Definitief verslag OZA 12 07 2023
Tekst van het document
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 12 juli 2023
worden. Zelf noemt ze als optie samenwerking informele organisaties zoals Stichting SPE en Life Skills om sneller tot een aanpak van kansenongelijkheid te komen. Wethouder MOORMAN spreekt haar dank uit voor de waardering voor de inzet van het team lerarentekort en de vele gesprekken met zowel leraren als experts die de basis voor het beleid hebben gevormd. De problematiek die is begonnen in de grote steden is inmiddels landelijk en op sommige plaatsen groter dan in Amsterdam. Deze ontwikkeling maakt oplossingen complexer, ook omdat het al een structureel verwaarloosd probleem was. Leraren geven aan belang te hebben bij een goede schoolleiding. Ondersteuning van schoolleiders met subsidie heeft is dan ook een middel om het tekort tegen te gaan. Ze maakt een vergelijking met een goede baas waar je graag voor blijft werken. De pedagogische visie en bijvoorbeeld het teamwork zijn zaken die voor een groot deel afhankelijk zijn van de schoolleider. Over de druk die op schoolleiders kan komen te staan zijn in de huidige situatie zorgen, aangezien zij de gaten moeten dichten. Dat een leraar via deze subsidie adjunct-schoolleider zou willen worden, kan mogelijk zijn, maar de ondersteuning helpt in ieder geval bij het lerarentekort. Ook dient doorstroom een onderdeel te zijn voor de attractiviteit van het beroep van leraar.
Het punt van mevrouw Van Laake over schoolgewicht en stagevergoedingen spreekt de wethouder aan en zou hebben verwacht dat dit in het onderwijs beter geregeld zou zijn. Ook omdat dit een mogelijkheid is om iemand aan je school te binden. Met schoolbesturen zullen hier afspraken over worden gemaakt. Begeleiding van een stagiaire kan overigens lastig zijn als er al problemen zijn met de formatie op een school. Scholen met een groot lerarentekort en veel stagiairs zijn weer niet goed voor de kwaliteit Het programma leraar voor een dag wordt geprobeerd zo laagdrempelig mogelijke maken. Het zal ook worden verbreed met aandacht voor leerlingen uit het voortgezet onderwijs of met een tussenjaar, maar ook voor leerlingen die van studie wisselen. Richting mevrouw Molema vertelt de wethouder dat de twee afgelopen 2 jaar met de toekenning van circa 112 woningen de gemeente leraren heeft weten te behouden. Verder is er zonder echte beperkingen gewerkt met verstrekking van parkeervergunningen en zij er reiskosten aangeboden. Toch is het niet zeker of de gedane voorstellen de doorslag hebben gegeven om als leraar de stad te verlaten. Het zoeken naar mogelijke stille reserves van gekwalificeerde mensen van middelbare leeftijd heeft onder minister Slob destijds weinig opgeleverd. Toch zal dit potentieel aandacht blijven krijgen. Daarvoor vindt ook een lobby plaats richting het rijk.
Personen van middelbare leeftijd die het onderwijs in willen gaan, worden ondanks de ambitie geconfronteerd met een te fluctuerende financiële situatie. Een voorstel voor een extra pensioenstorting is interessant en wordt in dit traject meegenomen, maar op een bepaalde leeftijd wordt lesgeven wel een zwaar vak. Compensatiemogelijkheden zijn uiteraard beperkt. Leraren bevoegdheden geven voor opgeworpen verkeersbeperkingen, behoort niet tot de mogelijkheden. Parkeergelegenheid gekoppeld aan locatie en tijdslimiet is ingewikkeld en daarom is er voor een hardheidsclausule gekozen. De inspanningsverplichting met betrekking tot het voorrangsbeleid is geen resultaatverplichting, maar het aanbod in de middenhuur blijft inderdaad achter. Er worden soms woningen gebouwd voor leraren maar dit is incidenteel en kan niet in beleidscijfers worden meegenomen. Wethouder Van Dantzig gaat hier mee de slag en voert momenteel gesprekken met beleggers en institutionele investeerders. In de sociale
35
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 12 juli 2023
huur moet de aanpak leiden tot 60 extra woningen per jaar die overigens ook aan politieagenten of zorgpersoneel kunnen worden toegewezen. Het lid MOLEMA vraagt naar beoogde resultaten op het gebied van middenhuur. Wethouder MOORMAN legt uit dat er momenteel naar meerdere oplossingen wordt gekeken zoals coöperatieve vormen of wellicht een campus. Mogelijkheden om zaken te forceren zijn beperkt. Het lid VON GERHARDT is benieuwd of er in het verband van huisvesting voor belangrijke beroepen gekeken kan worden naar de grondprijzen om de realisatie van woningprojecten interessanter te maken. Wethouder MOORMAN legt uit dat wethouder Van Dantzig alle opties meeneemt, want een stad zonder leraren is onleefbaar. Van kruimelcontracten blijkt gelet op de opmerking van de heer Haijen minder sprake. In het kader van goed werkgeverschap wordt door de gemeente goed gekeken naar wat er van de scholen verwacht mag worden. Verder is het uurtarief beperkt tot 75,- en is het niet de bedoeling dat er geld voor onderwijs naar commerciële partijen wegsijpelt. Er is inmiddels een schoolbestuur dat zzp’ers niet meer wil inhuren. De zzp-leraren zijn minder betrokken en doen vaak geen oudergesprekken, terwijl ze meer geld kosten. Collectief is dit geen goede ontwikkeling.
Het lid VON GERHARDT vraagt of het stoppen van zzp’ers in gemeentelijke verband kan worden besproken en welke gevolgen dit zou hebben. Deze leraren zouden namelijk landelijk gezien dan nog steeds op andere plaatsen aan het werk kunnen gaan. Wethouder MOORMAN zegt dat ze dit bij MRA op tafel kan leggen, maar twijfelt aan de kansen. Ze wijst op ontwikkelingen in dezelfde richting in Noord-Brabant en ziet steeds meer begrip en noodzaak voor de aanpak van dure zzp’ers. Ook refereert ze aan het rapport van de Onderwijsraad waarin staat dat de schaarste schuurt. Voor minder onderwijstijd zodat een leraar meer leerlingen les kan geven is de wethouder geen voorstander. In vergelijking met andere landen is er een hoge urennorm voor lestijd terwijl niet beter gepresteerd wordt. Daar moet naar gekeken worden. Het aantal zij-instromers dat uitstroomt, is gedaald van 25 procent naar 5 procent. Het lid WEHKAMP vraagt naar de ontwikkeling bij de pabo. Wethouder MOORMAN geeft aan dat de instroom bij de pabo daalt en dat is zorgelijk. Voor wat betreft werving zijn er bijvoorbeeld abri-campagnes en online activiteiten gepland. Onderwijsondersteunend personeel was teleurgesteld dat zij geen bonus kregen, maar gelukkig zijn er geen grote tekorten bij het ondersteunende personeel. Dit personeel dient niet betaald te worden als onderwijzend personeel en is ook een cao kwestie.
De wethouder is verder van mening dat een leraar in Amsterdam niet met de auto naar het werk dient te gaan. Het lid VON GERHARDT stelt dat een leraar ook een gezin heeft en dat een auto dan wel degelijk van belang kan zijn voor buiten werktijden.
36
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 12 juli 2023
Wethouder MOORMAN vindt dit argument niet relevant. Het lid VON GERHARDT vraagt of er kan worden gekeken naar huisvesting met parkeren als belemmering. Vooral bij nieuwbouw. Wethouder MOORMAN gaat dit punt niet onderzoeken en vervolgt dat de deeltijdfactor te hoog is. Een beter salaris voor leraren zou dit volgens de wethouder verbeteren. Voor wat betreft de vacaturebank meldt de wethouder dat de opleidingsinstituten contacten hebben met scholen en er dus informatie over stages gedeeld zou kunnen worden. Dit punt zal verder worden opgepakt om bij scholen aan de orde te stellen. Ook zal worden gekeken naar de mogelijkheid om stageplaatsen te reserveren. De wethouder onderkent de kansenongelijkheid. Voor wat betreft het lerarentekort is dit inmiddels gestabiliseerd, maar moet nu wel verbeterd gaan worden. In dit kader worden er ook kwaliteitsafspraken gemaakt met scholen. Het onderwerp vacaturebank zal de wethouder nog aan de orde stellen bij de schoolbesturen, maar ze vraagt zich af of er momenteel veel leraren zijn met extra inzetbare uren. Op vraag van de heer Runderkamp over de twee pilots zal de wethouder gezien de technische aard terugkomen. De VOORZITTER concludeert dat dit punt behandeld is en in de raad geagendeerd kan worden. Het volgende punt wordt aan de orde gesteld. Het betreft een raadsvoordracht. 12.
Vaststellen van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Amsterdam 2024 (VN2023-013515) Het lid HAIJEN begrijpt dat de criteria voor leerlingenvervoer worden aangescherpt en wil graag van de wethouder weten of er een kans bestaat dat er kinderen thuis komen blijven te zitten voor wie het echt niet mogelijk is om met het openbaar vervoer te reizen of naar opstapplaatsen in de stad te komen. Het lid RUNDERKAMP zegt dat met een toename van het aantal leerlingen en een tekort aan chauffeurs het leerlingenvervoer onder druk staat. Hij vraagt de wethouder gebruik te maken van de opgenomen hardheidsclausule voor situaties in zowel het regulier als speciaal onderwijs waarin noodzakelijkerwijs afgeweken dient te worden van de aangescherpte criteria. Verder ziet hij een afnemende druk op het leerlingenvervoer bij meer inclusief onderwijs vraagt of de wethouder het daarmee eens is. Wethouder MOORMAN geeft aan dat het leerlingenvervoer ondanks extra geld een heel gepuzzel was en als gevolg daarvan ook een jaar is uitgesteld. De nieuwe verordening mag er niet toe leiden dat kinderen thuis komen te zitten. Voor kinderen die onder begeleiding met regulier vervoer gaan reizen kan het spannend zijn. Begeleiding is maatwerk waarin zo nodig ook stappen terug naar het leerlingenvervoer moeten kunnen worden gezet. Ook kan er een andere kilometergrens worden toegekend.
De benoemde voorziening tussen regulier en speciaal onderwijs moet in beeld worden gehouden. Dat inclusiever onderwijs de druk op leerlingenvervoer verlaagt, onderschrijft de wethouder.
37
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 12 juli 2023
De VOORZITTER concludeert dat dit punt voldoende is besproken voor een korte behandeling in de raad. 13. Instemmen met het initiatiefvoorstel ‘gelijkwaardige kansen op een vrij en welvarend leven: taalonderwijs (deel 1) van de leden Von Gerhardt en Hoogtanders. (VN2023-016284). De commissieleden kunnen het lid Von Gerhardt vragen stellen. Het lid VON GERHARDT onderbouwt het belang van gelijkwaardige kansen voor iedere Amsterdammer om zich te kunnen ontplooien voor het leiden van een vrij en welvarend leven. Het betekent dus geen gelijke uitkomsten. Dit draait volgens de fractie om drie factoren. Goed onderwijs, uitzicht op werk en een kansrijke leefomgeving. Hiervoor heeft de fractie voorstellen gemaakt, waarvan taalonderwijs vandaag op de agenda staat. Taal is immers een randvoorwaarde voor gelijkwaardige kansen. De laaggeletterdheid van 1 op de 5 Amsterdammers is dan ook zorgelijk. In sommige stadsdelen is dit zelfs 1 op de 3 bewoners. Kinderen die opgroeien en de Nederlandse taal niet machtig zijn, hebben lagere kansen op school. Dit leidt tot verschillende schooladviezen voor scholieren met hetzelfde IQ. Meer betrokkenheid van ouders bij het onderwijs van hun kinderen draagt bij aan meer gelijkwaardigheid. De voorschool biedt goede mogelijkheden om een kind met een passend taalvaardigheidsniveau aan het lager onderwijs te laten beginnen.
Het lid YEMANE is benieuwd de heer Von Gerhardt een verzoek van 70 jongeren voor een OBA Next in het Kraaiennest voor hun ontplooiing een goed idee zou vinden. Het lid VON GERHARDT stelt dat die jongeren zich voor dat idee hard mogen maken, maar vindt het ook van belang wat de circa 100.000 bewoners van dat stadsdeel hier van denken. Het is mooi als mensen zich daar voor uitspreken. Het lid YEMANE is benieuwd of de heer Von Gerhardt bekend is met het feit dat er al de nodige initiatieven zijn voor het versterken van het taalonderwijs. Het lid VON GERHARDT zegt de initiatieven te kennen, maar niet op de manier zoals in het voorstel met ouders en kind op de voorschool. Ondanks bestaande initiatieven blijft de laaggeletterdheid te hoog met negatieve gevolgen voor schoolprestaties en kansengelijkheid. Bovendien levert een investering in taalonderwijs uiteindelijk geld op. Het lid YEMANE vraagt naar de dekkingsgronden van het voorstel. Het lid VON GERHARDT geeft aan te dit te willen financieren vanuit de buurtbudgetten als daar andere ideeën voor zijn wil hij daar graag over van gedachten wisselen. Het lid YACOUBI wil graag weten of de heer Von Gerhardt doelt op betere of meer betrokkenheid van ouders.
38
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 12 juli 2023
Het lid VON GERHARDT zegt dat het in de regel om een combinatie zal gaan. Veel betrokkenheid, maar niet op de juiste manier hoeft in beginsel niet veel toegevoegde waarde te hebben. Dit kan ondanks goede intenties voortkomen uit het feit, dat een ouder zelf de taal niet goed machtig is of weinig bekend is met het onderwijs systeem. Helaas zijn er ouders die niet op de 10 minuten gesprekken komen omdat die dat moeilijk vinden omdat ze de Nederlandse taal niet goed machtig zijn. Zodoende weten ze onvoldoende wat hun kind op school doet en hoe ze het kunnen ondersteunen. Iets wat voor kansengelijkheid belangrijk is. Het lid YACOUBI zegt dat de heer Von Gerhardt in dit alles een verband legt met mensen met een migratieachtergrond. Het lid VON GERHARDT stelt het woord migratieachtergrond niet in de mond te hebben genomen. De taalachterstand komt voor bij mensen met een migratieachtergrond, maar ook bij mensen zonder migratieachtergrond. En uit onderzoek blijkt dat ouders die de taal niet goed machtig zijn minder betrokken zijn bij het onderwijs van hun kinderen. Het doel is dat iedere Amsterdammer geen taalachterstand heeft. Het lid YEMANE vraagt of de heer Von Gerhardt weet dat meertaligheid kan helpen bij de betrokkenheid van ouders. Het lid VON GERHARDT zegt dat vernomen te hebben.
De VOORZITTER concludeert dat er geen vragen meer zijn over deze ronde en kondigt de eerste termijn van de behandeling aan. Eerste termijn Het lid VON GERHARDT refereert aan de hoofdpunten van zijn zojuist behandelde voorstel en zegt voor de zekerheid gecheckt te hebben of er al een programma was voor de ontwikkeling van taalvaardigheid voor kinderen met betrokkenheid van hun ouders tijdens de voorschool. Dit bleek niet te bestaan, maar mogelijk heeft de raad er al wel iets van opgenomen. Hij vraagt of de wethouder hier meer over kan vertellen. De wethouder heeft aangegeven extra middelen voor taaleducatie voor volwassenen vrij te maken. De heer Von Gerhardt stelt in dit verband dat extra investeringen in taalonderwijs zich terugverdienen en is benieuwd of de wethouder het daar mee eens is. Wethouder MOORMAN zegt veel waardering voor het initiatief van het conceptvoorstel van de heer Von Gerhardt te hebben en beaamt het rendement en de sociale waarde van investeringen in taalachterstanden. De wethouder is een groot voorstander van de gratis voorschool voor iedereen. Ook omdat het niet alleen een instrument is voor de arbeidsmarkt maar ook een algemeen ontwikkelingsinstrument. De genoemde onduidelijkheid over het plan in relatie tot andere activiteiten vindt ze niet goed. De wethouder wil in dit plan de komende jaren samen gaan optrekken om onderwijsbeleid te ondersteunen.
De VOORZITTER constateert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en vraagt aan de initiatiefnemer wat hij met het voorstel wil doen.
39
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 12 juli 2023
Het lid VON GERHARDT heeft vertrouwen in de inzet van de wethouder voor het voorstel en geeft aan dat het kan worden teruggetrokken. De VOORZITTER vindt het een mooi moment van eensgezindheid en rond het agendapunt af. Vervolgens stelt ze agendapunt 18 aan de orde. Dit punt is doorgeschoven van de vorige vergadering.
18. Beantwoording schriftelijke vragen van de leden Rooderkerk en Wehkamp inzake tekorten kinderopvang gemeente Amsterdam (VN2023-015962). Het lid WEHKAMP stelt de kinderopvangproblemen aan de orde. Bijvoorbeeld ouders die als gevolgen beperkte kinderopvang langdurig minder werken dan zou ze zouden willen. Of ouders die kinderen naar een ander deel van de stad brengen voor opvang, of uit de stad vertrekken. Dit treft vooral lage en middeninkomens. Ze wijst op negatieve gevolgen die dit volgens haar heeft op kansengelijkheid. Dit probleem is in de commissie een terugkerend onderwerp van gesprek. Ze refereert aan het feit dat het college alleen stimulerende maatregelen kan uitvoeren en alleen de wetgever ruimte kan creëren voor noodoplossingen. Ze is benieuwd welke stimulerende maatregelen de wethouder naast de campagne voor werken in de kinderopvang verder neemt. Volgens minister Van Gennip bestaat er veel potentieel in de zij-instroom doelgroep en personen met een afstand tot de arbeidsmarkt en ook onder statushouders. Mevrouw Wehkamp vraagt of de wethouder aan de oproep in de brief van de minister gehoor geeft. Verder geeft mevrouw Wehkamp een voorbeeld over samenwerking tussen bedrijven en kinderopvang in New York op het gebied van flexibel werken, gelet op de grote vraag naar opvang op maandag, dinsdag en donderdag.
Ze doet een suggestie om hierover een themadag te organiseren. Gastouderopvang is laagdrempelig. De minister schreef dat hoge leges van gemeenten een drempel zijn. In Amsterdam liggen deze tussen 310,- en 357,- euro. Mevrouw Wehkamp vraagt aan de wethouder of deze leges een drempel vormen en/of er nog andere obstakels zijn voor het starten van gastouderopvang. Mevrouw Wehkamp wil graag een overzicht van de tekorten aan personeel in de voorschool en welke oplossingen ze hiervoor in gedachten heeft. Als één van de ouders arbeidsongeschikt raakt, is er geen recht meer op kinderopvangtoeslag. Vanuit het rijk is er echter wel geld voor deze toeslag indien er sprake is van ernstige problemen. Arbeidsongeschiktheid valt hier niet onder. Kan de wethouder in deze situaties iets doen? Wethouder MOORMAN vertelt dat uit een campagne voor werken in de kinderopvang blijkt dat er interesse is, maar er vaak sprake is van onvoldoende kwalificaties. Taalvaardigheid is daarbij van belang. Dit geldt zeker ook voor de voorschool. De wethouder gaat in op kinderopvangtoeslag en arbeidsongeschiktheid. Binnen de SMI zijn er beperkte te middelen om op schrijnende situaties in te spelen. Dit is besproken met de minister, maar die is momenteel demissionair. Het voorbeeld over opvang in New York wil ze gaan bekijken aangezien alles dat kan helpen bij het tekort meegenomen is
40
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 12 juli 2023
De leges in Amsterdam zijn niet zo hoog als op sommige andere plekken. In de begroting van 2024 is het plan de leges te verlagen. De lege bedraagt 257,- euro en dat gaat naar 204,- euro. De tekorten op de voorschool zijn minder groot dan in de kinderopvang. Voor meer specifieke gegevens zal een inventarisatie gemaakt worden. De VOORZITTER stelt vast dat de beantwoording is afgerond. De behandeling van deze schriftelijke vragen wordt niet doorgeleid naar de raad en is afgedaan. Punt 20 van de agenda wordt aan de orde gesteld. 20. Brede monitor armoederegelingen en stopzetten Stadspas voor AOW’ers die niet tot de minima behoren. (VN2023-015958) Het lid YEMANE is van mening dat de vermogensnorm bij kwijtschelding met 2.000,- euro vrij laag is. Gelet op het belang van een beetje spaargeld bij plotselinge noden, vraagt zij of er bij kwijtschelding anders naar deze norm gekeken kan worden. Verder is er veel verborgen armoede. Bij mensen in de bijstand worden regelingen vaak beter benut dan bij personen met lage inkomens die problemen hebben om in levensonderhoud te voorzien. Het is belangrijk deze groep over beschikbare ondersteuning bereiken. Ze verwijst specifiek naar sectoren als cultuur, horeca, en recreatie. Mevrouw Yemani doet de suggestie werkgevers hierbij te betrekken. Het lid YACOUBI vraagt aandacht voor verborgen armoede onder ouderen die afhankelijk zijn van AOW.
Dit vraagt om een breed scala van beleidsmaatregelen. Kosten van openbaar vervoer kunnen een last zijn. Ouderen met een minimuminkomen, maar met vermogen in de vorm van een huis komen niet of moeilijk in aanmerking voor ondersteuning voor het openbaar vervoer. Hij vraagt in hoeverre de wethouder in het bereik van haar diensten zicht heeft op ouderen die verborgen armoede ervaren. Er zijn namelijk aanwijzingen dat de gemeente moeite heeft met deze AOW’ers in contact te komen. De vraag is wat de gemeente hier in het licht van digitalisering, laaggeletterdheid en beperkte kennis aan kan doen. Ook vraagt de heer Yacoubi of de gemeente bereid is de vermogenstoets voor mensen met een AOW of minimuminkomen met een koopwoning los te laten. Wethouder MOORMAN vindt de vermogensnorm voor kwijtschelding ook een probleem. Dit stuit op belastingwetgeving waarin ondanks lobby tot nu toe niks aan veranderd is. Voor verandering van de wetgeving zal gepleit blijven worden. Het verhogen van de armoedegrens zal volgens de wethouder tot een lager bereik gaan leiden. Ook omdat daar mensen tussen zitten die zichzelf niet kwalificeren als rechthebbende op armoedevoorzieningen. Met Flying Squads worden alle armoede regelingen onder de aandacht gebracht, daar worden ook maatschappelijke partners bij betrokken. Voor scholen is hiervoor het kindpakket.
De armoede aantallen dalen, maar dat geldt niet voor ouderen. De vraag om hier extra aandacht aan te besteden is dan ook terecht. De openbaarvervoersregeling is een populaire maatregel en aanvragen hiervoor bieden kansen om bewoners te attenderen op andere maatregelen waarvan er zo’n 30 zijn. Het lid YACOUBI vraagt nog om een antwoord op de vraag over de vermogenstoets voor ouderen voor de regelingen voor het openbaar vervoer
41
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 12 juli 2023
Wethouder MOORMAN onderkent dat vermogen in een huis is niet besteedbaar is. Maar de groep waar de heer Yacoubi het over heeft is groot. Gelet op budgetten zal er dan ergens anders bespaard moeten worden. De wethouder vraagt waar de heer Yacoubi dat op zou willen doen. Het lid YACOUBI vraagt of de wethouder voor de specifieke doelgroep onderzoek te doen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat onderzoek overbodig is omdat ze van de feiten op de hoogte is en geeft aan dat dit veel geld gaat kosten. Dat is er niet en zal van een andere armoederegeling af moeten gaan. Het lid YEMANE vraagt de wethouder naar een reactie op de specifieke sectoren die ze genoemd heeft. Wethouder MOORMAN wil dit meenemen in de gesprekken met de buurtteams en wijst op de flexcontracten als oorzaak voor problemen. De VOORZITTER stelt vast dat het punt voldoende is besproken en er geen behoefte is aan behandeling in de raad en geeft mevrouw Wehkamp het woord voor een punt van orde. Het lid WEHKAMP wil het punt van de kinderraad naar de raad doorzetten. SLUITING De VOORZITTER geeft aan dat alle agendapunten zijn behandeld en wenst iedereen een fijne vakantie. Ze bedankt de mensen op de publieke tribune, de kijkers, de ambtenaren, bodes, de griffier, de beveiligers en iedereen die verder betrokken is geweest. De vergadering wordt gesloten om 22.30 uur.
42