CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag KDD 07-04-2021

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 28 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie KDD d.d. 7 april 202111.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

KDD

Concept Raadscommissieverslag, 7 april 2021

Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat het in de huidige verordening niet mogelijk is, en met deze wijziging ook niet, gezien de Omgevingswet. In het kader van de vraag over artikel 40 en de langdurige besluitvormingsprocessen zoekt spreker vooral naar wat er makkelijker kan worden gemaakt. Hij deelt de vrees van de heer Biemond niet. Er zal ook geen tsunami aan referenda gaan ontstaan, waarbij allerlei belangrijke besluiten zullen worden opgeschort. De heer BIEMOND is het daarmee eens. Hij vroeg naar de consequenties van het opheffen van de uitzonderingen. Wethouder GROOT WASSINK komt er later nog op terug. Hij is er niet bezorgd over, ook gezien de ervaringen in het verleden. De brief met zorgen van het presidium over de uitvoerbaarheid en de financiën is niet vreemd. Hij zal zorgen voor een nadere toelichting en in overleg gaan met het presidium, nog voor de raadsvergadering. Mochten er nog vragen overblijven, kan men bekijken wat er nog meer nodig is voor de nieuwe verordening. Dat is de volgende stap. De heer VROEGE stelt een tussenstap in de volgende commissie voor. Wethouder GROOT WASSINK vraagt zich af welke onderwerpen dan zouden worden besproken. In de brief van het presidium staan vooral procedurele vragen die door hem worden beantwoord. De heer VROEGE heeft de brief van het presidium pas vandaag ontvangen. Dat is een uitzonderlijk gegeven.

De zorgen die het presidium uitspreekt, zouden in de commissie moeten worden besproken, nog voor de raadsbehandeling. Wethouder GROOT WASSINK wijst erop dat dit een hoofdlijnennotitie is. Het presidium heeft aanvullende vragen. Hij zal met hen in gesprek gaan waarna in de raad kan blijken of de antwoorden afdoende zijn. In dat geval moet de wethouder weer aan de slag. Spreker stelt een raadsbehandeling voor. De VOORZITTER stelt vast dat de commissie kan instemmen met een raadsbehandeling. De resterende spreektijden worden in de chat aangegeven. 5. Kennisnemen van het beleidskader buurtbudgetten Commissie Mevrouw GROOTEN merkt op dat er twee gesprekken door elkaar lopen, namelijk over de duurzame inbedding van bewonersorganisaties en het beleidskader voor de buurtbudgetten. Het zou goed zijn duidelijkheid te scheppen qua verwachtingen. Wat is de stand van zaken bij de uitvoering van de motie over het buurtplatformrecht? Mevrouw VAN SOEST vraagt of men niet vooral de stadsdelen moet versterken in plaats van het financieren van buurtgroepen. Met dat laatste kan opnieuw een en ander misgaan. Is GroenLinks er niet bang voor? Mevrouw GROOTEN vindt versterking van de stadsdelen zeker een prioriteit en daarover zijn ook al moties ingediend. Maar bewonersorganisaties kunnen ook een goede rol spelen, vandaar de motie over het buurtplatformrecht.

Met geld dat de overheid uitgeeft, kan ook veel misgaan. Een aantal bewonersorganisaties doet goed werk, als aanvulling op de stadsdeelorganisatie. Er zijn drie modellen en het is aan de stadsdelen om te bepalen welk model waar wordt ingezet. Model C is volgens spreekster interessant in verband met

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering

KDD

Concept Raadscommissieverslag, 7 april 2021

het buurtplatformrecht. De drie modellen zijn zo verschillend dat het lijkt op het vergelijken van appels met peren. De heer VROEGE voelt weinig voor model C omdat daarmee ondemocratische gremia overheid kunnen gaan spelen. Wat vindt GroenLinks van de mogelijkheid daarin om 50 euro per uur te kunnen declareren als vrijwilliger? Moet er geen limiet aan zitten? Bestaat er geen risico op een soort fulltime namaak-ambtenaren namens de buurt? Mevrouw GROOTEN vindt het niet een raar bedrag, en een maximum aantal uren is nu niet het belangrijkste vraagstuk. Wantrouwen is in deze kwestie niet gewenst. Er is een maximum budget per buurtinitiatief. De heer VROEGE pleit voor gezond verstand. Het gaat om 0,25 miljoen euro per keer. Dat is veel geld, zodat er veel vrijwilligers mee aan het werk kunnen worden gezet. Daarmee gaat er veel geld naar het management en weinig naar de uitvoering. Het betreft toch een overheidstaak? Het creëren van een extra tussenlaag lijkt hem onverstandig, ook omdat die niet controleerbaar is omdat het geen ambtenaren zijn. Mevrouw GROOTEN hoopt dat mensen vooral dingen gaan doen en daar mag best iets tegenover staan. In het stuk staan ook lessen, maar spreekster ontvangt signalen dat er heel andere lessen uit het verleden zijn te trekken. Daarover moet nog over worden doorgesproken. De heer VROEGE is blij met de uitrol van de buurtbudgetten.

De stadsdeelcommissie wordt er actief bij betrokken. Is een adviserende rol niet te vrijblijvend? Wie in het stadsdeel bepaalt het budget uiteindelijk? D66 is weinig enthousiast over model C en de vrijwilligersvergoeding. Zit er een limiet aan? Het creëren van extra banen is immers ongewenst. Hoe verhoudt dit kader zich tot het integraal maatschappelijk initiatief? Die twee lijken op elkaar. Wat is het verschil? De heer HAVELAAR merkt op dat een vrijwilligersvergoeding verschilt van een maatschappelijk tarief. Kan een buurtorganisatie ook inspraakprocessen organiseren in opdracht van de gemeente, met een maatschappelijk tarief van 50 euro per uur? De heer VROEGE is niet tegen de 50 euro maar wel tegen een onbeperkt aantal uren. Het organiseren van inspraak is vooral een taak van de overheid zelf. De VOORZITTER geeft aan dat ook D66 geen spreektijd meer heeft. De heer HAVELAAR wijst erop dat de commissie in januari 2021 al over de buurtbudgetten heeft gesproken, en een aantal suggesties van het CDA is overgenomen, bijvoorbeeld om meer in te gaan op de inhoud van de projecten en minder op het geld. Spreker is geen voorstander het type A-projecten, omdat het kan leiden tot het online mobiliseren van vooral vrienden voor hun likes. Hij mist in het kader en de handleiding de opmerking dat bij type-A-projecten moet worden gezocht naar bundeling van vergelijkbare initiatieven.

Samenwerking is immers beter dan onderlinge strijd. Ook over de reikwijdte van projecten verschilt het CDA van mening met het college. Buurtorganisaties zouden zelf alles moeten bepalen, maar zij verwachten wel de nodige ondersteuning vanuit de gemeente. Het gaat om de inzet van gemeenschapsgeld. Daarom kan het geen kwaad richting te geven over de besteding van het geld. Dat moet gaan naar buurtprojecten binnen het domein waar de overheid verantwoordelijk voor is. Het beleidskader geeft op een andere plek wel een richting aan: het geld mag niet worden besteed aan godsdienstige, politieke of commerciële zaken, terwijl stadsdeel Nieuw-West juist vraagt om een aantal social enterprises te helpen. Waarom vertrouwt de wethouder in dat opzicht niet op de zelfredzaamheid van de Amsterdammer? Het CDA is positief over het beleidskader en de mogelijkheid voor de bewoners hun invloed uit te oefenen en ideeën te realiseren, naast de mate van standaardiseren in de stadsdelen. Lastig blijft om het beleidskader in de juiste context te zien. Gaat het om het opdoen van een democratische ervaring, om zeggenschap

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering

KDD

Concept Raadscommissieverslag, 7 april 2021

en eigenaarschap, om kortetermijn-initiatieven of langetermijn-verandering in een wijk? Insprekers zijn er al op ingegaan, zodat de raad en wethouder er nog langer over moeten doorpraten. Enkele commissieleden zijn erover in gesprek gegaan met de wijkcentra en andere leden zijn welkom daarbij. De heer KHAN geeft aan dat er mooie experimenten zijn geweest en daaruit zijn drie modellen naar voren gekomen. Met model C bereikt men meer zeggenschap en eigenaarschap voor bewonersinitiatieven. De inspreker gaf aan dat bewonerscollectieven zich onvoldoende gehoord voelen. Dat is een belangrijk signaal. Hoe denkt de wethouder erover? Zal hij het gesprek met de bewonersgroepen weer aangaan? Waarom komen de tips in het handboek zo sturend over? Moet men niet meer vertrouwen geven aan bewonersinitiatieven? Een beleidskader moet de bewonerscollectieven in hun kracht zetten. Vindt de wethouder dat ook? DENK pleit voor structurele ondersteuning van bewonerscollectieven en wil graag het gesprek erover aangaan. De heer VELDHUYZEN wijst op de klacht van de inspreker vandaag, dat er te veel van bovenaf wordt gedacht en geregeld. Dat is slecht voor de principes van eigenaarschap en zeggenschap en voor de uitvoering van de evaluatie. De buurtbudgetten moeten vooral toegankelijk zijn voor zelforganisaties van bewoners, ook als het gaat om structurele organisatiekosten.

In model C is dat mogelijk onder voorwaarden van bovenaf opgelegd. Kan daarop een toelichting van het college komen? Hoe gaat dat per stadsdeel verschillen? Moet het geen waarborg zijn, geldend voor alle stadsdelen? Wat is de stand van zaken bij het voortbestaan van Hart voor de K-buurt? Vernietiging van maatschappelijk kapitaal is ongewenst en helaas is er nog steeds geen zicht op financiering voor hen. Beantwoording Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat er inderdaad twee gesprekken door elkaar lopen: de buurtbudgetten als variant op participatief begroten naast de discussie over bewonersorganisaties. Model C kan in dat opzicht tot verwarring leiden. De drie modellen komen voort uit de stadsdelen en de pilotperiode. Men zoekt naar harmonisatie en ruimte voor lokaal maatwerk. Er zijn in de commissie verschillende standpunten over de modellen. Voor de gemeenschapsopbouw is het goed om er kortdurend geld aan te besteden. En er zijn ook bewoners die niets te maken willen hebben met welk bewonerscollectief dan ook, maar die wel betrokken willen zijn bij de uitgaven van de overheid. De heer HAVELAAR begrijpt dat, maar een like klikken op Facebook is geen betrokkenheid. Hij is niet principieel tegen model A, maar twijfelt sterk aan de praktische gevolgen ervan. Wethouder GROOT WASSINK heeft al besloten dat een like niet een doorslaggevend gegeven kan zijn.

Daarmee wordt het te veel een wedstrijd. Het merendeel van het buurtbudget moet toegankelijk zijn voor iedereen. Nu is er een adviserende rol voor de stadsdeelcommissie, maar in de doorontwikkeling van het bestuurlijke stelsel is een grotere rol voor hen is wenselijk en logischer. Het dagelijks bestuur bepaalt het budget in de modellen B en C, maar ook daar kan de doorontwikkeling van het stelsel verandering in aanbrengen. Het gaat erom dat het een stadsdeelbeslissing wordt. De vrijwilligersvergoeding is altijd gelimiteerd. Taken van de overheid worden wel vaker door anderen verricht, bijvoorbeeld door het verstrekken van subsidie. De subsidieregeling integraal maatschappelijk initiatief geldt voor de hele stad binnen de beleidsdoelen van de overheidsprojecten. Een buurtbudget is bedoeld om de bewoners meer zelf te laten kiezen op stadsdeel- of buurtniveau. De samenwerking van buurtprojecten wordt bevorderd omdat juist de dialoog zinvol kan zijn. Dat projecten niet commercieel, politiek of religieus moeten zijn, lijkt spreker een zuiver uitgangspunt. De heer HAVELAAR wijst erop dat het beleidskader op dit punt wel richtinggevend is, maar over een sociaal bedrijf in stadsdeel West verschilt de wethouder van mening.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering

KDD

Concept Raadscommissieverslag, 7 april 2021

Wethouder GROOT WASSINK gaat uit van de zuivere lijn: geen religie, politiek of commercie. Sociale ondernemers hebben tal van andere mogelijkheden voor financiële ondersteuning. Spreker wil een grijs gebied voorkomen. Buurtbudgetten zijn niet-structureel en kortlopend. Hij kan zich niet vinden in de suggestie van de inspreker dat bewonerscollectieven te weinig zouden zijn betrokken, integendeel, zij zijn in de pilotfase uitgebreid geconsulteerd, ook door middel van onderzoek bij de HvA, stadsgesprekken en discussiesessies in Pakhuis de Zwijger, enquêtes en evaluaties. Het kan zijn dat sommige bewonersgroepen hun zin niet hebben gekregen. Het verwijt van een top-down-aanpak is onterecht. Buurtbudgetten zijn niet bedoeld voor een structurele ondersteuning van buurtcollectieven, omdat hun representativiteit niet altijd is gegarandeerd. De wethouder zal de stand van zaken bij Hart voor de K-buurt nog navragen. De heer KHAN begrijpt de overwegingen van de wethouder. Een aantal bewonerscollectieven heeft met model C te maken. Moeten zij niet een zwaarwegende stem hebben? Is de wethouder bereid opnieuw het gesprek met die bewonerscollectieven aan te gaan over het stedelijk kader? Wethouder GROOT WASSINK verwerpt de suggestie dat zij niet zijn meegenomen bij de totstandkoming van het stedelijke kader, zoals de inspreker wel beweerde.

Volgende week heeft hij bijvoorbeeld opnieuw een afspraak met Kracht van Mokum. Structurele ondersteuning is niet verstandig. Hart voor de K-buurt heeft een overbruggingssubsidie en kan meedingen voor een nieuw buurtbudget in Zuid-Oost, waarvan de invulling wordt voorgelegd aan de raad. Mevrouw VAN SOEST maakt zich zorgen over de vergoeding van 50 euro per uur. Is dat een belastbaar inkomen? Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat het college binnenkort spreekt over de systematiek. Het totaalbedrag zal ver onder de jaarlijks toegestane vrijwilligersvergoeding blijven. Het is dus geen belastbaar inkomen. De VOORZITTER rondt de bespreking af. Het stuk kan naar de raad van mei 2021. Vrijwel niemand heeft meer spreektijd, zo constateert zij. Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid 6. Werkplan Aanpak Arbeidsmarktdiscriminatie 2021-2022 Mevrouw LA ROSE gaat akkoord met een behandeling de volgende keer, mits het werkplan dan als eerste punt wordt geagendeerd. De VOORZITTER zal ervoor zorgen. 7. Een verbonden stad in de coronacrisis: opbrengsten van het traject Verbonden Stad Dit agendapunt wordt de volgende keer behandeld. De VOORZITTER dankt de aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de digitale vergadering om 17.45 uur.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10024820/2