Conceptverslag WIO 28.04.2021
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Raadscommissieverslag, 28 april 2021
Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
CONCEPT VERSLAG Openbare digitale vergadering van de Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs (WIO) Woensdag 28 april 2021, van 9.00 tot 12.45 uur Woensdag 2 juni 2021 Voorzitter: mevrouw Bakker Portefeuillehouders: wethouder mevrouw Moorman, wethouder Groot Wassink Commissiegriffier: mevrouw Hofland Verslaglegging: de heer Timmermans (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de heer Boomsma (CDA), mevrouw De Fockert (GL), mevrouw IJmker (GL), mevrouw De Graaff (D66), de heer Khan (DENK), mevrouw Kuiper-de Haan (CU), mevrouw Van der List (GL), mevrouw Martens (VVD), mevrouw Marttin (VVD), de heer Miedema (PvdA), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Schreuders (SP), mevrouw Timman (D66), mevrouw Wijmenga (CDA) Afwezig: PvdD, BIJ1, FvD, JA21 Overige aanwezigen: -
1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en gaat na of alle aangemelde leden inderdaad digitaal aanwezig zijn. Zij constateert dat er een quorum aanwezig is. b. Mededelingen Er is bericht van verhindering van mevrouw Heinhuis. c. Vaststellen agenda De voorzitter constateert dat er geen behoefte is aan besloten bespreking van agendapunt 4 en dat dit als hamerstuk naar de raad wordt doorgeleid. Voor het overige wordt de agenda conform het voorstel vastgesteld, met dien verstande dat de onderwijspunten geclusterd behandeld worden, mede vanwege de aanmelding van insprekers. De punten 5 en 7 worden dus behandeld na punt 3. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie WIO d.d. 7 april 2021 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda per portefeuille
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
Er zijn geen opmerkingen of vragen. f. TKN-lijst Er zijn geen schriftelijke verzoeken voor agendering gedaan. TKN 4 en 5 zijn volgens afspraak uit de vorige vergadering al aan de agenda toegevoegd. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel om 9.12 uur. Vanaf dit moment gaan de spreektijden in. b. Inspreekmoment Publiek Er zijn drie insprekers voor punt 7. Mevrouw Muller zegt dat haar dochter bij de loting met lotnummer 7156 van twee kanten benadeeld is. Ze kan niet terecht op een school uit haar Top5 en valt ook bij de reservelijst uit de boot vanwege dat nummer. Zij laakt de mismatch tussen vraag en aanbod in Amsterdam waarbij populaire scholen te weinig leerlingen kunnen aannemen en scholen van minder kwaliteit of populariteit geen prikkel krijgen tot verbetering van hun aanbod. De voorzitter van OSVO mag in Het Parool beweren dat er wel voldoende aanbod is, maar de praktijk wijst volgens haar anders uit. Zij meent dat er bij de loting en matching ook sprake is van veel verdringing omdat leerlingen die een school bijvoorbeeld niet in hun Top5 hebben maar wel op hun lijst, daar in tweede instantie toch geplaatst kunnen worden terwijl kinderen die die school op plak 1 hadden staan, daar helemaal geen kans meer op maken.
Zij vindt het verder volstrekt arbitrair en niet onderbouwd dat de staartverbetering pas van kracht is bij de plekken 9 – 11 en bijvoorbeeld niet al bij plek 8. Ook op de reservelijst maakt haar dochter geen enkele kans, zo hebben verschillende scholen haar verzekerd. Zij is benieuwd hoe de OSVO-voorzitter denkt zijn claim te kunnen waarmaken dat de staartverbetering een echte verbetering is. De overgang baar het VO zou een vreugdevolle mijlpaal dienen te zijn, maar in Amsterdam bezorgt die haar en haar dochter alleen maar een slecht gevoel. Mevrouw VAN SOEST vraagt of de inspreekster verwacht dat haar kind het op de ongewenste school al volhouden of zal afhaken. Mevrouw TIMMAN vraagt of de inspreekster contact gezocht heeft met OSVO of een bezwaar heeft ingediend. Mevrouw Muller zegt dat zij nu alleen weet dat haar dochter gedupeerd is en met weerzin naar die school gaat. De toekomst zal uitwijzen hoe het haar vergaat. Zij heeft nog geen contact gehad met OSVO, maar is wel met OCO bezig aan een bezwaarschrift. Mevrouw Blom zegt dat haar verhaal vergelijkbaar is met dat van mevrouw Muller. Haar dochter heeft het afgelopen 1,5 jaar online veel scholen bezocht en is tot een keuzelijst
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
gekomen van scholen waar zij zich prettig zou voelen. Dat is volgens inspreekster, zelf jeugdpsycholoog, van belang voor de blijvende vormende invloed die een VO-school heeft op een kind. Zij vraagt zich af of de voorrangsreling nog wel van deze tijd is. Ook voor basisscholen is er immers al geen vrije keus meer. Het lukt dus vaak niet om een kind op een Dalton- of Montessori basisschool geplaatst te krijgen. Daarmee wordt de kans dus meteen een heel stuk kleiner om op een VO-school van dat type te komen. Verder snapt zij niets van de gang van zaken rond het MLA- Sluisbuurt. Haar dochter had zich daar expliciet voor opgegeven, maar kan er niet terecht, terwijl uit de uitslag blijkt dat er voornamelijk kinderen geplaatst zijn met een voorkeur voor het MLA zelf. De heer Oudkerk mag in Het Parool nog zo hard beweren dat kinderen niet dienen te wanhopen omdat er ook nog de reservelijst is, maar volgens haar maakt haar dochter met rangnummer 20 en voor andere scholen nog veel lager ook daar geen echte kans meer. Zij begrijpt niet dat men kinderen die op een school van plak 10 of 11 terecht zijn gekomen en dus het meest benadeeld zijn bij de loting, niet meteen een hogere plaats geeft op de reservelijst. Nu komt het voor dat een kind dat pakweg op school 7 terecht is gekomen, alsnog een hogere plek krijgt op een reservelijst. Dat acht zij onrechtvaardig.
Zij vraagt of er voor de 25 kinderen die op een school zijn geplaatst dier op plek 10 of 11 van hun voorkeur stond, niet alsnog een beter geschikte oplossing kan komen. De heer Habets zegt dat zijn dochter net als veel andere kinderen in geen van de drie rondes een eerlijke kans gekregen heeft. In de eerste ronde was haar lotnummer te hoog, zodat ze op plek 10 van haar lijst kwam. Voor de tweede ronde met de staartverbetering was haar nummer nou weer net niet hoog genoeg en op de reservelijst maakt ze amper kans omdat daar ook kinderen in kunnen meedoen die in hun Top5 geplaatst zijn. Het systeem bevordert zodoende allesbehalve de kansengelijkheid deze wethouder zegt te willen bevorderen. Hij noemt het onbegrijpelijk dat het systeem dit jaar zo fout heeft gefunctioneerd tot verdriet van kinderen en ouders. Afgelopen vrijdag heeft hij bij OSVO het dossier van zijn dochter in gezien en daaruit blijkt volgens hem dat bij haar de staartverbetering nooit is uitgevoerd. Verder is het MLA Sluisbuurt, waar zijn dochter een voorkeur voor had, na de proefloting volledig geschrapt. Volgens OSVO waren er niet genoeg kinderen die deze school op 1 hadden gezet. Het schrappen tijdens de procedure is volgens hem tegen alle afspraken in. Van medewerkers van het MLA heeft hij begrepen dat de wethouder voorrang verleend heeft aan de bouw van de Hogeschool Holland.
Hij vindt dat zijn dochter en alle kinderen recht hebben op een uiterste precisie in de uitvoering van het lotingssysteem. Het gaat immers om hun toekomst en zij staan nu volledig in de kou. Hij voelt zich echter een roepende in de woestijn en doet daarom hier een dringende oproep aan de wethouder en de heer Oudkerk om hier oplossingen voor te vinden. Mevrouw VAN SOEST vraagt hoe het kind dit resultaat ervaart en wat de inspreker nu gaat doen nu zijn grondwettelijke vrijheid van schoolkeuze in het geding komt. De heer Habets zegt dat het bericht op 8 april een zware mokerslag was na een toch al dramatisch jaar vanwege corona. Zijn dochter heeft de hele weg terug gehuild. Bij OSVO kan hij niemand te spreken krijgen over de fouten die hij in het systeem heeft ontdekt. Iedereen lijkt weg te duiken, het lijkt wel de toeslagenaffaire. Hij is wel van plan formeel bezwaar te maken omdat het systeem niet werkt. De staartverbetering heeft weeffouten, de reservelijsten werken niet. Hij noemt enkele voorbeelden van de posities van zijn dochter op de reservelijst: Fons Vitae 295, MLA 201 en Nicolaas 262. Hij vindt al die grove fouten niet uit te leggen, terwijl het hier toch niet om zoiets als krasloten gaat. De heer BOOMSMA vraagt welke fouten er volgens de inspreker concreet gemaakt zijn en of die liggen aan de staartverbetering zelf of aan de uitvoering.
De heer Habets zegt dat in de kernprocedure staat beschreven hoe het zou moeten: eerst kijken of kinderen o plaats 12 geholpen kunnen worden aan een school met een hogere plek op hun ranglijst, daarna die op 11, daarna die op 10 enzovoorts. Volgens de log van de notaris, die hij heeft mogen inzien, zijn er echter kinderen op positie 9 en lager eerder geholpen dan zijn dochter op 10. Dat deugt dus niet volgens het eigen systeem. Als hij vraagt
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
om een uitleg van deze aantoonbare fouten, duikt iedereen bij OSVO weg of zegt dat een uitleg wel over enkele weken zal komen. Hij wil dit echter tot op de bodem uitgezocht zien. Maar ouders met zulke vragen worden uren in de wachtstand gezet en krijgen geen reactie op hun e-mails. De VOORZITTER bedankt de insprekers voor jun inbreng. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingebracht. d. Rondvraag Mevrouw Rooderkerk en mevrouw Van Soest zien af van hun aangekondigde vragen. Mevrouw MARTENS vraagt of de recente berichten over inburgeringsexamenfraudes bij taalaanbieders op het netvlies staan van de wethouder. Zij heeft daar ook al schriftelijke vragen over ingediend. Wethouder MOORMAN zegt dat al langer uit allerlei berichten bekend was dat er taalaanbieders zijn die op enige manier frauderen. Dat het voorkomt is shockerend. De aanbieders die recent in beeld kwamen, maken in ieder geval geen deel uit van het Taalconvenant en zijn daarom minder in beeld bij de gemeente. Daarom is zij blij dat binnenkort de regie over inburgering weer bij de gemeente komt. De vorm van frauderen bij examens die nu aan het licht gekomen is, is voor haar een hele nieuwe in de rij van creatief de boel belazeren. De mensen om wie het gaat, zijn er absoluut niet mee geholpen.
Integendeel, zij zijn met deze vorm drie keer op achterstand gezet: ten eerste hebben zij nu zelf strafbare fraude gepleegd, ze moeten alle geleende geld terugbetalen en zij hebben per saldo niet voldoende Nederlands geleerd. Zij zegt een uitgebreide, zorgvuldige beantwoording van de schriftelijke vragen toe. BESPREEKPUNTEN 3. Kennisnemen van het Jaarverslag schuldhulpverlening 2020 en vaststellen van het Beleidsplanschuldhulpverlening 2021 - 2025 'Op weg naar schuldenrust' en de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening Amsterdam 2021. (ZD2021-004606) Mevrouw DE GRAAFF bedankt voor het uitgebreide jaarverslag waarin melding gemaakt wordt van de vele initiatieven om mensen in schulden eerder te bereiken en de daarmee bereikte verkorting van de doorlooptijd tot 439 dagen. Zij vindt het goed dat steeds meer partijen willen meewerken aan de ondersteuning van mensen in schulden. Zij merkt op dat in Utrecht de gemeente zelf een actievere rol speelt in het begin van het traject. Dat verloopt in Amsterdam nog relatief traag omdat in die fase alle schuldeisers in beeld gebracht moeten worden. Zij is benieuwd of die Utrechtse aanpak geschikt is voor Amsterdam. Verder vraagt zij naar aanleiding van ervaringen in Noord of pas gescheiden vrouwen oververtegenwoordigd zijn in de schuldhulp.
Mevrouw WIJMINGA vraagt hoe het er in Amsterdam voorstaat met het aandeel TONK-gerechtigden bij schuldproblemen. Die mensen hebben immers weinig geld te besteden en kunnen daardoor in de problemen raken. Het lijkt haar een goed idee als de gemeente contact zoekt met deze mensen. Mevrouw VAN DER LIST is blij met de aanpak van de gemeente, maar niet met het feit dat die nodig is als uitvloeisel van de toenemende ongelijkheid in de samenleving. Zij is blij
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
dat Amsterdam via de vroegsignalering en de schuldenpauzeknop iets kan doen aan reparatie van alles wat landelijk in Den Haag mislukt in het voorkomen van armoede en schulden. Zij vindt de extra aandacht voor daklozen, jongeren en ondernemers terecht. Zij noemt het zorgelijk dat in bepaalde stadsdelen – Noord, Nieuw-West en Zuidoost – de problemen toenemen. Zij is blij dat een sociaal incassobeleid wordt aangekondigd. Zij vindt het een goede ontwikkeling dat er een herwaardering plaatsvindt van het begrip fraude en dat niet langer elke omissie op het gebied van de informatieplicht haast per definitie tot frauduleus bestempeld wordt. Zij pleit voor meer coulance en maatwerk en signaleert dat daar in Amsterdam aan gewerkt wordt, bijvoorbeeld bij dreigende huisuitzettingen. Zij vindt dat men lering moet trekken uit steunmaatregelen die in coronatijd zijn ingevoerd omdat sommige ook daarna nog goed van pas komen. Helaas lijken dankzij maatregelen als TOZO nu toch ook weer mensen in de problemen komen omdat naderhand zaken worden meegewogen die in eerste instantie niet meetelden. Zij is benieuwd of dat ook in Amsterdam gebeurt en wat de gemeente daar dan aan zou kunnen doen. Zij wil weten welke negatieve gevolgen mensen ondervinden van de veranderingen in de belastingvrije voet, waardoor ze bijvoorbeeld soms toeslagen moeten gaan terugbetalen.
Er staat nu aangekondigd dat de knelpunten in kaart gebracht worden en onder de aandacht van het kabinet zullen worden gebracht. Zij vraagt de wethouder de raad op de hoogte te houden van de voortgang van de inventarisatie en het overleg met Den Haag. Zij spreekt haar grote zorgen uit over de stijging van het aantal economisch daklozen en vindt het goed dat daar extra aandacht voor is en een hulpaanbod, bijvoorbeeld bij briefadresproblemen. Zij complimenteert de wethouder met haar inzet en aanpak. Mevrouw KUIPER DE HAAN complimenteert de wethouder die in deze stukken haar hart voor de zaak zichtbaar maakt. Het gaat om belangrijke onderwerpen die kinderen, hun kansen bij armoede en het dagelijks leven van huishoudens raken. Zij stelt vanuit haar constructieve oppositierol enkele verbeteringen voor. Zij stel voor het niet een beleidsplan maar een aanvalsplan te noemen. Zij vreest dat er nog meer gevolgen van corona merkbaar zullen worden, met als gevolg een stijging van het aantal hulpvragen. Deloitte voorziet een forse toename van het aantal mensen in problemen, ook bij werkenden en vooral bij flexwerkers. Zij vraagt die ontwikkelingen goed in de gaten te houden. Er zullen meer uitkeringen aangevraagd worden, het aantal daklozen zal stijgen, het beroep op voedselhulp zal toenemen, net als de behoefte aan om- en bijscholing.
Zij vraagt daar rekening mee te houden, ook qua ambtelijke capaciteit. Iedereen staat hier voor een gezamenlijk opgave. Zij vraagt welke termijnen de gemeente nu aanhoudt. In de verordening worden nu de beslistermijnen aangepast, maar haar vraag is welke er thans gelden. Zij vraagt of het mogelijk is een inschatting te maken van de extra inzet die dit van de gemeente vraagt. Zij wil in komende jaarrapportages ook geïnformeerd worden over de werkelijke beslismomenten en termijnen. In het jaarverslag mist zij rapportages over de informele voedselvoorzieningen. Ze adviseert die ook te gebruiken als plek waar de gemeente voorlichting kan geven over allerlei regelingen en voorzieningen. Het is immers daar dat men ongedocumenteerden, toeslaslachtoffers en overheidsmijders kan aantreffen. De gemeente heeft in dit veld te maken met veel externe partijen van uiteenlopende kwaliteit. Zij wil dat in contracten met bewindvoerders en dergelijke ook kwaliteitseisen worden gesteld. De heer KHAN merkt op dat in het jaarverslag goed te zien valt hoe moeilijk 2020 was voor mensen met schulden. Hij vindt het goed dat de wethouder met dit plan komt en daarbij ook speciale groepen benoemt, maar hij mist daarin welke plek spookjongeren in het plan krijgen. Hij vraagt of ze misschien geschaard worden onder de economisch daklozen.
Hij vindt het goed dat veel van de aanbevelingen uit het rapport van de ombudsman zijn opgepakt. Hij blijft zich echter afvragen hoe het staat met het bereik van de schuldenaanpak. In de ontwikkelbuurten ervaren veel bewoners een grote afstand tot de overheid, terwijl juist daar de hulpvoorzieningen het hardst nodig zijn. Hij vraagt uitsplitsingen per stadsdeel over het bereik en effect van interventies. Hij wil die uitsplitsingen graag nog voor de raadsbehandeling ontvangen. Hij mist opvolging op de aanbevelingen van de ombudsman ter verbetering van de vroegsignalering, bijvoorbeeld door bij een afgewezen
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
uitkeringsaanvraag meteen te kijken of er sprake is van schulden. Hij wil een reactie van de wethouder op dit punt. Verder is hij benieuwd hoe het college denkt over een onlinedatabase van schulden. Mevrouw MARTENS zegt dat de meeste van haar vragen al gesteld zijn. Zij complimenteert de wethouder met haar inzet van de afgelopen drie jaren. Zij is niet van plan op dit punt moties in de dienen, al had ze er wel enkele in gedachten. Zij vraagt hoe het staat met haar motie van drie maanden geleden om de schuldenrust ook bij ondernemers te hanteren. Zij denkt dat de gemeente ondernemers met schulden onvoldoende op de radar heeft omdat hun schuldproblemen niet in systemen van de gemeente opduiken. Zij vraagt of de wethouder dit op haar netvlies heeft en of ambtenaren in staat zijn zulke ondernemers te traceren en hulp te bieden. Zij is benieuwd of er ruimte is het beleid op dat punt tussentijds bij te schaven. De heer MIEDEMA sluit zich aan bij de complimenten en vragen. Hij vindt alle extra aandacht voor dit punt prima, zeker in het licht van de crisis. Dankzij de vroegsignalering scoort Amsterdam op veel aspecten van schuldhulp beter dan de rest van het land. Hij vindt de aandacht voor ondernemers terecht.
Hij realiseert zich dat het lastig is preventie meetbaar te maken, maar is benieuwd of de wethouder iets kan zeggen over mogelijke indicatoren en over de aantallen die niet bereikt worden met deze aanpak. Hij is benieuwd of de gemeente iets kan doen om te voorkomen dat mensen via kleine schulden op den duur toch in de problemen geraken. Daarbij gaat het vaak ook om schulden bij de overheid. Uit de cijfers blijkt dat problemen zich aan de randen van de stad en met name in Nieuw-West ophopen. Hij vraagt welke extra inzet er gepleegd wordt om schuldenkwesties daar goed bespreekbaar te maken. Dat geeft hem de vraag in of de gemeente nu wel investeert op de plekken waar dit het hardst nodig is. Wethouder MOORMAN bedankt voor alle complimenten die zij zal doorgeven aan de ambtenaren die hier zo hard aan werken. Zeker in coronatijd is deze aanpak hard nodig. Het terugdringen van de doorlooptijd is in veel gevallen erg lastig, maar soms lukt het binnen drie maanden een aanvraag in te dienen bij de Kredietbank. Het voorkomen dat er nieuwe schulden opduiken tijdens het proces is belangrijk. De aanpak in Utrecht volgt zij met belangstelling om te kijken of die ook voor Amsterdam interessant is.
De gemeente werkt al mee aan het Schuldenknooppunt, een centrale digitale voorziening van onder meer de VNG voor gestandaardiseerd berichtenverkeer tussen schuldhulpverleners en schuldeisers voor het treffen van een schuldregeling. De pilot met de schuldenpauze is hierin ook belangrijk. De ervaringen van de pilot worden met andere gemeenten gedeeld. Uit een onderzoek van twee jaar geleden blijkt inderdaad dat alleenstaande moeders oververtegenwoordigd zijn in het klantenbestand. BIJ! Heeft destijds de organisatie Supermam onder de aandacht gebracht en die helpt de gemeente bij het leggen van contacten met deze groep vrouwen. Bij aanvragen voor TONK wordt de aanvragers direct gewezen op de mogelijkheden voor schuldhulp. Veel zelfstandigen in Amsterdam zijn in problemen gekomen door de crisis en dankzij TONK krijgt de gemeente deze groep nu beter in beeld. De huisuitzettingen lopen in Amsterdam gelukkig terug. De coulance op dit gebied in coronatijd levert belangrijke lessen op. Huisuitzetting is immers geen oplossing, maar levert juist meer problemen op. Daarom heeft de gemeente ook al eerder bij verhuurders aangedrongen op terughoudendheid. De TOZO is vorig jaar razendsnel doorgevoerd. In sommige gevallen is te uitkering niet correct gegaan en volgen terugvorderingen. Dat gaat meestal goed, maar waar dat niet lukt wordt coulance in acht genomen.
De nieuwe belastingvrije voeten blijken ICT-technisch ingewikkeld te zijn en daarom is er ook uitstel opgetreden. Er kunnen inderdaad problemen ontstaan, maar waar die knellen wordt een passende oplossing gezocht. Zij roept mevrouw Martens op vooral te volharden in het vragen van aandacht voor schuldhulp aan ondernemers. Zij verwijst daarbij ook naar het programma Veerkracht.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
Zij deelt de zorgen over de toename van het aantal economisch daklozen. In de brief wordt aangegeven dat daar extra investeringen voor nodig zullen zijn. Daar zal de raad dan over ingelicht worden. Zij ziet het plan wel als een aanvalsplan, al wordt het nu niet zo genoemd. Zij wil wel nadenken over een naamswijziging. Er is nu al geld vrijgemaakt, maar als zich meer mensen gaan melden zullen meer investeringen en ambtelijke capaciteit nodig zijn. Daar houdt zij rekening mee. Vroegsignalering en het schuldenrustprogramma zijn een belangrijk onderdeel van dit plan. De beslistermijnen waren in de praktijk al zoals ze nu in de verordening staan. Amsterdam hanteert veel coulance bij de toegang tot deze programma’s en bestempelt mensen niet vlug tot fraudeurs. Bij schuldsaneringen kunnen zaken erg ingewikkeld worden, wat tot vertragingen kan leiden, maar de toegang tot schuldhulp wordt nooit geweigerd. Een overzicht van alle voedselhulpinitiatieven is eind vorig jaar naar de raad gestuurd, maar er komen er nog steeds nieuwe bij, onder meer in het kader van de Ramadan. De Madi’s verzorgen de intake voor de voedselbanken zodat er ook beter gebruik wordt gemaakt van het aanbod. Spookjongeren kunnen terecht bij het Jongerenloket. Bij deze groep is het van belang te voorkomen dat hun schulden zich bij die van hun ouders opstapelen.
Zij neemt de aanbevelingen van de ombudsman uiterst serieus, maar denkt dat het bereik van alle hulpvoorzieningen altijd een punt zal blijven. Daarbij spelen ook kwesties van beeldvorming en schaamte een grote rol en de angst om de regie over het eigen leven kwijt te raken. Men wil vaak liever zelf zaken oplossen. De gemeente doet veel om die drempels weg te nemen. De schuldenpauze is ook in dat opzicht van betekenis. Juist om het bereik te verbeteren wordt bij afwijzingen van uitkeringsaanvragen en bij aanvragen voor TONK en bij TOZO gewezen op schuldhulpvoorzieningen van de gemeente. Zij gaat haar best doen om nog voor de raadsbehandeling uitsplitsingen per stadsdeel aan te leveren en zal dat zeker gaan doen in toekomstige rapportages. In landelijk verband wordt gewerkt aan een schuldenregister. De huidige schuldenwijzer registreert alleen loonbeslagen. Het Schuldenknooppunt is een landelijke ontwikkeling van VNG en NVVK. Als dat eenmaal goed werkt, zou het de hulpverlening vergemakkelijken. Maar men moet de complexiteit niet onderschatten, zegt zij met een verwijzing naar de toeslagenaffaire. Maar zij begrijpt de vraag naar een dergelijk register. De heer KHAN vraagt of de gemeente vooruitlopend op de landelijke aansturing niet zelf al daarop kan voorsorteren met een onlinedatabestand van schulden van Amsterdammers bij de gemeente.
Wethouder MOORMAN zegt dat dit al gedaan wordt bij saneringskredieten. Maar er is vaak ook sprake van schulden bij de tandarts, de fysiotherapeut of andere kleine ondernemers die gaandeweg de sanering aan het licht komen. Om die ook goed in beeld te krijgen is landelijke regelgeving nodig. Vooralsnog blijft in zulke gevallen maatwerk nodig. Zij zou als wethouder erg gelukkig zijn met een goedwerkend schuldenregister. Goede indicatoren voor het effect van preventie zijn inderdaad lastig voor elkaar te krijgen. Men kan stellen dat het gegeven dat de gemiddelde schuldenlast in Amsterdam lager is dan in andere gemeenten, een gevolg is van de vroegsignalering op stadsdeelniveau of de investeringen in financiële educatie. Ondernemers in het Taalconvenant wordt gewezen op signalen die kunnen duiden op schulden bij hun personeel. Als jongeren 18 jaar worden, krijgen ze van de gemeente een kaart met informatie over alle financiële regelingen die \zij voortaan zelf dienen te treffen. Binnenkort gaan er ook zulke berichten naar hun ouders zodat die daar alert op zijn. Van al deze interventies mag men een preventief effect verwachten. De VOORZITTER constateert dat het onderwerp nu voldoende besproken is en kan worden doorgeleid naar de raad voor een korte behandeling. .
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
Onderwijs 4. Benoeming lid Raad van Toezicht AWBR (ZD2021-003566) Deze voordracht is bij de vaststelling van de agenda als hamerstuk doorgeleid naar de komende raadsvergadering. 5. Kennisnemen van de Voortgangsrapportage Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam – Resultaten 2020 en Vervolgprogramma 2021-2022 (ZD2021-001308) Mevrouw KUIPER-DE HAANr signaleert dat veel scholen nog niet voldoende zijn toegerust het regelen van een goed binnenklimaat bij hoge buitentemperaturen in de zomert. Zij vraagt of de wethouder scholen op dit punt kan bijstaan. Mevrouw ROODERKERK ziet in het overzicht dat veel scholen hebben deelgenomen aan de gemeentelijke regeling voor betere binnenventilatie. Dat komt de klimaatbestendigheid en de duurzaamheid van de schoolgebouwen ten goede. Zij deelt echter de zorg om de hittebestendigheid bij de hoge zomertemperaturen die tegenwoordig niet ongewoon zijn. Zij vraagt of er scholen zijn die daar al iets aan doen en of er mogelijkheden zijn om dat te bevorderen. Zij denkt dat nu vooral scholen met mondige ouders meedoen met zulke programma’s en vraagt hoe de gemeente ervoor kan zorgen dat alle scholen in alle stadsdelen een gezond binnenklimaat krijgen. Mevrouw VAN SOEST stelt de wethouder voor scholen aan te melden voor de energietransitie zodat ze daarop kunnen meeliften.
Verder wil zij goed geïnformeerd blijven over de ontwikkelingen rond fijnstof, want zij wil toestanden als bij Tata voorkomen. Wethouder MOORMAN zegt de vraag naar temperatuurmaatregelen bij zomerse hitte goed te begrijpen. Dat die vaker voorkomen is een gegeven waar rekening mee gehouden moet worden. Maar zij wijst erop dat koelingssystemen erg kostbaar zijn en ook strijdig kunnen zijn met het streven naar duurzaamheid. Die aspecten zullen eerst goed uitgezocht moeten worden. In het GSA-programma gaat het nu om ventilatie, niet om koeling. De middelen van Amsterdam zijn beperkt en dit programma wordt uit eigen middelen bekostigd, terwijl van de scholen zelf medefinanciering wordt verwacht. Zij wil de mogelijkheden voor koeling laten ver kennen, maar wil bij voorbaat verwachtingen over middelen temperen. Amsterdam is nu al voorloper in het land door scholen mee te nemen in de energietransitie bijvoorbeeld via de aanleg van groene daken en zonnepanelen. Mevrouw ROODERKERK is blij met de toezegging van het onderzoek naar mogelijkheden voor warmtebeheersing en wijst op het voorbeeld in Utrecht. Zij begrijpt de zorg om het kostenplaatsje, maar merkt daarbij op dat ook van het Rijk middelen te verwachten zijn. Verder is zij benieuwd over hoeveel jaar alle veertien scholen die nu nog last hebben van fijnstof, over een gebouw kunnen beschikken dat wel aan de eisen voldoet.
Zij zou in de rapportages graag zien hoe het staat met verbeterplannen. Wethouder MOORMAN zegt dat de toezegging voor het onderzoek op de lijst mag komen. De 14 scholen die nu nog te maken hebben met fijnstof staan, zijn nu nog in een tijdelijke huisvesting of staan op de nominatie voor sloop. In de media is volgens haar ten onrechte het beeld geschetst dat het zou gaan om scholen in gebieden met veel kwetsbare leerlingen. Het gaat voornamelijk om scholen in fijnstofgebieden in Zuid. Voor zover zij weet is daarbij geen enkele school zonder plan van aanpak van het probleem of aanstaande verhuizing. Als dat niet het geval is, zal zij dat per brief laten weten. Het fijnstofprobleem staat overigens los van dit programma rond het ventilatiesysteem waarbij van scholen een eigen bijdrage wordt verwacht in het onderhoud van het systeem. In rapportages zal wel worden
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
meegenomen hoe het staat met de verbeterplannen zodat de raad de ontwikkelingen kan volgen. De VOORZITTER constateert dat het onderwerp nu voldoende behandeld is en dat de wethouder een onderzoek naar koelsystemen heeft toegezegd en brief als er toch scholen in fijnstofgebieden blijken te zijn zonder verbeterplan. 6. Meer Kans op Werk Jongeren - aanpak jeugdwerkloosheid (ZD2021-003804) (Dit punt is behandeld na agendapunt 8) De heer MIEDEMA merkt op dat het hier gaat om een belangrijp punt omdat jongeren in het bijzonder worden geraakt door de coronacrisis. Zij hebben vaak tijdelijke flexbanen, moeten het doen met onlineonderwijs en een gebrek aan dagbesteding. Vandaar dat het SCP ook al waarschuwingen heeft doen uitgaan. Uit de crisis van 2008 heeft men kunnen leren dat preventie en laagdrempelige dienstverlening in de buurt belangrijk zijn. Hij heeft enkele vragen bij dit belangrijke plan. Hij mist de verbinding met andere thema’s, zoals diversiteit, het tegengaan van discriminatie en het vergroten van mentale weerbaarheid. Hij vraagt waarom het werkplan tegen arbeidsdiscriminatie niet expliciet is opgenomen in deze aanpak. Hij vindt dat terecht de aandacht wordt gevraagd voor mentale weerbaarheid, want het verlies van een baan en dagbesteding betekenen een grote aanslag op die weerbaarheid.
Hij vraagt hoe de samenwerking verloopt met andere gemeentelijke dienste, of het lukt de nodige dwarsverbanden te leggen en welke andere wethouders bij dit programma betrokken zijn. Hij is benieuwd hoe het ervoor staat met de campagne en of er samenwerking is met scholen en corporaties. Hij vraagt of het nuttig is een eigen lijn te openen in navolging van UpTalk van de GGD of dat men kan volstaan met doorverwijzing naar Jongerenpunten. Hij vraagt of de aandacht voor de relatief kansrijke jongeren die recent hun baan zijn kwijtgeraakt, niet gaat leiden tot het buiten beeld raken van de echte risicojongeren met al hun problemen. Hij vindt het een goede ontwikkeling dat er een klankbordgroep van jongeren komt. Hij is benieuwd of die klankbordgroep al is gevormd, of die divers genoeg van samenstelling is en hoe de ondersteuning is geregeld. Mevrouw DE GRAAFF ziet in de brief veel goede initiatieven om jongeren te helpen in deze zware tijden waar veel startersbanen in de knel komen. Zij vraagt of het recente SERrapport over jongeren bekend is bij de wethouder en wat hij daaruit meeneemt voor Amsterdam. Zij deelt de zorgen van de PvdA over de mentale gesteldheid van jongeren in deze coronacrisis en vraagt daarom aandacht voor diverse apps die bewezen hebben een nuttig effect te hebben. Mevrouw IJMKER sluit zich bij de woorden van de PvdA en D66 aan.
Zij merkt op dat ook de gevolgen van de coronacrisis niet gelijk verdeeld zijn over groepen jongeren. Veel jongeren blijken bovendien niet op de hoogte te zijn van programma’s waar ze iets aan zouden kunnen hebben. Daarom is zij blij dat nu gezocht wordt naar een aanpak en communicatiekanalen die beter aansluiten bij de doelgroepen. Zij is benieuwd of de klankbordgroep ook betrokken is geweest bij de opstelling van deze aanpak zelf en naar de reden als dat niet het geval is geweest. Zij vraagt hoe de gemeente gaat zorgen voor een opbouw van netwerken en oriëntatie op steunmogelijkheden voor startende ondernemers bij jongeren die niet zelf over een netwerk beschikken dat ze daarop kan attenderen. Zij vraagt hoe de gemeente bij werkgevers kan bevorderen dat er meer stage- en BBL-plekken komen voor mbo-studenten. Voorts mist ze specifieke aandacht voor hbo-jongeren bijvoorbeeld in de sector kunst & cultuur. Tot slot is zij benieuwd naar het effect op de thuissituatie als jongeren nu zo talrijk instromen in de bijstand. Zij maakt zich zorgen over de gevolgen voor de hoogte van de uitkering aan de ouders en de jongeren zelf. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat inclusiviteit bij alle handelingen van dit college standaard uitgangspunt is en daarom niet apart benoemd wordt in dit plan. Hij verwijst
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
naar het werkplan Arbeidsdiscriminatie en de campagne Spotlicht waarin dit naar zijn mening afdoende geborgd wordt. De medewerkers van de Jongerenpunten vertonen bovendien al een grote diversiteit. Zij zijn ook getraind in het herkennen van signalen die wijzen op mentale problemen als gevolg van de zware wissel die corona op jongeren trekt. Op ambtelijk niveau wordt goeds samengewerkt met de afdeling Zorg en ook met de wethouder Zorg is afstemming geweest, ook al ontbreekt diens handtekening onder dit plan. De campagne via social media heeft veel respons opgeleverd, de speciale webpagina is al 7500 keer bezocht. Men kan dus zeggen dat het bereik effectief is. Veel werkgevers hebben al gevraagd om aansluiting. Deze aanpak is bestemd voor alle jongeren, voor iedereen die zich meldt, wordt een plan gemaakt. Het kan zijn dat kwetsbare jongeren zich minder snel aanmelden, maar gezien de samenstelling en inzet van de adviseurs is hij daar niet bang voor. Met UpTalk wordt al samengewerkt. Hij kent het SER-rapport en bekijkt nog welke vervolgstappen hij daaraan moet geven. Bij het opstellen van dit plan, de Haagse lobby en het ontwerp van de campagne zijn CNV- en FNV-jongeren betrokken geweest. Mede met het RWC wordt gekeken naar de kwesties rond ondernemerschap en stages.
Er is een mbodenktank, waarin ook studenten zitten, en daar zijn suggesties uit voortgekomen die nu gezamenlijk uitgewerkt worden. Met de hogeschool zijn gesprekken gaande over intensivering van de samenwerking. Binnen het RWC-verband worden werkgevers aangespoord om meer stageplekken te creëren. Er loopt ook een pilot om arbeidsdiscriminatie tegen te gaan. Volgens hem wordt de kostendelersnorm een nadrukkelijk punt aan de formatietafel in Den Haag vanwege de grote knelpunten en onwenselijke consequenties. Vooralsnog houdt deze gemeente het bij maatwerk. De heer MIEDEMA vraagt of de verbinding met zorg binnen de organisatie voldoende geborgd is om de gewenste integraliteit te bereiken. Hij vraagt of daar in een brief meer over te melden valt. Hij kondigt enkele moties aan en wil het punt daarom piepen naar de raad. Wethouder GROOT WASSINK benadrukt dat de samenwerking bestaat en ook noodzakelijk is. Dat zit niet alleen in de training van de adviseurs, maar ook in de geintegreerde aanpak vanuit verschillende directies. Integraal werken heeft prioriteit zowel in de uitvoering in buurten als in de ambtelijke organisatie. De VOORZITTER concludeert dat het stuk gepiept wordt naar de raad van 16 juni voor een korte behandeling. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Bespreekpunten Onderwijs 7. Uitslag Centrale Loting & Matching 2021 Nr.
VN2021-010276 Mevrouw MARTTIN merkt op dat het effect van het aangepaste systeem zichtbaar is in het feit dat meer kinderen op hun Top5 zijn geplaatst. Maar dat neemt niet weg dat er weer veel teleurstelling is bij kinderen en ouders die 1,5 jaar bezig geweest zijn met het zoeken naar geschikte scholen. Er zijn vandaag slechts drie insprekers aan het woord kunnen komen, maar zij weet dat er veel meert mensen hun klachten naar voren willen brengen. Daarom zou zij graag een aparte inspraakavond willen houden. Zij vraagt of de zorg van de inspreekster Muller terecht is dat de mismatch groter wordt met het toenemend aantal havoadviezen. Zij vraagt of er nog oplossingen mogelijk zijn voor de 15 kinderen die nu op hun plek 11 geplaatst zijn. Zij merkt op dat er meer kinderen uit randgemeenten geplaatst zijn en vraagt of daar nog mee te schuiven valt. Zij vraagt hoe het kan dat de MLA Sluisbuurt plotsklaps niet meer meedeed aan de loting. Zij vraagt wat de stand van zaken is bij de kansrijke havo-v wo klassen en of daar nog plaatsingsmogelijkheden zijn.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
Mevrouw TIMMAN bedankt mevrouw Marttin voor het agenderen van dit punt. Spreekster volgt dit dossier nu al jaren en elk jaar opnieuw zijn er tot haar verdriet weer veel teleurstellingen. Zij heeft veel mails van teleurgestelde ouders ontvangen en vindt het zonde dat ze nu niet iedereen heeft kunnen inspreken en steunt het voorstel voor een extra inspraakavond. Zij voegt daar wel de waarschuwing aan toe dat het voor de ouders volstrekt duidelijk moet zijn dat niet de raad maar OSVO verantwoordelijk is voor het lotingssysteem en de uitvoering. Mevrouw VAN SOEST vraagt of zij iets gemist heeft want volgens haar gaat de wethouder over het openbaar onderwijs. Mevrouw TIMMAN zegt dat de wethouder wel een hoedster is over de bevordering van kansengelijkheid in het openbaar onderwijs en goede contacten onderhoudt met OSVO, maar dat de scholen zelf en dus OSVO formeel juridisch verantwoordelijk voor de plaatsing van kinderen op hun scholen. Ook zij wil weten hoe het nu zit met de MLA Sluisbuurt. Verder wil zij meer duidelijkheid krijgen over de staartverbetering en de kansklassen. Zij vraagt of er nog opties zijn voor kinderen die nu nog onderaan in de staart zitten. Mevrouw DE FOCKERT zegt dat de uitslagen dit jaar extra heftig aangekomen zijn omdat de kinderen zo lang zijn aangewezen op thuisonderwijs en door de onmogelijkheid om scholen fysiek te bezoeken.
Zij constateert dat er gelukkig heel veel kinderen in hun Top5 zijn gekomen en relatief weinig in de onvermijdelijke staart. Zij is wel benieuwd wat er verkeerd gegaan is in de staartverbetering. Volgens de procedure zouden kinderen met een laag nummer hoog op de reservelijst geplaatst worden en dat is volgens de insprekende ouders niet goed gegaan. Ook zij wil graag weten wat er is gebeurd met de MLA Sluisbuurt. Zij heeft gehoord dat er een onderzoek is uitgevoerd naar de situatie van kinderen na drie jaar verblijf op een school waar zij niet voor gekozen hadden. Zij heeft dat onderzoeksrapport echter zelf nooit gezien en zou dat wel willen. Zij wil graag een toezegging dat kinderen die bij de eindtoets hoger scoren dan hun schooladvies aangaf, ook werkelijk op dat hogere niveau een plaats krijgen. De heer MIEDEMA meldt dat mevrouw Heinhuis de fractiewoordvoerder is op dit dossier, maar dat zij op dit moment aan het werk is voor de enquêtecommissie. Hij vindt het voor zichzelf niet gepast hierover het woord te voeren omdat hij op het ministerie voor onderwijs werkt. Hij zal de boodschap van de insprekers doorgeven. De heer BOOMSMA noemt de uitslag van de loting voor sommige leerlingen en ouders een mokerslag met voorbedachten rade. De resultaten zijn dit jaar naar zijn mening slechter dan voorgaande jaren ondanks alle noodgrepen.
Hij roept de wethouder op in conclaaf te gaan met OSVO omdat dit zo niet langer mag doorgaan en herstel van de mismatch nodig is. De prognoses moeten volgende keren ook beter worden. Hij vraagt waarom de staartverbetering op deze wijze moet. Hij bespeurt dat er ruilopties zijn en vraagt waarom die niet vooraf bekend waren. Kinderen onder aan de staart zijn benadeeld terwijl ze een hoger lotnummer hadden. Op tien scholen. Is de flexibele schil al meteen helemaal gebruikt. De gang van zaken bij MLA Sluisbuurt is raadselachtig. Zijn motie over het dubbeladvies vroeg erom kinderen op het hoogste niveau te plaatsen en niet om het scheppen van een extra klas. Hij vraagt wat er nu terechtgekomen is van de dubbeladviezen en hoeveel kansrijke klassen er zijn gekomen. Mevrouw VAN SOEST zegt dat haar de haren te berge rijzen. Zij vraagt of het loten en matchen wel een juiste manier is om kinderen op scholen te plaatsen. Zij vraagt welke gevolgen het wel niet voor kinderen moet hebben als zij geplaatst worden op een school ver uit hun buurt waar zij zich niet thuis voelen. En wat er met die kinderen gebeurt als ze op die school uitvallen en of ze dan wel op een andere school terechtkunnen. Zij wil cijfers zien over afhakers en thuisblijvers.
Zij heeft lang geleden ten tijde van Netelenbos een stichting gehad die zich bekommerde om uitvallers en krijgt de indruk dat die weer geactiveerd moet worden.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
Met een verwijzing naar artikel 23 merkt zij op dat dit soort plaatsingsperikelen toch niet zouden mogen plaatsvinden. Wethouder MOORMAN biedt aan mevrouw Van Soest en de commissie met een technische sessie nog eens duidelijk te laten uitleggen hoe en waarom dit systeem er gekomen is. Het doel is juist zo veel mogelijk kinderen een plaats te laten krijgen op een school waar ze voor gekozen hebben. Toen kinderen nog maar mochten kiezen voor één school, was het aantal teleurstellingen veel groter. Het verschil tussen de eerste vijf voorkeurscholen is minder dan men zou kunnen denken. Mevrouw MARTTIN merkt op dat er in de loop der jaren weliswaar verbeteringen zijn doorgevoerd, maar dat het nodig blijft te kijken naar verbeteringen van het systeem. Wethouder MOORMAN bevestigt dit en stelt dat dit ook gebeurt. Zo is er de staartverbetering gekomen. Nadat het systeem in eerste ronde gedraaid heeft wordt er een flexibele schil van 4% capaciteit bijgezet en wordt het systeem nog een keer gedraaid voor kinderen die op de plekken van 9-12 geplaats waren. Zo heeft men veel leerlingen alsnog op een hogere plek kunnen plaatsen. Dat men een lijst van 12 scholen moet maken, is nodig voor de plaatsingsgarantie. Bij de reservelijsten gelden de lotingsnummers in omgekeerde volgorde om dubbele pech als gevolg van dat nummer tegen te gaan.
Een niet van tevoren doordacht effect is dat die omkering anders uitvalt bij staartverbetering. Daar wil zij het met OSVO over hebben. Zij snapt alle zorgen van de ouders, maar wijst erop dat OSVO zelf verantwoordelijk is voor de plaatsingen. De voorrangsregeling is ook haar een doorn in het oog en dat zal ze bij OSVO aankaarten in haar regelmatig overleg. Men moet zich realiseren dat Amsterdam veel schoolbesturen kent en dat het daarom op zich al een hele prestatie is dat alle scholen zich committeren aan één plaatsingssysteem voor heel Amsterdam. Zij belooft desgevraagd in een brief uit te leggen hoe die relatie tussen reservelijsten, staartverbetering en lotnummers in elkaar steekt. Op de vraag wat er nog kan gebeuren voor de kinderen die nu op plek 11 beland zijn door deze gang van zaken, antwoordt zij dat ze dat met OSVO zal opnemen. Het lijkt haar vanwege de transparantie niet goed tijdens het spel de spelregels te veranderen en ze wil dus geen valse verwachtingen wekken. Over de uitslag van het gesprek met OSVO zal zij de raad berichten De kwestie of het aanbod in Amsterdam aansluit op de vraag is een steeds terugkerend punt. Zij verwijst naar een filmpje van de VVD. Toen Hyperion werd gebouwd, waren veel ouders boor omdat hun kind daar tegen hun zin geplaatst werd, terwijl het nu een van de meest populaire scholen is.
Fons Vitae en Cartesius 2 hebben vergelijkbare wisselingen in populariteit doorgemaakt. Wie het dossier over de loop der jaren beziet, zal moeten constateren dat populariteit grillig verloopt. Het is dus moeilijk te sturen op populariteit. Daarmee wil zij niets afdoen aan de keuzes die ouders maken met hun kind. De loting en matching heeft ook een stimulerende werking op kwaliteitsverbetering van scholen. Elk jaar wordt samen met OSVO een analyse en evaluatie gemaakt van de uitslag. Dat gaat ook dit jaar nog gebeuren en het verslag komt naar de raad. Er waren dit jaar 307 leerlingen meer dan vorig jaar. De prognose was echter lager. Op het eerste gezicht is de indruk dat meer leerlingen uit randgemeenten hebben meegedaan dan was voorzien. Bij MLA Sluisbuurt speelde het feit dat de school nog moest worden gebouwd, maar wel op de lijst was opgenomen. Dat heeft voor verwarring gezorgd. Het gaat om een dislocatie van het MLA, waarbij de capaciteit van de huidige locatie weer afneemt. In de loting zijn beide capaciteiten bij elkaar gevoegd. Omdat ze op de lijst wel als aparte locaties stonden, is die verwarring ontstaan. Het schoolgebouw is in september nog niet gereed. De keuzes zijn in de loting dus wel gewoon meegenomen bij de andere MLA-keuzes. In de evaluatie zal zij dit voor alle duidelijkheid nog eens laten toelichten.
In de evaluatie kan meer gezegd worden over de gang van zaken bij kansrijke adviezen. Er zouden kansrijke klassen komen zodat men het hoogste niveau van het combiadvies kon volgen. Of die er gekomen zijn is afhankelijk van het aantal inschrijvingen. In een aantal gevallen heeft men deze klassen kunnen vinden en anders komen deze kinderen terecht in een zogenaamde dakplanklas met zicht op doostroming.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
De eindtoets vindt laat in dit proces plaats en daardoor is het vaak problematisch kinderen met een hogere score dan hun schooladvies alsnog op dat hogere niveau te plaatsen. Gelukkig kiezen ouders van zulke kinderen vaak voor een brede school waar meer doorstroommogelijkheden zijn. De echte analyse moet dus nog komen, maar nu al kan gezegd worden dat de capaciteit voor vwo juist is toegenomen. Ruilopties zijn er volgens haar niet en worden in de procedure juist uitdrukkelijk uitgesloten. De staartverbetering biedt een oplossing, maar heeft weer nieuwe complexiteiten met zich meegebracht. Ruilen zou de transparantie van het systeem doorkruisen. In het gesprek met OSVO over de staartverbetering zal ze dit punt meenemen. De heer BOOMSMA merkt op dat bij staartverbetering strategische keuzes geen rol spelen, maar dat er een reëel zicht op een winwin-situatie voor twee leerlingen zou ontstaan als ruil een optie wordt. Hij wijst erop dat er acute gevallen zijn die niet kunnen wachten tot er eindelijk een analyse is.
Wethouder MOORMAN zegt dat uit onderzoeken geen significante verschillen naar voren gekomen zijn tussen kinderen die op een school naar eigen keuze of op een andere geplaatst zijn. Kinderen weten kennelijk uiteindelijk wel hun draai te vinden. Dat onderzoek wordt dit jaar herhaald. Van relaties met schooluitval is haar niets bekend. Het verdriet bij kinderen als ze een teleurstellende uitslag krijgen blijft onmiskenbaar een gegeven. Daarom is er dit jaar bij OSVO ook een speciale bezwaarcommissie, zeker voor gevallen waar sprake is van echte mismatching. De bezwaarprocedure loopt tot eind mei. In de tussentijd zal zij het met OSVO hebben over de acute gevallen, de ruiloptie, de neveneffecten van de staartverbetering en de reservelijst. De reservelijst treedt pas in werking als er weer capaciteit op scholen vrijkomt omdat leerlingen zich terugtrekken omdat ze elders ingeloot zijn. Mevrouw VAN SOEST bedankt haar voor deze informatie. Zij vraagt of scholen wel een andere school voor een leerling moeten vinden als die zich toch niet weet te handhaven op een school waar hij niet voor gekozen heeft. Wethouder MOORMAN zegt dat het regelmatig gebeurt dat scholen een andere school voor een leerling moeten zoeken omdat die het niet haalt op deze school. Dat vindt vooral bij categorale vwo-scholen plaats.
In de meeste gevallen lukt het dan wel een passende school binnen dezelfde schoolorganisatie te vinden. Zij verwacht dat de analysebrief via een nazending in de commissie van 23 juni behandeld kan worden. De VOORZITTER constateert dat er voldoende steun is voor het houden van een extra inspraakavond. Zij legt de commissie de keuze voor of men dit punt wil piepen naar de raad van 16 juni of dat men het wil aanhouden en dan samen met de uitkomsten van de inspraakavond en de analysebrief in de commissie van 23 juni eerst verder wil behandelen. Na een korte schorsing en een peiling stelt zij vast dat dankzij de voorstem van mevrouw Marttin het onderwerp in de commissie van 23 juni verder besproken zal worden en dat de extra inspraakavond op dinsdag 15 juni zal plaatsvinden. Zorg 8. Raadsbrief Start Buurtteams 1 april 2021 Nr. VN2021-009994 Mevrouw VAN DER LIST is enthousiast over de vorming van buurtteams die integraal gaan werken vanuit één locatie in een buurt dicht bij de mensen. Het gaat om een grote transitie in het sociaal domein die plaatsvindt in turbulente tijden, zoals ook de brief terecht
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
stelt. Zij vraagt of de gemeente en de commissie er op tijd bij kunnen zijn als daar ergens problemen ontstaan. Nog voor de zomer een werkbezoek lijkt haar een goed idee. Wethouder MOORMAN zegt een werkbezoek een verstandig idee te vinden en biedt aan dat te laten organiseren. De raad kan de vinger verder aan de pols houden via de periodieke rapportages. De VOORZITTER polst de belangstelling voor een werkbezoek en constateert dat die er voldoende is. Zij wil dit ook bespreken met de commissie Zorg en adviseert de commissieleden hun partijgenoten op de hoogte te stellen. Zij sluit de bespreking voor dit moment af. Sociale Zaken 9. Raadsinformatiebrief Reactie op rapporten van de WRR en Commissie Regulering van Werk, afdoeningtoezegging TA2020-000588 uit de commissievergadering van 27 mei 2020 Nr. VN2021-011853 Mevrouw IJMKER merkt op dat de coronacrisis de kwetsbaarheid van arbeidsmarkt en bestaanszekerheid nog eens goed aan het licht heeft gebracht en dus de noodzaak van structurele veranderingen. Voor het Mkb is de doorbetaling van personeel bij ziekte een groot knelpunt en dat is een element dat zij mist is de reactie van de wethouder. Zij stelt voor in Amsterdam via het RWC een start te maken om dat knelpunt te verzachten door die individuele doorbetaling te beperken tot een jaar en daarna een collectieve regeling te treffen.
Ook zou men daar kunnen beginnen met het versimpelen van arbeidscontracten in lijn met het advies van de commissie Borstlap en bijvoorbeeld bij het RWC een bananenpool in het leven te roepen. Het RWC was een reactie op de coronacrisis, maar zij vraagt of het vooruitlopen op landelijke veranderingen die nog wel even op zich zullen laten wachten, niet handig is om dat ook na de coronacrisis voort te zetten om aanbevelingen als de loopbaanwinkel in Amsterdam al vast op te volgen. De heer MIEDEMA vindt de brief een verhelderend overzicht geven van wat er in Amsterdam al allemaal gebeurt is de geest van Borstlap. Hij vraagt of de wethouder dit punt ook meeneemt bij zijn VNG-lobby in Den Haag tijdens de formatie. Wethouder GROOT WASSINK betreurt het dat er nog maar zo weinig spreektijd over is voor dit onderwerp dat naar zijn mening juist een uitvoerige discussie verdient. Het gaat zijns inziens om drie bouwstenen voor het nieuwe kabinet in de omgang met de arbeidsmarkt. Er is nu een oerwoud aan regelingen, maar een echt arbeidsmarktbeleid ontbreekt. Er is een gebrek aan bestaanszekerheid voor steeds meer mensen in Nederland. En de flexibilisering is volstrekt doorgeslagen. Het ontbreken van perspectief is een groot punt van zorg en daarom zijn regionale structuren nodig. Dat is een onderdeel van zijn lobby bij elk bestuurlijk overleg.
Dat is een zaak die een volgend kabinet moet regelen omdat het huidige demissionair is. Het RWC is hier opgezet indachtig de aanbevelingen van Borstlap en dat is op zijn beurt weer landelijk als voorbeeld opgepakt. Het RWC blijft zeker ook op de langere termijn nuttig en staat ook op zijn lobby-agenda en die van de VNG. De doorbetaling van loon bij ziekte heeft geleid tot meer flexcontracten. De cruciale vraag is hoe om te gaan met de risico’s bij ziekte van personeel. Dat gebeurde voorheen collectief, maar dat is nu afgewenteld op individuele werkgevers. Dat verdient een fundamentele discussie op landelijk niveau. Het is echter erg ingewikkeld om daar als Amsterdam een voorlopersrol te vervullen vanwege de wet Poortwachter. Amsterdam kan daar dus niet van afwijken. Maar er kan volgens hem wel iets gebeuren rond de versimpeling van arbeidscontracten. In Zuidoost is daarover nagedacht voor het banenplan. Er zijn constructies denkbaar dat men bij verschillende werkgevers werkt, maar slecht één contract heeft bij een banenpool. Ook dat is ingewikkeld eenvoudig, maar het lijkt hem de moeite waard daar verder over na te denken.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 28 april 2021
WIO
De VOORZITTER constateert dat het punt nu voldoende besproken is. De VOORZITTER sluit de vergadering om 12.45 uur.
15