CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Dashboard VGR SohIJ eerste helft 2025.docx.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 27 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Voortgangsrapportage Sprong over het IJ/Oostbrug (VN2025-015816)2.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1. Dashboard Programma Sprong over het IJ Hieronder vindt u de per indicator de stand van zaken aangeven met een stoplicht en een korte toelichting. Het programmateam Sprong over het IJ van de gemeente Amsterdam geeft invulling aan de geactualiseerde Nota van Uitgangspunten van februari 2022 en is belast met de dagelijkse werkzaamheden die daaruit voortvloeien. VGR t 2025-1 Scope

VGR t-1 2024-2

Planning

De scope van het programma is vastgesteld door de raad met de actualisatie van de Nota van Uitgangspunten in februari 2022. Het voorkeursbesluit is gebaseerd op het inrichtingsplan Rijkswateren IJ Amsterdam waartoe de adviescommissie van Alexander D’Hooghe een aanzet heeft gegeven in het rapport Genereus Verbonden uit 2021. In de verhouding Sprong over het IJ - Inrichtingsplan Rijkswateren IJ wordt een verdeling gemaakt in drie onderdelen: i. Daar waar Sprong over het IJ rechtstreeks over gaat: de Oost- en Westbrug, een voetgangerstunnel en de verplaatsing van de PTA (ten behoeve van de realisatie van de toekomstige Westbrug) ii. Daar waar Sprong over het IJ financieel aan bijdraagt als gezamenlijke uitwerking binnen de scope van het Inrichtingsplan Rijkswateren Amsterdam, zoals de projecten recreatievaart en ligplaatsen iii. En onderdelen waar Sprong over het IJ wel mee te maken heeft maar niet de leiding over heeft, zoals het principe van een vrije, robuuste en toekomstbestendige vaarweg op het IJ. Er hebben zich in de afgelopen periode geen wezenlijke wijzigingen in de scope voorgedaan. Aanscherping en verdere detaillering van scope en uitgangspunten o.b.v. ontwerp en onderzoek heeft wel voortdurend de aandacht.

Ten aanzien van de aandachtsgebieden van programma Sprong over het IJ staan hieronder de belangrijkste ontwikkelingen: - Zie meer over de Oostbrug en over de toeleidende routes naar de Oostbrug in het dashboard Oostbrug. - De planning van de Westbrug is nog niet bestuurlijk vastgesteld. De oorspronkelijke verwachting is dat de Westbrug in elk geval in 2040 gerealiseerd wordt. Uitgaande van een planproces met een totale doorlooptijd van circa 12 tot 15 jaar zal in de volgende coalitieperiode een besluit moeten worden genomen over het starten van de planvorming. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn zicht op financiering en nadere uitwerking van het belang van OV over de Westbrug. - Voor de voetgangerspassage is nog geen planning vastgesteld. Deze volgt de ontwikkelingen van de Oostbrug en de Westbrug. - Het college heeft in 2024 besloten de Passenger Terminal Amsterdam (PTA) van de huidige locatie aan de Veemkade te verplaatsen, met 2035 als streefdatum. - Voor de verplaatsing PTA loopt momenteel een haalbaarheidsonderzoek. - Onderdeel van de afspraken in het kader van het Inrichtingsplan Rijkswateren Amsterdam is dat de gemeente ook meewerkt aan het 1

-

-

realiseren van circa 20 extra ligplaatsen voor binnenvaartschepen in het gebied tot 2041. Daarbij wordt naast het Oostelijk Binnen IJ ook naar het totale IJ binnen het Inrichtingsplan Rijkswateren Amsterdam als zoeklocatie gekeken. Het huidige haalbaarheidsonderzoek naar de Kabelbaan is bijna afgerond en spitst zich toe op: ruimtelijke inpassing, vervoerwaarde, businesscase, juridische aspecten en draagvlak bij de omgeving. De gemeente en de Vervoerregio toetsen momenteel de uitkomsten en de businesscase. Bovengenoemde onderwerpen komen aan het eind van het jaar terug in het uit te brengen advies aan het college. Het onderzoek naar omvang, herkomst/bestemming en aantallen om meer inzicht te verkrijgen in recreatievaart op het IJ en het AmsterdamRijnkanaal is dit jaar gestart en zal zo mogelijk eind 2025 afgerond worden. Dit moet leiden tot voorstellen en gezamenlijke besluitvorming binnen de recreatievaart.

Vanwege het risico dat realisatie van de Oostbrug en later de Westbrug meer tijd gaat kosten dan gepland, gezien de complexiteit van de planprocessen en (voor wat betreft de Westbrug) het nog ontbreken van de benodigde financiering staat de planning op oranje. Financiën

Westbrug: Gemeente Amsterdam heeft door onderzoeksbureau Decisio onderzoek laten verrichten om inzicht te verkrijgen in de financiële consequenties van een eerdere of latere realisatie van de Westbrug i.r.t. de meer- en minderkosten van het verensysteem. Deze informatie kan helpen om het ideale moment van oplevering van de Westbrug te kunnen bepalen. Deze informatie kan door de verschillende politieke partijen worden betrokken bij de voorbereidingen van de verkiezingen in 2026. In het uitgevoerd kostenonderzoek door Decisio zijn voor verschillende oplevermomenten van de Westbrug (in 2035, 2045 en 2050) de meer- en minderkosten doorgerekend. Daarbij worden de meer en minderkosten beschouwd ten opzichte van het realisatiejaar 2040 (de referentie). Bij een eerdere realisatie (2035) zijn er minderkosten, bij latere realisatie (2045 en 2050) zijn er meerkosten. NB: de oorspronkelijke kostenraming voor de Westbrug is in 2021 opgesteld met kengetallen uit referentieprojecten. Omdat deze raming onzeker is en om actuele ontwikkelingen op kostenstijgingen te kunnen duiden, zijn recent door Decisio vier kostenniveaus doorgerekend: de oorspronkelijke kostenraming en ramingen waarbij de kosten respectievelijk met +30%, +50% en +80% zijn verhoogd. Het kostenonderzoek laat zien dat de financiële consequenties van het eerder realiseren van de Westbrug aanzienlijk kunnen zijn.

Een eerdere aanleg leidt tot besparingen op het verensysteem terwijl bij uitstel (of afstel) de kosten van het verensysteem oplopen. De kosten bestaan uit extra investeringen in veren en infrastructuur en toenemende kosten in exploitatie en onderhoud. Op basis van 2

de netto contante waarde-berekening blijkt dat de Westbrug, gemeten over haar economische levensduur van 90 jaar, een goedkopere oplossing is dan het blijven uitbreiden van het verensysteem. Dit geldt in veel gevallen ook wanneer onzekerheden en gevoeligheden worden meegenomen, zoals hogere investeringsramingen, verplaatsingskosten van de PTA en aanpassingen in de toe- en afleidende routes. Hoewel de Westbrug op korte termijn duurder is omdat eerder in de tijd sprake is van grote uitgaven, wijst het kostenonderzoek uit dat de brug op lange termijn goedkoper uitvalt dan de structurele meerkosten van het verensysteem. Het kantelpunt waarop een Westbrug met OV goedkoper wordt dan het verensysteem ligt, afhankelijk van de gehanteerde investeringskosten, grofweg tussen de 70 en 100 jaar. Wanneer de Westbrug zonder OV wordt aangelegd wordt dit kantelpunt bereikt in iets meer dan 40 jaar. Met de huidige financiële inzichten zou investeren in een Westbrug voor 2040 in ieder geval gunstiger zijn dan na 2040, met als kanttekening dat investeren in een brug leidt tot grote uitgaven die eerder in de tijd worden gedaan. Proceskosten: Voor het bekostigen van het programmateam Sprong over het IJ is een jaarlijks budget nodig van rond de € 1 mln. De werkelijke kosten variëren enigszins op de intensiteit van de werkzaamheden in een jaar.

Anders dan bij een regulier project is dat moeilijker in te schatten en erg afhankelijk van externe omstandigheden. In 2025 is de verwachting dat de kosten binnen de daartoe gereserveerde ruimte in de reserve IJ oeververbindingen blijven. In de begroting 2026 is besloten dat het restant van deze reserve vrijvalt ten gunste van het programma Stadsverbetering en vervolgens daaruit in 2026 en 2027 € 1 mln beschikbaar te stellen voor programmamanagement Sprong over het IJ. Daarmee zijn de middelen voor het programmamanagement de komende twee jaren geregeld. Voor 2028 en verder is nog geen zicht op dekking voor het programmamanagement of voor de uitvoering van de overige maatregelen. Risico’s

De belangrijkste risico’s hebben betrekking op: - Onvoldoende focus op het integrale rapport Genereus Verbonden, Inrichtingsplan Rijkswateren IJ Amsterdam. - Druk op draagvlak voor planuitwerking bruggen en inrichting nautische voorzieningen bij gemeente, Regio en nautische partners door tegengestelde belangen met mogelijke negatieve consequenties voor vergunbaarheid oeververbindingen. - Groei mobiliteit over het IJ loopt vooruit op realisatie vaste oeververbinding en snelle groei mobiliteit over het IJ voordat bruggen gereed zijn. - Stikstofdepositie stagneert de bouw van de bruggen. - Er is enkel een budget beschikbaar gesteld voor de Oostbrug; voor overige maatregelen en projecten zoals de Westbrug is nog geen financiering in beeld.

3

Kwal. & Org.

Ook de risico’s staan op oranje, met name vanwege het nog ontbreken van financiering voor de Westbrug in combinatie met de groeiende mobiliteit op het IJ. Onderstaand worden de risico’s nader toegelicht. De organisatorische wijzigingen die in de tweede helft van 2024 zijn doorgevoerd leiden in de eerste helft van 2025 tot positieve stappen in de samenwerking tussen gemeente, Vervoerregio en de nautische partners (RWS, IenW, PoA, CNB). In lijn met de organisatorische wijzigingen zijn onder leiding van Alexander D’Hooghe in een reeks werksessies de uitgangspunten rond de Oostbrug nader beschouwd, dat heeft geleid tot een herbevestiging van de uitgangspunten uit Genereus Verbonden w.o. de hoogte van de brug, de hellingshoek, de twee beweegbare delen (zie ook dashboard Oostbrug). Per juli 2025 is bovendien een nieuwe programmamanager begonnen.

Definitie:



Buiten vastgestelde kaders, niet beheersbaar door projectteamteam, escalatie naar het bestuur.



Buiten vastgestelde kaders, beheersbaar door projectteam.



Binnen vastgestelde kaders.

2. Financiën • Programma Sprong over het IJ Budgetmonitor (in M€) Programmamiddelen op jaarbasis Prognose inkomsten Prognose uitgaven per jaar

VGR 2025-1

VGR 2024-2

Mutatie

1,0 0,84

1,0 0,87

0,0 nvt

Gerealiseerd

0,36

0,87

In opdracht

0,46

0,0

Nog op te dragen (incl. risicovoorziening)

0,02

0,0

Voorzien resultaat: overschot of tekort

0,16

0,13

Prognose inkomsten: +/- € 0 miljoen • In de Voorjaarsnota 2025 (22 mei College; 10 juli gemeenteraad) is voorgesteld de resterende reserve IJoeververbinding te laten vervallen (circa € 0,4 mln) ten gunste van programma stadsverbetering en programmamanagement Sprong over het IJ te dekken uit Programma Stadsverbetering. Dit besluit wordt bij de begroting 2026 bekrachtigd. • In 2026 en 2027 wordt er circa € 1 mln per jaar gereserveerd voor programmanagement Sprong over het IJ.In 2028 is er in programma Stadsverbetering geen budget toegekend. Realisatie uitgaven einde werk: € 0,84 mln • Voor jaarschijf 2025 is € 1 mln begroot. De verwachte realisatie eindejaar 2025 komt uit op € 0,84 mln. Vrijval komt ten gunste van programma Stadsverbetering. 3. Toprisico’s Onvoldoende focus op het integrale rapport Genereus Verbonden, Inrichtingsplan Rijkswateren IJ Amsterdam

4

-

Er is binnen het programma Sprong over het IJ nog geen financiering beschikbaar voor andere maatregelen dan de Oostbrug. - Het Inrichtingsplan Rijkswateren bestaat uit 15 maatregelen waarbij vooral de vaste oeververbindingen (Oostbrug, Westbrug) veel aandacht krijgen. Het risico is dat andere belangrijke onderdelen zoals de recreatievaart, ligplaatsen voor binnenvaartschepen en het behoud van de PTA door verplaatsing naar de Coenhaven te weinig aandacht krijgen binnen het programma. Dit kan negatieve invloed hebben op het draagvlak bij de nautische partners en op de vergunbaarheid van de aanleg van bruggen over een rijksvaarweg. - Tijdens het opstellen van het rapport Genereus Verbonden is een aantal uitgangspunten vastgelegd. Deze zijn soms het resultaat van eisen uit wettelijke richtlijnen en soms ook het resultaat van een concessie/compromis tussen de verschillende belangen. De in dit proces tot stand gekomen uitgangspunten kunnen in de technische uitwerking ingewikkelder te realiseren blijken dan verondersteld, waardoor in de praktijk van de projecten uitgangspunten opnieuw worden onderzocht en onderbouwd. Het opnieuw onderzoeken van vastgestelde uitgangspunten kan leiden tot vermindering van draagvlak van de partners voor het Inrichtingsplan als geheel en medewerking op specifieke projecten binnen het programma.

Beheersmaatregelen: - Het programma zet zich in om samen met de partners op alle 15 maatregelen voldoende capaciteit en (bestuurlijke) aandacht te organiseren. - In de komende coalitieperiode ook voor de overige maatregelen financiering organiseren. - De uitgangspunten in het Inrichtingsplan Rijkswateren IJ Amsterdam (Advies D’Hooghe 2020) zijn in een herbevestigingsbrief in juli 2025 herbevestigd. - Transparantie in de samenwerking als partners stimuleren. Te meer daar partners verschillende werkwijzen en besluitvormingsprocessen kennen. - Goed onderbouwde beslisdocumenten op elk van de issues en met de partners gezamenlijke bestuurlijke besluitvorming daarover organiseren. Dit ook in de participatie duidelijk communiceren en opnemen in de Q&A. - Het gesprek aangaan waar nog ruimte zit voor optimalisatie aan beide kanten. Een gezamenlijke beheersgroep is ingesteld die, in geval van verschil van inzicht in de uitvoering van de projecten, onder onafhankelijke leiding van D’Hooghe advies kan uitbrengen. Druk op draagvlak voor planuitwerking bruggen en inrichting nautische voorzieningen bij gemeente, Regio en nautische partners door tegengestelde belangen - De samenwerking met de nautische partners is voor de gemeente van groot belang. Doelstelling is immers een vlot en veilige overgang zowel voor het landverkeer als voor de scheepvaart.

Knelpunt is de beperkte personele capaciteit bij de nautische partners. Het risico bestaat dat er daardoor te weinig of te laat input geleverd kan worden voor de verschillende producten en processen, waar Amsterdam met de nautische partners aan werkt. - Bij de Oostbrug en de Westbrug geldt als uitgangspunt dat zowel aan de noordelijke als aan de zuidelijke kant van de hoofdoverspanning een beweegbare brug wordt aangelegd om kruisend vaarverkeer te voorkomen. Dat heeft invloed op het bedieningsregime van de brug en daarmee mogelijk op het comfort / doorstroming voor de fietser en de vaarweggebruiker, wat gevolgen kan hebben voor het draagvlak van de brug. Beheersmaatregelen: - Transparante communicatie over en weer en prioriteren van issues. - Uitwerken van een bedieningsregime waarbij de doorstroming van zowel landverkeer als vaarwegverkeer geborgd is. - Herzien van de bestaande organisatiestructuur waarbinnen op constructieve wijze mogelijke tegengestelde belangen besproken kunnen worden en naar oplossingen kan worden gezocht die recht doet aan alle belangen . 5

Groei mobiliteit over het IJ loopt vooruit op realisatie vaste oeververbindingen - Door ontwikkelingen in de woningbouw, voorzieningen en het bestaande verenprogramma is het mogelijk dat er al eerder grote problemen ontstaan in de mobiliteit op het IJ dan dat de bruggen en voetgangerspassage zijn gerealiseerd. Dit kan ook optreden indien realisatie van de Oostbrug en later de Westbrug, gezien de complexiteit van de planprocessen en (voor wat betreft de Westbrug) de hoogte van de gevraagde financiering meer tijd gaat kosten dan gepland. - De planvoorbereiding van de Oostbrug is een intensief en complex proces met veel en soms tegengestelde belangen. Dat vraagt veel ambtelijke en bestuurlijke aandacht en krijgt daarmee ook vaak prioriteit ten koste van andere onderdelen van het programma. - Er zijn nog geen middelen beschikbaar gesteld voor de voorbereiding en de uitvoering van de Westbrug. Beheersmaatregelen: - Vroegtijdig specifieke capaciteit inzetten op de Westbrug (management, techniek, financieel, draagvlak) en mogelijk ook nu al op de voetgangerspassage; - Bestuurlijke prioriteit geven aan het haalbaarheidsonderzoek naar de verplaatsing van de PTA met daaraan gekoppeld de inzet om in dat kader bestuurlijke afspraken te maken met Rijk en regio over de financiering van Westbrug.

Stikstofdepositie stagneert de bouw van de bruggen De bouw van de Westbrug zal naar verwachting tegen dezelfde knelpunten op het gebied van stikstof aanlopen als de Oostbrug (geen emissievrij materieel, waardoor stikstofdepositie plaatsvindt nabijgelegen Natura2000 gebieden). Daarmee is dit zowel een projectrisico als een programma risico op het gebied van de benodigde Omgevingsplanwijziging Beheersmaatregelen: - We schakelen externe expertise in om beheersmaatregelen te onderzoeken op het gebied van uitstoot beperking en saldering. - Op gemeentelijk, regionaal en rijksniveau aandacht vragen voor salderingsmogelijkheden om de voortgang van projecten mogelijk te maken (houden).

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16232763/1