CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag OZA 20.03.2024

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 17 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 20 maart 202413.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 20 maart 2024 van 09.00 tot 12.04 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 17 maart 2024 Voorzitter: het lid Alberts Portefeuillehouders: wethouder Moorman Commissiegriffie: R.N. Heeneman, K. van Klooster Verslaglegging: M. Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de leden Abdi (PvdA), Alberts (SP), Belkasmi (PvdA), Broersen (Volt), Emmerik (Partij voor de Dieren), Von Gerhardt (VVD), Haijen (SP), Kabamba (Lijst Kabamba), Mangal (DENK), Nadif (GroenLinks), Van Pijpen (GroenLinks), Runderkamp (PvdA), Van der Veen (GroenLinks), Wehkamp (D66) Afwezige commissieleden: de leden Wijmenga (CDA) en Yemane (GroenLinks) Overige aanwezigen: R. Weingarten

ALGEMEEN GEDEELTE

1. a. Opening De VOORZITTER opent de vergadering om 09.05 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee • dat wethouder Scholtes vandaag afwezig is vanwege het overleg van de driehoek over personen van onbegrepen gedrag. • dat zij afmeldingen heeft ontvangen van de leden Wijmenga van het CDA en Yemane van GroenLinks. • dat op donderdag 4 april a.s. presentaties gegeven worden door de ACAM, de ombudsman en de Rekenkamer. Het zal daarbij onder andere gaan over de controlerende taak van de raad bij de jaarrekening. De sessie is echter niet alleen financieel van aard. Iedereen is van harte welkom. In de dagmail staat waar men zich kan aanmelden.

Wethouder MOORMAN doet de volgende mededelingen. • De visiebrief is zo goed als gereed en zal worden toegestuurd. Ze wordt gepresenteerd op 5 april a.s. in het Calvijn College, om 16.00 uur. • Er kwam bij de raadsvergadering een vraag van de SP-fractie over de Gaasperdam Schooltuin. Zij heeft het uitgezocht en er blijken nog geen concrete plannen te zijn over de mogelijke verplaatsing van de Gaasperdam Schooltuin en een eventuele nieuwe locatie. De locatie is nog steeds in beeld voor sport. Daarvoor is ze aantrekkelijk, omdat Zuidoost een van de weinig locaties biedt waar grote sporten met meerdere velden kunnen worden gerealiseerd. De bereikbaarheid is er heel gunstig. De Gaasperdam Schooltuin heeft ongeveer 1100 tuintjes, waarvan ongeveer

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

• •

•

1000 leerlingen gebruikmaken. Als het tot een verplaatsing komt, zal ervoor gezorgd worden dat hetzelfde aantal tuintjes beschikbaar blijft voor hetzelfde aantal leerlingen. De Volt-fractie stelde een vraag over gratis menstruatieproducten in toiletten. Zij heeft dat afgestemd met wethouder Van Buren. Het blijkt te kunnen lukken vanaf het tweede of derde kwartaal van 2024. Het lid Khan stelde een vraag over de jongerenrechtbank. Dat lijkt haar een heel mooi idee, maar helaas is Den Haag niet van plan om daarvoor extra subsidie te geven. Het zal dus gefinancierd moeten worden uit gemeentelijke middelen. Het is gedekt tot 2027, maar zonder veel ruimte voor uitbreiding. Er zijn twee onderzoeken gedaan naar jongvolwassenen vanuit Jeugdzorg en Zorg, maar ook vanuit WPI. Wethouder Groot Wassink zal erover nog een mededeling doen. Onderzocht wordt hoe de verschillende partners die werken in de stad voor jongvolwassenen, zoals jongerenpunten, buurtteams, OKT’s, opvang, samenwerken. Het blijkt niet altijd te gaan zoals je dat zou willen. De onderzoeken liggen inmiddels ter inzage en worden later nog aan de raad gestuurd.

Het lid VAN PIJPEN vraagt een expertmeeting te organiseren over de ouderen in de stad. Zij zal daarover binnenkort samen met de griffie een mail sturen. Zij hoort het graag als commissieleden belangstelling hebben om erover mee te denken. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER merkt op dat zich geen sprekers hebben gemeld voor de agendapunten 3 en 4. Zij stelt voor deze twee raadsvoordrachten te hameren. De commissie gaat daarmee akkoord. Het lid NADIF vraagt om agendapunt 7 als eerste te behandelen, omdat de opsteller van het rapport aanwezig is en een toelichting kan geven. De VOORZITTER concludeert dat de commissie daarmee akkoord gaat. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 14 februari 2024 Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille De VOORZITTER meldt dat er naast de langetermijnagenda Zorg, er nu ook langetermijnagenda’s voor Onderwijs en Armoedebestrijding zijn. Het lid BELKASMI vraagt hoe het staat met de schriftelijke vragen over voorschoolse educatie. Wethouder MOORMAN verwacht dat de vragen deze week nog beantwoord kunnen worden. f. TKN-lijst

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking bij de volgende vergadering. • TKN-1 op verzoek van de leden Yemane en Haijen • TKN-2 op verzoek van het lid Wehkamp • TKN-3 op verzoek van het lid Wehkamp • TKN-4 op verzoek van het lid Yemane • TKN-6 op verzoek van het lid Van Pijpen Zij constateert dat de commissie met de verzoeken akkoord gaat. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen. INHOUDELIJK DEEL 2. a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk gedeelte van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek R. WEINGARTEN spreekt op persoonlijke titel over de problemen bij thuiszorgorganisatie ZoBu. Hij had over die thuiszorgorganisatie een klacht. Na enig spitten heeft hij klachten ingediend en kwam vervolgens tot de slotsom dat alleen het stadsbestuur er echt iets aan kan doen. Op 11 maart jl. om 17.00 uur werd zijn zoon -hijzelf woont niet in de buurt- gebeld door een medewerker van Albert Heijn die boodschappen zou moeten bezorgen dat zijn moeder niet reageerde of opendeed. Zijn zoon ging er direct heen en trof zijn moeder, die zichzelf kennelijk al enige tijd geleden bevuild had, niet aanspreekbaar aan. Daarop belde zijn zoon onmiddellijk de ambulance. Twee dagen later was hijzelf bij zijn moeder aan het schoonmaken.

De thuiszorg kwam langs en vroeg met vrolijke stem of mevrouw Weingarten er niet was. Hij antwoordde dat die opgenomen was, en vroeg vervolgens of de thuiszorg de dag dat hij haar vond niet langs geweest was. Zijn moeder hoort namelijk twee keer per dag verzorgd te worden. De thuiszorg antwoordde dat zij inderdaad de ochtend van de bewuste dag langs geweest was. Op zijn vraag of zijn moeder toen aanspreekbaar was, antwoordde de thuiszorg: ‘Eigenlijk niet, hoogstens een paar woorden wartaal.’ Hij vroeg haar wat zij toen gedaan had. Het antwoord was dat zij haar medicijnen naast haar had neergezet en toen was weggegaan. Hij vroeg of zij toen al in haar eigen ontlasting lag. Het antwoord was: ‘Jawel, maar dat is mijn werk niet. Bovendien had ik er nog zeven anderen na.’ Hij heeft bij Cordaan navraag gedaan en de thuiszorg bleek uitbesteed te zijn aan Mantis Zorg. Een telefoontje naar die organisatie leerde dat het werk verder uitbesteed was aan ZoBu Thuiszorg, ofwel ‘Zorgbuurt B.V.’. Daar diende hij een klacht in. Men gaf hem inzage in het dossier, waaruit bleek dat zijn moeder vele dagen, waaronder ook de dagen voor hij haar aantrof, niemand had gezien. Zij had dus een indicatie voor twee keer per dag. Die dagen zonder thuiszorg kreeg zij dus haar medicijnen niet, wat waarschijnlijk bijdroeg aan de toestand waarin zij was geraakt.

Hij heeft via Cordaan Thuiszorg, de hoofdaannemer van de zorg, een klacht ingediend. Men schakelde daarvoor een platform in. Men was daar erg behulpzaam. Maar plotseling was het standpunt van Zorgbuurt B.V. totaal veranderd. Men stelde nu dat er altijd zorg was verleend. Dat kan feitelijk niet, want bepaalde tijden was zijn moeder in het ziekenhuis of bij artsen. Dat het eerder had geleken alsof er vele dagen geen thuiszorg was verleend, zou in werkelijkheid te wijten zijn aan een dossierfout. Het had iets te maken met

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

ICT. Het zorgplatform hield het erop dat het het ene woord was tegen het andere. Maar bepaalde zorgmomenten die gedeclareerd zijn, kunnen helemaal niet plaatsgevonden hebben, want zijn moeder lag toen in het ziekenhuis. De verklaring daarvoor was dan dat het verkeerd aangegeven stond in het dossier, dat het met computerfouten te maken had. De enige klacht die het platform in behandeling mag nemen is over de dossiervorming door Zorgbuurt B.V. En dat terwijl er van alles niet klopt. Degenen die de klacht afhandelen zeggen dat dit waarschijnlijk eindigt met de conclusie dat er sprake was van een foute dossiervoering, en er zullen verzoeken volgen om dat te verbeteren. Eigenlijk worden al die klachten geseponeerd. Het is het ene woord tegen het andere, ook al zijn er dingen wel degelijk bewijsbaar. Het probleem is niet dat de mensen die de klacht afhandelen niet willen. Die waren zeer behulpzaam. Het probleem ligt bij Cordaan en andere organisaties. Nobody cares. Het rapport gaat in de la, en daar liggen er al zoveel. Hij vraagt of iemand van het gemeentebestuur bereid is een brief te schrijven aan Cordaan en het Platform Verbinden met Zorg met het verzoek de klachtenafhandeling te mogen volgen. Misschien dus ook bij andere klachten. Men moet op de hoogte gehouden worden van de uitkomsten en weten hoeveel dit soort dingen voorkomt bij bepaalde ‘onderonderaannemers’.

Een ding moet voorop staan: We care! Iemand moet de la openen en alle rapporten lezen. Daarvoor heeft het stadsbestuur geen verdere bevoegdheid nodig. Er moet iets gebeuren. De gemeenteraad vertegenwoordigt Amsterdam, ook de mensen die zelf niets meer te zeggen hebben. ‘We care!’ is een signaal dat een enorme steun kan zijn voor de klachtenafhandelaars. Het lid HAIJEN is blij dat dit verhaal gedeeld wordt met de raad. Hij vraagt of de inspreker ook een menselijke reactie heeft ontvangen van Cordaan, ZoBu of het Platform. R. WEINGARTEN kreeg die menselijke reactie in eerste instantie niet van ZoBu. Cordaan was wat medelevender. Het lijkt erop dat degene die de werkelijke leiding heeft van ZoBu (niet degene volgens de KvK) geen enkele geschiedenis in de zorg heeft. Verbinden met Zorg is de klachten aan het onderzoeken. Daar is men wel heel vriendelijk en meelevend. Men zegt daar echter dat ze van Cordaan alleen tekortkomingen in de rapportage mogen onderzoeken, natuurlijk met een voorspelbare uitkomst. Het lid VAN PIJPEN gaat dit verhaal ter harte. Het wordt duidelijk hoe onmogelijk de zorg in elkaar zit qua bureaucratie. Vaag blijft wie nou eigenlijk verantwoordelijk is. Over de persoonlijke verzorging gaat de gemeente echter niet en dat maakt het voor de raad weer wat lastiger om er iets mee te doen. Toch wil zij het proberen.

Zij vraagt of de inspreker al contact heeft gehad met de inspectie voor de gezondheidszorg. R. WEINGARTEN antwoordt dat hij de brief die de commissie heeft ontvangen van hem, ook doorgestuurd heeft aan de inspectie. Hij heeft nog niets van de inspectie gehoord. Vermoedelijk zal de inspectie wel duizend van dit soort klachten per jaar onderzoeken. Dat zal leiden tot rapporten met aanbevelingen waarmee vervolgens niets gedaan wordt. Als iemand opstaat met een titel, zoals gemeenteraadsleden als vertegenwoordigers van de Amsterdammers, en de rapporten leest, en Cordaan daarvan in kennis stelt, dan zou dat al een geweldige stap zijn. Wethouder MOORMAN dankt de inspreker voor zijn bijdrage. Zij oproep, dat het stadsbestuur zich hierom moet bekommeren, is heel terecht. Het is belangrijk dat soort signalen te krijgen. Zij zal zorgen dat iemand contact opneemt met de inspreker om samen te kijken wat gedaan kan worden. Eigenlijk is dit de portefeuille van wethouder Scholtes, maar die denkt er ongetwijfeld net zo over als zij. R. WEINGARTEN vindt het belangrijk dat leden van het stadsbestuur zich betrokken voelen. ‘We do care!’, is het signaal dat uit moet gaan naar de mensen die dit soort klachten dagelijks onderzoeken, en hun bestuurders. Dat zou al een geweldige stok achter de deur zijn. De klachten zijn niet bedoeld voor een bureaula.

Zijn moeder heeft mede doordat ze het sommige dagen zonder medicijnen moest doen, twee dagen voor

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

haar leven gevochten op de IC. Inmiddels is ze weer thuis. Ook volgens het dossier heeft ze vrijwel nooit de geïndiceerde zorg gehad. Hij weet van het personeelstekort, maar je kunt toch vragen de familie te bellen als het door personeelstekort een dag niet lukt om de medicijnen te brengen? De thuiszorgorganisatie kan dan uitleggen dat het niet lukt vanwege zieke medewerkers. De VOORZITTER hoopt dat het inmiddels beter gaat met zijn moeder. Het is fijn dat ze weer thuis is. Zij dankt voor de inspraak. Er zal iemand van het bestuur contact met hem opnemen. R. WEINGARTEN dankt voor de warme woorden van iedereen. Hij is daar erg blij mee. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingebracht. d. Rondvraag Het lid WEHKAMP kreeg bij een bezoek van haar aan een aantal scholen het signaal dat er veel minder discipline was in de klassen. Dat beeld komt ook naar voren uit onderzoek. Eén school gaf aan dat er veel meer verzuim was in de afgelopen jaren. Men klaagt dat er eigenlijk te weinig verzuimambtenaren zijn. Het is ook lastig om afspraken te maken, dus als een leerling heel veel gespijbeld heeft of ongeoorloofd ziek is, duurt het ook nog twee maanden voor een afspraak met een verzuimambtenaar. Zij vraagt of de wethouder dit beeld herkent. Scholen hebben moeite met discipline handhaven als er zo weinig ondersteuning is van verzuimambtenaren.

Wethouder MOORMAN hoopt dat het lid Wehkamp de naam van de school in kwestie aan haar door kan geven, zodat zij erachteraan kan gaan. Zij heeft zelf niet gehoord dat dit een structureel probleem op scholen is. Als er een verzuimmelding is van een school na ongeoorloofd verzuim, moet binnen twee weken een afspraak plaatsvinden met de leerplichthandhaver. Er kan dan inderdaad disciplinerend worden opgetreden, maar dat is nooit het doel. Als het verzuim aanhoudt, moeten andere partners betrokken worden. Dat kan er sprake zijn van wachtlijsten. Personeelstekorten spelen natuurlijk overal, dus dat zal ook in dit geval zo zijn. De VOORZITTER concludeert dat het lid Wehkamp nadere informatie zal verstrekken aan de wethouder. Het lid VON GERHARDT merkt op dat in de afgelopen dagen zich veel bezorgde ouders die hun kind naar de kinderopvang brengen bij zijn partij gemeld hebben. Zij spraken hun zorg uit over de lage vaccinatiegraad, terwijl er uitbraken zijn van mazelen en kinkhoest. Hij is blij dat men in Den Haag nadenkt over een mogelijke verplichting tot vaccinatie, want de vrijheid van de een mag nooit ten koste gaan van de veiligheid van de ander. Ondertussen zijn er wel veel bezorgde ouders die aarzelen om hun kind naar de kinderopvang te brengen. Hij vraagt of de wethouder deze zorg herkent.

Zijn er kinderopvangorganisaties die overwegen ongevaccineerde kinderen te weigeren? En zo ja, is de gemeente met hen in gesprek over de wettelijke mogelijkheden op dat punt? Biedt de gemeente ondersteuning aan? Wethouder MOORMAN vindt het zorgelijk dat de vaccinatiegraad zo aan het dalen is. Het grootste probleem is het virus van angstzaaierij en desinformatie. Wethouder Scholtes houdt zich intensief bezig met de bestrijding daarvan. Kinderopvangorganisaties zijn niet verplicht om een contract met ouders af te sluiten. Niet gevaccineerd zijn van kinderen kan reden zijn om zo’n contract niet af te sluiten. Zij voert daarover het gesprek.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

Zij heeft er wel begrip voor. Als mensen ervoor kiezen om hun kinderen niet te laten vaccineren, brengen zij daarmee andere kinderen in gevaar. Het lid BELKASMI vindt dat de kinderopvang, en zeker ook de voorschool, een basisvoorziening moet worden. Die is cruciaal voor de ontwikkeling van kinderen. Sinds een aantal weken biedt Kindergarden met de inkoop van kinderopvang een nieuwe dienst aan voor werkgevers die het kunnen en willen betalen. Die ontwikkeling kan de ongelijkheid tussen kinderen en ouders vergroten. Personeel is namelijk schaars. Als je niet toevallig bij een bedrijf woont dat het inkoopt, ben je aangewezen op de beschikbare kinderopvang, waar de wachtlijsten nog verder toenemen door de genoemde ontwikkeling. De PvdA maakt zich daarover grote zorgen en vraagt zich af hoe de wethouder hiernaar kijkt. Is die bereid over de mogelijke gevolgen ervan het gesprek te voeren met de kinderopvangpartners? Ziet de wethouder mogelijkheden om de gevolgen voor Amsterdam te voorkomen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat ook voor de Wet kinderopvang van 2005 er bedrijfscrèches waren. Die schafte men af na invoering van die wet om de gelijkheid te bevorderen. Het huidige initiatief verkeert nog in de planfase, maar wakkert natuurlijk wel discussie aan. Moet dit toegestaan worden? Zij is het eens met wat het lid Belkasmi hierover zegt. Het kan inderdaad tot verdringing leiden.

Maar wat als het gaat om een ziekenhuis of een school? Misschien maakt dit dat het ziekenhuispersoneel toch kan werken, of dat leraren toch voor de klas kunnen staan. Het is dus niet eenduidig. Zij wil graag samen volgen hoe het met deze ontwikkeling, die nog in de planfase verkeert, verder gaat. Den Haag heeft het laatste woord wat betreft de wettelijke mogelijkheden. Het lid MANGAL memoreert dat de gemeente pas geleden haar inkoop op zorg flink overhoop heeft gehaald. De inspreker had het over niet afgelegde bezoeken die toch werden gefactureerd. Dat riekt naar fraude. Het doel was juist het aantal contracten te verminderen zodat er minder aanspreekpunten zouden zijn. Hij vraagt wie naar de gemeente toe verantwoordelijk is voor deze zorg. En wat gaat hier precies mis? De gemeente betaalt wel voor thuiszorg, maar wat is de gang van zaken als er fraude wordt gepleegd? Hoe kunnen de zorgaanbieders daarop aangesproken worden? Hij is zich ervan bewust dat dit onderwerp in de portefeuille van wethouder Scholtes thuishoort. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij zich niet op deze vraag heeft kunnen voorbereiden. Dit onderwerp valt inderdaad binnen de portefeuille van wethouder Scholtes. Het college zal deze vraag schriftelijk beantwoorden. Misschien is het verstandig om de vraag ook schriftelijk in te dienen.

Het lid VAN PIJPEN heeft een rondvraag namens het lid Yemane, die afwezig is. Destijds kwam in deze commissie het afsluiten van water bij gezinnen met betalingsachterstanden aan de orde. Collega’s van haar hebben een gesprek gehad met Defense for Children. Naar aanleiding daarvan stelden zij vragen aan de wethouder. Zijn ook Amsterdamse kinderen afgesloten van het water? En zo ja, hoeveel dan? Gisteren sprak het Gerechtshof uit dat de Nederlandse staat en twee drinkwaterbedrijven onrechtmatig handelen door niet al het redelijkerwijs mogelijke te doen om te voorkomen dat minderjarige kinderen in een situatie terechtkomen waarin zij niet voldoende toegang hebben tot drinkwater. Zij vraagt of de wethouder op de hoogte is van deze uitspraak. Is de wethouder hierover in gesprek geweest met Waternet? Hoe kan deze uitspraak van de rechter nog verder geborgd worden, zodat gezinnen niet van het water worden afgesloten? Wethouder MOORMAN is van die gerechtelijke uitspraak op de hoogte. Zij is er niet ontevreden over. Zij heeft morgen samen met de verantwoordelijke wethouder Van der Horst een gesprek met Waternet naar aanleiding van de eerder gestelde vragen door GroenLinks. Dit punt zal bij dat gesprek betrokken worden. Gelukkig zijn er tot op heden geen afsluitingen geweest.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Jeugd(zorg) 7. Onderzoeksrapport ”Eenzaam gesloten” van Jason Bhugwandass De VOORZITTER licht toe dat het onderwerp geagendeerd is op verzoek van de leden Nadif, Abdi, Wehkamp, Kabamba, Yacoubi en Perdok. Het rapport is recentelijk gepubliceerd. De opsteller van het rapport, Jason Bhugwandass, is aanwezig om een toelichting te geven. Toelichting door Jason Bhugwandass J. BHUGWANDASS heeft een rapport geschreven over de ervaringen van kinderen op een Zikos-afdeling. Die Zikos-afdelingen, die zich bevinden in Zetten en Harreveld, werden een Amsterdams probleem toen er Amsterdamse jongeren naartoe werden gestuurd. Hij geeft een korte samenvatting van zijn rapport. Gemiddeld bijna 21 uur per etmaal opgesloten te worden in je cel leidt bij kinderen tot permanente hersenschade. Er is sprake van fysiek geweld, zoals slaan, pijnprikkels, nekklemmen, wurggrepen, schoppen in knieholtes, seksueel geweld. 40% van de jongeren maakte seksueel overschrijdend gedrag mee, zoals handtastelijkheid bij fouilleren, verkrachtingen, het onttrekken aan medische zorg, geen dokter inschakelen wanneer die nodig is. Er was maar één jongere die voldoende behandeling had gehad en er waren maar 8 van de 51 jongeren die passend onderwijs hadden gehad. Dat is heel schrijnend. De vraag is hoe het mogelijk is dat daar kinderen geplaatst zijn.

Enerzijds is dat een landelijk probleem, en anderzijds een probleem van de gemeente. Op het moment is er op alle afdelingen een opnamestop. Nu nog tijdelijk, maar hij hoopt dat Amsterdam er definitief voor kiest geen kinderen, onder welke omstandigheden dan ook, nog naar deze afdelingen te sturen. Verder is hij benieuwd hoeveel Amsterdamse kinderen er door de jaren heen geplaatst zijn. Uit zijn onderzoek kwam naar voren dat de inspectie in dezen niet goed gecontroleerd heeft. De inspectie is in de afgelopen tien jaar op verschillende punten aanwezig geweest, maar heeft kennelijk geen signalen gezien, of in ieder geval niet adequaat gehandeld. Daarmee komt de verantwoordelijkheid opnieuw bij het gemeentebestuur te liggen. Hij vraagt hoe de gemeente de kwaliteitseisen controleert. Gaan de gemeentelijke bestuurders zelf weleens langs bij de plek waar ze kinderen heen sturen? Kan de inspectie vertrouwd worden op de rapporten die ze schrijft? Is de gemeente bereid om daarin zelf een eigen lijn te trekken? Op dit moment is er een opnamestop. Als Amsterdam geen kinderen meer stuurt, hoe organiseert men dan andere zorg? Is Amsterdam bereid om voor deze groep kinderen, die wel echt zorg nodig heeft, hulp bij een andere organisatie te organiseren? Er zijn heel veel kinderen geschaad. Ook hij heeft het meegemaakt. Amsterdam heeft goed betaald om hem daar te plaatsen.

Kan de stad meedenken over herstel voor deze jongeren? Hij denkt aan een aanspreekpunt. Dat zou landelijk georganiseerd kunnen worden. Ook denkt hij aan een excuus aan de kinderen die daar onder deze omstandigheden geplaatst zijn. Het lid NADIF dankt voor het vele werk dat de heer Bughwandass verricht heeft. Het is schrijnend dat een dergelijk rapport geschreven moet worden door een ervaringsdeskundige, voordat daadwerkelijk stappen worden genomen om in te grijpen. De verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij het Rijk, maar ook bij de inspectie, de VNG en de gemeente. Amsterdam heeft kinderen erheen doorverwezen.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

Er is nu een stop in Amsterdam ingesteld, maar er zijn veel kinderen en ook nabestaanden die behoefte hebben aan contact, ondersteuning of wellicht aanvullende zorg. Wat is daarvoor nodig? J. BHUGWANDASS antwoordt dat het om een groep gaat die heel lang niet gehoord is. Een aanspreekpunt voor de jongeren is niet voldoende, het moet ook iemand zijn die ze verder kan helpen. Het gaat enerzijds om erkenning voor wat ze hebben meegemaakt, maar anderzijds ook echt om herstel. Hij heeft de moeder gesproken, die van een andere gemeente afkomstig is. Die betaalt nu honderden euro’s per maand voor de hulphond van haar dochter. Deze hond helpt haar veel beter dan alle andere zorg die is ingezet. Die kinderen zijn kapotgemaakt. Het aanspreekpunt moet in staat zijn om alternatieve oplossingen zoals een hulphond in te zetten vanuit de gemeente of het Rijk. Het lid NADIF wijst op de gevolgen van het verblijf in gesloten jeugdzorg voor hun schoolcarrière. Dat komt door de langdurige plaatsingen, maar ook door de traumatische gebeurtenissen daar. Ook de toegang tot onderwijs op de gesloten jeugdzorg is niet zoals het bedoeld was. Kan de heer Bhugwandass daarover meer vertellen? J. BHUGWANDASS herhaalt dat maar 8 op een groep van 51 jongeren passend onderwijs kregen. Hij vond die groep opmerkelijk slim; van de jongeren die hij sprak deed ten minste een kwart havo of vwo.

Er zit dus echt potentie in voor de toekomst. Havo en vwo zijn redelijk theoretisch, dus zou je je kunnen voorstellen dat het makkelijker georganiseerd kan worden in een instelling dan praktijkonderwijs. Dat is dus niet het geval. De kinderen die wél passend onderwijs kregen hadden vaak een school die betrokken bleef. Dat geldt in het algemeen: als een school betrokken blijft voor deze jongeren, is de kans veel groter dat ze onderwijs kunnen blijven volgen. Maar waarom is er niet digitaal afstandsonderwijs ingezet? Dat bleek tijdens de coronacrisis heel eenvoudig te realiseren. De consequenties voor de lange termijn zijn echt heel groot. Je positie op de maatschappelijke ladder wordt wel erg zwak als je jarenlang niet naar school kan. Het lid ABDI bedankt de heer Bhugwandass voor al zijn werk. Maar veel van de misstanden die beschreven staan in het rapport waren al bekend en aangekaart. Wat is de analyse van Jason? Waarom is er niet eerder geluisterd? J. BHUGWANDASS antwoordt dat het met onverschilligheid te maken heeft gehad. Verder spelen er veel belangen, maar vaak niet de belangen van kinderen. Hij weet niet waarom de inspectie niet heeft ingegrepen. Maar onafhankelijk kan je de inspectie, als onderdeel van het ministerie, niet noemen. De gemeenten kunnen gemakkelijk zeggen dat het niet bij de VNG ligt omdat het landelijk wordt ingekocht.

De VNG kan op haar beurt zeggen dat de staatssecretaris eindverantwoordelijk is. Een gedeelde verantwoordelijkheid betekent niet je niet verantwoordelijk bent. Dat is een misverstand dat speelt in de zorg. Het lid ABDI vraagt wat de meest passende zorg is die geboden kan worden voor jongeren die het echt nodig hebben. J. BHUGWANDASS antwoordt dat de gesloten jeugdzorg niet is ontstaan vanuit een vraag vanuit de jongeren. Gesloten jeugdzorg ontstond omdat er te weinig andere voorzieningen waren in de jeugdzorg. Om de een of andere reden heeft men al die tijd ingezet op veel capaciteit in de gesloten zorg. Voorheen gebruikte men ook de jeugdgevangenissen. Er zijn kinderen in de jeugdgevangenis geplaatst die er helemaal niet horen. Men dacht dat het nodig was omdat de jongeren bepaalde problemen hadden, maar achteraf gezien blijkt dat niet te kloppen. De aanpak is ook niet effectief geweest. Kinderen komen er regelmatig getraumatiseerd uit. Alleen als aannemelijk is dat het effectief is, zou een gesloten machtiging ingezet mogen worden. Stoppen met gesloten jeugdzorg betekent overigens niet dat je nooit meer een kind op kunt sluiten. De mogelijkheid van detentie blijft bestaan. Ook blijft er een mogelijkheid om kinderen met psychiatrische problemen op te nemen in de

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

kinderjeugdpsychiatrie. De Zikos-groep bestaat uit kinderen met psychiatrische problemen. Je hoeft dus niet te pleiten voor het in stand houden van gesloten jeugdzorg om kinderen met psychiatrische problemen te plaatsen. Als je het probleem alleen maar erger maakt, is het beter gewoon niets te doen. Het lid WEHKAMP vond het verdrietig dat kinderen alleen bij de heer Bhugwandass hun verhaal kwijt konden. Ze vertelden hem dingen die ze niet tegen andere durven te zeggen. Er zou in de jeugdzorg een systeem moeten zijn waar kinderen zelf hun zorgen kunnen delen, zodat het wantrouwen zich niet richt tegen het instituut. Hoe ziet de heer Bhugwandass dit? Kunnen kinderen in jeugdzorg goed genoeg terecht met hun verhaal? J. BHUGWANDASS antwoordt dat kinderen niet goed terechtkunnen met hun verhaal. Het is formeel wel goed geregeld met de vertrouwenspersoon vanuit Jeugdstem en de inspectie. Er zijn jongeren die dingen hebben gemeld. In een gesloten voorziening is het eerste aanspreekpunt de groepsleider, en daar gaat het direct al mis door de afhankelijkheidsrelatie. Hemzelf doet het erg denken aan een huiselijk geweld relatie. Het eerste wat daar gebeurt is dat je geïsoleerd wordt zodat je niet meer om hulp kan vragen van buitenstaanders. In dat opzicht is de gesloten jeugdzorg extreem. De jongeren worden niet geloofd of gehoord.

Als je niet gehoord wordt, stop je op een gegeven moment met praten. Dan wordt het een vicieuze cirkel. Er komen geen meldingen meer, en dat zou dan goed nieuws zijn. In werkelijkheid betekent het ontbreken van meldingen dat je niet bereikbaar bent. De commissie-De Winter liet in 2019 zien dat 75% van de jongeren te maken krijgt met geweld in de jeugdzorg. Als er geen meldingen komen, ligt dat waarschijnlijk aan jou. Eerder zei hij dat onderwijs op afstand gemakkelijk te organiseren is. Kinderen voor wie dat niet georganiseerd wordt, krijgen problemen met de instroom. Ze komen met hun achttiende dan in een heel ander systeem terecht. Ze moeten naar de vavo, maar dat lukt niet omdat ze niet dezelfde financiële basis hebben. Ze kunnen dus niet naar de vavo en moeten dan tot hun 21e wachten op een 21-plustoets. Ze zijn dan compleet geruïneerd. Ook daar valt veel financieel op te vangen. Het lid BROERSEN las in het laatste hoofdstuk van het rapport dat er keer op keer aan de bel is getrokken, zonder dat er iets mee werd gedaan. Er is een vertrouwenspersoon, maar er wordt niets gedaan met de verhalen van kinderen. Hoe zou dat in de toekomst anders ingericht moeten worden? Moet er een extern punt komen, bijvoorbeeld vanuit de gemeente? En worden de kinderen in kwestie ook gevraagd om mee te denken over het nieuwe beleid? Is de heer Bhugwandass gevraagd? J.

BHUGWANDASS antwoordt dat hij en andere ervaringsdeskundigen weleens gevraagd worden om met ideeën te komen. Of er wat mee gedaan wordt, is een tweede. Een denkfout in de huidige jeugdzorg is dat men verwacht dat kinderen dingen melden. Men wordt zo afhankelijk van wat kinderen signaleren. Het punt is dat de kinderen in kwestie zo kwetsbaar zijn dat ze beschermd moeten worden. Hijzelf denkt dat je geweld moet opsporen. Vandaar zijn vraag of men zelf weleens langs gaat bij de plekken waar kinderen naartoe gestuurd worden. In het bijzonder denkt hij dan aan de plekken buiten de eigen regio, waar de gemeente veel minder controle over heeft. Verder komt een vertrouwenspersoon maar een keer per week langs. Er is daar dan een cultuur met medewerkers waar de jongeren de hele week mee te maken hebben. Verwacht je dat jongeren gaan praten met een buitenstaander die een uur per week aanwezig is? Soms misschien wel, maar eigenlijk zou zo’n extern persoon veel vaker langs moeten komen. En het zou wellicht zelfs een extern duo moeten zijn. Een vertrouwenspersoon zou niet alleen voor een gesprekje moeten komen, maar bijvoorbeeld ook meedoen aan gym. Dat geeft een heel andere verstandhouding tot die persoon. Een groot probleem is dat de inspectie niets doet. Helaas is de inspectie niet anders ingericht na de commissie-De Winter.

Het zal dus vermoedelijk ook niet gebeuren na het uitkomen van zijn eigen rapport. Daarom vraagt hij de gemeente zelf toezicht te organiseren.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

Het lid VAN DER VEEN vraagt of het klopt dat de inspectie maar een keer per jaar, en dan ook nog aangekondigd, langskomt. J. BHUGWANDASS antwoordt dat hij niet weet hoe vaak de inspectie langskomt. Hij heeft ze zelf nooit gezien. Het bezoek schijnt inderdaad vaak aangekondigd te worden. Maar je ziet in het rapport dat veel jongeren gewend raakten aan de situatie. De opzet om met kinderen te spreken die op dat moment in de situatie zitten, is dan eigenlijk al verkeerd. Je gaat er dan vanuit dat die kinderen weten dat het niet goed gaat, en dat ze het ook kunnen aangeven. Eigenlijk zou je een vertraging moeten inbouwen. Je zou met jongeren moeten spreken die iets langer geleden hebben gezeten. Dan krijg je een beter beeld. Het lid VAN DER VEEN vraagt wat opvallend was in de verhalen van de jongeren over de tijd voor ze in de gesloten jeugdzorg terechtkwamen. J. BHUGWANDASS antwoordt dat het om kinderen gaat die traumabehandeling nodig hebben in een veilige setting. Men zegt dat de jongeren in kwestie complex en moeilijk zijn. Maar meestal heeft men in het hulpverleningstraject heel wat steken laten vallen. Het is onrechtvaardig om te zeggen dat het aan de jongeren ligt. Elke jongere vertoont probleemgedrag als hij niet in een veilige situatie zit. Er zou ingezet moeten worden op capaciteit in ambulante zorg. Dat vraagstuk ligt er al twintig jaar.

In 2004 had 80% van de kinderen dat civielrechtelijk in de jeugdgevangenis zat ambulante zorg nodig. Die kinderen hoorden helemaal niet opgesloten te zijn. Dat probleem is nog steeds niet opgelost. Daar moet je beginnen. Het lid MANGAL vroeg zich af of directeuren van inrichtingen de heer Bhugwandass hebben benaderd naar aanleiding van het rapport. J. BHUGWANDASS antwoordt dat hij die directeuren zelf benaderd heeft, nog voor het rapport uitkwam. Hij wilde ze daarmee informeren over de signalen. Natuurlijk hadden ze dat soort signalen al eerder gehad. In dit geval zullen de directeuren hebben verwacht dat dit rapport aandacht zou genereren. In een geval heeft men een team op non-actief gezet, maar dat team was al ongeveer 10-15 jaar actief. Men was dus laat met ingrijpen. Het lid KABAMBA vraagt wat de heer Bhugwandass aan de commissie mee wil geven, zodat in de preventie in het vervolg eerst aan de kinderen gedacht gaat worden. J. BHUGWANDASS antwoordt dat je in de eerste plaats moet praten met de betrokken kinderen, die eigenlijk altijd in dwangtrajecten zitten. Hij heeft met ze gesproken, en ze weten vaak heel goed wat ze nodig hebben. Ze hebben geen behoefte aan tralies. Vaak blijken ze vooral behoefte te hebben aan liefde en nabijheid. Het gaat, wat voor maatregelen je ook neemt, onder de streep vooral om de cultuur.

Je moet dus kijken naar de aanbieders en naar de cultuur binnen de organisaties die gecontracteerd worden. Dat is nog relevanter dan wat ze precies aanbieden. Commissiebehandeling Het lid NADIF dankt de heer Bhugwandass voor het presenteren van dit onderzoek. Wat er in de gesloten jeugdzorg gebeurt, is heel schrijnend. Wat er daar gebeurt heeft ook gevolgen gehad voor mensen. Dit onderzoek is gewijd aan een meisje dat zelfmoord heeft gepleegd. Het is belangrijk te beseffen dat de verantwoordelijkheid niet stopt aan het einde van een behandeling. In het rapport wordt gesproken over het verdienen van vrijheden zoals het contact met anderen, het verblijven in een woonkamer, toegang tot medicijnen, medische zorg, onderwijs. Het rapport beveelt aan om dit soort rechten te waarborgen voor jongeren. Het gaat om kinderen van 12-18 jaar, dus eigenlijk zou je niet van ‘jongeren’ moeten spreken. De kinderen zijn in een situatie geplaatst waar ze zich voor hun gevoel niet vrij konden uitspreken. Ze konden niet hun eigen grenzen stellen en ze hadden niet het gevoel dat ze

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

in een veilige omgeving zaten. Er zijn ook vrijheden ingeperkt waarop ze wel recht hadden. Daarmee moet rekening gehouden worden. In het coalitieakkoord staat dat maatregelen getroffen moeten worden voor kinderen die in de jeugdzorg terechtkomen, geen toegang tot onderwijs hebben gehad en op hun achttiende geen middelbareschooldiploma hebben. Hoe kan dat voor deze groepen gedaan worden? Amsterdam is gestopt met het doorverwijzen. Zij vraagt of dat definitief is. Het is belangrijk dat de kinderen in kwestie passende zorg krijgen. Het is ook belangrijk om te kijken wat voor andere mogelijkheden er zijn voor deze groep kinderen. Verder blijkt er behoefte te zijn aan een aanspreekpunt voor passende hulp. Dat zou Jeugdstem kunnen zijn, maar alle instanties en vertrouwenspersonen waren in de afgelopen jaren niet voldoende. De vraag is dus hoe je het allemaal zo inricht dat het voldoet aan hun kaders. De eigen kaders voldoen blijkbaar niet om ervoor te zorgen dat de kinderen zich veilig genoeg voelen om het gesprek aan te gaan. De kinderen doen dat wel met iemand die dezelfde ervaringen heeft. Ook gevraagd is om landelijke excuses. Zijzelf kan zich niet voorstellen dat je je kind op zo’n plek plaatst, en dat je kind er dan niet meer is. Zij begrijpt de behoefte aan erkenning van wat de kinderen aangedaan is. Amsterdam moet wat betreft excuses een voortrekkersrol nemen.

De kinderen hebben behoefte gezien te worden, en dat mensen om ze geven. Dat is niet gebeurd. Iedereen is wat dat betreft jarenlang nalatig geweest. Er moet nu geluisterd worden naar de stem van deze kinderen. Ze weten zelf heel goed wat ze nodig hebben. Het is inderdaad een complex probleem, maar je moet altijd het vertrouwen kunnen hebben dat er goed gezorgd wordt voor de kinderen. Zij vraagt alle aanbevelingen van het rapport over te nemen en te kijken welke rol de gemeente Amsterdam daarbij kan pakken. Een van de mede-indieners was Volt; dat ging administratief niet helemaal goed. Alle politici zie ze gesproken heeft, vonden dit onderwerp heel erg belangrijk. Zij hoopt dat er samen met het college voor gezorgd kan worden dat nu eindelijk een einde gemaakt kan worden aan deze praktijken. Er moet herstel in gang gezet worden en erkenning van wat misgegaan is. Het lid ABDI vindt dat jeugdzorg niet vaak genoeg op de agenda gezet kan worden. Zij vraagt of er het juiste gedaan wordt wanneer je genoeg weet. Veel kinderen geven aan dat ze behandeld en doorverwezen worden, terwijl niet echt gekeken is wat er echt met ze aan de hand is en wat hun behoeftes zijn. Het is belangrijk om juist vanuit de leefwereld en behoeftes van kinderen te kijken, ook als die misschien niet zodanig communiceren dat ze gehoord en gezien worden. Daar gaat het vaak mis.

Het zijn kinderen die vaak al met grote achterstanden beginnen. Ze hadden van jongs af aan te maken met vormen van geweld en verwaarlozing. Ze hebben in hun leven schade opgelopen. Daarmee moet rekening gehouden worden. Ervaringsdeskundigheid moet echt onderdeel zijn van het beleid. Dat is al zichtbaar in de aanbesteding en de plannen die zijn gemaakt. Toch weten de jongeren vaak niet de weg te vinden. Het lukt ze niet gehoord te worden. Er is veel behoefte aan een lotgenotencontact, juist omdat er zoveel wantrouwen en scepsis is. Hoe zou de gemeente een lotgenotencontact kunnen faciliteren? Hoe kan men een bijdrage leveren en zorgen dat de kinderen weer kind kunnen zijn? En zijn er genoeg passende alternatieven? Vaak gaat het al vanaf het begin mis met overmedicalisering, of het geven van behandelingen die helemaal niet geschikt zijn. Daardoor is het lastig om de juiste hulp te bieden. Hoe zorg je dat de jongeren die krijgen? Er moet pas op de plaats gemaakt worden met het verwijzen naar justitiële inrichtingen. Er zijn veel partijen die zich buigen over de rechten van kinderen. Het is belangrijk dat de kinderen een plek krijgen waar ze, los van instanties, terechtkunnen. Hoe ziet het college dat? Zij sluit zich aan bij alle aanbevelingen uit het rapport. Het lid WEHKAMP vond het rapport heel aangrijpend. Zij sluit zich aan bij wat net gezegd is over de aanbevelingen.

Het doorverwijzen moet permanent gestopt worden. Verder vraagt zij hoe de wethouder denkt dat het herstel van deze jongeren gerealiseerd kan worden. In artikel 12 en 13 van het kinderrechtenverdrag gaat het om het recht van kinderen om hun verhaal te vertellen, maar ook het recht om gehoord te worden. Zij vraagt hoe in de

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

jeugdzorg breder lessen getrokken kunnen worden, als het gaat om het luisteren naar de signalen van kinderen. Er zijn instanties, maar loopt het goed genoeg en wordt er echt geluisterd naar de kinderen? Het is niet goed om de verantwoordelijkheid voor het signaleren bij de kinderen te leggen. En welke lessen worden getrokken voor de Amsterdamse jeugdzorg in bredere zin? Het lid KABAMBA vraagt of men permanent stopt met het opsluiten van kinderen op deze manier. Zij ziet het belang van het inschakelen van ervaringsdeskundigen. De volwassen ervaringsdeskundigen dragen een verleden met zich mee. Zij vindt dat ervaringsdeskundigen op de juiste manier gecompenseerd moeten worden, want het gaat om jarenlange traumatische omstandigheden. Als ze andere kinderen daarmee kunnen helpen, welke trajecten bestaan er dan om dit soort ervaringsdeskundigen naar behoren te compenseren voor hun werk? Ouders blijken onderdeel te zijn van het probleem, of ze worden niet voldoende gehoord. Als je de druk bij de kinderen weg wilt nemen, moeten de ouders op de weg naar een dergelijke indicatie voldoende ondersteund worden. Zij vraagt of er programma’s bestaan om ouders psychologisch te ondersteunen. Als kinderen of ouders het niet weten, is het lastig om precies uit te vinden wat er aan de hand is, alleen op grond van wat deskundigen zeggen.

Het zou mooi zijn als er erkenning en excuses komen voor deze kinderen, en inmiddels volwassenen. In hoeverre komen die er voor alle kinderen die het hebben meegemaakt, en voor nabestaanden van kinderen die er niet meer zijn? Het lid MANGAL denkt dat excuses zeer op hun plaats zijn. De overheid schijnt het niet goed te kunnen doen. Wat voor burgers laat je straks los op de samenleving als je deze kinderen op deze manier behandelt? Amsterdamse jongeren zouden pas geplaatst moeten worden bij een instelling nadat de gemeente een doorwrocht antecedentenonderzoek heeft gedaan. Schijnbaar kan je de eigen inspectie niet vertrouwen. Waarom weigerde de inspectie het rapport in ontvangst te nemen? Het lid WEHKAMP hoorde de zorgen van het lid Mangal over wat voor kinderen later als volwassenen deel gaan uitmaken van de samenleving. Vindt het lid Mangal dat kinderen ook rechten hebben omdat ze kind zijn? Dat ze daar beschermd moeten worden? Het lid MANGAL is het eens dat kinderen kind moeten kunnen zijn. Maar er is gezegd dat langdurige opsluiting tot hersenschade leidt. Die kinderen met hersenschade worden groot en gaan participeren in de samenleving. De samenleving, die de kinderen naar dit soort plekken sturen, moeten ervoor zorgen dat ze op een goede manier kunnen opgroeien. Ze moeten zich kunnen resocialiseren in de samenleving.

Als dat niet goed aangepakt wordt, wat voor volwassenen stuur je dan straks de samenleving in? Het lid WEHKAMP ziet het belang van wat het lid Mangal zegt. De kinderen moeten goed kunnen opgroeien en de samenleving heeft daar later profijt van. Haar punt is dat je ook naar kinderen zelf moet kijken, dus als kinderen. Niet speciaal met het oog op hun latere bijdrage aan de samenleving. Het lid MANGAL vindt dat een goed punt. Hij vraagt de wethouder waarom de inspectie het rapport niet in ontvangst wilde nemen. Het vertrouwen is namelijk ernstig geschaad. Zware criminelen in de gevangenis mogen zelfs nog langer luchten dan deze kinderen. Waarom worden kinderen onder het mom van jeugdzorg aan een dergelijk regime blootgesteld? Het lid HAIJEN vindt de getuigenissen uit de gesloten jeugdzorg schokkend. In plaats van dat ze adequate hulp krijgen, worden de kinderen opgesloten in een kamer. Die opsluiting brengt ook psychische schade aan de kinderen toe. Hij hoorde het voorbeeld van kinderen die zich door de isolatie zo eenzaam gaan voelen dat ze uiteindelijk met poppen gaan praten. Op die manier wordt de menselijke waardigheid aangetast. Dat was niet de bedoeling, maar het is wel het gevolg van isoleren, dwang en repressie. Het ergste is nog

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

dat deze misstanden niet nieuw zijn. Ze zijn al meerdere malen naar voren gebracht. In 2013 heeft de inspectie ook al ingegrepen in de gesloten jeugdzorg. In 2019 heeft de SP raadsvragen gesteld over de gesloten jeugdzorg. Toen bleek dat 96 Amsterdamse jongeren in een instelling met gesloten jeugdzorg waren geplaatst. Ook zijn Amsterdamse kinderen doorverwezen naar de Zikos-afdelingen. Hij vraagt of men daarmee definitief kan stoppen. De Koppeling heeft in 2019 als een van de eerste de isoleercellen gesloten. Men is daar ook gestopt met de repressie en de dwang. Amsterdam heeft de beweging gemaakt naar meer open jeugdzorg. Ooit was De Koppeling gewoon een gevangenis, dus ook in Amsterdam zijn er kinderen die hun zorg hebben gekregen in een voormalige gevangenis. Dat lijkt niet de meest geschikte plek. Er zijn andere locaties gekomen met open jeugdzorg. Hij vraagt welke signalen de wethouder krijgt over de zorg in die vijf locaties. Een voormalig directeur jeugdzorg zei dat je in traditionele instellingen nog steeds groepen hebt van twaalf jongeren op twee begeleiders. Als een kind uit zijn dak ging, was de isoleercel de enige mogelijkheid. Niemand vond dat een mooie oplossing, maar men kreeg een bedrag waarvan de instelling de zorg moest organiseren. Het is dus een kwestie van onvoldoende geld en middelen om adequate zorg te kunnen verlenen.

Hoe bestaat het dat in een rijk land als Nederland de regering de jeugdzorg toeschuift naar de gemeenten, die dan niet voldoende middelen krijgen om adequate zorg te organiseren, en dat de uiteindelijke uitwerking is dat kinderen in psychische nood worden opgesloten in voormalige gevangenissen? Dat is niet acceptabel. De Koppeling is begonnen met een andere manier van kijken, waarbij in plaats van dwang en repressie een relatie opgebouwd wordt met liefdevolle zorg. Alleen in zo’n relatie kan je zorgen voor een veilige omgeving. Hij roept op om de menselijke waardigheid intact te laten, een relatie op te bouwen, en veel meer in te zetten op de open jeugdzorg. Er moet gestopt worden met isoleren, dwang en repressie. Hoe ziet de wethouder de route naar herstel voor de Amsterdamse kinderen die in zo’n situatie terecht zijn gekomen? Het lid BROERSEN merkt op dat voor dit onderwerp zo vaak mogelijk aandacht moet worden gevraagd. Zij sluit zich aan bij de bijdragen van alle voorgaande sprekers. Zij vraagt of er contact is met de kinderen die op deze afdelingen hebben gezeten en hun ouders. Dit probleem speelt al heel lang. Zij vraagt of er ook voor dit rapport contact was met deze Amsterdamse kinderen en hun ouders.

Neemt de wethouder de aanbevelingen uit dit rapport mee voor soortgelijke zorg, maar ook voor jeugdzorg in bredere zin? Kinderen en jongeren hebben keer op keer aan de bel getrokken over de misstanden op deze afdeling. Niet alleen bij de afdelingen zelf, maar ook in de landelijk media, bij de hoofdinspecteur, de inspectie, de rechter, vertrouwenspersonen. Hoe kan het dat die noodkreten niet voldoende doorklonken? Zij vraagt de wethouder hoe men in Amsterdam waarborgt dat verhalen van kinderen en jongeren in de jeugdzorg wél gehoord worden. Zij zijn de ervaringsdeskundigen die kunnen helpen om het systeem te verbeteren. Wat voor laagdrempelig meldpunt kan geboden worden? En wat is de rol van de kinderombudsman? Op welke manier werkt het college met haar samen? De kinderen moeten in de toekomst serieus genomen worden. Het lid EMMERIK dankt de heer Bhugwandass. De schrijnende situatie waarvan hij hoorde, roept bij hem herinneringen op aan zijn eigen nichtje, die verstandelijk gehandicapt is en diverse ontberingen heeft moeten doorstaan in instellingen. De gemeente dient substantieel te investeren in competente medewerkers en structurele veranderingen. Hij vraagt of het misschien gepast is een werkgroep of klankbordgroep van ervaringsdeskundigen zoals de heer Bhugwandass samen te stellen. De VOORZITTER schorst de vergadering van 10.31-10.40 uur.

Wethouder MOORMAN merkt op dat zij inmiddels niet meer verdrietig is. Zij is nu heel boos, want dit is al zo lang bekend. Het is erg dat de heer Bhugwandass zelf de kinderen in gesloten zorg moet spreken om dit onder de aandacht te brengen. Zij dankt hem. Zij hoopt dat haar boosheid kan bijdragen aan een verandering.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

Het is waar: de inspectie doet haar werk niet goed. De inspectie zou moeten controleren of de kinderen in een inrichting de goede zorg krijgen die ze nodig hebben. Moet elke gemeente haar eigen inspectie eropaf sturen om het nog eens te controleren? Omdat je het niet kunt vertrouwen? Er is iets mis in het fundament. De vraag is hoe dit zo heeft kunnen ontstaan. Gelukkig is De Koppeling gesloten. Destijds zaten kinderen daar in een jeugdgevangenis. Heel lang zijn kinderen opgesloten in een repressief kader. Eigenlijk werden de kinderen gestraft. Dat moet niet gebeuren, maar men zit nog steeds vast in hetzelfde stelsel. De mentaliteit moet op dat punt heel fundamenteel veranderen. Zij had van de week een gesprek met de inspectie over het nu geschreven rapport over de transitie die nu gemaakt wordt, na De Koppeling met Levvel. Er komen open groepen met veel meer ruimte, zonder de vrijheidsbeperking die in het verleden plaatsvond. De inspectie is heel kritisch over ICT-systemen die niet werken. Maar is men dan wel met de juiste dingen bezig? Er moet gekeken worden hoe het met de kinderen gaat in plaats van met het systeem. Er moet heel goed geluisterd worden naar wat de heer Bhugwandass zegt. Diens analyse van waar het vandaan kwam was heel goed. Het antwoord op falende jeugdzorg was altijd weer jeugdzorg, maar dat moet anders.

Misschien ligt dat antwoord in de samenleving, in het liefdevol nabij zijn. Als er niet naar je geluisterd wordt, verstomt je stem. Ook dat is een belangrijk inzicht van de heer Bhugwandass. Met die verstomde stem hebben meldpunten weinig zin. Ook heel belangrijk is de notie van de gedeelde verantwoordelijkheid. Kinderen worden letterlijk doorgeschoven. Er wordt gesproken over inclusie en tegelijkertijd wordt exclusie georganiseerd. Het probleem wordt doorgeschoven naar andere partijen, zoals de inspectie, het stelsel, de aanbieders, de onderaanbieders. Men zal zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen. Op dit moment is Amsterdam gestopt met de gesloten jeugdzorg, maar het gaat erom dat het daadwerkelijk op een andere manier gedaan wordt. Amsterdam was de eerste die De Koppeling heeft gesloten en open jeugdzorg heeft georganiseerd. Maar daarmee ben je er nog niet. De problematiek is complex. Je lost het niet op door ook de gesloten optie in stand te houden. Voor de betrokken gezinnen is het belangrijk dat de kinderen echt in de buurt blijven. Kinderen en jongeren mogen niet los worden getrokken van hun omgeving. Daarom ook is er Thuis voor Noordje. Dit vergt in ieder geval doorzettingsvermogen. Iedereen moet er voortdurend achter blijven staan. Zij kan natuurlijk aandringen bij alle verantwoordelijke instanties om de gevraagde erkenning te geven, maar er is meer nodig.

Er moet gekeken worden hoe het op dit moment gaat met de jongeren en kinderen die in gesloten jeugdzorg hebben gezeten. Vorig jaar hebben twee jongeren er tijdelijk gezeten. Het is noodzakelijk om te kijken hoe het op dit moment gaat met de jongeren, de kinderen en de gezinnen. Zij wil de nabijheid gaan organiseren. Hoe neem je de stem van de jongeren mee? Er is op dit moment al een meldpunt ingericht bij de VNG. Er is de stichting Jeugdstem voor de jongeren. Er is de kinderombudsman. Ook belangrijk is het Jeugdplatform, en daarin is Amsterdam uniek. Het Jeugdplein spreekt steeds mee, ook over het jeugdbeleid. Je kunt nog veel meer organiseren, maar dat heeft weinig zin als de stem van kinderen en jongeren waarom het gaat is verstomd. Alleen als het echt niet anders kan, dus als er op die manier een betere oplossing geboden kan worden, is gesloten zorg misschien op zijn plaats. En ook dan moet je erbij blijven. Liever dan nog een inspectie op te richten vanuit Amsterdam, heeft zij iemand die er liefdevol bij blijft. Iemand die elke week contact opneemt om te vragen hoe het gaat met de betrokkene. Of hij goed behandeld wordt, of misschien iets nodig heeft. Zijzelf zit in de VNG-commissie, waar zij de verantwoordelijken op dit punt aan zal spreken. Het is heel gek dat de inspectie het rapport niet in ontvangst heeft genomen.

Dat lijkt toch het minste wat je kan doen als iemand zo’n goed rapport heeft geschreven? Dit gesprek wordt ook gevoerd met alle verantwoordelijken die er zijn, zoals de stelselverantwoordelijke, het ministerie, de verschillende aanbieders. Ook zijzelf voelt zich verantwoordelijk.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

Het lid EMMERIK vraagt of het mogelijk is om de heer Bhugwandass zelf in te zetten, als ervaringsdeskundige. En wordt er nog iets gedaan met zijn rapport? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de heer Bhugwandass in 2017 onderdeel was van de ExpEx, de ervaringsdeskundigen. Zij mocht toen het diploma overhandigen aan de heer Bhugwandass en de andere ervaringsdeskundigen. De kracht van de heer Bhugwandass is dat hij al heel lang betrokken is. Ook bij de ontwikkelingen die er bij Levvel zijn. Hij wordt daarbij heel erg gewaardeerd. Het lid NADIF vraagt of er permanent gestopt wordt met het doorverwijzen naar gesloten jeugdzorg. Het staat nu op 2030, wat naar haar zin veel te laat is. Wat is de termijn voor de gemeente Amsterdam? Wethouder MOORMAN antwoordt dat Amsterdam voorloper is. Amsterdam wil het huidige systeem helemaal ontmantelen. Er zijn kinderen en jongeren die zichzelf beschadigen. Daar moet je naast gaan staan, en dat kan niet in een restrictief en repressief kader. Het moet liefdevol. Daarvoor zijn liefst kleinschalige plekken nodig, zo dicht mogelijk bij huis. Zij is bezig dat te organiseren. Het zal in ieder geval uithoudingsvermogen, doorzettingsvermogen en moed vergen. Het lid NADIF wil graag een toezegging over de termijn. Wethouder MOORMAN antwoordt dat Amsterdam er al mee gestart is. Het jaartal 2030 geldt voor andere gesloten instellingen elders in het land.

Amsterdam heeft in 2019 De Koppeling al gesloten en is Thuis voor Noordje gestart met heel Noord-Holland. De beweging is dus al lang ingezet. Daarnaast zijn er dus de kinderen die de bescherming echt nodig hebben, en dat is dus wat anders dan restrictie. Die bescherming moet zo goed mogelijk ingericht worden. Daarmee is men nu bezig. Het lid HAIJEN vraagt hoe men vanuit de rest van het land aankijkt tegen Amsterdam. Wordt Amsterdam met vreemde ogen aangekeken, nu het de beweging naar een meer open jeugdzorg heeft ingezet? Of ontvangt Amsterdam steun van zorgprofessionals? Wethouder MOORMAN antwoordt dat iedereen het eens is over dit onderwerp. Er zijn geen mensen meer die willen dat kinderen achter gesloten deuren liggen op stalen matrassen, met een afschuwelijke bejegening en zelfs fysieke mishandeling. De vraag is dan hoe het wél moet. In de hervormingsagenda wordt de afbouw van de residentiële jeugdzorg als een bezuinigingsmaatregel opgenomen, maar iedereen zal snappen dat kleinschaliger opvang met meer begeleiding niet goedkoper is. Waarschijnlijk is het duurder. Daarmee gaat het dan weer over geld. Hoe zorg je dat kinderen een goede begeleiding krijgen? En hoe gaat de inspectie daarmee dan om? Sommige partijen zijn huiverig als het daarover moet gaan. Het lid ABDI is het eens dat liefde en nabijheid het belangrijkste zijn. De kinderen voelen zich niet gezien of gehoord.

Ook contacten met gelijkgestemden worden binnen die organisatie georganiseerd, als je eenmaal in de zorg zit. Als je niet meer in de zorg zit, is er niets voor je. De kinderen die zij sprak hebben veel behoefte om met iemand te praten buiten de instellingen om. Ze willen eens samen kunnen eten, een weekend weg kunnen. Er zijn wel inloopspreekuren, maar er is veel meer behoefte aan. Hoe kan de stad dat faciliteren? Lotgenotencontact is cruciaal voor hun herstel, voor hun gevoel van eigenwaarde. Wethouder MOORMAN vindt dat een goed punt. Zij ziet in gesprekken met het Jeugdplatform of de ExpEx hoe het in de praktijk werkt. Een lotgenotencontact is noodzakelijk, ook al zal niet iedereen daarvan gebruik willen maken. Zij weet niet precies hoe het lotgenotencontact nu is georganiseerd en hoe het beter kan worden ondersteund. Zij zal dat punt meenemen in de verdere uitwerking.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

Het lid ABDI vindt het belangrijk dat er een overzicht gemaakt wordt van alle faciliteiten, zoals de ervaringscafés van ExpEx Amsterdam. Kan in kaart gebracht worden wat er nu al is? Dan kan daarna getoetst worden of er meer mogelijk is. Wethouder MOORMAN bedoelde dat te zeggen. Vroeger waren er 112 gesloten plekken en het is naar 24 gegaan. Geprobeerd wordt om het op een andere manier te organiseren. Er is lotgenotencontact, dat ook door sommige aanbieders wordt georganiseerd. Met deze behoefte zal goed rekening moeten worden gehouden bij de verdere ontwikkeling. Het lid WEHKAMP vraagt wat er concreet gaat veranderen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er naar Zikos geen kinderen meer gaan. Binnen Thuis voor Noordje kijkt men zo goed mogelijk waar een kind terechtkomt. Je moet voorkomen dat daarna het contact met het kind verloren gaat. Er moeten mensen bij blijven. Het probleem in het verleden was dat de gesloten deuren van de gesloten jeugdzorg wat er binnen gebeurde aan het zicht onttrokken. Op dat punt kan iets concreet veranderen. Als het niet anders kan en een kind geplaatst wordt buiten Amsterdam, moet je er toch bij blijven. Het contact mag dan niet ophouden. Het lid BROERSEN vraagt wanneer men definitief ophoudt met de verwijzingen naar de Zikos-afdeling. Wethouder MOORMAN antwoordt dat in de huidige situatie geen kind meer naar Zikos gestuurd zal worden.

Het is niet veilig. Als Zikos als door een wonder plotseling een heel veilige plek wordt voor de kinderen die het nodig hebben, kan dat misschien anders worden. Maar die veiligheid zal dan eerst aangetoond moeten worden. In het algemeen moet je ervoor zorgen dat kinderen niet meer naar plekken gestuurd worden waar hun problemen alleen maar groter worden. Het lid MANGAL vraagt waarom niet gekeken wordt naar het systeem, dat kinderen heeft doen laten verstommen. Hoeveel Amsterdamse jongeren hebben lichamelijke breuken opgelopen? En hoe is het hen vergaan na hun ontslag uit zo’n inrichting? Kan de wethouder voor hen een follow-up inrichten? Of kan de heer Bhugwandass daarbij geholpen worden? Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij het vooral over het systeem wilde hebben. Zij wil heel erg graag dat het systeem verandert. Dat zal wel een lange adem en doorzettingsvermogen vergen. Zij noemt nog de ontwikkelingen rondom Blijvend Veilig, waarbij geprobeerd wordt erbij te blijven. Het stokje wordt niet doorgegeven; men neemt gezamenlijk de verantwoordelijkheid. Nu al wordt zichtbaar dat het aantal uithuisplaatsingen van kinderen extreem is afgenomen. Er blijken dus twee jongeren geweest te zijn die vorig jaar voor een beperkte tijd gesloten opgenomen waren in Harreveld. Er zal gekeken worden naar wat die nodig hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14007568/1