Conceptverslag Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 10-01-2024.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting
WV
Raadscommissieverslag, 10 januari 2024
Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
CONCEPT Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Woensdag 10 januari 2024 van 09.00 tot 12.00 uur 7 februari 2024
Voorzitter: lid Kabamba Portefeuillehouders: wethouders Groot Wassink en Van Dantzig Commissiegriffier: dhr. Van Loon Verslaglegging: mw. Vernooij (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Alberts (SP), Ahmadi (LAV), Aslami (D66), Van Berkel (JA21), Broersen (Volt), Emmerik (PvdD), Von Gerhardt (VVD), Lochtenberg (CDA), Mangal (DENK), Minderhoud (PvdA), Molema (JA21), Perdok (LAV), Van Renssen (GL) Afwezige commissieleden: Afwezige portefeuillehouders: wethouders Pels en Scholtes Overige aanwezigen: dhr. Heeneman (commissieondersteuner)
Inhoudelijk 1.a. Opening inhoudelijke gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat wethouder Pels haar werk voor een paar weken heeft neer moeten leggen. Haar portefeuille Volkshuisvesting wordt waargenomen door wethouder Van Dantzig. Namens de hele commissie wordt wethouder Pels een voorspoedig herstel toegewenst. Wethouder Scholtes heeft zich afgemeld voor de vergadering. Wethouder VAN DANTZIG meldt dat de reactietermijn voor het initiatiefvoorstel van lid Von Gerhardt “Gelijkwaardige kansen op een vrij en welvarend leven optoppen deel 2, niet wordt gehaald. Optopping is een complex onderwerp en er is meer tijd nodig om op de voorstellen te reageren. Het voorstel is om de bespreking van het initiatiefvoorstel door te schuiven naar de commissievergadering van 13 maart a.s. 1.c. Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt voor om agendapunt 4 als eerste inhoudelijke punt te behandelen in verband met de aanwezigheid van wethouder Groot Wassink. De agenda wordt conform vastgesteld.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept Raadscommissieverslag, 10 januari 2024
WV
1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WV d.d. 6 december 2023 Het verslag wordt vastgesteld. 1.e. Termijnagenda per portefeuille Lid VON GERHARDT informeert opnieuw naar de afhandeling van de moties en toezeggingen inzake Riekerhaven. Wethouder VAN DANTZIG zegt toe om binnen enkele weken een raadsbrief te sturen inzake de vier aangenomen moties over de tijdelijke wooncomplexen naar aanleiding van de brand in Riekerhaven. Als gevolg van de recente ontwikkelingen in Riekerhaven is de beantwoording vertraagd. In de raadsbrief zullen ook de recente ontwikkelingen worden meegenomen. Lieven de Key is op dit moment bezig om de dakconstructies op de locaties aan te passen, zodat het complex niet langer brandgevaarlijk is wat de brandweer eerder heeft geconcludeerd. In maart zullen deze werkzaamheden afgerond moeten zijn. In week 2 vindt een locatiebezoek plaats om te bepalen of en hoe lang de brandwachten noodzakelijk blijven. 1.f. TKN-lijst De VOORZITTER heeft de volgende verzoeken ter agendering voor de vergadering van 7 februari 2024 ontvangen: TKN-9 op verzoek van lid Broersen (Volt). Zij denkt dat het belangrijk is om dit onderwerp breder te bespreken met de commissie. TKN-4 op verzoek van lid Lochtenberg (CDA) om dezelfde reden. TKN-6 op verzoek van lid Van Renssen (GL).
Zij wil met de commissie van gedachten wisselen over de evaluatie van de opkoopbescherming. TKN-5 op verzoek van lid Lochtenberg. Hij stelt dat het streven moet zijn om zo min mogelijk boetes uit te delen. 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Geen. Inhoudelijk 2.a. Opening inhoudelijk deel 2.b. Inspreekmoment publiek Er heeft zich 1 inspreker aangemeld. Mevrouw Voortman spreekt in namens ASVA (Amsterdamse Studentenvakbond) over TKN 9: Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief over de monitor veiligheid studentencomplexen, tevens de afdoening van de toezegging d.d. 16 november 2022 aan de commissie WV over de monitor veiligheid studentencomplexen. Mevrouw VOORTMAN gaat in op de brandveiligheid van tijdelijke studentenwoningen. De commissie wordt gevraagd of het veilig is om in het gebouw te verblijven zonder brandblusser of rookmelder. Afgelopen week is er een woning afgebrand
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept Raadscommissieverslag, 10 januari 2024
WV
op de Spinozacampus waarbij de eigenaar brandwonden heeft opgelopen in een poging de brand te blussen. Als er een brandblusser aanwezig was geweest, had dit wellicht voorkomen kunnen worden. Vorig jaar was er de grote brand in het Riekerhavencomplex waarbij 75 appartementen in vlammen zijn opgegaan, werden 60 andere woningen onbewoonbaar verklaard en zijn meerdere huisdieren omgekomen bij de brand. In deze complexen zijn pas na de brand rookmelders geïnstalleerd. Op dit moment hoeven tijdelijke woningen slechts een half uur brandwerend te zijn, bij reguliere woningen is dit een uur. De vraag is waarom tijdelijke woningen niet aan dezelfde brandveiligheidseisen moeten voldoen. Er zijn nu al heel veel tijdelijke woningen in Amsterdam en de komende jaren zullen er nog meer bij komen voor studenten. Vooralsnog zijn er geen menselijke slachtoffers gevallen, maar mevrouw Voortman hoopt dat de gemeente niet wil wachten totdat dit wel het geval is. Een oproep is dat de gemeente haar verantwoordelijkheid neemt voor brandveiligheid voor tijdelijke woningen. Lid BROERSEN vraagt of mevrouw Voortman op de hoogte is van de reactie van de eigenaar van de Spinozacampus inzake veiligheidsmaatregelen en of zij weet of de brandblusser echt niet aanwezig was bij de brand afgelopen week. Mevrouw VOORTMAN weet alleen dat de blusser niet is gebruikt.
Wellicht was deze wel aanwezig, maar bevond die zich in ieder geval niet op de aangewezen plek. Lid ASLAMI vraagt of mevrouw Voortman het gevoel heeft dat de basisveiligheid niet op orde is en als dit het geval is, of dit is aangekaart bij de eigenaar en hoe hierop is gereageerd. Mevrouw VOORTMAN meldt dat er vrijdag een gesprek met de brandweer plaatsvindt. Gezien de grote hoeveelheid complexen is het niet werkbaar dat de ASVA deze allemaal controleert. Zij denkt dat de gemeente hierin een rol heeft en meent dat dit niet altijd goed gaat. Lid VON GERHARDT vraagt of hij goed begrijpt dat de oproep is dat verhuurders op (half)jaarlijkse basis bij elkaar kunnen komen om zorgen over veiligheid te uiten. Op welke manier zou dit volgens ASVA het beste kunnen en hoe vaak zouden deze bijeenkomsten georganiseerd moeten worden? Mevrouw VOORTMAN vindt het een mooi idee om een paar keer per jaar samen te komen met de brandweer en studenten van de complexen zelf Op deze manier speelt het probleem niet dat mensen uit de monitor niet voldoende kennis van de locatie zelf hebben. 2.c. Actualiteiten Geen. 2.d. Rondvraag Lid ALBERTS gaat in op een pand in Zuidoost van ISF2 ni Zuidoost dat wordt beheerd door Change=. ISF2 heeft besloten om het beheer zelf in handen te nemen hetgeen heeft geleid tot een conflict met Change= waardoor huurders met problemen worden geconfronteerd.
Aan welke oplossing denkt de wethouder en ziet hij mogelijkheden om de overdracht van Change= naar ISF2 te bespoedigen? Wethouder VAN DANTZIG zegt dat het college vinger aan de pols houdt. Het betreft een civielrechtelijk geschil en hierdoor kan de gemeente zich er niet in mengen, anders dan door contact met !WOON te houden om de huurders goed te ondersteunen.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept Raadscommissieverslag, 10 januari 2024
WV
Lid ALBERTS wijst op de Wet goed verhuurderschap waarin staat dat wanneer een verhuurders intimidatie vertoont, er mogelijkheden zijn om in te grijpen zoals bijvoorbeeld het afnemen van een vergunning. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat deze wet zo ruim mogelijk zal worden geïnterpreteerd. Op dit moment is er echter nog geen haakje in de wet gevonden. Zodra dit er wel is, zal worden opgetreden. Met het vergunningenstelsel zijn er niet meer instrumenten om op te handelen. Lid AHMADI deelt mee dat de VN-woonrapporteur heeft benadrukt dat er een eind moet komen aan de sloop van leefbare sociale huur, dat de huidige problemen zijn veroorzaakt door beleidskeuzes en dat de mensenrechtenvisie ontbreekt terwijl het recht op huisvesting als grondrecht moet worden beschouwd. Wat gaat de wethouder doen met de conclusies van de woonrapporteur? Wethouder VAN DANTZIG heeft de aanbevelingen gelezen. Hij onderschrijft net als lid Ahmadi dat woningschaarste wordt gecreëerd door beleidskeuzes en niet door mensen die vluchten voor oorlog en geweld. Amsterdam zit gevangen in een landelijk systeem van de woningmarkt. Het rapport ziet hij vooral als aansporing voor een rigoureuze landelijke wijziging. Bespreekpunten Volkshuisvesting 3. Kennisnemen van de reactie op motie 474.23 van raadsleden Broersen en Von Gerhardt over aanpak malafide verhuurders Nr.
VN2023-026065 Agendapunt 3 wordt na agendapunt 4 behandeld. Lid VON GERHARDT mist in de reactie hoe wordt gecontroleerd of mensen op een goede manier zijn ingeschreven bij een woning en of huurcontracten helemaal kloppen. Het blijkt dat steeds meer Amsterdammers een woning vinden, maar wel met de voorwaarde dat ze zich er niet mogen inschrijven. De VVD is voorstander van het invoeren van de verhuurdersvergunning terwijl het college deze niet nodig vindt in verband met de invoering van de Wet betaalbare huur. Lid Von Gerhardt maakt zich er echter zorgen over of deze wet er ooit zal komen. De vraag is waarom hierop gewacht zou moeten worden nu er al verschillende handvatten zijn om te handhaven. Lid LOCHTENBERG is met het college eens dat het terugbrengen van regeldruk een goed streven kan zijn. Aan de andere kant staat CDA er ook voor dat dingen duidelijk moeten zijn voor goedwillende verhuurders en moeten huurders goed weten wat hun rechten zijn. Kan de wethouder reageren op het idee van het opstellen van het Amsterdamse model huurovereenkomst waarin heel duidelijk de rechten en plichten van de huurder en de verhuurder staan beschreven? Lid ASLAMI vraagt zich af waarom lid Lochtenberg denkt dat op het moment dat het op papier staat, mensen de weg weten naar bijvoorbeeld de huurcommissie.
Lid LOCHTENBERG stelt dat dit niet de enige oplossing is, maar er wel een onderdeel van is. Het is ook belangrijk om de huurcommissie op een andere manier onder de aandacht te brengen. Lid ASLAMI erkent dat de rechten van de huurder moeten worden beschermd, zeker tegen kwaadwillende, malafide verhuurders. Het is echter de vraag of een aparte vergunning hierbij helpt.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept Raadscommissieverslag, 10 januari 2024
WV
Lid LOCHTENBERG verzamelt graag de input van de commissie en wacht de reactie van het college af. Als vastgoedeigenaren zoeken naar een model huurovereenkomst, komen ze uit bij een modelovereenkomst die is opgesteld door de verhuurders en deze behartigt niet per se de belangen van de huurder. Lid ASLAMI zegt dat het bij een modelcontract niet gaat om het verplicht stellen van een vergunningstelsel, maar sec om het bieden van handvatten voor verhuurders en huurders en het inzichtelijk maken van rechten en plichten. Lid VAN RENSSEN deelt de analyse dat er asociale verhuurders en huisjesmelkers zijn. Het voorstel van lid Lochtenberg kan zij echter niet delen, omdat dit een verantwoordelijkheid legt bij de gemeente over op welke manier een huurovereenkomst wordt ingestoken, maar dit is de verantwoordelijkheid van de particuliere verhuurders. In feite zijn het huurrecht en de huurbescherming niet voldoende. Eigenlijk zou geprobeerd moeten worden om het huurrecht te verbeteren. Is lid Lochtenberg bekend met stichting !WOON die wordt gesubsidieerd door de gemeente Amsterdam en die er alles aan doet om iedereen naar de huurcommissie te begeleiden en te ondersteunen? Lid LOCHTENBERG wil uitgaan van de goedwillende verhuurder. Door deze te helpen, kan tegelijkertijd de positie van huurders worden verbeterd.
Lid VAN RENSSEN wijst erop dat slechts een klein deel van de HVV over splitsen en kamerverhuur gaat. Iedereen in Amsterdam die economische activiteiten verricht, zou bekend moeten zijn met de wet. In de Wet goed verhuurderschap staat heel duidelijk wat in Nederland en in Amsterdam niet wordt getolereerd. Het voorstel zou daarom zijn om hard aan de slag te gaan met het handhaven van deze wet. Lid LOCHTENBERG vraagt of het college kan reageren op een Amsterdams model verhuur. Wethouder VAN DANTZIG stelt dat het niet mogelijk is om een vergunning te koppelen aan verhuurders. De gemeente subsidieert stichting !WOON. Een verhuurdersvergunning zou voor de gebieden niet zoveel toevoegen. Lid VON GERHARDT is geen voorstander van de Wet betaalbare huur en ook de Raad van State is niet van mening dat deze iets zou oplossen. Hij heeft erop gewezen dat het college verwijst naar een wet waarvan het onzeker is of deze er gaat komen. Daarom heeft hij gevraagd of Amsterdam niet zelf moet bekijken wat gedaan kan worden met de middelen die nu beschikbaar zijn. Wethouder VAN DANTZIG wijst erop dat wonen een grondrecht is. Hij denkt dat het niet zinvol is om te anticiperen op een wet die er misschien wel of niet komt. Lid VON GERHARDT hoort de wethouder precies de zorgen van de VVD benoemen, namelijk dat in de brief wordt verwezen naar een wet waarvan niet duidelijk is of die er komt.
Daarom heeft hij gevraagd of het niet beter is om te bekijken wat nu al kan worden gedaan. Wethouder VAN DANTZIG stelt dat alle mogelijke middelen worden ingezet om de wooncrisis te dempen. Lid VAN RENSSEN vraagt of de wethouder haar analyse deelt dat de VVD eigenlijk een wet om zeep wil helpen waar de Tweede Kamer volledig achter staat en de Raad van State ook een voorstander van is. Vervolgens stelt een Amsterdam VVD-raadslid dat er een vergunning moet komen, omdat de landelijke partij de wet om zeep wil helpen.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept Raadscommissieverslag, 10 januari 2024
WV
Wethouder VAN DANTZIG onderschrijft deze analyse. Veel ontwikkelaars willen liever duidelijkheid over wat wel of niet mag. Zijn pleidooi is om ervoor te zorgen dat de Wet betaalbare verhuur er komt en uiteindelijk zullen ook de exorbitante huurprijzen in Amsterdam aangepakt moeten worden. Het voorstel van het CDA voor een modelovereenkomst is een goed idee, maar de Wet goed verhuurderschap zegt al dat het meldpunt en de rechten en plichten in het huurcontract moeten staan. Lid LOCHTENBERG verwijst naar Mijn Woonbond dat een huurcontract voor zelfstandige woonruimte aanbiedt voor € 3,50. In overleg met andere partijen zal hij bekijken of er andere ideeën ontwikkeld kunnen worden. Wethouder VAN DANTZIG zegt toe dat het college schriftelijk laat weten wat de mogelijkheden zijn. Lid ASLAMI stelt voor om stichting !WOON te vragen naar mogelijke modellen. Wethouder VAN DANTZIG vindt dit een goed idee. Hij zal ervoor zorgen dat de zaken bij elkaar worden gezocht. Lid VON GERHARDT heeft in zijn bijdrage gewezen op een categorie in de handhaving die hij heeft gemist. Wethouder VAN DANTZIG stelt dat mensen die niet staan ingeschreven niet in de systemen van de gemeente staan. Lid VON GERHARDT ziet vaak bij advertenties online staan dat inschrijven niet mogelijk is. De gemeente zou deze berichten moeten meenemen. Wethouder VAN DANTZIG komt hier schriftelijk op terug.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en schorst de vergadering voor een korte pauze. Opvang (MO/BW, Ongedocumenteerden en Vluchtelingen) 4. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief en bijbehorende bijlage over het algemeen beeld en stand van zaken maatregelen op de gemengde huisvestingslocaties voor woonstarters en statushouders in 2023 Nr. VN2023-026064 Agendapunt 4 is geagendeerd op verzoek van lid Broersen en wordt na de rondvraag behandeld in aanwezigheid van wethouder Groot Wassink. Lid BROERSEN vindt gemengd wonen een mooie manier voor woonstarters om zich maatschappelijk in te zetten en voor statushouders om goed te integreren. Op veel locaties werkt dit goed en op locaties waar het minder goed gaat, wordt nu actie ondernomen. In de brief staat dat er op grote locaties community builders aanwezig zijn om de onderlinge verbondenheid te vergroten. Voor kleine locaties zou dit minder nodig zijn, maar tegelijkertijd blijkt er onderling weinig contact te zijn. Het stimuleren van community builders op kleine locaties zou ook een positieve toegevoegde waarde kunnen hebben en het is de vraag waarom dit niet gebeurt. In de praktijk blijkt dat community builders vaak de beloofde vergoeding niet krijgen en ook wordt vaak weinig georganiseerd op locaties waar zij aanwezig zijn.
Wat zal er vanaf heden veranderen behalve extra begeleiding? Hoe worden nieuwe bewoners geïnformeerd? Het is van belang dat zij goed weten waar ze gaan wonen en bij wie ze terecht kunnen met vragen. Begeleiding en training zou niet alleen aan community builders aangeboden moeten worden, maar ook aan iedereen die hier behoefte aan heeft.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept Raadscommissieverslag, 10 januari 2024
WV
Lid MOLEMA leest dat er inmiddels zestien kleine tot middelgrote locaties van 20 tot 150 bewoners en vijf grotere locaties met meer dan 150 bewoners zijn. Het leef- en woonklimaat is volgens het college over het algemeen positief al zijn wel hier en daar wat aandachtpunten aangepakt. Met deze aandachtpunten worden onder meer bedoeld de twintig aangiftes in anderhalf jaar op de locatie Stek Oost, meldingen van geweld, drugs en aanranding op de locatie Startblok Elzenhagen, de 75 vernielde woningen na een brandstichting op de locatie Riekerhaven en het onveilige gevoel van veel bewoners van complex De Maurits. Het college heeft ervoor gekozen om de verdeelsleutel 50% statushouders, 50% starters los te laten en te kiezen voor een andere verdeelsleutel. Op de locaties Stek Oost en Stek West is dit inmiddels doorgevoerd, maar op wooncomplex De Maurits niet. Lid AHMADI vraagt of lid Molema weet dat de van brandstichting beschuldigde bewoner van Riekerhaven is vrijgesproken. Lid MOLEMA heeft de incidenten benoemd om aan te geven welke problemen hebben gespeeld. Lid AHMADI denkt dat het belangrijk is om de juiste feiten te gebruiken. Lid MOLEMA stelt dat er een brand is geweest en hier refereert zij aan. Lid ALBERTS meent ook dat niet kan worden gesteld dat iemand een brand heeft gesticht. Hiermee negeert lid Molema een uitspraak van de rechter.
Lid MOLEMA zegt dat in eerdere artikelen is gesteld dat er sprake was van brandstichting. Als betrokkene hiervan is vrijgesproken, dan zet zij haar uitspraak bij dezen recht. Lid ALBERTS is blij dat lid Molema haar woorden terugneemt. Lid MOLEMA hoort graag van de wethouder waarom de verdeelsleutel van de genoemde locatie nog niet is aangepast. Kan de wethouder aangeven welke maatregelen wel zijn genomen voor wooncomplex De Maurits? Wat is nodig om de verdeelsleutel wel aan te passen als bewoners zich duidelijk onveilig voelen? Zijn de getroffen maatregelen voldoende volgens het college? Wat kan het college de mensen beloven die overlast ervaren, maar de overlastgevers niet worden aangepakt? Kent de wethouder nog meer incidenten dan die door lid Molema zijn genoemd en die via de media naar buiten zijn gekomen? Lid BROERSEN vraagt of het aanpassen van de verdeelsleutel de oplossing zal zijn voor de overlast. Zou meer psychosociale ondersteuning en meer begeleiding niet een betere oplossing zijn? Lid MOLEMA verwijst naar het onderzoek van Verwey-Jonker waarin de aanbeveling wordt gedaan om de verdeelsleutel bij grotere locaties ook kleiner te maken, zodat de kwetsbare mensen worden ondersteund door een grotere groep. Lid BROERSEN herhaalt haar eerdere vraag. Lid MOLEMA denkt dat maatwerk moet worden toegepast. Er moet worden geleerd van fouten uit het verleden.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept Raadscommissieverslag, 10 januari 2024
WV
Lid ALBERTS heeft in de raadsbrief gemist hoeveel tijd het kost om een knelpunt op te lossen en of hiervoor een streeftijd wordt gehanteerd. Het is voor mensen belangrijk om te weten binnen hoeveel tijd wordt gereageerd op een melding. Lid ASLAMI vraagt of lid Alberts ook een verband ziet met meldingsbereidheid van bewoners. Zullen zij hierdoor wellicht bereid zijn om vaker een melding te doen? Lid ALBERTS denkt dat het vertrouwen zal groeien als een klacht snel wordt opgevolgd. Lid MINDERHOUD steunt de ingezette maatregelen en is blij dat Amsterdam deze manier van integratie toepast. Hij sluit zich aan bij een aantal eerder gestelde vragen, waaronder de vraag over uitbreiding van het aantal community builders bij kleinere gemeenschappen en bij de vraag over de afhandeling van klachten. Lid ASLAMI sluit zich aan bij de woorden van steun voor deze manier van huisvesting voor starters en statushouders. Voor de maatregelen is het belangrijk dat de basis op orde is: goede samenwerking tussen de gemeente, woningcorporaties en andere organisaties. Daarnaast is het van belang dat de bewoners worden ondersteund en dat statushouders tijdig een klantbegeleider toegewezen krijgen. Het is zorgwekkend dat bewoners op dit moment onvoldoende bereid zijn om overlast te melden. Het moet mogelijk zijn om dit laagdrempelig te doen.
Meldingsbereidheid zou verhoogd kunnen worden door het bijvoorbeeld mogelijk te maken dat meldingen via een app aan de community builders gedaan kunnen worden. De rol van de wijkagent wordt niet genoemd, maar deze zou volgens lid Aslami zeker een rol moeten hebben. Lid VAN RENSSEN is blij om te lezen dat het algemene beeld van het samenwonen van statushouders en starters positief is. Zij memoreert dat hetzelfde dossier een jaar geleden ook is besproken. Destijds is ook gesproken over de ondersteuning van de community builders en het uitbreiden van het aantal community builders naar kleine locaties. Hierbij is het van belang dat deze mensen niet zijn aangesteld om de zorg- en overlastmeldingen in behandeling te nemen. De mentale zorg en ondersteuning moet volgens GL worden uitgebreid. Vorig jaar is voorgesteld om een onderzoek te doen naar de outreachende zorgregisseur, maar in de brief komt dit niet terug. In 2022 is afgesproken dat met corporaties werkafspraken gemaakt zouden worden die in het eerste kwartaal 2024 ondertekend zouden worden. Kan deze overeenkomst met de raadscommissie worden gedeeld? Een verzoek is om met deze commissie en met de commissie SED een werkbezoek te brengen aan een of meerdere locaties. Lid AHMADI sluit zich aan bij het betoog van lid Broersen.
Uit de documentatie blijkt dat mensen vaak met eenzaamheid kampen nadat ze vertrekken uit een gemengde woonlocatie. Wellicht is het mogelijk om ook activiteiten te organiseren voor oud-bewoners. Is er voldoende inzicht bij bewoners in de locaties waar zij terecht kunnen in de stad om verder te kunnen netwerken? College Wethouder GROOT WASSINK memoreert dat in 2015 is begonnen met de verschillende complexen en destijds was er nog geen duidelijke rol-, taken en verantwoordelijkheidsverdeling en op dit moment draagt de corporatie bijvoorbeeld nog steeds de verantwoordelijkheid voor De Maurits. Met de corporaties wordt gesproken over de zogenaamde SLA’s (Service Level Agreements) waarnaar lid Van Renssen heeft geïnformeerd. Op het moment dat deze beschikbaar zijn, zullen ze worden gedeeld met de commissie. Het is belangrijk om zowel uniforme afspraken te maken als ruimte te houden voor maatwerk. Community builders zijn zeer belangrijk, maar er moet ook voor gewaakt
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept Raadscommissieverslag, 10 januari 2024
WV
worden om ze niet voor teveel verantwoordelijk te maken. Zorg en overlast is geen verantwoordelijkheid van deze mensen en ze moeten veel intensiever begeleid en getraind worden om duidelijker te maken wat hun taken zijn. Naar aanleiding van berichtgeving in de media over De Maurits is contact opgenomen met de betreffende corporatie. Op dit moment is er geen aanleiding om de samenstelling van mensen aan te passen. Lid MOLEMA vraagt of met alle locaties is gesproken over het aanpassen van de verdeelsleutel. Welk criterium ziet de wethouder om deze aan te passen? Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat hierover niet met alle locaties is gesproken, omdat aanpassen van de verdeelsleutel geen doel op zich is. Het is een middel om ervoor te zorgen dat zaken goed lopen. Lid MOLEMA vraagt bij hoeveel meldingen de verdeelsleutel wordt aangepast. Wethouder GROOT WASSINK stelt dat dit maatwerk is dat van verschillende factoren afhangt. Er is geen vaste lijst van criteria waarmee wordt gewerkt. Er is sprake van verschillende meldingen die kunnen gaan over overlast en bedreigingen en deze kunnen ook weer worden onderverdeeld. Wel zal de wethouder met betrokkenen bespreken of er een standaard richtlijn kan worden opgesteld. Meldingsbereidheid hangt inderdaad samen met de mate waarin de melding wordt opgevolgd.
Om de meldingsbereidheid te vergroten zijn verschillende bijeenkomsten georganiseerd, maar de aanwezigheid bij deze bijeenkomsten was laag. Op dit moment wordt bekeken hoe met bijvoorbeeld een video mensen geïnformeerd kunnen worden over hoe zij sneller een melding kunnen doen. De suggestie van tekstberichten zal hierbij worden meegenomen en de wethouder zegt toe om hierop terug te komen. Psychosociale ondersteuning kan voor statushouders, maar ook voor andere bewoners een belangrijke voorziening zijn. In het tweede kwartaal zal het programma mentale ondersteuning vluchtelingen met de commissie worden gedeeld. Met de GGD is eerder een pilot gedaan om mensen te “pre-screenen”. In algemene zin wordt geprobeerd om het netwerk in de stad dat nieuwkomers ondersteunt veel actiever te ondersteunen, maar het is belangrijk dat de informatie steeds up-to-date is en dat informatie wordt gedeeld met mensen die dit nodig hebben. Feit is echter dat eenzaamheid een hardnekkig probleem is dat breed in de samenleving speelt en moeilijk te bestrijden is. Lid AHMADI hoopt inderdaad dat bestaande locaties en de netwerken in de stad goed worden gecommuniceerd. Lid BROERSEN begrijpt dat het punt van de community builders vooral bij de kleine locaties ligt en dat er extra zorg en begeleiding moet zijn. Het is haar echter nog niet duidelijk of dit op kleine locaties wordt gestimuleerd.
Wethouder GROOT WASSINK zegt dat dit een permanent punt van aandacht is dat blijvend wordt besproken met de corporaties die verantwoordelijk zijn voor de kleine locaties. Lid BROERSEN vraagt hoe de corporaties van kleine locaties reageren. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat deze zaken niet altijd op locatieniveau worden besproken. Bij De Maurits was er een aanleiding om het op dit niveau te bespreken, maar dit gebeurt niet altijd. Hij zegt toe om de situatie voor een volgende keer in beeld te brengen. Lid BROERSEN zou dit waarderen.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept Raadscommissieverslag, 10 januari 2024
WV
Wethouder GROOT WASSINK zegt dat de wijkagent standaard is betrokken, omdat meldingen lopen via het meldpunt zorg en overlast en dit meldpunt schakelt direct met de wijkagent. Uit ervaring weet hij dat de gebiedsmanager en anderen hier ook een belangrijke rol in hebben. Lid ASLAMI is blij dat de rol van de wijkagent goed wordt ingevuld. Een ander punt dat hij heeft aangekaart, is dat ervoor wordt gezorgd dat statushouders tijdig een klantbegeleider toegewezen krijgen. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat dit een belangrijk aandachtspunt is en hij heeft niet het idee dat dit op dit moment niet goed loopt. Wel constateert hij dat bij de inburgering de volgende stappen ingewikkeld zijn. Lid ASLAMI ontvangt wel signalen van mensen die drie tot vier maanden moeten wachten op een klantbegeleider en dit lijkt hem onnodig lang. Wethouder GROOT WASSINK kent deze signalen niet en ontvangt deze graag buiten de vergadering. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Volkshuisvesting 5. Afdoening moties 520, 522, 533 en 541 uit de raadsvergadering van 20 september 2023 en twee toezeggingen uit Commissie W&V 6 september 2023 en Raadsvergadering 12 oktober 2023 omtrent het beleidskader voor woonwagens en standplaatsen Nr. VN2023-026034 De VOORZITTER heropent de vergadering. Agendapunt 5 wordt behandeld na agendapunt 3.
Het agendapunt is geagendeerd op verzoek van lid Von Gerhardt. Lid VON GERHARDT constateert dat het om een tussenstand van de afdoening van de moties gaat, omdat ze nog niet tot uitvoering worden gebracht. Wat betreft het achterstallig onderhoud wordt een meerjarig plan opgesteld dat binnenkort zal verschijnen. Op korte termijn zullen achterstanden worden weggewerkt, maar niet duidelijk is wat de korte termijn is. Er komt een onderzoek naar alternatieve financiering voor de koop van woonwagens, maar dit is nog niet uitgevoerd en hiermee is de motie ook nog niet afgehandeld. Lid LOCHTENBERG sluit zich aan bij voorgaande spreker en voegt hieraan toe dat ook voor motie 520 geldt dat er goede stappen worden gezet, maar dat deze nog niet is afgedaan. Lid MANGAL stelt dat de achtergrond van ambtenaren in dit dossier die in het veld werken, voornamelijk recherche, opsporing en handhaving is terwijl zij juist voor de belangen van de woonwagenbewoners moeten opkomen. Met elke klacht van de gemeenschap wordt vooral gelet op overtredingen waardoor de meldingsbereidheid is afgenomen. Lid Mangal is benieuwd hoe wordt geworven voor deze functies. De gemeente wil wederom tussenbureaus inzetten voor het uitvoeren van woonwagenbeleid en de gemeenschap staat hier zeer wantrouwend tegenover. In het verleden zijn er veel negatieve ervaringen geweest.
Hoe wordt voorkomen dat tussenbureaus een bias hebben? Lid ASLAMI memoreert dat de wethouder eerder heeft toegezegd om te kijken naar externe tussenbureaus en hij vraagt of lid Mangal hiervan op de hoogte is.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept Raadscommissieverslag, 10 januari 2024
WV
Lid MANGAL is zich hier wel van bewust, maar hij hoort graag een toelichting van de wethouder hierop. Lid VAN RENSSEN is blij met de snelle reactie van het college, maar zij is het eens met lid Von Gerhardt dat nog niet alles is afgedaan. GL heeft met een aantal raadsleden motie 520 ingediend, het breder kijken naar locaties. Er zou eind 2023 een zoekopdracht worden geformuleerd en het verzoek is om deze te delen met de raadscommissie. De motie is wat lid Van Renssen betreft pas afgedaan na een update in het tweede kwartaal 2024. Lid ASLAMI sluit zich aan bij het verzoek om de moties nog niet af te doen zo lang de uitkomst nog niet duidelijk is. Met name inzake motie 541 over alternatieve financiering hoort hij graag wat de uitkomst is en wat de inzet van Amsterdam is. Hij hoort graag dat de toezegging van inhuur van externe tussenbureaus wordt herhaald. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat het betrekken van de woonwagenbewoners ertoe leidt dat zaken wat langer duren. De zoekopdracht is nog “work in progress”, maar bevindt zich inmiddels wel in de laatste fase. De uitwerking van de moties en de toezegging om naar de onderhoudsbureaus te kijken zal in een update worden meegenomen. Het verzoek is om de moties te vervangen door deze toezegging. Lid MANGAL verzoekt om zijn vragen in de update mee te nemen.
Wethouder VAN DANTZIG zal duidelijk maken hoe de gemeente zich verhoudt tot de onderhoudsbureaus. Wat betreft het onderhoud, is er op dit moment contact met een extern bureau dat in het eerste en tweede kwartaal 2024 de onderhoudsbehoefte in kaart zal brengen naar aanleiding waarvan een meerjarenonderhoudsplan wordt gemaakt. Lid VON GERHARDT is met name geïnteresseerd in de meest knellende punten. Hij vraagt of hiermee wordt gewacht tot het onderhoudsplan gereed is en of dit betekent dat pas halverwege volgend jaar wordt begonnen met deze punten of dat processen naast elkaar lopen. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat dringende zaken via normaal beheer worden verholpen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Grond en Ontwikkeling 6. Kennisnemen van de raadsbrief over het collegebesluit inzake de definitieve locatie en woningaantallen voor de COA Pilot voor de realisatie van flexwoningen en de aanstaande koopovereenkomst met het Rijksvastgoedbedrijf voor de aankoop van de woningen Nr. VN2023-024729 De VOORZITTER deelt mee dat agendapunt 6 is geagendeerd op verzoek van lid Von Gerhardt (VVD). Lid VON GERHARDT constateert dat het grondgebied van Riekerhaven groter is geworden, maar toch worden er minder woningen gebouwd dan oorspronkelijk door de corporaties gebouwd zouden worden.
De vraag is of met het vergroten van de kavel opnieuw aan de corporaties is gevraagd of er een businesscase mogelijk was voor meer woningen. Als dit niet is gedaan, is de wethouder dan bereid om alsnog met de corporaties te bespreken of het mogelijk is om meer woningen te bouwen?
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept Raadscommissieverslag, 10 januari 2024
WV
Lid MOLEMA gaat in op de verdeelsleutel voor locatie Riekerhaven. Deze is 50% statushouders en 50% urgente woningzoekenden. Naar aanleiding van eerdere incidenten en overlast op meerdere locaties vraagt JA21 waarom opnieuw is gekozen voor deze verdeelsleutel terwijl het college eind 2022 al heeft aangegeven dat afspraken gemaakt zouden worden om deze verdeling te wijzigen. Op welke wijze worden toekomstige bewoners gescreend om problemen te voorkomen? Voldoen alle gebouwen die nu zijn geplaatst worden wel aan alle brandveiligheidsnormen? Lid AHMADI heeft nergens iets gelezen over de wijziging van de verdeelsleutel en vraagt waar lid Molema deze informatie vandaan heeft. De wethouder heeft bij agendapunt 4 al aangegeven dat er geen toetsing plaatsvindt. Lid MOLEMA heeft de informatie uit een artikel in Het Parool. Lid AHMADI heeft dit niet gelezen in de beantwoording van de wethouder of in documenten die bij dit agendapunt horen. Wat is voor JA21 de reden voor aanpassing van de verdeelsleutel? Lid MOLEMA memoreert dat zij in een eerder debat al heeft aangegeven dat het onderzoek van Verwey-Jonker heeft uitgewezen dat de verdeelsleutel invloed kan hebben, zeker bij grotere locaties. Naar aanleiding hiervan heeft het college aangegeven hiernaar te kijken. Daarom vraagt zij het college wat de bevindingen zijn.
Lid AHMADI vraagt of lid Molema niet ook vindt dat het veel belangrijker is om ervoor te zorgen dat er goede ondersteuning en begeleiding is en er noodzakelijke maatregelen worden genomen, zodat alle bewoners zich prettig voelen, prettig met elkaar samenwonen zonder dat wordt voorgesorteerd op wie er mag komen wonen. Lid MOLEMA vindt het van belang dat er zo min mogelijk overlast is. Als de verdeling hieraan kan bijdragen, is dit een goed middel om op voor te sorteren. Lid AHMADI heeft nooit eerder gehoord dat de verdeelsleutel de bepalende factor is om overlast te voorkomen. Lid ASLAMI begrijpt niet helemaal waar de inbreng van lid Molema over gaat. Het onderwerp is zelfstandige (flex)woningen en hij heeft de indruk dat lid Molema het voornamelijk heeft over gemengde wooncomplexen met onzelfstandige woningen waar verschillende doelgroepen bij elkaar wonen. Lid MOLEMA is zich ervan bewust waarover het gaat. JA21 wil zo min mogelijk problemen en wil leren om zaken te kunnen verbeteren. Het is goed om naar een aanbeveling van een bureau te kijken. Lid ASLAMI denkt dat het niet zinvol is om aanbevelingen voor gemengde wooncomplexen te volgen als het om individuele zelfstandige woningen gaat. Wethouder VAN DANTZIG licht het proces van het aantal woningen toe. Bij de eerste tekening wordt schetsmatig aangegeven hoeveel woningen er ongeveer kunnen komen.
Bij uitontwikkeling wordt duidelijk om welke units het gaat en wat er past. In het originele plan stonden de woningen eigenlijk wat te dicht op elkaar en ook is met andere units gewerkt waardoor opnieuw een indeling moest worden gemaakt. Met een extra kavel en een ruimere opzet is het huidige aantal woningen bepaald. Het gesprek met corporaties loopt, maar niet over het plaatsen van de woningen, maar over het beheer. De units voldoen aan de brandveiligheidseisen van het ministerie. Aangezien het om een andere groep gaat dan studenten biedt dit zowel kansen als uitdagingen. Er wordt extra ingezet op begeleiding en er is een extra maatschappelijke ruimte.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Woningbouw en Volkshuisvesting Concept Raadscommissieverslag, 10 januari 2024
WV
Lid VON GERHARDT vraagt of ook met de corporaties is gesproken toen duidelijk werd dat het grondgebied twee keer zo groot werd. Wethouder VAN DANTZIG wijst erop dat corporaties nog op veel andere locaties gaan bouwen. Hopelijk kunnen de units later ook nog voor andere doelen worden gebruikt. Op deze plek is er niet voor gekozen om extra risico’s te nemen. Lid MOLEMA vraagt hoe de onderhandelingen met het Rijk zijn verlopen en of aandacht is gevraagd voor de verdeelsleutel. Wethouder VAN DANTZIG wijst erop dat de voorwaarde van de rijksoverheid is dat er 50% statushouders worden gehuisvest. Lid MOLEMA vraagt of de wethouder heeft geprobeerd om deze zienswijze te veranderen. Wethouder VAN DANTZIG stelt dat de woningen door het Rijk worden betaald en bovendien is er een opgave voor het huisvesten van statushouders. Lid MOLEMA constateert dat er niets is gedaan met eerdere toezeggingen. Wethouder VAN DANTZIG is zich er niet van bewust dat hij een dergelijke toezegging heeft gedaan. Lid MOLEMA zal het artikel doorsturen waarin deze staat. Wethouder VAN DANTZIG licht toe dat het zoeken naar een andere verdeling niet betekent dat het college zich committeert aan een bepaalde verdeling. Er wordt maatwerk toegepast per locatie en er wordt pragmatisch bekeken wat het beste werkt.
Lid LOCHTENBERG stelt voor om een app-groep op te richten voor de commissie Woningbouw en Volkshuisvesting om de samenwerking van de gemeenteraad te verbeteren. De VOORZITTER stelt voor om dit onderwerp buiten de vergadering verder te bespreken. De VOORZITTER concludeert dat agendapunt 6 voldoende is besproken. Sluiting De VOORZITTER dankt de aanwezigen en sluit de openbare commissievergadering om 11.30 uur. De volgende vergadering is op woensdag 7 februari 2024.
13