Conceptverslag FEZ 24-11-2020 expertmeeting
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven
Verslag Expertmeeting Baatbelasting 24 november 2020
FEZ CONCEPT Vergadering Vergaderdatum
Openbare vergadering van de Raadscommissie Financiën en Economische Zaken over de Baatbelasting Dinsdag 24 november 2020 van 17.00 uur tot 18.00 uur in de raadzaal
Verslag vast te stellen op:
Voorzitter: mevrouw Kiliç Commissiegriffier: mevrouw Meijer Verslaglegging: mevrouw Van de Belt (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de heer Groen (GroenLinks), mevrouw Heinhuis (PvdA), de heer Khan (DENK), de heer Nijssen (VVD) en mevrouw Van Soest (Partij van de Ouderen) Overige aanwezigen: de heer Dekker (De Woonpas, Gemeentelijke VerduurzamingsRegeling), de heer Kat (associated partner Tax facilities en milieu bij EY enz.), de heer Van Rooij (De Woonpas)
Algemeen 1. Opening De VOORZITTER opent om 17.00 uur deze digitale vergadering en heet de aanwezigen, in het bijzonder de experts, welkom op deze expertmeeting die op verzoek van de heer Groen is belegd. Er zijn helaas wat problemen met de server maar de vergadering gaan van start. Het doel van deze vergadering is het vergaren van informatie door raads- en commissieleden. De politieke discussie zou moeten plaatsvinden in de raadscommissie FEZ. De heer Groen zal toelichten waarom hij deze expertmeeting heeft georganiseerd en vervolgens geven de genodigden hun visie op het toepassen van Baatbelasting om de verduurzaming van woningen te financieren. Daarna krijgen de commissieleden de gelegenheid om vragen te stellen c.q. te reageren. De heer GROEN heeft naar aanleiding van berichten in de media bij de wethouder geïnformeerd naar de mogelijkheid om via Baatbelasting de woningen in Amsterdam te verduurzamen. Beantwoording volgt nog. De heer Groen denkt dat Baatbelasting een interessante mogelijkheid vormt om doelstellingen van de gemeente te bereiken zoals verduurzaming van de woonvoorraad op zo’n manier dat het financierbaar is en betaalbaar blijft voor bewoners. Er zijn al voorbeelden van andere gemeenten. Het wordt extra relevant nu bekend is dat gebouwgebonden financiering waarschijnlijk niet doorgaat. Hij hoopt dat de experts de raadsleden zodanig kunnen informeren dat ze zich
1
Gemeente Amsterdam Conceptverslag commissie FEZ, expertmeeting Baatbelasting2020
FEZ een kritisch oordeel kunnen vormen om snel het debat in de gemeenteraad te kunnen aangaan. Toelichting experts De heer VAN ROOIJ verduidelijkt het een en ander via een selectie van sheets uit een andere presentatie. Het toepassen van Baatbelasting ter verduurzaming van particuliere woningen is mogelijk, maar die Baatbelasting dient wel gepaard te gaan met aanvullende zekerheden in het proces. De Gemeentelijke VerduurzamingsRegeling is in samenwerking met andere partners als EY, Erasmus Universiteit en gemeenten ontwikkeld om een mogelijkheid voor woningeigenaren te creëren om hun woning te verduurzamen zonder eigen middelen en risico. Daarmee wordt immers ook de wijkgerichte energietransitie vooruit geholpen. De Baatbelasting is daarin een centraal element, maar die staat niet op zichzelf. Essentieel zijn de processen er omheen. Wordt er een Baatbelasting gebruikt op een individuele woning, dan moet worden vastgesteld wat de verduurzamingsmogelijkheden voor die woning zijn. Via een individuele inspectie worden de mogelijke maatregelen vastgesteld, wat de kosten zijn, de energetische effecten, maar ook of de te betalen Baatbelasting gelijk of lager is dan de besparing op de energierekening. Maandlastenneutraliteit vormt het uitgangspunt. Is dat haalbaar, dan volgt er een aanbod via de Gemeentelijke VerduurzamingsRegeling en wordt er een aanpak georganiseerd.
Via de gemeente en de stichting Verzamelgelden wordt geld georganiseerd, gefund door Bank Nederlandse Gemeenten. Is het geld beschikbaar, dan wordt de uitvoering opgepakt. Die uitvoering is volledig geborgd qua kwaliteit en zekerheden. Dat moet wel, want de regeling loopt voor dertig jaar. De eigenaar betaalt dus dertig jaar lang een Baatbelasting. De maatregelen moeten dan ook wel minimaal dertig jaar doen wat ze moeten doen. Op dit moment worden maatregelen gerealiseerd in Wijk bij Duurstede die als eerste gemeente is gestart. Daarbij gaat het om dakisolatie, spouwmuurisolatie, vloer/bodemisolatie, glas en zonnepanelen. Met name die combinatie maakt het mogelijk de woning op een maandlastenneutrale manier te verduurzamen. Dus de meeste eigenaren kunnen een aanbod krijgen waarbij ze geen investering hoeven doen en een belastingbedrag per maand betalen dat maximaal gelijk is aan datgene wat ze kunnen besparen op de energierekening, dus maandlastenneutraal. Voor elke deelnemende woningeigenaar is er in de loop van de regeling een positieve case: dus er wordt per definitie altijd geld bespaard door de regeling. Dat heeft ermee te maken dat de belasting eenmalig wordt vastgesteld en dat blijft gelijk en is dus niet onderhevig aan inflatie of prijsstijgingen. De energieprijs is dat wel.
Er wordt bespaard op gas en de gasprijs zal in de loop der tijd sterk stijgen welk effect nog eens wordt versterkt door de inflatie. Iedereen verdient geld al valt vooraf niet helemaal precies te voorspellen hoeveel dat is. Dus eerst wordt de woning geïnspecteerd, dan volgt op basis van de calculatie een aanbod, vervolgens wordt samen met de gemeente, BNG Bank en de stichting gezorgd voor het bekostigen van die maatregelen. Is dat gerealiseerd, dan volgt uitvoering. Na de uitvoering door betrokken partijen vindt de eindinspectie plaats. Pas als die is afgerond met een positief resultaat wordt de Baatbelasting geheven. Dat gaat als volgt in Amsterdam. Stel Amsterdam biedt de Gemeentelijke VerduurzamingsRegeling aan. Een woningeigenaar meldt zich aan via de site van de gemeente of via De Woonpas of via een daartoe speciaal ingerichte site. De Woonpas zorgt voor de inspectie en calculatie en komt met een aanbod. Gaat de eigenaar akkoord, dan faciliteert De Woonpas een vaststellingsovereenkomst tussen de woningeigenaar en de gemeente voor het betalen van de Baatbelasting in ruil voor het verduurzamen van de woning. Op dat moment ontstaat er een hele grote betaalzekerheid waardoor er aantrekkelijke funding mogelijk is. BNG Bank wil dit wel financieren omdat het bijna hetzelfde is als een gemeente financieren.
Het risico is immers heel klein en dat maakt aantrekkelijke condities mogelijk. De stichting zet geld beschikbaar voor die individuele woning, De Woonpas krijgt het signaal dat het geld beschikbaar is, gaat een planning
2
Gemeente Amsterdam Conceptverslag commissie FEZ, expertmeeting Baatbelasting2020
FEZ maken met de eigenaar en draagt zorg voor een gecontroleerde uitvoering, borging van kwaliteit en doorlooptijden. Op het moment dat de eindinspectie positief is, krijgt de eigenaar garantie op het werkende resultaat en de gemeente kan starten met het innen van de gemeentelijke Baatbelasting voor dertig jaar. De gemeente stort de geïnde Baatbelasting door aan de stichting Verzamelgelden en de stichting draagt zorg voor de aflossing van de lening door BNG. Dit is een vereenvoudigde weergave maar zo werkt het dus. De juridisch-fiscale houdbaarheid van deze toepassing zal vragen oproepen die de heer Kats wellicht kan beantwoorden. Amsterdam wil de woningvoorraad verduurzamen, maar de risico’s moeten overzienbaar zijn en uiteindelijk is de gemeente niet in staat alle financiering te bekostigen. Binnen deze Gemeentelijke VerduurzamingsRegeling gaat de gemeente een overeenkomst aan met de Stichting Verzamelgelden waarin wordt vastgelegd dat de gemeente alle te innen Baatbelasting binnen deze regeling zal overmaken aan de Stichting Verzamelgelden. Die draagt uiteindelijk het geld af aan BNG Bank. Die stichting is dus ook leningnemer. Op het moment dat de gemeente Amsterdam besluit de GVR te willen aanbieden aan haar woningeigenaren, gaat ze een overeenkomst aan met De Woonpas en De Woonpas zet het proces met de eigenaar in gang.
Als de eigenaar het aanbod aanneemt, komt de overeenkomst tot stand en ontstaat de belastingplicht middels de verordeningen en het bekostigingsbesluit dat daarop volgt. De lening voor die verduurzaming komt niet op de balans van de gemeente maar op de balans van de Stichting Verzamelgelden. Wel loopt op de balans van de gemeente de jaarlijkse vordering op de woningeigenaar voor de inning van de Baatbelasting en de afdracht voor diezelfde Baatbelasting richting de stichting. De gemeente staat in voor de totale afdracht van de totaal te innen Baatbelasting. In de praktijk kan het voorkomen dat een bepaalde Baatbelasting niet wordt geïnd bij een woningeigenaar. Het inningsinstrument van de gemeente is wel een heel sterk instrument maar er kan zich een situatie voordoen, bijvoorbeeld bij een persoonlijk faillissement, dat het geld structureel niet komt. Voor zo’n geval kan de gemeente een beroep doen op de stichting Waarborg die ervoor zorgt dat deelnemende gemeenten geen risico’s lopen. De stichting Waarborg wordt gefund middels een risicopremie vanuit de stichting Verzamelgelden. Door het toepassen van de Baatbelasting kan de gemeente al haar woningeigenaren faciliteren bij het verduurzamen van de eigen woning zonder risico’s te lopen, zonder eigen middelen aan te wenden.
De woningeigenaar kan vervolgens de eigen woning verduurzamen zonder dat een voorinvestering te hoeven doen en zonder een investeringsrisico te lopen. De regeling is overdraagbaar, dus de Baatbelasting rust op de woning. Wordt de woning verkocht, dan gaat de regeling over naar de volgende woningeigenaar. Logisch, want ook die heeft profijt van de lagere energierekening. De heer KAT denkt dat het verhaal wel helder is ook als het gaat over de fiscale implicaties. In dit geval wordt de Baatbelasting ingezet als een mechanisme om de verduurzaming van woningen in Amsterdam te financieren. Het lijkt een heel aantrekkelijk middel met heel weinig risico. Enerzijds is gekozen voor het aangaan van een overeenkomst met de woningeigenaar waardoor de borging groot is. Anderzijds is de Baatbelasting doordat deze wordt ingeschreven in het Kadaster overdraagbaar met een overdracht van de woning. Een volgende eigenaar zal automatisch deze belasting moeten overnemen. De overeenkomst zorgt ervoor dat er helderheid is over de intenties van de partijen. Daar bestaat geen risico. De Woonpas zal de processen jaarlijks controleren door middel van een soort audit en dat maakt dat er erg weinig risico’s bestaan om als gemeente op deze manier invulling te geven aan de opdracht van het rijk om de woningen van het gas af te halen. Vragen commissieleden
3
Gemeente Amsterdam Conceptverslag commissie FEZ, expertmeeting Baatbelasting2020
FEZ De heer GROEN is benieuwd wat het belangrijkste probleem is dat wordt opgelost met Baatbelasting. Hij begrijpt dat het nu zo is dat een woningeigenaar die wil verduurzamen vooraf een dure investering moet doen wat vaak een obstakel vormt. Dan kan duur zijn omdat er geen garanties zijn op afbetaling en dat kan een probleem zijn bij overdracht. De heer DEKKER beaamt de noodzaak om woningeigenaren hierin te ondersteunen. Het is een feit dat de gemeente middels deze regeling veel meer grip krijgt op de verduurzaming en daadwerkelijk ziet waar ze staat in haar wijkopgave. Tot nu toe richten de oplossingen zich op het aanmoedigen van een lening aangaan om een woning te verduurzamen. Als mensen dat al doen, dan weet de gemeente dat veelal niet. Het is een belangrijke toevoeging dat de gemeente in de regierol blijft. De heer GROEN geeft aan dat het lijkt te gaan om individuele woningen van individuele woningeigenaren. Hij hoort graag of deze constructie ook kan worden gehanteerd voor een hele VvE met meerdere appartementen erin of voor corporaties en eigenaren van grote blokken woningen. De heer DEKKER richt zich op dit moment nog niet op de VvE’s. Er is nu gefocust op de grondgebonden woningen in particulier eigendom. Een VvE is een zakelijke identiteit en daarvoor gelden andere regels. Daar wil men wel naar gaan kijken, maar dat is een volgende fase.
Een aantal corporaties heeft De Woonpas inmiddels benaderd; daar lijkt het mogelijk maar ook dat komt in een latere fase. Men is er wel mee bezig. De heer KAT draagt nog een belangrijk voordeel aan van deze regeling. De GVR is een mooi middel voor zowel de woningeigenaar om zijn woning te verduurzamen en voor de gemeente om te voldoen aan de opdracht van het rijk. Een woning binnen de gemeente verduurzamen die geen eigendom is van de gemeente, dat is lastig. Juist dit middel biedt de gemeente de mogelijkheid om samen met de woningeigenaar de woning van de eigenaar te verduurzamen. Dat is een heel mooi aspect van deze regeling. De heer NIJSSEN denkt dat het inhoudelijk een heel goed idee zou zijn. In de gemeente Alkmaar hanteert men eenzelfde soort concept. De stichtingsstructuur is hetzelfde maar daar richt men zich op gemeentelijk vastgoed en niet op particuliere woningen. Daar speelden vragen omdat men dacht too good to be true.
Waar zit het verdienmodel? En de governancevragen: wie zit in het bestuur van beide stichtingen; is de gemeente aan zet om het bestuur te benoemen of weg te sturen; kan de stichting failliet gaan en wat gebeurt er dan en wat zijn de exitopties en in hoeverre wil de BNG zich hieraan committeren als grote financierder? Hij wil niet heel kritisch overkomen, maar hij wil ook niet in een proces terecht komen waarbij het een jaar duurt voordat zaken helder zijn. De heer VAN ROOIJ vindt de vragen heel terecht. De Woonpas is ook al een jaar druk doende om deze vragen beantwoord te krijgen. Er is een contractstructuur met de gemeenten, met de uitvoerders, met De Woonpas, met BNG, vanuit de stichting met een partij die de financiële administratie doet. Er zit een vertegenwoordiging in het bestuur van de stichting namens de gemeente. Wat er gebeurt als de stichting wegvalt, die situatie is opgelost in de contractuele structuur tussen de stichting, de gemeente en de BNG middels een zogenaamd derdenbeding. Die risico’s zijn dus allemaal afgedekt. Een overzicht van diverse vragen kan indien gewenst schriftelijk naar de raad komen. Mevrouw HEINHUIS hoorde over grondgebonden woningen. Dat zijn schaarse woningen in Amsterdam en bovendien heel duur. Waarschijnlijk hebben die bewoners deze regeling minder hard nodig.
Ze hoort graag in hoeverre deze regeling toepasbaar en geschikt is voor mensen die in een veel kleinere woning wonen en misschien geen eigen
4
Gemeente Amsterdam Conceptverslag commissie FEZ, expertmeeting Baatbelasting2020
FEZ dak hebben. De Baatbelasting lijkt nu alleen geschikt voor een relatief kleine groep Amsterdammers. De heer DEKKER begrijpt dat het om gestapelde bouw gaat. Aan die gestapelde bouw probeert De Woonpas zo snel mogelijk invulling te geven. Dat vergt nog wat meer tijd. Bij het vaststellen van Baat moet heel helder vast te stellen zijn waarmee die woning gebaat is. Een tussenwoning isoleren kan leiden tot minder gasverbruik voor de bovenbuurman. Heel positief, maar dat maakt het vaststellen van Baatbelasting een lastig element. De heer VAN ROOIJ voegt hieraan toe dat dit Baatmodel an sich toepasbaar is voor eigenlijk elke woning, maar bij gestapelde bouw is het complexer vast te stellen wie er profijt heeft van het dak, wie van muurisolatie enz. Bij aanvang van de regeling wordt nu gefocust op grondgebonden woningen. De GVR zal doorontwikkeld worden naar al die andere typen woningen. Die woningen worden dus niet uitgesloten, maar het proces is nog niet zover. Mevrouw HEINHUIS hoort nog graag of ook is gekeken naar de woninggrootte. Dat zou al snel duidelijk maken voor hoeveel woningeigenaren de regeling interessant zou kunnen zijn. De heer DEKKER geeft aan dat de GVR niet is gebonden aan de grootte van een woning. Er wordt gekeken naar de vierkante meters, naar de huidige staat. Dat geeft het theoretische warmtegebruik vooraf aan.
En nadat de maatregelen zijn getroffen is er een nieuw warmtegebruik ongeacht de grootte van het pand. De heer GROEN krijgt nu de indruk alsof Baatbelasting telkens een individuele overeenkomst is tussen de gemeenten en één woningeigenaar waarbij je afspreekt, wij als gemeente gaan de verduurzaming van de woning voorfinancieren en daarmee gaat de woningeigenaar een contract aan om dertig jaar lang een belasting te betalen voor die woning. De heer DEKKER legt uit dat dat niet helemaal klopt. De huidige woningeigenaar sluit een vaststellingsovereenkomst met de gemeente omdat de gemeente dat niet eenzijdig kan besluiten. Daarbij gaat het om toestemming om de woning te verduurzamen en de plicht om daarvoor dertig jaar lang belasting te betalen. Het heffen van de Baatbelasting is gekoppeld aan de verordening die daaraan vooraf gaat. Daar kunnen wel 150 woningen inzitten. Dus het is constant een set van woningen die door een verordening gaat. De heer GROEN begrijpt dat de volgende bewoner bij de aanschaf van de woning die belastingplicht accepteert als een eigenaar die woning verkoopt. De heer DEKKER verduidelijkt dat ook de notaris daarin een actieve rol heeft. De heer GROEN moest denken aan erfpacht waarbij er ook een bepaalde betalingsverplichting op een woning rust.
Hij hoort graag of de gemeente een afspraak kan maken waarbij het bedrag dat aan belasting wordt geheven lager is dan wat nodig is om de investering terug te betalen. De gemeente subsidieert een onrendabele top en dat lijkt via zo’n belasting te kunnen. Of is de gemeente verplicht via zo’n belasting precies terug te krijgen wat ze voorfinanciert in die woning? De heer DEKKER verduidelijkt dat een gemeente in principe met een Baatbelasting 100% van de totale kosten terugvordert. De gemeente is daartoe niet verplicht. Wat de heer Groen schetst, zou kunnen, maar als het bij de een wel en bij de
5
Gemeente Amsterdam Conceptverslag commissie FEZ, expertmeeting Baatbelasting2020
FEZ ander niet wordt toegepast, wordt het wel een uitdaging. De gemeente is dus niet verplicht om 100% terug te halen. De heer DE ROOIJ heeft wel vaker vragen gekregen in deze lijn, maar dan gaat het met name over het sociaal beleid. Er komen wel woningeigenaren wier woning zich ultiem leent voor verduurzaming en waar een prima businesscase zou zijn. Maar er zijn ook situaties waarin een woning wordt bewoond door een of twee personen die heel weinig stoken gedwongen door hun financiële situatie. In dergelijke gevallen is dit instrument juist geschikt om als gemeente sociaal beleid toe te passen en daar coulance te betrachten. De vraag is of dat alleen voor dit soort specifieke gevallen moet gebeuren. In Wijk bij Duurstede heeft De Woonpas een aantal van dit soort gevallen actief aan de gemeente voorgelegd met het verzoek coulance te betrachten, juist omdat daar in feite de noodzaak het grootst is. De heer GROEN begrijpt dat de gemeente het geld deels terugvraagt via de Baatbelasting maar niet alles en daarmee is het sociaal beleid. De heer DE ROOIJ legt uit dat de belasting wel volledig wordt geheven, maar de gemeente kan coulance betrachten bij het daadwerkelijk heffen. Het zijn wel schrijnende gevallen waar men heel af en toe tegenaan loopt en waar juist een oplossing zou moeten worden geboden.
De heer KAT legt uit vanuit de jurisprudentie dat gemeenten een grote vrijheid hebben om hun beleid vorm te geven in diverse belastingen. De Hoge Raad heeft zelfs gezegd dat een zekere ruwheid dan niet vreemd zou zijn. Dus wat de heer Groen nu voorstelt, dat zouden gemeenten kunnen doen. Het kan binnen de Baatbelasting zolang er maar niet meer aan Baatbelasting wordt verhaald dan aan kosten gemaakt. Maakt de gemeente onderscheid tussen verschillende groepen van woningen, dan moet daar wel een hele goede reden voor zijn. En dan zou in de raadsstukken goed vastgelegd moeten worden waarom zo’n keuze wordt gemaakt. Het maken van bepaalde tariefonderscheiden binnen de gemeentelijke belastingen kunnen sommige belastingplichtigen ter discussie stellen en ook dezelfde toepassing van dat beleid voor hun woning eisen. Een gemeente staat veel sterker als ze dat allemaal goed heeft vastgelegd. De heer GROEN begrijpt dat het vooralsnog niet bij grote corporaties of VvE’s werkt omdat het zo ingewikkeld is om uit te werken en per individuele woning vast te stellen wat de Baatbelasting dan zou moeten zijn. Hij oppert dat collectief op te lossen door aan de woningeigenaar van een groot blok of aan de VvE de verduurzaming collectief te berekenen en als de hele groep akkoord gaat, dan kan het. Zeker voor corporaties moet dat toch kunnen.
Die zouden er een financieringsprobleem mee kunnen oplossen. De heer DEKKER geeft aan met corporaties al een heel eind verder te zijn. Hij sluit niet uit ook met gestapelde bouw mogelijkheden zijn, maar dat vergt nader onderzoek. Hij staat er zeker voor open. De heer KAT proeft bij de heren van De Woonpas voorzichtigheid omtrent de vormgeving van de GVR bij de gestapelde bouw. Dat is begrijpelijk. De wijze van het omslaan van die kosten per object is altijd een gevoelig punt. Maar op het moment dat daarover goede afspraken worden gemaakt met de VvE en dat helder is vastgesteld dat de energiebesparing wordt gerealiseerd door de maatregelen die voor de hele gestapelde bouw zijn uitgevoerd, dan zou er een goede omslag moeten kunnen worden gemaakt binnen dit systeem. Als de VvE daar ook bij is betrokken, dan moet dat zeker kunnen. Dat vergt wellicht meer borging in de overeenkomst.
6
Gemeente Amsterdam Conceptverslag commissie FEZ, expertmeeting Baatbelasting2020
FEZ De heer DEKKER benadrukt dat hij de mogelijkheden wel degelijk ziet, maar het moet wel heel zorgvuldig gebeuren. De vaststellingsovereenkomsten worden gegenereerd, super nauwkeurig, en datzelfde geldt voor het bekostigingsbesluit voor de gemeente en de verordeningen tot en met de aansluitingen op de belastingsystemen van een willekeurige gemeente. Dat is goed geborgd. Gaat het over gestapelde bouw, dan behoeft dat allemaal wat aanpassing. Hij staat daar positief tegenover maar het kost wel tijd. Desgevraagd geeft de heer Dekker aan gestart te zijn in Wijk bij Duurstede, de enige gemeente waar het operationeel is. Er zitten wel meer gemeenten in het besluitvormingstraject. De heer GROEN zou de zorgen bij het eigen ambtelijk apparaat willen wegnemen. De heer Dekker gaf aan dat het goed aansluit bij bestaande belastingsystemen. Hij is benieuwd of het veel vergt van het gemeentelijk belastingapparaat. De heer DEKKER wijst op de belangrijkste vraag of Baatbelasting al eerder in de gemeente is toegepast. Dat maakt het makkelijker. De systemen die worden gehanteerd spelen een rol. Gaat het mee in de verzamelde belasting of gaat het per maand, waardoor het in de beleving van de woningeigenaar dichter bij de energierekening aansluit? Het systeem van de GVR voorziet daarin; dat kan koppelingen maken met andere systemen. De heer VAN ROOIJ ontzorgt binnen de GVR de gemeente maximaal.
Zaken als modelverordeningen, modelbekostigingsbesluiten en ook de procesinrichting kan hij faciliteren en ondersteunen. Daarmee is de impact voor de gemeente relatief klein – en ook de kosten. De VOORZITTER concludeert dat er veel vragen zijn gesteld en ook veel antwoorden zijn gegeven. Zij dankt alle aanwezigen voor hun komst en speciaal de gasten. Als dank doet de gemeente haar gasten graag een boek toekomen – de griffie neemt daartoe contact met hen op. Ze wenst iedereen een fijne avond.
7