Conceptverslag WIO 17.01.2021
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
CONCEPT VERSLAG Openbare digitale vergadering van de Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs (WIO) Woensdag 27 januari 2021, van 9.00 tot 12.55 uur Woensdag 17 februari 2021 Voorzitter: mevrouw Bakker Portefeuillehouders: wethouder mevrouw Moorman, wethouder Groot Wassink Commissiegriffier: mevrouw Meijer Verslaglegging: de heer Timmermans (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de heer Blom (GL), de heer Ceder (CU), mevrouw De Fockert (GL), mevrouw Heinhuis (PvdA), mevrouw IJmker (GL), mevrouw El Ksaihi (D66), de heer Khan (DENK), mevrouw Van der List (GL), mevrouw Martens (VVD), mevrouw Marttin (VVD), de heer Miedema (PvdA), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw Schipper (CDA), de heer Schreuders (SP), mevrouw Van Soest (PvdO) Afwezig: Overige aanwezigen: 1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur, de lijst van aangemelde deelnemers langs en constateert dat een digitaal quorum aanwezig is. Zij verwelkomt de nieuwe leden IJmker en Van der List. b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat wethouder Groot Wassink wegens ziekte verhinderd is en dat daarom diens agendapunten 7, 8 en 9 doorgeschoven worden naar de volgende vergadering. Dat kan zonder bezwaar omdat het geen raadsvoordrachten betreft.
Wethouder MOORMAN deelt mee dat de raad in mei een plan voorgelegd krijgt voor de deskundigheidsbevordering van docenten in het kader van het schoolveiligheidsprogramma dat zij samen met wethouder Kukenheim en de burgemeester uitvoert. Daarbij zal zij de aan mevrouw De Fockert toegezegde inventarisatie van succesindicatoren meenemen. In het laatste kwartaal volgt een uitgebreide voortgangsrapportage van dat programma. Verder deelt zij mee dat de gemeente nog steeds geen gegevens heeft gekregen van de Belastingdienst over slachtoffers van de toeslagenaffaire in Amsterdam. Het zouden er 1671 zijn waarvan er 711 door de Belastingdienst zijn opgespoord. Bij de gemeente zijn echter alleen de namen van de 31 slachtoffers bekend die zichzelf bij de gemeente gemeld hebben. Er zijn door verschillende fracties al vragen gesteld die zullen worden beantwoord. Ook geven fracties signalen door die ze hebben opgevangen. De betrokkenheid van de raad is tot haar vreugde dus groot. Het streven van het college is gemeentelijke schulden van deze slachtoffers kwijt te schelden. Maar dat kan dus pas als hun gegevens bij de gemeente bekend zijn. Als zij zichzelf melden, kan de gemeente wel schuldenrust aanbieden in afwachting van de verdere afwikkeling. Het beste zou zijn te komen tot een totaaloplossing
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
waarbij ook schulden aan niet-overheid organisaties worden kwijtgescholden. Maar sommige particuliere schuldeisers hebben al laten weten niet te willen opdraaien voor ellende die de Belastingdienst veroorzaakt heeft. Zij zal de raad op de hoogte houden van de ontwikkelingen. Zij kondigt een brief aan voor eind januari of begin februari over een informatietelefoonnummer waar mensen terecht kunnen die vanwege de toeslagenaffaire getraumatiseerd zijn. Dit in antwoord op een vraag in die richting van de heer Ceder in de vorige vergadering. De heer KHAN bedankt de wethouder dat ze de raad zo betrokken houdt bij dit onderwerp. Hij vraagt of voor de 31 gedupeerden die nu al bekend zijn bij de gemeente, niet al meteen gemeentelijke schulden kunnen worden kwijtgescholden. Verder vraagt namens gedupeerden op welke termijn zij kunnen verwachten dat er iets gebeurt met hun schulden bij de gemeente. Mevrouw EL KSAIHI merkt op dat naar verluidt Rotterdam wel al is overgegaan tot het kwijtschelden van gemeentelijke schulden. Zij vraagt of Amsterdam een informatieachterstand heeft op die gemeente of dat daar sprake is van een soort carte blanche toezegging, ongeacht het aantal gedupeerden en zonder zicht op de totale schuldenomvang. Zij vindt het opmerkelijk dat zich in Rotterdam inmiddels al 1100 mensen gemeld hebben, terwijl dat er in Amsterdam maar 31 zijn.
Kennelijk lukt het daar beter de slachtoffers te bereiken. Zij is benieuwd waar dat verschil in zit. Wethouder MOORMAN waardeert de betrokkenheid van de raad. Bij de gedupeerden die nu al bij de gemeente bekend zijn of die zich nog melden, wordt meteen gewerkt aan schuldenrust. Voor de overigen is de gemeente afhankelijk van de aanlevering van gegevens door de Belastingdienst. Zij denkt dat Rotterdam in dezelfde zin de intentie uitgesproken heeft, want die gemeente heeft evenmin de gegevens van de Belastingdienst. Zij denkt dat het getal van 1100 in Rotterdam gaat om de mensen die zich bij de Belastingdienst gemeld hebben, vergelijkbaar met de 711 in Amsterdam. In totaal gaat het in Rotterdam om 3000 gedupeerden. Er zijn bij verschillende instanties verschillende cijfers bekend en die zijn niet zomaar even uit te wisselen, zie bijvoorbeeld ook de uitspraken van de Autoriteit Persoonsgegevens. Dat maakt het niet gemakkelijker om alle mensen te bedienen. Er zijn wel goede contacten met andere gemeentes. Zowel in VNG-verband als met de G4. Als er van ervaringen elders iets te leren valt, zal dat volgens haar dan ook zeker gebeuren.. Eerlijkheidshalve vermeldt zij dat niet uit te sluiten valt dat de gemeente invorderingsacties onderneemt bij gedupeerden omdat de gemeente niet op de hoogte is dat zij slachtoffers zijn van deze affaire.
Om dat te voorkomen heeft zij eerder al samen met de ombudsman de oproep doen uitgaan zich te melden bij de gemeente zodat die ze zo goed mogelijk van dienst kan zijn. Verder benadrukt zij nogmaals dat de gedupeerden pas echt geholpen zijn met een totaalpakket om te voorkomen dat (private) schuldeisers meteen beslag leggen op de schadeloosstelling van 30.000 euro. Er is gelukkig inmiddels een einde gekomen aan de kafkaëske situatie dat de Belastingdienst daar zelf beslag op wilde leggen om uitstaande schulden te vereffenen. Er zijn echter nog geen afspraken met private schuldeisers en daarom is een totaalpakket zo noodzakelijk. c. Vaststellen agenda Op voorstel van de heer Khan wordt agendapunt 7 van de agenda afgevoerd omdat intussen al zijn vragen op dit punt afdoende beantwoord zijn. De agendapunten 10 en 11 worden gevoegd behandeld. Voor het overige wordt de agenda conform het voorstel vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie WIO d.d. 6 januari 2021
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda per portefeuille Mevrouw EL KSAIHI vraagt waarom de bespreking van de uitvoering een van haar twee moties over sociale firma’s verschoven is naar maart, een moment waarop zij bovendien met zwangerschapsverlof is. Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat de ambtelijke organisatie onder grote druk staat door alle onvoorziene coronaregelingen als de TOZO, TOC en toeslagen. Dat neemt niet weg dat er intussen ook bij Rijk, provincies en gemeenten ervaringen opgevraagd worden zoals de motie vroeg. Hij vraagt of mevrouw El Ksaihi de behandeling wil uitstellen tot na haar zwangerschapsverlof of dat zij de behandeling wil overdragen aan een fractiegenoot. Hij begrijpt dat de raad over de eigen instrumenten gaat, maar hij vraagt ook begrip voor de werkdruk onder medewerkers. Hij biedt zijn excuses aan voor de vertraging, maar voegt er meteen aan toe dat dit zich de komende tijd vaker al voordoen omdat het nu eenmaal een pittige tijd is voor de gemeente waarin zich voortdurend nieuwe prioriteiten aandienen. Mevrouw ROODERKERK vraagt wanneer de wethouder met een voorstel komt als uitvloeisel van haar motie om studenten in te schakelen voor bijlessen om zo de achterstanden vanwege corona enigszins weg te werken. Dat lijkt haar een actuele aangelegenheid die snel geregeld moet worden.
Wethouder MOORMAN zegt dat men in deze tijd waarin het crisis is in onderwijsland en iedereen al alle zelen bijzet, niet kan verwachten dat zij met een volledig uitgewerkt voorstel komt. Zij heeft een positief preadvies afgegeven voor de motie en ziet die vooral als een ondersteuning van de voortgaande inspanning en solidariteit van iedereen in het onderwijsveld om het onderwijs zo goed mogelijk te laten doorgaan. Er worden overzichten gemaakt van plekken en functies waarvoor studenten ingezet kunnen worden. Dat gebeurt al op veel plaatsen van bijles tot weekendacademies. Zij vraagt haar en de organisatie tijd te gunnen voor een goede reactie. Mevrouw ROODERKERK zegt niet helemaal gerustgesteld te zijn door dit antwoord. Zij is zich bewust van de crisis en dat Was nou juist de aanleiding om de motie in te dienen. Zij weet dat er al op veel plaatsen studenten ingezet worden en daar heeft zij geen aanvullend overzicht van nodig. De motie draagt de wethouder op te kijken of geld van het Rijk in te zetten is om studenten bijlessen te laten geven als bijbaan. Zij hoopt dat het de wethouder na haar positief advies lukt om daar nog dit schooljaar iets mee te doen. Wethouder MOORMAN zegt dat zij geen geld van het Rijk krijgt, maar dat het extra geld allemaal rechtstreeks naar scholen gaat die dat ook heel goed benutten voor extra handen in de klas en voor extra lessen en zo meer.
De minister heeft in vervolg op de brief van de G4 wel gezegd dat er in februari een nationaal plan tegen kansenongelijkheid komt. In de tussentijd zitten alle partijen in het onderwijsveld niet stil. Er is een convenant tussen kinderopvang en schoolbesturen om de noodopvang zo goed mogelijk te realiseren. Het enige wat zij vraagt aan de raad is om daar niet ook nog eens extra taken bovenop te leggen omdat dit haast niet meer te doen is. Zij begrijpt de oproep en vindt die ook sympathiek, maar ze vraagt het vertrouwen dat zij en de organisatie daar zo goed mogelijk mee aan de slag gaan. De organisatie zit aan de max als het gaat om het verwerken van alles in plannen en documenten. f. TKN-lijst De VOORZITTER constateert dat de commissie instemt met het schriftelijk ingediende en met motivatie omklede verzoek van mevrouw De Fockert om TKN11 over
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
inburgering te agenderen en van mevrouw Schipper om TKN9 over de kernprocedure te agenderen. Zij is bereid voor de laatste keer coulant om te gaan met het nu in de vergadering mondelinge verzoek van mevrouw Heinhuis om TKN7 over Zomer Mokum te agenderen. Zij benadrukt dat voortaan strikt de hand gehouden zal worden aan het nieuwe reglement dat voorschrijft dat uiterlijk een dag voor de vergadering voor 13.00 uur schriftelijk inclusief een motivatie aan de commissiegriffier moet worden doorgegeven als men een TKN-stuk wil agenderen, zodat de commissieleden zich kunnen voorbereiden. De VOORZITTER concludeert dat TKN 7, 9 en 11 geagendeerd worden. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies De VOORZITTER zegt dat het hier gaat om een vast agendapunt in het kader van artikel 29 van de nieuwe verordening. Ook hier geldt dat commissieleden vooraf schriftelijk gemotiveerd kunnen vragen om agendering van een stuk dat een stadsdeelcommissie heeft ingezonden. De commissieleden kunnen dan vervolgens in de vergadering aangeven of zij instemmen met agendering. De voorzitter bepaalt vervolgens een datum voor de agendering. Er zijn voor deze vergadering geen stukken voorgedragen. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel om 9.23 uur. Vanaf dit moment gaan de spreektijden in. b. Inspreekmoment Publiek Er hebben zich geen insprekers gemeld. c.
Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingebracht. d. Rondvraag Mevrouw El Ksaihi vraagt hoe het staat met het toegezegde onderzoek naar aanleiding van het voorstel van Niels Ras van de stadsdeelcommissie Noord dat hier vorig jaar is ingediend. Wethouder MOORMAN antwoord dat dit in maart aan de orde komt, helaas dus tijdens het zwangerschapsverlof van mevrouw El Ksaihi. De heer SCHREUDERS zegt signalen ontvangen te hebben dat het gemeentelijk geld ter ondersteuning van voedselinitiatieven door organisaties als het Rode Kruis wordt besteed aan waardebonnen voor AH waarmee mensen dan zelf voedsel kunnen kopen. Volgens hem was dat niet de bedoeling van het amendement van eind vorig jaar. Dat was volgens hem bedoeld ter ondersteuning van de voedselinitiatieven bij transport en koeling van voedingswaren. Hij is op zich geen tegenstander van het uitdelen van waardebonnen, maar vraagt of het budget wel grotendeels voor het beoogde deel aangewend wordt.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
Wethouder MOORMAN zegt dat er druk gewerkt wordt aan de uitwerking van het amendement. Daarbij wordt ook de al langer bestaande samenwerking met het Rode Kruis en Human Aid Now benut, vanwege hun – internationale – expertise met dit soort hulp. De bedoeling is dat het budget zo veel mogelijk leidt tot meer voedsel om te distribueren. Omdat er in deze crisistijd minder voedsel wordt weggedaan door winkels, wordt inderdaad soms hulp verstrekt in de vorm van waardebonnen. Maar de oorspronkelijke bedoeling van het amendement wordt niet uit het oog verloren. Zij kondigt aan dat er begin februari een brief komt over de uitwerking van het amendement. Er wordt een verschil gemaakt tussen het formele en informele circuit via de sociale basis van de stadsdelen. Het informele circuit bedient bijvoorbeeld soms ook ongedocumenteerden. Men blijft waakzaam voor institutionalisering. Daarom is de samenwerking met de genoemde organisaties belangrijk omdat die ervaring hebben in tijdelijke hulpprojecten en ook kunnen meedenken over een vervolg na afloop van deze crisis en een goede exit-strategie. Dat lijkt haar ook in het belang van de mensen die van deze voorzieningen afhankelijk zijn. De samenwerking met de stadsdelen en organisaties heeft meerwaarde voor de toekomst. Mevrouw VAN SOEST zal haar rondvraag in de commissie Zorg stellen.
De heer CEDER vraagt of het klopt dat ongedocumenteerde ouders geen toegang hebben tot de taallessen voor ouders die de gemeente via scholen aanbiedt. Dat zou zijn omdat zij geen BSN-nummer hebben. Dat lijkt hem niet wenselijk omdat ook deze ouders immers met een betere taalbeheersing beter betrokken zouden raken bij de school en het onderwijs aan hun kinderen. Als het klopt dat zij uitgesloten worden, vraagt hij of de wethouder bereid is ze wel gelijkwaardig toegang tot de taallessen te verschaffen. Wethouder MOORMAN merkt op dat de heer Ceder deze vraag al eens eerder gesteld heeft. Het is helaas zo dat er voor voorzieningen bepaalde regels en voorwaarden gelden waar zij zich aan te houden heeft. Zij zegt toe daar schriftelijk meer informatie over te verstrekken om deze vraag goed op te helderen. De heer CEDER vermoedt dat de wethouder doelt op de landelijke voorwaarden voor minimaregelingen, terwijl de taallessen bij zijn weten geheel door de gemeente Amsterdam zelf gefinancierd worden. Daarom verkeert hij in de veronderstelling dat Amsterdam hier dan ook zelf de voorwaarden mag bepalen. Wethouder MOORMAN zegt dat zij daar in haar schriftelijke uiteenzetting nader op zal ingaan.
Mevrouw HEINHUIS heeft uit berichten in de Volkskrant en van bezorgde ouders vernomen dat er scholen voor speciaal onderwijs zijn die in afwijking van het advies van het kabinet toch gesloten blijven. Zij vraagt of de wethouder haar invloed wil aanwenden om te bewerkstelligen dat deze extra kwetsbare leerlingen, die nu toch al kampen met ernstige achterstanden vanwege de coronasluitingen, onderwijs krijgen in hun SO-school. Wethouder MOORMAN zegt dat er meer dan ooit intensieve gesprekken gevoerd worden met schoolbesturen, ook met die voor speciaal onderwijs. Het klopt dat er voor het SO een uitzondering geldt dat zij wel open mogen blijven tijdens de lockdown. Dat is een hele verlichting voor zowel de leerlingen als voor hun ouders die toch al veel zorg moeten opbrengen. De sluiting van scholen is voor alle kinderen problematisch vanwege het wegvallen van structuur, maar voor deze kinderen geldt dat nog veel sterker. Daarom is die uitzondering een uitkomst. Maar dat neemt niet weg dat ook op SO-scholen de coronaproblemen spelen. Ook daar zijn leraren die in quarantaine moeten of bang zijn. De scholen willen graag open zijn, maar ze lopen soms tegen praktische problemen op waardoor ze het niet georganiseerd krijgen. Daar komt bij dat het leerlingenvervoer gecompliceerd is geworden door corona omdat veel leerlingen niet met elkaar in een bus mogen.
Er ligt dus een enorme logistieke opgave. Maar zij verzekert dat de scholen zelf bij voorkeur als het even kan open willen blijven voor alle leerlingen. De gemeente steunt ze daarbij zo goed als mogelijk is.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
De heer BLOM vraagt of de wethouder ook net als hij signalen krijgt dat de noodopvang op scholen in met name Bos en Lommer en Zuidoost niet voldoende is, en zo ja, of zij daar in samenhang met scholen iets in kan betekenen. Tot zijn verbazing en verontwaardiging heeft hij verder gehoord dat er op sommige scholen sinds het begin van de lockdown negen maanden geleden op geen enkele manier les is gegeven aan kinderen, noch fysiek noch digitaal. Hij vraagt hoe dit kan en of dit wel in overeenstemming is met de richtlijnen van het ministerie. Hij vraagt of het wel is toegestaan helemaal geen online lessen te geven. Wethouder MOORMAN zegt dat zij in haar verzamelbrief van gisteren al heeft geschreven dat de druk op de noodopvang is verviervoudigd sinds de eerste sluiting vorig jaar. Dat heeft met name te maken met de mensen in cruciale beroepen die in de eerste golf nog wel eigen mogelijkheden zagen voor opvang, maar nu een beroep doen op de opvang op scholen. Dat leidt tot veel druk en discussies op scholen die het toch al druk hebben met het organiseren van digitaal onderwijs. Zij hoopt vurig dat de scholen binnenkort weer open kunnen. Intussen doet men zijn uiterste best om te zorgen dat de meest kwetsbare kinderen en de kinderen met twee of alleenstaande ouders in cruciale beroepen wel opvang krijgen.
Haar is niets bekend van scholen die structureel geen digitaal onderwijs geven, maar houdt zich aanbevolen voor concrete signalen in die richting. Het kan wel voorkomen dat er incidenteel lessen uitvallen vanwege logistieke perikelen. Zij ziet wel verschillen tussen scholen. Ze hebben allemaal geleerd van de eerste lockdownperiode en het onlineonderwijs is nu beter georganiseerd. Waar dat voor de ene school gesneden koek lijkt, is het voor andere zeer complex. Iedereen doet zijn best, maar men moet zich realiseren dat er achterstanden en vertragingen zijn opgetreden die straks op de een of andere manier ingehaald zullen moeten worden. Het zal een langdurige inzet vragen om alle hiaten in de kennis en in het aangeboden onderwijs te dichten, daar zijn steeds meer mensen van doordrongen. Wellicht is verlenging van onderwijstijd de enige oplossing.. De heer BLOM erkent dat iedereen zijn best doet, maar dat het uitgangspunt moet zijn dat er hoe dan ook lessen worden aangeboden tijdens de lockdown. Hij wil expliciet van de wethouder horen dat het niet de bedoeling en ook niet volgens de richtlijnen van het ministerie is om helemaal geen lessen niets aan te bieden. Verder is hij benieuwd wanneer het beslismoment valt om iets te doen aan de noodopvang voor de genoemde kwetsbare groepen.
Wethouder MOORMAN onderstreept het belang van digitaal onderwijs, maar wil waken voor het idee dat dit hetzelfde zou zijn als het bieden van kwalitatief goed onderwijs aan alle kinderen. Ook als men zich 100% aan alle richtlijnen houdt, dient men zich te realiseren dat er hiaten zullen ontstaan waarvoor een structurele aanpak nodig al zijn om kinderen de gelegenheid te geven achterstanden in te halen. Dat zal een grote investering vragen. Zij waardeert de inzet om nu kansrijk te adviseren en voert daar ook veel gesprekken over, maar kansrijk onderwijs bieden is in haar ogen belangrijker. Tegelijkertijd wil zij er geen misverstand over laten bestaan dat intussen digitaal onderwijs nodig is, ook om de kinderen structuur te bieden. Het beslismoment voor de noodopvang nadert, maar zij hoopt dat de scholen op 8 februari weer open kunnen en voert ook veel overleg om te kijken of er maatregelen zijn om dat te bespoedigen, bijvoorbeeld door uitbreiding van testcapaciteit of leslokalen. De gemeente wil er alles aan doen om te bewerkstelligen dat scholen weer zo spoedig mogelijk fysiek onderwijs kunnen gaan geven. Dat is van onderwijskundig belang, maar ook voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen.
Maar als dat onverhoopt niet gaat lukken, vanwege een negatief advies van deskundigen of vanwege de Britse coronavariant, komt er een moment om besluiten te nemen over de noodopvang en daar zal zij de raad dan over informeren. BESPREEKPUNTEN Sociale zaken
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
3. Instemmen met het Actieplan Veerkracht ter ondersteuning van door de coronacrisis getroffen zelfstandigen (ZD2020-013448) Mevrouw IJMKER vindt de steun van de gemeente aanvullende op de landelijke ondersteuningsmaatregelen hard nodig voor zelfstandigen in de stad die hard geraakt worden door de coronacrisis. Zij hebben moeite het hoofd boven water te houden en 50% heeft een beroep gedaan op de TOZO-regeling. Nu bij TOZO de partner- en vermogenstoets zijn ingevoerd wordt voor veel ondernemers de situatie benarder. Zij is blij dat Amsterdam met dit actieplan snel inspeelt op de situatie in plaats van af te wachten tot het Rijk met aanvullende maatregelen komt. Zij vindt het een goed signaal naar andere gemeenten en naar de raad. Zij vraagt de regelingen ook open te stellen voor ondernemers die geen beroep deden op de TOZO-1 - iets wat nu wel als voorwaarde gesteld wordt -, maar die nu door de verlengde lockdown wel in ernstige problemen komen. Zij vraagt of de wethouder zicht heeft op deze groep en hoe hij voorkomt dat die uit beeld verdwijnt. Zij vraagt of hij iets meer kan vertellen over het gebruik en het bereik van adviespunten en coaches voor ondernemers. Zij vraagt gericht te zoeken naar zzp’ers die ingeschakeld kunnen worden als ondernemerscoach, waardoor dit instrument aan twee kanten zou helpen.
Verder is zij benieuwd naar de relatie van dit actieplan met maatregelen vanuit Economische Zaken zoals Techconnect waar mensen worden opgeleid voor de arbeidsmarkt en bedrijfsinvesteringszones. Die laatste zijn immers ingesteld om ondernemers te bereiken en een gezond ecosysteem te bevorderen. Zij vindt het belangrijk samenhang tussen die programma’s te zoeken. Mevrouw EL KSAIHI complimenteert de wethouder met dit plan dat perspectief biedt aan zzp’ers in de stad met een focus op coaching en begeleiding naar werk. De nood is hoog en dit plan is dus hard nodig. De coronacrisis laat de zwakke kanten van de flexibele arbeidsmarkt zien. Voor de gedwongen zzp’ers komt de toeleiding naar loondienst uit dit plan goed van pas, maar zij maakt zich zorgen over de groep zzp’ers die bewust gekozen hebben voor het zelfstandig ondernemerschap. Die voelt zich wellicht minder aangesproken door dit actieplan. Zij vraagt of het niet nodig is ook voor deze groep op zoek te gaan naar tijdelijke oplossingen. Als de crisis eenmaal over is en volgens sommige economen de ‘experience economy’ weer op stoom komt, zullen velen van hen weer aan de slag kunnen als zelfstandig ondernemer. Het lijkt haar daarom niet zinvol deze mensen nu te gaan omscholen voor een baan in loondienst.
Zij vindt in het actieplan weinig terug van het pleidooi van D66 in het vorig jaar gelanceerd economisch tienpuntenprogramma om bij de gemeentelijke inkoop lokale ondernemers een prominente plek te geven. Zij vraagt die relatie met inkoop alsnog te leggen en zodoende lokaal ondernemerschap te bevorderen. De horeca heeft afgelopen zomer volgens haar bewezen weer snel overeind te kunnen krabbelen, daarbij geholpen door een ruimer beleid van de gemeente voor autovrij maken van straten en uitbreiding van terrassen. Zij vraagt of de wethouder in het kader van integraal werken met zijn collega-wethouders ook kijkt naar zulke steunmaatregelen die de gemeente de facto geen geld kosten, maar wel grote betekenis hebben voor de betreffende ondernemers. Mevrouw MARTENS merkt op dat ondernemers, groot of klein en in al hun diversiteit, met elkaar delen dat ze een droom willen omzetten in een eigen onderneming. Zij beginnen voor zichzelf, zorgen voor werkgelegenheid, maken een belangrijk deel uit van de samenleving en nemen risico’s, bijvoorbeeld door zich te vestigen in pioniersgebieden. Ze werken keihard en betalen vaak veel belasting. Zij betitelt ze als een groep Amsterdammers met lef om hun droom waar te maken, met vallen en opstaan. Daarom wil zij ze met hun veerkracht vandaag op een voetstuk plaatsen.
Zij ziet, meer dan volgens haar andere fracties dat doen, het MKB als de banenmotor van de stad. Zij complimenteert de wethouder en zijn medewerkers met dit plan waaraan keihard gewerkt is. Zij constateert dat er veel geleerd is van de vorige crisis ter voorkoming van faillissementen en ontslagen. Het Rijk heeft een enorm steunpakket en nu komt de wethouder met aanvullende steunmaatregelen parallel aan die landelijke steun. Zij deelt de
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
intenties van de wethouder maar hoopt dat er nog meer maatregelen zullen volgen om te bevorderen dat ondernemers kunnen doorgaan. Zij denkt dat de gemeente op dit moment keuzes maakt die niet allemaal even goed voorkomen dat er faillissementen ontstaan. Juist vanwege een integrale aanpak heeft zij enkele vragen. Ze vraagt of de wethouder het met de VVD eens is dat de gemeente nog veel stappen kan ondernemen om faillissementen en opstapeling van schulden te voorkomen. Zij noemt als voorbeeld het verlengen van de terugbetaaltermijn voor achterstallige schulden aan de gemeente. Zij voorspelt een rits faillissementen als ondernemers deze zomer terugbetalingen moeten doen terwijl hun omzet nog niet op niveau is. Zo zou ook in andere dossiers gekeken kunnen worden of de punten die de wethouder nu aandraagt echt nodig zijn. Als de gemeente als huisbaas tijdelijk de huren voor ondernemers verlaagt, kunnen volgens haar veel faillissementen en wekloosheid voorkomen worden. Zij is benieuwd of de wethouder dat met haar eens is. Zij zegt veel schrijnende verhalen binnen te krijgen over ondernemers die ruimte huren van de gemeente. In grote lijnen is de VVD het wel eens met het actieplan, al heeft ze her en der twijfels aan de haalbaarheid. Bij faillissementen staat de Belastingdienst vooraan om schulden te innen nog voordat de schuldhulpverlening in beeld gekomen is.
Zij maakt zich zorgen over de pre-schuldhulp bij persoonlijke faillissementen, iets wat veel mkb’ers te wachten staat. Zij vraagt of de gemeente zicht heeft op het aantal gezinnen dat in zulke gevallen tegen onbetaalbare hypotheekschulden zal oplopen met mogelijke huisuitzetting als gevolg. De schuldenproblematiek bij persoonlijke faillissementen is erg gecompliceerd, zeker als er ook nog sprake is van werknemers. Zij is benieuwd of de ambtenaren voldoende thuis zijn in die ingewikkelde materie om ondernemers daarin bij te staan. Tot slot vraagt zij de andere wethouder of die zicht heeft op de omvang van verborgen armoede en huisproblematiek bij ondernemers, hun thuispartners en kinderen wanneer een faillissement zich aandient met alle gevolgen van dien. Die stressvolle zaken spelen al voordat er enige vorm van schuldhulp in beeld komt. Zij is benieuwd of de wethouder iets kan vertellen over het aantal gevallen waarin zich dit voordoet en of dit gemonitord kan worden. Verder vraagt zij of er iets bekend is over aantal en omvang van schulden van ondernemers bij de gemeente en of daar iets aan valt te doen. Tot slot vraagt zij of de wethouder bereid is de schuldenrust ook in te voeren voor ondernemers met hun gecompliceerde mix van schuldeisers. Schuldenrust zou hen in staat stellen zaken rustig op een rij te zetten.
De heer MIEDEMA sluit zich aan bij de complimenten voor het actieplan met zijn ambitie van aanpakken en mensen helpen. Ondanks alle steunmaatregelen hebben veel ondernemers moeite het hoofd boven water te houden. Er voltrekt zich volgens ingewijden een stille ramp en dan is dit plan goed nieuws. Hij vraagt of de campagne Sterk Ondernemen uit 2017 die volgens het stuk de basis is voor dit plan, wel afdoende is om alle beoogde ondernemers te bereiken in deze situatie die nogal verschilt van die in 2017. De crux is vooral of ze op tijd bereikt worden om ze nog effectief te kunnen helpen. Een sterk punt in het plan vindt hij de opmerking dat er veel onzekerheden zijn. In het najaar heeft men gezien hoe snel zaken kunnen verslechteren. Hij steunt daarom de lerende aanpak in het plan, maar denkt dat die des te beter gerealiseerd kan worden als de brancheverenigingen betrokken worden bij het bepalen van de behoefte en het op maat toesnijden van het steunaanbod. Hij vraagt in hoeverre die nu betrokken zijn bij dit plan. De ambitie in het plan is om in 2021 2000 ondernemers te bereiken, maar er wordt ook vermeld dat waarschijnlijk 10.000 ondernemers in Amsterdam ondersteuning willen. Hij wil weten of die ambitie nog wel voldoende is, zeker als men in ogenschouw neemt dat de situatie sinds oktober is verslechterd.
Hij vindt het al met al wel een goed plan dat kan helpen om Amsterdam en zijn ondernemers door de pandemie heen te loodsen. Mevrouw VAN SOEST gaat mee in de complimenten. In aanvulling op de vragen van de andere fracties vraagt zij een toelichting op enkele punten. Zij vraagt of ondernemers met terugwerkende kracht nog een verzoek om kwijtschelding kunnen indienen als ze vergeten zijn dat te doen op het moment dat zij daar recht op kregen. In 2013 heeft de
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
gemeente volgens het stuk die mogelijkheid ingevoerd als ondernemers afhankelijk werden van een bijstandsuitkering. Zij vraagt of er uitzonderingen gemaakt kunnen worden voor ondernemers als bijvoorbeeld een timmerman die een betrouwbare auto nodig hebben, ook als die meer kost dan 2000 euro wat nu als grens aangegeven staat. Wethouder GROOT WASSINK is het ermee eens dat de situatie van zelfstandige ondernemers op dit moment uiterst zorgelijk is. De discussies rond TOZO hebben aangetoond dat zij niet gelijke aanspraken kunnen maken op sociale vangnetten. De raad heeft nog steeds een reactie van zijn kant op het rapport van de commissie Borstlap tegoed waarin ook veel van die punten aan de orde komen. Er is van het Rijk een steunpakket gekomen, maar dat is niet afdoende voor Amsterdam. Er is voortdurend overleg met het ministerie en dit actieplan is een aanvulling op het landelijk pakket. Dankzij TOZO heeft de gemeente eigenlijk voor het eerste een goed zicht gekregen op deze groep ondernemers. Er zijn 40.000 aanvragen binnengekomen bij de gemeente en dat was voor velen in feite het eerste contact. De TOZO-groep is nu goed in beeld. De campagne Sterk Ondernemen wordt uitgevoerd in samenwerking met de stadsdelen en richt zich op alle ondernemers. Voor hem is het vooral belangrijk te zorgen dat mensen aan het werk blijven en weer een perspectief krijgen.
Het aantal coaches is eind vorig jaar explosief toegenomen en daarbij zijn vooral coaches uit Amsterdam in dienst gekomen. Hij streeft naar Integraal werken en in dit dossier is vooral de samenwerking met EZ belangrijk, bijvoorbeeld via het organiseren van gezamenlijke kennissessies. Er zijn veel contacten met instellingen die mensen scholen voor werk in de Tech sector. Bij de vragen van mevrouw El Ksaihi signaleert hij een misverstand als zou achter dit stuk een verborgen agenda schuilen om zo veel mogelijk mensen in loondienst te krijgen. Het gaat hem erom mensen aan het werk te krijgen, ongeacht de contractvorm. Zijn kruistocht is juist om voor elkaar te krijgen dat werkenden in de sociale zekerheid gelijk behandeld worden ongeacht of ze in loondienst of als zelfstandige werken. Hij stelt het een niet boven het ander. Hij denkt eerlijkheidshalve wel dat na de coronacrisis niet elke sector weer in gelijke mate overeind zak krabbelen en dat mensen dus niet altijd in de werksoort die ze gewend waren weer aan werk kunnen komen. De toerismesector zal zich vermoedelijk niet op het oude niveau herstellen. Dat geldt ook voor taxichauffeurs. Dan kan toeleiding naar werk in loondienst uitkomst bieden. Maar dat is zeker niet voor elke zelfstandige een optie. Er kan wel sprake zijn van een tijdelijke overbrugging in die vorm.
Een technicus uit de culturele sector zou bij voorbeeld tijdelijk ergens anders aan de slag kunnen gaan om na de crisis weer met zijn eigen onderneming verder te gaan. Er wordt goed gekeken of continuering van de eigen onderneming haalbaar is. De slagingskans is ingewikkeld, maar hij ziet geen andere keus dan deze groep Amsterdammers te helpen. Het blijkt ook te voorzien in een behoefte en in de contacten geeft een op de drie ondernemers aan geen bezwaar te hebben tegen loondienst. Crises hebben hem geleerd dat men de opinies van economische experts met een korrel zout dient te nemen en de term ‘experience economy’ spreekt hem niet direct aan. Maar hij sluit niet uit dat de bedoelde sectoren weer gaan aantrekken, maar dat staat voor hem los van de kwestie loondienst versus ondernemerschap. Het toespitsen van gemeentelijk inkoopbeleid op kleine lokale ondernemers is ingewikkeld, zoals hij ook al bij de lancering van het tienpuntenplan van D66 heeft gezegd. Waar het mogelijk is wil hij dat samen met zijn collega’s bevorderen, maar in het volume van de totale Amsterdams inkoop is dat marginaal. Daar mag men de oplossing van dit vraagstuk niet van te verwachten. Als Groen Linkser spreekt het autovrij maken van de stad hem ontzettend aan, maar dat is niet zijn portefeuille.
Het college heeft het afgelopen jaar volgens hem wel bewezen waar nodig soepel met dit soort zaken om te kunnen gaan in het belang van de levensvatbaarheid. Hij zal daar bij de antwoorden aan mevrouw Martens nader op terugkomen. Mevrouw EL KSAIHI bedankt de wethouder voor zijn verhelderende antwoorden en constateert dat men op een lijn zit. Bij de inkoop gaat het haar vooral om de catering en dat punt komt een dezer dagen in een andere commissie aan de orde. Zij begrijpt dat hier niet de totale oplossing van kan komen, maar de gang van zaken bij catering laat zien dat er
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
stapsgewijs wel dingen mogelijk zijn. Daarom wilde zij ook hier die relatie met inkoop aanbrengen. Wethouder GROOT WASSINK is het daarmee eens, maar wil slechts waarschuwen voor overspannen circulaire verwachtingen rond het inkoopbeleid. Hij wil graag inspelen op allerlei lokale initiatieven voor opbouw van een buurteconomie en dergelijke. In die zin beschouwt hij de opmerkingen als een aansporing. Hij zal de complimenten – ook die van de VVD – doorgeven aan zijn ambtenaren. Hij acht het bekend dat hij niet treurt om de val van dit kabinet, maar vindt wel dat complimenten voor het landelijk steunpakket op hun plaats zijn. De samenwerking met dit kabinet op dit punt is in zijn ogen goed. De gemeente wil nu parallel aan dat landelijk spoor aanvullend komen met een eigen pakket, omdat noch het Rijk noch de gemeente alles op eigen kracht kunnen doen. Het is een gezamenlijke operatie in het gedeeld belang van de weerbaarheid van de economie. Het gaat voor Amsterdam nu al om een majeure operatie, dus de roep van de VVD om de inzet van meer middelen vindt hij nu een stap te ver. Als dat echt nodig wordt is dat voor hem bespreekbaar want het gaat hem om het aan het werk houden van Amsterdammers en daarbij zijn ondernemers nodig om het verdienvermogen van de stad in stand te houden. Hij ziet voorstellen van de VVD met belangstelling tegemoet, net als die van andere fracties.
Het college kijkt voortdurend naar maatregelen zoals die het vorig jaar genomen zijn rond uitstel van terugbetaaltermijnen omdat men zich onder leiding van collega Eberhard terdege van bewust is welke gevaren er dreigen als het bijvoorbeeld gaat om faillissementen. Het eventueel verlagen van huren is een forse ingreep in de markt. De gemeente zou dat alleen kunnen waar het gaat om gemeentelijk vastgoed. Landelijk ingrijpen in de huurmarkt is een zaak van het kabinet en dat was juist een voorstander van een liberale huurmarkt, maar men weet nooit hoe de ideologische panelen kunnen gaan schuiven. Vanaf het begin van de TOZO heeft het college bij het kabinet gepleit voor steun op het gebied van woonlasten onder meer om huisuitzettingen te voorkomen bij zelfstandigen die door de crisis hun hypotheek niet meer kunnen betalen. Die lobby heeft onder meer geleid tot de mogelijkheid in de TOG om als gemeente daar enige steun in te bieden. Daar zal wethouder Moorman nog nader op ingaan. Dit soort ingewikkeldheden spelen in een grote stad als Amsterdam scherper dan in kleinere gemeenten. . De vraag van de heer Miedema of de communicatie afdoende is, valt lastig te beantwoorden. Dankzij de TOZO is het de gemeente gelukt een groep te bereiken die voorheen zich niet een-twee-drie tot de overheid zou wenden voor ondersteuning. Dat is nu veranderd en de gemeente zal blijven communiceren.
Of die inzet voldoende is, zal moeten blijken. De brancheverenigingen zijn en blijven betrokken bij dit plan, maar hij wijst erop dat veel zelfstandige ondernemers, met name zzp’ers, geen lid zijn van een branchevereniging. Maar het zijn gewaardeerde bondgenoten voor het doorgeven van signalen en suggesties voor aanpassingen in het programma. Mevrouw MARTENS vat de antwoorden van de wethouder op als een toezegging dat alles bespreekbaar is. Zij vindt het opvallend dat op een moment dat de commerciële vastgoedsector veel huurverlagingen laat zien, de gemeente kennelijk niet peinst over verlaging van de huren van het gemeentelijk vastgoed. Zij constateert verder dat juist in deze ongekend grote crisis vrijwel alle gemeentelijke lasten voor burgers en ondernemers verhoogd worden en dat er pas nagedacht gaat worden over maatregelen tot lastenverlichting als mensen daardoor in de problemen komen. Zij is benieuwd of de wethouder daar iets meer over kan zeggen omdat zij nu niet precies begrijpt wat hij bedoelt. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat hij niet zozeer pleit voor ingrijpen in de huren van het gemeentelijk vastgoed, maar wel in de particuliere huurmarkt, zoals dat nu ook gebeurt in diverse Europese landen. Dat is een forse ingreep in de markt waar wel over gespeculeerd wordt.
Hij wil hier niet de gemeentelijke lastendiscussie herhalen, maar merkt op dat er voor ondernemers ook lastenverlagingen zijn doorgevoerd en dat een gemeente voldoende middelen nodig heeft om alle taken uit te voeren. Veel onafhankelijke
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
onderzoeken hebben aangetoond dat gemeenten daar nu te weinig middelen voor ontvangen. Daarom is het altijd zoeken naar een balans tussen draaglijke lasten en uitgaven. Mevrouw MARTENS vraagt of de gemeentelijke vastgoedsector zich dan niet dient aan te passen aan ontwikkelingen op de particuliere markt waar huren dalen. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat hij hier niet dogmatisch in is. Voor hem is zowel huurverlaging in de particuliere sector als bij gemeentelijk vastgoed bespreekbaar. Dat zijn zaken die in het college besproken worden en deze crisis heeft laten zien dat men af en toe puur pragmatisch moet zijn en eigen leerstellingen moet verlaten. De ambities zijn volgens hem fors en of die haalbaar zijn zal uit de rapportages moeten blijken. In antwoord op mevrouw Van Soest zegt hij dat er grenzen zijn aan het vragen van kwijtschelding van gemeentelijke lasten. Als een vordering eenmaal betaald is, kan men daar niet na enkele jaren nog eens op terugkomen omdat de omstandigheden destijds bij nader inzien toch anders waren. Maar dat is allemaal vastgelegd in regels. Hij denkt verder dat het beschikbaar stellen van auto’s geen geëigende voorziening is in het kader van dit actieplan. Concluderend stelt hij dat het college voor de taak staat om Amsterdam verder te helpen en daarbij kijkt naar verschillende maatregelen.
Hij is zeer verheugd over de brede steun voor dit programma ter ondersteuning van zelfstandige ondernemers in crisistijd. Wethouder MOORMAN behartigt het aspect schuldhulpverlening in dit actieplan. Dat laat zien hoe er wordt samengewerkt. De pas geworven klantmanagers (coaches) verwijzen daarheen als in de gesprekken blijkt dat dit aan de orde is. Zo probeert men zo goed mogelijk het ontstaan van problematische schulden te voorkomen. Dat is temeer nodig omdat ondernemers niet gewend zijn zich tot de overheid te wenden voor het oplossen van problemen. Zij is bereid te kijken of in het programma voor schuldenrust in de pilot ook de mogelijkheid voor ondernemers kan worden opgenomen. IN de cijfers is een lichte toename te zien van de meldingen en zodra daar meer over bekend is zal zij de raad informeren. Ook in het aantal huisuitzettingen valt een daling te zien maar dat ligt vooral aan de corporaties. Volgens de nieuwe WGS moeten nu ook particuliere verhuurders huurachterstanden doorgeven. In die sector is het aantal naar haar mening nog echt te groot en daar gaat ze met wethouder Ivens naar kijken om er ook daar eerder bij te zijn. Zij vult in aanvulling op de antwoorden van haar collega aan dat drie maanden na betaling alsnog een kwijtschelding kan worden verleend als daar aanleiding toe blijkt.
De VOORZITTER concludeert dat het voorstel nu voldoende behandeld is en gereed is voor een middellange behandeling is de raad. Zij constateert na een consultatie dat er geen voorkeur is voor een voortzetting van de vergadering in de avond en stelt vast dat de hele agenda dus zal worden afgewerkt met zeer beperkte spreektijden. 4 Amsterdams experiment bijstand - tussenrapportage T1 (ZD2020-014491) Mevrouw IJMKER is blij met het bestaan van dit experiment en het onderzoek naar de effecten. Het gaat om een belangrijk onderdeel van het coalitieakkoord en de resultaten van de toeleiding naar werk en de uitstroom zijn hoopgevend. Het voorbeeld van Wijdemeren laat nog eens zien hoe de strenge regels van de Participatiewet in de praktijk uitwerken. Zij is verheugd dat de resultaten direct worden omgezet in beleid zodat de bijverdienpremie voor iedereen beschikbaar komt en dat het onderzoek blijft doorgaan zodat het beleid kan worden bijgesteld. Zij vraagt hoe meer bekendheid gaat worden gegeven aan de bijverdien premie zodat alle bijstandsgerechtigden van het bestaan weten. Dat blijkt nu immers nog niet het geval. Zij is benieuwd hoe in het onderzoek het effect in de resultaten uitpakt van de verlaging van de premie van 50% naar 30%. Verder is zij benieuwd naar de effecten van coronalaagconjunctuur op de hoogte van de premie.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
Mevrouw EL KSAIHI is blij met de voortvarendheid van de wethouder om dit experiment door te zetten. Zij vraagt of een deel van de mantelzorgers die nu in de bijstand zitten, niet kan worden ingezet in de professionele zorg, bijvoorbeeld in de vorm van een werktraject en of de gemeente daar dan op inzet. Het valt haar op dat er weinig deelnemers uit Zuidoost deelnemen aan het onderzoek en vraagt of er wel voldoende geworven is in de stadsdelen buiten de ring waar veel bijstandsgerechtigden wonen. Dat lijkt haar nodig voor de representativiteit en om te kunnen beoordelen of stadsdelen verschillen qua prestatie. Verder valt haar op dat er weinig verschil is tussen de drie groepen en at leeftijd en opleidingsniveau nog steeds sterk bepalende factoren zijn voor het vinden van werk. Zij vraagt daar in het vervolg van het onderzoek rekening mee te houden. Ook is zij benieuwd hoeveel voormalige zzp’ers en flexwerkers hebben meegedaan aan het onderzoek. Daaraan gekoppeld vraagt zij of het daarna voor hen moeilijker of makkelijker werd betaald werk te vinden. Zij is benieuwd hoe het gaat als de TOZO afloopt en veel flexwerkers in de bijstand geraken en welke lessen uit het verleden in dit experiment worden meegenomen. De heer MIEDEMA vraagt hoe de dekking geregeld is als de premie beschikbaar komt voor de hele groep.
Er is nu acht miljoen euro beschikbaar en dat is volgens zijn berekeningen niet voldoende voor de hele groep. Hij deel complimenten uit voor de heldere manier waarop dit experiment is uitgevoerd en voor de nuttige technische sessie waar deskundigen zaken hebben toegelicht. De heer KHAN steunt het experiment, maar begrijpt niet dat het nu al wordt uitgerold terwijl het experiment en het onderzoek nog aan de gang zijn. Wethouder GROOT WASSINK betreurt het dat er zo weinig tijd is voor de behandeling waar de indieners net als hijzelf van het initiatief trots op mogen zijn. Het klopt dat er verschillen zijn in de mate van bekendheid. Nu krijgt iedereen een brief die ook namens de Bijstandsbond onder de aandacht gebracht wordt. De daling van de premie heeft te maken met het budget en met de verhoogde kans op uitstroom vanaf 16 uur. Het is interessant om te kijken wat dit uitmaakt voor het resultaat, maar dat zal lastig te meten zijn omdat daar ook effecten van de coronacrisis in gaan meespelen. Daardoor komt er nu een instroom van mensen die naar verwachting sneller weer werk zullen vinden als de economie aantrekt na de pandemie. Daarom wil hij de premie vanaf 16 uur handhaven om te stimuleren dat mensen werk zoeken. De verschillen tussen de drie groepen zijn inderdaad kleiner dan hij zelf ook verwacht had.
Er valt wel te zien dat mensen die nog kortgeleden een baan hadden, er ook weer sneller een vinden en daarom wil hij de premie handhaven als economische prikkel zoals die ook was bedoeld bij dit experiment. De inzet van mantelzorgers in de professionele zorg en dienstverlening kan niet zonder meer. Maar in de tekortsectorenaanpak zitten wel initiatieven om mensen in de bijstand via scholing met een diploma toe te leiden naar de zorgsector. Daar is dus wel aandacht voor. Bij het begin van het wetenschappelijk onderzoek waren er 159 mensen met tijdelijke contracten, flexwerkers en uitzendkrachten. Het valt niet te zeggen of het traject voor deze groep gemakkelijker verliep. Hij kan niet voorspellen hoe de wereld er na de zomer als TOZO afloopt uitziet, maar hij verwacht wel dat dankzij de premie dan meer mensen werk sneller zullen vinden. Hij vindt het niet realistisch te verwachten dat de hele populatie gebruik zal maken van deze route en daarom denken hij en zijn medewerkers dat dit budget toereikend is. Als dat niet het geval mocht zijn, komt hij aankloppen bij de raad. Hij neemt de waardering voor de technische sessie in dank af. Hij wil het experiment voortzetten en tegelijkertijd de premieregeling voor iedere bijstandsgerechtigde inzetten omdat het positieve effect voor het vinden van werk nu is aangetoond.
Dat lijkt hem, de grote winst die ook van pas zal komen als de coronacrisis voorbij is. De heer KHAN vraagt wat het nut van het wetenschappelijk onderzoek nog is, als de conclusie al vaststaat dat er doorgegaan wordt met de premie.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
Wethouder GROOT WASSINK zegt dat het nu gaat om een tussenrapportage waaruit blijkt dat de premie werkt, maar dat het kwalitatieve onderzoek gaat helpen om nog beter te begrijpen hoe alles precies in elkaar zit en welke vorm van begeleiding het best werkt. Omdat de premie blijkt te werken, wil hij dat aspect nu al niemand onthouden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is en sluit het agendapunt af. 5 Meerjarenstrategie stichting Pantar Amsterdam 2021 - 2024 ‘Pantar begeleidt en ontwikkelt mensen in en naar werk' (ZD2020-014534) Mevrouw IJMKER merkt op dat Pantar in de stad een belangrijke rol heeft voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Pantar biedt ze een werkplek met de nodige begeleiding. Door de Participatiewet is het werkveld veranderd en zij is blij dat Pantar daarop inspeelt en financieel gezond wordt. Zij benadrukt dat haar fractie het meteen van de wethouder wil horen als die financiële positie en daarmee het werk van deze organisatie onder druk komt te staan. De VOORZITTER constateert op verzoek van mevrouw El Ksaihi welke agendapunten de commissieleden vandaag nog willen behandelen. Dat blijkt het geval te zijn bij alle agendapunten. Elke woordvoerder dient dus rekening te houden met de beperkte resterende spreektijd van de fractie.
Mevrouw EL KSAIHI merkt op dat D66 Pantar en het goede werk voor mensen in kwetsbare omstandigheden een warm hart toedraagt. Zij vindt het een knappe prestatie dat Pantar ondanks de coronacrisis 80% van de omzet overeind weet te houden. Zij is benieuwd welke takken van de organisatie het minst last hebben van die crisis en of men daar in staat is te focussen op de takken met groeifactoren. Zij is benieuwd wat de knelpunten zijn bij de trajecten die een mbo-certificaat opleveren. Zij is benieuwd welke flexibiliteit de organisatie heeft om banenverlies als gevolg van automatisering bij klanten op te vangen. Zij wil graag op de hoogte gebracht worden als er zaken misgaan bij de organisatie. Zij vraagt welke rol er weggelegd is voor Pantar in de campagne ter promotie van lokaal ondernemerschap. De heer MIEDEMA spreekt zijn waardering uit voor de strategische omslag bij Pantar naar de derde en vierde lijn. De stad heeft deze organisatie nodig ten behoeve van een kwetsbare groep. Hij zou graag expliciet omschreven zien wat de meerwaarde is van Pantar als sociaal vangnet binnen de sociale werkkoepel. Hij wil Pantar niet alleen als kostenpost opgevoerd zien worden, maar ook de baten voor de stad als geheel naar voren halen. Die baten zijn er niet allen voor Pantar en zijn mensen, maar vooral voor de stad.
Dan denkt hij aan zaken als vermindering van de criminaliteit en het voorkomen van schulden. Hij vraagt het college bij volgende gelegenheden deze maatschappelijke baten van de organisatie goed te belichten. Pantar geeft aan werksoorten te willen moderniseren. Hij vraagt of het mogelijk is Pantar daarbij beter te laten aansluiten op zaken als de banenmotoren en andere stedelijke ambities op werkgebied. De heer KHAN is blij dat er een akkoord is met de VU over de inzet van mensen met een arbeidsbeperking. Hij vraagt welk salaris deze mensen daar dan geboden wordt. Hij heeft signalen opgevangen dat het vooral zou gaan om minimumlonen. Hij wil dat zij normale salarissen dienen te krijgen inclusief de gebruikelijke groeimogelijkheden. Wethouder GROOT WASSINK deelt de waardering voor Pantar en zal de raad informeren als daar dingen verkeerd gaan. De groensector blijft gewoon doorgaan, afname van de omzet valt te zien in de logistieke sector – parkeergarages, fietsenstallingen, postbezorging –, in de vervoerssector (Schiphol) en in de ambachtelijke en industriële sectoren. Ook in de facilitaire sector deed zich een daling van 30% voor, voornamelijk als gevolg van sluitingen van gebouwen vanwege corona. Pantar richt zich waar mogelijk op
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
groeisectoren, maar die passen niet altijd bij het aanbod van Pantar. Er wordt samengewerkt met ROC’s waar werknemers na scholing deelcertificaten kunnen behalen. Pantar doet mee aan een landelijke pilot praktijkleren en zo hebben onlangs mensen een mbo-diploma fietstechniek gehaald. Pantar kijkt goed in welke sectoren banenverlies dreigt door automatisering, maar er zijn gelukkig genoeg sectoren waar praktisch werk nodig blijft. Pantar speelt zo goed mogelijk op de ontwikkelingen in en dat past ook bij de intentie om meer de kant op te gaan van een sociale firma. Men kijkt naar mogelijkheden inzake circulaire economie. Als het gaat om lokaal ondernemerschap dient men zich wel te realiseren dat Pantar er niet is voor individuele consumenten. Dat maakt het dus lastiger Pantar een plek te geven in de promotiecampagne voor lokaal ondernemerschap. Hij zal kijken waar de gemeente Pantar kan ondersteunen, bijvoorbeeld via de relaties met het bedrijfsleven en in het eigen beleid rond SROI. Voor zijn eigen stukken kan hij toezeggen dat hij daarin de maatschappelijke baten van Pantar in beeld zal brengen. Hij tekent daarbij aan dat dit lastig uit te drukken valt in cijfers. Maar er valt wel in kwalitatieve zin iets te zeggen over bijvoorbeeld het effect op de gezondheidstoestand in de stad.
Hij neemt aan dat de VU de Pantar-medewerkers conform de cao betaalt, maar dat zal hij laten uitzoeken. Het gaat daar om verschillende functies en hij vermoedt dat de zorgen van de heer Khan onterecht zijn. De VOORZITTER constateert dat het onderwerp voldoende behandeld is. 6. Factsheet Regionaal Werkcentrum en Dashboard Werk en Inkomen (ZD2020014506) De heer KHAN vindt de uitstroom uit de bijstand en het aantal plaatsingen van 22 in drie maanden tijd sinds november aan de lage kant. Hij is benieuwd hoe de wethouder dat ziet en of die aanvullende maatregelen overweegt. Hij merkt op dat er bij de Werkbrigade nog steeds veel werkplekken onbezet waren. Hij is benieuwd hoe dat er nu voorstaat. Hij is ook benieuwd hoe het ervoor staat met het programma Meer kans op werk voor Jongeren. In de brief van oktober stond dat jongeren drie keer zo hard geraakt worden. Hij is benieuwd hoe het daar nu mee is gesteld. Mevrouw IJMKER bedankt oor de updates die raadsleden in staat stellen de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te volgen. Zij ziet dat er een eerste inzet gemaakt is om koppelingen te leggen met initiatieven op het gebied van techniek en energietransitie. Dat sluit mooi aan bij eerder opmerkingen van haar fractievoorzitter om de inzet voor werk en inkomen te koppelen aan in vesteringen en gemeentelijke ambities voor duurzame economie.
Zij is benieuwd hoe de eerste ervaringen zijn en welke plannen er zijn om dit verder te stimuleren. Het is lastig om een goed inzicht te krijgen in de situatie van jongeren op de arbeidsmarkt en in deze trajecten. Zij vraagt de wethouder daarom de raad te informeren over de stand van zaken rond jeugdwerkloosheid en de specifieke interventies voor jongeren. Wethouder GROOT WASSINK vindt het een mooi resultaat van zijn lobby naar Den Haag dat het landelijk steunpakket in hoge mate neerslaat in deze pilotregio. Maar de besluitvorming daarover is pas in december afgerond. Maar het RWC was toen al goed opgetuigd aan de slag en had onder meer al veel waardevolle contacten gelegd met het bedrijfsleven. Maar de feitelijke start van het steunprogramma komt nu pas goed op gang met extra personeel voor het regionaal werkteam, een omschoolbudget en middelen voor Werk naar Werk. Die maatregelen waren nodig om het RWC goed te laten werken en hij rekent er dan ook op dat er meer mensen aan het werk geholpen gaan worden. Hij zal over de uitvoering van het steunpakket rapporteren bij de al toegezegde rapportage over ontwikkelingen in de bijstand. Hij signaleert een misverstand als zouden er bij de werkbrigade banen open staan. Er is wel financiering beschikbaar voor in totaal 500 banen als die beschikbaar komen. Maar
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Concept Raadscommissieverslag, 27 januari 2021
WIO
die banen moeten wel nog worden gezocht. Dat is lastig, temeer daar in deze coronatijd geen voorschakeltrajecten mogelijk zijn. Tot nu toe was de werkbrigade vooral voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, maar hij is voornemens die ook open te gaan stellen voor jongeren. Hij verwacht dan een grote groei. Het actieplan jeugdwerkloosheid is deze week in zijn staf goedgekeurd. Enkele elementen worden al uitgevoerd, zoals de aanpak Spotlicht. Hij verwacht het plan binnenkort hier met de commissie te kunnen bespreken. Hij is trots op het pakket aan maatregelen dat mede dankzij enige steun van het Rijk is ontwikkeld in de strijd tegen de jeugdwerkloosheid. De heer KHAN wil een stijgende lijn zien in het aantal jongeren met werk. Hij signaleert dat het aantal jongeren in de bijstand toeneemt. In zijn contacten met jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt merkt hij ook dat de jongeren zelf graag in aanmerking willen komen voor de werkbrigade omdat ze dan voor twee jaar verzekerd zijn van werk. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat hij die stijgende lijn ook graag wil zien. Maar door de coronacrisis en het wegvallen van voorschakeltrajecten is dat lastig. Hij hoopt dat het actieplan gaat leiden tot de stijgende lijn.
Voor de koppeling met initiatieven op het gebeid van techniek, circulaire economie en energietransitie is een speciaal team gevormd waarover binnenkort een uitgebreide rapportage komt. Dat is meteen ook de afhandeling van de motie Roosma. De VOORZITTER constateert dat het agendapunt nu afgehandeld is. 7 Uitvoering van motie 742.20 d.d. 2 juli 2020 van het lid Taimounti inzake de Voorjaarsbrief 2020 (leerwerktraject klantmanagers en jobcoaches realiseren). (ZD2020-010643) Dit agendapunt is bij de vaststelling van de agenda door de aanvrager afgevoerd omdat alle vragen al schriftelijk beantwoord zijn. 8 Een humaner bijstandsbeleid in het licht van het boodschappendrama van de gemeente Wijdemeren (ZD2021-000506) De heer KHAN ziet in de affaire het zoveelste bewijs van te grote strengheid in de Participatiewet die bijstandsgerechtigden dwingt hun hele hebben en houwen ter controle aan te leveren en elke afwijking van de regels direct straft. Helaas kan de gemeente die wet met zijn regime van controle en dwang niet veranderen. Maar de gemeente kan wel aansturen op een zo humaan mogelijke uitvoering en daarin hebben het vorige en huidige college al goede stappen gezet. Maar hij heeft nog een aantal voorstellen voor verbetering: Vrijlating van bijverdiensten tot 2400 euro in plaats van de huidige grens van 1200 euro.