Conceptverslag WB 30-06-2021
Tekst van het document
Is de heer Flentge dat met hem eens? De heer FLENTGE antwoordt dat hij zich zeker zorgen maakt over de te kleine woningen. Daarom zijn de corporaties aan zet. Mevrouw VAN SOEST verbaast zich dat de SP begint over de woningcorporaties, waarover de gemeente niets te vertellen heeft. Als ze niet willen bouwen, doen ze dat niet. Ze zijn zelfstandig. De heer FLENTGE denkt dat mevrouw Van Soest het met hem eens is. De VVD moet de corporaties niet nog verder uitkleden. De huurders moeten aan zet komen. Hij maakt zich zorgen over het aantal sociale huurwoningen. Hij hoopt dat het slagingspercentage van 50-60% omhoog getrokken kan worden. Dit vereist steeds weer de volledige aandacht. Hij herinnert nogmaals aan Denise. Als je applaudisseert voor het zorgpersoneel, moet je ook leveren. Dan moeten er voldoende sociale huurwoningen
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 30 juni 2021
WB
gebouwd worden. Hij hoopt dat alle partijen daarvoor willen strijden. Mevrouw VAN SOEST herhaalt haar vraagt: hoe dwing je corporaties om sociale huurwoningen te bouwen? De heer FLENTGE antwoordt dat de gemeente de corporaties niet kan dwingen. De 40-40-20 moet zoveel mogelijk overeind gehouden worden. Mevrouw VAN SOEST vraagt hoe de wethouder het voor de senioren op gaat lossen. In het Woningbouwplan staat niets vermeld over seniorenwoningen. Wethouder IVENS wil niet te snel juichen over de kwartaalcijfers. Hij heeft geprobeerd er niet te veel conclusies uit te trekken, want het zijn maar kwartaalcijfers. De planvoorraad sociale huur is te laag. Er moet vooral gewerkt worden aan de planvoorraad. Hij kan nog niet veel conclusies trekken, ook niet over het slagingspercentage. Hij maakt zich zorgen over sociaal omdat het sociaal van corporaties nog steeds te klein is. Er wordt ook nog steeds sociaal door marktpartijen gebouwd. Hij antwoordt de heer Van den Heuvel dat het grootste verschil ten opzichte van de tijd voor 40-40-20 is dat er toen maar twee getallen stonden: 30-70. Het grootste verschil is de 40% middensegment die toegevoegd is. Dat segment wordt in de planvoorraad steeds groter. Hij zal bij de najaarsrapportage nog nader duiding geven aan deze ontwikkeling. Vroeger bestond geen planvoorraad voor het middensegment, en nu wel.
Hij deelt de zorg over de grootte van woningen. De marktprijzen zorgen ervoor dat de woningen steeds kleiner worden. De financiën van de corporaties maken de bouw van grotere woningen ook niet aantrekkelijk. Je ziet ook steeds meer mensen die alleen wonen, dus zijn er ook kleine woningen nodig. Hij verwijst de heer Mangal voor zijn vraag over woningen voor de middenklasse naar de discussie bij de bespreking van de Voorjaarsnota. Hij antwoordt de heer Flentge dat het belangrijk is de corporaties een belangrijker positie te geven bij de marktpartijen. Marktpartijen en corporaties zitten bij elkaar in het bouwoverleg, waar de brug geslagen kan worden. Het college heeft toegestaan dat men afwijkt van 40-40-20 naar 30-40-30, als een corporatie gevraagd wordt. Hij hoopt dat dit effect zal hebben. Hij antwoordt mevrouw Van Soest dat hij een keer per jaar met een uitgebreide rapportage komt. Drie keer per jaar komt hij met een korte stand van zaken bij de totale woningbouw. Daarom is deze rapportage wat compacter dan de eindejaarsrapportage. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. Zij schorst de vergadering van 11.34-11.38 uur. 7.
Bespreken en kennisnemen van de Voorgangsrapportage Ouderenhuisvesting 2020 in het kader van het Programma ouderenhuisvesting 2019-2022 (VN2021-016934) Mevrouw VAN SOEST merkt op dat veel woningen in de stad ongeschikt zijn om oud in te worden. Eerder al vertelde zij over een mevrouw van 79 die van vier- naar eenhoog wilde, wat tegengehouden werd door de woningbouwcorporatie omdat die de woning wilde verkopen. Zij maakt zich daarover ernstig zorgen, want de mensen kunnen geen kant meer uit. Ouderen sterven geheel alleen in hun woning en worden dan later gevonden. Waarom werken de regelingen Van Hoog naar Laag en Van Groot naar Beter niet meer? Zelfs die afspraken met de woningbouwcorporaties worden niet nagekomen. De woningcorporaties verkopen veel woningen die eigenlijk heel geschikt zouden zijn voor ouderen. Zij vraagt het onderwerp te agenderen voor de gemeenteraad. De heer VAN DEN HEUVEL is blij met het convenant over geclusterde zelfstandige ouderenwoningen. Die moeten nu snel gebouwd worden. Loopt men daarbij
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 30 juni 2021
WB
tegen lokale of nationale belemmeringen aan? Hij begreep van enkele organisaties dat de behoefte bestaat om bij de ontwikkeling van het Hamerkwartier te kijken of daarvoor mogelijkheden ontwikkeld kunnen worden, zodat bewoners uit omliggende wijken kunnen doorgroeien in een vernieuwd Hamerkwartier. Mevrouw VAN PIJPEN ziet veel positiefs in de rapportage, maar het aanbod van seniorenwoningen loopt terug. De oorzaken van het dalend aanbod van reguliere woningen kunnen uiteenlopend zijn, staat er. Maar komt dat niet ook door de verkoop van sociale huurwoningen? Zij vraagt of er geen verbod kan komen op de verkoop van woningen met een label ‘seniorenwoning’, zodat sommige woningen bij voorbaat al een dergelijk label kunnen krijgen, met name benedenwoningen en eenhoog. Er kan dan beter gestuurd worden. Geclusterd wonen is een belangrijke woonvorm voor de toekomst. Omdat mensen graag in hun eigen wijk willen blijven, is geclusterd wonen in bestaande bouw interessant. De omgang met WoningNet is voor sommige ouderen lastig. Gezien de nieuwe regels vraagt zij daaraan in de communicatie extra aandacht te besteden. Mevrouw KILIÇ sluit zich aan bij wat gezegd is door vorige sprekers. Zij wijst op het belang van een goede ouderenhuisvesting in verband met de komende vergrijzing en het nijpende woningtekort.
Meer dan de helft van de Amsterdammers heeft een migratieachtergrond, en de manier waarop de cultuursensitieve ouderenhuisvesting wordt benoemd in de voortgangsrapportage is heel summier. Er staat alleen dat het van belang is dat er rekening gehouden wordt met een stijging van het aantal ouderen met een migratieachtergrond. Maar hoe moet dat dan? Dat wordt niet vermeld. Haar fractie heeft enkele jaren geleden een motie ingediend waarin gevraagd werd onderzoek te doen naar de mogelijkheden om cultuursensitieve ouderenhuisvesting onderdeel uit te laten maken van het programmaplan ouderenhuisvesting 2019-2022. Ook werd gevraagd op zoek te gaan naar de knelpunten in de woningvoorraad met betrekking tot de beschikbaarheid en betaalbaarheid voor migrantenouderen. In het programma ouderenhuisvesting is toen naar aanleiding van de motie gezegd dat het programma actief zal zijn op drie hoofdrichtingen: een gemeenschappelijke woning voor migranten in de plannen van woningcorporaties, in de transformatie van zorghuisvestingslocaties, en via grond en ontwikkeling. Er werd concreet een aantal projecten genoemd waarmee men bezig was. Dat was een mooi begin, maar zij krijgt nu, 2,5 jaar later, dezelfde opsomming van deze projecten.
Is er in de tussentijd geen andere actie ondernomen? Is er niets gedaan met betrekking tot cultuursensitieve ouderenhuisvesting? En waarom dan niet? Wat staat nog op de agenda met betrekking tot cultuursensitieve ouderenhuisvesting? Positief is het dat er wooncoaches met een migratieachtergrond zijn aangenomen. Zij vraagt of die coaches stadsbreed werken, of verdeeld over de stadsdelen. Wat is het resultaat van de inzet van die coaches? Ook positief is de uitvoering van de motie van haar fractie waarin onderzoek gevraagd wordt naar de specifieke woonwensen, informatiebehoefte en zoekpatronen van migrantenouderen door !WOON, samen met een Turkse en Marokkaanse zelforganisatie. Zij vraagt welke organisaties dat zijn. Zij heeft haar vermoedens welke het zijn, en als dat klopt weet zij naar welk onderzoek verwezen wordt, en dat dit onderzoek geïnitieerd is door de organisaties zelf. Als het niet die organisaties zijn, wil zij graag weten in welke fase het onderzoek zich bevindt. Wanneer is het afgerond en komt er een terugkoppeling, ook over de vraag hoe de gemeente de resultaten zal meenemen? Bij het kleinschalige project op het August Allebéplein leest zij dat het project een voorbeeld is waarbij ingezet is op geclusterde ouderenwoningen in het middensegment.
Zij vraagt zich daarbij af welke link er is met cultuursenitiviteit die in het programma ouderenhuisvesting wordt genoemd. De meeste ouderen met een migratieachtergrond kunnen geen huur betalen in dat middensegment. Datzelfde geldt voor ouderen uit de buurt die er graag willen blijven wonen. Ten slotte vraagt zij in hoeverre migrantenorganisaties betrokken worden bij de verdere participatie. Directe informatie van organisaties zonder filtering geeft een breder
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 30 juni 2021
WB
beeld. Wethouder IVENS antwoordt mevrouw Van Soest dat van de twee verhuisregelingen Van Groot naar Beter gegroeid is, van 82 naar 102, en Van Hoog naar Laag gekrompen van 172 naar 92. Vermoedelijk heeft dat te maken met de coronacrisis, ouderen die veel thuisbleven en fysiek contact dat ontbrak. Hij is nog steeds een groot voorstander van deze regelingen. Wat betreft de geclusterde woningen komt er eind dit jaar vermoedelijk een rijkssubsidie voor de gemeenschappelijke ruimten. Dat is vaak het knelpunt. Deze subsidiemogelijkheid kan de sleutel zijn voor veel meer mogelijkheden voor de bouw van geclusterde ouderenhuisvesting. Er liggen zeker kansen in het Hamerkwartier. Die locatie wordt momenteel onderzocht op geschiktheid voor geclusterde ouderenhuisvesting. Hij is voor een verbod op de verkoop van sociale huurwoningen. Momenteel is er geen verbod op de verkoop van gelabelde seniorenwoningen. Het mandaat voor het labelen van woningen voor doelgroepen ligt bij de woningcorporaties. De angst is dus dat ze als ze een woning willen verkopen, het labeltje niet geven. Essentieel is de communicatie van WoningNet, speciaal in verband met de wijzigingen van WoningNet die eraan zitten te komen. Daarbij moeten de ouderen goed meegenomen worden. Het digitale deel van WoningNet is nu al voor ouderen lastig. Je ziet nu dat steeds vaker !WOON ingeschakeld wordt.
Hij antwoordt mevrouw Kiliç dat hij de laatste stand van zaken voor het August Allebéplein niet kent. Daarvoor verwijst hij naar het bestuur van stadsdeel Nieuw-West. Er wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met cultuursensitieve ouderenhuisvesting. Zo is men in de Kolenkitbuurt bezig met een woongemeenschap voor Marokkaanse ouders. In Het Nieuwe Schouw heeft hij laatst een eerste woongroep geopend voor Iraanse ouderen. Er gebeurt dus het een en ander, maar hij zal er aandacht aan geven. De wooncoaches worden stadsbreed ingezet, ook wooncoaches met migratieachtergronden. Verder doet !WOON momenteel het onderzoek naar de woonbehoefte van migrantenouderen. Tweede termijn Mevrouw VAN PIJPEN vraagt of de rijkssubsidieregeling voor gemeenschappelijke ruimtes alleen voor nieuwbouw geldt. Wethouder IVENS antwoordt dat die ook voor bestaande bouw geldt. De VOORZITTER dat het punt voldoende is besproken en gereed voor een korte behandeling in de raadsvergadering van 15-16 september. 8. Voorrangsregeling voor beroepsgroepen, stand van zaken en vervolgkeuzes (VN2021-016948) De heer HAVELAAR ziet af van zijn bijdrage. De heer VAN DEN HEUVEL ziet af van zijn bijdrage. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. 9. Raadsinformatiebrief Aanpak Rolstoelwoningen (VN2021-016494) Mevrouw VAN SOEST vraagt dit punt in de raad te behandelen.
Mevrouw VAN PIJPEN vraagt wat de status van deze informatiebrief is. In het programma huisvesting kwetsbare groepen stond dat in het eerste kwartaal 2021 ter besluitvorming een aanpak rolstoelwoningen aangeboden zou worden.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 30 juni 2021
WB
Verder vraagt zij of er bij de verkoop van woningen ook gekeken wordt of woningen geschikt gemaakt kunnen worden als rolstoelwoningen. Wordt dat meegenomen bij de inventarisatie door de corporaties om op die manier de voorraad te kunnen vergroten? Gelukkig is er een fors aantal aanpasbaar gebouwde woningen in de nieuwbouw. Zij vraagt of ook een tussenvariant mogelijk is, waarbij sommige woningen al geschikt gemaakt worden voor rolstoelen. Wethouder IVENS merkt op dat hij per abuis had geschreven dat de aanpak rolstoelwoningen ter besluitvorming aangeboden zou worden. Er is inmiddels een aanpak rolstoelwoningen, een technisch stuk dat gefocust is op de praktische uitwerking van de gemaakte afspraken. De afspraak is dat de rolstoelwoningen niet verkocht worden. Er is begonnen met het project Verbouwd Rolstoelgeschikt. Daarbij gaat het om ongeveer vijftien woningen die verbouwd worden tot rolstoelwoningen. Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat 96% van de nieuwbouw aanpasbaar gebouwd wordt. Dat betekent niet dat ze voor alle rolstoelen geschikt zijn, maar misschien met kleine ingrepen voor sommige rolstoelen wel. Kan dat aandeel niet vergroot worden? Wethouder IVENS wijst erop dat ‘aanpasbaar’ iets anders is dan een rolstoelwoning. Bij ‘aanpasbaar’ zorg je ervoor dat de deurbel op de juiste hoogte is etc. Bij rolstoelwoningen wordt rekening gehouden met de draaicirkel van rolstoelen.
Hij richt zich ook op de nieuwbouw van rolstoelwoningen. De verwachting is dat er dit en volgend jaar elf woningen specifiek voor rolstoelen bij de nieuwbouw zitten. Daarover zijn met de corporaties afspraken gemaakt. De gemeente biedt een subsidiemogelijkheid om die rolstoelwoningen te realiseren. Openbare Ruimte en Groen 10. Kennisnemen en bespreken van uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (VN2021-016950) De heer VAN LAMMEREN merkt op dat dit een extreem belangrijk onderwerp is, zoals ook blijkt uit de huidige hitterecords in Canada. Het wordt steeds warmer. De stad moet aangepast worden aan het nieuwe klimaat. Dit plan van het college komt echter over als een hoop actiepunten zonder rode draad. Hij vraagt hoe men wil volgen hoe klimaatadaptief de gemeente is. Komen er doelstellingen over het totaal van wateropvang, of hoeveel hitte voorkomen kan worden? Weet de wethouder hoeveel mensen jaarlijks door hittestress overlijden? Huizen zoals in de Van der Pekbuurt zijn slecht geïsoleerd. Is daar inzicht is? Welke concrete acties worden genomen? Er overlijden tegenwoordig mensen in Amsterdam door hitte. Wat is de ambitie van deze wethouder met betrekking tot groene daken? Er liggen in Amsterdam vijf Vondelparken aan platte daken.
Hoe gaat de wethouder met de corporaties aan tafel? Klopt het dat er pas sinds 2024 mogelijkheden zijn om afspraken te maken? Kan dat niet sneller? Zijn fractie wil dat alle grote onderhoudsplannen van de corporaties bekend worden bij de gemeente. De gemeente kan dan samen met de corporaties gaan inzetten op groene daken. Met samenwerking en een zak geld moet veel te doen zijn. Er zijn bomen en groene daken nodig. Hij vraagt wat de plannen zijn met het aantal bij te voegen bomen in Amsterdam. Er wordt veel gekapt, maar hoeveel grote bomen komen erbij? Hoe ziet de wethouder de verdichting van de stad in combinatie met groen, wat hard nodig is voor klimaatadaptatie en bomen? Een boom staat gelijk aan tien airco’s. Ten slotte wil hij weten in hoeverre de verkeldering en verstening van binnentuinen tegengegaan worden. Nog steeds worden huizen tot 4 m in de tuin uitgebreid. Tot 50% van de tuinen kan nog steeds verhard worden. Mevrouw VAN RENSSEN is blij dat men de stad als spons gaat zien en dat er
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 30 juni 2021
WB
stresstestkaarten gemaakt worden. Het is heel goed dat onderzocht wordt of klimaatadaptatie opgenomen kan worden in de samenwerkingsafspraken. Maar dit stuk is flexibel, vaak zonder concrete doelen. Zij vraagt wat de status wordt van de nieuwe richtlijnen, zoals voor hitte, droogte en overstromingen. Wanneer krijgen die handen en voeten? Onderzocht gaat worden of het ontwerp van de openbare ruimte ook klimaatadaptief kan. Kan dat ook landen in de Puccinimethode? De afhandeling van haar motie is nog niet voldoende. Zij wilde dat onderzocht werd hoe klimaatadaptieve regelingen opgenomen kunnen worden, onder andere in het omgevingsplan of in verordeningen. Het college zegt nu dat dit zal gebeuren bij het omgevingsplan. Dat kan tot en met 2029 worden aangepast, maar dan is het water al gestegen en is de stad nog geen spons. Zij vraagt daarom nu al met een concrete uitwerking te komen. Mevrouw ROODERKERK complimenteert de wethouder met deze klimaatadaptatiestrategie. Er ligt een motie van haar fractie om veertig pleinen te gaan vergroenen. Zij vraagt een lijst van de pleinen die ook echt vergroend gaan worden, die in de klimaatadaptiestrategie worden opgenomen. De heer VAN LAMMEREN vraagt welke concrete vergroeningsplannen er zijn. Zelfs de streefcijfers per wijk komen pas volgend jaar, of nog later. Tot nu toe haalt dit college alleen groen weg, in plaats van het aanleggen.
Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat zij allerlei afbeeldingen in de plannen ziet van hoe groen het zou kunnen worden. Daarnaar moet dus gestreefd worden. Zij wil graag een lijst van pleinen die vergroend worden, met daarbij de termijn waarop dat gebeurt. De heer VAN LAMMEREN merkt op dat hij wel plannen, maar geen concrete acties ziet van het college. Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat haar fractie de verbetering van de parken ook ziet als een bijdrage aan het groen. De PvdD ziet dat anders. Die vindt dat parken vooral voor de dieren zijn, en niet om in te recreëren. Haar fractie vindt dat er voor iedereen in de stad dichtbij groen moet zijn. Daaraan wordt gewerkt, maar het moet inderdaad nog meer. De heer VAN LAMMEREN merkt op dat voor de mensen in die parken bomen worden gekapt, terwijl juist bomen helpen voor de klimaatadaptatie. Ze vangen veel vocht op en werken als een airco. Mevrouw ROODERKERK wijst de heer Van Lammeren op de vele voorstellen die zij gedaan heeft voor vergroening van daken, pleinen en stegen. Zij vraagt de wethouder wat dat betreft op korte termijn met concrete voorstellen te komen. Wethouder IVENS merkt op dat de monitoring van de klimaatbestendigheid en de activiteiten van de gemeente zijn onderdeel van deze uitvoeringsagenda.
Er zijn niet direct Amsterdamse gegevens over het overlijden door hitte, maar landelijk is gebleken dat de grote hitte van juli 2019 tot 400 extra doden heeft geleid. Er wordt vooral ingezet op blauwgroene daken. Groene daken worden overal gestimuleerd, zowel bij het eigen vastgoed als bij corporaties en andere huiseigenaren. Hij antwoordt de heer Van Lammeren verder dat hij niet weet wie de genoemde zak geld heeft. De financiën van de gemeente zijn beperkt, en dat geldt ook voor het geld van de corporaties. De heer VAN LAMMEREN geeft in overweging om te stoppen met het aanleggen van hogetemperatuurwarmtenetten. Dat geld kan dan gestoken worden in bomen en groene daken. Groene daken werken ook isolerend voor de huizen.
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 30 juni 2021
WB
Wethouder IVENS antwoordt dat de raad daarover moet beslissen. De Voorjaarsnota moet worden vastgesteld door de gemeenteraad. Hij antwoordt de heer Van Lammeren verder dat het voorbeeld van ElzenhagenZuid hem heeft doen schrikken, met de projectgebonden herplantfondsen. Er werden op die manier te weinig bomen terug geplant. Veel van de inspanningen gaan voor de vervangingsinvesteringen van bomen. Daarbij gaat het om bomen met stormschade, of die anderszins niet gezond blijkt te zijn. Maar recent is ook besloten om volgend jaar 250 bomen extra toe te voegen. Hij deelt verder de zorgen van de heer Van Lammeren over de verstening van binnentuinen etc. Hij probeert dat op verschillende manieren aan te pakken. Amsterdam doet ook dit jaar weer mee met het NK tegelwippen, waarbij de gemeente weer gekoppeld is aan Rotterdam. De heer VAN LAMMEREN feliciteert de wethouder met zijn wedstrijd tegelwippen, maar het is wel symbolisch. Het gaat hem erom dat complete binnentuinen worden volgebouwd. Liever hoort hij over maatregelen die er echt toe doen dan over het wippen van tegels. Wethouder IVENS erkent dat het tegelwippen deels symbolisch is. Maar het is ook echt: elke tegel die eruit gaat is weg. Het is belangrijk dat iedereen er goed van doordrongen raakt dat het niet normaal is dat er zoveel versteend is, in de openbare ruimte en in de eigen binnentuinen.
Verkend wordt op dit moment naar de mogelijkheden om de klimaatadaptieve maatregelen op te nemen in het handboek voor het straatbeeld. Hij antwoordt mevrouw Van Renssen in verband met de motie dat de verkenningen van de richtlijn nu zijn gepland voor eind dit jaar of begin volgend jaar. Er wordt bekeken wat het meest in aanmerking komt, het omgevingsplan of elders. De door de WUR aangedragen plekken zijn betrokken bij de afwegingen die gemaakt worden over de honderd plekken. Als die er is, zal hij de lijst met honderd plekken delen met de commissie. De heer VAN LAMMEREN vraagt dit punt te agenderen voor de raad van 15 en 16 september voor een korte bespreking. Zijn fractie wil met moties komen om het allemaal concreter te maken en de snelheid op te voeren. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voor een korte bespreking wordt geagendeerd voor de gemeenteraad van 15-16 september. 11. Kennisnemen van de reactie van het college op motie 1630 van de leden I. Rooderkerk en N.A. van Renssen inzake vergroening van Amsterdamse pleinen (VN2021-016491) Mevrouw ROODERKERK ziet af van haar bijdrage. Haar vragen heeft zij bij het vorige agendapunt gesteld. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en dat de motie is afgedaan. 12. Werken rond bomen, reactie op advies stadsdeelcommissie West (VN2021017328) Mevrouw VAN PIJPEN is blij met dit goede advies.
De bestaande bomen moeten goed worden beschermd. Voor grote projecten is de boomeffectenanalyse inderdaad een goed instrument. Zij vraagt hoe het staat met het onderzoek naar de vraag of dit verplicht kan worden. Wat zijn de hobbels? Wanneer mag een voorstel verwacht worden? En hoe vaak wordt de boomeffectenanalyse nu al toegepast? Wat doet de gemeente om dit bij
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 30 juni 2021
WB
particuliere opdrachtgevers te stimuleren? Ook bij kleine projecten in de openbare ruimte is het van belang om mensen te verleiden het goede te doen. Een hek, zoals in het eerste deel van het advies, is daarbij een middel. Hoe ziet de wethouder dat? Wethouder IVENS antwoordt dat hij probeert bij de eigen projecten, het regulier onderhoud groen en wegen, standaard de boomeffectenanalyse uit te voeren. Lastiger wordt dat bij externe partijen, zoals Liander of Waternet. De gemeente kan het dan niet afdwingen. Wel wordt geprobeerd om de boomeffectenanalyse ook dan in de procedures van het uitvoerend werk al in de verkenningsfase als een vaststaand onderdeel op te nemen. Of dat verplicht kan worden is niet te zeggen. Voor kleine werkzaamheden kan geen boomeffectenanalyse opgesteld worden. In dat soort gevallen probeert de gemeente het via verleiding te doen. Het gaat dan om de juiste wijze van communicatie door gebiedsbeheerders. De medewerkers van Inspectie en Toezicht zijn er ook bij betrokken. De gebiedsbeheerders spreken samen met de aannemer bij klussen van dagelijks onderhoud op welke manier bomen het beste beschermd kunnen worden. Belangrijk is daarbij de goede afstemming tussen de gebiedsbeheerder en de aannemers. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt of de inzet is de boomeffectenanalyse te verplichten bij projecten.
Zij is het eens dat bij de kleine projecten goed overleg op de plek nodig is met de gebiedsbeheerder. Maar het gaat dan om de instrumenten die de gebiedsbeheerder aanbrengt, zoals het hek. Is dat een van de instrumenten die benut worden? Wethouder IVENS antwoordt dat het inderdaad de bedoeling is dat de gebiedsbeheerder mogelijke maatregelen onder de aandacht brengt, zoals dat hek. Hij zegt toe dat hij het hier nog eens met de gebiedsbeheerders openbare ruimte over zal hebben. Hij kan nu niet zeggen of toepassing van de boomeffectenanalyse verplicht kan worden en op welke termijn dat zou kunnen. Hij komt er snel na de zomer op terug. De VOORZITTER concludeert dat het punt op verzoek van mevrouw Van Pijpen wordt geagendeerd voor de raad van 15-16 september. Reiniging 13. Raadsbrief inzake Afvaloffensief (VN2021-016949) 14. Raadsbrief inzake ongevraagd advies stadsdeelcommissie West aanpak afvalproblematiek (VN2021-017215) Mevrouw VAN PIJPEN stelt voor om dit punt vanwege gebrek aan spreektijd van fracties door te schuiven naar de volgende vergadering. De VOORZITTER peilt de meningen en concludeert dat een meerderheid van de commissie de agenda van vandaag af wil maken. De heer HAVELAAR merkt op dat het schoonhouden van de stad een kerntaak is van de overheid. Het afvaloffensief vormt daaraan een bijdrage.
Hij complimenteert de wethouder met de aanpak bijplaatsingen en met de gemeentelijke inzet. Maar het is allemaal te laat en niet genoeg. Er zijn 12.000 containers en 2300 adoptanten van containers. Hij vraagt hoeveel containerlocaties daarmee gedekt zijn. Wat is het verloop onder die adoptanten? Naar verluidt zijn die adoptanten af en toe ontevreden over het contact met de gemeente. Er is bijvoorbeeld geen snelle opvolging bij meldingen. Verder vraagt hij naar het relatiebeheer van de gemeente met actieve burgers. Zo
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 30 juni 2021
WB
waren er de burgers die vuilniscontainers plaatsten aan de Sloterplas, die door de gemeente in eerste instantie niet geleegd werden. Er was de Werkgroep de Schone Pijp, die lang moest soebatten met de gemeente over haar inzet. Zijn fractie vindt het heel belangrijk dat bewoners een bijdrage kunnen leveren aan een schone stad. Ze moeten met open armen worden ontvangen door de gemeente. Dat kan budgetneutraal gebeuren. Door de stadsdeelcommissie West wordt voorgesteld om meer toezicht en handhaving in te stellen. Het college antwoordt daarop dat dit er al is. Op 30.000 incidenten zijn 20.000 boetes uitgeschreven. Maar dat is geen antwoord op de vraag. Hij vraagt of meer toezicht en handhaving zou kunnen helpen om Amsterdam schoon te krijgen. De heer WIJNANTS herinnert aan het initiatiefvoorstel van zijn fractie uit 2016 om er bij het Rijk op aan te dringen dat de gemeente Amsterdam hogere boetes op kan leggen. De reactie was toen dat er nog over gesproken werd en dat er een wetwijziging zou komen waardoor Amsterdam ook voor afvalovertredingen veel hogere boetes op zou kunnen leggen. Dat lijkt een onbenut instrument om iets te doen aan deze ergernis voor veel Amsterdammers.
Zijn er overleggen gaande over hogere boetes? Is de wethouder bereid om daarover verder met het Rijk te overleggen? Ziet de wethouder überhaupt iets in die mogelijkheid? Mevrouw ROODERKERK is voor het opleggen van boetes voor bijplaatsingen. Zij vraagt of de heer Wijnants het met haar eens is dat ook de gemeente de zaken op orde heeft. De bakken moeten niet te vol zitten. De heer WIJNANTS antwoordt bevestigend. De heer VAN LAMMEREN vraagt in of de wethouder met de burgemeester in gesprek is over het opleggen van boetes aan mensen die rotzooi op straat gooien, zoals mondkapjes. Er moet iets gebeuren aan de moraal van Amsterdammers. Mevrouw ROODERKERK merkt op dat het niet de goede kant op gaat met het afval in de stad. Zij is blij met het afvaloffensief van de wethouder en zij dankt voor de beantwoording van het advies van stadsdeel West. Er zijn 159.000 meldingen gedaan van afval in de openbare ruimte in 2020. Dat is erg veel. Zij is het eens met wat de wethouder zei, dat je niet achter de meldingen aan moet vegen. Die zouden incidenteel moeten zijn. Als steeds op dezelfde plek bakken vol zitten, moeten die vaker geleegd worden. Zij vraagt meer inzicht te geven in wat de wethouder daadwerkelijk doet. Het beleid is samen te vatten in ‘meer bakken, meer legen en meer vegen’.
Wat gebeurt er in dat verband? Hoeveel containers worden er bijgeplaatst, als steeds gemeld wordt dat de containers niet afdoende zijn? Of er moet vaker geleegd worden. Voor hoeveel straten is er in het afgelopen jaar besloten om vaker te legen op basis van de gedane meldingen? Wordt er meer geveegd? Zorgt men dat ook het afval om bakken vaker wordt opgehaald? Kartonafval is sterk toegenomen met de bezorging van pakketjes. Veel bakken zijn niet goed toegerust op karton. Zij vraagt of er voldoende capaciteit voor is. Hoe gaat het met het vernieuwen van de bakken en het zorgen voor meer ruimte voor kartonafval? De rattenplaag in de stad neemt toe. Stadsdeel Zuid en West hebben besloten tot een rattenvoerverbod. Maar de borden daarvoor zijn nu, na maanden, nog steeds niet geplaatst. Zij vraagt daar meer aan te doen. De heer VAN DEN HEUVEL merkt op dat er met het afvaloffensief hard wordt gewerkt om iets te doen aan de bende in de stad. Hij ziet daarbij veel goede ideeën en nieuwe manieren. Maar zijn er niet veel meer reinigers nodig? Er zijn ook veel handhavers nodig om te handhaven op alle bijplaatsingen, maar ook op zwerfvuil. Het lijkt erop dat in wijken met veel zwerfvuil, ook sneller afvalproblematiek op andere plekken ontstaat. Hij vraagt in hoeverre er bij dit afvaloffensief een echte afstemming is met de aanpak zwerfvuil.
Het lijkt erop dat veel meer reinigers en handhavers nodig zijn. Wethouder IVENS antwoordt dat er momenteel ongeveer 2500
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 30 juni 2021
WB
containeradoptanten zijn die 3734 containers onder hun hoede hebben. Er zit wel doorloop in; soms haakt men teleurgesteld af als de meldingen niet genoeg worden opgepakt. In het algemeen is de trend echter positief. Het relatiebeheer met actieve burgers hoort echt bij de stadsdelen, maar alle portefeuilles die ermee bezig zijn kijken naar bewonersinitiatieven. Hij krijgt geen signalen dat het relatiebeheer met actieve burgers slecht gaat. Een voorbeeld zijn de containertuintjes die er gekomen zijn, waarmee de stadsdelen goed bezig waren. Hij antwoordt de heer Wijnants dat er al veel gedaan wordt aan toezicht en handhaving. Verder zijn er risico’s. Als iemand een boete krijg en tegenwerpt dat hij niet goed op de hoogte was van de regels, betekent dat slechte communicatie van de gemeente. Als een boete gegeven wordt voor een bijplaatsing en het verweer is dat die vol was, en de volgende container ook, betekent dat ook dat de gemeente het niet op orde heeft. Je zou niet alleen op handhaving moeten zetten. Er is een balans nodig in de aanpak van het afvaloffensief. Nog meer toezicht en handhaving gaat tot kritiek leiden. De gemeente gaat niet over de hoogte van de boetes. Amsterdam wil experimenteren met een last onder dwangsom bij de boeters. Ook moet gekeken worden naar wat andere gemeenten doen, zoals het in rekening brengen van de schoonmaakkosten.
Het streven is dus om los van de landelijke boete de financiële sanctie wat te vergroten. Het is afwachten wat de last onder dwangsom voor effect heeft. Afschrikking is inderdaad nodig. Hij antwoordt de heer Van Lammeren dat de handhavers in de openbare ruimte vorig jaar vooral bezig waren met het handhaven op 1,5 m etc. Misschien kwam men niet genoeg toe aan andere vormen van handhaving. De capaciteit is begrensd. Zijn ervaring is dat erg veel Amsterdammers zich momenteel ergeren aan de vele bijplaatsingen. Daar ligt dus ook het zwaartepunt van de aanpak. Hij antwoordt mevrouw Rooderkerk dat er inderdaad meer bakken bij gekomen zijn. Er wordt vooral flexibeler geleegd via het dynamisch inzamelen. Omdat geen plastic meer ingezameld wordt, belandt dat ook bij het restafval. Verder is de constatering dat er bijplaatsingen zijn van afval terwijl de bak niet vol is. Ook dat moet opgelost worden. Het is erg als bakken soms vol zijn, en helemaal als in de buurt de volgende bak ook vol is. Dat moet beter. Maar dat betekent niet dat je er bent als dat op orde komt. Mevrouw ROODERKERK is het eens dat de bewustwording van Amsterdammers moet verbeteren. Het gedrag moet aangepakt worden. Maar ook moet de basis op orde zijn. Wat dat betreft zegt de wethouder te weinig. De meldingen nemen alleen maar toe. Zij vraagt hoeveel bakken erbij geplaatst worden.
Hoeveel plekken worden meer dan een keer per week geleegd omdat er zo veel meldingen zijn? Wordt er vaker geveegd als men buiten de bakken plaatst? In hoeveel straten gebeurt dat? Wethouder IVENS verwijst naar de verordening die door de gemeenteraad is vastgesteld. Dit gaat over de uitvoering. Het beleid is dat er altijd plek moet zijn om je afval kwijt te kunnen en de uitvoering daarvan ligt bij de stadsdelen, zoals de raad heeft besloten. Hij weet niet hoe het in elk stadsdeel gaat. Men is wel op een andere manier bakken aan het legen. Er wordt meer afval opgehaald, zoals blijkt uit de cijfers. Die cijfers kan hij leveren. Of dat extra afval dat ingezameld wordt komt door een extra bak, door vaker legen, of doordat de bakken die geleegd worden voller zijn, weet hij niet. Dat zal ook per stadsdeel verschillen. Mevrouw ROODERKERK vindt het zorgelijk als de wethouder geen zicht heeft op wat gebeurt in de stadsdelen. De wethouder is verantwoordelijk voor het gehele afvalbeleid en iedereen vindt dat het afval beleid beter moet en dat de straten niet schoon zijn. Zij wil bijvoorbeeld horen van de wethouder hoeveel containers erbij komen per stadsdeel. De wethouder moet meer regie nemen, of ten minste laten zien dat er meer gebeurt. Wethouder IVENS antwoordt dat komende maandag een sessie wordt gehouden over de cijfers die mevrouw Rooderkerk vraagt.
Het moet duidelijk zijn waarop gestuurd wordt. Hij kan inderdaad gegevens ophalen bij de stadsdelen. De grootste uitdaging is het
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 30 juni 2021
WB
karton. De papierbakken zijn gemaakt voor papier, dat steeds minder weggegooid wordt, terwijl de hoeveelheid karton enorm toeneemt. Er worden kartonkleppen aangebracht op de papierbakken om het iets makkelijker te maken, maar het probleem blijft. Misschien moet er minder karton gebruikt worden door de postorderbedrijven, of kunnen ze de verpakking weer meenemen. Hij staat open voor suggesties. Over de omgang met ratten komt binnenkort een brief naar de commissie. Dat het voerverbod nog niet overal goed gecommuniceerd is, zal hij doorgeven. Hij antwoordt de heer Van den Heuvel dat de gemeenteraad kan besluiten om de capaciteit van de reinigers en de handhavers te verhogen. Hijzelf vond de stijging van de afvalstoffenheffing van dit jaar al pittig voor de Amsterdammers. Liever gaat hij verder met het afvaloffensief. Het moet met elkaar op een efficiëntere manier gedaan worden. Tweede termijn Mevrouw ROODERKERK wijst erop dat de kartonprijs in het afgelopen jaar flink gestegen is. Dat kan goed nieuws zijn voor de gemeente, want dan kan karton dus meer opleveren. Wethouder IVENS antwoordt dat papier het qua prijs beter lijkt te doen dan karton. Het is de vraag wanneer het voor sportclubs etc. rendabel wordt om karton in te gaan zamelen. De VOORZITTER concludeert dat de agendapunten 13 en 14 worden geagendeerd voor de raad van 15-16 september. Zij sluit de vergadering om 12.50 uur
27