Conceptverslag RO 30-10-2025.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Raadscommissieverslag, 30 oktober 2025
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Donderdag 30 oktober van 19.30 uur tot 21.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 26 november 2025
Voorzitter: Plaatsvervangend voorzitters: Alberts en Taj Portefeuillehouders: wethouder Van Weyenberg Commissiegriffier: Nieuwenhuis Commissieondersteuner: Dutilh Verslaglegging: Draaijer (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Aboelkasem (DENK), Emmerik (Partij voor de Dieren), Keesman (PvdA), Lochtenberg (CDA), Noordman (Forum voor Democratie), Staartjes (VVD), Taşliyurt (D66) en Veenhoff (GroenLinks) Afwezige commissieleden (mk): Aslami (D66), Von Gerhardt (VVD), Konings (VOLT), Minderhoud (PvdA), Van Munster (GroenLinks), Van Pijpen (voorzitter) Overige aanwezigen: -
ALGEMEEN DEEL 1a Opening procedureel gedeelte Lid ALBERTS meldt als plaatsvervangend voorzitter, vanaf nu VOORZITTER genoemd, de afwezigheid van voorzitter Van Pijpen. De VOORZITTER stelt vast dat er sprake is van een quorum en heet iedereen van harte welkom op deze openbare raadscommissievergadering RO. 1b Mededelingen De VOORZITTER deelt mede dat er afzeggingen zijn ontvangen van de leden Konings, Van Munster, Von Gerhardt, Aslami, en Minderhoud. Wethouder VAN WEYENBERG herinnert de commissie eraan dat er wordt gewerkt aan een canonmatigingsregeling voor erfpachters, met de Algemene Bepalingen 2000. Deze regeling geldt voor erfpachters die hun woning op erfpacht verhuurden en waarvan de canon in 2021 en/of 2023 sterker is gestegen dan de maximaal toegestane huurverhoging. Vanaf november zullen ongeveer 13.000 erfpachters gefaseerd een brief ontvangen waarbij ze worden geïnformeerd over de mogelijkheid om, als ze hun woning in genoemde periode hebben verhuurd, via Mijn Amsterdam compensatie aan te vragen. Daarnaast zal er in het Parool een advertentie worden gezet om erfpachters op deze mogelijkheid te wijzen.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 30 oktober 2025
RO
Wethouder VAN WEIJENBERG meldt dat het lid Lochtenberg nog een aantal antwoorden tegoed heeft op vragen over erfpacht, en dat er wordt gewerkt aan het beantwoorden ervan. Dit kan een aantal weken in beslag nemen. Wethouder VAN WEIJENBERG deelt mede dat hij, in het kader van het inkorten van de toezeggingenlijst, de initiatiefvoorstellen TA 2025-001285 en TA 2025-001286 gaat voorleggen naar de pilotgeschillencommissie erfpacht. Hierin wordt bekeken of de termijn van zes weken voor bedenkingen passend is. Tot slot deelt wethouder VAN WEIJENBERG mede dat volgens het raadsbesluit van 10 november 2022 in het kader van het bindend adviesrecht Omgevingswet een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet een evaluatie plaats dient te vinden. Er zijn echter tussen 1 januari 2024 en juli 2025 geen aanvragen binnengekomen waarvoor het advies van de raad nodig was, en dat maakt een evaluatie volgens de wethouder weinig zinvol. Het college is voornemens de evaluatie nu samen te laten vallen met de evaluatie van de complete participatiehandreiking. Het lid STAARTJES vraagt of de wethouder denkt dat de categorieën waarbinnen de aanvragen moeten vallen om in aanmerking te komen voor behandeling van de raad wellicht wat te breed zijn opgesteld. Wethouder VAN WEIJENBERG denkt dat dat mogelijk is en dat het zinvol is dat ook de oorzaak van het niet binnenkomen van aanvragen wordt geëvalueerd.
Het lid LOCHTENBERG vraagt of de wethouder een concrete termijn kan noemen voor het beantwoorden van de vragen waaraan hij refereerde. Wethouder VAN WEIJENBERG antwoordt dat het een kwestie van weken is en dat er contact zal worden opgenomen met lid Lochtenberg als blijkt dat dat niet haalbaar is. Het lid VEENHOFF meldt het TKN-punt over de participatiehandreiking te hebben geagendeerd, maar de vraag ook nu te kunnen stellen nu de wethouder de participatiehandreiking al heeft genoemd. De VOORZITTER meent dat de beste plaats voor deze vraag het oorspronkelijke agendapunt is. 1c Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mede dat allereerst agendapunt 3, de tweede termijn van de begroting van de gemeente Amsterdam, wordt besproken. Het lid Alberts levert bij agendapunten 5 en 10 een inhoudelijke bijdrage. De voorzittersrol wordt voor deze punten overgenomen door het lid Taj. Vanwege het vroegtijdig vertrek van het lid Veenhoff uit de vergadering worden deze bespreekpunten meteen na agendapunt 3 behandeld. Voor agendapunt 4 zijn geen aanmeldingen en op voorstel van de voorzitter wordt dit punt gehamerd. Het punt wordt voor korte bespreking doorgestuurd naar de raad. Voor agendapunt 6 zijn geen aanmeldingen en op voorstel van de voorzitter wordt dit punt gehamerd. Voor agendapunt 8 zijn geen aanmeldingen en op voorstel van de voorzitter wordt dit punt gehamerd.
Op verzoek van het lid Veenhoff wordt agendapunt 9 doorgeschoven naar de commissievergadering van 26 november. De agenda wordt vastgesteld. 1d Conceptverslag van de openbare RO-vergadering van 24 september 2025 Het verslag van de openbare RO-vergadering d.d. 24 september 2025 wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e Actielijst en langetermijnagenda’s, per portefeuille 2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 30 oktober 2025
RO
Het lid TAJ brengt in herinnering dat er is afgesproken dat deze lijst zou worden opgeschoond. Het lid wijst erop dat er naast de recentere punten nog steeds items uit 2020 en 2021 op de lijst staan en verzoekt de wethouder nogmaals om naar deze lijst te kijken. Wethouder VAN WEYENBERG meldt dat eraan gewerkt wordt, maar dat niet te voorkomen valt dat sommige punten langer op deze lijst zullen blijven staan. In antwoord op een verzoek tot precisering van het lid LOCHTENBERG deelt de wethouder mede dat er vandaag een punt is afgedaan en dat er binnen twee weken een ander punt wordt afgedaan. 1f TKN-lijst Op verzoek van het lid Emmerik wordt tkn-stuk 1 geagendeerd voor de volgende vergadering. Op verzoek van het lid Van Munster wordt tkn-stuk 4 geagendeerd voor de volgende vergadering. Op verzoek van de leden Alberts, Lochtenberg en Veenhoff wordt tkn-stuk 6 geagendeerd voor de volgende vergadering. Op verzoek van het lid Veenhoff wordt tkn-stuk 7 geagendeerd voor de volgende vergadering. Op verzoek van het lid Emmerik wordt tkn-stuk 8 geagendeerd voor de volgende vergadering. 1g Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen. INHOUDELIJK DEEL 2a De VOORZITTER opent het inhoudelijk gedeelte van de vergadering en deelt mede dat vanaf nu de spreektijden gaan lopen. 2b Inspreekmoment publiek. Er hebben zich geen insprekers gemeld.
Wel zijn er twee schriftelijke bijdragen ingediend. Deze zijn online terug te vinden bij de stukken van agendapunten 2b en 10. 2c Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten te melden. 2d Rondvraag Het lid VEENHOFF vindt dat de participatiehandreiking erg laat geëvalueerd wordt. Het lid meldt dat er signalen zijn dat er onduidelijkheid is over de handreiking. Het lid begrijpt dat de handreiking belangrijk is en dat de evaluatie grondig moet gebeuren, maar vindt dat er binnen de organisatie al veel informatie over aanwezig is. Het lid vraagt aan de wethouder of het mogelijk is om een kleine tussentijdse evaluatie te houden. Wethouder VAN WEYENBERG licht toe dat hij heeft voorgesteld het bespreken van het adviesrecht bij verplichte participatie toe te voegen aan de algemene evaluatie van de participatiehandreiking. Deze evaluatie staat gepland voor het derde kwartaal van 2026. Deze termijn is bewust gekozen en hoewel de wethouder er nog wel naar wil kijken, verwacht hij niet dat er iets aan deze planning gaat veranderen. Het lid VEENHOFF 3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 30 oktober 2025
RO
vraagt of er desalniettemin toch een eerdere update kan worden ingebouwd, los van het punt van het bindend adviesrecht. Wethouder VAN WEYENBERG zegt toe te kijken of dat mogelijk is, maar ook te kampen heeft met ambtelijke capaciteit en het niet te kunnen beloven. BESPREEKPUNTEN Financiën 3 Vaststellen Begroting 2026 Gemeente Amsterdam (VN2025-013805) Het lid VEENHOFF refereert aan de capaciteitsproblemen die genoemd zijn met betrekking tot de Integrale Commissie, waardoor het niet mogelijk is om aan alle verzoeken te voldoen. Het is het lid niet duidelijk waaruit het capaciteitsprobleem precies bestaat en voor welk deel van de Integrale Commissie dit geldt. Verder vraagt het lid naar pagina 35 van de begroting. Daar wordt een aantal mogelijkheden vermeld om kosten te besparen. Een van deze mogelijkheden is het verschuiven van deadlines voor het omgevingsplan door te sturen op het verminderen van afwijkingsprocedures van de hoofdgroenstructuur. Het lid wil weten of dat betekent dat er om capaciteit te sparen kan worden gestuurd op het afzien van deze afwijkingsprocedures. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt op de eerste vraag dat de Integrale Commissie in een vroeg stadium van planvorming adviseert over stedenbouwkundige plannen, kwaliteitskaders en complexe bouwprojecten, waarbij het specifiek niet gaat over monumenten.
De Integrale Commissie is in 2017 zonder aanvullend budget door de raad ingesteld. Er zijn echter wel kosten mee gemoeid en die bestaan uit ongeveer 1 fte ambtelijke ondersteuning en een aanvullend budget van ongeveer 30.000 euro voor commissieleden. Over de kostenbesparingen op pagina 35 van de begroting meldt de wethouder dat het geen acties zijn die reeds zijn ingezet, maar indicatieve voorbeelden voor de ombuiging, die overigens pas vanaf 2026 ingaat. Ook de uitkomsten van het Burgerberaad Groene Stad zijn hierin niet meegenomen. Het gaat dus om indicaties waaraan gedacht kan worden als de taakstelling zou moeten worden gehaald. De wethouder legt uit dat dit soort indicaties gegeven wordt omdat eventuele afwijkingen van de taakstelling te zijner tijd door de commissie besproken moet worden. Door nu alvast indicaties te geven hoopt de wethouder dat de commissie dan beter voorbereid tot misschien moeilijke keuzes moet komen. Tweede termijn Het lid VEENHOFF deelt mede een beetje ongerust te worden van het signaal dat een bezuiniging een incentive kan zijn om minder af te wijken, terwijl de lat voor afwijkingen al hoog ligt. Wethouder VAN WEYENBERG legt uit dat het mag worden gezien als extra aansporing om de lat hoog te blijven leggen. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor de raadsvergadering van 12 en 13 november.
Ruimtelijke Ordening 5 Afwijken van de Hoofdgroenstructuur (HGS) ten behoeve van de woningbouwontwikkeling in de Nelson Mandelabuurt (VN2025-011622) De VOORZITTER meldt dat het lid Taj bij agendapunt 5 en het meteen hierna volgende agendapunt 10 de vergadering voorzit. Het lid KEESMAN meldt dat de PvdA de voorliggende plannen steunt, maar dat de stadsdeelcommissie en het DB duidelijke randvoorwaarden stellen aan de realisatie 4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 30 oktober 2025
RO
ervan. De PvdA hecht eraan dat deze randvoorwaarden door het college worden opgevolgd. Het lid hoopt op een toezegging van de wethouder hierover, en zal dit standpunt wellicht met een motie in de raad bekrachtigen. Het lid ALBERTS is veel minder enthousiast over dit afwijkingsvoorstel en wijst erop dat ook de TAC een negatief advies heeft uitgebracht. Het lid refereert aan de analogie van de koekjestrommel, waarbij het weghalen van een of twee koekjes niet te zien is maar uiteindelijk wel leidt tot een lege trommel. Het lid ziet hetzelfde gebeuren met de Hoofdgroenstructuur en deelt mede dat de SP het afwijkingsvoorstel niet zal steunen. Het lid EMMERIK meldt dat ook de Partij voor de Dieren de afwijking niet zal steunen. Het lid wijst erop dat er in het recente verleden al veel afwijkingen zijn geweest en benadrukt dat de Hoofdgroenstructuur geen overbodige luxe is, maar van essentieel belang voor ecologie, biodiversiteit en klimaatbestendigheid. Hoe begrijpelijk ook, al deze afwijkingen zorgen volgens het lid voor een gevaarlijk precedent. Het lid VEENHOFF wijst er in een interruptie op dat dit plan eerder voorbij is gekomen zonder commentaar van de Partij voor de Dieren.
Het lid vraagt of het lid Emmerik ervan op de hoogte is dat er nu meer dan 3000 vierkante meter bij komt in de Hoofdgroenstructuur, omdat deze afwijking een ingreep in een park betreft waar bebouwingsrechten waren. Het weghalen van deze rechten zorgt voor een toevoeging aan de Hoofdgroenstructuur. Het lid EMMERIK antwoordt dat voor de Partij voor de Dieren met name het negatieve advies van de TAC leidend is. Ook meent het lid zich te herinneren dat er bij de laatste afwijking is gezegd dat het de laatste keer was dat dit soort keuzes gemaakt moesten worden. De Partij voor de Dieren heeft destijds samen met GroenLinks een motie ingediend, die ook aangenomen is, om toekomstige afwijkingen en verzoeken daartoe inzichtelijk te maken, om aan te geven welke alternatieven er zijn onderzocht en om de TAC al tijdens de beginfase te betrekken. Het lid vraagt of er nu alternatieven zijn onderzocht waarin de Hoofdgroenstructuur volledig behouden blijft. Ook wil het lid weten waarom het college opnieuw afwijkt van een negatief advies van de TAC, terwijl er herhaaldelijk is gezegd dat dat niet meer zou voorkomen. Tot slot vraagt het lid hoe de wethouder gaat voorkomen dat dit advies een nieuw precedent wordt waarmee het beschermde karakter van de Hoofdgroenstructuur verder wordt uitgehold.
Het lid VEENHOFF vindt dat het advies van de TAC laat is gekomen, omdat de TAC al eerder was betrokken bij de totstandkoming van de Hoofdgroenstructuur. Het lid wijst erop dat dit plan al eerder voorbij is gekomen, tot algemeen enthousiasme van de commissie. Het lid betreurt dat er nu moet worden afgeweken van de Hoofdgroenstructuur, maar vindt dat er wel een slimme oplossing gevonden is. Er wordt afgezien van bouwrechten aan de andere kant, waardoor er ruim 3300 vierkante meter groen aan de Hoofdgroenstructuur wordt toegevoegd. Ook wordt met de GREX van dit plan het park enorm versterkt, ook de bodem en de biodiversiteit. De bouwrechten die nu zijn ingetrokken bestonden weliswaar alleen op papier, het betekent wel dat daar nu volledig van wordt afgezien. Al met al is het lid van mening dat het toevoegen van rond de 750 woningen, die mooi worden ingebed en waar het park van opknapt, een verbetering is. Het lid TAŞLIYURT memoreert dat op 29 mei 2024 de investeringsnota voor de Nelson Mandelabuurt bijna unaniem is vastgesteld en dat D66 daar nog steeds achter staat. Het lid vraagt, naar aanleiding van het advies van het stadsdeel, in hoeverre de geplande woningen bereikbaar worden voor bewoners uit Zuidoost zelf. Verder wil het lid graag weten hoe er wordt omgegaan met de zorgen die door het stadsdeel zijn geuit over dit plan.
Wethouder VAN WEYENBERG zet uiteen dat er oorspronkelijk zowel aan de oostals de westkant ruimte was om te bouwen. Met deze aanpassing wordt er alleen aan de oostkant gebouwd. De wethouder vertelt dat er inderdaad ten opzichte van de eerdere situatie groen wordt toegevoegd aan de Hoofdgroenstructuur. Voor tot deze toevoeging rust een inspanningsverplichting op het college. Omdat het Burgerberaad nu nog loopt in het vervolg op het referendum, kan de Hoofdgroenstructuur op dit moment nog niet worden aangepast, maar dat is wel de intentie van het college. Wanneer het zover is, resulteert dat in een toevoeging van 3344 vierkante meter aan de Hoofdgroenstructuur. Conform de uitgangspunten van het college zal de verdeling 40-40-20 zijn. Het stadsdeel
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 30 oktober 2025
RO
heeft zes belangrijke aandachtspunten meegegeven en deze aandachtspunten worden concreet vastgelegd. De punten zijn: • Een 25-procentsregeling voor bewoners uit Zuidoost • Bij de herziening wordt de westzijde formeel toegevoegd aan de Hoofdgroenstructuur • Behoud van de sociale en culturele functies door ecologische zones en nieuwe voorzieningen • Een transparante verantwoording van de verhardingspercentages • Evenementen worden juridisch geborgd in het omgevingsplan • Er is een voorlichtingsverplichting voor ontwikkelaars over het evenementenkarakter, die in verkoopbrochures en huurcontracten moet worden meegenomen. De wethouder bedankt het stadsdeel voor de prettige samenwerking op dit complexe dossier met een lange geschiedenis. Ook erkent de wethouder het belang van de TAC en hij begrijpt het negatieve advies vanuit de opdracht van de TAC. De wethouder wijst erop dat het TAC wel vindt dat er met dit plan een stedenbouwkundige kwaliteitsslag wordt gemaakt. De TAC ziet een vloeiende overgang naar het park en denkt dat de sociale veiligheid zal toenemen. De wethouder vertelt dat hij een aantal weken geleden een rondleiding heeft gehad en vond dat erg overtuigend. De wethouder raadt de commissieleden aan om ook eens in het gebied rond te gaan lopen.
Wethouder VAN WEYENBERG herinnert zich dat in de raad de wens is uitgesproken dat er geen afwijkingsvoorstellen meer zouden worden ingediend, niet dat hij dat heeft toegezegd. Er is afgesproken dat bij komende afwijkingen van de Hoofdgroenstructuur advies wordt ingewonnen bij de TAC. De wethouder komt vervolgens naar de raad om zo'n afwijking te bespreken. De wethouder merkt op dat dit de dilemma's van een verdichtende stad illustreert, en hecht eraan te wijzen dat er op veel plaatsen aan groen wordt gewerkt, bijvoorbeeld met Buiteneiland en in een later stadium het Hondsrugpark. Het lid EMMERIK stelt in een interruptie dat het de derde keer in drie maanden is dat er een afwijking wordt voorgesteld, een gemiddelde van eens per maand. Het lid hoopt dat dat geen standaard wordt. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat er nog veel in de pijplijn zit en dat er iedere keer een afweging gemaakt zal moeten worden. De wethouder benadrukt dat de raad hierin altijd het laatste woord heeft. De wethouder vindt dat er in dit geval geen sprake is van een precedent, omdat het gaat om bouwrechten uit 2009 die nu ingetrokken worden. Deze wijziging zorgt juist voor het toevoegen van 3344 vierkante meter groen aan de Hoofdgroenstructuur. Ook wijst de wethouder erop dat deze casus een specifieke context heeft.
Het gaat om een stadsdeel waar er tot 2040 ongeveer honderdduizend nieuwe bewoners bij komen. Volgens de wethouder gaan hiermee de sluizen niet open, omdat het gaat om een specifieke casus. Tot slot wijst de wethouder nog op de grote kwalitatieve slag die er met deze wijziging in het park gemaakt wordt. De VOORZITTER sluit het agendapunt. Het wordt geagendeerd voor korte bespreking op de raadsvergadering van 12 en 13 november. 10 WAS TKN 8 - Bespreken van de raadsinformatiebrief over de uitvoering Kwaliteitscriteria Omgevingswet en reorganisatie VTH (VN2025-013353) Het lid STAARTJES merkt op dat de rol van de raad geen controlerende is en dat die rol is weggelegd voor de Provincie. De raad gaat over het controleren van de uitvoering door het college. Over de centralisering van de VTH-taken die nu nog bij de stadsdelen liggen, maar worden overgedragen naar een centrale aansturing merkt het lid op dat het een taak van de raad is om vast te stellen wat de doelen zijn die in deze operatie worden nagestreefd, en wanneer deze doelen behaald zijn. In de raadsinformatiebrief die nu gestuurd is mist het lid de visie. Het is voor het lid niet duidelijk wat het doel is van de reorganisatie VTH.
Uit de antwoorden op technische vragen die het lid over deze operatie heeft gesteld komt het beeld naar voren dat er wordt gecentraliseerd omdat het momenteel niet lukt om in alle stadsdelen een gelijkwaardig 6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 30 oktober 2025
RO
niveau te halen. Tegelijkertijd is gemeld dat er nog een professionaliseringsslag van de monitoring gemaakt moet worden. Voor de raad is het dan onduidelijk waar de knelpunten zitten. De concrete vraag die het lid heeft is wat precies de visie van de wethouder is op deze centraliseringsopgave, en wat de raad over een jaar kan verwachten als de opgave klaar is. Het lid wil graag weten waaraan straks te meten is dat het voor de Amsterdammer beter is geworden. Het lid ALBERTS refereert aan een aantal casussen die bij een vorige bespreking van de VTH is aangedragen en houdt een warm pleidooi voor een focus op kwaliteit bij het verlenen van vergunningen. Het lid noemt een paar voorbeelden van fouten die tijdens de procedure gemaakt kunnen worden en meent dat het belangrijk is dat een procedure zorgvuldig en volledig wordt afgehandeld. Het gaat te vaak fout en burgers die dan hun recht moeten halen weten vaak niet waar en hoe ze dat moeten doen, of kunnen het niet betalen. Het lid vindt dat er desnoods een wachtrij moet ontstaan, maar dat de kwaliteit voorop moet staan. Het lid VEENHOFF sluit zich aan bij de vorige sprekers en maakt zich, ondanks dat de raad zich niet bezighoudt met de invulling van de organisatie, zorgen over de invulling van de VTH-organisatie.
Het lid maakt zich met name zorgen over het borgen van gebiedskennis die specifiek is voor bepaalde stadsdelen en zou graag meer informatie krijgen over de invulling van de reorganisatie. Het lid vraagt zich af of binnen de nieuwe organisatie een soort koppeling van gelijkaardige gebiedsdelen komt. Ook wil het lid graag weten hoe het DB van de stadsdelen betrokken is. Verder is het lid benieuwd of er in de nieuwe opzet prestatie-eisen zijn opgenomen en hoe die eruitzien. Wethouder VAN WEYENBERG legt uit dat deze reorganisatie en de ambtelijke organisatie onder de regie van de burgemeester vallen. De raadsinformatiebrief die nu behandeld wordt staat aankomende week ook op de agenda van de commissie Algemene Zaken. Dit maakt het voor de wethouder wat lastig om nu gedetailleerd in te gaan op de vragen die zijn gesteld. De wethouder licht aan het lid Veenhoff toe dat er binnen de nieuwe organisatie inderdaad clustering wordt toegepast. In antwoord op de vraag van het lid Staartjes deelt de wethouder mede dat het doel van deze reorganisatie is om te komen tot betere dienstverlening door meer uniformering, door makkelijker tussen stadsdelen met capaciteit te kunnen wisselen en om hele specialistische zaken meer bij elkaar te zetten.
Ten aanzien van de monitoring waar de leden Staartjes en Veenhoff naar vroegen meldt de wethouder dat monitoring nu nog in de kinderschoenen staat, maar heel belangrijk is en zal worden opgenomen in het traject. De precieze invulling daarvan en welke prestatie-indicatoren er gebruikt gaan worden is nu nog niet duidelijk. De ontwikkeling ervan gaat in goede samenspraak met stadsdeeldirecteuren en dagelijkse besturen. In de tweede fase kunnen inspanningen dan gericht worden gekoppeld aan de opgaves. Wethouder VAN WEYENBERG herhaalt dat er clustering zal worden toegepast op basis van overeenkomstige opgaven. De meeste medewerkers blijven ook actief op het gebied waar ze al actief zijn, dus opgebouwde kennis gaat niet verloren. Via VTHregisseurs wordt de relatie met de stadsdelen onderhouden. De wethouder verwijst de commissieleden tot slot naar de commissie AZ, waar de burgemeester als portefeuillehouder deze reorganisatie verder gaat toelichten en waar verdere vragen kunnen worden gesteld. Tweede termijn Het lid STAARTJES heeft begrepen dat integraal werken een van de gedachten achter deze reorganisatie is. Het lid schetst dat bij inwoners zorgen leven over iets dat al eerder is gebeurd bij centralisatieopgaven. Medewerkers van stadsdeelkantoren worden gecentraliseerd elders in de stad en gaan daar in gebiedsclusters werken.
Volgens het college wordt hiermee gebiedskennis behouden, maar wat er gebeurt is dat mensen uit hun eigen omgeving worden gehaald. Vervolgens worden ze ingezet waar de opgave het grootst is, volgens het motto: de opgave moet altijd leidend zijn binnen de stadsdelen en die moet leiden tot uniformer beleid en stijging van de kwaliteit. Het lid juicht dat van harte toe, maar wil ook kunnen zien dat de beloftes die worden gedaan worden nagekomen. Het lid is bang dat de wethouder bij gerichte vragen nu naar de burgemeester wijst en dat de burgemeester vervolgens doorverwijst naar het college. 7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 30 oktober 2025
RO
Het lid LOCHTENBERG vraagt wat deze reorganisatie betekent voor de burger die straks een vergunning wil aanvragen. Komt deze burger in een anonieme carrousel terecht, en is er nog persoonlijk contact mogelijk met een behandelend ambtenaar als de vergunning ergens blijft haperen? Het lid VEENHOFF meldt conform het advies van de wethouder best bereid te zijn om in de commissie AZ verder te praten over dit onderwerp, maar daarvoor te weinig informatie te hebben. Het lid verzoekt om een uiteenzetting van het plan, zodat de leden erover na kunnen denken en dan gerichte vragen kunnen stellen aan de burgemeester. Ook stelt het lid voor om het plan na de behandeling in de commissie AZ terug te laten komen in deze commissie voor een inhoudelijke bespreking, met name over ruimtelijke plannen. Het lid ALBERTS vindt het verhaal van de wethouder vaag en heeft er behoefte aan dat dat handen en voeten krijgt. Het lid sluit zich aan bij het lid Veenhoff waar het gaat om de behoefte aan meer informatie en kondigt aan om ook in de commissie AZ te verzoeken om in de nieuwe organisatie kwaliteit boven kwantiteit te stellen. Wethouder VAN WEYENBERG stelt vast dat er hier geen sprake is van een beleidsdebat en dat het aan het college is om vorm te geven aan de ambtelijke organisatie. In de raadsinformatiebrief wordt medegedeeld waar het college mee bezig is, maar het is geen beleidsvoorstel.
De wethouder is bereid een ambtelijke sessie aan te bieden, maar benadrukt dat het college al beslissingen heeft genomen over de reorganisatie en dat er werkwijzen zijn voor hoe een organisatie als deze met personele zaken omgaat. Een technische sessie ter informatie kan dus georganiseerd worden, maar de wethouder benadrukt het belang van de rolverdeling hierin. In een interruptie herhaalt het lid STAARTJES niet geïnteresseerd te zijn in de organisatorische kant van de reorganisatie, maar wel in de merkbare resultaten ervan. Wethouder VAN WEIJENBERG begrijpt de vraag en legt uit de beantwoording ingewikkeld te vinden vanwege de raakvlakken met het organisatorische deel van de reorganisatie. De wethouder denkt dat een technische sessie hier wellicht helderheid in kan verschaffen, maar geeft aan zoekende te zijn naar een antwoord, zonder de reorganisatie hier inhoudelijk in mee te nemen. De wethouder wil de vraag van het lid Staartjes in ieder geval meenemen naar de commissie AZ. Het Lid ALBERTS geeft in een interruptie aan de wethouder de analogie van worst mee. Een spreekwoord zegt dat je niet hoeft te weten hoe worst gemaakt wordt, maar hij moet wel goed smaken. Het lid refereert aan de eerder aangehaalde wens tot minder rechtszaken als een uitkomst van de reorganisatie en zo'n uitkomst is dan de worst.
Wethouder VAN WEYENBERG haakt hierop in door te zeggen dat een reorganisatie juist gaat over het maken van de worst en dat hij precies daarin zoekende is naar een antwoord. De vergadering besluit dit agendapunt terug te laten keren voor inhoudelijke bespreking als het bij de commissie AZ besproken is. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte bespreking op de raadsvergadering van 10 en 11 december. 4 Vaststellen van de ‘Omgevingsvisie Amsterdam 2050 – actualisatie 2025’ (VN2025012737) Dit agendapunt is gehamerd en wordt voor korte bespreking doorgestuurd naar de raad. 6 Vaststellen van de Wijzigingsverordening Heffingsverordening begraafplaatsen en crematoria Amsterdam 2022 (legestabellen 2026) (VN2025-011292) Dit agendapunt is gehamerd.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 30 oktober 2025
RO
7 Vaststellen bestemmingsplan Aanpassing geluidszone industrieterrein Schinkel en overeenkomstig wijzigen spelregelkader en leefomgevingsfoto OER Schinkelkwartier (VN2025-012654) Het lid EMMERIK zet uiteen dat het Schinkelkwartier ingeklemd ligt tussen de A10, Schiphol, het spoor en een voormalig industrieterrein. De lucht is er slecht, het geluidsniveau is hoog, het groen is schaars. De optelsom van al die factoren, de cumulatieve milieudruk, is nog steeds niet volledig in beeld. Om toekomstige bebouwing mogelijk te maken wordt de geluidszone verkleind, maar er is slechts gerekend tot 5 meter hoogte terwijl de woningen tot 40 meter hoog mogen worden. De omgevingsdienst waarschuwt hiervoor. Stadsdeel Nieuw-West is niet betrokken terwijl de effecten daar direct voelbaar zijn en ook heeft de Rekenkamer een paar maanden geleden vastgesteld dat Amsterdam niet voor iedereen een leefbare stad is en dat bij verdichting de leefkwaliteit niet structureel wordt meegewogen. Het lid vraagt waarom er geen integraal onderzoek is gedaan naar cumulatieve milieueffecten van verkeer, Schiphol, industrie en geluid samen. Ook wil het lid weten waarom er is gerekend met een bouwhoogte van 5 meter, terwijl de plannen een veel grotere hoogte toestaan. Tot slot is het lid benieuwd waarom stadsdeel Nieuw-West, bewoners en instanties niet volwaardig zijn betrokken bij dit traject.
Lid TAJ concludeert dat het hier gaat om een bestuurlijke afwerking. Het Schinkelkwartier is momenteel aangemerkt als industrieterrein en de gemeente wil er woningen gaan bouwen. Dat vraagt om een andere zonering met bijbehorende geluidszonering. Het lid ziet dat het college met dit plan ruimte creëert om woningen te bouwen. Wel constateert het lid dat er een kleine industriezone overblijft, maar daar is de Nederlandse Lucht- en Ruimtevaartorganisatie gevestigd en daarvoor gelden andere geluidsnormen, die hoger liggen dan bij een industrieterrein met een gemengde bestemming. Het lid deelt mede dat de fractie van GroenLinks al met al tevreden is over het verloop van het traject inclusief de inspraak, en meegaat met het voorliggende plan. Wethouder VAN WEYENBERG herkent het beeld niet dat er geen adviezen zouden zijn geweest vanuit Nieuw-West of Zuid. Volgens de wethouder is dat expliciet wel gebeurd en de wethouder kan zich prima vinden in de samenvatting van het lid Taj. De wethouder vult aan dat met het oog op de woningbouw het industrieterrein wordt beperkt tot het specifieke pand van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartcentrum. Daarbij hoort het vaststellen van een geluidszone en dat betekent dat geluid uit alle bronnen aan de gevel onder de 50 decibel moet blijven.
De wethouder deelt mede dat de investeringsnota Schinkelhaven momenteel wordt voorbereid en deze nota zal uiteraard naar de commissie worden gestuurd. De wethouder benadrukt dat het een geluidsbelast gebied betreft en dat is voor nieuwe inwoners relevant. De gemeente moet dan maatregelen nemen om aan te tonen dat het geluidsniveau van 50 decibel aan de gevel niet overschreden wordt. Wethouder VAN WEYENBERG hoopt dat hiermee de vraag van het lid Emmerik ook beantwoord is. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte bespreking op de raadsvergadering van 12 en 13 november. 8 Gewijzigd vaststellen (Herstelbesluit) bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2 (VN2025012942) Dit agendapunt is gehamerd. 9 Bespreken van het Jaarverslag 2023-2024 van de Commissie Omgevingskwaliteit (VN2025-013652)
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 30 oktober 2025
RO
Op verzoek van het lid Veenhoff wordt dit agendapunt doorgeschoven naar de commissievergadering van 26 november. Grond en Ontwikkeling 11 Bespreken openbaarmaking/opheffing geheimhouding van een deels geheim verslag over de risico-opslag in het canonpercentage (VN2025-014837) De VOORZITTER legt uit dat het een verzoek betreft tot openbaarmaking van informatie die eerder onder geheimhouding aan de raad is verstrekt. De raad is nu exclusief bevoegd die geheimhouding op te heffen. Deze bespreking dient om vast te stellen of er aanleiding is om een raadsvoordracht op te stellen ten behoeve van deze openbaarmaking. Het lid LOCHTENBERG bedankt een niet met name genoemde ambtenaar die geholpen heeft bij het voorbereiden van deze voordracht. Het lid zet uiteen dat er een stuk is waar door de raad geheimhouding op is gelegd. Volgens het lid betreft het geen gevaarlijke of gevoelige informatie en kan het stuk geopenbaard worden. Het lid heeft begrepen dat de snelste weg hiervoor een voordracht van het college is en verzoekt het college deze voordracht te doen. Wethouder VAN WEYENBERG licht toe dat het een stuk betreft over de vernieuwing van het erfpachtstelsel. De betreffende passage is in 2022 gelakt op de uitzonderingsgrond Persoonlijke beleidsopvatting artikel 5.2 van de Wet open overheid.
Het college heeft deze passage opnieuw beoordeeld en vindt bij nader inzien dat de passage alsnog ongelakt openbaar kan worden gemaakt. De stelregel is wel dat namen van ambtenaren onder het niveau van directeur niet openbaar worden gemaakt en deze namen blijven daarom gelakt. De wethouder zegt toe het verzoek van het lid Lochtenberg om te zetten in een raadsvoordracht, en dat zo snel mogelijk te willen doen. Het lid Lochtenberg vraagt of in het stuk voorkomende namen van bijvoorbeeld hoogleraren wel openbaar kunnen gemaakt. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt dat alleen namen van ambtenaren niet openbaar worden gemaakt. De VOORZITTER stelt vast dat er nu een raadsvoordracht wordt voorbereid. Deze voordracht komt eerst naar de commissie en wordt vervolgens geagendeerd op de raadsvergadering van 10 en 11 december. Wethouder VAN WEYENBERG refereert aan een initiatiefnota van het lid Lochtenberg waarover hij nog vragen aan het beantwoorden is en denkt dat het openbaar te maken stuk bruikbare informatie bevat voor deze initiatiefnota. De VOORZITTER stelt vast dat het nu nog niet duidelijk is of deze combinatiebespreking in de raad kort, middellang of lang moet zijn. Het lid LOCHTENBERG licht toe dat dat afhangt van de inhoud van de collegevoordracht.
Het lid vermoedt dat het voorstel gehamerd kan worden, maar wil een slag om de arm houden voor het geval de commissie zich niet kan vinden in de inhoud van de collegevoordracht. Sluiting De VOORZITTER bedankt iedereen voor de bijdrage en sluit de vergadering om 21.00 uur.
10