CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag Expertmeeting Studentenhuisvesting 17-01-2023

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 1 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WV d.d. 11 januari 2023 en de Expertmeeting Studentenhuisvesting d.d. 17 januari 2023.7.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van Expertmeeting Studentenhuisvesting, gemeente Amsterdam op 17 januari 2023 in de raadszaal, aanvang 19.30 uur

Aanwezige raadsleden: De heer Aslami (D66) Mevrouw Broersen (Volt) De heet Von Gerhardt (VVD) De heer Haijen (SP) De heer Minderhoud (PvdA) Mevrouw Van Renssen (GroenLinks) Overige aanwezigen: De heer Becker (JOBmbo) De heer Van den Bosch (PvdA Amstelveen) De heer Buijs (Stichting !WOON) De heer Diepenveen (Casa) Mevrouw Le Gallic (SRVU) De heer Gronert (UvA) Mevrouw De Groot (Lieven de Key) De heer Kruisman (student) De heer Lauwers (gemeente Amsterdam) De heer Mul (DUWO) De heer Naftaniël (gemeente Amstelveen) Mevrouw Raap (gemeente Amsterdam) De heer Rodrigues Pereira (Goed voor Amstelveen) Mevrouw Smit (Stichting !WOON) Mevrouw Spilt (Stadgenoot) De heer Vellema (#hoeveiligwoonjijeigenlijk?) De heer Van Zeeland (ASVA)

Voorzitter: De heer Wijnants Griffie: Mevrouw Van Klooster Commissieondersteuning: Mevrouw Hoff Notulen:

Pauline de Jong (Notuleerservice Nederland)

1. Opening De voorzitter opent de bijeenkomst om 19.30 uur. Hij heet alle aanwezigen welkom. Deze expertmeeting is op initiatief van Volt en de VVD georganiseerd. Hij meldt dat er een groot aantal genodigden aanwezig is. De opzet van de avond is dat de initiatiefnemers eerst het woord krijgen. Daarna krijgen de genodigden het woord en daarna krijgen de raadsleden de gelegenheid om maximaal twee vragen aan de genodigde te stellen. Het doel van deze avond is om informatie te verzamelen. De discussie over dit onderwerp zal later plaatsvinden in de raadsvergadering. Mevrouw Broersen (Volt) dankt iedereen voor zijn of haar aanwezigheid. Zij zegt dat voorafgaand aan deze meeting met studenten over dit probleem is gesproken. Zij geeft het woord aan de heer Kruisman om heel kort te vertellen wat daar is besproken. De heer Kruisman is student, heeft een parttimebaan en is ondernemer. Hij verdient te veel voor sociale huur, maar als ondernemer en vanwege zijn leeftijd komt hij ook niet in aanmerking voor nieuwbouw op de privémarkt. Bovendien blijkt op de privémarkt dat wordt verwacht dat wordt overboden. Daarnaast is de registratie een probleem. Veel studenten wonen ongeregistreerd en in die woningen is regelmatig sprake van problemen met het

1

onderhoud. De studenten durven daar niet over te klagen, vanwege de vrees hun woning kwijt te raken. Daarnaast voelen veel studenten zich niet veilig. De heer Von Gerhardt (VVD) zegt dat algemeen bekend is dat er veel problemen zijn met studentenhuisvesting. Hij vindt het heel fijn dat er nu een bijeenkomst plaatsvindt met zoveel betrokkenen om te kijken hoe deze problemen kunnen worden aangepakt. 2. Blok 1 – Uiteenzetting van het probleem De heer Van Zeeland (ASVA) zegt dat er een algemene wooncrisis is, maar voor studenten is de situatie echt nijpend. Er is op dit moment een tekort van ongeveer zesduizend kamers en dit zal in de komende jaren oplopen naar zestienduizend kamers. Amsterdam is bovendien heel duur. Gemiddeld wordt voor een kamer 310 euro meer gevraagd dan volgens het puntensysteem is toegestaan, ofwel bijna het dubbele. Ook dit probleem neemt nog toe. Bovendien wordt steeds vaker gevraagd om te overbieden op kamers. Zowel door het tekort aan woonruimte als door de prijzen ervaren studenten stress. Dat is een extra probleem voor internationale studenten, aangezien zij zonder woonruimte niet kunnen studeren. De dakloosheid onder studenten neemt toe en studenten moeten hun studie hierdoor soms vroegtijdig staken. Veel internationale studenten wonen ver buiten de stad en voor hen wordt het vanwege het reizen nog veel duurder.

Het probleem neemt niet alleen toe vanwege de groei van het aantal studenten, maar ook door het stageneren van de woningbouwplannen. Er is ingezet op tijdelijke bouw, waardoor de komende tien jaar meer wordt gesloopt dat gebouwd. De studentenbonden waren heel blij dat de gemeente Amsterdam in het najaar het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting ondertekende. De gemeente heeft toen beloofd een nieuw convenant op te stellen, maar in december stond in een raadsbrief dat het convenant niet wordt voortgezet. Dit besluit is zonder overleg met de convenantpartners genomen en ook voordat de evaluatie van het convenant is afgerond. De convenantpartners zijn nu opnieuw in gesprek gegaan over het Woningbouwplan en de woonvisie. De ASVA maakt zich zorgen over de woonvisie, aangezien jongeren daarbij niet goed zijn vertegenwoordigd. In de enquête over de woonvisie was slechts 4% jonger dan 28 jaar. Daarnaast is veiligheid een groot probleem in studentencomplexen. Er wordt regelmatig ingebroken en studenten voelen zich onveilig op de route van en haar hun huis. Er is behoefte aan goede verlichting en eventueel camera’s. Mevrouw Le Gallic (SRVU) sluit zich aan bij de woorden van de heer Van Zeeland. Zij zegt dat er ook een probleem is met huurrechten. Zij vraagt om meer houvast op dit punt. Veel studenten kennen hun rechten niet en weten niet dat ze te veel betalen voor hun kamer.

Vooral in de particuliere sector is dat een groot probleem. Zij is heel blij dat de gemeente Amstelveen vanavond ook is vertegenwoordigd. Voor studenten aan de VU is Kronenburg een groot probleem. Daar zouden extra kamers moeten worden gebouwd. De heer Van Zeeland (ASVA) zegt dat de huurrechten betrekking hebben op het woningdeelbeleid. In 2020 zijn de regels voor woningdelen aangescherpt. Er is nu een vergunning nodig als meer dan twee personen een woning willen delen die niet tot een gezin behoren. Het doel was om de rechtspositie van studenten te versterken, maar het heeft een averechts effect. Er wordt nog steeds volop verkamerd, maar daarvoor worden geen vergunningen aangevraagd. Studenten kunnen zich daardoor niet laten registreren maar betalen wel heel te hoge huur. Studenten kunnen in dat geval geen beroep doen op hun huurrecht, omdat ze in feite illegaal wonen. Voor internationale studenten is de registratie een extra groot probleem. Zij gaan in op elk aanbod, aangezien ze geen alternatief hebben. Studenten van buiten de EU zonder registratie zijn in feite een soort ‘spookburger’. Zij hebben geen burgerservicenummer, kunnen geen bankrekening openen, kunnen niet werken en kunnen zelfs hun visum kwijtraken. Zeker als het gaat om tweedejaarsstudenten is dat een groot probleem, aangezien ze soms al tienduizenden euro’s in hun studie hebben geïnvesteerd.

De ASVA verzoekt dringend iets aan dit systeem te doen. De heer Becker (JOBmbo) is heel blij met deze uitnodiging. JOBmbo vertegenwoordigt alle mbo-studenten in Nederland. JOBmbo wordt niet vaak voor dit soort gesprekken uitgenodigd. Dat komt deels door het imago van het mbo. Sinds enkele jaren worden mbostudenten officieel als student beschouwd. De verwachting is dat in de toekomst meer mbo’ers op kamers gaan wonen. Zij moeten daarbij dezelfde kansen krijgen als de studenten van het hbo en de universiteit. Het probleem zal hierdoor dus alleen nog maar

2

groter worden. Het gaat hierbij om de mensen die de noodzakelijke woningen moeten gaan bouwen. Als gevolg van de emancipatie van de mbo-student zal de gemiddelde leeftijd van de startende studenten kunnen toenemen, doordat jongeren op een later moment alsnog voor hun passie kiezen. Het is voor de visie op de langere termijn belangrijk om de mbostudenten niet te vergeten. In de politiek zitten vrij weinig mbo’ers die vanuit dat perspectief naar het beleid kijken. De heer Buijs (Stichting !WOON) is consulent jongerenhuisvesting. Bij jongeren ontbreekt het nogal eens aan kennis over hun rechten en plichten. Stichting !WOON doet op dat gebied veel aan voorlichting. Daarnaast zou het goed zijn als verhuurders worden gedwongen zich aan de regelgeving te houden. De heer Buijs verwacht van de gemeente dat alle middelen die beschikbaar zijn worden ingezet, zoals de aankomende Wet goed verhuurderschap. Grote commerciële verhuurders gebruiken de crisis om studenten uit te buiten, via hoge huren en hoge servicekosten. Veel studenten mogen zich niet inschrijven en in dat geval is het doen van meldingen heel lastig. Hij adviseert wel om voorzichtig te zijn met het versoepelen van de woningdeelregels. Ook daardoor kunnen misstanden ontstaan. Stichting !WOON wil graag in gesprek over een eventuele versoepeling.

Internationale studenten zijn voor commerciële verhuurders een goudmijn, doordat zij extra kwetsbaar zijn. Hierdoor worden de prijzen van woningen in het algemeen opgedreven. De heer Buijs ziet dat veel mbo-studenten structureel worden gediscrimineerd. Sommige verhuurders geven zelfs openlijk aan dat mbo-studenten niet welkom zijn, hoewel dat niet is toegestaan. Studenten komen nog steeds niet in aanmerking voor energietoeslag. Hij vraagt zich af waarom nu wel wordt gesproken over huisvesting voor studenten, maar niet voor andere jongeren. Deze problematiek zou integraal moeten worden aangepakt. Studenten beschikken over belangenbehartigers, maar de doelgroep jongeren niet. De heer Vellema (#hoeveiligwoonjijeigenlijk) merkt op dat veiligheid in feite een luxe is geworden als gevolg van de woningnood. #hoeveiligwoonjijeigenlijk is een initiatief opgezet door de familie van Seb Waterreus. Seb is verongelukt als gevolg van een val van driehoog door het raam. Het betrof enkel glas zonder doorvalbeveiliging. Het doel van dit initiatief is het waarschuwen van studenten en het wijzen van verhuurders op hun plichten. In veel studentenhuizen blijkt de veiligheid niet op orde te zijn. Het gaat niet alleen om doorvalbeveiliging, maar ook om onder andere rookmelders en brandblussers. Er zijn te weinig middelen om de verhuurders aan hun verantwoordelijkheid te houden.

Hij is blij dat hij voor deze bijeenkomst is uitgenodigd. Hij roept alle studenten op om hun verhuurder op zijn verantwoordelijkheid aan te spreken. De heer Van den Bosch (PvdA, Amstelveen) zegt dat de gemeente Amstelveen erg heeft ingezet op het verscherpen van de regels rondom het woningdelen. Hij vraagt aan de heer Van Zeeland wat daarin een goede balans zou kunnen zijn. De heer Rodrigues Pereira (Goed voor Amstelveen) merkt op dat er voor studenten laagdrempelige meldpunten zijn om klachten te melden. Hij vraagt aan de heer Van Zeeland of het meldpunt van ASVA ertoe leidt dat studenten zonder registratie toch een melding doen. Hij merkt dat studenten allerlei manieren verzinnen om buiten de regels om toch ergens te wonen. Hij vraagt Stichting !WOON om iets meer informatie te geven over de misstanden op dat gebied. Mevrouw Van Renssen (GroenLinks) merkt op dat de rechtsbescherming soms ontbreekt bij particuliere verhuurders en dat daardoor misstanden optreden. Zij vraagt Stichting ! WOON of het zou helpen als de capaciteit van de Huurcommissie zou worden uitgebreid of als de huurbescherming in het Burgerlijk Wetboek zou worden aangepast. Zij zegt dat de studentenbonden eerder hebben gepleit voor een beperking van de instroom van internationale studenten. Zij vraagt welke rol de universiteiten hierin zouden kunnen spelen.

De heer Haijen (SP) zegt dat er strengere regels zijn gekomen tegen verkamering. Dat leidt ertoe dat sommige verhuurders geen vergunning aanvragen, waardoor studenten zich niet kunnen laten registreren. Hij vraagt welke oplossingen er zijn voor mensen die zich hierdoor niet kunnen laten registreren. De heer Von Gerhardt (VVD) zegt dat tijdens het gesprek met de studenten voorafgaand aan deze meeting is gevraagd hoeveel van hen de Stichting !WOON kennen. Dat bleken er heel weinig te zijn. Hij vraagt wat Stichting !WOON doet om de eigen bekendheid te vergroten en wat daarvoor nodig is. Veel studenten durven niet naar Stichting !WOON toe te gaan uit angst hun woonruimte kwijt te raken. Hij vraagt wat hieraan kan worden gedaan.

3

Mevrouw Broersen (Volt) vraagt de heer Becker of studenten die hij vertegenwoordigt, bekend zijn met Stichting !WOON en de wegen richting de gemeente kennen. Zij vraagt de heer Vellema of de studenten, die hij spreekt, naar Stichting !WOON durven te gaan met klachten over de veiligheid. De heer Aslami (D66) vindt het stuitend dat mbo-studenten door verhuurders openlijk worden uitgesloten. Hij vraagt Stichting !WOON hoe dit soort excessen zouden moeten worden aangepakt. Hij vraagt de heer Vellema hoe hij de plichten van de verhuurder ziet. De heer Minderhoud (PvdA) vraagt de heer Vellema welke stappen de landelijke overheid zou kunnen nemen om de veiligheid beter te waarborgen en welk advies hij op dit punt zou willen meegeven. Mevrouw Smit (Stichting !WOON) ziet vaak dat studenten gebruikmaken van een ander adres en zich inschrijven bij vrienden of familie. Dit kan tot allerlei problemen leiden. Bovendien zijn er problemen bij het melden bij de gemeente. Studenten worden soms weggestuurd, omdat de informatie niet op orde is. Stichting !WOON probeert in dat geval via interne lijnen te bemiddelen. Gevraagd is naar de capaciteit van de Huurcommissie. Mensen moeten vaak heel lang wachten op een reactie, waardoor het proces heel lang duurt. Uitbreiding van de capaciteit zou zeker helpen, maar er is al sprake van een verbetering ten opzichte van de afgelopen jaren.

Collectieve procedures vormen ook een oplossing. Er wordt steeds vaker per complex een procedure gestart. Hier kan nog wel een slag in worden gemaakt. Ook een aanpassing van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot regels inzake servicekosten, zou kunnen helpen. Stichting !WOON schiet regelmatig de legeskosten voor studenten voor bij procedures voor de Huurcommissie. De kosten zijn relatief laag, maar kunnen toch een drempel vormen. Stichting !WOON kan studenten informeren welke informatie zij nodig hebben voor een inschrijving bij de gemeente. Stichting !WOON kan inderdaad meer doen aan de eigen bekendheid. Er wordt al gewerkt aan het geven van meer voorlichting. Zij proberen met jongeren in gesprek te gaan. De jongeren moeten dan wel eerst worden gevonden. Zij organiseren pop-up spreekuren op universiteiten, hbo- en mbo-instellingen. De afgestudeerde student is nog lastiger te vinden. Hierbij wordt samengewerkt met onder andere ASVA en VU. Niet alle studenten durven contact op te nemen. Er zijn uiteraard risico’s verbonden aan het starten van een procedure. Met name tijdelijke contracten spelen daarbij een grote rol. Als een verhuurder in dat geval verneemt dat er een procedure wordt gestart, raakt de student vaak de woonruimte kwijt. Binnen het recht bestaat geen middel om dit aan te vechten en het ligt juridisch lastig om hier iets aan te doen.

Wel is er na afloop van een tijdelijk contract tijd om alsnog een procedure te starten bij de Huurcommissie. Daar zijn veel jongeren niet van op de hoogte en zij komen daar vaak te laat achter. Het is belangrijk dat jongeren de weg naar de Stichting !WOON kunnen vinden. Stichting !WOON meldt het bij de gemeente als mbo’ers zichtbaar door een verhuurder worden gediscrimineerd. Maar ook als het niet op de website staat, kunnen verhuurders dat natuurlijk doen. Het zou goed zijn als de gemeente met alle betrokken partners in gesprek blijft gaan over de mbo’ers. De heer Van Zeeland (ASVA) vindt de vraag naar een balans in het beleid ten aanzien van woningdelen heel lastig. In Amsterdam is de drempel om een vergunning aan te vragen hoog, omdat een aanvraag vrij ingewikkeld is en de gemeente daarover onvoldoende informatie verschaft. Bovendien zijn de kosten relatief hoog. Daarnaast is de limiet van twee personen te laag. Hij adviseert om de limiet te verhogen naar drie, voordat een vergunning noodzakelijk is. In Amsterdam moet een eigenaar per kamer een contract opstellen, waardoor huurders een beroep kunnen doen op het woningwaarderingsstelsel. Dit vormt eveneens een drempel als gevolg van het verouderde stelsel. ASVA heeft deze zomer een meldpunt opgezet voor studenten die zich niet konden laten registeren. Daarvoor kreeg ASVA af en toe een melding.

Nadat het meldpunt werd geopend, kwamen er tientallen meldingen per week binnen. Een dergelijk meldpunt is laagdrempelig en daardoor heel toegankelijk. De melders hebben ook niet het idee dat ze daardoor direct het risico lopen hun woonruimte te verliezen. De informatie over een dergelijk meldpunt kan makkelijk worden gedeeld en is daarmee een goed middel. Een oplossing voor studenten zonder registratie is als eerste het verhogen van de limiet, waardoor er meer ruimte wordt vrijgemaakt voor studenten. Het zou ook goed zijn als het voor met name internationale studenten mogelijk zou zijn, gebruik te maken van het postadressensysteem van de gemeente. Sommige studenten voldoen niet aan de regels voor dakloosheid, maar hebben ook geen kennissen of vrienden om zich daar in te schrijven.

4

De heer Vellema (#hoeveiligwoonjijeigenlijk) krijgt vaak van studenten te horen dat zij niet naar de verhuurder durven toe te stappen met klachten. Als ze het wel doen, is de reactie vaak dat de student dan maar een andere woning moet zoeken. Verhuurders hebben de plicht om te zorgen voor veiligheid in de woningen, maar er zijn geen instanties die hen daartoe dwingen. Volgend jaar start de overheid een landelijke campagne om te waarschuwen voor enkel glas, maar dit probleem wordt verkeerd aangepakt. De verantwoordelijkheid wordt te weinig bij de verhuurders gelegd. Het probleem is vooral dat het beleid niet wordt gehandhaafd. De heer Becker (JOBmbo) weet niet of studenten weten waar zij terecht kunnen met problemen inzake huisvesting. Als er een enquête naar dit soort zaken wordt gehouden, doen studenten daar vaak niet aan mee, omdat ze al problemen genoeg hebben. Bovendien wordt bij dit soort onderzoek de mbo-student vaak over het hoofd gezien. Er zijn hierdoor heel weinig gegevens over mbo-studenten op dit onderwerp. De informatie die er is, is vaak negatief en gaat over discriminatie. Mevrouw Le Gallic (SRVU) zegt naar aanleiding van de vraag over de rol van de universiteiten, dat zij niet meer zouden moeten adverteren om meer internationals te trekken. Bovendien zouden internationals door de universiteiten moeten worden gewaarschuwd voor de wooncrisis.

Daarnaast zouden opleidingen een numerus fixus kunnen invoeren, zodat het aantal studenten wordt gelimiteerd. Via een loting kunnen de studenten worden toegelaten, zodat iedereen gelijke kansen heeft. De voorzitter dankt de genodigden heel hartelijk voor hun inbreng. 3. Blok 2 - Kansen: creatief met bestaande voorraad Mevrouw Spilt (Stadgenoot) zegt dat het bij woningdelen over meer doelgroepen gaat dan alleen over studenten. Stadgenoot wil graag woningdelen, maar wel vergunningvrij. In 2008 begon Stadgenoot met het woningdelen als woonconcept. In 2015 werd dit concept opgenomen in de Amsterdamse samenwerkingsafspraken en mocht 33% in de vrije sector worden gebruikt voor woningdelen. Het doel was om jongeren betaalbaar te laten samenwonen in de stad. Het woningdelen werd toen gedoogd, want officieel was het niet toegestaan. In 2017 werd beleid vastgesteld, waarop de gemeente ook streng ging handhaven. Stadgenoot heeft toen allerlei vergunningstrajecten in gang moeten zetten. Tot die tijd leek het idee van woningdelen kansrijk te zijn, maar het heeft de Huisvestingsverordening van 2020 toch niet gehaald. Samen met andere corporaties zijn vervolgens honderden vergunningen aangevraagd. De corporaties hebben het idee dat zij de dupe zijn geworden van de wens van de gemeente om hard op te treden tegen huisjesmelkers.

De corporaties hebben toen besloten om met woningdelen te stoppen. Dit heeft tot veel illegale situaties geleid. Het vergunningenstelsel kost te veel tijd en geld. Door alle ontwikkelingen waaronder de klimaatcrisis, de energiecrisis en de inflatie is er sprake van een enorme woningnood. De wachtlijsten zijn heel lang. De corporaties voelen een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de woningnood aan te pakken. Stadgenoot zoekt op allerlei creatieve manieren naar oplossingen en meent dat woningdelen daar een onderdeel van moet zijn. Het is een kans om kennis in de stad te houden en draagt bij aan leefbaarheid en dynamiek in de wijken. Het is niet alleen een kans voor studenten, maar ook voor anderen met een bescheiden inkomen. Het is overigens niet voor iedereen geschikt. De grootste woningen moeten beschikbaar blijven voor gezinnen. Bovendien moeten de meest kwetsbaren worden beschermd. Stadgenoot wil dus graag woningdelen als het vergunningvrij mogelijk is. Ingewikkelde regelgeving voor corporaties draagt in ieder geval niet bij aan een leefbare stad en het oplossen van de woningnood. Mevrouw De Groot (Lieven de Key) sluit zich aan bij de vorige spreekster. Het op kamers gaan van studenten draagt bij aan hun zelfontwikkeling en burgerschap. Dit is ook belangrijk voor Amsterdamse jongeren die gaan studeren.

Zij adviseert Amsterdamse scholieren zich in te schrijven, zodra ze zestien jaar zijn. Het gaat om het behoud van de eigen jeugd en het binnenhalen en binden van talent. Er is een landelijk onderzoek door het Verwey-Jonker Instituut uitgevoerd naar de economische en maatschappelijke meerwaarde van studenten voor de stad. Een op de vijf studenten wil iets doen voor de buurt. Zij willen zich inzetten voor duurzaamheid en groen in de buurt. Een meerderheid van de studenten doet vrijwilligerswerk. Zij dragen bij aan de buurteconomie en zorgen voor diversiteit. Mevrouw De Groot wijst als voorbeeld op de Von Zesenstraat waar nieuwbouw is gepleegd. De buurt was tegen studentenhuisvesting. Het fietsparkeren is in

5

het gebouw opgelost. Inmiddels zijn omwonenden blij met de levendigheid die het heeft opgeleverd. Wat ook goed heeft gewerkt zijn de containerwoningen ofwel tijdelijke studenteneenheden in de Houthavens. Dat heeft heel veel levendigheid gebracht. Zij adviseert om in ontwikkelbuurten te kijken op welke manier studenten een bijdrage zouden kunnen leveren. Aan het eind van de Noord-Zuidlijn in Noord is een pand, het Noorderkwartier, gecreëerd met een gezamenlijke binnentuin en enkele gemeenschappelijke voorzieningen. Het heeft tot veel ontmoeting in de buurt geleid. In dat pand is een beheerder aangesteld. In de Poeldijkstraat staat een locatie voor internationale studenten. Ook daar zijn gemeenschappelijke voorzieningen gecreëerd. Daarnaast zijn er voorbeelden binnen bestaande bouw. Er is gerenoveerd en getransformeerd. Er zijn nog diverse panden beschikbaar om via transformatie de woningvoorraad te vergroten. De heer Diepenveen (Casa) zegt dat Hotel Casa Amsterdam, voorheen Casa 400, in 1957 is opgericht door vier studenten. Er zijn op dit moment 360 kamers beschikbaar voor studenten. Gedurende acht maanden wonen er studenten en de overige vier maanden is het pand in gebruik als een hotel. Casa zorgt op deze manier voor betaalbare studentenhuisvesting. Door de commerciële exploitatie in de zomer zijn de prijzen voor studentenkamers betaalbaar.

De droom is om dit concept verder te ontwikkelen. Het gaat om gemeubileerde kamers van 23 m2. De studenten delen een keuken. Op dit moment kost een kamer voor een student 495 euro per maand inclusief alle kosten. De kamers zijn voor de studenten beschikbaar van oktober tot en met mei. Daarna komen er hotelgasten. Deze betalen veel meer. Daarmee wordt geld verdiend. Daarnaast is er een restaurant, congresruimte en een dakterras, waarmee geld wordt gegenereerd. Vanaf 1962 is daarvoor gedurende vijftig jaar een pand bij de Gooiseweg gebruikt. Er is vervolgens een nieuw pand betrokken aan de Ringdijkstraat 4 vlak bij het Amstelstation. In dit pand is een aantal kamers vast in gebruik als hotel. Een student moet zich voor een kamer inschrijven op een wachtlijst. Iedere student heeft een gelijke kans op een kamer. De wachtlijst is op dit moment veel te lang met een wachttijd van ongeveer twee jaar. Casa vindt het belangrijk dat studenten zich thuis voelen. Daarom wordt gewerkt aan de opbouw van een community. Van elke student wordt verwacht dat hij of zij bijdraagt aan een goede gemeenschap. Per verdieping worden buddy’s aangesteld, die nieuwe studenten de weg wijzen. Daarnaast worden regelmatig evenementen georganiseerd. De heer Lauwers (Gemeente Amsterdam) zegt dat in 1993 het eerste beleid is vastgesteld inzake kamerverhuur.

Het heeft vervolgens een tijdje stilgelegen, maar later kwam er steeds meer aandacht voor. In 2017 kwam er een aanscherping van het beleid en op dit moment geldt het beleid dat in 2020 is vastgesteld. Daarin is een omzettingsvergunning opgenomen en wordt gekeken naar wijkquota en pandquota. Er is een aantal regels, waaraan moet worden voldaan, zoals een gemeenschappelijke ruimte en een bepaalde geluidskwaliteit. In december 2022 heeft de raad over een evaluatie van het beleid gesproken. Doelen van het beleid zijn het waarborgen van de leefbaarheid, het bewaren van ruimte voor woningzoekenden, het beschermen van de woningvoorraad voor gezinnen en een betere bescherming van kamerhuurders. Uit de evaluatie bleek dat het huidige beleid een eerste stap is in die richting. Er zijn ruim zesduizend vergunningen aangevraagd voor kamerverhuur. Er is nog ruimte voor het aanvragen van ruim zevenduizend vergunningen. In dertien wijken wordt het quotum overschreden. Dit betreft vooral de westkant van Amsterdam. De doorvalbeveiliging is in dit soort woningen een probleem. Hiervoor bestaat landelijke wetgeving, te weten het Bouwbesluit. In de Tweede Kamer wordt opgeroepen om hier meer aan te doen. Daarnaast wil de gemeente de sociale veiligheid in beeld brengen. In 2017 en in 2019 is hier onderzoek naar gedaan. Er wordt op dit moment gewerkt aan een veiligheidsmonitor.

Deze moet begin 2023 gereed zijn. De heer Aslami (D66) merkt op dat door de heer Lauwers werd aangegeven dat er wetgeving in de maak is. Hij vraagt in hoeverre de gemeente Amsterdam op dit moment handvatten heeft om te handhaven op veiligheid. Mevrouw Spilt gaf aan woningdelen wel te zien zitten, maar niet voor alle doelgroepen en als het kan vergunningvrij. Hij vraagt hoe dat er in de praktijk zou moeten uitzien. Mevrouw Broersen (Volt) vraagt of de heer Lauwers kritisch is op het beleid inzake woningdelen en of hij vindt dat het zou moeten worden verbeterd. De heer Von Gerhardt (VVD) merkt op dat een doel van het woningdeelbeleid is om overlast tegen te gaan en daarbij wordt een quotum gehanteerd. Een ander doel is het beschermen van huurders en dat gaat via een individueel huurcontract. Hij vraagt mevrouw

6

Spilt wat de rol van de corporaties is bij het behalen van de doelen als het quotum en het huurcontract worden losgelaten. Hij vraagt de heer Diepenveen hoe de gemeente Casa zou kunnen helpen bij uitbreiding. De heer Haijen (SP) zegt dat er jongeren zijn met een jongerencontract. Hij vraagt mevrouw De Groot of jongeren na afloop van het contract van vijf jaar een regulier vast huurcontract kunnen krijgen in een sociale huurwoning. Mevrouw De Groot vertelde enthousiast over de toegevoegde waarde van studenten aan een wijk. Tijdens het vorige blok werd aangegeven dat het convenant met de gemeente inzake studentenhuisvesting is stopgezet. Hij vraagt haar of een convenant de corporaties zou kunnen helpen om extra studentenhuisvesting te creëren. De heer Van den Bosch (PvdA Amstelveen) merkt op dat de aanwezige corporaties erg geïnteresseerd zijn in woningdelen. Hij vraagt mevrouw Spilt wat er nodig is om de corporaties te faciliteren in woningdelen zonder huisjesmelkers meer ruimte te geven. Hij zegt dat in Amstelveen veel hotels worden gebouwd. Het zou mooi zijn als daar een deel van het jaar studenten zouden kunnen wonen. Hij denkt echter dat dat commercieel niet heel aantrekkelijk is. Hij vraagt de heer Diepenveen hoe organisaties zouden kunnen worden gestimuleerd ook aan studenten te gaan verhuren.

Mevrouw Van Renssen (GroenLinks) zegt dat Stadgenoot meer wil inzetten op woningdelen. Zij vraagt mevrouw Spilt wat Stadgenoot ervan weerhoudt om hiervoor vergunning aan te vragen. Zij begrijpt dat het proces capaciteit kost en zij vraagt welke kosten daar nog meer mee gemoeid zijn. Zij vraagt tevens of huurders van woningcorporaties beter zijn voor de leefbaarheid dan huurders van particuliere verhuurders. Mevrouw Spilt (Stadgenoot) vindt woningdelen niet geschikt voor alle doelgroepen en daarmee bedoelt ze de meest kwetsbare mensen. Het gaat dan onder andere om statushouders en spoedzoekers. Zij wil graag dat woningdelen vergunningvrij wordt voor corporaties. Dat betekent dat er voor corporaties een ander regime zou moeten worden gehanteerd. Het gaat om een andere partij dan particuliere verhuurders en juridisch gezien moet dat mogelijk zijn. De corporaties maken prestatieafspraken met de gemeente en zij hebben volgens de Woningwet ook een wettelijke taak. Zij staan daardoor niet op gelijke voet met particuliere verhuurders. De corporaties hebben allerlei overlastprotocollen om ervoor te zorgen dat er kan worden gehandhaafd. Hier kunnen zo nodig extra afspraken over worden gemaakt. De corporaties hebben tevens een eigen systematiek met betrekking tot contracten. Zij pleit ervoor de corporaties de vrijheid te geven naar eigen inzicht een contract te gebruiken.

Corporaties vragen geen andere huurprijs wanneer een woning wordt gedeeld. Op het hoogtepunt werden 450 woningen in de vrije sector gebruikt voor woningdelen. Daarin werden meer dan 1200 mensen gehuisvest. Toen vergunningen verplicht werden gesteld, zijn in een half jaar tijd bijna 270 vergunningen aangevraagd en 100 omgevingsvergunningen. Daarvoor is ruim twee ton aan leges betaald. Het ging niet bij alle aanvragen goed, waardoor er honderd bezwaarschriften zijn ingediend, wat ook veel geld heeft gekost. Daarnaast zijn er kosten gemaakt bijvoorbeeld voor geluidsisolatie en voor het uitvoeren van onderzoek naar de panden. De vraag zou moeten zijn hoe de corporaties er op een goede manier voor kunnen zorgen dat mensen kunnen samenwonen zonder dat daar al te veel regels aan worden verbonden. De leefbaarheid blijkt enorm te worden bevorderd wanneer studenten en andere jongeren de wijk in worden gehaald door het aanbieden van woonruimte. Daarbij maakt het uiteraard niet uit om welke verhuurder het gaat. Mevrouw De Groot (Lieven de Key) zegt dat er door de gezamenlijke partijen een evaluatie is uitgevoerd naar het jongerencontract. Daaruit is gebleken dat het soms wel en soms niet goed gaat. In de nieuwe samenwerkingsafspraken wordt aan verbetering gewerkt. Er is recent gestart met een nieuw woonruimteverdeelsysteem.

De verwachting is dat dit jongeren zal helpen om een woning te vinden. De ambitie blijft hoog. Er is veel gebouwd, maar de voorraad is niet heel sterk gegroeid, omdat er veel tijdelijke wooneenheden zijn weggehaald. Binnen de samenwerkingsafspraken zal moeten worden gesproken over de doelgroepen waarvoor moet worden gebouwd en op welke manier de voorraad moet worden ingezet of wellicht vergroot. De heer Diepeveen (Casa) zegt dat Casa een stichting is zonder belanghebbenden. Het enige doel is zorgen voor betaalbare studentenhuisvesting. Voor verdere uitbreiding is een plek nodig waar studenten willen wonen en waar hotelgasten naar toe zullen komen.

7

Essentieel is dat het gaat om een betaalbare prijs voor het pand en werkbare voorwaarden. Casa kan geen commerciële huur opbrengen, maar heeft wel veel volume nodig om de kosten te kunnen dekken. Een dergelijke locatie is lastig te vinden. Een oplossing is om geen toeristenbelasting meer te vragen aan studenten. Daar zou de gemeenteraad Casa mee kunnen helpen. Het gaat om een break-even concept. Het is afhankelijk van wat de potentie is van een gebied of een hotel in Amstelveen op deze manier zou kunnen worden gebruikt. Casa zou per geval moeten bekijken of het rendabel zou kunnen zijn. Casa vindt het belangrijk om op een locatie te zitten waar iets wordt toegevoegd aan de buurt en verbinding kan worden gemaakt met de buurt. De heer Lauwers (gemeente Amsterdam) zegt op de vragen van de heer Aslami dat er een meldpunt is bij de gemeente en bij Stichting !WOON als het gaat om klachten over de veiligheid. Het is belangrijk dat alle huurders dit soort zaken gaan melden. Op de vraag van mevrouw Broersen kan hij alleen zeggen dat er op dit moment wordt gewerkt aan de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting, waar in een breder kader wordt afgewogen hoe hiermee moet worden omgegaan. De voorzitter dankt ook deze genodigden hartelijk voor hun bijdrage. 4.

Blok 3 – Kansen: bouwen De heer Gronert (UvA) zegt dat de UvA sinds 1632 in de stad aanwezig is onder andere als partner voor vernieuwing en als inspiratie voor studenten. De UvA is er voor onderwijs en onderzoek en dus in principe niet voor het huisvesten van studenten. De UvA voelt zich wel verantwoordelijk op dit punt. De UvA investeert veel in de campussen en die renderen alleen als er studenten zijn. De UvA zet samen met de gemeente in op innovatiedistricten. Daarbij wordt getracht om de kenniskwartieren gezamenlijk vorm te geven. De innovatiedistricten dragen bij aan een duurzame economie. Nieuwe ideeën zijn hard nodig voor het oplossen van talloze maatschappelijke problemen, zoals de klimaatcrisis en ongelijkheid. De studenten van de UvA kunnen hier later een bijdrage aan leveren. Het gaat niet alleen over Nederlandse studenten, maar over alle jongeren. Er moeten ook plekken zijn voor de jongeren, nadat ze zijn afgestudeerd, zodat ze voor de stad worden behouden. De ministeries hebben de UvA gevraagd om veel meer aan internationalisering te doen. Dit blijkt inmiddels tot een aantal problemen te hebben geleid. De UvA wil nu graag een rem zetten op het aantal internationale studenten. De onderwijsinstellingen hebben hier bij het ministerie om gevraagd en daar wordt aan gewerkt. De UvA hoopt middelen te krijgen om de instroom te kunnen gaan sturen.

Een numerus fixus op alle opleidingen biedt geen oplossing. Het is belangrijk om het goede talent te kunnen binden. Van de internationale studenten komt 80% van binnen Europa. Door Europese wetgeving, te weten vrij verkeer van mensen, moet de UvA deze studenten faciliteren. Alle onderwijsinstellingen doen iets op het gebied van bouwen. De UvA heeft 80 tijdelijke woningen in de Oudemanhuispoort gerealiseerd en 240 woningen op het Science Park. Op het Science Park wordt gekeken naar mogelijkheden voor een woongebouw. De onderwijsinstellingen gaan ook de randgemeenten in de MRA af om te zien of daar studentenhuisvesting mogelijk is. Daar is de hulp van Amsterdam bij nodig. In Almere zullen 1250 woningen worden gerealiseerd met steun van de UvA en de VU. De voorzitter merkt op dat mevrouw Smit van de VU ook was uitgenodigd, maar door ziekte helaas niet aanwezig kan zijn. De heer Mul (DUWO) zegt dat bijbouwen noodzakelijk is. Er zijn 156.000 mbo-, hbo- en wo-studenten en de geoormerkte betaalbare studentenhuisvesting is marginaal. De Amsterdamse regio is een kennisregio. In de visie hierop wordt het belang van studentenhuisvesting nadrukkelijk genoemd. Er ligt een Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting dat ook door de gemeente is ondertekend. De afgelopen jaren is met de stad in een convenant samengewerkt en daarbij zijn resultaten geboekt.

Iedereen is ervan doordrongen dat de kamernood in de stad en de regio moet worden opgelost. In de regio is deze ambitie inmiddels opgepakt. Er zal worden gebouwd in Haarlem en in Hoofddorp, er zijn plannen in Amstelveen en er komt een campus in Almere. Amsterdam kan niet achterblijven. Het convenant gaat ook over andere punten, zoals veiligheid. Daarvoor zijn maatregelen genomen. De heer Mul wijst op de betaalbare studentenhuisvesting die door Lieven de Key is gerealiseerd. Het saldo is helaas vrijwel nul, door het verdwijnen van veel tijdelijke studentenhuisvesting. Er moet verbinding worden gelegd tussen het Landelijk Actieplan, de visie van de gemeente op Amsterdam als

8

kennisstad en de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting. De wethouder heeft aangegeven geen convenant te willen afsluiten. Hij hoort graag hoe de samenwerking dan wel kan worden vormgegeven. Voldoende studentenhuisvesting gaat over aantallen en over betaalbaarheid. De markt heeft de afgelopen jaren veel studentenhuisvesting gerealiseerd, maar die is niet betaalbaar. Amstelveen heeft in het bestemmingsplan voor Kronenburg opgenomen dat alle studentenhuisvesting volledig sociaal moet zijn. Hij vraagt waarom Amsterdam niet een dergelijk besluit kan nemen. De stad moet aangeven waar studentenhuisvesting kan, mag en moet worden gebouwd. Deze huisvesting is niet alleen belangrijk voor de studenten zelf, maar ook voor de wijken. De gemeente moet zorgen voor een gelijk speelveld. Als DUWO de grond zelf moet verwerven, zal DUWO deze strijd altijd verliezen van marktpartijen. Flexwoningen zijn prima voor studenten. Daar moeten wel voorwaarden aan worden verbonden. Studenten zijn een makkelijke doelgroep, maar op nieuwe locaties moet er aandacht zijn voor de sociale veiligheid. Als er tijdelijke woningen worden neergezet, moet worden beseft dat na tien tot vijftien jaar een nieuwe tijdelijke locatie moet worden geleverd om het aantal studentenwoningen minimaal op peil te kunnen houden. De heer Naftaniël (gemeente Amstelveen) zegt dat er kansen zijn.

Hij wijst op Kronenburg in Amstelveen nabij Uilenstede, de grootste studentencampus van Noordwest-Europa. Hier liggen kansen. Het gaat om een desolaat kantorengebied dat als gevolg van de vastgoedcrisis niet kan worden gevuld. Studenten vormen de motor van een transformatie naar een multifunctioneel woonwerkgebied met allerlei voorzieningen voor de omgeving. Daarmee wordt de leefbaarheid verbeterd en de verpaupering tegengegaan. Dit is in een gebiedsvisie door de gemeente samen met de eigenaren en DUWO vastgelegd. De bedoeling is om 2500 studentenkamers te creëren. Het gaat om sociale woningen waarvan 50% is bedoeld voor studenten onder de 23 jaar. Zij krijgen een campuscontract, waardoor ze gedurende hun studie mogen blijven. Daarna moeten zij doorstromen. Daarnaast komen er 1500 units in de shortstay voor allerlei doelgroepen. Daarbij is 6000 m 2 aan voorzieningen gepland, zowel commercieel als maatschappelijk. Tevens wordt 20.000 m 2 aan nieuwe kantoorconcepten voorzien. Het gaat hier om kansen waarbij studenten kunnen samenwerken met bestaande bedrijven en kantoren om te innoveren. Het gaat minder goed op het gebied van de regelgeving. Het gebied is geluidbelast als gevolg van vliegtuigen. In het bestemmingsplan is op het gebied van onder andere gezondheid, geluid en veiligheid een goede onderbouwing gegeven waarom studenten op deze locatie zouden kunnen wonen.

Het ministerie van IenW is hiertegen in beroep gegaan en heeft het grootste deel van deze plannen via de Raad van State van tafel weten te krijgen. Hij mist het gesprek en het denken in kansen en mogelijkheden. Hij mist maatwerk. Hij verzoekt de gemeenteraad om te gaan lobbyen om op een andere manier met elkaar in gesprek te gaan om de problemen op te lossen. Mevrouw Raap (gemeente Amsterdam) meldt dat de getallen in de schriftelijke beantwoording onder voorbehoud zijn. Er volgt nog een aparte woningbouwrapportage met de definitieve bouwaantallen van studentenwoningen over het afgelopen jaar. De gemeente maakt via de erfpachtcontracten afspraken over de prijsniveaus. Er zijn afspraken gemaakt met de woningcorporaties. Daarvoor gelden twee huurgrenzen die door rijksbeleid worden bepaald. Voor de jongste groep geldt dit jaar 432 euro en 647 euro voor de hogere leeftijden tot en met 28 jaar. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt met commerciële verhuurders. Dat gaat meestal over transformatielocaties en daar geldt de liberalisatiegrens. Bij de betaalbaarheid gaat het ook om de servicekosten. De gemeente heeft daar weinig invloed op en is daarover in gesprek met het Rijk. Amsterdam heeft het nieuwe Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting getekend. Daarbij is samen met de vijf andere grote gemeenten met veel studenten aandacht gevraagd voor de betaalbaarheid.

Daarnaast is aandacht gevraagd voor de zeer grote instroom van internationale studenten. De afgelopen periode zijn er 2560 woningen gebouwd, maar dat is niet genoeg. In de planvoorraad zitten ook nog bijna 1700 woningen. Mevrouw Raap zegt dat er de afgelopen drie jaar bijna 7000 woningen zijn gebouwd in de sociale huur. Daarbij ging het om 2000 studentenwoningen. Mevrouw Van Renssen (GroenLinks) vraagt de heer Gronert welke rol de UvA zou kunnen spelen bij het geven van goede, eerlijke voorlichting aan toekomstige studenten met betrekking tot de huisvesting. Zij vraagt of studenten eventueel tijdelijk kunnen worden

9

opgevangen door de UvA. Zij vraagt waarom de UvA niet volledig heeft voldaan aan alle afspraken in het convenant met betrekking tot het bouwen van nieuwe woningen. De heer Rodrigues Pereira (Goed voor Amstelveen) vraagt aan de heer Naftaniël welke woningen hij in gedachte heeft voor de jongeren die zijn afgestudeerd en moeten doorstromen. Hij deelt de oproep van de heer Naftaniël voor een gezamenlijke lobby. Het is voor Amstelveen heel belangrijk dat de geplande woningen er komen op Kronenburg, maar ook op andere locaties waar dat als gevolg van de aanwezigheid van Schiphol nu niet is toegestaan. Het zou goed zijn als alle gemeenten in de regio samenwerken om deze woningen toch te kunnen realiseren. De heer Van den Bosch (PvdA) vraagt aan de heer Naftaniël wat de gemeenteraad van Amsterdam nog meer zou kunnen doen om de ontwikkeling op Kronenburg mogelijk te maken. Hij vraagt de heer Mul of DUWO afgezien van Kronenburg nog andere mogelijkheden ziet in de gemeente Amstelveen voor studentenhuisvesting en wat er nodig is om dit te realiseren. De heer Haijen (SP) zegt dat de voorraad op peil moet worden gehouden. Hij vraagt de heer Mul of er geen mogelijkheden zijn om permanente studentenhuisvesting te bouwen. De heer Von Gerhardt (VVD) merkt op dat de gemeente Amstelveen de vorige keer niet was betrokken bij het convenant studentenhuisvesting.

Hij vraagt hoe de gemeente Amstelveen kijkt naar de regionale samenwerking en de rol van Amsterdam daarbij. Hij vraagt tevens of Amstelveen het prettig zou vinden om via een dergelijk convenant samen te werken. In het convenant was afgesproken om duizend eenheden op de gronden van onderwijsinstellingen te realiseren. Hij begreep van de heer Gronert dat het er 320 zijn geworden. Hij vraagt hem hoe het komt dat het er geen duizend zijn geworden en hoe de gemeenteraad de UvA zou kunnen helpen om dit alsnog mogelijk te maken. Mevrouw Broersen (Volt) vraagt aan de heer Mul wat DUWO concreet nodig heeft om meer bij te kunnen bouwen en hoe de samenwerking tussen DUWO en de gemeente kan worden verbeterd. Zij vraagt de heer Gronert welke middelen de UvA kan inzetten om de instroom te kunnen sturen. De heer Aslami (D66) vraagt de heer Gronert waar de UvA tegenaan loopt en wat de gemeente daaraan zou kunnen doen. Hij zegt dat er in de Tweede Kamer een motie is ingediend, waarin wordt gevraagd de plannen voor Kronenburg te laten slagen. Hij vraagt de heer Naftaniël wat er nodig is om deze plannen alsnog uit te kunnen voeren. De heer Gronert (UvA) zegt dat de onderwijsinstellingen nu al aan nieuwe studenten het eerlijke verhaal proberen te vertellen. Ook dit jaar hebben zij heel duidelijk gecommuniceerd dat een student, die geen kamer heeft, beter niet kan komen.

De instellingen kunnen echter niet voorkomen dat deze studenten toch komen. De onderwijsinstellingen doen hun best om deze boodschap nog duidelijker te laten overkomen. Zij zijn er mee bezig om dit eerder in het proces kenbaar maken. De onderwijsinstellingen hebben inderdaad geen duizend woningen gerealiseerd. Zij hebben daarvoor plekken nodig waar kan worden gebouwd. Zij beschikken zelf niet over veel ruimte. Het Science Park is bijvoorbeeld vooral bedoeld voor wetenschap, maar er is wel een aantal kavels aangewezen voor woningen. De UvA probeert vooral in te zetten op de regio. Spreiden kan namelijk ook een oplossing bieden. De UvA voert hiervoor regelmatig gesprekken met buurgemeenten. Op deze manier zijn al woningbouwprojecten mogelijk gemaakt. De UvA voert al langer gesprekken met het ministerie over de middelen om de instroom te kunnen sturen. De heer Gronert verwacht dat hierover in het derde kwartaal meer duidelijkheid zal komen. De heer Mul (DUWO) hoopt dat het goed komt in Kronenburg. DUWO wil daarnaast nog meer huisvesting in Amstelveen realiseren. Daarbij zal worden gekeken naar reisafstand en nabijheid van het openbaar vervoer. DUWO wordt graag door de gemeente uitgenodigd om te kijken wat de mogelijkheden zijn. DUWO zou het liefst permanente huisvesting willen realiseren. Het gaat echter vaak om locaties die op termijn ergens anders voor bedoeld zijn.

DUWO wil deze locaties dan toch graag gebruiken voor tijdelijke huisvesting. De organisatie is bijvoorbeeld heel blij met het Zeeburgereiland en de Spinozacampus. Het is wel een probleem op het moment dat ze eruit gaan. Het antwoord is dus dat DUWO graag gebruik maakt van tijdelijke locaties, maar liever permanente locaties heeft. De gemeente beschikt over weinig eigen locaties. Daarom is het belangrijk dat de gemeente op locaties die niet in eigendom zijn, zorgt voor een gelijk speelveld. Marktpartijen mogen veel hogere huurprijzen vragen. DUWO wil door de gemeente worden geholpen bij het verwerven van

10

grondposities. De heer Mul wil graag in gesprek gaan met de gemeente om te zien op welke manier dat het best zou kunnen gebeuren. Extra duurzaamheidseisen bemoeilijken de zaak. De gemeente heeft aangegeven dat deze eisen gelijk zullen worden getrokken met de landelijke regelgeving. Daar is DUWO blij mee. Allerlei architectonische eisen geven eveneens druk op de betaalbaarheid. Daar zou ook een discussie over moeten worden gevoerd. De heer Naftaniël (gemeente Amstelveen) zegt dat de doorstroom van jongeren ingewikkeld is. De shortstay op Kronenburg kan worden beschouwd als een tijdelijke oplossing. In Amstelveen wordt breed ingezet op een programma voor jongeren. Shortstay staat nu op zes maanden, maar hopelijk kan dit worden opgerekt. Daarmee krijgen jongeren wat meer tijd om op zoek te gaan naar een nieuwe woning. Hij merkt op dat Schiphol voorstander is van de plannen voor Kronenburg. Het ministerie van IenW is in feite als enige tegen de plannen. De motie in de Tweede Kamer was gericht aan minister De Jonge die verantwoordelijk is voor woningbouw. De heer Naftaniël zegt dat het niet alleen om woningbouw gaat, maar ook om Nederland als kennisland en om leefbaarheid. Hij denkt dat wonen en vliegen kan samengaan. De kern van de zaak is dat de minister van IenW toestemming moet geven voor de plannen. Kronenburg is een sleutelproject binnen de regio.

Het is opgenomen in de woondeal en in de Nationale Omgevingsvisie. Dat deze plannen tot op heden niet kunnen worden gerealiseerd, ligt niet aan de samenwerking. Het is belangrijk dat de gemeenten samen lobbyen om bij het ministerie van IenW aan tafel te komen. De voorzitter dankt de experts in dit blok hartelijk voor hun bijdrage. De heer Von Gerhardt (VVD) wil alle aanwezigen mede namens mevrouw Broeren hartelijk bedanken voor de waardevolle informatie die deze avond heeft opgeleverd. Iedereen is het erover eens dat er grote problemen zijn rondom studentenhuisvesting, maar dat er ook veel mogelijkheden zijn om het probleem aan te pakken. Hij heeft er vertrouwen in dat studenten in de toekomst huisvesting kunnen vinden in Amsterdam of in de regio. De VVD en Volt zullen aan de slag gaan om met voorstellen te komen. 5. Sluiting De voorzitter dankt alle aanwezigen nogmaals voor hun inbreng en sluit de bijeenkomst om 21.45 uur.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12372385/2