Conceptverslag ZJS 03-02-2022
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
CONCEPT VERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Zorg, Jeugdzorg en Sport Donderdag 3 februari 2022 van 09.00-11.33 uur digitaal Donderdag 7 april 2022
Voorzitter: mevrouw Nadif Portefeuillehouders: wethouder Kukenheim Commissiegriffier: mevrouw Van Klooster Verslaglegging: de heer Kuiper Aanwezige commissieleden: mevrouw Bloemberg-Issa (PvdD), de heer Flentge (SP), mevrouw De Grave-Verkerk (VVD), mevrouw Grooten (GroenLinks), mevrouw Kiliç (DENK), mevrouw Van der List (GroenLinks), de heer Mangal (DENK), mevrouw Michel (CDA), mevrouw Poot (VVD), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw La Rose (PvdA), de heer Veldhuyzen (BIJ1), de heer Warmerdam (D66) Afwezige commissieleden: Overige aanwezigen:
1. Algemeen deel De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en heet iedereen welkom. a. Mededelingen De VOORZITTER merkt op dat dit de laatste commissievergadering is van deze bestuursperiode. In verband daarmee staat het presidium toe dat onderwerpen desgewenst geagendeerd kunnen worden voor de eerstvolgende, in plaats van de gebruikelijke tweede raadsvergadering na deze commissievergadering. De heer FLENTGE kan vanwege zorgtaken thuis niet veel inbreng hebben in de ochtenduren van deze vergadering. Mevrouw VAN PIJPEN en de heer Flentge hebben schriftelijk contact gehad met Zilveren Kruis over de personenalarmering. Desgewenst zullen zij de informatie doorsturen. Bekeken wordt of het mogelijk is om een gesprek met Zilveren Kruis over het onderwerp te organiseren. Zilveren Kruis heeft gevraagd een dergelijk gesprek besloten te laten zijn. Zij vraagt de andere leden om bij haar of de heer Flentge aan te geven of zij er gebruik van willen maken. Wethouder KUKENHEIM brengt in herinnering dat zij in de commissievergadering van december aan de heer Mangal heeft toegezegd na te zullen gaan of de gemeente zaken doet of contracten heeft met Kompas Jeugdzorg. Dat blijkt niet het geval te zijn. b.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent het procedureel gedeelte van de vergadering. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER meldt dat twee leden zich hebben aangemeld met een bijdrage voor de geheime raadsvoordracht (agendapunt 3). Er is voor bespreking ervan echter ook een quorum vereist. De voordracht zal daarom niet inhoudelijk worden besproken in de commissie. Zij wordt geacht gereed te zijn voor behandeling in de raad. Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat het kabinetstuk wat haar fractie betreft niet gehamerd kan worden in de raad. De VOORZITTER concludeert dat het kabinetstuk kort besproken zal worden in de raad. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie ZJS d.d. .13 januari 2022 Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda Mevrouw VAN DER LIST vraagt of de wethouder iets kan zeggen over het actieplan vanuit het Rijk voor niet-rechthebbende dakloze mensen. Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat zij het plan nadat het gereed is aan de commissie zal sturen. Zij zal navragen of er al iets meer over te zeggen is. f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken. TKN-7 is geagendeerd voor de vergadering van vandaag door mevrouw Van Pijpen. TKN-9 is door mevrouw El Ksaihi geagendeerd voor de eerstvolgende vergadering. g.
Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke gedeelte van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
De heer HENDRIKS spreekt namens de klankbordgroep Gezondheid over het standpunt van de GGD inzake windturbines en gezondheid. Zijn vragen gaan over het standpunt van de GGD om drie actuele redenen. Er is over windturbines in relatie tot gezondheid en afwegingskader een raadsbrief verschenen waarin staat dat conclusies over dat onderwerp met een nieuwe ronde wordt gerekt. Er komt een plan-MER waarin uitgezocht wordt welke gezondheidsschade te verwachten valt in zoekgebieden. Normen daarvoor moeten nog komen. De wethouder heeft die gevraagd aan de expertgroep, die wordt begeleid door de klankbordgroep. Deze laatste heeft kort geleden een gesprek gehad met de expertgroep. Aanleiding daarvoor was een zeer ongeruste brief die naar de expertgroep gestuurd was vanwege de opbrengsten van het genoemde gesprek. Het gesprek lijkt niet op gang te komen. Een meerderheid lijkt de meningen door te drijven. De klankbordgroep probeert het gesprek over het onderwerp tussen voor- en tegenstanders van turbines gaande te houden. Ze heeft er bij de expertgroep op aangedrongen om de polarisatie niet verder op te voeren door met een meerderheidsadvies te komen. Hij heeft de genoemde brief van de klankbordgroep bijgevoegd bij het per mail aan de commissie gestuurde stuk. Ook is de brief naar alle raadsleden gestuurd.
Een van de leden van de expertgroep, een medewerker van de GGD Amsterdam, heeft in een recent webinar van GroenLinks en PvdA verteld dat er een standpunt van de GGD bestaat over normen die aangehouden zouden moeten worden. Hij noemde daarbij de 45 Lden-advieswaarde die de WHO in een rapport van 2018 heeft genoemd, met veel mitsen en maren en niet-beantwoorde zorgen over de toepassing daarvan. De klankbordgroep is daarover heel verrast, want het gesprek in de expert- en de klankbordgroep gaat over die mitsen en maren. Hij vraagt of 45 Lden inderdaad het standpunt is van de GGD. Kent de wethouder dat standpunt? Waarom wordt het nergens genoemd in raadsbrieven of andere gemeentelijke stukken over windturbines? Wat vindt de wethouder ervan als de GGD geen standpunt heeft, maar een medewerker van die organisatie dat wel uitdraagt op bijeenkomsten buiten de stad? Wat vindt de wethouder ervan dat het naar buiten brengen van dit standpunt plaatsvindt terwijl het proces met expert- en Klankbordgroep nog loopt? Hoe moet de Klankbordgroep doorgaan? De heer VENEMAN spreekt namens de Buren van Jaap Eden over Haalbaarheidsonderzoek herontwikkeling Jaap Eden IJscomplex. De Buren van Jaap Eden maken zich zorgen over de herontwikkeling van de ijsbaan. Iedereen draagt de Jaap Edenbaan een heel warm hart toe, ondanks overlast door parkeren, licht en geluid.
Natuurlijk moet de Jaap Edenbaan moderniseren. Het moet duurzamer en veiliger worden. Niemand is daar tegen, zeker niet de buren, die nog weten hoe ze werden geëvacueerd uit hun huizen na een lek in de oude installatie. Eind vorig jaar werden de bewoners echter door middel van een in alle haast georganiseerde informatieavond gewezen op een alternatief plan voor herontwikkeling. Dat plan lag twee werkdagen later al bij het college. Het voelde als duwwerk van de betrokken ambtenaren. De belangrijkste zorg is echter dat er een plan is ontwikkeld buiten de grenzen van de baan dat ten koste gaat van een groot stuk groen, grenzend aan het blok huizen van de buren. Dat groen herbergt volwassen bomen, spechten, gaaien, huismussen, vleermuizen en egels. Het groen vorm een buffer tussen het licht en gewoel van de Jaap Edenbaan en de huizen. Dat plan gaat volledig in tegen de groenvisie van de stad die juist staat voor behoud van en meer groen. Als de Jaap Edenbaan uitbreidt op het groen achter zijn huis, betekent dat ruimere kleedkamers, meer doorloopruimte voor de schaatsers. De directeur van de Jaap
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
Edenbaan zei zelf dat het ook zonder kan. Er zal een uniek stuk flora en fauna op deze manier verdwijnen, en een buffer van licht en geluid. In plaats daarvan mag het af- en aanrijden verwacht worden van leveranciers. Dit alles roept veel weerstand op bij de bewoners. Hij vraagt bij het bespreken van de plannen de focus te leggen op het bestaande ijsbaanterrein en de variant ten koste van het groen te laten voor wat het is. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA vraagt of het klopt dat de herontwikkeling binnen het huidige terrein van het Jaap Eden IJscomplex plaats kan vinden. Hoeft er dus geen groen verloren te gaan? De heer VENEMAN bevestigt dat. Al in september 2021 is al een plan ontwikkeld dat binnen het terrein van de ijsbaan bleef, met behoud van groen. Het was alleen wat minder gemakkelijk. Het komt neer op kleedkamers versus groen. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt of er ook contact is geweest met het stadsdeel en de scouting. De heer VENEMAN antwoordt dat er geen contact meer is geweest met de stad en de betrokken ambtenaren. Wel is er nog contact met de scouting. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingebracht. d. Rondvraag De heer VELDHUYZEN heeft vernomen dat de noodopvang voor dak- en thuislozen, nu nog open vanwege corona, dreigt te sluiten op 9 februari a.s. Hij vraagt of dat inderdaad zo is.
Wethouder KUKENHEIM bevestigt dat de noodopvang op 9 februari gaat sluiten. Deze noodopvang is gevolgd uit een aanwijzing van het ministerie. Op 26 januari heeft het ministerie naar aanleiding van de versoepelingen die aangekondigd werden op de persconferentie de richtlijn gewijzigd. De oproep aan de gemeenten om vanwege corona noodopvang te organiseren is niet meer van kracht. De gemeenten kregen twee weken de tijd om de noodopvang af te bouwen. Vanaf 27 januari worden geen nieuwe mensen meer toegelaten in de noodopvang. Er zal voor alle bezoekers van de noodopvang verdiepende screenings plaatsvinden om de perspectieven zichtbaar te maken. Op woensdag 9 februari sluit de noodopvang dus definitief. Dan valt men terug op de reguliere voorzieningen, met de winteropvang Transformatorweg die uitgebreid is naar het hele jaar. Daarnaast is er de winterkoudeopvang voor erg koude periodes. De grootste doelgroep bestaat uit ongedocumenteerden of EU-burgers. Er zijn ongeveer 54 mensen met een Nederlandse nationaliteit, 69 ongedocumenteerden, 86 EU-burgers en van 46 mensen is de afkomst onduidelijk. De heer VELDHUYZEN vraagt of de wethouder bereid is om in G4-verband bij het kabinet te bepleiten om de noodopvang nog wat langer open te houden, zodat er meer 4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
tijd is voor verdiepende vragen en het zoeken naar een oplossing voor de betrokkenen die op straat dreigen te komen te staan. Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat zij zal nagaan of alles volgens schema verloopt. Mocht blijken dat er wat meer tijd nodig is, kan er een mauw aan gepast worden. De regels zelf wil ze niet meer veranderen. Er worden geen nieuwe mensen toegelaten. Op het moment heeft zij geen signaal dat er meer tijd nodig is, maar zij zal het nog eens extra vragen. Mevrouw DE GRAVE-VERKERK vraagt de wethouder of zij bekend is met de problematiek die de inspreker de heer Hendrik schetste. Kan zij een update geven van de voortgang? Als die nu niet mogelijk is, ontvangt zij graag binnenkort een raadsbrief. Is de wethouder daartoe bereid? Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat de geschetste problematiek gaat over de zorgen van de klankbordgroep ten opzichte van de expertgroep. Voor zover zij weet loopt dat proces nog en zij wil het nu niet verstoren. Wethouder Van Doorninck heeft in haar commissie aangegeven hoe de commissieleden in het vervolg geïnformeerd worden. Daaraan wil zij graag vasthouden, liever dan een dossier ‘windmolens’ te openen in de commissie ZJS. De heer MANGAL herinnert aan het rumoer rond de loden leidingen en de kwaliteit van het drinkwater. Lood zit ook in het oppervlaktewater in de vorm van vislood.
Wat doet de gemeente tegen het gebruik van vislood? Op de website van de Amsterdamse Hengelsportvereniging levert de zoekopdracht ‘vislood’ niets op. Wil de wethouder er bij deze vereniging op aandringen iets aan het vislood te doen? Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat zij niet op de hoogte is van het aandeel vislood in het oppervlaktewater. Zij zal het uitzoeken en komt erop terug. BESPREEKPUNTEN Sport en Recreatie 4. Haalbaarheidsonderzoek Herontwikkeling Jaap Eden IJscomplex (ZD2021-016044) Mevrouw BLOEMBERG-ISSA leest in het stuk over het beter op elkaar aan laten sluiten van de twee ecologische structuren van de hoofdgroenstructuur. Dat wordt echter niet concreet gemaakt. Gaat men daarmee aan de slag in de uitwerkingen? De mogelijkheden zouden bekeken worden om ook uit te gaan breiden op het terrein naast de Jaap Edenbaan, waar nu de scouting zit en veel bomen staan. De inspreker had het ook daarover. Daarbij gaat het om een leefgebied voor veel dieren, zoals vogels, egels en vleermuizen. Zij vraagt waarom onderzocht moet worden of dit groen kan worden opgeofferd voor verdere uitbreiding buiten de kavel. Is de wethouder bereid om voor het scenario te gaan van herontwikkeling binnen de huidige kavel van de Jaap Edenbaan? Zij heeft ook buurtbewoners gesproken. Ook die zijn geen voorstander van uitbreiding van de bebouwing buiten de kavel, ten koste van het groen.
Zoals de inspreker al zei, vormen de bomen een natuurlijke buffer tegen het licht. Is de wethouder bereid om het plan zo in te richten dat het groen behouden blijft? Hoe zien andere raadsleden dat? Zijn er op dit moment
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
ook plannen om zonnepanelen te leggen op de nieuwe ijshallen? Op welke momenten in de komende periode kan nog bijgestuurd worden, voor eind van dit jaar een definitief besluit wordt genomen? Mevrouw POOT is heel blij met deze herontwikkeling. Het is fantastisch dat de Jaap Edenbaan op dezelfde plek weer terugkomt. Zij persoonlijk vindt het ook fantastisch dat de baan onoverdekt blijft. Het zou heel mooi zijn als het terrein van de Jaap Edenbaan meer openbaar wordt en een verbinding krijgt met de buurt en de rest van de sportvelden. Er staan nu hekken, wat het vrij lastig maakt om er als publiek heen te gaan. Zij vraagt in welk scenario die openheid het beste gecreëerd kan worden. Is dat in het ‘nice to have’-scenario? Haar fractie zou het in ieder geval heel goed vinden als de aansluiting tussen buurt en andere sportvelden er in sterke mate is. In de zomer ligt er geen ijs op de Jaap Edenbaan. Er moet ingezet worden op een mogelijkheid om het terrein ook in de zomer te gebruiken. Dat kan wellicht als het terrein wat opener wordt gemaakt. Zij vraagt een reactie van de wethouder. Zij heeft zelf gezien over welk stuk groen de inspreker het had. Zij vraagt in hoeverre er nog andere mogelijkheden zijn. Zij begrijpt de inspreker, maar als de Jaap Edenbaan wordt herontwikkeld dan moet dat in een keer voor de komende decennia voor elkaar zijn.
Hoe verhoudt zich die wens tot het intact houden van de groenstrook? Mevrouw VAN PIJPEN is blij dat de Jaap Edenbaan op deze manier duurzaam herontwikkeld wordt. Zij heeft begrepen dat de scouting voorstander is van het betrekken van de groenstrook bij het plan, waarover ook de inspreker het had. Het is belangrijk om te streven naar een behoud van het groen. Er worden in het plan acht parkeerplaatsen op het terrein gereserveerd. Ook is er een groot parkeerterrein ervoor. Er zijn dus meer mogelijkheden om het terrein uit te breiden. Het is belangrijk dat de belanghebbenden het gesprek verder aangaan, met aandacht voor het belang van het groen. Mevrouw MICHEL is blij dat er een plan ligt met zo duurzaam mogelijke nieuwbouw. Zij vraagt een toelichting van de wethouder op het zogenaamde ‘nice-to-haveplan’, met de genoemde haastbijeenkomst. Wat was de bedoeling van de gemeente met dat plan? Verder vraagt zij of de daken groen worden of dat er zonnepanelen komen. Of staan er te veel installaties op voor dat soort dingen? Het is belangrijk om oog te hebben voor de realiteit. IJskoeling vraagt veel energie, hoe duurzaam de ijsbaan ook is. Zij vraagt, gezien de huidige energieprijzen, of er een energieprijs is waarboven men afziet van de nieuwbouw, omdat de exploitatie niet haalbaar zou zijn en het hele plan in de ijskast verdwijnt.
Het zou zonde zijn om na voltooiing van het werk tot de conclusie te moeten komen dat de nieuwe baan niet in gebruik genomen kan worden en er een leeg ijspaleis komt te staan op het sportpark Middenmeer. Wethouder KUKENHEIM deelt de blijdschap over het behoud van de buitenbaan. De Jaap Edenbaan heeft een regionale functie. Het is de bedoeling om het complex te verduurzamen en door een extra hal ervoor te zorgen dat de verenigingen voor ijshockey, kunstschaatsen en hardschaatsen kunnen groeien. De Jaap Edenbaan is een plek voor breedtesport, maar op een manier die het mogelijk maakt dat verenigingen zich kunnen ontwikkelen en aan de top meedoen. Zij is dus enthousiast over de plannen.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
Zij snapt de bewoner die kwam inspreken over het groen dat hij wil behouden. Zij zegt toe dat er vanaf nu goed met de bewoners overlegd zal worden om samen het ontwerpproces te doorlopen. Ook zijzelf en de Jaap Edenbaan zijn gesteld op het stuk groen. Misschien is het mogelijk om met een andere indeling veel groen te behouden, waarbij het hele park meer opengemaakt zou worden voor het publiek, zoals ook mevrouw Poot vraagt. Nu is het een vrij gesloten park met veel hekken. Over dat open park wordt nu niet besloten. Zij zegt toe dat de mogelijkheden daartoe zullen worden onderzocht met scouting, bewoners en de Jaap Edenbaan. Zij antwoordt mevrouw Bloemberg-Issa dat de Jaap Edenbaan tot de hoofdgroenstructuur behoort. Daarover staat het een en ander in het stuk dat wethouder Van Doorninck heeft gestuurd. Zonnepanelen maken onderdeel uit van de plannen. Eind 2022 volgt het uitvoeringsbesluit. Zij antwoordt mevrouw Poot dat de mogelijkheden voor een open park besproken zullen worden. In die gesprekken, waarbij ook de bewoners aanwezig zijn, zal ook het gebruik van het terrein in de zomermaanden besproken worden. Dat is ook een exploitatievraag voor de Jaap Edenbaan. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA dankt voor de toezeggingen. Zij vraagt de raad te informeren wanneer meer duidelijkheid komt te bestaan over het gekozen scenario, met de vraag of de groenstrook behouden kan blijven.
Zij wil voorkomen dat er straks een definitieve variant verschijnt zonder dat nog bijgestuurd kan worden. Kan de wethouder toezeggen dat er voor de zomer nog een brief aan de raad gestuurd wordt met de stand van zaken? Wethouder KUKENHEIM twijfelt erover dat toe te zeggen. Zij wil het proces met de betrokkenen niet doorkruisen. Als men ervoor kiest om met de bewoners te betrekken aan de tekentafel, moet de raad dat ook durven. Als men de stad meer wil laten praten, moet de raad af en toe durven afwachten wat daaruit komt. Naast het groen, zijn er meerdere belangen in het gebied, zoals die van de schaatsers of de bewoners die niet willen dat de gebruikers van de baan parkeren voor hun deur. De Jaap Edenbaan en het college zien het belang van de groene plek. Zij zegt nogmaals toe dat de bewoners gelegenheid krijgen daarover mee te praten. Zij antwoordt mevrouw Michel dat in de studie rekening is gehouden met de energieprijzen. Toch zullen nog nadere gegevens worden opgevraagd over de ontwikkeling van de energieprijzen. Daarop komt zij nog terug. Mevrouw VAN PIJPEN begrijpt van de wethouder dat de Jaap Edenbaan vanuit de regionale functie een parkeerplaats moet hebben. Zij wijst erop dat mensen uit de regio hun auto niet per se voor de Jaap Edenbaan hoeven te parkeren. Als men buiten het terrein kijkt voor uitbreiding is het zaak nadrukkelijk oog te hebben voor het parkeren.
Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat niet iedereen met de auto komt. Veel mensen komen met de fiets of met het ov. Er moet daarom gezocht worden naar een balans. Als je niets aan parkeren doet, zijn de bewoners in de buurt de klos. Mensen komen toch vaak met de auto, waardoor problemen kunnen ontstaan voor de bewoners. Het onderwerp heeft de aandacht. Zij heeft er al over gesproken met wethouder De Vries.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat het er gestuurd moet worden. Je kunt sturen met welk vervoermiddel mensen uit de regio naar de Jaap Edenbaan komen. Zij hoopt dat de wethouder dat met haar eens is. Wethouder KUKENHEIM bevestigt dat, maar vraagt aandacht voor de grenzen die daarbij bestaan. Zo wordt er met de Jaap Edenbaan gepraat over kluisjes voor de bezoekers, die ruimte nemen en ten koste kunnen gaan van bomen en groen. De Jaap Edenbaan reageert dan door te zeggen dat kluisjes betekenen dat bijvoorbeeld ijshockeyers hun materialen op de club kunnen houden. Die kunnen al hun spullen niet met de fiets vervoeren. Kunnen de ijshockeyers hun materiaal op de club houden, dan kunnen ze meer gaan fietsen, waardoor weer minder geparkeerd hoeft te worden. Het is dus veel gepuzzel met alle belangen. Mevrouw POOT wijst erop dat het met parkeren niet alleen over de Jaap Edenbaan gaat. De meeste bezoekers zullen met de fiets komen. Bezoekers aan de andere sportvelden, zoals voetbalvelden met veel bezoek van regionale teams, zullen logischerwijs wel vaak met de auto komen. Zij vraagt daarmee rekening te houden. Wethouder KUKENHEIM is het daarmee eens. De parkeerproblematiek wordt niet alleen bekeken voor de bezoekers van de Jaap Edenbaan, maar voor bezoekers van het gehele gebied. Er wordt op dit moment namelijk al verkeerproblematiek ervaren.
Mevrouw BLOEMBERG-ISSA merkt op dat haar fractie er zeker voorstander van is om bewoners goed in het proces te betrekken. Toch wil zij ook haar controlerende functie goed uit kunnen oefenen en geïnformeerd blijven over het proces. Hoe verlopen de gesprekken met belanghebbenden en bewoners, en krijgt het groen daarbij voldoende aandacht? Zij blijft bij haar verzoek aan de wethouder om een tussenrapportage te sturen over het proces, de participatie en verdere uitwerking van de plannen. Wethouder KUKENHEIM wijst erop dat de commissie niet lang geleden op werkbezoek zijn geweest. Dat zijn de momenten waarop raadsleden zich op de hoogte kunnen stellen van de stand van zaken. Zij wil niet afwijken van de normale ruimtelijke processen. Het is verder gebruikelijk dat de commissie goed op de hoogte wordt gehouden van dit soort projecten. In ieder geval wil zij voorkomen dat de raad alles dicht tikt voordat de participatie afgerond is. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Zorg 5. Raadsinformatie brief ter afdoening motie 696 accent van 11 november 2021 van de raadsleden Roosma (GL), Veldhuyzen (Bij1) en Kiliç (Denk) inzake de begroting over te strenge criteria voor aantonen regiobinding voor dakloze gezinnen (ZD2021-016873) Mevrouw VAN DER LIST was verrast te lezen dat men ervan uitging dat de raad niet weet dat een briefadres ook een geldige BRP zou zijn.
De motie gaat er juist om dat het ongewenst is dat door gedoe met het verkrijgen van een briefadres gaten ontstaan in de BRP waardoor een dakloos gezin geen aanspraak kan maken op de noodopvang, maar wel vier jaar in Amsterdam verblijft. Zij vraagt daarop alsnog in te gaan.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
Verder vraagt zij zich af hoe de hardheidsclausule al aan de voorkant ingezet kan worden, dus niet pas als hulpverleners of juridische bijstand erbij betrokken is. Ten slotte vraagt zij welke hulp wel geboden kan worden aan dakloze gezinnen die nog niet aan de vier jaar BRP-inschrijving voldoen. Als mensen dakloos zijn, verdwijnt hun zelfredzaamheid snel. De heer VELDHUYZEN sluit zich aan bij de woorden van de vorige spreker. Hij heeft over dit onderwerp gehad met Bureau Straatjurist. Men zegt daar dat het mogelijk is dat iemand binding aan kan tonen op een andere manier dan BRP, maar daar word je dan niet op gewezen. Deze mogelijkheid zou aan de voorkant gedeeld, besproken en onderzocht moeten worden. Nu lukt het alleen om dit aan te tonen voor iemand die de juiste hulpverlening heeft, maar het zou eigenlijk voor iedereen toegankelijker moeten worden gemaakt. In de brief over de afdoening van de motie staat dat alleen gezinnen die in de afgelopen vier jaar een geldige verblijfstatus hebben in aanmerking komen voor de noodopvang gezinnen. Dat is volgens de brief een door het college en gemeenteraad vastgesteld criterium dat bijdraagt tot het in stand houden van de bekostiging van 200 plekken voor de noodopvang gezinnen.
Dit komt erop neer dat juist Amsterdammers in een extra kwetsbare positie, namelijk mensen die vier jaar in Amsterdam hebben gewoond, maar voor een deel van die tijd ongedocumenteerd in de stad leefden, worden uitgesloten van de opvangmogelijkheid. Zijn fractie vraagt zich af of de gemeente weet of gezinnen dakloos zijn gebleven, of geworden door de bezuiniging op de noodopvang, of de strenge regels voor regiobinding. De VOORZITTER schorst de vergadering van 09.55-10.00 uur. Wethouder KUKENHEIM merkt op dat zich in de raad een discussie heeft afgespeeld over de regels ten aanzien van de noodopvang, die vorig jaar aangepast zijn. Het aantal plekken voor gezinnen is daarbij iets minder geworden zodat het geheel financieel beter beheersbaar werd. Het aantal plekken blijft heel ruimhartig, maar het is duidelijk dat heel veel gezinnen in een noodsituatie verkeren. Samen met de raad zijn de doelgroepen omschreven, net als de voorwaarden om toegang te krijgen tot de noodopvang. Een van die voorwaarden is de inschrijving in de BRP. Dat is zo omdat mensen met een langere inschrijving in de stad toegang kunnen krijgen tot de woningmarkt. Voorkomen moet worden dat mensen eeuwig vast komen te zitten in de noodopvang. In het verleden speelde dat probleem.
Een aantal raadsleden wees op de schrijnende gevallen, waarbij mensen daadwerkelijk in Amsterdam leefden, maar dat er iets mis was met de inschrijving, of omdat er een gat zat. Voor die gevallen is er de hardheidsclausule. Het is belangrijk dat die ook een echte hardheidsclausule blijft; het mag geen standaardregel worden. Zij antwoordt mevrouw Van der List en de heer Veldhuyzen dat er regels zijn, maar dat soms aan mensen in het veld de mogelijkheid moet worden geboden om daarvan af te wijken. Dat is in hoge mate maatwerk dat niet door een algemene regel gedekt kan worden. Daarvoor is de hardheidsclausule. Zij wil zich aan de omschrijving van de doelgroep, zoals vastgesteld door de raad, houden. Mensen die niet meer gebruikmaken van de noodopvang vinden meestal onderdak binnen hun eigen netwerk. Sommigen komen in reguliere opvang in andere steden. Als mensen daar lang verbleven hebben en een netwerk hebben, gaat men in die steden in gesprek.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
Mevrouw VAN DER LIST vraagt hoe ruimhartig de hardheidsclausule wordt toegepast. Hoeveel ruimte voelen professionals om daarvan gebruik te maken? Hoe gaat men om met gaten in de BRP? En welke hulp kan wél worden geboden aan mensen die nu niet voldoen aan de vier jaar-norm? Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat de hardheidsclausule bedoeld is voor mensen die zeer tijdelijk een gat hebben, dus ervoor en erna niet. Zij benadrukt dat er geen regel van gemaakt moet worden, omdat het anders geen hardheidsclausule meer is. Het gaat erom dat medewerkers in het veld ruimte voelen om van die hardheidsclausule met gezond verstand om te gaan, op basis van maatwerk. Hoe meer regels en protocollen van de overheid, hoe minder maatwerk mogelijk is en hoe meer mensen in de kou belanden. Benadrukt moet worden dat het hier gaat om een bovenwettelijke voorziening. Het is geen Wmo-voorziening waar mensen gewoon recht op hebben. Met de mensen die geen toegang krijgen tot de noodvoorziening gaat men wel in gesprek om naar een oplossing te zoeken. Vaak gaat het dan om zelfredzame mensen. Zijn ze dat niet, dan komen ze vaak in aanmerking voor Wmo-opvang. Met zelfredzame mensen kan je bijvoorbeeld via het buurtteam aan de slag om hun problemen op te lossen. De heer VELDHUYZEN vraagt of er zicht is op de gevolgen voor mensen die niet toegelaten worden. Misschien kan dat beter bijgehouden worden.
De fracties van BIJ1 en ChristenUnie hebben moties ingediend om de bezuiniging op de noodopvang voor gezinnen tegen te houden. Verder bestaan ‘zelfredzame dak- en thuislozen’ niet, zoals ook duidelijk werd met het Masterplan Bestrijding Dakloosheid. Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat zij op de hoogte is van het standpunt van BIJ1 en ChristenUnie. Zij houdt zich echter aan het standpunt van de raadsmeerderheid. De raad ging akkoord met het terugbrengen van het aantal plekken in de noodopvang door de bindingseis van vier jaar voor zelfredzame gezinnen. Echt zelfredzaam zijn dak- en thuislozen natuurlijk niet, maar het is goed dat mensen hulp vragen voordat het te laat is. Er is een groep van mensen die niet in aanmerking komen voor Wmo-opvang. Die mensen kunnen wel degelijk geholpen worden met hun financiële problematiek, of via opvoedingsondersteuning. Daarvoor zijn er buurtteams. Zij herhaalt dat de mensen in kwestie vaak terechtkomen in hun eigen netwerk. De heer VELDHUYZEN vraagt zich af of het wel wenselijk is dat mensen opgevangen worden in hun eigen netwerk. Er dreigen dan situaties met meerdere gezinnen in kleine appartementen. Hij vraagt aandacht voor mensen die vier jaar of langer in Amsterdam hebben gewoond, terwijl ze echter een deel van die jaren geen papieren hadden.
Een voorbeeld: zes jaar in Amsterdam wonen, drie jaar ongedocumenteerd zijn en drie jaar papieren hebben, zonder dat je in de noodopvang terechtkunt. Kan men geen extra coulance toepassen voor dat soort gevallen? Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat er veel gevallen denkbaar zijn waarbij de hardheidsclausule toegepast zou kunnen worden. Zij wil daarover echter geen algemene uitspraak doen, omdat het anders een regel wordt. Elk geval zal nauwkeurig bekeken moeten worden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 6.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
Raadsbrief Voortgang Buurteams (ZD2021-015988) Mevrouw KILIÇ heeft een aantal vragen voorgelegd aan het buurtteam, maar zonder men zich in het gestelde kon herkennen. Het zou inmiddels tot het verleden behoren. Toch heeft zij de bewuste informatie recent ontvangen van organisaties in het veld. Ook in de update van het college worden de aangestipte problemen erkend. Het college is ermee bezig en zegt dat zo’n overgang tijd kost. Zij wil hier een aantal van de gestelde vragen herhalen. Cliënten die door zorgaanbieders zijn overgedragen aan buurtteams, worden daardoor weer overgedragen aan de overdragende zorgaanbieder met de mededeling dat men ze niet kan helpen. Dat is veelal door de taalbarrière en de cultuur die men niet kent. Haar vraag aan de informele organisaties is dan ook hoe het zit met de interculturalisatie. Zij denkt daarbij bijvoorbeeld aan ouderen die dementeren. Die groeiende groep moet worden meegenomen. Verder hoorde zij dat professionals binnen de buurtteams onbekend zijn met de procedures en systemen zoals RIS, het gemeentelijk systeem om cliënten te registreren, het opstellen van plannen, en maatwerkvoorzieningen toekennen aan cliënten. Zij vraagt hoe voorkomen kan worden dat cliënten daar de dupe van worden.
Hoe zorgt men ervoor dat alles zo soepel mogelijk verloopt? Sommige cliënten weigeren over te gaan naar de buurtteams, omdat ze kiezen voor de huidige zorgaanbieder, die bijvoorbeeld hun taal spreekt en de cultuur kent. Op die manier stopt de zorg. De cliënten gaan daarna zorg mijden, waardoor de problematiek in ernst toeneemt, met bijvoorbeeld huiselijk geweld of verwaarlozing. Het buurtteam zegt daar geen zicht op te hebben, omdat die mensen niet naar ze toekomen. Kan de wethouder kijken hoe dit probleem ondervangen kan worden? De terugkoppeling naar de informele organisaties verloopt niet optimaal. Melden deze cliënten aan, dan wordt dat niet goed opgepakt. De klant blijft dan ergens hangen totdat hij met problemen weer bij de informele organisatie komt. Men heeft hooguit een keer contact met de cliënt en daarbij gebeurt niets. De cliënt laat het dan voor wat het is. De informele organisaties melden dit bij het buurtteam, dat dan aangeeft dat de cliënt niet reageert. Misschien is het handig dit terug te communiceren bij de informele organisaties, zodat zij de cliënten daarop kunnen wijzen. Ook is het handig om duidelijk aan de cliënten te communiceren wat op dit moment de procedure is in verband met de overgangsfase. Goed gaat de samenwerking met SEZO. Zij vraagt hoe de werkdruk op de buurtteams door de veelzijdige toeloop beter opgevangen kan worden.
Er wordt aangegeven dat het beltempo bij de hulp voor de slachtoffers van de toeslagenaffaire wordt gedoseerd. Dat is begrijpelijk om de cliënten te kunnen helpen. Maar hoe selecteert men wie als eerste wordt gebeld? En hoe gaat het nu de uitsteltermijn voor het betalen van schuldeisers afloopt? Schuldeisers hebben al aangekondigd te gaan incasseren, met onder andere beslaglegging. Mevrouw VAN PIJPEN ziet verschillen tussen de buurtteams, wat ook zelfstandige organisaties zijn. Zij vraagt of bij tekorten bij een buurtteam, een ander bereid is om dat eventueel op te vullen. Opviel bij het werkbezoek was dat veel Amsterdammers die zich wenden tot de buurtteams te kampen hebben met beginnende dementie. Zij vraagt of de wethouder de problemen ziet bij de verbinding met de zorgketen. Zijn er aansluitingsproblemen? Houdt dat verband met de overgang van ambulante ondersteuning? Is er voldoende kennis van dementie en de aansluiting in dat verband? De cliëntervaring waarover gesproken wordt in de brief is inderdaad heel belangrijk. Zij vraagt meer informatie over de opzet daarvan. Op wat voor wijze gaat men daarmee om? Ook is zij blij met de inzet van ervaringsdeskundigen.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
Zij heeft gezien dat de deskundigheid over de doelgroep daklozen nog een aandachtspunt is. Hoe ziet de wethouder dat? Er bij de ICT sprake van vertraging. Wat zijn de problemen en de risico’s? Er staat dat het borgen van privacy daarbij een van de uitdagingen is. Dat is vaag. Zij wil er meer over weten. Mevrouw MICHEL sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Michel over de ICT. Haar fractie heeft daarover al vroeg in het traject een motie ingediend. Er is een hoge uitval bij de schuldhulpverleningstrajecten. Voor zover zij weet is er daarbij een strenge screening vooraf. Mensen zijn dan ook heel erg blij als ze geaccepteerd worden. 45% uitval is dan wel heel erg hoog. Worden trajecten misschien te snel gestopt als er even wat misgaat? Zijn de voorwaarden wel duidelijk genoeg? Worden dingen gemist bij de screening? Of zijn de trajecten te zwaar? Veel mensen kunnen niet goed lezen of schrijven. Worden de voorwaarden wel goed uitgelegd? Zij vraagt daarvan een analyse te maken. De heer WARMERDAM merkt op dat de 7000 nieuwe cliënten laten zien dat ze blij zijn met de buurtteams. Het is van belang dat de laagdrempeligheid ook werkelijk voor iedereen geldt.
In hoeverre bereiken de buurtteams ook Amsterdammers met een migratieachtergrond en jongeren? Als dat niet voldoende blijkt, wat gebeurt er dan om ervoor te zorgen dat ook zij de buurtteams weten te vinden? Er zijn in die groep ook veel mentaal kwetsbare Amsterdammers, zeker in coronatijd. De brief van de wethouder geeft helder weer wat de ervaringen zijn van de buurtteams en welke aandachtspunten er zijn voor de toekomst. Een daarvan is de krapte op de arbeidsmarkt. In de komende maanden zijn er nog ongeveer 120 fte nodig. Dat is gigantisch. Wat is het fall-backscenario voor het geval het niet lukt om voldoende arbeidskrachten te vinden? Langere wachtlijsten, problemen met de transitie van de cliënten of een te grote druk op het bestaande personeel zijn zeer onwenselijk. Hoe concreet wil de wethouder gaan bijsturen, als dat nodig is? Hij wil daarvan graag op de hoogte gehouden worden. Mevrouw LA ROSE denkt dat er in de afgelopen vier maanden behoorlijk wat stappen zijn gezet met de buurtteams. Het belang van en de inzet van buurtteams in de wijken is groot. Voor sommige bewoners zijn ze zelfs van levensbelang. De ambitie van de maatwerkmethode, en de integrale ondersteuning op maat zijn mooi, maar vragen heel wat. De hoeveelheid taken voor de buurtteams is behoorlijk groot. Het is voorstelbaar dat de druk enorm hoog is. Dat hoor je ook van de mensen.
De motie over de inzet van ervaringsdeskundigen is goed opgepakt. Die gebundelde kennis en ervaring is heel belangrijk. Haar fractie maakt zich zorgen over de vele cliënten die de buurtteams in de afgelopen maanden hebben overgenomen van de zorgaanbieders. Die operatie was complex en gaf complicaties. Het blijkt dat er in sommige stadsdelen een wachttijd is ontstaan voor mensen die zich melden met een ondersteuningsvraag. Die wachttijd is niet goed voor het vertrouwen van Amsterdammers. Voor de beeldvorming van de buurtteams is de eerste kennismaking heel belangrijk. Zij vraagt wat de stand van zaken is bij het personeelsaanbod van de zorgaanbieders voor de buurtteams. Wat betekent dat voor de werkdruk, en vooral voor de vragen en verwachtingen van de hulpvragers? Men verwacht geen wachttijd van 1018 dagen voor een laagdrempelige organisatie. Is de wethouder het daarmee eens? In de eerste update van vier maanden geleden heeft de wethouder aangegeven dat het veranderen van een stelsel een ontwikkeling is van jaren. Toch gaat het erom dat de zichtbaarheid goed is. Men moet weten dat je terechtkan bij een buurtteam. Zij vraagt of de
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
medewerkers van de buurtteams de tijd krijgen om hun rol stevig op te pakken. Hoe ziet de wethouder een optimale vervolgfasering voor zich? Wethouder KUKENHEIM ziet dat er al veel werk gebeurd is, en dat er tegelijkertijd nog veel te doen is. Er bestaat bij de buurtteams een enorme druk. Bij de transformatie draait de stad gewoon door, met mensen die vandaag hulp nodig hebben. Zij antwoordt mevrouw La Rose dat je niet altijd alle gewenste tijd hebt voor de kennisoverdracht en de kennisontwikkeling. Men heeft daar wel oog voor. Ook door corona zijn veel medewerkers bij de buurtteams tijdelijk niet beschikbaar. Zij antwoordt mevrouw Kiliç dat de door haar genoemde signalen niet echt structureel voorkomen. Als straks de inkoop van de specialistische ambulante ondersteuning is afgerond, zullen partijen precies weten waar ze aan toe zijn. Er is dan geen prikkel meer om cliënten bij zich te houden, kennis niet te delen of personeel niet los te laten. Het is heel belangrijk om een warme overdracht te organiseren voor cliënten die het ingewikkeld vinden om de weg te vinden, zoals dementerenden of mensen die de taal niet machtig zijn. Terecht noemt mevrouw Kiliç het belang van informele organisaties daarbij. Het is belangrijk dat buurtteams en informele organisaties elkaar goed kennen en samenwerken. Zij heeft de indruk dat daaraan ook gewerkt wordt.
Soms heeft een cliënt een relatie met een medewerker, maar die gaat dan vaak mee naar het buurtteam. Zij antwoordt mevrouw Van Pijpen dat er wat betreft dementie sprake is van een opbouw bij de buutteams. Er is al heel veel kennis over dementie, omdat een aantal mensen dat daarmee werkt overgegaan is naar de buurtteams. Verder is men bezig om de overgang naar de Wlz op een goede manier vorm te geven. Er mag geen gat in zorg vallen op het moment dat iemand een Wlz-indicatie heeft. De wijkverpleegkundigen moeten daarbij goed meegenomen worden. Zij heeft dat met hen besproken. Mevrouw VAN PIJPEN had het ook over de aansluiting met de zorgketen. Zij heeft gehoord dat er veel meer toestroom is van mensen met dementie dan men in eerste instantie verwachtte. Wellicht zijn er daarom ook capaciteitsproblemen. Wordt dat al zichtbaar? Wat doet men eraan? Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat zij voor verdere details navraag zal doen. Ze zou in een volgende rapportage wat dieper in kunnen gaan op dementie. Zij antwoordt mevrouw Van Pijpen verder dat er een cliëntervaringsonderzoek komt dat uitgevoerd wordt door het Centrum voor Cliëntervaringen, samen met Meetellen van De Omslag. Die twee partijen werken met ervaringsdeskundigen opgeleid als onderzoekers. Naar verwachting zullen zij daardoor Amsterdammers die anders helemaal niet gehoord worden, weten te bereiken.
Het onderzoek bestaat uit korte vragenlijsten die verspreid worden op locaties. Zo nodig worden mensen geholpen om de vragenlijst in te vullen. De vragenlijst wordt gevolgd door diepte-interviews. Het gaat over de thema’s vindbaarheid, toegankelijkheid en bejegening. De resultaten van het onderzoek worden in het tweede kwartaal verwacht. Zij zal die delen bij de volgende voortgangsrapportages. Zij antwoordt mevrouw Michel en mevrouw Van Pijpen dat de uitdaging op het gebied van informatievoorziening en de implementatie van Gitso hebben te doen met de inrichting en het beheer van de applicatie. De initiële termijn om enerzijds de inrichting van de processen en de applicatie te realiseren en anderzijds de opzet van de buurtteams en de implementatie daarvan bleken niet goed op elkaar afgestemd te zijn. Dat heeft geleid tot vertraging. Aan het proces zijn de ervaringen van de buurtteams van de afgelopen maanden toegevoegd om de implementatie te verfijnen. Belangrijk zijn de privacyaspecten. De activiteiten van de
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
buurtteams worden uitgevoerd door een aantal ketenpartners, waarbij privacy een rol speelt in de processen. Het is zaak de toegang tot gegevens te beperken tot de verwerkingsverantwoordelijke partijen. Dit vereist een nauwkeurige inrichting van het systeem. Er wordt gewerkt aan een implementatieplan met betrekking tot privacy door de buurtteams en de gemeente. Tot de implementatie van de nieuwe applicatie gebruiken de buurtteams de oude systemen. Er zijn afspraken gemaakt over de optimalisatie van de registratie. Zij zal in de rapportages steeds weer aandacht geven aan de privacy en ICT. Mevrouw VAN PIJPEN wijst op het belang van risicomanagement bij ICT, met het oog op privacy, de medewerkers die ermee moeten leren werken om Amsterdammers te kunnen helpen. Zij vindt het antwoord van de wethouder te vaag. Het begrip ‘privacy’ moet specifieker geduid worden. Zeven organisaties en een gemeente spelen erbij een rol. Wie mogen er in het systeem? Wie heeft toegang tot de data? Van wie zijn die eigenlijk? Zij is bereid haar vragen schriftelijk te stellen zodat de wethouder er specifieker op in kan gaan. Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat het uitvoeringsinformatie betreft. Er is een groot implementatieplan gemaakt. Bij het nieuwe systeem is deskundigheidsbevordering nodig. Er wordt aandacht aan privacy gegeven. Dit alles wordt uitgewerkt.
Zij zal nagaan hoe de commissie nog gedetailleerder van informatie voorzien kan worden. Die informatie zal apart gegeven worden, of anders bij de volgende voortgangsbrief. Mevrouw VAN PIJPEN bestrijdt het idee dat het alleen een uitvoeringskwestie betreft. Dit gaat echt over principes en de risico’s voor de buurtteams. Om die reden wil zij op hoofdlijnen geïnformeerd worden over uitgangaspunten voor ICT en privacy. Zij komt nog met aanvullende schriftelijke vragen. Wethouder KUKENHEIM vervolgt dat er maatwerk komt voor de slachtoffers van de toeslagenaffaire. De gemeente heeft de groepen in het oog voor wie de uitsteltermijnen nu verlopen. Zij antwoordt mevrouw Michel dat zij bij de volgende monitor zal antwoorden op haar vraag over de hoge uitval na screening. De heer WARMERDAM herhaalt zijn vragen of ook jongeren de buurtteams weten te vinden en over het werven van arbeidskrachten. Wat gebeurt er als het niet lukt de 120 fte op te vullen? Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat de buurtteams breed gevonden worden. Jongeren hebben ook te maken met het OKT. De OKT’s en de buurtteams overleggen bij welke instantie bepaalde vragen het best passen. De arbeidsmarkt is krap, maar zij krijgt geen signaal vanuit de buurtteams dat het totaal niet loopt. Zij heeft de indruk dat men het vrij goed voor elkaar krijgt, ondanks de worsteling met corona.
Er wordt gekeken of het mogelijk is om een stedelijke pool te creëren om de verschillen te mitigeren. De VOORZITTER schorst de vergadering van 10.48-10.54 uur. 7. Raadsinformatiebrief hulp bij huishouden en afhandeling motie 657.21 (ZD2021014831)
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
Mevrouw VAN PIJPEN memoreert de onwenselijkheid van het meenemen van de financiële situatie van iemand bij de beoordeling van de hulpvraag, zoals die bij de vorige brief over dit onderwerp aan de orde kwam. De noodzaak voor hulp moet bepalend zijn. De Wmo is een algemene voorziening waarbij persoonlijke omstandigheden maar een beperkte rol mogen spelen. De huishoudelijke zorg is een pijler van het stelsel. Je mag daarbij niet anders doen dan bij dagbesteding of ambulante zorg, want dat wordt verwarrend. De motie van haar fractie die hierover is ingediend werd met grote meerderheid aangenomen. Volgens de brief van de wethouder is de inzet van Amsterdam echter dat de gemeenschap de hulp niet moet hoeven te betalen voor mensen die zich dat zelf kunnen veroorloven. In een algemene voorziening moet de toegang echter zijn op basis van behoefte en noodzaak. Zij vraagt waarop de lobby naar het Rijk is gebaseerd. Op toegang op basis van financiële zelfredzaamheid of betaling naar inkomen, dus een inkomensafhankelijke eigen bijdrage? Verder wil zij graag weten wat de stand van zaken nu is. Er is nu een nieuw kabinet. Is er al een gesprek geweest met de nieuwe minister? Wat is de verwachting? Hoe zit het met de VNG? De beoordeling van de scenario’s is naar wenselijkheid, noodzakelijkheid en effectiviteit. Daarbij wordt nadrukkelijk het advies gewogen van Cliëntenbelang.
De wachtlijsten nemen nu af, maar laten soms niet meer de werkelijkheid zien, omdat mensen een andere oplossing vinden. Op de website van de gemeente wordt daartoe zelfs opgeroepen, op grond van de lengte van de wachtlijst. Daar is op zichzelf geen bezwaar tegen, maar het is de vraag of het in afwachting van een meer structurele oplossing vanuit het Rijk wel wenselijk en effectief is om scenario 1 of 2 te doen. Is scenario 3 dan niet het meest logische? Wat is eigenlijk het verschil tussen wat de wethouder eerst voorstelde en scenario 1? Kan de overheid het maken om op die manier een moreel beroep te doen op mensen? En wat verwacht men van het effect op de aanvrager? Geeft het een terugslageffect op andere zorgvragen? Denkt iemand daardoor dat je ook andere vormen van zorg niet kan aanvragen omdat je inkomen te hoog is? En wat als de aanvrager misschien cognitief of sociaal niet in staat is het zelf te regelen? Hoe werkt het met de intake, zowel bij de buurtteams als bij de organisaties die de zorg verlenen? Hoe beoordeelt de wethouder de relatie met Cliëntenbelang, als zij op deze manier het advies naast zich neerlegt? Welke andere oplossingen worden er gezocht? Gisteren had zijzelf contact met Cliëntenbelang. Men zei daar dat in andere steden, zoals Den Haag, ook andere oplossingen worden gezocht, bijvoorbeeld door de inzet van mensen met behulp van de Participatiewet.
Is daarnaar gekeken? Is scenario 1 dus wenselijk en effectief? Haar fractie plaatst daar grote vraagtekens bij. Mevrouw MICHEL antwoordt dat haar fractie er voorstander van is om de huishoudelijke hulp uit het abonnementstarief te halen, maar dat is een landelijke beslissing. Het is zeer onwenselijk om regelingen te hebben waar mensen geen gebruik van kunnen maken. Tot dit geëffectueerd is, lijkt een uitleg van de situatie aan de mogelijke aanvrager en het wijzen op alternatieven de minst slechte oplossing. Daarbij moet nadrukkelijk gezegd worden dat de hulpvrager er wél recht op heeft. Het zou goed zijn om de kosten en de organisatie van hulp te scheiden. Sommige mensen willen misschien niet per se profiteren van de financiële voordelen van het abonnementstarief, maar missen het netwerk en de vaardigheden om een betrouwbare hulp en vervanging bij vakantie en ziekte te vinden. Daar zou misschien een mogelijkheid liggen om mensen te helpen. Zij is benieuwd naar een verdere uitleg van de wethouder.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
De heer WARMERDAM merkt op dat de hulp bij huishouden zo veel mogelijk terecht moet komen bij mensen die deze zorg en ondersteuning het hardste nodig hebben. Dat gebeurt nu niet snel genoeg. Er staan 1550 mensen op de wachtlijst en de wachttijd is bijna twee jaar. Een schoon huis is de basis voor een gezond en fijn leven, en moet daarom voor iedereen bereikbaar zijn. Dat is nu niet het geval. Gelukkig blijken de urgente aanvragen in ieder geval wél direct opgepakt te kunnen worden. Ook is hij blij te lezen dat in het akkoord van de landelijke coalitie staat dat er gewerkt wordt aan een eerlijker eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp, met oog voor de betaalbaarheid voor lage- en middeninkomens. Hij dankt de wethouder voor de brief met verschillende scenario’s om de wachtlijsten nu al te verkorten. Daarbij heeft elk scenario voor- en nadelen. Financieel zelfredzame mensen, die misschien al voor de aanvraag voor hulp bij huishouden dit al zelf geregeld hadden, worden door buurtteams en zorgaanbieders aangespoord om van de aanvraag af te zien. Dit ziet zijn fractie als een passende noodoplossing. Het is de meest eerlijke optie, ook als is het niet ideaal. Het doel is om Amsterdammers te helpen die het nu het meest nodig hebben en niet zelf kunnen. Zijn fractie vraagt zich wel af of dit scenario gaat opleveren wat de wethouder wil.
Als buurtteams en zorgaanbieders geen inzicht hebben in het inkomen van de aanvrager, moeten ze zelf inschatten of ze vermogend zijn of niet. Dit geeft aanleiding tot ongemakkelijke situaties. Maar leidt het ook tot ongewenste situaties? Volgens de brief zal 50% van de mensen die financieel zelfredzaam zijn naar verwachting afzien van hun aanvraag. Hij vraagt waarop dat percentage gebaseerd is. Wellicht zijn mensen die aangeven in staat te zijn hulp bij huishouden zelf te betalen ook mensen die zich sneller laten overhalen, of minder mondig zijn dan mensen die ‘nee’ zeggen op de betreffende vraag. Wat doe je als iemand die op basis van de eigen inschatting het net kan betalen, en zich onder druk gezet voelt? Hoe kan iemand van een buurtteam of een zorgaanbieder aanvoelen of iemand het bedrag met gemak kan missen, of er heel veel moeite voor moet doen? Misschien laat iemand zich overhalen omdat hij de taal niet genoeg machtig is, of omdat hij zich schaamt. Hoe worden de buurtteams en zorgaanbieders daarop voorbereid? Kan het gesprek dieper gaan dan de algemene vraag of iemand zelfredzaam is of niet? En heeft de wethouder een idee hoe lang deze noodmaatregel van kracht zal zijn? Wanneer verwacht zij actie vanuit het Rijk?
Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat wat betreft de wachtlijsten de jongste analyses een iets gunstiger beeld geven dan in de brief vermeld staat. Op het moment is de wachttijd ongeveer twaalf maanden, met ongeveer 1500 cliënten. Naar verwachting zal per 1 maart 2022 het tempo zodanig opgevoerd kan worden, dat per maand een maand wachttijd ingelopen wordt. Daarmee wordt de wachttijd dus korten. Voorwaarde daarbij is echter dat het aanbieders lukt om voldoende personeel te trekken. In het regeerakkoord van het nieuwe kabinet staat dat er een eerlijke eigen bijdrage voor HbH moet komen. Het Rijk biedt echter geen compensatie voor de meerkosten tot die eerlijke eigen bijdrage geregeld is, waarschijnlijk pas in 2025. Samen met de VNG wil zij daarover met het Rijk spreken. Die gesprekken zijn al begonnen. Het college vindt dat het Rijk de compensatie moet bieden voor de meerkosten bij de invoering van het abonnementstarief, zoals aanvankelijk afgesproken was. Als het Rijk niet met die compensatie komt, zou gekozen kunnen worden voor het differentiëren van de tarieven, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten zouden moeten dragen. De voorkeur gaat echter uit naar het compenseren van de groei. Zij antwoordt de heer Warmerdam en mevrouw Van Pijpen dat er bij de toegang voor financieel draagkrachtigen gekozen is vanuit de analyse waar de groei zit. Het werd
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
duidelijk dat die groei veroorzaakt werd door mensen die reeds gebruikmaakten van een particuliere hulp en over gingen stappen naar de Wmo-dienst. In het gesprek met die mensen kwam dan ter sprake dat ze eerder gebruikmaakten van een particuliere hulp. Die heeft als voordeel dat er geen wachtlijst voor is, en misschien flexibeler kan werken. Je zult bij de beoordeling van een aanvraag overigens rekening moeten houden met alle andere onderdelen van hoe het met iemand gaat. Het kan zijn dat mensen hulp nodig hebben, ondanks hun financiële draagkracht. Een voorbeeld daarvan zijn mensen die cognitief niet goed in staat zijn om dingen te regelen. De 50% is geen hard gegeven maar een benadering. Er is bekeken waar men in Nederland dat gesprek met succes weet te voeren. Dat gebeurt dus in Rotterdam, waar men ziet dat het echt helpt. Een scenario van ‘niets doen’ is vooralsnog onwenselijk. Er zijn voorlopig nog pittige wachttijden en er is nog niets gebeurd van de kant van het Rijk. De heer WARMERDAM hoopt dat de 50% klopt en dat men daardoor dichter bij een oplossing komt. Maar is dat echt zo? Kan de wethouder de commissie op de hoogte houden van de stand van zaken? Als het niet goed loopt en mensen langer in een vervuild huis moeten verblijven, moet bijgestuurd kunnen worden. Dan zijn misschien elementen van andere scenario’s nodig om tot een oplossing te komen.
Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat zij iets kan melden over de implementatie van de gesprekken, kwalitatief of kwantitatief. Aan de hand daarvan moet de raad bij de voorjaarsnota bepalen of nog forser moet worden ingegrepen bij de toegang, of dat er van elders financiën moeten worden betrokken. Zij heeft met Cliëntenbelang een goed gesprek gehad. Het liefst ziet men de cliënten allemaal bediend. Zij heeft de beperkingen van de financiële kaders uitgelegd. Cliëntenbelang bepleit een soort algemene campagne, iets wat zijzelf onverstandig vindt vanwege de risico’s die door vorige sprekers benoemd werden. Een algemene campagne wekt de indruk dat er een soort generieke regel in is gevoerd, dat je op basis van je draagkracht geen hulp meer krijgt. Dat is erg onverstandig. Zij is voor maatwerk en het gesprek aan de keukentafel. Zij zal de commissie op gezette tijden op de hoogte houden van de stand van zaken bij de wachttijden en de gesprekken met het Rijk. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt het punt op de raadsagenda te plaatsen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat het op voorstel van mevrouw Van Pijpen geagendeerd wordt voor de raad. Jeugd(zorg) 8.
Kennisnemen van de raadinformatiebrief ter afdoening van de toezegging over de mogelijkheden voor mensen die niet tevreden zijn over jeugdzorg (ZD2021-014192) Mevrouw MICHEL merkt op dat het niet mogelijk is om een tuchtklacht in te dienen tegen zorgverleners in de jeugdzorg die niet geregistreerd zijn bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. Zij kreeg signalen van ouders die erop wijzen dat dit in de praktijk tot problemen leidt. Van een klager verwacht men volgens het stappenplan bij afhandeling van een klacht dat deze een functioneringsgesprek gaat voeren met de medewerker, en vervolgens in gesprek gaat met de leidinggevende van de medewerker. Zij vraagt waarom men niet hetzelfde 17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Zorg, Jeugd, Mbo-agenda Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Sport en Recreatie, Ouderen
ZJS
Concept Raadscommissieverslag, 3 februari 2022
systeem hanteert zoals in het ziekenhuis: eventueel een gesprek met de betreffende medewerker en daarna direct naar de klachtenfunctionaris. Met die laatste wordt dan bekeken welke medewerkers betrokken zijn, hoe men tot verbeteringen kan komen, en of er vanuit de klager behoefte is aan een gesprek. Verbetering en het voorkomen van herhaling is namelijk vaak het doel van klagers. Afgaande op de website van Levvel hanteert men dit systeem ook. Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat als er zonder SKJ-geregistreerde medewerker toch een klacht is, de cliënt zich moet richten tot de instelling waar deze medewerker werkzaam is. Er moet dan verhaal gehaald worden via de procedure van de instelling. Bij klachten moet altijd gezocht worden naar een goede samenwerkingsrelatie tussen zorgverlener en cliënt. Daar moet de procedure op gericht zijn. Een illustratie is inderdaad de procedure die Levvel hanteert, met een gesprek met de medewerker, de hulpverlener zelf, het inschakelen van een bemiddelaar of klachtenfunctionaris, een onafhankelijke klachtencommissie. Bij medisch handelen kan er ook een arts of psychiater worden toegevoegd. Een gedragswetenschapper neemt zitting als de klacht te maken heeft met een vrijheidsbeperkende maatregel. Mevrouw MICHEL begrijpt uit de woorden van de wethouder dat zij het Levvelsysteem aanhangt, maar dat is niet zoals het beschreven staat.
Je moet nu eerst met de medewerker spreken, en dan met de leidinggevende. Daarna kan je pas verder. Dat is vaak het probleem, omdat dit niet altijd goed loopt en de ouders niet altijd de vaardigheden hebben om de gesprekken met de leidinggevende en de medewerker aan te gaan. Daarom is een klachtenfunctionaris zo goed, om te bepalen of er een gesprek moet komen, en in welke vorm dat moet. Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat het een het ander niet uitsluit. De brief was bedoeld om toe te lichten hoe zaken gebeuren. Zij herkent wat mevrouw Michel zegt. In het belang van het kind moeten ouders en hulpverlening altijd op een goede manier met elkaar kunnen praten. Dat wordt lastig als de druk heel hoog wordt en ouders bang worden dat zij de zeggenschap over hun kind kwijtraken. Anderzijds voelen hulpverleners de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het kind. Die twee partijen staan onder enorme druk. Een vertrouwenspersoon naast de ouder zou misschien kunnen helpen om het lijntje intact te houden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is. Zorg 9. Uitgangspunten voor Dagbesteding behorende bij de inkoopprocedure Aanvullende ondersteuning Wmo Dagbesteding (ZD2022-000390) Mevrouw VAN PIJPEN vraagt zich af of het logisch is om 2022 voor het volume als peildatum te nemen, ook gezien corona. Neem je dan niet een te laag volume?