Conceptverslag WB 29-09-2020.doc
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 29-09-2021
CONCEPT Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Wonen en Bouwen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging Woensdag 29 september 2021 van 09.00 uur tot 12.20 uur, digitaal Woensdag 27 oktober 2021
Voorzitter: mevrouw La Rose Portefeuillehouders: wethouder Groot Wassink, wethouder Moorman, wethouder De Vries Commissiegriffier: mevrouw Van Klooster Verslaglegging: de heer Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw Bakker (PvdD), de heer Flentge (SP), de heer Havelaar (CDA), de heer Van den Heuvel (ChristenUnie), de heer Mangal (DENK), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Van Renssen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Veldhuyzen (BIJ1), de heer Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden (met bericht): de heer Mbarki (PvdA), mevrouw Naoum Néhmé (VVD) Overige aanwezigen:
1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en heet iedereen hartelijk welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER meldt dat de voorzitter van de Rekenkamer MRA, de heer De Ridder, vanmiddag het rapport naar aanleiding van het publieksonderzoek ‘Groen in de stad’ aan de gemeenteraad zal aanbieden. Gezien het belang dat de Rekenkamer hecht aan aandacht voor dit onderwerp bij de ruimtelijke ordening van de stad zal de openbaarmaking plaatsvinden in de commissie RO. Het rapport zal echter aangeleverd worden voor agendering in de commissie WB, omdat het behoort tot de portefeuille Openbare Ruimte en Groen. De heer HAVELAAR merkt op dat de expertmeeting over de kwaliteit van den huurwoningen in Amsterdam gepland staat voor aanstaande dinsdag. Samen met de heer Flentge, mevrouw Van Renssen en de griffie zijn de afgelopen dagen daarvoor voorbereidingen getroffen. Hij roept iedereen op te komen. De definitieve lijst van experts wordt vrijdag bekendgemaakt. Het zal een mengeling zijn van vertegenwoordigers van corporaties, particuliere verhuurders en de huurdersorganisaties.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
De heer GROOT WASSINK doet de volgende mededelingen. Men is al flink gevorderd bij het maken van een beleidskader Woonwagens en Standplaatsen naar aanleiding van de vraag van mevrouw Van Soest in de commissie WB van 8 september. Het heeft echter enige vertraging opgelopen door de wisseling van portefeuillehouder. Het voor 6 juli geplande gesprek met woonwagenbewoners heeft geen doorgang gevonden en zal binnenkort alsnog plaatsvinden. Het beleidskader zal zo spoedig mogelijk naar de commissie komen. Hij heeft een toezegging gedaan om navraag te doen naar de planning voor de inzet van corporaties op woningverbetering, met name in ontwikkelbuurten. Op dit moment maken de corporaties een overzicht van hun inzet op sloopnieuwbouw, renovatie en woningverbetering in ontwikkelbuurten. Naar verwachting kunnen de uitkomsten daarvan op 15 december met de commissie worden gedeeld. Voor een beter stadsbreed inzicht kan ook verwezen worden naar de aanbiedingsbrief van de monitor samenwerkingsafspraken. Bij het monitoren van duurzaam herstel kan wel gerapporteerd worden over de voortgang en benutting van de regelingen, maar dat is niet de plek om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de woningen. Mevrouw VAN SOEST merkt op dat er vooraf over het woonwagenbeleid onder de woonwagenbewoners een enquête is gehouden. Zij willen die graag eerst bespreken voordat het beleid wordt vastgesteld.
Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat dit het plan was. Hij zegt toe dat hij de uitkomsten van dat gesprek zal meenemen bij het definitief maken van het beleid. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER maakt melding van het voorstel van mevrouw Rooderkerk om de agendapunten 5 en 11 gevoegd te bespreken. Verder stelt zij voor om de agendapunten 6 en 7 gevoegd te behandelen. Zij concludeert dat de commissie hiermee akkoord gaat. Verder stelt zij voor om de overige toegevoegde punten over Wonen vóór de agendapunten over Reiniging te behandelen. De heer WIJNANTS stelt voor om de punten 3 en 10 gevoegd te behandelen. De VOORZITTER concludeert dat de commissie daarmee akkoord gaat. Wethouder GROOT WASSINK stelt voor om alle punten over Reiniging te behandelen vóór de punten over Wonen. De VOORZITTER concludeert dat de commissie daarmee akkoord gaat. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WB d.d. 8 september 2021 Mevrouw VAN SOEST herinnert aan haar vraag bij de vorige vergadering of de gemeente bij elke verandering van de regelgeving over zaken als B&B de vergunninghouders een brief stuurt met informatie over waaraan ze zich moeten houden. Is dat gebeurd?
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
De VOORZITTER zegt toe dat de griffier contact met haar zal opnemen. Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille De heer HAVELAAR mist een punt op de termijnagenda. Bij de commissievergadering van 9 juni 2021 heeft de wethouder toegezegd om bij de najaarsrapportage Stadsbehoud ook aan te geven wat het kost om de stad op niveau A, B of C te onderhouden. Als dit punt niet opgenomen is in de najaarsrapportage, vraagt hij daarover een brief te sturen en dat op te nemen in de termijnagenda. Wethouder MOORMAN zegt dat toe. Het komt in de najaarsnota, of anders komt er een brief. f. TKN-lijst Er worden geen opmerkingen gemaakt. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek Mevrouw BOLLEN spreekt in met betrekking tot de agendapunten 3, 10 en 12. Ondanks de samenwerkingsafspraken, worden bijna complete buurten met sociale huurwoningen verkocht. Voorbeelden zijn het Zwanenplein en de Putterstraat. Dat is het mooiste straatje van Amsterdam Noord, waar nu nog maar drie sociale huurwoningen over zijn. De rest is verkocht. Noorderlingen worden daardoor verdreven uit hun eigen stadsdeel. Het aantal sociale huurwoningen is ook niet toegenomen.
De nieuwbouw bestaat voornamelijk uit kleine hokken, studio’s. De huizen zijn niet te vergelijken met de goede, grote sociale huurwoningen die nu verkocht worden. Er komt verandering vanuit Den Haag: de verhuurdersheffing gaat omlaag. Men zal erop moeten letten dat het geld dat beschikbaar komt niet in overheersende mate besteed wordt aan nieuwbouw. Het geld moet gebruikt worden voor een stop op de verkoop van sociale huurwoningen. Het moet geïnvesteerd worden in de ontwikkelbuurten. De Punt wordt nu eindelijke gerenoveerd, maar er zijn nog veel meer wijken waar de mensen in energetische krotten wonen met overal schimmel. Ook mensen met een laag inkomen hebben recht op een goede, veilige en goed te verwarmen woning. Zij vraagt daarom de samenwerkingsafspraken open te breken. De corporaties moeten afzonderlijk worden afgerekend op het nakomen van de afspraken. Er moet ook vaker gemonitord worden. Dat laatste gebeurt nu heel weinig. En elke woning die verkocht wordt, ben je voorgoed kwijt.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
Verder dringt ze vanwege de grote woonproblematiek aan op het snel aantreden van een nieuwe wethouder Wonen. De stad kan het zich niet permitteren om tot de volgende gemeenteraadsverkiezingen zonder te zitten. Mevrouw VAN SOEST vraagt of mevrouw Bollen een voorkeur heeft. Wat wil zij veranderen? Moeten de sociale huurwoningen verduurzaamd worden? Moeten de schimmelwoningen worden aangepakt? En hoe zit het met de Van der Pekbuurt? Mevrouw BOLLEN antwoordt dat dit allemaal nodig is. Verduurzaming, ventilatie en schimmel hebben veel met elkaar te maken. Als je een woning goed renoveert kan alles aangepakt worden. Zij heeft begrepen dat er nu beweging is gekomen rond de Van der Pekbuurt. Er worden gesprekken gevoerd tussen de directeur van Ymere en de bewoners daar. Naast de aanpak van woningen in ontwikkelwijken moet er ook een stop komen op de verkoop van sociale huurwoningen. Al die goede, grote sociale huurwoningen worden voor tonnen verkocht. De heer VELDHUYZEN vraagt toe te lichten dat de corporaties afzonderlijk beoordeeld moeten worden. Wat bedoelt mevrouw Bollen daarmee? Mevrouw BOLLEN antwoordt dat de corporaties nu als geheel worden afgerekend op het naleven van de samenwerkingsafspraken. Je zou ze per corporaties moeten afrekenen op de prestaties. Rochdale heeft het Zwanenplein gerenoveerd, maar vervolgens de helft verkocht. Hetzelfde gebeurde op de Putterstraat.
Als de ene corporaties zich niet aan de afspraken houdt, terwijl de andere juist zijn best doet, kan het totaalresultaat nog steeds positief zijn. Voor sommige buurten kan dat kaalslag betekenen. De heer VON SCHULZ spreekt namens Stadshout over agendapunt 9. In de beantwoording van de schriftelijke vragen van mevrouw Van Pijpen zegt het college dat alle stammen die door Stadshout op het door de gemeente opgestelde formulier met aangevoerde bomen waren afgetekend, ook zijn afgeleverd. Dat is niet waar. Op de kaplijst van dit jaar stonden in totaal 1753 bomen, maar Stadshout kon maar van 592 bomen nog een selectie maken. Waar de overige 66% van de bomen was gebleven, werd niet gemeld. Er werd 68% geselecteerd. Uiteindelijk werden 148 bomen bij Stadshout geleverd. Dat is 37% van de selectie en maar 8% van de totale kaplijst. Waarom geeft het college nog steeds geen antwoord op de vraag die in de NRC werd gesteld: waar zijn de bomen van Amsterdam gebleven? Met de intentie om het hout van gevelde bomen circulair te gebruiken, is de schenkingsakte ondertekend.
Een citaat: ‘De schenking van stamhout om te zagen tot timmerhout door de Stichting Stadshout draagt bij aan het ontwikkelen van een circulaire markt voor gekapt hout en de nuttige toepassing van timmerhout door lokale bedrijven en voor bijvoorbeeld buurtprojecten.’ Ondanks het feit dat Stadshout in drie jaar van de schenkingsakte maar 12% van het beloofde volume van 8000 kuub heeft gekregen, is het de stichting toch gelukt deze markt te ontwikkelen. In de afgelopen drie jaar zijn ongeveer 180 projecten gerealiseerd voor grote en kleinere opdrachtgevers, variërend van binnenwandbekleding van het nieuwe ICS-gebouw tot aan het leveren van boomspiegelhekjes voor buurtprojecten. Stadshout werkt kostendekkend en gaat niet voor winstmaximalisatie. Het college bevestigt dat Stadshout op een mooie manier uiting geeft aan de circulaire doelen en wil dit concept uitbreiden. Waarom dan niet met samen met Stadshout en alle andere circulaire proeftuinen en bedrijven die al actief zijn in de stad? In plaats van een centrale opslag en veiling als de volgende stap te zien, zou dit het verhogen van het houtvolume moeten zijn dat in de stad blijft en circulair wordt gebruikt. Van 12% naar 100% gaan en nuttig gebruikmaken van de bestaande locaties en zagerijen, zoals de Tuinen van West.
Waarom wordt de schenkingsakte niet uitgebreid naar deze zagerijen? Waarom een veiling organiseren en zelfs onderzoeken of het mogelijk is een eigen zagerij op te zetten? Gaat dat niet in tegen de regels van wet, markt en overheid? Met name kleine partijen en bewonersinitiatieven zullen nu minder goed bediend worden, omdat zij geen
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
vragers zijn van rondhout, maar van gezaagd hout en projecten die kant-en-klaar afgeleverd worden. Zij zijn geen partij bij de veiling en voor hen gaat de prijs nu ook omhoog. Het proces is heel slecht verlopen. Marktpartijen voelen zich niet gehoord, er kwam een brief vlak voor het reces en het collegebesluit was eind augustus. Stadshout verzoekt de commissie door te vragen over de voor- en nadelen, kosten en baten voor de gemeente. De heer VAN DEN HEUVEL vraagt of de heer Von Schulz zelf een idee heeft waar de bomen zijn gebleven. De heer VON SCHULZ antwoordt dat het afleveren van de boomstammen niet goed is geborgd in de bestekken, wat ertoe heeft geleid dat heel veel boomverzorgers de vrijheid hadden om ze zelfstandig, naar eigen goeddunken af te leveren. Ze zijn versnipperd of verhandeld. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. d. Rondvraag De heer VAN DEN HEUVEL herinnert aan het recente festival Mystic Garden in het Sloterpark, waarvoor de evenementenvergunning pas twee dagen na aanvang van het evenement werd gepubliceerd. Bewoners hebben daarbij gezien dat vlak voor het festival behoorlijk veel takken van bomen zijn gesnoeid, vermoedelijk om vrachtwagen door te kunnen laten die het festival moesten opbouwen. Hij hoopt dat het college uit kan zoeken welke vergunningen daarvoor verleend zijn.
Wanneer, en met welke reden is dat gebeurd? De heer GROOT WASSINK zegt toe dat hij deze vraag zal doorgeven aan zijn collega. Het zal worden uitgezocht. Mevrouw BAKKER merkt op dat de Hollandsche Manege al vaker in opspraak is gekomen in verband met structureel onvoldoende weidegang voor de paarden. Later ook omdat ze langer dan afgesproken krappe stands bleven gebruiken waar de paarden de kont niet konden keren. Zij las in Het Parool over het bizarre voornemen om van de paardenbak een soort festival of clublocatie te gaan maken. Eerst zou men met ADE nog drie of vier dagen meedoen, waarbij er nog twintig paarden in de stallen aanwezig blijven. Met het Oktober Feest komen er een heel weekend deejays en lange biertafels. Onduidelijk is het waar de paarden dan blijven. In verband met het welzijn van de paarden vraagt zij of het college het gewenst vindt dat de manege ook een evenementenlocatie wordt. Ziet het de aangehaalde evenementen als ‘evenementen met dieren’ en is het bereid er bij de manegehouder op aan te dringen om alle paarden tijdens evenementen elders onder te brengen? Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat het college de Hollandsche Manege niet als een evenemententerrein beschouwt. Wel bestaat de mogelijkheid om er evenementen te organiseren. De Hollandsche Manege is dan verplicht een evenementenvergunning aan te vragen.
Het Oktober Feest is afgelopen vrijdag vergund en de andere aanvraag is in behandeling. Bij dat overleg daarover zal het bestuur erop aandringen dat de paarden niet aanwezig zijn bij het evenement. Dat kan echter niet afgedwongen worden. In ieder geval zullen er tijdens ADE geen paarden aanwezig zijn in de manege. Hij zal kijken of het mogelijk is om hun aanwezigheid bij evenementen in de toekomst onmogelijk te maken.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
Mevrouw BAKKER las ook dat bij ADE nog twintig paarden achterblijven in de stallen. Buiten dat kondigde men een ‘locatiegebonden verrassing’ aan. Kan de wethouder toezeggen dat dit niets met levende dieren van doen heeft? Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat naar zijn informatie tijdens ADE geen paarden aanwezig zullen zijn in De Hollandsche Manege. Hij zal nagaan of men bij de locatiegebonden verrassing gebruikmaakt van levende dieren. Dat zou inderdaad onwenselijk zijn. BESPREEKPUNTEN Reiniging 6. Kennisnemen van de brief met afdoening van motie 1365.20 accent inzake het inzichtelijk maken van schone en vuile straten (ZD2021-008163) 7. Ongevraagd advies stadsdeelcommissie Zuid over Reiniging (ZD2021-012529) De heer HAVELAAR merkt in verband met de motie op dat hij afgelopen maandag bijgepraat is over de plannen om schone en vuile straten inzichtelijk te maken. De motie was echter niet alleen om plannen te maken; het ging om het daadwerkelijk inzicht geven. De plannen zien er veelbelovend uit, maar de opdracht in de motie is nog niet gerealiseerd. Daarom beschouwen mevrouw Van Pijpen en hij de motie nog niet als afgedaan. Wat betreft agendapunt 7 merkt hij op dat de kosten te hoog zijn. Het ziekteverzuim is astronomisch. Er moet verscherpt toezicht komen. Hij was onthutst door wat hij las in dit advies.
Wat gaat er mis als de politieke leiding van een van de grootste werkorganisaties van de stad, na jarenlang praten over aanvalsplannen, masterplannen etc.,, ineens met zo’n brief komt? Heeft het college zitten slapen in de afgelopen jaren? Waarom hoort de raad er nu pas voor het eerst over? In de technische sessie werden slides getoond met groene getallen over hoe schoon de stad is. Vrijwel overal werd ‘binnen target’ gescoord, terwijl mensen daar toch vaak anders over denken. Wat is de visie van de wethouder op deze discrepantie? De samenwerking tussen de directie Afval en Grondstoffen en de stadsdelen zou voor veel verbetering vatbaar zijn. Er wordt afstand ervaren. Het college gaat over de klachten in gesprek. Hij vraagt wanneer het gesprek afgerond is en hoe de raad daarover geïnformeerd wordt. Mogelijk komt hij op dit onderwerp nog terug bij de begrotingsbehandeling. De heer WIJNANTS onderschrijft de opmerkingen van de heer Havelaar met betrekking tot punt 7. Duidelijk is het dat er een aantal zaken misgaat, zoals ook al eerder is geconstateerd. Het is frappant dat de raad plotseling met deze situatie wordt geconfronteerd, terwijl er vrijwel elke commissievergadering wel vragen worden gesteld over de problemen in de stad met bijplaatsingen, zwerfafval etc. Hij vraagt hoe dit is ontstaan. Verder vraagt hij welke bestuurlijke inkadering ‘verscherpt toezicht’ heeft.
Bestaat voor dit soort zaken niet de regeling risicovolle projecten? Is het niet beter die van toepassing te verklaren, in plaats van een verscherpt toezicht, dat in dit geval lijkt op een ad hoc-constructie? Hij is ook benieuwd naar de relatie met het bestuurlijk stelsel. Hoe kan dit voor de toekomst, richting het nieuwe bestuurlijk stelsel, beter ingekaderd worden? Hij vraagt de raad daarvan extra op de hoogte te houden. Er worden nu twintig wagens verkocht. Wat het niet mogelijk om die in te zetten voor andere containertypes? Gaat men wel effectief om met het materieel en de mensen? Mevrouw ROODERKERK las van Monique op Twitter dat zij het zat is op een vuilnisbelt te wonen. Haar fractie wil zeker niet dat de stad een vuilnisbelt is voor de
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
bewoners. Gedurende de week stapelen karton, restafval en vuil zich op. Ze worden niet op tijd opgehaald. Zelfs als containeradoptant krijgt Monique geen gehoor van de opruimingsdienst. De reiniging is op dit moment ondermaats en het is onduidelijk waar de bevoegdheden liggen. Het verbaast dan ook niet dat er nu toezicht is ingesteld op de reinigingsdienst. Dat is goed, want daarmee krijgt de raad een verbeterplan te zien en wordt vaak op de hoogte gesteld van de verbetering van de reinigingsdienst. Het is daarnaast van belang dat de raad meer inzicht krijgt in de data. Bij de sessie bleken er veel data beschikbaar te zijn. Die zijn echter niet terug te vinden in de rapportages. Zij vraagt daarom een nieuwe sessie te organiseren, zodat de commissieleden kunnen aangeven welke data zij nodig hebben. Daarnaast vraagt zij de wethouder om containeradoptanten beter te betrekken en terug te melden over het legen van bakken. Het is van belang dat de bevindingen van de containeradoptanten ook werkelijk tot resultaat leiden. Mevrouw VAN PIJPEN wil de brief graag bij de begroting bespreken als het gaat over het financiële stuk. Het gaat om de vraag wie stuurt en hoe er wordt gestuurd. Er wordt nog meer dan voorheen ingezet op uniformering. Ook vindt er nog overleg met de stadsdelen plaats over de rol en de taakverdeling.
Het bestuurlijk stelsel speelt ook een belangrijke rol in de verordening. Ook van groot belang is dat de geüniformeerde inzameling wordt verbonden met de kennis die in de stadsdelen aanwezig is. Er is ook een gebrek aan afstemming tussen de werkprocessen van enerzijds Reiniging en anderzijds Afval en Grondstoffen. Met betrekking tot de reorganisatie bij Afval en Grondstoffen wordt terecht gezegd dat het scherp aan de wind is. Zij benadrukt dat de samenwerking met het personeel van groot belang is en dat het in goed overleg moet gebeuren. Ervaringen van Amsterdammers en de stuurinformatie van de organisatie lijken niet altijd met elkaar in overeenstemming te zijn. In de brief leest zij dat er nog ruis zit tussen sturingsdata en praktijkdata. Zij vraagt wat die praktijkdata dan zijn. Zij dat alleen de probleemlocaties, of zijn er meer? Ook zij wil de motie waarover de heer Havelaar sprak graag aanhouden. De wethouder zegt dat het inzicht per wijk niet gegeven kan worden, omdat dan meer metingen gedaan zouden moeten worden. Maar dat is niet wat in de motie wordt gevraagd. Is het mogelijk de 1200 CROW-metingen die maandelijks worden gedaan als onderliggende informatie beschikbaar te stellen? De heer MANGAL merkt op dat bewoners vaak, en tot hun ergernis, met zware zakken naar een container gaat, die vervolgens vol blijkt. Ze moeten er dan weer mee terug.
Veel laten hun vuil daar dan staan. Wordt er gebruikgemaakt van slimme containers die melden als ze vol zijn? Kunnen die gecombineerd worden met algoritmes voor het opmaken van rijden voor het ophalen van vuilnis? Wethouder MOORMAN veronderstelt dat iedereen hetzelfde doel nastreeft. Niemand accepteert een vieze stad. Er zijn in de afgelopen tijden verschillende stappen gemaakt. Het bestuurlijk stelsel is veranderd en in 2019 was er de centralisering. Daarna kwam corona, met grote impact op het afval. Bij de laatste brief van het Afvalplan is aangegeven dat het beter moet, maar er zijn ontwikkelingen die het er niet makkelijker op maken. De mensen bij Reiniging werken ongelofelijk hard. Helaas is het ziekteverzuim te hoog; daaraan zal gewerkt moeten worden. In de centralisatie moeten nog stappen genomen worden. De samenwerking met de stadsdelen moet verbeteren. Verder moet er wat betreft financiën en bedrijfsvoering nog een tandje extra bij. Zij antwoordt de heer Wijnants dat dit geen project is, maar iets wat permanent moet gebeuren. Daarom komt de regeling risicovolle projecten niet in aanmerking. De bedrijfsvoering moet op orde zijn. Meermaals is duidelijk gemaakt dat er nog meer moet gebeuren om de basis op orde te krijgen. Ook door de impact van corona en de centralisatie gaan sommige dingen nog niet naar wens.
De heer HAVELAAR hoorde 9 december 2020 van de toenmalige wethouder
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
Ivens inderdaad dat de basis op orde moest komen, dat de burger beter geïnformeerd moest worden etc. Het doel was om 90% van de locaties op CROW-B-niveau te krijgen. De verrassing nu is dat er in een lange brief gezegd wordt dat het helemaal niet goed gaat. Er komt verscherpt toezicht. Het komt over als een lijk uit de kast, ontdekt door de vervangend wethouder Reiniging. Als er nu verscherpt toezicht is, wat is daar dan de aanleiding voor? Had de commissie deze brief ook gekregen als wethouder Ivens er nog zat? Wethouder MOORMAN kan niet op hypothetische vragen antwoord geven. Het college heeft geconstateerd dat er veel vragen liggen vanuit de raad en wil graag duidelijkheid geven. De verordening zal nog moeten worden aangepast, als het gaat om de samenwerking tussen centrale stad en stadsdelen. De verordening dateert eigenlijk nog van het oude stadsdeelstelsel. Het gaat overigens om formeel toezicht. Het college denkt dat het een verstandige stap is om te nemen. Het is begrijpelijk als de commissie constateert dat het allemaal nog niet op orde is. Er is wat extra nodig in het proces. Het is een logisch vervolg van de eerder genomen stappen. De heer HAVELAAR vraagt hoe de wethouder tot deze keuze voor een verscherpt toezicht is gekomen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij hier namens het college zit.
Er moet financieel en qua bedrijfsvoering een tandje bij om de basis op orde te krijgen en 80% op niveau-B volgens de CROW. Dat wordt al een tijd geprobeerd. Er zijn ook onvoorziene omstandigheden zoals corona. Op heel veel plekken is de situatie binnen de afgesproken norm, zoals bleek uit de presentatie van maandag. Maar op sommige plekken is het niet zoals je wilt. Er is ook een te hoog ziekteverzuim en er moeten financieel nog stappen gezet worden. Dit alles komt dus niet uit de lucht vallen. De heer HAVELAAR antwoordt dat het niet allebei waar kan zijn. Je kunt niet zeggen dat men het al lang zag aankomen, en tegelijkertijd dat plotseling duidelijk werd dat er een tandje bij moest om het te doen slagen. Volgens objectieve maatstaven is de stad schoon. Het dashboard staat overwegend op groen. Als je van de perceptie af wilt dat het vies is, moet je dan het perceptiestreefcijfer in de begroting van 7 naar 8 ophogen? En wat moet je dan objectief in de realiteit doen? Of moeten de objectieve maatstaven in de berekenwijze ter discussie gesteld worden? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het college zich al een tijd realiseert dat de basis beter op orde moet zijn. Verder is bijgeplaatst afval naast een gestremde container niet ‘perceptie’, maar de ervaring van mensen dat het vuil moet worden opgehaald.
In die zin realiseert het college zich al een tijd dat de basis beter op orde moet zijn. Daarvoor wordt hard gewerkt. Heel blij was zij met de uitspraken van mevrouw Rooderkerk over de adoptanten. Zij is ontzettend blij dat het streefcijfer voor het aantal adoptanten is gehaald. Als er na twaalven een melding binnenkomt, wordt dat normaal gesproken nog voor twaalven opgelost. Komt die melding pas na twaalven binnen, dan is het logistiek ingewikkeld om het probleem nog dezelfde dag op te lossen. De irritatie daarover is geen perceptie, maar een terechte irritatie. Je meldt iets, maar aan het eind van de dag is het afval er nog steeds. Als je besluit dat het vuil bij een melding na twaalven nog dezelfde dag moet worden opgehaald, hangt daar een kostenplaatje aan. Mevrouw VAN PIJPEN was niet zo onthutst als de heer Havelaar. Er wordt voortgebouwd op wat bij het Afvaloffensief steeds werd gezegd. Wel is het voor haar nieuw dat er ruis zit tussen sturingsdata en praktijkdata. Dat is de kern waarover het nu gaat. Worden de sturingsdata gewijzigd? Wethouder MOORMAN antwoordt over het in beeld brengen van de 1200, dat de CROW-methodiek op basis van steekproeven gaat. Daarbij is het de bedoeling te zien of
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
voldaan wordt aan de standaarden en hoe het gebenchmarkt wordt ten opzichte van anderen. Daar zit de sturing op. Als de 1200 openbaar maakt doe je eigenlijk iets heel anders. Mevrouw VAN PIJPEN wil graag weten wat die steekproeven zijn om te kunnen begrijpen waarin hem het verschil zit tussen de ervaring van Amsterdammers en wat blijkt uit de sturingsdata. Dat verschil moet kleiner gemaakt worden. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de huidige methodiek daar niet geschikt voor is. Mevrouw VAN PIJPEN reageert dat het doel een schone stad is, wat beoordeeld wordt aan de hand van de CROW-metingen. Op die manier kan je zien of het doel bereikt wordt. De sturingsinformatie wordt gebruikt om dat doel te bereiken. Amsterdammers moeten kunnen zien of dat doel bereikt wordt, en waarop dat gebaseerd wordt. Hoe wordt informatie gebruikt om de organisatie zodanig in te richten dat het doel ook bereikt wordt? Wethouder MOORMAN is het daarmee eens. Logistiek-operationeel wil je dat direct iets met een melding gedaan wordt, en daarnaast wil de raad weten of de doelen behaald worden die afgesproken zijn. Dat zit op een ander niveau. Dat moet niet door elkaar heen gehaald worden. Mevrouw ROODERKERK wil graag dat de containeradoptanten beter betrokken worden bij het terugmelden door de dienst, zodat zij meer informatie krijgen over het moment dat afval wordt opgehaald.
Deze mensen zetten zich namelijk meer dan anderen in voor een schone stad. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij de meldingen van de adoptanten erg belangrijk vindt. Zij zijn de ogen en de oren bij de containers. Er moet inderdaad een melding terugkomen naar de adoptanten als het niet lukt. Zij zou het aantal adoptanten graag nog verder verhogen, maar het is vooral belangrijk dat ze de juiste rol hebben. Anders haken mensen weer af. Het kan dus inderdaad nog beter. Mevrouw ROODERKERK hoopt dat zij dit als een toezegging mag beschouwen. Wordt er ook iets in gang gezet om het anders in te richten? Wethouder MOORMAN antwoordt dat er gedaan moet worden wat afgesproken is. In heel veel gevallen gebeurt dat al. Als er een melding gedaan wordt voor twaalven, wordt er op dezelfde dag werk van gemaakt. Komt die melding na twaalven, dan wordt het afval in ieder geval de volgende dag opgehaald. Er moet daarbij een bericht gestuurd worden naar de adoptant dat er opvolging heeft plaatsgevonden. Mevrouw ROODERKERK zal dat in de gaten houden. 80% van de stad zit qua CROW-data boven niveau B, dus dat wordt gehaald. Bij de technische sessie bleek echter dat er 480 hotspots waren in het afgelopen jaar, waar het structureel erg vies was. Dat is heel veel. Er zit dus heel veel verschil tussen de schoonheid van verschillende plekken in de stad. Op dat soort dingen wil de raad zicht krijgen.
Ook moet de raad inzicht krijgen in de 70.000 meldingen van bewoners. Het zou misschien goed zijn daarover een extra sessie te beleggen. Als die gegevens bij elkaar gebracht worden in een rapportage, kan beter gestuurd worden op de reinigingsdienst. Wethouder MOORMAN antwoordt dat afgesproken is dat niveau B voor 80% gehaald moet worden. Inderdaad zijn er plekken waar het niet goed genoeg is. Dat is eigenlijk een ander punt. De meldingen moeten bij het bestuur komen, en soms zal het beleidskader in samenwerking met de stadsdelen worden aangepast. Zij kan echter niet dagelijks met up-to-date sturingsinformatie komen. Een raadslid zal bij de jaarrekening moeten kunnen zien dat de afspraken daadwerkelijk zijn nagekomen. Het stadsbestuur krijgt meldingen van adoptanten, meldingen van bewoners,
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
informatie van de stadsdelen. De belangrijkste sturingsinformatie komt van de reinigers zelf. Zij kan die stroom van verschillende meldingen en informatie niet allemaal aan de raad sturen. Het gaat erom dat de bedrijfsvoering zo up-to-date mogelijk is. De CROW is ingericht om te kunnen benchmarken op bijvoorbeeld de G4. Zij is bereid om nog een technische sessie te organiseren, als dat gewenst wordt. Zij antwoordt de heer Havelaar dat in de adviesbrief van Zuid een antwoord gevonden kan worden op de vraag hoe met de stadsdelen omgegaan wordt. Zij antwoordt de heer Wijnants dat de twintig wagens verouderd waren en overbodig. Er is te veel schade aan het materieel. Zij antwoordt de heer Mangal dat er over de slimme containers vragen zijn gesteld door het CDA. Het is verstandig om nu eerst de basis op orde te krijgen, voor nieuwe innovatieve systemen worden ingevoerd. De heer MANGAL wil weten wie welke afdelingen aanstuurt. Gaat dat via de meldingen? Hoe denkt de wethouder die te kunnen implementeren in de routes die worden gemaakt? Wethouder MOORMAN antwoordt dat met het huidige systeem de containers in ieder geval wekelijks worden geleegd. Op sommige plekken zelfs vaker. De meldingen kunnen met allerlei verschillende signalen binnenkomen. Daarop probeert het bestuur zo goed mogelijk te acteren. Het moet inderdaad soms sneller. Alle bakken vervangen vergt een enorme investering.
Als de basis eenmaal op orde is, kan bekeken worden of er mogelijk bruikbare technologische ontwikkelingen voorhanden zijn. De heer MANGAL begrijpt dat er heel hard gewerkt wordt door de dienst, maar gebeurt het ook efficiënt? En efficiënt werken betekent niet automatisch meer doen voor minder salaris. Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat je bij uniformeren ook meer gelijke containers nodig hebt. Daarop moet geïnvesteerd worden. Dit heeft ze ook gezegd bij de technische sessie, en er werd bevestigend op geantwoord. Er zal dus wel degelijk geïnvesteerd worden in nieuwe containers. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het er nu eerst om gaat de basis op orde te krijgen. Het college zal zich niet afsluiten voor technologische ontwikkelingen. Zij is het eens met mevrouw Van Pijpen dat men soms bakken zal moeten vervangen of bijplaatsen. Er zijn ook nieuwe stadsgebieden waar bakken geplaatst moeten worden. Daarbij zou gedacht kunnen worden aan nieuwe, slimme containers, maar daarbij moet men zich wel bedenken dat technologische verandering zorgt voor extra sturingsinformatie, met consequenties voor de bedrijfsvoering. Tweede termijn De heer WIJNANTS merkt op dat deze situatie grotendeels voortkomt uit de hervorming van het bestuurlijk stelsel. Hij vraagt op welke manier bij de implementatie van het nieuwe bestuurlijk stelsel dit probleem wordt geadresseerd.
Hoe zorgt men voor een heldere taakverdeling, die zowel voor stadsdelen als voor de centrale stad werkt? Mevrouw VAN PIJPEN vraagt of de praktijkdata in de brief inderdaad alleen betrekking hebben op de probleemlocaties. Verder is zij het eens met mevrouw Rooderkerk over de containeradoptanten. Zij vraagt of de beschikbaarheid in het weekend van de dienst voor containeradoptanten meegenomen kan worden als men kijkt naar andere processen. Zij wil graag nog een technische sessie om door te praten. De heer MANGAL is het eens dat de basis op orde moet zijn. Toch raadt hij aan om zo vroeg mogelijk op zoek te gaan naar innovatie. Wethouder MOORMAN is het eens met de heer Wijnants dat daarna gekeken
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
moet worden. Zij vindt het goed idee van mevrouw Van Pijpen om nog een technische sessie te organiseren, nog voor de behandeling van het onderwerp bij de begroting. Zij antwoordt de heer Mangal dat je altijd een open oog houdt voor mogelijke technische innovaties. Het doel van een schone stad moet wel voorop gesteld worden, en niet het doorvoeren van innovatie. Mevrouw ROODERKERK is blij met een technische sessie. Naast het op orde krijgen van de basis wil zij ook meer inzicht in de praktijkcijfers. Wethouder MOORMAN wijst de raad op de website Beeldschoonamsterdam.nl, waar je een goed beeld krijgt van de staat van de stad. De heer MANGAL legt de nadruk op het inrichten van de processen, onafhankelijk van de nieuwe technische ontwikkelingen. De VOORZITTER concludeert dat de agendapunten voldoende zijn behandeld. Er zal een technische sessie over het onderwerp worden georganiseerd. Zij schorst de vergadering van 10.25-10.30 uur. Bouwen en Wonen 3. Woonbrief 2021 (ZD2021-004225) 10. Het Woonmanifest (ZD2021-012664) De heer HAVELAAR leest in de Woonbrief de vraag of Amsterdam een stad wil zijn voor alleen geslaagden, of voor iedereen. Hij maakt bezwaar tegen de term ‘geslaagden’, die de indruk wekt dat je alleen geslaagd bent als je genoeg geld hebt om een woning te kopen. Niemand vindt dat, dus hoort deze zin niet thuis in de brief.
Hij leest een aantal advertenties voor van Funda. Het zijn allemaal zeer grote huizen van honderden vierkante meters voor vaak meer dan 5 miljoen euro. Hij vraagt of de gemeente ook iets kan doen aan de maximale grootte van nieuwbouw. 250 m 2 voor een woning lijkt meer dan genoeg en woningen van 13 miljoen euro worden vaak niet permanent bewoond. Hij vraagt daar onderzoek naar te doen. Terecht krijgen de particuliere investeerders de complimenten van het college. Terecht, want dank zij hen worden er woningen gebouwd. Wat het niet beter om al eerder met een deal met de institutionele beleggers te komen, zodat er meer woningen gebouwd zouden worden? Hij is voor opkoopbescherming, want het gaat om woningen die door particulieren gekocht worden. Maar er zijn ook grote blokken die sinds hun bouw als geheel eigendom van beleggers waren, vaak ongesplitst. Ook voor die blokken geldt dat ze met een hogere overdrachtsbelasting duurder worden. Dat geeft risico’s, want beperkende maatregelen leiden voor deze blokken tot hogere huren en slechter onderhoud.
Kan het college onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om die opkoopbescherming en zelfwoonplicht in bestaande bouw alleen te laten gelden voor woningen die een particulier kan kopen? Kunnen sociale huurwoningen ook verkocht worden aan huidige sociale huurders die scheefwonen, zodat die een wooncarrière kunnen maken? Dat gaat scheefwonen tegen en zorgt voor meer betaalbare koop. Volgend jaar wordt weer een WIA-onderzoek uitgevoerd. Vorige keer was het rond de huisvestingsverordening niet mogelijk B&B gebiedsspecifiek te maken, omdat WIA daarvoor onvoldoende data bevatte. Kunnen dat soort leefbaarheidsvragen bij de volgende WIA meegenomen worden, zodat die nuance in de nieuwe huisvestingsverordening aangebracht kan worden? Mevrouw VAN RENSSEN hoort de heer Havelaar pleiten voor het uitzonderen van grote woonblokken voor de zelfwoonplicht. Zijn dat niet ook schaarse woningen die goed gebruikt kunnen worden voor bijvoorbeeld starters? Waarom pleit de heer Havelaar
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
voor deze uitzondering? De heer HAVELAAR antwoordt dat die blokken vaak al vanaf de bouw huurwoningen geweest zijn. Ze zijn vaak ongesplitst en nooit in handen geweest van een particulier. Het gaat om een ander type woningen. Mevrouw VAN RENSSEN vraagt of dat een reden is om ze niet ter beschikking te stellen aan mensen die zelf willen wonen. Woningen zijn toch om te wonen? De heer HAVELAAR antwoordt dat er in de praktijk nooit een enkele woning wordt verkocht uit die blokken. Het zijn heel grote blokken met woningen, niet met een VvE maar van één eigenaar. De heer WIJNANTS merkt op dat de woonsituatie van starters en gezinnen in grote steden vaak schrijnend is. Jonge stellen met een baby zoeken een eigen huis, dus een koophuis. Ze zitten in een te dure huurwoning, of een sociale huurwoning, en willen eruit. Ze willen een huis kopen, afbetalen en vermogen opbouwen. En die ruimte is er niet in Amsterdam. Het college heeft daarvoor een aantal goede en een aantal slechte maatregelen in petto. Goed is de opkoopbescherming. Te veel worden koopwoningen opgekocht door beleggers. Ze worden zo weggekaapt voor deze groep mensen. Maar met 40-40-20 zal er op middellange, lange of zelfs korte termijn geen enkele sprake zijn van verlichting voor de mensen die op zoek zijn naar een koopwoning. Die mensen zullen en masse uit de stad blijven vertrekken. Dat is eigenlijk onacceptabel.
De heer FLENTGE leest in het nieuwe verkiezingsprogramma van de VVD dat de helft van de huizen ‘koop’ moeten zijn. Een paar regels daarvoor staat echter dat koophuizen op dit moment gemiddeld 500.000 euro per stuk zijn. Dat betekent toch dat de VVD de helft van de nieuwbouw wil reserveren voor mensen die 500.000 euro of meer bezitten. De heer WIJNANTS erkent dat 500.000 euro een flink bedrag is. Veel mensen kunnen dat wel lenen, maar het is niet eenvoudig. Maar de voorgestelde verdubbeling van de koopwoningproductie gaat niet alleen om die prijscategorie, maar ook om de middeldure koopwoningen. In de Woonagenda 2020-2025 staat dat 40% van de nieuwbouw wordt gerealiseerd in het middeldure huur- en koopsegment. In projecten met meer dan 800 woningen is het mogelijk om middeldure koopwoningen te bouwen die vallen binnen de 40% middelduur, in plaats van de 20% vrije sector. Kan niet geprobeerd worden om die regeling ook voor projecten kleiner dan 800 woningen van toepassing te maken? Er zijn niet zoveel projecten van groter dan 800 woningen in Amsterdam. De heer FLENTGE herhaalt het citaat uit het verkiezingsprogramma van de VVD. Er staat ook nog dat iemand met een middeninkomen van 50.000 euro ongeveer de helft van die 500.000 euro gemiddeld kan lenen bij de bank.
Dan constateert de heer Wijnants toch zelf in het verkiezingsprogramma dat hij de helft van de woningen wil bestemmen voor mensen die 500.000 euro of meer hebben? Die woningen zijn dan toch niet toegankelijk voor mensen met een middeninkomen? Wat is zijn oplossing? Dit is toch bouwen voor de rijken? De heer WIJNANTS antwoordt dat bezitters van een koophuis van 500.000 euro niet ‘rijk’ kunnen worden genoemd. Dat zijn gewone gezinnen in Amsterdam. Maar de heer Flentge maakt ook een terecht punt, waarvoor de oplossing echter mede ligt bij de gemeente Amsterdam, met de grondprijzen die worden gevraagd voor deze middeldure koopwoningen. Als men ervoor kiest dat deze groep in de stad kan blijven wonen, moet de gemeente daarin investeren. Dat zou bijvoorbeeld ook een lagere grondprijs kunnen betekenen voor deze woningen, gekoppeld aan opkoopbescherming en zelfwoonplicht.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
De heer FLENTGE wijst erop dat het college wil dat acht van de tien nieuwbouwwoningen betaalbaar moet zijn. De VVD wil dat de helft van de nieuwbouw onbereikbaar is voor mensen met een laag- of een middeninkomen. De heer WIJNANTS antwoordt dat mensen een huis moeten kunnen kopen in Amsterdam, als zij gezinsuitbreiding krijgen, of gewoon een eigen huis willen bezitten. Daarop wil zijn fractie inzetten. Mevrouw VAN SOEST wijst erop dat er op dit moment 27.000 Syriërs opgevangen worden in Nederland. Die mensen hebben geen geld om een woning van vijf ton te kopen. Wat doe je met deze mensen? Moeten ze in de azc’s blijven? Is het niet beter meer sociale huurwoningen te bouwen? De heer WIJNANTS antwoordt dat de gemeente te maken heeft met een taakstelling. Er wordt van alles aan gedaan. Mevrouw VAN SOEST merkt op dat er heel veel mensen wachten op een woning, waaronder statushouders. Als je geen sociale huurwoningen voor ze bouwt, moeten ze in de azc’s blijven. De heer WIJNANTS antwoordt dat er voor die groep zeker huurwoningen beschikbaar zijn. Die worden echter ook geclaimd door andere groepen, wat een pijnlijke situatie geeft. Er moet zeker van die woningen bijgebouwd worden. Ook moet er gekeken worden naar de urgentievoorrangsregeling.
De heer MANGAL vraagt of de heer Wijnants beseft dat veel mensen geen woning kunnen kopen, juist omdat ze geen lening van 500.000 euro kunnen krijgen. De heer WIJNANTS antwoordt dat het inderdaad niet makkelijk is een hypotheek te krijgen, in deze tijd. Daar gaat de gemeente echter niet over. Wel gaat die over de erfpachtconstructie, die kopers op kosten jaagt. Er worden hoge grondprijzen gevraagd voor ontwikkelaars, wat een prijsopdrijvend effect heeft. Het woonprotest had echter beter gehouden kunnen worden in Frankfurt, bij de ECB. Mevrouw ROODERKERK hoort de VVD vaak zeggen dat er meer gedaan moet worden voor starters, voor middeninkomens die nodig zijn voor de stad. Aan de andere kant zet de VVD in op dure koopwoningen. Dat kan toch niet? Je kunt toch niet dure koopwoningen neerzetten en dan verwachten dat een starter of een leraar die kan kopen? Wil de heer Wijnants dure koopwoningen bouwen voor de rijken van Amsterdam? De heer WIJNANTS antwoordt dat het VVD-programma niet zegt dat er dure koopwoningen moeten worden gebouwd. Zijn partij is voor een verdubbeling van de koopwoningproductie in Amsterdam. Daarbij gaat het om goedkope, middeldure en dure koopwoningen. Het klopt dat het ingewikkeld is door de prijsstelling. Daarvoor ligt er een taak van de gemeente. Die moet via de grondprijs en andere maatregelen ervoor zorgen dat deze woningen betaalbaar blijven.
Mevrouw ROODERKERK reageert dat een koopwoning vanzelf duur wordt, omdat de marktprijs op dit moment heel hoog is. Als je alleen inzet op koopwoningen krijg je heel dure woningen voor rijke mensen. Daarom is het belangrijk dat voor de middenhuur en middenkoop gebouwd worden. Daar moet de gemeente op inzetten. Dit moet in Amsterdam opgelost worden door voor de middeninkomens te bouwen. De heer WIJNANTS antwoordt dat dit precies is wat zijn partij wil doen. Mevrouw ROODERKERK merkt op dat er in het programma van de VVD geen oplossingen geboden worden voor de middeninkomens. De VVD wil woningen bouwen die op de markt terechtkomen en dus dure koopwoningen worden. De coalitie wil vol
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
inzetten op de middengroepen door afspraken te maken met corporaties en particulieren. De heer WIJNANTS antwoordt dat er in het verkiezingsprogramma van de VVD heel veel punten staan die bedoeld zijn om de huizen betaalbaar te houden voor de middengroepen, zoals een opkoopbescherming en een zelfwoonplicht. De VVD sluit zich wat dat betreft aan bij de coalitie. Deze groep wil echter een huis kopen, niet huren. De heer VAN DEN HEUVEL merkt op dat je voor een hypotheek van vijf ton wel degelijk rijk moet zijn. Je moet dan met zijn tweeën zijn. Beide partners moeten 50.000 euro per jaar verdienen, en dat zonder dat ze een studieschuld hebben. Dat zijn extreem rijke mensen. De heer WIJNANTS vindt het overdreven om van ‘extreem’ rijk te spreken. Mevrouw VAN RENSSEN vraagt of de heer Wijnants voor gereguleerde huur- en koopprijzen is. Zou je het puntenstelsel moeten toepassen op zoveel mogelijk huurwoningen in Amsterdam? En is de VVD ook voor sociale- en middenhuurkoop? De heer WIJNANTS antwoordt bevestigend. Heel veel van de woningmarkt is overigens al gereguleerd. Ook de VVD wil eisen stellen aan de woningmarkt. De oproep van zijn partij is om iets te doen aan het tekort aan koopwoningen. Mevrouw ROODERKERK vindt de middeninkomens het belangrijkste in de Woonbrief. Voor die groep moet veel meer huur en koop gebouwd worden. In de brief staat wat dat betreft te weinig.
Er wordt gestreefd naar 40% middensegment, maar men komt eigenlijk uit op 20%. Daar moet dus nog veel aan gedaan worden. Hoe zorgt men ervoor dat de bouwcijfers voor de middeninkomens gehaald worden? Hoe gaat de wethouder de doorstroom bevorderen? Binnen de sociale sector bestaat daarvoor de regeling ‘Van Groot naar Beter’, waarvan nog te weinig gebruik wordt gemaakt. Zij vraagt over een versnelling en het delen van informatie tussen bewoners die zouden willen ruilen, en een stijging van de verhuisvergoedingen concrete afspraken te maken met de corporaties. Er is nog altijd een tekort aan studenten- en jongerenwoningen. Het blijkt voor studenten heel lastig om een woning in de stad te vinden. Voor haar fractie is dat een aandachtspunt. Zij is benieuwd wat de wethouder wil doen aan jongeren- en studentenhuisvesting. Mevrouw VAN RENSSEN las bij het woonprotest op 12 september: Geef mij maar Amsterdam, maar het is duurder dan Parijs. Er komt ook nog een woonopstand en woonverzet. Dat is terecht, want huizen zijn voor bewoners en niet om geld aan te verdienen. Te veel jongeren, starters, gescheiden mensen, gezinnen met kinderen of ouderen hebben te maken met het gebrek aan betaalbare woonruimte. Er is een aantal inhoudelijke eisen opgesteld in het Woonmanifest. Dat manifest komt ook van een groot aantal Amsterdamse huurdersorganisaties.
Zij stelt mede namens de fractie van de PvdA een aantal vragen. Wat kan Amsterdam nog meer doen om de huren in de vrije sector verder te reguleren? Op welke manier kan de verhuurdervergunning bijdragen om malafide huurders geen kans te geven? Kan Amsterdam daar al iets mee doen? Het belangrijkste punt is de aanpak van leegstand. Wat kan Amsterdam op dat punt nog meer doen dan nu? Als een woning langer dan zes maanden leegstaat moet direct tot actie overgegaan worden. Eerder is al aangegeven dat er naar aanleiding van meldingen 493 woningen vrijgemaakt zijn voor bewoning. Zij vraagt of de gemeente actief de eerste tekenen van leegstand registreert. Gaat men dan zelf langs? Wordt precies zes maanden daarna de woning nog eens gecontroleerd? Hoeveel meldingen zijn er door bewoners gedaan? Hebben die allemaal opvolging gekregen door aanschrijving of het opleggen van een boete? Hoeveel leegstandsmeldingen en opvolging zijn er geweest in 2020 en 2021? Hoeveel hebben er daarvan opvolging gehad?
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
Verder vraagt zij of de 10 miljoen euro voor het Actieplan Wonen en Bouwen per jaar volledig besteed in 2020 en 2021? Wat is de verwachting voor 2021? Welke mogelijkheden ziet de wethouder om leegstand verder aan te pakken? Er moet alles aan gedaan worden om ervoor te zorgen dat alle beschikbare ruimte wordt gebruikt. Beleggers als Blackstone mogen geen kans krijgen. De heer VELDHUYZEN vraagt iets te zeggen over de huisvesting voor internationale studenten. Is de wethouder bereid toe te zeggen dat dak- en thuisloze jongeren voorrang krijgen binnen de voorrangsregeling voor Amsterdamse jongeren en wil hij de commissie daarover verder informeren? Verder is hij benieuwd hoe het staat met de verkoop van corporatieswoningen op de begane grond. Worden daarover gesprekken gevoerd met de corporaties? Hoe kan het dat dit soort woningen nog steeds zo veel wordt verkocht, terwijl ze erg belangrijk kunnen zijn voor mensen met een beperking? Er zijn te weinig woningen naar mensen uit de MOBW gegaan. In het algemeen is er te veel vraag voor het programma huisvesting kwetsbare groepen. De conclusie van het college is dat meer woningen voor urgenten ten koste gaat van andere woningzoekenden, en daarom geen optie is. Daarom wil men de criteria aanscherpen voor urgentie, waarmee het nog moeilijker wordt voor kwetsbare groepen.
Hij vraagt of er niet meer sociale huurwoningen nodig zijn voor deze mensen. De discussie over de situatiepunten in het kader van de woonruimteverdeling is al gevoerd, maar er moet eigenlijk nog een categorie aan worden toegevoegd, namelijk de zelfredzame-, dan wel economische dak- en thuislozen. Hij vraagt een reactie. Wat betreft discriminatie op de woningmarkt vraagt hij of er ook mysteryhuurders of -kopers worden ingezet. Hoe staat het college tegenover naming and shaming van discriminerende huurders en partijen? Kan het handhavingsinstrument waarbij de gemeente panden in beheer neemt als er niet goed wordt omgegaan met de kwaliteit van woningen, ook worden ingezet bij panden die langdurig leegstaan? Eigenlijk is er vooral verandering op landelijk gebied nodig. De heer FLENTGE constateert dat er eindelijk mensen de straat opgaan om dit grote sociale probleem aandacht te geven. Vooral veel jonge mensen zijn het zat. Ze willen een betaalbare plek om te wonen en willen ook een goede plek voor hun ouders en grootouders. Hij vond dat inspirerend. Dat vond hij ook van het woonmanifest. Sociale huurders betalen ongelofelijk veel voor hun woning. Ze moeten betalen voor de verhuurderheffing. Dan kunnen er dus geen nieuwe woningen worden gebouwd, of huren verlaagd worden. Blackstone laat met allerlei foefjes woningen leegstaan.
Bedrijven zoals PWC of Deloitte helpen voorkomen dat Blackstone enige belasting hoeft te betalen. Sociale huurders betalen volle bak, terwijl Blackstone elke vorm van belasting weet te vermijden. Dat maakt Amsterdammers woest. Er zijn vragen gesteld over Blackstone en leegstand. Mensen accepteren die leegstand niet. Er is vanuit Den Haag een korting gegeven van 500 miljoen euro op de verhuurderheffing, wat minder dan een fooi is. Eerder was al een korting gegeven om de Amsterdamse corporaties meer te kunnen laten bouwen. Hij vraagt of de gemeente niet meer moet inzetten op een flinke beperking van de verkoop van sociale huurwoningen. Mevrouw VAN SOEST vraagt of de heer Flentge iets ziet in het verplicht stellen van een economische binding met de stad. De heer FLENTGE vindt het een goed idee. De verkoop van sociale huur moet verder naar beneden gebracht worden. Daarnaast moeten er meer sociale- en middenhuurwoningen gebouwd worden. De heer MANGAL vraagt of het college op de hoogte is van de reputatie van Blackstone in de VS. Hij is het eens met de conclusies die in de inleiding van de Woonbrief getrokken worden. De prijzen blijven stijgen voor starters, terwijl er ook startende huurders zijn. Middenhuurders trekken aan het kortste eind. Gezinnen met een
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
krappe beurs worden de stad uitgejaagd. Hoe verwacht men dat je in Amsterdam kan doorstromen als je van een sociale huurwoning van 750 euro moet doorstromen naar een woning van 2500-3000 euro per maand? Over welke doorstroming heb je het dan? Middenhuurders zouden kunnen doorstromen van 1044 naar 3000 euro. Maar in welk scenario is dat realistisch? Hoe ziet de wethouder dat? Kopen is onbereikbaar qua prijs. De marktwerking is stuk. Met een kleine beurs kan je maar beter niet promotie maken, want dan moet je de stad uit. Hij is blij te zien dan segregatie ook onderdeel wordt van de rapportage. Ook goed is dat bij de aanpak van discriminatie samen opgetrokken wordt met het Rijk. Maar er is meer mogelijk dan inzetten op bewustwording. Het is goed dat er afspraken worden gemaakt met de verhuurdersbranche. Kan de wethouder de consequentie benoemen als die afspraken niet worden nagekomen? Zijn fractie wacht informatie af over de loden leidingen. Hij mist in het stuk iets over achterstallig onderhoud. Wordt de beheerovername ook ingezet voor panden van woningcorporaties? Bij wie wordt dat beheer dan ondergebracht? Graag ziet hij ook handhaven van woonfraude met sociale huurwoningen. Speculanten gaan wild tekeer op deze defecte woonmarkt.
Welke mogelijkheden ziet de wethouder om bij alle woningen, ook in de particuliere koop- en huursector, een puntensysteem in te voeren waarbij het systeem ervoor zorgt dat van slecht onderhouden of overvraagde woningen de huur- en vraagprijzen kunnen worden gemitigeerd? Wat is momenteel de boete bij leegstand van een huurhuis? Geldt die ook voor de vrije sector? Zijn fractie heeft waardering voor de verbeteringen die het college probeert te maken op de gebroken woningmarkt. Hij wacht een rapportage af over discriminatie op de woningmarkt. Wanneer mag die verwacht worden? Mevrouw VAN SOEST vraagt in hoeverre de gemeente nog gaat over bouwen en wonen in Amsterdam. Je hebt de provincie die met een voorstel komt over wonen in Noord-Holland, de MRA die invloed uit probeert te oefenen. Waar blijft de gemeente Amsterdam in dat geheel? Kan de wethouder een definitie geven van ‘betaalbaar’? Wat is dat? Ook al zijn de cijfers in de Woonagenda met betrekking tot de woningen voor ouderen, zoals rolstoelvriendelijke woningen en Van Hoog naar Laag niet verkeerd, toch is de praktijk anders. Tegen een 79-jarige vrouw die van 4-hoog graag naar 1-hoog wil, zegt de corporatie dat het niet mogelijk is omdat de woning wordt verkocht. De korting op de verhuurderheffing is een fooi die misschien het beste kan worden besteed aan het opknappen van de woningen. Daarover zal zij met een motie komen.
De eerste maatregel van de huisvestingsvergunning voor bestaande middelbare woningen lijkt lastig uit te voeren. Positief zijn de andere twee te noemen. Wat verstaat men onder een ‘goede verhuurder’? Wethouder GROOT WASSINK antwoordt de heer Havelaar dat er nog gekeken zal worden naar de gehanteerde terminologie in de brief. Onderzoek naar een maximale grootte van woningen lijkt hem ingewikkeld. Hij ziet er geen directe aanleiding toe. Hij weet niet hoe je terug moet kijken naar de schermutselingen met de institutionele beleggers. De gedachte over een opkoopbescherming voor bestaande bouw vindt hij interessant, maar wel ingewikkeld. Hij zal daarnaar kijken. Huurders kunnen woningen al kopen, maar dat heeft wel consequenties voor de sociale voorraad. En zit er op zo’n verkochte woning een antispeculatiebeding? Hij antwoordt de heer Wijnants dat het zou misgaan als je alleen pleit voor meer koopwoningen. Het gaat niet alleen om het uitbreiden van de voorraad, en zeker niet van de voorraad dure woningen. Een woning van vijf ton is behoorlijk veel. En koopwoningen hebben de neiging om in deze oververhitte woningmarkt snel in waarde toe te nemen. De VVD laat de betaalbaarheid dus buiten beschouwing. Hij is het eens met de analyse van mevrouw Rooderkerk van het verkiezingsprogramma van de VVD op dit punt.
Het is mogelijk om bij projecten van kleiner dan 800 ook de middenkoop mee te nemen, maar dat heeft consequenties voor de middenhuur, wat onwenselijk is. De keuze voor dure koop maakt dat je minder voor het midden kan doen. En hoe meer koop, hoe
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
minder sociaal. Het is verdeling van schaarste. Hij antwoordt mevrouw Rooderkerk dat er inderdaad meer gedaan moet worden voor middeninkomens, maar daar is het Rijk voor nodig. Hij verwacht dat de meerjarige cijfers voor middeninkomens gehaald worden, maar er is wel extra aandacht voor nodig. Hij deelt de zorg over de middengroepen. Voor doorstroming zijn verschillende mogelijkheden. Je zou bij gereguleerde middeldure huurwoningen doorstromers voorrang kunnen geven. Er wordt met corporaties en beleggers gewerkt aan het verder transparant maken van het aanbod. Ook bijbouwen is een mogelijkheid. Toch is de theorie van doorstromen vaak wel makkelijker dan de praktijk. Soms is een betaalbare woning buiten de stad een aantrekkelijker optie. Er zijn veel mensen in een huurwoning die willen kopen, maar het moet wel betaalbaar zijn. Een groot probleem zijn de hypotheken. Het koop- en huursegment zijn buitengewoon verstoord. Er kan misschien iets aan gedaan worden door gemeentelijke ingrepen, maar er is meer nodig. Het is duidelijk dat er problemen bestaan bij de studentenwoningen. In de afgelopen dagen is afgesproken dat er ook buiten de gemeentegrenzen nog studentenwoningen bij zullen komen. Hij is bereid om met de onderwijsinstellingen verder door te praten over aanvullende mogelijkheden.
Mevrouw ROODERKERK is blij dat met onderwijsinstellingen gewekt gaat worden aan meer studentenwoningen. Bij de kwartaalrapportage woningbouwplan van april dit jaar wordt ingegaan op de woninggrootte. De gemiddelde woninggrootte bij middenhuur is op dit moment 50 m 2, wat vrij klein is, vooral voor gezinnen. In het actieplan middeldure huur staat de afspraak dat een kwart van die woningen 70 m2 of groter moet zijn. Blijkens de kwartaalrapportage komt het nu uit op 17-18%. Zij vraagt daarover in gesprek te gaan met de woningcorporaties. De woningen moeten groter worden voor meer gezinnen in de stad. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat toe. Er is inderdaad een tendens om relatief kleine woningen te bouwen. De ruimte voor gezinnen is inderdaad heel belangrijk voor de dynamiek van een stad. Hij antwoordt mevrouw Van Renssen dat er inderdaad gekeken moet worden naar de puntensystematiek om de huur verder te reguleren, maar ook hierbij heb je de rijksoverheid nodig. Het zou inderdaad beter zijn om de verhuurderheffing helemaal af te schaffen. Er is contact geweest met de corporaties om snel over de korting van de verhuurderheffing in overleg te gaan. Wat hem betreft kan het dan niet alleen om nieuwbouw gaan. Je moet ook denken aan het stoppen van de verkoop. Pas als je stopt met de verkoop van woningen breid je het aantal huurwoningen uit. Leefbaarheid heeft ook prioriteit.