Conceptverslag WIO 06.01.2021.docx
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Raadscommissieverslag, 6 januari 2021
Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
CONCEPT VERSLAG Openbare digitale vergadering van de Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs (WIO) Woensdag 6 januari 2021, van 9.00 tot 11.50 uur Woensdag 27 januari 2021
Voorzitter: de heer Blom Portefeuillehouders: wethouder mevrouw Moorman Commissiegriffier: mevrouw Meijer Verslaglegging: de heer Timmermans (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de heer Ceder (CU), mevrouw De Fockert (GL), mevrouw Heinhuis (PvdA), mevrouw El Ksaihi (D66), de heer Khan (DENK), mevrouw Marttin (VVD), de heer Miedema (PvdA), mevrouw Schipper (CDA), de heer Schreuders (SP), mevrouw Van Soest (PvdO), mevrouw Timman (D66), de heer Veldhuyzen (BIJ1), de heer Yilmaz (DENK) Afwezig: wethouder Groot Wassink Overige aanwezigen: 1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en wenst alle aanwezigen een gelukkig nieuwjaar toe. Hij loopt de lijst van aangemelde deelnemers langs en constateert dat een digitaal quorum aanwezig is. b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat wethouder Groot Wassink wegens ziekte verhinderd is en dat daarom diens agendapunten 7, 8 en 9 doorgeschoven worden naar de volgende vergadering. Dat kan zonder bezwaar omdat het geen raadsvoordrachten betreft. Wethouder MOORMAN deelt mee dat met de staatssecretaris is afgesproken dat de gemeente binnenkort de gegevens zal krijgen van de naar schatting 1700 gedupeerden van de toeslagenaffaire in Amsterdam. Tot nu toe zijn bij de gemeente pas 16 slachtoffers bekend.
De gemeente kan na ontvangst van die gegevens gaan peilen welke behoefte er bestaat aan ondersteuning vanuit de gemeente op diverse levensgebieden. De gemeente kan echter niet zelf de schadevergoedingen, dat blijft een verantwoordelijkheid van de Belastingdienst. Er is een goede relatie met de regionale ombudsman die een verbindende rol kan spelen naar mensen die alle vertrouwen in de overheid zijn kwijtgeraakt. Hij kan mensen doorverwijzen naar gemeentelijke diensten als daar behoefte aan blijkt te bestaan. Samen met de ombudsman is via AT5 een oproep gedaan aan slachtoffers om zich te melden. Bovendien is er goede samenwerking met de Madi’s en het doorbraakteam. DE gemeente doet er volgens haar dus alles aan om deze
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Concept Raadscommissieverslag, 6 januari 2021
mensen zo goed mogelijk te helpen. Er komen deze maand ook nog antwoorden op de schriftelijke vragen die vanuit de raad over deze affaire zijn ingediend. Verder deelt zij mee dat begin december het kindtegoed dat in de plaats komt van de kindbonnen is bijgeschreven op de stadspassen. Dat past in het beleid om de Stadspas als instrument te gebruiken voor meer voorzieningen. Het kindtegoed is voor kinderen van 10 tot 14 jaar ter besteding aan kleding en scholbenodigdheden. Voor jongere kinderen gaat het om een lager bedrag. De regeling blijkt een succes omdat er al een kwart van het budget daadwerkelijk besteed is door de pashouders. c. Vaststellen agenda Agendapunt 3 en 4 worden gevoegd besproken. De agendapunten 7, 8 en 9 komen te vervallen. Wethouder MOORMAN deelt namens wethouder Groot Wassink naar aanleiding van punt 9 mee dat er bekeken wordt of het effect van de coronacrisis op statushouders kan worden meegenomen in het dashboard van de monitor en dat er voor het zomerreces een brief van hem komt over dat effect. Daarin wordt ook de stand van zaken rond de verhoogde taakstelling voor 2021 meegenomen. Mevrouw EL KSAIHI zegt dat na deze toezegging wat haar betreft de monitor niet meer geagendeerd hoeft te worden. Mede-aanvraagster mevrouw De Fockert sluit zich daarbij aan.
De VOORZITTER constateert dat punt 9 dus niet meer geagendeerd wordt voor de volgende commissievergadering. Hij constateert verder dat er geen behoefte is aan besloten bespreking van punt 10 zodat dit als hamerstuk naar de raad kan worden doorgeleid. Met deze wijzigingen wordt de agenda vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie WIO d.d. 2 december 2020 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda per portefeuille Mevrouw MARTTIN vraagt hoe het staat met de beantwoording van haar vragen van 14 oktober over het fysiek onderwijs aan studenten tijdens de coronacrisis en de rol die gemeentelijke culturele instellingen daarbij zouden spelen. Wethouder MOORMAN zegt dit te zullen nagaan. f. TKN-lijst De VOORZITTER deelt mee dat volgens het nieuwe reglement van orde uiterlijk een dag voor de vergadering voor 13.00 uur schriftelijk inclusief een motivatie aan de commissiegriffier moet worden doorgegeven als men een TKN-stuk wil agenderen. Dan kan de commissie tijdens de vergadering besluiten of het betreffende stuk voor de volgende vergadering geagendeerd zal worden. Hij is deze vergadering echter nog bereid coulant met deze nieuwe regel om te gaan.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Concept Raadscommissieverslag, 6 januari 2021
De heer KHAN wil TKN 4 agenderen om te horen op welke wijze zijn motie wordt uitgevoerd en TKN5 om de actuele cijfers van het RWC te bespreken. Mevrouw TIMMAN zegt dat D66 TKN 2 en 3 gevoegd wil bespreken vanwege de actuele dat over het onderwijs. Mevrouw HEINHUIS wil eveneens TKN 3 agenderen. De VOORZITTER concludeert dat TKN 2,3,4 en 5 geagendeerd zullen worden. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel om 9.23 uur. Vanaf dit moment gaan de spreektijden in. b. Inspreekmoment Publiek Er hebben zich geen insprekers aangemeld. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. d. Rondvraag De heer KHAN vraagt naar aanleiding van de bijstandsaffaire in Wijdemeren waar een vrouw haar uitkering moet terugbetalen omdat haar moeder boodschappen voor haar betaalde, of dit ook in Amsterdam voorkomt en hoe het dan bijvoorbeeld zit met mensen die gebruik maken van een voedselbank. Hij vindt dat Amsterdam helderheid moet bieden over het beleid van de gemeente in zulke gevallen. Wethouder MOORMAN zegt dat ze zal proberen namens wethouder Groot Wassink een antwoord te geven. Er zijn volgens haar op dit moment geen gevallen bekend van onderzoek wegens giften in de vorm van levensmiddelen. Steun van de voedselbank valt sowieso niet onder de aangifteverlichting. Sinds 2018 is het beleid dat giften tot 1200 euro worden vrijgesteld.
Bij een hoger bedrag geldt wel de informatieplicht en is de gemeente gerechtigd op baisi van de Participatiewet een onderzoek uit te voeren. Die wet is nogal verplichtend naar de gemeenten ingericht en daar zou dus landelijk iets aan moeten gebeuren. De heer KHAN vraagt hoe de bijstandsgerechtigde moet of kan bijhouden of dat maximum van 1200 euro is bereikt. Hij vraagt of de gemeente kan kijken of er duidelijke richtlijnen kunnen worden opgesteld voor een buitengewoon begunstigingsbeleid. Wethouder MOORMAN zegt dat de wet op dat punt hardvochtig is en geen onderscheid maakt tussen bewuste en onbedoelde schendingen van de informatieplicht. Zij pleit voor meer vrijheid voor de gemeente om dat onderscheid wel te mogen en kunnen maken. De heer MIEDEMA vraagt om een brief van de wethouder over het onderzoek naar de mogelijkheden om de voorwaarden en bepalingen van de Participatiewet ruimhartiger te hanteren. Als die mogelijkheden te beperkt blijken te zijn, pleit hij voor een
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Concept Raadscommissieverslag, 6 januari 2021
lobby vanuit Amsterdam om wijzigingen in die wet voor elkaar te krijgen. Hij ziet graag een actievere houding van de gemeente op dit gebied. Wethouder MOORMAN zegt die vraag te begrijpen en merkt op dat ook de vorige wethouder Vliegenthart daar al naar gekeken heeft en dat de huidige die lijn voortzet om meer naar de geest van die wet te handelen en een verschil te maken tussen verwijtbaar en niet-verwijtbaar handelen van uitkeringsgerechtigden. Bij gerede twijfel kiest de gemeente voor kwijtschelding. Zij zal haar collega Groot Wassink vragen de raad over dat alles schriftelijk te informeren. De heer SCHREUDERS vraagt of de wethouder werkt aan een plan voor de besteding van de 7,5 ton voor informele voedselinitiatieven die in de laatste raadsvergadering is vrijgemaakt. Wethouder MOORMAN zegt dat in het preadvies al stond aangegeven dat het belangrijk is deze initiatieven niet te institutionaliseren. Daarom wil het college goed kijken naar de beste manier om dat budget te besteden zonder die initiatieven daarmee meteen afhankelijk te maken van de gemeente. Bovendien moeten de mensen ook gebruik blijven maken van de formele hulpkanalen als ze daar recht op hebben. In het eerste kwartaal zal ze de raad nader informeren over de wijze van uitvoering van de motie.
Mevrouw VAN SOEST zegt mail te hebben ontvangen van ouders die verontrust zijn over het plotseling openstellen van basisscholen voor groep 8. De vraag is of dat niet in strijd is met de nationale lockdown en of de wethouder zo maar zonder meer deze hele groep als kwetsbaar kan bestempelen. Dat stuit volgens haar op veel onbegrip bij ouders. Wethouder MOORMAN stelt dat zaken net iets anders in elkaar zitten. Het Rijk heeft gezegd dat gemeenten samen met schoolbesturen kunnen besluiten voor welke leerlingen de school toegankelijk moet blijven. Om cruciale beroepen niet in de knel te laten komen, mogen hun kinderen naar school blijven komen. Dat geldt ook voor kwetsbare kinderen. De schoolbesturen hebben gevraagd wat ze met kinderen uit groep 8 moeten doen omdat uit het onderzoek in september immers naar voren kwam dat juist zij in het vorige schooljaar al een grote achterstand hebben opgelopen terwijl de overgang naar het voortgezet onderwijs voor de deur staat en zij moeten laten zien wat ze waard zijn. Dat maakt hun situatie extra kwetsbaar. Het is ook geen kwestie van moeten, maar scholen mogen kijken wat ze deze kinderen in deze tijden kunnen bieden op school. Zij vindt dat Amsterdam zich gelukkig mag prijzen met zulke verstandige schoolbesturen. BESPREEKPUNTEN Onderwijs 3.
Initiatiefvoorstel van het lid Yilmaz (DENK) van 15-10-2020 getiteld: “Kopklas doorontwikkelen” (ZD2020-014527) 4. Bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel 'Kopklas doorontwikkelen' van raadslid Yilmaz (DENK) d.d. 15 oktober(ZD2020-014492) De heer YILMAZ merkt op dat zijn dochter die nu in groep 8 zit gebaat zou zijn met nog een jaar langer op de basisschool. Dat heeft hem extra aan het denken gezet over de kopklas die hij ziet als een middel om kansengelijkheid te bevorderen. Hij realiseert zich dat de gemeente schoolbesturen niet kan dwingen tot het vromen van kopklassen. Maar met zijn voorstel wil hij het concept wel tweemaal per jaar onder de aandacht brengen van de schoolbesturen in het BBO en waar mogelijk de vorming faciliteren in huisvesting en middelen. Hij wil bereiken dat er ook in Noord en Centrum kopklassen van start gaan. Hij wil dat ook leerlingen met een B/K-advies zich kunnen
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Concept Raadscommissieverslag, 6 januari 2021
aanmelden voor een kopklas en wil daarom van de website verwijderd zien dat zij bij voorbaat worden uitgesloten zoals nu nog bij de voorwaarden staat. Hij vindt het een eer dat hij hier nu zijn initiatiefvoorstel mag bespreken en dankt de wethouder en zijn collega’s daarvoor. Mevrouw DE FOCKERT ziet de kopklas als een extra steun voor kinderen die nu vanwege onder meer hun thuissituatie beperkt worden in hun mogelijkheden. Zij verwijst daarbij ook naar de documentaireserie Klassen. Zij zal het voorstel steunen omdat het de toegankelijkheid in het onderwijs bevordert. Mevrouw HEINHUIS bedankt de indiener. Taalachterstand mag de schoolkansen van een kind niet belemmeren en de kopklas kan helen belemmeringen weg te nemen. Zij vraagt de wethouder of de kopklas ook toegankelijk mag worden voor leerlingen met andere achterstanden, zoals met rekenen. Zij is voorts benieuwd of wordt bijgehouden hoeveel kinderen met als thuistaal het Nederlands gebaat zijn bij de kopklas en hoeveel er dan daadwerkelijk gebruik maken van die voorziening. Wethouder MOORMAN bedankt de indiener voor zijn initiatief om het belang van de kopklas onder de aandacht te brengen. Ook zij verwijst naar Klassen als een serie die goed in beeld brengt welke verschillen er zijn in startposities van kinderen en hoe kort de voorbereidingstijd op het VO kan zijn.
De kopklas is in beginsel bedoeld om leerlingen met een taalachterstand beter tot hun recht te laten komen, maar zij is bereid met de schoolbesturen te kijken naar verruimingen. De interventie is vooral gericht op taal, ook als Nederlands de thuistaal is. Voor rekenachterstanden zijn al andere interventies zoals High Dosage Tutoring. Zij vindt dat er in alle windstreken, dus ook in Noord en Centrum, kopklassen moeten komen. In de praktijk is het zo dat scholen kinderen aanmelden en niet de leerlingen of hun ouders zelf, als er het vermoeden bestaat dat met deze extra steun havo/vwo haalbaar wordt. In uitzonderlijke gevallen gaat het nu ook al om lagere niveaus zoals B/K. De praktijk is dus al soepeler dan de website laat zien. Zij is verheugd dat andere fracties het voorstel steunen en kijkt uit naar het definitieve voorstel. De heer YILMAZ zegt de uitzonderingen wel te kennen, maar ook te weten dat kinderen er soms om moeten vragen bij de school en dat de school dan niet op de hoogte blijkt te zijn van het bestaan van de kopklas. Hij pleit ervoor toch die voorwaarde op de website weg te halen om kinderen niet bij voorbaat af te schrikken. Hij zal het voorstel verder met enkele aanpassingen rechtstreeks naar de raad sturen voor naar hij verwacht een korte behandeling.
Wethouder MOORMAN vermoedt dat het wel gaat lukken om met enkele aanpassingen niet al te veel beperkingen aan de voorkant te maken. De VOORZITTER constateert dat het voorstel nu voldoende behandeld is en in een door de indiener aangepaste vorm naar de raad zal gaan voor een korte behandeling. 5. Brief van de burgemeester, wethouder Kukenheim en wethouder Moorman aan de raadscommissies AZ, ZJS en WIO m.b.t. ontwikkelingen en inzet Amsterdamse schoolveiligheid. (ZD2020014364) De VOORZITTER verwelkomt wethouder Kukenheim bij dit agendapunt. De heer VELDHUYZEN steunt de keuze voor ondersteuning van kwetsbare jongeren met een geïntegreerde aanpak en via de netwerken in hun omgeving. Hij vraagt of daar ook familieleden, informele netwerken, rolmodellen en ervaringsdeskundigen bij betrokken worden. Hij onderschrijft het belang van een aanpak van seksuele intimidatie, educatie en preventie van geweld, maar hij mist de uitwerking en zou daar dus graag een toelichting op krijgen en vraagt ook waarom dit alleen online plaatsvindt. Hij weet uit
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Concept Raadscommissieverslag, 6 januari 2021
eigen ervaring als onveilig type op school dat problemen vooral thuis en de wijk ontstaan. Het is dus noodzakelijk de wijken rond de school veilig te maken. Hij mist in de brief de bereidheid om zelforganisaties te steunen in hun organisatiekosten, terwijl dat hem juist een belangrijk aspect lijkt. Hij vindt dat het idee als zou alle oplossingen van de politiek en gemeente moeten komen, losgelaten moet worden. Oplossingen moeten volgens hem juist uit de samenleving zelf komen. Daartoe heeft hij enige tijd geleden een motie ingediend die een afwijzend preadvies meekreeg van het college. Nu blijkt volgens hem echter dat die verre van overbodig was. Hij is benieuwd hoe het college en de burgemeester nu zelf denken over de rol van zelforganisaties op dit punt. Mevrouw DE FOCKERT juicht het toe dat het college een speerpunt gemaakt heeft van extra inzet voor veiligheid op scholen. Zij is het eens met de vorige spreker, Et lopen al aardig wat programma’s op dit gebied, maar zij mist de afstemming en uitwerking van al die inzet en netwerkvorming ter verbetering van de veiligheid. Zij wil graag zien hoe dit alles geborgd wordt om die werkwijze echt mogelijk te maken. Zij hoort van medewerkers uit de praktijk dat er weinig van komt omdat er bijvoorbeeld te weinig tijd is om met elkaar te vergaderen om tot afstemming te komen.
Zij vraagt een realistische aanpak en maatstaven om effecten te toetsen. Zij ziet in de brief wel vermelding van seksueel overschrijdend gedrag, maar in de uitwerking mist ze hoe dat dan wordt aangepakt. De aanpak lijkt vooral te draaien om kwetsbare jongens, maar voor meiden zijn veiligheid, preventie en signalering ook van groot belang. Mevrouw MARTIIN vindt dat het niet alleen moet gaan om veiligheid op scholen, maar ook om de preventie van jeugdcriminaliteit. In de verhelderende technische sessie werd toegelicht dat er al veel gebeurt op dit gebied, maar de situatie blijft zorgelijk in haar ogen. De aanpak via scholen is belangrijk, maar die zijn nu gesloten. Zij vraagt of er al enig zicht is van het effect van de lockdown op al deze programma’s. Zij is benieuwd of er nog wel grip is op de situatie en hoe die te versterken valt. Zij heeft wel veel vertrouwen in deze grootse integrale aanpak en is benieuwd welke resultaten die gaat opleveren. Mevrouw HEINHUIS acht de veiligheid van jongeren en scholen van het grootste belang. Zij juicht het toe dat daar nu met jongerenwerkers structureel aan gewerkt wordt. Docenten staan volgens haar op meer afstand van de jongeren dan die jongerenwerkers en de problemen houden niet op bij de grenzen van het schoolplein.
Zij is benieuwd of het probleem ook met cijfers in beeld gebracht is en op welke wijze en met welke partners deze aanpak tot stand is gekomen. Zij vindt de aanpak van de onveiligheid in de online wereld niet breed genoeg uitgewerkt. Daar gebeurt immers veel narigheid zoals het plaatsen van filmpjes waar de opgenomen jongeren niets van weten of het ongevraagd delen van pikante foto’s. Zij vraagt of daar niet meer van meegenomen kan worden in deze aanpak. Dat zou ook voor scholen goede handvatten kunnen opleveren. Verder is zij benieuwd of het programma met rechtbankjongeren waar sommige scholen mee werken, niet ook binnen deze totaalaanpak verweven en uitgebreid kan worden. De heer KHAN verwelkomt dit plan dat hij ziet als een aanvulling op lopende programma’s en oog heeft voor de thuissituatie en de zorgvelening. Hij mist in het plan de rol van thuisbezoekers die op signalen van straatcoaches afgaan. Ook wil hij meer aandacht voor de online problematiek. Hij vraagt ook om een beleid in het omgaan met influencers en hun mogelijke tol om gedrag van jongeren te normaliseren. Mevrouw VAN SOEST zegt eerst de antwoorden van het college af te wachten. De heer CEDER deelt de opmerkingen over de online wereld.
Hij is het eens met het trainen van leerkrachten in het herkennen van signalen die wijzen op sociale problematiek, maar is wel benieuwd waar het college de grenzen wil leggen ,met de taken en verantwoordelijkheden van andere daartoe aangewezen instanties. Leerkrachten zijn immers het onderwijsvak ingestapt om les te geven en niet om al die andere verantwoordelijkheden op zich te nemen. Het lijkt hem in het belang van de
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Concept Raadscommissieverslag, 6 januari 2021
leraren om als gemeente die taakverdelingen goed te bewaken, zeker als daar geen extra betaling tegenover staat. Hij is benieuwd hoe ouders betrokken worden bij vroegsignalering en preventie en of dit nog verder uitgewerkt wordt in het beleid. Het benoemen van ouders met risicojongeren kan een stigmatiserend effect hebben en ook de privacy kan in het geding komen. Aan de andere kant heeft de raad echter ook behoefte aan concrete gegevens om het beleid inzichtelijk en controleerbaar te maken. Hij vraagt of de wethouder bereid is naar dat spanningsveld te kijken. Volgens hem weten scholen en instanties vaak niet welke informatie en gegevens zij met andere instanties mogen delen volgens de AVG. Er is op dat gebied volgens hem veel onwetendheid en hij vraagt of de gemeente bereid is daar heldere richtlijnen over te verstrekken aan de partners in deze aanpak zodat alles wat men kan delen ook gedeeld wordt om de doelstellingen van deze aanpak te realiseren. Mevrouw TIMMAN merkt op dat een half jaar geleden op een bijeenkomst in Zuidoost al gemeld werd dat er heel jonge kinderen met wapens rondliepen, ook op school. Daarom is zij blij met deze integrale aanpak. Zij vraagt of de deelname van 15 scholen met jongerenwerk en 20 met een operationeel team voldoende is of dat er meer middelen nodig zijn.
Zij wil graag iets meer toelichting krijgen over de samenwerking met het Rijk en met de G4 en zij wil ook graag meer inzicht in de casuïstiek en de beoogde effecten van deze aanpak. Dat laatste zou de raad helpen bij het uitoefenen van de toezichthoudende taak. Wethouder KUKENHEIM dankt de leden voor hun inbreng bij dit belangrijk onderwerp waar niet voor niets een aparte, gezamenlijke brief aan is gewijd. Het gaat om een inventarisatie van de bijdrage van lopende programma’s aan de schoolveiligheid en om een extra inzet om de aanpak te versterken. Zij wil de raad goed op de hoogte houden van de voortgang en zegt in dat verband een nulmeting en voortgangsrapportages toe, zodat men beter kan beoordelen welke interventies helpen. In de casuïstiek gaat het vaak om lokale zaken waar men op moet acteren en dat maakt een generalistische schets lastig. In algemene zin gaat het om de zorg voor kwetsbare huishoudens en daar zijn objectieve indicatoren en gegevens van beschikbaar. In de casuïstiek gaat het om meer subtiliteiten en die zullen dus in de voortgangsrapportages aan bod komen. Mevrouw DE FOCKERT vraagt op welke punten dan naar voortgang gekeken wordt en wat de streefwaarden zijn. Wethouder KUKENHEIM stalt dat de inzet gericht is op het versterken van de partners in het netwerk en het verminderen van de ongewenste verschijnselen.
Een beoogd effect is bijvoorbeeld dat leerkrachten beter in staat zijn zulke verschijnselen te signaleren en ermee om te gaan. Dat kan gaan om internetgebruik, seksuele intimidatie of fysiek geweld. Het is de bedoeling op al die niveaus te kijken of de aanpak helpt om de objectieve en subjectieve veiligheid te verbeteren. Daarover zullen de rapportages gaan. Het gaat hier niet om simplistisch beleid en nadere uitwerkingen zullen volgen. Mevrouw DE FOCKERT begrijpt dat het allemaal niet eenvoudig is, maar zou wel graag deze globale indicatoren op papier gezet willen zien. Zij verwijst naar het rapport van de Rekenkamer over het gebrek aan controleerbaarheid van veel gemeentelijk beleid. Zij heeft behoefte aan handvatten om de effecten van dit beleid te kunnen controleren. Wethouder KUKENHEIM is het daarmee eens en zegt een nulmeting. Zij wil dat wel eerst met de partners en de scholen bespreken, omdat de problematiek niet overal hetzelfde is. Mevrouw DE FOCKERT kan daarmee instemmen mits in de nulmeting doelen en indicatoren worden benoemd.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Concept Raadscommissieverslag, 6 januari 2021
Wethouder KUKENHEIM zegt dat deze aanpak zich stapsgewijs ontwikkelt en dat men nu nog aan de voorkant staat van de bundeling van krachten. Netwerkversterking is een belangrijk onderdeel en daarbij worden naast de formele partners de informele netwerken zeker niet vergeten. Als men die ondersteunt, moet men er wel beducht voor zijn dat ze daarmee niet in een formeel kader geperst worden. De praktijk heeft immers uitgewezen dat men ze daarmee juist om zeep helpt. Het gaat er dus om ze in hun informele karakter te versterken. De coronacrisis heeft zeker ook een vertragend effect, maar maakt de samenwerking tussen formele en informele partners juist sterker. Het jongerenwerk op scholen richt zich vooral op de vertaling van wat er op straat speelt naar de scholen. Ook de OKT’s kunnen daarop inspelen met gerichte programma’s. De inzet van lokale rolmodellen en gezinnen kan daarbij van pas komen. In de aanpak is veel aandacht voor de online wereld, zowel preventief als ook in de aanpak van grensoverschrijdend gedrag op internet en social media. Scholen moeten goed weten waar ze dan voor ondersteuning kunnen aankloppen. Zij is bereid dat ook op uitvoeringsniveau inzichtelijk te maken voor de raad.
Ook zij heeft signalen opgevangen dat sommige aanbieders zeggen geen tijd te hebben voor afstemmingsoverleg, maar zij heeft ook gemerkt dat de netwerkversteking leidt tot betere samenwerking. Het is niet de bedoeling voor elke taak een aparte organisatie in te zetten, want dat zou inderdaad leiden tot meer overdrachtsoverleg. Daarom is zij er ook niet voor hier een aparte taak voor de gezinsbezoekers voor te maken. De verschillende partners doen elk hun aandeel en zullen afspraken met elkaar maken wie waar op huisbezoek gaat. Samenwerking en taakverdeling kan op die manier ook juist tijd opleveren. Het gaat dus niet om een inzet van extra geld en middelen, maar vooral om een bundeling van krachten. De tijd zal uitwijzen of er nu voldoende middelen beschikbaar zijn om deze methodiek goed te ontwikkelen zonder dat er per se extra geld bijgelegd hoeft te worden. Er zullen goede aanvullende afspraken en richtlijnen moeten komen voor de informatie die men met partners in het netwerk mag delen. Zij vindt het terecht dat de heer Ceder dat punt naar voren brengt. Men ziet nu vaak nog obstakels die er niet hoeven te zijn. De vraag is of vanuit het stadhuis alles moet worden voorgeschreven. Het is in ieder geval van belang ervaringen en praktijkvoorbeelden met elkaar te delen.
Wethouder MOORMAN zegt dat dit beleid ook door de burgemeester gedragen wordt omdat er veel overlap is op het gebied van veiligheid. Samenwerking is geboden omdat veiligheid raakpunten heeft met alle leefgebieden van jongeren, thuis, op straat en op school. Bij een integrale aanpak krijgt men dan ook te maken met een grote diversiteit aan professionals en dat maakt het complex. Met deze brief hebben de burgemeester en twee wethouders willen aangeven hoe men wil voorkomen dat programma’s langs elkaar heen gaan lopen of dat er gaten vallen in de aanpak. Dat vraagt een goede netwerkaanpak en scholen hebben laten weten daarin een rol voor zichzelf weggelegd te zien. Scholen zijn er primair om hun leerlingen goed onderwijs te bieden, maar als de school niet veilig is, komt het onderwijs zelf immers in gevaar. Het klopt echter ook dat scholen en leerkrachten niet voorbereid zijn op die rol. Daarom kunnen zij een beroep doen op het operationeel team schoolveiligheid, jongerenwerk op school en deskundigheidsbevordering. Het gaat erom de schoolteams van onbewust onbekwaam te vormen tot bewust bekwaam, met inachtneming van ieders specifieke taken en grenzen. Daarin wordt met deze aanpak geïnvesteerd. De vraag naar toetsing van resultaten is een complexe. Een nulmeting is moeilijk in kwantificeerbare termen te gieten.
Scholen zijn bijvoorbeeld niet verplicht alle geweldsincidenten te melden, al was het maar om stigmatiseren en brandmerken te voorkomen. Ook subjectieve veiligheidsbeleving wordt niet overal op dezelfde manier in kaart gebracht. De nulmeting is dus al complex. In de update-brief zal in kaar gebracht worden op welke domeinen men wat voor soort verbeteringen wil bereiken met deze aanpak. Maar zij waarschuwt bij voorbaat tegen te hoog gespannen verwachtingen over de meetbaarheid. Niet alles zal in cijfers uit te drukken zijn en het gaat hier om een multidisciplinaire aanpak. Als men te veel wil afgaan op cijfers bestaat het risico dat alleen gemeten wordt waar cijfers over te krijgen zijn en dat andere gegevens en effecten
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Concept Raadscommissieverslag, 6 januari 2021
uit beeld verdwijnen. Zij vindt het daarbij vooral belangrijk wat scholen op dit punt naar voren brengen. Het is vooral van belang dat de partners goede ervaringen met elkaar delen. Dat geldt ook voor de samenwerking met het Rijk en de G4. Het Rijk heeft een bedrag voor deze netwerkversterking gegeven met dat doel. Amsterdam is bovendien ook ondertekenaar van het Rijksprogramma Wapens. Er is veelvuldig contact over en weer. Mevrouw DE FOCKERT benadrukt dat zij niet per se gevraagd heeft om kwantitatieve maatstaven en dat zij zich kan vinden in het beeld dat nu geschetst wordt. Wethouder MOORMAN zegt zo weer de realistische idealist in mevrouw De Fockert te herkennen. Het gaat hier om stevige ambities waarvan men de effecten wil kunnen volgen, maar de problematiek is ingewikkeld en gaandeweg zullen bijstellingen zich aandienen. Zij zal ook de scholen vragen zelf hun verwachtingen aan te geven. De lockdown staat volgens haar de doorontwikkeling van deze aanpak niet in de weg, maar maakt die juist extra relevant nu de meeste jongeren niet naar school gaan. Voor de meest kwetsbaren is er nog wel opvang op school. De inzet van de aanpak gaat onverminderd door. Mevrouw MARTTIN denkt dat het nu extra cruciaal is om de jongeren goed in beeld te houden. Zij is benieuwd of de scholen voldoende in beeld hebben welke van hun leerlingen kwetsbaar en of die inderdaad nu naar school komen.
Wethouder MOORMAN zegt dat het ingewikkeld is daar in algemene termen een antwoord op te geven. Sommige jongeren melden zichzelf, maar de situatie verschilt van geval tot geval en de praktijk is weerbarstig. Er is veel inzet en maatwerk nodig van scholen, jongerenwerk en leerplichtambtenaren. En dan nog dient men te beseffen dat het niet altijd lukt. Er zijn schoollabs gedaan met negen scholen om te achterhalen op welke terreinen zij bijgespijkerd en ondersteund willen worden. Langs die weg wordt gewerkt aan verbeteringen van handelingsperspectieven voor leerkrachten binnen duidelijke grenzen van hun verantwoordelijkheden. De deskundigheidsbevordering vindt in tranches plaats, zodat scholen ook nog op een later moment kunnen instappen. De jongerenrechtbanken vormen een onderdeel van het lesprogramma Amsterdammerschap. Tien scholen doen nu aan dat onderdeel mee en er zijn geen signalen dat er meer willen meedoen. Dat moet de praktijk uitwijzen. Mevrouw HEINHUIS vraagt hoe leraren begeleid worden in het omgaan met online gedragingen. Zij vraagt in de voortgangsrapportages ook op te nemen of en hoe leraren dankzij deze aanpak op dat gebied beter kunnen acteren. Wethouder KUKENHEIM zegt dat er preventieve programma’s op maat zijn als het gaat om mediawijsheid, pesten of strafrechtelijke aspecten. Leraren kunnen aangeven op welke punten ze behoefte hebben aan bijscholing.
Sommige scholen zullen hier wellicht hun focus van maken. Zij wil dat punt ook meenemen in de rapportages met alle eerdergenoemde slagen om de arm over meetbaarheid. Wethouder MOORMAN merkt op dat het programma Gezonde Scholen ook al veel doet op dit gebied. Maar er speelt op sommige scholen bijvoorbeeld ook de vraag hoe men om moet gaan met de zogenaamde online snitchcultuur. Daarom moet men volgens haar blijven uitgaan van maatwerk en niet alles willen opleggen vanuit het stadhuis. Scholen zijn verantwoordelijk voor hun eigen schoolklimaat. De gemeentelijke rol is die van faciliteren, intensiveren en het beschikbaar stellen van extra middelen voor training. Mevrouw DE FOCKERT ziet in de brief de meeste aandacht uitgaan naar fysiek geweld en criminaliteit. Zij mist echter de nodige aandacht voor seksuele onveiligheid, een element dat hier toch al meermaals aan de orde geweest is en voor haar fractie een
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Concept Raadscommissieverslag, 6 januari 2021
wezenlijk onderdeel zou moeten zijn. Zij vraagt of dit ook onderdeel is van de aanpak en hoe zeker gesteld wordt dat scholen daar aandacht aan besteden. Die zekerheid is voor haar essentieel en zij wil voorkomen dat verschillende portefeuillehouders volstaan met het verwijzen naar elkaar. Zij vindt het wenselijk om volgende keren als het over dit programma gaat, dit tegelijkertijd te bespreken met alle drie de portefeuillehouders zodat dan alle vragen in een keer op tafel kunnen komen. Aparte agendering in de commissie AZ acht zij niet gewenst. Wethouder KUKENHEIM zegt dat de brief de verschillende thema’s van veiligheid benoemt die rond scholen spelen. Er staan ook acties en programma’s in die vanuit andere oorspronkelijke doeleinden bijdragen aan de veiligheid op scholen. Het programma van de burgemeester over seksuele veiligheid en intimidatie– fysiek en online - is daar een voorbeeld van. Elke school zal zelf beoordelen welke aspecten van veiligheid op hun school de aandacht verdienen en aan welke al in lopende programma’s aan de orde komen. Het gaat hier om een bundeling van acties en programma’s waaruit scholen een keuze maken die het best aansluit bij hun situatie. Daarnaast lopen er ook al programma rond (seksuele) weerbaarheid, mediawijsheid en dergelijke waarvoor verschillende aanbieders in beeld zijn waar scholen al relaties mee hebben.
Er komen in een school dus diverse lijnen samen. De VOORZITTER vraagt of de wethouders al een termijn kunnen noemen waarop de toegezegde voortgangsrapportage te verwachten valt. Hij meldt verder dat er een verzoek van DENK ligt om de brief in de raad te behandelen. Wethouder MOORMAN zegt dat ze de raad zo zorgvuldig en volledig mogelijk wil informeren en daarom nu nog niet kan aangeven wanneer er een vervolgbrief of voortgangsrapportage komt. Zij is het ermee eens documenten over deze gezamenlijke aanpak in één keer in deze commissie te bespreken. Dat is anders als het om specifieke stukken van één portefeuille gaat, zoals bijvoorbeeld de wapenaanpak die alleen in de commissie AZ thuishoort. Een vervolgdocument zal in ieder geval voor het zomerreces komen. Voor de financiering van de deskundigheidsbevordering van leerkrachten zal zij echter nog voor die tijd met een separaat voorstel komen. Dat lijkt haar een geschikt moment om in deze commissie weer van gedachten te wisselen over dit programma. De VOORZITTER concludeert dat deze brief nu voldoende behandeld is en dat in de volgende commissie meer duidelijkheid zal komen over vervolgdocumenten. Armoede en Schuldhulpverlening 6. Kennis te nemen van de brief Gezonde financiële start jongeren (ZD2020-014569) Mevrouw DE FOCKERT merkt op dat hier al veel gesproken is over de pilot rond schuldhulp voor jongeren.
Zij vindt de focus op de overgang naar meerderjarigheid bij 18 jaar een goede keuze. Zij signaleert een groot aandeel van 19-jarigen in het aantal jongeren met schuldproblemen. Zij vraagt of er geen mogelijkheden zijn om via vroegsignalering bij instanties als het CIJB te voorkomen dat kwetsbare jongeren in die situatie geraken bij de risicovolle overgang naar meerderjarigheid waar veel risico’s bijeenkomen. Verder mist zij in de brief aandacht voor de jongeren die afhankelijk zijn van een fysiek loket in deze coronatijd waarin veel hulpverlening verschuift naar digitale loketten. Mevrouw EL KSAIHI sluit zich bij die vragen aan. Zij vraagt wat er buiten de intensivering in het beleid veranderd is sinds zij twee jaar geleden speciale aandacht gevraagd heeft voor die overgang naar meerderjarigheid bij 18 jaar.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Concept Raadscommissieverslag, 6 januari 2021
Mevrouw HEINHUIS is het eens met de inzet op die overgang bij 18 jaar. Zij vraagt of leeftijdgenoten en rolmodellen worden ingezet bij de communicatie naar jongeren. Die kunnen immers een belangrijke invloed uitoefenen omdat zij de taal van jongeren beter beheersen dan de gemeente. De heer CEDER vindt het goed dat de jongeren zelf een brief krijgen van de gemeente als zij 18 jaar worden. Maar hij vraagt of de wethouder ook ruimte ziet om hun ouders actief een brief te sturen om ze te attenderen op wat er allemaal geregeld moet worden rond die leeftijd en op zaken als de kostendelersnorm. Verder wijst hij op het preventieve belang van financiële educatie. Hij is benieuwd hoeveel scholen daar nu aan meedoen en wat de uitrolambitie is voor komende jaren. Wethouder MOORMAN merkt op dat bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar vooral het zelf betalen van de zorgverzekering belangrijk is. Als die achterwege blijft komt daar pas na verloop van tijd via het CAK zicht op. Daarvoor kunnen schulden om uiteenlopende redenen ontstaan waar geen echt overzicht op is. Vroegsignalering vindt vooral plaats op vaste lasten, zoals huur, en daar is bij jongeren dan vrijwel mooi sprake van. Er is wel al eens een proef geweest met het CIJB, maar de groep van mensen met een openstaande boete bleek te divers waardoor die proef mislukt is. De boete op zich is niet meteen het problematische punt.
Het is dus lastig om binnen die leeftijdsgroep gericht te zoeken naar jongeren die daardoor in de problemen raken. De beste aanpak is om via scholen te werken aan financiële educatie en budgetcoaching. Daar doen nu ruim dertig scholen aan mee, maar dat staat vanwege de afnemende lestijd in coronatijden onder druk. Aankloppen bij een fysiek loket is wel nog steeds mogelijk. Zij erkent dat dit alles inderdaad voornamelijk voortbouwt op bestaand beleid. De verjaardagskaart is echter wel een nieuw element en die is samen met jongeren ontwikkeld en wordt ook via Instagram verstuurd. Er wordt ook al veel gewerkt met de inzet van rolmodellen en ervaringsdeskundigen, bijvoorbeeld via podcasts. De VOORZITTER constateert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en sluit de behandeling af. Sociale Zaken 7. Amsterdams experiment bijstand - tussenrapportage T1 (ZD2020014491) 8. Meerjarenstrategie stichting Pantar Amsterdam 2021 - 2024 ‘Pantar begeleidt en ontwikkelt mensen in en naar werk' (ZD2020-014534) Deze punten zijn wegens ziekte van wethouder Groot Wassink doorgeschoven naar een volgende vergadering. Vluchtelingen en Ongedocumenteerden 9. Vluchtelingenmonitor 2020 (ZD2020-014472) Dit punt is van de agenda afgevoerd door de aanvragers. De VOORZITTER sluit de vergadering om 11.50 uur.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Concept Raadscommissieverslag, 6 januari 2021
12