Conceptverslag raadscommissie Algemene Zaken 18-04-2024.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Raadscommissieverslag, 18 april 2024
Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de raadscommissie Algemene Zaken Donderdag 18 april 2024 van 13:30 uur tot 17:45 uur in de raadzaal Donderdag 23 mei 2024
Voorzitter: de heer Van der Veen Portefeuillehouders: burgemeester Halsema Commissiegriffier: de heer Willems Commissieondersteuner: de heer Dutilh Verslaglegging: mevrouw Post (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw Abdi (PvdA), mevrouw Alberts (SP), de heer Van Berkel (JA21), mevrouw Broersen (Volt), de heer Havelaar (CDA), de heer Hofland (D66), mevrouw IJmker (GrLi), mevrouw Kabamba (Lijst Kabamba), de heer Khan (DENK), mevrouw Moeskops (D66), mevrouw Nadif (GrLi), de heer Van Schijndel (FvD), de heer Veldhuyzen (Lijst AV) en de heer Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden: de heer Aslami (D66), mevrouw Bakker (PvdD), mevrouw Bentoumya (GrLi), de heer Bobeldijk (SP), de heer Burgers (VVD), de heer Garmy (Volt), de heer Von Gerhardt (VVD), de heer Van Haarlem (FvD), mevrouw Heinhuis (PvdA), de heer Van der Heul (FvD), de heer De Jong (JA21), de heer Koyuncu (DENK), de heer Kreuger (JA21), mevrouw Krom PvdD), de heer Lochtenberg (CDA), mevrouw Lust (D66), de heer Mangal (DENK), de heer Meerburg (PvdD), de heer Nijssen (VVD), mevrouw Van Renssen (GrLi), de heer Russcher (FvD), de heer Van Tilborg (FvD), mevrouw Wijmenga (CDA) Overige aanwezigen: de heer Dahlem (inspreker), de heer Van der Linde (inspreker)
1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 13:30 uur en heet iedereen welkom. Hij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat het lid Bakker zich heeft afgemeld en dat de commissieleden een QR-code hebben ontvangen voor een vragenlijst van de communicatieafdeling van de raadsgriffier ten behoeve van een onderzoek naar het betrekken van jongeren bij de gemeenteraad via social media. Vanwege de grote hoeveelheid bijeenkomsten in de vergadervrije week en de samenloop met veel activiteiten heeft het presidium besloten om vanaf nu technische sessies alleen te organiseren als een sessie in de commissie wordt aangekondigd en er
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
tenminste vier fracties zijn die te kennen geven dat zij aanwezig zullen zijn bij de sessie. De namen worden genoteerd en in geval van afwezigheid worden deze leden door het presidium daarop aangesproken. De VOORZITTER vraagt aandacht voor het werkbezoek aan het Nationaal Holocaust Museum dat het lid Garmy heeft georganiseerd voor de raadsleden. Het bezoek vindt plaats op 21 mei van halfzes 's avonds tot acht uur en staat open voor raadsleden, fractievertegenwoordigers en fractiemedewerkers. Het lid WIJNANTS geeft een compliment aan de driehoek voor het optreden bij de laatste blokkade op de A10 door Extinction Rebellion. c. Vaststellen agenda Openbare Orde en Veiligheid 3. Opheffen geheimhouding op de informatiebeelden Radicalisering en Extremisme (oktober 2020, april 2021, oktober 2021, april 2022) en jaarmonitors Integrale Persoonsgerichte Aanpak – Radicalisering (2019, 2020, 2021), naar aanleiding van een Woo-verzoek Nr. VN2024-004408 Deze voordracht is niet besproken en de voorzitter verwacht dat in de raad geen inhoudelijke behandeling nodig is. 11. Raadsbrief Ontwikkelingen VTH-proces evenementen Nr.
VN2024-004483 Het lid MOESKOPS verzoekt de burgemeester het rapport over Solid Grooves openbaar te maken en stelt voor dit agendapunt en het rapport in de volgende commissievergadering te bespreken Burgemeester HALSEMA meent zich te herinneren dat ze eerder heeft toegezegd dat het openbaar kon worden. Misschien dat er vanwege de privacy zaken geanonimiseerd moeten worden maar dan wordt het zo snel mogelijk naar de commissie gestuurd. Raadsaangelegenheden 13. Herbenoeming accountant van de gemeente Amsterdam Nr. VN2024-004971 Deze voordracht is niet besproken en de voorzitter verwacht dat in de raad geen inhoudelijke behandeling nodig is. Communicatie 12. Ter bespreking en kennisneming raadsinformatiebrief inzake attenderingsservice gemeentekrant Amsterdam Nr. VN2024-002194 Deze voordracht wordt op verzoek van het lid Broersen niet inhoudelijk behandeld. 14. Vaststellen van de subsidies voor de ondersteuning van de fracties in de stadsdeelcommissies voor 2022 Nr. VN2024-005192
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
Deze voordracht is niet besproken en de voorzitter verwacht dat in de raad geen inhoudelijke behandeling nodig is. Openbare Orde en Veiligheid 16. Fenomeenanalyse soevereinenbeweging in Nederland 'Met de rug naar de samenleving' van NCTV Nr. VN2024-005216 Het lid HOFLAND heeft bij dit agendapunt een rondvraag en stelt voor het punt door te schuiven naar de volgende keer voor een uitgebreidere behandeling. De VOORZITTER meldt dat agendapunten 9 en 18 gevoegd worden behandeld en dat geldt ook voor de agendapunten 7, 8 en 15. De agenda wordt vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie AZ d.d. 21 maart 2024 Het conceptverslag wordt ongewijzigd definitief vastgesteld. e. Termijnagenda per portefeuille Dit onderdeel is niet inhoudelijk behandeld. f. TKN-lijst Onderstaande onderwerpen van de TKN-lijst worden in de volgende vergadering inhoudelijk behandeld: -
TKN 1 plan van aanpak opkomstbevordering op verzoek van het lid Havelaar; TKN 4 afdoening toezegging over gesprek speelautomatenhallenbranch op verzoek van het lid Havelaar; TKN 6 voortgangsrapportage programma seksuele intimidatie en seksueel geweld op verzoek van de leden Nadif en Abdi.
g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Vanuit de stadsdeelcommissies zijn geen stukken aangeleverd. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de agenda. b. Inspreekmoment publiek
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
De heer DAHLEM vertegenwoordigt de Stichting Against Watchtower Shunning die strijdt tegen het discriminerende shunning-beleid van de Jehova’s getuigen. Hij legt uit dat shunning meer inhoudt dan simpelweg vermijden of negeren, het betekent het sociaal doodverklaren van ex-leden van Jehova’s getuigen. De stichting heeft gedurende tweeëneenhalf jaar geprobeerd een dialoog aan te gaan via brieven en was gisteren nog aanwezig bij het Nederlandse hoofdkantoor van de Jehova’s getuigen in Emmen waar hij voor de derde keer werd gearresteerd en naar een cel werd gebracht. Hij wijst erop dat het bijkantoor van de Jehova’s getuigen in Nederland onderdeel is van het hoofdkantoor in de Verenigde Staten waarvan Stephen Lett, een van de negen bestuurders, op 20 april naar het stadion in de ArenA komt. De stichting houdt deze topbestuurder verantwoordelijk voor het discriminerende shunning-beleid dat wereldwijd wordt opgelegd aan leden. De stichting heeft op 19 maart een brief gestuurd aan de Tweede Kamer waarin zij pleit voor een wettelijk verbod op het sociaal doodverklaren van ex-leden van Jehova’s getuigen. Deze motie werd breed gesteund in de Kamer. Stichting Against Watchtower Shunning heeft een stil protest georganiseerd bij de ArenA op zaterdag 20 april.
De inspreker wijst op de schadelijke impact van shunning op kinderen die daardoor te maken krijgen met een dubbele loyaliteitskwestie tussen een ouder die uit de Jehova’s getuigen is gestapt en degenen die er nog in zitten. Hij citeert de Duitse verzetspredikant Martin Niemöller dat het van belang is om te handelen naar ons geweten, zelfs als de kans op succes klein is. De VOORZITTER meldt dat de heer Kchicheb wegens persoonlijke omstandigheden niet aanwezig kan zijn. Zijn inspreekbijdrage wordt voorgelezen door de heer Van der Linde. De heer VAN DER LINDE leest de inspreekbijdrage voor van de heer Kchicheb die sinds 1999 de eigenaar is van Harry's American Cocktailbar aan de Spuistraat. In 2001 kreeg de een exploitatievergunning en de drankvergunning. De exploitatievergunning werd driemaal verlengd voor een termijn van drie jaar. In 2008 werd de exploitatievergunning niet verlengden werd de drankvergunning ingetrokken. Tegen die beslissing tekende hij bezwaar, beroep en een hoger beroep aan maar de Raad van State besloot in 2011 de besluiten van de gemeente rechtmatig waren. Op 17 februari 2011 moest hij zijn bar sluiten. Tijdens de bezwaar-, beroeps- en hoger beroepsfase ontdekte de heer Kchicheb dat de gemeente herhaaldelijk nieuwe documenten inbracht waardoor het dossier onvolledig bleef.
Pas op 26 mei 2020 werd een anonieme tip naar voren gebracht waarvan later bleek dat het een geanonimiseerde tip was. Ondanks zijn aandringen weigert de gemeente de exacte details van deze zaak te onthullen en een contactpersoon bij de politie stelde voor een onderzoek uit te laten voeren door het FIC maar het FIC weigert een onderzoek te starten. De heer Kchicheb voelt zich al vijftien jaar onrechtvaardig behandeld door de gemeente en de politie en beschouwt de gang van zaken als oneerlijk. Hij benadrukt dat het winnen van een rechtszaak door het achterhouden van informatie gelijk staat aan valsspelen. Hij noemt het voorbeeld van Frank van der Linde, die hem nu probeert te helpen en wiens zaak ook werd gekenmerkt door het constant opduiken van nieuwe documenten. De heer Kchicheb is inmiddels geestelijk en lichamelijk uitgeput door PTSS en slapeloosheid. Hij vraagt een eerlijke kans om aan te tonen dat hij onrechtmatig zijn vergunningen is verloren. Bij agendapunt 5, initiatiefvoorstel van het lid Hofland getiteld Toezicht op TOOI, bescherm grondrechten De heer VAN DER LINDE heeft een inspraakbijdrage bij het belangrijke debat dat de commissie zal voeren over het toezicht op het Team Openbare Orde Inlichtingen (TOOI).
Hij uit zijn zorgen over de activiteiten van TOOI dat informatie verzamelt over burgers door het internet af te struinen, deel te nemen aan chatgroepen, informanten te werven en observatieteams te plaatsen. Deze informatie wordt opgeslagen en gedeeld met burgemeesters, de AIVD en andere politiediensten zowel nationaal als internationaal.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
De spreker zet vraagtekens bij de stelling dat deze praktijken slechts een geringe inbreuk vormen op de persoonlijke levenssfeer. Hij hoopt dat de raadsleden de burgemeester hierover vragen zullen stellen en wijst daarbij specifiek op het werven van informanten binnen de klimaatbeweging die informatie doorspelen over klimaatactivisten naar de politie en wat vervolgens wordt gelabeld als terrorisme. Hij pleit voor meer transparantie en een notificatieplicht en stelt voor dat de burgemeester regelmatig rapportages naar de raad stuurt over het toezicht op TOOI. De spreker uit zijn frustratie over het gebrek aan rechtsbescherming voor mensen die het onderwerp worden van een TOOI-onderzoek en beschrijft hoe klachten tegen de politie daarover vaak niet in behandeling worden genomen. Hij heeft de burgemeester verzocht de politie daarop aan te spreken maar heeft daar geen reactie op ontvangen. Hij is van mening dat de burgemeester klokkenluider Joeri Bagaya voor de bus heeft gegooid en concludeert dat de raad moet ingrijpen op TOOI omdat de driehoek de rijen sluit en de burgemeester niet ingrijpt bij de politie. Het lid BROERSEN vraagt of de heer Van der Linde meer kan vertellen over hoe informatieplicht bij TOOI ingericht kan worden.
De heer VAN DER LINDE benadrukt het belang van het informeren van individuen wanneer zij het onderwerp worden van TOOI-onderzoek, zelfs als dit niet direct mogelijk is. Hij pleit ervoor om in ieder geval in te bouwen dat mensen op de hoogte worden gesteld zodra dit wel mogelijk is. Het volledig achterwege laten van deze notificatie is niet wenselijk Hij wijst op het onderscheid tussen de activiteiten van de politie bij criminaliteit en openbare orde. Zaken met betrekking tot criminaliteit komen uiteindelijk voor de rechter komen terwijl dat in gevallen openbare orde zelden het geval is. TOOI-handelingen komen niet voor de rechter via het strafrecht maar via het bestuursrecht. Dit wordt echter zelden gedaan en is bijna onmogelijk. Dat betekent dat alles wat de politie doet ten aanzien van openbare orde met ander toezicht moet worden afgedekt dan wat de politie doet ten aanzien van criminaliteit waarbij bijvoorbeeld een rechter-commissaris bij bepaalde handelingen toestemming moet geven. Het lid VELDHUYZEN vraagt of de inspreker een ingrijpend voorbeeld kan noemen van hoe het fout zou kunnen gaan met TOOI. De heer VAN DER LINDE legt uit dat individuen alleen te weten komen of ze het onderwerp zijn van TOOI-onderzoek wanneer ze hun dossier opvragen. Hij verwijst naar het voorbeeld van Els Rijke bij wie het jaren duurde voordat ze daarachter kwam.
Na langdurige juridische procedures en onder druk van de rechtbank kreeg ze uiteindelijk duidelijkheid. Voor TOOI-subjecten bestaat geen mogelijkheid om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen die status. Je kunt er wel een klacht over indienen maar die klachten worden structureel niet in behandeling genomen. Het lid NADIF vraagt of de inspreker suggesties heeft voor hoe een notificatieplicht van de overheid aan personen ingericht zou kunnen worden. De heer VAN DER LINDE pleit voor uitgebreid toezicht op zaken met betrekking tot de openbare orde. Hij stelt voor dat de burgemeester mogelijk in het geheim fractieoverleg per kwartaal een overzicht moet verstrekken van het aantal personen dat onder toezicht staat, hoeveel personen zijn genotificeerd en wanneer en na hoeveel tijd deze notificaties zijn verstuurd. Hij benadrukt de noodzaak van meer controle op deze praktijken. Daarnaast suggereert hij dat er een discussie moet plaatsvinden over de mate waarin toezicht een inbreuk vormt op de persoonlijke levenssfeer. Hij argumenteert dat het achtervolgen door agenten op straat verder gaat dan wat kan worden beschouwd als een slechts geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. c. Actualiteiten
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
Bij actualiteiten zijn geen onderwerpen besproken. d. Rondvraag Vraag van het lid Hofland inzake soevereinenbeweging Het lid HOFLAND heeft een vraag over het NCTV-rapport over de soevereinenbeweging. Hij legt uit dat deze beweging grofweg in drie groepen kan worden opgesplitst waarbij de kleinste groep gelooft dat een toekomstige gewelddadige strijd met de overheid en democratische instituties onvermijdelijk is. Het rapport vermeldt dat bij verschillende aanhangers vuurwapens zijn aangetroffen en dat sommige soevereinen zich voorbereiden op een gewelddadige confrontatie met de overheid en dreigen met geweld. Dit is een zorgelijke ontwikkeling en gezien de verwachte groei van de soevereinenbeweging kan de dreiging in de toekomst toenemen. Het lid wijst op de Amsterdamse traditie van ogen en oren in de stad als het gaat over extremistische bewegingen en het voorkomen van aanslagen of gewelddadige incidenten. Er is geen garantie dat dergelijke situaties voor honderd procent voorkomen kunnen maar er moet alles aan gedaan moet worden. Omdat de soevereinenbeweging een relatief nieuwe beweging is vraagt het lid Hofland aan de burgemeester of er meer aandacht nodig is voor deze groep of een speciale inzet gepleegd moet worden. Burgemeester HALSEMA deelt de zorg van de heer Hofland met betrekking tot de soevereinenbeweging.
Zij wijst erop dat uit verschillende bronnen blijkt dat soevereine denkbeelden ook in Amsterdam voorkomen en dat deze ideeën zich ook manifesteren binnen verschillende organisatieonderdelen, met name bij schuldhulpverlening, woningcorporaties en deurwaarders die te maken hebben gehad met personen die zichzelf als soeverein beschouwen. Dat tekent ook wel dat het vaak kan gaat om kwetsbare mensen die niet helemaal overzien welke consequenties het heeft voor hun financiële positie op het moment dat ze zich soeverein verklaren. Er wordt een pilot gestart die in eerste instantie wordt uitgevoerd vanuit het sociale domein en niet vanuit het domein van radicalisering. Het doel van deze pilot is om te onderzoeken hoe groot de groep is, welke problemen zich voordoen en hoe kan worden voorkomen dat mensen verder vervreemden van de samenleving. In het najaar wordt de commissie uitgebreider geïnformeerd over de pilot. Het lid ABDI deelt de zorgen van de heer Hofland en is het eens met de burgemeester dat het vaak gaat om hele kwetsbare burgers. Ze verwijst naar een ander onderwerp dat meer gericht is op de openbare orde, namelijk kwesties met complotdenkers die uit de hand kunnen lopen. Ze heeft vernomen dat er een soort handelingskader is opgesteld en aangeboden aan gemeenten. Ze vraagt zich af of er lessen kunnen worden getrokken uit dit kader met betrekking tot de soevereinenbeweging.
Burgemeester HALSEMA weet dat niet direct. Ze gaat uitzoeken of er inderdaad zo'n handelingskader is en of dat ook beschikbaar is voor de raad. Vraag van het lid Alberts inzake gebeurtenissen in en om bibliotheken Het lid ALBERTS heeft een vraag over het gedeeltelijk sluiten van de bibliotheek in Nieuw-West na overlast. Er is gisteren ook over gesproken in de commissie OZA, maar dat ging echt alleen maar over de bibliotheek. Het gaat hier om een breder perspectief, gebaseerd op gesprekken met mensen uit de omgeving, waaronder HVO-Querido en de bibliotheek zelf. Deze gesprekken hebben aangetoond dat het probleem al geruime tijd speelt en dat er ook eerder meldingen van zijn gedaan. Ze uit haar verbazing over het feit dat pas nu wordt opgeschaald in acties terwijl er al langere tijd signalen waren. De
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
stadsdeelvoorzitter heeft een scala aan activiteiten genoemd maar de meldingen die eerder bij het stadsdeel zijn gedaan zijn niet opgepakt. Dat punt wil ze graag aan de orde stellen. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat het stadsdeel Nieuw-West de regie voert over de ketenaanpak Jeugd & Veiligheid die vanuit het Actiecentrum Veiligheid en Zorg is opgezet. Binnen deze aanpak werken verschillende instanties samen om jeugdoverlast en criminaliteit te voorkomen en aan te pakken, waaronder de politie, handhaving, openbaar vervoer, straatcoaches, jongerenwerk en andere partners. Het is nog niet duidelijk of de jongeren die overlast veroorzaken bij de OBA bekend zijn binnen deze aanpak. Op dit moment wordt dit nagegaan en daarbij wordt ook de informatie van de OBA betrokken. Het lid ALBERTS vindt het goed dat er onderzoek wordt gedaan naar de situatie, vooral omdat de overlast zich niet beperkt tot alleen de bibliotheek maar ook in de omgeving plaatsvindt en in dat geval zouden de jongeren bekend moeten zijn. Ze begrijpt dat er onderzoek naar gedaan wordt en dat is goed want de overlast moet stoppen en de bibliotheek moet open. Burgemeester HALSEMA vult aan dat in de commissie OZA de maatregelen zijn besproken die genomen zijn ten aanzien van de aanwezigheid van jongeren in de OBA.
De huisregels voor jongeren aangescherpt en jongeren onder de achttien krijgen na halftwee alleen nog toegang op vertoon van een OBA-pas. Met behulp van de ketenaanpak heeft het stadsdeel Nieuw-West goed zicht op jongeren die overlast veroorzaken. De OBA werd daar eerder niet actief bij betrokken en dat gebeurt nu wel. Vraag van het lid Van Berkel inzake uitspraken van een gast-imam van de Blauwe Moskee Het lid VAN BERKEL heeft in de Telegraaf gelezen dat de Blauwe Moskee in Nieuw-West weer in opspraak is geraakt vanwege uitspraken van de gast-imam El Mansouri. Deze plaatste op Instagram een oproep waarin hij moslims opriep om Joden te haten en niet te luisteren naar imams die ontkennen dat de Koran daartoe opdracht geeft, dat alle niet-moslims afkeuring verdienen en dat iedereen die niet gelooft in Allah of Mohammed moet worden gehaat. Het bestuur van de Blauwe Moskee heeft verklaard dat de uitspraken zorgwekkend zijn en overweegt een gesprek met El Mansouri. De burgemeester heeft de uitspraken veroordeeld als verwerpelijk en onacceptabel, maar haatzaaien is ook strafbaar en het de heer Van Berkel vraagt aan de burgemeester of het Openbaar Ministerie zal overgaan tot vervolging vanwege deze uitlatingen. Burgemeester HALSEMA zal het Openbaar Ministerie raadplegen over mogelijke vervolging.
De uitspraken van de gast-imam zijn onacceptabel en verwerpelijk en ze schaden ook de reputatie van de Blauwe Moskee. Ze waardeert de snelle reactie van de Blauwe Moskee die duidelijk aangeeft dat ze dit standpunt niet steunen. De burgemeester zal ook contact opnemen met de Blauwe Moskee om te verduidelijken wat zij bedoelen met het overwegen van een gesprek met El Mansouri. Het lid VAN BERKEL vraagt aan de burgemeester wat zij eventueel een bevredigende uitkomst vindt van een mogelijk gesprek met de Blauwe Moskee. Burgemeester HALSEMA vindt dat bijna een retorische vraag. Een imam die antisemitische uitspraken doet moet niet als imam opereren, dat lijkt haar het meest voor de hand liggend. Tegelijkertijd is er de scheiding tussen kerk en staat en is dat een beslissing van de Blauwe Moskee. Maar het mag duidelijk zijn wat de opvatting van de burgemeester is. Het lid VAN BERKEL vraagt of de burgemeester van mening is dat het bij de lokale 4 mei dodenherdenkingen in de stadsdelen ook over Gaza moet gaan.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
Burgemeester HALSEMA geeft aan dat de gemeenteraadsleden de volgende dag een brief ontvangen over de 4 meiherdenking waarin ook ingegaan wordt op de lokale herdenkingen. In algemene zin vindt zij 4 mei een nationale dodenherdenking waarbij de doden van de Tweede Wereldoorlog worden herdacht. Bespreekpunten Algemene Zaken 4. Ruimte voor dragen van religieuze uitingen binnen THOR Nr. VN2024-003990 Het lid WIJNANTS verwijst naar het boek Indische lessen van J.A.A. van Doorn uit 1995 waarin gesproken wordt over eindeloze debatten in de Nederlandse staat over de wenselijke verhoudingen tussen Nederlandse normen en waarden enerzijds en de komst van nieuwe religies en tradities van immigranten anderzijds. Hij merkt op dat dit debat nog steeds voortduurt en benadrukt dat beide kanten van de discussie sterke argumenten hebben voor en tegen een verbod op religieuze uitingen. Hij concludeert dat er gezien de vele uitgewisselde argumenten ze niet tot een definitieve oplossing zullen komen. De vorige keer dat hij dit punt agendeerde was er enkel nog sprake van de burgemeester die voorstander was van religieuze uitingen binnen Thor. Inmiddels heeft de minister van Veiligheid en Justitie aangegeven dat ze daar niet aan gaat meewerken. Hij acht dat een verstandig standpunt en merkt op dat hierdoor een groot deel van het debat een andere context krijgt.
Het lid ABDI hoort de heer Wijnants hele snelle conclusies trekken alsof daarmee de discussie beslecht zou zijn. Hij weet dat Amsterdam gaat over haar eigen mensen als werkgever en ze vraagt op basis waarvan het lid Wijnants denkt dat de minister dit voor Amsterdam kan besluiten. Het lid WIJNANTS vindt dat een technisch aspect van deze discussie. Hij merkt op dat de gemeente Utrecht juridisch advies heeft ingewonnen over dit onderwerp en in de discussie wordt gekeken naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Uiteindelijk luidt de juridische conclusie nu dat de rijksoverheid met enige juridische trucerij wel degelijk beperkingen kan opleggen. Het is afwachten of de Algemene Maatregel van Bestuur (AMVB) stand zal houden bij de rechter maar hij heeft daar goede hoop op. Los van de juridische aspecten vindt hij het verstandig dat de rijksoverheid hier een uniforme regeling oplegt voor heel Nederland, maar dat is meer een principieel standpunt. Het lid ABDI geeft aan niet geïnteresseerd te zijn in een technische discussie omdat het een politieke discussie is. Ze vraagt waarom het lid Wijnants onderscheid maakt tussen ambtenaren.
Het lid WIJNANTS is van mening dat het een goed idee is om religieuze uitingen bij boa's niet toe te staan vanwege redenen die eerder zijn besproken, zoals de uniforme uitstraling van ambtenaren in de openbare ruimte en het belang van neutraliteit van de staat. Deze argumenten zijn eerder besproken en de essentie van het hele verhaal is dat men nu wacht op wat er vanuit Den Haag zal komen. Hij verwacht dat de minister van Veiligheid en Justitie met een regeling zal komen waardoor in Amsterdam dergelijke uitingen niet langer zijn toegestaan. Het lid ABDI constateert dat het lid Wijnants een onderscheid wil maken tussen verschillende categorieën ambtenaren en dat hij eigenlijk voorstelt dat voor boa's andere regels gelden dan voor andere ambtenaren zoals vuilnismannen of baliemedewerkers die wel religieuze uitingen mogen dragen. Ze heeft moeite met de impliciete aanname dat boa's
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
niet neutraal of onpartijdig zouden kunnen handelen en is benieuwd waar de heer Wijnants dit op baseert en waarom hij dat onderscheid wil maken. Het lid WIJNANTS is van mening dat een boa neutraal kan handelen en hij gaat ervan uit dat zij dat ook te allen tijde zullen doen. Echter, wanneer je geconfronteerd wordt met een bestuursrechtelijk of strafrechtelijk optreden van iemand die religieuze uitingen draagt, dan kan dat leiden tot verwarring of zelfs de schijn van belangenverstrengeling of niet-neutraliteit. Hij wijst erop het debat soms wordt verbreed tot andere religieuze uitingen zoals keppeltjes en kruisjes maar dat het hier specifiek gaat om hoofddoeken. Het lid HOFLAND vraagt hoe het raadslid Wijnants het beoordeelt dat de minister van Justitie de beleidsvrijheid van de gemeente Amsterdam wil beperken door middel van wat hij zelf juridische trucerij noemt. Het lid WIJNANTS vindt dit een fantastische vraag van het lid Hofland, die met zijn partij niets anders doet dan de morele vinger opsteken naar andere bestuurslagen. Hij wijst erop dat bijvoorbeeld de heer Groot Wassink met juridische dreigementen naar een andere bestuurslaag windmolens wil doordrukken. We leven nog steeds in een eenheidsstaat leven en het is heel bijzonder om te zeggen dat Den Haag niets mag bepalen over het Amsterdams beleid.
Het lid HOFLAND is van mening dat wethouder Groot Wassink probeert een Amsterdams besluit uit te voeren dat werd geblokkeerd vanuit de provincie. Hij vraagt of de heer Wijnants als raadslid van Amsterdam het wenselijk vindt dat de minister van Justitie juridische trucerij toepast om de Amsterdamse beleidsvrijheid in te perken. Het lid WIJNANTS kan zich daar wel in vinden. Nederland is een eenheidsstaat en het is buitengewoon verstandig dat er geen grote verschillen bestaan tussen Nederlandse gemeenten, met name in de openbare ruimte. Hij wijst erop dat de heer Hofland zelf vaak benadrukt dat er gekeken moet worden naar het grotere belang en dat het vanuit de nationale context niet wenselijk dat er grote verschillen zijn, zoals bijvoorbeeld het dragen van hoofddoeken door boa's wel in Amsterdam en niet in Amstelveen. Hij gelooft dat het in het bredere belang van heel Nederland is om een uniforme lijn te trekken en daarom is het logisch dat dit besluit niet in de raadzaal wordt genomen maar door de minister van Veiligheid en Justitie. Het lid KHAN geeft aan voorstander te zijn van het besluit van de burgemeester om zichtbare religieuze uitingen toe te staan en dat neutraliteit daardoor niet wordt aangetast aangezien dit vooral in het handelen zit.
Hij weerlegt het argument dat de scheiding van kerk en staat in het geding zou zijn door te wijzen op het ontbreken van een strikte scheiding in Nederland waarbij hij voorbeelden noemt zoals de financiering van religieuze scholen met overheidsgeld, ambtenaren of politieagenten die bij de eed mogen verklaren zo waarlijk helpe mij God almachtig en het christelijke kruis op de kroon van politie-uniform. Hij ziet dit besluit als een voortzetting van de Nederlandse traditie om ervoor te zorgen dat elke groep gelijkwaardig kan meedoen en pleit ervoor om dit ook uit te breiden naar politieagenten. Hij ziet het risico dat de introductie van het nieuwe uniform met zichtbare religieuze uitingen kan leiden tot sensatiezucht, wat ontmoedigend kan zijn voor degenen die dit uniform dragen. Daarom vraagt hij of de burgemeester bereid is om te kijken naar ervaringen in Engeland waar een vergelijkbaar beleid al eerder is ingevoerd en om te onderzoeken hoe ze ervoor kunnen zorgen dat degenen die dit uniform dragen hun werk kunnen doen zonder dat zij hinder ondervinden omdat er constant foto’s worden gemaakt of omdat het leidt tot weerstand op straat. Het lid HAVELAAR plaatst dit debat in het kader van het verlichtingsdenken waarbij soms absolute vormen worden aangenomen. Hij wijst op het programmatisch seculariseren
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
van het publieke domein en de bisschop van Canterbury die hierover interessante inzichten deelt in Religion in the Public Sphere. Het lid Havelaar maakt bezwaar tegen de onterechte opvatting dat neutraliteit alleen kan worden bereikt wanneer er geen enkele uiting van religiositeit zichtbaar is. Hij stelt dat ware neutraliteit pas wordt bereikt wanneer alle vormen van religieuze en seculiere uitingen naast elkaar kunnen bestaan. Daarom stemt hij in met het voorstel dat boa's mogen laten zien waar ze in geloven, ongeacht of het een kruisje, keppeltje of hoofddoek betreft. Hij benadrukt echter dat uniformen wel uniform moeten blijven, zonder identiek te zijn. Daarom vraagt hij aan de burgemeester om ervoor te zorgen dat er ondanks de inclusie van hoofddoeken de uniforme uitstraling van het uniform gehandhaafd blijft. Hij refereert daarbij aan het gemeentelijk uniform uit de jaren vijftig dat ook een hoofddoek had. Een dergelijke uitbreiding van het uniform zou hij toejuichen en hij kijkt uit naar de reactie van de burgemeester hierop. Het lid VAN BERKEL begin met een citaat van burgemeester Halsema van vijftien jaar geleden. ‘Ik kan niet wachten op het moment waarop vrouwen in vrijheid hun hoofddoek zullen afslingeren. Ik zie het liefst elke vrouw in Nederland hoofddoekloos. Ik geloof niet dat welke God ook kledingeisen stelt.
Dat zijn de mannen geweest die het geloof uitleggen.’ Hij vraagt aan de burgemeester wat er de afgelopen vijftien jaar is gebeurd dat ze heeft besloten de kant van het patriarchaat te kiezen. Het lid NADIF vindt het opmerkelijk dat JA21 probeert de patriarchale structuur uit te leggen omdat de hoofddoek meer is dan een uiting van het patriarchaat. Vrouwen geven zelf aan dat het juist gaat om het feit dat iemand uiting geeft aan zijn of haar religieuze overtuigingen en zij tonen zich ook solidair op het moment dat er sprake is van dwang. Het feit dat deze vrouwen zelf de microfoon oppakken en op het podium staan komt doordat zij ruimte hebben gekregen in het publieke debat. Het lid VAN BERKEL heeft een heel andere kijk op de hoofddoek en religieuze uitingen, met name omdat JA21 van mening is dat er niet altijd sprake is van een vrije keuze. Daarom is JA21 ook tegen de implementatie van religieuze uitingen bij boa's. Het lid ABDI vraagt of het lid Van Berkel vindt dat zijn standpunt van toepassing moet zijn op alle ambtenaren. Het lid VAN BERKEL merkt op dat het in de praktijk niet het geval is, bijvoorbeeld bij het loket. Hij vindt dat een uniform voor alle dragers hetzelfde moet zijn en betoogt dat de neutraliteit die het uniform moet uitstralen tenietgedaan wordt gedaan door de aanwezigheid van de hoofddoek.
Het lid VELDHUYZEN vraagt waarom het lid Van Berkel de burgemeester van heel lang geleden citeerde. Het lid VAN BERKEL antwoordt dat de burgemeester schrijft dat het college ervan overtuigd is dat alle ambtenaren professioneel en onpartijdig zijn in hun handelen, ongeacht hun religieuze achtergrond. Hij merkt op dat het natuurlijk bizar zou zijn als het college iets anders zou denken maar burgers hoeven niet te weten welke morele waarden de ambtenaar heeft waarmee ze te maken krijgen. Hij wijst erop dat de BOA Bond ook tegen is en vraagt zich af wat de BOA Bond niet begrijpt wat de burgemeester wel begrijpt. Hij wil ook graag meer weten over de verklaring in de brief dat de brandweer in het verleden de wens heeft geuit om religieuze uitingen bij uniforme functies toe te staan. Hij vraagt specifiek wie de brandweer vertegenwoordigt en op welke wijze en waar deze wens is geuit. Het lid VELDHUYZEN begrijpt nog steeds niet wat het doel was van het citaat.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
Het lid VAN BERKEL heeft daarbij de vraag gesteld wat er veranderd is de afgelopen vijftien jaar in de opvattingen van de burgemeester. Het lid KHAN vraagt waarom in de bijdrage van JA21 alleen de hoofddoek als probleem wordt genoemd als het gaat om religieuze uitingen. Het lid VAN BERKEL geeft aan dat het onderwerp nu de hoofddoek is. In principe is JA21 voor een seculiere overheid en zeker de overheid in uniform. Het lid KHAN vraagt waarom JA21 voor alle moslimvrouwen bepaalt dat zij niet uit vrije wil een hoofddoek dragen en niet wil toestaan dat zij werken voor de gemeente Amsterdam. Het lid VAN BERKEL antwoordt dat, als het een kwestie is van een individuele vrije keuze is zoals de heer Khan beweert, vrouwen ervoor kunnen kiezen die doek niet te dragen wanneer ze die baan als boa willen en dat uniform willen dragen. Het lid KHAN vraagt waarom JA21 zegt dat vrouwen hier niet mogen werken als het hun eigen vrije wil is om een hoofddoek te dragen en of het lid Van Berkel inziet dat hij vrouwen eigenlijk de individuele keuze ontzegt. Het lid VAN BERKEL geeft aan dat hij dat anders ziet. Hij vergelijkt het met zijn eigen situatie waarbij hij een uniform draagt voor zijn werk. Hij heeft de individuele vrijheid om bijvoorbeeld een joggingbroek te dragen, maar niet wanneer hij naar zijn werk gaat. Dat is het verschil.
Het lid BROERSEN vraagt aan het lid van JA21 of hij denkt dat neutraliteit überhaupt bestaat. Het lid VAN BERKEL merkt op dat dit een filosofische vraag is en benadrukt dat het uniform in ieder geval bedoeld is om neutraliteit uit te stralen. Als je geholpen moet worden door een overheidsbeambte in uniform heb je geen keuze welke religieuze achtergrond die ambtenaar heeft, maar bij een hoofddoek weet je zeker dat het om iemand met een islamitische achtergrond gaat. Het lid BROERSEN hoorde de heer van Berkel iets zeggen over het morele handelen van een ambtenaar. Volgens haar is niemand neutraal. Iedereen wordt immers gevormd wordt door bepaalde opvattingen en opvoeding. Dat zegt iets over hoe iemand handelt en dat heeft niets te maken met religieuze uitingen. Het lid VAN BERKEL herhaalt dat JA21 voorstander is voor seculariteit en een strikte scheiding tussen kerk en staat. Hij erkent dat vrijheid van godsdienst en vrijheid van onderwijs keuzes zijn die mensen kunnen maken in de samenleving. Maar als het gaat om door wie je geholpen wordt vanuit de overheid heb je geen keuze. Het lid HOFLAND vraagt waarom de heer Van Berkel in het citaat een deel heeft weggelaten waarin mevrouw Halsema zegt dat zij het recht van vrouwen om een hoofddoek te dragen steunt. Het lid VAN BERKEL heeft dat deel niet gelezen in het artikel.
Hij heeft wel gelezen dat de burgemeester die toen partijleider was van GroenLinks in Den Haag het niet prettig vond dat zij in Oost tussen veel gesluierde vrouwen zat in het onderwijs. Het lid HOFLAND betwijfelt of de heer Van Berkel het krantenartikel waarin hij het citaat heeft gevonden waarmee hij de burgemeester om de oren wil slaan niet tot het einde heeft gelezen. Hij suggereert dat als de heer Van Berkel zoveel waarde hecht aan
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
objectiviteit en neutraliteit bij mensen die voor de gemeente Amsterdam werken hij zelf objectief en neutraal zou moeten citeren. Het lid VAN BERKEL vindt dat hij een citaat heeft gegeven en wacht de beantwoording van de burgemeester met veel belangstelling af. Het lid VELDHUYZEN vraagt of het lid Van Berkel zich kan voorstellen dat toen de burgemeester die uitspraak deed, zij dat niet deed als burgemeester. Hij wijst erop dat zij vandaag de dag hier aanwezig is als burgemeester en dat er moet zijn voor alle Amsterdammers en dat zij daarom nu wellicht een andere positie inneemt. Hij benadrukt dat het een feit blijft dat een groot deel van de inwoners van Amsterdam moslim is en een hoofddoek draagt. Het lid VAN BERKEL vraagt of de heer Veldhuyzen nu het antwoord geeft namens de burgemeester. Dat vindt hij toch wel een beetje merkwaardig. Hij wil graag afwachten wat de burgemeester gaat antwoorden op wat er in die vijftien jaar is veranderd sinds het moment dat ze die uitspraak heeft gedaan tot nu. Het lid HAVELAAR vindt dat boa's nuttig werk verrichten, zoals het handhaven op een schone en opgeruimde stad. De opmerkingen van het lid Van Berkel lijken te suggereren dat een boete van iemand waarvan je weet dat ze islamitisch is als een zwaardere straf voelt dan een boete van iemand van wie je dat niet weet.
Het lid VAN BERKEL benadrukt dat de schijn van partijdigheid onwenselijk moet zijn bij overheidsbeambten, vooral omdat zij mogelijk als eerste op een plaats delict aanwezig zijn. Hij bevestigt dat JA21 hier absoluut tegen is. Het lid HAVELAAR begrijpt dat punt maar stelt zich voor dat ze bij een prullenbak staan en er een kartonnen doos naast staat waarvan de heer Van Berkel zijn adres niet heeft afgescheurd, hypothetisch gezien. Hij vraagt wat er dan partijdig is aan iemand die een boete uitdeelt als die persoon een hoofddoek draagt. Het lid VAN BERKEL denkt dat je die beambte vaak niet ziet, dus dan is de zichtbaarheid ook niet relevant. Het lid HAVELAAR vraagt of de heer Van Berkel daarmee zegt dat voor de nietzichtbaar uitgeschreven boetes op afstand het niet uitmaakt of je wel of geen hoofddoek draagt. Het lid VAN BERKEL zegt dat het nu gaat om de geüniformeerde beambten van de overheid. Het lid ALBERTS herhaalt eerdere argumenten omdat de SP van mening is dat het dragen van religieuze uitingen niet past bij de betekenis van het woord uniform. Volgens de SP zet de drager of draagster door het aantrekken van een uniform de eigen identiteit aan de kant. Juist bij functies waar neutraliteit voorop moet staan vindt de SP het dragen van religieuze uitingen ongewenst.
Daarnaast benadrukt de SP dat het Nederlands recht de scheiding van kerk en staat kent en dat het college zich daar ook op beroept als het gaat om het vinden van een gebedsruimte. De moeilijkheid om personeel te vinden is voor de SP geen reden om af te wijken van het basisprincipe van een uniform. Als dit wordt toegestaan zal dit volgens de SP problemen veroorzaken bij niet-religieuze mensen of mensen met een andere religieuze achtergrond. Het is volgens de SP een kwestie van communicatie. Het lid ABDI vraagt op welke aanname de SP haar mening baseert dat iemand die zich zichtbaar religieus uit niet neutraal of onpartijdig kan zijn in zijn of haar functie.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
Het lid ALBERTS vraagt of het lid Abdi de betekenis van het woord uniform kent. Het woord uniform is bedoeld om uit te stralen dat iedereen die het draagt hetzelfde doet. Als daaraan getornd wordt, dan wordt het begrip uniform ondergraven. Het lid ABDI constateert dat het lid Albers niet ingaat op de vraag en stelt voor om het dan maar zelf in te vullen. In een rechtsstaat moeten ambtenaren neutraal kunnen optreden, wat betekent dat ze in hun werk geen onderscheid zullen maken. De aanname dat je niet neutraal kunt handelen als je je religieus uit is een vooroordeel en het is discriminerend en stigmatiserend. Het lid ALBERTS geeft een voorbeeld uit de jaren zeventig, toen was het ontzettend in voor mannen om heel lang haar te dragen en was er een gierende discussie of dat lange haar nog mocht blijven als ze in dienst gingen. En men zei toen dat het ging om het woord uniform en dus moest het haar eraf. Het lid ABDI wijst erop dat Nederland een van de weinige landen is waar deze cultus van neutraliteit rond het uniform hangt. In veel andere landen mogen boa's en politieagenten zich wel religieus uiten, waarbij de uniformiteit ook wordt meegenomen in het uniform. Het blijft een beetje de roze olifant in de kamer wanneer wordt geïmpliceerd dat ambtenaren anders zouden handelen of anders te werk zouden gaan omdat ze zichtbaar maken wat ze geloven.
Het lid ALBERTS herhaalt dat ze geen voorstander is omdat er al zoveel polarisatie is in Nederland. Het lid HAVELAAR vraagt of het mevrouw Alberts is opgevallen dat mannenuniformen niet overal zijn afgestemd op vrouwenlichamen. Het lid ALBERTS zegt dat het gaat om de kenmerken van het uniform. Het lid HAVELAAR vraagt of het lid Alberts het woord uniform niet verward met het woord identiek en dat het allemaal exact hetzelfde is. Het lid ALBERTS wil geen semantische verhandeling houden. Ze heeft de nadruk gelegd op uniform en dat je je eigen identiteit verpakt en het maakt niet uit welke identiteit dat is. Het lid HAVELAAR denkt dat het lid Alberts iemands religieuze opvattingen behandelt als iets heel anders en daarmee als niet-neutraal en niet-objectief. Het lid ALBERTS stelt dat je sommige dingen niet kunt verbergen. Maar als het gaat om het uiten, dan ben je dus bezig om iets toe te voegen. Maar je kunt niet verbergen of je een man of een vrouw bent, dat is gewoon zo. Het lid KHAN meent dat religieuze uitingen ondergeschikt wordt gemaakt aan de kleuren en de symbolen van het uniform en het uniform dus intact blijft. Het lid ALBERTS vindt dat de religieuze uitingen onderdeel zijn van de communicatie die ambtenaren hebben met inwoners en daarom ongewenste drempels kunnen opwerpen. Het lid KHAN vindt dat een vreemd argument.
Mevrouw Alberts stelt dat als de ontvanger van de communicatie vooroordelen heeft of op een bepaalde negatieve manier naar de handhaver kijkt, dat dat blijkbaar niet de schuld is van degene die vooroordelen heeft maar van degene die aan het werk is voor de stad.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
Het lid ALBERTS bestrijdt dat vooroordelen aanleiding zouden zijn voor problemen in de communicatie. Het lid KHAN denkt dat deze hele discussie eigenlijk niet gaat over religieuze uitingen. Hij wijst erop dat het in de Tweede Kamer aangenomen verbod alleen betrekking heeft op de hoofddoek terwijl andere religieuze uitingen niet worden genoemd. Hij benadrukt dat het specifiek gaat om de hoofddoek en dat dit voortkomt uit de context van islamofobie. Hij voegt eraan toe dat hij hiermee niet wil zeggen dat iedereen die tegen dit verbod is islamofoob is. Het lid ALBERTS geeft aan dat ze daar niet meer op zal reageren. Ze herhaalt dat het argument van het probleem om personeel te vinden volgens haar geen sterk argument is en dat andere commissieleden daar ook nog iets over zouden moeten zeggen want ze vindt het is zwaktebod. Het lid NADIF vindt het vreemd dat de SP die beweert op te komen voor arbeiders deze groep uitsluit. Ze komt terug op het punt van polarisatie waar volgens haar wel degelijk een negatieve aanname inzit waar te makkelijk overheen is gestapt. Er wordt geïmpliceerd dat de persoon die religieuze uitingen draagt de polarisatie aanwakkert, wat absoluut niet het geval is. Het lid ALBERTS legt uit dat mensen bij communicatie zich moeten realiseren hoe iets overkomt en dat gaat alle kanten op want communicatie is zenden en ontvangen.
Ze weerspreekt dat de SP vindt dat mensen het werk niet mogen doen, ze mogen het werk doen als ze hun hoofddoek afdoen. Het lid NADIF vraagt of de SP weleens praat met vrouwen met een hoofddoek. Ze beschouwt wat het lid Alberts nu voorstelt als een grove belediging voor deze groep. De uitspraak dat je het werk wel mag doen maar dan zonder hoofddoek kan ze niet begrijpen. Ze stelt voor om eerst een gesprek met deze groep aan te gaan om echt te begrijpen wat het voor hen betekent want zoals er nu over gesproken wordt is allang achterhaald. Het lid ALBERTS wijst op het belang van het uitvoeren van een overheidsfunctie. Daarnaast merkt ze op dat het lid Nadif voorbijgaat aan de opmerkingen van de woordvoerder van de BOA Bond die precies hetzelfde standpunt inneemt en die je niet kunt negeren, mede omdat hij het altijd opneemt voor zijn werknemers. Het lid NADIF negeert dat niet. Haar punt is dat er een andere groep wordt genegeerd en dat er over hen wordt gesproken alsof ze geen eigen beslissingen kunnen nemen over hoe ze zich kleden. Het is hun lichaam is en zij zelf mogen bepalen hoe ze zich kleden. Het is jammer dat de SP deze groep uitsluit op basis van hun hoofddoek. In de Tweede Kamer ging de discussie inderdaad alleen over de hoofddoek en het is kwalijk dat de SP meegaat in deze ontwikkeling in het politieke debat.
Het lid BROERSEN vraagt zich af of bij de discussie over het dragen van een tulband, keppel of hoofddoek door een gemeentelijke handhaver of toezichthouder überhaupt kan worden uitgegaan van neutraliteit. Ze gelooft dat mensen inherent nietneutraal zijn, dat niemand een blanco canvas is en iedereen gevormd wordt door opvoeding, levenservaring en overtuigingen. Het verbieden van religieuze symbolen verandert niets aan de diepgewortelde overtuigingen van individuen zelf. Het gebrek aan neutraliteit van individuen doet niet per se afbreuk aan de onpartijdigheid van een organisatie en het hebben van bepaalde overtuigingen, opvattingen en meningen hoeft niet noodzakelijkerwijs het professionele handelen te beïnvloeden. Als dat wel het geval zou zijn, dan worden mensen die geen religieuze uitingen dragen net zo goed beïnvloed door hun overtuigingen, opvattingen en levenservaringen. Professionaliteit zit in houding en gedrag, niet in een specifiek kledingstuk.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
De onpartijdigheid van een organisatie wordt pas goed geborgd wanneer deze net zo divers is als de stad. Mensen identificeren zich op verschillende manieren, variërend van religie en geslacht tot seksuele voorkeur. Het is belangrijk dat toezichthouders en handhavers een afspiegeling vormen van deze diversiteit. Dit helpt de diversiteit in de maatschappij te zien en te begrijpen. Volt steunt het standpunt van het college om religieuze uitingen bij geüniformeerde functies toe te staan omdat het de inclusiviteit bevordert maar ook bijdraagt aan een echt professionele en neutrale uitstraling van de organisatie. Organisaties zijn pas echt professioneel en onpartijdig als iedereen zich vertegenwoordigd voelt. Tot slot vraagt het lid Broersen aan de burgemeester of er zicht is op hoeveel extra arbeidskrachten deze verandering potentieel kan opleveren. Dit is een belangrijk punt en het zou ook relevant moeten zijn voor andere partijen. Het lid WIJNANTS begrijpt het betoog van het lid Boersen omdat hij ook in zijn eigen verhaal heeft gezegd dat beide kanten goede argumenten hebben. Hij hoort haar heel weinig zeggen over de argumenten die mevrouw Alberts en hij hebben aangevoerd.
Kan zij zich voorstellen dat mensen zich zorgen maken over het dragen van religieuze uitingen bij handhavers? Het lid BROERSEN is van mening dat als men religieuze uitingen beschouwt als een schijn van partijdigheid, men te rade moet gaan bij zichzelf. Het lid ABDI sluit zich grotendeels aan bij het betoog van het lid Havelaar omdat de Partij van de Arbeid van mening is dat neutraliteit uiteindelijk gewoon in het handelen zit. Ze is blij met de keuze van het college om duidelijk te maken dat zij als werkgever van mening is dat alle ambtenaren professioneel en onpartijdig zijn in hun handelen, ongeacht hun religieuze achtergrond. En daarmee komen ook de boa's in lijn met alle andere gemeentelijke ambtenaren in publieksfuncties en dat is belangrijk om te markeren. Ze heeft wel moeite met de discussie waarin de suggestie wordt gewekt dat iemand met een zichtbare religieuze identiteit niet in staat zou zijn om de wet objectief uit te voeren of een goede ambtenaar te zijn omdat hij of zij dan zijn of haar privéopvattingen naar voren zou laten komen. Dat is een hardnekkige aanname en geen bewezen stelling. Dat is zorgelijk omdat je ziet dat op deze aannames en vooroordelen in de samenleving beleid wordt gemaakt en daar is zij fors op tegen. Het lid WIJNANTS vraagt wat het lid Abdi bedoelt met een cultus van neutraliteit.
Het lid ABDI antwoordt dat er heel verschillende opvattingen zijn over neutraliteit en dat die hier te pas en te onpas in de arena worden gegooid. De enige reden waarom hier een discussie over wordt gevoerd is omdat er angst is over hoe het publiek hierop zou reageren. Maar die angst is dan gebaseerd op bepaalde vooroordelen en discriminatie die daaraan ten grondslag liggen, namelijk dat als iemand zich zichtbaar religieus uit anders zou handelen. Dat is kwalijk, ook als je bedenkt wat dit betekent in de stad Amsterdam waar heel veel mensen zich überhaupt al zorgen maken over of zij hun rechten kunnen uitoefenen en als volwaardige burgers worden gezien. Het expliciet zeggen dat iemand deze functie niet mag vervullen omdat men ervan overtuigd is dat die persoon vanwege een religieuze uiting niet onpartijdig of neutraal zou kunnen zijn is kwalijk. Het lid WIJNANTS zegt dat het niet gaat om de intentie en dat het natuurlijk ook discriminatie omdat er een onderscheid wordt gemaakt. De vraag is of het een gerechtvaardigd onderscheid is en daar heeft het EVRM uitgebreid naar gekeken en het antwoord op die vraag is ja, je mag dit onderscheid maken. Er wordt wel meer onderscheid gemaakt naar uitingen. Zo mag je bij de politie bijvoorbeeld ook geen extreemrechtse tatoeages laten zien.
Dus het maken van onderscheid op basis van symbolen en uitingen is een langstaande praktijk en daar wordt een bepaalde uiting aan toegevoegd omdat die afbreuk kan doen aan de neutraliteit. Dus de intentie heeft er niks mee te maken.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
Het feit dat hier voordelen worden genoemd, vindt hij eigenlijk wel jammer, omdat het afbreuk doet aan de oprechtheid van de bezwaren van mensen die zich echt zorgen maken over die religieuze uitingen. Hij zou mevrouw Abdi willen vragen om niet dit soort menselijke emoties erbij te halen maar het te houden op de feiten van de zaak, want die zijn namelijk relevant. Het lid ABDI vindt het verwonderlijk dat de VVD, een zogeheten liberale partij en voorvechter van vrijheden in onze stad, haar beticht van het ondermijnen van bepaalde rechten. In een gepolitiseerde democratische rechtsstaat zijn het de grondrechten die ons beschermen en tegengewicht moeten bieden aan dergelijke sentimenten. Uiteindelijk gaat het erom dat er bij ambtenaren geen onderscheid wordt gemaakt of zij wel of niet zichtbaar hun religie kunnen uiten en of we geloven dat zij neutraal kunnen handelen. Want als je een boa bent in dienst bij de gemeente, dan wordt je daarop geselecteerd en zijn de gesprekken daarop gericht. Het kan niet zo zijn dat alleen maar omdat je zichtbaar religieus bent, dat je daarmee plotseling ineens niet meer neutraal kan zijn. Dat vindt het lid Abdi discriminerend en ze vindt het belangrijk om het hier te noemen. Het lid WIJNANTS noemt het een rechtvaardige vorm van discriminatie.
Hij doet hier niet aan sentimenten, hij vertegenwoordigt de stem van een groot deel van de bevolking, de meerderheid van de Nederlanders die hier moeite mee heeft. En ook in vele andere gemeenten is dit een legitieme discussie met heel veel goede argumenten. Het lid Wijnants is het eens met een heel groot deel van wat mevrouw Abdi zegt. Natuurlijk kunnen boa’s neutraal handelen en aan hun intentie twijfelt helemaal niemand. Maar het gaat om de vraag of je in de openbare ruimte toestaat dat mensen een religieuze uiting doen en dat er sprake kan zijn van vermenging daarin. Het lid ABDI vindt het wel fijn dat de heer Wijnants gewoon klip en klaar duidelijk maakt waar hij staat, namelijk dat hij op basis van een bepaald soort publiek sentiment een pleidooi houdt om bepaalde mensen bepaalde vrijheden te ontnemen. Want daar gaat het om. Uiteindelijk gaat het erom dat wij in een democratische rechtsstaat leven waar je grondrechten hebt die tegengewicht bieden aan dit soort sentimenten. Het zou eng zijn wanneer uit sentiment tegen een bepaalde groep burgers wordt gezegd, u mag niet volwaardig meedoen en we gaan u ook belemmeren in welke wijze u uw religie kunt uitdragen.
De boa’s met wie het lid Abdi meeloopt zijn allemaal vakkundige mensen die heel goed hun werk doen Het zou het heel fijn zijn als daar meer mensen bij kunnen en dat een groep vrouwen die een hoofddoek willen dragen daar niet expliciet worden uitgesloten. Het lid KABAMBA wil haar steun betuigen aan het college voor het besluit om toch te kiezen voor een vorm van neutraliteit die past bij de toekomst, in plaats van het synoniem voor assimilatie dat schuilt achter het woord neutraliteit dat zij van de rechtse kant heeft gehoord. In die visie wordt identiteit in dit geval geuit via een hoofddoek, maar we hebben vaker gezien dat identiteit via huidskleur of via curl-patronen vaker is genoemd als iets dat niet neutraal is en daarom bij verschillende vormen van professionaliteit niet zou horen. Amsterdam gaat vanaf hier naar de toekomst en het lid Kabamba hoopt dat de meerderheid in Nederland waar haar collega van de VVD het over had dat ook doet. Zo niet, dan laat Amsterdam met haar professionals zien dat echte neutraliteit gewoon kan door met bijvoorbeeld een hoofddoek naar je werk te gaan. Het lid VAN SCHIJNDEL laat weten dat Forum hier niet op zit te wachten en hij denkt dat niemand zit te wachten op boa's met een hoofddoek, tulbanden en crucifixen. Het druist in tegen basisprincipes van de seculiere rechtsstaat.
Dus het is heel goed dat minister Yeşilgöz meteen heeft aangekondigd dit onzalige plan de nek om te draaien en Forum ziet haar AMVB tegemoet. Het is namelijk ook zo dat de boa's heel vaak rijksregels moeten handhaven in de stad. Het gaat er niet om dat de boa's professioneel zijn, ongeacht hun religieuze achtergrond. Je moet als burgemeester uitgaan van de burgers en dus juist niet van de religieuze gevoelens van individuele ambtenaren. Dus het gaat niet om de ambtenaren.
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Concept Raadscommissieverslag, 18 april 2024
Burgers hebben er recht op dat overheidsdienaren die geweld mogen gebruiken en boetes mogen opleggen vrij zijn van elke schijn van moreel-religieuze vooringenomenheid. Dat doen ze dus door dat uniform te dragen zonder religieuze parafernalia. Dit heilloze plan is volgens het lid Van Schijndel een doorzichtige poging om weer wat stemmen terug te winnen van hun Turkse en Marokkaanse vrienden, maar die hebben GroenLinks en de PvdA al met drommen verlaten. Die mensen kopen niks voor de almaar toenemende asielchaos, het klimaatfetisjisme en de cocaïnedromerijen van onze burgemeester. Het lid VELDHUYZEN sluit zich aan bij de bijdragen van de leden Khan, Broersen en Kabamba. Na het aanhoren van dit debat wil hij zijn steun uitspreken voor de koers van de burgemeester op dit punt. Hij wil ook afstand nemen van het idee dat het hebben van een geloof of het dragen van een geloofsovertuiging zou conflicteren met het concept van neutraliteit. En hij wil ook afstand nemen van de uitspraak van lid Wijnants waarin hij rechtsextremisten met extreemrechtse tatoeages een-op-een stelt met moslimvrouwen die een hoofddoek dragen.
Dat een groot deel van de Nederlanders moeite heeft met vrouwen met een hoofddoek en dat die aan het werk gaan als handhaver of toezichthouder zegt meer over de normalisering van islamofobie en moslimhaat dan dat het iets zegt over moslimvrouwen in deze stad die simpelweg gebruikmaken van artikel 6 uit de Grondwet, de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Het is belangrijker dat handhavers en toezichthouders integer zijn en handelen in lijn met de gedragscode voor ambtenaren van de gemeente Amsterdam. Wat betreft het citaat waar het lid Van Berkel eerder naar verwees, veel mensen nemen het de burgemeester nog steeds kwalijk dat zij die uitspraken heeft gedaan. Hijzelf heeft ook voordat hij in de raad zat weleens kritiek geuit op uitspraken van de burgemeester. Maar ondanks wat de burgemeester in het verleden heeft verwoord voordat zij burgemeester was en ondanks alle kritiek die hij heeft op diverse plannen en het beleid van de burgemeester is het lid Veldhuyzen er wel van overtuigd dat de burgemeester handelt in het belang van iedereen in deze stad en deze specifieke beslissing is daar volgens hem een goed voorbeeld van. Hij doet het niet vaak, maar in deze complimenten voor de burgemeester. Het lid WIJNANTS maakt bezwaar tegen de rare woorden die de heer Veldhuyzen hem in de mond legt.