Definitief verslag OZA 13 09 2023
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Raadscommissieverslag, 13 september 2023
Definitief verslag Vergadering
Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Vergaderdatum Woensdag 13 september 2023 van 09.00 tot uur in de Willem Kraanzaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 4 oktober 2023 Voorzitter: het lid Nanninga Portefeuillehouders: de wethouders Moorman en Scholtes Commissiegriffie: A. G. Hoff, K. van Klooster Verslaglegging: M. Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de leden Abdi (PvdA), Alberts (SP), Bouhassani (PvdA), Didderen (Partij voor de Dieren), Von Gerhardt (VVD), Haijen (SP), Hakiki (DENK), De Jong (JA21), Kabamba (Lijst Kabamba), Molema (JA21), Runderkamp (PvdA), Smits (Volt), Staartjes (VVD), Yemane (GroenLinks), Van der Veen (GroenLinks), Wehkamp (D66), Wijmenga (CDA), Williams (D66), Yacoubi (DENK) Afwezige commissieleden: de leden Van Pijpen (GroenLinks), Yemane (GroenLinks) Overige aanwezigen: D. Peijnenburg, L. Heukelom, N. Kramp, A. Daalder (Rekenkamer), C. de Blok (Rekenkamer)
ALGEMEEN GEDEELTE
1. a. Opening De VOORZITTER opent de vergadering om 09.03 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER meldt het volgende. • Wethouder Scholtes en het lid Kabamba komen iets later. • Zij heet de heer Staartjes van de VVD van harte welkom als nieuw lid van de commissie. • Vanaf deze vergadering zullen de leden van de ondersteuning ieder uur via de app een update ontvangen van de resterende spreektijden. Het lid SMITS legt uit dat zij voor de zomer nog ‘Van Laake' heette. Sinds haar huwelijk heeft zij de naam van haar man overgenomen. Wethouder MOORMAN heeft een mededeling over het leerlingenvervoer. Vorig jaar is men gestart met een groot probleem in het leerlingenvervoer. Er zijn toen allerlei maatregelen genomen. Voor de zomer bleek het gelukkig beter te gaan, maar het was nog spannend omdat het seizoen weer begon en de chauffeurs elders konden werken, bijvoorbeeld in het taxivervoer. Nu gaat het dan toch echt goed. Alle 393 routes behalve één zijn bemenst. Zij complimenteert de vervoerder Munckhof die er hard aan heeft
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
getrokken. Ook de scholen en schoolbesturen laten positieve geluiden horen over hoe het gaat. Er zijn nog een paar routes met vertragingen door ziekte van de chauffeur. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER maakt melding van het verzoek van het lid De Jong om de agendapunten 3 en 4 gevoegd te behandelen. Het lid Wehkamp verzoekt om agendapunt 6 daar ook bij te voegen. Het lid Van Pijpen heeft verzocht om agendapunt 11 door te schuiven naar de volgende vergadering. Zij vraagt of de commissie met deze voorstellen instemt en constateert dat dat het geval is. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. De VOORZITTER schorst de vergadering om technische redenen van 09.0809.11 uur. d. Conceptverslag van de vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 12 juli 2023 Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Er worden geen opmerkingen gemaakt. f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking bij de vergadering van 4 oktober a.s. De motivatie is verstuurd met de dagmail. • TKN-2 op verzoek van het lid Yemane van GroenLinks. • TKN-6 op verzoek van de leden Van Pijpen van GroenLinks en Staartjes van de VVD. De brief waarnaar in deze raadsinformatiebrief wordt verwezen, zal bij de stukken gevoegd worden.
• TKN-7 op verzoek van de leden Staartjes van de VVD, Runderkamp van de PvdA en Van Pijpen van GroenLinks. • TKN-11 op verzoek van de leden Hakiki van DENK en Yemane van GroenLinks. Zij constateert dat de commissie met de verzoeken akkoord gaat. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen. INHOUDELIJK DEEL 2. a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk gedeelte van de vergadering.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
b. Inspreekmoment publiek Bij agendapunt 5 D. PEIJNENBURG spreekt namens UVA Minds. Zij leest in haar reactie dat het snoeien op het aantal aanbieders in de ESJH met deze gunning succesvol is geweest. Grote groepen jeugdigen zouden door de huidige vier gecontracteerde partijen, het OKT of de sociale basis, kunnen worden geholpen. Maar met het scheiden van het kaf van het koren wordt nu een tekort gecreëerd in de Specialistische Jeugd-ggz. Een sector waarin gewerkt wordt volgens wetenschappelijke standaarden en waar opleiding en onderzoek een belangrijke plek heeft, waar GZ-psychologen, klinisch psychologen en medische disciplines zijn die specialistische behandelingen kunnen uitvoeren bij kinderen en gezinnen die het nodig hebben. Al zes maanden heeft de vijftienjarige Kevin last van nachtmerries. Hij slaapt daardoor slecht. Hij is prikkelbaar, afgevlakt en somber. Hij trekt zich terug van vriendschappen, spijbelt regelmatig van school en wil al maanden pertinent niet naar de voetbalvereniging. Onduidelijk blijft waarom. Als zijn moeder vraagt wat er aan de hand is, gooit hij de deur voor haar dicht. Kevin wordt aangemeld bij een van de gegunde partijen en krijgt ongeveer vier maanden ambulante begeleiding. Het doel daarvan is om hem weer te activeren. Ondanks de inzet van de begeleider nemen de klachten alleen maar toe.
Kevin gaat niet meer naar school en heeft angstaanvallen. Meerdere malen geeft Kevin aan dat hij niet meer wil leven. Zijn moeder voelt zich machteloos en meldt zich ziek op haar werk. De ambulante begeleider vermoedt dat er iets onderliggends aan de hand is. Kevin en zijn moeder krijgen niet de behandeling die nodig is. Stel dat Kevin was aangemeld bij een van de niet-gegunde SGGZ-partijen. Dan zou een BIG-geregistreerde professional diagnostiek toepassen en tot de classificatie PTSS komen. De PTSS ontstond door een nare gebeurtenis op zijn voetbalclub. PTSS is effectief te behandelen, vaak maar in enkele sessies. De behandeling kan uitgevoerd worden door die BIG-geregistreerde professionals. Door die behandeling is Kevin in zes weken klachtenvrij, gaat weer naar school en pakt zijn sociale leven weer op. Ondertussen wordt in gezinsbehandeling gewerkt aan Kevin en zijn moeder. Het lukt Kevin te vertellen aan zijn moeder, die haar zoon daarmee kan ondersteunen. Kevin pakt uiteindelijk zelfs het voetballen weer op. Zijn moeder kan haar werk weer oppakken. Met het wegsnijden van de SGGZ wordt veel minder gewerkt volgens wetenschappelijk onderbouwde methodes waarmee de effectiviteit en kwaliteit van de behandeling afnemen. De problematiek wordt zo complexer, en de kosten en de wachttijden nemen toe.
Kinderen en ouderen zoals Kevin en Anja zullen dan niet de behandeling krijgen die nodig is en helpt. Het lid VAN DER VEEN vraagt of de ambulant begeleider die Kevin en zijn moeder begeleidt ook bij een organisatie kan werken waar behandelaren zoals een orthopedagoog of een psycholoog actief zijn. Die kunnen dan wellicht meedenken bij de casus. D. PEIJNENBURG denkt dat dat kan. Maar als je kijkt naar het aantal (klinisch) psychologen die daarvoor nodig zijn, zal er na de gunning een enorm tekort optreden. Het is er dus wel, maar heel veel minder, wat invloed krijgt op de geleverde kwaliteit van zorg. Het lid DIDDEREN vraagt hoe het kan dat er zo’n groot verschil is tussen enerzijds wat zorgprofessionals aan problemen zien, en anderzijds wat het college zegt, dus dat het allemaal wel losloopt. D. PEIJNENBURG denkt dat er onvoldoende is gekeken naar de hoeveelheid SGGZ in verhouding tot de ingekochte begeleiding. Er is dus onvoldoende gekeken
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
binnen de ESJH naar het aanwezige en benodigde zorgaanbod, en wat er uiteindelijk is gegund. L. HEUKELOM is ggz-psycholoog en psychotherapeut bij Kinderpraktijk Amsterdam. Zij heeft deelgenomen aan de aanbesteding samen met Praktijk Rood. De wethouder zegt dat 8000 kinderen die zich jaarlijks melden voor ESJH vanaf 2024 nog steeds de juiste zorg zullen krijgen. 1000 via het OKT, 6000 via ESJH en 1000 binnen HSJH. Er is echter helemaal geen onderzoek gedaan naar de match tussen het aantal zorgvragen, het zorggebruik en het aanbod dat daarvoor nodig is. Hoe verwacht de gemeenten duizend kinderen onder te brengen bij het OKT, terwijl tot op heden onbekend is wat het basistakenpakket is van het OKT en welke diagnostiek en behandeling daar precies plaatsvindt? De duizend extra kinderen bij de HSJH zullen achter aansluiten bij de lange wachtlijsten. Bekend is dat de mentale gezondheid van jeugdigen, jongeren en jongvolwassenen enorm is verslechterd. Er is daarvoor niet voldoende volume, kennis en deskundigheid binnen ESJH gecontracteerd. In het OKT en bij drie van de vier stadsbreed gegunde partijen werken voornamelijk medewerkers met SKJ-registraties, en weinig tot geen met een BIGregistratie. Hulpverleners met een SKJ-registratie hebben minder opleiding voor specialistische jeugdhulp. Ze hebben een hbo-opleiding, of een universitaire basisopleiding.
Ze mogen geen classificatie stellen, bijvoorbeeld voor een angst- of een eetstoornis. Ze hebben altijd een BIG-geregistreerde professional als regiebehandelaar bij zich nodig. Voor hun focus op ambulante begeleiding en coaching is een SKJ-registratie prima. Maar om specialistisch te behandelen is een BIG-registratie nodig, te behalen door een postdoctorale opleiding af te ronden van minstens twee jaar naar een universitaire master. Behandeling is echt wat anders dan coaching of begeleiding. Hiermee doelt zij op diagnosticeren en behandelen van ernstige problematiek van angststoornis, trauma’s, depressies of suïcidale uitingen. De huidige aanbestede partijen bieden maar een enkele BIG-opleidingsplek. Door de keuze van de gemeente vallen zo’n 25 opleidingsplekken per jaar weg. Noodzakelijke kennis en kunde gaan hiermee blijvend voor de jeugd-ggz in Amsterdam verloren. Door de keuze van de gemeente is het risico groot dat pleisters op schijnbaar oppervlakkige wonden worden geplakt. Die worden dan niet behandeld, gaan verder ontsteken. Uiteindelijk worden daarmee de problemen en zorgkosten vele malen groter. Het lid ABDI begrijpt van de inspreker dat bepaalde expertise in deze aanbesteding ontbreekt. Waarop baseert zij dat? En waarom is het haar en haar collega’s niet gelukt om succes te hebben in de deze aanbesteding? L.
HEUKELOM antwoordt dat zij de indruk heeft dat de gemeente geen onderscheid heeft gemaakt tussen de SKJ-medewerkers en die met een BIG-opleiding. Het lijkt alsof de gemeente gekeken heeft of de medewerkers een registratie hebben, maar zonder onderscheid te maken tussen de verschillende soorten registraties. Het lid SMITS vraagt of de inspreker een oplossing weet voor het wegvallen van de opleidingsplekken. L. HEUKELOM antwoordt dat daarvoor niet zomaar een oplossing te bedenken is. Om een dergelijke opleiding te mogen bieden moet je aan verschillende voorwaarden voldoen. Er moet voldoende personeel zijn (in ieder geval twee ggz-psychologen) dat de registratie heeft voor ten minste vijf jaar. Behandelingen moeten op een bepaalde manier evidence based vormgegeven worden. Dat geldt ook voor ambulante begeleidingen, maar een ggz-psycholoog biedt een ander soort behandeling. Het vormgeven van een dergelijke opleiding kost een aantal jaren. Je zou kunnen denken aan een onderaannemerschap waarbij professionals bij de instellingen instromen die niet gegund zijn. Tegelijkertijd zullen die instellingen ook moeten kijken hoe het verder moet. Ze zullen er niet heel veel ruimte voor kunnen maken,
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
want ze zullen zich op een andere doelgroep moeten gaan richten. Kinderpraktijk Amsterdam heeft zelf twee opleidingsplekken toegekend gekregen die volgend jaar beginnen. Die gaan zich op volwassenen richten en zijn dus verloren voor de stad. Het lid WEHKAMP vraagt wat de inspreker bedoelt met personeel dat ten minste vijf jaar de registratie heeft. L. HEUKELOM antwoordt dat op een opleidingsplek in ieder geval twee ggzpsychologen dienen te werken die 50% op dezelfde locatie zitten als de degenen in opleiding. Deze ggz-psychologen moeten om werk- en praktijkopleider te mogen zijn die opleiding zelf minstens vijf jaar tevoren afgerond te hebben. N. KRAMP is directeur bedrijfsvoering bij Arkin en goed op de hoogte van het netwerk jeugd-ggz van de Sigra. Ook is zij kernpartner HSJH. Bij Arkin heeft 50% van de jeugdigen die momenteel op intake komen in het kader van HSJH een doodswens. De afgelopen maanden zijn de meldingen van jongeren onder de achttien jaar bij haar psychiatrische crisisdienst verdubbeld. Binnen de HSJH is voor ernstige psychiatrische problematiek, zoals suïcidaliteit, gender- en eetstoornissen, en verslavingsproblematiek weinig aanbod beschikbaar. Tenzij er sprake is van een acute crisis komt een kind standaard op een wachtlijst van vijf maanden tot een jaar.
Door deze gunningsbeslissing ESJH valt een belangrijk deel van de ggzinfrastructuur tussen preventie en de HSJH in het Amsterdamse jeugdhulpstelsel weg. Als HSJH-partner maakt Arkin zich grote zorgen over het verergeren van psychologische en psychiatrische klachten en de toename van de crisogeniteit bij kinderen en jongeren. De wachtlijst neemt daarmee toe. Zij vindt dat contractering van ggz-zorg binnen ESJH noodzakelijk is om te voorkomen dat deze problematiek bij jeugdigen verder gaat verergeren en dat deze expertise verdwijnt naar andere regio’s, of naar de volwassenenggz. Dat is nu ook al aan de hand. Een dergelijke structuur kan je niet zomaar weer opbouwen. Dit proces is dan onomkeerbaar. Het lid ABDI vraagt waarom de inspreker ervan overtuigd is dat het nu gecontracteerde aanbod geen dekkend zorglandschap biedt. Zij vraagt ook meer toelichting op de beweringen die gedaan worden over de SKJ- en BIG-verdeling. N. KRAMP antwoordt dat de selectiecriteria in de aanbesteding gingen over het hebben van voldoende capaciteit en van een voldoende vormgegeven disciplinemix. Percentages en registraties waren er geen onderdeel van. Met één ggz-psycholoog in het team kan je aanvinken dat je een BIG-registratie hebt rondlopen, maar de verhouding moet volgens ggz-standaarden 70% BIG zijn en misschien 30% SKJ.
Het lid ABDI vraagt of er volgens de inspreker binnen het nu gecontracteerde aanbod onvoldoende ggz-zorg is. N. KRAMP bevestigt dat. Zij vindt ‘onvoldoende’ nog te zwak. Het moet ‘bijna geen’ zijn. Het lid ABDI vraagt of de inspreker bekend is met de nu gecontracteerde partners. N. KRAMP antwoordt dat zij die heel goed kent. Zij heeft bij een van hen gewerkt. Het lid VAN DER VEEN vraagt hoe de inspreker kijkt naar het leren praten over suïcide, het normaliseren van de problematiek en het gesprek over mogelijke hulp. Een maatschappelijk werker kan ook het gesprek over suïcide aangaan. N. KRAMP antwoordt dat dit ook door de ggz-partijen gebeurt. Zij is erg voor de weg die de wethouder op wil, met het normaliseren en demedicaliseren. Dat is ook waarom zij SKJ-geregistreerde professionals, hbo-opgeleide mensen in huis heeft. Haar
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
organisatie staat dicht bij de mensen. Aan die andere beweging van de wethouder werkt zij volop mee. Maar tegelijkertijd heb je ook de kennis en kunde nodig vanuit de ggz. Het lid DE JONG vraagt of de spreiding over de stad goed geregeld is, wanneer je kijkt naar de stadsdelen en het aanbod dat gegund is in de ESJH. N. KRAMP antwoordt dat de ggz meer mag worden verspreid. De ggz is nu niet gegund en dus helemaal weg. Zoals het voorheen gegund was aan Arkin, had het meer gespreid mogen worden. Dat was nu juist een aanbeveling van Arkin aan de gemeente om op te nemen in de selectiecriteria. Arkin zit zelf in Noord, Zuid, Oost en West, dus in de hele regio. Het lid VAN DER VEEN vraagt waarom Arkin geen bezwaar heeft gemaakt, of een kort geding heeft aangespannen. N. KRAMP antwoordt dat diverse juristen en advocaten in de organisaties ernaar gekeken hebben. Zij heeft waardering voor de procedure zoals die ingericht is. Die was heel zorgvuldig dichtgetimmerd. De conclusie was dat er juridisch geen mogelijkheden waren. Daarbij komt dat de organisaties in kwestie niet graag juridische procedures starten. En als je dan in bezwaar wilde gaan, moest dat onmiddellijk via een kort geding gebeuren. Dat kost heel veel geld, wat veel partijen niet hebben. Het lid ABDI voelt toch enig ongemak.
Er is een aanbestedingsproces doorlopen, maar zij krijgt geen goed antwoord op de vraag waarom Arkin en andere partijen het niet zijn geworden. De partijen die het wel zijn geworden, hebben het aanbestedingsproces doorlopen, gebaseerd op de doelstellingen die de raad wilde. Waarom is het voor Arkin niet gelukt? Waarom is Arkin niet in bezwaar gegaan? Waarom is Arkin ervan overtuigd dat het gegunde aanbod niet goed is voor de stad? N. KRAMP antwoordt dat zij niet in bezwaar is gegaan omdat er procedureel geen juridische mogelijkheden lagen. Een kort geding indienen kost daarbij heel veel geld. Zij kent haar collega’s door en door en weet precies welke professionals met welke deskundigheid binnen welke organisatie werkten. Je kunt het op de website gewoon vinden en het aantal BIG- en SKJ-geregistreerde professionals tellen. Je kunt dan constateren dat bij de huidige vier gecontracteerde partijen niet meer dan zo’n 15% BIGgeregistreerde professionals werken. Dan kan je volgens de richtlijnen geen professionele ggz uitvoeren. Zij zit hier als kernpartner en maakt zich zorgen dat het middendeel verdwijnt terwijl de problematiek alleen maar toeneemt. Het lid ALBERTS vraagt of zij het goed begrepen heeft. De inspreker heeft haar waardering uitgesproken over het hele traject, maar maakt zich enorme zorgen over het effect dat het heeft op kinderen met een zorgvraag.
Daarbij wijst de inspreker met name op het middensegment. Klopt deze samenvatting? N. KRAMP antwoordt dat de aanbesteding procedureel goed doorlopen is. Arkin heeft in een voorstadium, samen met andere partijen, geholpen om criteria op te stellen. Een heel groot deel van die punten is echter niet in de aanbesteding terechtgekomen. Op dat punt is zij dus niet tevreden. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingebracht. d. Rondvraag
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
Het lid SMITS begreep dat het niet meer mogelijk is in Amsterdam om een afspraak te maken voor de tweede prik van de HPV-vaccinatie. Je kunt alleen in andere gemeentes afspraken daarvoor maken, of gebruikmaken van het inloopspreekuur. Voor sommige jongeren blijkt dat reden om de prik maar niet te halen. Ze willen niet in de rij staan voor het inloopspreekuur. Heeft de wethouder deze signalen ontvangen? Zou het niet beter zijn om de mogelijkheid te geven om een afspraak te maken in Amsterdam? Wethouder SCHOLTES verwijst naar de brief die hij stuurde over de vaccinatiegraden, die alarmerende vormen beginnen aan te nemen. Het klopt dat er op dit moment in Amsterdam relatief weinig aanbod is aan HPV-vaccinaties. Overigens hebben jongvolwassenen die in januari de eerste prik kregen, de oproep gekregen voor de tweede. In Amstelveen is relatief veel aanbod omdat de oude COVID-locaties daar nog bestaan. Voor zover hij weet kan het in Amsterdam voorkomen dat je bij het maken van een afspraak niet op dezelfde dag terechtkunt, maar dan vaak wel later in de week. In Amstelveen kan men wel vaak snel terecht. Het aanbod in Amsterdam zal verder uitgebreid worden. In oktober komen er twee grotere locaties bij, een in Nieuw-West en een ander in Noord. Verder wordt gebruikgemaakt van verschillende locaties, voortbouwend op wat in de zomer is gedaan. Er is ook nog de HPV-vaccinatiebus.
De campagne voor de gratis tweede prik is verlengd tot en met mei 2024. Het optimale interval tussen eerste en tweede prik bedraagt zes maanden, maar vijf maanden voldoet ook. Jongvolwassenen kunnen tot eind december voor de eerst prik komen om de tweede nog gratis te kunnen krijgen. Het lid HAKIKI merkt op dat er een nieuwe islamitische basisschool is geopend in Noord, genaamd Elif. Die school moet schoolruimte delen met De Botteloef, die valt onder ASKO. Men zou ruimte beschikbaar maken, wat echter niet tijdig is gebeurd. De kinderen van de islamitische school zijn daarvan de dupe. Haar fractie vindt dat onacceptabel. Na de coronacrisis komt elke dag gemist onderwijs extra hard aan. Hoe heeft het college gehandeld? Het ASKO zegt tegen Het Parool dat de leslokalen zijn afgestemd in goed overleg met de gemeente. Zij vraagt waarom het niet is gelukt om de lokalen op tijd vrij te maken en waarom ASKO niet heeft geageerd. Waarom heeft het college de lokalen niet gevorderd? Zij vraagt naar de mening van de wethouder over het handelen van ASKO. Deelt zij de mening van DENK dat elke dag gemist onderwijs onacceptabel is? Wethouder MOORMAN antwoordt dat men in Noord al langere tijd te maken heeft met een scholenschuif, waarbij sommige scholen sterk groeien en andere krimpen. De ruimte is sowieso beperkt, en moet door de scholen gedeeld worden.
Elif is een school in Noord die groeit en is gevestigd in De Botteloef, die een krimpende school is met teveel ruimte. Het college heeft bij ASKO aangegeven dat er vier lokalen vrijgemaakt moeten worden voor Elif, waarvan twee onmiddellijk vrij moesten komen, en daarnaast één vlak na de zomer en één bij Kerstmis. ASKO bleek daar eind van de zomer niet aan voldaan te hebben. Elif moest daarom besluiten de school een dag langer de school gesloten te houden voor de kinderen. Dat is inderdaad niet goed. Er is voortdurend contact met de beide schoolbesturen en inmiddels zijn de lokalen beschikbaar gesteld. De schoolbesturen zullen ook in de toekomst aangesproken worden op het grote belang van collegialiteit en samenwerking. Het lid WEHKAMP is op bezoek geweest bij Elif. Naar zij begreep zijn de kinderen een week thuis gehouden, dus meer dan die ene dag. Er moet nog een vierde lokaal worden opgeleverd. Hoe voorkom je dat daarbij weer hetzelfde gebeurt? Welke rol speelt de gemeente bij de verdeling van de lokalen? De leraren hebben zelf ook geen ruimtes. Er schijnt een muur te zijn gemetseld in de lerarenkamer. Het is goed dat de gemeente mediation aangeboden heeft. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er officieel geen recht bestaat op een lerarenkamer, maar het is natuurlijk erg vervelend als men het blokkeert. Niet voor niets is
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
mediation aangeboden. Het is begrijpelijk dat het voor een school niet leuk is als ze krimpt, en dat zelfs tot onder de opheffingsnorm. Zij verwacht echter dat de schoolbesturen collegiaal met elkaar omgaan, en dus ook ruimte geven aan scholen die groeien. Het is krap in Noord, waarover dan ook goede afspraken moeten worden gemaakt. Daarover worden gebiedssessies gehouden. Zij verwacht van de schoolbesturen dat zij zich aan de afspraken houden. Als een schoolpersoneel een andere richting kiest, moet het schoolbestuur de betrokkenen daarop aanspreken. Hierover worden stevige gesprekken gevoerd met ASKO, het schoolbestuur in kwestie. Zij verwacht van ASKO dat het opgelost wordt. Er mogen niet onnodig schooldagen verloren gaan voor kinderen die het erg nodig hebben. Het lid VAN DER VEEN vroeg zich af hoe menstruatiepijn voelt. Gisteren werden mannelijke Tweede Kamerleden in de gelegenheid gesteld dat aan den lijve te ondervinden door middel van een vest dat de krampen stimuleert. De organisatie Women Inc. wil daarmee aandacht vragen voor menstruatie gerelateerde aandoeningen. Onderzoek wijst uit dat acht op de tien vrouwen tussen de 18 en 55 jaar ongemakken ervaren rondom de menstruatie. Dat leidt soms tot veel belemmeringen en problemen. Hij stelt voor met het vest in kwestie ook eens in de gemeenteraad te experimenteren.
Misschien kunnen wethouder Scholtes en hijzelf het voortouw nemen. Wethouder SCHOLTES is zeker bereid om samen met het lid Van der Veen dat vest om te doen. Het is goed als mannen zich meer bewust zijn van menstruatiepijn en dat het onderwerp bespreekbaar is. Hij wacht een voorstel van het lid Van der Veen af. BESPREEKPUNTEN Jeugd(zorg) 3. Kennisnemen van het rapport Preventieve jeugdhulp in Amsterdam van de rekenkamer, en de aanbevelingen overnemen. (VN2023-018343) 4. Amsterdam ondersteunt preventieve jeugdhulp minimaal (VN2023-018175) 6. Gunning contracten voor Aanvullende Preventieve Opgroei- en Opvoedondersteuning (VN2023-017751) De VOORZITTER verwelkomt aan tafel mevrouw A. Daalder en mevrouw C. de Blok, die een korte toelichting komen geven op het rapport van de Rekenkamer. Na die toelichting kunnen vragen gesteld worden vanuit de commissie. Daarna is er de reguliere behandeling. A. DAALDER (Rekenkamer) herinnert aan de technische sessie van gisteravond, waarbij al een aantal vragen van commissieleden zijn beantwoord. Er is door de Rekenkamer onderzoek gedaan naar de preventieve jeugdhulp binnen de stichting OKT. Daarbij gaat het concreet om de preventieve taken die binnen een bredere opdracht worden uitgevoerd. Het bleek dat de gemeente het OKT maar beperkt ondersteunt bij de uitvoering van die preventieve opgave.
Het is beperkt in het geven van richting, in beleid en in opdracht. Er wordt ook nauwelijks gemonitord op de preventieve opgave bij het OKT. In de sturing is maar weinig aandacht voor de preventieve taken. De uitvoering van de preventieve taken vindt plaats binnen het complete pakket, en dat met gegeven van de complexiteit binnen het veld. De preventieve taken zijn daarom kwetsbaar, en dat is onvoldoende in beeld bij de gemeente. De aanbevelingen van de Rekenkamer zijn daarom gericht op het leren en verbeteren van de beleidscyclus. Er zou een verbetering plaats kunnen vinden van de
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
beleidscyclus, wat van beleidsvorming gaat tot aan de evaluatie. Ook de contractcyclus behoeft verbetering, waarbij het gaat van opdrachtformulering tot evaluatie en bijsturing. De Rekenkamer vindt het heel positief dat het college de aanbevelingen overneemt en concrete acties en tijdspaden aangeeft in de reactie. Een plan van aanpak vraagt de Rekenkamer niet, maar wel aandacht voor het expliciet maken van de concrete acties van het college zelf. Nu spreekt men veel over partnerschap en het in samenspraak regelen en bespreken van dingen, maar bij goed opdrachtgeverschap hoort ook het duidelijk richting geven over wat er wordt verwacht, en welke doelen en resultaten worden nagestreefd. Mogelijk is er een misverstand over de aanbeveling van de Rekenkamer over monitoring. De Rekenkamer pleit er niet voor dat de gemeente of Stichting OKT zelf effectiviteitsonderzoek gaat doen. Evenmin dat er meer administratieve lasten moeten komen en veel meer informatie verzameld moet worden. Wel pleit de Rekenkamer voor betere informatie en een beter gebruik ervan. Er moet niet alleen gemonitord worden op groepsactiviteiten, zoals dat in het verleden gebeurde, maar juist ook op de andere preventieve activiteiten. Het lid WIJMENGA is benieuwd of er nog nazorg komt. In november komt de eerste uitwerking met misschien concretere plannen.
Heeft de Rekenkamer tips hoe je kan controleren of het goed geborgd wordt? A. DAALDER raadt aan vooral te kijken naar wat het college zelf heeft aangegeven en de tijdspaden. Daarbij moet gekeken worden of dat waarmee het college komt, voldoet aan wat de Rekenkamer heeft gesteld in het onderzoek. Het belangrijkste is ervoor te zorgen dat het niet wegloopt. Eerste termijn Het lid VAN DER VEEN merkt op dat de OKT’s onder druk staan. Er werken talloze medewerkers met grote bevlogenheid, maar uit het rapport van de Rekenkamer blijkt dat het maar de vraag is wat ze bereiken. Preventie is een vaag begrip. Hijzelf ziet dat begrip als het ervoor zorgen dat je toegaat naar een situatie waarbij je niet langer dweilt met de kraan open. Dat je werkt aan een kansrijke start voor kinderen en ervoor zorgt dat er laagdrempelige voorzieningen in de wijken zijn. Dat je niet verwacht dat inwoners per se bij je komen, maar dat je zelf de gezinnen opzoekt, de scholen, de plekken waar jongeren te vinden zijn. Hij mist bij het thema preventie het eigen Amsterdamse verhaal over jeugdhulp, jeugdzorg en preventie. Wat zijn de stippen aan de horizon en hoe kom je er? Wie zijn daarvoor nodig? Hij wacht nog steeds op de beloofde visiebrief van de wethouder. Hij roept het college op te kijken naar de eigen verantwoordelijkheid van de gemeente. Niet alles hoeft van het OKT vandaan te komen.
Hij vraagt de commissie waarop men wil sturen en hij vraagt het college dat mee te nemen in de visiebrief op de Jeugdzorg. Een indicator als het aantal deelnemers aan trainingen zegt hem niets, want wat hebben die mensen aan die training gehad? En wat kan geleerd worden van Amsterdammers die wel, en Amsterdammers die niet deelnemen aan deze trainingen? Wie mist men bij trainingen? Hij vraagt waarom men niet al veel eerder heeft ingestoken op klanttevredenheidsonderzoeken. Hoe tevreden is men met de preventie van het OKT? Waarom heeft men niet ingestoken op meer kwalitatieve bronnen, zoals verhalen van de werkvloer, goede en slechte voorbeelden? Er zullen genoeg universiteiten, hbo- en mboopleidingen in de stad te vinden zijn die daaraan een bijdrage kunnen leveren. Iedereen die in dienst staat van het OKT verdient te weten wat van hem of haar gevraagd wordt. Het is ook zonde om geen gebruik te maken van alle kennis die zij hebben. Hij vraagt de wethouder hoe zij anders dan voorheen gaat sturen op het OKT. Hoe gaat zij daarbij optrekken met de wethouder Zorg? Wat hoopt zij eind volgend jaar al te zien van die andere vorm van samenwerking met het OKT? Hij vraagt verder hoe de commissie zelf kan bijdragen aan de aanbevelingen, en aan een beter gesteund OKT. MIND Us is een stichting waarvan koningin Maxima
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
erevoorzitter is. MIND Us wil dat jongeren in Nederland veel meer grip krijgen op hun mentale gezondheid en hulp weten te vinden als ze het nodig hebben. In Groningen heb je bijvoorbeeld Jimmy’s, een laagdrempelige voorziening waar jongeren, ook onder de achttien jaar, naartoe kunnen gaan. Thrive in Amsterdam is daarmee bezig. Hij zou graag zien dat er een heel warme verbinding komt tussen Thrive en het OKT. Het lid DE JONG constateert dat het takenpakket van het OKT steeds verder uitbreidt, zonder verdere monitoring. Het is onzeker of het OKT effectief is. Het uiteindelijke doel van het OKT is de ontlasting van de jeugdzorg. Het doel van het integraal zorgakkoord is teruggaan van hoogspecialistisch naar enkelvoudig specialistisch. Er moet meer bij de APO en de sociale basis terechtkomen. De Rekenkamer oordeelt streng. Tussen 2015 en 2023 kan blijkbaar niet vastgesteld worden of de gestelde doelen gehaald worden. In de bestuurlijke reactie wordt een nog te schrijven brief aangekondigd die het duidelijk moet maken. Ook staat er in de bestuurlijke reactie dat men moet vertrouwen op de professionaliteit van de ouderen kindadviseur. Maar uit het rapport van de Rekenkamer blijkt dat die ouder- en kindadviseur dat ervaart als een gebrek aan kaders en vaste werkstijl.
Verder neemt het college de aanbevelingen aan, behalve de belangrijkste, namelijk welke parameters opgenomen worden om te gaan monitoren. Het is jammer dat de Rekenkamer het niet nodig vindt om effectiviteitsonderzoek te doen. Als je niet meet en er niet op stuurt, weet je ook niet of de gekozen richting de juiste is. Hij vraagt toch parameters te benoemen, specifiek waarop gestuurd gaat worden. Hij vraagt of de OKT’s nu op volle sterkte zijn. Het verloopt van het personeel is erg hoog. Hij vraagt daarover iets te zeggen. Het lid HAKIKI mist een reactie van het college op startvragen van de Rekenkamer bij elk van de aanbevelingen. Preventie is een lastig onderwerp; het kan zowat alles beslaan. DENK vindt dat de moeilijkheid het college niet ontslaat van zijn taak om het probleem inzichtelijk te maken, heldere kaders te scheppen en zijn rol als stelselverantwoordelijke op te pakken. Zij is benieuwd naar de reactie van het college op vragen uit het nawoord. De startvragen zouden het voor de raad duidelijk kunnen maken hoe te reageren. Zo vraagt de Rekenkamer bij aanbeveling 6 wat de oorzaak is van het van het grote verloop binnen de gemeentelijke afdeling. Het college reageert daar niet op. Hoe kan de raad dan met een reactie komen, als zoveel onduidelijk is? DENK vraagt daarom de startvragen te beantwoorden voor de komende raadsvergadering.
Het lid ABDI sluit zich aan bij de woorden van het Van der Veen van GroenLinks. Het lid WEHKAMP leest in het rapport dat de gemeente geen goede opdrachtgever is voor het OKT door de onduidelijke richting. Daardoor kan de preventieagenda niet goed uitgevoerd worden. De zichtbaarheid op scholen, het naar buiten treden, in de buurten aanwezig zijn, is voor het OKT essentieel. Zij is het eens met de bijdrage van GroenLinks en het verzoek meer kwalitatief onderzoek te doen door de verhalen op te halen. Zij vraagt of er niet standaard iemand nodig is die zorgt dat het beleid dat kinderen in de gemeente raakt goed in de gaten wordt gehouden. Zo was er in de gemeente Utrecht lange tijd een specifieke ambtenaar geweest voor kinderrechten. Die hield in de gaten of kinderrechten goed nageleefd werden, bijvoorbeeld het recht op zorg, maar ook of er voldoende speeltoestellen stonden in de openbare ruimte en kindvriendelijke opvang voor asielkinderen. Een van de aanbevelingen is om het team van het OKT uit te breiden. Zij vraagt de wethouder naar het voorbeeld van Utrecht te kijken om ook in Amsterdam zo’n brede kinderrechtenambtenaren in te stellen. De commissie is geïnformeerd over de voorlopige gunning van de opdracht van de APO.
In de brief staat dat de geselecteerde aanbieders de kennis, ervaring en capaciteit hebben om met elkaar het aanvullende aanbod van de preventieve taak van het OKT vanaf 1 januari 2024 uit te voeren. Maar die preventieve taak, zo blijkt uit dit rapport,
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
is niet helder voor de OKT’s. Welke gevolgen heeft het dan voor de taakstelling binnen de aanbesteding? Is er niet het risico dat het werk dubbel, of juist niet wordt gedaan? Het lid VON GERHARDT constateert dat volgens de Rekenkamer de gemeente te weinig heeft gedaan om duidelijk te maken wat men verwacht. Men heeft te weinig zicht op de uitvoering, de richting, sturing en monitoring. Het is niet de eerste keer dat de Rekenkamer iets dergelijks concludeert over het jeugdbeleid in Amsterdam. Ook in 2020 stelde de Rekenkamer dit, toen het ging over de inkoop van specialistische jeugdhulp. De gemeente verandert vaak van stelsel, maar weet onvoldoende hoe het moet gebeuren en wat de doelen zijn. Indertijd nam men de aanbeveling over om concrete doelen vast te stellen, een plan te maken voor het volgen en onderzoeken van de effecten. Dat komt nu weer terug. Hij vraagt hoe het mogelijk is dat de gemeente nog steeds niet concreet kan maken wat men verwacht van de partners die het moeten uitvoeren. Hij vraagt hoe dit in het vervolg beter kan, hoe dit voorkomen kan worden en hoe de wethouder ervoor zorgt dat dit binnen een jaar goed op de rails staat. Hierbij speelt ook nog dat de OKT’s er nog meer taken bij gaan krijgen. Ook met de gunning die later vandaag nog aan de orde komt, zal opnieuw heel wat op het bordje van het OKT terechtkomen.
Hoe zorg je er dan voor dat de preventie niet onder blijft sneeuwen? Nu al is er een personeelstekort en schort het aan de borging. Is het niet verstandig pas op de plaats te maken en de doelen voor het OKT die er nu zijn duidelijk op papier te zetten? De Rekenkamer vraagt hoe men ervoor gaat zorgen dat er meer sturing en goed beleid komt van het college. Hij vraagt meer duiding op dat punt van de wethouder. Ook vraagt hij in te gaan op de reactie van de Rekenkamer, die aanbeveelt de eigen verantwoordelijkheid zelf op zich te nemen. Pas als dat goed is, kan de gemeente andere aansturen en controleren. Wethouder MOORMAN vond dit rapport van de Rekenkamer geen verrassing. Er was al een onderzoek gedaan naar de contractering, en het was duidelijk dat de nieuwe inkoop van het OKT eraan zou komen. Zij denkt dat de sturingsfilosofie nog steeds goed is. Die is zeker niet bedoeld als het antwoord, maar meer als een schets van de historie waar dit vandaan kwam. Afgesproken is dat er een sturingsfilosofie is vanuit partnerschap en vertrouwen. Dat heeft een goede kant, maar je kunt je ook afvragen of je dan voldoende grip hebt op wat er gebeurt. Zij antwoordt het lid Hakiki dat de bestuurlijke reactie te vinden is vanaf pagina 40 in het rapport. Daarin staat uitgebreid dat het college het ermee eens is.
Zij vindt het mooi dat de Rekenkamer daarin eigenlijk al een soort plan van aanpak ziet. Zij antwoordt het lid Van der Veen dat zij de visiebrief inderdaad beloofd had voor de zomer. Dat hij er nog niet ligt, komt door de heel drukke zomer, met de aanbesteding ESJH en alles wat er speelt in het jeugddomein. Zij biedt voor de vertraging haar excuses aan. Zij vindt dat er echt een goede visiebrief moet komen. Vandaar dat de brief nog even op zich laat wachten. Zij verwacht hem voor het einde van het jaar. Zij voelt natuurlijk haar verantwoordelijkheid voor het hele jeugdstelsel. Zij legt die niet alleen neer bij het OKT. Het lid DE JONG begrijpt dat de visiebrief voor het einde van het jaar komt. Maar eerst heeft men de hoog-specialistische jeugdhulp aanbesteed, en nu de enkelvoudige. Dan is er nog de APO. De gunningen zijn allemaal definitief. Daarna pas wordt het voor het OKT duidelijk of zijn preventieve taak duidelijk is omschreven. Hij vraagt een reactie. De VOORZITTER schorst de vergadering van 10.13-10.20 uur. Wethouder MOORMAN antwoordt het lid De Jong dat de visiebrief niet bedoeld is om onderliggend of voorafgaan te zijn aan de verschillende inkoopprocedures. Er is veel gaande in het jeugdstelsel. Eerder is er gediscussieerd over de hervormingsagenda. Het leek goed om alles eens in samenhang met elkaar op een rijtje te zetten.
Het is niet zo dat met de visiebrief dingen gaan veranderen in de manier waarop partners zullen worden
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
aangestuurd. Het is bedoeld als een instrument voor de raad, om een overzicht te hebben van de samenhang. Het lid DE JONG is het eens dat dit er ook drie jaar geleden had kunnen liggen. Het blijkt steeds dat men er ná de gunning achter komt dat het niet helemaal goed loopt. Er was weinig gemor over de gunning bij de hoog-specialistische jeugdhulp, maar nu blijken er toch nog duizend kinderen naar de wachtlijst te moeten. Nu is er de kritiek op de aanbesteding van de enkelvoudige specialistische jeugdhulp. Als straks blijkt dat het OKT onvoldoende preventie doet, heb je dus te weinig APO ingekocht. Zo blijf je erachteraan lopen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de Rekenkamer zegt dat de preventieve hulp niet goed navolgbaar is, waarmee zij het eens is. Ze zegt niet dat die niet goed geboden wordt. Er ligt een duidelijke taak voor het OKT, namelijk 30% in de preventieve hulp. Er worden met het OKT ook afspraken gemaakt over de gesprekscyclus en de prestatiedialogen. Volgend jaar worden er gezamenlijk zinvolle indicatoren opgesteld. Dit alles verandert niet met de visiebrief. Zij antwoordt het lid Van der Veen dat MIND Us onderdeel is van het programma Thrive. De samenwerking is dus goed. Zij hoopt dit gesprek met de raad te blijven voeren. Over de monitoring moet je realistisch zijn.
De Rekenkamer benadrukt dat je realistisch moet zijn over de wijze waarop je dit in beeld kan brengen. Zij antwoordt het lid De Jong dat zij in de bestuurlijke reactie dat over de parameters gesproken is met het OKT. De bestuurlijke reactie is samen met het OKT opgesteld. Het OKT herkent zich in veel van de aanbevelingen van de Rekenkamer. Zij komt er volgend jaar mee terug. De bezetting is met de huidige krappe arbeidsmarkt een probleem, maar het gaat wel beter. Het aantal vacatures is gedaald van zestig vorig jaar naar dertig nu. Er wordt stevig ingezet op continuïteit en het beperken van verloop. Zij antwoordt het lid Hakiki dat er een uitgebreide bestuurlijke reactie in het rapport staat. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat zij al haar ambtenaren als kinderrechtenambtenaren ziet. Ze doen allemaal hun taak vanuit het bredere belang van kinderen. Daarbij komt dat Amsterdam, anders dan Utrecht, een kinderombudsman heeft. Zij denkt dat het goed is dat er niet één ambtenaar is dit via misschien een halve fte monitort, en breed in de organisatie is belegd. Het lid WEHKAMP merkt op dat de kinderrechtenambtenaar een idee is van de kinderombudsman. De twee vullen elkaar dus aan. Die ambtenaar kan met een brede blik over portefeuilles heen kijken. Wethouder MOORMAN is dat niet met het lid Wehkamp eens. Het zou een verdere compartimentering geven die zij niet wil.
Zij wil dat de verantwoordelijkheid door de hele organisatie gedragen wordt. De rol van de kinderombudsman vindt zij wel heel belangrijk. Zij antwoordt het lid Von Gerhardt dat de reflectie van haar al gestart was voordat het rapport van de Rekenkamer uitkwam. Het is altijd makkelijk om achteraf te zeggen dat het op een bepaalde manier beter had gekund. Je moet leren van de huidige situatie. Preventie is een zeer belangrijk onderdeel van het OKT. Het is geen nieuwe taak. Soms komt de preventietaak onder druk te staan omdat er andere taken zijn. Een belangrijke aanbeveling van de Rekenkamer was dat in de met het OKT gevoerde gesprekken de preventietaak soms te weinig aan bod kwam, omdat het veel over het specialistische aanbod gaat. Zij neemt zich dat zeer ter harte. Het lid VON GERHARDT wijst erop dat de Rekenkamer niet voor het eerst met deze aanbeveling komt. Hetzelfde verweet de Rekenkamer de gemeente in 2020, namelijk onvoldoende zicht op wat het in moet houden en onvoldoende zicht op monitoring en sturing. Hoe kan het dat het nu weer fout is gegaan?
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
Wethouder MOORMAN antwoordt dat de preventietaak van het OKT geen wijziging is. Eigenlijk concludeert de Rekenkamer min of meer dat het partnerschap nooit mag verworden tot een passieve houding, dus alles zomaar vertrouwen zonder goede controle. En daarmee is zij het eens. Je wilt voorkomen dat dingen niet goed gaan. Het lid VON GERHARDT herinnert aan de aanbevelingen van de Rekenkamer uit 2020, op hetzelfde domein. Waarom is men dan in 2023 nog geen stap verder gekomen? Wat is er in de jaren ertussen gebeurd met het vorige Rekenkameronderzoek? Hij is bang dat er straks in 2027 weer een Rekenkameronderzoek komt, met precies dezelfde aanbevelingen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er jaarverslagen komen van het OKT. In de afgelopen jaren zijn ook allerlei stappen genomen. Er zijn ook interne stappen genomen. Verbeteringen zijn nog steeds noodzakelijk, met een krappe arbeidsmarkt en een ingewikkeld jeugdstelsel. Zij is blij met dit rapport, dat de stappen bevestigt die door het college gezet worden. Dat betekent dat de juiste weg gekozen is. Het lid VON GERHARDT benadrukt de stelligheid van de conclusie van de Rekenkamer: de gemeente maakt niet goed duidelijk wat ze verwacht en wat ze wil bereiken. Ook zegt de Rekenkamer dat ze onvoldoende zicht heeft op de juistheid van wat gedaan wordt. Hijzelf denkt wel dat het OKT goede dingen doet, maar zeker weet je het niet.
Dat is precies hetzelfde wat de Rekenkamer schreef in 2020. Hij mist op dat punt de stappen die zijn gezet. Wethouder MOORMAN leest het anders dan het lid Von Gerhardt. Ook mevrouw Daalder zei in haar inleiding zelfs dat de Rekenkamer geen plan van aanpak aanbeveelt aan de raad, en dat is anders dan bij andere rapporten van de Rekenkamer. De Rekenkamer beveelt dat niet aan omdat het college het al doet. De Rekenkamer plaatst twee kanttekeningen. Ze vraagt het college zijn verantwoordelijkheid te nemen, en dat onderschrijft zijzelf van harte. Daarbij zegt de Rekenkamer ook nog dat ze met een monitoring bij een preventieve taak niet doelt op een effectiviteitsmonitor, omdat zoiets niet mogelijk is. Het lid VON GERHARDT had nog een vraag gesteld over het takenpakket van het OKT dat uitgebreid zou worden in het vervolg, en hoe dat zit met de huidige druk op de preventie en het gebrek aan mensen. Wethouder MOORMAN herhaalt dat dit geen nieuwe taak is. Dit is een reguliere taak van het OKT. Zij stelt voor dat het deel naar aanleiding van de ESJH ook daar behandeld wordt. Het lid VON GERHARDT begrijpt dat er nu al te weinig mensen zijn voor preventie. De vraag is dus hoe je ervoor zorgt dat met meer taken de preventie niet onderdrukt wordt, en dat de medewerkers daarvoor dus tijd hebben. Wethouder MOORMAN antwoordt dat daarvoor extra ruimte en geld komt bij het OKT.
Er verandert daarbij niets in de 30%-opdracht voor de preventie. Overigens zit het in de gebieden Noord, Nieuw-West en Zuidoost al boven de 30%. Het lid HAKIKI vraagt waar het antwoord staat op het hoog verloop binnen het ambtelijk apparaat. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het om voorbeeldvragen ging. Het waren geen vragen voor nu aan de gemeente. Er wordt voortdurend ingezet op de continuïteit van personeel. Er is binnen het OKT geen hoger verloop dan elders. Het aantal vacatures is, zoals al gezegd, gedaald. Er wordt voor het preventieve deel een specifieke ambtenaar aangesteld.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. De voordracht is gereed voor een korte bespreking in de raad. 5. Gunning Enkelvoudige Specialistische Jeugdhulp 2024 (ESJH) (VN2023-018192) De VOORZITTER licht toe dat dit onderwerp is geagendeerd op verzoek van het lid Abdi. Het lid ABDI las in het promotieonderzoek van Sharon Stellaard over de staat van jeugdzorg in Nederland de conclusie dat er weinig tot niets structureel veranderd is in de jeugdzorg. Het beleid draait in cirkels, de jeugdzorg werd een markt, vraag en aanbod sluiten niet goed op elkaar aan, en de fundamentele oorzaken bleven uit beeld. Dieperliggende overtuigingen en aannames over het stelsel werden niet ter discussie gesteld. Voorbeelden zijn de overtuiging dat ieder kind met afwijkend gedrag een specifieke behandeling nodig heeft, of de overtuiging dat een kind dat afwijkt van de norm een speciale aanpak nodig heeft, of de overtuiging dat je de oorzaak van het vermeende probleemgedrag alleen in het individu moet zoeken. En niet in een norm die misschien te strak is gesteld, of in het collectief, of de leefomgeving van het kind. Als je alleen op basis van die overtuigingen kinderen gaat behandelen, kunnen die kinderen en hun gezin er veel verdraaider uitkomen dan dat ze erin gingen. Nodig is volgens Stellaard een eerlijke reflectie van de overheid, de politiek en het veld.
Er moeten duidelijke keuzes gemaakt worden. Het gaat erom de meest kwetsbare kinderen in de stad te helpen. Zij wijst bij dit alles op een context van de voortdurende onzekerheid over de hervormingsagenda en de forse bezuinigingen vanuit het Rijk. Het door Stellaard geschetste beeld komt overeen met het beeld dat je kunt zien in Amsterdam. Kinderen hebben het meest baat bij samenhang in de ondersteuning. Een angststoornis van een kind kan te maken hebben met de schulden van zijn ouders. Je kunt het kind niet helpen zonder die achterliggende problemen weg te nemen. Er wordt in Amsterdam teveel langs elkaar gewerkt, in plaats van het samen optrekken met een gezin. De gemeente moet dus kunnen sturen op de samenhang in de ondersteuning en samenwerking tussen partners en het sociaal domein. Dat kan niet met meer dan 200 aanbieders. De huidige groei van jeugdzorgaanbieders staat een duurzaam partnerschap in de weg. Dat is slecht voor de kinderen en de stad, dus daar moet Amsterdam vanaf. Er moet zicht komen op de belangen van het kind. Uit eerder gemeentelijk onderzoek bleek dat de huidige hulp te versnipperd is geraakt. Er wordt veel meer uitgegeven aan jeugdhulp in Centrum, Zuid, IJburg en Nieuw-Sloten, terwijl de meest kwetsbare kinderen wonen in Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Dat is oneerlijk.
Haar fractie steunt expliciet de ongelijke inzet voor kansengelijkheid, maar ook de expliciete wens dat er meer integraal wordt samengewerkt op de leefwereld van een kind. Al die voorwaarden en eisen zijn gelukkig meegenomen in deze aanbesteding. Het blijkt dat het veld tevreden is met deze aanbesteding, en dat is belangrijk. Maar partijen van wie de contracten niet zijn gegund uiten hun zorgen over de mix van expertise, het gebrek van jeugdinzet, maar ook de teloorgegane opleidingsplaatsen door deze aanbestedingen. Zij vraagt of de wethouder ervan overtuigd is dat er sprake is van een samenhangend en dekkend zorglandschap, dat iedere hulpvraag die valt binnen ESJH opgepakt kan worden door de nu gecontracteerde partners. Als dat niet zo is, wat zijn dan de mogelijkheden als daarvan sprake blijkt te zijn? Haar fractie vraagt aandacht voor de duizend jeugdigen die in beeld zijn en meervoudig complexere zorg nodig hebben en waarover nu gesprekken plaatsvinden met de HSJH-kernpartners. Wanneer worden die gesprekken afgerond? Hoe wordt de raad daarbij meegenomen? Het is belangrijk dat bij dit type zorg ook breder gekeken wordt, zoals de leefomgeving en problematiek in het gezin. Hoe ziet de wethouder dat? Hoe kan zo goed mogelijk gestuurd worden? Verder is zij benieuwd hoe het precies gaat met die centrale aanmeldpunten.
Hoe zorg je ervoor dat het echt ten goede komt aan de meest kwetsbare gezinnen en kinderen? Uit het rapport van de Rekenkamer kwam naar voren dat het heel moeilijk is om goed te sturen vanuit de gemeente, omdat er een hoge doorloop was bij Jeugd. Zij vraagt
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
hoe het zit met die doorloop. Kan erop gestuurd worden? Deze gunning vindt plaats in een veel breder veld. Kan de wethouder iets zeggen over de gesprekken met de huisartsen? Weten die wat het betekent voor het omgaan met de kinderen en de gezinnen? Hoe zit het met het onderwijs? Wordt dat meegenomen in deze beweging? En hoe kijkt de wethouder naar de klacht dat opleidingsplekken komen te vervallen met deze gunning? Het lid VAN DER VEEN spreekt zijn steun uit voor het werk van het college op dit thema. Het is goed dat er minder aanbieders komen dan er nu zijn, want het is onmogelijk te sturen op een veld van meer dan 200 aanbieders. Het is niet goed dat zoveel geld vanuit de jeugdhulp naar de stadsdelen met de grootste draagkracht gaan. Het is nodig om ongelijk te investeren om de meest kwetsbare jonge Amsterdammers te helpen. Het geld is hard nodig in Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Deze gunning moet ervoor zorgen dat dit ook gaat gebeuren. Hij sluit zich aan bij wat het lid Abdi zei over de ggz, en de brieven die er kwamen. Hij vraagt de wethouder te reageren op het aanbod van de ggz-hulp die vanaf 1 januari vanuit de ESJH kan worden ingezet.
Kunnen ambulante begeleiders straks in de organisatie terecht bij een behandelaar, iemand die BIG-geregistreerd is, voor advies? En kunnen ze wellicht meedenken in de casuïstiek? Kan er in een vraagstuk met ernstige ggz-problematiek therapie worden ingezet, misschien ergens anders? Eerder ingrijpen voorkomt vaak dat op latere leeftijd zwaardere zorg nodig is. Van Parnassia kwam een brief over de transgenderzorg die is ingekocht via HSJH. Er kwam een brief waarin stond dat die niet langer vanuit de ESJH kon worden ingezet. Hij vraagt of het vanaf 1 januari 2024 ingewikkelder wordt voor transpersonen en omgeving om hulp te krijgen. Op welke manier wordt van alle gegunde organisaties in de stad verwacht dat ze ook weten bij wie ze kennis over genderdysforie kunnen ophalen of inzetten? Liever nog gaan ze zelf leren hoe ze dat soort gesprekken kunnen voeren. Het is belangrijk dat iedereen gelijke toegang tot informatie krijgt, dus ook in Noord, Zuidoost en Nieuw-West. Ze moeten vanuit de zorgverzekeringswet met een verwijzing voor psychotherapie of systeemtherapie zelf kunnen organiseren dat ze de juiste hulp krijgen. Hij vraagt het college met de ggz-partijen manieren van communicatie te vinden om iedereen te informeren over de toegang tot ggz-hulp. Dat is namelijk behoorlijk ingewikkeld. Je moet weten dat je een sggz- en niet een bggz-verwijzing nodig hebt.
Eerder hoorde hij dat instellingen binnen de jeugdzorg samenwerken om het werken met zzp’ers tegen te gaan, zoals ook gebeurde bij het onderwijs. De zzp’ers kosten ook veel geld. Wat vindt de wethouder ervan? Jonge mantelzorgers zijn belangrijk. Het is een specifieke doelgroep die zelf nooit voor problemen zorg, maar wel veel draagt in een gezin. Hij vraagt met de commissie een werkbezoek af te leggen aan bijvoorbeeld Utrecht, waar men met consortia werkt. Wellicht kan er ook een expertsessie georganiseerd worden, gericht op zware ggz en jeugd. Het lid SMITS merkt op dat het duidelijk is dat de ESJH toe was aan hervorming, met minder aanbieders, betere samenwerking tussen partijen, en een eerlijker verdeling van zorg. Zij vraagt de wethouder te reageren op de vragen over opleidingsplekken. De wethouder schreef in reactie op een van de briefschrijvers dat in de implementatieperiode aandacht zal zijn voor het in redelijke omvang in stand houden van de opleidingsplekken. Wat bedoelt de wethouder met ‘redelijke omvang’? En hoe wil de wethouder dat realiseren als er met de huidige gegunde partijen opleidingsplekken wegvallen? Zij voelt verwarring over de verhouding tussen SKJ- en BIG-geregistreerd personeel ten opzichte van de zorgvraag.
Kan de wethouder duidelijkheid verschaffen? Wat is het aandeel BIG-geregistreerd personeel, en staat dat in verhouding tot de zorgvraag? De wethouder geeft aan dat partijen gebruik mogen maken van onderaannemerschap. In de brief van de wethouder van 15 augustus staat dat de gemeente blijft volgen of dat lukt. Wat gebeurt er als men concludeert dat het niet lukt?
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
Een aantal niet-gecontracteerde partijen vinden het onduidelijk hoe het zal gaan in de overgangsfase, met name de overdracht van kinderen die nu naar de HSJH moeten. Het is al bijna 1 januari 2024, dus kan de wethouder er meer duidelijkheid over verschaffen? Een flinke stelselhervorming brengt natuurlijk risico’s en onzekerheden met zich mee. Zij vraagt hoe men gaat monitoren of de hervorming het gewenste effect heeft. Kan er zo nodig nog bijgestuurd worden? En zo ja, wordt de commissie daarvan dan op de hoogte gehouden? Het lid ALBERTS wijst erop dat het belangrijkste bij dit onderwerp de kinderen zijn. Daaraan moet alles getoetst worden. De hoofdvraag is dus wat de gevolgen voor de kinderen zijn van deze inzet. Bij het uitblijven van de juiste behandeling loop je het risico dat de zorgvraag uitgroeit naar zwaardere, complexere problemen. Eigenlijk waarschuwt iedereen daarvoor. De wethouder wil het stelsel stuurbaar en beheersbaar houden. De kosten rezen de pan uit, maar is dit de beste oplossing? De wethouder kreeg te horen dat er straks te weinig artsen beschikbaar blijven. Is dat inderdaad een risico? De laatste inspreker gaf aan dat een aantal criteria dat deskundigen aandroegen niet is opgenomen. Zij vraagt waarom niet. Is dat verstandig, gezien de risico’s die genoemd worden? Er is een decentralisatie, met bijbehorende bezuiniging, maar er is ook marktwerking.
De SP vindt dat de zorg geen markt is. Kinderen zijn geen product. Toch zie je dat beeld ontstaan, en de dreiging blijft maar hangen. Er is wildgroei ontstaan, iets wat je krijgt bij marktwerking. Er moet helemaal geen concurrentie zijn. Zij begrijpt dat de wethouder grip wil krijgen, maar de vraag blijft of dit hem gaan worden. De wethouder blijft binnen de lijntjes van de aanbesteding kleuren. Het lid WEHKAMP merkt op dat de kinderen centraal moeten staan. Te vaak komen kinderen op de wachtlijst, waardoor ze niet tijdig de hulp krijgen. De kosten zijn al opgelopen. Het aantal kinderen en ouders dat gebruikmaakt van ESJH is in vijf jaar verdubbeld en de kosten zijn gestegen van 15 naar 39 miljoen euro. Deze verandering is dus nodig. De problemen komen door de zwaardere zorgvragen, maar ook doordat ouderen en kinderen die minder kwetsbaar zijn toch die zorg vragen. De inzet is nu vooral in Zuid en Centrum, terwijl de meest kwetsbare gezinnen in Zuidoost, Noord en NieuwWest wonen. Het is goed dat deze aanbesteding zich daar meer op richt. Het lid VON GERHARDT rekende uit dat per kwetsbaar kind nog veruit het meeste geld naar Centrum en Zuid gaat. Hoe ziet het lid Wehkamp dat? Het lid WEHKAMP antwoordt dat in die meest kwetsbare buurten specifiek gunningen worden gegeven om daar te zitten. Dus met mensen die de buurt kennen.
Het lid VON GERHARDT heeft het over de specifieke gunningen. Je ziet dan dat bij deze nieuwe gunning per kwetsbaar kind veel meer geld gaat naar Centrum en Zuid dan naar Noord, Zuidoost of Nieuw-West. Het lid WEHKAMP verbaast zich over die rekensom en is benieuwd naar het antwoord van de wethouder. Het is belangrijk dat de kinderen die dat kunnen, ook echt terechtkunnen bij de sociale basis of de OKT. Naar schatting gaat het daarbij over duizend kinderen. Het bleek echter dat veel programma’s binnen de sociale basis niet goed vindbaar zijn. 80% van de aanvragen binnen de ESJH komt via de huisarts binnen. De huisarts moet dus goed de weg kennen naar de sociale basis. Het is belangrijk dat de sociale kaart van Amsterdam verspreid wordt. Maar voor die er is, moeten huisartsen op de hoogte komen van de bestaande programma’s. Hoe wil de wethouder dat aanpakken? Ziet zij mogelijkheden een ESJH-stadscongres te organiseren? Hoe wil de wethouder de overgang vanaf de huisarts goed laten verlopen? Het is belangrijk goed te monitoren of de juiste kinderen met de juiste gunning de juiste zorg krijgen. Is er een dekkend zorglandschap?
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitieve Raadscommissieverslag, 13 september 2023
Er zijn zorgen of de verhouding SKJ’ers en BIG-geregistreerden goed is ingeschat. Het is goed dat de gemeente het blijft monitoren. Met deze nieuwe gunning zullen er duizend kinderen geholpen moeten worden binnen HSJH, waar nu al lange wachtlijsten zijn. Het is belangrijk die wachtlijsten goed in de gaten te houden. Zij vraagt de raad daarover halfjaarlijks te informeren. Er dreigen opleidingsplekken te verdwijnen. De wethouder zegt te zullen zorgen dat in de implementatieperiode aandacht zal zijn voor het ‘in redelijke omvang’ in stand houden van opleidingsmogelijkheden. Wat bedoelt de wethouder daarmee? En hoe wil de wethouder dat doen zonder dat er een gat valt? Het lid DIDDEREN vraagt hoe het kan dat er zoveel verschil zit tussen de opvattingen van de zorgprofessionals achter de brandbrieven en hoe het college het ziet. Een van de insprekers had het over een erg laag percentage aan BIG-geregistreerden. Zij schatte het op minder dan 15%. Hoe ziet de wethouder dat? De Partij voor de Dieren is bang dat kwetsbare kinderen de dupe worden van het beleid. Herkent de wethouder die angst? Hoe zorgt zij ervoor dat dit niet gebeurt? Zij is benieuwd waarom genderdysforie geen onderdeel was van de aanbesteding. Het lid VON GERHARDT merkt op dat pas op dit moment een impactanalyse gedaan wordt van het effect op het OKT van de toestroom van duizend kinderen.