DEFINITIEF Rapport Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst.pdf
Tekst van het document
B1.3 - Gemeente Utrecht I. Organisatie van cliëntenraden in Utrecht De gemeente Utrecht heeft verschillende cliëntenraden die zich richten op specifieke doelgroepen en beleidsterreinen. Enkele voorbeelden van cliëntenraden in Utrecht zijn: Participatieraad: Deze raad richt zich op de Participatiewet en vertegenwoordigt mensen die gebruikmaken van de sociale voorzieningen en ondersteuning van de gemeente, zoals de bijstand. De raad bestaat uit een mix van vertegenwoordigers en leden uit de doelgroep zelf. De voorzitter komt uit de groep zelf en heeft ook stemrecht.
| 50 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
Wmo-cliëntenraad: Deze raad is specifiek gericht op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en vertegenwoordigt mensen met een beperking, chronische ziekte of andere ondersteuningsbehoeften op het gebied van zorg, welzijn en wonen. Jeugdraad: Hoewel Utrecht geen specifieke jeugdraad heeft, is er een afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling die zich richt op jeugdbeleid. De betrokkenheid van jongeren kan plaatsvinden via andere participatiekanalen, zoals jongerenpanels of jeugdparticipatieprojecten. Deze cliëntenraden werken elk vanuit hun specifieke doelstellingen en expertisegebieden om de belangen van hun doelgroepen te behartigen en beleidsadviezen te formuleren. Ze hebben een formele rol in het adviseren van de gemeente en dragen bij aan een inclusief en participatief beleidsproces. De gemeente Utrecht kent geen overkoepelende brede raad sociaal domein. II. Ervaringen met de Participatieraad in Utrecht Sinds de introductie van de Participatieraad in Utrecht begin 2016 heeft de raad verschillende ervaringen opgedaan in zijn rol als belangenbehartiger en adviesorgaan voor de gemeente. In de beginfase werd de Participatieraad geconfronteerd met interne strubbelingen door de fusie van de voormalige cliëntenraad voor de bijstand en de WSW-cliëntenraad. Er was daardoor een gebrek aan focus op de daadwerkelijke cliëntenparticipatie.
Dit leidde tot onderlinge spanningen en belemmerde de effectiviteit van de raad. De raad kwam niet toe aan zijn taak om beleid te beïnvloeden en advies uit te brengen op het gebied van de Participatiewet. Uiteindelijk heeft de gemeente ingegrepen en op basis van een nieuwe verordening een nieuwe start gemaakt. Er is daarbij afscheid genomen van de betrokken personen. Na de herstart van de Participatieraad zijn de resultaten positief te noemen. Er is een nieuwe structuur opgezet, waarbij vaste leden uit de doelgroep worden aangevuld met vertegenwoordigers van relevante organisaties. Dit heeft geleid tot een breder perspectief en een betere afstemming met de doelgroepen die zij vertegenwoordigen. Er zijn goede stappen gezet in het professionaliseren van de adviezen en het onderbouwen van standpunten. De Participatieraad heeft nu meer zicht op de gevolgen van beleid voor de cliënten en weet deze inzichten effectief over te brengen naar de gemeente. Over het algemeen heeft de heroprichting van de Participatieraad geleid tot positieve ontwikkelingen in het betrekken van cliënten bij het beleid en de uitvoering van de Participatiewet in Utrecht. De raad wordt serieuzer genomen door zowel de gemeente als de gemeenteraad, en zijn adviezen hebben invloed op besluitvormingsprocessen. III.
Verbeterpunten voor de Participatieraad in Utrecht Een belangrijk leerpunt voor de Participatieraad is het vermijden van individuele casuïstiek en het focussen op bredere beleidskwesties. Hoewel dit soms een uitdaging blijkt te zijn, wordt er gestreefd naar een meer strategische benadering van beleidsvraagstukken. Het is van belang
| 51 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
dat de raad zijn rol als onafhankelijk adviesorgaan behoudt en zich richt op het formuleren van goed onderbouwde adviezen die een bredere impact hebben op de cliëntengroepen. Ook zijn er uitdagingen in het werven van nieuwe leden en het behouden van een diverse en representatieve samenstelling van de raad, ondanks de actieve ondersteuning van de gemeente om nieuwe leden te werven. Het blijkt lastig om voldoende betrokkenheid en deelname te genereren, met name vanuit de doelgroep zelf. Dit kan te maken hebben met de sociaal-economische situatie van veel cliënten en de beperkte tijd en energie die zij beschikbaar hebben. De raad blijft hierdoor vooralsnog relatief klein. Wij beschikken niet over informatie met betrekking tot het aantal uitgebrachte adviezen en een analyse van de kwaliteit ervan.
B1.4 - Landelijke Cliëntenraad (LCR) Het gesprek dat wij met de LCR hebben gevoerd had vooral als doel om ons inzicht te verdiepen in het functioneren van de participatieraden van de G4. Terloops is de structuur van de LCR wel besproken. Aangezien deze organisatie werkt op basis van een echt ander model, hebben wij besloten dit inzicht als inspiratie in deze rapportage mee te nemen. De LCR vertegenwoordigt mensen die een uitkering, pensioen of (financiële) ondersteuning krijgen van de overheid. De positie van de raad is in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen verankerd. Landelijke organisaties van mensen met een uitkering of pensioen hebben zich verzameld in de LCR: vertegenwoordigers van verschillende organisaties, zoals vakbonden, cliëntenraden van instanties zoals het UWV en SVB, en organisaties die specifieke doelgroepen vertegenwoordigen, waaronder jongeren en ouderen. De G4-cliëntenraden, waaronder de Participatieraad van Amsterdam, hebben een gedeelde zetel in de raad. De LCR bestaat uit een raad die de koers van het bureau bepaalt. De raad kent een onafhankelijk voorzitter, die een coördinerende functie heeft in het bepalen van de agenda en de koers. Het bureau van de LCR, met tien medewerkers, is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken en wordt aangestuurd door het dagelijks bestuur.
Op basis van de door de raad gekozen koers en agenda voert een klein team van adviseurs uit het team onderzoek uit en formuleert het adviezen. Hierbij zijn de onderzoekers er actief op gericht om, in ieder onderzoek, de mensen over wie het gaat zelf te horen. In elk onderzoek maken ze hiervoor gebruik van een passende onderzoeksmethode. De raad, zijn voorzitter en het bureau hebben een breed netwerk in het land. Zij belobbyen hun adviezen actief.
B1.5 - Klankbordgroep Vluchtelingen Amsterdam I. Organisatie van de Klankbordgroep Vluchtelingen De Klankbordgroep Vluchtelingen Amsterdam is opgezet als onderdeel van een programma in de gemeente Amsterdam. Het doel is om de betrokkenheid van vluchtelingen (lees: statushouders) bij beleid en besluitvorming te vergroten daar waar het deze groep mensen betreft. De gemeente heeft een ambtenaar aangesteld als de coördinator van de groep. Deze
| 52 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
persoon heeft een diverse groep van veertien leden samengesteld, variërend in achtergrond en opleidingsniveau, elk met een eigen relatie tot het thema ‘vluchteling’. Alle leden hebben een eigen achterban. De leden hebben een intrinsieke motivatie om bij te dragen aan het beleid dat hen en hun achterban direct raakt. Deze betrokkenheid wordt versterkt door de persoonlijke ervaringen van de leden als vluchteling. Dat geldt ook voor de coördinator, wiens ouders als vluchteling naar Nederland kwamen. De klankbordgroep bepaalt zelf op welke onderdelen zij de gemeente wil adviseren. Dit is niet afgebakend op een specifiek domein of een specifieke wet. Door middel van themabijeenkomsten en probleemanalyses worden de ervaringen en perspectieven van de leden door de ambtelijk coördinator verzameld en geformuleerd tot adviesrapporten. Deze rapporten worden vervolgens overhandigd aan de belanghebbenden, wat een positieve impact heeft op het beleidsvormingsproces. II. Ervaringen met de Klankbordgroep Vluchtelingen De informele en toegankelijke structuur van de groep zorgt ervoor dat de leden zich vrij voelen om hun mening te uiten en constructieve bijdragen te leveren. Het succes van de organisatie is gebaseerd op het creëren van een veilige omgeving waarin ervaringen worden gedeeld en respectvolle discussies worden gevoerd.
De leden voelen zich gehoord en serieus genomen door de gemeente. De leden voelen zich trots en gewaardeerd voor hun bijdragen, waardoor het vertrouwen in de gemeente wordt versterkt. De klankbordgroep fungeert als een brug tussen de vluchtelingengemeenschap en de beleidsmakers, waarbij de stemmen van de doelgroep daadwerkelijk worden gehoord en serieus worden genomen. Steeds meer onderdelen van de gemeentelijke organisatie vragen de klankbordgroep steeds vaker op eigen initiatief om advies. Dit gebeurt op alle plekken in de beleidscyclus. III. Verbeterpunten voor de Klankbordgroep Vluchtelingen Hoewel de Klankbordgroep Vluchtelingen Amsterdam over het algemeen succesvol functioneert, zijn er ook enkele verbeterpunten te identificeren. Ten eerste is er behoefte aan een betere samenwerking tussen de klankbordgroep en andere relevante participatieorganen, zoals de Participatieraad. Er blijkt weinig interactie te zijn geweest tussen de klankbordgroep en de Participatieraad, ondanks de mogelijke leermogelijkheden. Het bevorderen van samenwerking en kennisuitwisseling tussen deze organen kan leiden tot een versterking van hun gezamenlijke impact en een bredere vertegenwoordiging van de doelgroep. Daarnaast is er ruimte voor verbetering in de communicatie en toegankelijkheid van beleidsstukken en documenten.
Hoewel de leden van de klankbordgroep over het algemeen goed geïnformeerd zijn en de complexiteit van de materie begrijpen, kan het gebruik van begrijpelijke taal en het vermijden van bureaucratische terminologie de betrokkenheid vergroten. Het is belangrijk dat de leden zich volledig kunnen inleven in de inhoud en de implicaties van de documenten, zodat ze hun adviezen op een effectieve manier kunnen formuleren. Tot slot zou een overkoepelende coördinatie tussen verschillende klankbord- en participatieorganen op lokaal, regionaal of zelfs nationaal niveau van grote waarde kunnen zijn. Het delen van kennis, ervaringen en best practices tussen deze organen kan leiden tot een versterkte invloed en een betere vertegenwoordiging van diverse doelgroepen. Het
| 53 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
opzetten van een platform of netwerk waarin deze organen kunnen samenwerken en elkaar ondersteunen, zou de impact en effectiviteit van de participatieprocessen kunnen vergroten. Wij beschikken niet over informatie met betrekking tot het aantal uitgebrachte adviezen en een analyse van de kwaliteit ervan.
B1.6 - Wmo-raad Amsterdam I. Organisatie van de Wmo-raad De Wmo-raad van Amsterdam is erop gericht de gemeente van feedback te voorzien door gevraagd en ongevraagd advies met betrekking tot de Wmo. De Wmo-raad heeft een vergelijkbare opzet als de Participatieraad. Deze raad bestaat eveneens voornamelijk uit cliënten van de Wmo en heeft uit zijn eigen leden een voorzitter gekozen. De raad wordt niet bijgestaan door een onafhankelijk voorzitter om gesprekken met de gemeente te begeleiden. II. Ervaringen met de Wmo-raad Er zijn in het verleden diverse problemen in de raad ontstaan. In 2022 heeft een evaluatie van het functioneren van de raad plaatsgevonden door Bureau Radar. Deze evaluatie bracht een patroon bestaande uit een zestal punten aan het licht. Drie punten gingen over de interne dynamiek binnen de raad: er was te weinig overeenstemming over het hoe en het wat van de raad, er waren vraagtekens bij elkaars functioneren en de leden hebben pijn ervaren door hoe ze met elkaar omgaan. Daarnaast zijn er een drietal punten in relatie tot de buitenwereld: samenwerking met de gemeente Amsterdam en cliëntenbelang Amsterdam, de relatie met de samenleving als geheel en de impact van de coronapandemie.
Naar aanleiding van deze evaluatie is een verbeterprogramma gerealiseerd, waarvan de eerste stappen nu zijn doorlopen; de raad heeft met succes geïnvesteerd om ‘pijn’ uit het verleden op te lossen. De volgende stap bestaat uit het aantrekken van een nieuwe voorzitter, die niet afkomstig is uit de raad. Deze procedure loopt thans. III. Verbeterpunten voor de Wmo-raad Niet geheel onverwachts (immers, het verbeterprogramma is nog gaande) zijn er nog een aantal verbeterpunten voor de Wmo-raad te identificeren. De gemeente geeft aan vooral behoefte te hebben aan kwalitatieve feedback op complexe, abstracte en grote dossiers van de Wmo-raad. Overige belangenbehartiging rond individuele casuïstiek, en de daaruit voortvloeiende achterliggende vraagstukken op de specifieke inrichting van individuele regelingen behoort tot het taakveld van Cliëntenbelang Amsterdam (CBA). Het valt de gemeente op dat de advisering van de Wmo-raad steeds minder gericht is op complexe, abstracte, grote dossiers. De gemeente ervaart in de advisering van de Wmo-raad steeds meer overlap met het CBA. Hierdoor dringen zich vragen over nut en noodzaak van de Wmo-raad op. Een tweede belangrijke wens van de afdeling Jeugd en Zorg is een grotere integraliteit van advisering.
De Wmo-raad beperkt zich in zijn advisering tot het domein van de Wmo, terwijl er vaak overlap is met andere wetten en regelingen, zoals de Participatiewet. De gemeente
| 54 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
vraagt zich af of de voorliggende evaluatie van de Participatieraad mogelijk aanleiding kan zijn om de samenwerking tussen beide raden aanmerkelijk te versterken.
Bijlage 2 | De voorzitter en de secretaris B2.1 De formele taken van de onafhankelijk voorzitter zijn duidelijk beschreven De rol van de onafhankelijk voorzitter bestaat volgens de verordening en het huishoudelijk reglement uit drie hoofdonderwerpen; ● het voorzitten van overleg tussen de raad en de gemeente; ● actieve betrokkenheid in het geval er klachten over een lid zijn, een lid niet functioneert, geschorst of ontheven gaat worden; ● actieve betrokkenheid bij de jaarlijkse evaluatie van het functioneren van de duo-voorzitters en de raad als geheel. Taak I - Voorzitten van overleg tussen de raad en de gemeente Artikel 7, Onafhankelijk voorzitter, lid 1 van de verordening zegt: Het bestuurlijk overleg en het directieoverleg kunnen worden voorgezeten door een onafhankelijke voorzitter, die geen lid is van de Participatieraad, indien de Participatieraad dat adviseert. De onafhankelijke voorzitter heeft een adviserende stem. Taak II - Actieve betrokkenheid bij klachten, niet functioneren, schorsen en ontheffen In drie artikelen worden taken aan de onafhankelijk voorzitter toegewezen met betrekking tot het functioneren van individuele leden in de raad. Dit betreft de volgende artikelen: Artikel 5, zittingstermijn, lid 3 van de verordening zegt: Bij disfunctioneren van een van de leden kan de Participatieraad het vertrouwen in dit lid opzeggen.
Er vindt vervolgens overleg plaats tussen de onafhankelijk voorzitter, het betreffende lid, het dagelijks bestuur van de Participatieraad en indien van toepassing de betreffende organisatie. Indien na het overleg het vertrouwen niet is hersteld, verzoekt de Participatieraad schriftelijk en met redenen omkleed, het college om het betreffende lid uit zijn functie te ontheffen. [...] Artikel 5, Klachtenprocedure van het huishoudelijk reglement zegt: Als Participatieraadsleden een klacht hebben over één van de leden van de Participatieraad (inclusief leden van de beleidsgroep), de ambtelijk secretaris, de onafhankelijk voorzitter of een instantie dan is de procedure als volgt: 1. Een klacht eerst bespreken met de persoon of instantie die het betreft. 2. Als de klacht niet afdoende is besproken worden de voorzitters van de Participatieraad of zo nodig de onafhankelijk voorzitter op de hoogte gesteld. Minimaal één van de voorzitters bespreekt de klacht met de persoon of personen die het betreft; passen hoor en wederhoor toe. De voorzitters en/of de onafhankelijk voorzitter bespreken met het lid die de klacht heeft ingediend of de klacht naar wens is afgehandeld.
| 55 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
[...]
Artikel 6 - Schorsing en ontheffing van het huishoudelijk reglement zegt: [...] 6.6 Wanneer de Participatieraad een besluit tot schorsing of ontheffing van een lid heeft genomen delen de duo-voorzitters dit besluit, met opgaaf van redenen, zo spoedig mogelijk schriftelijk mede aan het betreffende lid. [...] Het besluit gaat tevens naar een commissie bestaande uit de onafhankelijk voorzitter en de beleidsgroep van de Participatieraad. 6.7 Het lid dat door een besluit van de Participatieraad wordt geschorst, kan tegen dit besluit binnen zes weken na verzending van het besluit via een schriftelijk verweer in beroep gaan bij de commissie genoemd in het zesde lid. [...] [...] Taak III - Actieve betrokkenheid bij de jaarlijkse evaluatie van de duo-voorzitters en de raad als geheel Artikel 10, Evaluatie zegt: Jaarlijks, of als er aanleiding is dit vaker te doen, evalueert de Participatieraad onder leiding van de duovoorzitters, het functioneren van leden afzonderlijk en de Participatieraad als geheel. Voor de evaluatie van de duovoorzitters worden één of twee leden uit de Participatieraad gevraagd voor de evaluatie op functioneren en onder leiding van de onafhankelijke voorzitter wordt het functioneren van de duovoorzitters en de beleidsgroep plenair met de Participatieraad geëvalueerd.
Tevens evalueert zij het voorgaande jaar aan de hand van de criteria zoals vermeld in het huishoudelijk reglement en relateert de uitkomsten aan taakinhoud en profiel van een Participatieraadslid.
B2.2 De rol van de eerste onafhankelijk voorzitter was groter dan beschreven De wijze waarop de rol van eerste onafhankelijk voorzitter werd ingevuld (in periode 1, zie hoofdstuk 2) is ontstaan vanuit het kwartiermakerschap. Vanuit deze eerste rol had de betreffende persoon een groot gezag in de raad. Zij heeft stap voor stap de rol van kwartiermaker over laten gaan in die van onafhankelijk voorzitter. Als gevolg hiervan constateren wij dat zij de rol van onafhankelijk voorzitter tot op het laatst breder heeft ingevuld dan beschreven. Naast de beschreven formele taken, heeft zij lange tijd de vergaderingen van de raad voorgezeten en bleef zij investeren in de onderlinge dynamiek, als preventie om incidenten te voorkomen. De raad was hier zeer content mee. Alle respondenten die in deze periode betrokken waren spreken hun waardering uit over het functioneren van deze eerste onafhankelijk voorzitter.
| 56 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
B2.3 De rol van de tweede onafhankelijk voorzitter is kleiner dan beschreven De tweede onafhankelijk voorzitter is in periode 2 (zie hoofdstuk 2) geïntroduceerd, nadat hij hiervoor benaderd was door een van de directieleden van de dienst WPI. Onderstaand beschrijven we hoe deze onafhankelijk voorzitter zijn taken invult. Taak I. Voorzitter van overleg tussen gemeente en raad De taak die de onafhankelijk voorzitter volgens dit artikel heeft, is steeds uitgevoerd. Volgens alle betrokkenen is deze taak de kern van de rol van de onafhankelijk voorzitter. Het valt ons op dat de inzet van de onafhankelijk voorzitter in dit artikel als niet noodzakelijk wordt beschreven, terwijl iedereen het standpunt inneemt dat dit de kern van de rol is. Taak II. Actieve betrokkenheid bij klachten, niet functioneren, schorsen en ontheffen Wij constateren dat de huidige onafhankelijk voorzitter geen echte rol heeft gespeeld in voorkomende situaties, zoals bedoeld in de hierboven beschreven artikelen. Hij is af en toe zijdelings betrokken geweest bij incidenten en heeft enkele gesprekken begeleid, maar groter dan dit is zijn rol nooit geworden. Taak III. Actieve betrokkenheid bij de jaarlijkse evaluatie van de duo-voorzitters en de raad als geheel Wij constateren dat de raad in ieder geval in periode 2 en 3 (zie hoofdstuk 2) geen interne evaluaties heeft uitgevoerd.
De onafhankelijk voorzitter heeft de door hem beschreven taken derhalve niet uitgevoerd. De respondenten die te maken hebben (gehad) met de huidige onafhankelijk voorzitter zijn positief over zijn functioneren. Tegelijkertijd valt het op dat de raad de onafhankelijk voorzitter bewust op grotere afstand heeft gehouden. Daarover wordt onder meer gezegd: ‘De tweede onafhankelijke voorzitter heeft gedurende ongeveer een half jaar ook de plenaire vergaderingen voorgezeten, omdat de raad dat zelf niet kon. Later heeft de raad dat weer teruggepakt.’ Ook op het moment dat de gemeente aandrong op versterking van de rol van de onafhankelijk voorzitter (op basis van de nota ‘Versterking Participatieraad’) heeft de raad er uiteindelijk voor gekozen de voorzitter op afstand te houden en is de raad niet ingegaan op het voorstel van de gemeente.
B2.4 De formele taken van de duo-voorzitters zijn duidelijk beschreven De raad kent twee duo-voorzitters. Deze zijn uit de raad afkomstig en hebben stemrecht in de raad. Deze personen spelen een zeer centrale rol in de raad; zij zijn de ‘trekkers’ van de beleidsgroep. Er is bij het ontwerp van de raad voor gekozen om met twee duo-voorzitters te werken, om zo concentratie van ‘macht’ bij één persoon te voorkomen en om de hoeveelheid werk te verdelen. Het huishoudelijk reglement schrijft over deze rol de volgende zaken: Artikel 8 De beleidsgroep, taken, rechten en verplichting
| 57 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
De Participatieraad benoemt uit zijn midden een beleidsgroep, bestaande uit de twee duovoorzitters, de penningmeester, de secretaris en een onafhankelijk lid. De beleidsgroep is het informerende en voorbereidende orgaan van de Participatieraad. De leden van de beleidsgroep worden benoemd voor een periode van een jaar en kunnen daarna, gedurende hun volledige zittingstermijn, voor twee volgende periode van een jaar worden voorgedragen en benoemd. [...] Leden van de beleidsgroep kunnen geen trekkers zijn van een themagroep. [...] De leden van de beleidsgroep voldoen aan het algemene profiel voor leden en aan het specifieke profiel van de functie. De beleidsgroep heeft tot taak: A. De vergaderingen van de Participatieraad bijeen te roepen en relevante informatie door te geven; B. De agendapunten voor de Participatieraadsvergadering en (samen met WP&I en Pantar) voor het Directieoverleg voor te bereiden en samen te stellen; C. Jaarlijks binnen de daartoe gestelde termijnen een jaarplan, de jaarbegroting, de jaarrekening (incl. accountantsverklaring) en het jaarverslag op te stellen en de voortgang ervan te monitoren; D. Voorstellen te doen voor het opstellen en wijzigen van het Huishoudelijk Reglement, inclusief Gedragscode; E. Voorstellen te doen ter verbetering van het functioneren van de leden afzonderlijk en de Participatieraad als geheel; F.
De leden van de beleidsgroep zijn in tweetal bevoegd opdracht te geven tot het aangaan van financiële verplichtingen en overeenkomsten, binnen de gestelde financiële kaders. 8.1 Gekozen duo-voorzitters Taken en profiel: 1. De voorzitters zijn, afzonderlijk en gezamenlijk, bevoegd de Participatieraad binnen en buiten de gemeente te vertegenwoordigen op bestuurlijk, organisatorisch en juridisch gebied, dus daar waar het niet één van de beleidsdomeinen van de themagroepen betreft; 2. Treden op deze gebieden op als contactpersoon voor de Participatieraad, zijn verantwoordelijk voor de externe communicatie hierover; 3. Treden bij ontstentenis van de voorzitter of woordvoerder van een themagroep in overleg op als plaatsvervanger; 4. Hebben in gezamenlijkheid tekenbevoegdheid; 5. Zijn afwisselend voorzitter van de Participatieraadsvergadering en van het overleg Beleidsgroep en nemen deel aan het Ambtelijk Overleg; 6. Bepalen in overleg met de Participatieraad vergaderdata en -tijden;
| 58 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
7. Zijn in staat leiding te geven c.q. besluitvormingsprocessen te leiden; 8. Hebben communicatieve vaardigheden, zowel schriftelijk als mondeling 9. Zijn aanspreekpunt voor de ambtelijk secretaris, stemmen taken onderling af. De gekozen duo voorzitters treden zo nodig op als plaatsvervanger van respectievelijk de Onafhankelijk Voorzitter, de Penningmeester en de Secretaris. Artikel 2 Lidmaatschap, lid 3: Ten behoeve van de selectie van leden voor de Participatieraad stelt de Participatieraad een selectiecommissie samen. De selectiecommissie bestaat uit twee leden van de Participatieraad, aangevuld met een van de duo-voorzitters. Artikel 4 Taken, rechten en verplichting van de leden, lid 8: Participatieraadsleden melden zich bij afwezigheid tijdig en met reden af bij de secretaris of een van de duo-voorzitters. Bij regelmatige afwezigheid zal een van de duo-voorzitters of een ander lid van de beleidsgroep met het betreffende lid een gesprek voeren over het verzuim. Artikel 6 Schorsing en ontheffing, lid 6: Wanneer de Participatieraad een besluit tot schorsing of ontheffing van een lid heeft genomen delen de duo-voorzitters dit besluit, met opgaaf van redenen, zo spoedig mogelijk schriftelijk mede aan het betreffende lid.
Artikel 10 Evaluatie Jaarlijks, of als er aanleiding is dit vaker te doen, evalueert de Participatieraad onder leiding van de duovoorzitters, het functioneren van leden afzonderlijk en de Participatieraad als geheel. Voor de evaluatie van de duovoorzitters worden één of twee leden uit de Participatieraad gevraagd voor de evaluatie op functioneren en onder leiding van de onafhankelijke voorzitter wordt het functioneren van de duovoorzitters en de beleidsgroep plenair met de Participatieraad geëvalueerd. Tevens evalueert zij het voorgaande jaar aan de hand van de criteria zoals vermeld in het huishoudelijk reglement en relateert de uitkomsten aan taakinhoud en profiel van een Participatieraadslid.
B2.5 De duo-voorzitters zijn hun rol steeds meer gaan invullen als ‘bestuurders’ en zien hun bevoegdheid groter dan wat beschreven staat Wij constateren dat met de start van periode 2 (zie hoofdstuk 2) de rol van duo-voorzitter veel zwaarder lijkt te worden ingevuld dan beschreven. De duo-voorzitters treden steeds meer op als ‘bestuurder’ van een onafhankelijke organisatie, waarbij het huishoudelijk reglement feitelijk buiten werking wordt gesteld. Deze ontwikkeling gaat samen met het verkleinen van de rol van de onafhankelijk voorzitter, zoals hierboven beschreven. Het lijkt erop dat deze ontwikkeling haar basis kent in de betrokkenheid van de duo-voorzitters bij de raad, vanuit de wens de raad succesvol te laten opereren. De groeiende interne instabiliteit lijkt ertoe te leiden dat de duo-voorzitters steeds meer taken/bevoegdheden naar zich toe zijn gaan trekken om de organisatie ‘onder controle’ te houden door de complexiteit ervan kleiner te maken. De consequentie hiervan is dat de duo-voorzitters vrijwel alles aangaande de raad zijn gaan bepalen, inclusief de taakopvatting van overige betrokkenen bij de raad, de overige leden van
| 59 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
de beleidsgroep, de overige leden van de raad, de onafhankelijk voorzitter en de ambtelijk secretaris.
B2.6 De rol van ambtelijk secretaris en (gekozen) secretaris In de verordening wordt de rol van de ambtelijk secretaris als volgt omschreven: Artikel 8 Ambtelijk secretaris 1. De Participatieraad wordt ambtelijk ondersteund door een medewerker vanuit de gemeentelijke organisatie in de functie van ambtelijk secretaris. 2. De ambtelijk secretaris adviseert en begeleidt de leden van de Participatieraad bij de uitvoering van hun taken en coördineert de inhoudelijke afstemming tussen de Participatieraad en de afdelingen (red: van de gemeente). 3. De ambtelijk secretaris ondersteunt de Participatieraad bij het beheer van het budget, als bedoeld onder artikel 11 en bij het opstellen van de subsidieaanvraag. In het huishoudelijk reglement wordt op een aantal punten aangegeven hoe de ambtelijk secretaris bij interne processen in de raad betrokken dient te worden om de hierboven beschreven taak uit te kunnen voeren. In het huishoudelijk reglement wordt de rol van de secretaris als volgt beschreven: Artikel 8 De beleidsgroep, taken, rechten en verplichting, lid 2 Gekozen secretaris Taken en profiel: ● Kan plannen en organiseren, werkt zorgvuldig.
● Het opmaken van een verslag van de genomen besluiten en de daarbij behorende argumenten; ● Het verslag bevat altijd een lijst van aanwezige leden; ● Het bewaken van de voortgang en afhandeling van de uitgebrachte adviezen; ● Het zorgdragen voor het jaarverslag; ● Het zorgdragen voor het (digitaal) archief van de Participatieraad; ● Het zelf ondersteuning bieden aan de Participatieraad als geheel en aan leden ervan of de juiste ondersteuning door derden bewerkstelligen. Zoals eerder beschreven in §5.4 is in overleg tussen gemeente en raad de rol van de ambtelijk secretaris verkleind tot het bieden van organisatorische ondersteuning en het managen van afspraken. De beschreven inhoudelijke ondersteuning is toen beëindigd om belangenverstrengeling te voorkomen en de onafhankelijkheid van de raad te versterken. De raad heeft voor zover wij hebben kunnen vaststellen nooit een secretaris gekend. Vaak neemt een van de twee duo-voorzitters die rol op zich (zoals ook op dit moment het geval lijkt te zijn). De raad heeft een korte periode gebruikgemaakt van een ingehuurde ‘notulist’ om verslagen te maken. Op een gegeven moment heeft deze persoon klaarblijkelijk ook de inhoudelijke advisering van de raad tot haar takenpakket gerekend, waarna de raad besloten heeft niet langer gebruik te maken van haar diensten.
Voor zover bekend heeft de raad verder geen leden in de rol van secretaris benoemd of extern iemand voor deze rol ingehuurd.
| 60 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
B2.7 Observaties over de rollen van voorzitter en secretaris Respondenten met kennis over en ervaring met andere raden geven unaniem aan dat de rol van een onafhankelijk voorzitter en een onafhankelijk secretaris randvoorwaardelijk zijn voor het succes van een Participatieraad. Beide personen zouden erop gericht moeten zijn om de raad te begeleiden en de leden te ontlasten met het realiseren van randvoorwaardelijk zaken zoals organisatie. De rol van onafhankelijk voorzitter (die eveneens interne vergaderingen van de raad voorzit) is in hun ogen noodzakelijk om de raad constructief samen te laten werken en te begeleiden in het groepsproces. De onafhankelijk secretaris is noodzakelijk om de raad te ontlasten van de verslaglegging en de realisatie van de schriftelijke weerslag van een advies. Beide personen dienen zich niet met de inhoud van de advisering bezig te houden en erop gericht te zijn de raadsleden te helpen focussen op de inhoudelijke opgave. Er zijn meerdere voorbeelden in het land (ook buiten de G4) van participatieraden waarbij deze systematiek wordt toegepast en als succesvol wordt ervaren.
| 61 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
Bijlage 3 | Verantwoording B3.1 Onderzoeksmethodiek Stap 1: kennismaking en start In deze stap hebben opdrachtgever, opdrachtnemer en Participatieraad elkaar persoonlijk leren kennen en is overeenstemming verkregen over hoe de opdracht uitgevoerd gaat worden. Hiertoe hebben we een bijeenkomst tussen de gemeente Amsterdam en (afvaardiging van) de raad gehouden, waarin de achtergrond, uitgangspunten, doelstelling, aanpak en resultaten van de evaluatie zijn besproken, afspraken zijn gemaakt over samenwerking en afstemming, en een inventarisatie is gemaakt van door de gemeente en de raad aan te leveren documenten en contactgegevens van relevante personen. Stap 2: analyse documenten en wetenschap In deze stap hebben we de relevante documenten over de opzet en het functioneren van de Participatieraad geanalyseerd. Hierbij maakten we gebruik van documenten die ons door de gemeente en de raad ter beschikking zijn gesteld. Daarnaast analyseerden we de stand van de wetenschap en de relevante beleidsdocumenten: wat wordt er in relevante literatuur over de opzet en het functioneren van participatieraden geschreven? Hierbij is er uitdrukkelijk ook aandacht voor de verordening, de achterliggende wetgeving en het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Van alle ontvangen documenten is een analyse gemaakt van alle inzichten, die verwerkt is in een werkdocument.
Stap 3: ervaring andere overheden Voordat we de gesprekken in de gemeente Amsterdam startten, oriënteerden we ons eerst op het functioneren van de participatieraden in de andere drie G4-gemeenten. Hiertoe hebben wij met verschillende mensen uit de overige drie G4-gemeenten een online (semigestructureerd) gesprek gevoerd. Dit gesprek is vastgelegd in een gespreksverslag. Ter controle en aanvulling zijn de gespreksverslagen voorgelegd aan de gesproken personen. Eventuele feedback is verwerkt. Stap 4: gesprekken Met de gedegen voorbereiding uit stap 2 en 3 zijn wij het gesprek met directbetrokkenen van de Participatieraad in Amsterdam aangegaan. Dit hebben wij aan de hand van individuele gesprekken gedaan. Met een aantal personen uit de gemeente Amsterdam hebben wij een groepsgesprek gevoerd. Deze vonden plaats op basis van een semigestructureerd gespreksprotocol. Respondenten ontvingen vooraf aan het gesprek een gespreksprotocol waarin onderwerpen benoemd werden. Na een introductie was er ruimte voor een open gesprek, waarbij de gespreksleidraad als referentie gold; zijn alle onderwerpen aan de orde gekomen? Zie voor de lijst met gesproken personen §B3.3. Alle gesprekken met de (oud-)leden van de Participatieraad zijn op het gemeentehuis van de gemeente Amsterdam gevoerd.
Met één van de leden van de participatieraad is het gesprek voortijdig afgebroken omdat de dynamiek van het gesprek voor deze persoon klaarblijkelijk te ingewikkeld was. Later is ons teruggegeven dat deze persoon het gesprek als intimiderend heeft ervaren.
| 62 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
Een aantal gesprekken met personen van de gemeente zijn online gevoerd. Deze gesprekken zijn vastgelegd in gespreksverslagen. Ter controle en aanvulling zijn de gespreksverslagen voorgelegd aan de gesproken personen. Eventuele feedback is verwerkt.
Stap 5: analyse en rapportage Op basis van alle input uit de vorige stappen hebben de onderzoekers een tweetal gesprekken met elkaar gevoerd, waarin ze een analyse maakten. Bij het eerste gesprek nodigden ze twee collega’s uit die thuis zijn in de wereld van de Wmo en participatie en die tot op heden niet bij het onderzoek betrokken zijn. Zij zijn onze ‘kritische vrienden’; ze zijn gericht op het verrijken van de analyse met nieuwe gezichtspunten, ze voorkomen dat onderzoekers in een te vroeg stadium conclusies en aanbevelingen formuleren, en ze borgen de onafhankelijkheid van het onderzoek. Deze kritische vrienden namen voorafgaand aan de bijeenkomst het werkdocument en de gespreksverslagen door. Na de bijeenkomsten schreven de onderzoekers het rapport, waarvan het eerste concept door de kritische vrienden is tegengelezen. Na realisatie van het rapport hebben we het rapport met de gemeente en de Participatieraad besproken, waarbij er nog ruimte is om feitelijkheden te controleren en eventueel te verbeteren.
B3.2 Bronnen Voor dit onderzoek hebben wij de volgende bronnen geraadpleegd: Documentnaam
Documentnaam
Documentnaam
20200817-Startnotitie Beleidsprogramma voorkomen en oplossen dakloosheid-DEF
20201216 Reactie op advies onafhankelijke cliëntondersteuning Participatieraad.pdf
Den Haag RIS299164 Vaststelling lijst van organisaties obv de regeling Cliëntenraad Sociaal Domein
27-05-2021 Verzoek om advies aan Participatieraad getekend Judith en Renger
20210201 Bijlage bij reactie Uitwerkingsplan MKOWJ.pdf
Den Haag RIS314525 Regeling cliëntenraad sociaal domein Den Haag 2023
Adviesaanvraag beleidsplan schuldhulp
20210201 Reactie WPI
Excel adviezen 2019-2021
200717 Adviesaanvraag Participatieraad MKOWJ
20210211 Ongevraagd advies Startnotie Dakloosheid, dec 2020
Gevraagd Advies Wijkteams Sociaal
Verordening op de Participatieraad
Bijlage reactie advies Participatieraad
Gezamenlijk advies 3D-raden Mantelzorg
20201028 Tienpuntenplan verbetering positie Amsterdamse minima
Participatieraad 2021 - Repliek op reactie Huishoudelijk reglement Participatieraad B&W inzake advies Toegankelijkheid en Amsterdam met wijzigingen november Inclusie 2020
2021 05 27 Houtskoolschets Participatieraad
Participatieraad 2021 - ruwe versie advies Schuldhulpverlening, maart 2021 Ongevraagd advies Energielasten
Adviesaanvraag onafhankelijke cliëntondersteuning
Reactie op advies Participatieraad Vernieuwing WPI
Ongevraagd Advies Stadspas origineel, november 2019
Bijlage A Map wethouder Kukenheim Voordracht campagne OCO
Advies op Houtskool concept 25 september 2021
P-raad 2019 Ongevraagd Advies OV Coach aanvullend - openbaar vervoer
Bijlage B Onderzoek naar cliëntondersteuning in Amsterdam eindrapport-1
20200331 Reactie op advies Participatieraad-Startnotitie Dakloosheid
P-raad 2019, Lokale heffingen
Participatieraad 2020 - Gevraagd advies over Toegankelijkheid en inclusie, oktober Notulen gesprek met Pr KN
P-raad 2020 - Notulen Directieoverleg 18 maart 2020
| 63 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
2020 Participatieraad 2021 - Ongevraagd advies Ervaringsdeskundigheid, april 2021
Repliek op antw WPI Onafhankelijke Cliëntondersteuning 202101
Reactie Afd Armoedebestrijding op advies Praad over SP jan 2020
Wethoudersbrief Jeugdplatform inzake Ongevraagd advies
23-11-21 Bijlage Reactie op advies Participatieraad
Reactie op advies Lokale heffingen
Wethoudersbrief Participatieraad mantelzorg
23-11-21 Reactie op advies Participatieraad.pdf
Reactie Participatieraad Weth. Moorman Armoede en Schulden
Wethoudersbrief Wmo-Adviesraad advies mantelzorg
GEVRAAGD ADVIES SCHULDHULPVERLENING
Verslag def directieoverleg 2 juni 2022
2021-03-30 Reactie college BenW op advies Tien punten ter verbetering
2019 CONCEPT advies op Besluit wijkteams ofwel buurtteams sociaal
Verslag directieoverleg 3 juni 2021
20201103 Mail Bart Louwman
2020-09-01 Adviesaanvraag Regionaal Werkcentrum
Verslag directieoverleg 22 september 2022
20201111 Terugkoppeling gesprek Inge-P-raad 2020-11-11
2020-10-09 Adviesaanvraag Participatieraad Regionaal Werkcentrum v0.2
Advies betreffende Gemeentelijke Beleidskader Armoede en Schulden 2019
20210611 Reactie op advies Participatieraad Ervaringsdeskundigheid
Aangepaste adviesaanvraag Participatieraad inzake Regionaal Werkcentrum
Aanvraag subsidie 2020 Participatieraad
Jaarverslag 2020
Verslag overleg Beeldbellen en privacy
Werkinstructie Beeldbellen 20210216
2021 jaarverslag P-raad
Antwoord Weth. Moorman op advies Armoede en Schulden
Aanvraag subsidie 2021 Participatieraad - begroting
20201126 Reactie op advies toegankelijkheid en inclusie
Antwoord Weth. Moorman op advies Energietoeslag
Aanvraag subsidie 2021 Participatieraad - jaarplan
Jaarverslag 2019
Antwoord WPI op advies OV
Cijfers beeldbellen
Beleidsplan schuldhulphulpverlening versie 5 maart
Mail reactie ongevraagd advies mantelzorg mei 2020
Eindrapport Evaluatie Participatieraad 2020
Bijlage 1 bij wens 3 Flyer Wat de gemeente doet met uw gegevens.pdf
Bijlage 1 Regionaal Werkcentrum Groot-Amsterdam v1.0
Huishoudelijk reglement Participatieraad Amsterdam met wijzigingen november 2020
Bijlage 2 bij wens 9 Schema Uitvoeringsplan Taaloffensief.pdf
Aanvraag subsidie 2022 Participatieraad
Verordening op de Participatieraad
Gevraagd advies Onafhankelijke. cliëntondersteuning
Den Haag Jaarverslag CSD 2021 DEF
2016Definitief functieprofiel leden Participatieraad
P-raad 2021 - gevraagd advies Houtskoolschets WPI, augustus 2021
Den Haag offerteaanvraag advies Cliëntenraad Sociaal domein
2016Competentieprofiel Participatieraad incl gedragsvoorbeelden
Geheimhoudingsverklaring Participatieraad
kvk uittreksel Participatieraad Amsterdam
kvk uittreksel Vereniging beheer Fondsen Partipcatieraad
Notitie Versterken Participatieraad
Participatieraad - Melding Integriteit 04.04.2023
Voorstel opleidingen leden Participatieraad
Evaluatie Wmo-Adviesraad Amsterdam RadarAdvies - 220907
| 64 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
B 3.3 Gesproken personen Wij hebben de volgende personen gesproken. De volledige namenlijst is bij de auteurs bekend. ●
19 betrokkenen bij de Participatieraad: huidige leden, oud leden, (voormalig) aspirant leden en onafhankelijk voorzitters.
●
11 medewerkers van de gemeente Amsterdam.
●
Wethouders. ○ Rutger Groot Wassink ○ Marjolein Moorman
● ● ● ● ●
Gemeente Rotterdam. Gemeente Den Haag. Gemeente Utrecht. Landelijke Clientenraad. Koepel adviesraden Sociaal Domein.
| 65 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst
BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01
Colofon 23 november 2023 Classificatie
:
Vertrouwelijk, onder embargo. Intern gebruik
Namen adviseurs
:
● ●
Projectnummer
:
PO033639
Rob van Hilten MSc CMC Lonneke van Riele MSc
| 66 | Participatieraad Amsterdam - Evaluatie en bouwstenen voor de toekomst