CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag Raadscommissie Stadsontwikkeling 19-03-2025.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling 4 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SO d.d. 19 maart 20257.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling

SO

Raadscommissieverslag, 19 maart 2025

CONCEPTVERSLAG

Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Stadsontwikkeling Woensdag 19 maart 2025 van 19.30 tot 22.30 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 4 juni 2025

Voorzitter: M. Yemane Plv Voorzitter: Portefeuillehouders: wethouders Van der Horst en Groot Wassink Portefeuillehouders afw.: wethouder Moorman Commissiegriffier: R. Willems Commissieondersteuners: M. Saelman Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Belkasmi (PvdA), Bentoumya (GL), Lust (D66) Staartjes (VVD), Veldhuyzen (De Vonk), Krom (Partij voor de Dieren), Hendriks (Volt), Brante (JA21), Ihammanen (DENK), Bilgin (FvD), Badal (CDA) Afwezige commissieleden (mk): Bobeldijk (SP) Overige aanwezigen: Lagendijk (DB Noord)

Algemeen deel, 1 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 19.30 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat lid Bobeldijk en wethouder Moorman zich hebben afgemeld. Zij bedankt lid Van Munster voor het overnemen van het voorzitterschap tijdens haar zwangerschapsverlof. Zij bedankt wethouder Groot Wassink voor de informatieve technische sessie op 12 maart jongstleden over Community Wealth Building in Nieuw-West. Wethouder GROOT WASSINK deelt namens wethouder Moorman mee, dat het rapport Heroriëntatie Masterplan Zuidoost met de uitkomsten en aanbevelingen is voorgelegd aan de Alliantie, die opdrachtgever is van de heroriëntatie. De Alliantie heeft twee van de drie aanbevelingen voor het vervolg van het Masterplan overgenomen over het toekomstbeeld en de werkwijze van de Alliantie. De derde aanbeveling over de vernieuwde governance wordt in opdracht van de Alliantie verder uitgewerkt. Hierover gaan de Alliantie, de bewoners en overige partners met elkaar in gesprek. Na vaststelling van het rapport door de Alliantie zal het college de uitkomst en aanbevelingen delen met de raadscommissie. Parallel hieraan houdt het college de raadscommissie op de hoogte van de invulling van de functie van programmadirecteur Masterplan Zuidoost.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

1.c. Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mee dat agendapunt 5, Definitieve bestedingsplannen integrale aanpak 2025, op verzoek van lid Van der Veen werd geagendeerd, maar dat hij geen behoefte heeft aan een inhoudelijke behandeling. Lid Lust heeft echter aangegeven dat zij alle bestedingsplannen wil behandelen in de volgende raadscommissie. De voorzitter stelt voor agendapunt 5 door te schuiven naar de volgende commissie. De commissie gaat akkoord. Hiermee wordt de agenda vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SO d.d. 15 januari 2025. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1.e. Termijnagenda’s en bestuurlijke langetermijnagenda’s (BLTA), per portefeuille Geen opmerkingen. 1.f. TKN-lijst De VOORZITTER heeft het volgende voorstel tot agendering in de volgende commissie ontvangen: TKN 5, Definitieve bestedingsplannen integrale aanpakken 2025 bij Masterplan Nieuw-West en TKN 6, Definitieve bestedingsplannen integrale aanpakken 2025 bij Aanpak Noord, beide op verzoek van lid Lust (D66). 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. Inhoudelijk deel, 2 2.a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. Deze zullen worden bijgehouden door de griffie en de voorzitter. 2.b.

Inspreekmoment publiek De VOORZITTER deelt mee dat zich twee insprekers hebben aangemeld: Gabriëlle Meerbach spreekt in namens EWP, inzake agendapunt 4, Beantwoording raadsadres EWP, gang van zaken subsidiëring Aanpak Noord. Inspreker MEERBACH houdt een pleidooi voor het behoud middels subsidiëring van het EWP. Zij beschrijft het belang van EWP; het opleiden van jongeren tot vakmensen en de sociale functie in de wijk. Ze hekelt de rol die het Stadsdeel heeft vervuld en die volgens haar heeft bijgedragen aan het dreigende faillissement van EWP. Inspreker MEERBACH heeft een aantal verzoeken:

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

1. het instellen van een onafhankelijk onderzoek naar de bestuurlijke handelwijze, zowel inhoudelijk als procedureel; 2. advisering en ondersteuning ten behoeve van schadeloosstelling voor de periode 2024-2027 voor de gemaakte onkosten, de gemiste subsidiegelden en voorfinanciering in het kader van Aanpak Noord, de Regiodeal; 3. het faciliteren van een vervolggesprek met de hoofdverantwoordelijke voor Aanpak Noord en de portefeuillehouder ten behoeve van een doorstart van EWP. Lid HENDRIKS vraagt inspreker om het contact met het Stadsdeelbestuur te beschrijven. Inspreker MEERBACH geeft aan dat er al langer dan een jaar geen contact is geweest met het Stadsdeelbestuur. Er stond een gesprek gepland in mei jongstleden, maar dat is niet doorgegaan. Lid HENDRIKS vraagt hoe het contact in een eerder stadium is geweest. Inspreker MEERBACH beschrijft de financiële en materiële geschiedenis van EWP sinds meer dan 40 jaar. Ook benadrukt zij het brede spectrum aan activiteiten waar EWP voor staat; er zijn locaties opgericht, EWP is gecertificeerd en de Werkplaats is van grote betekenis voor kansarme jongeren en zelfs voor vluchtelingen. Op dit moment is het, vanwege het terugschroeven van de subsidie en opdrachten vanuit de gemeente, niet langer mogelijk om de vaste lasten te betalen. Ook het bedrijfsleven is afgehaakt.

Inspreker MEERBACH is van mening dat de subsidie die bestemd was voor EWP naar een andere organisatie is gegaan. Lid BADAL vraagt of inspreker iets kan vertellen over de ervaringen van jongeren die een opleiding kregen bij EWP. Inspreker MEERBACH beschrijft de carrière van een van de jongeren. Hij heeft momenteel een eigen bedrijf en is voornemens zich in te zetten voor het behoud van EWP. Lid VELDHUYZEN geeft aan dat hij de vragen die inspreker MEERBACH heeft gesteld aan de orde zal stellen in de vergadering. De VOORZITTER geeft het woord aan Thomas A P Van Leeuwen, inzake agendapunt 2b, Inzake TKN3: Aanpak Binnenstad. Inspreker VAN LEEUWEN beschrijft de overlast die de bewoners van de Binnenstad ervaren van de klanten van een frietzaak in de Runstraat. Niet alleen is er sprake van TikTok-rijen, maar ook van groepen etende toeristen op de stoepen en in portieken, die hun etensresten en verpakkingen achterlaten op de kozijnen van de huizen. Dit brengt tevens overlast van schreeuwende en pikkende meeuwen met zich mee en van ratten ’s nachts. Deze overlast is zonder onderbreking aan de orde van de dag. Er wordt in de media over geschreven en het klachtenloket van de gemeente wordt overspoeld met klachten hierover.

Inspreker VAN LEEUWEN vraagt eveneens aandacht voor de aantasting van de volksgezondheid die door deze overlast wordt veroorzaakt en de last die de bewoners ondervinden door de agressieve bejegening van de klanten van de frietzaak. Inspreker VAN LEEUWEN oppert aan aantal maatregelen om de overlast te verminderen: 1. een tijdelijke verordening om het eten op straat te verbieden; 2. surveillance door gemeentelijke handhavers die gemachtigd zijn om boetes uit te delen aan mensen die de omgeving vervuilen; 3. een verbod op ongezond voedsel, waarbij inspreker VAN LEEUWEN verwijst naar de uitkomst van een onderzoek uit 2023. Hieruit bleek dat omwonenden van fastfood-zaken een grotere kans hebben op het krijgen van hart- en vaatziekten;

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

4. bemoeienis van groeperingen die zich bezighouden met vergroening, schone lucht en gezond leven. Inspreker VAN LEEUWEN spreekt de hoop uit dat de gemeente en dan vooral de afdeling Volksgezondheid en Ruimtelijke Ordening de bewoners zal bijstaan in hun strijd tegen deze overlast. Lid KROM belooft dat zij zich op de hoogte zal stellen van deze wantoestand. Voorts wil zij weten welke reacties er zijn gekomen op de klachten die al eerder bij de gemeente werden neergelegd. Inspreker VAN LEEUWEN geeft aan dat er klachten bij de gemeente zijn neergelegd, maar concrete oplossingen worden door hem nu voor het eerst genoemd. Inspreker VAN LEEUWEN biedt aan om bij het zoeken naar oplossingen door de gemeente mee te denken. Lid BENTOUMYA vraagt welke overlast, behalve de vervuiling door afval, er nog meer wordt ervaren door de bewoners. Ook wil zij weten of inspreker VAN LEEUWEN hierover heeft gesproken met de ondernemers. Zij weet dat verschillende ondernemers ‘stewards’ hebben aangesteld om de overlast van de rijen te beperken en zij vraagt of inspreker VAN LEEUWEN hiervan op de hoogte is. Inspreker VAN LEEUWEN geeft aan dat de overlast van TikTok rijen vanaf 2020 langzaam maar zeker toenam. Er is een rechtszaak geweest die de gemeente helaas heeft verloren.

Inspreker VAN LEEUWEN spreekt zijn verbazing uit over het feit dat een ondernemer een deel van de stad kan annexeren, zodat zijn klanten bij omwonenden op de stoep zijn producten nuttigen en het afval hiervan achterlaten. Hij kan er niet bij dat de gemeente dit toelaat en haar burgers laat leven in angst voor de toeristen die zich in grote getalen in hun woonomgeving ophouden. De VOORZITTER sluit dit agendapunt af. 2.c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2.d. Rondvraag Lid HENDRIKS wijst op het belang van de continuïteit van het programma en het doorzetten van de ingeslagen weg. In die zin acht hij het vertrek van de programmadirecteur traumatisch. Hij vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot de sollicitatieprocedure van de nieuwe programmadirecteur. Wethouder GROOT WASSINK beaamt dat de programmadirecteur op 16 januari jongstleden liet weten dat hij een andere baan heeft. Als vervolgstap worden de taken nu waargenomen door Annerieke Coenraads. In samenspraak met de Alliantie wordt bekeken hoe het verder moet. De werving en selectie voor de nieuwe programmadirecteur is opgestart en de verwachting is dat er omstreeks de zomer een nieuwe programmadirecteur kan worden aangesteld. Lid STAARTJES vergelijkt de situatie met die in Zuidoost, toen het moeilijk bleek om de juiste persoon te vinden.

Hij vraagt de wethouder aan te geven of de situatie in Nieuw-West anders is. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat hij begrip heeft voor het besluit van de programmadirecteur om een nieuwe baan aan te nemen. In Zuidoost speelde destijds

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

een andere situatie. Samen met de Alliantie wordt er aan gewerkt om de continuïteit van het programma te waarborgen. Lid IHAMMANEN vraagt de wethouder hoe erop wordt toegezien dat bij het aanstellen en inwerken van de nieuwe programmadirecteur de ingezette koers behouden blijft. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat dit het onderwerp is van de gesprekken met de Alliantie. Het valt echter niet te voorspellen op welke wijze de leiderschapswisseling uit zal pakken. De wethouder gaat ervan uit dat er een zorgvuldig proces is uitgezet waarbij de continuïteit wordt gewaarborgd. De wisseling van leiderschap kan echter ook leiden tot nieuwe inzichten voor nu, maar ook voor de toekomst. De wethouder vergelijkt dit met de trainerswisselingen bij het voetbal. Lid KROM verwijst naar het betoog door inspreker VAN LEEUWEN. Zij vraagt of het mogelijk is om de suggesties die de inspreker heeft gedaan op de termijnagenda te plaatsen en dat daar een terugkoppeling kan komen naar de raad. Zij beschouwt de kwestie als een uitwas van het overtoerisme. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat, hoewel hij het lastig vindt, kan toezeggen dit over te dragen aan wethouder Mbarki. Bij de volgende commissie zal hij zelf of wethouder Mbarki hier dan op terugkomen met een afhandelingsvoorstel. Wethouder Groot Wassink stelt dat er op sommige locaties strenge handhaving plaatsvindt.

Hij ziet dit gebeuren in de 9 straatjes waar hij regelmatig rondloopt. De VOORZITTER sluit dit agendapunt af. BESPREEKPUNTEN Masterplan Nieuw-West 3. Raadsinformatiebrief Community Wealth Building programma 2024-2025 (VN2025-000632) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en geeft aan dat dit onderwerp is geagendeerd op verzoek van de leden Bilgin (FvD), Bentoumya (GL) en Staartjes (VVD). Vanuit de Stadsdeelcommissie is geen aanmelding ontvangen om dit onderwerp toe te lichten. Lid BILGIN geeft aan dat hij licht kritisch staat tegenover de plannen, vooral omdat hij de communicatie hierover als gebrekkig heeft ervaren. Hij hoort graag van de wethouder hoe de informatievoorziening in het vervolg verbeterd kan worden. Ook vraagt hij op welke manier en op welk moment in het proces bewoners kunnen worden betrokken, vooral waar het gaat om de invoering van lokaal geld. Over twee punten in het rapport heeft lid Bilgin zijn bedenkingen: 1. het gebruik van een lokaal betaalsysteem vereist digitale vaardigheden, maar dat is Nieuw-West vaak een knelpunt. Dit brengt een risico met zich mee dat de bewoners afhaken. Hij vraagt de wethouder hoe dit systeem toch succesvol kan worden en hij stelt voor een platform op te richten waar bewoners en andere deelnemers aan de CWB elkaar kunnen vinden; 2.

lid Bilgin vreest dat een betaalsysteem waar negatieve rente voor geldt het onwenselijke effect kan hebben dat je de mensen stimuleert om impulsaankopen te doen. Hij vraagt de wethouder hoe dit past binnen de ambities. Bovendien lijkt het lid Bilgin dan ook niet raadzaam om bewoners uitkeringen te geven via dit betaalsysteem. Lid Bilgin geeft aan dat hij inmiddels positiever is gaan denken over CWB in het algemeen, ondanks de risico’s die eraan kleven. Maar het draagt in zijn ogen bij om

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

ondernemers in Nieuw-West sterker te maken en meer geld naar het Stadsdeel toe te leiden. Lid BENTOUMYA vraagt of lid Bilgin ideeën heeft om de coöps verder te brengen in Nieuw-West. Lid BILGIN geeft aan dat hij al een paar ideeën heeft gehoord die sociale ondernemingen ten goede komen en hij somt op welke kansen hier volgens hem liggen. Hij wijst echter op het risico dat door het in stand houden van onrendabele sociale ondernemingen het Stadsdeel juist kwetsbaarder wordt. Als voorbeeld noemt hij Pantar waar steeds meer geld bij moet. Lid BENTOUMYA vindt het niet juist om Pantar te vergelijken met de lokale coöperatieve ondernemers. Lid STAARTJES vraagt welke risico’s Forum voor Democratie nog meer ziet bij CWB. Lid BILGIN ziet ook risico’s met betrekking tot de ankerorganisaties, zoals de gemeente. Er zijn nog veel vragen over de geldstromen die vanuit de gemeente naar Nieuw-West lopen. Het is de vraag of een nieuw stadsbestuur hier anders over denkt en dat de continuïteit van het programma dan in het geding komt. Lid BENTOUMYA spreekt zich namens haar fractie positief uit over de ontwikkeling van de CWB en de samenhang met de ambities die er zijn binnen het Nationaal Programma. Lid Bentoumya stelt dat het een kwestie is van een lange adem, aangezien er wordt toegewerkt naar een ander systeem, een ander type economie ten voordele van de bewoners van Nieuw-West.

Zij vraagt de wethouder op welke manier zowel voldoende capaciteit blijft om de coöps die nu zijn opgezet of in oprichting zijn te ondersteunen, als capaciteit om andere ondernemers die zich willen aansluiten erbij te betrekken. Ook de samenhang tussen de coöps moet worden gestimuleerd. Zij vraagt de wethouder nader in te gaan op de CWB als overkoepelende opgave en hoe de samenhang met de andere doelstellingen binnen het Nationaal Programma er concreet uitziet. Dit betreft dan vooral werk en bestaanszekerheid, alsmede democratie en eigenaarschap. Tenslotte wil zij weten wanneer de pilot inzake lokaal geld van start gaat, zoals dit staat beschreven in de aanbevelingen. Lid STAARTJES laat zich in zijn betoog zeer kritisch uit over CWB. Het is voor de VVD een moeilijk uit te leggen systeem. De definitie luidt dat CWB een economische ontwikkelstrategie is om tot een eerlijke, democratische en lokale economie te komen. Uit zijn onderzoek blijkt echter dat dit een te simpele uitleg is. Lid Staartjes is van mening dat de resultaten van CWB achterblijven. Vervolgens verwijst lid Staartjes naar een Engelstalig rapport dat aan de raad is toegestuurd. De kern van dit rapport luidt, dat CWB pas werkt als mensen geloven dat het kan werken. Lid Staartjes verklaart waarom volgens hem de CWB GroenLinks aanspreekt; het is een onderdeel van hun partijprogramma.

Hij snapt echter niet waarom het nu in NieuwWest wordt ingevoerd, terwijl het in eerste instantie was bedoeld voor Zuidoost. Veel bewoners in Nieuw-West werken buiten het Stadsdeel. Vervolgens uit lid Staartjes zijn verbazing erover dat ook andere fracties dan GroenLinks enthousiast zijn over CWB. Dit past veelal niet bij hun visie. Lid BENTOUMYA vraagt of de VVD een partij is voor de ondernemer. Lid STAARTJES beaamt dit.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

Lid BENTOUMYA vraagt of lid Staartjes verschil maakt tussen ondernemers. Lid STAARTJES krijgt de indruk dat er juist binnen CWB verschil gemaakt wordt tussen ondernemers, aangezien alleen de ondernemers binnen een coöperatieve vereniging in aanmerking komen voor deelname aan een lokale, eerlijke economie. Lid Staartjes meent dat veel BV’s hiervoor ook in aanmerking zouden moeten komen en deze zullen waarschijnlijk meer succes boeken. Lid BENTOUMYA spreekt haar onbegrip uit over het standpunt van de VVD. Als partij voor de ondernemers. De VVD zou het initiatief dat ondernemers stimuleert juist moeten toejuichen. Bovendien is het niet aan de VVD om te bepalen waar de bewoners van Nieuw-West hun emplooi vinden. Lid STAARTJES erkent dit en geeft aan dat dit aan de vrije markt is. Hij vindt het probleem van CWB juist, dat dit systeem hierop wil inbreken. Lid Staartjes beschouwt CWB als een politiek experiment. Hij vraagt zich af of de financiële bijdrage van circa 4,6 miljoen euro, waar vijf coöperatieve ondernemingen van overeind worden gehouden, kan worden gezien als goed besteed. Lid HENDRIKS ontkent het bestaan van de vrije markt en stelt dat BV’s en NV’s in het huidige systeem worden bevoordeeld. Hij wil weten of lid Staartjes dit ook zo ziet. Lid STAARTJES verwijst naar het bestaande juridische systeem waarbinnen BV’s en NV’s kunnen functioneren.

Het is hem niet bekend of hier sprake is van bevoordelen. Lid HENDRIKS herhaalt zijn vraag. Lid STAARTJES vindt het onduidelijk waar lid Hendriks op doelt. Lid BENTOUMYA sluit aan op de vraagstelling van lid Hendriks en noemt voorbeelden van het bevoordelen van bedrijven binnen het kapitalisme. Zij vraagt of lid Staartjes suggesties heeft die de economie in Nieuw-West ten goede laat komen aan de bewoners. Lid STAARTJES is van mening dat lokale economie sowieso ten goede komt aan de bewoners en hij is voorstander van lokaal kopen. Hij kan de meerwaarde van een systeem als CWB, waar veel geld in gaat ten behoeve van vijf coöperatieve verenigingen, niet zien. Lid VELDHUYZEN vindt het opmerkelijk dat juist de VVD, die onder Rutte vele miljoenen uitgaf aan subsidie aan de fossiele industrie, zo kritisch is over de paar miljoen die in dit project wordt geïnvesteerd. Voor zijn partij is het juist goed om te investeren in coöperatieve, lokale economie. Lid STAARTJES meent dat er een kritische blik op subsidies behouden moet blijven, dus ook bij dit project. In het vervolg van zijn betoog benadrukt lid Staartjes dat het lastig blijft om uit te leggen waar het geld naartoe gaat en de VVD heeft hierover schriftelijke vragen gesteld. Een korte samenvatting van de antwoorden geeft aan dat er nog veel onderzocht moet worden.

Evenals Forum voor Democratie al aangaf, is het Nationaal Programma ‘Samen Nieuw-West’ bedoeld om het stadsdeel Nieuw-West veilig en leefbaar te maken en te houden. Voor de VVD is CWB hiervoor niet het juiste instrument. Lid HENDRIKS vraagt of de VVD voorstander is van economische groei. Lid STAARTJES beaamt dit.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

Lid HENDRIKS stelt dat uit onderzoeken blijkt dat hoe groter het coöperatief aandeel is in de economie, hoe groter het gdp is. Hij vraagt of hij de VVD hiermee kan overtuigen om meer te investeren in coöperatieve ondernemingen. Lid STAARTJES geeft aan dat hij als particulier persoon wil investeren in een onderneming als dat winst oplevert. Maar hij ziet dat het liefst als een particulier initiatief. Lid HENDRIKS vult zijn eerdere vraag aan met een voorbeeld van een investering door de overheid in de coöperatieve ondernemingen die winst zou opleveren en vraagt of lid Staartjes dan bereid zou zijn om te investeren. Lid STAARTJES ziet niet in waarom de overheid of de gemeente de rol van investeringsbank zou moeten vervullen. Lid HENDRIKS stelt dat het in elk geval meer gdp oplevert. Lid STAARTJES ziet niet in dat coöperatieve ondernemingen met minder opbrengst moeten doen, zoals Volt stelt. Ze hoeven hiermee niet onder te doen voor andere partijen. Lid BELKASMI wijst erop dat de coöperatieve ondernemingen mensen aan het werk helpen voor een leefbaar loon. Het lijkt hem dat dit de VVD moet aanspreken. Lid STAARTJES vindt dit positief, maar er is momenteel in de samenleving veel werkgelegenheid beschikbaar door de krapte op de arbeidsmarkt. Hij acht het daarom niet noodzakelijk dat de gemeente alsnog 4,6 miljoen euro uitgeeft aan initiatieven als deze.

Lid VELDHUYZEN meent dat het Nationaal Programma ‘Samen Nieuw-West’ meer behelst dat de genoemde twee domeinen veiligheid en leefbaarheid, die lid Staartjes noemde. Lid STAARTJES vindt dat leefbaarheid en veiligheid behoren tot de kern van het Nationaal Programma. Dat de gemeente hier nog andere domeinen aan heeft toegevoegd maakt het voor de VVD breder dan noodzakelijk. Als slot van zijn betoog geeft lid Staartjes aan dat er geen sprake is van verwijten aan het college, aangezien dit uitvoert wat er door de raad wordt opgedragen. Hij roept op tot kritisch blijven kijken of het initiatief werkelijk oplevert wat de raad voor ogen staat. Lid BADAL is van mening dat de naamgeving Community Wealth Building voor verwarring kan zorgen en stelt voor de naam te wijzigen in ‘Versterking Lokale Welvaart’. Namens zijn fractie stelt lid Badal de volgende vragen: - Hoe kan worden voorkomen dat er een structurele subsidiecultuur ontstaat in plaats van zelfredzame ondernemingen? - Het CDA vindt dat een gemeenschap en haar economie van onder af wordt gevormd en niet van boven af wordt geleid.

Wat is de visie van de wethouder hierop? - Hoe kan worden voorkomen dat de positie van coöperaties leidt tot oneerlijke concurrentie met bestaande mkb-ondernemers? - Hoe kan er betrokkenheid worden bewerkstelligd van de gehele gemeenschap bij de coöperaties? - Hoe ziet het afwegingskader met betrekking tot levensvatbaarheid en kansenrijkheid van initiatieven eruit? Lid LUST is positief over de potentie van de CWB en zij vindt dat het goed past bij de publiek-private samenwerking waar D66 voor staat. Lid Lust noemt het een ambitieus, idealistisch en ook riskant programma, dat nu al een jaar loopt. Er zijn al voorbeelden te noemen van coöperatieve bedrijven in

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

ontwikkeling. Het is een kwestie van een lange adem en er moet nog verbetering plaatsvinden van de datapositie om inzicht te krijgen in de langjarige impact van deze aanpak. Zij stelt een aantal vragen: - Wat gebeurt er als het aandeel lokale bestedingen niet groeit? Vindt de wethouder dat deze zorg terecht is? - Hoeveel tijd gaat het programma krijgen om zijn waarde te bewijzen? - In het geval dat resultaten en rendement achterblijven is er dan ruimte om de commitment van de raad aan CWB te heroverwegen? Vervolgens verwijst lid Lust naar gesprekken die er hebben plaatsgevonden met potentiële ankerbedrijven. Er kwam aan het licht dat verschillende ankerbedrijven uitdagingen en bezwaren zien wat wellicht de uitrol van dit concept in de weg zou kunnen zitten. Zij vraagt of het bekend is op welke uitdagingen en bezwaren de ankerorganisaties doelen. Er is ruimte in de aanbestedingswet nodig om de Amsterdamse doelen te kunnen realiseren en wanneer de gemeente boven een bepaalde drempel komt, is zij gebonden aan Europese richtlijnen. Lid BENTOUMYA stelt dat dit soort initiatieven de tijd nodig hebben, aangezien er een heel systeem moet veranderen en zij vraagt of D66 bereid is om het de tijd te geven. Lid LUST beaamt dit. Lid Lust heeft hoopvolle ontwikkelingen kunnen waarnemen.

Voor D66 is het echter niet een oneindig verhaal; bij te weinig voortgang moet je je afvragen of er dan ruimte is om het commitment aan CWB te heroverwegen. Lid BENTOUMYA herhaalt haar vraag, aangezien zij lid Lust ook hoort zeggen dat de ruimte en tijd niet oneindig zijn. Lid LUST beaamt dat D66 zich ervan bewust is dat het proces tijd nodig heeft en dat D66 bereid is hier tijd en ruimte aan te geven. Lid HENDRIKS vraagt binnen welke tijd het programma zich volgens D66 moet bewijzen. Lid LUST kan hier geen concreet antwoord op geven; de tijd zal dit moeten uitwijzen. Lid HENDRIKS refereert aan de opmerking dat het niet eindig is en vraagt of lid Lust dan 99 jaar bedoelt. Lid LUST kan deze vraag niet serieus nemen en verwijst naar de termijn van 2025 jaar die is uitgetrokken voor de Masterplannen, maar dat is wat haar betreft niet de termijn om tot de conclusie te komen of CWB wel of niet succesvol is. Tot slot vraagt lid Lust met betrekking tot de lokale betaalrekening of het niet onnodig ingewikkeld wordt gemaakt. Het is sowieso de bedoeling van CWB dat geldstromen terugvloeien naar de gemeenschap in Nieuw-West en daardoor circulair worden. Zij vraagt wat het systeem van lokale betaalrekeningen daaraan kan toevoegen. Het zal bovendien extra investeringen vergen om zo’n systeem te laten werken. Lid HENDRIKS spreekt zich positief uit over de invoering van CWB.

Er zijn echter ook wat vragen: - In hoeverre hebben directies vrije keus voor aanbieders in het kader van inkoop? - Zijn er behalve de reeds eerder genoemde ankerorganisaties ook andere ankerorganisaties benaderd en wat waren de reacties? - Kan de raad inzicht krijgen in de kosten die worden besteed aan CWB? - Er is sprake van onderzoeken waarvan de uitkomsten in Q4 2024 en Q1 2025 gereed zouden zijn. Is dit gehaald en kan de wethouder deze delen met de raad?

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

-

Vanuit welk oogpunt is het een taak voor de gemeente om CWB bedrijfsdiensten op te zetten? Dit wordt al aangeboden door de branchevereniging. - Wordt er samengewerkt met de Nederlandse Vereniging van Coöperaties? - Hoe wordt bewerkstelligd dat de coöperaties binnen afzienbare tijd op eigen benen kunnen staan? Volt vindt het onwenselijk deze coöperaties te blijven ondersteunen. - Hoe groot is de belangstelling voor coöperaties die nog moeten worden opgericht? - Is het, gezien de populatie van Nieuw-West, inderdaad noodzakelijk dat alles in het Nederlands moet? - In de uitvoering wordt geen aandacht besteed aan het overnemen van een coöperatie wanneer iemand met pensioen gaat. Waarom is dat niet in de plannen meegenomen? - Lid Hendriks schetst de situatie op de arbeidsmarkt en dit biedt kansen om jongeren te betrekken bij coöperatieve ondernemingen. - Worden de ervaringen over en weer gedeeld tussen de stadsdelen waar CWB plaatsvindt? - Wat gebeurt er met de huidige plannen na 2025? Tot slot van zijn bijdrage breekt lid Hendriks nogmaals een lans voor de coöperatieve ondernemingen, waarbij alle omzet terugvloeit naar de ondernemer zelf. Volt beschouwt deze ondernemingsvorm als een slim economisch besluit. Hij hoopt dat de wethouder dit aspect in de toekomstige plannen zal benadrukken.

Lid IHAMMANEN verklaart namens zijn fractie de invoering van een lokale munt bij CWB toe te juichen. Namens DENK heeft lid Ihammanen enkele vragen aan de wethouder en opmerkingen: - Hoe kan worden voorkomen dat inkoop uiteindelijk toch bij grotere coöperaties terecht komt die vaak niet eens geworteld zijn in NieuwWest? - Hoe wordt ervoor gezorgd dat kleine ondernemers extra ondersteuning krijgen bij aanbestedingen? - Weten de ondernemers de gemeente te vinden als zij in gesprek willen gaan? - Waarom wordt er niet publiekelijk inzichtelijk gemaakt hoeveel procent lokaal wordt ingekocht? Een online dashboard zou een manier kunnen zijn. - Hij verwijst naar het recente rapport Verweij-Jonker waarin wordt beschreven dat het vertrouwen in instituties laag is en de bewoners zich voelen achtergesteld. Is er in dit kader overwogen om wijkreferenda te organiseren? - DENK heeft al vaker aangegeven dat er bij de fractie behoefte bestaat aan meetbare, tussentijdse resultaten. Lid Ihammanen stelt voor ook hiervoor een online dashboard te gebruiken. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. - Tenslotte refereert aan een situatie, inzake een avondwinkel in de Wildemanbuurt, die in strijd lijkt met het doel om het Stadsdeel leefbaar te maken. Hij vraagt de wethouder of hij bekend is met deze situatie en hoe hij hier tegenaan kijkt.

Lid LUST vraagt lid Ihammanen zijn opmerking over de invoering van een lokale munt nader toe te lichten. Lid IHAMMANEN is bereid lid Lust daar een op een over te informeren, aangezien hij nagenoeg door zijn spreektijd is.

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

Lid LUST heeft niet zozeer behoefte aan algemene informatie over de invoering, maar zij wil weten waarom DENK het goed idee vindt om de lokale munt in te voeren. Lid IHAMMANEN stelt dat de invoering van een lokale munt bij CWB de handel tussen verschillende partijen vereenvoudigt. Lid KROM verklaart namens haar partij dat zij positief staat tegenover CWB en de intenties vanuit de gemeente daarin. Zij verwacht dat de uitvoering over enkele jaren zal resulteren in een sterke economie in Nieuw-West. Voedsel, energie, isolatie en groenbeheer zijn de domeinen volgens het rapport waar CWB zich op richt. De zorgen van de Partij voor de Dieren richten zich vooral op de ankerinstituten en dan met name de gemeente, vanwege de grote inzet die dit vraagt van de verschillende ambtenaren en het geld dat het kost. Zij noemt een aantal voorbeelden bij de inkoop die uiteindelijk verkeerd zijn uitgepakt. Lid Krom maakt zich dus zorgen over de uitvoering bij het afnemen door de ankerinstituten. Zij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Ook wil zij weten hoe organisaties en bedrijven die nu al onderdeel uitmaken van CWB worden betrokken bij de plannen. Wanneer de ontwikkeling gunstig verloopt is het voor lid Krom een goed idee om uitbreiding te overwegen en zij vraagt de wethouder naar zijn visie hierop. De VOORZITTER schorst de vergadering om 20.55 uur.

De VOORZITTER heropent de vergadering 0m 21.06 uur. Wethouder GROOT WASSINK geeft in enkele bewoordingen een reactie op een aantal aspecten uit de bijdrage van de VVD. Hij is het eens met lid Staartjes dat te allen tijde de vraag moet worden gesteld of het wat oplevert. Het is zaak om steeds te bekijken of de doelstellingen al dan niet worden behaald en tot actie over te gaan al naar gelang de bevindingen. Verder geeft de wethouder aan dat CWB de aanloopfase nodig had en dat de besteding lager is dan in de prognose werd gesteld. Dit zal weergegeven worden in het Jaarverslag. Ook wordt er voortdurend nagedacht over welke verbeteringen er kunnen worden gedaan bij de aanpak. Samen met wethouder Mbarki kijkt de wethouder naar mogelijkheden om de economische structuur te versterken en de ondernemers worden hierbij ondersteund door de gemeente. Hij benadrukt dat de coöperatieve gedachte zinvol en nuttig is. De geopperde nieuwe naamgevingen door Volt, ‘Slim Economisch Besluit’ en het CDA, ‘Versterking van Lokale Welvaart’, spreken de wethouder aan. Hij legt uit dat met de coöperatieve initiatieven wordt getracht economische structuur in Nieuw-West te brengen, die vooral gericht is op waardevermeerdering, hetgeen ten goede moet komen aan de gemeenschap zelf. De wethouder geeft aan dat niet alleen de gemeente inkoper moet zijn.

Ook andere partijen moeten hierin een rol gaan spelen, partijen die minder gebonden zijn aan regels die voor de gemeente wel gelden. Hij is ervan overtuigd dat de beschreven coöperatieve beweging goed aansluit bij het lokale economieprogramma van wethouder Mbarki. Wethouder Groot Wassink erkent dat het een kwestie is van een lange adem en hij is van mening dat er ruimte moet zijn voor aanpassingen, of zelfs stoppen, wanneer er onvoldoende resultaat wordt geboekt. Hij benadrukt dat er geen sprake kan zijn van structurele subsidie, maar dat het gaat om ondernemingen die zelf kunnen voortbestaan met medewerkers uit het Stadsdeel die hier een leefbaar salaris aan overhouden. Op het gebied van aanbestedingen moet er nog worden gezocht naar de juiste voorwaarden om bijvoorbeeld oneerlijke concurrentie te voorkomen en ook kleine ondernemers een goede kans te geven. Het is tevens van belang dat de ondernemingen kunnen leveren wat er is besteld en dit gaat meestal goed bij de ondernemingen die hiervoor de massa en het volume hebben en deze zijn dus belangrijk voor CWB.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

In reactie op de vraag van lid Badal antwoordt de wethouder dat ‘de hele gemeenschap’ moeilijk is te definiëren en hij stelt voor dit te beperken tot heel NieuwWest. De wethouder beaamt dat er hier sprake is van een overkoepelende opgave, als antwoord op de vraag die lid Bentoumya hierover stelde. Er wordt nadrukkelijk gezocht naar kansen met programma’s gericht op de versterking van de bestaanszekerheid, ook voor jongeren. Lid KROM geeft aan dat zij op het gebied van inkoop vreest dat de ankerinstituten niet de juiste mentaliteit hebben om de systeemverandering te doen slagen. Wethouder GROOT WASSINK staat hier positiever tegenover, maar is zich bewust van dit risico. Het is zijn ervaring binnen de gemeentelijk organisatie dat er regels strikt worden toegepast en dat er meer mogelijk is. Hij is van mening dat het nodig is om met de raad in gesprek te blijven over de inkoop- en aanbestedingsregelingen. Hij erkent dat er een enkele barrières zijn, die er voor kunnen zorgen dat de aanbestedingen op een andere manier moeten worden bekeken en gedaan. De economische onderbouw bepaalt de bovenbouw en als er genoeg tijd is, zal dit uiteindelijk leiden tot de gewenste mentaliteitsverandering, zo betoogt de wethouder. Het is noodzakelijk om het inkoopbeleid aan de gemeentelijke kant strakker vorm te geven.

De wethouder zegt toe dit in een gesprek met wethouder Van Buren aan de orde te stellen. Hij benadrukt dat het echter geenszins de bedoeling is, dat het alleen gaat over inkoop bij de gemeente, maar het moet juist gaan over inkoop bij andere partijen. Lid KROM spreekt de hoop uit dat de gemeente, als grootste partij, als aanjager kan fungeren om het inkoopbeleid op een andere manier in te richten. Zij vraagt de wethouder of hij bereid is zich hiervoor in te zetten. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat hij hiertoe bereid is. Hij stelt dat de aanbestedingsregels op zich vrij goed zijn, maar ze kunnen ook een belemmering vormen. Hij haalt hierbij het voorbeeld van Pantar aan. In antwoord op de vraag van lid Badal inzake het afwegingskader met betrekking tot levensvatbaarheid, beschrijft de wethouder welke acties hiervoor worden uitgevoerd: faciliteren en het zoeken naar nieuwe kansen. Hierbij wordt er uiteraard alleen maar met partijen uit Nieuw-West samengewerkt. Levensvatbaarheid beschouwt de wethouder als een belangrijk element dat moet worden onderzocht in de initiatieffase. De wethouder spreekt de hoop uit dat CWB, als het een succes blijkt te zijn, in de toekomst breder ingezet kan worden, dus ook in andere stadsdelen. Vervolgens verwijst de wethouder naar een initiatief over het lokale betaalsysteem, dat door de raad is aangenomen.

Hij legt uit hoe zo’n betaalsysteem werkt en welke voordelen het biedt voor het Stadsdeel. De wethouder erkent dat de zorgpunten die lid Bilgin noemt, zoals digitale vaardigheid, terecht zijn. Zorgen over de uitkeringen via het betaalsysteem zijn volgens de wethouder nu nog niet aan de orde. Lid LUST verwijst naar een passage uit het rapport waarin wordt beschreven dat ‘de sterke motor een cruciale succesfactor is die voor een duurzame circulatie van het geld moet gaan zorgen’. Zij vraagt de wethouder wat hij ziet als motor van het beoogde rekeningsysteem in Nieuw-West. Wethouder GROOT WASSINK noemt het ‘Koop Lokaal’-platform en de samenwerking tussen de ondernemingen onderling binnen het lokale betaalsysteem. Als het dan ook nog lukt om gericht opdrachten vanuit ankerinstituten of de gemeenschap binnen te halen, dan is er een grote kans op succes. In antwoord op de vraag van DENK over de avondwinkel in Osdorp moet de wethouder erkennen, dat de gemeentelijk afdelingen inderdaad soms weleens langs elkaar heen werken. Volgens lid Ihammanen was dit de reden dat de genoemde avondwinkel geen vergunning heeft gekregen. De wethouder is er echter in dit geval van overtuigd dat er een zorgvuldige afweging is gemaakt.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

De rapportage van het Verweij-Jonker instituut acht de wethouder inmiddels achterhaald. Voorts geeft de wethouder aan dat de huidige Verordening van de gemeente wijkreferenda niet toestaat. Namens Volt stelde lid Hendriks de vraag over de ontwikkeling na 2025. De wethouder geeft aan dat de uitgangspunten van en de gedachten over zowel zeggenschap, coöperatieve samenwerking als het versterken van de lokale welvaart overeind blijven. Alleen is het de vraag met welke instrumenten dit bereikt kan worden. De wethouder gelooft dat CWB hiervoor het juiste instrument zal blijken te zijn, maar hierover kan in de toekomst verschil van mening bestaan. In het geval van pensionering zijn er nog geen duidelijke regels en mocht zo’n geval zich voordoen dan zal hierover moeten worden gepraat. Voor de wethouder zou het interessant zijn om de onderneming dan coöperatief over te nemen. Lid HENDRIKS verzoekt de wethouder alsnog te reageren op zijn onbeantwoorde vragen. Wethouder GROOT WASSINK meent alle vragen van Volt te hebben beantwoord. Hij gaat wat dieper in op de vraag over coöperatieven met een winstdoelstelling. Een voorwaarde van deze winst is dat het in zoveel mogelijk zakken belandt. Lid HENDRIKS herhaalt op verzoek van de voorzitter zijn nog onbeantwoorde vragen: -

-

Vanuit welk oogpunt is het een taak voor de gemeente om CWB bedrijfsdiensten op te zetten? Dit wordt al aangeboden door de branchevereniging. Hoe groot is de belangstelling voor coöperaties die nog moeten worden opgericht? Is het, gezien de populatie van Nieuw-West, inderdaad noodzakelijk dat alles in het Nederlands moet? In hoeverre hebben directies vrije keus voor aanbieders in het kader van inkoop?

Wethouder GROOT WASSINK stelt dat het beperken van de inkoopvrijheid niet aan de orde is. De bedrijfsdiensten worden incidenteel verleend en hier en daar gefinancierd. Dit zal nog verder ontwikkeld worden met als doel dat bedrijven hier uiteindelijk zelf voor moeten gaan zorgen. Er is aanpassing mogelijk als blijkt dat het gebruik van de Nederlandse taal bepaalde ondernemers belemmert om deel te nemen. Lid IHAMMANEN mist nog antwoord op zijn vragen over transparantie met betrekking tot de lokale inkoop en zijn voorstel om een dashboard in te richten. Wethouder GROOT WASSINK erkent dat het oprichten van een dashboard een goede bijdrage zal zijn. Op dit moment wordt er een data-analyse gemaakt van de inkoopstromen en dit kan goed met een dashboard inzichtelijk worden gemaakt. Op dit moment is het nog te vroeg voor een dergelijk instrument, maar in de toekomst kan het zijn meerwaarde bewijzen. De VOORZITTER concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken. Op verzoek van lid Hendriks wordt het punt geagendeerd in de raad.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

Aanpak Noord 4. Beantwoording raadsadres Techhub EWP (VN2025-000631) Eerste termijn De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat er vanuit de Stadsdeelcommissie geen aanmelding is ontvangen om dit onderwerp verder toe te lichten. Als gastspreker schuift aan Esther Lagendijk Lid BADAL geeft een beschrijving van de activiteiten van het de EWP. Voor het CDA biedt de Werkplaats een waardevolle bijdrage aan de gemeenschap in Noord. Hij vraagt hoe het oordeel van Stadsdeel Noord, dat EWP niet professioneel genoeg zou zijn, tot stand is gekomen. Hoewel de meeste docenten gepensioneerd zijn, zijn ze volgens lid Badal voldoende in staat om op professionele wijze hun onderwijstaken uit te voeren. Hij vraagt de wethouder of zij bereid is om nogmaals met EWP in gesprek te gaan met als doel de voortzetting van de EWP te bewerkstelligen. Ook vraagt hij de wethouder aan te geven of zij ook vindt dat de voortzetting van de EWP past binnen de doelstellingen en de brede visie van de aanpak in Noord. Hij wil graag weten of er hiervoor nog financiële mogelijkheden zijn. Lid BELKASMI uit zijn teleurstelling over de huidige ontwikkeling van de EWP en hij beschrijft hoe de EWP op dit punt terecht is gekomen. Hij vraagt de wethouder hoe het probleem kan worden opgelost en hij stelt voor om te onderhandelen met mediation.

Lid HENDRIKS refereert aan de woorden van inspreker MEERBACH, die sprak van ‘onbehoorlijk bestuur’. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Lid VELDHUYZEN verwijst naar de vragen die de EWP stelde aan de raad en het college en hij citeert de vier verzoeken uit de brief die EWP stuurde. Wethouder VAN DER HORST geeft aan dat het de wethouders Moorman en Groot Wassink zijn die het dossier EWP hebben behandeld in 2019. Er is toen besloten om de subsidiëring te stoppen en dit over te dragen aan het Stadsdeel. Zij benadrukt dat Aanpak Noord, dat zij in portefeuille heeft, niet het vehikel is om organisaties die elders niet meer gesubsidieerd worden te gaan opvangen. Zij erkent de waarde die de EWP heeft gehad voor het Stadsdeel Noord, maar er kunnen redenen zijn geweest om de financiële ondersteuning stop te zetten. De wethouder neemt afstand van de kwalificatie ‘onbehoorlijk bestuur’, maar ze heeft er begrip voor dat het genomen besluit door de EWP als pijnlijk wordt ervaren. Haar ervaring met het Stadsdeelbestuur Noord is dat dit zeer veel oog heeft voor de bewoners en de ondernemers in Noord, veel ondersteuning biedt en in gezamenlijkheid met het gehele db van Stadsdeel Noord samenwerkt in de Aanpak Noord. Vervolgens geeft zij aan dat er bereidheid bestaat voor een gesprek, al dan niet met mediation, maar het gesprek zal een afrondend karakter hebben.

Lid VELDHUYZEN vraagt de wethouder alsnog te reageren op de vier verzoeken, die specifiek zijn gericht aan het college en niet zozeer aan het Stadsdeelbestuur. Hij ziet vooral graag een reactie op de vraag naar een onafhankelijk onderzoek. Wethouder VAN DER HORST ziet op dit moment geen aanleiding voor een onafhankelijk onderzoek. Op de andere vragen zal de wethouder eventueel terugkomen na de bijdrage van Esther Lagendijk, als er nog geen antwoord op is gekomen. Lid VELDHUYZEN refereert aan de woorden van de wethouder inzake een afrondend gesprek en hij vraagt of hij dan kan concluderen dat het voor de EWP hier eindigt.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

Wethouder VAN DER HORST wil eerst de bijdrage van Esther Lagendijk afwachten. Vanuit Aanpak Noord ziet de wethouder echter geen mogelijkheid tot financiële ondersteuning van de EWP. De collega wethouders die vanuit het college handelen, hebben in 2019 al besloten de subsidiëring stop te zetten. Het Stadsdeel heeft de afgelopen jaren veel moeite gedaan om toch nog te kunnen blijven financieren, maar dat lukt nu niet meer. Esther LAGENDIJK (db Noord) verwijst naar een onafhankelijk rapport uit 2019 in opdracht van Economische Zaken van de gemeente over het functioneren van de EWP. De aard van de hierin vermelde verbeteringen was aanleiding om te besluiten de subsidies stop te zetten. Het Stadsdeel zag de waarde van de EWP voor Noord en heeft de afgelopen jaren gezocht naar een mogelijkheid om de EWP overeind te houden middels incidentele financiële injecties. Ook is er via het Stadsdeel gezocht naar een solide exploitatie, want het probleem was dat er onvoldoende resultaten werden geboekt en de basis niet op orde was, waardoor de organisatie niet toekomstbestendig bleek. Er is ook gezocht naar samenwerkingsverbanden, maar de EWP heeft hier uiteindelijk niet aan mee willen werken. Voor Esther Lagendijk namens db Noord werd het duidelijk dat het voortbestaan van de EWP niet langer haalbaar is.

Lid VELDHUYZEN vraagt of er vanuit Stadsdeel Noord geen enkele mogelijkheid meer bestaat om de EWP overeind te houden. Esther LAGENDIJK (db Noord) beaamt dit. Na de laatste weigering door de EWP om samen te werken, heeft zij een gesprek aangeboden. De reactie van de EWP hierop was van dien aard dat Esther Lagendijk inzag dat zij niet tot elkaar zouden kunnen komen. Zij heeft toen aangegeven dat dit voor de EWP het einde betekende wat het Stadsdeel betreft. Lid BADAL vraagt of er nog kan worden gezocht naar andere partijen dan de genoemde voor de EWP om mee samen te werken. Esther LAGENDIJK (db Noord) geeft aan dat dit juist de bedoeling was van de samenwerking binnen de Techhub, aangezien hier meerdere partijen bij aangesloten zijn, ook opleidingen. Tweede termijn Lid VELDHUYZEN vindt het jammer dat de EWP ophoudt te bestaan. Na de bijdragen van de wethouder en van het Stadsdeelbestuur te hebben aangehoord, ziet hij ook geen mogelijkheden meer om dit te voorkomen. Het lijkt hem zinloos om dit onderwerp te agenderen bij de raad. Wat hem betreft had er nog verder gezocht kunnen worden naar een oplossing, maar hij stelt vast dat hier geen politieke steun voor bestaat. Wethouder VAN DER HORST deelt de gevoelens van teleurstelling met del leden van de raadscommissie.

Zij waardeert alle pogingen die er zijn ondernomen om de EWP te laten voortbestaan, maar helaas heeft dit niet geleid tot een goed resultaat. Zij benadrukt dat er in het Stadsdeel veel wordt gedaan om kansen voor jongeren te creëren en dit zal niet stoppen. Lid BADAL uit de wens om het punt te agenderen voor de raad, maar hij zal hier eerst met zijn fractie over spreken. Hij komt hier later op terug. Masterplan Zuidoost 5. Definitieve bestedingsplannen integrale aanpak 2025 (VN2025-002830) Dit punt wordt doorgeschoven naar de volgende raadscommissie.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Concept raadscommissieverslag, 19 maart 2025

De VOORZITTER stelt vast dat het punt voor nu voldoende is besproken. Zij geeft aan dat de volgende commissievergadering zal plaatsvinden op 21 mei 2025 en sluit de vergadering om 21.49 uur.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15582679/1