CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag TAR 07-04-2022

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 19 mei 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de Tijdelijke Algemene Raadscommissie d.d. 7 april 202232.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het college heeft daarop gezegd dat de zoektocht doorgaat, maar dat mag geen vertraging geven voor het traject voor het aanvragen van een omgevingsvergunning. Normaal is er geen uitgebreid inspraaktraject voor dit soort specifieke vormen van zorg. Anders lukt het niet een plek te vinden. Er is in dit geval uitgebreid samengewerkt met het stadsdeel, maar dat heeft niet tot overeenstemming geleid. Niet omdat het stadsdeel deze kwetsbare groep niet op wil vangen, maar omdat het de horecafunctie voor Langerlust wil. De heer BOBELDIJK vraagt of het toekomstplan op termijn kan botsen met de gewenste prikkelarme omgeving. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Er wordt gesproken over het weer verhuizen van de mensen als er een betere locatie in beeld komt, terwijl dat steeds weer verhuizen blijkens het betoog van de wethouder een groot probleem is. Hij bespeurt tegenspraak.

35

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat wethouder Kukenheim met verhuizen doelde op de gang van de ene MO naar de andere. Het gaat nu steeds mis omdat de mensen niet op de juiste plek zitten. In de stukken staat dat op termijn, als ergens anders een nog betere plek ter beschikking komt, de dan bestaande groep kan verhuizen van de ene naar de andere locatie. Dat is iets anders dan individuen die steeds van de ene naar de andere MO-instelling moeten gaan, omdat het steeds niet de juiste plek voor ze blijkt te zijn. Langerlust is de beste plek die op dit moment gevonden kan worden. Het pogen is om Langerlust meer te betrekken bij het gebied, waarvoor je dan ook je best moet doen. Dat was de wens van het stadsdeel. Voor de eerste jaren kan mobiele horeca een prima alternatief zijn. Mevrouw HEINHUIS vraagt of er nu dus gestart moet worden met de poging om Langerlust te betrekken bij het gebied. Hoe ziet de wethouder de samenhang met de rest van het gebied? Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat in het plan voor het Gaasperplasgebied telkens staat dat men zijn best moet doen om het stuk erbij te betrekken. Als dat stuk niet voor de recreatie van de Gaasperplas wordt gebruikt, vervalt de noodzaak tot het doen van die pogingen. De VOORZITTER concludeert dat het punt gereed is voor een middellange behandeling in de raad.

Voorafgaande aan de behandeling komt er nog een brief van het college. Grondzaken 12. Vaststellen van de Investeringsnota Mercatorpark en het beschikbaar stellen van een krediet (ZD2022-002919) Mevrouw DE JAGER vindt het een goed plan. Vandaag kwam er goed nieuws over de broedplaats in Oost, De Dapper, die erbij komt. In dit plangebied staat ook een broedplaats, de LTS. Hoe ziet zij de toekomst van LTS voor zich, zodat er zoveel mogelijk van behouden blijft? Zij vond het stuk op dat punt niet heel concreet. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat er inderdaad mooie dingen gebeuren in de LTS. Dat is een bijzonder gebouw. Om het te behouden zijn er bouwkundig en vanwege asbest grondige verbouwingen nodig. Daarvoor moet het gebouw leeg zijn. De renovatie gaat minstens een jaar duren. Die tijd kunnen er geen huurders in zitten. De huurders willen het pand zelf graag overnemen, maar dat mag niet vanwege de Wet markt en overheid. Kort geleden was er het Didam-arrest, waaruit bleek dat de overheid niet zomaar aan een gewenste partij een tender kan geven. Zonder garanties, kan echter wel gekeken worden wat de mogelijkheden zijn. Het is niet mogelijk om de plannen van de huurders een-op-een te realiseren. Eerst moet er gerenoveerd worden. De focus blijft liggen op de wens om de huidige functie te behouden, liefst met de mensen die het initiatief tot deze broedplaats genomen hebben.

De VOORZITTER concludeert dat de voordracht gereed is voor een korte behandeling in de raad. 13. Vaststellen van het Investeringsbesluit H-buurt Midden, incl. stedenbouwkundig plan en het beschikbaar stellen van een krediet (ZD2022-003461) De heer ERNSTING merkt op dat het hierbij om een verdichtingsopgave gaat, met een andere dan de reguliere verdeling sociaal-midden-duur. Er staat dat in het stadsdeel

36

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

als geheel bij nieuwbouw nog steeds wordt gestuurd op 40-40-20. Hij vraagt of dat goed bijgehouden wordt. En als hier minder sociaal wordt gebouwd, waar gaat men dat dan compenseren? Na sloop van de garage voorziet men dat men een-op-een extra zal gaan parkeren op maaiveld, wat toch vreemd is. Wat was de parkeerdruk in de garage? Er komen parkeerplaatsen langs de oude flat, wat onverstandig lijkt. Je krijgt dan rondrijdend zoekverkeer. Kan daar nog naar gekeken worden? Mevrouw DE JAGER merkt op dat de bestaande buurt van dit plan zal profiteren. Zij vraagt of gekeken is naar de mogelijkheid om mensen die er nu wonen met voorrang aanspraak te laten maken op de woningen die worden gebouwd. Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar circulaire ontwikkeling van dit gebied, maar zij mist een reactie van de wethouder daarop. Wat gaat men doen met het onderzoek? Er komt straks 1690 ton aan bouwmaterialen vrij bij de sloop van de parkeergarages. Wat gebeurt daarmee? Kunnen die een nieuwe bestemming krijgen, of worden ze tot die tijd opgeslagen? Verder wordt gekeken naar de mogelijkheid om een afvalpunt voor huishoudelijk elektrisch afval op te nemen. Dat kan een grote bijdrage leveren aan circulariteit. Zij vraagt of de uitkomst van dat onderzoek met de raad gedeeld kan worden. Haar fractie vindt dat zo’n afvalpunt er moet komen.

Mevrouw BLOEMBERG-ISSA begreep uit de beantwoording van technische vragen dat er in de voordracht iets niet helemaal klopt met de bomenaantallen. Wordt dat nog gecorrigeerd in de definitieve voordracht? De heer BOOMSMA is bang dat er grote parkeerdruk gaat ontstaan, omdat er vijfhonderd woningen met voorzieningen worden gebouwd zonder extra plekken te realiseren voor bezoekers. De vijftig vervallen al bij voorbaat. Nu al geven bewoners aan dat ze vaak geen plek kunnen vinden, bij een parkeerdruk van 74%. Hij denkt dat men meer parkeerplaatsen moet realiseren. Wethouder VAN DOORNINCK merkt op dat er met de buurt uitvoerig over dit plan gesproken is. De inspreker vroeg of er ook een wooncoöperatie kan komen, wat nu juist is wat men wil gaan doen. Ook wordt geëxperimenteerd met Community Land Trust in deze buurt. Samen met de bewoners kan daaraan verder invulling gegeven worden. Dat moet nog gebeuren en wordt niet allemaal opgenomen in het investeringsbesluit. Zij antwoordt mevrouw De Jager dat het rapport ‘circulair’ in elke fase een rol speelt. Daarover worden niet alle besluiten al in het investeringsbesluit genomen. Steeds wordt bekeken waar het circulair kan, misschien met wat extra moeite. Het rapport is dus een soort onderligger bij alles wat verder gedaan wordt.

Zij antwoordt de heer Ernsting dat vaker in Zuidoost afgeweken wordt van de 4040-20 vanwege het grote aantal sociale woningen in sommige buurten van Zuidoost. Er worden dan voor de menging andere segmenten toegevoegd. De wethouder Wonen heeft wel duidelijke afspraken gemaakt, dat voor Zuidoost als geheel 40-40-20 in tact blijft. Dat is bij de portefeuillehouder belegd. Van tijd tot tijd krijgt het college een monitor onder ogen van de stand van zaken daarbij. Ook met de volgende portefeuillehouder zal dat zo afgesproken worden. De stadsdeelbestuurder vindt het zelf ook belangrijk. Geprobeerd is wat betreft parkeren het goede midden te vinden, met een afweging tussen voldoende parkeerplaatsen en behoud van groen. Men heeft de marge opgezocht van wat parkeerdruk in de buurt is. Met minder parkeerplaatsen zou overlast ontstaan voor de huidige bewoners, en met minder krijg je een aanzuigende werking. Een te hoge parkeerdruk leidt tot te veel zoekverkeer. Dat zoekverkeer moet wel verder teruggedrongen worden. Met de nieuwe inrichting op de boulevard langs het Bullewijkpad, ter hoogte van het plein, is er geen doorgaand verkeer mogelijk. De leefbaarheid van de openbare ruimte wordt daar verbeterd door een autoluw karakter. Je voorkomt zo ook dat het zoekverkeer de buurt in komt. Zij antwoordt mevrouw De Jager dat er in Zuidoost een afspraak is gemaakt over voorrang voor bewoners.

Eventueel kan de raad met een voorstel komen om het ook

37

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

specifiek voor dit gebied af te spreken. Tussen het moment van slopen en nieuwbouw zit een vrij lange periode, waardoor het materiaal niet direct gebruikt kan worden. Bekeken wordt of het voor bouwplekken in de buurt gebruikt kan worden. Het wordt dus wel circulair gebruikt, maar niet een-op-een. Mevrouw DE JAGER vraagt wanneer er duidelijkheid komt over het circulair gebruik. Er zijn veel plekken in de buurt waar je het zou kunnen gebruiken. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat zij hierop terugkomt, mogelijk al volgende week bij de raadsvergadering. Bekeken is of er ruimte nodig is voor een afvalpunt klein elektronisch afval. Dat het onderzoek loopt nog. Als die ruimte nodig is, zal een reservering gemaakt worden. Mocht het niet nodig zijn, dan wil je openbare ruimte natuurlijk liever niet gebruiken voor afval. In het kader van circulariteit wordt steeds met de afdeling Afval en Grondstoffen bekeken hoe het goed gedaan kan worden voor maximaal hergebruik. Zij antwoordt mevrouw Bloemberg-Issa dat de fout over bomen voor de raadsvergadering volgende week gecorrigeerd zal worden. Zij antwoordt de heer Boomsma dat er relatief minder parkeerplaatsen komen, omdat de parkeernorm nogal hoog was. Voor de bezoekersnorm voor de nieuwbouw zijn geen extra parkeerplaatsen nodig. Het gaat dus puur om de vervanging van de parkeergarage die gesloopt wordt.

Er wordt gestreefd naar evenwicht op dit punt, met ook een mooie openbare ruimte met groen in het gebied. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp gereed is voor een korte behandeling in de raad. 15. Kennisnemen van het collegebesluit tot verplichtstellen van natuurinclusief bouwen bij standaardtenders voor gronduitgifte (ZD2021-017188) Mevrouw VAN RENSSEN is blij dat er na de motie van 2018 nu een standaard is voor natuurinclusief bouwen bij nieuwe ontwikkelingen. Het is goed uitgewerkt met het puntensysteem. Met de bonuspunten die je kunt verdienen, kom je echter al vrij snel aan de 30 punten, die de standaard worden voor een tender. Wordt er bijvoorbeeld over een jaar geëvalueerd of de bonuspunten een goed effect hebben? De heer BOOMSMA is blij met de uitvoering van zijn motie van vier jaar geleden. Sommige locaties zullen meer mogelijkheden hebben dan andere, waardoor het ook makkelijker is om aan die 30 punten te komen. Kan het niet flexibeler worden gemaakt? Hoe kan men recht doen aan de verschillende locaties? Hoe gaat het als mensen zelf andere ideeën hebben, die nog niet in het lijstje staan? De heer VON GERHARDT vraagt zich af of er gesproken is de coalitie van Kamp Bouwen over de uitwerking van dit puntensysteem. Hoe kijkt men daarnaar? Zijn fractie heeft ook een aantal kritische vragen.

Er is een zeer hoge bouwambitie, en je kunt je afvragen of de extra eisen van Amsterdam, bovenop onder andere de houtbouw, het circulair bouwen en de strengere BENG-eisen, niet tot vertraging van de woningbouw leiden. De gemeente lijkt steeds meer gemeentelijke taken over te laten aan ontwikkelaars. Zo is er de regel om inpandige parkeergarages te moeten bouwen. Nu lijkt het er ook op dat de eigen groenambities, die de gemeente zelf niet genoeg realiseert, ook aan ontwikkelaars overgelaten worden. Moet het toevoegen van groen aan de stad niet in de eerste plaats een gemeentelijke taak zijn? De wethouder geeft aan dat de drempelwaarde van 30 punten niet tot grote financiële risico’s leidt. Daarmee zou die goed te combineren zijn met andere duurzaamheidsambities. Hij vraagt wat de wethouder verstaat onder ‘grote financiële risico’s’. Er is een stuk over de ambitiebonus, waarin staat dat de gemeente erkent dat de

38

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

kosten van eventuele extra ambities niet meegenomen worden in de grondprijzen, omdat marktpartijen niet verplicht zijn om die ambities in te schrijven. Hoe rijmt de wethouder dat met het eerdere stuk waarin stond dat er geen grotere financiële risico’s zitten aan de extra eisen? Kan uit het feit dat de extra eisen nu wel in de tenders worden opgenomen, geconcludeerd worden dat ermee rekening wordt gehouden bij de grondprijzen? Mevrouw VAN RENSSEN vraagt of de heer Von Gerhardt wil zeggen dat veel aan de markt overgelaten kan worden, maar niet het vergroenen van de stad. De heer VON GERHARDT antwoordt dat de gemeente er door onvoldoende investeringen niet in slaagt voldoende groen toe te voegen in de stad. Die taak moet dan niet afgewenteld worden op de ontwikkelaars. Is de wethouder het met hem eens dat vergroening in de eerste plaats een opdracht moet zijn voor de gemeente? Mevrouw VAN RENSSEN merkt op dat het maken van een leefbare stad een opdracht aan iedereen is. Als het om openbare ruimte gaat, geldt die opdracht vooral de gemeente. Maar het Is toch ook aan initiatiefnemers en ontwikkelaars om ervoor te zorgen dat de stad leefbaar en groen is? De heer VON GERHARDT is dat met mevrouw Van Renssen eens. Mevrouw DE JAGER vindt dit een mooie uitwerking van de motie. Het is wel nieuw beleid, dus sluit zij zich aan bij de oproep om te evalueren.

Zij is benieuwd hoe omgegaan wordt met de bonuspunten en of het daarmee niet te makkelijk wordt om die 30 punten te halen. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat het college in eerste instantie de mogelijkheid tot verplichting niet zag. Daarom is men eerst met proefprojecten gaan werken, en tot ieders tevredenheid. Bouwers houden van natuurinclusief werken. Juist met een puntensysteem kan de ontwikkelaar kijken wat in een specifiek geval de beste manier is om aan die 30 punten te komen. Dat is de flexibiliteit en ruimte die aan ontwikkelaars gegeven wordt. Er kan echt gekozen worden wat het beste past. Zij is benieuwd of er natuurinclusieve maatregelen mogelijk zijn volgens de bouwers. Die kunnen dan misschien meegenomen worden in de evaluatie waarom gevraagd wordt. Er is gewerkt met drie praktijkproeven, wat een tijdje heeft geduurd. Zij denkt dat een jaar te kort is om een beeld te krijgen van hoe het gaat. Zij zegt toe dat er geëvalueerd wordt, maar nog niet na een jaar. Binnen de gewenste radicale vergroening van de stad draagt iedereen zijn steentje bij, omdat het voor de waarden van de stad van groot belang is. Zij denkt daarbij aan biodiversiteit, de ecologie, maar ook het tegengaan van hittestress. Het belangrijk dat de stad steeds groener wordt. De gemeente heeft wat dat betreft hoge ambities, waaraan ze ook zelf veel doet.

Ze nodigt iedereen die in de stad iets onderneemt uit om daaraan mee te doen. Het puntenplan geeft aan de ontwikkelaars veel vrijheid voor de invulling. De grote financiële risico’s betekenen dat dit niet mag leiden tot een businesscase die niet meer haalbaar is. Met de beschreven ruimte voor ontwikkelaars hoeft dat risico er überhaupt niet te zijn. De afspraken die met ontwikkelaars, zoals die later in de vergadering aan de orde komen, gaan specifiek over het middensegment. In dit geval gaat het over alle tenders. Er wordt veel ruimte gegeven aan ontwikkelaars om mee te kunnen doen aan de gemeentelijk ambities. Het zou niet goed zijn als dat invloed zou hebben op de grondprijs. Het is een uitnodiging om mee te kunnen doen. De heer VON GERHARDT maakte de link omdat dit een verdere eis is, bovenop het bouwbesluit, voor ontwikkelaars. In de afgelopen jaren bleek het voor ontwikkelaars steeds duurder en lastiger te worden, ook gezien de hoeveelheid sociale- en middenhuur die men in Amsterdam wil bouwen. Het werd steeds lastiger om het financieel haalbaar te krijgen. Hij maakt zich zorgen over het stapelen van extra eisen. Kan je zo de bouwambities wel verwezenlijken? Daarom zijn vraag of de gemeente, als blijkt dat het te duur wordt voor ontwikkelaars, hierbij ook rekening gaat houden bij de grondprijzen.

39

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat dit onderdeel was van de proeven die gedaan zijn. Het bleek niet ten koste te gaan van de kwaliteit van de tenders of de inschrijving. Mocht blijken dat er niet meer op tenders wordt ingeschreven, in verband met de neerlegde ambities, zal er opnieuw naar gekeken worden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 39. Verlengingsbesluit beleid Grondwaardebepaling voor bestaande erfpachtrechten 2021 naar 2022 Nr. VN2022-006204 De heer BOOMSMA ziet het bevriezen van de grondprijzen als een fundamentele verandering. Zijn fractie vindt het goed dat het gebeurt, en nog beter zou het zijn om te bevriezen op de voorwaarden van 2020. Hij vraagt waarom het besluit niet direct, dus op 1 maart, aan de raad is gecommuniceerd. Voor welke groep geldt dit precies? Voor overstappers geldt immers de pardonregeling. Verder vraagt hij of gekeken is wat de BSQ’s zouden zijn als je volgens de oude methode zou werken. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat het college dit na het nemen van het besluit richting de TAR heeft gedirigeerd. Het zou ter kennisname voorgelegd worden bij de eerstvolgende commissievergadering, dus in dit geval de TAR. Veel meer dan een fundamenteel besluit om te bevriezen, is dit een praktisch besluit. De strengere eisen en normen in de regelgeving betekenen wat voor de bouwkosten.

Ook de energie- en materiaalprijzen zijn gestegen. Het college wil dat op een nette manier meenemen in de volgende grondwaardebepaling. Het wordt bevroren omdat het college vindt dat de grondwaardebepaling met de gestegen kosten en extra eisen voor de bouw zo zorgvuldig mogelijk moet doen. Dit alles geldt voor het komende jaar. Volgend jaar is er dus wel een nieuwe grondwaardebepaling. Als de WOZ en BSQ van toepassing zijn wordt het prijspeil van 2021 gehanteerd, met uitzondering van de nieuwe uitgiften. Daar geldt het dus niet voor. Dat betekent de BSQ 2021 effectief en absoluut is voor alle dossiers in 2022. De heer BOOMSMA merkt op dat dit besluit voor veel mensen in de uitwerking wel degelijk fundamenteel zal zijn. Het heeft ook financiële consequenties. Het was dus veel logischer geweest om het besluit toch voor te leggen aan de gemeenteraad, of de raad in ieder geval meteen te informeren. Daarbij komt nog dat het TKN-stuk veel later aan de commissie is gezonden. Hij vraagt hoe het nu staat met de pardonregeling. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat volgens de afspraak de spijtoptantenregeling op dit moment wordt uitgewerkt. Het is aan het nieuwe college om een definitief stuk aan de raad voor te leggen. In mei zal er naar B. en W. een voorzet gaan die daarna vrijgegeven kan worden voor inspraak. De VOORZITTER concludeert dat het stuk voldoende besproken is.

Ruimtelijke Ordening 18. Kennisnemen van de reactie op motie 613.21 inzake een integraal dakenplan (ZD2021-015743) Mevrouw VAN RENSSEN wijst erop dat over dit onderwerp inmiddels zes moties zijn ingediend. De moties is naar haar smaak nog niet geheel afgehandeld. Er liggen ongeveer 25 Vondelparken aan ongebruikt dak. Zij vraagt of men snel aan de slag kan gaan met een plan van aanpak. Kan daaraan worden toegevoegd dat er regels zullen worden opgenomen in het omgevingsplan over het gebruik van daken?

40

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

De heer BOOMSMA vindt dat de motie nog niet is afgedaan, ook al is het een heel goed stuk. Hij vraagt of nog concreet wordt ingegaan op alle constateringen en aanbevelingen die in de inventarisatie van gebruiksdaken worden gemaakt. Wethouder VAN DOORNINCK begrijpt dat de raad ongeduldig is. Het is echter niet makkelijk. Het gaat om 25 Vondelparken, maar ook om allemaal particulieren die erover gaan. Het is dus een zoektocht. Zij antwoordt mevrouw Van Renssen verder dat nu eerst bekeken moet worden wat de knelpunten zijn in de huidige wetgeving om beter door te kunnen pakken. Zij hoopt in de komende coalitieperiode actief aan de slag te kunnen gaan, maar daarvoor moet er wel een coalitiebesluit liggen. Er wordt namelijk een geweldig beroep op de capaciteit gedaan. Het onderzoek en de handreiking komen in de loop van dit jaar. Moet er nog sterker op ingezet worden, dan zou er een prioriteit aan toegekend moeten worden. De inzet blijft om zoveel mogelijk van het dakenlandschap te transformeren. Mevrouw VAN RENSSEN merkt op dat dit deel zou gaan uitmaken van de omgevingsvisie en de uitvoeringsagenda omgevingsvisie. Daar zou dus een deel van de capaciteit vandaan kunnen komen, wellicht ook met dit demissionaire college. Het zou goed zijn om zelf te kijken naar regels in het omgevingsplan, in plaats van alles over te laten aan het Nationale dakenplan.

Zij heeft begrepen dat Amsterdam zonder bezwaar naar die regels kan kijken. Wethouder VAN DOORNINCK bevestigt dat laatste. Er wordt nationaal gekeken, maar ook wordt de blik gericht op een mogelijke aanpassing van de eigen regelgeving. In de Omgevingswet kan er dan ook actiever mee aan de slag worden gegaan. Zij wijst erop dat de uitvoeringsagenda van de omgevingsvisie een groot programma is waarvoor capaciteit beschikbaar moet zijn. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Duurzaamheid en Circulaire Economie 21. Opzeggen van vertrouwen in de expertgroep Gezondheid door de leden van de klankbordgroep Gezondheid (ZD2022-004060) Mevrouw ALBERTS herinnert eraan dat SP en D66 destijds hebben aangedrongen dat er een onderzoek zou komen naar de gezondheidseffecten van turbines op omwonenden. Door het opstappen van de heer Bijl, de enige medicus in de expertgroep, trekt zij de waarde van het advies over de gezondheidseffecten in twijfel. Eergisteren werden de adviezen van de expertgroep Gezondheid en Natuur aan de raad gestuurd. Zij vraagt hoe dit advies gedegen genoemd kan worden als de enige medicus uit de expertgroep vertrokken is en ook de klankbordgroep het vertrouwen heeft opgezegd. Zij vraagt een reactie. Mevrouw NADIF wijst erop dat het vervangen van de heer Bijl is ondervangen door het inwinnen van medisch advies.

Waarom zegt mevrouw Alberts dan dat er nu geen medisch advies is? Mevrouw ALBERTS antwoordt dat je in de expertgroep moet zitten, en niet erbuiten. Binnen de groep maakt iemand onderdeel uit van de besluitvorming op weg naar het advies. Van buiten de groep kan geen invloed worden uitgeoefend op wat binnen de groep is besproken. Er kan dan alleen een commentaar worden gegeven. Mevrouw NADIF is het daarmee niet eens. Het lijkt haar goed het commentaar inhoudelijk te behandelen en niet los van de adviezen. De heer BURGERS merkt op dat er veel onrust is over windmolens in het

41

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

algemeen en over gezondheidsnormen in het bijzonder. Er is inderdaad een medicus uit de expertgroep gestapt. Hij werd niet gehoord. Hoe kan het college ervoor zorgen dat de gezondheidsklachten die leven serieus worden genomen? Hoe zorg je ervoor dat de zorgen van mensen serieus worden genomen? Het ministerie van EZK heeft een onderzoek ingesteld naar afstandsnormen voor windmolens. Zou men de uitkomsten van dat onderzoek niet beter kunnen afwachten, zodat duidelijk is welke landelijke normen gelden in Nederland? Je weet dan ook welke landelijke afstandsnormen er moeten gelden in Amsterdam. Mevrouw HEINHUIS vraagt of de heer Burgers het advies van de gezondheidsgroep heeft gelezen, waarin men ook nadrukkelijk ingaat op de vraag rond afstandsnormen. De heer BURGERS heeft het advies gelezen. Kennelijk kan er over afstandsnormen heel verschillend worden gedacht. Belangrijk is dat ze op objectieve en wetenschappelijke normen worden vastgesteld. In het buitenland gelden afstandsnormen van 1000-1500 m. Mevrouw HEINHUIS vraagt hoe de heer Burgers het advies van de experts beoordeelt. De heer BURGERS heeft begrepen dat de heer Bijl uit de expertcommissie is gestapt. Hij is een medicus. In de expertgroep zit nu geen medicus meer. Het is belangrijk dat er een medicus in de expertgroep zit om tot een objectief en wetenschappelijk advies te komen.

Mevrouw NADIF merkt op dat er gebruik is gemaakt van onafhankelijk medisch advies om nog eens goed te kijken naar het rapport. Verder is er gebruik gemaakt van ‘de reviews van de internationale wetenschappelijke literatuur’. Wat zijn de precieze bezwaren van de VVD? Deze twee punten zijn immers al afgedekt? De heer BURGERS vindt het geen goede zaak als de medicus uit een expertgroep stapt. Deze man werd niet gehoord, wat nooit goed kan zijn. De heer HOFLAND vraagt zich af hoe de VVD haar eigen eerste vraag zelf zou beantwoorden. Hoe kunnen de zorgen goed geadresseerd worden? Wat vindt de VVD dat er moet gebeuren met het gezondheidsadvies? De heer BURGERS herhaalt dat uit de expertgroep de medicus is gestapt. Deze medicus werd niet gehoord. Dat kan nooit een goed teken zijn. Daarom denkt hij niet dat er een goed advies is gegeven. De heer HOFLAND vraagt op welke inhoudelijke grond de heer Burgers concludeert dat het geen goed advies is. De heer BURGERS antwoordt nogmaals dat het niet goed is dat een medicus uit de expertgroep is gestapt en niet gehoord is. Dat kan nooit een goed teken zijn. Gezien de bestaande onrust rond windmolens en de afstandsnormen kan dat nooit de bedoeling zij van het college.

Mevrouw NADIF wijst erop dat na het vertrek van de heer Bijl een arts, epidemioloog, hoogleraar huisartsengeneeskunde, oud-voorzitter van de Gezondheidsraad en van de WRR gevraagd is om advies te geven. Zij vraagt of de VVD dat betrouwbaar vindt. Zij wil dat het in de komende vier jaar, als het over energietransitie en windmolens gaat, over de inhoud gaat en niet over onderbuikgevoelens. De heer BURGERS is dat met mevrouw Nadif eens. Het moet gaan over de inhoud. Toch is er een gerenommeerde medicus uit de expertgroep Gezondheid gestapt.

42

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

Hij is niet gehoord. Dat is kwalijk en zorgelijk en je kunt dat geen onderbuikgevoelens noemen. Hij denkt ook mee met de mensen op IJburg en anderen die zich zorgen maken over afstandsnormen en windmolens. De heer BOOMSMA merkt op dat het advies van de experts ook gaat over ernstige hinder en overlast. Hij vraagt een reflectie van de wethouder op dit proces. Hoe vindt zij het dat mensen hun vertrouwen hebben opgezegd? Hij vraagt het college om een poging te doen de zorgen te adresseren en in gesprek te gaan om eruit te komen. Wethouder VAN DOORNINCK betreurt het dat de heer Bijl uit de groep is gestapt. Zij heeft niet begrepen dat de heer Bijl niet gehoord werd. De discussie ging erover of een minderheidsstandpunt mogelijk was, of dat je tot consensus moest komen. Daarover ging het conflict, niet over het niet gehoord worden. De heer Bijl heeft bovendien lange tijd wél in de expertgroep gezeten. Hij heeft zijn input geleverd. Toen hij opstapte was het advies al zo goed als klaar. Er ligt een gedegen advies over de gezondheidseffecten. Bij een volgende bespreking in de raad kan er dieper op ingegaan worden. Zij vindt het zorgelijk om net na het verschijnen van het advies al kwalificaties te geven. Het rapport is door heel gerenommeerde mensen geschreven.

De mensen van de klankbordgroep hadden ongetwijfeld graag gezien dat de heer Bijl gebleven was, maar dat maakt het advies niet van mindere kwaliteit. Ook niet, omdat er door de heer Knottnerus nog advies op uitgebracht is. Het was een slimme manier van de heer Koeman om te zorgen dat er nog advies van een medicus aan toegevoegd kon worden. Heel vaak wordt om heel snelle effecten gevraagd, terwijl je die pas weet wanneer je het onderzoek doet. Daarom wordt er een PlanMER gedaan en komen er in een later stadium ook project-MER’s. Het gevraagde onderzoek geeft heel veel informatie over wat in de PlanMER meegenomen kan worden. Maar zonder die onderzoeken kan je niet precies zeggen wat het effect is. Het advies gaat helpen bij het opzetten van het onderzoek. Het gaat erom de effecten per gebied in kaart te krijgen. Zij antwoordt de heer Burgers dat over het afwachten van de afstandsnormen al eerder gesproken is in de raad. Vanuit EZK is nog geen duidelijkheid gekomen over het tijdstip waarop die afstandsnormen verwacht mogen worden. Het college heeft van de raad opdracht gekregen om op zoek te gaan naar locaties voor windmolens en de wetgeving geeft de mogelijkheid om te komen tot onderbouwde eigen normen. Daaraan zal in de PlanMER en in het besluit gewerkt worden.

Zij antwoordt de heer Boomsma dat volgende keer gesproken wordt over de adviezen van de expertgroep, wat haar een goed moment lijkt voor een uitgebreide reflectie. Er gebeurt heel erg veel. Er zijn mensen die uit de klankbordgroep zijn gestapt, en toch meedoen aan een advies vanuit de klankbordgroep. Dit debat wordt duidelijk met emoties gevoerd. Mensen stappen misschien uit de klankbordgroep, maar beseffen daarna dat zij toch onderdeel willen zijn van het lopende traject. Zij wil met de stedelijke klankbordgroep verder gaan praten over de wijze waarop de rest van het proces ingezet wordt. Zij weet niet of het daarmee minder turbulent wordt. Dit roept overal in het land veel emoties op. Het is zaak er goed naar te luisteren. Het is ook goed om vast te blijven houden aan expertgroepen die met goede adviezen komen. Tweede termijn Mevrouw ALBERTS vroeg een duiding van het signaal dat er mensen zijn opgestapt. Een dergelijke duiding hoorde ze niet in de beantwoording van de wethouder. Graag had zij een reactie gehad van D66, als mede-indiener van de motie waarin gevraagd werd om een dergelijk onderzoek. Zij dacht dat de raad altijd rekening houdt met minderheidsstandpunten, maar dus niet in dit geval, want er is geen minderheidsstandpunt. De heer Bijl heeft enorm moeten pleiten om zijn aandeel in de gesprekken in de notulen te krijgen. Dat gebeurde niet.

Hij heeft daarop meerdere malen aangedrongen, en toen was de maat vol en stapte hij op. Mevrouw NADIF vindt het belangrijk om het over de inhoud te hebben. In het stuk

43

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

wordt duidelijk uitgelegd wat ermee is gedaan met de signalen, hoe men ermee is omgegaan en hoe dat is ondervangen. Dat hoort zij niet van de SP. Mevrouw ALBERTS wil nu niet op de inhoud van het advies ingaan. Zij heeft gevraagd om een reactie op het signaal dat er mensen zijn die zeggen dat het meepraten niet echt lukt. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat zij het signaal wel heeft geduid. Het signaal van de mensen uit de klankbordgroep die opstapten was dat zij dat deden uit teleurstelling om het opstappen van de heer Bijl. De heer Bijl kreeg alle ruimte om zijn minderheidsstandpunt in te nemen, juist omdat men wilde dat het geluid gehoord zou worden. De heer Bijl heeft daar niet voor gekozen. De notulen van de expertgroep worden binnenkort openbaar gemaakt. Dan wordt duidelijk hoe het eraan toe gegaan is. Volgende keer heeft zij het graag over de inhoud. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Sociale Zaken 23. Kennisnemen van de reactie op moties over behoud van de middenklasse in Amsterdam (ZD2022-003577) De heer KREUGER merkt op dat middengroepen, met name gezinnen, de stad verlaten. Iedereen zal het erover eens zijn dat het onwenselijk is als deze stad er alleen voor arm en rijk is. De middengroepen zijn echt nodig en er moet voor ze gebouwd worden. Hij hoopt dat D66 hierover stevig wil onderhandelen in de coalitiebesprekingen.

De 40% is al vijf jaar onderdeel van het beleid om middeldure huurwoningen te bouwen. Pas het afgelopen jaar werd het voorgenomen percentage min of meer gehaald. De jaren daarvoor bleek het schommelen rond 20%. Hij vraagt of het nog gaat gebeuren. In de reactie op middeldure koopwoningen leest hij dat er veel beren op de weg worden gezien door het college. Betekent dat dat men het niet gaat doen? Of gaat men er toch voor? Mevrouw BENTOUMYA begrijpt uit de notitie dat de middengroepen niet eenduidig gedefinieerd kunnen worden. Ze bestaan uit vele subgroepen. Gelukkig wordt er ook stilgestaan bij de lagere inkomens. ‘Middengroep’ is geen statisch begrip. Het kan dat iemand samenwoont en tot de middengroep behoort, en na beëindiging van de relatie behoort tot de lage inkomens. GroenLinks wil ervoor waken dat de lage- en middengroepen tegenover elkaar geplaatst worden. Het is goed je in te zetten voor de middengroepen, maar dat mag niet ten koste van de lage inkomens gaan. Amsterdam moet niet alleen voor de hoge inkomens zijn. Het moet een stad zijn voor iedereen. De heer BOOMSMA leest in reactie op zijn motie dat voor het opstellen van beleid gericht op behoud van gezinnen in de stad, een verdiepende analyse nodig is. Hij wil graag dat die verdiepende analyse wordt gemaakt.

Wethouder WEDEMEIJER antwoordt de heer Kreuger dat bijna alle projecten voor de toekomst op 40-40-20 zijn ingericht. De raad kan dus aan de hand van de planvoorraad, ook de middeldure voorraad, controleren wat er gaat gebeuren op het gebied van middelduur. Als daarbij gekeken wordt naar het slagingspercentage krijg je een beeld. Wil je middengroepen in Amsterdam houden, zul je op langere termijn middeldure woonlasten moeten hebben. Dat kan volgens het college alleen door, liefst eeuwige, middeldure huur. Alle andere concepten, zoals over middeldure koopwoningen, hebben als nadeel dat het verderop omklapt in dure koop. Dat probleem is momenteel niet op te lossen. De heer VON GERHARDT vond het opvallend in de planvoorraad 2022-2024 dat

44

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

18.000 woningen sociale huur zijn, 13.000 woningen middeldure huur, en 14.000 woningen dure huur en koop. Daar zie je dus niet de 40-40-20 terug. Het middensegment blijkt eigenlijk achter te blijven op de andere twee segmenten. Hoe duidt de wethouder dat? Wethouder WEDEMEIJER erkent dat nog gewerkt moet worden aan de planvoorraad sociaal en middelduur. Aan de projecten die hij voorbij ziet komen, zie je de 40-40-20 wel degelijk terugkomen. Hij komt schriftelijk terug op de door de heer Boomsma gewenste verdiepende analyse. Die zal wel ambtelijke capaciteit kosten, met de vraag wat het oplevert. De heer KREUGER vraagt in dat verdiepende onderzoek ook onderwijs en mobiliteit, domeinen die in de motie genoemd werden, te betrekken. Een auto zal ook voor veel gezinnen onmisbaar zijn. Wethouder WEDEMEIJER zegt toe dat hij zal bekijken of dat mogelijk is. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Zij schorst de vergadering van 15.35-15.40 uur. Mevrouw Nanninga neemt het voorzitterschap over van mevrouw Van Pijpen. Handhaving en Toezicht 26. Bespreken van een raadsinformatiebrief over de afronding van het Masterplan Handhaving en Reiniging (ZD2021-017017) De heer BOOMSMA merkt op dat de gemeente steeds meer datagestuurd te willen werken, ook in relatie tot het legen van containers. Hij vraagt welke data er voor die containers zijn, en welke niet.

Er wordt gewerkt aan een nieuw monitoringssysteem waarin ook ‘beleving’ wordt meegenomen. Wat is de planning daarvoor? Hij ziet graag een projectvoorstel. En hoe zorgt men dat het voldoende aansluit bij de landelijke systematiek, bijvoorbeeld van CROW? Mevrouw VAN PIJPEN ziet voorlopig geen reden om achterover te gaan leunen, zeker als het gaat over afvaloverlast. Sommige zaken kunnen niet goed beoordeeld worden in verband met de coronacrisis. Daarom is het belangrijk om continue te blijven leren en verbeteren. Er is bij Afval en Grondstoffen gebleken dat dataverzameling en datagestuurd werken niet goed werken. Dat is ook tijdelijk teruggedraaid. Zij vraagt in hoeverre het positieve verhaal terecht is. De heer VON GERHARDT leest dat de perceptie van bewoners negatiever kan zijn. Wat gaat de wethouder doen om die perceptie te veranderen? De cijfers van NieuwWest zijn aanleiding geweest om de inzet onder de loep te nemen, en nieuwe afspraken te maken. Hij vraagt wat die afspraken inhouden. Wat gaat er concreet gebeuren om de cijfers in Nieuw-West te verbeteren? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt de heer Boomsma dat het bekend is waar de containers staan. Ook de schades zijn bekend, net zoals het onderhoud, de soorten containers, de loopafstanden tot de containers, de meldingen over de containers als ze vol zijn.

In sommige containers zitten sensoren die aangeven wat de vullingsgraad is. Er is dus veel bekend over de containers. De vraag is het mogelijk is deze gegeven te gebruiken om consumenten, inwoners van Amsterdam, zover te krijgen dat ze naar een andere container gaan als de container vol is. Dit blijkt onmogelijk; het is een veel te grote stap vooruit. Hij antwoordt mevrouw Van Pijpen dat elke zes weken 150 locaties per stadsdeel

45

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

geselecteerd worden. Die worden dan geschouwd in het kader van de aanpak bijplaatsingen. De 5500 containerlocaties komen op die manier allemaal wel een keer voorbij. Er worden dan gegevens van opgenomen. Aan de hand daarvan wordt de inzet bepaald. Er komen steeds meer gegevens. Bij het dynamisch inzamelen ging het mis bij de weeggegevens. Die bleken om allerlei redenen onvoldoende betrouwbaar om de routes erop af te stemmen. Bovendien werd de lokale kennis van de chauffeurs niet meegenomen. Er kwamen daarom voor de chauffeurs heel onlogische routes. Hij antwoordt de heer Boomsma verder dat het monitoringssysteem waarover die het had terug te vinden is op de website beeldschoon.amsterdam.nl. Daarin staat wat bij de gemeente bekend is over de ondergrondse afvalcontainers en schoonheidsgraden. Dit monitoringsysteem wordt stap voor stap verder ontwikkeld. De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele momenten. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt de heer Von Gerhardt dat de perspectieven redelijk ver uit elkaar liggen. De B-norm, zoals vaak geconstateerd wordt, is niet ‘schoon’. In het gemiddelde zitten ook vieze gedeeltes. Het klopt wat de bewoners erover zeggen. Het is duidelijk dat er veel plekken in Amsterdam zijn bij ondergrondse afvalcontainers en plekken voor grofvuil waar het niet naar behoren gaat. Er wordt heel hard gewerkt in Nieuw-West om het juiste niveau te bereiken.

Men is bij het team in Nieuw-West bijzonder gemotiveerd om straten schoon te krijgen. Helaas zal het jaren kosten voor dit opgelost wordt. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is. Openbare Ruimte en Groen 27. Raadsadres Directe maatregelen tegen loodverontreiniging van het Oosterpark (ZD2022-002445) De heer BOOMSMA merkt op dat lood voor jonge kinderen schadelijker is dan eerst werd aangenomen. Het gaat om het voorkomen van contact tussen kinderen en grond. Bij het pierenbadje ging men nog uit van een waarden van 110 mg. Zou men dat gehalte niet moeten verlagen, ook al is het misschien soms begroeid met gras? TKN-102 gaat ook over loodverontreiniging. Er staat dat de tuinen van particuliere eigenaren vaker loodverontreiniging te zien geven dan openbare plekken. Heeft men daar nu goed zicht op? Mevrouw BAKKER wijst erop dat dit probleem al jaren speelt. Lood in de grond is op veel plekken in de stad een probleem. In 2019 gingen de alarmbellen af en heeft haar fractie twee keer schriftelijke vragen ingediend. Later kwam stichting Herstel Oosterpark met een zwartboek. Iedere keer reageerde het college met een onderbouwing, de GGD werd geraadpleegd en er kwamen onderzoeken. Toch blijft de stichting Herstel Oosterpark steeds met claims komen. De situatie zou gevaarlijk zijn; kinderen konden cognitieve achterstanden oplopen.

Er is nu weer een brief gekomen van het college. Het is weer een onderbouwing met als conclusie dat er geen gevaar is. Zij hoopt dat de onrust bij ouders nu is weggenomen. Wethouder WEDEMEIJER merkt op dat het college van mening is dat bij het pierenbadje voldoende bedekking is om te voorkomen dat de kinderen in contact komen met het lood. Het lood is pas gevaarlijk als kinderen het binnenkrijgen. Het plaatselijk gebruik van het pierenbadje geeft geen reden om aan te nemen dat er acuut gevaar is die een sanering rechtvaardigt. De normwaarde ter plaatse is net boven de 100. De normoverschrijding is niet van dien aard dat een sanering gerechtvaardigd is. De vraag over kinderen in tuinen moet hij doorspelen naar wethouder Van Doorninck. Hijzelf heeft er momenteel geen zicht op. Hij antwoordt mevrouw Bakker dat de onrust met deze brief hopelijk is

46

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

weggenomen. Het gaat om het gebruik van de kinderen in de speelweide. Het klopt dat de loodwaardes boven de norm liggen, maar de modellen gaan ervan uit dat kinderen heel veel zand binnen moeten krijgen voordat gevaar ontstaat. Gezien het gebruik, namelijk een speelweide, bestaat er geen gevaar voor kinderen. Tweede termijn De heer BOOMSMA merkt op dat er ook kale plekken kunnen ontstaan op andere plekken in het park, naast het pierenbadje, waar de concentratie nog veel hoger is. Op een kale plek komen mensen vaak terug, want die plekken blijven ook vaak kaal. Het lijkt dus verstandig het op zijn minst goed in de gaten te blijven houden. Wethouder WEDEMEIJER snapt de zorg van de heer Boomsma over de kale plekken. Een enkele keer zullen daar ook kinderen spelen, maar daarmee worden de gevaarlijke hoeveelheden zand die ze binnen moeten krijgen bij lange na niet gehaald. Hij zegt toe nog eens te zullen kijken of de kale plekken verbeterd kunnen worden. Toch kan het niet anders dan dat door het gebruik er kale plekken ontstaan, die dan weer gerepareerd worden. Als kinderen in gevaar zijn, zal het college optreden. Dat is ook gebeurd bij de kinderspeelplaatsen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is. 28. Raadsadres Stadhouderspark voor Amsterdam (ZD2022-002448) Mevrouw BAKKER ziet hier een visionair, fantastisch plan om de Stadhouderskade te vergroenen.

Het wordt een groene strook, een soort park, met ook minder auto’s. De initiatiefnemer heeft vanochtend ingesproken, en haar fractie is even enthousiast als hij is. Het sluit mooi aan bij de wens om de stad rigoureus te vergroenen. Het is duidelijk dat er momenteel niet veel geld is. Zij vraagt haar collega’s die bezig zijn met de coalitieonderhandelingen om te kiezen voor de optie van het rigoureus vergroenen. Dan kan dit prachtige plan daar onderdeel van uitmaken. Zij vraagt hoe het college naar dit plan kijkt. Wat is de status ervan? Kan al iets in gang worden gezet, bijvoorbeeld een stappenplan? Is het een idee om, zoals de inspreker voorstelde, met het verleggen van een witte lijn van start te gaan? Mevrouw VAN PIJPEN vraagt het college welke stappen gedaan kunnen worden om een deel van de kades te vergroenen. Het invoeren van 30 km-zones biedt nieuwe perspectieven voor vergroening. Kan er niet een soort stappenplan gemaakt worden, met gebieden waar de eerste kansen liggen? Wethouder WEDEMEIJER merkt op dat het een heel mooi plan is. Maar er is een probleem met geld. Er zijn heel veel tekorten voor het onderhoud van het groen. Hij kan niet toezeggen dat er een stappenplan komt, ook omdat verkeerstechnisch de plannen ingrijpende gevolgen hebben voor de binnenstad. Hij denkt aan de circulariteit. Hij laat dit over aan de toekomstige coalitie.

Tweede termijn Mevrouw VAN PIJPEN wijst erop dat het ook kan gaan over plekken die nu gebruikt worden voor parkeren, waarbij het dus niet gaat over het autoverkeer. Daar ligt misschien ruimte voor herinrichting. Mevrouw BAKKER vraagt een reactie te geven op de suggestie van de witte lijn. Zij wil dit onderwerp graag in de raad bespreken zodat toch een stap gezet kan worden. Wethouder WEDEMEIJER ziet geen mogelijkheden om op dit moment dit soort stappen te zetten, zeker omdat er geen geld beschikbaar is. Als de raad een motie

47

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

aanneemt, zal het college die uiteraard uitvoeren. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is en geagendeerd wordt voor de raadsvergadering van 1 en 2 juni 2022. 29. Actualisatie van het Handboek Groen van de Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld (Puccinimethode) (ZD2022-000351) 30. Actualisatie van het Handboek Rood van de Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld (Puccinimethode) Mevrouw VAN PIJPEN ziet wat betreft het groen een verbreding van de mogelijkheden langs de grachten. Opvallend is dat planten niet in open grond kunnen, maar wel in een bak. Waarom niet in de open grond? Wat betreft het Handboek Rood zijn er in verband met de 30 km in Amsterdam wensen die wellicht anders zullen uitkomen dan nu het geval is. Er zal een evaluatie plaatsvinden en een herziening. Dat vindt haar fractie allemaal erg lang duren. Zij vraagt of dit in het kader van de 30 km-zones versneld kan worden. De heer BOOMSMA vindt het zonde dat men in Handboek Rood geen klinkers meer wil gebruiken in trottoirs van zone B, dus ook niet in de negentiende-eeuwse ring. Hij vindt dat zonde. Hij vraagt bij voor te leggen plannen een financieel overzicht van de kosten om dat toch wel te doen. Mevrouw ROODERKERK vindt het heel belangrijk dat er meer ruimte komt voor groen. Er komt volgens Handboek Groen echter minder ruimte voor plantvakken.

Welke afweging is daarbij gemaakt? Zij denkt aan innovatieve manieren om nieuwe vormen van groen aan te leggen. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt mevrouw Van Pijpen dat plantvakken niet worden toegepast op kades. Losstaande planten- of bloembakken zijn alleen toegestaan als bewoners of ondernemers ze zelf beheren. Op kades mogen planten- of bloembakken wel, omdat een losstaande bak in tegenstelling tot een plantvak geen integraal onderdeel is van het ruimtelijk ontwerp. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt waarom je het niet mogelijk zou kunnen maken dat bij de opheffing van een parkeerplaats er een plantvak komt. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat hij daarop nog terug zal komen. Hij begrijpt de wens om het Handboek Rood eerder te evalueren. Er is echter geen ambtelijke capaciteit om het hele besluitvormingstraject op een eerder moment te doen. Hij kan het dus niet beloven. In projecten waar dat speelt, zal de 30 km ingevoerd worden, maar het is dus niet mogelijk om het hele systeem naar voren te trekken. Hij vraagt de heer Boomsma zijn verzoek om een financieel overzicht te specificeren. De heer BOOMSMA antwoordt dat de aanpassing plaatsvindt uit kostenoverwegingen. Hijzelf vindt dat de schoonheid leidend moet zijn.

Als er herinrichtingen komen waarbij volgens Puccini wordt gewerkt, wil hij als raadslid weten wat het kost om terug te keren naar de klinkers, bijvoorbeeld in de negentiende-eeuwse ring. Wethouder WEDEMEIJER doet de suggestie om het nieuwe college daarover kritisch te gaan bevragen. Hijzelf kan geen toezegging doen. De VOORZITTER concludeert dat de agendapunten voldoende behandeld zijn.

48

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

31. Afdoening toezegging: ‘informatiebrief houtbank in een vergelijking met Rotterdams model’, uit de commissievergadering van 29 september 2021 (ZD2022003919) Mevrouw VAN PIJPEN vraagt waarom er niet een compleet plan ligt met garanties voor de circulariteit van de bomen, en waarin ook de doelstelling van de veiling duidelijk is vastgelegd, inclusief de risico’s. Het is vergeleken met Rotterdam, maar daar is de situatie echt onvergelijkbaar. De bomen worden daar in eerste instantie door de aannemers meegenomen, zodat er maar een kleine rest geveild kan worden. In Amsterdam is het de bedoeling dat alle bomen naar de veiling gaan. Zij wil daar een garantie op hebben. Er moet met aannemers worden vastgelegd in de contracten dat de bomen ook echt naar die veiling gaan. Worden die afspraken gemaakt en wordt er op gecontroleerd? Hoe leg je vast dat de Amsterdamse bomen ook in Amsterdam blijven? Blijft het zo dat de kleine Amsterdamse verwerkende bedrijven daarvoor worden uitgenodigd? Is juridisch geregeld dat alleen zij mee kunnen doen aan de veiling? Wethouder WEDEMEIJER legt uit dat het college circulair hergebruik op locatie wil, dus het liefst dat het hout ter plekke wordt verwerkt. Als dat niet lukt, dan het liefst in het gebied. Stammen van meer dan 30 cm doorsnede gaan naar de houtopslag aan de Nieuwe Meerlaan.

Er is twee keer per jaar een veiling, maar tussentijds kunnen gemeentelijk projecten stammen afnemen en de houtzagerij van het Amsterdamse Bos kan ook voor intern gebruik stammen verwerken voor materiaal in de openbare ruimte, zoals bij beschoeiing, hekwerk of bank. Er zijn plannen. Er is een aanpak houtopslag en veiling Amsterdam van april 2021, een oprichtingsplan houtveiling van juni 2021 en operationele zaken die zijn vastgelegd in het protocol Spelregels houtveiling. Er is daarnaast een website met aanmeldformulieren. In principe is het de bedoeling dat de bomen worden geveild. Daaraan kunnen alle bedrijven binnen de MRA aan meedoen. Dat gebeurt ook op dit moment. Alle afspraken zijn vastgelegd in het houtprotocol en voor de deelopdrachten binnen de stad spelen raamovereenkomsten via het centraal contractmanagementsysteem waarin opdracht wordt gegeven om stammen af te voeren naar het Amsterdamse Bos. Op de stamopslaglocatie worden de stammen gecontroleerd op het boom-ID. De afleverende aannemer krijgt een afleverbewijs om aan het project te tonen voor acceptatie van de deelopdracht. Het Amsterdamse Bos zal de afleverlijsten periodiek delen met de opdrachtgevers, zodat die kunnen toetsten of hun stammen zijn afgeleverd. Na de veiling zijn er bedrijven binnen de MRA die het hout verwerken. Het is mogelijk dat er producten worden verkocht aan mensen van buiten de MRA.

De inzet van het college is om zoveel mogelijk circulair te werken en zo min mogelijk te slepen met bomen of andere restproducten. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt of er afspraken zijn gemaakt met de aannemers. Die hebben met de recente storm alle bomen meegenomen. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat er inderdaad onderaannemers zijn die contractueel verplicht zijn om de bomen bij het Amsterdamse Bos af te leveren. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. Zij schorst de vergadering van 16.17-16.22 uur. Mevrouw Van Pijpen neemt het voorzitterschap over van mevrouw Nanninga. Bouwen en Wonen 32. Kennisnemen van de woningbouwcijfers 2021 (ZD2022-000658)

49

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

Mevrouw AHMADI ziet in de cijfers dat het bijbouwen van sociale huur behoorlijk tekortschiet, als gekeken wordt naar de uitstroom en vraag van sociale huur in de afgelopen jaren. Zij vindt het schrijnend dat het aanbod in de duurste sector wél groeit. Zij hoopt dat het nooit winstgevend zal zijn om kwetsbaarsten in de samenleving te huisvesten. Kwetsbare mensen zijn geen verdienmodel, maar het slachtoffer van de ongelijkheid die de verdienmodellen creëren. De regie is tot nu toe grotendeels gevoerd door corporaties en investeerders stellen veel eisen aan de bouw van sociale huur. Zij eisen daartegenover als tegemoetkoming dure huur. De verhuurderheffing wordt nu afgeschaft. Denkt de wethouder dat er een verschil gemaakt kan worden door het inzetten op het maximaliseren van de bouw van sociale huur? Zij denkt minimaal aan het toepassen van de 40-40-20 en aan het realiseren van eeuwigdurende middenhuur. Woningen die disproportioneel naar de dure sector gaan, die veel Amsterdammers niet kunnen betalen en waarvoor weinig ruimte is, kunnen misschien opgevangen worden door de nieuwe maatregel, dat een lagere huur bij dure huurwoningen afgedwongen kan worden. Denkt de wethouder dat deze maatregel op grote schaal ingezet kan worden? Is dat te voorzien in de komende jaren? Zij doelt dus op een verplichting om de huur van ongebruikte huurwoningen te verlagen als ze te lang leegstaan.

Wethouder WEDEMEIJER is het eens dat er niet genoeg sociaal is gebouwd. De 40-40-20 is een compromis, waarbij de 20 nodig is om dingen te betalen, ook de socialeen middenhuur. Op sociale huur wordt geen geld verdiend en op middenhuur maar weinig. Er worden andere grondprijzen berekend bij sociale- en middenhuur. Ook hij maakt zich zorgen om de toekomst. Het gaat om transformatiegebieden waar ook de woningbouwverenigingen meer zullen moeten gaan bouwen. Dat willen die ook. Het wordt een hele opgave om de planvoorraden voor sociale woningbouw op peil te houden. Dit college heeft er alles aan gedaan om dat zoveel mogelijk te doen, maar inderdaad moet het meer worden. Het college is afhankelijk van bouwkosten en investeerders die hun geld erin willen steken. Dit college heeft daar volop tegen gevochten. Het heeft de vermindering van het aantal sociale huurwoningen tot staan weten te brengen. Hij verwacht over het afgelopen jaar zelfs een lichte stijging. Er is een proces in gang gezet dat 1 september moet eindigen, waarbij voor leegstaande woningen een marktconforme prijs kan worden afgedwongen. Het is van groot belang dat dit mogelijk wordt. Mevrouw AHMADI merkt op dat het opkopen van sociale huurwoningen die in de verkoop gaan ook een behoorlijke investering vergt.

Is het niet beter om bij te springen, en corporaties en investeerders te stimuleren om de sociale sector te vergroten? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat het onderzoek opgeleverd zal worden. De volgende stap moet het volgende college gaan zetten, want er moet geld worden vrijgemaakt om woningen op te gaan kopen, als men dat al wil. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. 33. Kennisnemen van de verdeling 1800 woningen voor het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen in 2022, meerjarenprognose woningen voor kwetsbare groepen en de reactie richting de provincie aangaande het plan van aanpak taakstelling statushouders (ZD2022-003763) Mevrouw HEINHUIS merkt op dat dit een pijnlijke rapportage is. Het wordt duidelijk dat er in 2030 een tekort zal zijn van 10.000 woningen voor kwetsbare groepen. Die tekorten zijn vooral te zien bij statushouders, mensen die uitstromen bij MO en BW, en sociaal-medisch urgente mensen. De groep economisch daklozen is nog niet eens meegenomen in deze rapportage. Het is schrijnend dat Amsterdam zo weinig extra kan

50

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

doen voor deze grote groep kwetsbare mensen. Het is belangrijk er steeds aandacht voor te houden. Zij vraagt hoe de spreiding van kwetsbare groepen is over de stad. Zijn er corporaties die wel, of juist niet voor voldoende huisvesting voor deze groepen zorgen? Het college heeft opdracht gegeven een plan te ontwikkelen waarin ook deze kant van de wooncrisis wordt belicht. Wanneer mag dat plan verwacht worden? Ten slotte vraagt zij hoe de lobby bij het Rijk verloopt? Zijn er landelijke oplossingen voor deze problematiek in zicht? De heer VAN DER VEEN vindt het een helder rapport met een grote opgave. De werkelijkheid zal waarschijnlijk een stuk schraler uitvallen dan de prognose, als je bedenkt dat de groep economisch daklozen nog niet is meegenomen. Terecht stelt het college dat Amsterdam hierbij het Rijk en de MRA nodig zal hebben. Hij sluit zich aan bij de vragen van mevrouw Heinhuis. Hij leest in de brief van het college aan de provincie over een uitnodiging om samen met het Rijk in gesprek te gaan, ook om de sturing op dit dossier te bespreken. Hij vraagt wat de uitkomst van dat gesprek is geweest. Of wanneer is het gesprek? Zijn fractie ziet uit naar het alomvattende plan waaraan wordt gewerkt. Zijn verzoek is om daarbij behalve ervaringsdeskundigen, ook deskundigen zoals Cody Hochstenbach te betrekken.

De heer VELDHUYZEN concludeert dat 1800 sociale huurwoningen voor urgenten niet genoeg is. Amsterdammers in kwetsbare posities zouden niet van urgentie uitgesloten hoeven te worden, wat helaas wel het effect is van eerdere beleidskeuzes. In de afgelopen vier jaar heeft het college behoorlijk ingezet op de woningmarkt en te weinig op huisvesting. Die 40% huisvesting is niet eens gehaald; er zijn veel meer dure huurwoningen gebouwd dan was afgesproken. Er had veel meer sociale huur gebouwd moeten worden. Verder zijn er veel te weinig leegstaande kantoorpanden getransformeerd naar betaalbare, duurzame en veilige woningen. Hij heeft de indruk dat het woonprotest heeft geholpen bij het bestrijden van de leegstand. Zijn fractie wil mogelijkheden onderzoeken om panden van huisjesmelkers, Blackstone en Russische oligarchen te onteigenen. De sociale huur van corporaties die worden verkocht, moeten opgekocht worden voor kwetsbare groepen. De gemeente moet er snel voor zorgen dan kwetsbare Amsterdammers niet dakloos worden. Het college heeft wat dat betreft wel wat goed te maken. Het kan op de huidige manier niet verder. Er is een wachtlijst van 174 mensen voor wonen zonder begeleiding, met name sociale en medische urgentie. Wonen met begeleiding heeft een wachtlijst van ongeveer 1000 mensen. Statushouders: een wachtlijst van 219 mensen. Iedereen heeft recht op onderdak.

Mensen die geen onderdak hebben, zouden urgentie moeten kunnen krijgen, ook als ze tot ‘zelfredzaam’ zijn bestempeld. Hoe kan het dat in de hoofdstad van een van de rijkste landen op aarde, de meest kwetsbaren geen woning kunnen krijgen? ‘Housing first’ zou het leidende principe moeten zijn. Er zijn 28.000 woningen tekort voor kwetsbare groepen in 2030. Hij hoopt dat men daarmee rekening houdt bij de coalitieonderhandelingen. De heer ASLAMI vindt de situatie wat betreft de huisvesting van kwetsbare groepen zeer schrijnend. Die kwetsbare groepen worden disproportioneel getroffen door het tekort aan woonruimte. Het ligt voor de hand dat het aanbod woningen vergroot moet worden. Met prefab-woningen kunnen echt stappen worden gemaakt. Die hoeven niet na 10-15 jaar gesloopt te worden. De woningcorporaties en het Rijk zijn er klaar voor. Is de wethouder er ook klaar voor? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat de corporaties een compliment verdienen. Er waren 1800 woningen afgesproken en ze hebben er meer dan 2000 toegedeeld. Nog is het niet genoeg. Er zullen door het volgende college grote stappen moeten worden genomen. Dat moet samen met het Rijk en integraal gebeuren, wellicht met als toezichthouder de provincie. Zorgelijk is de noodzaak te kiezen tussen statushouders, mensen uit de MO en

51

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

urgenten. Die keuze wil je niet maken, maar toch moet er een verdeling gemaakt worden. Hij is het niet eens met de BIJ1-fractie dat er geen stappen zijn gezet. Dit college heeft veel sociale huurwoningen bij laten bouwen, ook al is het inderdaad niet goed genoeg. Men zal veel meer sociaal moeten gaan bouwen. Toch is het niet eenvoudig. Die woningen moeten ergens geplaatst worden en transformatiegebieden moeten worden aangezet. Hijzelf is nog niet klaar voor het idee van prefab-woningen, zoals de D66-fractie voorstelt, maar misschien dwingt de nood tot dergelijke opties. De woningen moeten wel tegen de elementen bestand zijn en veilig zijn. Er zijn niet veel gronden voor tijdelijke woningen. Hij antwoordt mevrouw Heinhuis dat er halverwege dit jaar een nieuwe rapportage zal verschijnen over spreiding en toewijzing aan kwetsbare groepen. Het is waar dat het ongelijk verdeeld is in de stad, als je kijkt naar de voorraad sociale huur en eenpersoonshuishoudens. Er zijn geen gegevens over de verschillen per corporatie wat betreft plaatsing. Het is aan de corporaties onderling om samen te werken en de targets te behalen. En dat is helemaal gelukt. In het overleg met de corporaties bleken alle corporatiebestuurders ervan overtuigd te zijn dat dit moet worden gedaan. Zij hebben dat onderstreept met daden, door meer dan 200 extra plaatsingen te doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11466917/2