CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag commissie OZA 14-02-2024

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 14 februari 2024, gemeente Amsterdam16.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarvoor is het Rijk nodig. Dat is onderdeel van de lobby die gevoerd wordt. Het lid WEHKAMP merkt op dat men in Den Haag onderzoekt of er gratis kinderopvang in scholen mogelijk is. Zij vraagt de wethouder te kijken wat er in Den Haag op dat vlak gebeurt en daarover terug te koppelen naar de commissie. Wethouder MOORMAN heeft regelmatig contact met de wethouders Onderwijs van de G4 of G5. Als er ontwikkelingen zijn die ook voor Amsterdam interessant zijn, zal zij dat melden. Op dit moment doet Amsterdam het meeste aan ondersteuning voor leraren. Maar zij leert altijd graag van wat andere gemeenten doen. Zij antwoordt het lid Von Gerhardt dat het probleem van de wegtrekkende gezinnen veel te maken heeft met de woningmarkt. Er is ongelofelijk veel spanning op de woningmarkt, wat te maken heeft met keuzes die in het verleden zijn gemaakt. Zij stelt voor om te kijken wat nu gedaan kan worden. Daarom bestaat ook de voorrangsregeling, die overigens ook voor de middenhuur geldt. Je bent daarbij wel afhankelijk van wat ontwikkelaars op dat terrein willen bieden, voor zover het niet komt van de corporaties. Het is bij de nieuwe afspraken van 40 naar 60 verhoogd voor leraren.

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

Zij antwoordt dat er veel informatie geleverd moet worden omdat je zeker wilt weten dat het naar de juiste groep mensen gaat. Ook binnen de voorrangsregeling wil zij nog eens extra voorrang geven voor leraren op scholen met grotere tekorten en achterstanden, omdat het probleem daar het grootst is. Je moet daarvoor dan wel informatie aanleveren. Woningen zijn immers heel schaars en moeten terechtkomen bij de mensen die daarvoor echt in aanmerking komen. Er is bijvoorbeeld een urennorm. Iemand moet voor de regeling minimaal 28 uur per week les gaan geven. Het lid PERDOK heeft daarvoor begrip. Er moet gecontroleerd worden. Maar zij vraagt zich wel af of het, gezien de grote hoeveelheid informatie en bewijsstukken die gevraagd worden, niet mogelijk is een aantal zaken te schrappen. Voorkomen moet worden dat leraren er niet aan willen beginnen vanwege die druk. Bij het leveren van bewijsstukken wordt bijvoorbeeld gevraagd dat een schoolleiding mee moet tekenen. Is dat echt nodig? Wethouder MOORMAN antwoordt dat dat zeker nodig is. Die handtekening bewijst dat de leraar in kwestie ook werkelijk in dienst is. De schoolleiders krijgen een extra bijdrage van 15.000 euro per jaar voor ondersteuning bij dit soort administratieve last. Er is ook een servicepunt ingericht om te zorgen dat het makkelijker en soepeler voor leraren verloopt.

Je moet voorkomen dat handige mensen misbruik maken van deze regeling. Zij staat overigens open voor concrete vraagtekens bij onderdelen van de administratieve last. Ieder criterium moet wel zinvol zijn. Zij antwoordt het lid Runderkamp dat het probleem van kleine scholen stevig op de agenda staat, ook vanuit het BBO. In de afgelopen periode zijn de nodige scholen samengevoegd of gesloten. Het aantal scholen onder de opheffingsnorm is gedaald van 43 in 2022, naar 37 nu. Er komen echter ook weer scholen bij die een tijd onder de opheffingsnorm zullen opereren. Het is dapper dat men er af en toe voor kiest om een kleine school, waar de kwaliteit van het onderwijs onder druk staat, te sluiten. Sommige kleine scholen hebben echter een enorme waarde voor de buurt, juist doordat ze klein zijn en een goed contact met de ouders hebben. Het is dus maatwerk; soms is het beter een kleine school te laten bestaan. Zij antwoordt het lid Wijmenga dat inderdaad soms speelt wat het lid Wehkamp naar voren bracht, dat sommige leraren zich afvragen waarom ze moeten betalen voor een opleiding als ze toch wel voor klas kunnen staan. Maar lesgeven is een vak waarvoor bevoegde krachten nodig zijn. Zij antwoordt het lid Yemane dat in deze cijfers het verborgen tekort zit. Als een onbevoegde voor de klas staat, geldt dat als leraar tekort. Het lid WEHKAMP is het eens wat betreft die bevoegde leraren.

Zij vraagt wat de wethouder ziet als prikkels om inderdaad dat diploma te gaan halen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de financiën zeker meehelpen. Zelf financieel moeten investeren is momenteel een hobbel voor leraren. Natuurlijk verdient een bevoegde docent ook meer. Zij antwoordt het lid Bilgin dat het inderdaad een breed probleem is. Er moeten ook op andere domeinen problemen opgelost worden. De huisvesting staat in de grote steden enorm onder druk. Woningen in Amsterdam zijn het duurste in Nederland. Dat zie je ook terug in de cijfers: Amsterdamse leraren komen relatief van het verst. Ze hebben de langste reistijd. Zij heeft daarom ook gesprekken met de wethouder Wonen, Huisvesting, Grond en Ruimtelijk Ontwikkeling. Er moeten meer woningen voor leraren beschikbaar komen. Daaraan zit wel een grens, want er moeten nog meer maatschappelijke groepen gehuisvest worden. Ook parkeren is een goed voorbeeld. Het parkeerbeleid is erop gericht minder parkeerplekken en minder -vergunningen uit te geven. Toch is ervoor gekozen die vergunningen uit te geven voor het onderwijs, als dat noodzakelijk is. Zij antwoordt het lid Perdok dat de voorrangsregeling geldt voor de sociale- en de middenhuur. Helaas kan zij er niet voor zorgen dat er genoeg eengezinswoningen komen voor leraren.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

Het lid PERDOK begrijpt dat, maar vraagt zich af of de gemeente geen verkeerd beeld geeft. Er wordt aangegeven dat een leraar zich kan aanmelden voor een gezinswoning, terwijl vervolgens kleinere woningen aangeboden worden. Is de voorrangsregeling dan wel effectief? Wat betreft de ondersteuning aan leraren bij de omgang met de vele formulieren vraagt zij zich af hoe men controleert dat het geld van de schoolleiders daar ook echt naartoe gaat. Is er controle op? Zij hoort van haar achterban nog steeds dat men omkomt in de vracht formulieren en bewijsstukken. Dat jaagt de mensen weg. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er tot op heden meer aanmeldingen zijn dan plaatsingsmogelijkheden. Er zitten ook mensen tussen die al een woning hebben. Dat is begrijpelijk, want iemand met een duurdere woning zal op zoek gaan naar iets betaalbaarders. Toch is ervoor gekozen om de mensen te helpen die geen woning hebben. Er is een noodzaak tot het maken van een keuze vanwege de woningschaarste. Het is naar dat al het geleverde bewijsmateriaal, alle formulieren die ingevuld moeten worden, ook kunnen leiden tot een afwijzing. Het is niet zo dat er helemaal geen eengezinswoningen aangeboden kunnen worden. Die zijn er ook, en verder wil niet elke leraar een eengezinswoning. Er zijn heel wat alleenstaande leraren. De woonwensen komen echter niet altijd overeen met de beschikbare woningen.

Sommige leraren zullen er dus voor kiezen om elders te gaan wonen en een baan te vinden. Uit het onderzoek blijkt trouwens dat het lerarentekort daalt in de regio, en stijgt in de grote steden. Het lid WEHKAMP wijst erop dat het lerarentekort in het basisonderwijs daalt in Utrecht. Waaruit kan je dat verklaren? Wethouder MOORMAN antwoordt dat Utrecht in het midden van het land ligt. Het lid VON GERHARDT vraagt het onderwerp te agenderen voor de raad van 27 en 28 maart a.s. De VOORZITTER concludeert dat de punten voldoende behandeld zijn. Ze worden geagendeerd voor de raad van 27 en 28 maart a.s. 9. Leegloop docenten Calandlyceum & Lumion, slechte eindexamen resultaten Nieuw-West (VN2024-001104) Het lid YACOUBI is zelf oud-leerling van het Calandlyceum. De negatieve berichtgeving in de media over zijn oude school doet hem dan ook pijn. Het is bekend dat het Calandlyceum kampt met problemen, met een ongekende uitstroom van docenten, problemen met het management en dalende examenresultaten. Dat is slecht voor de leerlingen en voor de reputatie van de school. Volgens berichten in de media, getuigenissen van (oud-)medewerkers en de Algemene Onderwijsbond is er met het huidige management sprake van een verontrustende werkomgeving. Er zou sprake zijn van intimidatie, onredelijke eisen en een cultuur waarin het vrijuit spreken wordt ontmoedigd.

Dit is des te zorgelijker, als je er rekening mee houdt dat de school onder verscherpt toezicht staat van de onderwijsinspectie. Hij vraagt welke specifieke maatregelen het college heeft genomen als reactie op de berichtgeving over deze ontwikkelingen, en de massale docentenuitstroom bij het Calandlyceum. Op welke wijze biedt het college ondersteuning voor de huidige staf en de leerlingen van de school, om de kwaliteit van het onderwijs en de werkomgeving te waarborgen en te verbeteren? Welke langetermijnstrategie overweegt het college om de stabiliteit en het succes van de school -waar ze vroeger om bekend stond- te garanderen? Het lid BILGIN vindt de uitstroom van docenten op verschillende scholen in Nieuw-West zorgelijk. De Stichting Progresso stelt dat men bij het Calandlyceum een

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

directeur heeft aangesteld die eerder bij Lumion succesvol problemen heeft aangepakt. Hij zou dus uitstekend in staat moeten zijn om een school te leiden, zegt de Stichting. Hij is het nagegaan, en ontdekte dat in het leerjaar 2019-2020 het slagingspercentage nog 100% was. In 2022-2023 was het gedaald naar 65%. Vooral de havo en het vwo hebben te maken met een vrije val. Het slagingspercentage van het vwo ging tussen 2020 en 2023 van 73% naar 58%. Bij de havo was de daling van 78,2% naar 52,9%. Op het dieptepunt lag het slagingspercentage op 47,1%. De meerderheid slaagde dus niet. Dan is er nog een grafiek die aangeeft of leerlingen van leerjaar 3 onder of boven het basisniveau zitten. Die grafiek is zorgelijk. Boven het advies is het 0%, en op het advies 20%. Onder het advies zit dus 80%. Het landelijk gemiddelde onder vergelijkbare scholen is 16,2%. Met deze cijfers kan je niet stellen dat de problemen bij Lumion zijn opgelost. Deze cijfers zouden voor de wethouder aanleiding kunnen geven om het gesprek aan te gaan met de Stichting. Zijn die gesprekken er, of komen ze? Wethouder MOORMAN antwoordt dat die gesprekken met de bestuursvoorzitter er zijn. Ook die heeft zorgen. De onderwijsinspectie heeft op 13-14 november een bezoek afgelegd, en op basis daarvan geconcludeerd dat de resultaten op het Calandlyceum (niet Lumion) onvoldoende zijn.

Er wordt momenteel hard gewerkt aan de herstelopdrachten. De gemeente heeft bij de uitvoering daarvan geen rol, maar wel houdt ze vinger aan de pols door het contact te onderhouden. Het Calandlyceum vervult een belangrijke rol in het onderwijs van Nieuw-West en moet daarom zo goed mogelijk zijn. De directeur heeft haar ervan verzekerd dat er op dit moment heel hard gewerkt wordt om tot verbetering te komen. Zij heeft daarin vertrouwen. Er zijn verder ook nog gesprekken rond het Masterplan Nieuw-West. Daarbij gaat het breder dan de onderwijskwaliteit. Er wordt ook gekeken naar manieren om de samenwerking met de buurt te versterken. Zij houdt de commissie op de hoogte van eventuele nieuwe ontwikkelingen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 10. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over vereenvoudigingen van de Individuele Bijzondere Bijstand (VN2024-000226) Het lid WEHKAMP is blij met deze brief over de IBB. Zij is het met de wethouder eens dat aan bredere bestaanszekerheid moet worden gewerkt. De IBB wordt voorspelbaarder en minder complex gemaakt voor de Amsterdammers en voor de gemeentelijke uitvoering. Zij vraagt of de wethouder op hoofdlijnen inzichtelijk kan maken wie gebruikmaakt van de IBB.

Wie weet de financiering te vinden en wie niet? Dat moet bekend zijn om zo goed mogelijk te kunnen monitoren. De ASVA, de Amsterdamse Studentenvakbond, heeft projecten gericht op armoede. Men was daar echter niet bekend met de IBB, ook al kunnen studenten daarop aanspraken maken. Het lid YEMANE merkt op dat er een vrijlatingsvermogen is van 235.000 euro. Dat is prachtig, maar is het realistisch? De marktwaarde van woningen is zo gestegen dat je je kunt afvragen of je er nog veel mensen mee helpt. En kijkt men bij de vernieuwde regels ook naar het besteedbaar inkomen? Het lid BOUHASSANI vraagt wat er achteraf gebeurt als er voor Amsterdammers toch nog een inkomenstoets plaatsvindt en de gegevens af blijken te wijken. Verder vindt zij het een positieve ontwikkeling dat de Bijzondere Bijstand verruimd wordt. Op dit moment worden de regels verruimd voor mensen die een huis bezitten tot en met een waarde van 235.000 euro. Maar en zijn ook mensen die vanwege hun geloof geen huis bezitten, of geen huis kunnen aanschaffen. En er zijn senioren die wat spaargeld aan de

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

kant hebben gezet, bijvoorbeeld voor hun begrafenis of een uitvaart. Kan niet gekeken worden of je ook voor die groepen mensen iets kunt betekenen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de functie van de IBB in Amsterdam anders is dan in andere gemeenten. Er zijn in Amsterdam heel veel voorliggende voorzieningen, veel meer dan in welke andere gemeente dan ook. De IBB moet in Amsterdam gezien worden als een vangnet. Het heeft dus weinig zin om het in Amsterdam te hebben over het bereik van de IBB. Je kunt het vergelijken met de slow lane naast de grote fast lane van alle voorzieningen, met de Vliegende Brigade, de buurtteams, informele partners van de gemeente etc. Zij is heel verbaasd over wat het lid Wehkamp zegt over de studenten, want zij is veel langs geweest bij de ASVA en heeft voortdurend op die mogelijkheid gewezen. De informatie wordt heel breed verspreid. Zij antwoordt het lid Yemane dat het niet om de markt-, maar om de overwaarde van je huis gaat. Als je een huis hebt gekocht voor 600.000 euro en de waarde is nu 835.000 euro, dan gaat het om het verschil tussen die bedragen. Ook in antwoord op de vraag van het lid Bouhassani voegt ze daaraan toe dat het niet zozeer wordt gezien als vermogen. Je kunt van mensen niet verwachten dat ze hun huis verkopen omdat ze niet in hun inkomen kunnen voorzien.

Want waar moeten mensen dan naartoe? De vermogensgrenzen liggen voor een individu op ongeveer 7500 euro, en voor een gezin op bijna 14.000 euro. Er is aan het Rijk wel gevraagd om die grenzen omhoog te trekken. Omdat het maatwerk is, wordt het besteedbaar inkomen meegenomen in de berekeningen. Als iemand bijvoorbeeld in de schuldsanering zit, wordt gekeken wat diegene overhoudt. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. 11. Raadsinformatiebrief over de voortgang van de ondersteuning aan gedupeerden van het kinderopvangtoeslagschandaal en reacties op moties 403 en 404. (VN2024-000230) Het lid YEMANE dankt de wethouder voor de inzet bij het uitvoeren van de moties. Er zijn meer dan 8000 gedupeerde kinderen. Het is jammer dat die slecht bereikt kunnen worden. Zij vraagt of er daarvoor een samenwerking met de Belastingdienst nodig is, zoals dat eerder is gebeurd. Zij hoorde van verschillende ouders dat drie verschillende loketten voor hulpverlening voor het gezin echt lastig is. Kan niet bekeken worden of er via één loket voor het hele gezin, ongeacht de leeftijd, hulp gegeven kan worden? Gelukkig komt er aanvullend schuldhulpverleningsaanbod vanuit het Rijk. Amsterdam begint met de uitvoering. Zij vraagt hoelang het nog gaat duren. De jongeren kampen op dit moment met enorme schulden.

Kan Amsterdam geen voorloper zijn en alvast starten met de voorbereidingen? Het is jammer dat de kindregeling ingehouden wordt door schuldeisers. Kan de kindregeling niet op een andere manier uitgegeven worden, zodat die niet door schuldeisers kan worden geïncasseerd? Zij oppert als voorbeeld om het bedrag op een pas te zetten. Verder vraagt zij de commissie periodiek te informeren over het verloop van de dienstverlening voor gedupeerde gezinnen, met terugkoppelingen vanuit het kinderpanel. Uit het rapport komt naar voren dat er behoefte is aan laagdrempelige en psychische mentale dienstverlening voor jongeren en kinderen. Hoe kan het college daaraan uitvoering geven, en op welke manier? De bereikbaarheid is daarbij erg belangrijk. Het lid KOYUNCU merkt op dat het niet snel gaat met het herstel, ook al zijn families kapotgemaakt door het toeslagenschandaal. In Zuidoost is het aantal hulpvragen het laagst, terwijl het aantal gedupeerden er het hoogst ligt. Wat wordt daaraan gedaan? Hij vraagt om een update van de situatie.

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

Er is in de Tweede Kamer een motie aangenomen over het uitstellen van de aanmeldingsdeadline bij de UHT. Is inmiddels bekend hoe daaraan invulling gegeven gaat worden? En als dat toch niet gebeurt, kan de wethouder dan samen met de VNG hierop aandringen bij het kabinet? Er wordt gesproken van een alternatieve snelle schaderoute via SGH. Hoe zorgt de wethouder voor bekendheid hiervan bij de ouders. Het lid PERDOK merkt op dat de een zijn nood de ander zijn brood is. Maar is degene in nood daarbij geholpen? De zich voortslepende toeslagenaffaire en de hersteloperatie zijn daarvan schrijnende voorbeelden. Het lijkt op de schuldenproblematiek, waarbij over de rug van mensen geld is verdiend. Daarvoor moet gewaakt worden. Er is een groot leger aan professionals in een industrie die een dikke boterham verdient aan pogingen om de toeslagentragedie op te lossen. Zij adviseert geen voorrang te geven aan ervaringskenners die deskundig kunnen worden met de juiste hulp. Er moet daarin geïnvesteerd worden, zodat deze slachtoffers kunnen werken aan positieverbetering en een inhaalslag kunnen maken als het gaat om mee participeren, investeringsbuddy’s of mentoren. Er is een groot wantrouwen vanuit slachtoffers en professionals. Dat moet overbrugd worden door ze tools te geven om te werken aan hun herstel. Men moet elkaar helpen, natuurlijk met de juiste ondersteuning.

Er moet een duidelijke website opgericht worden, met alle regelingen en hulpmiddelen. Daaraan ontbreekt het nu. Er moet daarbij ook rekening gehouden worden met de symptomen van de lange stress waarmee mensen te maken hebben. Er moeten randvoorwaarden ingesteld worden en misschien een verdienplafond. Dit om te voorkomen dat initiatieven die gericht zijn op winst maken, nogmaals profiteren van een groep die al genoeg is uitgebuit. Het lid BOUHASSANI merkt op dat de gedupeerden van de toeslagenaffaire erg veel onrecht en leed is aangedaan. De armoede, de pijn, de stress, de schulden, het verliezen van je thuis, in een overlevingsstand verkeren. Het is maar een kleine greep uit alle gevolgen hiervan. Het is triest te zien dat er landelijk nog steeds geen snelle en concrete afhandeling is, waardoor de gedupeerden snel weer zicht zouden kunnen krijgen op betere omstandigheden en een beter leven. Dat ze weer van overleven naar leven kunnen gaan. In Amsterdam zijn ongeveer 8500 kinderen van ouders die als ‘gedupeerde’ zijn aangemerkt. Helaas verstrekt de Belastingdienst geen gegevens aan de gemeente en kan die de betreffende kinderen niet proactief benaderen. Zij vraagt of deze kinderen wel proactief worden benaderd door de Belastingdienst, met een verwijzing naar de plek waar ze wel de hulp kunnen krijgen.

En als dat niet zo is, kan de wethouder er bij de Belastingdienst erop aandringen dat men dit wel gaat doen? Uit een onderzoek in de brief blijkt dat de jongeren behoefte hebben aan een online-platform. De gemeente gaat daarmee aan de slag. Zij vraagt naar een tijdlijn. Aan welk platform moet gedacht worden? Ook blijken de jongeren veel behoefte te hebben aan trainingen en coaching rondom geld. Bijvoorbeeld over wat je allemaal moet regelen als je achttien wordt. Wat is een betaalregeling? Of hoe ga je om met FTP? Van dakloze jongeren heeft zij veel gehoord dat ze, zodra ze achttien werden, geen idee hadden hoe je om moet gaan met geld. Zij vraagt een overzicht te maken van de scholen die daaraan aandacht kunnen geven. Hoe kan meer gedaan worden om de jongeren voor te bereiden op de toekomst? Wethouder MOORMAN merkt op dat er momenteel 6660 ouders zijn die zich gemeld hebben als potentieel gedupeerde. Verder zijn er 8793 Amsterdammers die kind zijn van een erkend gedupeerde. Er ligt dus een grote taak voor de eigen uitvoering van de gemeente, maar met een beperking. De gemeente had niet de gegevens. Niet van de ouders, want die gegevens moesten in september 2021 vernietigd worden. Die gegevens zijn alleen bekend bij de Belastingdienst. Van de kinderen heeft de gemeente sowieso nooit gegevens ontvangen.

Zij is dus afhankelijk van de Belastingdienst, waarmee samenwerking nodig is om de informatie te geven aan de gedupeerden in Amsterdam.

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

Er wordt momenteel hard gewerkt aan een goede coördinatie. Het klopt dat die nog niet helemaal optimaal is. Dat heeft te maken met de grote leeftijdsvariatie bij de kinderen, van heel jong tot veertig jaar. Het ligt dan bij zowel het OKT, het Jongerenpunt, als bij het buurtteam. Het is niet altijd zo dat kinderen van gedupeerde ouders het prettig vinden om steun en hulp te moeten ontvangen op dezelfde plek als hun ouders. Soms zijn de relaties tussen ouders en kinderen verstoord, wat te maken kan hebben met het toeslagenschandaal. Er moet rekening gehouden worden met de wensen van de kinderen en de jongeren, hoewel de coördinatie tussen OKT, Jongerenpunt en buurtteams zeker nog kan verbeteren. Daaraan wordt gewerkt. Ook wordt gewerkt aan een soort digitaal magazine, dat bijna gereed is. De Belastingdienst zal worden verzocht een brief met informatie daarover te sturen aan de kinderen van de gedupeerde ouders. De schuldhulpverlening heeft lang op zich laten wachten, maar ondertussen was de gemeente bezig om jongeren die zich meldden te helpen via de Schuldenvrije Start. Daarbij zat altijd een brief van haar aan de schuldeisers, waarin die verzocht werden mee te doen aan de sanering, omdat het ging om kinderen van gedupeerde ouders. Met de huidige rijksschuldregeling is het mogelijk de schulden te saneren.

Er is afgesproken dat de kindregeling, de 10.000 euro, wel wordt meegenomen in de saneringsafspraken. Daarmee wordt voorkomen dat de schuldeiser gedupeerd wordt. De jongere mag de 10.000 euro echter wel houden. Uiteindelijk wordt het dus door de overheid betaald. Het lid YEMANE wijst erop dat dit voorheen niet werd gedaan. Is het mogelijk om iets met terugwerkende kracht te doen voor de jongeren die de kindregeling hebben moeten afstaan aan de schuldeisers? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de brief om deze reden erbij was gestopt. Dat was een soort moreel appel aan de schuldeisers. Het kostte heel lang lobbyen om de schuldregeling voor elkaar te krijgen. Het is pijnlijk dat er dan toch een grens moet worden getrokken. De periodieke update wordt nu al gedaan. Twee keer per jaar stuurt zij een brief aan de commissie over de stand van zaken. Ook is er de jaarlijkse schuldenmonitor en armoederegelingen waarin dit opgenomen is. Als er iets te melden is, zal zij dat doen. Laagdrempelige psychische mentale dienstverlening hang samen met de coördinatie. Het Jongerenpunt is er bijvoorbeeld wat minder op ingesteld. Het moet wat dichter bij elkaar komen. Zij antwoordt het lid Koyuncu dat die verhouding in Zuidoost niet zozeer te maken heeft met het bereik. Destijds had de gemeente die gegevens namelijk nog wel en konden meer mensen bereikt worden.

Het heeft voor een groot deel te maken met vertrouwen, wat heel pijnlijk is. Er zijn steungroepen. Veel gedupeerde ouders weten elkaar te vinden, en te wijzen op de mogelijkheden. Ook de lange looptijd is heel pijnlijk. Uiteindelijk konden ouders zich meer dan drie jaar melden, maar dat bleef doorgaan. Een deel van hen was erkend gedupeerd. Dat is een dilemma. Als je geen grens stelt en het open houdt, kan je mensen die erkend gedupeerd zijn minder helpen. Er komen dan namelijk steeds weer mensen bij, met alle druk voor de uitvoering. Er is nu afgesproken dat een hardheidsclausule ingesteld wordt. In principe is de termijn verstreken, maar toch zijn er in januari nog 25 mensen bijgekomen in Amsterdam. Men gaat er dus coulant mee om. Er is bij de buurtteams bekendheid met de twee andere routes, waarbij er een vaststellingsovereenkomst komt. De ene is met het hersteltraject. Al meerdere Amsterdamse gedupeerden zitten in dat traject. Zij antwoordt het lid Perdok dat er hard wordt gewerkt aan dat digitale punt. Zij antwoordt het lid Bouhassani dat financiële educatie voor jongeren onderdeel is van de schuldenrustregeling. In de afgelopen jaren is veel extra geld gegaan naar organisaties die jongeren helpen en voorlichting geven op scholen, ook in het mbo, over hoe om te gaan met geld. Soms hebben jongeren in een kwetsbare situatie wat extra ondersteuning nodig.

Daarvoor is het buddytraject. Zij antwoordt het lid Perdok verder zij niet weet of al het door haar genoemde onderdeel is van de ‘industrie’ rondom herstel. Bij de andere routes die genoemd zijn, zoals die door prinses Laurentien voorgesteld, zijn er zaakbehartigers die moeten zorgen dat alles op tafel komt. Is dat onderdeel van die ‘industrie’?

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. Het wordt voor de raadsvergadering geagendeerd van 27-28 maart a.s. Coördinatie Maatschappelijke Voorzieningen 12. Actualisatie referentienormen maatschappelijke voorzieningen (VN2024-000228) Het lid WEHKAMP miste de kinderopvang in de brief, met de rol die zij speelt. Zij vraagt de kinderopvang toe te voegen bij het wegen van de knelpunten. Het lid VAN PIJPEN is blij met het voornemen van de aanvullingen. Zij vraagt wel wat de maatschappelijke initiatieven zijn. Door wie wordt dat bepaald? Wordt het verder uitgewerkt? Verder vraagt zij of er met kinderopvang minder ruimte voor andere voorzieningen beschikbaar wordt. Of wordt het duurder? En wat gebeurt er als kinderopvang niet opgenomen wordt? Het lid WEHKAMP wijst erop dat kinderopvang vaak commerciële huurders zijn. Het lid VAN PIJPEN weet dat. Het is gewoon een marktpartij. Het lid BELKASMI vindt kinderopvang cruciaal. De voorschoolse educatie moet voor iedereen toegankelijk zijn als een vorm van onderwijs. Eerder heeft hij met het lid Wehkamp schriftelijke vragen gesteld over het gratis toegankelijk maken van voorschoolse educatie. Hij ziet de beantwoording van die vragen graag tegemoet. De PvdA vindt de huisvesting en het hebben van voldoende kinderopvangvoorzieningen erg belangrijk.

Benadrukt moet worden dat er geen specifieke middelen zijn voor de huisvesting van kinderopvang, zoals die er wel zijn voor onderwijshuisvesting. Er zijn wel degelijk mogelijkheden. Heel goed is in dat verband de ontwikkeling van de IKC’s. Een probleem daarbij is wel dat de groei van het leerlingenaantal van een school soms ten koste kan gaan van de kinderopvangvoorzieningen. Daarmee wordt, blijkens de afdoening van een motie, wel enigszins rekening gehouden. Toch wil hij het uitgangspunt scherper formuleren, namelijk dat de groei van het leerlingenaantal nooit ten koste mag gaan van de voorschoolse educatie in de school. Hij vraagt een reactie. Verder vraagt hij of de gemeente een meer faciliterende rol kan spelen in de kinderopvangvoorzieningen. Zo zag hij bij de atletiekvereniging AV Atos dat het clubhuis gebruikt wordt voor kinderopvang. Hoe denkt de wethouder over het maken van dat soort slimme verbindingen? Wethouder MOORMAN wijst erop dat het bij dit agendapunt alleen maar om een aankondiging gaat van het feit dat er een actualisatie gaat plaatsvinden. Een verdergaande discussie lijkt haar nu niet wijs. De genoemde punten zijn het college niet onbekend. Het punt van het lid Van Pijpen is belangrijk, namelijk dat het gaat om verdeling van schaarste. De kinderopvang wordt vaak genoemd, maar de kinderopvang zit in de verordening voor het bouwen van scholen.

De gemeente betaalt daar veel voor. In de IKC’s zit altijd ruimte voor voorschool en kinderopvang. Die ruimte moet daarvoor beschikbaar blijven. Als gebeurt wat het lid Belkasmi vreest, volgt daarover een stevig gesprek met de groeiende school, want de afspraken zijn niet voor niets gemaakt. Het gaat bij kinderopvang om een commerciële activiteit. Gemeentelijk Vastgoed vraagt dan ook een kostprijs dekkende huur. Dat is dus anders dan bij het onderwijs. Een heel interessant initiatief in de stad is dat waarbij onderwijs en kinderopvang in één organisatie samengaan. Daarover vinden goede gesprekken plaats, ook over de vraag hoe de gemeente daarbij zo goed mogelijk kan faciliteren. Dat staat echter buiten de referentienormen. Die gaan over de inrichting

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

van de hele buurt. En wat is eigenlijk ‘maatschappelijk initiatief’? Zij kijkt uit naar het latere debat over dit onderwerp. Het lid WEHKAMP vraagt of zij goed begreep dat kinderopvang meegenomen wordt in de brief in de referentienormen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij dat niet gezegd heeft. Zij heeft gezegd dat zij het lid Wehkamp goed heeft gehoord. Zij wil nu geen toezegging doen. Het lid BELKASMI herhaalt zijn vraag over een slimme combinatie met andere maatschappelijke voorzieningen, zoals het clubhuis van een sportvereniging. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit later bij het debat aan de orde zal komen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 13. Omgang wachtlijsten Wmo en Beschikken op maat (VN2023-026639) De VOORZITTER licht toe dat het onderwerp is geagendeerd op verzoek van de leden Van Pijpen en Runderkamp. Het lid VAN PIJPEN merkt op dat het beschikken op maat een technisch onderwerp is, maar tegelijkertijd een zeer principieel punt. Hoe wordt de machtsbalans tussen mensen die zorg nodig hebben en zorgaanbieders recht gedaan? Beschikken op maat heeft voordelen. Amsterdammers weten waar ze aan toe zijn. Het geeft duidelijkheid en rechtszekerheid, zaken die bij het verdelen van schaarste heel belangrijk zijn. Het nadeel is meer administratie en mogelijk minder flexibliteit in de begeleiding.

Dat vermindert de kwaliteit, maakt maatwerk moeilijker en zet de kwaliteit daarmee onder druk. Er blijkt onderscheid gemaakt te kunnen worden tussen voorzieningen in de wijze waarop daarop beschikt wordt. Zij stelt daarom voor om bij HbH en dagbesteding over te gaan op beschikken op maat, met uren per week. Daarbij is minder risico op een vermindering van kwaliteit. Wel is er het belang van rechtszekerheid en duidelijkheid die in tijden van schaarste echt nodig is. Voor voorzieningen die zich richten op individuele begeleiding moet niet overgegaan worden naar beschikken op maat. De kwaliteit zou daarmee te veel onder druk komen te staan. Het zou ook leiden tot teveel administratieve lasten. Het lijkt belangrijk om nog eens goed te kijken naar de onafhankelijke cliëntenondersteuning. Hoe kan dat nog beter onder de aandacht gebracht worden? Het is van belang dat de risico’s gewogen worden. Zij vraagt welk risico Amsterdam loopt als niet overgegaan wordt tot beschikken op maat voor deze doelgroep. Is het college bereid om de nek uit te steken om te kiezen voor kwaliteit en maatwerk waar dat gewenst is? Het lid RUNDERKAMP complimenteert de wethouder en de betrokken ambtenaren voor de technische sessie. Momenteel wordt beschikt op resultaat, en hij wil dat men dit zo lang mogelijk blijft doen. Maatwerk en de administratieve lasten zijn daarbij belangrijk.

Hij vraagt in kaart te brengen wat de administratieve risico’s zijn. Het blijkt mogelijk om onderscheid te maken binnen de Wmo over de wijze van beschikken. Hij roept op om zo lang mogelijk op te trekken met de gemeente Rotterdam. Is het mogelijk om de nieuwe wijze van beschikken uit te stellen tot 1 januari 2026, wanneer de inkomensafhankelijke bijdrage weer toegevoegd in de Wmo? De buurtteams stellen voor om te beschikken op een verschillende omvang. Als het niet mogelijk blijkt om te blijven beschikken op resultaat, zou dit dan een mogelijkheid zijn om op die manier in ieder geval

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

enige vorm van maatwerk en een verlaging van de administratieve lasten mogelijk te maken? Het lid VAN PIJPEN vraagt wat het beschikken op maat betekent voor de rechtszekerheid. Cliëntenbelang vindt dat er wel moet worden overgegaan naar beschikken op maat. Het lid RUNDERKAMP antwoordt dat het individuele belang is geborgd in het beschikken op omvang. Het collectieve belang is geborgd bij het beschikken op resultaat. Het lid VAN PIJPEN antwoordt dat er een afweging moet worden gemaakt tussen rechtszekerheid en kwaliteit enerzijds, en anderzijds kwaliteit en administratieve last. In welke vorm van Wmo-voorziening is het noodzakelijk om de rechtszekerheid meer te delen? Het lid RUNDERKAMP antwoordt dat het collectieve belang, dat voorop moet staan, het beste geborgd is bij het beschikken op resultaat. Daarom wil hij daaraan zoveel mogelijk vasthouden. Het lid HAIJEN geeft als voorbeeld dat iemand in aanmerking komt voor huishoudelijke zorg. Nu komt dan in het besluit van de gemeente te staan dat diegene zorg krijgt voor een schoon en leefbaar huis. Dat heet beschikken op resultaat. De rechter heeft daarvan gezegd dat dat niet meer mag. Het is namelijk niet duidelijk voor de Amsterdammer op hoeveel uren zorg hij recht heeft. De rechtszekerheid ontbreekt. De SP wil die rechtszekerheid in ieder geval voor de huishoudelijke zorg herstellen.

Het gaat dan van het beschikken op resultaat naar het beschikken op omvang. In de beschikking moet goed gemotiveerd komen te staan op hoeveel uren zorg iemand recht heeft. Er zijn echter knellende kaders. Er is een risico dat de lastendruk bij de buurtteams nog verder toeneemt. Beschikken naar omvang brengt meer werk met zich mee. Hij hoorde van zorgaanbieders dat je ook minder makkelijk kan inspelen op iemands persoonlijke situatie. De flexibiliteit kan afnemen. De knellende kaders zijn het resultaat van een falend zorgbeleid uit Den Haag. Dat kan nooit reden zijn om de rechtszekerheid voor Amsterdammers niet te herstellen. In ieder geval moet voor de huishoudelijke zorg de rechtszekerheid hersteld worden. Het lid STAARTJES vraagt of voor het college het waarborgen van de rechtszekerheid en de gelijkheid zwaarder weegt, of juist het efficiënt verdelen van de beschikbare capaciteit en plekken. Het lid VAN PIJPEN vraagt in hoeverre ook de kwaliteit van de zorg zelf hierbij nog een rol speelt bij de afweging. Het lid STAARTJES antwoordt dat die altijd meegenomen mag worden. Het lid WEHKAMP merkt op dat je de juiste invulling aan de Wmo geeft door de rechtszekerheid van cliënten voorop te stellen. Het risico is echter dat cliënten mogelijk niet meer de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Er lijkt met deze aanpak weinig ruimte te zijn voor maatwerk.

Er moet vertrouwen zijn in de zorgprofessionals. Ze moeten betrokken worden in de besluitvorming over het beschikken naar omvang. Zoals het nu lijkt, gaan zij de flexibiliteit in het uitvoeren van hun beroep verliezen, alleen al door de administratieve lasten die ze erbij krijgen. Minder cliënten krijgen zo passende ondersteuning, de doorlooptijden gaan omhoog en trajecten duren langer. D66 wil daarvoor waken. Als dit gebeurt, moet de administratieve druk verminderen. Wethouder SCHOLTES zegt toe dat hij geen besluiten zal nemen rondom beschikken op maat zonder de commissie te raadplegen. Hij weet niet welk scenario gekozen zal worden bij het beschikken in uren, beschikken in omvang bij HbH en andere voorzieningen. Dat zal verder met de G4, de VNG en het ministerie besproken worden. Hij

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief raadscommissieverslag, 14 februari 2024

zal bij de commissie met een voorstel komen waarvoor hij instemming vraagt. Hij neemt dus geen besluiten zonder de commissie te raadplegen. Er staan drie elementen in. Een is het beschikken op uren of op resultaten. Het tweede is een motivering bij de beschikking. Dat zal gebeuren. Hij komt voor de zomer nog met informatie over de details. Het derde is de geldigheidsduur van de beschikking. Het wordt in plaats van standaard een jaar, van soms drie maanden tot maximaal vijf jaar. Voor de zomer komt hij met een stand van zaken. Het uitgangspunt is dat de wet moet worden nageleefd. De landelijke discussie wordt overal gevoerd. De VNG heeft een handreiking gepubliceerd, maar hij kan daar nog niet veel mee. Er zijn veel dilemma’s. Enerzijds is er de veiligheid van het vastleggen van het aantal uren, en anderzijds is er de ruimte die je wilt hebben voor de professionals, ook bij de buurtteams. Ook speelt de beweging die bij de Zorgverzekeringswet is ingezet, met meer ruimte en minder regeldruk. Dan is er nog het spanningsveld tussen de individuele rechten en de collectieve belangen, en dat tussen vastigheid en flexibiliteit. De positie van de cliënten versterken zal worden meegewogen. Ook speelt de vraag wat bij de HbH de ondergrens is. Het lid VAN PIJPEN wijst erop dat je met een beschikking op uren als mensen daarom vragen een beloning geeft voor assertiviteit.

Daar heeft zij moeite mee. Zij vraag daarmee rekening te houden. Wethouder SCHOLTES is het daarmee eens. Cliënten kunnen direct al vragen om een beschikking per uren. Dat doen 25 op de ongeveer 13.000 unieke cliënten die er zijn. Hij erkent dat assertiviteit hiermee wordt beloond, wat vraagtekens oproept. Hij zal daarmee rekening houden. Hij zal aan de slag gaan met de motivering, met de beschikkingsduren die maximaal vijf jaar zullen worden. Hij zal het beschikken op maat vormgeven samen met de commissie, Cliëntenbelang en de aanbieders, in overleg met de G4. Hij komt erop terug. Het lid VAN PIJPEN vraagt iets te zeggen over de termijn. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat hij voor de zomer met een stand van zaken zal komen. Hij durft niet te zeggen wanneer hij het voorstel kan voorleggen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 12.21 uur.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13974152/1