraagt die percentages te delen met de raad. Wethouder MOORMAN is bereid de voorwaarden die zijn gesteld op basis van de richtlijnen te delen met de raad. Er is goed nagedacht wat deze aanbesteding zou betekenen voor de huidige cliënten in het stelsel. Daarom is de zorgcontinuïteit vooropgesteld. Alle cliënten die op dit moment worden behandeld, hebben recht op zorgcontinuïteit in 2024. Daarvoor is 11 miljoen euro beschikbaar gesteld.
Het is dus niet zo dat een cliënt nu gedwongen moet worden overgedragen omdat het ophoudt in 2024. Er is zorgcontinuïteit. Een deel van deze zorg komt terecht bij de HSJH. Het zal permanent gemonitord en besproken worden. Als er hiaten blijken te ontstaan, zal bekeken worden hoe die opgelost kunnen worden. De gemeente is continu in gesprek met de HSJH-partners over de opvang van die duizend nieuwe cliënten. Er is een analyse gemaakt van het huidige aanbod. Er is gekeken naar die zesduizend, en toen bleek dat ongeveer duizend van die cliënten een gestapeld aanbod hebben. Dat zijn dus cliënten die niet thuishoren in de ESJH, maar in de HSJH. Het is niet zo dat je eerst bij het OKT komt, dan bij de ESJH en daarna pas bij de HSJH, want dat zou het zorgaanbod heel erg duur maken. Sommige kinderen hebben onmiddellijk HSJH nodig. Er is geld beschikbaar gesteld. Zij heeft goede verwachtingen van de centrale aanmeldpunten, want daarmee wordt het veel meer gebiedsgericht. Daarbij worden het ESJH- en het HSJH-deel samengebracht. Het is niet zo dat je na registratie zomaar in de wachtrij belandt; ook dan wordt gekeken waar de prioriteiten liggen en of er ook andere zorg ingezet kan worden. Bij de gemeente wordt hard gewerkt om het personeel op sterkte te brengen. Dat gaat goed, maar met de aantekening dat er steeds ook weer nieuwe taken bij komen.
De visiebrief had zij eerder willen sturen. Er is deze zomer keihard doorgewerkt, ook door de aanbieders. De druk in de zomer was groot voor de aanbieders, maar zeker ook voor de ambtenaren.
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
Het lid ABDI vraagt toe te zeggen dat de raad geïnformeerd wordt als meer bekend is over de bemensing. Hoeveel mensen zijn er nodig om dit goed te kunnen doen? En wat is er nodig om te zorgen dat ambtenaren bij de gemeente die zich met jeugd bezighouden gelukkig zijn? Dat is ook vanuit goed werkgeverschap heel belangrijk. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de raad mag verwachten dat het werk goed gedaan wordt. Toch is dit iets voor de gemeentesecretaris. De rollen moeten scherp verdeeld blijven. Als er een probleem is, bijvoorbeeld als het gaat om budgetrecht, zal zij dat bij de raad melden. Er is krapte bij het personeel. Je ziet dat op alle plekken bij het jeugdaanbod, bij de gezinsbeschermers, de jeugdbescherming, of het OKT. Zij vraagt zich te realiseren dat een stijging van 15 naar 39 miljoen euro een stijging in personeelslasten betekent. Zij hoopt dat er ruimte ontstaat voor het personeel om juist naar het HSJH en het OKT te gaan. Zij zou niet willen dat er concurrentie ontstaat tussen de verschillende onderdelen. Het aanbod is vooral sterk gegroeid in Centrum en Zuid, en bij vrij gevestigde praktijken. Je kunt je afvragen of, gedacht vanuit de meest kwetsbare kinderen, dat een richting is die de gemeente moet blijven faciliteren. Juist in een krappe markt is het wenselijk dat mensen zich blijven inzetten op de plekken waar dat het hardst nodig is.
Wat betreft de opleidingsplekken is er een goed punt gemaakt. Zij erkent dat hiermee bij de aanbesteding onvoldoende rekening is gehouden. Hierover heeft inmiddels een gesprek plaatsgevonden met het RINO, dat daarbij aangaf steun te geven aan de beweging die is ingezet. Wel moet goed bekeken worden of de opleidingsplekken inderdaad in voldoende mate aanwezig blijven. Er zal een inventarisatie plaatsvinden van de opleidingsplekken bij de gecontracteerde aanbieders, maar die zullen ook weer onderaannemers hebben. Ook daar zullen opleidingsplekken komen. Zij zal de commissie van de inventarisatie op de hoogte houden. Zij antwoordt het lid Abdi dat Sharon Stellaard inderdaad een geweldig proefschrift heeft geschreven. Je schrikt inderdaad van haar bevindingen. Zo bedacht men begin jaren negentig dat er een voorrangsregeling moest komen voor kinderen die een justitiële maatregel hadden gekregen, zodat ze niet op een wachtlijst hoefden te belanden. Begin deze eeuw is die voorrangsregeling geschrapt, omdat het een perverse prikkel gaf. Iedereen liep naar de rechter om een justitiële maatregel te krijgen. En nu wordt er weer een pleidooi gehouden voor een voorrangsregeling bij een justitiële maatregel. Zij heeft inmiddels diverse gesprekken met Sharon Stellaard gehad.
Die heeft ook een presentatie gegeven over haar proefschrift aan alle partners van de gemeente en ook de eigen ambtenaren. Sharon Stellaard gaat meedenken over de visiebrief. Zij antwoordt het lid Van der Veen dat sommigen sneller de weg weten te vinden dan anderen. Er is via verschillende toegangswegen nog steeds toegang; dat is iets wat de wetgever zal moeten beperken. Als het via de huisarts kan lopen, kan de gemeente weinig uitrichten. Wel worden heel goede gesprekken met de Amsterdamse huisartsen gevoerd. Ook die vinden het verstandig om het via het OKT te laten lopen. Datzelfde geldt voor het onderwijs. Er zal een werkbezoek worden georganiseerd naar Utrecht en Heerlen. Zij antwoordt het lid Smits dat de monitoring plaatsvindt onder andere binnen de ontwikkelagenda, maar ook via de prestatiedialoog die gevoerd wordt. Dat zal straks veel eenvoudiger worden, omdat er dan veel minder partners zijn. Zij antwoordt het lid Alberts dat zij het niet oneens met haar is. Voorkomen moet worden dat zorg teveel een markt wordt. Het voorbeeld van Heerlen is interessant, want daar is in eerste instantie al gekozen om het met één partij te doen. Er is daar een langjarig partnerschap opgezet, wat voorkomt dat een ingewikkelde ingreep zoals nu in Amsterdam daar nodig is. Dit is juist de manier om de marktwerking in de zorg te verminderen.
Het gaat niet zozeer over psychiaters, maar met name over ggzpsychologen, orthopedagogen, klinisch pedagogen. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat haar motie over de sociale kaart, die unaniem in de raad is aangenomen, zal worden uitgevoerd. Daarbij zal gekeken worden naar het aanbod, maar ook naar de behoefte. Daarnaast is het heel belangrijk dat steeds het gesprek met de partners, zoals OKT, huisartsen of onderwijs, goed gevoerd wordt.
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
Het lid WEHKAMP vraagt hoe de wethouder het voor zich ziet met de gesprekken. Het ging haar over het informeren van de partners over alles wat er te vinden is. Er zijn enorm veel huisartsen. Is iets als het stadscongres sociale basis een idee? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het gevoerde gesprek met de Amsterdamse Huisartsenalliantie effectiever is, want die is in contact met alle huisartsen in Amsterdam. Een congres is mogelijk, maar vaak komen dan vooral de geïnteresseerden die het al weten. Je wilt vooral degenen bereiken die nog niet op de hoogte zijn. Iedereen is onderdeel van de ontwikkelagenda. Het lid DE JONG vraagt toe te zeggen dat bij het controleren in samenwerking met RINO geen opleidingsplaatsen verloren gaan. Wethouder MOORMAN kan dat niet toezeggen. Eerst moet er een inventarisatie zijn van de opleidingsplekken bij de nu gecontracteerde partners, plus eventuele onderaannemers. Dat gesprek vindt nog plaats. Pas daarna kan bekeken worden of er opleidingsplaatsen missen, en welke mitigerende maatregelen genomen kunnen worden. Het lid DE JONG wijst erop dat opleidingen soms omvallen. Als je twee opleidingsplaatsen weggeeft en er wordt voor een periode van vier jaar niemand opgeleid, dan raak je de opleiding kwijt. Dat kan onomkeerbaar zijn. Wethouder MOORMAN vindt dat een terechte waarschuwing. Om deze reden wordt het gesprek met RINO gevoerd.
De inventarisatie zal daarna zeer zorgvuldig gebeuren. Het lid WEHKAMP vraagt wat de ‘redelijke omvang’ waarvan de wethouder in de brief spreekt inhoudt. Wethouder MOORMAN dacht dat het ongeveer om twintig plekken gaat. Zij wil echter eerst de inventarisatie zorgvuldig afronden. Zij antwoordt het lid Didderen dat zij niet kan zeggen waarom de aanbieders er anders naar kijken dan zij doet. Wel zijn de punten die door de aanbieders worden aangedragen heel zorgvuldig bekeken. Ze zijn van een weerwoord voorzien. Het aantal geregistreerden bijvoorbeeld is op basis van de richtlijnen die binnen de branche gelden. Het zou kunnen dat deze aanbieders anders naar die richtlijnen kijken. Het lid DIDDEREN merkt op dat er behoorlijke onrust ontstaan is. Hoe kan het dat er zo’n groot verschil is, en dat daarmee kennelijk niets gedaan kan worden? Wethouder MOORMAN antwoordt dat er, anders dan men zegt, wel degelijk wordt gewerkt met BIG-geregistreerd personeel. Dat was namelijk een van de voorwaarden die waren gesteld. Het lid ALBERTS vraagt zich af of die getallen dan wel kloppen. De insprekers zeggen dat er niet voldoende BIG-geregistreerde mensen rondlopen, terwijl de wethouder zegt dat het er wel voldoende zijn. Zij wil de getallen zien die nodig zijn om het te beoordelen.
Wethouder MOORMAN antwoordt dat er gewerkt is op basis van de richtlijnen van het Nederlands Jeugdinstituut en de branche. Die richtlijnen heeft de gemeente niet bedacht. Het lid DIDDEREN hoort vanuit de branche, van mensen die er middenin zitten, noodsignaal na noodsignaal.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
Wethouder MOORMAN merkt op dat het iedereen vrij staat bezwaar te maken, of een kort geding aan te spannen. Dat zou niet uitzonderlijk zijn; het is in het verleden ook wel gebeurt. In de brandbrief schreef men dat er eerder aangegeven was dat het er maximaal tien zouden zijn, en dat het er uiteindelijk vier werden in perceel 2. Dat leidt dan dus tot meer teleurstelling. Als je er tien gunt heb je minder teleurstelling. De vier gegunde partijen hebben bij de gemeente moeten aangeven hoeveel kinderen ze konden helpen. Het houdt dan op als je bij het aantal bent dat je inderdaad inkoopt. Als deze vier partijen minder hadden kunnen bieden dan nu, was de vijfde, zesde of zevende in de aanbesteding ook gegund geweest. Het lid DIDDEREN vraagt of de wethouder denkt dat met de nieuw gegunde partijen de angsten die naar voren komen in de brandbrief ongegrond zijn. Weet de wethouder zeker dat er geen kinderen na deze beleidswijziging meer in de problemen zullen komen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het doel van deze aanbesteding is dat er voldoende ESJH ingekocht wordt. En minder dan in het verleden. Het is van 15 naar 39 miljoen gegaan in een paar jaar tijd, en daarbij zijn dingen gebeurd die buiten de kaders van de Jeugdwet vallen. In bepaalde gebieden is er meer ingezet, terwijl daar niet de grootste kwetsbaarheden zitten. Dat moet teruggedraaid worden.
Kinderen die het nodig hebben, moeten geholpen worden. Daarom is specifiek op basis van criteria deze aanbesteding gedaan. Het lid VON GERHARDT vraagt of de percentages die de gemeente heeft gebruikt kloppen met de percentages zoals het veld die ziet. Daarover wordt nu wat schimmig gedaan. Wethouder MOORMAN heeft al toegezegd dat de richtlijnen met de commissie gedeeld kunnen worden. Er is geen sprake van schimmigheid. Het lid DE JONG merkt op dat de bestaande samenwerkingsplannen worden beschadigd door de manier waarop de gunning is uitgepakt. Het BovenIJ Ziekenhuis heeft een apart contract, maar werkt samen met Praktijk Rood, die buiten de gunning is gevallen. Daardoor stopt zo’n samenwerkingsverband. Een deel van de zorg die nu gecontracteerd lijkt te zijn, stopt misschien alsnog door de resultaten van de gunning. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er zorgcontinuïteit is. Ook Praktijk Rood zou alle patiënten die nu in behandeling zijn, volgend jaar gewoon door kunnen behandelen. Als daarna nog behandeling nodig is, zou je je kunnen afvragen of het nog wel ESJH is. ESJH gaat over kortdurende, niet gestapelde trajecten. Zij begrijpt de pijn. Er is altijd een goede samenwerking geweest.
Maar zonder deze aanbesteding had je moeten accepteren dat de kosten de pan uitrijzen, er geen enkele grip op was, en ook dat zou ten koste zijn gegaan van de kinderen die die zorg het hardst nodig hebben. Dat geld gaat dan af van de HSJH en de meest kwetsbare kinderen. Dat lijkt haar niet verstandig. Uiteindelijk is dit het gevolg van een markt die uit de hand is gelopen. Er moet geordend worden. Overigens staat het Jeugdplatform heel erg achter deze beweging. Daar herkent men zich niet in de kritiek die bij deze vergadering naar voren gebracht wordt. Hetzelfde geldt voor het OKT. Het lid DE JONG merkt op dat er te weinig HSJH ingekocht is. Er is nu weer een wachtlijst die met duizend langer wordt. Hij vraagt zich af of de gunning werkelijk geslaagd is. Wethouder MOORMAN antwoordt dat HSJH staat voor 175 miljoen euro. Een onderdeel van de wachtlijst is de personeelsproblematiek. Die is deels het gevolg van de overloop van personeel naar de ESJH. Zij snapt de zorg van het lid De Jong. Het is de zorg die zij over het hele jeugdstelsel heeft. Daarom wil zij er ook grip op krijgen.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
Zij antwoordt het lid Von Gerhardt dat de impactanalyse gedaan wordt. Er zijn al voorbereidingen getroffen voor de opvang van die impact. Er is opdracht gegeven aan het OKT, met bijkomende middelen, om te zorgen dat men erop voorbereid is. De verdeling over de verschillende stadsdelen is gebaseerd op een kwetsbaarheidsindex. Zij kon de berekening van het lid Von Gerhardt niet helemaal volgen. Het lid VON GERHARDT antwoordt dat hij heeft gekeken naar het aantal kinderen in een stadsdeel, naar het percentage kwetsbare kinderen zoals te vinden is op de site, en dan het gehele bedrag dat naar het stadsdeel gaat gedeeld door het aantal kwetsbare kinderen. Zijn conclusie is dan dat er per kwetsbaar kind twee keer zoveel geld naar Centrum en Zuid gaat, dan naar bijvoorbeeld Nieuw-West, Noord, Oost, West of Zuidoost. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij dat heel gek zou vinden. Zij zal de gemaakte berekeningen, op basis van de kwetsbaarheidsindex, delen met het lid Von Gerhardt. Voor de raadsvergadering zal zij dat inzicht bieden. Tweede termijn Het lid ALBERTS begrijpt dat de wethouder deze aanbesteding ziet als het ordenen van de markt. Een fan van aanbesteden is de wethouder niet. Dat het een ordening is, lijkt duidelijk. Maar de wethouder heeft niet geprobeerd om de markt er helemaal uit te halen. Dat kan wel. Heerlen en Zutphen doen het al met Thuiszorg.
Zij gaan er op een andere manier mee om. Graag had zij gezien dat Amsterdam dat voorbeeld gevolgd had. Zij vraagt wat de wethouder gaat doen als blijkt dat er inderdaad te weinig BIGgeregistreerden zijn. De wethouder wil dan zoeken naar oplossingen, maar hoeveel ruimte is er zolang je binnen de aanbestedingsregels blijft hangen? Komen er dan onderaannemers? Haar fractie is daar geen fan van. Het blijft kleuren binnen de lijntjes van de aanbesteding. Er wordt gezegd dat duizend kinderen buiten de boot dreigen te vallen. Kan de wethouder haar hand in het vuur steken dat dit niet zal gebeuren? Een pgb is een van de mogelijke oplossingen, heeft de wethouder aangegeven. Maar of je in natura betaalt of met een pgb, de wachtlijst blijft bestaan. Een pgb is dus niet de beste oplossing. Wethouder MOORMAN antwoordt dat je alle partijen die het werk uitvoeren een eerlijke kans dient te geven. Op zichzelf stel je met een aanbesteding heel duidelijke regels voor iedereen. Of had de gemeente alle mensen plotseling zelf in dienst moeten nemen? Het was dan een puinhoop geworden. Dit is een tussenstap tot 2026. Uiteindelijk lijkt het haar verstandig om het veld nog overzichtelijker te maken. Onderaannemers worden echt overal gebruikt, ook in gemeentes zoals Zutphen en Heerlen. Er zijn niet te weinig BIG-geregistreerden.
De aanbieders hebben aangegeven dat men het met het aanbod aan kan op basis van de richtlijnen. De afspraak is dat er niet te weinig BIG-geregistreerde psychologen rondlopen bij de gecontracteerde aannemers. Verder zijn er overal personeelstekorten. Als dat nodig is, moeten krachten geworven worden. Eigenlijk gaat het om twee keer duizend kinderen. Het zijn er duizend aan de kant van de HSJH en duizend aan de kant van het OKT. Daar komt extra geld voor beschikbaar en daarover vinden op dit moment gesprekken plaats. Wethouder MOORMAN zegt toe dat zij in ieder geval nog de brief zal sturen naar aanleiding van het verzoek van het lid Von Gerhardt. Daaraan zal zij nog de gevraagde richtlijnen toevoegen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. Als daaraan behoefte blijkt te bestaan, kunnen de toegezegde nadere stukken nog geagendeerd worden voor de raad van 11 oktober.
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
7. Raadsbrief afhandeling motie 497 mondzorgcoaches bij OKTs (VN2023-017745) De VOORZITTER licht toe dat dit een doorgeschoven punt is van de vorige vergadering. Het is geagendeerd op verzoek van het lid Runderkamp van de PvdA. Het lid RUNDERKAMP merkt op dat in de brief expliciet wordt verwezen naar het rapport Gezonde Peutermonden naar aanleiding van onderzoek naar de vraag in hoeverre de inzet van mondzorg op consultatiebureaus effectief is. Het onderzoek is nog niet volledig afgerond, maar toch zijn de resultaten al bekend. Het blijkt inderdaad effectief te zijn om mondzorg in te zetten op consultatiebureaus. Hij vraagt wat nog in de weg staat om de mondzorg daadwerkelijk in te zetten in de jeugdgezondheidszorg. Wethouder MOORMAN antwoordt zij er een groot voorstander van is om de mondzorg tot onderdeel te maken van de zorg voor het welzijn van het jonge kind. Dat zou wat haar betreft liefst in samenhang moeten gebeuren met de mondzorg voor de rest van het gezin. Tandartszorg zou in het basispakket moeten. Er is op dit moment ook krapte in de markt van mondhygiënisten. Het wachten is op een beleidsregel van VWS in 2024. Daarmee zou er een betaaltitel zijn die enorm zou kunnen helpen. Als VWS stappen neemt op dit vlak, zal de gemeente verder gaan met de ontwikkeling. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 8.
Aanvullende informatie bij raadsbrief ‘Versterking dienstverlening aan kwetsbare Amsterdammers door inzet extra rijksmiddelen’ (POK-middelen) (VN2023017747) De VOORZITTER licht toe dat dit punt bij de vorige vergadering is doorgeschoven. Het is geagendeerd op verzoek van het lid Yemane, dat niet aanwezig is. Het lid VAN DER VEEN vraagt hoe de gemeente de bestedingen van de POKmiddelen monitort. Hoe voorkom je dat organisatie wel geld krijgen, maar geen plan hebben. En waarom is er ambtelijk gekozen voor meerdere versnipperde reserves van de POK-middelen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat er geen versnippering is. Alles zit in één egalisatiereserve. Aan alle verschillende organisatieonderdelen, zowel extern als intern, is een goed bestedingsplan gevraagd. De uitvoering kan dan vervolgens gemonitord worden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Onderwijs 9. Terugkoppeling van de uitkomsten van onderzoeken in relatie tot de groei Speciaal Onderwijs en stijging aantal vrijstellingen in Amsterdam (VN2023017746) De VOORZITTER licht toe dat dit punt doorgeschoven is bij de vergadering van voor het zomerreces. Het is geagendeerd op verzoek van het lid Yemane van GroenLinks. Het lid MOLEMA schrikt bij het lezen van de stukken steeds weer van de staat waarin het onderwijs zich bevindt. Zij leest nu dat het aantal doorverwijzingen naar het
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
speciaal onderwijs in Amsterdam in de afgelopen jaren explosief is gestegen, en dan vooral met een stijging van het regulier basisonderwijs naar de cluster 4-scholen. Die stijging bedraag 80% in 2022, afgezet tegen 2018. Hoe is dat mogelijk? Het beleid van dit college, dat er zit vanaf 2018, leidt niet tot een positieve trend in de resultaten. JA21 maakt zich ernstige zorgen over de toekomst van deze kinderen. De wethouder wil meer inzetten op inclusieve scholen en op samenwerking met de partners vanuit het domein onderwijs, jeugd en armoede. Wat bedoelt de wethouder met ‘inclusieve scholen’? JA21 ondersteunt de ambitie van de wethouder om de samenwerking met partners te versterken, maar waarom is die samenwerking tot op heden nog niet optimaal? Uit de raadsinformatiebrief maakt zij op dat de beoogde samenwerking met partners in de thuissituatie sterk is gericht op de bestaanszekerheidsproblematiek. Dit is erg belangrijk, maar in de stukken lees je dat bij 75% van de kinderen negatieve gebeurtenissen in de thuissituatie een rol spelen. Dat kan scheiding zijn, huiselijk geweld, of verwaarlozing. Dat is extreem zorgwekkend en vraagt om een goede aanpak in samenwerking met andere organisaties, die niet op bestaanszekerheid zijn gericht. Uit de dossieranalyse met betrekking tot de toename van vierjarigen in het speciaal onderwijs blijkt dat gezinnen soms hulp weigeren.
In die gevallen wordt maar nauwelijks doorgepakt. Wat gaat de wethouder daaraan doen? En hoe representatief is de aanvullende dossieranalyse in het speciaal onderwijs voor de bredere populatie van doorverwijzingen? Zij vraagt die cijfers uit te splitsen naar de individuele categorieën. Wat gaat de wethouder doen aan deze specifieke problematiek per categorie? Van scholen met veel wisselingen in het leerkrachtenbestand worden meer kinderen doorverwezen. Welke middelen gaat de wethouder inzetten om het verloop op scholen in de risicogebieden zo laag mogelijk te houden? Het lid RUNDERKAMP merkt op dat er een groei is van het aantal leerlingen op het speciaal onderwijs en het aantal afgegeven vrijstellingen. Die eerste tendens is onwenselijk; je wilt dat alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. De inzet moet zijn op inclusief onderwijs. Hij is blij dat de wethouder dat doet, in samenwerking met de scholen en het samenwerkingsverband. Hij ziet uit naar de uitwerking van de ambitie Agenda Passend onderwijs, die er handen en voeten aan moet geven. Er komt een wetswijziging met betrekking tot de vrijstellingen. Het samenwerkingsverband krijgt een rol in de samenhang met de verschillende scholen. De meeste vrijstellingen worden afgegeven aan vijfjarigen. Het college zet in op voorscholen en familiescholen. Die inzet deelt hij.
Hij maakt zich echter zorgen over de kinderen die nog niet de leerplichtige leeftijd hebben bereikt, en niet in zicht zijn bij de voorscholen of de jeugdgezondheidszorg. Hoe doe je het maximale om die leerlingen in beeld te krijgen? Als zij vier jaar worden, zijn ze nog niet schoolvaardig genoeg en krijgen op heel jonge leeftijd een vrijstelling. Het lid WIJMENGA vraagt hoe je voorkomt dat straks een kind zonder vrijstelling zonder onderwijs thuis komt te zitten. Betekent dat een adviserende of een dwingende rol van Leerplicht richting ouders? Of juist een meer dwingende rol richting onderwijs en zorginstellingen om de noodzakelijke aanpassingen te doen? Het lid VAN DER VEEN sluit zich aan bij de gestelde vragen. Hij vraagt zelf naar een verklaring voor de groei van het aantal in stadsdeel Zuidoost en in Nieuw-West. In Nieuw-West is er ook nog een extra aanpak, los van de integrale ambities speciaal voor deze stadsdelen. Waar kunnen ouders terecht voor nood? Is er een noodloket waar ouders terechtkunnen voor schrijnende gevallen? Als dat er niet is, zou er dan wel ruimte voor zijn? Wethouder MOORMAN is het eens met het lid Molema; ook zij schrikt altijd weer van de cijfers. Het gaat niet goed met het Nederlandse onderwijs. Het is niet eerlijk dat het lid Molema dat verengt tot Amsterdam, want het is een landelijk beeld. Het stapelt zich ook op.
Gisteren is er gelukkig besloten tot een loonsverhoging voor het onderwijspersoneel. Te lang hebben leraren op de nullijn gezeten, en nu is er een heel
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
groot lerarentekort. Dit is er het gevolg van. Met minder goed gekwalificeerd personeel voor de klas zullen kinderen eerder worden doorverwezen, terwijl ze misschien niet eens zo’n grote zorgvraag hebben. Het speciaal onderwijs heeft zeker zijn waarde, maar onderliggende problematiek heeft lang niet altijd te maken met een aangeboren zorgvraag Bepaalde omstandigheden maken dat kinderen zich op een andere manier ontwikkelen. Ze hebben extra aandacht nodig, maar die zou gewoon binnen het reguliere onderwijs geboden moeten worden vanuit de gedachte van passend onderwijs. Het is heel zorgelijk dat daarvoor geen ruimte en tijd meer is. Het gebeurt nu dat kinderen met ouders die in een complexe scheiding verwikkeld zijn in het speciaal onderwijs terechtkomen. Ook armoedeproblematiek maakt soms dat kinderen in het speciaal onderwijs belanden. Dat alles blijkt duidelijk uit de dossiers. Het is zaak ervoor te zorgen dat het onderwijs het beter aan kan, wat in de huidige situatie niet eenvoudig is. Daarnaast moet de zorg meer collectiviseren. Alle individuele zorgtrajecten van tegenwoordig zouden terecht moeten komen in het regulier onderwijs. Het speciaal onderwijs wil daarbij ambulante begeleiding bieden, dus op de reguliere scholen. Waarom is dat dit allemaal niet al lang gebeurd? Eigenlijk had het met de invoering van het passend onderwijs moeten gebeuren.
Met de invoering van de Wet passend onderwijs ging het mis, terwijl Amsterdam daarvoor eigenlijk al zelf een vorm van passend onderwijs had. Het heeft te maken met landelijke regelgeving en keuzes in het onderwijsstelsel, zoals de nullijn voor leraren. Er wordt hard gewerkt om deze trend te keren. Inclusieve scholen zijn scholen waar kinderen samen opgroeien, ook als ze andere thuisomstandigheden hebben dan andere kinderen. Zij antwoordt het lid Runderkamp dat bij de vrijstellingen een veelvoud aan vragen spelen. Als gevolg van de coronapandemie zijn er meer mensen gekomen die kinderen binnen hun eigen kring onderwijs willen geven en laten opgroeien. Zij vragen dan een vrijstelling op basis van een titel zoals bijvoorbeeld het paganisme. De ruimte geeft daarvoor wel heel erg veel ruimte. Maar in Amsterdam gebeurt het niet zomaar. Leerplicht zit er behoorlijk bovenop. Er moet wel goed gekeken worden naar de kinderen die inderdaad beperkingen hebben die niet zomaar in het onderwijs kunnen worden opgelost. Er wordt ook wel gewezen op de ontwikkelingen in de medische wetenschap. Kinderen blijven in leven, maar dan wel met een aantal beperkingen. Er speelt dus een veelvoud van factoren bij het verstrekken van vrijstellingen. Het lid RUNDERKAMP heeft specifiek zorgen over kinderen onder de vier jaar, buiten de leerplichtige leeftijd, die niet in beeld zijn.
Als ze dan vier worden, zijn ze niet schoolvaardig genoeg. Daardoor vallen ze dan uit. Wethouder MOORMAN antwoordt dat om die reden sterk ingezet wordt om kinderen in gebieden waar meer kinderen een voorschoolindicatie hebben, ook daadwerkelijk naar de voorschool te laten gaan. Daarvoor zijn er bijvoorbeeld afspraken gemaakt met MOC Kabouterhuis. Zij antwoordt het lid Wijmenga dat Leerplicht nooit een dwingende rol heeft. Het is een adviserende rol. Zij antwoordt het lid Van der Veen dat er een ongelijke verdeling is van de tekorten over de stad. Ook is er een ongelijke verdeling van de problematiek over de stad. Pijnlijk is het te zien dat er in Nieuw-West en Zuidoost sprake is van een verdubbeling van het aantal verwijzingen naar het speciaal onderwijs in twee jaar tijd. Het samenwerkingsverband is het noodloket. Het lid VAN DER VEEN vraagt of er tegenover die verdubbeling een extra aanpak staat. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er heel intensief gesproken wordt. In de onderwijsambities staan stevige afspraken over inclusief onderwijs. Daarbij zijn het speciaal onderwijs, de samenwerkingsverbanden en ook de zorgorganisaties verbonden. Er is ook de Ontwikkelagenda, of de Coalitie Jeugd en Gezin.
Het is goed te zien dat het speciaal onderwijs expliciet de verbinding zoekt met het regulier onderwijs en aangeeft dat het speciaal onderwijs niet in staat is om al die kinderen op te vangen.
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. 10. Jaarverslag toezicht en handhaving kinderopvang gemeente Amsterdam 2022 (VN2023-017748) Het lid WEHKAMP herinnert aan de gastouders die vorige commissievergadering aan de orde kwamen. Er is een dalende lijn in het aantal voorzieningen voor gastouderopvang. Zij vraagt hoe de wethouder dat ziet. Is dit geen kans om het aantal kinderopvangplekken omhoog te krijgen? Zij vraagt verder of de gemeente goed zicht heeft op de tekorten. In het jaarverslag staat veel over veiligheid, maar in Noord bleek haar uit een kleine persoonlijke steekproef dat heel wat vrouwen eigenlijk meer kinderopvang zouden willen dan nu mogelijk is. Zij vraagt of de gemeente daar zicht op heeft. Zij heeft er schriftelijke vragen over gesteld in de raad en is benieuwd naar de beantwoording. De vragen gingen erover of de norm gehaald wordt in oudere gebieden. Er kunnen lessen getrokken worden van de leraren, bijvoorbeeld met de zijinstroom van medewerkers. Mensen die nog geen hele bevoegdheid hebben, willen die misschien wel krijgen. Hoe ziet de wethouder de kansen voor het bevorderen van de zijinstroom? Het lid VON GERHARDT merkt op dat veel ouders zich zorgen maken als ze hun kind naar de kinderopvang brengen. Bij 14,4% van de kinderopvanglocaties is er ook echt reden tot zorg.
In het rapport zie je ook dat het aantal handhavingsverzoeken is gestegen in het afgelopen jaar. Dat is niet een tendens die ouders prettig vinden. De trend zou dus omgekeerd moeten worden. Hij vraagt hoe het kan verbeteren, rekening houdende met het oplopende personeelstekort. De kinderopvanglocaties moeten niet rood of oranje zijn, maar in het groen terechtkomen. Het lid WEHKAMP vraagt of de VVD hierover zelf ideeën heeft. Het lid VON GERHARDT heeft zeker ideeën over het oplossen van het personeelstekort. Zijn fractie is over het personeelstekort al met voorstellen gekomen, maar die werden niet enthousiast ontvangen door het college. Het lid WEHKAMP merkt op dat de suggestie van de VVD was om woningen beschikbaar te maken voor kinderopvang. Later trok de VVD dat voorstel weer terug. Het lid VON GERHARDT blijft erbij dat medewerkers van de kinderopvang behoren te vallen onder ‘maatschappelijke beroepen’. De VVD is een groot voorstander van het ruimer beschikbaar stellen van woningen voor maatschappelijke beroepen. In dit jaarverslag mist hij informatie over waarop de handhavingsverzoeken betrekking hadden. Wat gaat er precies mis? Heeft de gemeente die informatie? Het lid ABDI is benieuwd hoe de wethouder aankijkt tegen het personeelstekort.
Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij graag zou zien dat kinderopvang gewoon ‘voorschool’ wordt, een ontwikkelingsinstrument voor kinderen. Het zou ontspanning in de samenleving geven als mensen weten dat hun kinderen een goede start maken, en ouders tegelijkertijd in alle rust hun werk kunnen doen. In 2002 is er een historische fout gemaakt door van de kinderopvang een commerciële sector te maken, en nu plukt men de zure vruchten. Je kunt veel minder goed sturen omdat het geen publieke dienst is. Ook toen zijzelf baby’s had, was er een enorm tekort bij de kinderopvang. Je blijft dan een dag meer thuis, terwijl je dat eigenlijk niet zou willen. Of iemand anders moet komen oppassen. De echte vraag krijg je dus niet in beeld. Zij gelooft dat cultuur de structuur volgt. Als je wilt dat er meer arbeidsparticipatie komt van vrouwen, zul je moeten
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
zorgen dat de structuur daarvoor op orde is. Minister Van Gennip trok om die reden aan de noodrem over het gratis maken van kinderopvang, omdat dat tot meer arbeidsparticipatie en meer vraag zou leiden. Er is dus eigenlijk ook een heel grote verborgen vraag die de personeelstekorten weer zal aanjagen. Het lid WEHKAMP vraagt of onderzocht kan worden hoe je die vraag zou kunnen onderzoeken. Wethouder MOORMAN vindt dat iets voor het Rijk, want als zij het doet, wil de raad ook iets met de uitkomst. En dan staat zij met lege handen. Zij zal de vraag doorgeleiden naar minister Van Gennip. Er worden stappen genomen met betrekking tot zij-instroom. Met het ROC wordt gesproken over het eventueel starten van een extra opleiding mbo2. Het lid KABAMBA wijst erop dat deze stad heel veel werkende vrouwen heeft. En ook veel vrouwen die dreigen niet te kunnen werken vanwege deze tekorten en de verhoogde kosten. Een lokaal onderzoek zou landelijk een signaal kunnen betekenen om het op te pakken. Zou de verantwoordelijke wethouder van Amsterdam daarnaar willen kijken? Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij hiervoor niet verantwoordelijk is. Zij is het helemaal eens over het belang ervan, maar de verantwoordelijkheid ligt elders. De gemeente doet al heel veel extra. Het lid KABAMBA merkt op dat in Amsterdam al heel wat wordt uitgegeven aan alternatieven.
Bijvoorbeeld een buurvrouw, maar ook bedrijven die precies hetzelfde aanbieden, maar daar meer voor vragen. Zo’n onderzoek zou kunnen laten zien hoe het geld teruggebracht kan worden naar organisaties in de stad, in de vorm van personeel. Daarmee kan de visie dat de kinderopvang ook onderwijs biedt wat dichterbij komen. Wethouder MOORMAN wijst op de beperkingen in capaciteit en verantwoordelijkheden. De gemeente moet zich dus vooral richten op dingen waarop ze daadwerkelijk kan sturen. Hier kan zij niet op sturen. Zij wil het verzoek doorzetten naar de minister, maar zij kan niet elke nieuwsgierige vraag blijven honoreren. Het lid KABAMBA ziet het niet als een nieuwsgierige vraag. Er is een tekort en er moet een creatieve manier gevonden worden om dat aan te pakken. Er moet een manier gevonden worden om in kaart te brengen om hoeveel het gaat, zodat je er iets mee kan doen. Wethouder MOORMAN heeft de indruk dat het lid Kabamba het heeft over illegale kinderopvang, waar geen overheidsgeld naartoe gaat. Er wordt gekeken hoe de kansen zo goed mogelijk benut kunnen worden, ook via zij-instroom. In Zuidoost spreekt men over het inzetten van mensen uit de culturele sector in de bso. Er wordt dus wel degelijk op een creatieve manier gezocht naar oplossingen.
Het lerarentekort heeft deels te maken met de personeelstekorten in de kinderopvang, want een leraar kan soms niet meer werken omdat er geen kinderopvang is. Alles grijpt in elkaar. Daarom is het noodzakelijk dat het Rijk er op een integrale manier naar kijkt. Als er meer handhavingsverzoeken komen, gaat het inderdaad een verkeerde kant op. Maar Amsterdam loopt erg voor met de manier waarop het toezicht wordt uitgeoefend. Amsterdam is veel strenger dan andere gemeentes, en ook veel transparanter. Amsterdam is de enige gemeente die de profielen gewoon laat zien. Deze zomer heeft zij stevig ingegrepen bij een kinderopvangorganisatie, zodanig dat men de deuren moest sluiten. Soms ook is het wat minder erg, en gaat het over administratieve kwesties. Het werk moet ook goed verantwoord worden. De gastouderopvang is meestal van minder goede kwaliteit dan de reguliere kinderopvang, maar voor sommige mensen is het een uitkomst, zeker als het gaat om niet-reguliere werktijden. Inderdaad is er een terugloop bij de gastouderopvang. Er
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
worden verschillende dingen gedaan. Er zijn bijeenkomsten waar kennisdeling plaatsvindt tussen gastouders, en gastouders met elkaar in contact worden gebracht. Bekeken wordt hoe de gastouderopvang versterkt kan worden, bijvoorbeeld door middel van een opleiding. Het lid VON GERHARDT hoort de wethouder zeggen dat het verschillende dingen kunnen zijn. Hij vraagt of die cijfers bekend zijn, dus in welke mate bepaalde dingen voorkomen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de meest voorkomende overtredingen zijn: VOG te laat, handelen volgens eigen veiligheid en gezondheidsbeleid, de inzet van te weinig gekwalificeerde beroepskrachten voorschool. Het is gestegen van 9% naar 9,3%, dus het is nog steeds heel laag. Tweede termijn Het lid KABAMBA verduidelijkt dat zij het niet had over illegale kinderopvang. Zij doelde op online-mogelijkheden om een oppas te krijgen die het werk doet van een kinderopvang of van een gastouder. Sommige ouders maken daarvan gebruik omdat ze op een wachtlijst staan van soms wel zes maanden, terwijl ze moeten werken. Het is dus niet illegaal, maar gewoon een bedrijf dat je betaalt. Het valt alleen niet onder kinderopvang, dus de gelden gaan ook niet naar het personeelstekort in de kinderopvang. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het heel ingewikkeld wordt als zij alle oppas gaat zien als kinderopvang.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 12.32 uur.
28