CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag KDD 17-11-2021

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 17 november 2021, gemeente Amsterdam10.328 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering.

KDD

Raadscommissieverslag, 17 november 2021

DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vastgesteld op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Kunst, Diversiteit en Democratisering Woensdag 17 november 2021 van 13.30 tot 15.50 uur digitaal 8 december 2021

Voorzitter: mevrouw De Fockert Portefeuillehouders: wethouder Groot Wassink en wethouder Meliani Commissiegriffiers: mevrouw Ter Braak Verslaglegging: mevrouw De Jong (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de heer Biemond (PvdA), de heer Boomsma (CDA), mevrouw Bosman (D66), mevrouw De Grave-Verkerk (VVD), mevrouw Grooten (GL), de heer Havelaar (CDA), de heer Huisman (CU), mevrouw IJmker (GL), de heer Mangal (DENK), mevrouw Nanninga (JA21), mevrouw La Rose (PvdA), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Veldhuyzen (BIJ1), de heer Vroege (D66) Afwezige commissieleden: Overige aanwezigen:

Algemeen 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 13.30 uur en heet alle aanwezigen welkom. Zij heeft van de andere partijen geen aanmeldingen ontvangen. 1.b. Mededelingen Wethouder GROOT WASSINK zegt dat hij in deze commissie zou terugkomen op het Buurtplatformrecht. De notitie is bijna gereed en hij verwacht deze nog dit jaar naar de commissie te kunnen sturen. Wethouder MELIANI zegt dat op verzoek de training Diversiteit en Inclusie is aangeboden, maar dat er te weinig aanmeldingen op zijn binnengekomen. Er zijn minimaal zes aanmeldingen nodig. Zij wil echter nog een poging doen en biedt de training opnieuw aan. De heer HUISMAN roept zijn medecommissieleden op zich hiervoor aan te melden. Zijn fractie wil graag dat deze training wordt gegeven. De VOORZITTER dankt de heer Huisman voor deze oproep. Zij zegt dat als hiervoor een datum wordt gekozen, waarop een commissielid niet aanwezig kan zijn, het belangrijk is dat dit tijdig wordt doorgegeven. In dat geval kan een nieuwe datum worden gezocht. 1.c. Vaststellen agenda

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

De VOORZITTER zegt dat zich drie insprekers hebben aangemeld. Zij zegt dat zich geen leden hebben aangemeld die het woord willen voeren over de Najaarsnota. Zij gaat ervan uit dat deze voordracht kan worden gehamerd. De heer BIEMOND wil een agendavoorstel doen voor agendapunt 4, te weten de Referendumverordening. Hij stelt voor om dit punt van de agenda af te voeren en uit te stellen tot de volgende vergadering. Op 9 november vond een technische sessie plaats. Op dat moment was het advies van de referendumcommissie nog niet beschikbaar. Op 15 november heeft de wethouder een brief gestuurd, waaruit blijkt dat er nog een aangepaste versie van de verordening komt. Het gaat hier om wetgeving. Dat moet zorgvuldig gebeuren. Vandaar zijn voorstel om het uit te stellen. Mevrouw NANNINGA ziet de redelijkheid van dit voorstel in. Zij vraagt wel of er al zicht is op het aantal punten op de agenda van de volgende vergadering. Er moet rekening worden gehouden met de spreektijd. De VOORZITTER zegt dat er nog geen stukken zijn ontvangen voor de volgende vergadering. De heer VROEGE is het eens met de heer Biemond. Een extra argument is nog dat de tweede reactie van de referendumcommissie via de griffier werd verspreid en niet bij de officiële stukken staat. Daar hebben de inwoners geen kennis van kunnen nemen.

Ook hij is voorstander van uitstel, zodat de verordening in volledige transparantie kan worden besproken. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat het eerste en belangrijkste advies van de referendumcommissie wel voor de technische sessie bij de commissie bekend was. De heer Biemond doelt waarschijnlijk op het tweede advies. Het tweede advies gaat over kleine technische wijzigingen. Hij heeft echter geen bezwaar tegen uitstel, maar hij hoopt wel dat de verordening de volgende vergadering wordt besproken. De VOORZITTER vraagt de leden of zij voor of tegen het ordevoorstel zijn. Zij constateert dat de commissieleden geen bezwaar hebben om het punt naar de volgende vergadering door te schuiven. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat de heer Biemond sprak over een nieuwe versie van de verordening. Hij is echter niet van plan om een nieuwe versie te sturen. Er is een erratum met enkele kleine technische wijzigingen naar de commissie gestuurd. Als de commissie het heel graag wil, kunnen deze wijzingen in de verordening worden verwerkt. Hij moet dat dan nu al weten. De heer BIEMOND las in de brief van de wethouder dat er nog een aangepaste versie komt. Het lijkt hem goed als de aangepaste versie er tijdens de bespreking op 8 december ligt. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat in de brief stond dat er voor de raad een aangepaste versie zal worden gestuurd.

Als de commissie deze versie al wil voor 8 december zal hij dat gaan regelen. De VOORZITTER constateert dat de commissieleden dit wel op prijs stellen. Zij wijst de leden erop dat dit stuk dan via een nazending zal worden toegestuurd. Zij constateert dat de agenda verder ongewijzigd wordt vastgesteld. 1.d Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie KDD van 28 oktober 2021 De VOORZITTER heeft geen wijzigingsvoorstellen ontvangen en zij constateert

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

dat het verslag is vastgesteld. 1.e. Termijnagenda De VOORZITTER zegt dat zich geen leden hebben aangemeld voor de termijnagenda. Zij constateert dat iedereen akkoord gaat met de termijnagenda. 1.f. TKN-lijst De VOORZITTER heeft een verzoek tot agendering voor de volgende commissie ontvangen. De leden Leenders (PvdA) en IJmker (GL) willen dan graag TKN 8 bespreken. Dat betreft de raadsinformatiebrief over de voortgang van de opvolging van de aanbevelingen uit de verslagen van de Rekeningencommissie en de Accountantsverslagen met betrekking tot het i-domein. De heer BIEMOND zou ook graag TKN 2 inzake het Kunstenplan willen piepen. Dit is destijds door de commissie zelf gevraagd en hij denkt dat het belangrijk is dat hierover wordt gesproken. De VOORZITTER verzoekt de heer Biemond om een TKN-stuk voortaan schriftelijk en voorzien van een motivatie, te agenderen. Zij vraagt of de heer Biemond daar dan ook de Amsterdamse Kunstraad bij wil uitnodigen. De heer BIEMOND wil dat wel, aangezien hem dat zinnig lijkt voor de discussie over de evaluatie van het Kunstenplan. De VOORZITTER vraagt de leden of zij bezwaar hebben tegen dit voorstel en zij constateert dat dat niet het geval is. Tijdens de volgende commissievergadering zal de evaluatie van het Kunstenplan worden besproken en daar zal de Amsterdamse Kunstraad bij worden uitgenodigd. 1.g.

Ingekomen stukken stadsdeelcommissies De VOORZITTER zegt dat er geen ingekomen stukken zijn. Inhoudelijk 2.a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en zegt dat de spreektijden vanaf nu gaan lopen. Er hebben zich drie insprekers aangemeld. 2.b. Inspreekmoment Publiek De heer VAN OMMEREN spreekt op persoonlijke titel in over het Verkenningsrapport ‘Met de kracht van de voorouders’ van mei 2021. Hij heeft kritiek op dit verkenningsrapport. Hij heeft hierover een zienswijze en vragen in de vorm van een raadsadres naar de gemeenteraad gestuurd. In de opdracht van deze verkenning zit een onacceptabele weeffout die moet worden hersteld. Hij vraagt om geen overheidsgeld te besteden aan het verkende slavernijverledenmuseum, omdat het de doorwerkingen van de slavernij ziet als de oorzaak van de hedendaagse rassendiscriminatie en achterstelling van de nazaten van slaven in Nederland. Daarnaast wordt de doorwerking beschouwd als de oorzaak van de huidige ontwikkelingsstatus van landen waar slavenarbeid plaatsvond.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

Dit is onjuist en misleidend. Hij vraagt tevens om expliciet in de verkenning en in de scope van het museum op te nemen dat er tussen het slavernijverleden en de hiervoor genoemde zaken geen significante causale verbanden bestaan. Hij vraagt waarom deze twee zogenoemde racistische doorwerkingen van het slavernijverleden in de opdracht voor deze verkenning zijn toegestaan. Hij vraagt een vervolgtraject mogelijk te maken, waarin erop wordt toegezien dat er een museum komt, waar de juiste informatie wordt verstrekt. Hij verzoekt ten slotte om een professioneel en deskundig managementteam voor dit slavernijverledenmuseum. Hij heeft een handreiking gemaakt, waarin hij een oplossing biedt voor de punten die hij in zijn eerste twee vragen heeft genoemd. De heer SCHOOLMEESTERS spreekt in namens de belangengroep broedplaatsondernemers in de Metropoolregio Amsterdam. Hij zegt dat er voor 2022 een bezuiniging van 1 miljoen euro op het huidige broedplaatsenbudget is gepland. Deze bezuiniging moet worden herzien. Als deze bezuiniging wordt doorgezet, halveert de slagkracht van Bureau Broedplaatsen. Bestaande broedplaatsen met aflopende contracten gaan dan verloren en er zullen geen nieuwe broedplaatsen worden gerealiseerd.

De regeling broedplaatsen is bedoeld voor betaalbare broedplaatsen met een mix van creatieve en maatschappelijke initiatieven en draagt bij aan de vitaliteit en diversiteit van de stad. In Amsterdam is er veel behoefte aan dit soort plekken. De vraag stijgt terwijl het aanbod afneemt. Het behoud van de broedplaatsen is dan ook essentieel. In 2022 lopen 12 broedplaatscontracten af. Daarmee verliezen 600 mensen een betaalbare werkplek. De belangengroep heeft eerder dit jaar met een symposium en een technische sessie al gepleit voor de instandhouding en zo mogelijk uitbreiding van het huidige broedplaatsenbudget. De belangengroep heeft concrete punten geformuleerd voor een gedeeltelijke herijking van het broedplaatsenbeleid die leidt tot broedplaatsen nieuwe stijl. Het gaat daarbij om broedplaatsen die zich niet alleen richten op kunst, maar ook op bijvoorbeeld stedelijke ontwikkeling, onderwijs, zorg en ondernemerschap. Hij is blij dat een aantal fracties in hun verkiezingsprogramma hebben opgenomen dat het huidige budget moet worden behouden. De heer Schoolmeesters begrijpt niet hoe het broedplaatsenbeleid in het nieuwe collegeakkoord kan worden uitgevoerd, terwijl er nu al is besloten tot een dergelijke grote bezuiniging. De belangengroep adviseert dringend om deze bezuiniging te herzien.

Tevens verzoekt de belangengroep om meer middelen, ook vanuit andere domeinen, vrij te maken. De heer BRANDJES spreekt in namens Hart voor de K-buurt en namens de coalitie van buurtplatforms in de stad. Hij geeft een compliment voor het feit dat door iedereen hard wordt gewerkt om de stad beter te maken. Het enige dat ontbreekt is het buurtplatformrecht. Daar is eerder een motie over ingediend. De buurtplatforms hebben vorig jaar een noodkreet laten horen, omdat er een grote afstand en een machtsverschil is tussen de leefwereld en de systeemwereld. De bewoners voelen daardoor een noodzaak tot zelforganisatie. Zij kijken naar bewonerscommissies die via de wet een positie hebben. Daar ligt de basis voor het buurtplatformrecht. Er is een pilot uitgevoerd. Het jezelf kunnen organiseren is een basisvoorwaarde voor andere buurtrechten. Dit voorjaar is hiervoor een voorstel uitgewerkt. Tot nu toe is hier geen inhoudelijk gesprek over gevoerd. De heer Brandjes roept op om hierbij ook goed voor de wijkcentra te zorgen. Hij heeft het idee dat er onder het buurtplatformrecht allerlei zaken worden geschoven, waardoor stagnatie optreedt. Hij roept de leden op om hiermee aan de gang te gaan. Hij adviseert om de uitkomsten van de pilot als uitgangspunt te nemen voor het kader van het buurtrecht. De heer HAVELAAR dankt voor de inspraak.

Hij vraagt welke rol de buurtplatforms volgens de heer Brandjes kunnen spelen om ervoor te zorgen dat ze een goede voedingsbodem zijn voor het gebruik van allerlei andere buurtrechten. De heer BRANDJES zegt dat de buurtplatforms daarvoor heel belangrijk zijn. Als een buurt zich niet organiseert, komt deze buurt niet toe aan het uitoefenen van andere rechten. Maar als een buurtplatform steeds weer moeite moet doen om te worden gehoord, komt het niet toe aan de inhoudelijke kant waarbij echt voor de buurt wordt gezorgd.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

De heer VROEGE dankt de heer Brandjes voor zijn inzet. Zijn zorg is echter dat er een soort ondemocratische bestuurslaag ontstaat van een aantal mensen die gaan bepalen wat goed is voor de buurt. Hij vraagt of de heer Brandjes deze zorg kan wegnemen. De heer BRANDJES zegt dat de buurtplatforms daar zelf ook over hebben nagedacht. Dit punt is uitgewerkt in een notitie die zij dit voorjaar hebben opgesteld. Er moet sprake zijn van een periode van vier jaar. De platforms moeten worden gelegitimeerd door een borging vanuit de stadsdeelcommissie. Zij vragen om een status voor een netwerk in de buurt die wordt erkend door de stadsdeelcommissie. Op die manier is de status van de platforms controleerbaar en niet oneindig. 2.c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. 2.d. Rondvraag De heer VROEGE begreep dat er vorige week weer een bestuursconferentie heeft plaatsgevonden. Dat betrof een overleg tussen het college en de dagelijks bestuurders van de stadsdeelcommissies. Hij vraagt of de wethouder bereid is de opbrengsten van deze conferenties met de leden van de commissie te delen. Dit kan nuttige informatie zijn voor het gesprek dat begin 2022 zal worden gehouden over de taken en bevoegdheden van de stadsdelen. Wethouder GROOT WASSINK begrijpt de vraag van de heer Vroege, maar hij wil dit graag eerst overleggen met de stadsdeelbestuurders zelf.

Er is op basis van gelijkwaardigheid met elkaar gesproken en daarom kan hij niet alleen bepalen of deze informatie kan worden gedeeld. Hij zal het dus eerst met hen afstemmen en komt daar op een later moment op terug. De heer VELDHUYZEN wist niet dat de heer Schoolmeesters ging inspreken. De heer Schoolmeesters heeft een heel belangrijk signaal gegeven en de heer Veldhuyzen verzoekt de wethouder hierop te reageren. Hij vraagt of er nog mogelijkheden zijn om extra broedplaatsen te creëren, waarbij hij onder andere denkt aan gemeentelijk vastgoed. Wethouder MELIANI zegt dat de heer Schoolmeesters vraagt om de bezuiniging die al eerder is gepland, terug te draaien. Er zijn hiervoor geen middelen beschikbaar binnen het budget voor kunst en cultuur. Zij wijst erop dat het afgelopen jaar 16.000 m2 aan broedplaatsen is gecreëerd. Zij had al toegezegd de commissie binnenkort een brief te sturen, waarin de stand van zaken wordt gegeven met betrekking tot de broedplaatsen. De heer Veldhuyzen vraagt om hier gemeentelijk vastgoed voor beschikbaar te stellen. Zij wijst erop dat er veel meer behoefte is aan vastgoed dan er beschikbaar is. Zij kan toezeggen dat er wordt geprobeerd zo veel mogelijk plekken te creëren met de middelen die er zijn. Vanaf 2023 zijn de broedplaatsen wegbezuinigd. Dat betekent dat de oude situatie dan weer ontstaat.

Het zou geweldig zijn als het volgende college dit zou terugdraaien. Vanwege de crisis zijn er keuzes gemaakt. De raad heeft ervoor gezorgd dat er voor het lopende jaar wel geld beschikbaar was. De heer Schoolmeesters vraagt om ook voor volgend jaar extra geld beschikbaar te stellen. Het is aan de raad om hiervoor middelen vrij te maken. Bespreekpunten Financiën

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

3. Kennisnemen van de Najaarsnota 2021, vaststellen van de begrotingsmutaties en de taakveldenraming behorende bij de Najaarsnota 2021 en vaststellen van enkele afzonderlijke besluiten verband houdend met de Najaarsnota 2021 (ZD2021-014567) De VOORZITTER zegt dat dit punt wordt gehamerd. Democratisering (incl. Bestuurlijk Stelsel) 4. Referendumverordening Amsterdam 2022 (ZD2021-011788) De VOORZITTER zegt dat dit punt is doorgeschoven naar de volgende vergadering.

5. Beleidskader Buurtrechten (ZD2021-011241) Commissie Mevrouw GROOTEN zegt dat over de buurtrechten lang geleden in de raad een voorstel is gedaan. Zij is blij dat dit onderwerp hier nu wordt besproken. Zij complimenteert de schrijver van het goede en leesbare stuk. Het gaat over zaken anders doen dan voorheen. Er wordt ruimte gezocht in de kaders die zijn vastgelegd. Zij vindt het mooi dat veel oplossingen die mensen kunnen aandragen, oplossingen kunnen zijn voor meerdere problemen. Er wordt gesproken over een onderzoeksopzet. Zij vraagt of er nu wel direct wordt begonnen en zo ja, wat de termijn is waarop mensen kunnen gaan uitdagen. Ook vraagt zij hoe de mensen in de stad van de mogelijkheden op de hoogte worden gebracht. In het stuk staat dat een ‘uitdager’ een rechtspersoon moet zijn. Zij vraagt of deze drempel niet te hoog is. Op deze manier moeten mensen dus eerst naar een notaris om een stichting op te richten. De heer VROEGE merkt op dat zijn collega Grooten direct wil beginnen. Hij wijst erop dat de taken en bevoegdheden van de stadsdelen nog niet bekend zijn. Hij vindt het niet verstandig om burgers aan te moedigen om de overheid op lokaal niveau uit te dagen, terwijl voor maart 2022 nog niet bekend is wat de taken en bevoegdheden zijn van de gekozen volksvertegenwoordigers. Hij denkt dat het beter is om de taken en bevoegdheden eerst vast te stellen.

Mevrouw GROOTEN dankt voor deze interruptie. Zij had daar zelf nog niet over nagedacht. Zij denkt dat het inderdaad handig is als de taken en bevoegdheden van de stadsdelen eerst worden vastgesteld, zodat duidelijk is wie er kan worden uitgedaagd. Zij geeft dit graag mee aan de wethouder bij haar vraag over wanneer dit recht ingaat. Het is belangrijk dat mensen de juiste informatie hebben. Voor de timing is het bijvoorbeeld belangrijk dat mensen weten waar de gemeente of een stadsdeel mee bezig is. Zij vraagt hoe deze informatie tijdig bekend wordt gemaakt. In het kader staat iets over het doel van het buurtrecht. De vraag is waarom de overheid het eigenaarschap wil overdragen. Zij denkt dat het zit in het geloof dat mensen de stad samen kunnen maken. Zij vindt de zinsnede ‘resultaat op straat’ daarvoor heel treffend. Over het buurtplatformrecht heeft iemand ingesproken. Zij had het mooi gevonden als de beantwoording van de motie daarover al bekend was geweest, zodat de koppeling had kunnen worden gemaakt. Zij vraagt of het buurtplatformrecht een vorm van uitdaagrecht zou kunnen zijn of dat er meer naar moet worden gekeken zoals de inspreker voorstelt, namelijk dat het recht om je te organiseren nog basaler is. Dit kan aan de hand van de beantwoording van de motie worden besproken. In het stuk staat dat het voor burgers lastig kan zijn om bij aanbestedingen mee te dingen.

Zij wijst op een voorbeeld in Rotterdam, waarbij 10% van

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

een aanbesteding leeg wordt gelaten, zodat andere partijen daarop kunnen reageren. Daarnaast is de vraag of alles moet worden aanbesteed. In het stuk wordt al gezocht naar oplossingen op dit gebied. De ruimte voor biedingsrecht is schaars, vanwege de grote druk op ruimte en vastgoed. Zij denkt dat het goed is om te onderzoeken of de ruimte inderdaad schaars is of zelfs geheel ontbreekt. Het recht moet ook realistisch zijn. Zij stelt voor om ook naar het omgekeerd uitdaagrecht te kijken, zoals in Groningen is gedaan. Dat betekent dat de gemeente aangeeft wat de doelen en het budget zijn en zij vraagt wie hiervoor ideeën heeft. Ten slotte is het goed om te kijken hoe ervoor kan worden gezorgd dat ook marktpartijen voor een deel op deze manier gaan werken. Al met al is zij heel enthousiast over het voorstel. De heer VERHOEVEN zegt dat D66 wat minder enthousiast is. Hij heeft een aantal zorgen met betrekking tot dit voorstel. Nu nog niet bekend is welke taken en bevoegdheden de stadsdelen en de stadsdeelcommissies krijgen, is het voorbarig om deze stap nu al te zetten. Hij wil graag dat pas nadat deze taken en bevoegdheden bekend zijn, wordt gekeken hoe de rechten van stadbewoners en ondernemers kunnen worden vergroot. Hij vraagt de wethouder wat volgens hem de rol van de stadsdeelcommissies is en wat de rol van de gemeenteraad straks is.

Hij ziet dat er taken zijn weggelegd voor het college en de dagelijks bestuurders. Hij vraagt of de volksvertegenwoordigers hier straks ook een rol in spelen. De stadsdelen hebben over dit voorstel zienswijzen ingediend. Hij zag daarin veel praktische zorgen over de uitvoering. De stadsdelen worden geacht ondersteuning te gaan bieden. Als het een succes blijkt te zijn, zou dit kunnen leiden tot capaciteitsgebrek. Hij vraagt hoe de wethouder dat gaat voorkomen. Hij vraagt of er mogelijkheden zijn om de stadsdelen hierin extra te ondersteunen. Hij wil ook weten hoe wordt voorkomen dat dit een extra, niet democratisch gekozen, laag wordt van steeds dezelfde mensen. In het verleden werden bewoners met een idee naar het wijkcentrum gestuurd en het wijkcentrum bepaalde dan of het wel of niet werd uitgevoerd. Dit is niet de bedoeling. Hij vraagt hoe ervoor wordt gezorgd dat er niet een dergelijke laag ontstaat, maar dat iedereen mag meedoen. Hij merkt op dat een rechtspersoon iets anders is dan bewoners. In het stuk worden beide begrippen genoemd. Hij vraagt of bedrijven en organisaties ook mogen meedoen. Als dat het geval is, moet de tekst mogelijk worden aangepast. De heer HAVELAAR begrijpt de opmerking over een ondemocratische laag. In het stuk wordt echter aangegeven dat enige vorm van organisatiegraad nodig is om de Right to Challange goed uit te kunnen voeren.

Hij vraagt de heer Vroege hoe hij dit ziet. De heer VROEGE vindt het prima dat mensen zich organiseren. Hij wil echter voorkomen dat het een verplicht loket wordt voor andere buurtbewoners die ook een idee hebben. In het stuk staat dat organisaties zelf mogen kiezen door wie ze worden ondersteund. In de stad zijn steeds meer bedrijfjes, vaak geleid door oud-politici, die processen ondersteunen. Het lijkt hem goed als daar meer transparantie in ontstaat, zodat duidelijk is wie daar achter zitten en wat de kosten zijn. Collega Grooten heeft eerder een voorstel gedaan om een lobby-overzicht te maken. Het zou goed zijn om dat ook te doen als het gaat om dit soort ondersteuningsbedrijfjes. Hij vraagt hoe de kosten hiervoor zich verhouden tot de buurtbudgetten. Hij vraagt of hier een overlap in zit. Het is niet duidelijk of hiermee direct wordt gestart, nadat de raad hierover heeft gesproken. Er worden enkele pilots aangehaald. Het is hem niet duidelijk wat dit voor pilots waren en wat ze hebben opgeleverd. Hij vraagt om een kort overzicht van de afgeronde pilots. Mevrouw GROOTEN merkt op dat de heer Vroege een aantal zorgen noemt. Zij hoort eigenlijk geen reactie op de essentie van het voorstel, te weten het geven van de zeggenschap aan bewoners. De heer VROEGE zegt dat de commissie is bedoeld om verdieping op de inhoud te leveren. Het politieke oordeel volgt in de raad.

Hij wil graag eerst antwoord van het college op zijn vragen, voordat hij een inhoudelijk oordeel geeft over het voorstel.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

De heer HAVELAAR zegt dat er in een gemeente weinig plaatsen zijn waar de integraliteit van het beleid kan worden beoordeeld. De raad is verdeeld in commissies, waardoor de raadsleden zijn gespecialiseerd in deelgebieden. Bewoners hebben echter te maken met integraliteit. Daarom is het goed dat er een beleidskader Buurtrechten komt en dat bewoners steeds meer zelf in hun eigen buurt kunnen doen. Hij is positief over het stuk. Hij geeft een compliment aan de heer Vroege voor zijn vragen. Hij voegt daar zelf nog enkele vragen aan toe. De eerste vraag gaat over het vinden van ruimte binnen de kaders. Zodra die ruimte er is, is dat prima. Als er buiten de kaders ruimte wordt gezocht, moet ervoor worden gezorgd dat kaders en praktijk in harmonie zijn. Zaken moeten dan bijvoorbeeld goed worden vastgelegd en er moet sprake zijn van democratische besluitvorming. Hij vraagt hierop een reactie van de wethouder. Hij vraagt tevens of er buurtrechten komen op maatschappelijk vastgoed. Hij vraagt zich af of de bewonersinitiatieven op die manier een soort concurrent worden van maatschappelijke organisaties. En zo ja, dan vraagt hij wie de toewijzing bepaalt. Hij vraagt of er ook een claim kan worden gelegd op een deel van de ruimte of een pand. In het stuk wordt aangegeven dat het niet duurder mag worden als bewoners een taak overnemen.

Hij vraagt of deelfinanciering via externe financiering ook mogelijk is als daardoor de totale kosten voor de gemeente niet toenemen. Hij vraagt of het recht op budget ook mogelijk is voor commerciële partijen. Dergelijke zaken hoeven niet altijd aanbestedingsplichtig te zijn. Hij vraagt of het recht op informatie ook kan slaan op geheime informatie en zo ja, dan vraagt hij hoe de geheimhouding in dat geval is geborgd. De heer VROEGE schrok een beetje van de vraag over de geheime informatie. Hij hoopt dat het CDA ook van mening is dat het niet de bedoeling is dat dit soort informatie met initiatiefnemers wordt gedeeld. De heer HAVELAAR is in de eerste plaats benieuwd hoe dit recht in de praktijk wordt vormgegeven. Hij is benieuwd of erover is nagedacht hoe in dezen met geheime stukken moet worden omgegaan. Hij wacht het antwoord van de wethouder daarover af. Hij is niet principieel tegen het delen van informatie. Hij vraagt ten slotte hoe ervoor wordt gezorgd dat er een voedingsbodem komt, waarin initiatieven kunnen gaan ontstaan. De heer MANGAL geeft een groot compliment aan iedereen die bij het opstellen van dit stuk was betrokken. DENK heeft meermaals aangegeven dat de politiek dichter bij de burger moet staan en dat er meer vertrouwen moet zijn in de kracht van de burgers. Dit stuk is een belangrijke stap in de richting van meer burgerparticipatie.

De heer Mangal vraagt wel hoe de uitvoering inclusief wordt gemaakt. Er zijn mensen met goede ideeën die de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn. Er zijn al veel lokale zelforganisaties en hoe wordt ervoor gezorgd dat zij van deze rechten gebruik gaan maken? Het is goed dat er ambtelijke ondersteuning beschikbaar wordt gesteld, maar de vraag is hoeveel uren daarvoor mogen worden gerekend. Hij vraagt of er een minimum of maximum aan is verbonden. Mogelijk kunnen hiervoor ook burgers met ervaring worden ingezet in plaats van dure ambtenaren. Hij mist de connectie met de motie over buurtplatformrecht. In de motie wordt opgeroepen tot een recht van een platform in elke buurt. Het was de bedoeling van de raad om het buurtplatformrecht nader uit te werken. Dit stuk is het kader om dit in de regelen, maar dat is niet gebeurd. Er is nog steeds niet inhoudelijk met de buurtplatforms gesproken over de uitwerking van deze motie, terwijl daar in de motie zelf expliciet om wordt gevraagd. Hij vraagt waarom dit nog steeds niet is gebeurd, terwijl de motie al in december 2020 is aangenomen. De buurtplatforms hebben al eerder een brandbrief geschreven. Zij moeten zichzelf voortdurend bewijzen. Dat vergt veel energie en dat gaat ten koste van hun activiteiten.

Er is tot nu toe niet of onvoldoende met hen gesproken over het buurtplatformrecht, de middelen die in de begroting worden toegekend, hun positie binnen de sociale infrastructuur, een gedeeld dienstencentrum voor onafhankelijke ondersteuning en het integraal opnemen in het participatiebeleid. DENK wil graag dat deze punten worden opgenomen in het Beleidskader Buurtrechten. De fractie is bereid om hiervoor een motie in te dienen als dat nodig is. De heer HUISMAN zegt dat een belangrijke voorwaarde voor het indienen van

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

initiatieven is dat ze aansluiten op de opgaven voor de buurt of de stad. Bovendien moet er capaciteit beschikbaar zijn om het initiatief uit te voeren en er moet voldoende draagvlak voor zijn in de buurt. Hij geeft complimenten voor het stuk. Hierin staat dat het buurtrecht voor iedereen toegankelijk moet zijn. Aangegeven wordt dat communicatie richting bewoners heel belangrijk is. Via traditionele communicatie zal niet iedereen kunnen worden bereikt. Hij vraagt of er al ideeën zijn hoe de communicatie zal worden vormgegeven. Hij stelt voor om daarbij te kijken naar sectoren die vaker communiceren over ingewikkelde onderwerpen en om daarmee samen te werken. Hij vraagt in hoeverre kerken in de communicatie worden meegenomen. De fractie heeft eerder aandacht gevraagd voor de rol van de kerk als het gaat om maatschappelijke initiatieven. De heer VROEGE merkt op dat de heer Huisman kerken noemt. Hij hoopt dat de heer Huisman bedoelt dat alle religieuze instellingen hierbij worden meegenomen. De heer HUISMAN zegt dat hij uiteraard bedoelt dat alle religieuze instellingen worden meegenomen, omdat zij vaak een heel goede connectie hebben met de buurtbewoners. De heer VELDHUYZEN geeft een compliment aan degenen die betrokken waren bij het opstellen van dit stuk, maar ook voor de andere plannen op het gebied van democratisering en participatie.

In het stuk ontbreekt echter het buurtplatformrecht. De wethouder heeft aangegeven dat binnenkort ook over het buurtplatformrecht kan worden gesproken. De heer Veldhuyzen had het nu eigenlijk ook over dit buurtplatformrecht willen hebben. Het succes van de buurtrechten hangt sterk af van de vraag of alle Amsterdammers er gebruik van kunnen maken. In principe zijn deze rechten beschikbaar voor iedereen, maar niet iedereen beschikt over voldoende toegang tot informatie en deskundigheid om er gebruik van te kunnen maken. Op die manier ontstaat het risico dat de plannen tot meer participatie en democratisering juist kunnen leiden tot meer ongelijkheid. Daarom is het buurtplatformrecht en de financiering en ondersteuning van zelforganisaties van bewoners heel belangrijk. Hij vindt dan ook dat er expliciet middelen ter beschikking moeten worden gesteld voor de organisatiekosten, zodat de continuïteit van bewonerscollectieven wordt gewaarborgd. Er zijn de afgelopen tijd flinke stappen gezet op het gebied van participatie. Het voorliggende stuk is ook een goede stap. Maar dat wat het meest belangrijk is, te weten de structurele financiering van bewonerscollectieven, ontbreekt hierin. Hij pleit dan ook voor het buurtplatformrecht en verzoekt de wethouder te reageren op de zorgen die hij heeft genoemd.

College Wethouder GROOT WASSINK zegt dat de heer Veldhuyzen een mooi betoog heeft gehouden over het belang van het buurtplatformrecht. Hij heeft echter zelf aangegeven dat het buurtplatformrecht iets wezenlijk anders is dat het buurtrecht. Het Kader Buurtrecht schetst het proces en de principes om initiatieven van de grond te krijgen. De heer Veldhuyzen zegt dat de mate van succes van het buurtrecht afhankelijk is van het buurtplatformrecht. Daar is de wethouder het principieel mee oneens. Hij vindt het buurtplatformrecht wel heel belangrijk. Hij ziet het buurtplatformrecht als de mogelijkheid van burgers, gesteund door de overheid, om zich te organiseren met een doel. Hij vindt dat het buurtplatformrecht niet in dit kader thuishoort. Hij is de laatste tijd veel in gesprek geweest met initiatiefnemers, maar niet iedereen zegt hetzelfde als de inspreker de heer Brandjes. Sommige buurtplatforms willen geen geld, maar hebben behoefte aan informatie. Het hangt ook af van de functie van een platform. Hij heeft de laatste versie van het concept voorgelegd aan De Kracht van Mokum. Zij zullen daar op korte termijn op reageren. Daarna kan hij het in de commissie bespreken. In de vorige raad hebben zowel GroenLinks als D66 er steeds voor gestreden dat de motie-Hoek/Paternotte over het buurtrecht zou worden uitgevoerd, maar dat is toen nooit gebeurd. Er ligt nu wel een stuk.

Hierin worden de principes en het proces beschreven. De heer VELDHUYZEN zegt dat in principe iedereen gebruik kan maken van alle

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

mogelijkheden rondom participatie en democratisering, maar dat er sprake is van een ongelijk speelveld. Juist de financiering van zelforganisaties van bewoners is van groot belang voor het gebruiken van de buurtrechten. Wethouder GROOT WASSINK deelt het idee van de heer Veldhuyzen wel, maar aan de andere kant is er in de wereld sprake van talloze ongelijkheden. Als de raad vindt dat dit soort groepen bewoners moet worden ondersteund, dan moet dat serieus worden overwogen. Om deze ondersteuning structureel en langdurig te laten zijn, moet het volgend college daarvoor iets regelen. Persoonlijk is hij het er wel mee eens om dit soort initiatieven te ondersteunen. De randvoorwaardelijkheid die de heer Veldhuyzen noemt tussen het buurtplatformrecht en andere democratische ontwikkelingen deelt hij niet. Het gaat er bij het buurtrecht om dat bewoners de mogelijkheid krijgen om een taak van de overheid over te nemen. Mensen die dat doen, hebben helemaal geen buurtplatformrecht nodig. Die mensen willen alleen toegang tot de middelen die bij deze taak horen en enige ondersteuning. Op deze manier wordt de overheid uitgedaagd en mogelijk kan de overheid ook iets leren van de manier waarop de burgers de taak vervolgens oppakken. Er kan wel een relatie zitten tussen het buurtrecht en het buurtplatformrecht, maar dat hoeft niet. Er zijn opmerkingen gemaakt over inclusiviteit.

De wethouder denkt dat kleinschalige initiatieven een grotere inclusiviteit kunnen bewerkstelligen dan wanneer de betreffende taak door de overheid wordt uitgevoerd. Hij hoopt dat initiatieven uit de samenleving meer mensen zal bereiken. Het buurtrecht biedt juist een goede kans op inclusiviteit. De heer VELDHUYZEN vraagt of de wethouder het met hem eens is dat als er buurtplatformrechten zouden zijn in buurten en het voor mensen makkelijker wordt om zichzelf te organiseren, deze buurtrechten voor meer mensen toegankelijk worden. Wethouder GROOT WASSINK denkt dat dat niet noodzakelijkerwijs het geval is. Als burgers zich organiseren dan kunnen deze platformen natuurlijk wel gebruikmaken van de buurtrechten. Dan moeten de buurtrechten natuurlijk wel bestaan. De heer MANGAL is het grotendeels met de wethouder eens. Hij vraagt de wethouder hoe hij continuïteit van platforms kan waarborgen. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat de essentie bij het buurtplatformrecht continuïteit is. Hij wijst er wel op dat voorkomen moet worden dat dezelfde mensen daar voortdurend de dienst uitmaken. Er moet dus ook in het buurtplatformrecht een moment zijn dat er weer kan worden uitgedaagd. Bij buurtrechten ligt dat anders. Daarbij gaat het om een bepaald doel dat mensen willen bereiken. Hij noemt als voorbeeld een groep buurtbewoners die stenen uit de stoep heeft gehaald om groen aan te leggen.

Dat is een wezenlijk verschil met het buurtplatformrecht. Het buurtplatformrecht gaat over organiseren, enthousiasmeren en het bouwen van een community. Het buurtrecht gaat over de vraag welke taak van de overheid bewoners zelf kunnen uitvoeren. De heer VROEGE zegt dat de wethouder de motie-Hoek/Paternotte aanhaalt. Hij kent beide indieners als raadsleden die heel kritisch waren op de uitvoering van hun motie. Hij vraagt of de wethouder het met hem eens is dat deze raadsleden heel kritisch waren. Wethouder GROOT WASSINK heeft de heer Hoek niet meegemaakt als raadslid. Zijn ervaring met de heer Paternotte is dat hij in sommige dossiers heel kritisch was, maar niet in alle dossiers. De heer VROEGE vraagt of de wethouder het met hem eens is dat kritisch zijn een taak van de gemeenteraad is. Het zou jammer zijn als kritische vragen van de gemeenteraad niet met enthousiasme worden ontvangen door leden van het college die hun plannen moeten verdedigen.

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

Wethouder GROOT WASSINK waardeert altijd de zeer kritische grondhouding van de heer Vroege. Hij verwacht geen applaus. Hij is blij met elk raadslid dat zijn of haar taak serieus neemt. Mevrouw GROOTEN vraagt waarom in het stuk staat dat iemand een rechtspersoon moet zijn om van het buurtrecht gebruik te maken. Dat vormt een drempel. Zij denkt dat in dat geval de buurtbewoners uit het voorbeeld minder snel tot actie zouden zijn overgegaan. Weethouder GROOT WASSINK zegt dat een rechtspersoon wel handig is. Het voorbeeld was erg beperkt. Dat gaat niet om een groot bedrag en ook niet over een verantwoordelijke taak. In het buurtrecht moeten mensen ook worden beschermd als zij een behoorlijke taak overnemen van de overheid. Dat kan niet rusten op een enkele persoon. Een stichting kan best eenvoudig worden gevormd. De overheid kan ook hierbij ondersteuning bieden. Het is dus vooral bedoeld om mensen te beschermen. Het moet wel binnen bepaalde kaders gebeuren. Het gaat inderdaad om uitdagen, zoals mevrouw Grooten heeft gezegd. Het gaat erom hoe mensen een taak van de overheid kunnen overnemen en op die manier de overheid uitdagen. Hij verwacht dat groepen mensen sommige taken beter kunnen uitvoeren dan de overheid. Met betrekking tot de communicatie zal hij alle structuren die er zijn, inzetten om het buurtrecht aan iedereen kenbaar te maken.

Hij ziet hierbij ook een grote rol weggelegd voor stadsdelen en stadsdeelcommissies. De heer Vroege denkt dat dit alleen bij de stadsdelen ligt, maar dat is niet juist. Dit kan ook gaan om taken van de centrale stad. Hij merkt op dat aanbestedingen lastig zijn. Daarvoor gelden allerlei strikte regels. In Rotterdam gaat het om 10% van het welzijnsbudget. Dit is een van de scenario’s die later kan worden voorgelegd aan het college en de raad. In dat geval zou het gaan om een soort onderaannemer. Mevrouw Grooten heeft gewezen op het omgekeerde uitdaagrecht in Groningen. Hij vindt dat ook een interessante suggestie die zeker zal worden meegenomen. De wethouder heeft goed contact met zowel zijn Rotterdamse als Groningse collega’s. Mevrouw Grooten vroeg ook of marktpartijen zouden kunnen aanhaken. Wat hem betreft is dat prima. Een dergelijke marktpartij moet dan natuurlijk wel zijn ingebed in de buurt en het moet geen bedrijfsactiviteit zijn. Het gaat niet alleen om bewoners. Ook ondernemers en marktpartijen kunnen dus van dit recht gebruikmaken en op die manier onderdeel zijn van een initiatief. Mevrouw GROOTEN zegt dat haar opmerking niet ging over het feit dat marktpartijen zelf kunnen uitdagen, maar om het feit dat zij mensen taken van hen kunnen laten overnemen. Zij begrijpt dat dat ook mogelijk is. Zij wil wel graag weten wanneer er wordt gestart.

Wethouder GROOT WASSINK zegt dat de gemeente graag aan de gang wil gaan met de initiatieven die er al zijn. Hij wil in ieder geval in februari of maart van start gaan. Hij ziet geen reden om te wachten op de discussie over de verantwoordelijkheden van de stadsdelen, aangezien het nadrukkelijk ook gaat om taken die centraal-stedelijk zijn en zeker niet alleen om taken van de stadsdelen. De discussie over de stadsdelen moet overigens in maart worden afgerond. De heer HAVELAAR zegt dat de wethouder aangaf dat het niet de bedoeling is dat marktpartijen bedrijfsactiviteiten inzetten als buurtrecht. Hij vraagt hierop een nadere toelichting. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat mevrouw Grooten vroeg of marktpartijen niet kunnen worden aangemoedigd om ook een deel van hun activiteiten open te stellen voor dit soort initiatieven. Hij vindt dat een heel goed idee, maar de overheid gaat daar natuurlijk niet over. Hij dacht dat zij had gevraagd of ondernemers en marktpartijen een onderdeel kunnen zijn van een dergelijk initiatief. Dat kan niet als de partij daarbij een winstoogmerk heeft. Dat zou namelijk betekenen dat overheidstaken aan de markt worden overgelaten ofwel worden geprivatiseerd. Het zou natuurlijk wel heel goed zijn als

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

ondernemers een onderdeel zijn van een buurtinitiatief. De heer HAVELAAR ziet het probleem niet. Als bewoners zien dat het in hun buurt al jaren een rommel is en zij starten een initiatief en maken daar een social enterprise van dat ook een winstoogmerk heeft, dan ziet hij niet in waarom dat niet mogelijk zou zijn. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat een social enterprise wat hem betreft nog wel zou kunnen. Het zou dan gaan om bewoners die op die manier nog wat geld overhouden. Hij zou het dan wel mooi vinden als zij dat laten terugvloeien naar de gemeenschap. Zijn bezwaar zit in het winstoogmerk. Hij wil niet dat er allerlei bedrijfjes ontstaan die taken gaan overnemen. De heer HAVELAAR ziet het probleem van een bedrijf ook niet als de kosten niet toenemen. Hij begrijpt niet waarom de wethouder het niet goed vindt als een bedrijf daar een boterham aan verdient. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat hij er op zich ook geen probleem mee heeft als iemand er een boterham aan kan verdienen. Het doel van buurtrecht is om bewonersinitiatief te stimuleren. Het lijkt hem dan niet juist als met gemeenschapsgeld individuen hier winst op maken. In dat geval zou het initiatief de vrijwilligers van het initiatief onder druk kunnen zetten om de winstmarge te vergroten. Het is niet allemaal vrijwilligerswerk. Mensen kunnen er gewoon een vergoeding voor krijgen.

Het doel is echter niet het maken van winst. De heer VROEGE vraagt waar het breekpunt precies zit. In de voordracht staat dat het alleen gaat om bewoners. In de voorbeelden worden wel bedrijven genoemd. Hij noemt als voorbeeld het Rembrandtplein waar ondernemers een partij hebben ingehuurd om het plein schoon te houden. Die partij maakt daar dan wel winst op. Hij vraagt of dat wel mag volgens de wethouder. Op die manier wordt de deur opengezet voor de privatisering van overheidstaken, als het maar beter en goedkoper is dan de huidige werkwijze. Hij vindt dat heel positief klinken en hij vraagt om een reactie van de wethouder. Wethouder GROOT WASSINK vindt het genoemde voorbeeld heel goed. Wat hem betreft is een samenwerking van bewoners en ondernemers prima. Het gaat erom dat de gemeente een opdracht verstrekt en vervolgens moeten de initiatiefnemers de taak binnen de opdracht gezamenlijk uitvoeren. De winstgevendheid van de opdracht is natuurlijk niet het doel. De heer VROEGE is in verwarring gebracht door deze reactie. De wethouder heeft het over het verstrekken van een opdracht. Het idee is toch juist dat iedereen de overheid kan uitdagen. Zij wachten niet op een opdracht van de overheid. Zij stellen dat zij het beter kunnen doen en zij vragen daarvoor de ruimte.

Wethouder GROOT WASSINK zegt dat het natuurlijk gaat om het uitdagen, maar uiteindelijk moet de overheid er wel een opdracht voor verstrekken. Zodra iemand de overheid uitdaagt, wordt dit afgewogen op basis van de vastgestelde criteria. Als het idee voldoet, wordt het ondersteund en formeel moet er vervolgens een opdracht worden verstrekt. De uitgave van het budget moet achteraf worden verantwoord. De heer VROEGE begrijpt het steeds beter. Hij vraagt wie het besluit neemt om de opdracht te verstrekken. Hij vraagt of dat aan een bestuurder is of dat de gemeenteraad of de stadsdeelcommissie daar ook nog een rol in speelt. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat als het binnen de reguliere kaders valt, het niet allemaal langs de gemeenteraad zal gaan. Binnenkort wordt met de stadsdeelbestuurders gesproken over de verschillende rollen en bevoegdheden. Hij kan

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

zich goed voorstellen dat de stadsdeelbestuurder hier de stadsdeelcommissie bij zal betrekken. Als het buiten de kaders valt, komt het in ieder geval altijd bij de gemeenteraad langs. De heer Vroege maakte een opmerking over de harde laag. Het is zeker niet de bedoeling dat er een groep ontstaat die bepaalt welke initiatieven wel en niet plaatsvinden. Het buurtrecht heeft juist het doel om initiatief te stimuleren zonder dat gevestigde partijen zich daarmee bemoeien. Hij is niet zo bang voor het ontstaan van een harde laag. Er was ook een vraag over de verhouding tot buurtbudgetten. De wethouder zegt dat een initiatief ook via het buurtbudget zou kunnen worden ingediend. Daar waar het gaat om een overheidstaak past het buurtrecht beter. De initiatiefnemer krijgt dan ondersteuning van het bureau BIMI. Daar worden afspraken mee gemaakt. Hij vindt de samenloop van deze twee zaken niet vanzelfsprekend. Het is ook niet de bedoeling dat als een initiatief wordt afgewezen, de initiatiefnemer het dan via een buurtbudget gaat proberen. Het gaat in essentie om een ander proces. De heer Havelaar vroeg naar de kaders. De kaders liggen vast en als daarvan wordt afgeweken, komt het college, zoals gezegd, bij de raad terug. Het zal ook allemaal goed in de gaten worden gehouden. Er zijn voorbeelden elders in het land. Als de leden geïnteresseerd zijn kan hij hier informatie over toesturen.

De gemeente kan hiervan leren. Het betreft een zoektocht. In het stuk wordt nu aangegeven dat buurtrecht-initiatieven dezelfde mogelijkheden krijgen waar het gaat om vastgoed als maatschappelijke initiatieven. Er geldt in dit geval geen voorrang. Dat zou vanwege de grote schaarste onverantwoord zijn. Een initiatief zou wel een gedeelte van beschikbaar vastgoed kunnen gebruiken, maar ook dan gaat het om een integrale afweging. Er is gevraagd naar de mogelijkheid van deelfinanciering. Het college wil het liefst dat het gaat om een gesloten pakket, maar andere financiering is niet per definitie onmogelijk. Hij zal nog een keer goed kijken wat hierover in het stuk is opgenomen. De heer HAVELAAR vraagt naar aanleiding van de opmerking van de wethouder of het dan bijvoorbeeld ook mogelijk is dat een pand dat ’s avonds toch leeg staat, in de avond door bijvoorbeeld een theatervereniging wordt gebruikt als repetitieruimte. Hij vraagt of deze regeling daar ook voor kan worden gebruikt. Wethouder GROOT WASSINK merkt op dat het aanbieden van een ruimte voor repetities niet een taak is waarbij bewoners de gemeente kunnen uitdagen. Hij vindt het op zich wel een goed idee. Dit past bij een nieuwe manier waarop met vastgoed zou kunnen worden omgegaan. Daarvoor is het buurtrecht helemaal niet nodig. Hiervoor kan beter direct contact worden opgenomen met de eigenaar van het pand.

Er was nog een vraag gesteld over geheimhouding. Geheime stukken blijven gewoon geheim en worden in het kader van het buurtrecht uiteraard niet openbaar gemaakt. De heer Mangal heeft een vraag gesteld over het aantal uren. Een groep bewoners daagt de overheid uit om een taak over te nemen. Dan wordt daarvoor een opdracht verstrekt. Hoe de taak wordt uitgevoerd en hoeveel uren daaraan worden besteed, is aan de initiatiefnemers zelf. De wethouder merkt op dat buurtinitiatieven de inclusiviteit over het algemeen beter bevorderen dan overheidsdiensten dat doen. De heer MANGAL zegt dat zijn vraag betrekking had op het aantal uren ondersteuning en niet op het aantal uren die de initiatiefnemers aan de opdracht besteden. Wethouder GROOT WASSINK had dat verkeerd begrepen. Hij wil daarvoor geen maximaal aantal uren vaststellen. De gemeente zal zelf actief over het buurtrecht communiceren via netwerken en via stadsdelen. Daarbij zullen maatschappelijke organisaties in het algemeen, waar religieuze organisaties ook onder worden verstaan, zeker worden ingezet. Hij herhaalt dat het niet juist is dat de uitvoering volledig bij de stadsdelen ligt. Bureau BIMI ondersteunt de initiatiefnemers. Hij zal nog informatie over de pilots en het voorbeeld van Rotterdam naar de commissie sturen. De heer VROEGE zegt dat de rol van de stadsdelen nog wat onduidelijk is.

In de stukken staat dat de stadsdelen een ambtenaar beschikbaar stellen voor de

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

ondersteuning. Voor lokale initiatieven kost dit dus menskracht van de stadsdelen. De stadsdelen zelf hebben aangegeven dat zij zich afvragen of zij wel over voldoende capaciteit beschikken. Hij vraagt of er een mogelijkheid is dat de stadsdelen hiervoor extra capaciteit krijgen. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat het inderdaad afhangt van de taak die wordt uitgedaagd welke ondersteuning wordt geboden. Hij ziet de tegenstelling tussen de centrale stad en de stadsdelen niet. Iedereen werkt samen voor de stad. Het zal voor de initiatiefnemer niet uitmaken door wie de ondersteuning wordt geboden. Als er vanwege de keuze van de taak die wordt uitgedaagd, ondersteuning van een stadsdeel nodig is, wordt daar zeker bij de taken, bevoegdheden en personele ondersteuning rekening mee gehouden. Er is echter niet op voorhand te zeggen welke ondersteuning initiatieven nodig hebben. De stadsdeelcommissie zal hierin moeten worden meegenomen. Tweede termijn De heer HAVELAAR dankt voor de uitvoerige beantwoording. De wethouder heeft toegezegd nog te kijken naar het punt van gedeeltelijke externe financiering. Daarmee zou het totaal duurder kunnen worden, maar de kosten blijven dan voor de gemeente gelijk. Hij ziet de uitwerking daarvan graag tegemoet. Hij vraagt ook nog een nadere toelichting op de uitleg van de wethouder over het feit dat een initiatiefnemer er zijn boterham mee verdient.

Hij begrijpt dat geld verdienen niet het doel op zich is, maar dat is iets anders dan bepalen dat het niet de bedoeling is dat er geld wordt verdiend. Hij vindt het nog niet duidelijk welke rol een bedrijf hierin zou kunnen spelen en of een initiatiefnemer wel of niet een salaris mag ontvangen. De heer MANGAL gaat in op de ambtelijke capaciteit. Hij heeft als idee geopperd om eventueel burgers met ervaring in te zetten in plaats van dure ambtenaren. Hij vraagt wat de wethouder daarvan vindt. De heer VROEGE dankt de wethouder voor de beantwoording. Hij vindt ook dat er een verschil is tussen bedrijven die meedoen als initiatiefnemer en bedrijven die worden ingehuurd om taken uit te voeren. Dat de laatste geld verdienen, omdat ze worden ingehuurd, lijkt hem prima. Het lijkt hem niet de bedoeling dat initiatiefnemers er een baantje aan overhouden. Hij wil wel graag wat meer duidelijkheid op dit punt. De voordracht spreekt expliciet alleen over bewoners. Hij kondigt een amendement aan om dit iets ruimer te omschrijven. Hij kondigt tevens een motie aan om meer transparantie te krijgen over de externe ondersteuning. Er gaat vrij veel geld om in dit soort processen en het is goed om daar meer zicht op te krijgen. Hij vraagt of er op termijn een algehele evaluatie is gepland.

Hij verzoekt de wethouder om een duidelijke tijdlijn van het hele proces naar de raad toe te sturen ten behoeve van de behandeling in de raad. Hij zal de bespreking met een positieve instelling ingaan. Mevrouw GROOTEN zegt dat als een initiatief de gemeente uitdaagt, om bijvoorbeeld een re-integratieproject te doen, er mensen zijn die dit moeten uitvoeren. De heer Vroege verwacht toch niet dat deze mensen dat gratis gaan doen. Zij vraagt hem zijn opmerkingen op dit punt nader toe te lichten. De heer VROEGE maakt onderscheid tussen de mensen die dingen gaan doen en degenen die de initiatiefnemer zijn en de uitdaging hebben ingediend. Mensen die echt taken uitvoeren, moeten daarvoor uiteraard worden betaald. Het gaat dan overigens niet om het onderhouden van een buurttuintje. Wethouder GROOT WASSINK merkt op dat het onderhoud van een buurttuintje geen grote opdracht is van de gemeente. Hij gebruikte het voorbeeld alleen om aan te geven dat dat soort initiatieven wel de essentie vormen. Het gaat om het stimuleren van bewoners. Het is natuurlijk niet de bedoeling van het buurtrecht dat de gemeente daarmee goedkope werkkrachten krijgt. Als er een taak wordt uitgevoerd, mag iemand

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

daar natuurlijk een vergoeding voor krijgen. Hij begrijpt ook niet dat een bedrijf wel een vergoeding zou mogen krijgen, maar een persoon niet. Het ging hem om de winstgevendheid. Het gaat erom dat bewoners de kans krijgen om een taak uit te voeren, als zij menen dat zij dat zelf beter kunnen doen. Hij komt hier graag nog op terug. Externe financiering is mogelijk als het ten behoeve van een maatschappelijk doel is. Het is echter niet de bedoeling dat een bedrijf hiermee kan gaan werken met goedkope arbeidskrachten. De heer Mangal stelt voor om burgers met ervaring in te zetten. Wat de wethouder betreft is dat prima, maar ook deze burgers moeten dan wel een normale vergoeding krijgen. Hij vindt het echter aan de initiatiefnemer zelf welke ondersteuning gewenst is. Hij zegt toe dat er een evaluatie komt en dat er een tijdlijn wordt opgesteld. Hij zal nog schriftelijk reageren op de punten van de heer Havelaar. Hij vraagt de heer Vroege wel wat die precies op deze tijdlijn wil zien. De heer VROEGE wil graag weten wat er precies gaat gebeuren als de raad hierover heeft gesproken. Wethouder GROOT WASSINK begrijpt dat de heer Vroege vooral wat meer duidelijkheid wil hebben over de vervolgstappen. Hij verwacht niet dat er in maart een vloedgolf aan initiatieven zal ontstaan. Hij verwacht dat het gestaag zal gaan en dat de gemeente kan leren en daarom moet er ook worden geëvalueerd.

De VOORZITTER constateert dat dit agendapunt voldoende is besproken. Dat betekent dat deze voordracht rijp is voor beraad in de raad. Zij vraagt of de voordracht kort, middellang of lang moet worden behandeld en constateert dat de leden kiezen voor middellang. Personeel en Organisatie 6. Afdoening toezeggingen brief aan de raad met scenario’s in relatie tot het streefcijfer externe inzet (ZD2021—012799) Commissie De heer VELDHUYZEN zegt dat er jaren geleden al een motie-Ernsting/Boutkan is ingediend om een flexibele schil van maximaal 10% externe inhuur aan te houden. Dat blijkt niet te lukken. Uit de brief blijkt dat het vorig jaar ging om 18,4%. De gemeente stelt dat voor vast werk vaste medewerkers moeten worden aangenomen. In de praktijk blijkt dat echter vaak anders te gaan. Hij heeft niet al zijn vragen vooraf ingediend. Hij vindt het prima als de wethouder een deel hiervan schriftelijk zal beantwoorden. Sinds augustus 2020 zijn er 233 uitzendkrachten aangenomen. Hij vraagt hoe dat staat in verhouding tot eerdere jaren. Hij vraagt of er nu meer mensen in dienst zijn genomen dan normaal in dezelfde periode zou zijn gebeurd. Hij vraagt of er nu in absolute zin minder uitzendkrachten werken sinds de eerder genoemde motie werd aangenomen. Daarnaast vraagt hij op basis van welke overwegingen een afdeling besluit tot het inhuren van uitzendkrachten.

Hij vraagt of er wordt gekeken naar mogelijkheden om deze inhuur te vermijden. Hij vraagt ook hoe ervoor wordt gezorgd dat mensen niet langer dan noodzakelijk worden ingehuurd. Hij vraagt waarom de gemeente ervoor kiest om te werken met uitzendbureaus in plaats van zelf tijdelijke contracten aan te bieden. In de brief wordt beschreven waarom het niet lukt om de 10% te halen. Hij vraagt wat het college kan doen om de inhuur van externen te beperken. Wanneer externe inhuur onvermijdelijk is, verzoekt hij ervoor te zorgen dat wordt ingezet op een zo kort mogelijke periode. Hij vraagt of er plannen zijn om dit te verbeteren. Hij vraagt of het mogelijk is om in de monitor externe inzet mee te nemen hoeveel uitzendkrachten per directie, per afdeling, per periode en in welke functie werken. De heer HUISMAN zegt dat de heer Veldhuyzen de positie van uitzendkrachten benadrukt. De ChristenUnie heeft eerder aandacht gevraagd voor hun positie op het

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering Definitief Raadscommissieverslag, 17 november 2021

KDD

gemeentelijk informatiecentrum. Het is goed om onderscheid te maken tussen uitzendkrachten en andere externe inhuur. Soms is er tijdelijk expertise van buitenaf nodig. Daar moet altijd ruimte voor zijn. Hij vindt het daarom heel realistisch dat een streefpercentage van 15% in de brief is opgenomen. De positie van uitzendkrachten is wel belangrijk. Als een uitzendkracht het leuk vindt om bij de gemeente te werken, dan moet de mogelijkheid worden geboden om in vaste dienst te komen. Mevrouw BOSMAN zegt dat in het coalitieakkoord is afgesproken dat waar mogelijk externe inzet wordt teruggedrongen. Ook is afgesproken dat bij incidenteel gefinancierde programma’s niet alleen personeel met een tijdelijk dienstverband moet worden ingezet. Op basis hiervan is goed beleid ingezet. Callcentermedewerkers en schoonmakers komen in vaste dienst. Dat is heel goed. Soms heeft de gemeente tijdelijke uitzendkrachten nodig, bijvoorbeeld bij de invoering van het nieuwe Erfpachtstelsel. Er wordt nu een aantal scenario’s aangeboden hoe met de motie wordt omgegaan die het college oproept tot iets dat niet haalbaar blijkt te zijn. Zij is benieuwd wat de keuze is. Zij vraagt wat het percentage uit scenario 2 toevoegt aan het goede beleid dat al is ingezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10908411/1