CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag RO 30-06-2021.docx

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 8 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie d.d. 30 juni 202132.969 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie.

RO

Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

CONCEPT VERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Woensdag 30 juni 2021 van 13.30 uur tot 23.00 uur, fysiek en digitaal Woensdag 8 september 2021

Voorzitter: mevrouw Van Pijpen Portefeuillehouder: wethouder mevrouw Van Doorninck, wethouder Everhardt Commissiegriffier: de heer Willems Verslaglegging: de heer Van der Kroon Aanwezige commissieleden: de heer N.T. Bakker (SP), mevrouw Bloemberg-Issa (PvdD), de heer Boomsma (CDA), de heer Boutkan (PvdA), mevrouw De Bruine (CU), de heer Ernsting (GL), mevrouw De Fockert (GL), mevrouw De Jager (D66), mevrouw Kılıç (DENK), de heer Kreuger (JA21), de heer Mangal (DENK), mevrouw Naoum Néhmé (VVD), de heer Nijssen (VVD), mevrouw Van Renssen (GL), de heer Van Schijndel (LCF), mevrouw Van Soest (PvdO), duoraadslid Verkerke (BIJ1), de heer Warmerdam (D66). Afwezige commissieleden: Overige aanwezigen: mevrouw Griek, stadsdeelbestuurder Centrum en wethouder De Vries

1 Algemeen a Opening De VOORZITTER opent deze hybride vergadering en heet eenieder welkom.

b Mededelingen Er zijn geen mededelingen

c Vaststellen agenda De agendapunten waar zich geen insprekers voor gemeld hebben, worden gehamerd. 6, 7, 10, 13, 16, 17, 20, Vanmiddag zullen allereerst alle raadsvoordrachten besproken worden. Daarna zullen de bespreekpunten behandeld worden. De geheime agendapunten zijn niet vermeld in de agenda.

d Conceptverslag van de openbare en besloten vergadering van de raadscommissie RO d.d. 9 juni 2021

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

Dit verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

e Termijnagenda, per portefeuille Er hebben zich geen leden gemeld die hierbij het woord willen voeren.

f TKN-lijst De heer Boomsma wil tkn-19 geagendeerd zien. Mevrouw De Bruine wil tkn-6 behandeld zien. Mevrouw Van Renssen wil tkn-7 de volgende keer graag behandelen. De commissie kan met dit alles instemmen.

g Ingekomen stukken stadsdeelcommissie Geen

2 Inhoudelijk deel a Opening inhoudelijk gedeelte

b Inspreekmoment Publiek Er zijn twee insprekers. Allereerst is dat de heer Schrijver, op persoonlijke titel over onrecht in Amsterdam. De heer SCHRIJVER wijst op de agendapunten op de huidige agenda als punten van onrecht: de consumentenbescherming bij erfpacht en de Gordiaanse Knoop. Het college acht zich alleen gebonden aan de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur. De consumentenbescherming bevat echter meer, aldus het rapport van Berenschot! Trouwens ook die Algemene Beginselen worden geschonden, zoals blijkt uit het schadegelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel! De raad kan nu naar zijn mening niet doen alsof er niets aan de hand is. Het minste is dat de overstapregeling on hold wordt gezet. Dat schept lucht voor de uitvoering voor degenen die deze problemen ondervindt en voor de erfpachters die steeds voor het blok worden gezet. Een andere noodzakelijke maatregel is het mogelijk maken van bezwaar in geval van bewezen uitschieters. Dit bleek ook uit agendapunt 23. In de brief van de wethouder over opstalwaardeberekeningen staat de opmerkelijke zin ‘de uitkomsten zullen hierdoor niet precies aansluiten bij de individuele situaties.

Dat vloeit voort uit de methode!’ Maar wat nu als de BSQ-uitkomsten aantoonbaar 20% of meer verschillen van de individuele werkelijkheid, dan kan de gemeente toch onmogelijk vasthouden aan de mantra ‘dit is nu eenmaal onze modelmatige opstalwaarde’. Dan wordt onherstelbaar onrecht gesanctioneerd. Agendapunt 29 – de praktijk van de juridische functie. Hij is geschrokken van de lijst van voorbeelden die op hem afkwam na de raadsvergadering van 10 maart naar aanleiding van de bouwstenennota. Die voorbeelden maken duidelijk dat het niet gaat om incidentele missers, maar om systeemfouten! Het stramien is helder. De gemeente behandelt vergunningaanvragen lichtvaardig en niet integraal. Het gevolg: de ingebakken geneigdheid tot positieve

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

besluiten; economische belangen prevaleren boven de belangen van de leefomgeving en de rechten van de burgers. Dit past in de bekende neoliberale dereguleringsgolf. Hopelijk is de raad voldoende doordrongen van zijn controlerende taak voor het tegengaan van deze misstanden. Zonder macht en tegenmacht binnen het gemeentebestuur komt de volle last van het voorkomen van onrecht op de schouders van de burgers en de rechter te liggen. Dat wordt de democratische rechtsstaat! De heer VAN SCHIJNDEL wil iets meer horen over de juridische kwaliteit van de reactie van het college op het rapport Berenschot. Zaken als rechtszekerheid en rechtsgelijkheid en de vraag of die nu wel of niet worden meegenomen met de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur. Hij hoort daarover graag het eigen oordeel van de heer Schrijver. De heer SCHIJVER vindt dat prof. Bannink in het rapport (bijlage 3) van Berenschot een mooi overzicht gegeven heeft van de rechtsgronden die van toepassing zijn bij deze materie van consumentenbescherming. Dat is meer dan alleen de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur, maar dat zijn ook de dingen die voortvloeien uit het Europese verdrag, waarin de consumentenbescherming is gegrondvest. Al die normen zijn vanzelfsprekend van toepassing.

Het lijkt hem vanuit de brief van het college dat zij zoiets hebben van ‘wij zijn tot nu toe niet nat gegaan bij de rechter op al die zaken, dus wij hoeven ons niet aan al die zaken te houden’. Dat vindt hij een verwerpelijke redenering. Mevrouw DE BRUINE vraagt de heer Schrijver welk advies hij geeft aan de raadsleden om hun controlerende taak beter te kunnen uitvoeren. Dat is een algemeen advies, aldus de heer SCHRIJVER, want naar zijn mening kunnen raadsleden en het college beschouwd worden als twee handen op één buik. Doordat de coalitiepartijen altijd met het college meestemmen, kan er geen sprake zijn van het bewaken van allerlei rechtsbeginselen, die juist geschermd moeten worden door de gemeenteraad. Wie moet dat anders doen?! Dan komt het dus neer op burgers die naar de rechter lopen. Dan moet de rechter dingen rechtbreien die krom zijn. De heer BAKKER vraagt de heer Schrijver een aantal specifieke maatregelen te noemen, waarmee de raad de burgers van Amsterdam beter kan beschermen. De heer SCHRIJVER wijst dan op het verlenen van vergunningen en dat soort zaken, die bij de stadsdelen neergelegd worden bij een lagere ambtenaar. Dat is volgens hem de kat op het spek binden, want die ambtenaren worden onder druk gezet door gewiekste mensen die economische belangen hebben. Het moet iemand zijn die zo’n beslissing grondig neemt.

Dat moet dus een hogere ambtenaar zijn met juridische kennis etc. Nu wordt alles achter een bureau afgedaan. Ga het bespreken met de mensen in de omgeving en toets een besluit aan juridische normen! Er is wel de bezwarenprocedure, maar dat betreft een cover-up van eenmaal genomen besluiten. Dat systeem moet volgens hem geheel op de schop. De volgende inspreker is mevrouw Fernhout, die inspreekt over Behoud Lutkemeer. Mevrouw Fernhout blijkt niet bereikbaar.

c Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld.

d Rondvraag

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

Mevrouw VAN SOEST wijst erop dat de Nederlandse aanpak van windturbines in strijd is met het Europese recht. Zij wil weten wat dit voor gevolgen heeft voor de zoekgebieden in Amsterdam. Er is een WOB-verzoek geweest bij het ministerie betreffende de juridische bijstand die de Rijksoverheid zou geven aan exploitanten van windturbines tegen burgers. De VOORZITTER wijst erop dat deze vragen thuishoren in de commissie FED, die morgen vergadert. Mevrouw VAN SOEST is van mening dat het wel degelijk ook raakt aan Ruimtelijke ordening. Dat betreft haar portefeuille Duurzaamheid, aldus de VOORZITTER, en ook dat wordt morgen besproken. Maar de keuze is aan mevrouw Van Soest. Mevrouw VAN SOEST spitst voor nu haar vraag toe op de juridische bijstand aan exploitanten van windturbines tegen de belangen van burgers. Zij wil daarvan weten in hoeverre daarvan in Amsterdam sprake is. Wethouder VAN DOORNINCK denkt dat hierbij ook morgen in de commissie FED wordt stilgestaan. Zij gaat de uitspraak van de Raad van State bestuderen. Misschien dat daar morgen al een wat inhoudelijker antwoord op gegeven kan worden. Wat de vraag naar die juridische bijstand betreft, dat is haar niet bekend. Mevrouw VAN RENSSEN heeft een vraag over de vergunningverlening betreffende de voormalige brandweerkazerne aan de Van Ostadestraat. Zij begrijpt dat die vergunning is aangevraagd.

Kan de wethouder toezeggen dat er geen vergunning wordt verleend voordat de buurtparticipatie goed heeft plaatsgevonden en dat dat pas na de zomer zal zijn? Wethouder VAN DOORNINCK meldt dat er op 24 juli een digitale bewonersavond plaatsvindt. Daar kunnen betrokken bewoners met Eigen Haard het gesprek daarover voeren. Het uitstellen van het besluit tot september is juridisch niet mogelijk, want de aanvtaag die in de behandeling is gedaan, heeft een wettelijke termijn van acht weken. Van de mogelijkheid om die termijn met zes weken te verlengen is al gebruik gemaakt. Daarom moet er uiterlijk op 4 augustus een besluit worden genomen. Als dat niet wordt gedaan ontstaat een vergunning van rechtswege en dat is niet wenselijk. Mevrouw DE JAGER heeft de vorige vergadering gevraagd naar de voortgang van het plan van het NDSM-terrein. Toen werd geantwoord dat het allemaal nog niet zo ver is. Het is wel zo dat PLEK daar is gevestigd. Zij moeten laten weten dat zij in 2025 weg zijn. Los van het feit dat dit nergens op slaat, omdat er nog geen plannen gepresenteerd zijn, gaat het ook in tegen de motie van de raad. Daarom is haar vraag aan de wethouder de motie volledig uit te voeren. Wethouder VAN DOORNINCK zegt de motie zo uitgevoerd te hebben dat de verlenging tot 2025 heeft plaatsgevonden. PLEK heeft al eerder een verlenging gekregen. Het gaat om een tijdelijke invulling.

Er komt een definitieve voorziening, een groenvoorziening. Het haalbaarheidsonderzoek wordt goed afgestemd met het stadsdeel. Daarom kan het besluit nog niet meteen na de zomer naar de raad gebracht worden. Als er nu een tweede verlenging van het contract gegeven zou worden, zou dat zowel voor de ondernemer als voor de gewenste vergroening een onduidelijke situatie met zich brengen. Het gaat hier om een tijdelijke invulling van deze locatie. Inmiddels is duidelijk wat de definitieve invulling zal zijn: groen. Wat dat groen in zal houden zal uit de haalbaarheidsstudie moeten blijken. De resultaten van die studie hoopt zij nog dit jaar te kunnen presenteren. Dat is dan dus nog vier jaar voor het einde van de verlenging van het tijdelijke contract.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

Mevrouw DE JAGER wijst erop dat de tijdelijkheid ook voor PLEK heel duidelijk is. Als er een concreet plan is en er een concrete startdatum is, dan is het helder dat dan het einde is gekomen van een tijdelijk initiatief. Op dit moment zijn die concrete plannen er niet. Het besluit van de wethouder vergt een raadsbesluit en als er dan geen haalbaarheidsstudie is, dan is nog steeds onzeker of het allemaal in 2025 eindigt. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat tussen het moment dat de raad dit onderwerp bespreekt en het einde van het tijdelijk contract daar is, er nog vier jaar zit. Dat lijkt haar voldoende tijd voor een tijdelijke voorziening om om te zien naar een andere plek. De heer NIJSSEN sluit zich namens zijn fractie aan bij de oproep van mevrouw De Jager. Misschien moet men hier nog even verder over nadenken. Zijn tweede vraag betreft voetbalvereniging SDZ. Hij benadrukt de wenselijkheid om SDZ op de huidige plek te behouden. Hij ontvangt graag voor de behandeling van Haven-Stad na de zomer een brief van de wethouder met haar standpunt over de positie van SDZ. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat op dit moment de tervisielegging van het besluit gesloten is. Aan de nota van beantwoording is een begin gemaakt. Het is bekend dat naar een nieuwe locatie van de voetbalclub gezocht gaat worden.

Voor het behoud van de voetbalclub kan zij nu al toezeggen dat het binnen Haven-Stad absoluut de bedoeling is dat SDZ daar aanwezig blijft, maar niet op de huidige locatie. Het standpunt van het college is dat SDZ moet blijven bestaan en dat daar een goede plek voor moet worden gevonden. Het is haar niet duidelijk wat de heer Nijssen nu van haar wil voor de volgende behandeling. Zij kan niet reeds een locatie gaan aanwijzen bij een gebied dat nog zo lang duurt. De heer NIJSSEN begrijpt de opmerking van de wethouder en ziet een motie aankomen en gesprekken waaruit nog nieuwe informatie kan komen. Dat alles gaat t.z.t. besproken worden bij de bespreking van Haven-Stad. Wethouder VAN DOORNINCK stelt voor af te wachten wat er nog allemaal naar voren wordt gebracht. Als dat reden geeft voor nog een extra schrijven van haar kant voor de behandeling, dan zal zij dat doen, maar dat zal zij dus nog afwegen. Er komt ook nog de nota van beantwoording.

BESPREEKPUNTEN Financiën 3 Vaststellen van de Voorjaarsnota 2021 en de daarin voorgestelde begrotingswijzigingen van de Begroting 2021. (ZD2021-006317) De VOORZITTER wijst erop dat vandaag de tweede termijn plaatsvindt van de Voorjaarsnota. De heer NIJSSEN vraagt aandacht voor twee moties. Allereerst de proceskostenmotie, die door het college ontraden wordt. Dat begrijpt hij niet zo goed. Er is gezegd dat die te hoog waren en dat er bezuinigd zou worden, waarvoor een oplossing gepresenteerd werd. Vervolgens blijkt dat het college zegt dat die proceskosten op een andere manier worden betaald en dat dat nog steeds geen gevolgen heeft voor de lopende initiatieven. De VVD begrijpt nu niet meer hoe het precies zit met het preadvies. Dat is de eerste vraag. De tweede vraag betreft de isolatiemotie van de VVD (458) waarvan het

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

preadvies ook tot verbazing leidde bij de fractie. Er zou een afspraak gemaakt moeten worden met de coöperaties over een (?) om dat als prioriteit aan te merken. Dat gaat echter al gebeuren. Hij krijgt daarom graag een toelichting op de reactie van het college. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA dankt het college voor het preadvies van geen bezwaar betreffende de motie Maatschappelijke baten. Daar zal zeker over gestemd worden volgende week. Zij heeft deze week nog drie nieuwe moties ingediend. Twee betreffende het tuinpark De Vrijbuiters (samen met BIJ1). Zij verzoekt het college daarbij dit tuinpark te steunen bij de oprichting van een nieuw tuinpark grenzend aan de locatie waar de tuinders op dit moment weg moeten. Als dat niet lukt dan graag steun bij de oprichting van een nieuw tuinpark op een andere locatie binnen het stadsdeel. Daarnaast heeft zij een motie ingediend over het voorkeursrecht. Zij wil daarmee voorkomen dat er nogmaals een situatie ontstaat, waarbij de grond onder het tuinpark verkocht wordt aan een vastgoedbelegger, die andere plannen heeft met het gebied. Er is nog één tuinpark die op grond gevestigd is die niet in bezit is van de gemeente. Zij wil voorkomen dat daar zich hetzelfde voordoet. De heer KREUGER komt terug op de uitlating tijdens de vorige commissievergadering dat de corporaties zes miljard euro op de plank hebben liggen.

De wethouder zegde toe daar nog even achterheen te gaan. Hij hoort graag of de wethouder daar al meer over kan melden. Mevrouw DE BRUINE wil reageren op de preadviezen op twee door de CU ingediende moties. Allereerst motie 313 Van winkels naar woningen. De motie beoogde een veel actievere houding aan te nemen. In het preadvies leest zij een passieve houding van het college. Volgens haar is het wel mogelijk om actief te communiceren met de pandeigenaren. Zij hoort graag van het college hoe men hier in staat. Daarnaast vindt zij het jammer dat het college niet op zoek wil naar ruimte voor meer volkstuinparken (motie 312). De CU zal de motie handhaven en zij roept alle partijen op hun groene hart te laten spreken en het college alsnog de opdracht te geven de motie uit te voeren. De heer VAN SCHIJNDEL wijst op het rapport van de heren Domeling en Schrijver over hoe het gesteld is met de juridische functie in de stad. Een groot deel van de problemen die worden gesignaleerd op het terrein van ruimtelijke ordening, vergunningverlening etc. Zijn vraag is of de wethouder bereid is om te inventariseren wat er nodig zou zijn om de wezenlijke verbetering in de juridische kwaliteit van wat zich daar allemaal afspeelt te realiseren. Dat heeft ook consequenties voor de formatie. Hij krijgt graag een bevestigend antwoord.

Het is tenslotte de raad die moet beslissen of het de moeite waard is om hierin te investeren of niet. Wethouder VAN DOORNINCK gaat allereerst in op motie 458 van de leden Naoum Néhmé en Boomsma over de proceskosten. Zij denkt dat hierbij een aantal dingen door elkaar gehaald worden. Gezegd wordt dat er proceskosten bezuinigd moeten worden, maar dat dat geen effect heeft. Dat is ook wat het college gezegd heeft. Die proceskosten moeten omlaag langs de weg van meer efficiëntie. Dat heeft geen effect op de woningbouw. Dan is de vraag waarom die proceskosten voor rekening van de ontwikkelaars moeten komen, hetgeen de motie voorstelt. Het antwoord van het college heeft zij zojuist gegeven. Daarnaast is het ook zo dat als de proceskosten plotseling voor rekening komen van ontwikkelaars, het niet zo is dat daar meteen ambtelijke ruimte voor is, want er zijn specialisten nodig. Een principieel bezwaar dat de gemeente zou hebben tegen die verantwoordelijkheid van de ontwikkelaars is dat daardoor ongelijkheid zou ontstaan en er argumenten zouden komen die alle aandacht van de gemeente vragen, hetgeen wellicht ten kosten gaat van andere locaties. Dat lijkt niet een goede manier om de gebiedsontwikkeling voor elkaar te krijgen. De motie betreffende isolatie hoort thuis in de commissie Wonen.

Met betrekking tot de vraag van de heer Kreuger over die zes miljard euro bij corporaties, herinnert zij zich dat dat tijdens de vorige commissievergadering door

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

mevrouw Naoum Néhmé werd beweerd en dat zij zou nagaan hoe dat zat. Dat was dus niet een toezeggen van haar kant als wethouder. Wellicht dat dat nog een keer aan mevrouw Naoum Néhmé gevraagd kan worden. De heer KREUGER meent goed te begrijpen dat de wethouder niet geprikkeld raakt door de vraag van mevrouw Naoum Néhmé om te willen weten waar die zes miljard euro liggen. Wethouder VAN DOORNINCK meent dat als er plotseling een getal langskomt waarvan zij nog nooit eerder gehoord heeft, het handiger is dat zij degene die met dat getal kwam zelf even te laten uitzoeken hoe het zit. Diegene weet ook beter waar zij naar moet zoeken. Zij weet immers niet waar het vandaan komt. Mevrouw De Bruine gaf aan dat haar motie over volkstuinen blijft staan. Daar gaat de raad volgende week dus over stemmen. Het idee van private, afgesloten tuinen vindt het college lastig gezien de enorme groenopgave. De heer Van Schijndel en zijn vraag naar een juridische zoektocht beantwoordt zij door te wijzen op de afspraak dit rapport de volgende commissievergadering aan de orde te hebben, zoals dat ook in de commissie AZ gaat gebeuren. AZ is de beste plek als het puur om de juridische aspecten gaat. De heer VAN SCHIJNDEL komt terug op de motie over proceskosten en constateert dat opnieuw het argument wordt gebruikt dat er geen ongelijke behandeling van projectontwikkelaars wordt gewenst.

Maar discriminatie tussen projectontwikkelaars is niet aan de orde! En op dat punt gaat de wethouder gewoon niet in! Wethouder VAN DOORNINCK erkent dat de consequentie die de heer Van Schijndel in de reactie van het college ziet, er ook daadwerkelijk in zit. Wethouder EVERHARDT gaat als wethouder EZ in op motie 313 waarop een nadere toelichting wordt gevraagd. Het gaat inderdaad om een gemengde bestemming en dat vergt dus maatwerk. Daaraan wordt reeds gewerkt in het beleid. Om die reden heeft het college de motie overbodig bevonden.

Zuidas en Marineterrein 4 Vaststellen bestemmingsplan Zuidas-Woonbuurt Ravel (ZD2021-006631) Inspreker is mevrouw Bromet, op persoonlijke titel Mevrouw BROMET vertelt overvallen te zijn door het nieuws dat Zuidas III een aantal voorzieningen heeft gekregen en dat zonder enige vorm van participatie. Het bestemmingsplan van 2018 is vastgesteld na een participatietraject van drie jaar. Daarbij heeft de buurt steeds gehamerd op het belang van kleinschaligheid en daar heeft men ook concrete toezeggingen op gehad. Daarbij werd gezegd dat men zich zou houden aan een oppervlak van maximaal 250 m2. De Mirandabuurt, die zij vertegenwoordigt, is een buurt met een groot aantal grootschalige voorzieningen. Zij en haar achterban maken zich grote zorgen als de huidige plannen worden doorgezet. Een van die voorzieningen betreft een 24-uurs opvang voor 30 daklozen. Het plan op de Kop Zuidas voldoet niet aan de daarbij te stellen eisen, maar is op Ravel wel mogelijk. Daarom trekt zij aan de bel. Er is een zienswijze ingediend waarin zij zeggen dat de 24-uurs opvang op Ravel moet worden gerealiseerd. In de nota van beantwoording kregen zij de beantwoording dat de drie voorzieningen weliswaar in het bestemmingsplan Ravel passen, maar dat de zienswijze desondanks niet tot aanpassing leidt. Een nadere uitleg wordt niet gegeven.

Het argument lijkt dat Ravel over een periode van 15 jaar wordt ontwikkeld en dat er maatschappelijke functies komen, maar dat er nu geen duidelijkheid hoeft te worden gegeven over welke functies dat betreft. Er wordt geen duidelijkheid gegeven over welke maatschappelijke functies er

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

komen. Dat begrijpt zij niet, want wethouder Everhardt heeft gezegd dat alle maatschappelijke bestemmingen al (niet verstaanbaar). Daarnaast kreeg zij ook te horen dat alle suggesties e.d. afgeserveerd worden door de locaties te spreiden. Zij vraagt de raad vriendelijk om bij de vaststelling van het bestemmingsplan in de raadsvergadering haar bezwaren mee te nemen. Behandeling De heer BOOMSMA vindt het een goede zaak dat het woningbouwprogramma zich primair richt op gezinnen, maar hij vindt dat dat zich slecht verhoudt tot het aantal parkeerplekken. Er moeten voldoende parkeerplekken zijn. Hij vindt hier wel een maximum van 550 plekken, maar geen minimum. Is er ook een minimum? Op pag. 118 van de toelichting staat dat de kansen voor economische waardetoevoeging ook daadwerkelijk moeten worden gegeven. Is daar nu al in voorzien. Als dat niet zo is dan zal het CDA daarover een motie indienen. Mevrouw DE FOCKERT sluit zich op dit laatste punt aan bij de heer Boomsma. Verder is haar fractie blij met het bestemmingsplan. De focus op gezinnen is goed, zoals dat ook geldt voor veel groen. Zij begrijpt de houding met betrekking tot jonge gezinnen en studentenwoningen in het Kenniskwartier, maar zij wil benadrukken dat zij daar die overige 665 woningen graag terug zou willen zien.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ (moeilijk verstaanbaar, waardoor het niet mogelijk is duidelijk te krijgen welk punt spreker tracht te maken) refereert aan de maatregelen om de doorstroming van ouderen op de woningmarkt op gang te laten komen. De heer BAKKER wil weten of de VVD hier wil tornen aan het 40:40:20-verhaal, waarin juist een doorbraak wordt gemaakt voor de groep die hier op dit moment aan de orde is. Waar ligt het primaat van de VVD nu eigenlijk? Volgens mevrouw NAOUM NÉHMÉ is het het college dat tornt aan die verhouding, want het oorspronkelijke voorstel was 100% marktwoningen. Zij tornt niet aan die afspraak. Zij wil dat de gemeente zich betrouwbaar gedraagt. De heer BAKKER wil de VVD erop wijzen dat de eigen wethouder in de vorige periode ten aanzien van de Zuidas gezegd heeft in te gaan zetten op 40:40:20 met de nadruk op gezinnen. Mevrouw Naoum Néhmé tornt hier heel duidelijk concreet aan die begrippen. Dus waar staat de VVD nu eindelijk in haar ideeën over de woningbouw? Eigenlijk vindt hij haar uitlatingen over verhuizingen ontzettend cryptisch. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vindt het een constatering dat geen enkele oudere is georganiseerd, terwijl alle gemeentelijke regelingen voor ouderen bedoeld zijn voor ouderen die een woning achterlaten. Ouderen die geen woning achterlaten kunnen in deze stad op geen enkele regeling rekenen.

Zij wijst gewoon op de oorsprong van dit dossier en Ravel en daar is sprake van 100% marktwoningen. Daarom is het zo jammer dat dit door een D66-wethouder is aangepast naar 40:40:20, terwijl juist D66 tegen 40:40:20 was. De heer BAKKER concludeert dat wethouder Van der Burg van de VVD het programma mede ontwikkeld heeft in de vorige periode met de nadruk op gezinnen en dat de VVD nu een volstrekt andere koers vaart door volledig gratuit te reageren op dit bestemmingsplan. Het is voor hem de vraag of de VVD nog serieus genomen kan worden in het reageren op bestemmingsplannen die er voor zorgen dat er weer volkshuisvesting wordt gerealiseerd in Amsterdam. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ meent dat de heer Van der Burg juist een ander voorstel achtergelaten heeft. Dat is nu juist haar punt.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

De heer VAN SCHIJNDEL wil weten of mevrouw Naoum Néhmé het niet met hem eens is dat dat 40:40:20-verhaal een SP-verhaal is, dat de VVD gewoon heeft verlaten. En dat het niet in steen gebeiteld is dat het niet veranderd kan worden. Waarom niet 20:50:10 om maar eens wat te noemen. Graag een reactie van mevrouw Naoum Néhmé. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ denkt dat 20:50:10 een beetje onlogisch is, want het telt niet op tot 100%. Een uitstekende verhouding zou voor haar 20:50:30 zijn. De heer VAN SCHIJNDEL meent dat de politieke prijs betaald is. Een betrouwbare VVD betekent niet dat het compromis dat acht jaar geleden gesloten is gehandhaafd moet blijven. Daar kan toch afstand van genomen worden om te komen tot 20:50:30. Dat lijkt hem een heel mooie VVD-verdeling. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ is ervan overtuigd dat de VVD een mooi resultaat zal behalen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Men kan van haar aannemen dat haar inzet zal zijn middensegment, middensegment, middensegment! Die 50 is dan het getal waar de VVD voor wil gaan. Vanmorgen is in de commissie Wonen een motie ingediend voor zelfs 100% middensegment. Dus daar zal de heer Van Schijndel blij van worden. Duoraadslid VERKERKE wijst op wat de zienswijze over de vergrijzing zegt en heeft de vraag of andere woningen voor ouderen mogelijk zouden zijn. Dat werd positief gepreadviseerd.

BIJ1 vraagt zich af of dat inderdaad gerealiseerd/gepland is in de verhalen voor de toekomst. Wethouder EVERHARDT meent dat er een mooi ontwikkelplan voorligt met de nadruk op gezinnen en een groene omgeving met een binnengebied dat autovrij is. Wat het parkeerbeleid betreft gaat het hier om een A-locatie. Dat betekent dat er alleen een maximum wordt gegeven en geen minimum. De gesignaleerde kansen wil het college ook zeker pakken, hetgeen via de tenderprocedure zal worden gerealiseerd. Het punt van de studenten in het kenniskwartier is al eerder aan de orde geweest. Hij gaat kijken wat daar mogelijk gemaakt kan worden. Richting de VVD-fractie en het lid Verkerke benadrukt hij dat dit plan dat niet onmogelijk maakt, maar het betreft een gebied voor gezinnen. Dan de verdeling en het beleid. Het gaat erom een complete stad te maken, hetgeen via beleid tot uitvoering gebracht moet worden. Daarbij gaat het in dit gebied om een 40:40:20-verdeling. Dat betekent dat dit een toegevoegde waarde is voor de Zuidas en de ontwikkeling daarvan. Tweede termijn De heer BOOMSMA wil weten of de parkeernorm een verplichting is of iets waar punten naar toe gaan. Hier gaat het om een marktverhaal waar het gaat om parkeerplaatsen, omdat ontwikkelaars dan meer kunnen verdienen. Hij meent dat als het gaat om gezinnen er ook een minimum ingesteld zou moeten worden.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ is benieuwd te horen hoe de wethouder reflecteert op het feit dat het college dus willens en wetens afgestapt is van de oorspronkelijke bouwverhoudingen. Wethouder EVERHARDT gaat allereerst in op de tenderprocedure, die een procedure is waarin inderdaad punten worden gehangen aan bepaalde factoren. Parkeren is een belangrijk onderwerp, dus daar zal zeker een bepaald gewicht aan worden toegekend. De markt bepaalt echter de invulling. De heer BAKKER wil weten wat de wethouder vindt van het feit dat de VVD zo’n hek rondom de Zuidas wil plaatsen, dat wil zeggen een sociale drempel wil plaatsen, waardoor het een niet toegankelijke buurt zou worden. Wat vindt de wethouder daarvan?

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

Wethouder EVERHARDT weet dat deze discussie eerder gevoerd is, namelijk in 2020. Toen is het ontwikkelplan besproken en heeft de raad zijn oordeel daarover gegeven. Vandaar dat sindsdien voor deze richting is gekozen. Hij acht het van belang voor de stad dat ook in deelgebieden gezorgd wordt voor een goede mix, zodat het ook echt een onderdeel van de stad wordt. Hij heeft geconstateerd dat in de Zuidas een ontwikkeling als deze met die 40:40:20 en aandacht voor gezinnen van toegevoegde waarde is voor het gebied zelf, maar ook voor de rest van de stad. Vandaar dat hij het een goed en mooi plan vindt. De heer KREUGER wil weten wat de wethouder bedoelt met ‘dat het anders niet bij de stad hoort’. Wethouder EVERHARDT vindt dat de verbinding tussen de Zuidas en de stad versterkt kan worden. En dat gebeurt op deze manier! De heer KREUGER vindt dat een verkooppraatje, maar heeft de wethouder dat wel eens gevraagd aan iemand die daar woont, of zo? Hij woont daar namelijk in de buurt, maar hij heeft dat nog nooit gehoord. Wethouder EVERHARDT vindt het goed dat de heer Kreuger zijn ervaring met de commissie deelt, maar hij vindt dat de ontwikkeling van de Zuidas ook in zijn historie het kenmerkt draagt van een kantorenlocatie, waarin alleen gewerkt wordt. Dat is niet zo en daar wordt hard aan gewerkt. Daarom vindt hij deze ontwikkeling in dit gebied een absolute meerwaarde.

De VOORZITTER stelt vast dat dit punt hiermee voldoende besproken is en rijp is voor besluitvorming. Het zal een korte bespreking krijgen in de raadsvergadering.

Raadsaangelegenheden 5 Opheffen van de geheimhouding op de bijlagen behorende bij de raadsinformatiebrief met de reactie van het college op het verzoek van het lid Boomsma tot inzage van vertrouwelijke stukken inzake erfpacht (ZD2021-006325) Gevoegd te behandelen met 32 (Gedeeltelijk) opheffen van geheimhouding op documenten inzake de totstandkoming van de vernieuwing van het erfpachtstelsel in de periode 2014-2018 naar aanleiding van herbeoordeling in het kader van actief openbaar maken Nr. VN2021017666 Besloten wordt de geheime stukken behorend bij agendapunt 5 niet (besloten) te behandelen. De heer BOOMSMA acht het voor de rechtsstaat en de democratie fundamenteel dat besluitvorming openbaar plaatsvindt. Het is niet zo dat de gemeente willekeurig kan bepalen wat openbaar wordt en wat niet. In principe is alle openbaar, tenzij er een heel goede juridische onderbouwing is waarom dat niet zou kunnen. Hij is blij dat nu toch een aantal documenten geheel of gedeeltelijk openbaar worden gemaakt. Het college wil nog steeds de geheimhouding van een aantal stukken handhaven, maar heeft daar nog steeds geen goede onderbouwing voor kunnen geven. Hij heeft daar een aantal keren naar gevraagd, maar geen bevredigende, juridische onderbouwing bij gekregen. Hij vindt het lastig dat er geen kennisgenomen kan worden van die juridische afweging.

Verder begrijpt hij niet dat gezegd wordt dat het voorlopig de laatste keer is dat documenten op deze wijze naar buiten worden gebracht, want dat is gewoon aan de raad. Hij begrijpt ook niet dat het college zegt dat het zo veel tijd kost. Hij snapt het gewoon

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

niet. Hij verwijst naar een overeenkomstige kwestie die speelt bij VWS. Daarbij heeft de rechter bepaald dat in het openbaar maken geen eigen regie gevoerd kan worden. Hij hoort graag een reactie. Hij wil weten of de operatie aangaande beoordelingscriteria nu klaar is. Hoe verhoudt zich dat dan naar het eerdere geheim verklaren van stukken? Hij denkt dat het belangrijkste is dat er een inventarisatielijst komt van alle stukken (die zgn. 40.000 stukken), zodat partijen zelf kunnen bepalen welke stukken men wil zien. Op die manier kan het college waarschijnlijk veel tijd besparen. Vanochtend las hij in de pers dat er helemaal geen grond was voor het geheimhouden van die BSQ-WOZ-infrastukken, omdat er in 2017 door de juristen van de gemeente is gezegd dat er geen grond is om geheim te houden. Ook Berenschot is dat van mening. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ sluit zich aan bij de woorden van de heer Boomsma. Het is inderdaad niet de macht die bepaalt welke stukken in de openbaarheid kunnen worden gedeeld. Zij constateert dat partijen zich altijd voorstander betonen van transparant bestuur en openbaar bestuur, maar zij merkt dat die partijen in de raad altijd de andere kant opkijken als het de aanmoediging van het college betreft waar het gaat om transparantie en openbaar bestuur.

Zij is ook heel benieuwd naar de juridische onderbouwing van het college voor het afgewogen besluit, want die is niet met de raad gedeeld. Zij krijgt die juridische onderbouwing graag te zien. Wethouder VAN DOORNINCK heeft de achttien documenten op verzoek met de raad gedeeld. Daarna is bekeken hoe ze nog verder openbaar gemaakt kunnen worden. Om de laatste hand te kunnen leggen aan de voorbereidende werkzaamheden om die 40.000 documenten openbaar te kunnen maken, zonder dat daar eerst om gevraagd wordt en te achterhalen welke richtlijnen daar voor zijn, is die zoektocht volgens de oude normen gedaan. Daar is zo breed en open mogelijk naar gekeken. Dat heeft ertoe geleid dat het het college gelukt is om nog wat extra helemaal of gedeeltelijk openbaar te maken. Zij is nu bezig met het ordenen op dubbelen en overlappen van stukken met behulp van de nieuwe richtlijn. En zij is voornemens om elke maand een set aan documenten te publiceren. Zij heeft ook eerder laten weten dat zij stukken waar WOBverzoeken over zijn als eerste zal behandelen, zodat daarin geen vertraging opgelopen wordt. De heer Boomsma en mevrouw Naoum Néhmé zeggen dat het niet aan het college is om te bepalen wat wel of niet opgevraagd kan worden. Wat het college probeert te zeggen is, dat dit proces naar een zo groot mogelijke openbaarheid heel erg serieus genomen wordt.

Wat hier nu gebeurt met die 40.000 stukken over erfpacht is een eerste proeve van hoe dat gedaan moet worden. Daarom gebeurt dat zo zorgvuldig. Het afwegingskader dat daarvoor in de maak is, zal ook voor andere stukken en trajecten gaan gelden. Het verzoek aan de raad is – en het college is daar wat stellig in – zich bewust te zijn dat door stukken die tussendoor opgevraagd worden, er voor verdere vertraging wordt gezorgd. Dat is vervelend, want op die manier blijft men achter de feiten aanlopen. Er is heel duidelijk toegezegd dat stukken waar WOB-verzoeken over gedaan zijn, voorrang krijgen, zodat achterstanden ingelopen kunnen worden. Het college acht dit dus een belangrijke operatie en dat niet alleen voor dit dossier. Het college verzoekt daarom hen de nodige tijd te gunnen. De heer Boomsma vroeg naar wanneer het beoordelingskader klaar is. Daar wordt dus nu de laatste hand aan gelegd. Verder zal die inventarisatielijst bij iedere keer dat er een set documenten wordt opgeleverd, verder worden aangevuld. Het is dus moeilijk om die lijst in één keer op te leveren, omdat er in tranches gewerkt wordt. Er werd verder gevraagd naar de tekst van de juridische onderbouwing. Die tekst kan kabinet worden gepresenteerd, zodat achterhaald kan worden wat per document de overweging is geweest. Dat is verder geen probleem. Dan de precieze berekening van de BSQ.

In eerste instantie werd in 2017

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

gedacht dat een precieze berekening mogelijk was, maar dat dat wegens de wet niet openbaar gemaakt kon worden. Onder druk van de erfpachters is er wel steeds gezocht naar manieren om de openheid wel te kunnen geven. Zij hoopt binnenkort terug te kunnen komen met te laten zien wat er allemaal mogelijk is binnen de grenzen van de wet. Zij snapt de wensen vanuit de erfpachters en vanuit de raad. Zij is er voortdurend mee bezig geweest wat er allemaal mogelijk is. Daar heeft zij de raad ook steeds van op de hoogte gehouden. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil weten wanneer die 40.000 documenten gepresenteerd zullen worden. In het geval van VWS heeft de rechter bepaald dat het ministerie binnen twee maanden 26.000 documenten openbaar moet maken. Op welk moment komen de 40.000 Amsterdamse documenten naar buiten? Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop al duidelijk te hebben gemaakt dat die 40.000 documenten in tranches naar buiten zullen worden gebracht. Dat zal medio juli voor het eerst het geval zijn. Daarna zal getracht worden maandelijks een nieuw gedeelte in de openbaarheid te brengen en dat zal enkele maanden nemen. In de eerste tranche zal getracht worden documenten te leveren waar al eerder WOB-verzoeken over ontvangen zijn. Tweede termijn De heer BOOMSMA begrijpt waar het college mee bezig is, maar volgens de rechtbank kan men publicaties niet zien als besluiten op WOB-verzoeken.

Die individuele WOB-verzoeken blijven dus gewoon staan. De vraag is dus of die individuele WOBverzoeken wel beantwoord worden. Wat die inventarisatielijst betreft, lijkt het hem beter om die eerst te publiceren, want daardoor kan heel veel tijd bespaard worden, omdat mensen daarvan kunnen aangeven wat zij belangrijk vinden. De raad heeft ook nooit om alle stukken gevraagd. Volgens wethouder VAN DOORNINCK lopen er twee dingen door elkaar. Er lopen WOB-verzoeken. Actieve openbaarmaking betekent niet dat alles openbaar gemaakt wordt. Het ‘actieve’ betekent dat er niet op aanvraag wordt gereageerd met de openbaarmaking. Dat vergt nog steeds dat de openbaarmaking juridisch moet worden onderbouwd. Bekeken wordt hoe er zo veel mogelijk openbaar gemaakt kan worden, zonder dat daardoor derden of de gemeente om hun belangen geschaad worden. Het is niet zo dat nu alles per definitie openbaar gemaakt gaat worden. Wat die inventarisatielijst betreft, wijst zij op al die dubbelingen en overlappingen, waarvan zij al gewag maakte. De inventarisatie krijgt men bij elke tranche te zien. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ herinnert aan de vraag of het college stukken geheim verklaart nadat een WOB-verzoek is ontvangen. Het lijkt haar dat dat niet in lijn is met de WOB-wetgeving. Wethouder VAN DOORNINCK verklaart dat haar daarvan geen voorbeelden bekend zijn.

Het is wel zo dat er stukken zijn, die al eerder onder een WOB-verzoek niet openbaar gemaakt zijn. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ herhaalt voor de helderheid dat de wethouder dus nu verklaart dat het soms voorkomt dat stukken die nog niet geheim waren wel opeens geheim worden verklaard nadat het college WOB-verzoeken heeft ontvangen. Wethouder VAN DOORNINCK hoort mevrouw Naoum Néhmé nu haar vraag zo algemeen te stellen dat zij daar geen antwoord op kan geven. Daarom denkt zij dat het beter is als mevrouw Naoum Néhmé daar schriftelijk vragen over stelt, zodat zij op alle afdelingen kan nagaan of dat gebeurt. Het zou ook raar zijn als zij dat wel zou weten. De VOORZITTER stelt vast dat raadsvoordracht 32 doorgaat naar de raad en

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

daar een korte bespreking zal krijgen.

Grondzaken 6 Vaststellen stedenbouwkundig plan Groenehuyzen-Blomwijckerpad, grondexploitatie en het beschikbaar stellen van een krediet (ZD2021-008178) Dit punt wordt op voorstel van de wethouder vandaag niet behandeld en uitgesteld naar de volgende vergadering. Er is namelijk een omissie in het stuk geconstateerd.

7 Instemmen met het toepassen van de Wet voorkersrecht gemeenten op een deel van de locatie Willem Fenengastraat te Amsterdam (Kauwgomballenkwartier) (ZD2021005072) Gehamerd, ook in de raadsvergadering

8 Vaststellen van de Investeringsnota Struijckekade en het beschikbaar stellen van een krediet (ZD2021-003176) Mevrouw VAN RENSSEN spreekt van een mooi plan. Haar eerste vraag betreft het toegezegde onderzoek naar laagtemperatuurwarmte en naar geothermie. Ook hier speelt echter weer de concessie uit 2005. Zij vraagt zich af wat daarmee gedaan kan worden. In het stedenbouwkundig plan zag zij dat de eis is dat de nieuwbouw wordt aangesloten op stadswarmte. Klopt het dat die opmerking dan achterhaald is. Verder wordt gesteld dat de binnentuinen zo goed mogelijk zullen worden ingericht. Ook het park wordt beter ontsloten met een nieuwe brug. Zij wil weten of het mogelijk is een verbod op te leggen om de tuintjes van de begane grond te betegelen. Kan er tot slot voor gezorgd worden dat bewoners ook bij het beheer van die openbare ruimte worden betrokken? Wethouder VAN DOORNINCK meent dat als het gaat om stadswarmte of laagtemperatuur de concessie van 2005 geldt, maar er wordt wel het gesprek over gevoerd. In de volgende fase zal bekeken worden of er wellicht met een hybride WKOsysteem gewerkt kan worden. De corporaties zullen daar wel in mee willen werken. Zij weet niet of een verbod op het betegelen van binnentuinen juridisch mogelijk is. Misschien dat de raad hierin iets kan betekenen.

Er zal voorts bekeken worden of er onder de bewoners interesse is mee te doen in het beheer van de openbare ruimte. Zij denkt dat dat ook iets is dat meegegeven kan worden aan de corporaties die daar aan de slag gaan. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp nu door kan naar de raad waar het een korte behandeling zal krijgen.

Ruimtelijke ordening 9 Instemmen met bijgaande brief met wensen en opvattingen over de tweede versie MRA-verstedelijkingsconcept (ZD2021-007057) De heer WARMERDAM weet dat de raad de mogelijkheid heeft om een advies

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

mee te geven voor deze verstedelijkingsstrategie. D66 doet dat graag, maar het gaat om 111 pagina’s, waarbij hij zich afvraagt of een en ander nog toegankelijk is voor mensen die dit aangaat. Hij roept de MRA op na te denken over hoe zij bedrijven en andere betrokkenen kan meenemen in het proces en het verhaal. Hij heeft kunnen lezen dat ook de wethouder dit meegeeft in haar advies. Hij denkt ook dat het belangrijk is dat er een publieksversie is. Hij vindt echter dat er voor ieder stuk van meer dan 100 pagina’s een publieksversie moet zijn. Als kernambitie staat vermeld dat de economie veerkrachtig, schoon en inclusief moet zijn. Het stuk spreekt over hoog en praktisch opgeleiden. Volgens hem is het achterhaald om op een dergelijke manier over opleidingsniveau te spreken. Het gaat niet om zgn. hoog opgeleide of laag opgeleide mensen, maar dat er een match is tussen opleiding en vaardigheden van inwoners enerzijds en de beschikbare banen anderzijds. De strategie stelt dat het type banen dat beschikbaar komt moet aansluiten bij de beroepsbevolking. De economie moet aansluiten bij de vaardigheden van de inwoners. Maar niet alles is stuurbaar. Dus er moet ook voor gezorgd worden dat mensen binnen de MRA opgeleid worden voor de banen die beschikbaar zijn. D66 vindt dat het hoger onderwijs wel heel matig in het stuk naar voren komt. Dat mag wat robuuster.

Wat er over onderwijs wordt gezegd is wel erg economische georiënteerd. De verstedelijkingsstrategie moet ook aandacht hebben voor de maatschappelijke banen die moeten worden ingevuld. Kan de wethouder in de verstedelijkingsstrategie inzetten op een stevigere focus op het belang van onderwijs en dat niet alleen voor de economie, maar zeker ook breder? De heer KREUGER vraagt zich af of hij iemand van D66 hoort beweren dat leraren e.d. geen bijdrage leveren aan de economie? De heer WARMERDAM ontkent dat de heer Kreuger hem dit hoort zeggen. Hij zegt dat leraren, zorgverleners, kunstenaars en ambtenaren wel degelijk een bijdrage leveren aan de economie, maar wel meer dan dat alleen. Bij hetgeen gezegd wort over de bereidheid om ruimte te reserveren voor bedrijven deels op bestaand terrein en deels daarbuiten, wil hij het volgende meegeven dat kantoren en bedrijventerreinen anders gebruikt zullen worden na corona dan voorheen. De wereld verandert en de manier waarop we de stad en de regio inrichten verandert ook. Hoe kunnen die ontwikkelingen worden meegenomen in deze afweging? Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoort D66 zeggen dat anders omgegaan wordt met distributieterreinen na corona. Vindt D66 dan ook dat er een pas op de plaats gemaakt moet worden met het bebouwen van de Lutkemeerpolder? De heer WARMERDAM zegt het nu te hebben over de MRAverstedelijkingsstrategie.

Straks bij het punt Lutkemeerpolder zal hij daarop ingaan. De wethouder adviseert in de derde versie aan te geven waar onzekerheden zitten, waar onderzoek nodig is hoe keuzes gemaakt kunnen worden. Hij leest veel goede dingen in het concept, maar is van mening dat een strategie ontbreekt. Er worden geen duidelijke keuzes gemaakt. Hij wil horen wat de visie van de wethouder is op situaties waar belangen eventueel botsen en die afwegingen en keuzes gemaakt moeten worden. Welke principes zijn dan leidend? Kan de raad nu reeds aangeven welke keuzes de raadsleden nu graag gemaakt zien? De heer NIJSSEN zit zich af te vragen waar het allemaal over gaat. Kan D66 een voorbeeld geven van waar het allemaal bij de vragen aan de wethouder over gaat? De heer WARMERDAM kan begrijpen dat de heer Nijssen die vraag stelt, want hij moet 111 bladzijden behandelen en dan is dat lastig te volgen. Vandaar zijn oproep tot beknoptheid. Voor nu wilde hij de vraag stellen bij alle getoonde vergezichten wat er moet gebeuren bij het botsen van allerlei tegengestelde belangen e.d. met betrekking tot de verstedelijking. Als het om een strategie gaat, dan moet het duidelijk zijn welke keuzes de MRA moet durven maken. Dat leest hij nog te weinig.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

De heer VAN SCHIJNDEL vraagt zich af bij visies, zoals die welke nu voorligt, wat er zwaarder weegt: groen of woningbouw of misschien zijn er veel bedrijventerreinen nodig. Hij hoort van de heer Warmerdam dat deze een soort weging vastknoopt aan allerlei onderwerpen die voor deze raad van belang zijn, bijvoorbeeld de Lutkemeer. Dit om oude besluiten te kunnen wegen tegen het licht van nieuwe opvattingen en die daarom misschien moeten worden teruggedraaid. De heer WARMERDAM wilde duidelijk maken dat deze conceptvisie nauwelijks een strategie is, maar pretendeert dat wel te zijn. D66 wil dat er keuzes gemaakt gaan worden. Hij roept de wethouder op om duidelijk te maken waar de keuzes van het college liggen. Daar kan dan vervolgens op gereageerd worden. De heer VAN SCHIJNDEL vindt dit antwoord wel erg procesmatig en formeel. Hij is gewoon geïnteresseerd wat de visie en de strategie van D66 is. Daar moet D66 toch ideeën over hebben na het lezen van zo veel bladzijden! De heer WARMERDAM moet daar kort over zijn. D66 kiest, als het gaat om het OV of de auto, voor het OV. Dat is een voorbeeld. De heer VAN SCHIJNDEL wil nu van D66 horen hoe belangrijk die economische bedrijvigheid gevonden wordt vergeleken met groen. De heer WARMERDAM vindt dat een heel brede vraag en volgens hem is het niet of-of, maar kan het heel mooi samengaan.

Hij hoopt dat ook samen te zien gaan in die verstedelijkingsstrategie van de MRA. De heer KREUGER wijst erop dat in deze verstedelijkingsstrategie staat dat er 175.000 woningen gebouwd zouden worden. Wat vindt D66 van dat aantal. De heer WARMERDAM lijkt dat een zeer ambitieus aantal en hoe meer woningen hoe beter. De heer KREUGER antwoordt dat D66 dat ambitieus mag vinden, maar dat dat aantal nog steeds niet genoeg is. Het moeten er immers 220.000 zijn. Wat vindt D66 van dat gat en dat aanzienlijke tekort? De heer WARMERDAM vindt dat inderdaad een heel groot gat, waarvan hij hoopt data de MRA daartoe met een plan gaat komen. De heer KREUGER wijst erop dat het aan de raadsleden is om wensen en bedenkingen mee te geven aan de MRA. JA21 gaat in ieder geval een motie indienen om die 175.000 woningen mee te nemen als ondergrens en niet als bovengrens. Het lijkt hem fantastisch als D66 die motie samen met JA21 gaat indienen. Staat D66 daarvoor open? De heer WARMERDAM denkt dat die motie op dit moment prematuur is, omdat het nog steeds om een concept gaat en niet om een uiteindelijke tekst. De heer NIJSSEN heeft twee vragen, waarvan de eerste te maken heeft met de brief van de wethouder over de transformatie van de Houtrakpolder. De brief stelt: “Nee, tenzij…” Die visie wijkt af van de visie op het Noordzijkanaalgebied, die Amsterdam ook ondertekend heeft.

Hij hoort graag hoe de wethouder die twee dingen met elkaar rijmt. Verder heeft hij een vraag over het citaat: “Wij zijn niet zondermeer bereid om een hogere grenswaarde voor geluid en risico maximaal uit te nutten voor nieuwe woningen.” Hij vindt ‘zondermeer’ heel interessant. Wat betekent dat; wanneer is de wethouder wel of niet bereid etc.? De heer MANGAL mist in dit voornamelijk economische stuk een uitgebreide

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

sociale paragraaf, waarin wordt ingegaan op de leefbaarheid en de menselijke maat. Hij pleit ervoor om daar iets meer aandacht aan te besteden. Wethouder VAN DOORNINCK hoorde de heer Warmerdam zeggen dat het een wel heel lijvig stuk was. Dat was haar ook opgevallen, vandaar haar vraag om er een publieksversie van te maken. Dat is bij de verstedelijkingsstrategie ook al aangekondigd. ‘Publieksversie’ maakt ook meteen duidelijk wat het is, namelijk een tekst die door iedereen tot zich genomen kan worden. Zij vindt ook dat de MRA zich beter moet vergewissen van een dergelijke helderheid in de stukken die men produceert. Dan de vraag of de maatschappelijke aspecten wel genoeg worden meegenomen. Ook in haar brief wordt erop aangedrongen dat aspect pregnanter naar voren te brengen. De verstedelijkingsstrategie is een ruimtelijke strategie, dus geen sociaal-maatschappelijke strategie. Het is eigenlijk nieuw voor deze tijd dat er gekeken wordt of ook die sociaal-maatschappelijke aspecten erin opgenomen zijn, zonder dat daarop tot in detail ingegaan wordt. Tot op zekere hoogte is dat ook in deze nota getracht tot stand te brengen, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het vermelden van de vervoersarmoede. Zaak daarbij is wel niet te ver verwijderd te raken van het feit dat het om een ruimtelijke strategie gaat.

De heer MANGAL wijst erop dat er echter alleen naar bevolkingsgroepen wordt gekeken vanuit een economisch perspectief. Hij denkt dat die scope veel breder zou moeten zijn dan alleen het economische nut van een bevolkingsgroep. Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat zij dat ook in haar zienswijze heeft duidelijk gemaakt. Maar feit is dat het een ruimtelijke strategie blijft, die wordt opgesteld om tussen Rijk en regio afspraken te kunnen maken. Dan spelen sociaalmaatschappelijke aspecten een minder belangrijke rol. Onderwijsvoorzieningen zijn een goed voorbeeld van hoe sociaal-maatschappelijke voorzieningen ook van belang zijn voor een economische ontwikkeling. Dat aspect zal zij nog opnemen in haar brief. Door ook op dergelijke sociaal-maatschappelijke voorzieningen in te gaan, wordt meteen duidelijk gemaakt dat er gehecht wordt aan zaken als leefbaarheid en dat zonder daar in detail op in te gaan. D66 stelde ook de vraag hoe omgegaan wordt met de wellicht veranderende kantorenmarkt, de welllicht wijzigende bedrijven die nodig zijn. Zij denkt dat met een sterk verdichtende stad er niet meteen sprake zal zijn van een mindere behoefte aan dat soort zaken, maar ze kunnen wel veranderen. Daarom is ook besloten niet per definitie reeds nu al ruimte te reserveren. Het gaat ook om intensivering van bedrijventerreinen. Er moet gekeken worden naar wat de ontwikkelingen zijn.

Richting de heer Nijssen zegt zij dan ook dat er een ruimtelijke reservering is gemaakt, maar als nu al gezegd wordt dat er in de Houtrakpolder van alles kan, dan legt zij zich vast op een manier die zij dus niet wil, want er ligt tenslotte een intensiveringsopgave. Wegens het toch sterk excessieve gebruik van bedrijventerreinen denkt zij dat de eerste opgave toch ligt op die verdichting óók op bedrijventerreinen. Daarna kan bekeken worden of er nog andere plekken nodig zijn. De heer NIJSSEN wijst erop dat in die visie betreffende het Noordzeekanaalgebied het toch anders staat opgeschreven. Wordt de visie van de wethouder ook gedeeld door de andere partijen die ook die visie ondertekend hebben? Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat dit aspect vaak in het platform voor het Noordzeegebied wordt besproken. De gemeente Haarlemmermeer geeft daarbij steeds aan tegen de bebouwing van de Houtrakpolder te zijn. Dus het onderwerp leeft absoluut. De heer VAN SCHIJNDEL wil – nu het toch over het Noordzeekanaal gaat – weten hoe het nu staat met het pleidooi van de stad richting Den Haag om die zeehavennorm over geluidsbelasting wat minder strak te maken, zodat er meer woningbouw kan plaatsvinden.

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat dit raakt aan de vraag hoe omgegaan wordt met die hoge grenswaarden voor geluid. Zij beantwoord dan meteen de vraag van de heer Nijssen en diens ‘zondermeer’. Dat duidt er namelijk op dat het altijd om een belangenafweging gaat en dat woningbouw en bedrijvigheid op een bepaalde plek met maatwerk afgewogen moet kunnen worden. Dat brengt haar ook op het punt dat zaken altijd in ontwikkeling zijn en dus veranderen. Dit betekent dat zaken als ruimtelijke programma’s steeds moeten worden herijkt en aangepast. Vandaar dat er een monitoringssysteem bij de verstedelijkingsstrategie komt, zodat het verstedelijkingsconcept meerdere versies gaat krijgen. Dat monitoringssysteem krijgt in de opeenvolgende versies steeds duidelijkere contouren. De heer Warmerdam wees ook op het feit dat het allemaal nog erg visionair is en weinig concreet wat knelpunten betreft. Dat is ook precies het gesprek dat zij in de regio wil aangaan op weg naar het derde concept, waarin duidelijke keuzes gemaakt moeten gaan worden. Dat is ook nodig om uiteindelijk het gesprek met het Rijk op een effectieve manier te kunnen voeren leidend tot ‘boter bij de vis’. Amsterdam zal daarbij proberen zoveel mogelijk punten uit zijn omgevingsvisie gehonoreerd zien te krijgen.

De VOORZITTER stelt dat dit onderwerp nu voldoende rijp is voor bespreking in de raadsvergadering, alwaar het een korte behandeling zal krijgen.

10 De raad te adviseren in te stemmen met de bijgevoegde raadsvoordracht inzake het kennisnemen van de jaarstukken en het instemmen met het niet indienen van een zienswijze op deze financiële jaarstukken van de drie recreatieschappen (ZD2021006488) Gehamerd, ook in de raadsvergadering

11 Kennisnemen van de financiële jaarstukken van de recreatieschappen TwiskeWaterland, Spaarnwoude, Groengebied Amstelland, instemmen met het indienen van een zienswijzer op deze financiële jaarstukken van de drie recreatieschappen (ZD2021006488) Mevrouw BLOEMBERG-ISSA wil namens de PvdD herhalen dat de natuur geen verdienmodel mag zijn. Zij las in de stukken dat festivals gezien worden als cruciale inkomsten, die nodig zijn voor beheer en onderhoud van het gebied. Zij vindt dat festivals niet noodzakelijk zouden moeten zijn om de natuur te beheren. Voor natuur zou zondermeer voldoende geld vrijgemaakt moeten worden. Dit is de reden waarom de PvdD hier tegen zal stemmen. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat recreatieschappen geen andere inkomsten hebben dan de bijdragen van participanten of inkomsten uit evenementen of parkeren. Dus op het moment dat die inkomsten uit evenementen er niet meer zijn, zal de bijdragen van participanten danig omhoog gaan. Door corona zijn de recreatiegebieden veel meer gebruikt. Dat is goed nieuws en daarom is zij blij dat er op dit moment niet meer bezuinigd wordt op het beheer van die gebieden. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt nu door kan naar de raad waar het gehamerd zal worden.

13 Vaststellen van het bestemmingsplan “IJtram, Pampuslaan” (ZD2021-006911)

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021

RO

Gehamerd, ook in de raadsvergadering

14 vaststellen van het bestemmingsplan Bredius 1ste herziening (ZD2021-006922) Mevrouw VAN RENSSEN herinnert eraan dat twee jaar geleden al voorwaarden voor dit bestemmingsplan zijn vastgesteld. Blijkbaar was er toen een strenge voorwaarde opgenomen om de woningen te beschermen tegen geluid van de NS-werkplaats. Die voorwaarde was na doorberekeningen van de NS en ProRail niet meer nodig. Zij vraagt zich daarom af waarom deze herziening twee jaar geleden niet heeft plaatsgevonden. Zij vraagt de milieuvergunning een volgende keer aan te passen bij de aanpassing van het bestemmingsplan. In een milieuvergunning heeft een bedrijf bepaalde rechten, maar als alleen de regels voor de ontvangende partij worden aangepast en niet ook de rechten van het bedrijf om geluid te produceren, dan kan dat in de toekomst voor scheefgroei zorgen. Daarom haar vraag om in het vervolg ook de milieuvergunning aan te passen als dat noodzakelijk is om woningbouw mogelijk te maken. Wethouder VAN DOORNINCK snapt de tweede vraag van mevrouw Van Renssen en zegt niet te weten of dat altijd mogelijk is, want een staande milieuvergunning zorgt natuurlijk voor rechten. Zij kan zich voorstellen dat dat in een verdichtende stad maatwerk zou kunnen zijn. Dan de vraag of die herziening niet twee jaar geleden gedaan had kunnen worden. Toen was echter die afstemming met de NS en ProRail niet nodig.

Daar wordt natuurlijk wel altijd naar gezocht. Mevrouw VAN RENSSEN wil weten of de wethouder de toezegging heeft van de NS dat zij nooit gebruik zullen maken van die extra rechten die in de milieuvergunning staan, maar waar het bestemmingsplan niet op gebaseerd is en het aanvullende onderzoek om gedoe in de toekomst voor deze woningen te voorkomen? Wethouder VAN DOORNINCK moet hierop terugkomen, want zij weet niet precies wat daar de afspraken zijn. Zij zal dat mevrouw Van Renssen laten weten, desnoods tijdens de raadsvergadering. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp een korte bespreking zal krijgen in de raad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10469438/1