CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag WV 22-02-2023 openbare deel

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 22 maart 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de openbare en besloten vergadering van de raadscommissie WV d.d. 22 februari 20237.423 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting

WV

Raadscommissieverslag, 22 februari 2023

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Woensdag 22 februari 2022 van 09.00 tot ± 12.00 uur 22 maart 2023

Voorzitter: lid Bouhassani Portefeuillehouders: wethouder Van Dantzig Commissiegriffier: mw. Van Klooster Verslaglegging: mw. Vernooij (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Ahmadi (BIJ1), Alberts (SP), Aslami (D66), Broersen (Volt), Von Gerhardt (VVD), Havelaar (CDA) Mangal (DENK), Minderhoud (PvdA), Van Renssen (GL), Taşliyurt (D66) Afwezige commissieleden: lid Didderen (PvdD) Overige aanwezigen: mw. Hoff (commissieondersteuner)

Algemeen 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de commissievergadering om 09.00 uur en heet iedereen welkom. 1.b. Mededelingen Er zijn afmeldingen ontvangen van lid Didderen (PvdD) en van wethouder Pels. Wethouder VAN DANTZIG gaat in op een eerdere vraag van lid Broersen over de toeristenbelasting voor studenten in hotelconstructies. Toeristenbelasting wordt geheven op alle vormen van verblijf door niet-ingezetenen. Studenten die wonen in hotelconstructies betalen alleen toeristenbelasting als ze niet staan ingeschreven bij de gemeente Amsterdam. Wanneer studenten die voor langere tijd in een hotel verblijven zich inschrijven bij de gemeente Amsterdam betalen ze geen toeristenbelasting. Studenten die langer dan vier maanden in een hotelconstructie verblijven, zijn zelfs verplicht om zich in te schrijven. Sommige hotels faciliteren dit voor hun gasten. 1.c. Vaststellen agenda Er hebben zich geen sprekers gemeld voor agendapunt 3. Dit agendapunt wordt gehamerd. Agendapunten 5 en 6 worden gevoegd behandeld na agendapunt 7 waarna de geheime bijlage bij agendapunt 5 in de beslotenheid wordt besproken. De agenda wordt conform vastgesteld.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV

1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering WV d.d. 1 februari 2023 De VOORZITTER deelt mee dat lid Van Berkel (JA21) heeft verzocht aan pagina 16, alinea 5, een zin uit zijn betoog toe te voegen: “We zitten in een wooncrisis en hebben te maken met de oorlog in Oekraïne, gestegen rente en een tekort aan grondstoffen.”. Met bovengenoemde wijziging wordt het verslag vastgesteld. 1.e. Termijnagenda, per portefeuille Wethouder VAN DANTZIG verwijst naar de mondelinge toezegging over het sturen van een raadsinformatiebrief inzake de brand in Riekerhaven. De afhandeling van deze toezegging is niet meegenomen in deze brief, maar op 18 november 2022 is een raadsinformatiebrief gestuurd over de toedracht van deze brand waarmee de toezegging is afgedaan. Het onderwerp komt bij agendapunt 4 aan de orde. 1.f. TKN-lijst De VOORZITTER deelt mee dat leden Van Renssen (GL) en Aslami (D66) hebben verzocht om TKN-1 en TKN-3 te bespreken in de commissievergadering van maart. Lid Van Renssen (GL) heeft verzocht om TKN-6 en TKN-7 te bespreken in de commissie Stadsontwikkeling. Lid VAN RENSSEN licht toe dat het gaat om beantwoording van moties over de aanpak van de openbare ruimte in Noord gaat en zij verzoekt om deze mee te nemen bij de bespreking over de aanpak Noord.

Lid HAVELAAR verzoekt om TKN-5 te agenderen, omdat hij meent dat het goed is om in het licht van de prestatieafspraken te spreken over de verdeling van woonruimte voor kwetsbare groepen. Lid VON GERHARDT verzoekt om TKN-4 te agenderen. Het gaat om een geheim punt waarover hij nog een paar vragen heeft. Lid HAVELAAR wijst erop dat in de volgende vergadering een stuk over prestatieafspraken op de TKN-lijst staat en hij verzoekt deze direct voor deze vergadering te agenderen. Lid VAN RENSSEN stelt dat het om een toekomstig stuk gaat dat zij niet kent. Zij stelt voor om dit schriftelijk te agenderen. De VOORZITTER concludeert dat lid Havelaar hiermee akkoord is en dat de commissie geen bezwaar heeft tegen agendering van bovengenoemde TKN-stukken. 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Geen. Inhoudelijk 2.a. Opening inhoudelijke gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV

2.b. Inspreekmoment publiek Er hebben zich drie insprekers aangemeld. De heer Van de Sande spreekt in over agendapunt 5, Kennisnemen van de gemeentelijke inzet ten behoeve van het project van wooncoöperatie de Nieuwe Meent. De heer VAN DE SANDE stelt dat het een doel is om in 2045 10% van de woningen in de stad te realiseren door burgerinitiatieven. De leden van de Nieuwe Meent hebben vijf jaar geleden als een van de eerste in de stad plannen gemaakt voor een wooncoöperatie. Naast een enorme tijdsinvestering is ook al ruim 100.000 euro geïnvesteerd en is ook door supporters 450.000 euro geleend. Deze investeringen dreigen nu verloren te gaan terwijl alleen een kleine aanpassing in de stimuleringslening nodig is. Er wordt niet om meer geld of een langere aflossingstermijn gevraagd, maar om wat flexibiliteit in de verdeling van het af te lossen bedrag over de duur van de reeds vastgestelde termijn. De vrees voor precedentwerking is onterecht, omdat de Nieuwe Meent de enige coöperatie is die al een omgevingsvergunning en een aannemerscontract heeft. Voor de geplande evaluatie van de regeling zal geen enkele andere coöperatie aan de bouwfase beginnen. Door de Nieuwe Meent niet failliet te laten gaan, heeft het voor andere coöperaties nog zin voor hun project en crowdfunding verder te gaan.

Een oproep aan de raad is om de mogelijkheden en flexibiliteit van de kaders te erkennen die nodig zijn voor maatwerk. Lid ASLAMI vraagt of de heer Van de Sande nader kan ingaan op wat de Nieuwe Meent precies nodig heeft. De heer VAN DE SANDE antwoordt dat de gemeente een stimuleringslening heeft verstrekt van bijna 2,5 miljoen euro waarover de eerste tien jaar alleen rente betaald hoeft te worden. De aflossing tussen de tien en vijftien jaar zorgt er echter voor dat er meer geld uit gaat dan er nu is. Na vijftien jaar wordt de lening in zijn geheel afgelost en heeft de gemeente haar geld terug. Lid ASLAMI begrijpt dat er niets aan de hoogte van de lening verandert. Aanvullend vraagt hij hoeveel de coöperatie zelf aan financiering bijeen heeft gebracht. De heer VAN DE SANDE zegt dat de leden tot nu toe 100.000 euro hebben ingelegd en uiteindelijk wordt dit 160.000 euro. Aan crowdfunding is bijna een half miljoen euro bijeengebracht. Lid MANGAL vraagt of de heer Van der Sande kan toelichten wat aan de raad wordt gevraagd. De heer VAN DE SANDE legt uit dat de afbetalingsstructuur is gebaseerd op twintig jaar en het verzoek is om dit naar dertig jaar te verhogen, zodat het jaarbedrag lager is. Na vijftien jaar blijft er iets meer over en wordt het bedrag in een keer afgelost, omdat het wordt geherfinancierd door de bank.

Het verzoek is om tussen de tien en vijftien jaar per jaar iets minder af te lossen, zodat na vijftien jaar een iets hoger bedrag wordt afgelost. Lid MANGAL vraagt of dit om een theoretische verlenging van de looptijd gaat. De heer VAN DE SANDE stelt dat de looptijd vijftien jaar blijft, maar dat het gaat om een verlaging van het bedrag dat tussen de tien en vijftien jaar wordt betaald. Lid AHMADI vraagt of de heer Van de Sande kan ingaan over de insteek van het project.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV

De heer VAN DE SANDE licht toe dat het project is gebaseerd op sociale waarden. Het gaat om een diverse groep waaronder een aantal mensen dat niet op een andere manier aan een woning zou kunnen komen. Er worden vijftien sociale huurwoningen gebouwd en vijfentwintig middenhuur-woongroepkamers. Het project is volledig duurzaam, er wordt geen gas gebruikt en voor een deel wordt eigen stroom opgewekt middels zonnepanelen. Lid AHMADI vraagt hoeveel mensen er zouden komen wonen. De heer VAN DE SANDE antwoordt dat dit er zestig zijn. Lid VAN RENSSEN vraagt hoe lang de Nieuwe Meent al bezig is om de financiering rond te krijgen en of GLS al met de gemeente heeft gesproken over een oplossing voor de aflossingstermijn. De heer VAN DE SANDE zegt dat de omgevingsvergunning anderhalf jaar geleden is verstrekt, een voorwaarde voor de bank om verder te gaan met financiering. Sinds deze tijd wordt hieraan gewerkt. GLS, de ambtenaren en de Nieuwe Meent hebben gezamenlijk gesproken. GLS was vorige week in Nederland, maar hierover is geen feedback ontvangen. Lid HAVELAAR vraagt of de heer Van de Sande meent dat regels de belemmering zijn voor iets dat iedereen eigenlijk wil of dat hij dit anders ervaart. De heer VAN DE SANDE ervaart het inderdaad zoals de heer Havelaar het omschrijft.

Het lijkt erop dat de regels niet overeenkomen met de werkelijkheid, wellicht omdat de stimuleringsregeling in een andere tijd tot stand is gekomen. Lid HAVELAAR begrijpt uit de brief dat het verbeteren van de businesscase een gelopen race is en dat deze zelfs zou verslechteren als bijvoorbeeld minder sociale huur zou worden toegepast. De heer VAN DE SANDE stelt dat deze aanpassing geen wens was van de coöperatie, omdat het doel betaalbare woningen voor de leden zijn. Toch is bekeken of de businesscase haalbaar zou worden door middenhuurwoningen. De inkomsten zouden hierdoor toenemen, maar doordat er een hogere grondprijs tegenover staat, wordt de erfpacht hoger. Het gevolg zou zijn dat de meerinkomsten teniet gedaan zouden worden door de extra uitgaven. Lid HAVELAAR vraagt of de heer Van de Sande bedoelt dat de financier meer verdient en de korting voor sociale woningen wegvalt. De heer VAN DE SANDE bevestigt dit. --Mevrouw Van Dijk spreekt in namens Platform Wooncoöperaties. Mevrouw VAN DIJK deelt mee dat de meeste Amsterdamse Wooncoöperaties zijn aangesloten bij Platform Wooncoöperaties. Coöperaties helpen elkaar en trekken samen op door het uitwisselen van ideeën, kennis, ervaringen en ook om politiek en beleidsmakers op weg te helpen.

Het actieplan Wooncoöperaties is een pioniersplan dat in 2020 is gepresenteerd met bedragen en voorwaarden gebaseerd op wat toen gangbaar was. De huidige periode valt precies samen met de opstartfase van meerdere wooncoöperaties. Op dit moment zijn er zeven groepen waaraan de gemeente een kavel heeft toegewezen en alle groepen hebben de grootste moeite met een sluitende begroting. Er zijn twee scenario’s voor de stimuleringslening. Als deze niet wordt aangepast, wordt gevreesd dat geen enkele wooncoöperatie zal slagen. Als twee onderdelen worden aangepast, kunnen de huidige groepen overleven, binnen een paar jaar vele woningen realiseren, via het innen van de

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV

huren de leningen afbetalen en vervolgens een solidariteitspot opbouwen waaruit toekomstige wooncoöperaties een startbedrag kunnen lenen. De oproep is om het bedrag dat geleend kan worden per woning te verhogen en om de terugbetaaltermijn te verhogen naar dertig jaar. Lid VAN RENSSEN vraagt of het platform is betrokken bij de evaluatie van de stimuleringslening. Mevrouw VAN DIJK bevestigt dit. Lid VAN RENSSEN vraagt of het platform maatregelen heeft aangedragen voor verbetering en of mevrouw Van Dijk er vertrouwen in heeft dat er op korte termijn een oplossing zal komen. Mevrouw VAN DIJK deelt mee dat er een aanbevelingsbrief vanuit het PWA naar de gemeente is gestuurd voor deze evaluatie. Verschillende mensen zijn actief in gesprek met de gemeente. Wooncoöperaties gaan over betaalbaar wonen waardoor er een bepaalde grens aan huurinkomsten zit en de aflossingsmogelijkheden beperkt zijn. Lid AHMADI vraagt of de precedentwerking die wordt gevreesd bij aanpassing voor de Nieuwe Meent noodzakelijk is voor alle coöperaties. Mevrouw VAN DIJK stelt dat het niet slagen van de Nieuwe Meent geen goed teken is naar het grote publiek dat niet snel obligaties zal nemen voor andere groepen. De Nieuwe Meent is onderdeel van de pilot, het platform is onderdeel van het actieplan Wooncoöperaties.

Lid BROERSEN vraagt of de gevraagde aanpassingen alleen nodig zijn voor de Nieuwe Meent of voor alle projecten. Mevrouw VAN DIJK is zelf betrokken bij een Wooncoöperatie en daarnaast wordt met alle wooncoöperaties het platform gevormd, zij zit hier namens alle groepen. Na de opstart kunnen wooncoöperaties zichzelf in stand houden en zelf nieuwe wooncoöperaties helpen opstarten. De hulp is nodig bij de opstartfase. Lid MINDERHOUD begrijpt dat het een ongelukkige samenloop van omstandigheden is. Welke zaken heeft het platform meegegeven voor de evaluatie en zou het ook helpen als een aantal conclusies die hieruit getrokken wordt, eerder worden geïmplementeerd? Mevrouw VAN DIJK denkt dat hoe sneller er duidelijkheid is, hoe beter het is. Lid MANGAL vraagt wat de verwachte effecten zijn van de renteverhoging. Mevrouw VAN DIJK noemt als voorbeeld dat openbreken van de voorwaarden nadelig zou kunnen uitpakken als er helemaal wordt meegegaan met de markt. Zij kan niet overzien hoe de politiek hiermee kan en wil omgaan. Lid ASLAMI vraagt wat de effecten zijn voor de maandlasten als de looptijd wordt uitgesmeerd. Mevrouw VAN DIJK herhaalt dat er altijd beperkte inkomsten zullen zijn door de betaalbare huren. Het aflossen van leningen is mogelijk, het duurt alleen iets langer. Lid ASLAMI meent dat de maandlasten zullen stijgen als een lening voor een langere periode wordt aangegaan.

Mevrouw VAN DIJK denkt dat dit afhangt van de renteafspraken.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV ---

Mevrouw Luden spreekt namens wooncoöperatie de Torteltuin in over de gemeentelijke inzet Mevrouw LUDEN meldt dat de Torteltuin een wooncoöperatie is die bestaat uit een groep jonge Amsterdammers die al drie jaar bezig is met het realiseren van een wooncoöperatie op IJburg. Helaas valt de wooncoöperatie beleidsmatig nog tussen wal en schip. Door veranderende marktomstandigheden lukt het niet meer om de businesscase sluitend te krijgen; door de stijgende rente en bouwkosten is het project duurder geworden. Als het faillissement bij de Nieuwe Meent definitief wordt, wordt gevreesd voor de positie van de Torteltuin en andere wooncoöperaties bij investeerders. Iedere wooncoöperatie die werkelijkheid wordt, baant een pad vrij voor de volgende. Lid VAN RENSSEN vraagt hoe ver de Torteltuin in het traject van het aanvragen van vergunningen en financiering is. Mevrouw LUDEN zegt dat er begin 2022 geen sluitende businesscase was. In september is duidelijk geworden dat geen aanvraag gedaan kon worden bij de SVN waardoor niet kan worden begonnen met de volgende fase van het project. 2.c. Actualiteiten Geen. 2.d. Rondvraag Lid BROERSEN verwijst naar het onderzoek van de TU Delft dat heeft uitgewezen dat slim bouwen rond Schiphol geluidshinder vermindert.

Is de wethouder op de hoogte van dit onderzoek en heeft dit positieve effecten voor de bouw van Kronenburg in Amstelveen? Wethouder VAN DANTZIG heeft kennisgenomen van het onderzoek. Het is met name aan bouwers om de uitkomsten te integreren. Hoewel hij op dit moment geen directe rol ziet voor Amsterdam, benadrukt hij nogmaals dat het een schandaal is dat Kronenburg er nog niet staat. Lid BROERSEN zegt dat er raadsleden uit Amstelveen aanwezig waren bij de expertmeeting over studentenhuisvesting. Iedereen was het erover eens dat er een goede samenwerking moet zijn tussen Amsterdam en Amstelveen om ervoor te zorgen dat Kronenburg er komt. Is de wethouder het hiermee eens en heeft hij eventueel al contact met de wethouder in Amstelveen? Wethouder VAN DANTZIG wijst erop dat Amstelveen anders omgaat met sociale woningbouw dan Amsterdam. In Amstelveen richt men zich met name op studentenwoningen in plaats van ook kwetsbare groepen te faciliteren. Amsterdam zal er alles aan doen om Kronenburg van de grond te krijgen, maar er wordt wel verwacht van Amstelveen dat deze ook op andere plekken verantwoordelijkheid neemt. Lid HAVELAAR memoreert dat ongeveer een jaar geleden een reflectie van het college is ontvangen op de realisatie van middeldure huurwoningen. Hij vraagt zich af of er

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV

inmiddels een meer diepgaande evaluatie beschikbaar is waarin naast het aantal woningen ook inzicht wordt gegeven in de doelgroepen, samenstelling et cetera. Wethouder VAN DANTZIG zegt toe om een brief op te stellen die kan worden betrokken bij de bespreking van het Woningbouwplan. De VOORZITTER schorst de vergadering voor een korte pauze. Bespreekpunten Woningbouw 3. Instemmen met het opheffen van geheimhouding op de bijlagen behorend bij het collegebesluit van 6 april 2021 inzake de raadsinformatiebrief over de inventarisatie locaties voor tijdelijke woningbouw. Nr. VN2023-004583 Dit agendapunt is gehamerd. 4. Kennisnemen van raadsinformatiebrief d.d. 25-01-2023 met als bijlage de rapportage ‘Onderzoek brandveiligheid tijdelijke unitbouw woonfunctie Amsterdam’ Nr. VN2023-004607 De VOORZITTER heropent de vergadering en meldt dat dit punt is geagendeerd op verzoek van lid Van Renssen (GL), lid Broersen (Volt) en lid Minderhoud (PvdA). Commissie – eerste termijn Lid VAN RENSSEN concludeert dat hoewel het rapport aangeeft dat er geen acute brandonveilige situatie is, de uitkomsten wel zorgwekkend zijn. Het grootste deel van de woningen wordt beoordeeld als matig wat betreft de kwaliteit van de brandveiligheid. Minstens tien woningen aan de Zuiderzeeweg zijn ook kwetsbaar ingeval van brand.

Wordt er nog destructief vervolgonderzoek verricht en welke maatregelen worden specifiek getroffen voor de woningen aan de Zuiderzeeweg en in Riekerhaven? Inmiddels zijn enkele controlerende maatregelen getroffen, maar welke maatregelen worden getroffen met betrekking tot de brandwerende constructie? Worden compartimenten waarvan is geconstateerd dat ze onvoldoende brandwerend zijn, op korte termijn herzien? Het rapport doet een aantal aanbevelingen. In hoeverre zijn deze doorgevoerd? Een groot deel van de verantwoordelijkheid ligt bij de eigenaren en verhuurders, maar de vraag is hoe de gemeente erop kan toezien dat de maatregelen worden getroffen. Worden ook periodieke controles uitgevoerd en hoe worden bewoners hierover geïnformeerd en betrokken? Lid BROERSEN sluit zich aan bij de vragen van voorgaande spreker. Gezien de zorgen die nog steeds bij veel studenten leven, is zij tevreden met de snelle actie van het college en het onderzoek. Helaas heeft het onderzoek de zorgen niet weggenomen. Direct na het onderzoek is contact opgenomen met het AFWC voor de eerste quick wins. Het is echter al langer bekend dat zorgen van studenten niet zijn opgepakt en de vraag is hoe ervoor wordt gezorgd dat de corporatie zich hiervoor inzet. Bewoners zijn zelf gewezen op hun verantwoordelijkheid om het pand veilig te houden, maar de doorloop in dit soort woningen is enorm hoog.

Elke nieuwe bewoner zou opnieuw op veiligheid gewezen moeten worden en wie is hier op de lange termijn verantwoordelijk voor? Welke deadline is gesteld voor de ingrijpende acties en welke acties zijn dit en welke gevolgen zijn er voor corporaties als ze deze niet uitvoeren? De wethouder wordt verzocht om een update over de handhavingsprocedures om te voldoen aan de brandveiligheidsregelgeving. De verantwoordelijkheid voor de eindcontrole ligt bij de gemeente. De corporatie is samen met de bewoner verantwoordelijk voor de bewoning in het pand. Het onderzoek laat zien dat het

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV

overgrote deel van de woningen niet voldoet aan goede brandcompartimentering. Bij wie lag de verantwoordelijkheid toen het pand werd opgeleverd? Lid MINDERHOUD leest in het rapport twee gebreken: het type blokkering van vluchtroutes en gebrekkige brandmelders en structurele gebreken. Hoe kan het dat een vergunning wordt aangevraagd voor de bouw en dat bij de eindcontrole had moeten blijken dat dit niet is gebouwd conform de vergunning. Wat is verkeerd gegaan bij de eindcontrole? Wat betekent dit voor de controle van flexwoningen waarvoor in verband met snelle bouw ook andere regels gelden? Lid ASLAMI vraagt zich af hoe gedrag- en cultuurverandering wordt geborgd. In week 4 is met individuele corporaties gesproken. Hij is benieuwd hoe deze gesprekken zijn verlopen. Tot slot informeert hij naar de tijdslijn voor stap 3. Lid AHMADI vraagt zich af of de verhuurder een bijzondere verantwoordelijkheid op zich moet nemen wanneer bewoners bijvoorbeeld nalaten om controles uit te voeren die belangrijk zijn voor de veiligheid. Tijdens de vorige bespreking is gebleken dat met een bouwbesluit is gewerkt dat inmiddels gedateerd is. Is het onderzoek gebaseerd op veiligheidseisen uit dit bouwbesluit of op basis van de huidige eisen? Lid VON GERHARDT concludeert dat het volgens het bouwbesluit niet nodig is om noodverlichting, vluchtrouteaanduidingen en brandblussers binnen te hebben.

Volgens hem zou het handig zijn als deze zaken er wel zijn. Kan de gemeente dit als eis stellen? In februari is gestart met het verhogen van de veiligheid van de complexen. Wat is de stand van zaken? Veel rookmelders zijn niet getest. Gaat dit uiteindelijk nog wel gebeuren? Hoe wordt ervoor gezorgd dat nieuwe units vanaf de start wel direct voldoen aan alle veiligheidseisen? College Wethouder VAN DANTZIG zal vandaag alle beantwoording voor zijn rekening nemen in verband met afwezigheid van collega Pels, maar hij wijst erop dat hij binnen het college als eerste verantwoordelijk is voor vergunning en handhaving en wethouder Pels voor woningcorporaties. Heel veel van de brandveiligheidseisen zijn de verantwoordelijkheid van de vastgoedeigenaar, de beheerder en de bewoner. Een oproep aan allen is om nog eens goed na te gaan welke vluchtroutes er zijn en of de brandmelder werkt. Dit kan het verschil maken. Bij Vergunningen, Toezicht en Handhaving wordt de vergunningverlening van de brandveiligheid gecontroleerd. Door middel van steekproeven wordt bekeken of de vergunningssituatie overeenkomt met de feitelijke situatie. De vergunning wordt verleend op basis van het op dat moment geldende bouwbesluit. Hierna is het de verantwoordelijkheid van de vastgoedeigenaar.

Deze is verantwoordelijk voor bovenwettelijke eisen die niet afgedwongen kunnen worden, maar de gemeente kan wel stevig benadrukken hoe belangrijk deze zijn. Op dit moment worden gesprekken opgestart over een plan van aanpak hoe moet worden omgegaan met dit soort complexen, omdat louter wettelijke eisen wellicht niet voldoende zijn. Lid VON GERHARDT weet dat binnen erfpachtvoorwaarden redelijk vaak bovenwettelijke eisen worden gesteld. Is dat in deze situatie ook mogelijk? Wethouder VAN DANTZIG antwoordt dat dit niet het geval is. De omgevingsvergunning wordt verleend op basis van het op dat moment geldende bouwbesluit. De vraag is hoe hier in een later stadium mee omgegaan wordt. De verantwoordelijkheid van Vergunningen, Toezicht en Handhaving stopt na de vergunningverlening. Destructief onderzoek kan niet worden afgedwongen. Lid VAN RENSSEN wijst erop dat de overheid tot een bepaald punt eisen kan stellen, maar dat het erna aan de eigenaren is. Het feit dat brandwerende constructies niet in orde zijn, maakt dat niet wordt voldaan aan essentiële veiligheidseisen voor tijdelijke

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV

behuizing van kwetsbare bewoners. Betekent dit dat het toezicht moet worden geïntensiveerd? Wethouder VAN DANTZIG stelt dat destructief onderzoek niet kan worden afgedwongen. Er wordt een visuele inspectie gedaan en als hierbij wordt geconstateerd dat er mogelijk gebreken zijn, wordt bij de vastgoedeigenaar aangedrongen om dit te onderzoeken. AFWC heeft dit zeer serieus genomen. Lid VAN RENSSEN is benieuwd waar de verantwoordelijkheid van de gemeente ophoudt en die van de vastgoedeigenaar begint. Zij begrijpt dat het nu voortvarend wordt opgepakt, maar zij had graag gezien dat het eerder was gebeurd naar aanleiding van de meldingen waarnaar mevrouw Broersen zojuist heeft verwezen. Zou de overheid hier eigenlijk niet meer toezicht op moeten houden? Wethouder VAN DANTZIG stelt dat de quick wins inmiddels zijn uitgevoerd door de eigenaren. Voor meer ingrijpende acties is afgesproken dat de eigenaar een plan van aanpak opstelt en dit zo spoedig mogelijk naar de gemeente stuurt. Ook wordt gewerkt aan een plan van aanpak voor hoe met dit soort complexen wordt omgegaan. De wethouder gaat ervanuit dat corporaties hun verantwoordelijkheid nemen en dat hier vanuit de verantwoordelijke wethouder stevig op wordt gestuurd. Hij benadrukt dat het wel bovenwettelijke eisen blijven en meent dat de brief duidelijk heeft gemaakt bij wie welke verantwoordelijkheden horen.

Lid VAN RENSSEN is blij dat het college het hoog op de agenda zet en dat het heel serieus wordt genomen. Volgens haar gaat het echter niet alleen om bovenwettelijke eisen. In het Bouwbesluit 2012 wordt al over brandcompartimentering gesproken en hiervoor gelden zowel voor bestaande als voor nieuwbouw normen. Haar vraag is hoe voor deze essentiële eisen over scheidingsconstructies zo spoedig mogelijk een oplossing wordt gevonden. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat de verantwoordelijkheid voor bestaande bouw toezicht is en dit is uitgevoerd. Vervolgens is het aan de vastgoedeigenaar om gebreken te herstellen. Als deze hiertoe niet bereid is, zal tot handhaving worden overgegaan. Lid MINDERHOUD vraagt zich af of de steekproefsgewijze controle niet moet worden aangepast als achteraf blijkt dat in de meeste bouwwerken geen of onvoldoende brandwerende afwerkingen aanwezig zijn. Wethouder VAN DANTZIG wijst erop dat er een bestuurlijke eis wordt opgelegd om binnen zes weken met een plan van aanpak te komen. Op basis van dit plan komen er nieuwe termijnen. Als een steviger toezicht op de vergunning noodzakelijk is, zal de wethouder met een voorstel komen waarbij het nodig is om zorgvuldig met capaciteit om te gaan. De wethouder herhaalt dat hier een stevige rol van de vastgoedeigenaar ligt. Als hier een hiaat valt, zal de overheid hierin stappen.

Vooralsnog heeft hij er vertrouwen in dat partijen er met elkaar uit komen. Lid VON GERHARDT stelt dat de gemeente een duidelijke rol als toezichthouder heeft. Het rapport maakt duidelijk dat veel units niet voldoen aan de veiligheid. Hoe heeft de gemeente de rol van toezichthouder in eerdere jaren opgepakt? Wethouder VAN DANTZIG noemt dit het eeuwige dilemma. Er zijn vergunningsvoorwaarden die worden getoetst aan het dan geldende bouwbesluit waarop een omgevingsvergunning wordt afgegeven. Als een vastgoedeigenaar zich hieraan niet houdt, is dat de verantwoordelijkheid van de vastgoedeigenaar. Lid VON GERHARDT herhaalt dat voor heel veel brandwerende scheidingsconstructies is geconstateerd dat deze in heel veel units niet aanwezig zijn. Bij oplevering hadden deze in orde moeten zijn. De conclusie is dat bij het controleren bij

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV

oplevering iets fout is gegaan. Vervolgens heeft de gemeente bij controles nooit ontdekt dat iets fout was tot het moment van de brand in Riekerhaven, terwijl bewoners signalen hebben afgegeven dat zij zorgen hadden. Wethouder VAN DANTZIG meent dat er sprake is van voortschrijdend inzicht. Zaken voortdurend privatiseren, helpt hierbij niet. Op dit moment houdt de gemeente stevig toezicht bij nieuwbouw, omdat geconstateerd is dat er een hiaat is ontstaan waar een grotere overheidsrol wenselijk is. Lid VON GERHARDT is voor een sterke overheid wat voor hem niet per se een grotere overheid is. De brandwerende scheidingsconstructies waren gewoon een eis in het bouwbesluit dat er al heel lang ligt. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat er met heel andere eisen is gebouwd. Tegenwoordig zijn de brandveiligheidseisen opgeschroefd. Hij stelt dat de vergunning is verleend op basis van de toen geldende regels. Er is nu meer nodig en de gemeente gaat hier nu samen met haar partners stevig mee aan de gang. De wethouder zal overbrengen dat meer nodig is dan nu wettelijk is geregeld. Lid BROERSEN hoort de wethouder zeggen dat het de verantwoordelijkheid van iedereen is. Volgens haar zat de brandwerende compartimentering al in het toenmalige bouwbesluit. Zij vraagt bij wie de verantwoordelijkheid lag toen het pand werd opgeleverd.

Wethouder VAN DANTZIG zegt dat de bouwer en de vastgoedeigenaar verantwoordelijk zijn om het goed uit te voeren. De gemeente heeft er toezicht op gehad en heeft het destijds niet geconstateerd. Met terugwerkende kracht kan niet worden vastgesteld wat hier is gebeurd. Amsterdam moet binnen de regels brandveilige woningen opleveren. Er is toezicht en er wordt gehandhaafd indien noodzakelijk. Lid BROERSEN constateert dat er dus niet goed is gebouwd en dat de verantwoordelijkheid bij de bouwer lag. De eindcontrole is wel door de gemeente gedaan en het is goedgekeurd. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat voor zover hij kan beoordelen het pand bij oplevering goed was. Wat hierna is gebeurd, kan hij niet herleiden. Lid MANGAL vraagt welke gevolgen het heeft als een bouwer zich niet houdt aan de bouwinstructies. Heeft dit gevolgen voor deze vastgoedeigenaren? Wethouder VAN DANTZIG zegt dat wordt gehandhaafd op vergunningen. Het voortschrijdend inzicht is dat naar de letter van de vergunning op dat moment of gedurende de looptijd zaken zich hebben voorgedaan die het brandonveilig hebben gemaakt. Lid MANGAL vraagt wat de gevolgen zijn voor een vastgoedeigenaar die niet goed heeft gebouwd wat betreft toekomstige vergunningen. Wethouder VAN DANTZIG stelt dat direct alle complexen zijn onderzocht. Op dit moment is de samenwerking met vastgoedeigenaren goed.

Er wordt wel een plan van aanpak geëist en ook een gesprek over bovenwettelijke eisen. Lid MANGAL constateert dat als een bouwer zich niet heeft gehouden aan de bouwvoorschriften dit niets afdoet aan het vertrouwen. Wethouder VAN DANTZIG stelt dat de gemeente handhaaft. Het is aan de vastgoedeigenaren om te laten zien dat het in de toekomst beter zal gaan en de gemeente zal hierop toezien.

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV

Lid VAN RENSSEN vraagt of de wethouder kan ingaan op de eisen die golden ten tijde van de bouw van het Riekerhavencomplex. Gelden hier nu andere eisen voor op grond van het bouwbesluit? Zij heeft gevraagd welke maatregelen zijn genomen en welke zaken zijn opgelost. Haar laatste vraag is wat het handhavingstraject is. Zij vraag of het mogelijk is om hier schriftelijk op te reageren. Wethouder VAN DANTZIG denkt dat deze zaken in de brief over het onderzoek staan. Aanvullende vragen beantwoordt hij graag. Bij oplevering geldt voor zover kan worden geconstateerd. Lid VAN RENSSEN concludeert dat de wethouder toezegt om schriftelijk de drie vragen te beantwoorden. Wethouder VAN DANTZIG zegt toe het rapport na te zenden. Lid AHMADI wijst erop dat in Riekerhaven eerder is geconstateerd dat de daken onveilig waren en deze zijn er vanaf gewaaid. Hiervoor is ook melding gedaan door huurders dat het complex niet veilig was voor bewoning. Zou er geen extra zorgplicht van de gemeente moeten gelden voor deze complexen waar vooral kwetsbare groepen wonen en waar het qua onderhoud vaak aan zaken schort? Wethouder VAN DANTZIG zegt dat de gemeente haar zorgplicht heel breed invult. Hij gaat ervanuit dat iedereen het nu beter zal doen en dit zal worden gecontroleerd. Woningcorporaties gaan hier naar zijn idee voortvarend mee om, maar zij moeten het beter doen en op korte termijn.

Lid ASLAMI merkt dat er steeds meer verantwoordelijkheden bij lokale overheden komen te liggen. Als Den Haag dit besluit, zou de gemeente voor de uitvoering hiervan geen middelen voor extra capaciteit moeten krijgen om dit te controleren? Wethouder VAN DANTZIG is het hiermee eens. Tegelijkertijd stelt hij dat handhaving altijd het sluitstuk is. De overheid kan niet de tekortkomingen van iedereen oplossen. De verschillende actoren moeten ervoor zorgen dat ze de voorschriften goed uitvoeren. De gemeente controleert en zo nodig wordt erop gehandhaafd. Schriftelijk zal hij terugkomen op de vragen van mevrouw Van Renssen. Lid BROERSEN vraagt of zij goed heeft begrepen dat de corporaties ook met een plan van aanpak komen. Wordt hierin ook meegenomen wat wordt gecommuniceerd met de bewoners en welke deadlines gelden om noodzakelijke maatregelen te nemen? Wethouder VAN DANTZIG bevestigt dit. Het overleggen van het plan van aanpak van de corporaties zal in overleg met de corporaties moeten gebeuren. De algemene instructies zullen met de commissie worden gedeeld. De aanpak per complex voert volgens hem te ver. Lid ALBERTS vraagt zich af of er geen meldplicht moet komen als er wordt verbouwd en dat hiervoor een nieuwe certificering vereist zou moeten zijn. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat hiervoor geen enkele wettelijke basis is.

Commissie – tweede termijn Lid VON GERHARDT kan zich voorstellen dat een verbouwing ertoe heeft geleid dat zaken niet in orde zijn, maar het blijkt dat bij het merendeel van de containerwoningen tekortkomingen zijn. Is het mogelijk dat het toezicht bij oplevering toch onvoldoende is geweest en dat de gemeente moet heroverwegen of dit toezicht niet op een andere manier moet worden gedaan?

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV

Wethouder VAN DANTZIG herhaalt dat er constant sprake is van voortschrijdend inzicht. Het toezicht van de gemeente is inmiddels op een compleet andere manier ingericht. Hij benadrukt dat bovenwettelijke maatregelen volgens de gemeente noodzakelijk zijn en er komt een plan van aanpak. Lid VON GERHARDT stelt dat het niet over bovenwettelijke maatregelen gaat, maar over maatregelen die in het Bouwbesluit stonden waarvoor de gemeente een toezichthoudende rol had. Zijn alle complexen in de loop van de jaren verslechterd of is er bij oplevering onvoldoende gecontroleerd? Wethouder VAN DANTZIG zegt dat ook bij de gemeente sprake is van voortschrijdend inzicht. Het toezicht wordt beter uitgevoerd en de kennis is groter waardoor meer zaken geconstateerd kunnen worden. Lid VON GERHARDT concludeert dat het toezicht in het verleden onvoldoende is geweest en dat alle complexen die in de toekomst worden opgeleverd, zullen voldoen aan de brandwerende scheidingsconstructies. Wethouder VAN DANTZIG stelt dat het toezicht mogelijk onvoldoende is geweest en het college zit er op dit moment bovenop. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat het wordt gepiept naar de raadsvergadering. Zij last een korte pauze in. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN: Bespreekpunten Woningbouw 5.

Kennisnemen van de gemeentelijke inzet ten behoeve van het project van wooncoöperatie de Nieuwe Meent Nr. VN2023-006203 Volkshuisvesting 6. Raadsadres van de Nieuwe Meent inzake realisatie ecologische, sociaal inclusieve en betaalbare woningen Nr. VN2023-006136 De VOORZITTER meldt dat agendapunten 5 en 6 gevoegd worden behandeld na agendapunt 7. Bij agendapunt 5 zit een geheime bijlage waarover niet in de openbaarheid kan worden besproken. Het voorstel is om na bespreking van de openbare stukken de tweede termijn in beslotenheid te vervolgen. Zij concludeert dat de commissie akkoord is met dit voorstel. Lid ASLAMI wijst erop dat al veel over dit onderwerp is gedeeld en omwille van de tijd stelt hij voor om direct in de beslotenheid alles te behandelen, zodat direct de diepte ingegaan kan worden. Lid VON GERHARDT vindt het, gezien het aantal mensen op de tribune, wenselijk om alles wat in de openbaarheid kan worden besproken ook te doen. De paar kleine vragen die geheim zijn, kunnen vervolgens in de beslotenheid worden behandeld. Lid AHMADI steunt het laatste voorstel. Daarnaast verzoekt zij om het onderwerp te piepen naar de eerstvolgende raad vanwege de tijdnood voor de Nieuwe Meent. Lid ASLAMI is het eens met de heer Von Gerhardt, maar hij meent dat de verschillende standpunten duidelijk zijn en heeft bedoeld dat direct ter zake kan worden

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV

gekomen. Als er behoefte is om het nogmaals in de openbaarheid te doen, vindt hij dit prima. De VOORZITTER herhaalt het voorstel dat zij aan het begin van het agendapunt heeft gedaan en zij concludeert dat de commissie akkoord is. Agendapunt 6 is geagendeerd op verzoek van mevrouw Ahmadi (BIJ1). Lid AHMADI is blij met het plan om 10% van de woningen in Amsterdam aan wooncoöperaties toe te kennen. Het gaat om een groep die van onder af een gecompliceerd project probeert te realiseren en echt de support van de gemeente nodig heeft. Voor de Nieuwe Meent geldt dat het plan in principe uitvoerbaar was, maar dat de veranderende situatie veel problematiek heeft opgeleverd voor wooncoöperaties in het algemeen. Het tegemoetkomen van de Nieuwe Meent in de realisatie van de plannen zal een impuls geven aan de rest van de wooncoöperaties. Volgens het college is het aan de raad om een besluit te nemen. Is het college dan ook akkoord om de raad de ruimte te geven om te onderzoeken wat nodig is om de Nieuwe Meent te redden? Lid VAN RENSSEN constateert dat het sluiten van de erfpachtovereenkomst gevaar loopt. Het gaat om een marktfalen dat eigenlijk middels deze verordening aangepakt zou moeten worden. De vraag is of er in verband met de oorlog in Oekraïne geen sprake is van onvoorziene omstandigheden waar artikel 14 uit de verordening op doelt.

Op welke termijn wordt de stimuleringsregeling geëvalueerd en is er wel sprake van precedentwerking als deze toch nog aangepast moet worden? Mevrouw Van Renssen herhaalt de vraag die zij drie weken geleden ook heeft gesteld: Wat kan worden gedaan om de Nieuwe Meent tegemoet te komen met betrekking tot de aflossingstermijn of een andere regeling, eventueel met de beoogde financier GLS? Lid ALBERTS heeft mevrouw Van Renssen horen vragen wat de mogelijkheden zijn. Heeft zij hierover zelf al ideeën? Lid VAN RENSSEN heeft drie weken geleden ook al voorgesteld om in gesprek te gaan met de financier. Ook vraagt zij om het toepassen van bijzondere omstandigheden gezien de oorlog in Oekraïne. Andere oplossingen lenen zich wellicht beter om in de beslotenheid te bespreken. Lid BROERSEN denkt dat het zonde zou zijn als het project geen doorgang vindt gezien de inspanningen en het gemeentelijk geld dat er al in zit. Zij verzoekt de wethouder om een update van de stand van zaken. Klopt het dat het aan de raad is of het project doorgang kan vinden? Meerdere wooncoöperaties kampen met dezelfde problemen als de Nieuwe Meent. Is de verwachting dat de ambitie uit het coalitieakkoord alsnog kan worden gehaald? Lid ALBERTS is teleurgesteld over de brief van de wethouder die blijk geeft van een starre houding terwijl het zo belangrijk is om betaalbare woningen te bouwen.

SP had liever een zoektocht naar oplossingen gezien. Zij vraagt zich af of een precedentwerking van toepassing is. De verwachting van een precedentwerking speelt eerder voor andere wooncoöperaties die niet meer door zullen gaan. In de verordening staat een hardheidsclausule waarnaar gekeken zou kunnen worden. Lid MINDERHOUD stelt dat de PvdA wooncoöperaties een warm hart toedraagt. Hij is ook benieuwd wat de financiële impact is als het project geen doorgang zal vinden. De omgevingsvergunning is al aangevraagd voor de stikstofcrisis. Dit betekent dat op het moment dat het project niet doorgaat, het kavel in principe leeg blijft staan, omdat dan een nieuwe vergunning moet worden aangevraagd die waarschijnlijk niet zal worden gehonoreerd. De heer Minderhoud sluit zich aan bij eerdere vragen over of de oorlog in Oekraïne niet als bijzondere omstandigheid kan worden aangemerkt.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV

Lid MANGAL concludeert dat het lastig is om de vicieuze cirkel te doorbreken van financiering en een vergunning. Hij kan zich niet voorstellen dat er niets te doen is aan de rente op de looptijd en ook ziet hij geen duidelijke financiële bedreiging voor de gemeente. Lid ASLAMI stelt dat de initiatiefnemers alleen om een stukje flexibiliteit vragen. Het is de vraag wat de effecten voor de gemeente zijn als het project niet wordt gerealiseerd. Hij hoort graag welke ruimte er is en meent dat de verordening wel mogelijkheden geeft om flexibiliteit in te passen. College Wethouder VAN DANTZIG wil zich allereerst – via de voorzitter – tot de initiatiefnemers richten. Hij begrijpt de frustratie en deze deelt hij en ook erkent hij dat het een marktfalen is. Het college is gebonden aan de kaders die door de raad zijn vastgesteld en ook aan wet- en regelgeving. Het betreft een stimuleringsregeling, geen garantieregeling en ook geen subsidie. De raad kan de kaders wijzigen, maar dit is geen garantie dat deze hiermee binnen de staatssteunregels passen. De gemeente moet risicoreserveringen in de begroting doen. Als de gemeente hoofdfinancier wordt, zullen de treasurer en de accountant hier serieuze vragen over stellen. Wat betreft de financiering zijn de componenten: meer eigen vermogen, meer verdiencapaciteit of lagere bouwkosten.

Het college is enthousiast over het project en heeft alle marges bekeken en heeft zich op alle fronten maximaal ingezet om het te laten slagen. De lening is verhoogd. Het probleem met artikel 14 is dat het project specifiek moet zijn en de oorlog in Oekraïne is dat niet. Lid ASLAMI wijst erop dat niet om meer geld wordt gevraagd of om een langere aflossingstermijn, maar om iets meer flexibiliteit in de fase tussen de tien en vijftien jaar. Uiteindelijk wordt het bedrag gewoon in vijftien jaar afgelost. Wethouder VAN DANTZIG kan deze vraag helaas niet heel concreet beantwoorden in de openbaarheid. In algemene zin stelt hij dat het aanpassen van leningsvoorwaarden een ander risicoprofiel oplevert en dit een andere risicoreservering betekent. De door de raad vastgestelde kaders bieden deze volgens het college niet. Als een ander voorstel wordt gedaan, zal dit voor iedereen moeten gelden. De wethouder zou kunnen onderzoeken of het mogelijk is om aan één project subsidie te verlenen. Dit is dan wel geld uit de gemeentebegroting. Hij zal uitzoeken of dit een precedentwerking heeft. Voor een ander aflossingsprofiel moet een reservering worden getroffen. Op het moment dat de gemeente hoofdfinancier wordt, verandert het risicoprofiel radicaal. De rente stijgt en dit betekent dat een aanpassing tot een hoger renteprofiel leidt. Dit komt de financierbaarheid niet ten goede.

Daarnaast is het college nog niet volledig overtuigd dat de voorgestelde wijziging honderd procent zeker kans op financiering geeft. Vragen op dit moment zijn: Wil de gemeente hoofdfinancier worden? Wil de gemeente subsidie geven of blijft het een stimuleringsregeling? Het beleid zal worden geëvalueerd, maar volgens de wethouder zou het goed zijn als de gemeente minder financiering zou doen, zodat er meer wooncoöperaties kunnen komen en de gemeente beter zou kunnen ondersteunen. Het probleem is dat op dit moment alle aandacht uitgaat naar de Nieuwe Meent waardoor de evaluatie nog niet aan bod komt. Lid AHMADI is van mening dat de verandering van het karakter van de wooncoöperaties betekent dat juist het unieke karakter verdwijnt. De Nieuwe Meent is een ijkpunt, omdat alle wooncoöperaties in ontwikkeling te maken hebben met precies dezelfde problematiek. Het uitrekken van de reserve zou voor lief genomen moeten worden. Een subsidie zou slechts om 200.000 euro gaan. Deze situatie heeft als uniek kenmerk dat er iets fout is gegaan met de erfpachtregeling waardoor er eigenlijk geen sprake is van een precedentwerking. Lid MINDERHOUD stelt voor om op korte termijn over te gaan op het besloten deel, omdat het web van algemeenheden voor niemand van toegevoegde waarde is.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept raadscommissieverslag, 22 februari 2023

WV

De VOORZITTER concludeert dat de commissie zich hierbij aansluit en geeft de wethouder het woord om te reageren op mevrouw Ahmadi. Wethouder VAN DANTZIG zegt toe mogelijke oplossingen na te rekenen waarbij de overheid is gebonden aan gelijk speelveld. Hij zal hier schriftelijk op terugkomen. Hij kan uitrekenen wat het dekkingsbeslag is, maar hij zal niet met dekkingsvoorstellen komen. Lid ASLAMI begrijpt dat er wat minder tijd en aandacht is voor de tussentijdse evaluatie van de stimuleringsregeling, maar hij vraagt wanneer deze kan worden verwacht. Wethouder VAN DANTZIG wijst erop dat het voor de evaluatie belangrijk is dat alle casussen worden meegenomen. De afronding van het dossier van de Nieuwe Meent is hiervoor ook nodig. Als de gemeenteraad besluit wijzigingen in de kaders voor te stellen, zullen deze voor iedereen gelden, het zal een beslag hebben op de begroting en het zal juridisch gecheckt moeten worden. Daarnaast is de wethouder er nog niet van overtuigd dat de wijzigingen met zekerheid tot financiering zullen leiden. Tot slot kan de marktconforme rente die nu is aangeboden niet meer bij een wijziging worden aangeboden. Lid ALBERTS vraagt of zij goed begrijpt dat wordt aangestuurd op beleid op braakliggende terreinen en vrijval van gereserveerd geld om deze initiatieven te stimuleren.

Zij wijst erop dat wordt gestreefd naar woningbouw en niet naar braakliggende terreinen. Wethouder VAN DANTZIG stelt dat het college het met deze kaders moet doen. Elk bouwproject dat sneuvelt – en zeker een project dat zo nauw aan het hart ligt als de Nieuwe Meent – stemt treurig. Hij zal er altijd alles aan doen om binnen de door de raad gestelde kaders voorstellen te doen, maar in dezen is de wijzigingsbevoegdheid eindig. 7. Kennisnemen van de reactie op motie 379 accent van de leden Ernsting (GroenLinks) en Aslami (D66) inzake goed verhuurderschap en servicekosten Nr. VN2022042538 Agendapunt 7 wordt na agendapunt 4 behandeld. De VOORZITTER heropent de vergadering en meldt dat dit onderwerp op de TKNlijst stond en voor bespreking is geagendeerd door de heer Aslami (D66). Lid ASLAMI vraagt of de wethouder kan ingaan op de nieuwe wet. Hij is verder benieuwd hoe deze zich verhoudt tot de huisvestingsverordening. Tot slot hoopt hij dat de wethouder meer kan vertellen over de handhaving. Wethouder VAN DANTZIG deelt mee dat de Wvg vandaag in de Tweede Kamer wordt behandeld en het is de bedoeling dat deze op 1 juli 2023 in werking treedt. Het gaat om een eigenstandige wet waardoor geen aanpassingen in de Huisvestingsverordening nodig zijn. Op basis van het huidige voorstel komt er jaarlijks vanuit het Gemeentefonds ongeveer 1,1 miljoen euro voor de uitvoering en handhaving.

Daarnaast krijgt de gemeente eenmalig een decentralisatie-uitkering van ongeveer 450.000 euro. De verhuurvergunningen zijn optioneel en de kosten zijn daarom ook voor de gemeente. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Sluiting De VOORZITTER dankt de aanwezigen voor hun bijdrage en schorst de openbare vergadering. De vergadering wordt in de beslotenheid vervolgd. De volgende vergadering is op 22 maart 2022.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12494162/2