Conceptverslag OZA 230208.docx
Tekst van het document
Was het nu nieuws voor haar of niet? Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij meermalen informatie aan de raad heeft gegeven over de gesprekken met het BBO, binnen de taskforce over de nieuwe Lerarenagenda. Zij was verrast dat de schoolbesturen in het interview aangaven dat er een nieuwe vorm van onderwijs zou ontstaan. Alsof dat het nieuwe normaal zou worden. Maar dat is niet afgesproken en vindt zij niet wenselijk. Zij was niet verrast over de opmerking over het sluiten of samenvoegen van kleine scholen, want daarover lopen inderdaad gesprekken. Momenteel is er geen sprake van een acute crisis die over de gemeente heen komt. Dit is een verwaarloosd probleem. Al heel lang geleden was zichtbaar dat dit zou gaan gebeuren. In de jaren tachtig was er een lerarenoverschot. Toen koos men ervoor te streven naar een vermindering van het aantal leraren. Veel leraren zijn uitgestroomd. Die trend moet gekeerd worden. Het lid ROODERKERK vraagt waarom de wethouder verrast was, want de huidige situatie is dat er al lang veel onbevoegden voor de klas staan. Dat is toch niets nieuws? Als de wethouder in gesprek is met de schoolbesturen, hoe kan zij dan verrast zijn door hun plannen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat er een noodplan afgesproken is. Je wilt niet dat kinderen thuis komen te zitten, en daarom kan het noodzakelijk zijn om met een alternatief te komen, dus platform Andersom Amsterdam.
Er is altijd van gezegd dat het een noodplan was, ook al was het langer dan gewenst nodig. Verrassend was dat de schoolbesturen dat noodplan plotseling betitelden als ‘nieuw onderwijs’. Dat was in ieder geval een zeer onwenselijke uitspraak. Ook de minister vindt het onwenselijk. Als je het zo
16
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
zegt als in het interview, gaat alles zich daarnaar vormen, dan voelt het niet meer als een probleem. Maar dat is het wel. Het lid VON GERHARDT vraagt hoe het kan dat de wethouder, terwijl er gesprekken liepen, verrast werd doordat de schoolbesturen dit plotseling naar buiten brachten. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij ervan op de hoogte was dat de schoolbesturen een interview zouden afgeven over het sluiten van te kleine scholen. Maar zij wist niet dat er een uitspraak zou worden gedaan over het ontstaan van een nieuwe vorm van onderwijs. En dat is dus ook geen plan. Het enige plan is de totstandkoming van een nieuwe Lerarenagenda in de taskforce. Zij is in ieder geval blij dat dankzij het ongelukkige interview, weer eens nadrukkelijk is vastgesteld dat het erom gaat dat er goed opgeleide, bevoegde leerkrachten voor de klas moeten staan, en dat die zo goed mogelijk ondersteund moeten worden. Het gaat uiteindelijk niet om de leraren, maar om de kinderen. En om de kinderen goed onderwijs te geven heb je per definitie goed opgeleide leraren nodig. Die norm is gezamenlijk weer eens duidelijk gesteld. Uit de brief van de schoolbesturen van afgelopen week blijkt dat die dat ook zo vinden. Het lid MOLEMA vraagt hoe de wethouder voor de toekomst wil voorkomen dat zij buitenspel wordt gezet door de schoolbesturen. Wethouder MOORMAN ziet dat anders.
In de taskforce worden gezamenlijk de afspraken gemaakt. Daar heeft de gemeente Amsterdam al meer de regierol gepakt dan gangbaar is in andere gemeenten. Zij is heel tevreden over de samenwerking. Amsterdam was de eerste gemeente die het lerarentekort in beeld heeft gebracht. Zij antwoordt het lid Von Gerhardt dat het inderdaad raar is dat je in Nederland wel weet hoeveel kinderen op een bepaalde school zitten, maar niet hoeveel bevoegde scholen op die school zitten. Het zou mooi zijn als er in de Tweede Kamer een motie werd aangenomen waarin gevraagd werd om dat eens goed in beeld te brengen. Zij is trots op de schoolbesturen dat die eerder al met elkaar tot solidariteitsafspraken zijn gekomen. Dat is vrij uniek. Er zijn 43 schoolbesturen in Amsterdam. Die hebben samen geconstateerd dat er grote verschillen zijn in de stad en voelen zich er samen verantwoordelijk voor. Er worden bonussen gegeven op die plekken waar de tekorten het grootste zijn. Dat betekent dat sommige schoolbesturen meer, en sommige minder krijgen. Ook hebben ze samen afgesproken dat ze voor elkaar gaan opleiden, of de 3%-norm. Daaruit blijkt dat de samenwerking uitstekend gaat en dat er solidariteit is. Door één ongelukkig interview, waar zij niet bij aanwezig was, is dat niet allemaal kapot. Zij voelt zich op geen enkele manier buitenspel gezet.
Het lid MOLEMA vraagt of de wethouder vindt dat samenwerking met schoolbesturen heel belangrijk is. Is het niet zo dat je met samenwerking tussen alle partijen in het veld het lerarentekort kan verminderen? Wethouder MOORMAN is dat met het lid Molema eens. Zij antwoordt het lid Rooderkerk verder dat er het programma Ontwikkeldoor bestaat voor de onderwijsassistenten. Er is grote waardering voor de inzet van onderwijsassistenten, maar de huidige inzet van hen voor de klas is een onwenselijke situatie. Iemand moet bevoegd zijn om les te geven. Les geven is een vak. Daarom is er een opleiding voor leerkrachten. Wat haar betreft moeten daarbij de normen eerder omhoog dan omlaag. Belangrijk is dat onderwijsassistenten die dat willen zich kunnen doorontwikkelen. Daarom steunt zij het programma Ontwikkeldoor. Zij antwoordt het lid Haijen dat er cijfers zijn over de functiemix. Het lid ROODERKERK las in de brief dat de deelname aan Ontwikkeldoor sterk afneemt. Er zouden nu nog maar twaalf deelnemers zijn aan het oriëntatietraject, wat heel weinig is op het totaal aan onderwijsassistenten dat in Amsterdam voor de klas staat. Dat zit hem er vooral in dat ze er geen pabo-diploma door kunnen krijgen, of dat het maar liefst zes jaar duurt. Het is belangrijk dat daar verbeteringen in aangebracht worden. Zij vraagt of de wethouder daarover met de lerarenopleiding in gesprek wil gaan.
17
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij niemand kan verplichten om de stap van onderwijsassistent naar leraar te maken. Het vraagt inderdaad veel van onderwijsassistenten om die opleiding te volgen. Sturing hierbij is een bevoegdheid van de minister. Zijzelf vindt het niet verstandig om aan opleidingsnormen te tornen, want daarmee geef je een verkeerd beeld van het leraar zijn. De vaardigheden en de kwaliteiten die je opdoet in een opleiding zijn absoluut noodzakelijk om goed onderwijs te kunnen geven. Het lid ROODERKERK wijst erop dat de pabo zelf aangeeft dat men bekijkt of versnelling van het traject mogelijk is. Dat lijkt dus wel degelijk te kunnen. Wil de wethouder daarover in gesprek gaan, ook in verband met de komende plannen met betrekking tot het lerarentekort? Wethouder MOORMAN antwoordt dat om die reden de lerarenopleidingen aan tafel zitten. Met de 276 opleidingen in Nederland zijn de lerarenopleidingen niet vereenvoudigd. Eigenlijk zij ze alleen maar ingewikkelder gemaakt. Zij is een groot pleitbezorger van een rijksacademie voor leraren, waar leraren gratis worden opgeleid. Zij antwoordt het lid Haijen dat de functiemix wordt bijgehouden door OCW. Het aantal vaste contracten neemt gelukkig toe in Amsterdam. In de taskforce wordt erover gesproken wat besturen doen om leraren te bieden wat zij nodig hebben om binnen het onderwijs te blijven.
Zij is het erg eens met het lid Von Gerhardt over de cijfers. Het is noodzakelijk dat het harde cijfers zijn. Amsterdam is wat betreft het lerarentekort aangesloten bij het G5onderzoek, omdat het goed vergelijkbaar moet zijn. Daarin zie je de vraag hoe het lerarentekort wordt ervaren, wat zij een zorgelijke vraag vindt. Je ziet daarbij soms verschillen en zij vermoedt dat het in sommige gemeenten meer wordt geaccepteerd. Het lijkt dan of het lerarentekort minder is. Zij vindt dat het zo absoluut mogelijk moet worden gemeten. Zij is het met het lid Molema oneens wat betreft de ‘realistische doelen’. Zij had graag gehad dat er wat betreft de woningen een betere match was geweest. De woningen worden wel aangeboden, maar leraren vragen als er een gezin gevormd is om een ander type woning, die minder beschikbaar zijn. Om het in perspectief te plaatsen: vorig jaar zijn er aan 23 reguliere woningzoekenden sociale huurwoningen verhuurd. De krapte is dus enorm. Door sommige leden werd gesuggereerd dat misschien gekeken kan worden naar complexen die specifiek bedoeld zijn voor leraren. Naar de haalbaarheid wordt in het kader van de nieuwe Lerarenagenda onderzoek gedaan. Zij antwoordt het lid Van Laake dat de begeleiding van zij-instroom enerzijds wordt gedaan door de scholen zelf, maar daarnaast is er ook de pool van begeleiders voor extra begeleiding.
Ook dat is een van de solidariteitsafspraken. Daarnaast is met de scholen afgesproken dat sommige scholen met een kleiner tekort, opleiden voor andere scholen. Het tekort bijt zichzelf soms in de staart; scholen met een enorm tekort hebben niet de ruimte zij-instromers op te leiden. Het lid MOLEMA vraagt of de wethouder bereid is te onderzoeken waarom leraren in bepaalde stadsdelen wel en in andere niet willen werken. Wethouder MOORMAN antwoordt dat daarnaar onderzoek is gedaan. Je ziet dat bij schaarste leraren ervoor kiezen te werken op plekken waar het eenvoudiger is. Er zijn verschillen tussen de verschillende scholen in de stad en tussen de stad en andere delen van het land. Het is zorgelijk dat leraren wegtrekken van plekken waar eigenlijk meer van ze wordt verwacht. Op die manier wordt de ongelijkheid alleen maar vergroot. Daarom kiest het college voor ongelijk investeren voor gelijke kansen. De bonus voor leraren op die moeilijker plekken is drie keer zo hoog gemaakt. Ze krijgen daar ook extra voorrang op woningen. Het lid MOLEMA vraagt of de wethouder bereid is te onderzoeken wat precies de oorzaken zijn. Er is inderdaad schaarste, maar er zullen toch ook andere redenen meespelen?
18
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
Wethouder MOORMAN antwoordt dat er al heel veel onderzoek gedaan is. Het heeft weinig zin om dat onderzoek te gaan herhalen; nu is het tijd voor actie. Om deze trend te keren moet je ongelijk investeren. Het lid VAN LAAKE vraagt in hoeverre je ziet dat scholen met minder tekorten werkelijk die verantwoordelijkheid nemen. Zit er nog ruimte? Moet de gemeente meer regie pakken, of doen de scholen dat zelf al genoeg? Wethouder MOORMAN antwoordt dat er samen afspraken zijn gemaakt. Die worden over het algemeen heel goed nagevolgd. Daarop wordt ook gelet. Vorig jaar is geconstateerd dat één schoolbestuur minder opleidde dat afgesproken was, zonder dat er grote tekorten waren. Er zijn toen gesprekken over gevoerd. Het bleek geen verkeerde intentie, maar het had te maken met wisselingen. Dat is nu weer goed opgepakt. Zij antwoordt het lid Runderkamp dat de verdeling inderdaad ongelijk is. Dat versterkt ongelijkheid. Iedereen binnen het onderwijs zou inderdaad recht moeten hebben op de bonus of de arbeidsmarkttoelage, maar het is belangrijk om de schaarste middelen zo goed mogelijk te besteden. Er is voornamelijk sprake van een lerarentekort en een schoolleiderstekort, dus daarop moet zoveel mogelijk ingezet worden.
De heer RUNDERKAMP is benieuwd naar de omvang van de financiële opgave voor de gemeente als de voorrangsregelingen of de toelage verbreed wordt naar onderwijsondersteunend personeel en onderwijsassistenten. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit onderdeel is van het noodplan. De extra middelen komen dus van het Rijk. Met de schoolbesturen is daarover afgesproken dat het specifiek aan de leraren zal worden gegeven, en drie keer zoveel op de plekken waar het het hardst nodig is. Als je de middelen ook aan onderwijsondersteunend personeel geeft, krijgen de leraren daarmee minder. Bij het speciaal onderwijs bedraagt het tekort 31%. Leerlingen in het speciaal onderwijs hebben veel aandacht en begeleiding nodig, dus er moet gekeken worden hoe de leraren in het speciaal onderwijs zo goed mogelijk ondersteund kunnen worden. Zij vond het betoog van het lid Hakiki somber, en dat vond zij jammer. Zijzelf is minder somber over wat gezamenlijk gerealiseerd wordt door gemeenteraad, de verschillende scholen in de stad en de opleidingen. Het lid HAKIKI merkt op dat het noodplan niet gewerkt heeft. Het tekort zou minder dan 5% moeten zijn, maar inmiddels is het gestegen naar 16,7%. Daarover maakt zij zich zorgen. Ook heel veel ouders hebben die zorgen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat die zorgen door iedereen gedeeld worden.
Maar zonder noodplan, zonder aanpak van het lerarentekort en zonder Lerarenagenda zou het tekort nog veel hoger zijn dan 16,7%. Zij vraagt zich af of de leraren met wie het lid Hakiki spreekt tevreden zijn met de inzet van de gemeente. Wat betreft de parkeervergunningen is zij dankbaar voor de inzet van het lid Boomsma. Het gaat inderdaad niet altijd goed. Als een school aangeeft dat een leraar alleen kan blijven als er een parkeervergunning komt, dan kan dat op basis van hardheid. Daarover is een harde afspraak gemaakt. De reiskostenvergoeding legt Amsterdam bij. De voorrang voor woningtoewijzing is ook iets wat alleen in Amsterdam zo gebeurt. Daarnaast zijn er nog de zij-instroombeurzen, de beurzen voor de schoolleiders. Op allerlei manieren geeft de gemeente ondersteuning. Zij zou graag hebben dat met dit alles het tekort daalt, maar als je zegt dat het niet heeft gewerkt, dan geef je niet het goede beeld. Moet zij dan stoppen met alle maatregelen? Het lid HAKIKI oppert dat het misschien tijd is voor andere plannen. Onderaan de streep blijkt het noodplan gewoon niet te werken. In Zuidoost, Nieuw-West en Noord is het lerarentekort erg hoog. Die trend bestaat al lang.
Zijn er andere plannen die de wethouder even uit de kast kan halen om dit te veranderen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij plannen die ‘even’ uit de kast kunnen worden gehaald, niet ‘even’ in de kast had laten liggen. Zij is benieuwd welk plan zij ‘even’ in de kast heeft laten liggen. Van het geschetste probleem ligt zij ’s nachts wakker. Het lid
19
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
Hakiki suggereert dat zij de kinderen in Zuidoost en Nieuw-West in de steek laat. Dat beeld is verkeerd. Zij verwacht dat het stadsbestuur de aanpak voor meer leraren voor de klas ondersteunt. Het lid HAKIKI blijft erbij dat het al jaren niet goed gaat. Zij vraagt de leraren mee te laten denken over het beleid, want op dat punt gaat het mis. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit gebeurt. Zij antwoordt het lid Bilgin dat ook zij liever had gehad dat het meer was dan 38 woningen. Zij is daarop al eerder ingegaan. De reiskosten worden vergoed door de schoolbesturen, maar dan slechts tot 23 km. Het stuk daarna neemt de gemeente voor haar rekening. Op die manier worden dus alle reiskosten vergoed, ook die van het GVB. Er wordt een vast aantal parkeervergunningen verstrekt aan de verschillende scholen, maar op basis van hardheid kunnen scholen extra parkeervergunningen aanvragen om te voorkomen dat leraren vertrekken. Zij vond de manier waarop het lid Boomsma het beschreef bijzonder verstandig. Het is inderdaad extreem problematisch, maar je mag vooral niet opgeven. Het doel moet altijd zijn om een bevoegde leraar voor de klas te hebben staan. Bij de schoolleiders is het probleem zo mogelijk nog groter, en een tekort aan goede schoolleiders leidt weer tot een vergroting van het lerarentekort. Er zal in de Lerarenagenda aandacht worden gegeven aan dit probleem.
Er zijn nu meerdere leraren die na hun pensionering blijven doorwerken. Daar zijn mogelijkheden voor. Toch zijn ook heel wat leraren toe aan hun pensioen, als zij die leeftijd bereiken. Het lid BILGIN bedoelde met het leerkrachtenabonnement voor het GVB is dat niet alleen gekeken wordt naar werkgerelateerd reizen, maar naar 24/7 vrij reizen voor de leerkrachten. Het idee is op die manier hun koopkracht te vergroten. Wat denkt de wethouder daarvan? Veel leerkrachten blijken problemen te ervaren met de cultuur in de schoolomgeving. Wat zit daar precies achter? Wethouder MOORMAN antwoordt dat al onderzocht is of de koopkracht van leraren verbeterd kan worden met een stadspas. Dat bleek niet direct te leiden tot het werven of behouden van leraren. Het zit hem echt in het salaris, in de werkomstandigheden. Elke leraar zal een andere interpretatie hebben van een gezonde en veilige cultuur binnen een school. Zoals het lid Boomsma zei, zijn de Nederlandse klassen zeer druk. Het zou verstandig zijn om in Nederland tot een maximale klassengrootte te komen, maar die wens staat wel haaks op het willen oplossen van het lerarentekort. Toch is het goed om het gesprek daarover te blijven voeren, ook vanwege de groeiende stroom leerlingen naar het speciaal onderwijs. Dat heeft te maken met de drukte van de klassen, waardoor de kinderen die meer aandacht nodig hebben niet genoeg aan bod komen.
Zij antwoordt het lid Haijen dat er op dit moment inderdaad nog wel tegoeden staan bij de samenwerkingsverbanden. Met name bij het vo is er een behoorlijke reserve aanwezig. Er wordt gesproken over mogelijkheden om dat geld in te zetten voor inclusief onderwijs. Dat heeft alles te maken met ondersteuning voor de leraren. Zij antwoordt het lid Boomsma dat nu al op een aantal scholen studenten worden ingezet ter ondersteuning in verband met het probleem van ontlezing. Die studenten worden dan ondersteund en geholpen met huisvesting tijdens hun studie. Zij vindt de suggestie van het lid Boomsma interessant en zal kijken of er iets mogelijk is binnen het Leesoffensief of de Lerarenagenda. Zij tekent daarbij wel aan dat rust in de klas heel belangrijk is om tot leren te komen, en voor leraren om het goed vol te houden. Veel wisselingen voor de klas, vooral als het om onbevoegde krachten gaat, kunnen voor problemen zorgen. Zij is het eens met het lid Yemane dat doorgezet moet worden, en dat de kansenkloof niet mag vergroten. Formeel is er geen ruimte voor de gemeente. Het is zaak om binnen de verantwoordelijkheid die iedereen voelt, de maximale ruimte op te zoeken. Het lid YEMANE vraagt of haar vrees reëel is dat onbevoegde krachten vooral worden ingezet in Zuidoost, Nieuw-West en Noord.
20
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
Wethouder MOORMAN antwoordt dat er op dit moment al onbevoegde krachten voor de klas staan. Dat kan soms niet anders. Het gebeurt dan met name op de plekken waar de tekorten het grootst zijn. Voor de langere termijn moet daarvoor een oplossing bedacht worden. Het lid YEMANE was vorige week op werkbezoek bij een openbare scholengemeenschap in de Bijlmer. Toen had men het hierover. Zij vraagt of de gemeente nog iets van sturingsruimte heeft. Als het noodzakelijk is om onbevoegde mensen voor de klas te zetten, kan dat dan verdeeld worden over alle stadsdelen? Zij wil niet dat alleen die drie stadsdelen onbevoegden voor de klas krijgen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij die bevoegdheid niet heeft. Daarom wordt er gezamenlijk steeds gesproken over de verdeling, waarbij op de plekken waar de tekorten het grootst zijn de ondersteuning het beste is. Gelukkig is er sprake van stabilisering; de ongelijkheid neemt niet nog meer toe. Het maken van afspraken heeft dus wel degelijk effect. Maar zij kan dus niet zelf een verdeling maken. Het zou prettig zijn als er meer formele sturingsmogelijkheden komen te liggen bij de gemeente. Tweede termijn Het lid ROODERKERK is blij dat dit debat gevoerd is. Het is goed dat de wethouder goed samen optrekt met de schoolbesturen en de leraren.
Haar fractie gaat een motie voorbereiden in verband met de zorgen over de vertegenwoordiging van leraren, dus dat zij niet direct aan tafel zitten. Het lid BOOMSMA snapt dat veel docenten gewoon met pensioen willen gaan, maar op dit moment gaan er meer leraren met pensioen dan erbij komen. Er is dus alles aan gelegen om die ervaren leerkrachten zo lang mogelijk te behouden. Hij vraagt of er nog specifieke maatregelen denkbaar zijn om dat te stimuleren. Misschien kunnen ze een bonus krijgen? Of iets meer van hun salaris behouden, ook al hebben ze een pensioen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit een aantal jaren geleden uitgezocht is. Aan de mensen die wel nog aan het werk waren, is gevraagd om welke redenen zij aan het werk bleven. Er lijken gaan financiële belemmeringen te zijn. Leraren die stoppen vanwege pensionering zijn er vaak ook echt klaar mee. Leerkrachten die doorgaan, vinden het nog steeds erg leuk en waardevol. Scholen stimuleren dit zoveel mogelijk. Zij is bereid om nog eens te checken of extra inzet inderdaad tot extra effect kan leiden. Destijds kwam men tot de conclusie dat dit niet zo is. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is en voor middellange bespreking geagendeerd wordt voor de raad. 5.
Rapportage Schooltuinen en Natuureducatie schooljaar 2021-2022 (VN2023003033) De VOORZITTER licht toe dat dit bespreekpunt als TKN-stuk aangeleverd was, waarna het geagendeerd werd op verzoek van het lid Didderen van de Partij voor de Dieren. Het werd bij de vorige vergadering doorgeschoven. Het lid DIDDEREN is erg enthousiast te lezen dat kinderen in de stad leren waar hun voedsel vandaan komt, want kennis over het voedselsysteem is van groot belang voor het herstellen van de relatie tussen mens en natuur. Maar wat zij las in het lesmateriaal van de boerderij-educatie valt voor haar niet te rijmen met de ambities van het college. De zuivelindustrie drukt een gigantische stempel op deze boerderijlessen. De bezoeken aan de boer zijn voor een groot deel gericht op informatie over de melkveehouderij en de vleeskalveren. Rechtstreeks wordt er verwezen naar zuivelonline.nl. Het lijkt er niet op dat deze kinderen wordt verteld over het ernstige dierenleed dat schuilgaat in deze industrie en over de extreme milieubelasting die ermee gepaard gaat. Hoe rijmt dat met de plannen van dit college voor een duurzaam en diervriendelijk Amsterdam?
21
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
In de Amsterdamse Strategie Circulair staat bijvoorbeeld duidelijk dat het onderwijs juist zo belangrijk is voor de transitie naar een duurzaam voedselpatroon. Op het Actieplan Eiwittransitie staat ‘een meer plantaardig voedingspatroon onderdeel maken van voedseleducatie op scholen.’ Als actie wordt benoemd: ‘intern en extern samenwerking opzoeken en mogelijkheden voor voedseleducatie op verschillende onderwijsniveaus te verkennen’. Het is aanmatigend dat van alle mooie woorden over een duurzaam en plantaardig voedselpatroon zo weinig terug te vinden is in het lesprogramma boerderij-educatie, dat een groot pr-verhaal van de zuivelindustrie lijkt te zijn. In de evaluatie van Amsterdam Strategie Circulair staat dat de afgelopen jaren gebleken is dat de omslag naar een meer plantaardig voedingspatroon gevoelig ligt. Zij vraagt in hoeverre men ook bij de boerderij-educatie tegen die gevoeligheid aanloopt.
En hoe denkt het college vorm te geven aan de actiepunten uit het Actieplan Eiwittransitie? Wat is volgens de wethouder nodig om deze actiepunten te verweven met het educatieprogramma en op welke termijn kan daarvan effect worden verwacht? Erkent de wethouder het dierenleed in de zuivelindustrie? Is zij het met de Partij voor de Dieren eens dat de invloed van deze industrie op het onderwijs niet past bij de ambities die het college voor de stad heeft? Zij is benieuwd wat de andere partijen hierover denken. Zouden die een eventuele motie van de Partij voor de Dieren steunen om af te zien van samenwerking met de zuivelindustrie voor het onderwijs? De heer RUNDERKAMP merkt op dat goed onderwijs uit meer bestaat dan het leren van cognitieve vaardigheden. In schooltuinen komen kinderen in contact met de natuur. Meer kennis over de natuur en het milieu vergroot de betrokkenheid van jongeren bij een gezonde levensstijl. Juist daar ligt de meerwaarde van de schooltuinen. De PvdA heeft zich in het verleden sterk gemaakt om onderwijs in de schooltuinen af te stemmen op de Amsterdamse aanpak gezond gewicht. Zijn fractie blijft het belang van schooltuinen koppelen aan de gezondheid van Amsterdamse kinderen. Het percentage scholen dat deelneemt aan het schooltuinenprogramma lag in 2021 op 73%.
Hoe worden de 27% niet-deelnemende scholen bereikt? Hij vraagt verder of de impact van de coronamaatregelen op de deelname aan het schooltuinprogramma van 2022 nog doorwerkt. Hij antwoordt het lid Didderen dat hij de motie graag tegemoet ziet. Het lid DIDDEREN is benieuwd wat de PvdA vindt van de samenwerking met de zuivelindustrie voor het onderwijs in Amsterdam. De heer RUNDERKAMP merkt op dat zijn partij tegen onnodig dierenleed is. Het ontbreekt hem echter aan kennis om in te kunnen gaan op de vraag hoe het onderwijs samenwerkt met de zuivelindustrie. Het lid HAIJEN vraagt hoe het staat met de zoektocht naar een nieuwe locatie voor de schooltuinen in Gaasperdam. Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Didderen dat het gaat om de definitie van ‘zuivelindustrie’. Er wordt samengewerkt met zeven of acht boerderijen omdat je kinderen wilt leren waar melk vandaan komt. Daarbij zit een aantal kleinschalige en biologische boeren. Er wordt gewerkt aan een nieuwe visie. Daaruit zal duidelijk worden hoe het college hiermee verder wil gaan. Het lid DIDDEREN wijst erop dat in het lesmateriaal verwezen wordt naar zuivelonline.nl. Dat lijkt haar onwenselijk. Wethouder MOORMAN zegt toe dat zij dit in de nieuwe visie zal heroverwegen. Zij antwoordt het lid Runderkamp dat alle scholen bereikt worden. Dwang is uiteraard niet mogelijk.
Het is aan de scholen zelf om de keuze te maken of zij er wel of niet aan willen deelnemen. De financiering is volledig voor rekening van de gemeente. Zij raadt aan om kennis te nemen van de mooie documentaire die is gemaakt over honderd jaar schooltuinen. Daaruit komt goed naar voren hoe bijzonder schooltuinen zijn. Zij antwoordt het lid Haijen dat men bezig is met de schooltuinen van Gaasperdam.
22
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Het wordt op voorstel van mevrouw Didderen geagendeerd voor een korte behandeling in de raadsvergadering van 15-16 maart. Zij stelt voor de vergadering inclusief spreektijden met een halfuur te verlengen om de agenda geheel af te kunnen werken. Zij constateert dat de commissie daarmee akkoord gaat. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 6. Kennisnemen van het initiatiefvoorstel Aanpak menstruatiearmoede in Amsterdam en de bestuurlijke reactie (VN2022-039664) De VOORZITTER licht toe dat dit initiatiefvoorstel is ingediend door GroenLinks, BIJ1, PvdA, D66, Lijst Kabamba, Partij voor de Dieren en DENK. Het lid YEMANE stelt haar vragen mede namens de PvdA, BIJ1 en D66. Het is goed dat het college aan de slag gaat met de bestrijding van menstruatiearmoede. Recent onderzoek in Amsterdam liet zien dat menstruatiearmoede een groot probleem is. Ruim een kwart van de ondervraagden heeft niet altijd geld voor menstruatieproducten. Onderzoek van Neighborhood Feminist laat zien dat menstruatiearmoede samenhangt met de stijgende kosten, waardoor steeds meer mensen last hebben van menstruatiearmoede. Dit heeft te maken met de toenemende druk op de bestaanszekerheid. Steeds minder mensen kunnen rondkomen. Het is belangrijk om onder alle verschillende vormen van armoede, expliciet de menstruatiearmoede te noemen.
Op die manier beseft men misschien beter het dagelijkse lijden van mensen die te maken hebben met armoede. Er moeten keuzes gemaakt worden, zoals tussen het kopen van voedsel of van menstruatieproducten. Toch zijn menstruatieproducten een maandelijkse basisbehoefte. Daarom wordt in het initiatiefvoorstel verzocht om te onderzoeken hoe en waar menstruatieproducten gratis verstrekt kunnen worden. Het college stelt in zijn beantwoording dat de gelden bedoeld voor de pilot voor nu voldoende zijn. Zij vraagt zich af of dat inderdaad voldoende is. En hoe weet het college dat? Wordt er gemonitord of geëvalueerd? Hoe weet men dat de uitbreiding van de uitgiftepunten op dit moment voldoende is? Zijn dit de meest toegankelijke plekken, waar iedereen, makkelijk terechtkan? Geldt dat ook voor basisschoolkinderen? Het is belangrijk om meetinstrumenten te koppelen aan deze pilot, zodat er lessen geleerd kunnen worden. Dan kan je iets structureels en duurzaams inrichten tegen menstruatiearmoede in Amsterdam. Doordat steeds meer Amsterdammers moeite hebben met het kopen van menstruatieproducten, gaan ze over tot het gebruik van wc-papier. Soms gebruiken ze menstruatieproducten te lang, waardoor er gezondheidsklachten ontstaan. Daarom wordt het college in het initiatiefvoorstel verzocht om extra voorlichting hierover te organiseren.
Het is de vraag of die voorlichting op zijn plek is bij de voorlichting over seksualiteit en seksuele gezondheid. Liever ziet zij dat de informatie over menstrueren wordt meegenomen in vakken en campagnes rond algemene gezondheid. Daarmee kan het taboe op menstruatie te doorbreken. Het college geeft aan dat men terechtkan bij het Centrum Seksuele Gezondheid voor vragen rondom menstruatie. Omdat er bij menstruatiearmoede sprake is van dubbele schaamte, twijfelt zij aan deze optie. Het is voor een veertienjarige vaak lastig om naar het Centrum Seksuele Gezondheid te gaan met vragen over menstruatie. Hoe denkt de wethouder daarover? Hoe kan voorlichting over dit onderwerp zo toegankelijk mogelijk gemaakt worden? Het lid DIDDEREN is blij dat er stappen gezet worden om menstruatiearmoede aan te pakken. Zij sluit zich aan bij het betoog van het lid Yemane. In het voorstel worden duurzaamheidsambities niet expliciet genoemd. Het lijkt haar belangrijk om daarnaar te kijken. Hoe gaat het college invulling gaat geven aan het verstrekken van menstruatieproducenten in relatie tot milieuvriendelijkheid? Onderzoek wijst uit dat de wegwerpproducten een grote negatieve impact hebben op het milieu. Er zijn milieuvriendelijker alternatieven, zoals cups of menstruatieondergoed.
Wat betreft de voorlichting vindt haar fractie het belangrijk dat naast de uitleg over wat menstrueren inhoudt en de verschillende producten, er ook uitleg wordt gegeven over de milieu-impact
23
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
van de verschillende producten. Zij vraagt de wethouder toe te zeggen dat het duurzaamheidsaspect onderdeel wordt van de campagne. Het lid WEHKAMP merkt op dat menstruatiearmoede grote gevolgen heeft. Ruim 25.000 Nederlandse meisjes en jonge vrouwen missen schoollessen door gebrek aan geld voor het kopen van maandverband of tampons. Zij sluit zich aan bij de bijdrage van GroenLinks en BIJ1, die ook met de PvdA is voorbereid. In het bijzonder wil ze ingaan op het derde punt van het initiatiefvoorstel om ook de private sector, zoals producenten van menstruatieproducten, te betrekken om menstruatiearmoede tegen te gaan. De wethouder schrijft in haar reactie op het initiatiefvoorstel dat de maatschappelijke initiatieven contact moeten opnemen met de private sector. En natuurlijk moet de overheid niet op de stoel van de uitvoerende organisaties gaan zitten, maar de gemeente kan wel deuren openen en zich inzetten om te maken dat het doel beter bereikt wordt. De gemeente kan een faciliterende rol spelen. Ook bedrijven zoals Always en Yoni willen menstruatiearmoede tegengaan. Zo kunnen mensen in de Yoniwebshop een Pay for Period-bundel kopen, waarmee een maand menstruatieproducten gedoneerd worden aan iemand die het nodig heeft. Ook zijn er particuliere organisaties die menstruatieproducten uitgeven.
Zij vraagt de wethouder hoe die aankijkt tegen haar faciliterende rol door ook bedrijven te betrekken bij het tegengaan van menstruatiearmoede. Bij de Hema kunnen menstruatieproducten via het kindtegoed gekocht worden. Kan bekeken worden of de Hema dat ook tegen kostprijs kan doen, zoals nu ook het geval is op scholen? Het lid VAN LAAKE vindt het opvallend dat alleen gekeken wordt naar het beschikbaar stellen van gratis menstruatieproducten door de lens van bestaanszekerheid. Zo wordt het ook verwoord in het initiatief, dat opgesteld is als reactie op de toenemende armoede. Het is goed te spreken over menstruatiearmoede en zich met dit initiatief vooral te richten op de mensen en de gebieden die het het hardst nodig hebben. Toch hoeft het verstrekken van menstruatieproducten niet alleen een armoedevoorziening te zijn. In Schotland is het bijvoorbeeld voor lokale overheden verplicht om menstruatieproducten te verstrekken. Waarom op toiletten niet behalve gratis toiletpapier, ook gratis menstruatieproducten verstrekken? De gemeente zou wat dat betreft de toon kunnen zetten in de openbare toiletten. Hoe ziet de wethouder dat? Is dit onderdeel geweest van het gesprek over dit initiatiefvoorstel? Het lid AHMADI merkt op dat een kernwaarde van haar partij is om groepen die structureel worden achtergesteld binnen het kapitalisme vooruit te helpen.
Daarom wil zij stappen zetten om de strijd tegen menstruatiearmoede aan te gaan. De gevolgen van menstruatiearmoede zijn desastreus voor mensen. Behalve de gezondheidsimpact, maakt het dat vrouwen en menstruerende mensen soms de deur niet meer uit durven. Dit zorgt voor een achterstand op het gebied van werk, onderwijs en sociaal kapitaal. De uitwerking op het dagelijks leven is ontwrichtend. Het verergert ook de ongelijkheidskloof tussen mannen en vrouwen. Tot nu toe was het in Nederland niet vanzelfsprekend om dit stukje consistent en structureel mee te nemen in de aanpak van armoede en bevordering van gelijkwaardigheid. Daarin komt gelukkig verandering. Neighborhood Feminist is al begonnen met het ophangen van menstruation stations. In Amsterdam worden nu ook middelen beschikbaar gesteld om dit beleid voort te zetten. Daarmee wordt een begin gemaakt met het bestrijden van menstruatiearmoede. Uit het onderzoek van Neighborhood Feminist komt naar voren dat in Amsterdam meer dan een kwart van de bewoners weleens problemen heeft gehad met het betalen van menstruatieproducten. Het gaat dus om heel veel mensen. Haar fractie vindt dat de prioriteit van het onderwerp hoger moet komen in het structurele armoedebeleid. Geprobeerd moet worden om deze achterstand volledig weg te nemen.
Ziet het college dat ook zo? In de bestuurlijke reactie staat dat het kindtegoed ingezet kan worden voor menstruatieproducten. Er is echter specifiek gevraagd om geen bestaande armoederegelingen in te zetten om menstruatieproducten aan te schaffen, omdat in de huidige regelingen niet voorzien wordt in deze behoefte. Het kindtegoed is bijvoorbeeld bedoeld voor kleding, schoolspullen etc. voor kinderen uit arme gezinnen. Menstruatieproducten vallen onder de basisbehoeften. Daarom moet gekeken worden
24
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
naar uitbreiding, in plaats van het inzetten van de al schaarse regelingen. Dat zou namelijk ook betekenen dat het kindtegoed voor jongens niet opgaat aan menstruatieproducten, en voor meisjes wel. Dat vergroot de ongelijkheid tussen de seksen. Zij vraagt het college daarin tegemoet te komen. Het lid BILGIN merkt op dat in de stadsdeelcommissie Nieuw-West een voorstel is aangenomen om gratis menstruatieproducten te verstrekken. Heeft het college daar al iets mee gedaan? Het lid HOOGTANDERS vindt dat armoede serieus moet worden aangepakt. Zij heeft dan ook veel sympathie voor het voorstel van de indieners, en ook voor de argumentatie om door middel van voorbeelden en het benoemen van typen armoede zichtbaar te maken welke schrijnende keuzes soms gemaakt moet worden. Toch is de VVD er geen voorstander van om armoede gefragmenteerd te benoemen en daarmee ook gefragmenteerd aan te pakken. Armoede moet structureel aangepakt worden. Er moet geïnvesteerd worden om te zorgen dat mensen hun inkomen structureel kunnen verhogen. Zij vraagt wat de wethouder gaat doen om de armoede structureel aan te pakken. Er is landelijk een motie aangenomen om menstruatieproducten te gaan verstrekken.
Hoe verhoudt die zich tot dit voorstel? Worden er geen dingen dubbelop gedaan? Het lid YEMANE vraagt of het niet verstandig is om tot de armoede structureel is opgelost, pleisters te plakken op de kleinere wonden. Het lid HOOGTANDERS is geen tegenstander van het tijdelijk nemen van maatregelen. Als het voorstel is om het grote probleem aan te pakken en deze maatregelen tijdelijk te maken, wil zij haar steun nog eens heroverwegen. Het lid AHMADI wijst erop dat de menstruatie structureel meer kosten voor vrouwen geeft. Vindt de VVD dat vrouwen om die reden definitief meer moeten gaan verdienen dan mannen? Het lid HOOGTANDERS antwoordt dat het sowieso een uitdaging is ervoor te zorgen dat vrouwen gelijk beloond worden als mannen. Zij wil zich er graag samen voor inzetten. Wethouder MOORMAN complimenteert de heer Bilgin; hij was de enige man in de commissie die over dit onderwerp sprak. Het gaat erom niet te compartimenteren, maar wel de problemen onder ogen te houden en ze zo goed mogelijk aanpakken. Menstruatiearmoede is een probleem van iedereen, ook vanwege de gezondheidseffecten ervan. Zij antwoordt het lid Yemane dat er haast wordt gemaakt met de aanpak van dit probleem. Er is al 50.000 euro beschikbaar gesteld vanuit het armoedefonds, dat aangeeft dat dit bedrag voorlopig voldoende is. De ontwikkeling gaat echter door, dus zij blijft de behoefte volgen.
Er is qua voorlichting van alles, maar er is nog een taboe te slechten. Er is een verantwoordelijkheid voor iedereen om dat zo goed mogelijk te doen. Zij antwoordt het lid Didderen dat er inderdaad een milieueffect is van menstruatieproducten. De duurzame producten zijn duurder dan de niet-duurzame. Toch heeft een van de verstrekkers daarvan de producten een jaar lang gratis ter beschikking gesteld aan de Sociale Kruidenier. Het lid DIDDEREN is blij dit te horen. Een vrouw gebruikt in haar leven ongeveer 9000 tampons. De kosten daarvan lopen zo op, dat het op de lange termijn ook financieel aantrekkelijker is om voor herbruikbare producten te gaan. Wethouder MOORMAN herhaalt dat er dus meerdere leveranciers zijn die hun bijdrage leveren, ook met duurzame producten. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat die contacten er zijn. Verder zijn er het Armoede Elftal, het PACT etc. Zij antwoordt het lid Van Laake dat het idee van menstruatieproducten in openbare toiletten interessant is, maar zij kan geen toezegging doen.
25
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
Zij antwoordt het lid Ahmadi dat armoede de prioriteit moet hebben. De verschillende onderdelen van die armoede moeten zeker aandacht krijgen. Het lid WEHKAMP vraagt toe te zeggen dat er met particuliere organisaties wordt gesproken. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij dat al doet, dus is het geen toezegging. Zij antwoordt het lid Hoogtanders dat zij het volkomen eens is dat het gaat om bestaanszekerheid. Dat fundament moet op orde zijn. Er moet inderdaad gekeken worden hoe mensen tot een algemenere oplossing zo goed mogelijk moeten worden ondersteund. Bestaanszekerheid is overigens een rol van het Rijk, niet van de gemeente. De gemeente heeft armoedevoorzieningen om te zorgen dat mensen zo goed mogelijk kunnen meedoen in de samenleving. Steeds meer wordt hetgeen de gemeente doet met armoedevoorzieningen een onderdeel van de bestaanszekerheid. Dat is een verkeerde ontwikkeling. Het lid HOOGTANDERS is het met de analyse van de wethouder gedeeltelijk eens. Er is natuurlijk wel een groep mensen waar de gemeente een verantwoordelijkheid voor heeft. De gemeente kan investeren in mensen in de bijstand en jongeren om ervoor te zorgen dat die structureel voldoende inkomen hebben om in hun bestaanszekerheid te voorzien. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij als dat mogelijk was graag de bijstand zou willen verhogen.
Ook zou zij graag toelaten dat mensen in de bijstand meer mogen bijverdienen, of meer willen geven aan mensen in de bijstand. Maar daarvoor bestaan allerlei wettelijke beperkingen. Het lid HOOGTANDERS benadrukt dat mensen in hun eigen inkomen moeten kunnen voorzien. De overheid moet zorgen dat mensen structureel versterkt worden zodat ze op een zo hoog mogelijk niveau in hun eigen inkomen kunnen voorzien. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij daarom groot voorstander is van het verhogen van het minimumloon, maar ook daarop heeft de gemeente niet direct grip. Het lid AHMADI vraagt op welke manier gemonitord gaat worden. Wordt er elk jaar gekeken of het voldoende was, en of de punten waar ze verstrekt worden toereikend zijn? Zij had ook nog een vraag gesteld over het kindtegoed. Wethouder MOORMAN antwoordt met betrekking tot het eerste punt dat zij in gesprek is met het armoedefonds. Op dit moment zegt men dat het voldoende is, maar dat kan nog veranderen. Onlangs heeft zij ook een gesprek gevoerd met Neighborhood Feminist, en dat gesprek blijft doorgaan. Wat betreft het kindtegoed: er zijn 23 verschillende armoederegelingen, en dat is veel. Het streven is die bij elkaar te brengen. Tegelijkertijd wil je daar voorzien waar het het hardste nodig is. Net als bij de eerdere discussie over de lumpsum is het de vraag hoe je wilt sturen, of het juist vrijlaten.
Het kindtegoed is op de stadspas geplaatst, omdat het daarmee makkelijk is voor kinderen en ouders om het te besteden. Het mag daaraan ook besteed worden. Het lid AHMADI begrijpt dat de armoede niet op gemeentelijk niveau op te lossen is. Maar menstruatiearmoede is een nijpend probleem dat het meedoen van mensen in de samenleving blokkeert. Er is niet apart in geïnvesteerd. Als het kindtegoed hiervoor beschikbaar wordt gesteld, voorziet men niet in een behoefte die nu pas aan het licht komt. Zij vraagt of er in het vervolg wel specifiek op toegezien wordt. Wethouder MOORMAN is het daar niet mee eens. Er wordt wél in voorzien, omdat er al die verschillende uitgiftepunten zijn en omdat samengewerkt wordt met het armoedefonds. Daarnaast is aangegeven dat het kindtegoed er ook aan besteed mag worden. Als de wens is om op de stadspas een aparte voorziening te zetten voor menstruatieproducten, dan ziet zij het voorstel daarvoor graag tegemoet.
26
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
Het lid YEMANE merkt op dat de gelden van de pilot van 50.000 euro vrijgemaakt worden om de menstruatieproducten te verstrekken. Zij vraagt hoe je weet wanneer het geld bijna opraakt, wanneer je in actie moet komen. Hoe weet je wat wel en niet goed gaat, zodat lessen geleerd kunnen worden? Hoe weet je of het uitbreiden van de uitgiftepunten op deze locaties de meest toegankelijke zijn voor iedereen? Hoe kan het allemaal zo goed mogelijk geëvalueerd worden? Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit alleen kan door gesprekken te hebben met degene die de contacten heeft met de mensen die het nodig hebben. Daarom verwijst zij steeds naar het armoedefonds. Daarnaast zij er nog de contacten met voedselbanken, de Sociale Kruidenier, Neighborhood Feminist etc. Het lid YEMANE vraagt of het mogelijk is om na een halfjaar of een jaar, of wanneer het geld voor de helft of twee derde op is, met een voortgangsrapportage te komen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er zeker een evaluatie komt. Er zal gekeken worden in welke vorm daarover gerapporteerd wordt. Zij antwoordt het lid Bilgin dat zij de samenwerking erg waardeert. Die is nodig om dit zo goed mogelijk te doen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is. Zij vraagt de indieners van het voorstel hoe zij ermee verder willen. Zij schorst de vergadering van 12.12-12.15 uur.
Het lid YEMANE deelt namens de indieners van het initiatiefvoorstel mee dat het voorstel in gewijzigde vorm ingediend zal worden bij de volgende raadsvergadering. 7. Kennisnemen van de beantwoording van de adviesbrief van de Stedelijke WMOadviesraad over de uitvoering aanpak energiearmoede. (VN2023-003032) Het lid WILLIAMS deelt de zorgen die zich uiten in dit advies. In de beantwoording van de brief wordt verwezen naar het Rijk. Volgens het college moet dat ervoor zorgen dat alle groepen die te maken hebben met gestegen energiekosten, daadwerkelijk aanspraak kunnen maken op prijsmaatregelen. De gemeente heeft daarin ook een rol. Een Amsterdamse student zocht zijn heil bij de rechter omdat hij met het huidige beleid geen aanspraak kon maken op energietoeslag. De wethouder gaf in de media afgelopen week aan dat zij die student begrijpt, maar dat het financieel en qua capaciteit onmogelijk voor de gemeente is om alle 45.000 studenten in Amsterdam energietoeslag uit te keren. Wat is het vooruitzicht voor de gemeente als de rechter op 14 maart beslist in het voordeel van de studenten? En hoe zit het met de lobby naar Den Haag in deze kwestie? Wethouder MOORMAN antwoordt dat energietoeslag voor 45.000 studenten de gemeente 80 miljoen euro gaat kosten. Dat is een enorme aanslag op de begroting.
Minister Schouten heeft aangegeven dat gemeenten die meer hebben uitgegeven aan energietoeslag dan ze van het Rijk hebben gekregen geen compensatie ontvangen. Hett zou dus helemaal voor rekening van Amsterdam komen. Zij begrijpt de student in kwestie, maar die heeft zich vervoegd bij het verkeerde loket. Hij moet bij het Rijk zijn. De gemeente heeft al meerdere lobbybrieven naar het Rijk gestuurd. Ook de VNG laat wat dit betreft steeds van zich horen. Die lobby wordt voorgezet. Het oordeel van de rechter wordt afgewacht en er worden verschillende scenario’s uitgewerkt voor de manier waarop ermee omgegaan kan worden. Overigens is het nieuws gekomen dat er een energiefonds is gestart. Dat lijkt een voorliggende voorziening te zijn die misschien een oplossing kan bieden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling
27
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
8. Toegang tweedelijns specialistische zorg door afschaling personeel bij VUMc Amsterdam. (VN2023-003034) De VOORZITTER licht toe dat dit bespreekpunt is aangehouden in de vorige vergadering. Het is geagendeerd door het lid De Jong van JA21, die inmiddels aanvullende stukken naar de commissie heeft gestuurd. Verder is er een stuk van het college binnengekomen met antwoorden op de gestelde vragen. Het lid DE JONG merkt op dat een aantal van de vragen voorgelegd is aan de Raad van Bestuur van het Amsterdam UMC. Er is een samengevoegde brief ontvangen van de burgemeester en wethouder Rijxman, die er gerust op blijken te zijn dat de zorgcapaciteit niet terugloopt. Er wordt in de beantwoording van de Raad van Bestuur gesuggereerd dat een thoraxchirurg stand-by staat op locatie AMC en Meibergdreef, die in geval van nood kan opereren op de VU. Maar daar staan geen hartlongmachines meer, dus die moet hij meenemen, met een heel perfusieteam. Dat gebeurt in de praktijk natuurlijk niet. Je bent niet welkom meer in de VU. Er wordt gesuggereerd dat er een shockroom of traumakamer openblijft op de VU, maar de traumatologie gaat per maart wel weg. Er is dan een traumakamer zonder traumatoloog. Hij is dus niet gerust op de beantwoording. Hij vraagt een reactie van de wethouder. De heer RUNDERKAMP dankt het lid De Jong voor zijn notitie en het agenderen van dit punt.
Het AMC is nu het enige traumacentrum in Amsterdam. In de provincie heb je dan nog een traumacentrum in Alkmaar, maar er zijn gesprekken over een afschaling daarvan. De capaciteit in het AMC is voldoende om de capaciteit van de VU op te vangen. Maar is er ook voldoende capaciteit als straks het AMC het enige traumacentrum is tussen Woerden en Texel? Zit de wethouder aan tafel bij de ROAZ-regiogesprekken als dit soort onderwerpen wordt besproken? Wethouder RIJXMAN heeft gisteren een brief gestuurd aan de raadsleden, waarin zij zegt dat de concentratie van delen van de acute zorg op de locatie AMC geen zorgen baart. Het zal geen gevolgen hebben voor de zorgcapaciteit of voor mogelijke calamiteiten. Er is namelijk geen sprake van afschaling van de zorg, maar van een verplaatsing. Uiteindelijk zal men het ermee moeten doen. De gemeenteraad is eigenlijk het verkeerde loket. Desgevraagd verzekerde GGD GHOR dat er voldoende capaciteit is. Mocht men daaraan twijfelen, dan is het ministerie van VWS het juiste adres. Minister Kuipers doet het namens de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Zij stelt voor om de vragen die zij niet kan beantwoorden rechtstreeks aan het UMC te stellen in een technische sessie. De heer RUNDERKAMP denkt dat de wethouder in ieder geval binnen de ROAZregio geïnformeerd zou moeten worden als de traumazorg wordt afgeschaald in Alkmaar.
Is zij daarbij betrokken? Wethouder RIJXMAN herhaalt dat zij een technische sessie voorstelt. Zij kan niet meer doen dan informatie vragen aan bijvoorbeeld GGD GHOR of Zilveren Kruis. Daarom stelt zij voor dat het lid Runderkamp de vraag stelt tijdens de technische sessie. Het lid DE JONG wijst erop dat een technische sessie niet politiek van aard is. Je krijgt dan allicht dezelfde antwoorden als die nu gegeven worden door Amsterdam UMC. Zijn zorg is dat die informatie niet juist is. Is er geen andere oplossing dan een technische sessie? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat politieke vragen aan de Tweede Kamer of aan de minister kunnen worden gesteld. Zijzelf kan alleen maar de informatie doorgeven dat het goed geregeld is en er geen zorgen zijn over de beschikbare capaciteit. In een technische sessie kunnen inhoudelijke vragen gesteld worden.
28
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
De VOORZITTER geeft drie opties. Er kan een ronde schriftelijke vragen ingediend worden, het punt kan naar de raad gestuurd worden, of er kan een technische sessie gehouden worden. Zij constateert dat de commissie de voorkeur geeft aan een technische sessie. Indien gewenst, kan het onderwerp alsnog in de raadsvergadering daarna besproken worden. Het onderwerp is in deze commissie voldoende besproken. 9. Raadsinformatiebrief ter afdoening van motie 525.22 Behoud medewerkers in de huishoudelijke zorg na aanbesteding van de leden Van Pijpen (GroenLinks), Hoogtanders (VVD) en Alberts (SP) (VN2023-000135) 10. Adviesbrief van de Stedelijke Wmo-Adviesraad Amsterdam over de overdracht van cliënten van Leven & Zorg naar de nieuwe aanbieder (VN2023-003029) 11. Afdoening motie 159.22 Hulp bij het huishouden voor wie dat nodig heeft blijft de basis van de aanpak wachtlijsten van het lid Van Pijpen en anderen en de toezegging TA2022-000945 Informatie wachtlijsten bij de hulp bij het huishouden. (VN2023-003031) De VOORZITTER licht toe dat het bespreekpunt 9 stond op de TKN-lijst van de vorige vergadering. Het is geagendeerd op verzoek van het lid Van Pijpen van GroenLinks. Het wordt gevoegd behandeld met de agendapunten 10 en 11. Het lid VAN PIJPEN merkt op dat de wachtlijst voor huishoudelijke zorg er nog steeds is.
De problemen zijn en blijven groot, zoals ook door de inspreker indringend onder de aandacht bracht. Zij dankt Cliëntenbelang voor het manifest. Het laat zien hoe veelkoppig de oorzaken, en dus ook de oplossingen kunnen zijn. Het manifest noemt als oorzaak voor de wachtlijst de instelling van de budgetplafonds. Dat leek haar te eenvoudig. Het ligt inderdaad ook aan de beperking van de financiën, maar er wordt ook veel geld aan besteed uit de Wmo-reserve. Er zijn andere oorzaken voor de wachtlijst zoals het effect van het abonnementstarief, de gevolgen van de aanbesteding, die leidt tot grotere personeelsproblemen, en de krapte op de arbeidsmarkt in het algemeen. Verder werkt een aantal interne processen en beleid, bijvoorbeeld ten aanzien van de urgentiecriteria, ook niet mee. Het Rijk stelt ook onvoldoende middelen ter beschikking, ook toen bleek dat de vraag veel meer steeg dan verwacht. Eerder werd over elk van die problemen apart gesproken. Een goede oplossing voor het probleem is nog niet in zicht, zoals blijkt uit de raadsinformatiebrief. De reactie op haar motie uit 2021 gaat vooral over de beperking van de instroom. De mogelijkheden zijn beperkt. Er wordt een beroep op mensen gedaan, maar in hoeverre dat effect zal hebben moet nog afgewacht worden. De brief over de personele gevolgen van aanbesteding stemt zonder meer droevig.
Dat slechts 35% van de medewerkers meegaat naar een nieuwe aanbieder is slecht nieuws en versterkt het al bestaande probleem. Zij is wat betreft de financiën blij dat in de Begroting 2023 via een amendement ook nog 500.000 euro extra is geregeld. Maar het is nu, met dit manifest in de hand, tijd om tot een actieplan te komen waarin alle problemen en oplossingen onder de loep worden genomen. Er moet gekeken worden naar financiën, personele capaciteit, en organisatorische- en andere systeemoplossingen. Er is aandacht nodig voor de urgentiecriteria. De manier waarop men daarmee omgaat lijkt wel willekeur. Zij omarmt het voorstel van Cliëntenbelang om een actieplan te maken, samen met alle betrokkenen in de stad. Wil de wethouder daaraan meewerken? Inspiratie kan komen uit bijvoorbeeld Utrecht, waar men een zeer overzichtelijk plan heeft, gericht op diverse doelen en mogelijkheden. Er zijn ook steden waar de wachtlijsten kleiner zijn. Ook dat is interessant om naar te kijken. Huishoudelijke zorg is niet zomaar een leuke service die je ook op de particuliere markt kan regelen. Het is zorg, noodzaak, en het fundament van het zorgstelsel. Als daarvoor niet goed gezorgd wordt, leidt dat tot nare gevolgen voor Amsterdammers en duurdere zorg. Daarom zou het goed zijn om bij het actieplan ook de zorgverzekeraar en het zorgkantoor uit te nodigen.
Als iemand niet langer zelfstandig kan wonen, wordt de rekening namelijk daar neergelegd.
29
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
Er is gevraagd om een lobby om de extra Wmo-middelen van het Rijk voor 2025 naar 2024 te trekken. Hoe staat het met die lobby? Zij hoopt dat de wethouder en de raad de gezamenlijke aanpak om tot een totaalactieplan te komen ondersteunen. Er moet snel begonnen worden. Het lid HOOGTANDERS wil vooral op zoek gaan naar de oplossingen. Daarvoor moet goed naar de oorzaken gekeken worden. Die liggen in financiële- en beleidskeuzes en de gevolgen van de aanbesteding. De oorzaken liggen natuurlijk ook in zaken waar de gemeente minder invloed op heeft. Mensen worden steeds ouder en blijven langer thuis wonen. De personeelskrapte neemt toe. Op dit moment werkt een op de zes mensen in de zorg. Als het zo doorgaat moeten dat er straks een op de vier worden, en dat kan niet. Er zullen daarom voor de lange termijn andere keuzes voor het systeem gemaakt moeten worden. Eenvoudige oplossingen zijn er niet. Zij vraagt de wethouder om met voorstellen te komen om op korte termijn de druk op de wachtlijsten te verlichten. Tegelijkertijd moeten scenario’s gemaakt worden voor de toekomst. Daarvoor moet breder gekeken worden dan alleen naar de Hulp bij het Huishouden. Initiatieven zoals de Lang Leven Thuisflats kunnen erbij betrokken worden, en de hele zorgbehoefte van Amsterdammers die langer thuis willen wonen.
Zij vraagt de wethouder verder om inzage te geven hoe er in de praktijk wordt omgegaan met de wachtlijst. Welke discretionaire bevoegdheden hebben de aanbieders van Hulp bij het Huishouden? Welke richtlijnen geef de gemeente? Is de wethouder bereid om een actieplan voor de korte termijn te maken? Hoe zou een scenarioplanning voor de langere termijn eruit kunnen zien? Wie wil zij daarbij betrekken? De heer RUNDERKAMP sluit zich aan bij het pleidooi van voorgaande sprekers om integraal te kijken hoe dit probleem aangepakt kan worden, in het verlengde van wat de inspreker vanochtend zei. Het is een goed idee om integraal te kijken naar de mogelijkheden van de raad. Daarbij denkt hij specifiek aan de opties voor de vermindering van wachtlijsten. 30-35% van de medewerkers stapt over van de latende naar de gegunde aanbieder. Weet de wethouder of die gegunde partij in de huishoudelijke zorg genoeg personeel heeft? Hield men er in de bedrijfsvoering rekening mee dat 80% van de latende partijen overgenomen zou worden? De urgentiecriteria, of de wijze waarop wordt geprioriteerd, staan helder verwoord op de site van de gemeente Amsterdam. Toch blijken er in de praktijk onduidelijkheden te bestaan. Hij vraagt een reactie van de wethouder. Het lid BONS is erg geschokt door het verhaal van de inspreker. Haar fractie heeft veel vertrouwen in het college.
Zij voorziet dat straks weer gepraat moet worden over de heel kwetsbare mensen, waarvoor dit zeer slecht uitpakt. Daarom vraagt zij met klem aan de wethouder om met alle betrokkenen in gesprek te gaan. Er moet breder gekeken worden. Er zijn organisaties in de stad die zorg aanbieden. Vaak is dat alleen maatschappelijk opvang, maar er zouden groepen gemaakt kunnen worden die gefaciliteerd worden door mensen die wat lagere hulp geven. Er moet daarbij wel een continue stroom van capaciteit zijn. De urgentie en kwetsbaarheid van deze mensen mag niet uit het oog verloren worden. Het lid WEHKAMP is het eens met voorgaande sprekers dat een integraal plan voor de korte en voor de lange termijn nodig is. Een manier om de wachtlijsten te verkorten zijn de keukentafelgesprekken die gevoerd worden. Zij hoorde van de inspreker dat de buurtteams dat soort gesprekken lastig vinden. Kan de wethouder daar in de plannenmakerij naar kijken? Hoe kunnen de buurtteams goed gefaciliteerd worden om de keukentafelgesprekken makkelijker te voeren? Het lid BONS vraagt of het probleem niet groter is, en er misschien door de GGD prioriteiten gesteld moeten worden. Het lid WEHKAMP wilde niet zeggen dat de keukentafelgesprekken een oplossing voor alles zijn. Wel kunnen die specifiek een oplossing zijn voor de wachtlijsten.
30
Gemeente Amsterdam Conceptraadscommissieverslag, 8 februari 2023
OZA
Het lid HAKIKI sluit zich aan bij de vorige sprekers. Zij was bij de bijeenkomst en heeft de inspreker vanochtend gehoord. Er waren veel informele organisaties aanwezig. Veel vrouwen uit verschillende stichtingen doen vrijwillig het werk. Zij vraagt dat te onderzoeken. Waarom kan het werk niet in het kader van participatie als betaalde baan aangeboden worden? Wethouder RIJXMAN is de afgelopen maanden bezig geweest om na te gaan wat gedaan kan worden voor de HBH. Hoe kan meer bereikt worden? De nood is hoog; ongelofelijk veel mensen hebben HBH nodig en er zijn maar weinig mensen die het kunnen leveren. Met de vergrijzing zal het alleen maar erger worden. Zij antwoordt het lid Van Pijpen dat zij graag naar andere gemeenten kijkt. Zo had zij de afgelopen dagen veel contact met Utrecht. Via de G4 kwam zij erachter dat in sommige gevallen de problemen in andere steden nog groter zijn. Er is niet genoeg personeel voor alle Amsterdammers die het nodig hebben. De wachtlijst is te lang en er zijn schrijnende situaties. Zij wil er alles aan doen om die wachtlijst te verminderen. Wat het lid Van Pijpen zei klopt: geld is lang niet het enige probleem. Er is gewoon geen personeel voorhanden. Daarom wordt gezocht naar manieren om meer mensen in het vak te krijgen. Zij is in gesprek met aanbieders om het aantrekkelijker te maken.
Zij heeft afgesproken met de aanbieders dat zij zich vaker op de hoogte zal stellen van de problemen die men ondervindt. Ook zal zij contact houden met de mensen die HBH-werk doen, om te weten waartegen ze aan lopen en hoe het vak aantrekkelijker kan worden gemaakt. Zij zal in de komende periode ook nog een aantal andere ideeën verkennen, zoals een verbeterde toeleiding vanuit de WPI. De contracten van het zittend personeel zullen verruimd worden. Er komen bonussen, misschien ook in de vorm van een elektrische fiets. Voor mensen die slecht Nederlands spreken worden de barrières verlaagd. De medewerkers krijgen meer waardering. Dit zal nog worden aangevuld met ideeën van de HBH-medewerkers zelf. Er komt marktonderzoek om uit te vinden wat mensen motiveert om in de HBH te gaan. Voor het imago van het vak zal een campagne gevoerd worden. Deze week vertoont de gemeente op AT5 spotjes over werken in de HBH. Zij gaat ondertussen door op de ingeslagen weg. De urgente cliënten nemen voorrang in zorg om het ergste leed te voorkomen. Zij antwoordt de D66-fractie dat in de intakegesprekken gevraagd wordt of mensen echt afhankelijk zijn van HBH, of dat ze het ook zelf kunnen doen. Daarbij is grote prudentie noodzakelijk. Op die manier kan een eerste selectie gemaakt worden. Het lid VAN PIJPEN las in het manifest dat onduidelijk wordt omgegaan met de urgentiecriteria.