CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag OZA 07.09.2022

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 28 september 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 7 september 2022.15.723 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Zo worden dit najaar twee bijeenkomsten georganiseerd voor de lhbtq+-groep, om signalen op te halen. Deze resultaten worden dan ook weer verwerkt in de aanpak. Het college versterkt dus de meest veelbelovende initiatieven in de stad, stimuleert de bijpassende voorzieningen en innoveert waar mogelijk. Zij antwoordt het lid Didderen dat Thrive is gestart voor het begin van de COVIDcrisis. Zichtbaar was dat de cijfers voor mentale klachten toenamen, dus werkt Thrive ook samen met andere onderzoeksinstituten, zoals Centre for Urban Mental Health. Er wordt gezocht naar de redenen voor die toename. Het lid DIDDEREN is zich ervan bewust dat Thrive eerder is opgezet, maar in de terugblik komt alleen de pandemie als oorzaak naar boven. Welke oorzaken zijn nog meer gevonden? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat er al eerder onderzoek naar gedaan is. Zij kan er Q1 op terugkomen. Zij antwoordt het lid Didderen dat tegenslagen bij het leven horen, wat ook van toepassing is bij de mentale worstelingen. Thrive wil Amsterdammers handvatten en

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 september 2022

perspectief bieden, zodat ze veerkrachtig worden en met tegenslagen om kunnen gaan. Voorkomen moet worden dat mensen gedwongen worden om gebruik te maken van de ggz. Vandaar de slogan van Thrive: ‘It’s Okay Not to Be Okay’. Ingezet wordt op het normaliseren en medicaliseren van mentale problemen, uiteindelijk om uitval te voorkomen op school, werk en samenleving. Het lid DIDDEREN vraagt of er meerdere indicatoren daarvoor gemeten gaan worden. Het lijkt er nu op dat in het geval dat de mentale gezondheid van Amsterdammers verslechtert, maar zonder dat ze uitvallen, de ambitie alsnog behaald is. Dat lijkt tegenstrijdig. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat er wordt gemonitord op lichte en zware mentale klachten. Zij zegt een brief toe om de commissie zo snel mogelijk hierover te informeren. Zij antwoordt verder dat er voor minderheden diverse initiatieven lopen vanuit organisaties en instellingen. Waar de gemeente kan ondersteunen, doet zij dat. Zij denkt daarbij aan het initiatiefvoorstel van het lid Van Pijpen over het tegengaan van racisme en discriminatie in de zorg. Vanuit het programma Vitaal en Gezond wordt met het zorgveld van Amsterdam samengewerkt om de zorg inclusiever te maken. Dat staat met regelmaat op de agenda. Vanuit Thrive worden betere verbindingen op buurtniveau gestimuleerd tussen ggz en informele, vaak cultureelsensitieve organisaties.

Het wederzijds leren wordt gestimuleerd en het vinden van aansluiting over en weer. Concreet betekent dat het geven van trainingen in het herkennen van mentale klachten door ggz-professionals aan vrijwilligers. Zij antwoordt Het lid Van Haarlem dat er overheidsbeleid is met betrekking tot de mentale gezondheid tijdens een lockdown. Lokaal zal de gemeente haar best doen via de lopende projecten. Eventueel kunnen die worden uitgebreid tijdens een nieuwe lockdown. Alle aanbod van de gemeente is inclusief. Ook voor mannen zijn aparte interventies beschikbaar. Daarnaast bestaat er in de stad een aparte aanpak suïcidepreventie. Zij antwoordt het lid Hendriks dat met andere programma’s wordt gesproken over de mogelijkheid om de werkwijze Thrive ook elders toe te passen. Thrive wordt ook voortgezet. Dat is opgenomen in het coalitieakkoord Q1. Er komt een nieuw plan van aanpak. Het lid HENDRIKS vraagt wanneer er een update komt met betrekking tot de toepassing op andere programma’s. Wethouder RIJXMAN kan daarvoor nog geen concrete datum noemen. Zodra zij het weet zal ze dat aan de commissie laten weten. Zij antwoordt het lid Alberts dat armoede inderdaad de oorzaak kan zijn van mentale klachten. Die koppeling wordt meegenomen in het plan van aanpak voor volgend jaar. Het lid ALBERTS vraagt dat toe te lichten.

Gebeurt dat in het kader van ‘voorkomen is beter’, dus gaat men de armoede bestrijden? Of gaat men beter monitoren? Dat laatste kent zij nu wel. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat armoedebestrijding valt onder de wethouder Armoede. Het lid ALBERTS benadrukt dat er één college is. Zij zou het dus prettig vinden als wethouder Rijxman in de collegebestrijding een aanvalsplan armoedebestrijding aan de orde stelt. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat het college inderdaad één is. Wethouder Moorman is verantwoordelijk voor de armoedebestrijding. Het lid Alberts krijgt haar antwoord, maar eerst moet zij overleggen met wethouder Moorman.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 september 2022

Wethouder MOORMAN wijst erop dat er heel veel gebeurt met betrekking tot armoedebestrijding. Daarbij wordt juist aan deze mentale kant veel aandacht besteed. Niet voor niets heet het programma Schuldhulpverlening ‘Schuldrust’. Schulden geven grote stress aan mensen. Je moet schulden aan de voorkant aanpakken om te voorkomen dat er op andere domeinen problemen ontstaan. In de integraliteit van de buurtteams worden schuld- en armoedeproblematiek meegenomen om misschien binnen de ggz problemen te voorkomen. Het lid ALBERTS denkt dat het college nog beter moeten kijken hoe voorkomen kan worden dat mensen in armoede raken. Niet hoe men de schulden beter kan oplossen. Wethouder MOORMAN gaf dit als voorbeeld. Ook de buurtteams moeten bij mensen met een ggz-probleem onderzoeken of armoede misschien een rol speelt. Voorkomen is altijd beter. Niet alleen voor de betrokkene zelf, maar zeker ook voor de samenleving. Daarom zit het college sterk op preventie. Wethouder RIJXMAN antwoordt het lid Runderkamp dat Caring Universities mede onder de vlag van Thrive is uitgevoerd. De financiering gebeurt echter door andere partners, zonder tussenkomst van Thrive. Het college zit hier bovenop. Er lopen nog lobbyactiviteiten richting het Rijk. Ook dit onderdeel zal worden meegenomen in een nieuw plan van aanpak.

Tweede termijn Het lid VAN HAARLEM vraagt of er specifiek rekening wordt gehouden met de mentale toestand van Amsterdammers bij toekomstig gemaakt beleid. Hoe ziet de wethouder dat voor zich? Wethouder RIJXMAN antwoordt bevestigend. Dit maakt onderdeel uit van het beleid. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Er is een plan van aanpak in de maak. Onderwijs 6. Kennisnemen en bespreken van raadsinformatiebrief besluit minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs over onderwijsvoorzieningen 2021 (MRvNS) en afdoening motie 153 (TA 2022-000153) van raadslid Yilmaz (Denk) (VN2022-024482) Het lid KABAMBA merkt op dat de zienswijze van de gemeente Amsterdam niet is meegenomen in het besluit over de initiatiefnemers. Het heeft dus ook effect gehad op de afgewezen scholen. Er staat dat er een gesprek komt met de minister, met het verzoek het volgende keer wél mee te nemen. Is dat inmiddels gebeurd? Verder vraagt zij hoe ervoor gezorgd kan worden dat in het vervolg de zienswijzen van de gemeente Amsterdam worden meegenomen. Men spreekt de zorg uit dat er voornamelijk wordt gekeken naar de aanvraag, terwijl het aanbod in Amsterdam niet voldoende wordt meegenomen in het maken van een besluit over deze initiatiefnemers, met mogelijke gevolgen voor toekomstige aanbod en andere plaatsen en situaties waarin het kan wringen.

Wordt dit nog meegenomen in de zienswijze? Of kwam het aan de orde in het gesprek dat heeft plaatsgevonden? Verder vraagt zij hoe het zit met de afgewezen scholen. Mogen die volgend jaar meteen een nieuwe aanvraag doen? Om welke reden zijn ze afgewezen? Heeft dat ermee te maken dat de zienswijze van Amsterdam niet is meegenomen? Ten slotte leest zij in de documentatie dat het initiatief om in gesprek te gaan met de gemeente eigenlijk thuishoort bij de initiatiefnemers. Het was haar niet helemaal

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 september 2022

duidelijk hoe de initiatiefnemers dat zouden moeten doen. Wat moet je bespreken om een goede indruk te maken? Dat de zienswijze van de gemeente niet is meegenomen, is geen fijn signaal naar de gemeente, die toch het dichtste bij de burger staat. Zij vraagt een reactie. Het lid RUNDERKAMP hoorde van de wethouder al eerder haar zorgen over de inpasbaarheid van nieuwe onderwijsvoorstellen volgens deze wet in het huidige schoolaanbod. Hij heeft vragen over de drie positief beoordeelde initiatiefvoorstellen. Kan de wethouder iets zeggen over de voortgang bij de zoektocht naar geschikte huisvesting op de gewenste locaties? Het is hem niet geheel duidelijk of de positief beoordeelde initiatiefnemers de ruimte hebben om, als de gemeente een locatie aandraagt buiten het gewenste locatiegebied, een locatie te weigeren. De wethouder heeft aangegeven graag in gesprek te gaan met de minister om de wet te evalueren voor Amsterdam. Hij vraagt of dit gesprek gaat plaatsvinden voor 1 november, zodat nieuwe initiatiefnemers voor de volgende ronde kennis kunnen nemen van de uitkomst van deze gesprekken. Het lid HENDRIKS vindt de motivering voor de geheimhouding niet voldoende. Voor hem en ook de coalitie staat een openbare overheid hoog in het vaandel.

Kan de wethouder uitgebreider motiveren waarom geheimhouding nodig is? En waarom tien jaar? Het lid ROODERKERK begrijpt uit de brief dat er zorgen zijn ten aanzien van de ruimte die moet worden gevonden voor nieuwe scholen. In de eerdere brief over de zienswijze van deze scholen werd aangegeven dat er op oneigenlijke wijze ouderverklaringen werden verzameld, zoals voorrang bij plaatsing op kinderopvang, uitreiking tegoedbonnen, of het verloten van elektrische bakfietsen. Zij vraagt of de wethouder in gesprek is met de minister en de VNG. D66 diende in de Tweede Kamer een motie in waarin de minister opgeroepen werd om samen met de VNG in gesprek te gaan over de positie van gemeenten in deze wet. Hoe staat het daarmee? Hoe gaat de wethouder in de tussentijd uitwerking geven aan deze goedgekeurde scholen door de inspectie? Zij wil graag op de hoogte gehouden worden. Verder vraagt zij wat gedaan kan worden aan het verzamelen van oneigenlijke ouderverklaringen. Hoe gaat de wethouder daarmee om voor toekomstige aanvragen? Wethouder MOORMAN merkt op dat er momenteel een overgangssituatie is. De gemeente had altijd een rol bij het beoordelen of er genoeg vraag was voor een bepaalde school in de wijk. In de nieuwe wet heeft de gemeente eigenlijk helemaal geen rol. Dat is zeer onwenselijk in een gemeente met meer dan 300 scholen.

Daarom heeft Amsterdam het voortouw genomen in de lobby richting het Rijk door te zorgen voor een zienswijze. Het kabinet heeft dat niet overgenomen. Via een amendement in de Tweede Kamer is uiteindelijk afgedwongen dat de zienswijze toch wel werd opgenomen in de wet. Het is dan ook teleurstellend dat dit niet geleid heeft tot het beoordelen van de zienswijze. Het is gek dat als de Tweede Kamer zegt graag te willen dat de gemeenten hierin een rol spelen, het wettelijk kader vervolgens niet wordt aangepast. Nu is het een dode letter Het kost voor de gemeente veel tijd om zienswijzen te schrijven, maar vervolgens doet niemand er iets mee. Juist in de lokale context kan heel goed beoordeeld worden wat het betekent als er een nieuwe school bijkomt. Je moet voorkomen dat men pas na tien of acht jaar moet constateren dat iets niet levensvatbaar was, met alle gevolgen van dien. Zij gaat hier zeker mee door en laat het er niet bij zitten. De zienswijzen moeten wel degelijk serieus genomen worden. Zij voelt steeds meer steun vanuit het land. Er zijn drie scholen toegewezen. Een paar zijn afgewezen. De afwijzing gebeurt volledig door het ministerie. In dit geval gaat het met name om de beoordeling van de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs. Zij weet niet wat er in de aanvragen zat, want dat is niet openbaar.

Voor de toegewezen scholen kijkt de gemeente op dit moment binnen de 6 km-grens. In eerste instantie wordt altijd gekeken naar leegstand binnen bestaande scholen. Er wordt niet buiten de 6 km-grens gezocht. Zij antwoordt het lid Kabamba dat er een verplichting is om tevoren contact te hebben met de gemeente als je een aanvraag wilt doen. Als men zich inschrijft bij DUO

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 september 2022

krijgt de gemeente daar een signaal van. Binnen twee weken wordt er dan een afspraak gemaakt met de verschillende initiatieven. Als een initiatief is afgewezen, mag de school het volgend jaar opnieuw een aanvraag doen. Ze worden dus niet voor altijd uitgesloten. Je ziet dit gebeuren bij een van de afgewezen scholen. Een andere school, ook met islamitisch onderwijs, heeft een bezwaar ingediend tegen de afwijzing. Ook dat loopt op dit moment, dus het kan zijn dat het alsnog wordt toegekend. Zij antwoordt het lid Hendriks over de geheimhouding dat een school acht jaar de tijd heeft om te voldoen aan de verplichting van het aantal leerlingen. De raad kan de zienswijzen wel inzien. Die worden ook naar de scholen in kwestie gestuurd. Zij antwoordt het lid Rooderkerk dat er op dit moment gekeken wordt hoe de scholen zo goed mogelijk gehuisvest kunnen worden. Het lid ROODERKERK vraagt verder op de hoogte te worden gehouden. Verder vroeg zij wat er gedaan kan worden aan de oneigenlijke manier om ouderverklaringen te werven door scholen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er behoorlijk veel handtekeningen van ouders nodig zijn, die zich bereid verklaren om hun kind op de school in te schrijven. Tot nu toe werd er steeds gekeken naar de postcode, en maakte men een inschatting.

Nu moeten de ouders aangeven dat zij het een interessant initiatief vinden, waarmee je iets zegt over de levensvatbaarheid van de school. Maar als scholen vervolgens door het verloten van elektrische bakfietsen handtekeningen gaan werven, gaat het helemaal mis. Dit punt is ook onder de aandacht gebracht van de minister. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 7. Wachtlijsten overstap Amsterdamse middelbare scholen Nr. VN2022-028229 Het lid VON GERHARDT vindt onderwijs erg belangrijk voor het stimuleren van gelijke kansen in de samenleving. Helaas komt niet iedere leerling direct terecht op een school die goed bij hem past. Er moet dan een andere school worden gevonden. Er is echter nog geen stedelijke regie op de gang van zaken daarbij. Het is aan de ouders of kinderen zelf om een nieuwe school te vinden. Hij heeft tot gisteren verhalen gehoord over leerlingen die nog steeds geen school hebben gevonden voor dit schooljaar. Kent de wethouder deze verhalen ook? Wat kan ze doen om ervoor te zorgen dat deze kinderen zo snel mogelijk een plek krijgen op een Amsterdamse school? Ook vernam hij dat de scholen onderling een systeem hebben waarmee ze kunnen zien hoeveel vrije plekken er nog zijn op de school.

Het lid ALBERTS vraagt of het lid Von Gerhardt echt bedoelt dat de kinderen geen school hebben gevonden, of niet de school van hun wens? Het lid VON GERHARDT hoorde dat er meerdere kinderen zijn die op dit moment geen school hebben. Ze gaan nu niet naar school omdat er geen plek voor ze is. Hij vernam dus dat de scholen onderling een dasboard hebben waarmee zichtbaar wordt hoeveel plekken vrij zijn op de scholen. Het dashboard werkt echter nog niet goed, omdat niet elke school het dagelijks invult. Het gebeurt nu dat ouders naar een bepaalde school bellen met de vraag of er plek is. Die school kijkt dan op het dashboard en zegt dat er bij hen geen plek is. Dan worden de ouders verwezen naar een andere school, maar ook daar krijgen ze dan te horen dat er geen plek is. Zo moet niet omgegaan worden met kinderen. Hij vraagt of de wethouder mogelijkheden ziet dat elke school dagelijks gebruik gaat maken van dit dashboard, zodat er een duidelijk beeld ontstaat van waar in Amsterdam nog plek is. Kan er gewerkt worden met een stedelijk coördinator die vanuit alle scholen in het dashboard kan kijken, en op deze manier ouders kan ondersteunen bij het vinden van de juiste plek voor hun kind?

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 september 2022

Het lid WIJMENGA vindt het begrijpelijk dat niet alles te controleren is, maar er moet wel gezorgd worden voor duidelijkheid als er invloed uitgeoefend kan worden. Dat kan bijvoorbeeld voor kinderen die binnen de gemeente van niveau wisselen. Het moet in een vroeg genoeg stadium duidelijk zijn waar ze heen kunnen. Is het mogelijk dat scholen onderling samenwerken? Zij doelt op het dashboard waarover het lid Von Gerhardt sprak. Kan dit punt ook worden meegegeven in de gesprekken waarover de wethouder het had? De wethouder gaf aan bereid te zijn om de mogelijkheid van een plan van aanpak te onderzoeken. Zij vraagt een terugkoppeling over de wijze waarop de schoolbesturen hierop reageren. Het lid ROODERKERK herinnert aan de ingediende motie waarin werd gevraagd naar een analyse van een mogelijk missmatch tussen vraag en aanbod van scholen, en de wisselingen na het eerste schooljaar. De informatie daarover moet nog volgen. In de beantwoording staat dat de wethouder samen met het OSVO onderzoekt hoe het wachtlijstensysteem transparanter kan worden. Is daarover al iets meer te zeggen? Een volgende stap zou zijn dat scholen meer met elkaar gaan samenwerken, zodat leerlingen gemakkelijker van school kunnen wisselen.

Voorstelbaar is het dat het goed werkt als een categorale school samenwerkt met een aantal bredere scholen, zodat leerlingen naar elkaar kunnen worden doorverwezen in het geval van op- of afstroom. Zij overweegt een motie daarover in te dienen waarin gevraagd wordt dat te onderzoeken. Het zou ook goed zijn als scholen meer met elkaar samenwerken in bredere zin. Ook daarover wil zij een motie indienen. Haar idee is om bijvoorbeeld twee samenwerkingsverbanden van scholen te starten, waarbij leraren, schoolleiders en kennis uitgewisseld kunnen worden. Op die manier zorg je voor een aantrekkelijk aanbod van scholen. Het lid MOLEMA heeft al eerder haar zorgen geuit over de steeds verder afnemende keuzevrijheid van kinderen en ouders voor onderwijs in de stad. Het is van belang dat het aanbod van scholen wordt aangepast aan de vraag. Dat geldt niet alleen voor de periode dat kinderen de basisschool verlaten voor de middelbare school, maar ook bij schoolwisselingen op een later moment. Voor een goede aansluiting op elkaar van vraag en aanbod en om het aanmeldingsproces bij schoolwisseling beter te kunnen stroomlijnen, is het van belang inzichtelijk te hebben welke scholen een wachtlijst hebben, hoeveel kinderen op de wachtlijst staan, wat de redenen zijn om van school te willen wisselen, en vooral hoe het selectieproces bij de verschillende scholen plaatsvindt.

Het kan interessant zijn om te onderzoeken in hoeverre kinderen op de wachtlijst voor een bepaalde school, voor die school eerder zijn uitgeloot. De wethouder geeft aan dat de gemeente niet gaat over de besluitvorming over het aanmeldingsproces. Dat zou bij de schoolbesturen zelf liggen. De gemeente zou wel ondersteuning kunnen geven bij het in kaart brengen van het proces. Zij vraagt de wethouder er bij de schoolbesturen op aan te dringen om alle noodzakelijke gegevens beschikbaar te maken. Op basis van die gegevens kunnen zij dan tot gerichte acties komen, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met het realiseren van de wensen van ouders en kinderen. Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Rooderkerk dat het na de al heel complexe instroom van groep 8 naar de middelbare school, nog veel complexer wordt als je dit in een systeem zou willen vatten. Zijzelf denkt dat je het niet eens moet proberen, want het wordt veel te moeilijk met alle wisselingen van niveau, de verschillende momenten in het jaar, de verschillende redenen, de verschillende leerjaren etc. Toch wil je wel dat kinderen om verschillende redenen de mogelijkheid hebben om van school te wisselen. Het is erg frustrerend om dan overal tegen dichte deuren aan te lopen. Er zijn wel voldoende plekken, maar dat is niet altijd de gewenste plek. Inzicht is dan heel belangrijk.

Het samenwerkingsverband heeft de coördinatie en heeft het inzicht. Er moet via bijvoorbeeld een dashboard goede informatie zijn over waar de beschikbare plekken zijn. Het samenwerkingsverband kijkt ernaar, maar het is nog niet op orde. Samen met het OSVO probeert zij hier beter grip op te krijgen. Er moet meer begrip

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 september 2022

komen over schoolwisselingen. Is het vooral dat het niveau niet blijkt te passen op een categorale school? In welk schooljaar speelt dat vooral? De onderwijsinspectie kijkt naar de examenresultaten van scholen, wat kan leiden tot een soort shake-out door de school, als men het idee heeft dat sommige leerlingen een negatief effect zullen hebben op de examenresultaten. Die zullen ze dan misschien gaan weren. Dat is een heel negatief effect van het werk van de schoolinspectie. Ook die dingen moeten in beeld gebracht worden. Zij zegt toe systematisch in beeld te brengen waar de grote schoolwisselingen zitten, dus op welk niveau, welk jaar, op welk moment, etc. Zij weet niet of het kan, maar zal de vraag uitzetten bij O&S. Daarmee zouden betere afspraken gemaakt kunnen worden, of beter nog, schoolwisselingen voorkomen kunnen worden. Zij antwoordt het lid Rooderkerk verder dat zij vermoedt dat er op bredere schoolgemeenschappen er minder schoolwisselaars zijn. Datzelfde geldt bij grotere schoolbesturen en als er beter wordt samengewerkt. Er loopt in Zuid een initiatief waarbij een havo-vwo-school gaat samenwerken met een vmbo-school. Zij wil graag samen met het lid Rooderkerk kijken of de motie noodzakelijk is. Zij wil voorzichtig zijn met het starten van nieuwe samenwerkingsverbanden. Er zijn momenteel twee, namelijk voor primair- en voortgezet onderwijs.

Haar ervaring is dat een toename van het aantal gremia maakt dat je elkaar moeilijker kan vinden. Het lid ROODERKERK doelde op samenwerkingen tussen scholen. Zij wil dat er meer samenwerking komt bij het uitwisselen van expertise van leraren, over schoolwisselingen etc. Misschien kunnen leraren ook op verschillende scholen werken. Daarmee kunnen scholen hun kwaliteit verbeteren, zodat ze aantrekkelijker worden voor leerlingen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de scholen en de gemeente behoorlijk bewust zijn van de noodzaak van samenwerking. Er worden ook al heel veel stappen gezet in die richting. Vanmiddag wordt bijvoorbeeld gestart met het Onderwijsnetwerk Amsterdam. Vooral voor het primair onderwijs is die samenwerking heel goed. Er zijn dingen die op ene school veel beter lijken te lukken dan op de andere met een vergelijkbare populatie. Daar zijn lessen uit te trekken. Dat netwerk is een voorbeeld van hoe die samenwerking zou kunnen zijn. Men is hiermee ook steeds meer bezig in het vo, hoewel het daar complexer is vanwege de niveauverschillen. Zij antwoordt het lid Von Gerhardt dat veel staat in de schriftelijke beantwoording van vragen. Zij weet van één leerling die vlak voor de zomer nog geen school gevonden had, maar dat is inmiddels opgelost. Zij kent de signalen waarover het lid Von Gerhardt spreekt dus niet en vraagt die zo spoedig mogelijk aan haar op te sturen.

Zij antwoordt het lid Wijmenga dat het gesprek momenteel loopt. De schoolbesturen hebben haar gezegd dat er goed naar gekeken wordt. Daarbij gaat het om het verbeteren van het dashboard, maar zij denkt zelf dat er ook nog iets anders noodzakelijk is om het gesprek scherper te kunnen voeren. De schoolbesturen moeten inderdaad verbeterslagen maken, transparanter zijn en beter hun informatie over beschikbare plekken op orde krijgen. Er moet meer zicht komen op de vraag wanneer schoolwisselingen plaatsvinden. Zij hoopt volgend jaar te kunnen starten met meer inzicht in de gegevens. Het lid VON GERHARDT vraagt of die transparantie er ook voor de ouders in kwestie kan komen. Ouders moeten een beeld krijgen waar plekken beschikbaar zijn. Wethouder MOORMAN denkt niet dat het verstandig is om een permanente website te maken waarop je alle plekken op alle scholen op elk moment kan zien. Je creëert op die manier een markt van onderwijs. Zij vermoedt dat het lid Von Gerhardt wil dat er op het moment dat een kind vastloopt op school en het niet lukt om dat op te lossen binnen de school, er op dat moment een goede oplossing moet worden. Daarvoor is op dat moment inzicht noodzakelijk. Zij wil dat met de commissie beter in zicht krijgen. Het lid ROODERKERK vraagt of het onderzoek naar wisselingen in het eerste schooljaar betrokken kan worden bij de toegezegde brief met een analyse van

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 september 2022

wisselingen na het eerste schooljaar, die voor 2 november genoteerd staat in de toezeggingenlijst. Wethouder MOORMAN antwoordt dat haar dat verstandig lijkt. Haar toezegging ging niet alleen over het eerste schooljaar, maar over de schoolcarrière. Er gebeurt vermoedelijk veel in het derde jaar. De VOORZITTER concludeert dat er een toezegging is gedaan om schoolwisselingen in beeld te krijgen. Dat kan meegenomen worden in de eerder toegezegde brief van begin november. Het onderwerp is voldoende besproken. TOEGEVOEGD AGENDAPUNT Publieke Gezondheid en Preventie 8. Ontwikkelingen Rijksvaccinatieprogramma (RVP) Amsterdam Nr. VN2022-024412 Het lid HOOGTANDERS bedankt de wethouder voor het proactief informeren van de raad over de ontwikkelingen en de vaccinatiegraad, met de maatregelen die zij wil nemen. Vaccinatie wordt wereldwijd beschouwd als de meest succesvolle medische interventie. Het RVP, dat in 1953 is ingevoerd, heeft sindsdien 9000-12.000 kindersterftes voorkomen. Je mag dus verwachten dat de gemeente hieraan prioriteit verleent. De vaccinatie van zuigelingen, zoals mazelen, is zowel in het belang van het kind als van de samenleving als geheel. Haar fractie ziet vaccinatie dus als een basisvoorziening en een kerntaak van de overheid. Die kerntaak ligt bij de gemeente.

Helaas is Amsterdam door de kritische streefwaarde van 90% gezakt, als het gaat over alle vaccintypes voor zuigelingen. De lage opkomstpercentages over 2022, met 27% in Bos en Lommer, doen het ergste vrezen. Zij heeft vragen bij de effectiviteit van de geschetste acties in de brief. Een deel van de acties is al in voorgaande jaren ingezet, terwijl de dalende trend al vanaf 2015 zichtbaar. Zij vraag in welke mate extra effect wordt verwacht. Hoe zou je een ander resultaat kunnen verwachten als je hetzelfde blijft toen? Een van de interventies is onderzoek naar de oorzaken van de lage opkomst. Hoe komt het dat Amsterdam nog onderzoek moet doen naar de achtergronden, als die lage opkomst al sinds 2015 speelt en ook Rotterdam ermee te maken heeft? Dat roept ook weer vragen op over de effectiviteit van de interventies die wel ingezet worden. Waarop zijn die gebaseerd als je niet weet wat werkt? Uit de brief blijkt evenmin hoeveel extra middelen of capaciteit er wordt ingezet voor het verhogen van de vaccinatiegraad. Welke activiteiten worden er dan niet gedaan? Als je fors inzet om iets aan te pakken, mag je verwachten terug te zien welke consequenties dat heeft voor de totale capaciteit van de uitvoeringsorganisatie. Al met al vraagt zij zich af hoe urgent het voor het college is om die 90-procentsgrens te doorbreken.

Is Amsterdam nu in code rood beland? Wat betekent dat voor de maatregelen en inzet die vanuit het college en de raad worden gezet? Het lid VAN HAARLEM maakt zich ook zorgen om de dalende vaccinatiegraad, vooral als het gaat over de traditionele vaccins tegen ziektes zoals de bof, mazelen, of HPV. Hij verwijst wel naar de campagne van de het Rijk en Amsterdam van de afgelopen tijd, waarbij een grote campagne werd gevierd met coronavaccins die in die tijd nog redelijk experimenteel waren en naar de mening van zijn fractie niet noodzakelijk voor jonge Amsterdammers. Toch was er een campagne om deze doelgroep zich te laten vaccineren. Daarbij werd drang gebruikt, met de belofte dat ze weer op vakantie zouden mogen. Vaak bleek dat niet te kloppen. Wil de wethouder toegeven dat het Amsterdamse beleid te maken heeft gehad met de dalende vaccinatiegraad? Kan het dat de dalende opkomst bij vaccinaties komt door een dalend vertrouwen in de overheid? Ten slotte vraagt hij wanneer de uitslagen van de RIVM-flitsscan verwacht mogen worden.

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 september 2022

Het lid VAN PIJPEN vindt het beeld alarmerend. Het is goed dat men er vroeg bij is, zodat erop ingespeeld kan worden. Het lijkt erop dat de vanzelfsprekendheid van vaccinatie bij baby’s en peuters sterk verminderd is. Dat was al gaande, maar het is goed dat er verder onderzoek gedaan wordt. Zij sluit zich aan bij de woorden van de VVDfractie hierover. Ook de verspreiding van desinformatie over vaccinaties heeft gedurende coronacrisis ook een rol gespeeld. Zij hoort iets dergelijk in deze zie, en zij neemt daarvan scherp afstand. Het is spelen met mensenlevens. Zij is daar helemaal klaar mee. Het is goed dat de effecten van de belemmering bij gegevensuitwisseling als is opgepakt. Die belemmering is bureaucratisch en heeft niets te maken met privacy of zeggenschap ovfer data. De plannen en acties die in deze brief worden voorgesteld zijn niet in overeenstemming met de alarmistische toon van de brief. Hobbelt men niet teveel door op het gewone pad? Is het niet nodig om nog grootschaliger en inhoudelijker acties in te zetten om het belang van vaccinaties, en de gevolgen van het achterblijven van de vaccinatiegraad ook in te zetten? Het lid MANGAL sluit zich aan bij het betoog van de VVD-fractie. Hij kan zich bij kennisnemen van de cijfers van het rijksvaccinatieprogramma niet aan de indruk onttrekken dat er sprake is van een coronaeffect.

De broodjeaapverhalen die de ronde deden over de vaccinatie tegen corona en de complottheorieën waren talrijk en werden niet effectief weerlegd. Dit zijn de naweeën daarvan. De weerstand die tegen de coronavaccinaties zijn opgebouwd, gaan nu voor alle vaccinaties gelden. Dat is zeer zorgelijk. Precies in die gebieden waar de GGD niet vanaf het begin in de oorspronkelijk taal van de bewoners communiceerde, is er een achterstand in vaccinatie. In met name ‘witte wijken’ neemt de vaccinatiegraad juist toe. Dat is een vorm van gentrificatie. DENK heeft hiervoor vaak gewaarschuwd. Je moet communiceren met mensen in hun oorspronkelijke taal. Dat geldt ook voor de expats. Het raakt uiteindelijk de hele bevolking, met alle gevolgen van dien. Tijdens en vlak na de coronaperiode heeft zijn fractie de GGD en het college vaak opgeroepen iets te doen aan hun communicatie om ervoor te zorgen dat mensen in de achtergestelde vaccinatiegebieden bereikt werden. Veel groepen zijn veel diverser en niet georganiseerd rondom bepaalde actoren in hun gemeenschap. Het wantrouwen was echter groot, en het was te laat. Daarvan plukt men nu de wrange vruchten. Als de vaccinatiegraad afneemt, neemt het gevaar van de ziektes die de overhand krijgen significant toe.

Wat gaat de wethouder nu anders doen? Welke nieuwe plannen heeft de GGD achter de hand die men eerder nog niet wilde inzetten? Het lid HENDRIKS merkt op dat de risico’s duidelijk zijn. Bijna iedereen in deze commissie zal zich kunnen vinden in het belang van vaccineren. Hij vraagt wanneer de uitkomsten van de RIVM flitsscan mag worden verwacht. Kunnen deze worden gedeeld met de commissie en de raad? De GGD heeft de uitnodigingsbrief voor vaccinaties aangepast aan anderstaligen en laaggeletterden, met gebruik van illustraties. Beteken dat dat de uitnodigingsbrief inmiddels in meerdere talen wordt aangeboden? En als er alleen illustraties gebruikt worden, ziet de wethouder dan mogelijkheden om de brief in meerdere talen aan te bieden? Kan het aantal talen uitgebreid worden? Het lid WIJMENGA merkt op dat het vaccineren bij scholen in Zuidoost goed blijkt te werken. Is het mogelijk dit ook in andere stadsdelen zo te doen? Niet alle stadsdelen worden genoemd. Is er wel naar andere stadsdelen gekeken om te kijken wat wel en niet werkt? Zo ja, wat zijn de uitkomsten? Zo nee, is het mogelijk dat alsnog te doen? Worden eventuele actielijnen die werken ook in niet-genoemde stadsdelen verder ingezet, in buurten waar nog veel winst te behalen valt? Wethouder RIJXMAN vindt de dalende vaccinatiegraad zeer zorgelijk. Het is ook een landelijke trend.

De verwachting is dat de vaccinatiegraad onder de 90% komt. Daar

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 september 2022

zal iets aan gedaan moeten worden. De GGD is direct bij de voorjaarscampagne begonnen met het bellen van ouders van jongeren die zelfs na een herinnering niet op de afspraak verschenen. De GGD doet sinds maart 2022 onderzoek naar redenen van no-show, op basis waarvan acties komen. De uitnodiging voor vaccinaties van het rijksvaccinatieprogramma kwamen rond dezelfde tijd als corona. De GGD zal het communicatiemateriaal voor het vaccinatieprogramma aanpassen, zodat het in een oogopslag duidelijk wordt dat het om een uitnodiging gaat voor het vaccinatieprogramma, dus niet apart voor corona. Er blijkt maar weinig kennis te zijn onder de doelgroepen over het belang van vaccinaties. De GGD gaat met sleutelpersonen naar de wijken, zoals huisartsen, verloskundigen, OKT’s. De kinderen en jongeren die de GGD niet met nabellen heeft bereikt, komen alsnog op contactmomenten aan de beurt. Dan gaan professionals alsnog in gesprek over vaccinatie. De commissie is over de uitvoering van het actieplan ‘Beter beschermd tegen besmettelijke ziekten’ geïnformeerd op 17 juli 2021. De kern daarvan was dat de GGD zich richt op wijken en groepen waar de meeste gezondheidswinst te behalen valt, in Zuid, Zuidoost, West en Nieuw-West. In die gebieden wordt ook veel gesproken met inwoners, sleutelfiguren en professionals. Die helpen ook.

Er is dus in de afgelopen jaren van alles gedaan om de vaccinatiegraad te verbeteren. Na iedere campagne wordt opnieuw gekeken wat geleerd kan worden van de aanpak. Het RIVM is met een flitsscan gestart om meer inzicht te krijgen in de landelijke daling. De uitkomsten daarvan worden binnenkort verwacht. Ze worden meegenomen in de Amsterdamse aanpak. Daarnaast gaat men in de komende tijd met ouders en jongeren, professionals, netwerkpartners en het RIVM in gesprek om na te gaan of de aanpak klopt. Ze kan hierover geen toezegging doen. Het lid HOOGTANDERS hoort vooral over acties die gericht zijn op informeren. Zij denkt dat het tijd is voor een campagne gericht op normeren. Er is breed draagvlak om het vaccineren als normaal te beschouwen in deze stad. Dat bedoelt zij met ‘normeren’, waarbij het begint bij het stadsbestuur. Zij wil graag wat meer normerende uitspraken, zowel van de raad als van de wethouder. Vaccineren van je kinderen is de normaalste zaak van de wereld. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat zij dat inderdaad vanzelfsprekend vindt. Het is normaal dat kinderen en ouders worden ingeënt. Zij weet niet wat voor rol dat kan spelen in een campagne. Mensen die recht hebben op een vaccinatie moeten dat ook weten, en daarom is het belangrijk te blijven informeren. Voor het monitoren van de opkomst heb je de RIVM nodig, want daar meet men de vaccinatiegraden.

Het Actieplan Beter Beschermd tegen Besmettelijke Ziekten van vorig jaar is een goed voorbeeld van aanpassingen van de werkwijze. De effectiviteit van acties is al bekeken. Reden voor mindere effectiviteit is de verwarring rond de brieven. Uit de brief blijkt niet hoeveel het kost voor de totale capaciteit van de organisatie. Dat is twee ton extra. Als de vaccinatiegraad lager dan 90% blijkt te zijn, is dat reden voor extra inzet. Het lid HOOGTANDERS vraagt of twee ton voor code rood voldoende is. Wethouder RIJXMAN is er niet zeker van dat het code rood is, op basis van wat nu bekend is. Meer informatie zal helpen. Het lid HOOGTANDERS vraagt wanneer sprake is van code rood. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat nog niet bekend is of het code rood is. Zij wacht op de RIVM en is inderdaad verontrust. Zij antwoordt het lid Van Haarlem dat zij haar hand niet in eigen boezem wil steken. Dit gaat niet over corona alleen, maar over vaccinaties voor kinderen, jongeren in het kader van het rijksvaccinatieprogramma. De vaccinaties beschermen bijvoorbeeld tegen bof, mazelen en rode hond.

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 7 september 2022

Het lid VAN HAARLEM vermoedt dat de manier waarop de campagne voor coronavaccins is gevoerd, vooral onder jongeren, heeft geleid tot een daling van de vaccinatiegraad en een vermindering van het vertrouwen in de overheid en de vaccinatiecampagne. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat de optelling van het lid Van Haarlem op niets gegrond is. De vaccinaties gaan op dit moment inderdaad niet goed, maar de conclusie van het lid Van Haarlem klopt niet. Zij antwoordt het lid Van Pijpen dat het verspreiden van nonsens rond het coronavirus nog steeds een rol spelen. Plannen zijn niet in overeenstemming met alarm, niet om gelijk grootschalige acties te doen. Acties zijn een cyclisch proces. Zij antwoordt het lid Hendriks dat er gekozen is voor illustraties, naast het gebruik van verschillende talen. Er komen in het najaar nog filmpjes, maar zoveel mogelijk met illustraties. Zij antwoordt het lid Wijmenga dat de best practices worden bekeken. Die zullen met elkaar worden gedeeld. Het lid MANGAL wijst erop dat zijn vragen niet beantwoord zijn. Verder vraagt hij zich af wie de wijken ingaan. En hoe zit het met de cross-over naar corona? De VOORZITTER concludeert dat dit punt op verzoek van het lid Hoogtanders geagendeerd wordt voor de raadsvergadering. Sluiting De VOORZITTER bedankt iedereen voor zijn inbreng. Zij sluit de vergadering om 13.00 uur.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11835120/2