CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag FKD 03.07.2025.docx

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 11 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 3 juli 202528.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

55 alinea's met “financiën”: 1 5 8 14 19 25 32 38 41 44 50 57 64 70 76 82 88 94 100 107 113 120 126 132 138 143 149 155 161 167 174 181 188 191 194 201 208 214 221 227 …

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit

FKD

raadscommissieverslag, 3 juli 2025

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit (FKD) Donderdag 3 juli 2025 van 9.00 – 22.27 uur in raadzaal 11 september 2025 Voorzitter: M. Lust Plaatsvervangend voorzitter: Portefeuillehouders: wethouders H. van Buren, T. Meliani, A. Scholtes Commissiegriffier: M. Diemont Commissieondersteuner: N. Bakkali Verslaglegging: I. van Mourik (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: M.F. Asruf (PvdA), Y.E. Bentoumya (GroenLinks), E.C. IJmker (GroenLinks), J.F. van Pijpen (GroenLinks), A.S. Aslami (D66), E.D.M. Moeskops (D66), E. Schmit (D66), H.C. Burgers (VVD), S.N. Hylkema (VVD), J.M. Krom (Partij voor de Dieren), M.M. Meerburg (Partij voor de Dieren), I. Garmy (Volt), E. Bobeldijk (SP), C. van Berkel (JA21), K.M. Kreuger (JA21), S.Y. Khan (DENK), R.B. Havelaar (CDA), J. Badal (CDA), T. Bilgin (Forum voor Democratie), J. Noordman (Forum voor Democratie), C.K.E. Kabamba (Lijst Kabamba) Afwezig: W.J. Deterink (VVD) Overige aanwezigen: M. Belkasmi (PvdA), G. Noordzij (PvdA)

1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en heet iedereen welkom. b. Mededelingen De VOORZITTER meldt dat lid Deterink afwezig is. Lid BOBELDIJK (SP) meldt zich af voor het avonddeel van de vergadering. Lid IJMKER (GroenLinks) deelt mee dat zij onlangs is benoemd in de commissie Informatiesamenleving van de VNG. Zij geeft aan dat collega’s zaken op het gebied van ICT of digitalisering bij haar kunnen aankaarten, zodat zij die binnen de VNG kan inbrengen. Lid VAN BERKEL (JA21) geeft aan vanavond niet aanwezig te zijn bij het avonddeel van de vergadering en kondigt aan dat hij zo een agendavoorstel zal doen. Lid HAVELAAR (CDA) laat weten dat hij wellicht iets later aanwezig is bij het avonddeel. Wethouder VAN BUREN meldt dat het college op 17 juni beroep heeft aangetekend tegen de wijziging van het luchthavenverkeersbesluit, conform de op 12 juni aangenomen motie van de leden Bakker, Van Pijpen en Namane. Het beroep is inmiddels ingediend. Na het

1

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

zomerreces volgt een bestuurlijke reactie op de motie, afhankelijk van wanneer het beroep inhoudelijk behandeld wordt. Wethouder SCHOLTES doet drie mededelingen. Ten eerste meldt hij dat de VRA de concessie voor trams, metro’s en bussen opnieuw aan het GVB heeft gegund, wat hij als aandeelhouder goed nieuws noemt. Ten tweede geeft hij een update over de gesprekken met de gemeenten Aarhus en Kopenhagen over digitale autonomie. In tegenstelling tot berichten in de media zijn deze steden nog niet gestopt met Microsoft, maar werken ze, net als Amsterdam, aan plannen voor meer open source en Europese leveranciers. Na de zomer volgen verdere gesprekken. Ten derde geeft hij aan dat circa 90 procent van de investeringen van ROM InWest in Amsterdam of de directe omgeving plaatsvindt, waarmee hij een toezegging aan lid Burgers beschouwt als afgehandeld. Wethouder MELIANI doet twee mededelingen. De evaluatie van het doorstroombeleid voor broedplaatsen laat langer op zich wachten vanwege een lage respons, het onderzoek is daarom verlengd en zal in oktober worden geagendeerd. Daarnaast geeft zij een update over de buitententoonstelling In Gesprek. De tentoonstelling heeft positieve reacties opgeroepen in alle stadsdelen en wordt breed gedragen. De tentoonstelling loopt af op 23 juli, met Weesp als laatste locatie.

De bijbehorende randprogrammering heeft bijgedragen aan meer bewustzijn, wederzijds respect en verbinding. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt vast dat er vandaag in de ochtend en avond wordt vergaderd. Voor agendapunten 5 en 6 zijn geen aanmeldingen ontvangen, deze raadsvoordrachten worden daarom niet inhoudelijk behandeld. Ze wijst er wel op dat het bijbehorende stuk van agendapunt 5 extra aandacht verdient. Agendapunt 8 wordt aan het eind van de ochtend behandeld, vanwege een toelichting door een lid van de Stadsdeelcommissie Zuidoost. Mogelijk moet de agenda volgorde dan iets worden aangepast. Lid VAN BERKEL (JA21) stelt voor om agendapunt 9 direct na agendapunt 3 te behandelen, zodat dit onderwerp in de ochtend aan bod komt vanwege zijn afwezigheid in de avond. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) benadrukt het belang van voldoende tijd voor agendapunt 8. Zij stelt voor om eerst punt 8 te bespreken en daarna pas agendapunt 9. De VOORZITTER geeft aan dat de gast voor agendapunt 8 pas om half twaalf aanwezig zal zijn, waardoor er mogelijk geen ruimte meer is om daarna nog agendapunt 9 te bespreken. Lid BOBELDIJK (SP) vraagt hoeveel aanmeldingen er zijn voor agendapunt 3, omdat het jaarverslag in andere commissies vaak snel wordt afgehandeld.

Hij stelt voor om agendapunt 9 gewoon in de ochtend te behandelen, zonder de agenda aan te passen, en agendapunt 8 op de geplande tijd te laten staan vanwege de komst van het commissielid. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vindt het vooral belangrijk dat agendapunt 9 integraal wordt besproken en niet verspreid over de vergadering. Lid KROM (Partij voor de Dieren) stelt als mogelijke oplossing voor om agendapunt 9 wel te openen in de ochtend, zodat lid Van Berkel zijn bijdrage kan leveren, en de verdere bespreking eventueel in de avond voort te zetten. De VOORZITTER stelt voor om te proberen tijd vrij te maken voor agendapunt 9, waarbij lid Van Berkel in ieder geval de kans krijgt om zijn bijdrage te leveren.

2

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

De agenda wordt vastgesteld. d. Conceptverslagen van de openbare en besloten vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 5 juni 2025 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. e. Actielijsten en lange termijn agenda’s, per portefeuille Lid IJMKER (GroenLinks) vraagt naar de voortgang van haar schriftelijke vraag over eerste hulp bij digitale ongevallen, vooral nu het aantal meldingen van cyberaanvallen volgens een rapport van de AP vervijfvoudigd is. Wethouder SCHOLTES reageert dat de beantwoording zo snel mogelijk, nog voor het zomerreces, via de dagmail wordt verstuurd. Lid GARMY (Volt) vraagt wethouder Meliani wanneer de integrale aanpak tegen antisemitisme wordt gepresenteerd, naar aanleiding van een eerdere brief. Wethouder MELIANI geeft aan dat het plan, de gecoördineerde aanpak antisemitisme, waarschijnlijk in het najaar wordt besproken in het college en daarna beschikbaar komt. f. TKN-lijst De VOORZITTER meldt dat lid Van Pijpen heeft aangegeven de raadsinformatiebrief TKN 17 over de voortgang van de aanbevelingen van de ACAM en de Rekeningencommissie te willen bespreken. In overleg is besloten deze brief mee te nemen in de raadsvoordracht met het verslag van de Rekeningencommissie, die volgende week op de raadsagenda staat. Verder zijn er geen verzoeken ontvangen om andere stukken van de rekeningenlijst te agenderen voor de vergadering van 11 september.

Lid SCHMIT (D66) wil graag TKN 15 agenderen, omdat dit een belangrijk onderwerp is voor duurzaamheid en de toekomst van de deelneming. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) vraagt om TKN 10, de brief over de subsidieregeling allianties, op de raadsagenda te zetten om de voortgang te bespreken. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen opmerkingen over dit agendapunt. 2. INHOUDELIJK DEEL a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel. Vanaf dit moment zijn de spreektijden van kracht. b. Inspreekmoment Publiek

3

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Auset Ankh Re, Neurologisch (Emotioneel) Intelligentie Specialist, spreekt in over agendapunt 8, bespreken ingekomen stuk Zuidoost en DB-reactie inzake 'Erkenning van misstanden contractarbeid in de koloniale post-slavernij periode' De INSPREKER legt uit dat zij gespecialiseerd is in neuro-emotionele intelligentie en intergenerationeel trauma, met name rondom slavernij en kolonialisme. Ze benadrukt dat deze geschiedenis diepe emotionele verdeeldheid heeft gecreëerd tussen onderdrukkers en onderdrukten, die tot op de dag van vandaag doorwerkt. Ze noemt ook de ervaringen van de Joodse gemeenschap als voorbeeld van hoe traumatische gebeurtenissen verschillende emotionele landschappen creëren. De motie om meer aandacht te besteden aan de Hindoestaanse gemeenschap vindt ze belangrijk, omdat ook deze gemeenschap, net als haar eigen gemengde Afrikaanse en Europese achtergrond, lijdt onder dit traumatische erfgoed. Ze vraagt de commissie stil te staan bij deze gedeelde emoties en het erkennen daarvan als een eerste stap naar heling en erkenning van ieders bestaan en ervaring. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) vraagt welke ideeën de inspreker heeft om erkenning te ondersteunen. De INSPREKER antwoordt dat het vooral gaat om het bieden van ruimte aan de betrokken gemeenschappen om hun eigen ervaringen en emoties te uiten.

Zij benadrukt dat alleen de Hindoestaanse gemeenschap zelf kan aangeven wat zij nodig heeft. De inspreker deelt ook haar persoonlijke ervaring met de Hindoestaanse cultuur en wijst op de bestaande verdeeldheid binnen de Surinaamse gemeenschap, waar dringend dialogen nodig zijn. Ze biedt zichzelf aan als gesprekspartner wanneer daar behoefte aan is. R. Bhagwanbali spreekt, namens Commissie Excuses voor Hindoestanen, in over agendapunt 8, bespreken ingekomen stuk Zuidoost en DB-reactie inzake 'Erkenning van misstanden contractarbeid in de koloniale post-slavernij periode' De INSPREKER brengt de mensenrechtenschendingen uit de koloniale geschiedenis van Nederland onder de aandacht. Hij benadrukt dat het lijden en de onmenselijke behandeling van tot slaaf gemaakte lange tijd werd verzwegen, maar dat erkenning nu is gekomen door de strijd van hun nazaten. Ook wijst hij op het vergelijkbare lot van Hindoestaanse contractarbeidsters onder het indentured labor-stelsel, dat weinig verschilde van slavernij. Hij citeert de afschaffing van dit systeem door Lord Harding, die het indentured labor bestempelde als een vorm van dwangarbeid. De inspreker roept op om deze geschiedenis niet te negeren of te bagatelliseren, maar te erkennen, te herinneren en ervan te leren. Alleen zo kan een rechtvaardige toekomst ontstaan waarin zulke misstanden niet meer voorkomen.

Hij sluit af met de oproep om deze donkere hoofdstukken in ons collectieve bewustzijn op te nemen, in lijn met wat ook de koning erkent. Lid ASRUF (PvdA) vraagt welke prioriteit de inspreekster ziet in het voorstel van M. Luqman voor erkenning en heling in Amsterdam. De INSPREKER antwoordt dat allereerst de burgemeester van Amsterdam, gezien de betrokkenheid van de stad bij het koloniale systeem, excuses moet aanbieden aan de nazaten van de Hindoestaanse gemeenschap. Daarnaast stelt hij voor een gedenkplaat of monument te plaatsen waar deze gemeenschap kan reflecteren op Nederland en haar verleden. K. Ramdhan spreekt namens Ramdhan Advocaten in over agendapunt 8, bespreken ingekomen stuk Zuidoost en DB-reactie inzake 'Erkenning van misstanden contractarbeid in de koloniale post-slavernij periode' De INSPREKER ondersteunt de motie van M. Luqman en legt uit dat het indentured labor-systeem juridisch neerkomt op moderne slavernij. Contractarbeiders werden onder valse

4

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

voorwendselen geronseld en met dwangarbeid geconfronteerd, zonder adequate juridische bescherming. Hij benadrukt het belang van het immaterieel cultureel erfgoed voor de Hindoestaanse gemeenschap, zoals vastgelegd in het UNESCO-verdrag en de Nederlandse Erfgoedwet. De herinneringen aan migratie, lijden, verzet en veerkracht zijn essentieel voor hun identiteit. Het voorgestelde monument is geen leeg symbool, maar een moreel en juridisch noodzakelijke plek van erkenning, heling en gemeenschap. Het moet inclusief en verbindend zijn, uitnodigen tot dialoog en bijdragen aan sociale cohesie en historisch besef. Hij verwijst naar een recente toespraak van minister Dijkgraaf die het leed van contractarbeiders erkent en daarmee de grondslag legt voor dit monument als culturele ruimte voor herinnering en bewustwording. Lid ASRUF (PvdA) vraagt de inspreker om toe te lichten waarom contractarbeid volgens hem dwangarbeid was. De INSPREKER verwijst naar het ILO-verdrag van 1930, waarin dwangarbeid wordt gedefinieerd als elke vorm van gedwongen arbeid. Hij legt uit dat het ontvangen van een kleine vergoeding niet betekent dat het geen dwangarbeid is.

Op basis van jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en zijn eigen diepgaand onderzoek concludeert hij dat het indentured labor-systeem in historische context neerkomt op moderne slavernij en dat het destijds dwangarbeid was, opgezet om maximale winst te behalen door het uitpersen van arbeidskracht. Feroz Amirkhan spreekt in over agendapunt 8, bespreken ingekomen stuk Zuidoost en DB-reactie inzake 'Erkenning van misstanden contractarbeid in de koloniale post-slavernij periode'. De INSPREKER, maker van de documentaire Vals Paradijs, spreekt over de kracht van reflectie, die bewustzijn en richting geeft, ook voor Nederland als land. Hij benadrukt dat hoewel Nederland trots kan zijn op haar vooruitgang, het moeite heeft met het erkennen van pijnlijke gedeelten van haar geschiedenis, zoals slavernij en kolonialisme. Hij wijst op het gebrek aan kennis over het indentured labor-systeem dat slavernij opvolgde en waarbij duizenden, onder wie zijn eigen voorouders, onder mensonterende omstandigheden naar Suriname werden gebracht. Hij noemt het schrijnend dat deze geschiedenis nauwelijks bekend is, terwijl 300.000 Nederlanders, ongeveer 2 procent van de bevolking, mogelijk 4 procent in Amsterdam, hier nazaten van zijn. Er is geen nationaal onderwijs, herdenking of breed bewustzijn hierover.

Daarom maakte hij samen met anderen de documentaire Vals Paradijs om deze verhalen zichtbaar te maken en het gesprek op gang te brengen. Hij hoopt dat er ook in Amsterdam een grotere erkenning en herdenking komt. Hij sluit af met een oproep om van het verleden te leren en te bouwen aan een inclusieve samenleving waarin ieders verhaal telt, wat een remedie is tegen polarisatie. Lid ASRUF (PvdA) vraagt hoe de documentaire Vals Paradijs, waarin ook de herkomst van de Hindoestanen aan bod komt, is ontvangen door hun gedeelde generatie. De INSPREKER geeft aan dat de documentaire zeer goed is ontvangen, met veel positieve reacties, vooral van Hindoestaanse jongeren. Tijdens de Hindoestaanse immigratie dag op 5 juni bleek dat jongeren zich sterk betrokken voelden, mede doordat de film ook door mensen uit hun eigen generatie is gemaakt. Identiteitskwesties spelen tegenwoordig een grote rol bij jongeren, zeker in een tijd van polarisatie. Het was waardevol dat hun verhaal eindelijk werd verteld, en er is duidelijk een grote behoefte aan dit soort herkenning en representatie. Lid BADAL (CDA) vertelt dat hij tijdens zijn bezoek aan ‘…’ het gevoel had thuis te komen, maar toch niet in zijn eigen huis. Hij vraagt of de inspreker dat gevoel herkent. De INSPREKER herkent het gevoel dat lid Badal beschrijft.

Volgens hem gaat het hebben van een migratieachtergrond gepaard met kracht en met verlies, omdat je wortels

5

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

verspreid zijn over meerdere landen. Daardoor voel je je niet altijd volledig thuis, zeker als je identiteit niet erkend wordt. Tegelijkertijd benadrukt hij dat die verschillende achtergronden ook rijkdom en kracht geven. Door die rijkdom te omarmen heeft hij meer zelfvertrouwen gekregen. Die boodschap wil hij vooral ook jongeren meegeven. Erkenning van die achtergronden op nationaal en regionaal niveau is daarbij belangrijk. Lid BOBELDIJK (SP) merkt op dat volgens de inspreker te weinig mensen deze geschiedenis kennen en vraagt of de documentaire nog ergens te zien is. De INSPREKER bevestigt dat de documentaire Vals Paradijs te zien is op NPO Start. Daarnaast vinden er vertoningen plaats met nagesprekken, waaronder binnenkort in Pathé Spui. Hij hoopt op een grote vertoning in Amsterdam, om het verhaal verder te verspreiden. Lid KABAMBA (Lijst Kabamba) vraagt of er al zicht is op een volgende documentaire, zodat er mogelijk twee vertoningen tegelijk georganiseerd kunnen worden. De INSPREKER bevestigt dat er nog veel meer te vertellen valt en dat zijn team bezig is met het uitdenken van een vervolg. Tegelijkertijd wijst hij op de uitdaging van financiering, mede door de bezuinigingen op de culturele sector door het demissionaire kabinet. Hij hoopt het vervolgproject te kunnen realiseren, met steun van de gemeenschap, de gemeente of andere partijen.

De verhalen moeten verteld blijven worden. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. d. Rondvraag Lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat hij op 11 december al sprak over het Nederlands Blazers Ensemble dat geen subsidie kreeg, terwijl twee andere partijen met dezelfde scores wel subsidie ontvingen. De wethouder beloofde toen na afronding van de bezwaarprocedure proactief terug te komen naar de raad om duidelijkheid te geven over de situatie bij gelijke scores. Nu, een half jaar later, heeft hij nog niets vernomen en vraagt hij naar de actuele status, omdat het niet proactief overkomt. Wethouder MELIANI antwoordt dat zij wel degelijk proactief bezig zijn met de kwestie. De bezwaarprocedure is afgerond, maar het Nederlands Blazers Ensemble (NBE) is in beroep gegaan, waardoor de zaak nu bij de rechtbank loopt. Daarom kan zij momenteel geen uitspraak doen over de zaak. Ze zijn in gesprek met het Amsterdamse Fonds voor de Kunst en het NBE in de hoop dat partijen eruit komen. Vanwege de lopende rechtszaak moet ze terughoudend zijn en kan ze slechts beperkte informatie delen. Ze belooft de raad na de zomer, bij de volgende commissievergadering, hierover te informeren. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) benadrukt het belang van Keti Koti en herinnert aan de excuses van premier Rutte op 19 december 2022 voor het Nederlands slavernijverleden.

Premier Rutte noemde dat een komma, niet een punt, wat aangeeft dat er meer moet gebeuren dan alleen excuses. Er is 200 miljoen euro beschikbaar gesteld voor initiatieven rondom erkenning, maar in ruim twee jaar is er nog geen euro van dat bedrag besteed. De subsidieregeling is gisteren pas opengesteld, wat de grote behoefte aan invulling van die komma in de afgelopen periode onderstreept. Ze vraagt of de wethouder met het Rijk heeft gesproken over mogelijkheden om de urgentie van deze invulling te benadrukken. Daarnaast wil ze weten welke mogelijkheden er de afgelopen twee jaar in Amsterdam zijn geweest voor mensen die nog geen gebruik maakten van de subsidieregeling, maar wel invulling wilden geven aan die komma na de excuses.

6

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Wethouder MELIANI benadrukt het belang van erkenning en bewustwording van het slavernij- en koloniale verleden. Ze verwijst naar Keti Koti, het overhandigen van het boek ‘Wij slaven van Suriname’ aan de minister-president en de recent geopende subsidieregeling. Amsterdam zet al diverse stappen, zoals herdenkingen, tentoonstellingen, educatie voor kinderen en de verspreiding van gratis boekjes over het slavernijverleden. Er loopt nog een onderzoek met aanbevelingen voor herstel, waar binnenkort meer duidelijkheid over komt. Hoewel het proces langer duurt dan gewenst, blijft de gemeente zich inzetten. Lid ASRUF (PvdA) noemt het goed nieuws dat de landelijke subsidieregelingen nu open zijn, al vindt hij het te laat. Hij benadrukt dat veel Amsterdamse nazaten van tot slaaf gemaakte hiervan gebruik moeten maken en vraagt of de wethouder ruimte ziet om dit onder de aandacht te brengen bij deze groep. Wethouder MELIANI antwoordt dat dit zeker kan en dat er gezocht wordt naar de beste manieren om dat te doen. Ze benadrukt dat er goed contact is met verschillende netwerken, waardoor ze ervan uitgaat dat het zal lukken. Lid KABAMBA (Lijst Kabamba) vraagt of er nog een mogelijkheid komt voor raadsleden of fractievertegenwoordigers om mee te denken over hoe nazaten in Amsterdam bereikt kunnen worden, bijvoorbeeld via een sessie of informatiemoment.

Wethouder MELIANI antwoordt dat het handig is als lid Kabamba direct per mail aangeeft wat zij wil. Ze legt uit dat er al een plan en een taskforce zijn die zich richten op de koloniale geschiedenis en het slavernijverleden, met veel netwerken om mensen te bereiken. Toch blijft er altijd behoefte aan meer kennis, dus ze staat open voor ideeën. BESPREEKPUNTEN Financiën 3. Vaststellen van het Jaarverslag 2024 (inclusief de Jaarrekening 2024) (VN2025008416) De VOORZITTER geeft aan dat accountant Van Hooff een korte toelichting zal geven op het accountantsverslag, waarna commissieleden verduidelijkende vragen kunnen stellen. Deze vragen gaan wel van de spreektijd af. Daarna krijgen de rapporteurs van de methode Duisenberg de gelegenheid om hun rapport kort toe te lichten, waarna de commissie overgaat tot de eerste en tweede termijn. D.A. VAN HOOFF benadrukt dat hij een goedkeurende verklaring afgeeft voor het jaarverslag 2024, wat betekent dat het beter is gegaan dan het jaar ervoor, vooral op het gebied van rechtmatigheidsverantwoording. Hij waardeert de positieve en snelle reactie van het college op eerdere adviezen, maar waarschuwt dat doorzettingsvermogen nodig blijft om alle verbeterpunten goed af te ronden. Hij maakt zich vooral zorgen over twee punten, de invoering van het inkoopsysteem AFIS, waar het proces nog niet afgerond is, en het thema fraude.

Hoewel er aandacht voor fraude is en plannen voor een aanpak verwacht worden in het derde kwartaal, vindt hij dat hier sneller concrete stappen gezet moeten worden vanwege het financieel belang en voor goed werkgeverschap. Lid SCHMIT (D66) vraagt hoe de accountant de huidige organisatie van fraude en risicomanagement binnen de gemeente beoordeelt.

7

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt of er verbeteringen en acties zijn om het bewustzijn over rechtmatigheid bij inkoop te vergroten, omdat het college niet altijd de kans krijgt een bewuste keuze te maken bij onrechtmatige inkoop. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt de accountant in begrijpelijke taal uit te leggen wat zijn zorg is over AFIS en het inkoopproces, en wat de gevolgen kunnen zijn als dit niet op orde komt. Lid GARMY (Volt) vraagt waarom sommige dossiers al jaren verbeteracties kennen, maar er toch geen structurele doorbraken zijn. D.A. VAN HOOFF legt uit dat het risicomanagement binnen de gemeente vooral bestaat uit een systeem waarin directies zelfstandig risico’s vastleggen en beheersmaatregelen kiezen uit standaardopties. Daarna volgt nog een analyse voor het weerstandsvermogen, maar verder lijkt het systeem beperkt. Over onrechtmatige inkopen merkt hij op dat het lastig is om precies te bepalen hoeveel er bewust of onbewust onrechtmatig wordt ingekocht. Het bewustzijn hierover is niet bij iedereen even groot binnen de grote organisatie. Hoewel het college veel aandacht besteedt aan het onderwerp en afwijkingen regelmatig aan het college worden voorgelegd, is er geen eenduidige verklaring waarom sommige besluiten zo genomen worden. Wat betreft de zorg over het inkoopproces en het systeem AFIS zijn er problemen met contractbeheer en inkooprechtmatigheid.

AFIS zou een oplossing moeten bieden, maar werkt nog niet goed, waardoor de problemen blijven bestaan. Op de vraag waarom structurele verbeteringen lang op zich laten wachten, wijst hij op cultuur als belangrijke factor, maar ook op wisselende wetgeving en het feit dat verbeteringen vaak een continu proces zijn. Basishygiëne, zoals het op orde krijgen van autorisaties, is nu deels gerealiseerd, wat een mooie stap is. Meer complexe verbeteringen vergen meer tijd. Tot slot benadrukt hij dat het college steeds aangeeft adviezen serieus te nemen en daarmee aan de slag te gaan. De VOORZITTER geeft het woord aan de raadsrapporteurs Duisenberg, lid Kabamba en lid Noordzij, voor een korte toelichting. Lid NOORDZIJ (PvdA) licht de methode Duisenberg toe, die wordt gebruikt om de begroting en het jaarverslag te beoordelen en technische conclusies te trekken als basis voor inhoudelijk debat. Het doel is om de controlerende taak van de gemeenteraad beter vast te leggen. Hij legt uit dat het onderwerp energiearmoede is onderzocht, omdat er de afgelopen jaren veel beleid op is ontwikkeld en het nu een goed moment is om de voortgang te beoordelen. Hiervoor zijn verschillende documenten bekeken, zoals het isolatieoffensief, voortgangsrapportages, evaluaties en begrotingsstukken.

De bevindingen zijn dat er voldoende informatie is, maar dat deze erg gefragmenteerd en onoverzichtelijk is, wat het moeilijk maakt om de effecten van het beleid goed te meten. Begrippen als energiearmoede worden verschillend gebruikt, en er is geen duidelijk onderscheid tussen wijken of doelgroepen binnen de data. Het beleid richt zich op ongelijk investeren, met extra aandacht voor wijken met slecht geïsoleerde woningen en bewoners in kwetsbare situaties zoals energiearmoede. Wat betreft doelen en resultaten is het lastig om het effect per wijk of stadsdeel te meten. Ook is onduidelijk wat het verschil is tussen het aantal ondersteunde adressen en het aantal adressen waar daadwerkelijk maatregelen zijn genomen, omdat dit niet goed wordt toegelicht in de rapportages. Lid KABAMBA (Lijst Kabamba) licht toe welke activiteiten in 2024 zijn uitgevoerd en welke middelen daarvoor zijn ingezet. Ze vergelijkt toezicht en handhaving met een figuurlijke stok, terwijl ondersteuning wordt gezien als de wortel. Het onderdeel omgevingsvergunningen

8

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

wordt in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten, omdat de link met energiearmoede onduidelijk is, ondanks dat hier wel veel geld naartoe gaat. Wat opvalt, is dat er weinig zicht is op de inspanningen en kosten van toezicht en handhaving. In de begroting en het jaarverslag van 2024 is hierover nauwelijks informatie terug te vinden. Hoewel er 589 meldingen zijn geregistreerd over woningkwaliteit, waaruit 210 inspecties zijn voortgekomen, staat dit in sterk contrast met de ruim 15.000 meldingen die bij stadsdelen en woningcorporaties binnenkomen. De raad heeft hier echter nauwelijks zicht op, wat de transparantie niet ten goede komt. Het team woningverbetering bestaat uit twaalf medewerkers die zich bezig houden met de 210 dossiers, maar het is onduidelijk hoe met de duizenden meldingen bij woningcorporaties wordt omgegaan. Financieel gezien is er in totaal ongeveer 17,2 miljoen euro besteed aan de aanpak van energiearmoede, waarvan 7 miljoen aan het isolatieoffensief. Er is echter een verschil tussen de begrote bedragen en de daadwerkelijke uitgaven, mede doordat bepaalde regelingen, zoals de witgoedregeling, meer tijd vergden en uitgaven naar 2025 zijn doorgeschoven. Daarnaast blijft het onduidelijk waarom er in 2024 minder is uitgegeven aan de doelgroep energiearmoede dan verwacht.

Het is lastig om op basis van begroting en jaarverslag een duidelijk beeld te krijgen van de koppeling tussen de gestelde doelen en de ingezette middelen. Dit betekent dat raadsleden vaak navraag moeten doen bij ambtenaren, wat niet wenselijk is. Wat betreft de effectiviteit van het beleid concludeert lid Kabamba dat deze nauwelijks kan worden beoordeeld, omdat vooral de output wordt gemeten, terwijl de daadwerkelijke effecten, outcome, onvoldoende inzichtelijk zijn. Dit gebrek aan duidelijkheid geldt zowel voor handhaving als voor het isolatieoffensief. Daarom beveelt zij aan om meer aandacht te besteden aan de outcome, door concrete ambities te formuleren en de rapportages te verbeteren, zodat duidelijk wordt wat daadwerkelijk is bereikt. Ook is het belangrijk dat de rapportages helder zijn, met duidelijke uitleg over de gebruikte termen en indicatoren, zodat raadsleden en burgers beter begrijpen waar het om gaat. Bij handhaving moet de focus liggen op het daadwerkelijk aanzetten van eigenaren tot het verbeteren van de woonkwaliteit, in plaats van alleen het registreren van meldingen. Voor het isolatieoffensief geldt dat er meer aandacht moet zijn voor daadwerkelijke realisatie en de koppeling met de doelgroep.

Zo wordt voorkomen dat raadsleden telkens ambtenaren moeten raadplegen om de informatie te kunnen doorgronden en wordt de transparantie en toegankelijkheid van de informatie aanzienlijk verbeterd. Lid SCHMIT (D66) deelt de zorg over de onderbesteding binnen het isolatieoffensief. Hij stelt vast dat hierdoor Amsterdammers minder mogelijkheden hebben om hun woningen te isoleren. Daarom vraagt hij zich af of de gemeente misschien te ambitieus is geweest in de begroting, of dat het probleem juist ligt in de uitvoering. Lid NOORDZIJ (PvdA) antwoordt dat beide kanten van het betoog verdedigbaar zijn, maar dat er eerst een meer fundamentele vraag beantwoord moet worden, wat is het effect van de ingezette maatregelen? Zolang daar nog geen duidelijk zicht op is, blijft het moeilijk om te bepalen of de doelstellingen te ambitieus zijn of dat de uitvoering tekortschiet. Volgens hem is het cruciaal om eerst te analyseren welke maatregelen daadwerkelijk effect sorteren. Pas daarna kun je beslissen of intensivering van bestaande maatregelen nodig is, of juist een koerswijziging naar effectievere alternatieven. Op basis van die inzichten kun je vervolgens de ambities en bijbehorende begroting beter afstemmen. Lid ASRUF (PvdA) noemt het onderzoek allesomvattend, met veel besproken onderwerpen, maar merkt ook op dat sommige aspecten wellicht onvoldoende aandacht hebben gekregen.

Hij vraagt daarom of er onderdelen zijn die, volgens de commissie, in de toekomst juist meer aandacht verdienen van zowel de raad als het college. Lid KABAMBA (Lijst Kabamba) bevestigt dit en wijst met name op het gebrek aan zicht op de koppeling tussen meldingen bij stadsdelen en woningcorporaties. Er blijken duizenden meldingen te zijn geweest die de raad niet onder ogen heeft gekregen. Dit is een belangrijk punt dat in een vervolgonderzoek nader bekeken zou moeten worden. Daarnaast noemt zij de rol van

9

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

organisaties zoals Stichting !WOON, die soms wel en soms niet in de rapportages zijn meegenomen. Hierdoor ontstaat onduidelijkheid over de samenwerking en informatieuitwisseling. Ze benadrukt dat het van belang is om helderheid te krijgen over welke data beschikbaar en bruikbaar is, met instemming van bijvoorbeeld corporaties en Stichting !WOON. Op die manier kan beter worden vastgesteld of de indicatoren rond energiearmoede daadwerkelijk verbetering laten zien. Ze sluit aan bij de opmerking van Noordzij dat inzicht in het effect van beleid niet los te zien is van de manier waarop de problematiek wordt aangepakt, en stelt vast dat een groot deel van de beschikbare cijfers en meldingen in dit onderzoek niet verder kon worden geanalyseerd. Lid ASRUF (PvdA) spreekt zijn zorg uit over de grote fluctuaties in de realisatiecijfers in het jaarverslag 2024. Met name de voorspelbaarheid en volgbaarheid blijven volgens hem belangrijke aandachtspunten voor de controlerende taak van de raad. Hij wijst op het verschil tussen de najaarsnota, plus 93 miljoen, en de uiteindelijke realisatie, min 6,5 miljoen, en vraagt de wethouder hoe dit te verklaren is. Ook vraagt hij of het college schriftelijk reageert op de kritiek van de Algemene Rekenkamer, die spreekt van een structureel probleem. Verder wijst hij op de forse daling van de algemene reserve met 23,9 miljoen euro.

Hoewel het college verwacht dit in 2025 en 2026 te herstellen, wil hij weten welke stappen daarvoor worden gezet. Ook over de onrechtmatigheid vraagt hij welke verbetermaatregelen de wethouder neemt. Hij noemt het rapport Duisenberg indrukwekkend en vraagt hoe het college hiermee omgaat en of de aanpak ook bruikbaar is voor andere thema’s. Tot slot vraagt hij, mede namens lid Namane, naar de stand van zaken rond de pilot Gewoon bij de gemeente in dienst, die het hoge aantal uitzendcontracten moet terugdringen. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) spreekt haar waardering uit voor de goedkeurende verklaring van de accountant en het heldere financiële dashboard. Ondanks tegenvallers zoals lagere inkomsten uit het gemeentefonds en de afwaardering van het AEB, constateert zij dat de financiële situatie gezond blijft, wat zij positief noemt. Tegelijkertijd uit zij zorgen over de hardnekkige onrechtmatigheden bij inkoop. Vooral het feit dat de afwijkingsprocedure niet consequent wordt gevolgd, baart haar zorgen. Daardoor kan het college geen bewuste keuzes maken over rechtmatig handelen. Ze verwijst naar eerdere aanbevelingen van de Rekenkamercommissie over gedrag, cultuur en organisatie en inrichting, en vraagt de wethouder om een reflectie hierop. Ook sluit zij zich aan bij de zorgen van de PvdA over de grote verschillen tussen ramingen en realisaties.

De navolgbaarheid moet beter, vindt zij. Hoewel zij een eerste aanpak ziet, hoort ze hierover graag meer van de wethouder. Tot slot wijst ze op het belang van goede monitoring van bezuinigingen. Lid SCHMIT (D66) complimenteert het college en is blij dat het jaarverslag ditmaal is voorzien van een goedkeurende verklaring. Dat is volgens hem een positieve ontwikkeling. Vervolgens uit hij zijn zorgen over onderbestedingen, met name op het gebied van duurzaamheid. Hij koppelt dit punt aan de bevindingen van de commissie Duisenberg en benadrukt dat dit aandacht verdient. Lid HAVELAAR (CDA) vindt een goedkeurende verklaring geen reden voor complimenten, dat zou immers de standaard moeten zijn. Volgens hem was het jaar zonder zo'n verklaring de uitzondering, en is het niet nodig nu het college een schouderklopje te geven omdat het doet wat van het college verwacht mag worden. Lid SCHMIT (D66) blijft bij zijn eerdere opmerking dat het college een compliment verdient voor de goedkeurende accountantsverklaring. Volgens hem is het juist lofwaardig dat het na een afkeurende verklaring vorig jaar nu wel op orde is, dankzij de inzet van velen. Vervolgens gaat hij inhoudelijk in op zijn zorgen over de aanhoudende onderbestedingen op duurzaamheid.

Al jaren ziet hij een patroon, lagere uitgaven op het klimaatfonds, het isolatieoffensief en andere onderdelen, terwijl de CO₂-doelstellingen niet gehaald worden. Hij

10

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

vraagt de wethouder hoe zij aankijkt tegen de begrotingssystematiek. Is die te optimistisch opgesteld? Of is het probleem dat de ambtelijke organisatie onvoldoende in staat is om de ambities waar te maken? Daarnaast deelt Schmit de zorgen van collega Van Pijpen over de onrechtmatigheden in de inkoop, 81,5 miljoen is nog steeds onrechtmatig, en hij wil van de wethouder horen welke concrete maatregelen genomen worden om dat terug te dringen. Tot slot vraagt hij aandacht voor het fraude- en risicomanagement binnen de organisatie. Hoewel het college heeft toegezegd de aanbevelingen van de accountant op te volgen, vraagt hij zich af of de aanpak niet te versnipperd is. Nu ligt de verantwoordelijkheid vooral bij de directies, maar hij pleit voor een centrale, top-down benadering waarbij in samenhang gekeken wordt waar de grootste risico’s in de organisatie zitten. Lid BURGERS (VVD) uit zijn zorgen over de stijging van het aantal ambtenaren zoals vermeld in het jaarverslag en de voorjaarsnota. Vooral de uitbreiding op het gebied van communicatie vindt hij opvallend, zeker in een tijd waarin veel gemeenten, zoals Utrecht, juist het aantal ambtenaren terugbrengen vanwege financiële krapte. Daarnaast noemt hij de toename van externe inhuur zorgwekkend. De gemeente streeft naar een maximum van 10 procent, maar komt uit op 15 procent.

Lid ASRUF (PvdA) stelt dat in de voorjaarsnota juist staat dat er wordt gekeken naar de organisatiekosten. Lid BURGERS (VVD) benadrukt de groeiende zorgen over de inkooponrechtmatigheden, die zijn gestegen van 76 miljoen in 2023 naar 81 miljoen euro. Hij herinnert zich optimistische brieven van de wethouder waarin verbeteringen werden beloofd, maar constateert dat de situatie juist verslechterd is. Volgens hem is de nieuwe contractmodule in AFIS een logisch beginpunt om de inkoop beter te organiseren, maar de gemeente worstelt nog steeds met dit systeem. Hij vraagt de wethouder of er nog hoop is dat dit ooit goedkomt. Daarnaast wijst hij op de stijgende schuld van de gemeente Amsterdam, die het afgelopen jaar met 380 miljoen euro toenam, waardoor de rentelast aanzienlijk is gestegen en een blijvend risico vormt. Hij noemt het zorgwekkend dat de algemene reserve wederom onder de norm van 5 procent blijft en dat het weerstandsvermogen daalt van 0,97 naar 0,50. Volgens hem is er daardoor geen sprake van financiële robuustheid bij de gemeente Amsterdam. Lid GARMY (Volt) begint met een dankwoord aan de wethouder en het team voor het jaarverslag en het digitale dashboard. Volgens hem is door dat dashboard de vergelijking tussen de jaarrekening en de begroting aanzienlijk verbeterd, wat de controlerende taak van de raad ten goede komt.

Tegelijkertijd mist hij in het jaarverslag een heldere toelichting bij afwijkingen. Het is volgens hem niet altijd duidelijk of hogere baten of lasten van structurele of incidentele aard zijn, terwijl die informatie cruciaal is voor toekomstige begrotingen en de financiële ruimte voor andere keuzes. Hij verwijst ook naar een brief van de Rekenkamer waarin dit punt is aangestipt en vraagt de wethouder om hierop te reflecteren. De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat de financiële positie van de gemeente gezond is, met positieve scores op alle financiële kengetallen en steun vanuit de provincie, die toezicht houdt. De schuld bedraagt 6,4 miljard euro, wat binnen de gestelde kaders valt, en de algemene reserve is iets onder de norm maar wordt snel weer op orde gebracht. Over de onrechtmatigheid geeft ze aan dat het proces afgelopen jaar beter is opgezet en dat de organisatie zich bewuster is van rechtmatig aanbesteden. Directies met een onrechtmatigheid van meer dan 1 procent moeten herstelplannen maken. De nieuwe contractmodule AFIS wordt ingezet om onrechtmatigheid tijdig te signaleren, zodra deze goed functioneert. Ze erkent dat het bedrag nog te hoog is en zegt dat soms bewust onrechtmatig

11

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

wordt aanbesteed, bijvoorbeeld bij buurtteams. Over dergelijke vertrouwelijke zaken kan ze verder geen toelichting geven en kan ze niet garanderen dat het bedrag volgend jaar lager zal zijn. Lid BURGERS (VVD) uitte zijn zorgen over de algemene reserve, die volgens hem sinds het aantreden van dit college en de coronaperiode nooit goed op orde is geweest. Hij twijfelt aan de beloftes van de wethouder dat dit in de toekomst wel zal lukken. Wethouder VAN BUREN reageert dat dit niet klopt. Ze geeft aan dat de algemene reserve eerder weer op het gewenste percentage was en dat er nu een kleine dip zichtbaar is. Sinds corona was de reserve gedaald, maar de afgelopen jaren is deze weer aangevuld, waardoor zij het beeld positief beoordeelt. Lid BURGERS (VVD) vindt de reactie van de wethouder flauw en verwijst naar het jaarverslag, waarin duidelijk staat dat de algemene reserve herhaaldelijk niet wordt gehaald. Hij vraagt de wethouder of ze haar eigen jaarverslag wel kent. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat ze haar eigen jaarverslag kent en benadrukt dat de algemene reserve weer voldoende is aangevuld en op orde komt. Ze verwijst ook naar een brief van de provincie die de financiële huishouding complimenteert. Ze geeft aan dat het onderzoek van de commissie Duisenberg een waardevolle bijdrage levert en dat ze de inzichten meeneemt in de planning- en control cyclus.

Op de vraag over onderbestedingen en duurzaamheid geeft ze aan dat er een grondige analyse start voor de begroting van volgend jaar, met extra aandacht voor programma’s waar de grootste afwijkingen zijn, waaronder duurzaamheid. Ten slotte licht ze toe dat de pilot waarnaar werd gevraagd vertraging heeft opgelopen omdat er geen organisatieonderdeel gevonden is waar deze veilig kan starten, mede door arbeidsmarktkrapte. Ze werkt aan een nieuwe inventarisatie en zal na het reces informeren over de voortgang. Lid BOBELDIJK (SP) merkt op dat het vreemd is dat uitzendbureaus wel mensen hebben, maar de gemeente die niet kan vinden, wat tegenstrijdig lijkt. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat ze dat ook vindt en dat de gemeente probeert mensen die via uitzendbureaus werken zelf in dienst te nemen zonder boetes. Toch blijft het lastig. Ze legt uit dat er ook een flexibele schil nodig is vanwege wisselende dienstverlening en tijdelijke functies waarvoor geen vaste formatie is. Over het aantal ambtenaren verwijst ze naar de voorjaarsnota, waarin ook een opgave staat om de organisatiekosten te verlagen. Daar komt ze later bij de begroting op terug. Lid ASRUF (PvdA) begrijpt dat het nu niet gelukt is met de pilot, maar vraagt de wethouder kort na het reces een update te geven, vooral over waarom het niet is gelukt.

Hij sluit aan bij de redenering van lid Bobeldijk dat als uitzendkrachten er zijn, ze toch ook in dienst genomen zouden kunnen worden. Wethouder VAN BUREN belooft snel na het reces met een update te komen. Ze geeft aan dat er een plan van aanpak loopt voor frauderisico, maar dat dit onder de portefeuille van de burgemeester valt en verder in een andere commissie besproken wordt. Over structurele lasten en baten zegt ze dat het college streeft naar dekking van structurele lasten met structurele baten, zoals vereist door de provincie. Het verschil tussen begroting en realisatie wordt vooral veroorzaakt door fluctuaties in het gemeentefonds. Soms worden structurele lasten tijdelijk met incidentele middelen ingevuld, met als doel een gezonde begroting te behouden. Lid GARMY (Volt) merkt op dat de wethouder niet precies antwoordde op zijn vraag over de toelichting bij afwijkingen in het jaarverslag, waar de Rekenkamer op wijst. Hij vraagt hoe het

12

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

verbeterd gaat worden, omdat nu niet duidelijk is of hogere baten of lasten van structurele of incidentele aard zijn. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat het een financieel technisch onderwerp is dat ze hier niet uitgebreid kan uitleggen. Ze biedt aan om schriftelijk te reageren op de Rekenkamerbrief, als daar behoefte aan is. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt om een reflectie van de wethouder op het punt van het volgen van bezuinigingen en de reflectie van de Rekenkamer daarop. Ze stelt dat dit ook bij de voorjaarsnota besproken mag worden, omdat het op het grensvlak zit. Wethouder VAN BUREN geeft dat de gevolgen en het volgen van de bezuinigingen beter besproken kunnen worden bij de voorjaarsnota. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt of het college ook nog met een reactie komt op de aanbevelingen van de Rekenkamer. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat het college met een schriftelijke reactie op de aanbevelingen van de Rekenkamer komt, maar kan niet garanderen dat die reactie voor de raadsvergadering van volgende week gereed is. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt de wethouder wat zij ervan vindt dat er weinig grip is op de 380 miljoen aan besparingen, omdat deze slecht te monitoren zouden zijn. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat zij het niet eens is met die beoordeling. Volgens haar worden de besparingen wel degelijk gevolgd en gemonitord. Ze biedt aan hier schriftelijk op terug te komen.

Lid HAVELAAR (CDA) vraagt of de wethouder het dan oneens is met de bevinding van de Rekenkamer. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze het niet oneens is met de Rekenkamer, maar dat ze in een schriftelijke reactie zal toelichten hoe het college op die bevindingen reageert. Lid HAVELAAR (CDA) benadrukt dat het belangrijk is dat de raad deze informatie krijgt, omdat er belangrijke financiële documenten worden vastgesteld. Wethouder VAN BUREN begrijpt dat en belooft haar uiterste best te doen om de schriftelijke reactie tijdig aan de raad te verstrekken. De VOORZITTER constateert dat het jaarverslag 2024 voldoende is besproken en klaar is voor behandeling in de raad volgende week. 4. Kennisnemen van de Voorjaarsnota 2025 en vaststellen van de daarin voorgestelde begrotingswijzigingen van de Begroting 2025 (VN2025-008520) De VOORZITTER licht toe dat de raadsvoordracht volgende week terugkomt in de raadsvergadering. Moties en amendementen die tijdig worden ingediend, worden op vrijdag 4 juli via de dagmail verspreid en mondeling gepreadviseerd tijdens de raadsvergadering op 9 en 10 juli. Lid BURGERS (VVD) vraagt het college om meer duidelijkheid over de financiële gevolgen van het besluit om het AEB te behouden.

Hij wijst erop dat het jaarverslag al een verlies van 59 miljoen euro door een lagere waardering van het AEB laat zien, maar dat deze gevolgen niet terugkomen in de voorjaarsnota, terwijl dat wel toegezegd was. Hij benadrukt dat de

13

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

accountant aangeeft dat de waarde van het AEB nog kan veranderen, afhankelijk van de realisatie van de strategie en toekomstige resultaten. Lid BOBELDIJK (SP) vult aan dat de lagere waardering van het AEB niet direct samenhangt met het mislukken van de verkoop. Het besluit om het AEB te behouden en de waardedaling zijn volgens hem twee aparte zaken. Ook zonder verkoop zou de waarde van het AEB minder zijn. Lid BURGERS (VVD) reageert dat hij vooral aangeeft wat volgens hem in het jaarverslag staat, maar ontbreekt in de voorjaarsnota, terwijl hij dat wel had verwacht. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt of lid Burgers verwachtte dat er nu nieuwe inzichten zouden zijn waardoor de waardering van het AEB aangepast zou worden. Ze wil graag weten wat Lid Burgers precies hoopt. Lid BURGERS (VVD) legt uit dat zijn vraag vooral gaat over het AEB, omdat het college heeft aangegeven het AEB voor tien jaar te willen behouden, maar volgens hem ontbreekt duidelijkheid over de concrete plannen daarvoor. Hij had gehoopt dat de voorjaarsnota meer helderheid zou geven, bijvoorbeeld over welke investeringen nodig zijn. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vindt het bijzonder dat er toezeggingen zijn gedaan over het AEB via de voorjaarsnota, want die is volgens haar geen toekomstplan voor het AEB. Ze noemt het dan ook een vreemde veronderstelling van de VVD.

Lid BURGERS (VVD) benadrukt dat het college zelf heeft aangegeven dat onderwerpen over het AEB in de voorjaarsnota zouden worden vermeld, maar dat dat niet is gebeurd, wat zijn teleurstelling verklaart. Hij vraagt zich af hoeveel extra voorzieningen er nog te verwachten zijn. Daarnaast wijst hij erop dat het college zich voor tien jaar aan het AEB wil committeren, en stelt hij de vraag of het college ook de kosten voor die periode kan dragen, of dat straks de Amsterdammer daarvan de dupe wordt. Lid BELKASMI (PvdA) noemt twee punten over stagevergoedingen. Ten eerste vraagt hij waarom bij een project studenten geen stagevergoeding krijgen, terwijl de mbo-agenda juist inzet op passende vergoedingen voor alle studenten. Hij wil weten hoe snel daar een oplossing voor komt. Ten tweede wijst hij erop dat stagevergoedingen binnen de organisatie nu per leeftijd worden geregeld, wat betekent dat mbo-studenten, die vaak jonger zijn, structureel minder krijgen dan hbo- en wo-studenten. Hij vraagt de wethouder dit mee te nemen in de caoonderhandelingen om te komen tot een eerlijker systeem voor stagevergoedingen binnen de organisatie. Lid ASRUF (PvdA) is tevreden met de financiële keuzes in de voorjaarsnota. Ondanks uitdagingen is de financiële situatie goed.

De fractie waardeert de investeringen in armoedebestrijding, bestaanszekerheid, compensatie van buurtteams, sportverenigingen en de sociale basis, de aanpak van schimmelwoningen, jeugdzorg, bewustwording onder jongeren over de online leefwereld en de aanpak in Noord. Hij geeft aan dat de voorjaarsnota beleidsarm moet zijn, omdat bij de begroting de grote keuzes gemaakt worden. Het nadeel hiervan is dat er geen meerjarige doorkijk is bij de voorjaarsnota, terwijl er bij jaarverslag, voorjaarsnota en begroting grote mutaties blijven. Daarom vindt hij het nodig dat de voorjaarsnota weer teruggaat naar de oude cyclus met een meerjarige doorkijk. Hij vraagt de wethouder of hieraan gewerkt wordt en of dit meer werk betekent voor de ambtenaren. Lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat er bij de begroting een potje van 100 miljoen euro was gereserveerd dat bij de voorjaarsnota besteed zou worden, maar dat dit geld nu verdwenen lijkt te zijn. Hij verwijst naar het amendement van lid Asruf bij de begroting, waarbij geld uit dat

14

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

potje is gehaald. Hij vraagt hoe lid Asruf terugkijkt op het feit dat er geld is uitgegeven dat nu niet meer blijkt te bestaan, omdat het is gebruikt voor tegenvallers in Amsterdam. Lid ASRUF (PvdA) reageert dat volgens hem in de voorjaarsnota staat dat er nog tien miljoen euro in dat potje zit, en dat dat geld dus wel degelijk aanwezig is. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt of lid Asruf het niet voorbarig vond om vijf miljoen uit te geven, wat 50 procent van het resterende potje is, terwijl de rest al op is. Hij suggereert dat het beter was geweest om het geld niet aan te raken zodat er nu een beslissing over genomen kon worden. Lid ASRUF (PvdA) antwoordt dat hij vindt dat er een verantwoorde keuze is gemaakt. Er was een pot van honderd miljoen, waarvan nu nog tien miljoen over is. Met dat geld zijn onvoorziene zaken gedekt, wat ook het doel was, en er zijn daarmee goede dingen voor de stad gedaan. Lid KROM (Partij voor de Dieren) richt zich vooral op AFIS, dat zij een fiasco noemt. Ze maakt zich zorgen over de onduidelijke extra kosten van dertien miljoen dit jaar en de ontbrekende inzichten voor volgend jaar en later. Ze vraagt waarom het college dit probleem niet zelf oplost, in plaats van het door te schuiven. Daarnaast wijst ze op vrijvallende reserves, zoals bijna 47 miljoen uit de coalitieperiodereserve 2022-2026, die breder ingezet kunnen worden.

Ze pleit voor een reserve dierenwelzijn, want daar is geen geld voor onverwachte kosten. Ze stelt voor om met deze middelen coalitieplannen te financieren, zoals het jachtverbod op Amsterdamse gronden, kattentrapjes, klimaatadaptatie, biodiversiteit en het sneller herplanten van bomen. Volgens haar gaat het om relatief weinig geld en helpt het de uitvoering van de eigen plannen. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) begint met het thema inclusie en diversiteit. Ze herinnert aan een motie uit 2022 om inclusie en diversiteit als horizontaal thema in P&C-producten op te nemen, zodat alle beleidsterreinen hier aandacht aan besteden en de raad de voortgang financieel kan volgen. Ze vraagt om een update, omdat die na drie jaar nog ontbreekt. Daarnaast wijst ze op het harde werk tegen discriminatie in Amsterdam, zoals genoemd in de voorjaarsnota. Ze vraagt specifiek om meer concrete acties tegen anti-Aziatisch racisme, naar aanleiding van eerdere vragen in de vorige raad. Lid IJMKER (GroenLinks) is blij met de extra middelen voor de online leefwereld, die ze in september inhoudelijk wil bespreken, waarbij ze hoopt dat de wethouder digitale zaken ook aanwezig is. Wat ze mist, is extra budget voor de strijd voor meer digitale autonomie.

Ze herinnert eraan dat de wethouder had toegezegd voor de zomer een update te geven over de cloud en sourcing strategie en vraagt hoe dat ervoor staat, inclusief een inschatting van de kosten en inzet voor Amsterdam. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) waardeert dat er, zij het beperkt, ruimte is voor enkele stadsnoden. Ze vindt het soms verwarrend dat het college meerjarige besluiten neemt, maar dat die niet altijd terugkomen in de jaarlijkse stukken zoals de voorjaarsnota. Ze vraagt om beter en formeel geïnformeerd te worden over zulke besluiten. Ze erkent dat de extra kosten voor de implementatie van AFIS nodig zijn, maar maakt zich zorgen over hoe die binnen de organisatie worden opgevangen zonder dat dit leidt tot verslechtering van de dienstverlening. Ze wil hier als raad meer zicht op krijgen om haar controlerende taak goed te kunnen uitvoeren. Tot slot merkt ze op dat een belangrijke motie uit 2023 over het belastinggebied nog niet is opgevolgd en dat ze dit als een dringende aansporing ziet om deze motie uit te voeren, zodat bij de begroting een mooie verruiming van het belastinggebied zichtbaar wordt.

15

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

Lid GARMY (Volt) benoemt drie aandachtspunten. Ten eerste waarschuwt hij voor het gebruik van incidenteel geld voor structurele uitgaven. Hierdoor schuift het college problemen door naar volgend jaar, met risico op bezuinigingen, lastenverhogingen of opnieuw gebruik van reserves. Hij vraagt waarom het college de structurele financiële ruimte niet benut om structureel te investeren of lasten te verlichten. Ten tweede gaat hij in op het verdwijnen van een financiële buffer van 100 miljoen euro die bedoeld was voor Rijkstegenvallers. Hoewel het college stelt dat die buffer niet meer nodig is door meer duidelijkheid van het Rijk, erkent de voorjaarsnota zelf dat onzekerheden blijven bestaan. Hij vraagt om uitleg hierover. Ten derde spreekt hij over de oplopende kosten van het AFIS-systeem, dat inmiddels bijna 45 miljoen kost. Het is onduidelijk welk deel normale implementatiekosten zijn en welk deel voortkomt uit falen. Hij vraagt om inzicht in de oorspronkelijke begroting per jaar, de meerkosten, en of er voor 2026 nog extra kosten te verwachten zijn. Lid SCHMIT (D66) benadrukt dat het, juist nu de kosten van levensonderhoud stijgen en er minder geld vanuit het Rijk komt, belangrijk is dat de lokale lasten voor Amsterdammers niet toenemen. Hij is blij dat dit ook in de voorjaarsnota wordt vastgehouden.

Daarnaast waardeert hij de noodzakelijke investeringen in wonen, gezondheid en jongeren, met name de aandacht voor jongeren met gezondheidsproblemen rondom de online wereld. Ook is hij tevreden over de compensatie voor kunst en cultuur, waarmee de fractie de Rijksbezuinigingen lokaal compenseert. Tot slot noemt hij de aanpak van schimmelwoningen als belangrijk punt. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt D66 hoe ze aankijken tegen de mogelijke verhoging van de afvalstofheffing, waar het college vorige week al op voorsorteerde in antwoorden op schriftelijke vragen. Lid SCHMIT (D66) benadrukt dat D66 bij de begroting duidelijk heeft gemaakt dat de lokale lasten gelijk moeten blijven, en dat ze daar onverminderd aan vasthouden. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt of D66, net zoals ze bij de OZB hebben gezegd dat die dit jaar niet wordt verhoogd, ook zulke stevige woorden gebruikt over de afvalstofheffing. Lid SCHMIT (D66) legt uit dat de afvalstofheffing een omslagstelsel is, de totale kosten worden verdeeld over de bewoners. Lid HAVELAAR (CDA) stelt dat het niet klopt wat D66 zegt, omdat er vanuit de algemene middelen geld naar de afvalstoffenheffing gaat en er een kwijtschelding is voor sociale minima. Daardoor kan de afvalstoffenheffing toch verhoogd worden door bijvoorbeeld de algemene middelen of de kwijtschelding aan te passen.

Lid SCHMIT (D66) zegt dat hij geen trucjes meer wil doen met de kwijtschelding voor sociale minima en vindt het belangrijk dat mensen die de afvalstoffenheffing niet kunnen betalen, ondersteuning krijgen. Voor D66 is een schone stad en een efficiënte afvalorganisatie belangrijk. Hij benadrukt dat kritisch naar de eigen organisatie gekeken moet worden, zeker in tijden van bezuinigingen. Hij sluit af met een vraag waarom in de voorjaarsnota een correctie op de OZB op eigen vastgoed wordt gedaan, terwijl dit niet al in de oorspronkelijke begroting was ingeschat. Lid BOBELDIJK (SP) geeft aan dat hij geen voorstander is van meerjarige voorjaarsnota’s, maar deze juist wil beperken tot de begroting van het lopende jaar. Hij richt zich vooral op de commissie Kunst en Cultuur en noemt de bijdrage aan de Meervaart. Er is eerder toegezegd dat de Meervaart niet meer dan 94 miljoen zou kosten. Nu is er al 10 miljoen aan voorbereidingskosten, en hij vraagt het college of de resterende 84 miljoen nog voldoende is, omdat dit kritisch wordt gezien. Lid VAN BERKEL (JA21) gaat in op de kosten van AFIS. Hij noemt dat de totale kosten nu op 43,8 miljoen euro staan, terwijl het aanvankelijk op 12,5 miljoen euro was begroot en later

16

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 3 juli 2025

FKD

21 miljoen euro. Volgens de stukken zijn tot en met 2025 de voorziene kosten 31,1 miljoen euro, plus 12,7 miljoen euro onvoorziene kosten voor het facturenfiasco. Hij vraagt waarom AFIS niet als risicovol project werd gezien als de onvoorziene kosten onder de 30 miljoen euro bleven. Hij wil weten wanneer duidelijk werd dat de voorziene kosten 31 miljoen euro zouden zijn en of de onvoorziene kosten mogelijk hoger zijn dan 12,7 miljoen euro. Tot slot vraagt hij of 43,8 miljoen euro de maximale kosten zijn, of dat de rekening nog verder kan oplopen. Lid HAVELAAR (CDA) vindt dat het college een verkeerde afweging maakt bij AFIS, omdat de extra kosten van bijna zeven miljoen euro worden uitgesmeerd over vier jaar. Hij geeft aan dat hij deze kosten liever nog dit jaar wil inlopen en vraagt naar de inhoudelijke argumenten waarom het college dit niet doet. Ten tweede stelt hij dat het college onvoldoende optreedt tegen de ambtenarenobesitas, oftewel het te grote aantal gemeentemedewerkers. Volgens hem zouden vacatures voor kantoorfuncties alleen intern ingevuld mogen worden en tijdelijke contracten niet verlengd, en hij wil weten waarom het college deze stap niet zet. Daarnaast merkt hij op dat de buffer van honderd miljoen euro voor tegenvallers van het Rijk in werkelijkheid niet apart is gehouden, maar in de algemene reserve is gestopt.

Hij vraagt waarom het college dit geld gebruikt voor Amsterdamse tegenvallers in plaats van uitsluitend voor Rijkstegenvallers, zoals was afgesproken, en hij verzoekt om een overzicht van waar dit geld precies is besteed. Tot slot mist hij in de voorjaarsnota een reservering voor de tuin van het Nationaal Slavernijmuseum en vraagt hij om een toelichting daarop. Wethouder VAN BUREN licht toe dat bij één project, namelijk sportstimulering in stadsdeel Oost, helaas niet is gelukt om stagevergoedingen uit te keren. Wel is via het Amsterdam Stagepact mbo-financiering beschikbaar gesteld om deze stagiaires vanaf september 2025 alsnog een vergoeding te bieden. Over de systematiek van de stagevergoedingen vertelt ze dat deze momenteel niet afhankelijk is van de opleiding, maar puur van de leeftijd. Zo krijgen zowel zeventienjarige mbo- als hbo-stagiaires dezelfde vergoeding, gebaseerd op de CAO van de gemeente Amsterdam. Ze wil onderzoeken of hier een menselijker regeling mogelijk is, waarbij ze erkent dat dit mogelijk financiële consequenties heeft, maar ze neemt het mee in de verdere besprekingen. Ten slotte gaat ze in op de vraag over de meerjarige doorkijk, het vorige college heeft besloten om de voorjaarsnota enkel-jarig te houden en de meerjarige doorkijk alleen bij de begroting te behandelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15900812/1