CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag 29-03-2023

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 19 april 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 29 maart 202314.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 29 maart 2023

en het van de les houden van de mensen die met Amsterdammers bezig willen zijn, en in plaats daarvan uren moeten besteden aan extra overleg. Het enig zinvolle in dit programma is het toegankelijker maken van publieke diensten door heldere taal en communicatie. Maar daarvoor heb je geen programma nodig. Zij vraagt de wethouder daarom om te stoppen met het stapelen van steeds weer nieuwe initiatieven. Er moet vooral op ingezet worden om mensen structureel uit de armoede te helpen. Het lid DIDDEREN vindt dit programma heel belangrijk, maar eerst zal op landelijk niveau veel moeten gebeuren. Vaak zijn er geen goede alternatieven te vinden voor suiker-, vet- en zoutrijke producten. De lobby van de ongezonde voedingsindustrie is heel groot. Zowel kinderen als volwassenen worden steeds weer verleid tot het maken van een ongezonde keuze. En zelfs het gezonde voedsel heeft lang niet meer alle voedingsstoffen die het vroeger had. De grond bevat minder nutriënten door de intensieve landbouw, en ook door het gebruik van landbouwgif op het voedsel. 80% van het aanbod in supermarkten voldoet volgens een Kamerbrief van de staatssecretaris vorig jaar niet aan de schijf van vijf, terwijl die nog niet eens gezond genoeg is. Op landelijk niveau werkt men aan wetgeving om de gemeenten bevoegdheid te geven om regels in te stellen om ongezonde voedselaanbieders te kunnen weren.

Dat is terecht, want het loopt helemaal uit de hand. De gemeente gaat al wel over de reclame die in de stad te zien is. Zij vraagt of op het thema ‘gezonde voeding’ wordt samengewerkt om reclames voor ongezonde voeding te weren op stations en in de openbare ruimte. Er zou door de gemeente ook gewerkt kunnen worden aan een grote campagne over bijvoorbeeld de verborgen impact van suikers, vetten en zout. De gemiddelde Nederland at in 1936 maar 4,5 kilo suiker per jaar, terwijl dat nu meer dan 40 kilo is. ‘Gezonde’ en ‘ongezonde’ voeding zijn voor veel mensen vage begrippen. Daarom is het nodig om in te zetten op kennis over wat gezond is. Mensen denken dat bijvoorbeeld sultana’s en voorgemaakte sauzen gezond zijn. Op welke manier denkt de wethouder invulling te geven aan een vorm van kennisdeling met de Amsterdammers? Kan samengewerkt worden met de Voedselbank of andere lokale maaltijdvoorzieningen om zo kennis over gezonde voeding met kwetsbare groepen te delen? Kan de gemeente invloed uitoefenen op het voedselaanbod op sportlocaties dat in kantines wordt verkocht? En ten slotte: kan de wethouder namens Amsterdam de Tweede Kamer aansporen om de btw op groente en fruit te verlagen? Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Van Pijpen dat het juist de bedoeling is mét mensen te praten.

Zoals ook het lid Hoogtanders opmerkte, moeten mensen die niet genoeg geld hebben enigszins ‘opgevoed’ worden. Ook zij krijgt rillingen van de supermarktsafari’s. Gezonde voeding is vaak veel duurder dan ongezonde, en dáár moet iets aan gedaan moet worden. Vaak speelt inderdaad een inkomens- en stresssituatie waar mensen in belanden. Het onderzoek over gezonde voeding is vooral om te kijken wat de drempels of belemmeringen zijn, en mensen daarin zo goed mogelijk te betrekken. Zij vindt dat per definitie ervaringsdeskundigheid of -kennis onderdeel moet zijn van het beleid. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat het zaak is bij het maken van beleid aansluiting te zoeken bij de leefwereld van mensen. Je moet dus niet met supermarktsafari’s aankomen, maar zorgen dat het minimuminkomen stijgt. Het heeft geen enkele zin om kinderen die zonder ontbijt op school komen te gaan vertellen over broccoli. In het coalitieakkoord staat een bedrag van 1 miljoen euro per jaar opgenomen om te zorgen dat er gezonde schoollunches worden verzorgd. Daarbij wordt samengewerkt met wetenschappers. Er is eerder gestart met het project omdat dat vanuit armoedeperspectief nodig is. De uitkomsten van het onderzoek worden meegenomen. Zij herkent de observatie over de Voedselbank. Achtergrond daarvan is dat de houdbaarheid van een zak chips langer is dan van broccoli. Het heeft dus logistieke voordelen.

Ook speelt het tegengaan van voedselverspilling, waardoor verse groenten niet meer bij de Voedselbank terechtkomen. De Voedselbank moet er dan dus zelf in voorzien. Bij een initiatief zoals Boeren voor Buren zorgt men ervoor dat de lokale ondernemers zoveel mogelijk worden gekoppeld aan bijvoorbeeld de Voedselbank of andere voedseluitgifte.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 29 maart 2023

Zij antwoordt het lid Runderkamp dat het zeker niet alleen een informatievoorziening is. Je kunt voor verschillende doelgroepen specifieke dingen doen, zoals zichtbaar is in Nieuw-West met een mooi initiatief. De ‘beweegvriendelijke omgeving’ lijkt een speerpunt te worden van het lid Runderkamp. Er loopt wat dat betreft al het nodige op scholen. In de VloA, de verordening van het lokaal onderwijsbeleid, is geld vrijgemaakt voor de gymdocenten. Het is heel belangrijk dat er een vakleerkracht bewegingsonderwijs is. Het programma Jump-in is destijds gestart door wethouder Van der Burg. Er wordt gebruikgemaakt van programma’s die bewezen effectief zijn. Het gaat niet alleen om de beweegvriendelijke omgeving op scholen, maar ook om een beweegvriendelijke openbare ruimte. Op steeds meer plekken zie je hometrainers staan zodat ook mensen zonder veel geld gefaciliteerd worden. Zij is het voor een heel groot deel eens met het lid Hoogtanders. Er is armoede, en die moet je structureel bestrijden door het verhogen van het minimumloon, of zorgen dat mensen de ruimte krijgen om vrije keuzes te maken. Ook snapt zij de opmerkingen van het lid Hoogtanders over de stapeling van beleid. Wanneer wordt het betutteling? Wanneer worden programma’s overbodig? Je moet daar steeds scherp op blijven.

Wethouder Van der Burg heeft destijds echt veel in gang gezet, dingen die nog steeds een grote impact hebben en de toekomstkansen van kinderen hebben doen toenemen. Het lid HOOGTANDERS vraagt waarom steeds wat nieuws bedacht moet worden, als er al zoveel beleid in gang is gezet. De Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht was een goede aanpak. Waarom steeds wat nieuws? Dat leidt tot coördinatie op coördinatie. Daar zit haar zorg. Wethouder MOORMAN zal die oproep ter harte nemen. Het was de bedoeling om wat er al is te bundelen en te onderzoeken of wat er is nog kan worden verbeterd. Zij antwoordt het lid Didderen dat zij met smart wacht op de uitwerking van de 0% btw op groente en fruit. Waarom zou je mensen belasting willen laten betalen over een appel, of een aardappel? Je zou daar niet te moeilijk over moeten doen. Er zou geen btw moeten worden geheven op alles wat herkend kan worden als een stuk groente of fruit. Verwerkte producten zijn weer iets anders. Groente en fruit op die manier betaalbaar maken lijkt haar erg effectief werken. Zij zal alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat dit idee versneld uitgevoerd wordt. Wat betreft de Voedselbank verwijst zij naar haar antwoord op het lid Wehkamp. Aan het weren van reclame voor ongezonde voeding zitten allerlei juridische haken en ogen. Zij zal haar vraag laten uitzoeken. Zij snapt wat het lid Didderen zei over suiker.

Ook wethouder Van der Burg was een groot voorstander van een suikertaks. Het is moeilijk om fastfoodketens te weren, zoals gebleken is bij de branchering. Er zijn wat dat betreft te weinig instrumenten voorhanden. Het lid DIDDEREN vraagt wat de wethouder vindt van het stukje kennis delen. En kan er naar het voedselaanbod in kantines van sportvoorzieningen gekeken worden? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de gemeente geen directe invloed heeft op het functioneren van de sportkantines van sportverenigingen. De gemeente kan alleen stimuleren, zoals dat ook bij scholen gebeurt. Vorige week was de Week van de Gezonde Schoolkantine, maar het is aan de scholen zelf of ze daaraan mee willen doen. In de praktijk blijken steeds meer schoolkantines met een gezond aanbod te komen. Er zijn ook ‘Gouden Schoolkantines’, wat betekent dat 80% van het aanbod gezond is. Er waren raadsleden die vonden dat communicatie een te groot deel uitmaakt van dit programma. Het zit er dus stevig in. Het moet overigens niet bij communicatie blijven. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Het wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 10-11 mei voor een korte bespreking. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening Onderwijs

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 29 maart 2023

9.

Kennisnemen van de reactie op motie 350 van 9 november 2022 van raadslid Rooderkerk van D66 over steun voor kinderen van ouders met een middeninkomen. (VN2023-008197) De VOORZITTER licht toe dat dat dit onderwerp ter kennisname was aangeleverd voor de commissie van 8 maart jl. Het is geagendeerd op verzoek van het lid Van Laake van Volt. Het lid VAN LAAKE brengt het onderzoek van het Kenniscentrum Ongelijkheid, in samenwerking met de gemeente Amsterdam onder de aandacht. Het gaat over de toegankelijkheid van armoedevoorzieningen. Uit de eerste resultaten blijkt dat mensen die er recht op hebben, de hulp toch niet altijd weten te vinden, of niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Zij vraagt een reactie van de wethouder. Heeft zij het er in de gesprekken met deze maatschappelijke organisaties over gehad? Wethouder MOORMAN merkt op dat het meest verwacht wordt van mensen die er het meeste moeite mee hebben; dat wordt wel de bureaucratische paradox genoemd. Er zijn veel armoedevoorzieningen. Een wethouder wil vereenvoudigen, maar wat moet je dan wegsnijden? De regeling voor chronisch zieke mensen? Of dat ouderen met een minimuminkomen gratis gebruik kunnen maken van het ov? Er zijn ook landelijke regelingen bijgekomen, zoals met betrekking tot de energietoeslag. Door die stapeling van regelingen wordt het voor mensen lastig om door de bomen het bos nog te zien.

Uit de Nibud-rapportages blijkt dat men ervan uitgaat dat de burger gebruikmaakt van alle verschillende armoedevoorzieningen die voorhanden zijn. Dat is noodzakelijk om boven de armoedegrens te blijven. Dat zou niet zo moeten zijn. Armoederegelingen in de stad zijn aanvullend bedoeld op een bestaansminimum waarvan je goed kan leven. En in de praktijk zijn ze onderdeel geworden van de bestaanszekerheid. Dit punt is een belangrijk onderdeel geworden van het beleid. Een groot deel van de energietoeslag is daarom ambtshalve uitgekeerd, zodat mensen die niet hoeven aan te vragen. Maar om zo te werk te kunnen gaan, moet je de mensen wel kennen. Daarmee kan je botsen op de AVG, of ontbreekt het aan gegevens. Het is belangrijk dat de informatie zo goed mogelijk wordt geleverd. Dat gebeurt bijvoorbeeld via de Vliegende Brigade, of Pak je Kans, de buurtteams, scholen, etc. Toch zal er altijd een groep mensen blijven die de voorzieningen niet weten te vinden, of er geen aanspraak op willen maken. Armoedemiddelen zijn altijd schaars en moeten zoveel mogelijk terechtkomen bij mensen die het heel hard nodig hebben. Niet alle middeninkomens hebben behoefte aan armoedevoorzieningen. Het gaat vooral om mensen met een middeninkomen die door pech, of een hypotheek, met hun besteedbaar inkomen in de problemen gekomen zijn.

Daarom zijn ook alle armoedevoorzieningen opgesteld voor mensen die afhankelijk zijn van de Voedselbank. Het gaat vooral om toeleiding en maatwerk. Een algemene campagne voor middeninkomens is niet nodig. De VOORZITTER concludeert dat onderwerp voldoende is behandeld. 10.

Raadsbrief Gemeentelijke inzet educatie Holocaust en Tweede Wereldoorlog (VN2023-008198) De VOORZITTER licht toe dat dit onderwerp als TKN-stuk is aangeleverd voor de vorige commissievergadering. Het werd geagendeerd door het lid Molema van JA21. Het lid MOLEMA memoreert de verschrikkingen van de holocaust, die nooit vergeten mogen worden. JA21 heeft met ontzetting kennisgenomen van het onderzoek van de Anne Frank Stichting over antisemitisme in het voortgezet onderwijs. 42% van de docenten blijkt in het afgelopen jaar getuige te zijn geweest van antisemitische voorvallen. Het aantal incidenten is toegenomen. Haar fractie is blij met het initiatief van de

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 29 maart 2023

wethouder om samen met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding in gesprek te gaan met het onderwijsveld over de opzet van een informatiepunt. Zij steunt de wethouder van harte in haar plan om lespakketten beschikbaar te stellen voor het onderwijs. De wethouder geeft aan dat het geen invloed heeft op het curriculum van scholen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs. Er ligt een initiatiefnota van VVD en ChristenUnie om antisemitisme te bestrijden, onder meer door een steviger verankering in het onderwijs. Het lid HAIJEN vraagt of het lid Molema ervan op de hoogte is dat de holocaust zowel in po als in vo deel uitmaakt van de kerndoelen. Het is ook verplichte examenstof in het vo. Het lid MOLEMA antwoordt dat zij daarvan op de hoogte is, maar er zijn scholen die het moeilijk vinden om dit onderwerp in de lessen te bespreken. Zij vraagt de wethouder haar invloed in Den Haag aan te wenden om ervoor te zorgen dat het holocaustonderwijs verplicht onderdeel wordt van het curriculum. Verder wil zij weten welke hulp er aan scholen geboden wordt. Het komt voor dat docenten aangeven dat het niet mogelijk is de holocaust te behandelen. Hoe kunnen die docenten ondersteund worden? JA21 wil graag weten welke scholen wel en welke geen holocaustonderwijs bieden.

In hoeverre werken de lopende programma’s? Hoe meet de gemeente het succes van de programma’s? Uit het rapport blijkt dat antisemitisme sterker leeft bij jongeren met Marokkaans-Nederlandse achtergrond. Hoe benadert de wethouder specifiek deze groep? Kan via de buurthuizen of de moskee een programma opgezet worden? JA21 hoopt dat de wethouder alles op alles zet om het opkomend antisemitisme tegen te houden. Het lid YEMANE vraagt of het lid Molema kan bewijzen dat antisemitisme vooral leeft bij de Marokkaans-Nederlandse jongeren. Het lid MOLEMA leest dat in het rapport van de Anne Frank Stichting. Het lid RUNDERKAMP spreekt zijn steun uit voor de acties die het college neemt inzake de holocausteducatie, zeker ook gezien de recente antisemitische projecties op het Anne Frank Huis. De wethouder wil samen met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding in gesprek gaan met het onderwijsveld. Hij vraagt wanneer dat gesprek is gepland. Wat is de stand van zaken? Het lid HAIJEN dankt de wethouder voor haar brief en sluit zich aan bij de opmerking van het lid Runderkamp, dat het goed is dat het college lesmateriaal over de holocaust faciliteert. Hij spreekt zijn vertrouwen uit in het onderwijsveld. Er wordt in het geschiedenisonderwijs op scholen veel aandacht besteed aan de holocaust. Dat is ook zo in het basisonderwijs, waar het een verplicht onderdeel is van het curriculum.

Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Molema dat iedereen geschrokken is van het onderzoek. Zoals het lid Haijen zegt, is holocaustonderwijs gelukkig een verplicht onderdeel van het curriculum. Voor zover zij weet, wordt het ook overal gedoceerd. Tegelijkertijd moet geconstateerd worden dat dit nog niet bij iedereen tot het gewenste kennisniveau om antisemitisme tegen te gaan heeft geleid. Natuurlijk zijn er bewust antisemitische mensen, zoals blijkt uit veel complottheorieën die rondgaan in de wereld. Die komen uit verschillende hoeken. Veel desinformatie wordt voor zoete koek aangenomen, omdat mensen de kennis niet hebben. Kennis is de beste manier om je te weren tegen desinformatie en complottheorieën. Daarom is het verstandig om je rekenschap te geven van zo’n onderzoek, zodat Amsterdam kan doen wat mogelijk is om een tegenkracht te organiseren. Het college heeft naar aanleiding van het onderzoek een gesprek gevoerd met de Nationaal Coördinator, de heer Verdoner. Deze wilde al langer een informatiepunt

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 29 maart 2023

met de input van leraren. Die doen, zoals ook de heer Haijen benadrukt, inderdaad vaak heel erg hun best om op dit punt goed onderwijs te geven. Maar het klopt dat het niet overal even makkelijk gaat. Het college heeft met de heer Verdoner overlegd over de vraag hoe leraren, scholen en teams hierbij zo goed mogelijk bijgestaan kunnen worden. De conclusie van dit gesprek was dat de informatie en de kennis die aanwezig is bij de Nationaal Coördinator zo goed mogelijk gekoppeld zou moeten worden aan de bereidheid van en gewenste informatie door de scholen. Op 1 juni vindt een gesprek plaats tussen haar, de heer Verdoner en de scholen die hier graag gebruik van willen maken. Daarbij zal zeker aan de orde komen welke programma’s al lopen in Amsterdam. Een aantal daarvan is zeer succesvol. Mooi is bijvoorbeeld het project ‘Leer je buren kennen’, dat gestart is vanuit de Liberale Synagoge in samenwerking met het nabijgelegen ROC, waar veel leerlingen van islamitische afkomst op zitten. Men organiseert bijeenkomsten waarbij de leerlingen in de synagoge komen. Er vindt dat veel herkenning plaats en er ontstaat onderling begrip. Dat is het beste wapen tegen haat en desinformatie. Zij zal de commissie hiervan goed op de hoogte houden, maar er mogen geen wonderen verwacht worden. Antisemitisme kan niet weggetoverd worden.

Zij antwoordt het lid Haijen dat er veel mooi lesmateriaal over dit onderwerp wordt ontwikkeld, bijvoorbeeld in Zuid naar aanleiding van de razzia die daar heeft plaatsgevonden. Scholen blijken zo’n project graag te adopteren. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. TOEGEVOEGD AGENDAPUNT Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 11.

Oordeel rechtbank Amsterdam over uitsluiting studenten voor energietoeslag De VOORZITTER licht toe dat dit punt geagendeerd is door het lid Van Laake van Volt. Het lid VAN LAAKE heeft begrip voor de moeilijke positie waarin de wethouder zich bevindt. Er is sprake van falend rijksbeleid dat bij de gemeente over de schutting wordt gegooid. De oplossing zou in Den Haag moeten worden gevonden, maar de gemeenten zijn de uitvoerders van dit beleid. Amsterdamse studenten kunnen de rekeningen niet of alleen met grote moeite betalen. De gemeente moet er alles aan doen om de uitvoering van dit rijksbeleid op orde te hebben, zodat Amsterdammers er niet de dupe van worden. Zij is geschrokken van de manier waarop de gemeente zich in de rechtszaak heeft verweerd. Zij citeert uit het vonnis: ‘Voor studenten bestaat de mogelijkheid om een beroep te doen op hun ouders, een hogere lening aan te gaan bij DUO, of erbij te gaan werken.’ Zij vraagt zich af waarom de gemeente niet is gebleven bij de argumenten van het Rijk, namelijk de diverse woonsituaties van studenten. Waarom zijn deze stellingen erbij gehaald, die getuigen van een totaal gebrek aan begrip en compassie? De gemeente wijst begrijpelijkerwijs naar het Rijk, maar dient wel naast de studenten te blijven staan.

Ze moet met hen in gesprek blijven, begrip tonen voor hun situatie en zeker niet zeggen dat ze maar bij familieleden aan moeten kloppen of meer moeten gaan werken. Studenten werken vaak al naast hun studie, en niet iedereen kan bij familie aankloppen. Alleen studenten met een eigen energiecontract op naam krijgen de toeslag alsnog. Voor niet-studenten was dat geen vereiste, en daar schuurt het. Studenten die in het Acta-gebouw wonen, betalen bijvoorbeeld 160 euro per maand extra vanwege de gestegen prijzen. Veel studenten zonder eigen energiecontract zien hun huurprijs omhoog gaan door de gestegen kosten. Iedereen kan dan energietoeslag krijgen, maar studenten niet. Dat is ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen. Zij voorziet nieuwe rechtszaken. Waarom denkt de gemeente dat deze nieuwe regeling wél stand zal houden voor de rechter?

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 29 maart 2023

De gemeente gaat alleen aanvragen beoordelen van studenten die een bezwaar hebben ingediend. Dat is heel erg zorgelijk. Op die manier geeft de gemeente het signaal af dat er telkens opnieuw bezwaar ingediend moet worden, en anders val je buiten de boot. Studenten konden niet eens bezwaar indienen. Zodra iemand aanvinkte student te zijn, kon diegene het formulier niet verder invullen. Als je dat omzeilde door het formulier in te vullen en in het opmerkingenveld te schrijven dat je student was, kreeg je een e-mail van de gemeente. Daarin stond dat studenten geen energietoeslag konden aanvragen en ook niet in bezwaar konden gaan. Met andere woorden: studenten konden geen bezwaar aantekenen, en nu worden alleen de zaken van studenten die bezwaar hébben aangetekend opnieuw beoordeeld. Dat is een opmerkelijke, creatieve cirkelredenering. Zij vraagt ten slotte welk contact hierover met het Rijk bestaat. Daar ligt namelijk de oorsprong van het probleem, en hopelijk ook de oplossing. Het lid WILLIAMS vindt het belangrijk dat studenten na de rechtszaak niet als groep mogen worden uitgesloten van de eenmalige energietoeslag. Hij sluit zich in grote lijnen aan bij wat naar voren gebracht werd door het lid Van Laake. Wat betreft het gelijkheidsbeginsel sluit hij zich aan bij Volt.

D66 vraagt zich ook af war het college de financiële middelen vandaan denkt te halen, om de uitkering van energietoeslag aan studenten mogelijk te maken. De wethouder heeft eerder gesteld dat studenten vaker aanspraak kunnen maken op individuele bijzondere bijstand, ook als ze hun energiekosten niet kunnen betalen. Hij vraagt of de wethouder informatie kan geven over het aantal studenten dat tot op heden een beroep heeft gedaan op deze individuele bijzondere bijstand. Het lid VAN LAAKE vraagt hoe het contact van de D66-fractie over dit onderwerp verloopt met de Tweede Kamer-fractie. Hoe kijkt men er daar tegenaan? Het lid WILLIAMS vindt het belangrijk dat er goede gesprekken gevoerd worden met het Rijk. D66 praat daarover ook met de fractie in de Tweede Kamer. Amsterdam moet kijken in hoeverre ze een rol kan spelen bij het oplossen van deze zeer moeilijke kwestie. Het lid YEMANE vraagt of de wethouder nog in gesprek is met het Rijk en DUO. Kan DUO nog iets in de uitvoering gaan doen? Straks moet een nieuw besluit genomen worden. Kan de wethouder al iets vertellen over het toekomstige collegebesluit? Er zal maatwerk geleverd moeten worden voor alle groepen die moeite hebben om de kosten te betalen. Je moet oppassen met het vergelijken van groepen met de minima of mensen met een bijstandsuitkering. Er worden voor de mensen die daarin leven echt heel andere regels gehanteerd.

Soms is het mensonterend hoe de regels zijn opgezet. Je mag niet zelf bepalen waaraan je je geld uitgeeft of wat voor werk je aanneemt. Je mag dus niet te makkelijk die vergelijking maken; het is echt wel een andere groep. Het lid DIDDEREN sluit zich aan bij het betoog van het lid Van Laake. De wethouder moet roeien met de riemen die ze heeft. Het budget moet uit Den Haag komen. Toch mag niet voor een ongelijke behandeling van studenten gegaan worden. Er zijn studentenhuishoudens waar men wel zelf een energiecontract heeft, maar de rekening staat dan vaak op naam van één van de huisgenoten. Die maakt dan aanspraak, terwijl de anderen in de kou blijven zitten. Ze zouden de toeslag kunnen delen, maar als de huisgenoot met het energiecontract teveel verdient en de anderen amper kunnen rondkomen, kan niemand aanspraak maken op de toeslag. Zij snapt dat je niet het hele huishouden van energietoeslag hoeft te voorzien, omdat die dan hoger kan uitvallen dan de gehele energierekening. Weet de wethouder een oplossing? Wethouder MOORMAN is niet blij met de huidige situatie. De VNG heeft wat dat betreft een duidelijk signaal afgegeven. De uitvoering van de energietoeslag staat feitelijk haaks op de rol van de gemeenten. Dit legt ook een enorm beslag op de uitvoering van de gemeente. Sommige mensen, die in armoede leven met allerlei andere regelingen, moeten daarom langer wachten.

Uiteraard zal de gerechtelijke uitspraak gevolgd worden.

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 29 maart 2023

Daarin staat dat deze student opnieuw beoordeeld moet worden, en dat de onderliggende beleidslijn buiten werking moet worden gesteld. Er is dus überhaupt een andere beleidslijn nodig voor de overblijvende beroeps- en bezwaarzaken, voor de beoordeling van deze student en voor de nog liggende aanvragen. Op dit moment is er eigenlijk geen beleidslijn. Dat is de reden dat nu deze groep gedaan wordt. De gemeente is nog steeds met het Rijk en andere gemeenten in gesprek over de vraag hoe dit moet worden gedaan. Als de hele groep van 45.000 studenten moet worden beoordeeld, heeft dat een enorme impact op de gemeentelijke capaciteit, en daarmee op andere minimahuishoudens in Amsterdam. Die komen dan ook in de knel. Verder is 45.000 maal een uitkering van 1800 euro een aanzienlijk bedrag voor Amsterdam. Het is inderdaad niet eerlijk dat iemand die in beroep is geweest, waartoe niet aangespoord werd, een voordeel heeft boven iemand die dat niet heeft gedaan. Zij vindt daarom dat een andere oplossing gezocht moet worden. Het lid WILLIAMS merkt op dat het Rijk 35 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld voor energietoeslag aan Nederlandse studenten. 4 miljoen euro daarvan was beschikbaar voor Amsterdamse studenten. Hij vraagt of die middelen nog beschikbaar zijn.

Worden ze ook echt uitgekeerd aan de Amsterdamse studenten? Zo niet, waarom niet? En indien wel, op welke wijze gaat dat gebeuren? Wethouder MOORMAN antwoordt dat deze middelen nu zeer van pas komen voor de 1500 bezwaar- en beroepszaken, naast de 1100 nog af te handelen aanvragen. Het gaat nu ook via de IBB. Maar het bedrag van 4 miljoen euro volstaat niet. Het lid DE JONG vraagt of het geld van het Rijk wordt besteed om te procederen tegen Amsterdamse burgers. Begrijpt hij dat goed? Wethouder MOORMAN antwoordt dat hij dat niet goed begrijpt. Er was een rechtszaak van een Amsterdammer tegen de gemeente. Die werd door de student in kwestie gewonnen. Op basis daarvan moeten de gemeente de bezwaar- en beroepszaken die er nog liggen op basis van een andere beleidslijn beoordeeld worden. Het geld wordt dus niet gebruikt om zelf te gaan procederen. Het lid WILLIAMS herinnert eraan dat Amsterdam 10 miljoen heeft gekregen voor het uitkeren van een eenmalige energietoeslag aan minimahuishoudens. Hij vraagt hoeveel daarvan nu uitgekeerd is. Worden de restanten van dat geld ingezet om Amsterdamse studenten tegemoet te komen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat er een tekort is van 3,5 miljoen euro. De minister heeft aangegeven dat ze alle gemeenten zou compenseren.

Eerder gaf ze aan dat ze het eigenlijk niet goed vond dat Amsterdam een vermogenstoets gebruikte, terwijl eerder was aangegeven dat Amsterdam juist de eigen minimabeleidslijn moest volgen, waarvan een vermogenstoets onderdeel uitmaakt. Vervolgens is de vermogenstoets er afgehaald, en nu is er een tekort. En dan wordt verwezen naar macrobudget. Dit jaar is besloten dat het naar 130% gaat. Het is dus echt nog spannend. Zij antwoordt het lid Van Laake verder dat zij niet de pleitnota van de advocaat heeft geschreven. Niet vergeten mag worden dat de situatie van studenten echt heel anders is dan van de meeste minimahuishoudens. Veel studenten delen hun energiecontract, hun voorzieningen, en daarbij komt dat de gemiddelde omvang van een studentenkamer 17 m2 bedraagt. Van andere minimahuishoudens kom je gauw op 85 m2. Niet alle studenten behoren daarom tot de minimagroep, ook al is hun inkomen laag. Het lid VAN LAAKE begrijpt dat. Toch vindt zij het niet juist als aangedragen wordt dat studenten een beroep kunnen doen op hun ouders, of dat ze meer kunnen lenen of werken. Daaruit blijkt weinig compassie. Wethouder MOORMAN blijft erbij dat er echt een verschil bestaat tussen studentenhuishoudens en minimahuishoudens. In ieder geval moet je ervoor waken alle studenten op een hoop te gooien. Er zijn grote verschillen. Zeker zijn er studenten die het

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 29 maart 2023

financieel heel zwaar hebben. Zij wil voorkomen dat straks de groep minimahuishoudens de dupe wordt van het helpen van de groep studenten. Na de gerechtelijke uitspraak is het zoeken naar een manier waarop het hanteerbaar blijft, en dicht bij de bedoeling om diegenen te helpen die echt een groot financieel probleem hebben. Het eigen energiecontract is dan een middel. Je kunt in een huishouden waar achttien studenten samen een energiecontract delen, ze niet alle achttien 1800 euro uitkeren. Het geld moet terechtkomen bij mensen die het het hardste nodig hebben. Ook zij vindt het niet rechtvaardig dat alleen de studenten die in bezwaar zijn gegaan in aanmerking komen. Er moet een oplossing gevonden worden voor de gehele groep studenten. Iedereen die kan aantonen niet uit te komen met zijn inkomen en zijn uitgaven, kan bij de IBB terecht. Dan wordt niet geregistreerd of diegene wel of niet student is. Toch heeft de rechter geoordeeld dat de route naar de IBB geen reden is om te zeggen dat studenten geen recht hebben op de energietoeslag. De gemeente is geen winstgevend bedrijf. De begroting is sluitend. Als de gemeente gedwongen wordt om dit geld hieraan uit te geven, dan zal het binnen de eigen begroting ergens anders vandaan moeten komen. Het lid WILLIAMS vat samen dat er 3,5 miljoen euro tekort is als de studenten betaald worden.

Klopt dat? Wethouder MOORMAN antwoordt ontkennend. Op de energietoeslag, zoals die vorig jaar is uitgekeerd, dus niet aan studenten, is ongeveer een tekort van 3,5 miljoen euro opgetreden. Daarnaast kwam nog een extra uitkering, bedoeld voor de IBB. Die is daarvoor ook gebruikt. Daar zal een overschot inzitten, ook omdat die route niet door iedere student zal worden gevonden. Een deel van dat overblijvende geld kan gebruikt worden voor het afhandelen van de bezwaar- en beroepszaken en niet afgehandelde aanvragen. De verwachting is dat dat geld daarmee volledig op zal zijn, of dat er zelfs een tekort ontstaat. Het lid WILLIAMS vraagt of het geld uit het eigen steunfondspotje van 10 miljoen euro gehaald kan worden. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er geen geld over is. Dat zal blijken uit de jaarrekening. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp geagendeerd wordt voor een middellange behandeling in de raadsvergadering van 10-11 mei. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 12.04 uur.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12603188/2