Conceptverslag Raadscommissie Stadsontwikkeling 05-07-2023.docx
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
CONCEPT Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Woensdag 5 juli 2023 van 19.30 tot 23.20 uur Woensdag 27 september 2023
Voorzitter: mw. Yemane Portefeuillehouders: wethouders Groot Wassink, Moorman Commissiegriffier: mw. Vos Verslaglegging: mw. Vernooij (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Asruf (PvdA), Belkasmi (PvdA), Bentoumya (GL), Bobeldijk (SP), Bouhassani (PvdA), Burgers (VVD), Hendriks (VOLT), Kabamba (Lijst Kabamba), Lust (D66), Nadif (GL), Olivieira (Lijst Kabamba), De Vos (PvdD), Yacoubi (DENK) Afwezige commissieleden: lid Bilgin (FvD) Overige aanwezigen: de heer Van Maurik, de heer Nijhof, mevrouw Zwart (stadsdeelcommissie Nieuw-West), de heer Ünver (stadsdeelvoorzitter), mevrouw Esajas, de heer Van der Kamp (stadsdeelcommissie Zuidoost), mevrouw Jadnanansing (stadsdeelvoorzitter Zuidoost),
Algemeen 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering en heet iedereen welkom, met name de aanwezige stadsdeelcommissieleden van Nieuw-West en Zuidoost en de dagelijkse bestuurders van Nieuw-West en Zuidoost. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER heeft bericht van verhindering ontvangen van lid Bilgin (FvD). 1.c. Vaststellen agenda De agenda wordt conform vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadcommissie SO d.d. 24 mei 2023 Het verslag wordt vastgesteld. 1.e. Termijnagenda, per portefeuille Geen opmerkingen.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
1.f. TKN-lijst De VOORZITTER heeft het volgende voorstel tot agendering in de volgende commissie ontvangen: TKN-1 op verzoek van de leden Bilgin (FvD) en Hendriks (Volt). TKN-2 op verzoek van het lid Belkasmi (PvdA). 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies De VOORZITTER deelt mee dat er een ongevraagd advies is ontvangen van stadsdeelcommissie Nieuw-West inzake Professionele functiescheiding binnen het Nationaal Programma Samen Nieuw-West. Als er behoefte is aan behandeling, dan kan dit stuk worden betrokken bij de behandeling van agendapunt 3. Lid LUST wil de aanwezige leden van de stadsdeelcommissie gelegenheid geven om een toelichting te geven. Lid BOUHASSANI sluit zich hierbij aan. De VOORZITTER constateert dat de commissie akkoord is. Inhoudelijk 2.a. Opening inhoudelijke gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en meldt dat de spreektijden gaan lopen. 2.b. Inspreekmoment publiek Er zijn geen insprekers. 2.c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2.d. Rondvraag Er zijn geen rondvragen. Bespreekpunten Masterplan Nieuw-West 3. Convenant “Wij zijn Samen Nieuw-West” Nr. VN2023-014300 De VOORZITTER deelt mee dat agendapunt 3 is geagendeerd op verzoek van lid Yacoubi (DENK). Vanuit de stadsdeelcommissie Nieuw-West zijn de leden Van Maurik, Nijhof en Zwart en dagelijks bestuurder de heer Ünver aanwezig.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
Mevrouw DE ZWART licht toe dat de taak van de stadsdeelcommissie zowel adviseren en controleren is als ook het behartigen en bewaken van de belangen van de bewoners van Nieuw-West. De stadsdeelcommissie speelt vooralsnog geen rol in het Nationaal Programma, maar ontvangt wel veel berichten en klachten van bezorgde mensen en organisaties. De totstandkoming en structuur van de organisatie van het Nationaal Programma is begrijpelijk, maar er zitten ook mensen in het bestuur met subsidierelaties met de gemeente Amsterdam. Zij zitten op een plaats waar zij misschien wel vertrouwelijke informatie ontvangen die zij niet mogen gebruiken. Als het Nationaal Programma een juridische entiteit en een stichting zou zijn, dan zou dit bij wet verboden zijn. Vervolgens wordt een stukje van het Nationaal Programma Zuidoost op pagina 26 voorgelezen over het kernteam waaruit blijkt dat het voor Zuidoost anders is geregeld. In Zuidoost schijnt het moeilijk te zijn om de systeem- en leefwereld te verenigen in het Nationaal Programma. Nieuw-West heeft een advies uitgebracht dat unaniem door de stadsdeelcommissie wordt gesteund.
Hierin wordt gevraagd om te voorkomen dat grote spelers met een subsidierelatie met de gemeente plaatsnemen in het bestuur van het Nationaal Programma en om de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan, een scheiding van functies en verantwoordelijkheden door te voeren om het geld van het Nationaal Programma zo eerlijk mogelijk te verdelen. De heer NIJHOF denkt dat voorkomen beter is dan genezen. Een belangrijke organisatie in Nieuw-West heeft een grote subsidierelatie met het stadsdeel en het Nationaal Programma heeft zelfs zitting genomen in het gebouw van een van de directeuren van de welzijnsorganisaties in Nieuw-West die in het bestuur zit. Wellicht is het een idee, zoals een inspreker heeft gesuggereerd, om elke drie maanden op een andere locatie te zitten. De stadsdeelcommissie heeft een motie ingediend om Nieuw-West een plek te laten krijgen in de opgaveteams, zodat inhoudelijk kan worden meegedacht en meegesproken over het proces. Spreker is benieuwd naar de stand van zaken hiervan. Hij is blij met de woorden van de burgemeester die heeft gesteld dat het belangrijk is dat veel meer burgers worden betrokken en dat hiermee aan de slag wordt gegaan. Lid VAN MAURIK spreekt ook verschillende zorgen uit. Wat betreft transparantie is het heel lang onduidelijk geweest wie allemaal meededen aan de Alliantie en aan het Alliantiebestuur.
De informatie op de website is redelijk beperkt. Een vraag is of alle geluiden van bewoners aan bod komen. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat het niet altijd dezelfde organisaties zijn die aansluiten bij elk overleg. Op de rol van organisaties met een subsidierelatie is mevrouw De Zwart al ingegaan. De heer Van Maurik heeft de indruk dat de aandachtpunten die tijdens het besloten deel van de stadsdeelcommissie aan de orde zijn gekomen duidelijk zijn overgekomen bij wethouder Groot Wassink, bestuurder Ünver en programmadirecteur Bashara. Lid BENTOUMYA heeft van mevrouw De Zwart begrepen dat zij het geen goed idee vindt dat mensen die een bepaalde rol hebben binnen het stadsdeel zitting hebben in het Alliantiebestuur. Zelf denkt zij dat het juist belangrijk is dat mensen die binding hebben bij Nieuw-West zijn betrokken bij het Nationaal Programma. Hoe ziet mevrouw De Zwart dit en welke mensen acht zij wel geschikt voor het Alliantiebestuur? Mevrouw DE ZWART heeft er bezwaar tegen als er organisaties in het bestuur van het Nationaal Programma zitten die een subsidierelatie hebben met de gemeente. Zij heeft zelf Nationaal Programma Parkstad meegemaakt en de top-down benadering heeft niet goed gewerkt. Nu wordt juist geprobeerd om bewoners en mensen die een binding hebben met het stadsdeel erbij te betrekken.
Het gevaar is echter dat grote organisaties kleine organisaties wegdrukken. In de opgaveteams en in de Alliantie van bewonersorganisaties moet goed worden bekeken wie de mensen zijn die zeggen bewoners te vertegenwoordigen. Bij de voorzitter van een Alliantie is het van belang om te weten of deze is gekozen of is aangesteld. Er is geen bezwaar tegen mensen van de gemeente in het bestuur, rijksambtenaren, politie of onderwijsmensen.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
Lid BENTOUMYA vraagt of mevrouw De Zwart kan toelichten wat zij bedoelt als zij stelt dat functies democratisch gekozen moeten worden. Mevrouw DE ZWART ziet vaak dat een grote organisatie zich uitgeeft als vertegenwoordiger van bewoners, als voorzitter optreedt en een enorme input van bovenaf krijgt. Zij weet niet precies hoe bewoners vertegenwoordigd kunnen worden in een Nationaal Programma, maar vindt dat mensen zo veel mogelijk gekozen moeten worden voor functies. Lid HENDRIKS heeft mevrouw De Zwart horen spreken over vertrouwelijke stukken. Kan zij hier voorbeelden van geven en ook van eventuele belangenverstrengeling? Mevrouw DE ZWART heeft in het verleden zelf mogen ervaren dat de kleine zelforganisatie waarvoor zij werkzaam was, werd genoemd in een subsidieaanvraag terwijl de organisatie hier zelf niet van op de hoogte was. Mensen die dagelijks bij het Nationaal Programma zijn betrokken, weten heel goed wat de speerpunten zijn. Bij grote organisaties staat er een management achter, er zijn mensen die heel goed aanvragen kunnen schrijven terwijl een veel kleinere organisatie die allemaal niet heeft, maar wel moet concurreren met de grote organisaties. Wellicht komt er vertrouwelijke informatie vrij waarop aanvragen afgestemd kunnen worden. Lid HENDRIKS gaat in op het betoog van de heer Van Maurik die heeft gepleit voor het meer participeren van kleine organisaties.
Heeft hij hier specifieke ideeën over? De heer VAN MAURIK denkt dat vooral met deze organisaties gesproken moet worden en dat via het sneeuwbaleffect andere kleine organisaties zich vervolgens aansluiten. De stadsdeelcommissie is meer adviserend en controlerend en hij denkt dat voor het opzetten van programma’s moet worden begonnen bij bewoners en organisaties. Lid LUST heeft in de reactie van het db op het advies van de stadsdeelcommissie gelezen dat er de nodige checks en balances zijn ingebouwd om de zorgen van de stadsdeelcommissie op het gebied van belangenverstrengeling tegen te gaan. Hiernaast zal de burgemeester nog een vertrouwensprotocol introduceren dat erop toe zal zien dat de rollen van het Alliantiebestuur zuiver zullen blijven. Aangezien de stadsdeelcommissie nog altijd niet is gerustgesteld, rijst de vraag of er volgens de stadsdeelcommissie sprake is van belangenverstrengeling op dit moment. De heer VAN MAURIK zou graag afgaan op vertrouwen en hopen dat afspraken voldoende zijn. Hij is echter van mening dat zaken vrij makkelijk afgekaderd kunnen worden. Regelmatig ontvangt de stadsdeelcommissie berichten dat zaken fout lopen. In de beslotenheid is dit gedeeld met de wethouder en de stadsdeelbestuurder.
De heer NIJHOF heeft met iemand gesproken die een vervelende ervaring heeft gehad bij een opgavetafel waar geen gelijk speelveld was, omdat bepaalde organisaties zeer ruim vertegenwoordigd waren. In het verleden zijn zaken ook misgegaan. In NieuwWest zijn welzijnsorganisatie die hetzelfde doel hebben over het algemeen hard naar elkaar toe. Het is de vraag of een vertrouwensprotocol voldoende is. Lid LUST begrijpt dat het er vooral om gaat dat de kleinere organisaties het lastig hebben om hun plek te vinden en mee te delen in de beschikbare subsidie. De heer NIJHOF zegt dat er in het verleden verschillende dingen zijn gebeurd tussen verschillende organisaties waardoor kwaad bloed is gezet en die het lastig maken om met elkaar samen te werken. Daarom is het wellicht beter om wat neutralere mensen in het bestuur te zetten. Lid LUST hoort ook wel projectie vanuit het verleden op de huidige situatie. Zij vraagt of er een knip kan worden gemaakt tussen verleden en heden.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
Mevrouw DE ZWART ontvangt veel klachten van verschillende kanten over de huidige situatie. Als zij de mensen doorverwijst naar degenen bij wie de klacht hoort, willen ze deze liever niet benaderen. Op dit moment is wel degelijk sprake van onrust en niet alleen van oud zeer. Lid HENDRIKS wijst erop dat masterplannen een experiment zijn. Vertrouwen begint bij een gesprek, ook voor partijen die niet zo goed met elkaar omgaan. Als dit onder goede begeleiding gebeurt, zou dit ook een positieve uitwerking kunnen hebben. Wordt dit idee gedeeld? De heer NIJHOF stelt dat op het moment dat de ene organisatie in het Alliantiebestuur zit en de andere niet, het speelveld al niet meer gelijk is. Dit maakt het lastiger om een goed gesprek te faciliteren. Lid BOUHASSANI is benieuwd of er suggesties zijn om samen te werken met de organisaties. Het is wel wenselijk om gebruik te maken van de ervaring, de expertise en de binding die er met het stadsdeel is. Mevrouw DE ZWART zegt dat samenwerken op basis van gelijkwaardigheid heel goed gaat, dus in een brede Alliantie en in brede overleggen. Maar niet in het bestuur omdat dit ongelijkwaardigheid creëert en wantrouwen voedt. Lid BOUHASSANI heeft ook een bericht gehoord over een raad van onafhankelijke bewoners.
Kan dit worden toegelicht? De heer VAN MAURIK zegt dat bij de laatste stadsdeelcommissievergadering een voorstel is ingediend om met een onafhankelijk orgaan als een Raad van Toezicht te gaan werken. In de besloten discussie met de wethouder en de stadsdeelvoorzitter is besloten dit voorstel nog even achter de hand te houden. De heer NIJHOF vult aan dat de motie van Goed Beter West! over rechtspersonen wordt aangehouden, omdat het Alliantiebestuur zelf wil kijken naar welke vormen handig zijn. lid OLIVIEIRA vraagt hoe de stadsdeelcommissie er tegenover staat als een grotere vertegenwoordiging van de stadsdeelcommissie zitting neem in het Alliantiebestuur. De heer NIJHOF zegt dat hierover vaker is gesproken en de conclusie is dat de rol van de stadsdeelcommissie adviserend is. Een bestuur is eindverantwoordelijk waardoor er verschillende petten ontstaan. Daarom is uitgekomen op een plek in het opgaveteam. Mevrouw DE ZWART stelt dat de stadsdeelcommissie het nog niet unaniem eens is over een plaats in het opgaveteam. Zij denkt dat de stadsdeelcommissie niet moet meedenken in een opgaveteam. Hierover moet nog nader worden gesproken. Lid DE VOS vraagt welke partijen wel in het bestuur zitting moeten hebben als grotere organisatie met een subsidierelatie dit niet mogen. Mevrouw DE ZWART noemt bewoners, mensen van de rijksoverheid, mensen uit het onderwijs, politie en dergelijke.
Zij denkt dat er voldoende mogelijkheden zijn om het bestuur te vullen. Commissie – eerste termijn Lid YACOUBI stelt dat gelijke kansen betekent dat wordt erkend dat er verschillen bestaan en dat passende ondersteuning wordt geboden om de kloven te dichten: ongelijk investeren om gelijke kansen te creëren. Het convenant gaat over investeren in bewoners
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
en in de toekomst van stadsdeel Nieuw-West. In de huidige vorm zijn bewoners en ervaringsdeskundigen van bijvoorbeeld jongerenorganisatie helaas niet naar behoren betrokken bij het opstellen ervan. Deze stemmen zijn cruciaal om te waarborgen dat het convenant voldoet aan de werkelijke behoefte van de gemeenschap. Dit convenant nodigt niet uit tot samenwerking met de bewoners. Succes van een convenant hangt niet alleen af van de partners in de Alliantie, maar vooral van de actieve betrokkenheid en participatie van de bewoners buiten de Alliantie. Hoe zal de effectiviteit en impact van de ongelijke investering worden gemeten op de korte en lange termijn en hoe zal blijken dat er daadwerkelijk gelijke kansen zijn gecreëerd? Hoe gaat de Alliantie de voortgang en resultaten van de strategie communiceren met en naar de bewoners van Nieuw-West? Hoe zal de wethouder ervoor zorgen dat deze ongelijke investeringen niet leiden tot verdeeldheid of wrok binnen de Alliantie en of tussen de bewoners en de Alliantie? Hoe wordt ervoor gezorgd dat de Alliantie gaat samenwerken met de bewoners en dat zij worden betrokken bij de besluitvorming? Hoe wordt ervoor gezorgd dat de extra hulp en ondersteuning vanuit het Nationaal Programma daadwerkelijk terechtkomt bij de mensen die deze het meeste nodig hebben? Lid BURGERS noemt als goede punten de acties gericht op het tegengaan van vocht en schimmel
in woningen, het actief bestrijden van de verkeersarmoede, het op orde brengen van de voorwaarden om in een gezonde en stressvrije omgeving geboren te worden en de eerste levensjaren op te groeien. Verder wil men concreet aan de slag met een schonere leefomgeving, verbetering van de openbare ruimte, ontmoediging van agressief verkeersgedrag en overlast van jongeren op straat. Aan de andere kant komen er uit verschillende hoeken geluiden dat het rommelt rond de governance van het masterplan. Het is onduidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is en welke doelen wanneer behaald moeten worden. Is het mogelijk dat de samenstelling van het Alliantiebestuur transparanter wordt vormgegeven? Wat is de reden dat de stadsdeelcommissie vorige week in beslotenheid heeft vergaderd met de wethouder over het masterplan? Bedrijven moeten meer aan lokale inkoop doen in Nieuw-West, maar is het niet primair de vrijheid van bedrijven om zelf te kiezen waar zij de beste prijskwaliteitsverhouding kunnen krijgen en zelf hun inkoop mogen bepalen? Er wordt meermaals aangegeven dat in Nieuw-West onvoldoende kennis is van de Nederlandse taal en VVD is het hiermee eens. Het is een belangrijke barrière die ontplooiing in de weg staat.
Zijn er concrete plannen speciaal voor Nieuw-West? VVD is tegen een burgerpanel met gelote personen uit Nieuw-West, omdat zij liever ziet dat bestaande democratische gremia worden benut en worden versterkt. Kan de wethouder aangeven wat wordt bedoeld met “experimenteren met bestaande en nieuwe manieren om de lokale circulatie van geld te stimuleren en te conditioneren”? In het coalitieakkoord staat dat 60 miljoen euro is uitgetrokken voor de masterplannen in Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Hoeveel geld hiervan gaat naar NieuwWest en hoeveel is er inmiddels besteed? Lid BOUHASSANI stelt dat Nieuw-West heel sterk is op het gebied van informele organisaties die zich op verschillende thema’s inzetten. Zij is daarom blij om te zien dat de lijst van partners die zich inmiddels hebben aangesloten al breed is. Nieuw-West kent veel verschillende culturen, met verschillende leefwerelden. Diversiteit moet worden omarmd en versterkt. Hoe denkt de wethouder dat dit ook in de toplagen verder kan worden versterkt in deze aanpak? Denkt de wethouder dat de zorgen van de stadsdeelcommissie wat zijn weggenomen na het gesprek van vorige week? Lid BENTOUMYA vraagt aan de wethouder welke concrete acties worden genomen om toe te werken naar de nieuwe werkwijze waarin een echte cultuurverandering kan plaatsvinden bij zowel de gemeente als bij de Alliantie.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
Op welke wijze worden bewoners bij de Alliantie betrokken? Welke stappen zijn inmiddels gezet om toe te werken naar de doelstellingen van het Nationaal Programma? De stadsdeelcommissie heeft verschillende signalen van bewoners en organisaties ontvangen. Een vraag is of de wethouder een manier kan ontwikkelen om deze signalen op te vangen en om er iets mee te doen. Lid HENDRIKS hoort graag een reflectie van de wethouder op de motie van de stadsdeelcommissie waarin de zorgen van de stadsdeelcommissie staan beschreven. De stadsdeelbestuurder wordt gevraagd om een reflectie op de oproep op meer kleinere organisaties te betrekken. Liggen hier concrete plannen voor? Lid LUST constateert dat de lijst met 52 partners van het convenant van 21 april jl. dateert. Zij is benieuwd hoeveel organisaties zich sindsdien nog hebben aangesloten. Rond 2000 is met Masterplan Parkstad ook een ingrijpende fysieke vernieuwing in gang gezet. Door de financiële crisis in 2008 is deze vernieuwing gestokt waardoor uiteindelijk minder dat de helft van de oorspronkelijke vernieuwing is gerealiseerd. Vervolgens is er een sociaal offensief ingezet met de koers “Nieuw-West Vogelaar-aanpak”. Door onvoldoende middelen en een gebrek aan duurzame bestuurlijke aandacht stopte deze rond 2012.
Kan de wethouder toelichten hoe het nieuwe Nationaal Programma het verschil wel gaat maken? Is er voldoende lering getrokken uit de niet-gehaalde ambities? Hoe wordt voorkomen dat kleine organisaties en individuele, betrokken bewoners te weinig ruimte krijgen binnen dit Nationaal Programma ten voordele van de grote organisaties? Het eerste uitvoeringsprogramma wordt op dit moment opgesteld. Wanneer kan dit worden verwacht? Lid BOBELDIJK is blij met een plan dat langjarig en integraal problemen in NieuwWest, Zuidoost en Noord aan zal pakken. Wel heeft hij nog zorgen over de financiële middelen. De knip tussen het convenant en het uitvoeringsprogramma ziet hij als positief, omdat het goed is om vanuit bepaalde waarden te denken. Hoe kunnen nieuwe groepen aanschuiven? Is het nodig dat organisaties met een subsidierelatie zitting hebben in het Alliantiebestuur? De VOORZITTER schorst de vergadering voor een korte pauze. De VOORZITTER heropent de vergadering en geeft het woord aan de wethouder. College Wethouder GROOT WASSINK herkent de mogelijke belangenverstrengeling niet, omdat in een Alliantiebestuur niet wordt gesproken over going concern van de gemeente en subsidies komen hier dan ook niet aan de orde. Het is belangrijk dat mensen met belang in het Alliantiebestuur zitten.
Vanzelfsprekend moet wel goed worden opgelet wanneer mogelijke belangenverstrengeling kan spelen en ook moet het vertrouwensprotocol nog worden versterkt. De “absoluutheid” van het advies van de stadsdeelcommissie maakt het moeilijk, zeker omdat mevrouw De Zwart een uitzondering maakt voor het onderwijs dat wel degelijk een duidelijke financiële relatie met Amsterdam heeft. Lid BOBELDIJK denkt dat de kennis van onderwijs ook kan worden meegenomen zonder dat er een organisatie is betrokken die dit uitvoert binnen het stadsdeel. Wethouder GROOT WASSINK stelt dat niet van alles wordt gedeeld waar partijen voordeel bij zouden kunnen hebben. En op het moment dat het wel over subsidiestromen gaat, wordt in het protocol vastgelegd dat betrokkenen de vergadering verlaten. Als hier gemakzuchtig mee omgegaan zou worden, zou de basis van het programma eroderen waarmee de lange looptijd niet gehaald zal worden.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
De wethouder is verzocht om een besloten gesprek te voeren met de stadsdeelcommissie Nieuw-West over onder andere signalen. Deze signalen zijn met hem gewisseld en zullen worden onderzocht en de stadsdeelcommissie zal hierover – al dan niet vertrouwelijk – worden geïnformeerd. Er is geen principieel argument tegen een juridische entiteit. De heer Bashara heeft toegezegd dit te onderzoeken, ook in de landelijke context. Hij zou hier overigens vanavond aanwezig zijn, maar vanwege een ov verstoring is dit niet gelukt. Dat de communicatie beter kan, deelt de wethouder. Ondanks een capaciteitstekort wordt hiermee aan de slag gegaan. Volgens het coalitieakkoord komt 20 miljoen euro ten goede aan Nieuw-West. Er ligt inmiddels een bestedingsvoorstel van 5 miljoen euro dat door het college is aangenomen. Ongelijk investeren is ook afhankelijk van wat binnen de ambtelijke diensten anders wordt gedaan. Na de zomer hoopt de wethouder een overzicht te kunnen overleggen over wat vanuit de sociale dienst binnen de bestaande kaders expliciet wordt gedaan voor Nieuw-West. Binnen de gemeente wordt nog onderzocht wat ongelijk investeren precies betekent. Kansengelijkheid is mooi, maar honderd procent zal niet lukken. Lid YACOUBI vraagt hoe ervoor wordt gezorgd dat het convenant niet alleen tijdelijke veranderingen doorvoert, maar ook duurzame, structurele veranderingen in het gemeentebeleid.
Wethouder GROOT WASSINK heeft als doel om de gemeentelijke organisatie een dusdanige shift te laten maken dat beleid niet afhankelijk is van een paar politici of bevlogen bestuurders, maar dat data gedreven wordt gewerkt aan het wegwerken van achterstanden in de stad. Het grootste gevaar van Samen Nieuw-West is cynisme en gemakzucht en het verleden dat in de weg blijft staan. Zijn eigen ervaring is dat er in Nieuw-West minder cynisme en minder terughoudendheid is dan hier soms wordt verwoord. Ook van wrok tussen alliantieleden merkt hij weinig. Het concept uitvoeringsplan zal op 28 september a.s. in het Alliantiebestuur worden vastgesteld waarna het wordt opengesteld voor consultatie. Op 4 oktober a.s. vindt een bijeenkomst met bewoners plaats om over het uitvoeringsprogramma te praten. Er wordt niet voorgeschreven waar iemand moet inkopen. Met ankerinstituties en grote spelers wordt bekeken hoe de economische structuur in het voordeel van Nieuw-West kan worden veranderd en hoe inkoop lokaler kan. Het is belangrijk dat zo veel mogelijk organisaties zich onderdeel voelen van het proces, zowel grote als kleine organisaties. De gesuggereerde concurrentie ziet de wethouder niet, maar signalen hierover ontvangt hij graag.
Lid HENDRIKS heeft niet zozeer over concurrentie gesproken, maar hij constateert dat met name grote organisaties zijn aangesloten bij het convenant en heel kleine organisaties nog niet. Hij is benieuwd hoe deze worden betrokken. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat er op dit moment rond de zestig organisaties zijn aangesloten, tachtig hebben uitgesproken mee te willen doen. Hier zitten ook kleine organisaties bij. Lid HENDRIKS vraagt hoe de raad wordt meegenomen in een geactualiseerde lijst. Wethouder GROOT WASSINK zal voor de volgende commissie een geüpdatete lijst aanleveren. Lid YACOUBI mist in het convenant heel veel jongerenorganisaties. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat de heer Ünver op deze vraag zal ingaan. De gelijkwaardigheid in het nieuwe werken is heel belangrijk en zal met name voor de gemeente – die anders gewend is - heel moeilijk zijn, omdat mandaat wordt opgegeven ten gunste van de samenleving.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
De tempi van de opgaveteams verschillen door allerlei omstandigheden, maar over het algemeen worden er al stappen gezet. Hierover zal voor de stadsdeelcommissie en de raad monitoring mogelijk worden gemaakt. De nieuwe aanpak is anders dan bijvoorbeeld de Vogelaar-aanpak, hoewel niet kan worden uitgesloten dat wordt voortgebouwd op eerdere aanpakken. De Vogelaar-aanpak was voor een beperkte kabinetsperiode afgekondigd. Bij de nieuwe aanpak formuleert ook de rijksoverheid een heel duidelijke ambitie. Er wordt bijvoorbeeld met een internationale SPUK gewerkt en dit is echt vernieuwend. De heer ÜNVER meldt dat gisteren een voorstel in de Alliantie is aangenomen om niet drie, maar vijf zetels vrij te spelen voor inwoners van Nieuw-West. Dit zal worden gedaan aan de hand van een open inschrijving en zal worden gevolgd door een loting. Bewonersbetrokkenheid zou zich niet moeten beperken tot een positie in het bestuur. Lid BOBELDIJK stelt dat bij loting speelt dat mensen soms ondersteuning en kennisontwikkeling nodig hebben. Wordt hier rekening mee gehouden? De heer ÜNVER zegt dat is afgesproken om een soort back office te organiseren voor de bewoners om hun informatiepositie te versterken. Aangezien dit pas gisteren is besloten, denkt hij dat een uitgewerkt voorstel later extern zal worden gecommuniceerd.
De informatievoorziening richting raad en stadsdeelcommissie kan iets beter gestructureerd en actiever worden opgepakt om ervoor te zorgen dat bewoners van NieuwWest toegang hebben tot wat wordt besloten en beschikbaar is voor degenen die hier een rol in willen hebben. Het gesprek met de stadsdeelcommissie over de rol in het Nationaal Programma heeft ertoe geleid dat een meerderheid zich heeft uitgesproken voor een vertegenwoordiger van de stadsdeelcommissie in ieder opgaveteam. Dit voorstel is in het algemeen bestuur van de Alliantie aangenomen. Er zal vanuit het Nationaal Programma een uitnodiging volgen om een set van afspraken te maken om te borgen dat wordt gesproken namens de stadsdeelcommissie. De afgelopen vijf jaar is meer ruimte gegeven aan lokale organisaties ten koste van groei van grote organisaties. Volgens de heer Ünver moet dit gesprek worden gevoerd als wordt gesproken over het nieuwe kader van de sociale basis, omdat de subsidies via de sociale basis lopen. De overheid heeft delen van de stad verwaarloosd en dit dient recht getrokken te worden. Dit zal niet op korte termijn lukken en daarom moet de commitment langdurig zijn. Voor het eerst heeft een college gesproken over ongelijk investeren en de burgemeester heeft bij haar aanvaardingsspeech expliciet gezegd dat de aandacht en focus in het bijzonder naar gebieden buiten de Ring moet gaan.
Bewonersbetrokkenheid gaat over hoe bewoners van Nieuw-West worden gefaciliteerd in informatie en hoe ze in positie worden gebracht om constant iets te vinden, het te mogen inbrengen en om de resultaten te vragen. Lid BOUHASSANI heeft gevraagd of wordt ingezet op diversiteit in de bestuurslagen, op mensen die leiding geven. De heer ÜNVER gaat er vanuit dat mensen zich massaal aanmelden. Hij hoopt dat dit ertoe leidt dat representatie van bewoners in het bestuur zeer sterk wordt. Lid BOUHASSANI is blij dat door middel van bewoners wordt ingezet op diversiteit. Zij vraagt zich wel af of hier in eerste instantie niet op is ingezet in de toplagen en waarom niet. De heer ÜNVER zegt dat hier altijd over nagedacht is, maar bij de opbouw van partners moeten hier maar net mensen zitten die hier aan bijdragen. Representatie en inclusie in de top van zowel de gemeente als van partners in de samenleving is een plan van aanpak en dient versterkt te worden. De hoop is dat met de vijf zetels van de bewoners een versterking wordt gecreëerd.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
Lid BOUHASSANI geeft de boodschap mee om wel na te blijven denken over het versterken van diversiteit bij bewoners, maar ook in alle lagen aan de voorkant. Lid BENTOUMYA is blij met de vijf plekken voor bewoners in het Alliantiebestuur. Zij heeft een vraag gesteld over het inzetten van sleutelpersonen, omdat in het convenant staat dat twee keer per jaar conferenties worden georganiseerd met de Alliantie die zo laagdrempelig ingezet moeten worden dat ook bewoners zich geroepen voelen om aan te sluiten. De heer ÜNVER zegt dat er contact is met alle clubs. Naast de formele informatieverstrekking en positie moet er ook een informeel, laagdrempelig moment zijn. 4 oktober wordt een dergelijk moment voor alle bewoners van Nieuw-West georganiseerd. Lid BURGERS heeft een vraag gesteld over de Nederlandse taal. De heer ÜNVER zegt dat het een permanent aandachtspunt is, zowel voor lezen en schrijven als voor digitale vaardigheden. Soms wordt meertalig gecommuniceerd om de boodschap over te brengen. Dit is ook een kracht die vaker in de stad gebruikt zou mogen worden. Lid HENDRIKS vraagt of de raad op de hoogte kan worden gehouden over de genoemde Raad van Toezicht. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat gisteren voor het eerst is gesproken over het concept protocol. Als dit een stap verder wordt gebracht en is vastgesteld, zal dit naar de commissie komen.
Lid LUST heeft gehoord dat de vijf opgaveteams niet allemaal op hetzelfde moment hun uitvoeringsplannen klaar zullen hebben. Is er wel een deadline voor het uitvoeringsprogramma? Wethouder GROOT WASSINK heeft aangegeven dat er verschillende snelheden zijn tussen de opgaveteams, maar dat het de bedoeling is om op 28 september het concept in het Alliantiebestuur vast te stellen. Vervolgens wordt het uitvoeringsprogramma openbaar en vindt op 4 oktober een bijeenkomst plaats in Nieuw-West. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en zij dankt de stadsdeelcommissie Nieuw-West en de dagelijks bestuurder voor hun aanwezigheid en zij schorst de vergadering voor een korte pauze. Masterplan Zuidoost 4. Vertrek programmadirecteur Masterplan Zuidoost Nr. VN2023-015535 De VOORZITTER heropent de vergadering en deelt mee dat agendapunt 4 is geagendeerd op verzoek van lid Lust (D66). Leden Esajas en Van der Kamp zijn aanwezig namens stadsdeelcommissie Zuidoost en mevrouw Jadnanansing namens het dagelijks bestuur van Zuidoost. De heer VAN DER KAMP benadrukt dat de programmadirecteur van het masterplan Zuidoost een cruciale rol speelt bij het realiseren van de doelstellingen van het masterplan. Het vertrek van de programmadirecteur heeft een aanzienlijke impact op de voortgang en continuïteit van het masterplan.
De stadsdeelcommissie pleit voor een snelle opvolging door iemand met de juiste expertise en die wordt gedragen door het stadsdeel. Ook wordt gevraagd aandacht te besteden aan de communicatie en betrokkenheid van de lokale gemeenschap bij het masterplan Zuidoost. De stadsdeelcommissie is
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
benieuwd naar de voortgang van het masterplan. Op dit moment ontbreekt het inzicht in hoe lokale bewoners en belanghebbenden bij het proces worden betrokken. Er dient voldoende ruimte te zijn voor inspraak en participatie vanuit het lokale perspectief. Het is ook belangrijk om de continuïteit van het masterplan te waarborgen. Het kent een lange termijn en het is cruciaal dat voortgang ervan niet afhankelijk is van een individu, maar stevig is verankerd in de governance van het plan. Het is vooralsnog onduidelijk wie beslissingen mag nemen op welk moment en wie verantwoordelijkheid draagt. Dit heeft directe gevolgen voor de betrokkenheid en het vertrouwen van de lokale gemeenschap. Het is van cruciaal belang dat de stadsdeelcommissie als democratisch gekozen volksvertegenwoordiging actief wordt betrokken bij het besluitvormingsproces van het masterplan. Mevrouw ESAJAS vindt het belangrijk om de kracht van Zuidoost te benutten bij het masterplan en om de bewoners volledig te betrekken bij de ontwikkeling van hun eigen toekomst. Elke dag komen er 70.000 mensen werken in Zuidoost, 4% van deze mensen komt uit de Bijlmer. De toekomst van het masterplan draait om de kracht van samenwerking waarin bewoners een centrale rol spelen in het vormgeven van hun omgeving en waarin hun inbreng erkend en gewaardeerd wordt. Dit vraagt om betrokkenheid, invloed en een actieve stem.
Het vertrek van de programmadirecteur is in Zuidoost heel hard aangekomen. De vraag is of de slechts 4% werkenden in Zuidoost afkomstig uit de Bijlmer te maken heeft met de beeldvorming die is ontstaan uit een ongekend verleden. Mevrouw Esajas doet de oproep om aan introspectie te doen en het boek van de verzetsheld Anton de Kom, “Wij slaven van Suriname” te lezen. Een gedeeld verleden moet een gezamenlijke toekomst worden. Community based werken betekent dat het traditionele top-down model moet worden losgelaten. Er moet worden gewerkt vanuit de gemeenschap met de focus op gewenste resultaten en dit betekent actief luisteren naar de behoeften en belangen van bewoners en samen met hen acties en plannen ontwikkelen en ze serieus nemen. Historisch gezien hebben veel bewoners wantrouwen ontwikkeld ten opzichte van instituties, vaak door marginalisatie en uitsluiting. Er moet actief worden gewerkt aan het herstellen van deze relaties. Dit behoeft transparantie communicatie en actieve betrokkenheid van de bewoners bij de besluitvorming. Het aanpakken van het collectieve koloniale trauma is een essentieel onderdeel van het creëren van een eerlijke en meer inclusieve gemeenschap. Er moet uitgegaan worden van de kracht en diversiteit van Zuidoost. Lid HENDRIKS vraagt of de slechte governance te maken heeft met het vertrek van de programmadirecteur.
De heer VAN DER KAMP denkt dat dit inderdaad met elkaar verband houdt. Een verantwoordelijke moet namelijk weten wie wat mag besluiten. Er zijn schema’s opgetuigd van hoe de governance eruit zou moeten zien, maar het is niet duidelijk hoe het in zijn werk zal gaan. Het is daarom weinig zinvol om nu iemand te benoemen zolang de governance niet goed is uitgewerkt. Lid HENDRIKS denkt dat de stem van de bewoners niet alleen via de programmadirecteur naar boven zou moeten komen en hij vraagt of dit wel de realiteit is. Mevrouw ESAJAS stelt dat dit niet uitsluitend het geval is, maar vanuit de bewoners en de lokale organisaties komt duidelijk naar voren dat de programmadirecteur een cruciale rol heeft gespeeld. Het is daarom heel belangrijk dat degene die haar opvolgt zeker ook binding met en vertrouwen van de community heeft. Lid HENDRIKS vraagt of er een concreet voorbeeld is van hoe een stem via de programmadirecteur wel naar boven komt en via een andere weg niet. Mevrouw ESAJAS heeft gehoord dat lokale organisaties en reguliere ondernemers in Zuidoost opeens verbinding hadden die eerder niet tot stand was gekomen.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
Lid NADIF leest in de brief over belemmeringen die worden ervaren om het masterplan Zuidoost goed te kunnen uitvoeren. Zijn deze belemmeringen met de stadsdeelcommissie besproken? De heer VAN DER KAMP stelt dat de stadsdeelcommissie hier ook mee worstelt. Cruciaal is tijdige informatie over lopende projecten, zodat de rol van volksvertegenwoordiging goed kan worden uitgevoerd. Daadwerkelijk invloed op prioriteiten en budgetten zou ook helpen. De samenstelling en omvang van het Alliantiebestuur is ingewikkeld, omdat aan iedereen recht moet worden gedaan maar het niet groot kan zijn in verband met besluitvorming. In het oorspronkelijke plan zijn doelstellingen opgenomen en het is niet duidelijk hoe de voortgang hiervan is. Lid OLIVIEIRA vraagt hoe de stadsdeelcommissie er tegenover staat om een grotere vertegenwoordiging van de stadsdeelcommissie te hebben in de Alliantie. De heer VAN DER KAMP zegt dat de aansturing van de programmadirecteur door de Alliantie gebeurt. Toevoegen van bewoners kan een goed idee zijn, maar feit is ook dat de stadsdeelcommissie al bestaat uit democratisch gekozen bewoners die in verbinding staat met bewoners. Lid BOBELDIJK ziet in Zuidoost hetzelfde dilemma als in Nieuw-West wat betreft het actief betrekken van bewoners bij de Alliantie en de rol van stadsdeelcommissie. Mevrouw ESAJAS zegt dat de stadsdeelcommissie hierover met elkaar in gesprek is.
Wel is de stadsdeelcommissie het er over eens dat de positie van de stadsdeelcommissie in de Alliantie steviger mag zijn. Lid ASRUF hoort graag concrete ideeën om de afstand tussen de systeem- en de leefwereld te overbruggen. De heer VAN DER KAMP vraagt zich af of bewoners zich voldoende uitgenodigd voelen om het gesprek aan te gaan. Dit goed faciliteren is heel belangrijk, omdat mensen graag gehoord willen worden. Mevrouw ESAJAS denkt dat als bewoners worden gevraagd om te participeren, ook de omgeving moet meebewegen. Zij denkt aan introspectie en zelfreflectie en constateert dat op dit moment nog teveel in oude patronen wordt gedacht. Commissie – eerste termijn Lid LUST heeft het onderwerp geagendeerd, omdat de keuze van mevrouw Williams om te vertrekken een diepe indruk heeft achtergelaten en hierdoor bij veel Amsterdammers in Zuidoost onrust is ontstaan, vooral omdat het voor velen een onverwachte ontwikkeling was. Het is bewonderenswaardig wat de programmadirecteur in slechts twee jaar heeft bereikt met betrekking tot draagvlak, vertrouwen en steun voor het masterplan bij vele bewoners en alliantiepartners in Zuidoost. Zij heeft deze rol opgegeven, omdat er in haar beleving keer op keer te weinig ruimte in de systeemwereld bleek te zijn om mee te bewegen met wat er vanuit de bewoners gevraagd werd en nodig was.
Herkent de wethouder dit, mogelijk zelfs als structureel probleem? Spelen de door mevrouw Williams benoemde problemen breder en is bekend of ook de programmadirecteur van Nieuw-West en Noord tegen dezelfde problemen aanlopen? Een paar dagen voordat mevrouw Williams haar vertrek aankondigde, was er een commissie Stadsontwikkeling waarbij de voortgang van het masterplan Zuidoost een prominent onderwerp was. Waarschijnlijk was de wethouder er destijds al van op de hoogte dat de programmadirecteur haar ontslag zou aankondigen. Klopt dit en zo ja, kan de wethouder de commissie dan meenemen in het proces dat heeft geleid tot het vertrek?
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
Na het vertrek van de programmadirecteur lijkt het opgebouwde vertrouwen te zijn ingezakt. Hoe kan dit worden hersteld? Vanuit Zuidoost wordt aangegeven voor de opvolging vooral iemand te zoeken die ook een sterke intrinsieke binding heeft met het stadsdeel. Mevrouw Williams heeft dezelfde tip gegeven en daarnaast stelde zij voor om deze persoon te koppelen aan een tweede directeur met een zwaarder bestuurlijk profiel. Kan de wethouder ingaan op hoe de opvolging gestalte gaat krijgen? Wat is geleerd van deze situatie? Het pakken en benutten van experimenteerruimte vraagt van mensen in de systeemwereld het vermogen om flexibel mee te bewegen. Een voorbeeld dat mevrouw Williams heeft gegeven is flexibiliteit ten aanzien van maatwerksubsidies voor bijvoorbeeld een langere periode, zodat bepaalde projecten geborgd kunnen worden. Lid Lust heeft zelf in mei een aantal stichtingen en bewonersorganisaties bezocht. Een van de stichtingen was Scientia Potentia Est, een huiswerkbegeleidingsinitiatief, dat worstelt om het hoofd boven water te houden, omdat de organisatie maar geen structurele subsidie ontvangt. Lid ASRUF concludeert dat de programmadirecteur haar werk heeft gedaan: er is een basis gelegd en het vertrouwen van de community in Zuidoost is teruggewonnen. De wethouder wordt verzocht om te reflecteren op welke lessen er getrokken moeten worden uit het vertrek.
Wat zou de stadsdeelvoorzitter nu anders doen in vergelijking met twee jaar geleden? Kan de wethouder een reactie geven op de door de vertrekkende programmadirecteur genoemde punten zijnde de afstand tussen systeem- en leefwereld, de governance en de samenwerking tussen de centrale stad, het stadsdeel en de organisatie van het masterplan Zuidoost? Hoe wordt de community betrokken bij het vervolg en hoe wordt ervoor gezorgd dat de (tijdelijke) programmadirecteur in verbinding staat met Zuidoost? Het is belangrijk dat bewoners in hun kracht worden gezet en de vraag is hoe hier zo spoedig mogelijk weer vorm aan wordt gegeven. Zuidoost bestaat uit 73 culturen en de diversiteit is heel breed. Kan hier in het vervolg speciale aandacht voor zijn? Lid BOBELDIJK leest in de raadsbrief dat er een spiegel is voorgehouden. Hieruit lijkt het erop dat de kritiek tussen systeem- en leefwereld bekend is. Niet duidelijk is welke acties uit dit besef volgen. Lid HENDRIKS sluit zich aan bij de eerder gestelde vragen. Hier voegt hij een vraag aan toe: hoe reflecteert de wethouder op haar eigen invloed op het proces en het vertrek van de programmadirecteur? Er zijn geluiden dat buurt- en bewonersinitiatieven niet het gevoel hebben dat ze worden gesteund door het stadsdeel. Het lijkt erop dat velen het community based werken wel willen omarmen, maar nog niet goed weten hoe.
Herkent de stadsdeelvoorzitter dit en zijn er concrete stappen om dit te verbeteren? Een oproep is om van participatie te verschuiven naar empowerment en zelforganisatie. Het masterplan moet vooral een bottom-up plan zijn. Is de wethouder dit met Volt eens? In Noord lijkt dit beter te gaan en de wethouder wordt gevraagd of zij dit ook zo ziet en of zij van plan is om hiervan te leren. Er wordt opgeroepen om buurtplatforms in elke buurt te stimuleren. Hoe staat de wethouder hier tegenover? Tot slot wordt gevraagd hoe de opvolging verloopt. Lid NADIF noemt de geschiedenis van Zuidoost pijnlijk door de manier waarop bewoners de afgelopen decennia behandeld zijn. De gemeente heeft iets goed te maken en dit betekent dat de positie van de gemeente een ondergeschikte is in het masterplan Zuidoost. Zelfreflectie van de gemeente Amsterdam is belangrijk en noodzakelijk. Dit betekent dat de gemeente bereid moet zijn om het systeem te veranderen. Er wordt wel verwezen naar sturing, maar het wachten is nog steeds op een financiële verantwoording. Bij de voorjaarsnota heeft GL technische vragen gesteld, maar hierop is alleen geantwoord
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
dat het geld in de portefeuilles zit. Er is bij het coalitieakkoord een bedrag vrijgemaakt voor het masterplan Zuidoost en mevrouw Nadif wil graag weten waar dit geld naartoe gaat, omdat hiermee duidelijk wordt hoe richting wordt gegeven aan het beleid dat vervolgens kan worden getoetst. Het gaat om een co-creatie, maar zoals mevrouw Esajas al aangaf, zitten er kantoren in Zuidoost waar miljarden worden verdiend. Mensen die profiteren van het feit dat zij zijn gevestigd in Zuidoost moeten bijdragen aan de opbouw van Zuidoost, maar dit komt nergens terug. GL is totaal niet tevreden over de cofinanciering rond community wealth building en andere projecten die lopen. Na het reces wordt verzocht om de financiële verantwoording van de afgelopen twee jaar. Deze dient ook naar de stadsdeelcommissie Zuidoost te worden gestuurd, zodat ook hier het gesprek kan worden gevoerd. Ook zouden de belemmeringen en wat bestuurlijk anders moet, vaker besproken moeten worden. Lid OLIVIEIRA vraagt of de wethouder kan reageren op zijn eerdere vraag aan de stadsdeelcommissie over meer zeggenschap in de Alliantie. Hoe ziet de wethouder de overdenking van mevrouw Esajas over koloniale structuren? Met betrekking tot het proces is hij benieuwd naar de stand van zaken en vraagt wanneer een nieuwe programmadirecteur begint.
Lid YACOUBI stelt dat het interview dat mevrouw Williams heeft gegeven naar aanleiding van haar vertrek een beeld schetst van een interne situatie die volstrekt onaanvaardbaar is. Het college spreekt van spanningen tussen directies terwijl mevrouw Williams onthult wat zij ervaart als structurele tegenwerking. Spanningen zijn onderdeel van een dynamisch proces van besluitvorming, maar structurele tegenwerking betekent obstructie en werkweigering en gaat veel verder dan operationele verschillen en lijkt voortgang bewust te belemmeren. Waarom is de commissie niet op de hoogte gebracht van de situatie? Het vereist moed om de problematiek aan de kaak te stellen, maar het zou de wethouder moeten zijn die de problemen meldt. Het college heeft aangegeven dat er een cultuurverandering nodig is binnen de ambtelijke organisatie, maar tegenwerking is ontoelaatbaar en hiertegen moet stevig worden opgetreden. Vindt de wethouder, net als DENK, dat de situatie in Zuidoost volstrekt onaanvaardbaar is? Deelt de wethouder de analyse dat het ambtenarenapparaat de voortgang in Zuidoost belemmert? Welke concrete maatregelen worden genomen om dit probleem aan te pakken? Hoe wordt ervoor gezorgd dat het geld voor het masterplan daadwerkelijk wordt benut door en met de gemeenschap? Lid KABAMBA roemt mevrouw Williams om wat zij in tweeëneenhalf jaar voor elkaar heeft gekregen.
Hoe wordt de wens dat haar opvolger iemand van de community moet zijn, meegenomen in de keuze en wordt er ook over nagedacht om de last te verdelen over meerdere schouders? College Wethouder MOORMAN spreekt ook haar waardering uit over mevrouw Williams. Tweeëneenhalf jaar lang heeft zij ongelooflijk hard gewerkt en veel bereikt. De wethouder wist inderdaad ten tijde van de vorige commissievergadering dat mevrouw Williams van plan was de volgende dag haar vertrek bekend te maken, maar deze wilde dit op haar eigen manier doen. Zij was overigens ook nog digitaal aanwezig bij deze vergadering. Zoals de heer Van der Kamp aangaf, kan een masterplan niet afhankelijk zijn van een persoon. Het wordt door iedereen gedragen, sowieso heel Zuidoost. Veel zaken, waaronder onderwijs, worden georganiseerd vanuit het masterplan en het gevoel van de community betrekken en dit ook daadwerkelijk doen, is nog steeds prominent aanwezig. Lid Lust noemde het opgebouwde vertrouwen ingezakt, de wethouder noemt het broos. Het is een feit dat er een structurele achterstelling is geweest de afgelopen decennia en dit is ook de reden dat is gestart met het masterplan. De scope is twintig tot vijfentwintig jaar, omdat de structuur, de cultuur en resultaten niet op korte termijn bereikt kunnen worden. Deze
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
periode zal niet met dezelfde personen, maar wel met dezelfde ambities vormgegeven kunnen worden. Op 6 juli a.s. vindt weer een gesprek met de stadsdeelcommissie plaats, ook omdat deze heeft aangegeven heel graag mee te willen praten over het profiel van de programmadirecteur. Er moet worden bekeken hoe de programmaorganisatie zo goed mogelijk wordt geleid in de tussentijd tot de opvolging en het moment moet worden gebruikt om te herijken. Overal waar veranderingen worden ingezet, is de governance complex. Er vinden ook gesprekken plaats met leden van de community. De roep om tempo is begrijpelijk, maar tegelijkertijd dient zorgvuldigheid te worden betracht. Voor sommige subsidies is inderdaad maatwerk nodig. Vanuit de sociale basis wordt veel toegekend, maar soms bestaat de behoefte om langer samen te werken met partners en willen deze wat minder afhankelijk zijn van de jaarlijkse cyclus. Behalve het reguliere geld dat naar het masterplan gaat, zijn er ook projecten als High Dosage Tutoring waar bijna € 3000 per leerling wordt besteed in het kader van ongelijk investeren in gelijke kansen. Binnenkort zal hierover een rapportage volgen. In alle verschillende programma’s zitten delen van het masterplan, maar er wordt tegelijkertijd gestreefd naar een integrale werkwijze. De wethouder zegt graag toe om na de zomer een overzicht te verstrekken van wat waar in de begroting zit.
Met de wethouder Financiën zal zij bekijken hoe dit in het vervolg beter gerapporteerd kan worden. Het masterplan is niet het enige dat in Zuidoost wordt gedaan en is en moet ook veel breder zijn. Veel zaken lopen, maar het kan zijn dat deze soms pas later vruchten afwerpen. Net als wethouder Groot Wassink wil wethouder Moorman waken voor cynisme en gemakzucht als zaken minder snel gaan dan gehoopt. Lid BOBELDIJK heeft geïnformeerd naar de te nemen acties die volgen op de constatering dat er een botsing is tussen systeem- en leefwereld. Wethouder MOORMAN ziet permanent overal een botsing tussen systeem- en leefwereld. De opdracht is om de botsing zo klein mogelijk te laten zijn, hoe complex dit ook in de praktijk is. Lid BOBELDIJK is bezorgd dat de opvolger van de programmadirecteur tegen dezelfde problemen aanloopt. Daarom heeft hij geïnformeerd naar de vervolgactie op de spiegel die de gemeente zichzelf voorhoudt. Wethouder MOORMAN wijst erop dat het vertrek ook een afweging van mevrouw Williams zelf is geweest. Lid NADIF denkt dat de vraag vanuit de commissie is welke verbetervoorstellen er zijn om het systeem te verbeteren. Tot nu toe is hier nog niet over gesproken. Wethouder MOORMAN stelt dat deze vraag heel concreet staat benoemd in de resultatenbrief die aan de raad is gestuurd.
Het is een iteratief proces waarin heen en weer wordt gegaan om het beter te doen en dit vergt een heel intensieve samenwerking tussen de masterplanorganisatie, de alliantiepartners die de masterplanorganisatie aansturen, de gemeente, het stadsdeel en alle betrokkenen vanuit de community in het stadsdeel. Lid NADIF heeft in de resultatenbrief verschillende voorbeelden van activiteiten gelezen, maar voor zaken als subsidiekaders en wat hier bestuurlijk aan veranderd zou kunnen worden, zou zij graag verbetervoorstellen zien. Wethouder MOORMAN zegt dat de komende twintig, vijfentwintig jaar blijvend wordt geleerd hoe dingen beter gedaan kunnen worden. Het gaat er niet alleen over hoe het systeem moet worden ingericht, maar ook over hoe het beter wordt voor de bewoners in Zuidoost en dit doel moet steeds voorop staan.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
Lid BOBELDIJK meent dat het masterplan ook doorbraken creëert waarbij het wellicht ook gaat over de botsing tussen systeem- en leefwereld. Hij blijft wel op zoek naar oplossingen. Wethouder MOORMAN heeft veel hoop, geloof en vertrouwen dat het beter kan, maar soms vergt ook dat wordt gezocht en wordt geleerd. De echte verandering is niet alleen in harde feiten uit te drukken, maar het zachte hieronder dat niet altijd tastbaar is en wat niet in een cijfer kan worden uitgedrukt is vaak wel de echte verandering. Participatie is inherent aan het masterplan. Na de zomer komt de wethouder dus met een financieel overzicht waarvan zij vooraf al weet dat de raad dit niet voldoende vindt. Zij pleit ervoor om ook ruimte te geven aan de alliantiepartners en aan de masterplanorganisatie zelf. Lid HENDRIKS heeft gevraagd naar empowerment en zelforganisatie wat iets heel anders is dan participatie. Wethouder MOORMAN heeft naast empowerment en zelforganisatie ook participatie gehoord. Het is goed dat de alliantiepartners zijn toegetreden, omdat ook zij zien dat slechts 4% van een werknemers in Zuidoost uit de Bijlmer komt. Heel lang is gesteld dat de kantoren voldoende voor de lokale economie deden en langzamerhand komt de kentering op gang dat meer moet worden bijgedragen. Vanzelfsprekend is ook hier nog meer nodig.
Lid NADIF wijst erop dat doordat de bedrijven zich hier hebben gevestigd, ze ook druk op de buurt leggen en de gemeente ondersteunt de werknemers. Er hoort een wisselwerking te zijn en de bedrijven hebben een verantwoordelijkheid voor de bewoners van Zuidoost. Wethouder MOORMAN denkt dat er wel een verschil zit tussen hoe dit in het verleden en in het heden wordt beleefd. Op het moment dat dat deze ontwikkeling niet wordt gewaardeerd, bestaat de kans dat dit weer terugvalt. Mevrouw Esajas heeft op een treffende wijze het koloniale verleden geschetst en ook hier vindt een kentering plaats. Van het vieren van Keti Koti tot de vergiffenis van de koning. Lid OLIVIEIRA heeft zijn vraag over kolonialisme eigenlijk bedoeld in relatie tot de structuren en systemen. Wethouder MOORMAN stelt dat het gezamenlijk vieren van Keti Koti en het aanbieden van excuses alles te maken heeft met het feit dat het besef er is dat wat in het verleden is gebeurd invloed heeft op de huidige samenleving en dat er inderdaad sprake is van institutioneel racisme dat kan worden teruggevoerd op het koloniale verleden. Als mensen zich hier niet heel erg van bewust zijn, kan het in de toekomst ook niet worden bestreden. Lid HENDRIKS vraagt hoe de wethouder reageert op haar eigen invloed op het vertrek van de programmadirecteur.
Is de wethouder het met Volt eens dat het een bottomup proces is? Ziet zij dat het in Noord beter gaat en is zij van plan om hiervan te leren? En wordt voor een nieuwe programmadirecteur gezocht naar iemand die echt schurende gesprekken durft te voeren? Wethouder MOORMAN heeft voortdurend aangegeven dat het een lerend proces is. Zij is het niet met de heer Hendriks eens dat het in Noord beter gaat. Hier is men nog niet zo ver als in Zuidoost en het is bovendien heel anders gestart. Het is geen Nationaal Programma en hiermee is er ook geen onafhankelijke programmaorganisatie. Bovendien heeft de burgemeester zelf aan Red Amsterdam Noord gevraagd om met een plan te komen. Kortom, de start is heel anders geweest. Zuidoost is veel verder in het proces dan
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling Concept Raadscommissieverslag, 5 juli 2023
SO
Nieuw-West en Noord en zit hiermee soms ook in een andere fase van wat schuurt en ingewikkeld is. Mevrouw Moorman is coördinerend wethouder. Zij is geen voorzitter van de Alliantie, dat is de burgemeester. De masterplanorganisatie werkt in opdracht van de Alliantie. De wethouder coördineert de gemeentelijke inzet. Mevrouw JADNANANSING maakt op dinsdag- en donderdagmorgen altijd een informatiebulletin voor de verschillende lokale radio’s. In twee minuten vertelt zij wat er is gedaan in het stadsdeel. Als zij een dergelijk bulletin zou moeten maken voor morgen over deze avond, zou zij beschouwen wat de bewoners hier aan hebben gehad. Zij heeft vanavond een enorme betrokkenheid ervaren bij het stadsdeel Zuidoost, een stadsdeel dat heel lang niet of nauwelijks werd gezien. Tegelijkertijd vervalt de discussie vaak in wat er niet goed gaat en wat er meer moet. Het klopt dat het nog veel beter moet, maar wat in vele jaren is kromgegroeid, kan niet in tweeëneenhalf jaar worden hersteld. Hopelijk zien heel veel mensen over twintig jaar dat hun lot is verbeterd. Hoewel het heel spijtig is dat de programmadirecteur is vertrokken, betekent dit niet dat het masterplan is stil komen te staan. Ook op dit moment probeert de organisatie ervoor te zorgen dat zij en de wethouder de goede antwoorden geven en dat bewoners op de juiste manier worden gediend.
De hoop is dat het masterplan leert dat iedereen er is om de stad te dienen. De heer Asruf heeft heel specifiek gevraagd wat mevrouw Jadnanansing heeft geleerd. Zij heeft veel geleerd van hoe het niet meer moet. Zij wil zichzelf nooit meer in hokjes laten stoppen van een systeem- of een leefwereld, omdat zij beide is en hiervoor neemt zij ook haar verantwoordelijkheid. Zij wil ervoor zorgen dat de 173 etniciteiten en culturen zich goed vertegenwoordigd voelen. Bewoners zouden een veel duidelijkere rol moeten krijgen, zeker degenen die op dit moment nog niet worden gehoord. Er is voor de gemeente een enorme veranderopgave. Mevrouw Jadnanansing vindt het ingewikkeld dat andere gemeenten niet het construct van een dagelijks bestuur en een stadsdeelcommissie hebben. Ook heeft zij geleerd dat er een focus moet zijn en dat niet alles in een keer kan worden gedaan. Op 11 juli a.s. gaat de Alliantie in gesprek met de community. Lid YACOUBI vraagt zich af hoe ervoor kan worden gezorgd dat de veranderopgave ook zichtbaar wordt voor de bewoners, zonder dat zij het gevoel hebben dat ze worden tegengewerkt. Mevrouw JADNANANSING heeft zelf van bewoners geleerd dat als zij de bewoners iets belooft en het niet kan waarmaken, ze naar ze toe gaat en vertelt waarom het niet is gelukt. Bewoners waarderen dit en kunnen op deze manier zelf input geven om doelen te bereiken.
Zij zou dit bij de veranderopgave ook op deze manier doen. Lid Lust wordt uitgenodigd om samen met haar het bulletin voor de radio te maken. De VOORZITTER concludeert dat lid Lust hiermee instemt. Zij stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken. Sluiting De VOORZITTER dankt de aanwezigen voor hun bijdragen en sluit de vergadering om 23.20 uur. De volgende vergadering is op 27 september 2023.
17