Conceptverslag Raadscommissie Stadsontwikkeling 11-01-2023.docx
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Raadscommissieverslag, 11 januari 2023
Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
CONCEPT Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Woensdag 11 januari 2023 van 19.30 tot 21.00 uur Woensdag 22 februari 2023
Voorzitter: lid Yemane Portefeuillehouders: wethouders Groot Wassink, Moorman, Van der Horst Commissiegriffier: mw. Ter Braak en mw. Vos Verslaglegging: mw. Vernooij (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Belkasmi (PvdA), Bentoumya (GL), Nadif (GL), Van Renssen (GL), Lust (D66), Von Gerhardt (VVD), Hendriks (VOLT), lid Bobeldijk (SP), Yacoubi (DENK), Bilgin (FvD) Afwezige commissieleden: Overige aanwezigen:
Algemeen 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de commissievergadering Stadsontwikkeling om 19.30 uur en heet iedereen welkom. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER verzoekt de commissie om na de vergadering even te blijven zitten voor een informeel overleg. Wethouder VAN DER HORST meldt dat in het kader van aanpak Noord een aanvraag is ingediend voor de regiodeal vierde tranche onder de naam “ZaanIJ, Groen en Meedoen” voor 40 miljoen euro. De regiodeal betreft het stimuleren van de brede welvaart en sluit aan bij de aanpak Noord. Samen met de gemeente Zaanstad, Oostzaan en de provincie Noord-Holland is de aanvraag gedaan. Naar verwachting wordt in de tweede helft van januari meer bekend over de toekenning hiervan. 1.c. Vaststellen agenda De VOORZITTER meldt dat er vanavond één bespreekpunt is geagendeerd op verzoek van de commissie. De agenda wordt vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadcommissie SO d.d. 28 september 2022 Lid Lust heeft een verzoek ingediend voor een wijziging van de notulen. De aangepaste notulen liggen voor. Het verslag wordt vastgesteld.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 11 januari 2023
SO
1.e. Termijnagenda, per portefeuille De termijnagenda is op dit moment nog leeg. 1.f. TKN-lijst De VOORZITTER meldt dat op verzoek van de leden Hendriks, Bentoumya en Bilgin tkn-1, Position Paper Koers Samen Nieuw-West, in de volgende commissie wordt besproken. Lid LUST stemt in met behandeling in de volgende commissie. Zij voegt hieraan toe dat zij contact heeft opgenomen met de programmadirecteur van het Masterplan NieuwWest en een voorstel heeft gedaan om hem te ontmoeten op 17 februari a.s. Als hij hiermee instemt, komt zij terug naar de commissie om te bekijken of het lukt om als commissie voor de volgende commissie Stadsontwikkeling vragen aan hem te stellen. Lid BOBEL verzoekt om een rondvraag naar aanleiding van het proces. Wethouder GROOT WASSINK denkt dat het handig is voor de commissie om de planning van het Koersdocument te delen. Het Position Paper is een voorbereiding op het Koersdocument. Het voorstel om de programmadirecteur uit te nodigen, lijkt hem goed. Lid LUST heeft niet voorgesteld om de programmadirecteur uit te nodigen, maar om in een persoonlijk gesprek vragen te stellen. De datum van 17 februari is de laatste mogelijkheid voor de volgende commissie Stadsontwikkeling. Wethouder GROOT WASSINK zal de planning voor het Koersdocument met de commissie delen om te beoordelen of het zinvol is om het Position Paper te bespreken.
Lid BENTOUMYA stelt voor om het Position Paper te bespreken in de volgende vergadering als het Koersdocument er dan nog niet is en als dit er wel is, deze documenten gezamenlijk te behandelen. De VOORZITTER concludeert dat de commissie hiermee instemt. 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken ingekomen. Inhoudelijk 2.a. Opening inhoudelijke gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en meldt dat de spreektijden gaan lopen. 2.b. Inspreekmoment publiek Er 1 inspreker, de heer Boon, Stadsdeelcommissielid Nieuw-West namens GoedBeterWest! Hij pleit voor een rol voor de stadsdeelcommissie in het proces Koers Samen Nieuw-West.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 11 januari 2023
SO
De heer BOON spreekt in op persoonlijke titel, wel namens zijn achterban maar niet namens de stadsdeelcommissie. Hij meldt dat de stadsdeelcommissie een zetel in de Alliantie had toen de burgemeester een voortgangsbrief over het masterplan Nieuw-West naar de raad stuurde op 30 november 2021. Na de verkiezingen is zonder enige kennisgeving de zetel uit de Alliantie verdwenen. De stadsdeelcommissie was een heel belangrijke stem namens de bewoners. De heer Boon heeft in de stadsdeelcommissie vaak gevraagd om een update over wat nu Nationaal Programma heet en op 13 december jl. is de stadsdeelcommissie door de programmadirecteur en de coördinerend wethouder bijgepraat. De wethouder stelt dat de burgemeester, de coördinerend wethouder en de voorzitter van het dagelijks bestuur betrokken moeten zijn. In het stadsdeel zijn straks twee organisaties: de autonome Alliantie en de oude stadsdeelorganisatie met de stadsdeelcommissie. De heer Boon roept op tot een rol van de stadsdeelcommissie in het alliantiebestuur om een link tussen de twee eilanden te creëren en om ervoor te zorgen dat er een niet-subsidie afhankelijke stem namens de bewoners aan het alliantiebestuur wordt toegevoegd. Lid BILGIN vraagt waarom de heer Boon op persoonlijke titel spreekt.
Kan hij iets melden over de positie van de stadsdeelcommissie? De heer BOON zegt dat op 13 december de laatste vergadering van de stadsdeelcommissie is geweest. Op 17 januari a.s. is de eerstvolgende, waarmee er nog geen tijd is geweest om een gezamenlijk standpunt op te stellen. Voor de zomer zal de programmadirecteur al met een uitgewerkt plan komen en de commissie Stadsontwikkeling vergadert eenmaal per zes weken. Lid BELKASMI vraagt waarom de bestuurder ervoor heeft gekozen om de zetel van de stadsdeelcommissie uit de Alliantie te halen. De heer BOON kan niet namens de wethouder spreken. Lid LUST vraagt of de heer Boon weet waarom ervoor gekozen is om alleen bestuurders aan de Alliantie toe te voegen. De heer BOON weet dat de Alliantie uit ongeveer twintig partijen bestaat. Hij heeft begrepen dat de rol van de gemeente beperkt moet zijn. Lid LUST heeft gehoord dat D66 in de stadsdeelcommissie de suggestie heeft gedaan om – indien mogelijk - een lid van de stadsdeelcommissie af te vaardigen in de Alliantie. Wie zou deze rol volgens de heer Boon moeten vervullen? De heer BOON zegt dat zijn kracht in governance en toezicht zit waarmee hij dit onderwerp bespreekbaar heeft willen maken. Zijn inspraak is echter niet bedoeld als een sollicitatie voor zichzelf. Wel denkt hij dat er onafhankelijkheid moet zijn tussen bestuurder en stadsdeelcommissielid.
Dit kan ook partijonafhankelijk zijn. lid HENDRIKS stelt dat de stadsdeelcommissie te allen tijde het stadsdeelbestuur ter verantwoording kan roepen en ongevraagd advies richting de commissie Stadsontwikkeling kan geven die de wethouder weer ter verantwoording kan roepen. De heer BOON erkent dat de stadsdeelcommissie indirect het college adviseert, maar strikt formeel heeft de stadsdeelcommissie een band met de gemeenteraad. Daarnaast is de Alliantie autonoom. De voorzitter van het dagelijks bestuur is wel lid in de Alliantie, maar heeft geen controlerende rol. Lid BENTOUMYA vraagt of de heer Boon kan ingaan op de manier waarop de stadsdeelcommissie wel is betrokken bij de planning van het masterplan en wordt meegenomen in de vooruitgang.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 11 januari 2023
SO
De heer BOON antwoordt dat er op 13 december een korte update is gegeven. Hierbij zat een globale langetermijnplanning waardoor duidelijk is dat ergens voor de zomer een uitwerkingsplan komt. De voorzitter van het dagelijks bestuur heeft de suggestie gedaan om een verzoek in te dienen bij de commissie Stadsontwikkeling om met een afvaardiging van de stadsdeelcommissie deel te nemen aan de commissie op het moment dat het masterplan wordt besproken. Lid BENTOUMYA vraagt of zij goed begrijpt dat de masterplannen niet periodiek worden geagendeerd in de stadsdeelcommissie. De heer BOON bevestigt dit. 2.c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2.d. Rondvraag Lid VON GERARDT constateert dat tot nu toe de masterplannen en de aanpak Noord nog niet zijn besproken in deze commissie. Hij hoort graag van het college wanneer voortgang op deze dossiers wordt verwacht en wanneer keuzes naar de gemeenteraad komen. Wethouder GROOT WASSINK meent dat in de vorige periode al heel wat informatie met betrekking tot Zuidoost is gedeeld en dit geldt ook voor het masterplan Samen Nieuw-West. Zojuist is bovendien gesproken over het vaststellen van een Koersdocument. De essentie van dergelijke langjarige programma’s is dat de rol van het college en de gemeenteraad kleiner wordt ten opzichte van bewoners en andere maatschappelijke partners.
Wethouder MOORMAN bevestigt dat de masterplannen een lange scope hebben en bovendien is het belangrijk dat het samen gedaan wordt met mensen in de gebieden en stadsdelen. Ook geldt voor alle stadsdelen een andere start. De werkwijze die wordt beoogd, is integraal en hierbij is community building essentieel. Hierin wordt door de organisaties geïnvesteerd en dit is geen traject dat onmiddellijk tot resultaten leidt. De resultaten zitten vooral in het bouwen van vertrouwen en het omhoog halen van de goede initiatieven. De betrokkenheid in Zuidoost is groot, van de dagelijks bestuurders en de stadsdeelcommissie, maar ook van de alliantiepartners. Er wordt gezocht naar een vorm om de gemeenteraad hierover zo goed mogelijk te informeren. De wethouder is blij met deze commissie en hoopt dat deze wordt doorgezet. Uit het feit dat er meerdere wethouders aanwezig zijn, blijkt dat het college het van groot en cruciaal belang vindt. Wethouder VAN DER HORST voegt toe dat het de bedoeling is om op 22 februari a.s. een presentatie te geven over de aanpak Noord en de verwachting is om in maart met een concept-aanpak te komen. Op zeer korte termijn zal zij laten zien wat de eerste bestedingen zijn. Lid VON GERARDT gelooft wel dat er iets gebeurt, maar zijn vraag betreft vooral de informatiepositie van de raad.
Hij denkt dat dit beter kan en geeft als voorbeeld dat de raad bij de aanpak volkshuisvesting meerdere malen is meegenomen. Volgens hem is dat in dezen ook wenselijk, omdat de commissie in dat geval kan beoordelen of er bijvoorbeeld nog ontbrekende organisaties of bewoners zijn. Zijn oproep aan het college is om de raad meer mee te nemen in de stappen die worden gezet. Wethouder MOORMAN herhaalt dat de stadsdelen in verschillende fases van de ontwikkeling van de aanpak en van de masterplannen zitten. Het masterplan van Zuidoost
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 11 januari 2023
SO
is bekend, maar op dit moment wordt gewerkt aan een voortgangsrapportage. Zij zegt toe dat deze in ieder geval voor de zomer aan de raad zal worden voorgelegd. Lid BOBEL ziet bij het tkn-stuk over Nieuw-West dat logischerwijs de splitsing wordt gemaakt tussen de doelstellingen op langere termijn en de acties die hiervoor nodig zijn. De vraag die dit echter bij hem oproept, is of dit in de andere gebieden op dezelfde manier gebeurt. Wethouder GROOT WASSINK stelt dat de drie aanpakken heel verschillend zijn. Hij zou het eigenlijk zorgwekkend vinden als deze precies hetzelfde waren. In algemene zin is het volgens hem goed om langetermijndoelstellingen te stellen en hij verwacht dat hier met het Koersdocument kortetermijndoelstellingen bij komen die hieraan ondergeschikt zijn. Wethouder MOORMAN wijst erop dat in het masterplan Zuidoost langetermijndoelstellingen staan. Elk gebied heeft zijn eigen specifieke problemen. Het gaat om nieuwe aanpakken die gaandeweg met elkaar worden uitgevonden en leiden tot vraagstukken met betrekking tot governance. Het is leerzaam om alles steeds in gezamenlijkheid met elkaar te bespreken, zodat van elkaar kan worden geleerd. Lid BOBEL heeft deze vraag gesteld, omdat de aanpak uniek is wat betreft het integraal en langjarig kijken naar een buurt. Hij verwacht eigenlijk dat de langetermijndoelstellingen voor alle gebieden worden neergezet.
Wethouder MOORMAN meent dat deze zijn geformuleerd en wellicht zijn ze iets anders, omdat ze zijn gemaakt met de mensen in de verschillende gebieden. De veronderstelling dat er alleen langetermijndoelstellingen zijn in Nieuw-West klopt niet. Lid BOBEL heeft ook een rondvraag naar aanleiding van de inspreker die heeft aangegeven dat hij niet precies weet waarom de wethouder tot het besluit is gekomen om de stadsdeelcommissie niet meer te vertegenwoordigen. Daarom stelt hij deze vraag aan het college. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat het zeker geen besluit van hem is geweest. Er zijn verkiezingen geweest waarna de hele aanpak Nieuw-West is herijkt. De suggestie dat iedereen in de Alliantie een subsidie-relatie heeft met het stadsdeel klopt niet. Er waren ook vertegenwoordigers namens de bewoners. Zoals de inspreker zojuist heeft gesteld, heeft de stadsdeelcommissie een relatie met de gemeenteraad. De wethouder denkt wel dat het lastig zou zijn om een willekeurig lid uit de stadsdeelcommissie te vragen, omdat het de vraag is op basis waarvan deze zitting zou nemen aangezien het de bedoeling is om bewonersbetrokkenheid te vergroten. De suggestie dat het masterplan niet zou terugkomen in de stadsdeelcommissie bevreemdt hem.
Hij heeft aangegeven om terug te komen om te spreken over het bestuurlijk stelsel en over Samen Nieuw-West en volgens hem zijn het stadsdeelbestuur en hijzelf zeer bereid om in de stadsdeelcommissie een update te geven. Lid BELKASMI vraagt hoe dit is geregeld in de andere stadsdelen. Wethouder VAN DER HORST zegt dat in stadsdeel Noord niet wordt gewerkt met een Alliantie, maar met bewoners. Hier is tot nu toe geen stadsdeelcommissie in vertegenwoordigd, maar dit onderwerp wordt hier wel heel vaak besproken. Wethouder MOORMAN meldt dat er in Zuidoost wel een stadsdeelcommissielid is.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 11 januari 2023
SO
Bespreekpunten Aanpak Noord 3. Rijksmiddelen voor integrale aanpakken Dit onderwerp was een tkn-stuk in de vorige commissie en is geagendeerd door de leden Hendriks en Belkasmi. Lid HENDRIKS vraagt of voor masterplannen aanvragen worden gedaan bij Europese fondsen. In de stukken staat dat gelden voor Zuidoost en Nieuw-West ook voor Noord of voor de hele stad gebruikt kunnen worden. Hoe wordt dit bepaald? Lid BELKASMI is blij dat er zoveel aandacht naar Zuidoost en Nieuw-West gaat met betrekking tot het nationaal programma Veiligheid en Leefbaarheid. Wel viel het hem op dat in Noord niet of in beperkte mate aanvragen worden gedaan. Zijn verzoek is of de wethouder kan toezeggen om ook voor Noord aanvragen te doen. Voor de woningbouwimpuls is door alle drie de stadsdelen een aanvraag ingediend, maar bij preventie met gezag is weer niet voor Noord een aanvraag gedaan. Voor Zuidoost en Nieuw-West zijn middelen toegekend voor de preventie van jeugdcriminaliteit. De vraag is of deze aanvraag ook mogelijk is voor Noord en waarom deze in het verleden niet is gedaan. Ten aanzien van armoede, schulden en arbeidsmarkt zijn de middelen alleen bedoeld voor Zuidoost en Nieuw-West.
Ziet de wethouder ook mogelijkheden voor Noord? In hoeverre zijn de middelen voor de regiodeal in te zetten om de bereikbaarheid van Noord te vergroten? Lid VON GERARDT vraagt hoe de heer Belkasmi zelf de bereikbaarheid van Noord zou willen vergroten. Lid BELKASMI beperkt zich tot zijn vraag over middelen voor de bereikbaarheid. Lid VON GERARDT vindt het lastig om te vragen om geld zonder dat duidelijk is waaraan dit moet worden besteed. Lid BELKASMI zou eerst willen weten waaraan de middelen besteed kunnen worden. Lid VON GERARDT denkt dat duidelijk is dat deze een bijdragen moeten leveren aan de woningbouw of de bereikbaarheid van de omgeving. Lid BELKASMI vraagt zich af in hoeverre de middelen zijn in te zetten voor andere vormen als de Brug over het IJ. Zijn laatste punt is of de wethouder kan toezeggen om inzicht te geven in de middelen verdeeld naar de stadsdelen. Lid BILGIN sluit zich grotendeels aan bij de heer Belkasmi. De problemen in Noord zijn te vergelijken met die van Nieuw-West. Ook speelt het nijpende tekort aan leerkrachten hier meer dan in andere delen van de stad en de kwaliteit van het onderwijs lijdt hieronder. Dit heeft invloed op meerdere onderwerpen. Concreet mist hij de mobiliteit, zowel voor leerkrachten als qua infrastructurele projecten. Het zou mooi zijn als het Rijk erkent dat Noord ook onder een focusgebied zou moeten vallen.
Wie bepaalt wat een focusgebied is en welke rol speelt Amsterdam hierin? Uit signalen blijkt dat soms onvoldoende rekening wordt gehouden met bestaande voorzieningen en ondernemers.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 11 januari 2023
SO
De ervaring vanuit de stadsdeelcommissie Nieuw-West is dat adviezen te snel van tafel worden geveegd, omdat deze misschien niet overeenkomen met het coalitieakkoord. Een voorbeeld hiervan is de grootte van de woningen. In Noord en Nieuw-West wonen veel grote gezinnen, maar sociale huurwoningen worden tegenwoordig veel te klein gebouwd. De heer Bilgin pleit ervoor om meer nadruk te leggen op de rol van de stadsdeelcommissie en de adviezen zwaarwegender te maken. Lid BOBEL denkt dat er wel meerjarig gefinancierd wordt, maar hij weet niet of dit ook langjarig is. Het probleem is dat op het moment dat steeds opnieuw aangevraagd moet worden, er steeds een nieuwe opstart nodig is. In het Centrum staat de leefbaarheid sterk onder druk vanwege de drukte. Het lijkt alsof hier geen integrale aanpak is. Hij vraagt of dit gebied centraal wordt behandeld als vierde gebied. Lid BENTOUMYA zegt dat GL op zoek is naar meer inzicht in het tijdspad en de planning van de afzonderlijke aanpakken en de eventuele uitwisseling hiertussen. Een verzoek is om meer inzicht in de financiën te krijgen wat bijvoorbeeld zou kunnen door middel van een jaarlijkse financiële rapportage.
Kan in de documenten een link worden gelegd tussen de activiteiten van de masterplannen en de aanpak Noord en de reguliere activiteiten van de gemeente? Een andere vraag is of de raad kan worden geïnformeerd over de personeels- en overheadkosten die eerder zijn gemaakt bij de projecten van de ontwikkelbuurten en over de kosten die worden verwacht bij de afzonderlijke aanpakken. Is inmiddels meer duidelijkheid over de ontschotting door het Rijk van de middelen uit het nationaal programma Veiligheid en Leefbaarheid? Lid VAN RENSSEN is blij dat de wethouder zojuist heeft toegezegd dat in maart een concept van de plannen voor Noord komt. Haar voorstel zou zijn om dit concept ook in Noord te bespreken. Welke doelen staan voor de aanpak Noord en welke middelen worden hiervoor ingezet? Sluiten de lopende plannen en projecten aan bij de aanpak? In het overdrachtsdocument stond een aanbeveling om een investeringsfonds op te stellen voor aanpassingen van de openbare ruimte en leefomgeving. Kan een deel van de 1 miljoen euro van 2023 hiervoor worden gebruikt? Als bekend is wat het huidige onderhoudsniveau van de openbare ruimte is, kan ook worden bekeken wat moet worden verbeterd en waarvoor de middelen ingezet moeten worden. Wethouder VAN DER HORST is blij dat Noord wordt besproken en dat de problemen die hier spelen zichtbaar worden gemaakt.
Het Rijk heeft bepaald dat er verspreid over Nederland twintig focusgebieden zijn. Lid VON GERARDT vraagt hoe de wethouder het ziet dat bij Zuidoost en NieuwWest wordt gesproken over een masterplan en dat het in Noord een aanpak wordt genoemd. Wethouder VAN DER HORST vindt dit een uitstekend idee, omdat Noord zelf heeft verzocht om het geen masterplan te noemen. Een aantal vragen zijn volgens de wethouder technisch van aard. Voor Noord wordt alles aangevraagd wat mogelijk is. Voor de woningbouwimpuls is al geld toegekend. Noord komt niet in aanmerking voor de middelen voor preventie voor gezag, omdat hier alleen geld wordt toegekend vanuit de twintig focusgebieden. In de toekomst zal worden geprobeerd om Noord hier ook deel van uit te laten maken. Een deel van de rijksgelden voor arbeidsmarkt, schulden en armoede is bestemd voor de focusgebieden, voor een deel kunnen deze ook voor Noord worden ingezet. Er is geld toegekend aan Noord voor bereikbaarheid. De regiodeal kan hier niet voor worden ingezet, maar wel voor zaken als meer groen en leefbaarheid. Vaak wordt achterstallig onderhoud in de openbare ruimte genoemd. Vanuit de portefeuille van de wethouder wordt bekeken hoe hier meer aandacht aan kan worden gegeven. De suggestie van Europese fondsen neemt de wethouder mee. Op dit moment wordt een aanvraag bij het EFRO geïnventariseerd.
Er is een interdepartementale en interbestuurlijke werkgroep bij het Rijk
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 11 januari 2023
SO
die zich bezighoudt met het ontschotten. Hierbij is Amsterdam ook aangehaakt. Het Rijk streeft ernaar om in het voorjaar de Tweede Kamer te informeren over de stand van zaken. Op 22 februari a.s. wordt een presentatie gegeven over de aanpak om in Noord het concept te presenteren en dit zou bij voorkeur met de stadsdeelbestuur en stadsdeelcommissie worden gedaan. Binnen een week komt de wethouder met een eerste besteding van de gelden voor de korte termijn. Lid VAN RENSSEN vraagt of het mogelijk is om de strekking van de presentatie voor de commissie in februari te bespreken. Wethouder VAN DER HORST gaat na of dit mogelijk is. Lid BELKASMI heeft behoefte aan inzicht in de financiën en in de verdeling naar de stadsdelen. Hierdoor zou de raad scherp kunnen blijven op ongelijk investeren voor gelijke kansen. Wethouder VAN DER HORST zegt dat wethouder Groot Wassink hierop terugkomt. Het streven is langjarig financieren, maar er is wel afhankelijkheid van gelden. Lid YACOUBI heeft de wethouder horen zeggen dat het streven is om structureel te investeren. In hoeverre wordt rekening gehouden met de juridische component dat er een structurele subsidierelatie is? Wethouder VAN DER HORST heeft hier geen eenduidig antwoord op. Er kan op verschillende manieren worden geïnvesteerd in de stad.
Wethouder GROOT WASSINK hoopt dat het Rijk de langjarige inzet voortzet en dat de opvolgers van het college hier ook mee doorgaan. De rijksfinanciering is altijd in verschillende tranches en elke keer zal worden geprobeerd om hier onderdeel van te kunnen zijn. Met het bestuurlijk team zal hij bespreken wanneer dit mogelijk is, maar dat wordt gerapporteerd is wat hem betreft evident. Lid VON GERARDT zou graag zien wat er in totaliteit gebeurt per stadsdeel. Zou de wethouder hierin inzicht kunnen geven? Wethouder GROOT WASSINK zegt dat op dit moment wordt bekeken hoe op de beleidsterreinen van stadsdelen scherper in beeld gebracht kan worden hoe de verdeling over de verschillende stadsdelen is wat betreft de Rijksbesteding als ook de coalitiemiddelen. Over de aanpak binnenstad gaat de integrale stand van zaken uitvoeringsprogramma volgende maand voor de derde keer naar de raad. Dit gaat gewoonlijk via AZ, maar hij kan zich voorstellen dat deze commissie wordt uitgenodigd om bij deze bespreking aanwezig te zijn. Lid BOBEL wijst erop dat Centrum onderdeel uit maakt van de vier gebieden die in deze commissie worden besproken en hij vraagt waarom het uitvoeringsprogramma niet eerst hier komt. Hierdoor ontbreekt de integraliteit. Wethouder GROOT WASSINK stelt dat de aanpak binnenstad anders is dan de aanpakken die in deze commissie worden besproken.
Hij stelt dat de commissie zelf over de agendering. Lid BOBEL zegt dat ooit is voorgesteld dat Centrum een van de gebieden is die in deze commissie wordt behandeld. Volgens hem is afgesproken om hier vier plannen te bespreken. Wethouder GROOT WASSINK stelt voor om dit mee te geven aan het presidium.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 11 januari 2023
SO
De VOORZITTER wijst erop dat dit onderwerp na de vergadering nog even kort aan de orde komt. Wethouder MOORMAN wil ervoor waken dat de inzet wordt gereduceerd tot de masterplannen. Voor het hele beleid geldt ongelijk investeren voor gelijke kansen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Sluiting De VOORZITTER dankt de aanwezigen voor hun bijdragen en sluit de vergadering om 22.00 uur. De volgende vergadering is op 22 februari 2022.
9