CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag DC 04 09 2025

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 4 september 2025, gemeente Amsterdam16.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Raadscommissieverslag, 04-09-2025 DEFINITIEFVERSLAG

Vergadering

Openbare vergadering van de raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie Vergaderdatum Donderdag 4 september 2025 van 09.00 uur tot 12.30 uur in de Willem Kraanzaal Verslag vastgesteld op: Donderdag 25 september 2025 Voorzitter: het lid Von Gerhardt Portefeuillehouders: wethouders Pels en Van Buren Commissiegriffier: Commissieondersteuner: N. Bakkali Verslaglegging: N. Post (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Deterink (VVD), Haijen (SP), De Jager (D66), Kabamba (Lijst Kabamba), Van der Kamp (VVD), Keesman (PvdA), Koppejan (CDA), Kreuger (JA21), Krom (Partij voor de Dieren), Lust (D66), Meerburg (Partij voor de Dieren), Van Munster (GL), Noordman (Forum voor Democratie) en Schmit (D66) Afwezig commissieleden: Garmy (Volt) en Noordzij (PvdA)

1. ALGEMEEN DEEL a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en constateert dat er voldoende fracties aanwezig zijn. b. Mededelingen De VOORZITTER meldt dat het presidium heeft besloten om voortaan een intekenlijst te gebruiken voor het organiseren van bijeenkomsten, technische sessies en werkbezoeken. Dit is een pilot die loopt tot het einde van het jaar. Raadsleden die hebben ingetekend worden geacht daadwerkelijk aanwezig te zijn. Het lid DE JAGER (D66) stelt voor om een werkbezoek te organiseren aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) om onder andere te praten over het energiebesparingsakkoord met Noord-Hollandse bedrijven dat vertraging heeft opgelopen. Wethouder PELS stelt voor de toegezegde technische sessie over de corporatiefinanciën te organiseren op 20 november 2025 van 10 tot 12 uur. Wethouder VAN BUREN deelt mee dat de vereniging van BIZ’en in Amsterdam (VBOA) op 16 oktober 2025 een congres organiseert waar de nieuwe campagne voor de

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

schone stad wordt gelanceerd. Het congres is een belangrijke bijeenkomst waarbij de gemeente samen met meer dan 120 ondernemers en andere betrokken partijen in gesprek gaat over hoe het afvalprobleem in Amsterdam structureel kan worden aangepakt. Het is cruciaal dat ondernemers en andere stakeholders samen met de gemeente het eigenaarschap en een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een schone stad op zich nemen en actief meedenken en meewerken aan oplossingen. Tot de deelnemers behoren ook de initiatiefnemers van CleansDay die vrijdag 19 september 2025 een actie houden om de stad zwerfafvalvrij te maken. Het wordt een feestelijke dag waaraan veel ondernemers, bewoners en bewonersinitiatieven deelnemen. De wethouder roept alle raadsleden op om mee te doen en zoveel mogelijk mensen uit te nodigen om van deze dag een groot succes te maken en de stad schoner te maken. c. Vaststellen agenda Agendapunt 8, bespreken van de raadsinformatiebrief over de afhandeling van motie 225.24 van de leden Krom, Lust en Noordzij inzake meer inzet ten aanzien van proefdieren in Amsterdam wordt op verzoek van het lid Krom doorgeschoven naar de volgende vergadering. De agenda wordt met deze wijziging vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie DC d.d.

26 juni 2025 Het verslag van de openbare vergadering van de raadscommissie DC van 26 juni 2025 wordt ongewijzigd definitief vastgesteld. e. Actielijst en langetermijnagenda’s per portefeuille Het lid LUST (D66) verwijst naar een toezegging van 24 oktober 2024 voor een gedetailleerde planning van de ondergrondse containers in het centrum en de communicatie daarover. In het voorjaar bleek dat het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum daar nog een beslissing over moest nemen. Ze vraagt naar de huidige stand van zaken ten aanzien van de ondergrondse containers in het centrum. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat in de afgelopen raadsinformatiebrief een algemene update is gegeven over de ondergrondse containers en in mei 2025 is de stadsdeelcommissie Centrum in detail geïnformeerd. Ze zal de commissie een afschrift van deze informatie toezenden. f. TKN-lijst Het lid DE JAGER (D66) vraagt of het mogelijk is dat de raad de brief over de compensatie voor bewoners met gestegen kosten na het oversluiten op een warmtenet binnen twee weken ontvangt zodat deze bij de volgende commissie kan worden behandeld. Wethouder PELS antwoordt dat deze brief conform de planning voor de volgende commissie geleverd zal worden.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

TKN 3, kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de voortgangsrapportage Agenda Dieren 2024-2026 wordt op verzoek van het lid Krom geagendeerd voor de volgende commissie. TKN 5, kennisnemen van de reactie op motie 223.24 van het lid Krom inzake tegengaan evenementen met dieren in gemeentelijk vastgoed wordt op verzoek van het lid Krom geagendeerd voor de volgende commissie. TKN 7, kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de tussentijdse bijstelling van het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven wordt op verzoek van het lid De Jager geagendeerd voor de volgende commissie. TKN 12, instemmen met afdoening motie 422’.24 inzake versterken Amsterdamse verantwoordelijkheid in de wereldwijde energietransitie van de leden Kabamba cum suis wordt op verzoek van het lid Kabamba geagendeerd voor de volgende commissie. TKN 13, voortgangsrapportage Onze stad van morgen wordt op verzoek van het lid Meerburg geagendeerd voor de volgende commissie. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken van stadsdeelcommissies. 2. INHOUDELIJK DEEL a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. b.

Inspreekmoment publiek De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Van Kleef die namens Ecostroom.nu inspreekt bij TKN11, de raadsinformatiebrief inzake publiek-civiele samenwerking in de energietransitie en energie dienstenorganisatie. Inspreker VAN KLEEF maakt zich zorgen omdat de gemeente Amsterdam subsidiemiddelen wil toekennen aan de APEC (later de APRC) en de Energiedienstenorganisatie (EDO), wat leidt tot bevoordeling van een koepelorganisatie. Dit creëert een ongelijk speelveld en sluit andere coöperaties uit. Daarnaast is het strijdig met Europese aanbestedingsregels, de nieuwe Energiewet en de Wet collectieve warmte die uitgaat van gelijke toegang voor alle energiegemeenschappen. Ze roept de raad op om transparante en eerlijke spelregels te hanteren zodat alle coöperaties met een dienstenorganisatie gelijke toegang krijgen tot gemeentelijke steun. Het lid DE JAGER (D66) vraagt welke overwegingen er zijn om wel of niet aan te sluiten bij APEC. Inspreker VAN KLEEF antwoordt dat coöperaties initiatieven zijn van bewoners en dat een koepelorganisatie de belangen behartigt bij nieuwe wetgeving. Een koepel moet niet zelf gaan ondernemen met gemeentegeld en dat is de reden waarom zij uit de koepelorganisatie zijn gestapt.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Meijer die op persoonlijke titel inspreekt bij agendapunt 5, bespreken van de beantwoording van het raadsadres over mogelijke fouten in het plan-MER Programma Wind Amsterdam 2030. Inspreker MEIJER wijst op het raadsadres van 9 januari 2025 waarin werd gesteld dat windturbines in Zuidoost bij 45 decibel op minimaal 700 meter van woningen geplaatst moesten worden. Later is aangetoond dat bij 350 meter het geluidsniveau 47 decibel zou zijn waarna de wethouder stelde dat 350 meter de ondergrens was en dat de werkelijke afstanden later bepaald konden worden. De locaties voor windturbines in het plan-MER zijn gebaseerd op de hindercurve van Jansen uit 2008 maar de nieuwe windturbines in Zuidoost zijn nu hoger en het RIVM heeft opdracht gekregen om een nieuwe hindercurve op te stellen. Onderzoeken na 2008 wijzen op ernstige klachten bij bewoners bij 500 tot 1000 meter afstand van turbines. Deze gezondheidsklachten worden nog steeds gebagatelliseerd omdat experimenteel bewijs ontbreekt. Het probleem is dat mensen al in de gebieden wonen en participanten dus niet door loting toegedeeld kunnen worden aan verschillende situaties. De gemeente heeft aangegeven dat veiligheid en gezondheid niet in het gedrang mogen komen en heeft nu de keuze om vanuit nieuwe inzichten te besluiten om de plaatsing van windturbines nabij woningen te heroverwegen.

Het lid KABAMBA (Lijst Kabamba) vraagt of de inspreker contact heeft met onderzoekers die aanvullend onderzoek kunnen doen naar hoe de gezondheid van omwonenden beter gewaarborgd kan worden. Inspreker MEIJER antwoordt dat er geen contact is met onderzoekers omdat het voorstel voor aanvullend onderzoek bij voorbaat is afgewezen door de wethouder. Het lid KOPPEJAN (CDA) vraagt op basis waarvan de inspreker verwacht dat de hindercurve zal worden aangepast. Inspreker MEIJER antwoordt dat de curve die tot nu toe wordt gebruikt gebaseerd is op onderzoeken van voor 2008. De nieuwe curve zal gebaseerd worden op nieuwe onderzoeken en op een onderzoek dat het RIVM bij bewoners zal uitvoeren. Op basis daarvan wordt verwacht dat de afstanden tot windturbines aanzienlijk langer zullen worden om gezondheidsproblemen te voorkomen. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Grool die op persoonlijke titel inspreekt bij agendapunt 5, bespreken van de beantwoording van het raadsadres over mogelijke fouten in het plan-MER Programma Wind Amsterdam 2030. Inspreker GROOL meent dat de omzetting van geluidscontouren naar afstand nodig is om te bepalen hoeveel bewoners binnen die contour ernstige geluidshinder en gezondheidsproblemen ondervinden. Bosch & Van Rijn komt bij 45 decibel uit op een afstand van ongeveer 350 meter terwijl omwonenden 700 meter aangeven.

De wethouder heeft geen duidelijkheid gegeven over een mogelijke fout en zolang dit onduidelijk is zullen weinig omwonenden de uitkomsten van het plan-MER overtuigend vinden. Hij stelt voor om samen met geluidsonderzoekers de oorzaak van het verschil te onderzoeken. Berekeningen moeten transparant zijn en reproduceerbaar voor burgers. In de projectfase wordt per locatie een project-MER uitgevoerd waarbij de gemeente de uitgangspunten voor geluidsonderzoek goed moet formuleren en wethouder De Jager heeft toegezegd dat bij de project-MER lokale gegevens van omliggende buurten gebruikt zullen worden in plaats van de gemiddelden voor heel Amsterdam. Bewoners hebben aangegeven dat zij de vertaling van de geluidscontour naar afstand niet kunnen volgen en ze willen zien waar hun woningen liggen ten opzichte van de 45-decibelcontouren.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

Daarnaast willen ze samen met de gemeente de uitgangspunten voor de project-MER bespreken zodat de lokale inkleuring goed aan bod komt. Het lid HAIJEN (SP) vraagt of de gemeente contact met de inspreker heeft opgenomen nadat hij eerder heeft ingesproken over het verschil in berekening. Inspreker GROOL antwoordt dat de gemeente geen contact heeft opgenomen maar dat dit punt wel is besproken is. De wethouder heeft gezegd dat feitelijke gegevens uit de buurt aan de orde komen in de projectfase. Ze willen dit nu concreter maken en vragen hoe dat precies zal gebeuren. De gemeente communiceert vooral via papier en hun voorstel is om nu het probleem in gesprekken met bewoners op te lossen. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Hagenbeek die namens Afval naar Oogst inspreekt bij agendapunt 6, bespreken van de reactie op motie 580 van het lid Van Munster over stimulering bewonersinitiatieven gft-inzameling. Inspreker HAGENBEEK heeft sinds 2010 meerdere projecten opgezet om de stad groener, duurzamer en leefbaarder te maken. In 2020 startte zij met de pilot Afval en Grondstoffen waarbij bewoners groente- en fruitafval kunnen inleveren voor compost in buurtuinen. Wat begon met een inleverpunt en nu is uitgegroeid tot 26 locaties en met een recent toegekende subsidie wordt nu met vier nieuwe compostplaatsen ingericht.

In het incubatorprogramma van AmsterdamDOEN sprak zij samen met een ambtenaar de wens uit dat deze voorzieningen structureel met bewoners worden georganiseerd. Dat leidde tot een motie om ruimte te maken voor bewonerscollectieven rond het verwerken van groenteen fruitafval. Dat is een belangrijke stap naar samenwerking maar het blijft vaak ad-hoc. Ze vraagt de raad om de samenwerking met actieve bewoners serieus te nemen omdat zij hun buren kunnen inspireren en snel kunnen inspelen op veranderingen. Ze roept de gemeente op om ervoor te zorgen dat bewonerscollectieven structureel onderdeel worden van de reguliere begroting en niet afhankelijk blijven van losse subsidies. Daarnaast moet de gemeente ervoor zorgen dat er geen wrijving ontstaat tussen collectieven onderling en dat de middelen bijdragen aan de versterking van actieve burgers. Het lid VAN MUNSTER (GroenLinks) vraagt wat het zou betekenen voor de bewonerscollectieven wanneer er structurele financiering zou zijn in plaats van incidentele subsidies. Inspreker HAGENBEEK antwoordt dat er dan niet meer projectmatig gewerkt hoeft te worden in afwachting van eventuele subsidies. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Van Beenen die namens bewonersvereniging Noorder IJplas inspreekt bij agendapunt 7, bespreken van de raadsinformatiebrief subsidie Klimaatfonds één windturbine Noorder IJplas.

Inspreker VAN BEENEN wijst erop dat de TAC, Rijkswaterstaat en de Provinciale en Gedeputeerde Staten negatief hebben geadviseerd over het windproject bij de Noorder IJplas en dat de natuurvergunningen zijn geweigerd. Na vijf jaar is er nog steeds geen draagvlak in de omgeving en blijkt de bouw van een windpark in de bebouwde omgeving complex en er lopen nog beroepsprocedures waarvan de uitkomst onzeker is. Hij vraagt of het niet verstandiger is om de beslissing over extra subsidie uit te stellen totdat er meer duidelijkheid is aangezien geen enkel extra bedrag de juridische realiteit verandert en investeren in dit project nu gelijkstaat aan speculeren met publiek geld. Hij roept de coalitie op om vandaag te laten zien dat duurzaam beleid ook betekent dat men verstandig omgaat met publiek geld.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Verbeek die op persoonlijke titel inspreekt bij agendapunt 7, bespreken van de raadsinformatiebrief subsidie Klimaatfonds één windturbine Noorder IJplas. Inspreker VERBEEK vindt het voorbarig en onverstandig dat het college van Amsterdam een extra subsidie wil verstrekken voor de ontwikkeling van windenergie in de stad terwijl de provincie Noord-Holland eerder de vergunningen voor drie windturbines bij de Noorder IJplas heeft geweigerd. Er wordt in beleidsstukken vaak gesproken over de bewoners maar in de praktijk worden zij niet echt gehoord. Het draagvlak voor de windturbines ontbreekt volledig en het is onduidelijk of het project überhaupt kan doorgaan aangezien er een mediationtraject voor de natuurvergunning loopt met de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Bewoners die hun leefomgeving beschermen doen dit vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel. De Noorder IJplas is een uniek natuurgebied met kwetsbare soorten en bewoners werken samen met ecologen om gegevens te verzamelen. Het gaat om duizenden omwonenden in Amsterdam Noord en Oostzaan en daar komen nog vierduizend nieuwe woningen in de Achtersluispolder bij. Uit een Woo-verzoek blijkt dat er geen financiële onderbouwing is van de businesscase. Het uitgeven van publiek geld zonder zicht op baten of haalbaarheid is strijdig met goed bestuur.

Het is niet noodzakelijk om de turbines binnen de stadsgrenzen te plaatsen. Hij verzoekt de raad geen subsidie aan dit project te verstrekken, het besluit van de provincie te respecteren en te kiezen voor duurzame oplossingen met draagvlak. Het lid KREUGER (JA21) vraagt hoeveel omwonenden bij de Noorder IJplas lokaal eigenaar zijn van de windturbine. Inspreker VERBEEK antwoordt dat nul omwonenden lokaal eigenaar zijn en dat ze zich daarom nu aansluiten bij de oproep voor een wetenschappelijke technische sessie die is toegezegd door wethouder Groot Wassink. De initiatiefnemers zijn in het leven geroepen voor draagvlak terwijl het de bewoners van Noord zouden moeten zijn die dat draagvlak vormen. Ze hebben een quick scan van het gebied laten maken omdat ze precies willen weten wat er leeft en speelt in dat prachtige gebied met veel diversiteit en dat brengen ze nu in kaart. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Zerouali die namens Women on Food inspreekt bij agendapunt 9, bespreken van de raadsinformatiebrief over de stand van zaken van de uitvoeringsagenda Voedselstrategie en de voedselmonitor. Inspreker ZEROUALI is culinair ondernemer en werkt in de diverse ketens van het voedselsysteem.

Op 27 mei 2025 mocht ze samen met een aantal andere vrouwen op uitnodiging van wethouder Pels, Women on Food organiseren, een bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger waar meer dan 120 vrouwen uit verschillende eetculturen en met verschillende achtergronden bijeenkwamen om te praten over ons eten, de herkomst van ingrediënten, de gezondheid en betaalbaarheid van ons voedsel, hoe we meer groente kunnen telen, minder verspillen en hoe we beter gebruik kunnen maken van divers cultureel erfgoed. De bijeenkomst kwam tegemoet aan de diepgevoelde behoefte bij deze vrouwen om elkaar te ontmoeten en te praten over hoe zij vanuit hun kennis en ervaring een bijdrage kunnen leveren aan een broodnodige verandering van de voedselketen. Voor die verandering is toegang nodig tot de grote bedrijven en instituties die nu ons voedsel bepalen. Het zijn immers deze vrouwen die werken aan het voedselbeleid, koken, tafels dekken, hun kinderen voeden, zich inzetten via buurtkeukens en voedselinitiatieven, werken in de horeca en andere vrouwen opleiden. Haar verzoek aan de raad is om meer structureel gebruik te maken van de kennis en vaardigheden van deze vrouwen en met hen samen te werken zodat zij op hun eigen manier een bijdrage kunnen leveren aan een inclusief, gezond en duurzaam Amsterdams menu. Ze zijn met velen en hebben een groot bereik.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

Hun aanbevelingen zijn opgetekend en die publicatie willen ze graag aanbieden aan de raad. Het lid VAN MUNSTER (GroenLinks) vraagt hoe de vrouwen structureel kunnen bijdragen aan een inclusief, gezond en duurzaam Amsterdams menu. Inspreker ZEROUALI antwoordt dat ze een coöperatie willen opzetten, waarin vrouwen concreet voor de lange termijn kunnen samenwerken. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Smolders die namens Voedsel Verbindt inspreekt bij agendapunt 9, bespreken van de raadsinformatiebrief over de stand van zaken van de uitvoeringsagenda Voedselstrategie en de voedselmonitor. Inspreker SMOLDERS spreekt namens FoodCLIC, een Europees onderzoeksproject waarin de gemeente Amsterdam samenwerkt met maatschappelijke initiatieven aan het voedselsysteem van de toekomst. Onlangs hebben ze de beleidsbrief De voedselstaat van morgen naar alle fracties gestuurd met de oproep om te blijven investeren in goed voedselbeleid omdat een gezonde voedselomgeving een publieke verantwoordelijkheid is. Amsterdam ondertekende in 2015 het Milan Urban Food Policy Pact, er is een integraal programmateam Voedsel opgericht, maatschappelijke initiatieven kregen impulsen en Amsterdam ondertekende het Plant Based Treaty. Toch is de voedselomgeving nog te vaak ongezond, onrechtvaardig en niet duurzaam.

Goed, gezond en eerlijk voedsel is verbonden met armoedebeleid, kansengelijkheid, klimaatdoelen en een sterke economie. Hij vraagt de raad om te investeren in organisatiekracht en mensen en middelen te verstrekken die continuïteit en samenwerking tussen de domeinen gezondheid, armoede en duurzaamheid garanderen. Werken aan goed voedsel is essentieel voor het behalen van de duurzaamheidsdoelen en het verkleinen van ongelijkheid. Hij roept op om de lijn voort te zetten met structurele inzet en samenwerking voorbij beleidskokers. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker De Waard die namens Voedsel Netwerk Noord I Hart voor Noord inspreekt bij agendapunt 9, bespreken van de raadsinformatiebrief over de stand van zaken van de uitvoeringsagenda Voedselstrategie en de voedselmonitor. Inspreker DE WAARD vraagt aandacht voor elf voedselinitiatieven in Noord die al jaren binnen de voedselcirkel Amsterdam samenwerken met beleidsmakers en ondersteunende organisaties. Deze initiatieven redden jaarlijks tonnen voedsel, helpen honderden huishoudens en bevorderen sociale samenhang in buurten. Een investering in deze initiatieven is essentieel voor gelijke kansen. De gemeente heeft via de Regeling Integraal Maatschappelijk Initiatief (RIMI) waardevolle steun geboden maar deze regeling staat op het punt te verdwijnen.

Dit maakt het voor de initiatieven moeilijker om de benodigde financiering te verkrijgen omdat kleine voedselinitiatieven in buurten vaak over het hoofd worden gezien. Ze werken meestal vanuit tijdelijke locaties, garages of hun eigen auto en gebruiken hun eigen middelen voor vervoer en opslag. Deze pioniers die zelf weinig te besteden hebben werken hard aan een eerlijker en duurzamer voedselsysteem maar hun energie gaat verloren aan randvoorwaarden zoals ruimte en transport. Ze hebben in Noord er alles aan gedaan om zich te organiseren maar zonder structurele steun blijft hun netwerk tijdelijk en kwetsbaar. Het nu tijd om te investeren in deze initiatieven met structurele financiering zodat ze kunnen doorgroeien naar een fundament voor een gezonde voedselomgeving. Het lid VAN MUNSTER (GroenLinks) vraagt of de inspreker gesprekken heeft gevoerd met de stad over structurele ondersteuning en wat daarvan de uitkomst was.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

Inspreker DE WAARD antwoordt dat het wel gezien wordt maar dat de structuur binnen de sociale basis nog niet is ingericht op structurele ondersteuning voor kleinere initiatieven. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. d. Rondvraag De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom voor een rondvraag aan wethouder Pels. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) uit haar verbazing over het geplande levende kunstwerk in het Oosterpark waar grazende koeien worden geplaatst. Dit evenement wordt gepromoot door de land- en tuinbouwlobby LTO die het presenteert als een bijdrage aan Amsterdam 750. Ze vindt het onbegrijpelijk dat een zuivellobby op deze manier een reclamestunt in het park mag uitvoeren. In de Agenda Dieren is afgesproken dat levende dieren niet ingezet mogen worden als reclame en het college zet zich in voor minder levende dieren als vermaak. Ze vraagt de wethouder hoe dit rijmt met de gemaakte afspraken en of zij vindt dat zo'n kunstwerk of lobbyevenement van de LTO wel een plek zou moeten hebben in de stad. Wethouder PELS antwoordt dat het niet de eerste keer is dat ze het hebben over dieren die worden ingezet voor entertainment of kunstuitingen. Ook nu moet ze helaas concluderen dat de gemeente geen wettelijke grond heeft om de vergunning te weigeren.

In de Agenda Dieren is opgenomen dat de gemeente de bevoegdheid zou willen hebben om zo'n evenement te weigeren maar die optie is er niet. Er zijn wel gesprekken gevoerd over hoe het zo vriendelijk mogelijk kan verlopen maar ze vindt het bezwaarlijk dat er dagelijks met de koeien wordt gesleept terwijl iedereen weet dat transport stressvol is. Het standpunt van het college is duidelijk maar op dit moment is er geen grond om het te weigeren. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) stelt dat het project lijkt op een kunstwerk maar in werkelijkheid een lobbyproject is. Gedurende de dag zijn er veehouders aanwezig en daarmee is het een reclamestunt van de zuivelsector. Ze vraagt de wethouder of zij bereid is om het project op die manier nogmaals te bekijken en te onderzoeken of er dan misschien wel iets mogelijk is. Wethouder PELS antwoordt dat ze geen uitspraak kan doen over een organisator van een kunstproject maar dat ze wel kunnen uitzoeken waar de grens ligt tussen een kunstuiting en een reclame-uiting. Mocht dat hier toch heel vaag zijn en er zijn mogelijkheden om in te grijpen, dan zal ze dat met de commissie delen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kreuger voor een rondvraag aan wethouder Van Buren. Het lid KREUGER (JA21) wijst op de verhoging van de afvalstoffenheffing door de inzet van elektrische vuilniswagens.

Hij vraagt de wethouder of zij het normaal vindt dat mensen meer gaan betalen voor een viezere stad. Daarnaast wijst hij de wethouder op een artikel uit Het Parool van 22 mei 2025 waarin zij aangeeft dat er in goede harmonie is besloten om de lokale lasten in 2026 niet te verhogen.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze stevig inzetten om voor 2030 een volledig emissievrij wagenpark te hebben, dat goed is voor het klimaat, de gezondheid, de leefbaarheid en dus een schonere stad. De elektrische voertuigen zijn nu nog duurder en vragen veel van de laadinfrastructuur maar ze letten scherp op de kosten. Daarnaast draagt elektrificatie bij aan een efficiencyslag door het ziekteverzuim terug te dringen en de mogelijkheid om beter in te zetten op data. Ze besluit met de vaststelling dat de afvalstoffenheffing in 2026 niet stijgt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit voor een rondvraag aan wethouder Van Buren. Het lid SCHMIT (D66) steunt het initiatief van ondernemers die met CleansDay willen helpen de stad schoon te maken. Dit sluit ook aan bij een aangenomen motie om de publiek-private samenwerking bij afval te bevorderen. Volgens onderzoek van Harvard kan deelname van 3 procent van de bevolking leiden tot een structurele gedragsverandering. Dat betekent dat als 30.000 mensen in Amsterdam meedoen dit daadwerkelijk kan bijdragen aan een schone stad. Hij vraagt de wethouder of zij bereid is om na CleansDay met de initiatiefnemers in gesprek te gaan om te onderzoeken wat de stad kan leren van de private sector bij de aanpak van afval. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze blij is met het initiatief van de ondernemers.

Ze heeft deze zomer contact met hen gehad om te kijken waar ze als gemeente bij kunnen helpen, zoals het verstrekken van materialen en het afvoeren van vuilnis. Die samenwerking gaat heel goed. Ze is het er mee eens dat gedragsverandering in de stad nodig is en benadrukt dat ze van elkaar leren. Ze noemt dat er ook veel bewonersinitiatieven zijn met betrokken bewoners die de stad helpen schoonmaken en dat ze daar ook op blijven inzetten. Ze voegt toe dat de gemeente de basis op orde moet hebben door ervoor te zorgen dat de routes goed gereden worden, het afval wordt uitgevoerd, de containers leeg zijn en dat er geveegd wordt maar dat ze ook de hulp van de Amsterdammers nodig hebben. Het lid SCHMIT (D66) vraagt of het college op vrijdag 19 september 2025 ook gaat prikken. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat de burgemeester, wethouder Pels en zijzelf in ieder geval meedoen. Ze heeft binnen het college een oproep gedaan aan alle collegeleden om te helpen en ook de 22.000 ambtenaren zijn gevraagd om aan de slag te gaan in hun eigen buurt of in de buurt waar ze werken. Bespreekpunten Afval en Reiniging 3. Bespreken van de raadsinformatiebrief Plan van Aanpak Rekenkamer Grof Afval VN2025-010324 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Deterink.

Het lid DETERINK (VVD) stelt dat de VVD al jaren het idee steunt om grof afval op afspraak in te voeren maar dat er nog veel losse eindjes zijn die niet voldoende worden beantwoord in de raadsinformatiebrief. Hierdoor is het voor de VVD lastig om te bepalen of ze de transitie wil steunen. De wethouder noemt een aantal voorwaarden in de brief en de VVD vindt die voorwaarden essentieel om het initiatief tot een succes te maken. De belangrijkste vraag is waarom de transitie nu begint terwijl de stad erg smerig is en de

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

wethouder zelf aangeeft dat het straatbeeld rommeliger zal worden en dat het afval op straat zal toenemen. De VVD wil eerst de stad schoon krijgen voordat er over de transitie naar grof afval op afspraak wordt gesproken. Daarnaast noemt hij het betrekken van medewerkers van Afval en Reiniging en de stadsdelen belangrijk. Dit staat goed in de brief maar de VVD wil meer inzicht in de uitwerking. Hij hoopt dat de raad hierover voldoende wordt geïnformeerd. In de brief mist hij een handhavingsstrategie die parallel aan het implementatieplan zou moeten lopen. De VVD vindt het essentieel dat de stad een stevige handhavingsstrategie heeft om gedragsverandering bij de Amsterdammers te bereiken. Tot slot vraagt hij of de wethouder inzichtelijk heeft wat het verandertraject oplevert en of de vrijkomende middelen beschikbaar blijven voor de schone stad. Hij wil ook graag weten wat de uitkomst is van het onderzoek naar de motivatie van Amsterdammers om hun afval zelf weg te brengen en waarom de pilots met kleinschalige inzamelpunten worden voortgezet terwijl de resultaten beperkt zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Koppejan. Het lid KOPPEJAN (CDA) wijst op de stijging van meldingen van grof afval en vraagt hoe dit zich verhoudt tot het voornemen om bewoners hun afval zelf te laten wegbrengen.

Vooral in kwetsbare buurten waar mensen geen vervoer of tijd hebben dreigt dit te leiden tot een vervuild straatbeeld. De rekenkamer toont aan dat 62 procent van de Amsterdammers geen eigen vervoer heeft en 10 procent om gezondheidsredenen grofvuil niet zelf kan wegbrengen. Uit de pilot blijkt dat uitleenbakfietsen nauwelijks worden gebruikt terwijl eerder werd gezegd dat ze tussen de vier en zestien keer per week gebruikt worden. Het CDA steunt het plan om het ophalen op afspraak vanaf 2025 gefaseerd in te voeren maar vindt het idee om op termijn zelf wegbrengen de norm te maken niet realistisch in een autoluwe stad met milieuzones waar vervoer steeds moeilijker wordt. De raadsbrief stelt dat het grofvuil dat nu op een centraal punt in de straat wordt ingezameld een hoog serviceniveau heeft maar ze vraagt of het serviceniveau niet juist omhoog gaat met het ophalen op afspraak omdat bewoners hun spullen nu thuis laten ophalen. Ze mist een stevige onderbouwing van het plan, zoals kosten, benodigde fte's en logistieke routes. Zonder deze informatie is het moeilijk om het plan goed te beoordelen. Om een schoon, haalbaar en rechtvaardig systeem te garanderen stelt het CDA voor om ophalen op afspraak de standaard te maken en het wegbrengen hoogstens als aanvulling te beschouwen.

Het lid DETERINK (VVD) vraagt of het CDA gelooft dat door het ophalen op afspraak het straatbeeld schoner wordt. Het lid KOPPEJAN (CDA) antwoordt dat het straatbeeld hetzelfde zal blijven omdat op dit moment eigenlijk hetzelfde gebeurt. Ze gelooft echter niet dat mensen in staat zijn om het afval zelf weg te brengen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Haijen. Het lid HAIJEN (SP) vraagt zich af waar de gemeente het idee vandaan haalt dat Amsterdammers straks hun afgedankte spullen zoals een televisie of bankstel zelf op de fiets gaan wegbrengen. Hoewel het goed zou zijn wanneer iedereen zijn grofvuil netjes aanbiedt bij een recyclepunt of een afspraak maakt voor ophalen verwacht hij niet dat dit daadwerkelijk zal gebeuren omdat het een enorme gedragsverandering vereist. Op korte termijn zou het zelfs tot meer afval op straat kunnen leiden aangezien grofvuil niet meer wordt opgehaald en blijft liggen. Daarnaast is het voor veel Amsterdammers praktisch onmogelijk om grote stukken afval op de fiets weg te brengen. Voor veel mensen zal het maken van een afspraak geen probleem zijn maar er zijn ook Amsterdammers die

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

driehoog-achter wonen en klein behuisd zijn met een groot gezin en grofvuil niet kunnen opslaan. Ook de SP vindt het ongelukkig dat een stukje service wordt weggenomen bij de Amsterdammer op het moment dat het gemeentebestuur moeite heeft met het aanpakken van afval en de vervuiling in de stad. Hij vraagt de wethouder of het voor mensen die niet fysiek in staat zijn om hun vuil zelf weg te brengen altijd mogelijk blijft om een afspraak te maken voor ophalen en hij wil weten hoe het college van plan is de gedragsverandering te bewerkstelligen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Keesman. Het lid KEESMAN (PvdA) merkt op dat er veel negatieve voorspellingen worden gedaan over de veranderingen rondom grofvuil maar dat Amsterdam kan leren van Weesp waar al enige tijd een vergelijkbaar systeem is ingevoerd. In Weesp zijn de omstandigheden anders en meer mensen hebben wellicht de beschikking over een auto, maar je ziet op de milieustraat dat mensen hun afval met de bakfiets komen brengen. Er is ook een mogelijkheid om grofvuil op te laten halen, zij het tegen een kostprijs van € 22,50 per afvalstroom. Amsterdam kan van de ervaringen in Weesp en de G10-steden leren, evenals van de proeftuinen in Amsterdam zelf. Hij benadrukt dat het cruciaal is om de nieuwe regels rondom het grofvuil duidelijk te communiceren.

Het systeem moet betrouwbaar zijn zodat mensen erop kunnen vertrouwen dat hun grofvuil daadwerkelijk wordt opgehaald zodra het gemeld is. Het moet ook toegankelijk zijn. Sommige mensen kunnen niet uit voeten met internet, dus je moet het ook telefonisch kunnen melden. Ten slotte mag de overgang naar het nieuwe systeem niet tijdelijk voor meer rommel zorgen omdat dat het vertrouwen van de Amsterdammers in het systeem kan ondermijnen. Het lid KABAMBA (Lijst Kabamba) meent dat de toegankelijkheid op dit moment nog niet voldoende gewaarborgd is voor mensen die ziek zijn, mensen met kinderen en mensen met een kleine portemonnee. Het lid KEESMAN (PvdA) antwoordt dat die toegankelijkheid voldoende geborgd zou moeten worden. Het lid KABAMBA (Lijst Kabamba) vindt dat optie om grofvuil gewoon op straat kunnen zetten gewaarborgd moet worden voordat de regels veranderen. Het lid KEESMAN (PvdA) herhaalt dat dit inderdaad geborgd moet worden. Ook bij een ophaalsysteem met betaling moet ervoor gezorgd worden dat die optie voor iedereen blijft en wellicht dat de stadspas daar een rol bij kan spelen. Dat zijn allemaal aspecten waar goed naar gekeken moet worden. Het lid DETERINK (VVD) vraagt of de PvdA de transitie ook steunt wanneer de wethouder aangeeft dat zij niet kan garanderen dat het niet rommeliger wordt op straat.

Het lid KEESMAN (PvdA) wacht met interesse het antwoord van de wethouder af. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) maakt zich ook zorgen over de uitwerking van het ophalen op afspraak. Ze sluit zich aan bij de VVD wat betreft de zorgen en de vraag over eerst de basis op orde hebben omdat ze al te maken hebben met een enorme vieze stad. Ze vraagt hoe de wethouder dat gaat oplossen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Lust.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

Het lid LUST (D66) sluit zich aan bij de bezwaren maar het is ook duidelijk dat het huidige systeem van het inzamelen van grof afval niet langer houdbaar is. Het is goed dat er over een alternatief systeem wordt nagedacht en dat er een plan van aanpak ligt om de eerste stappen te zetten. Ze sluit zich aan bij de zorg over de verwachting en de vrees dat tijdens de omslag naar het nieuwe systeem het probleem eerst groter wordt voordat het beter wordt. Ze vraagt wat er gebeurt als dit uit de hand loopt en wil weten of er capaciteit klaarstaat om waar nodig een extra ronde door de stad te maken. In de stukken staat dat er de komende jaren fors geïnvesteerd gaat worden om 6.500 aanbiedlocaties voor grof afval op orde te brengen. Dit wordt in de raadsinformatiebrief een meerjarig programma en een omvangrijk project genoemd en over uiterlijk acht jaar moet het voor iedereen duidelijk zijn waar en wanneer grof afval buitengezet mag worden. Ze vraagt op welke termijn de wethouder verwacht dat de straatinzameling van grof afval ophoudt en hoe het perspectief op de langere termijn rijmt met de investering van vier tot acht jaar in 6.500 aanbiedlocaties. Daarnaast wil ze graag weten of er voor de Amsterdammer die de afspraak maakt extra kosten verbonden zijn aan het ophalen van afval.

Een positief punt is dat de kleinschalige inzamelpunten voor klein grof afval in de buurt vooralsnog behouden blijven omdat een fijnmazig netwerk van minimilieustraatjes in een groeiende behoefte zal voorzien wanneer de mogelijkheid om grof afval op straat te zetten verdwijnt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Munster. Het lid VAN MUNSTER (GroenLinks) vindt het waanzin dat Amsterdammers die zo trots zijn op hun stad het normaal vinden om alles maar op straat neer te gooien en te denken dat het wel wordt opgehaald. Hij sluit zich aan bij de vragen over uitvoerbaarheid maar los van die praktische punten is de echte vraag hoe wij omgaan met onze samenleving en economie. Vinden we het normaal om in een consumptiedumpmaatschappij te leven of moeten we anders met ons afval omgaan? Er is een pilot geweest in Watergraafsmeer waar 63 procent minder grofvuil op straat werd gezet, 42 procent meer bezoekers naar de milieustraten kwamen die 23 procent meer afval brachten. We moeten af van de samenleving waarin we spullen gebruiken, op straat zetten en denken dat het wel goed komt. Het hele land doet dit al en in Amsterdam zegt men dat het niet mogelijk is. Gedragsverandering is nodig en het is een kwestie van de lange termijn maar hij is ervan overtuigd dat dit haalbaar is.

Het zal met vallen en opstaan gaan en misschien zal het in eerste instantie niet beter worden, maar op de lange termijn is er geen andere optie dan deze weg in te slaan. Hij is benieuwd naar de resultaten van de zondagopenstelling van de milieustraten en vraagt of er ook gekeken wordt naar een structuur van kringloopwinkels die bijdragen aan de circulaire samenleving. Als voorbeeld noemt hij Nieuw-West met 170.000 inwoners waar geen enkele kringloopwinkel is. Tot slot is hij ook benieuwd naar het tijdspad van deze transitie. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kabamba. Het lid KABAMBA (Lijst Kabamba) is het eens met de wens om naar een circulaire economie te gaan waar mensen makkelijk spullen aan anderen kunnen geven die er nog gebruik van kunnen maken. Toch maakt zij zich zorgen over de mensen die niet in staat zijn om hun grof afval weg te brengen, zoals zieke mensen, ouders met kleine kinderen en mensen die vechten om te overleven. Haar voorstel is om de ophaalservice op afspraak een lange tijd gratis te houden, op zijn minst totdat de structuren voor de circulaire economie op peil zijn, maar ook totdat de stad veel schoner is. Ze wil niet dat de rekening voor een schone stad wordt afgewimpeld op de kwetsbaren van de samenleving.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Buren voor de beantwoording. Wethouder VAN BUREN sluit zich aan bij de woorden van het lid Van Munster, ze vindt het absurd dat Amsterdam als enige grote gemeente het afval elke week aan de straat kan zetten. Ze is het ook met iedereen eens dat de basis goed op orde moet zijn. Er komt een plan van aanpak maar er is nog veel uit te zoeken. Vorig jaar is het rekenkamerrapport behandeld in de raad en ze heeft de duidelijke opdracht gekregen om de aanbevelingen van de rekenkamer uit te voeren. Ze heeft gehoor gegeven aan deze wens van de raad en is daarom met dit proces aan de slag gegaan. De stad is nog niet schoon genoeg en het is nodig om de omslag te maken die leidt tot schonere straten, minder illegale dumpingen, lagere kosten en een hoger hergebruik van grondstoffen. Vuil trekt vuil aan, dus het terugdringen van dumpingen zal ook positieve externe effecten hebben. De implementatie zal geleidelijk verlopen. Eerst wordt een stevige basis gelegd in de gebieden waar al op afspraak wordt ingezameld zoals Weesp en Watergraafsmeer en het tempo wordt in overleg met de stadsdelen bepaald. Dit zal niet altijd pijnloos zijn en er worden duidelijke ongemakken verwacht. Het vergt dus ook bestuurlijke moed, doorzettingsvermogen en een omslag in het denken en gedrag van de Amsterdammers.

Gelukkig zijn er al initiatieven vanuit ondernemers en Amsterdammers om een andere manier van denken te bevorderen. Het inrichten van de 6.500 veilige en duidelijke aanbiedplekken zal vier tot acht jaar duren. Het proces gaat via de participatieverordening en het succes van de invoering is afhankelijk van de collectieve inspanning van het bestuur, de raad en de bewoners. Het systeem van grofvuil op afspraak zal niet snel kunnen worden ingevoerd, ze verwacht dat er een termijn van vijf jaar voor nodig is omdat het gefaseerd zal worden ingevoerd. Er wordt ook gekeken naar andere grote gemeenten en naar pilots. De omslag kan veel weerstand oproepen bij bewoners die nu gewend zijn aan een hoog serviceniveau en de rommelige straten en ongemak zullen kritiek opleveren, daar moeten ze doorheen. Het succes hangt ook af van de samenwerking tussen stadsdelen, bewoners en uitvoerders en de communicatie richting de bewoners is cruciaal. Dit moet heel zorgvuldig worden aangepakt omdat een slechte uitvoering kan leiden tot negatieve beeldvorming. Het lid LUST (D66) worstelt nog met het op orde brengen van de aanbiedlocaties omdat de timing van dat grote project parallel zal lopen aan de implementatie van grof op afspraak en de poging om mensen te stimuleren om hun grof afval zelf weg te brengen.

Ze vraagt of de gemeente klaar is met het nieuwe systeem wanneer de 6.500 en uiteindelijk 9.000 aanbiedlocaties op orde zijn. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat het niet nodig is om te wachten tot alle aanbiedlocaties op orde zijn. In de gebieden waar ze beginnen met grofvuil op afspraak zullen ze als eerste de aanbiedlocaties op orde moeten brengen. Ze legt uit dat de huidige aanbiedlocaties nog niet duidelijk genoeg zijn en dat ze ook willen aangeven wanneer je daar het afval kunt neerzetten. Daarnaast blijft het mogelijk om grof afval thuis op te laten halen, maar niet achter de voordeur. Het grofvuil moet op een bepaald moment op zo'n aanbiedlocatie geplaatst worden. Ze wijst erop dat grof afval nu vaak bij de ondergrondse containers wordt neergezet, wat erg lastig is omdat de ondergrondse containers dan niet geleegd kunnen worden. Daarom moeten ze nog veel meer voorlichting geven. Daarnaast is het belangrijk dat het grof afval op tijd wordt opgehaald en daarom willen ze eerst de basis op orde hebben in de gebieden waar grof afval op afspraak al is ingevoerd voordat ze uitbreiden naar de rest van de stad. Ze verduidelijkt dat er een misverstand was omdat grof afval op afspraak in Weesp gratis is. Ze gaat ervan uit dat het in Amsterdam ook gratis blijft.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

Het lid KEESMAN (PvdA) denkt dat daar nog goed over nagedacht moet worden omdat bij gratis ophalen de neiging groot zal zijn om daar gebruik van te maken. Er zit wellicht een element in van de vervuiler betaalt en hij benadrukt dat het doel uiteindelijk is dat mensen hun grof afval zelf naar een milieustraat brengen. Wethouder VAN BUREN beaamt dat zelf wegbrengen het allerbeste is maar dat in Amsterdam de werven best ver weg zijn. Ze gaan kijken hoe ze het beter kunnen doen met de bakfietsen en ook naar kleinschalige mobiele inzamelpunten in de buurt waar mensen klein grof afval kwijt kunnen. Ze legt uit dat als je een afspraak maakt om grof afval op te halen het even duurt en meestal willen mensen het gelijk kwijt. Daarom kijken ze hoe ze dat kunnen verbeteren. Maar als mensen het niet kunnen wegbrengen dan kan er altijd een afspraak gemaakt worden en bewoners kunnen altijd bellen naar 14020 om een afspraak te maken. Op dit moment zijn drie werven op zondag geopend en de cijfers laten zien dat het gebruik op zondag wisselend is. Bij de Meerkerkdreef waren er gemiddeld 57 bezoekers op zondag terwijl er op een doordeweekse dag gemiddeld 120 bezoekers komen. Bij de Henk Sneevlietweg komen 128 bezoekers op zondag en bij de Toetsenbordweg gemiddeld 55 bezoekers. Op basis van deze gegevens zal worden vastgesteld op welke locaties de zondagsopenstelling moet plaatsvinden.

Ze moet daarbij rekening houden met medewerkers die op zondag moeten werken en wat het meeste effect heeft. Het doel blijft dat ze de best mogelijke service willen bieden. Ze zullen dit kritisch blijven volgen en kijken waar ze moeten bijsturen. Kringloopwinkels zijn belangrijk zijn en het is jammer dat er in Nieuw-West op dit moment geen kringloopwinkel is. Er zijn 33 kringloop- en weggeefwinkels in de stad en het is de ambitie van het college om de circulaire economie te stimuleren. De populariteit van kringloopwinkels stijgt en de gemeente werkt samen met kringlooporganisaties om goede locaties te vinden. Dat is ingewikkeld omdat die aan bepaalde eisen moeten voldoen. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) is het hartgrondig eens met de bijdrage van het lid Van Munster, recycling zou een integraal onderdeel moeten zijn van de plannen met betrekking tot grof afval en daarbij zou het aantal kringloopwinkels en reparatiecafés verhoogd moeten worden. Ze vraagt de wethouder of dit als integraal onderdeel wordt opgenomen in de plannen. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat ze dat willen stimuleren en dat ze het kunnen meenemen in het integrale plan voor grof afval. Wanneer op de nieuwe manier grof afval wordt ingezameld dan kan het ook beter gescheiden worden, nu wordt alles nog op één hoop gegooid.

Daarom is grof afval op afspraak en het wegbrengen naar de werven beter voor het milieu. Uit het onderzoek onder bewoners naar de motivatie om grof afval weg te brengen blijkt dat vier belangrijke factoren van invloed zijn. De motivatie is groter als bewoners zelf vervoer hebben zonder afhankelijk te zijn van anderen. Wie het wegbrengen nuttig, leuk of handig vindt is eerder bereid om het te doen. Het stimuleert ook als men verwacht dat anderen in de sociale omgeving dit ook doen. Tegelijkertijd zijn er ook de factoren die de intentie verlagen. Als het makkelijker is om het afval op straat te zetten of als het veel tijd en moeite kost om naar een recyclepunt te gaan neemt de motivatie af. Er kan ook weerstand ontstaan als bewoners denken dat afval op straat geen overlast veroorzaakt of dat het wegbrengen naar een recyclepunt niet bijdraagt aan een beter milieu. Daarom is goede voorlichting belangrijk. Motivatie hangt dus niet alleen af van praktische mogelijkheden maar ook van houding, sociale normen en bewoners overtuigen van het effect en het belang van het wegbrengen van afval. Deze inzichten nemen ze mee om de communicatie beter af te stemmen en de Amsterdammers bewuster te maken.

De resultaten van de kleinschalige inzamelpunten zijn op het eerste gezicht misschien beperkt qua hoeveelheid ingezameld afval en bezoekersaantallen maar deze ervaringen nemen ze serieus en ze kijken wat wel en niet werkt. Ze hebben besloten door

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

te gaan met het onderzoek naar aanleiding van het advies Circulair centrum, goed bezig, inclusief een minimilieustraat dat uit het burgerberaad is gekomen. Met haalbaarheidsonderzoeken en andere pilots wordt onderzocht hoe dit duurzaam en effectief ingezet kan worden. De uitkomsten, financiële onderbouwing en operationele resultaten worden in het voorjaar met de raad gedeeld. Het lid DETERINK (VVD) vraagt of gemeentelijk vastgoed en de stadsdeelkantoren als mogelijke locatie voor kleinschalige inzamelpunten worden meegenomen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat alle opties worden meegenomen. Er wordt ook nagedacht over mobiele inzamelpunten en tijdelijke containers om het zo makkelijk mogelijk te maken voor de burger. Het klopt dat er minder boetes zijn uitgeschreven maar dat betekent niet dat handhaving minder belangrijk is. Het is een essentieel onderdeel van het grofafvalbeleid omdat het systeem van grof afval op afspraak alleen werkt als bewoners zich eraan houden. Het blijft moeilijk om mensen op heterdaad te betrappen of te bewijzen wie het afval heeft geplaatst. Er wordt ook veel grof afval gedumpt aan de randen van de stad door mensen uit andere gemeenten waar men moet betalen voor het afvoeren van afval.

In Rotterdam is recentelijk een pilot geweest met cameratoezicht bij dergelijke locaties, ook daar blijft het nog steeds ingewikkeld om mensen te betrappen maar het werkt wel preventief en daarom zal ze samen met de burgemeester kijken naar de invoering van cameratoezicht. Daarnaast wordt de handhaving intensiever door gerichte controles en het inzetten van handhavers op hotspots. De huidige inzameling van grof afval is kostbaar en het is de verwachting dat op termijn het systeem van afval op afspraak en het brengen naar milieustraten zal leiden tot besparingen, al is dat nog niet met zekerheid te zeggen. Ze begrijpt de zorgen dat bij de omslag naar het nieuwe systeem het eerst viezer zal worden op de straten en daarom is er is gekozen voor een stapsgewijze aanpak. Mocht er extra grof afval op straat komen dan is er niet veel extra capaciteit om dat meteen op te halen maar ze sluit niet uit dat er extra capaciteit moet worden ingezet. Er zal ook gekeken worden naar de ervaringen in de pilotgebieden omdat de wijze van inzamelen en communicatie per buurt kan verschillen. De stadsdelen zijn dus hard nodig voor de uitvoering. Het systeem zal geleidelijk worden ingevoerd en alleen op plekken waar de dienstverlening kan worden aangeboden.

Het lid KOPPEJAN (CDA) vraagt of in het nieuwe systeem het serviceniveau toeneemt en de routes veranderen aangezien grof afval aan huis wordt opgehaald en niet op een centrale plek. Wethouder VAN BUREN legt uit dat met het huidige hoge serviceniveau wordt bedoeld dat je nu dagelijks grof afval op straat kunt zetten. Dat serviceniveau verandert, omdat bewoners straks moeten bellen voor een afspraak of het afval zelf weg moeten brengen. Het is niet zo dat het aan huis wordt opgehaald, het afval moet nog steeds bij een aanbiedplek worden gezet. De routes worden gereden op de aanbiedplekken en de afspraken worden ingepland op die routes. De inzet is dat de kosten voor bewoners niet stijgen en het is de intentie om het ophalen van grof afval op afspraak gratis aan te bieden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Op verzoek van het lid Deterink wordt het voor een korte behandeling geagendeerd voor de gemeenteraad van 8 en 9 oktober 2025. De VOORZITTER schorst de vergadering voor een korte pauze.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie, Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening, Volkshuisvesting 4. Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de subsidieregeling gebiedsgerichte bestrijding energiearmoede 2025 VN2025-008836 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Keesman. Het lid KEESMAN (PvdA) beschouwt de raadsbrief als een belangrijke volgende stap om energiearmoede te bestrijden en verder te verduurzamen. Het blijft nodig om steeds opnieuw te bekijken hoe de aanpak van energiearmoede verbeterd en gestut kan worden. Daarnaast is het belangrijk om gebruik te blijven maken van de netwerken, kennis en ervaringen van de afgelopen jaren. Hij is benieuwd op welke manier deze subsidieregeling voortbouwt op de lessen die zijn getrokken uit de Energiebespaarservice en hoe met deze regeling de Amsterdammers geholpen gaan worden die in de voorrangsbuurten wonen maar tot nu toe nog niet bereikt zijn. Naar verwachting van het college worden maximaal 4.500 huishoudens geholpen terwijl er in 2023 nog 32.000 huishoudens in Amsterdam te maken hadden met energiearmoede. De opgave blijft derhalve groot en dat vraagt om blijvende vasthoudendheid. Met deze subsidieregeling wordt een volgende stap gezet maar er is nog een lange weg te gaan. Hij is benieuwd welke stappen de wethouder hierna ziet om energiearmoede verder aan te pakken.

Tot slot vraagt hij of het klopt dat de regeling die per 1 juli 2025 is ingegaan nog niet op de website van Amsterdam gepubliceerd is. Het lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) vindt het goed is dat er wordt gekeken naar hoe het geld effectief besteed wordt en daarmee ook naar de effectiviteit van de Energiebespaarservice en het isolatieoffensief als geheel. De wethouder heeft op 16 januari 2025 vrij stellig beweerd dat dit tot nu toe erg succesvol is geweest omdat 50.000 woningen tussen de 300 en 600 euro zouden hebben bespaard. Die schatting vond hij aan de hoge kant en hij heeft dat nagevraagd. Het blijkt dat de cijfers van de effecten nog niet binnen zijn en ook nog niet zijn bekeken. Daarom vraagt hij de wethouder waarom dit college aan het begin van het jaar al zo stellig was dat het zo’n doorslaand succes is geweest met bijbehorende cijfers terwijl die cijfers nog niet beschikbaar zijn. Zijn schatting is dat dat effect waarschijnlijk lager zal uitvallen. Het lid DE JAGER (D66) leest in de stukken dat de subsidieregeling huishoudens met energiearmoede helpt en in de cijfers staat dat 3.000 huishoudens geholpen moeten worden met energiebesparende maatregelen en nog eens 1.500 huishoudens met het efficiënter instellen van verwarmingsinstallaties.

Ze begrijpt de focus op huishoudens die leven in energiearmoede maar er wordt ook gesproken over opschalen en landelijk lopende onderzoeken naar het efficiënter instellen van die verwarmingsinstallaties. Met dat in gedachten stelt ze de vraag of bekeken vanuit een duurzaamheidsperspectief het niet ook goed zou zijn dit toe te passen op sportverenigingen omdat er best wat kantines zijn die ook nog energie kunnen besparen door dit efficiënter in te regelen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Pels voor de beantwoording. Wethouder PELS benadrukt dat het heel belangrijk is om vol door te gaan met de bestrijding van energiearmoede. Eerder is ingezet op grote aantallen om zoveel mogelijk mensen te bereiken en dat is snel gerealiseerd. Die aanpak heeft waardevolle lessen opgeleverd. Bij de Energiebespaarservice bleek dat de groep die bereikt moest worden niet meer op dezelfde manier bereikt kon worden. Daarom is gekozen voor een fijnmazigere aanpak met een subsidieregeling die inzet op lokale initiatieven. De hoop is

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

dat zij in staat zijn sleutelfiguren in de wijk in te zetten om de mensen te bereiken die eerder niet bereikt zijn. Ze verwacht niet dat deze initiatieven ineens een groot democratisch probleem oplossen, want het bereiken van mensen die de gemeente onvoldoende vertrouwen is een breed probleem, maar er zijn wel lessen te trekken uit de eerdere aanpak. Ze erkent dat nog niet iedereen in Amsterdam die in energiearmoede leeft is geholpen en ze vindt dat alles moet worden gedaan om energiearmoede voor 2030 de stad uit te helpen. De gemeente kan dat niet alleen. Er wordt gewerkt aan initiatieven zoals een bank voor tweedehands zonnepanelen die gratis beschikbaar zijn en via een pilot aan balkons worden bevestigd en het anders inregelen van verwarmingsinstallaties. Uiteindelijk is grootschalige renovatie en isolatie van slecht geïsoleerde panden nodig en landelijk moeten acties worden ondernomen om de energierekening betaalbaar te houden en duurzame warmte goedkoper te maken dan fossiele alternatieven. De regeling is gepubliceerd en inmiddels alweer gesloten. Er zijn veel inschrijvingen van lokale initiatieven met voldoende spreiding over de stadsdelen. Ze kan nog niet zeggen welke initiatieven zijn geselecteerd maar de raad wordt op de hoogte gesteld zodra dat bekend is. Er is een groot onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de Energiebespaarservice door het ambtsinstituut.

Zij hebben de besparing berekend op basis van het werk van een energiecoach. Het onderzoek kan worden doorgestuurd als daar behoefte aan is. Het lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) is bekend met dat onderzoek. Het betreft een hoge schatting vooraf terwijl de wethouder het in de commissie heeft gepresenteerd alsof het succes al was binnengehaald. Het was feitelijk onjuist om dat zo te stellen. Hij had gehoopt dat erkend zou worden dat men daar iets te stellig in was omdat er torenhoge verwachtingen bij bewoners worden gewekt terwijl het gezond verstand leert dat met zulke maatregelen in veel gevallen geen 300 euro besparing wordt gerealiseerd. Een paar tientjes is ook mooi maar nu worden verwachtingen gewekt die niet waargemaakt kunnen worden en dat is in het isolatieoffensief vanaf dag een een patroon geweest. Wethouder PELS herkent dit beeld niet. Ze vindt dat de onderzoeker tekort wordt gedaan omdat het onderzoek is gebaseerd op werk dat de onderzoeker zelf heeft uitgevoerd. Ze werkt zelf ook als energiecoach en ziet de genoemde besparingen in de praktijk voorbijkomen, ook via stichting !WOON. Het is onterecht om het onderzoek weg te zetten als slechts een voorspelling terwijl er grondig onderzoek is gedaan naar concrete acties. Ook TNO heeft uitgebreid onderzoek gedaan en daar zijn steeds vergelijkbare cijfers uit naar voren komen.

Ze benadrukt dat zij in haar werk als energiecoach dit soort bedragen wel voorbij heeft zien komen. De gemeente is voorzichtig en geeft een schatting van de bandbreedte waarbinnen de besparingen vallen omdat die per huishouden verschillen. Het lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) stelt dat de wethouder nu toch voorzichtig terugneemt wat zij in de vorige commissie heeft gezegd, namelijk dat er bij 50.000 woningen tussen de 300 en 600 euro is bespaard. Hij heeft zelf contact gehad met stichting !WOON en die geeft aan dat dit een zeer hoge schatting is. In enkele gevallen is het mogelijk maar voor heel veel mensen niet. GroenLinks gaat de campagne in met het verhaal dat het isolatieoffensief een doorslaand succes was en dat de besparing begon bij 300 euro terwijl dat feitelijk onjuist is. Hij vraagt de wethouder dit terug te nemen omdat bewoners die al decennia in slecht geïsoleerde huizen wonen niets hebben aan dit soort borstklopperij. Wethouder PELS antwoordt dat het gaat om een feitelijk onderzoek waaruit de bandbreedte van 300 tot 600 euro besparing naar voren komt. Daarbij wordt ook vermeld dat het ambtsinstituut dit heeft onderzocht. Nu wordt dat gepresenteerd als borstklopperij,

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie

DC

Definitief raadscommissieverslag, 04-09-2025

terwijl ze het zou waarderen als ook de Partij voor de Dieren kan erkennen dat het college hier een grote stap heeft gezet. Er is geen andere gemeente die 50.000 huishoudens heeft bereikt en zo’n besparing heeft gerealiseerd. Dat er nu wordt gesteld dat een onderzoeker geen gelijk zou hebben en dat de wethouder dat niet zou mogen verwoorden herkent zij niet van de Partij voor de Dieren. Het lid KREUGER (JA21) vraagt of de wethouder nu zegt dat de stichting !WOON liegt. Wethouder PELS antwoordt dat zij dat niet zegt. Ze hebben dit met stichting !WOON besproken en ze is zelf energiecoach bij !WOON. Het lid KREUGER (JA21) merkt op dat stichting !WOON zegt dat de schatting veel te hoog is terwijl de wethouder het tegenovergestelde beweert. Wethouder PELS antwoordt dat zij dat net van het lid Meerburg heeft gehoord en dat ze daarom bij stichting !WOON zal navragen hoe zij daarnaar kijken. Op basis van horen zeggen kan ze geen uitspraak doen. Om te weten hoe !WOON ernaar kijken zou een persbericht of een officiële brief duidelijkheid kunnen verschaffen. De vraag van D66 over sportverenigingen en verwarmingsinstallaties is interessant. Ze stuurt dit door naar wethouder Mbarki die over Sport gaat en vol inzet op het verduurzamen van sportverenigingen. Ze zal hem vragen of dit al wordt meegenomen zodat de commissie daar kennis van kan nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16012268/1