Conceptverslag expertmeeting raadscommissie Algemene Zaken 16-12-2022.docx
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht
AZ
Expertmeeting “Afpersing van jongeren 16 december 2022
CONCEPT Openbare vergadering van de Expertmeeting “Afpersing van jongeren”
Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Vrijdag 16 december van 19.30-22.10 uur in de Raadzaal, Stadhuis Donderdag 19 januari 2023
Voorzitter: lid Nadif Portefeuillehouders: Commissiegriffier: dhr. R. Willems, dhr. Dutilh Verslaglegging: mw. A. Vernooij (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Bons (BIJ1), Mangal (DENK), Wehkamp (D66), Hakiki (DENK), Yacoubi (DENK) Afwezig: Overige aanwezigen: Mw. Jadnanansingh (voorzitter DB Zuidoost), dhr. Everduim (directeur FAES), dhr. Mokhtari (projectleider Veiligheid en Zorg), dhr. Van Geene (politie), mw. Hilhorst (actiecentrum Veiligheid), mw. Leijten (buurtrechter), mw. Van Heuning (afpersingstafel stadsdeel Zuidoost), Angela (Amsterdam Zuidoost Safety Movement), mw. Van der Kaay (kinderbuurtrechter), dhr. Pronk (adviseur aanpak Mensenhandel/smokkel), mw. El Ouatassi (st. Saaam en House of Besma), mw. Van der Does (kinderombudsvrouw),
1. Welkom en opening De VOORZITTER opent de expertmeeting om 19.30 uur en heet iedereen welkom, in het bijzonder de genodigden. Het doel van de bijeenkomst is het vergaren van informatie voor de commissieleden. De voorzitter heeft het initiatief voor deze expertmeeting genomen naar aanleiding van een artikel in Het Parool van september jl. over afpersingsproblematiek. Zij is blij met het enthousiasme van de verschillende mensen om hiervan vanavond aanwezig te zijn. Mevrouw JADNANANSINGH weet dat er ook mensen meekijken en omdat de wijsheid van de gemeenschap groot is, moet de problematiek gezamenlijk worden aangepakt. De experts zijn op hun beurt nodig om het verhaal te vertellen en stappen te ondernemen. Afpersingsproblematiek is zeer heftig en een dader is vaak een jongere die in armoede opgroeit en geen kansen weet te pakken en een dader wordt gemakkelijk slachtoffer. Als de achtergrond wordt begrepen, wordt langzamerhand gewerkt aan vertrouwen en hierdoor ontstaat verbinding die nodig is voor veiligheid. 2. “Afpersing van jongeren” De heer VAN GEENE licht toe hoe iemand kan worden aangewezen als “snitch” (verrader) door iets kleins aan bijvoorbeeld een docent te melden. Een jongere moet in dat geval een boete betalen die steeds hoger wordt en dit kan ertoe leiden dat deze weer een andere jongere afperst om te kunnen voldoen aan de schuld die is opgebouwd.
Het begint vaak al in de laatste klassen van de basisschool en in de eerste klassen van het voortgezet onderwijs. Scholen zien vaak de signalen wel, maar weten niet wat ze ermee moeten doen en bij de politie komen meldingen vaak niet binnen, omdat jongeren dit niet durven uit angst om nieuwe acties. Een gevaarlijke katalysator zijn de sociale media. Bij online afpersingen is het lastig wie er
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie AZ Conceptverslag expertmeeting, 16 december 2022
AZ
verantwoordelijk is om deze op te pakken. De oproep is om niet te denken in onmogelijkheden en in waarin de wet beperkingen oplegt, maar om de grenzen op te zoeken, de grijze gebieden. Lid WEHKAMP vraagt hoe de verhouding jongens/meisjes is. Komt sextortion vaak voor? Heeft de heer Van Geene ideeën over welke mogelijkheden er nog zijn die op dit moment nog niet worden onderzocht? De heer VAN GEENE zegt dat afpersing bij zowel jongens als meisjes plaatsvindt en dit geldt ook voor sextortion. Hij denkt dat veel meer in cocreatie moet worden gewerkt om de casuïstiek aan te pakken. Hoewel de noodzaak van de AVG duidelijk is, werkt deze vaak belemmerend. Het is zoeken naar op een goede manier omgaan met de AVG waarbij toch informatie kan worden gedeeld. De heer EVERDUIM sluit aan bij voorgaande spreker en stelt dat moet worden gekeken naar een nieuwe hybride vorm met veel meer integraliteit en ontkokering. Scholen en partners in veiligheidsstructuren mogen in bepaalde gevallen transparanter worden als het gaat om het betrekken van ouders. Dit leidt soms tot meer polarisatie, doordat ouders een situatie verdedigen waardoor moeilijker tot een oplossing wordt gekomen. FAES gelooft in preventie waarbij met name scholen in de lead zijn. De rol van de zorgcoördinator is hierin essentieel en vooral diens culturele sensitiviteit.
Lid HAKIKI vraagt hoe de heer Everduim tegenover de top-400 staat. De heer EVERDUIM wijst erop dat dit een ander onderwerp is en hij zou graag de focus op het onderwerp van vanavond willen houden. Lid HAKIKI is ervaringsdeskundige wat betreft afpersing, omdat dit haar zoon is overkomen. Zij heeft het gevoel dat er nog niets is verbeterd en daarom heeft zij de vraag over de top-400 gesteld. De heer EVERDUIM denkt dat de afgelopen jaren is geïnvesteerd in het verkrijgen van inzicht van wat zich afspeelt en het is nu tijd om over te gaan tot actie. Dit moet door alle verschillende stakeholders gezamenlijk gebeuren. Spreker waarschuwt ervoor dat het probleem van afpersing niet moet worden gebagatelliseerd. Lid YACOUBI vraagt in hoeverre informele netwerken worden benaderd als gelijkwaardige gesprekspartners door betrokken formele netwerkpartners zoals het stadsdeel of de gemeente. De heer EVERDUIM ziet juist hierin de uitdaging. In wijken als Amsterdam Zuidoost is een zeer sterk informeel leiderschap en dit hoort naast het formele leiderschap te staan. Lid YACOUBI is benieuwd hoe de heersende taboes op het gebied van cocreatie doorbroken kunnen worden. De heer EVERDUIM denkt dat er vanuit het ambtelijk apparaat wellicht wat meer sensitiviteit nodig is van mensen die het vertrekpunt van de community begrijpen.
Hoewel de twee groepen hun eigen merites hebben en zichzelf moeten blijven, moeten ze wel gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen met betrekking tot successen en excessen. Lid BONS hoopt dat de conclusie wordt gedeeld dat het een breed probleem onder jongeren in de stad is en dat ervoor wordt gewaakt dat de discussie niet wordt gepolariseerd. De heer EVERDUIM bevestigt dat onveiligheid een stadsbreed probleem is. Armoede speelt een heel grote rol in dit soort zaken. Lid WEHKAMP vraagt of de heer Everduim kan ingaan op de rol van zorgcoördinatoren.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie AZ Conceptverslag expertmeeting, 16 december 2022
AZ
De heer EVERDUIM stelt dat elke school een zorgcoördinator heeft die in de school let op het welzijn van de kinderen. Het is zeer belangrijk dat deze sensitief is en verstand heeft van de problemen. Er is veel inzicht nodig om bepaalde zaken te zien in een klas en het profiel van een zorgcoördinator in verschillende gebieden behoeft aandacht. Mevrouw EL OUATASSI weet als ervaringsdeskundige dat er taboes zijn binnen haar eigen community. Vanuit huis is haar – en veel andere jongeren - heel weinig geleerd over emoties waardoor jongeren verkeerde keuzes maken waarvan ze of spijt krijgen of terechtkomen in een spiraal waar ze niet meer uit kunnen komen. Besma heeft een programma gebouwd waarmee op scholen wordt geprobeerd om kinderen emotieregulatie en identiteitsontwikkeling mee te geven waardoor ze zich bewuster worden van hun keuzes. Mevrouw El Ouatassi is goed benaderbaar, omdat zij als Marokkaanse vrouw onderwerpen (via sociale media) bespreekt. Hier is een grote casus uit voortgekomen die de stichting bij de politie heeft neergelegd. Dit is een voorbeeld van samenwerking tussen verschillende groepen en waarbij gebruik is gemaakt van rolmodellen die laagdrempelig en herkenbaar zijn. Lid YACOUBI vraagt vanaf welk moment in het proces ouders en verzorgers hierbij worden betrokken. Mevrouw EL OUATASSI weet uit ervaring dat dit geleidelijk moet gebeuren.
Besma zet zich enerzijds in voor jongeren, maar bij Saaam wordt juist met moeders gewerkt. Zoals de heer Everduim heeft aangegeven, speelt armoede een rol. Ingeval van armoede is overleven belangrijker dan gevoelens. Gezien de verschillende situaties is het nodig om maatwerk te leveren. ANGELA legt uit dat AZSM is ontstaan door ouders van slachtoffers van afpersing. Afpersing is een onzichtbare wereld met ongeschreven regels, waarden en normen. Ouders merken dat het gedrag van hun kinderen verandert; ze worden stiller, misschien wat agressiever, maar dit kan niet worden verklaard door ouders, scholen en omgeving. AZSM maakt zich er hard voor om taboes te doorbreken, omdat er veel schaamte is bij jongeren en ouders er ook over moeten durven spreken. De reden dat het zolang duurt voordat er resultaat wordt geboekt, is omdat het zo ongrijpbaar is en de meeste kinderen een digitale voorsprong op hun ouders hebben. De positie van een kind dat aangifte doet, is heel kwetsbaar omdat de politie stelt dat het moeilijk te bewijzen is. Het is niet makkelijk is om van school te wisselen en door de digitale wereld is niet precies duidelijk wie de vijand is. De angsten van een kind worden dus steeds groter. Het doel van AZSM is om ruchtbaarheid te geven aan afpersing, een taboe te doorbreken en om samenwerking te zoeken met de gemeente, scholen en maatschappelijke organisaties.
Pas als kinderen zich veiliger voelen, durven ze aangifte te doen. Lid HAKIKI hoort dat iedereen de rol van armoede benadrukt en zij hoopt dat de collega’s zich ook hard willen maken om dit hardnekkige probleem aan te pakken. ANGELA erkent dat armoede een probleem is, maar het probleem is ook dat jongeren geen gelijke kansen hebben en dit geldt zeker voor jongeren met een migrantenachtergrond. Deze jongeren krijgen vaak op basis van generalisatie een lager schooladvies. Lid MANGAL verbaast zich erover dat niet kan worden achterhaald waar bepaalde digitale boodschappen vandaan komen. De heer VAN GEENE wijst erop dat de wetgeving niet altijd de ruimte geeft om bepaalde feiten te rechercheren. Wat betreft sociale media gaat het bovendien vaak om techbedrijven die in het buitenland zitten. Lid WEHKAMP is benieuwd of bekend is wat kinderen zelf als oplossing zien.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie AZ Conceptverslag expertmeeting, 16 december 2022
AZ
ANGELA zegt dat haar kind heeft aangegeven dat de decanen of zorgcoördinatoren getraind moeten worden op kijken naar kinderen in armoede. Kinderen hebben of nooit geld om iets te kopen in de pauze of opeens geld om van alles te kopen. Een andere oplossing die is geopperd, is dat leraren meelopen met de politie die kan aangeven op welke symptomen kan worden gelet. Lid MANGAL vraagt zich af of de school zich heeft ingespannen om naar een andere klas of naar een andere school te kunnen gaan. ANGELA heeft zelf gebeld naar andere scholen en het probleem uitgelegd, maar het was niet mogelijk om van school te veranderen. De huidige school heeft aangegeven dat haar kind niet naar een andere klas kon en dat de andere betrokken kinderen ook niet van school of klas konden veranderen. In gesprekken met scholen is gebleken dat zij op de hoogte zijn van afpersingen en zij is van mening dat de scholen de verantwoordelijkheid hebben om deze kennis met ouders te delen. Hiermee wordt een deel van de verantwoordelijkheid bij de ouders teruggelegd en ook de veiligheid van de school wordt vergroot. Lid HAKIKI kent een school in Zuidoost die een jongerenrechtbank heeft. Zij pleit ervoor om dit stadsbreed in te voeren. Mevrouw JADNANANSINGH is ook zeer blij met de buurtrechter in Vensterpolder en ook scholengemeenschap Bijlmer heeft een jongerenrechtbank.
Hierdoor wordt het gesprek over veiligheid door de hele school heen gevoerd. Amsterdam Zuidoost pleit ervoor om afpersing uit de anonimiteit te halen en vervolgens moet dit fenomeen als hele gemeenschap worden afgekeurd. Mevrouw EL OUATASSI merkt dat binnen de jongerengemeenschap meiden elkaar ook shamen en dit maakt het lastig. Mevrouw VAN DER DOES is Kinderombudsman van Amsterdam. Zij hoort veel van en over kinderen, maar er is nog nooit een kind bij haar geweest met een melding van afpersing. Zij komt hiermee in aanraking, omdat er regelmatig ouders bij haar komen met de wens om te verhuizen of van school willen wisselen waarbij duidelijk is dat er afpersing achter zou kunnen zitten. Een conclusie is dat het probleem raakvlakken met veel verschillende kolommen heeft die niet goed samenwerken. Mevrouw Van der Does herkent het dat het vaak begint met iets kleins, maar op een bepaald moment groeien problemen ouders boven het hoofd en is er onvoldoende aandacht voor hun kinderen. Graag zou zij doorspreken over de AVG die kennelijk een grote belemmering is, omdat zij recentelijk is benaderd door het ministerie van Veiligheid en Justitie over een gezinsgerichte aanpak voor multiprobleemgezinnen. Een ander aspect is bemiddeling en mediation waarbij een onafhankelijk persoon met alle partijen spreekt en probeert om tot een oplossing te komen.
Ook is zij een groot voorstander van jongerenrechtbanken. Lid YACOUBI vraagt op welke manier de verkokering kan worden tegengegaan. Mevrouw VAN DER DOES denkt dat het begint bij de kinderen en de families die het betreft. Met hen moet worden besproken wat ze nodig hebben. Vervolgens kan dit uit de verschillende kolommen worden verkregen. Dit is ook de manier waarop de buurtrechter werkt. Amsterdam is al op weg met de Amsterdamse maatwerkmethode waarbij wordt uitgegaan van de behoefte van de Amsterdammer. De heer MOKHTARI stelt dat het probleem al lang speelt en dat de oplossing in de community zelf ligt. Hij pleit ervoor om het woord snitch niet te gebruiken; veel jongeren hebben een hekel aan dit woord en voelen zich direct in een hoek gedrukt en de kans dat ze zullen praten wordt hiermee verkleind. Om hun verhaal te doen, moeten jongeren zich veilig voelen en dit blijkt moeilijk. Er nieuwe structuren worden bedacht zoals safety zones (op scholen) waar gepraat kan worden zonder dat het gevaar van represailles bestaat. Op microniveau moet er met cocreatie voor worden gezorgd dat basale voorzieningen als eten de scholen ook daadwerkelijk
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie AZ Conceptverslag expertmeeting, 16 december 2022
AZ
bereikt. Er moet minder gepraat worden en meer worden gedaan. Ook ouders moeten meer gefaciliteerd worden om er voor hun kind te zijn. Veel ouders staan in de overlevingsstand om eten op tafel te krijgen en denken vaak dat hun kind zich wel redt. Hierom moet ook worden geïnvesteerd in de weerbaarheid van kinderen. Tot slot moeten de scholen worden ontlast in plaats van belast en dit kan door meer jongerenwerkers aan te stellen. Lid WEHKAMP vraagt hoe de gemeente de ouders zou kunnen faciliteren. De heer MOKHTARI denkt dat het begint met het winnen van vertrouwen. Mensen in de community moeten worden ingezet om hun eigen community aan te spreken. Lid BONS vraagt hoe de heer Mokhtari het systeem zelf ervaart. De heer MOKHTARI verwijst naar de diversiteit van de aanwezigen vanavond en stelt dat er al goede slagen worden gemaakt. Zelf heeft hij een docent gehad die zijn talent zag, maar het had net zo goed de andere kant op kunnen gaan als hij minder stevig in zijn schoenen had gestaan. Hij is op een positieve manier uitgedaagd bij zijn HBO-toelatingsexamen waardoor hij in staat is geweest om zijn buurt te vertegenwoordigen en de gemeente te laten zien dat er potentie is in achterstandswijken, maar dat de mensen wel de kans moeten krijgen.
Een voorbeeld is om een afperser stage te laten lopen bij de gemeente Amsterdam en hem aan de community te laten vertellen hoe hij zijn leven heeft gebeterd om op deze manier ook andere jongeren op dit idee te brengen. De VOORZITTER last een korte pauze in en geeft na heropening het woord aan mevrouw Hilhorst. Mevrouw HILHORST stelt dat afpersing misschien begint bij het afpakken van een boterham, maar leidt tot het afpakken van de toekomst van kinderen. Afpersing wordt een heel leven meegedragen. Het actiecentrum Veiligheid is een netwerkorganisatie. Dit betekent samenwerking met veel partners uit veiligheid en zorg en er wordt geprobeerd om zo dichtbij mogelijk te werken. Er vindt nauwe samenwerking met het stadsdeel plaats. Het centrum is altijd bezig om de ontwikkelingen in de stad te volgen. Het ministerie van Veiligheid en Justitie is benaderd vanwege de AVG die gegevensdeling verhindert en op dit moment ligt er een conceptrapportage van de Rijksuniversiteit Groningen en Pro Facto van wat wel mogelijk is met de AVG. Dit rapport zal zo spoedig mogelijk worden gedeeld met partners. Een ander initiatief is de buurtrechter binnen het programma Weerbaar Amsterdam. Inmiddels zijn 43 mensen opgeleid die streetwise zijn en zijn verenigd in Adamas, een netwerk van Credible Messengers.
Lid MANGAL heeft twee onderzoeken gelezen die vraagtekens zetten bij de autoriteit van de Credible Messengers. Mevrouw HILHORST zegt dat de Credible Messengers niet alleen praten met jongeren, maar ook dingen doen met jongeren. Ze maken onder andere muziek, koken en sporten samen. De Credible Messengers bestaan niet alleen uit de streetwise mensen die per se dezelfde ervaringen hebben, maar er zitten ook moeders, psychologen en anderen bij. Het is deze mix die nodig is om het verschil te maken. Lid MANGAL vraagt hoe een jongere een Credible Messenger ziet als persoon om het probleem op te lossen als het om een gelijkwaardige verhouding gaat. Mevrouw HILHORST denkt dat als de jongeren begrepen wordt hiermee autoriteit wordt verworven. De ervaring is dat sommige Credible Messengers een jongere ook doorverwijzen naar een traumatherapeut. Daarnaast is het altijd belangrijk om de ouders te betrekken. Lid YACOUBI vraagt in hoeverre Credible Messengers invloed hebben op beleidsvorming.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie AZ Conceptverslag expertmeeting, 16 december 2022
AZ
Mevrouw HILHORST antwoordt dat ze vaak worden uitgenodigd bij de bespreking van relevante onderwerpen. Ze zijn er niet alleen als vertegenwoordiger van de doelgroep, ze worden hiervoor – net als andere professionals – betaald. Mevrouw VAN HEUNING meldt dat in 2019 in Zuidoost een casuïstiekoverleg, een afpersingstafel, is opgericht. Hierin zitten verschillende partners uit het stadsdeel zoals straatcoaches, perMens, Levvel, Swazoom, OKT, scholen, slachtoffershulp, OM en politie. Vanwege de lage meldingsbereidheid komen de meeste zaken niet tot een aangifte en daarom wordt besproken hoe het vertrouwen van jongeren kan worden gewonnen. Er is gestart met een straataanpak waarbij mensen uit de wijk heel laagdrempelig contact maken met in eerste instantie het slachtoffer en de ouders. Als het vertrouwen is gewonnen en duidelijk is wie de dader is, wordt ook dit contact gelegd. Het uiteindelijke doel is om beide partijen aan tafel te krijgen met ouders om de angel uit het conflict te halen. Het vertrouwen en veiligheid van het slachtoffer zijn essentieel om dit te bereiken. Daarnaast is het belangrijk dat ouders worden betrokken. Dit lukt alleen met toestemming van de jongere. Als de afpersing van een jongere bekend wordt, heeft dit een impact op het hele gezin en is zeer ingrijpend en het kantelpunt van slachtoffer naar dader is op dit moment heel reëel.
Het is belangrijk om afpersingsproblematiek uit de anonimiteit te halen en bespreekbaar te maken. Een voorstel is om hier een campagne voor te ontwikkelen. Lid WEHKAMP informeert naar een indicatie van de omvang van het probleem. Mevrouw VAN HEUNING zegt dat het vooral belangrijk is om zaken zo veel mogelijk naar boven te halen door bijvoorbeeld door een straatcoach die iets hoort op een schoolplein en door de voelsprieten van de professionals van de (in)formele partners. De aantallen zijn niet bekend. Het is mogelijk dat op dit moment wel vijftig afpersingen spelen. Het is een zeer groot probleem dat zich grotendeels aan het zicht onttrekt. Lid WEHKAMP vraagt of het mogelijk is om het wel te registreren. Mevrouw VAN HEUNING vreest dat dit niet mogelijk is, omdat mensen niet durven te spreken. Lid YACOUBI vraagt hoe alle signalen en inspanningen zich vertalen in preventief jeugdbeleid. Mevrouw VAN HEUNING kan op dit moment niet ingaan op een dergelijke omvangrijke vraag. Mevrouw HILHORST zegt dat er in het kader van schoolveiligheid veel aandacht is voor weerbaarheid en aan nee zeggen tegen bepaalde verleidingen. Mevrouw LEIJTEN heeft aan de wieg gestaan van de jongerenrechtbanken en staat nu aan de wieg van de buurtrechtbanken en beide gebaseerd op herstelrecht.
Dit is recht waarbij mensen de gelegenheid krijgen om verantwoording te nemen voor wat er is gebeurd en dit in een gesprek te herstellen. Als buurtrechter voert zij aan een dergelijke tafel gesprekken met jongeren die niet meer naar school gaan. Haar ervaring is dat op het moment mensen aan tafel zitten, ze bereikt kunnen worden. Om gedrag te veranderen, moet worden gepraat. Mevrouw VAN DER KAAY ziet als kinderrechter helaas veel van de jongeren over wie het vandaag gaat. Het heeft haar eigenlijk verbaasd dat iedereen zich heeft verbaasd over het artikel in Het Parool. Voor kinderrechters is dit iets wat al jaren speelt. Het begint wellicht met boterhammen, maar de laatste tijd gaat het over vuurwapens die jongeren vanaf 12 jaar gewoon via sociale media kopen. 15-jarigen bouwen ze om door te kijken naar YouTube. De urgentie is nog veel groter dan mensen denken. Mevrouw Van der Kaay komt veel op scholen en hier blijkt dat deze niet op de hoogte zijn van de ernst van de problemen. Wat haar betreft, moet er zo veel
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie AZ Conceptverslag expertmeeting, 16 december 2022
AZ
mogelijk voorlichting zijn aan een zo jong mogelijke groep. Meestal is al eind basisschool duidelijk dat er gedragsproblemen zijn. Vaak komen deze voort vanuit huiselijk geweld en armoede, maar ook vechtscheidingen en huisvestingen zijn trauma’s. Als er al vroeg signalen zijn dat er bij kinderen iets traumatisch is gebeurd, moet hiermee aan de slag gegaan worden en moet niet worden gewacht tot het kind gedragsproblemen gaat vertonen. Kinderrechters zien vaak dat er mensen vanuit de wijk, de community – die aansluiting hebben bij de jongeren of diens familie - wel beschikbaar zijn, maar dat er geen financiering is. Zelfs als dit in een beslissing wordt bepaald, wordt niet betaald. De heer MOKHTARI pleit ervoor om open te staan voor creatieve oplossingen zoals muziek of theater, omdat de taal van de jongere anders is. Lid BONS herkent het probleem dat vroege signalen niet worden opgepikt. Zij is benieuwd hoe ervoor kan worden gezorgd dat wel tijdig goede hulp wordt geboden. Mevrouw VAN DER KAAY ziet dat er vaak al lange tijd signalen zijn zonder dat hier iets mee is gedaan. Dit is waarschijnlijk enerzijds een gebrek aan beschikbare hulp, anderzijds wordt ook vaak verkeerde hulp ingezet door een verkeerde inschatting. GGZ-problematiek bij ouders is vaak van belang voor de ontwikkeling van het kind. Maar het kind valt onder jeugdzorg.
Tussen GGZ en Jeugdzorg zou veel meer informatiedeling en samenwerking moeten zijn. Wat ook meespeelt, is dat het pubers betreft die vaak niet zo goed nadenken, erbij willen horen en niet graag willen praten. Lid MANGAL ziet raakvlakken met de volwassen wereld van klokkenluiders. Mevrouw VAN DER KAAY stelt dat het belangrijk is dat kinderen zich veilig moeten voelen om te praten. Vervolgens moet hen iets geboden kunnen worden wat stand houdt en betrouwbaar is. Lid MANGAL is bekend met een voorbeeld van een gezin dat heeft moeten verhuizen, omdat de ouders het kind niet konden beschermen. De vraag is hoe ervoor gezorgd kan worden dat een kind niet wordt getroffen door represailles. Mevrouw VAN DER KAAY zegt dat patronen onderkennen een ding is, maar beschermen is echt aan de politie. Lid YACOUBI vraagt of zijn conclusie juist is dat de gemeente haar contractmanagement Inkoop moet evalueren en eventueel andere zorg in moet kopen. Mevrouw VAN DER DOES wijst erop dat de jeugdhulp aanbod gestuurd is. Er worden bepaalde pakketten ingekocht en het is bijna onmogelijk om zelf zorg in te kopen met een PGB. De vraag is of dit bij jeugdbescherming of bij de gemeente ligt. Mevrouw VAN HEUNING concludeert dat er een versmalling is van aanbod door bezuinigingen en door minder aanbieders. Dit staat haaks op het idee van de inzet van buurtnetwerkers.
Mevrouw HILHORST stelt dat het een kwestie van de lange adem is waarbij door masterplannen doelen voor twintig jaar worden bepaald. 3. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.07 uur onder dankzegging voor openheid van de aanwezigen.
7