contra-expertise welstand Tweede Oosterparkstraat 265 - Erfgoedadvies
Tekst van het document
MEMO Van
Erfgoedadviesbureau
Datum
02-11-2025
Betreft
Contra-expertise welstand Tweede Oosterparkstraat 265
Inhoud Algemene gegevens
1
Reikwijdte onderzoek
1
Historische achtergronden
2
Architect C. Wiegand Auteur Marga Minco
2 3
Bestaande toestand
3
Bouwplan
6
Welstandscriteria
8
Algemene uitgangspunten en welstandscriteria Specifieke welstandscriteria Criteria Orde 2-panden
8 10 12
Conclusies
13
Algemene gegevens Adres: Gemeente: Kad. gemeente: Kad. sectie/nr.:
Tweede Oosterparkstraat 265 1092 BN Amsterdam Amsterdam Amsterdam S/877
Beschermd stadsgezicht: n.v.t. Monument: n.v.t.
nr.:
-
Welstandregime: Ruimtelijk systeem: Deel systeem: Gebied: Orde: Welstandsniveau:
19de eeuwse Ring (13) Ingetogen blokbebouwing (3A) Oosterparkbuurt (0304) Orde 2 Bijzonder welstandsniveau
Reikwijdte onderzoek Op 24 juli 2025 is een omgevingvergunning verleend voor de verbouw van het pand aan de Tweede Oosterparkstraat 265. Onderdeel van de vergunning is het ophogen van de kap tot een tweelaags volume. Omwonenden hebben tegen deze vergunning bezwaar gemaakt. Zij vermoeden onder andere dat het bouwplan in strijd is met de redelijke eisen van welstand en hebben daarom het Erfgoedadviesbureau om een contraexpertise gevraagd. Voorliggend memo voorziet hierin, en is als volgt opgebouwd: Na een beknopte beschrijving van de achtergronden en de bestaande toestand van het exterieur, volgt een beschrijving van het voorgenomen bebouwingsplan. Daarna worden de van toepassing zijnde welstandscriteria aangehaald. Op basis van een analyse van het plan en een toets aan de welstandscriteria kan een conclusie worden gevormd of het plan inderdaad voldoet aan redelijke eisen van welstand of dat het plan hier niet aan voldoet.
Postadres: J.S. Bachstraat 67 3533 XB UTRECHT
KvK: 89713052 BTW: NL004757684B15 IBAN: NL20ABNA0120242176
+31 6 14612202 reinoud@erfgoedadviesbureau.nl www.erfgoedadviesbureau.nl
1988, zicht op de straatgevelwand onevenzijde Tweede Oosterparkstraat. Nummer 265 is gemarkeerd met een pijl. Afbeelding: Stadsarchief Amsterdam, inv.nr. BMAB00016000047_016.
Historische achtergronden Architect C. Wiegand Het pand Tweede Oosterparkstraat 265 maakt deel uit van een aaneengesloten reeks huizen die loopt van nummer 243 tot en met 271. Deze reeks is gebouwd in de periode 1883-1887, naar ontwerp van de architect Coenraad Wiegand (1829-1907). Coenraad Wiegand was een in Amsterdam gevestigde architect, aannemer en bouwondernemer die actief was in de tweede helft van de negentiende eeuw. Hij werkte zowel in opdracht als voor eigen rekening en ontwikkelde diverse woningbouwprojecten in de uitbreidingswijken van Amsterdam. Wiegand trad vaak op als architect-aannemer, waarbij ontwerp, uitvoering en soms ook grondexploitatie in één hand lagen. Het oeuvre van Wiegand omvat voornamelijk eclectische woonhuizen en scholen in baksteenarchitectuur met rijke, ambachtelijke detaillering. Tot zijn bekende werken behoren dubbele herenhuizen aan de Amstel 173–179 (1872–1873), een schoolgebouw aan de Eerste Van Swindenstraat (1891) en twee inmiddels verdwenen villa’s aan de Weteringschans(1879). Binnen de stedelijke uitbreidingen rond de Oosterparkbuurt had Wiegand een prominente rol als bouwer van complete straatwanden, waarmee hij bijdroeg aan de beeldbepalende 19deeeuwse stadsuitbreiding van Amsterdam.
De bebouwing waar Tweede Oosterparkstraat deel van uitmaakt, ontstond in de eerste fase van de aanleg van de Oosterparkbuurt, kort na de vaststelling van het uitbreidingsplan van 1881. Wiegand trad hier op als architect én ontwikkelaar, mogelijk in samenwerking met een eigen bouwmaatschappij die meerdere kavels in het bouwblok aan de Kastanjeweg in exploitatie had.
2 / 13
1988, zicht op Tweede Oosterparkstraat 265. Het pand is uitgerust met één van de voornamere gevels ten opzichte van flankerende panden. Aan de linkerzijde van het pand is bij de kap een rechte daklijst te zien (pijl). Dit is de daklijst van één van de twee dakkapellen die aan de achterzijde van het pand zijn toegevoegd. Afbeelding: Stadsarchief Amsterdam, inv.nr. BMAB00016000047_011.
Auteur Marga Minco Het pand aan de Tweede Oosterparkstraat 265 verwerft een bijzondere cultuurhistorische waarde door de langdurige bewoning door de schrijfster Marga Minco (1920–2023). Na een periode in onderduik en meerdere adreswisselingen kwam zij – samen met haar echtgenoot – omstreeks eind 1969/ begin jaren ’70 uit in de Tweede Oosterparkstraat, na hun vertrek uit het pand aan het Oosterpark 82. Vanaf dat moment bleef Minco in deze straatwoning gehuisvest, eerst samen met haar echtgenoot en later als weduwe. Door de aanwezigheid van Marga Minco wordt het huis meer dan een bouwkundig en stedenbouwkundig element: het is ook een plaats van literaire betekenis met herinneringswaarde. Minco’s oeuvre, waarin thema’s centraal staan als overleving, Joodse vervolging, verlies en herinnering, heeft diepe wortels in haar ervaringen in Amsterdam – hiervan is dit woonhuis een tastbare link. Het pand staat daarmee zowel voor de herinnering aan het dagelijkse en persoonlijke leven van een Nederlandse schrijfster van internationale betekenis, als voor een bredere maatschappelijke reflectie op de geschiedenis van Joodse Amsterdammers in de 20ste eeuw.1
Bestaande toestand Het pand Tweede Oosterparkstraat 265 is opgetrokken in de neo-renaissancestijl, een bouwstijl die in de jaren 1880 in Amsterdam bijzonder populair was bij stedelijke woonhuizen en door architect C. Wiegand veelvuldig werd toegepast. De stijl sluit aan bij de herwaardering van de zeventiende-eeuwse Hollandse architectuur, waarbij ambachtelijke baksteenbouw werd gecombineerd met rijke natuurstenen of pleisterdecoraties. Het pand telt drie vensterassen en drie bouwlagen. De entree is in de linker as gesitueerd. In de middelste as is op de verdieping een balkon aanwezig.
1 Zie https://onsamsterdam.nl/artikelen/de-eeuw-van-marga-minco-omdat-ik-het-overleefd-heb-schrijf-ik (21-10-2025)
3 / 13
Kenmerkend voor deze neo-klassieke stijl is de contrasterende baksteenarchitectuur, waarbij de rode of bruine baksteen wordt afgewisseld met lichtgekleurde (vaak witgeschilderde) speklagen, aanzet- en sluitstenen en sierlijke ontlastingsbogen boven de vensters. Deze ornamenten accentueren de gevelopbouw en geven het pand een verfijnde plastiek. De halsgevel, die bij nr. 265 het gevelbeeld bekroont, is eveneens voorzien van decoratieve afdeklagen en natuursteenachtige details, wat de verticale geleding en representatieve uitstraling versterkt. De top van de gevel wordt bekroond door een halfrond timpaan waaronder een rondvenster, aan weerszijde van de hals van de gevel voorzien van klauwstukken. De indeling met smalle vensterassen, hoge ramen en een geprofileerde lijst benadrukt de klassieke ordening binnen een overwegend bakstenen gevelvlak. Samen met de gevelopbouw in drie lagen en de ambachtelijke detaillering vormt dit een karakteristiek voorbeeld van de laat-19de-eeuwse neo-renaissancistische stadswoningbouw die de Oosterparkbuurt haar herkenbare historische karakter verleent. De bouwmassa is goed zichtbaar vanuit de lucht via Google Maps. Hierbij valt op dat de oorspronkelijke kapvorm met zadeldak nog deels aanwezig is en aansluit op de voorgevel.
Na ongeveer vijf meter vanaf de voorgevel is deze kap afgeplat en is de zolderverdieping voorzien van dakkapellen aan weerszijden die over een lengte van ongeveer zeven meter doorlopen tot aan de achtergevel. In het achtergevelmetselwerk tekent het nieuwe metselwerk van deze dakkapellen zich af ten opzichte van het oorspronkelijke metselwerk, zodat de contour van het verdwenen zadeldak nog zichtbaar is.
2024, zicht op Tweede Oosterparkstraat 265, gezien vanaf de straat. Te zien is dat de zadelkap halverwege het pand stopt. Dit punt is met een pijl gemarkeerd. Afbeelding: Google Maps.
4 / 13
2024, Tweede Oosterparkstraat 265, gezien vanaf de straat. Het zadeldak van dit pand is halverwege afgeplat en voorzien van twee dakkapellen aan beide zijden van de kap. De daklijst van de linker dakkapel is te zien vanaf de straat (gemarkeerd met de pijl). Afbeelding: Google Maps.
2024, Tweede Oosterparkstraat 265, gezien vanuit de lucht. De originele kapvorm met zadeldak (met een lengte van ongeveer 5 meter) sluit aan op de voorgevel, maar is voor meer dan de helft (ongeveer 7 meter) afgeplat en voorzien van twee dakkapellen. Afbeelding: Google Maps.
5 / 13
2024, Tweede Oosterparkstraat 265, gezien vanuit de lucht met zicht op de achtergevel. In deze achtergevel is te zien dat de oorspronkelijke topgevel zich nog aftekent ten opzichte van het nieuwere metselwerk waarmee te gevel is opgetrokken ten behoeve van de dakkapellen. Afbeelding: Google Maps.
Bouwplan Door King Architecten is een bouwplan opgesteld voor het wijzigen van plattegronden en gevels van Tweede Oosterparkstraat 265, versie 18 juli 2025. Op dit plan is op 24 juli 2025 een omgevingsvergunning verleend met kenmerk Z2024-025319. Op de volgende pagina’s zijn de voorgevel, achtergevel en langsdoorsnede opgenomen van de bestaande en de nieuwe, gewenste toestand. De bestaande toestand heeft als versiedatum 12 maart 2025, de nieuwe toestand 18 juli 2025. Het voorgenomen bouwplan omvat ondermeer het toevoegen van twee bouwlagen aan het bestaande pand: een kelder wordt vergroot en uitgediept, waardoor deze geschikt wordt als woonlaag met badkamer en twee (slaap)kamers, en de zolderverdieping wordt verhoogd met een derde verdieping waarbij de zijgevels van het woonhuis ongeveer vier meter opgetrokken worden en worden voorzien van een nieuw mansardedak. Door de ophoging ontstaat een nieuwe, terugspringende voorgevel die zichtbaar is vanaf de straat. Ook de nieuwe kapvorm zal zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, doordat de zijgevels worden opgetrokken en de nieuwe kap op de verhoogd zijgevels begint. De goothoogte van het bestaande zadeldak van het woonhuis ligt op ongeveer 8,2 meter vanaf maaiveld. De goothoogte van het verhoogde gedeelte van het woonhuis komt op ongeveer 12,6 meter te liggen vanaf maaiveld.
De bestaande nokhoogte van het zadeldak van het woonhuis ligt op ongeveer 13 meter boven maaiveld. De nokhoogte van het voorgenomen mansardedak ligt op 15 meter boven maaiveld. De volgende paragraaf gaat in op de uitgangspunt van de welstandsnota van de gemeente en de van toepassing zijnde welstandscriteria voor wijzigingen aan het exterieur van een als Orde 2 aangewezen pand.
6 / 13
Gevelaanzicht voorgevel bestaand (links) en nieuw (rechts). De woning wordt van een nieuwe woonlaag in het souterrain voorzien, zodat aan de voorzijde twee koekoeken worden gemaakt. Op dit gevelaanzicht nieuwe toestand is ook de contour van de nieuwe mansardedak te zien. In oranje stippellijn de nokhoogte van het bestaande zadeldak, in zwarte stippellijn de nieuwe nokhoogte. Tevens is in oranje de bestaande goothoogte (8,2m+) aangegeven, in zwart de nieuwe goothoogte (12,6m+). Afbeelding: King Architecten.
ca. 12,6m+
ca. 8,2m+
ca. 15m+ ca. 13m+ Gevelaanzicht achtergevel bestaand (links) en nieuw (rechts). Naast een nieuwe woonlaag in het souterrain, worden de zijgevels met ongeveer 4 meter opgetrokken en van een nieuw mansardedak voorzien. De hoogte van de oorspronkelijke kap is met een oranje stippellijn gemarkeerd en ligt op ongeveer 13 meter boven maaiveld. Te zien is dat de nokhoogte van het nieuwe mansardedak hoger uitvalt, ongeveer 15 meter boven maaiveld.. In de nieuwe situatie is op de achtergevel de oorspronkelijke contour van de achtergevel gemarkeerd met een rode gestreepte lijn. Afbeelding: King Architecten.
7 / 13
ca. 15m+ ca. 13m+
Langsdoorsnede bestaand (links) en nieuw (rechts). Met een oranje stippellijn is de oorspronkelijke nokhoogte (13m+) en maaiveld gemarkeerd. In de nieuwe situatie is te zien dat het achterste gedeelte van de woning met een extra woonlaag wordt verhoogd, met een nieuwe nokhoogte van 15m+ maaiveld. Afbeelding: King Architecten.
Welstandscriteria Algemene uitgangspunten en welstandscriteria Het kader voor welstandstoetsing wordt gevormd door de welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam’. Amsterdam toetst op redelijke eisen van welstand met algemene criteria, gebieds-/systeemcriteria en (voor erfgoed) ordecategorieën.2 Het pand Tweede Oosterparkstraat 265 is gelegen in het welstandssysteem ‘19de eeuwse ring’. Hierop is een bijzonder welstandsniveau van toepassing. Dit betekent dat bij bouwinitiatieven een hogere bijdrage aan de omgevingskwaliteit wordt verwacht. Ingrepen moeten zorgvuldig en passend zijn in samenhang en detaillering. Volgens de welstandsnota geldt de kwalificatie ‘bijzonder’ voor gebieden die van groot belang zijn voor het stadsbeeld.3 Het welstandsbeleid is voor het betrokken perceel gericht op behoud en herstel van de visuele samenhang in de straatwanden. Voor de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing (waaronder ook Orde 2 panden vallen) wordt gestreefd naar behoud en herstel.4 Op de criteria die voor Orde 2 panden van toepassing zijn, wordt in een volgende subparagraaf nader ingegaan. In het gebied van de 19de-eeuwse Ring met bijzonder welstandsniveau zijn de onderstaande criteria van toepassing, waarbij de voor het voorgenomen bouwplan relevante criteria blauw gemarkeerd zijn: Ligging 1.
gebouwen voegen zich naar de stedenbouwkundige structuur met gesloten blokken en een directe koppeling aan overwegend stenige straten 2. gebouwen voegen zich naar de plek die ze innemen in het blok of ensemble 3. stedenbouwkundige accenten handhaven of terugbrengen 4. gebouwen oriënteren op de openbare ruimte en ontsluiten vanaf de straat 5. historische bebouwing met een afwijkende schaal zoals kerken en musea vormen onnadrukkelijke accenten in de openbare ruimte
2 Zie https://cok.amsterdam.nl/wp-content/uploads/2024/06/23385-welstandsnotawcag.pdf 3 Zie https://cok.amsterdam.nl/welstandsnota/toelichting-niveaus/ 4 Zie https://cok.amsterdam.nl/criteria/?address=Amsterdam+Tweede+Oosterparkstraat+265+&number=265&addition=
8 / 13
Massa 6. de bouwmassa en gevelopbouw harmoniëren met het karakter van de 19de-eeuwse Ring met kenmerken als rijzige gevels en een afgeschuind plat dak 7. de maat en schaal van het individuele pand komt in het straatbeeld tot uitdrukking in elementen zoals gevelverhogingen of dakkapellen met hijsbalken 8. variatie in daklijnen in het straatbeeld behouden (bestaande daklijn bij verbouwingen respecteren) Architectonische uitwerking 9. de architectonische uitwerking is stedelijk en de detaillering verzorgd 10. gevels hebben een verticale hoofdverdeling in combinatie met een horizontale subgeleding door een herhaling van gevelelementen 11. ingrepen zijn per blok of ensemble gelijk met herhalende architectonische kenmerken zoals staande vensters, entrees, balkons, gevelverhogingen en dakkapellen 12. gevels aan de openbare ruimte behandelen als voorgevel met een bescheiden plint en daarbij de begane grond net als de oorspronkelijke bebouwing voorzien van entreepartijen en vensters 13. bij ingrijpende vernieuwing zoeken naar een vormentaal passend bij de belendingen of karakteristieke panden in de directe omgeving 14. een afwijkende begane grondlaag zoals van een winkel afstemmen op de geleding, ritmiek en stijl van de gevel en straatwand 15. winkelpuien hebben een gesloten plint, een transparante pui en een lijst om de overgang naar de bovenliggende gevel te accentueren
Per relevant welstandscriterium (blauw gekleurde tekst) zal het voorgenomen bouwplan nader worden bekeken. Wanneer niet aan het welstandscriterium wordt voldaan, is de tekst oranje gekleurd om deze afwijking te markeren. Ad 2) Gebouwen voegen zich naar de plek die ze innemen: met het voorgenomen bouwplan wordt gekozen voor een afwijkende vormgeving van het grootste deel van de kap door de introductie van mansardedak in een van oorsprong als zadeldak uitgevoerde kapvorm. Deze combinatie van zadeldak met mansardedak komt niet in het bouwblok voor, zodat niet voldaan wordt aan dit welstandscriterium. Ad 3) Stedenbouwkundige accenten handhaven of terugbrengen: bij de introductie van een nieuw bouwvolume wordt niet uitgegaan van handhaving of terugbrengen van een bepaalde situatie. Hiermee wordt niet voldaan aan dit criterium. Ad 6) Bouwmassa en gevelopbouw harmoniëren met het karakter van de 19de eeuwse Ring met kenmerken als rijzige gevels en afgeschuind plat dak: de nieuwe dakvorm met mansardedak kan niet gezien worden als een afgeschuind plat dak. Het voorgenomen bouwplan voldoet niet aan dit criterium. Ad 7) De maat en schaal van het individuele pand komt in het straatbeeld tot uitdrukking: alhoewel het eerste deel van het pand in tact blijft met historische gevel en zadeldak, wordt het merendeel van het pand opgehoogd.
Deze ophoging zal zichtbaar zijn vanaf de straat, zodat de kap hoger is dan de voorliggende voorgevel. De maat en schaal van het individuele pand komt hiermee in de verdrukking, zodat niet voldaan wordt aan dit criterium. Ad 8) Bestaande daklijn respecteren bij verbouwingen: door de introductie van een nieuwe daklijn is geen sprake van respect voor de bestaande daklijn. Aan dit criterium voldoet het voorgenomen bouwplan niet. Ad 9) Architectonische uitwerking is stedelijk en de detaillering is verzorgd: bij de bouwtekeningen wordt een detaillering en materialisering voorgesteld die opgevat kan worden als stedelijk en verzorgd, ook al is de introductie van een geïsoleerde, gestuukte achtergevel afwijkend ten opzichte van het merendeel van de achtergevels. Ad 10) Gevels hebben een verticale hoofdverdeling met horizontale subgeleding: zowel de voorgevel als de achtergevel hebben door de vorm van de vensters een verticale hoofdgeleding. Door de gelijke, horizontale plaatsing van vensters is ook sprake van een horizontale subgeleding.
9 / 13
Ad 11) Ingrepen zijn per blok of ensemble gelijk met herhalende architectonische elementen: bij het bouwplan wordt een gecombineerde kapvorm geïntroduceerd van een zadeldak met mansardedak. Dit architectonische element is binnen het bouwblok niet aanwezig, zodat er geen sprake is van een gelijke aanpak van herhalende architectonische elementen. Ad 13) Bij ingrijpende vernieuwing zoeken naar een vormentaal passend bij belendingen: in lijn met criterium 13 is ook hier geen sprake van afstemming van een vormentaal passend bij belendingen. Het bouwplan introduceert een nieuw element in de vorm van een gecombineerd zadeldak/mansardedak. Dit is niet passend bij de belendingen. Uit het bovenstaande blijkt dat bij twee van de negen relevante welstandscriteria wordt voldaan aan de voorgeschreven uitgangspunten. Dat betekent dus ook dat bij zeven criteria niet wordt voldaan aan de uitgangspunten zoals voorgeschreven in de Welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam’. Specifieke welstandscriteria Naast bovenstaande algemene welstandscriteria zijn ook criteria opgesteld voor specifieke, veelvoorkomende bouwplannen. Het voorgenomen bouwplan kan opgevat worden als dakuitbreiding waarmee de binnenruimte op het dak of in de kap groter wordt. Er kan volgens de Welstandsnota een onderscheid worden gemaakt tussen een dakverhoging, dakuitbouw en een dakopbouw:5 Dakverhoging
Een dakverhoging is het enigszins hoger maken van een (bijna) plat dak en vooral te vinden in de 19de-eeuwse Ring en Gordel ’20-’40. Met deze ingreep is het mogelijk een bestaande zolderverdieping te laten voldoen aan de hoogte die het Bouwbesluit stelt aan verblijfsruimten. Voorwaarde hiervoor is dat de dakverhoging zo min mogelijk zichtbaar is en dat de dakranden in het zocht vanuit de openbare ruimte niet onderbreekt.
Dakuitbouw
Een dakuitbouw is een uitbreiding van een bestaande (schijn)kap en is vooral te vinden in de 19de-eeuwse Ring en Gordel ’20-’40. Een dakuitbouw is wat betreft vorm en plaatsing te beschrijven als dakkapel in de dakvoet. Deze wordt doorgaans toegepast in de dakvlakken aan de zij- en achterkant. Met een goede dimensionering zijn de niet nadrukkelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
Dakopbouw
Een dakopbouw is de toevoeging van en verblijfsruimte of zelfs een volledige verdieping op een plat dak. Dit type is met name te vinden op tweedaagse bebouwing van woonwijken in het Algemene Uitbreidings Plan (AUP) en op de IJlanden. Met het plaatsen van een dakopbouw verandert het profiel van het gebouw, wat gevolgen heeft voor het straatbeeld. Dakopbouwen zijn vrijwal altijd nadrukkelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
Wanneer het bouwplan langs bovenstaande definities wordt gelegd, moet worden vastgesteld dat er sprake is van een dakopbouw. Hiervoor gelden zowel algemene als specifieke welstandscriteria, die hierna zullen orden toegelicht en getoetst: Algemeen A. afgestemd op het hoofdgebouw, passend in het daklandschap B. uitvoeren gelijkvormig aan eerder geplaatste dakuitbreidingen op het betreffende dakvlak (trendsetter) C. een eerste dakuitbreiding op een dakvlak van een ensemble krijgt als nieuwe trendsetter een gewogen oordeel D. de in maatvoering meest bescheiden oplossing heeft de voorkeur E. in vorm en detaillering terughoudend en afstemmen op het hoofdgebouw en ensemble F. materiaal en kleur afstemmen op het hoofdgebouw en ensemble
5 Zie https://cok.amsterdam.nl/criteria/?address=Amsterdam+Tweede+Oosterparkstraat+265+&number=265&addition=
10 / 13
Dakopbouwen G. uitvoeren met een plat dak H. in het zijdakvlak van een dwarskap: - lengte niet meer dan 50% van het betreffende dakvlak en terugliggend plaatsen op een afstand van minstens 25% vanuit van de voor- en achterzijde - de hoogte van het kozijn is niet meer dan 2,20 m (gemeten van de voet van de dakuitbouw) - de hoogte van de dakuitbouw is niet meer dan 2,50 m boven de verdiepingsvloer I. op een achterdakvlak achter een schijnkap: - onder de nok van de schijnkap (zo nodig uitvoeren met een terugliggende verhoging) en in beginsel terugliggend ten opzichte van de achtergevel J. uitvoeren met ondoorzichtige zijwangen en een bescheiden boeiboord K. bij een mansardekap niet hoger dan de knik in het dakvlak Erfgoed L. dakuitbreidingen bij monumenten, orde 1 en 2 alleen als deze de architectuur van het pand niet aantasten, dit vereist altijd een gewogen oordeel Net als bij de beoordeling van de eerdere algemene welstandscriteria worden ook hier de specifieke criteria voor dakopbouwen behandeld, waarbij in kleur aangegeven wordt of ze van toepassing zijn (bovenstaand, in blauw) en of er aan wordt voldaan of niet (in dat laatste geval hieronder oranje gekleurd). Ad A) Afgestemd op het hoofdgebouw, passend in het daklandschap: de dakopbouw is uitgevoerd met een mansardedak, terwijl de dakvorm van het hoofdgebouw een zadeldak is.
Met de introductie van een nieuwe kapvorm is geen sprake van een afstemming op het hoofdgebouw. Ad D) De meest bescheiden oplossing heeft de voorkeur: door de ophoging van de zijgevels met ongeveer vier meer en de verhoging van de nokhoogte met ongeveer twee meter is duidelijk niet de meest bescheiden oplossing gekozen. Ad E) In vorm terughoudend en afstemmen op het hoofdgebouw: door de verhoging van de nok, de zichtbare sprong in de dakvorm en door de introductie van een nieuwe, terugliggende voorgevel is er geen sprake van een terughoudende vormgeving die afgestemd is op het hoofdgebouw. De nieuwe toevoeging overstemt juist het bestaande volume. Ad F) Materiaal en kleur afstemmen op het hoofdgebouw: hieraan wordt niet voldaan, doordat een bitumen dakbedekking wordt toegepast, zowel op het bestaande dakvlak als het nieuwe dakvlak. Hiermee wordt afgeweken van de oorspronkelijke afdekking met dakpannen. Daarnaast worden de nieuwe voorgevel van de dakopbouw en de achtergevel voorzien van een nieuwe isolerende, gestuukte wandafwerking. Dit wijkt af van bestaand en van omringende gevels. Ad G) Dakopbouwen uitvoeren met plat dak: de dakopbouw wordt uitgevoerd als mansardedak, niet als plat dak. Ad H) In het zijdakvlak van een dwarskap: de bestaande dakkapellen zijn in het zijdakvlak van de dwarskap geplaatst, maar de huidige dakopbouw vervangt de gehele kap.
Ook wordt niet voldaan aan de voorgeschreven dimensies: er is sprake van 100% ophoging, de hoogte van de nieuwe kozijnen vallen hoger uit dan de voorgeschreven 2,2 meter (gemeten vanaf de voet dan de dakuitbouw) en de hoogte van de uitbouw is ruim meer dan de voorgeschreven 2,5 meter boven de verdiepingsvloer. Ad I) Op een achterdakvlak van een schijnkap: in zoverre het oorspronkelijke puntje van het zadeldak is op te vatten als schijnkap, wordt met de ophoging van het achterste deel niet voldaan aan dit criterium. Ad L) Dakuitbreidingen bij orde 2 als deze de architectuur van het pand niet aantasten: de introductie van een nieuwe kapvorm die hoger is dan de nok van de bestaande kap, voor een groter deel dan het gedeelte onder de bestaande kap, kan gezien worden als een aantasting van de oorspronkelijke architectuur. Het toevoegen van een substantiële dakopbouw waarbij een nieuwe voorgevel ontstaat en de bestaande achtergevel wordt verhoogd breekt met de oorspronkelijke opzet van het woonhuis.
11 / 13
Uit de analyse van de algemene en specifieke welstandscriteria voor dakopbouwen blijkt dat het bouwplan aan geen van de relevante criteria voldoet.
Criteria Orde 2-panden De Welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam gaat niet alleen in op de algemene of specifieke welstandscriteria, maar omschrijft ook de uitgangspunten voor de ruimtelijke kwaliteit die samenhangt met het specifieke Orde-systeem van de gemeente.6 Niet alleen monumenten of architectonische hoogtepunten zijn van cultuurhistorisch belang, maar ook het weefsel tússen de beschermde monumenten. Om ervoor te zorgen dat ook zorgvuldig wordt omgegaan met waardevolle panden en gebieden die niet wettelijk beschermd zijn, heeft Amsterdam waarderings kaarten opgesteld voor veel gebieden. Zo zijn er waarderingskaarten voor de Binnenstad, de Gordel ’20-’40, de 19de-eeuwse Ring en de AUPgebieden. Hierin worden de buurten in hun samenhang en onderlinge verscheidenheid beschreven en met elkaar vergeleken. De bebouwing is vervolgens op pandniveau gewaardeerd in vier (19de-eeuwse Ring en Gordel ’20-’40) respectievelijk drie ordes (Binnenstad en AUP gebieden), opklimmend van de laagste basis orde respectievelijk orde 3 naar de hoogste orde 1. De criteria die uit de waardering van de architectuur in deze kaarten zijn afgeleid, vormen de basis voor de welstandsbeoordeling van bouwinitiatieven.
Met uitzondering van de Waarderingskaart Beschermd Stadsgezicht Centrum zijn niet alleen de individuele gebouwen gewaardeerd, maar is ook aan de stedenbouwkundige samenhang een waardering gegeven. In deze gebieden speelt deze stedenbouwkundige waardering eveneens een rol bij de beoordeling van plannen. De 19de-eeuwse Ring laat als geheel een sterk samenhangend stadsbeeld zien. Niet alle bebouwing heeft echter dezelfde architectonische waarde of stedenbouwkundige kwaliteit. Op de waarderingskaarten wordt de architectonische kwaliteit van de bebouwing in een opklimmende waardering aangegeven met basisorde, orde 3, orde 2 en orde 1. In de waarderingskaarten is bovendien aandacht voor architectuureenheden, accenten en symmetrische bebouwing. Ook deze aspecten worden bij de beoordeling van plannen betrokken. Omdat het niet alleen om het individuele gebouw gaat, maar ook om stedenbouwkundige samenhang, is ook aan de stedenbouw een waardering gegeven, oplopend van basiszone naar zone 3, zone 2 en zone 1. Door de combinatie van deze twee waarderingssystemen kan genuanceerd naar een bepaalde bebouwing worden gekeken. Architectuur met een lage waardering in een stedenbouwkundig hoogwaardig gebied vraagt om een zorgvuldiger beoordeling dan in een stedenbouwkundig laag gewaardeerd gebied: ordes en zones versterken elkaar of geven nuancering.
Orde 2: Dit zijn monumentwaardige bouwwerken met nadrukkelijke architectonische verbijzondering en bouwwerken met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Voor de aanpak van gevels en kap grenzend aan openbaar gebied geldt als uitgangspunt het handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. In geval van storende verminkingen de oorspronkelijke bouwmassa reconstrueren. Het gebruik van niet-oorspronkelijke materialen is niet uitgesloten mits dit visueel overeenkomt met de oorspronkelijke vorm, maat, detaillering, verhouding en kleur. Voor achtergevels geldt:redelijke eisen van welstand. Uit bovenstaande tekst blijkt de hoge waardering, ook voor Orde 2-panden waartoe het pand aan de Tweede Oosterparkstraat 265 behoort. In de laatste alinea is de zin “In geval van … reconstrueren” vetgedrukt: met de huidige situatie van het dak - een afgetopt zadeldak met twee brede dakkapellen die samen een plat dak vormen - is eigenlijk sprake van een verminkt zadeldak. Een bouwinitiatief zou zich volgens bovenstaande criteria moeten richten op de reconstructie van de oorspronkelijke situatie dan de introductie van een nieuwe situatie die - volgens de analyse van de relevante welstandscriteria - niet aan de redelijke eisen van welstand voldoet.
6 De hiernavolgende tekst is overgenomen uit de Welstandsnota, pp. 31-35.
12 / 13
Conclusies Het voorgenomen plan om het woonhuis Tweede Oosterparkstraat 265 te voorzien van een woonlaag blijkt na een toets op de relevante criteria niet te voldoen aan de redelijke eisen van welstand. De locatie is gelegen binnen het welstandssysteem 19de-eeuwse Ring waarvoor een bijzonder welstandsniveau geldt. Hierdoor wordt aan bouwinitiatieven een hogere bijdrage aan de omgevingskwaliteit verwacht. Uit de toetsing blijkt dit niet het geval: de voorgestelde gewijzigde bouwmassa harmonieert door de introductie van een hoger bouwvolume op een deel van het perceel niet met het karakter van de 19de-eeuwse Ring. Zo wordt de bestaande daklijn niet gerespecteerd en kan de nieuwe combinatie van zadeldak en mansardedak niet gezien worden als een passende nieuwe kapvorm voor Orde 2-panden. De gewenste uitbreiding van Tweede Oosterparkstraat 265 met een derde verdieping kan beschouwd worden als een dakopbouw, in tegenstelling tot een dakverhoging of een dakuitbouw. De welstandsnota omschrijft dit type opbouw als on-eigen voor bebouwing binnen de 19de-eeuwse Ring. Bij de beoordeling van de opbouw aan de hiervoor geldende criteria blijkt wel waarom: geen van deze speci eke welstandscriteria voor dit type bouwwerk wordt met het bouwplan gehaald. Treffend voor het voorgestelde ontwerp is hoe afgeweken wordt het criterium ‘de in maatvoering meest bescheiden oplossing heeft de voorkeur’.
Uit het plan blijkt dat gekozen is voor maximalisatie van woonoppervlak op het perceel: het uitdiepen van de kelder en toevoegen van een woonlaag in het souterrain, het aan de achterzijde vergroten van de woonverdieping op de begane grond en het toevoegen van een extra, derde verdieping voor het merendeel van de zolderverdieping. Op alle onderdelen is het ontwerp gericht op maximalisatie van oppervlak en volume. Uit de plantekeningen blijkt dat de zijgevels opgetrokken worden naar een hoogte van 12,6 meter boven maaiveld. Hiermee komt ook de goothoogte op 12,6 meter boven maaiveld te liggen, zodat niet voldaan wordt aan de bepaling voor de maximale goothoogte in het omgevingsplan bestemmingsplan Oosterparkbuurt (2012) van 10 meter. Nu het voorgenomen bouwplan zowel niet voldoet aan redelijke eisen van welstand als niet binnen de ruimtelijke regels vanuit het geldende bestemmingsplan past, lijkt de omgevingsvergunning op onjuiste gronden te zijn verstrekt.
fi
13 / 13