Dashboard VGR SohIJ tweede helft 2024 Cie MOW
Tekst van het document
1. Dashboard Programma Sprong over het IJ Hieronder vindt u de per indicator de stand van zaken aangeven met een stoplicht en een korte toelichting. Het programmateam Sprong over het IJ van de gemeente Amsterdam geeft invulling aan de geactualiseerde Nota van Uitgangspunten van februari 2022 en is belast met de dagelijkse werkzaamheden die daaruit voortvloeien. actueel VGR t 2024-2 Scope
VGR t-1 2024-1
Planning
De scope van het programma is vastgesteld met de actualisatie van de Nota van Uitgangspunten in februari 2022. Het voorkeursbesluit is gebaseerd op het inrichtingsplan Rijkswateren Amsterdam waartoe de adviescommissie van Alexander D’Hooghe een aanzet heeft gegeven in het advies genereus Verbonden. In de verhouding Sprong over het IJ - Inrichtingsplan Rijkswateren wordt een verdeling gemaakt in drie onderdelen: i. Daar waar Sprong over het IJ rechtstreeks over gaat: de Oost- en Westbrug, een voetgangerstunnel en de verplaatsing van de PTA (ten behoeve van de realisatie van de toekomstige Westbrug) ii. Daar waar Sprong over het IJ financieel aan bijdraagt als gezamenlijke uitwerking binnen de scope van het Inrichtingsplan Rijkswateren Amsterdam, zoals de projecten recreatievaart en ligplaatsen iii. En onderdelen waar Sprong over het IJ wel mee te maken heeft maar niet de leiding over heeft, zoals het principe van een vrije, robuuste en toekomstbestendige vaarweg op het IJ. Er hebben zich in de afgelopen periode geen wezenlijke wijzigingen in de scope voorgedaan. Aanscherping en verdere detaillering van scope en uitgangspunten o.b.v. ontwerp en onderzoek is heeft wel voortdurend de aandacht.
Ten aanzien van de aandachtsgebieden van programma Sprong over het IJ staan hieronder de belangrijkste ontwikkelingen: - De ingebruikname van de Oostbrug kan op zijn vroegst plaatsvinden in 2034. Zie meer daarover en over de toeleidende routes naar de Oostbrug in het dashboard Oostbrug. - De planning van de Westbrug is nog niet bestuurlijk vastgesteld. De verwachting is dat de Westbrug in elk geval in 2040 gerealiseerd is. Uitgaande van een planproces met een totale doorlooptijd van circa 12 tot 15 jaar zal in de volgende coalitieperiode (of al eerder) een besluit moeten worden genomen over het starten van de planvorming. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn zicht op financiering en nadere uitwerking van het belang van OV over de Westbrug. - Voor de voetgangerspassage is nog geen planning vastgesteld. Deze volgt de ontwikkelingen van de Oostbrug en de Westbrug. - Het college heeft in 2024 besloten de Passengers Terminal Amsterdam (PTA) van de huidige locatie aan de Veemkade te verplaatsen, met 2035 als streefdatum. - Er is bij de nautische partners behoefte aan extra ligplaatsen voor binnenvaartschepen. Het onderzoek naar de mogelijkheden hiervoor in het Oostelijk Binnen IJ is gaande. 1
-
-
Financiën
De verwachting is dat medio 2025 ook meer duidelijkheid ontstaat over de haalbaarheid van de kabelbaan, waarover op dit moment door de initiatiefnemers een businessplan wordt opgesteld. Er is behoefte aan beter inzicht op de (mogelijke) toename van recreatievaart op het IJ en het Amsterdam-Rijnkanaal in relatie tot een vrije, robuuste en toekomstbestendige vaarweg op het IJ. Daartoe wordt in 2025 een probleemanalyse uitgezet door het meten van omvang, herkomst/bestemming en aantallen om meer inzicht te verkrijgen op recreatievaart op het IJ en het Amsterdam-Rijnkanaal. Dit moet leiden tot voorstellen en gezamenlijke besluitvorming binnen de recreatievaart.
Een mooie mijlpaal in 2024, binnen het programma, was het krijgen van overeenstemming met de vervoerregio Amsterdam over de gezamenlijke financiering van de Oostbrug in de verhouding 50%-50%. Zie daarvoor het dashboard Oostbrug. Het college van B&W brengt in 2025 de resultaten van een onderzoek van Decisio naar buiten waarin de kosten van het verensysteem in relatie tot de verschillende oplevermomenten van de Westbrug beschreven staan. Op die manier kan deze informatie door de verschillende politieke partijen word en betrokken bij de voorbereidingen van de verkiezingen in 2026. Voor het bekostigen van het programmateam Sprong over het IJ is een jaarlijks budget nodig van rond de € 1 mln. De werkelijke kosten variëren enigszins op de intensiteit van de werkzaamheden in een jaar. Anders dan bij een regulier project is dat moeilijker in te schatten en erg afhankelijk van externe omstandigheden. Tot en met medio 2026 is er nog voldoende ruimte in de reserve IJoeververbindingen. Voor de periode daarna is een aanvraag gedaan in de voorjaarsnota 2025 / begroting 2026.
Risico’s
Kwal. & Org.
De belangrijkste risico’s hebben betrekking op: - Onvoldoende focus op het integrale advies/ inrichtingsplan rijkswateren Amsterdam - Druk op draagvlak voor planuitwerking bruggen en inrichting nautische voorzieningen bij gemeente, Regio en nautische partners door tegengestelde belangen met mogelijke negatieve consequenties voor vergunbaarheid oeververbindingen. - Groei mobiliteit over het IJ loopt vooruit op realisatie vaste oeververbindingen snelle groei mobiliteit over het IJ voordat bruggen gereed zijn - Stikstofdepositie stagneert de bouw van de bruggen Onderstaand worden de risico’s nader toegelicht. De tweede helft van 2024 stond ook in het teken van het herijken van de organisatie Inrichtingsplan met als doel de samenwerking met nautische partners (RWS, IenW, PoA, CNB) te verbeteren. Een van de maatregelen die hieruit voortvloeien is de herbevestiging van de uitgangspunten zoals opgenomen in het adviesrapport van de commissie D’Hooghe via een gezamenlijke (ambtelijke) brief van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de gemeente Amsterdam. Een andere maatregel is het instellen van een Beheersgroep, onder leiding van Alexander D'Hooghe. De Beheersgroep bewaakt de integraliteit van het 2
Inrichtingsplan en de afspraken die op basis van het Advies van de commissie D’Hooghe uit 2020 zijn gemaakt.
Definitie:
Buiten vastgestelde kaders, niet beheersbaar door projectteamteam, escalatie naar het bestuur.
Buiten vastgestelde kaders, beheersbaar door projectteam.
Binnen vastgestelde kaders.
2. Financiën • Programma Sprong over het IJ Budgetmonitor (in M€) Programmamiddelen Prognose inkomsten Prognose uitgaven (Einde Werk)
VGR 2024-2
VGR 2024-1
Mutatie
1,0 0,87
1,0 0,85
0,0 0,02
Gerealiseerd In opdracht Nog op te dragen (incl. risicovoorziening)
0,87 0,0 0,0
Voorzien resultaat: overschot of tekort
0,13
0,3 0,5 0,05
0,15
0,57 -0,5 -0,05
-0,02
Prognose inkomsten: +/- € 0 miljoen • In de reserve IJoeververbindingen zat vanaf 2022 circa € 4,2 mln. Dat is voor de periode 2022-2025 circa € 1 mln per jaar. Vanaf medio 2026 is de reserve naar verwachting op. Daarom wordt er een aanvraag gedaan in de begroting 2026 (via de voorjaarsnota 2025) Realisatie uitgaven einde werk: € 0,87 mln • Voor jaarschijf 2024 was € 1 mln begroot. De realisatie eindejaar 2024 kwam uit op € 0,87 mln. De onderschrijding komt ten goede aan de periode 2025 en later.
3. Toprisico’s 1. Onvoldoende focus op het integrale advies / Inrichtingsplan Rijkswateren Amsterdam - Het Inrichtingsplan Rijkswateren bestaat uit 15 maatregelen waarbij vooral de vaste oeververbindingen (Oostbrug, Westbrug) veel aandacht krijgen. Het risico is dat andere belangrijke onderdelen zoals de recreatievaart, ligplaatsen voor binnenvaartschepen en het behoud van de PTA door verplaatsing naar de Coenhaven te weinig aandacht krijgen binnen het programma . Dit kan negatieve invloed hebben op het draagvlak bij de nautische partners en op de vergunbaarheid van de aanleg van bruggen over een rijksvaarweg. - Tijdens het opstellen van het advies Genereus Verbonden is een aantal uitgangspunten vastgelegd. Deze zijn soms het resultaat van eisen uit wettelijke richtlijnen en soms ook het resultaat van een concessie/compromis tussen de verschillende belangen. De in dit proces tot stand gekomen uitgangspunten kunnen in de technische uitwerking ingewikkelder te realiseren blijken dan verondersteld, waardoor in de praktijk van de projecten uitgangspunten opnieuw worden onderzocht en onderbouwd. Het opnieuw onderzoeken van vastgestelde uitgangspunten kan leiden tot vermindering van draagvlak van de partners voor het Inrichtingsplan als geheel. - Er is binnen het programma Sprong over het IJ nog geen financiering beschikbaar voor andere maatregelen dan de Oostbrug. 3
Beheersmaatregelen: het programma organiseert samen met de partners op alle 15 maatregelen voldoende capaciteit en (bestuurlijke) aandacht. Het kader van het Inrichtingsplan Rijkswateren Amsterdam (Advies D’Hooghe 2020) bestuurlijk herbevestigen. Goed onderbouwde beslisdocumenten op elk van de issues en met de partners gezamenlijke bestuurlijke besluitvorming daarover organiseren. Dit ook in de participatie duidelijk communiceren en opnemen in de Q&A. Het gesprek aangaan waar nog ruimte zit voor optimalisatie aan beide kanten en hierover tijdig opschalen naar de bestuurlijke tafel. 2. Druk op draagvlak voor planuitwerking bruggen en inrichting nautische voorzieningen bij gemeente, Regio en nautische partners door tegengestelde belangen - De samenwerking met de nautische partners is voor de gemeente van groot belang. Doelstelling is immers een vlot en veilige overgang zowel voor het landverkeer als voor de scheepvaart. Het risico bestaat dat teveel aandacht en tijd uitgaat naar de relatie en daarmee naar het proces en te weinig naar de verschillende (en mogelijk conflicterende) individuele belangen en daarmee de inhoud. - Bij de Oostbrug en de Westbrug geldt als uitgangspunt dat zowel aan de noordelijke als aan de zuidelijke kant van de hoofdoverspanning een beweegbare brug wordt aangelegd om kruisend vaarverkeer te voorkomen.
Dat heeft invloed op het bedieningsregime van de brug en daarmee mogelijk op het comfort / doorstroming voor de fietser en de vaarweggebruiker, wat gevolgen kan hebben voor het draagvlak van de brug. Beheersmaatregelen: Transparante communicatie over en weer en prioriteren van issues. Uitwerken van een bedieningsregime waarbij de doorstroming van zowel landverkeer als vaarwegverkeer geborgd is. Herzien van de bestaande organisatiestructuur waarbinnen op constructieve wijze mogelijke tegengestelde belangen besproken kunnen worden en naar oplossingen kan worden gezocht die recht doet aan alle belangen. 3. Groei mobiliteit over het IJ loopt vooruit op realisatie vaste oeververbindingen - Door ontwikkelingen in de woningbouw, voorzieningen en het bestaande verenprogramma is het mogelijk dat er al eerder grote problemen ontstaan in de mobiliteit op het IJ dan dat de bruggen en voetgangerspassage zijn gerealiseerd. Dit kan ook optreden indien realisatie van de Oostbrug en later de Westbrug, gezien de complexiteit van de planprocessen en (voor wat betreft de Westbrug) de hoogte van de gevraagde financiering meer tijd gaat kosten dan gepland. - De planvoorbereiding van de Oostbrug is een intensief en complex proces met veel en soms tegengestelde belangen.
Dat vraagt veel ambtelijke en bestuurlijke aandacht en krijgt daarmee ook vaak prioriteit ten koste van andere onderdelen van het programma. . Beheersmaatregelen: vroegtijdig specifieke capaciteit inzetten op de Westbrug (management, techniek, financieel, draagvlak) en mogelijk ook nu al op de voetgangerspassage; bestuurlijke prioriteit geven aan het haalbaarheidsonderzoek naar de verplaatsing van de PTA met daaraan gekoppeld de inzet om in dat kader bestuurlijke afspraken te maken met Rijk en regio over de financiering van Westbrug. Daarbij het programma Sprong over het IJ en het onderbouwende advies beschouwen als een adaptieve opgave (meebewegen met de ontwikkelingen). Meer focus op de Oostbrug via een separate dedicated stuurgroep. Ontkoppelen en beter onderscheid maken tussen strategie van programma en project Oostbrug. 4. Stikstofdepositie stagneert de bouw van de bruggen De bouw van de Westbrug zal naar verwachting tegen dezelfde knelpunten op het gebied van stikstof aanlopen als de Oostbrug (geen emissievrij materieel, waardoor stikstofdepositie plaatsvindt nabijgelegen Natura2000 gebieden). Daarmee is dit zowel een projectrisico als een programma risico op het gebied van de benodigde Omgevingsplanwijziging 4
Beheersmaatregelen: We schakelen externe expertise in om beheersmaatregelen te onderzoeken op het gebied van uitstoot beperking en saldering. Op gemeentelijk, regionaal en rijksniveau aandacht vragen voor salderingsmogelijkheden om de voortgang van projecten mogelijk te maken (houden).
5