CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag 19-04-2023

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 31 mei 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 19 april 202319.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wat gaan het college, de raad, en de ambtelijke top anders doen om al deze mooie plannen in betere rapporten te doen landen dan de ombudsman nu over de gemeente schrijft? Het lid MOLEMA vindt het schokkend dat 55% van de professionals en 80% van de buurtteammedewerkers de toeslagenaffaire en bijbehorende ellende voor de slachtoffers zagen aankomen, maar niet konden ingrijpen. Het is noodzakelijk dat uitvoerende professionals weten waar, hoe en bij wie ze terechtkunnen als ze hardvochtigheden in wet- en regelgeving signaleren. Ook is van belang dat alle partijen de noodzakelijke inspanningen kunnen verrichten om ervoor te zorgen dat dergelijke signalen in een zo vroeg mogelijk stadium worden opgepakt, zodat misstanden zoals de toeslagenaffaire in de toekomst kunnen worden voorkomen. De aanbevelingen die voortkomen uit het onderzoek bieden daartoe goede aanzetten. JA21 is blij dat het college opvolging wil geven aan het onderzoek binnen de verschillende bestaande programma’s. Het college werkt sinds februari 2019 aan de invoering van de Amsterdamse maatwerk methode. De aanbevelingen uit het onderzoek zijn voor het college aanleiding om onverminderd op deze methode in te zetten en de invoering en werking periodiek te evalueren.

Zij vraagt of al duidelijk of deze methode knelpunten aan het licht heeft gebracht en of hij daadwerkelijk heeft bijgedragen aan het oplossen van structurele problemen. Welke resultaten zijn er tot nu toe? Wanneer krijgt de commissie een update over de bevindingen? Wat is de frequentie van de periodieke evaluatie? Een van de aanbevelingen is om voor duidelijke schriftelijke opschaal- of escalatieroutes te zorgen. Hoe en wanneer wil de wethouder zorg dragen voor het inzichtelijk maken van deze routes? Is er een mogelijkheid voor een informatiesite voor medewerkers over wie waar terechtkan bij signaleringen van hardvochtigheden?

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

Het is goed dat er veel aandacht is voor de menselijke maat in procedures, maar hoe borgt men dat er bij de toepassing van de menselijke maat voldoende oog is voor het willekeurbeginsel? Je moet natuurlijk voorkomen dat toepassing van de menselijke maat afhankelijk wordt van bij welke medewerker een dossier terechtkomt. Verwacht de wethouder dat alle verbeterprocessen in verband met de menselijke maat effect hebben op de capaciteit van de medewerkers? En heeft de wethouder in haar gesprekken met het Rijk periodiek aandacht voor het adresseren van signaleringen van hardvochtigheden? Het lid MANGAL mist maatregelen om hardvochtig beleid vanuit Den Haag te mitigeren, in plaats van hardvochtigheid over te nemen en de effecten ervan door te geleiden naar de ombudsman. Ook mist hij aandacht voor het luisteren naar gedupeerde Amsterdammers. Knellende mechanismes en institutioneel racisme zijn nauw met elkaar verbonden. Ze verwijzen naar structuren en systemen die bepaalde groepen benadelen en discrimineren. Knellende mechanismes kunnen voorkomen in verschillende contexten en kunnen bijdragen aan ongelijkheid, uitsluiting, of beperking in verschillende aspecten van het leven. Knellende mechanismes binnen de gemeente Amsterdam kunnen betrekking hebben op structuren, beleid, of praktijken die nadelige gevolgen hebben voor Amsterdammers.

Deze mechanismes kunnen onbedoelde gevolgen hebben, of het gevolg zijn van ondoordacht beleid. Deze mechanismes zijn te vinden bij het Marktbureau en bij parkeerdiensten, en niet alleen binnen het sociaal domein. Nog steeds wordt een deel van de Amsterdammers bewust en onbewust uitgesloten. Voorbeelden van die mechanismes in het sociaal domein zijn regulering en democratie, overmatige regelgeving in bureaucratische processen die innovatie, ondernemerschap en burgerparticipatie belemmeren. Nog te veel Amsterdammers met prachtige initiatieven en mooie resultaten haken af vanwege de bureaucratie. Ambtenaren vinden een papieren realiteit belangrijker dan de geboekte resultaten. Dan is er de sociale uitsluiting. Beleid en praktijk die bepaalde groepen in de samenleving benadelen, leiden tot sociale uitsluiting en ongelijkheid. Er is nog steeds een grote groep Amsterdammers die met sociale uitsluiting en ongelijkheid te maken heeft. Daarbij kan gedacht worden aan kwetsbare jongvolwassenen waarvoor te weinig ondersteuning is. Dat is zorgwekkend, want een deel van die groep glijdt af naar criminaliteit. Verder zijn er de financiële belemmeringen, beperkingen op toegang tot financiële middelen of diensten. Dat kan de economische groei en ontwikkeling van Amsterdammers belemmeren.

Iedereen wordt geconfronteerd met snelle technologische ontwikkelingen, terwijl nog teveel Amsterdammers laaggeletterd en/of digibeet zijn. Die worden beperkt als het gaat om bijvoorbeeld armoederegelingen. Hoe zorgt het college ervoor dat deze groep niet achterblijft en beperkt wordt in een oerwoud van voorzieningen en regelingen? Dan moet er aandacht zijn voor onderwijs en arbeidsmarkt. Ongelijkheden in onderwijs en arbeidskansen leiden tot sociale en economische verschillen. Nog steeds hebben teveel Amsterdamse kinderen te maken met onderadvisering. Jongeren in de buitenwijken hebben nog steeds moeite bij het vinden van een baan op hun niveau. De eigen gemeentelijke organisatie is nog steeds geen afspiegeling van de Amsterdamse samenleving. Er is nog te weinig diversiteit en inclusie bij functies in de hogere salarisschalen. Hoe staat het met de uitvoering van de motie van zijn fractie in de vorige periode? Om de knellende mechanismes aan te pakken is het belangrijk om effectieve beleidsmaatregelen te ontwikkelen die gericht zijn op het verminderen van ongelijkheid en het stimuleren van diversiteit en inclusie. Knellende mechanismes verwijzen naar de manier waarop institutionele structuren en systemen kunnen leiden tot ongelijkheid en discriminatie. Dat kan door formele regels, maar ook door culturele normen. Knellende mechanismes kunnen onbedoeld of opzettelijk zijn.

Helaas komt opzet te vaak voor. Groepen mensen worden benadeeld en gediscrimineerd. Een personeelscursus is dan niet voldoende.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

Er moet een grondige cultuurverandering plaatsvinden. Is het college het daarmee eens? Hoe moet die cultuurverandering er dan uitzien? Kunnen ambtenaren en subsidiepartners binnen het sociaal domein patronen van knellende mechanismes en institutioneel racisme in vrijheid aankaarten? Bij wie kan dat? Het lid BONS zag dat er een afstand wordt gecreëerd door het woordgebruik. Het is belangrijk om die knellende mechanismes te benoemen. Dat zijn kloven in de samenleving door afkomst of ras, verschil in gender, en klassenverschil op grond van inkomensongelijkheid. Mensen hebben op die manier soms weinig voeling met mensen die veel minder verdienen. Het is belangrijk om die gelijkwaardigheid in de stad na te streven. Zijn fractie denkt over een motie in dit verband. Het lid ABDI voert het woord namens haar collega Bouhassani. Ze vertelt over een filmpje met een slachtoffer van de toeslagenaffaire. De betrokkene vertelde wat dat met haar en haar gezin heeft gedaan. Ze vond het heel moeilijk om erover te praten met iemand. Ze heeft zich heel eenzaam gevoeld. Op school ging het plotseling slechter, en probleem werd op probleem gestapeld. Zij is blij met dit rapport, maar het trauma dat gezinnen en kinderen is aangedaan door toedoen van de overheid mag niet vergeten worden. Het kan eigenlijk ook niet echt vergeven worden, als je ziet hoe lang dit al speelt.

Zij sluit zich aan bij de woorden van het lid Yemane over de impact die dit heeft gehad op medewerkers en hulpverleners. Ze kregen signalen, trokken aan de bel, maar wisten niet wat ermee konden doen. Gelukkig is het college voortvarend aan de slag gegaan met een aantal cruciale aanbevelingen. Het belangrijkste is dat medewerkers de ruimte gegeven moet worden. Als er signalen komen, moeten ze sneller kunnen escaleren. Er zit al veel druk op de eigen medewerkers van de gemeente en hulpverleners in de stad. Ook de buurtteams worden in dat verband genoemd. Zij sluit zich aan bij de vraag van de leden Williams en Yemane over de wijze waarop de buurtteams meer ondersteund kunnen worden. Het is ook belangrijk om de meest kwetsbare mensen te helpen en te begeleiden in het traject dat helaas nog veel te lang gaat duren. Zij vraagt de wethouder daarover iets te zeggen. Inmiddels is veel meer bekend wie de ouders en gedupeerden waren. Het waren overwegend mensen met een Surinaamse of Caribische achtergrond. Die zijn het hardst getroffen. Daarnaast zijn alleenstaande ouders, of ouders in de bijstand die op weg waren naar werk die daarom kindertoeslagen aanvroegen hard geraakt. Met name in Zuidoost is er enorme behoefte aan maatwerk en focus.

Hoe denkt het college die ouders zo goed mogelijk te helpen? Het is heel moeilijk erover te praten als je in de problemen zit, met het wantrouwen en de ongewisheid over de stappen die je moet zetten. Medewerkers moeten beter signaleren, maar mensen moeten ook het gevoel hebben dat ze erover kunnen praten. Daarbij moeten ze geholpen worden, zodat ze de overheid weer leren vertrouwen. Wethouder MOORMAN merkt op dat dit onderzoek gedaan is op initiatief van het college. Het is ondersteund en bevestigd door een motie van de raad. Sommigen vroegen zich af of de gemeente, die toch niet de oorzaak is van de problemen, dit dan toch moest doen. Dat is niet de juiste houding. De gemeente is niet de oorzaak, maar moet er wel van leren. Met het doen van dit onderzoek laat de gemeente zien dat ze een lerende organisatie wil en moet zijn. Ook de raad geeft aan dat hij dat belangrijk vindt. Het toeslagenschandaal is het gevolg van bijzonder strenge regelgeving die voortkwam uit opdrachten van de Tweede Kamer. Er bestaat de neiging alles te willen dichtregelen. Als ook maar één iemand misbruik maakt van een bepaalde regeling, grijpt men naar zeer hardvochtige regels waarvan heel veel andere mensen de dupe zijn. De politiek moet dus steeds beseffen wat het gevoerde beleid betekent voor de levens van mensen. Dat startpunt mag niet uit het oog verloren worden.

Eigenlijk is niemand in de politiek hierbij onschuldig. Zij waardeerde de inleiding van het lid Alberts. Ook zij dacht na lezing: wat gaan we dan precies doen? Wat moet geregeld worden? Maar misschien gaat het hierbij wel om iets zachters en vagers. Het gaat hier om een cultuurverandering, om luisteren naar de mensen die aankloppen. Niet alleen de slachtoffers, maar ook de medewerkers. In dit

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

onderzoek constateert men dat het voor medewerkers niet zo makkelijk was. Ze constateerden dingen, maar wat ze daarmee deden hing af van hoe ze zelf keken naar het overheidshandelen. Ze hadden bijvoorbeeld vertrouwen in de Belastingdienst en dachten dat dat het wel niet zou zijn. Maar een klein deel van de medewerkers die signalen kregen heeft aangeklopt. Maar als ze dat dan deden, werd dat niet altijd serieus genomen. Het lid Alberts is bang dat het gaat neerkomen op trainingen en cursussen, maar toch is dat noodzakelijk. Inderdaad zou iedere leidinggevende moeten kunnen coachen, maar de praktijk is toch anders. Het zit hem dus wel degelijk in cultuurverandering. Zij denkt dat het uitwisselen van informatie in trainingen en cursussen kan helpen. Medewerkers lopen soms vast in ingewikkelde casuïstiek, en denken dan dat ze niks kunnen doen of mogen doen. Maar als je doorvraagt, blijkt het dat ze gewoon niet weten hoe ze het moeten aanpakken. En dan speelt de vraag of ze er tijd voor hebben, of ze zich gesteund voelen door hun leidinggevenden als ze eventjes buiten de regels treden. Op dat soort punten moeten de medewerkers gesteund worden. Het lid WILLIAMS vraagt of het behalve een cultuur-, ook een kennisverandering is. Wethouder MOORMAN antwoordt bevestigend. Uit het onderzoek blijkt dat de juridische kennis niet altijd op orde is.

De buurtteammedewerkers worden getraind in de Amsterdamse maatwerkmethode. Een onderdeel daarvan is het bijspijkeren van de juridische kennis. Tegelijkertijd is de burgemeester bezig met de juridische functie binnen de gemeente. Er is een te grote mate van juridificering binnen de gemeente waardoor het allemaal extra complex wordt gemaakt. Het lid MOLEMA vraagt of de wethouder bedoelt te zeggen dat medewerkers zich niet altijd aan de wet hoeven te houden. Moeten ze buiten de regels kunnen treden? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de regels vaak meer ruimte bieden dan de medewerkers mogelijk achten. De medewerkers interpreteren de regels vaak veel strakker dan ze in werkelijkheid zijn. Met de Amsterdamse maatwerkmethode kan bijvoorbeeld met een doorbraakteam in een heel complexe situatie resultaat geboekt worden. De vorige ombudsman wees er vaak op dat je niet iedereen altijd op dezelfde manier kunt behandelen. Mensen verschillen in hun situatie. Wat werkt voor een groot deel van de mensen hoeft nog niet te werken voor een klein deel van de mensen. En daar moet je de balans vinden tussen generiek en maatwerk. Alles maatwerk kan niet, en alles generiek kan niet. Dat laatste blijkt ook uit het toeslagenschandaal. De overheid moet flexibel zijn, met generiek waar het kan, en maatwerk waar dat moet.

Dat is niet het overtreden van regels, maar het redeneren vanuit wat mensen nodig hebben. Het lid MANGAL hoorde de wethouder zeggen dat mensen zich als ambtenaar bekneld voelen. Ze hebben het gevoel dat niets kan. Maar dat ligt dan toch in de cultuur waarin ze werken? Heb je daarvoor een cursus nodig? Of moet je daarvoor echt de cultuur veranderen? Wethouder MOORMAN merkt op dat de vraag is hoe je cultuur verandert. Je moet erover spreken, mensen de ruimte geven en niet alleen laten staan. Dat zorgt voor een cultuurverandering. Die zit niet in een beleidsnotitie en kan niet in een dag veranderd worden. Cultuur zit diep verankerd in mensen, dus moet je er heel intensief mee aan de slag gaan. Ook als het gaat over discriminatie en racisme worden cursussen gegeven, want daarmee worden mensen de ogen geopend. Het lid MANGAL wijst erop dat behalve een cursus, ook de diversiteit van het personeel kan helpen om de cultuur te veranderen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de gemeente daarmee om die reden bezig is.

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

Zij antwoordt het lid Alberts verder dat zij het eens is dat ook het college hierin een open houding moet hebben. Met een wethouder extra kunnen wethouders ook de stad ingaan om met mensen te spreken. Dat gebeurt dan ook veelvuldig. Zij hoort regelmatig schrijnende verhalen, laatst nog in een anderhalf uur durend gesprek op een spreekuur in Oost. De beleidsambtenaren gaan dan altijd mee om de casuïstiek van dat moment op te lossen, maar ook om daarvan te leren. Zij denkt dat vaker naar casuïstiek gekeken mag worden. Soms gaat het om uitzonderlijke situaties, maar soms ook om dingen die niet goed gaan in het systeem. Zij zal zorgen voor een goede rapportage over de opvolging van alles wat hier aangegeven is. De burgemeester komt met een update over de juridische functie. In de voortgangsrapportage zal ingegaan worden op de sessies, en wat die opleveren. Het lid WILLIAMS neemt aan dat in die voortgangsrapportage ook de actie opgenomen wordt, dus hoe het vervolg hierop is. Wethouder MOORMAN antwoordt dat inderdaad vanuit de aanbevelingen uit het rapport ingegaan zal worden op de stappen die genomen moeten worden. Dit is wel iets voor de lange adem. Een cultuuromslag betekent dat mensen die soms al decennia lang dingen op een bepaalde manier deden, dat nu op een andere manier moeten doen. Er zullen soms dingen niet goed gaan, en dan mag je niet in paniek raken.

Je moet je realiseren dat je onderweg bent, nog niet aangekomen waar je wilt zijn. Zij antwoordt het lid Williams verder dat zij voorzichtig wil zijn met het betrekken van gedupeerde ouders bij de sessies. Er zijn al heel veel gesprekken geweest met gedupeerde ouders. Zijzelf heeft er bijna veertig gesproken. Wat nu gedaan moet worden is vooral organisatorisch van aard. Ze wil de gedupeerde ouders ook niet overvragen. Het lid WILLIAMS noemde de gedupeerde ouders omdat in dit onderzoek het toeslagenschandaal centraal stond. Maar het is meer omvattend. Bij een verandering van de cultuur, van het systeem en de kennis daarin, is het altijd goed om te kijken naar de cliëntkant van zaken. Dat kunnen ook ouders zijn die met andere klemmende mechanismes zitten. Hij vraagt nogmaals of die ouders betrokken kunnen worden. Wethouder MOORMAN blijft bij haar standpunt. Het is wel de vraag hoe je met al die mensen omgaat. Op dit moment zijn er 27 ervaringsdeskundigen in dienst bij de buurtteams om vanuit dat perspectief te kijken. Verder zijn er steungroepen, ook gefaciliteerd door de gemeente, maar opgezet door gedupeerde ouders. Er werkt ook een aantal gedupeerde ouders in dit proces. Zij antwoordt het lid Yemane dat de ombudsman in Amsterdam een tweedelijnsfunctie is.

Amsterdam wil een heel goede klachtenafhandeling hebben bij de gemeente, waarbij altijd een escalatiemogelijkheid bestaat richting de ombudsman. De gemeente leert er dan zelf van, maar omdat het niet altijd goed gaat is de ombudsfunctie heel belangrijk. De ombudsman wordt in Amsterdam financieel behoorlijk ondersteund, meer dan in Rotterdam. Overigens is er nog een klein geoormerkt budget voor de ombudsman vanuit de POK-middelen. Daarbij lijkt financieel in de afhandeling iets niet goed gegaan te zijn. Dat zal beter moeten. Het lid YEMANE vraagt of dat laatste betekent dat er wellicht nog middelen naar de ombudsman gaan. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er een financiële fout blijkt te zijn geslopen in de afhandeling. Dat geld zal meteen richting de ombudsman moeten gaan. Belangrijk is dat beleidsmakers, projectleiders en medewerkers zo goed mogelijk met elkaar in contact zijn. Er moet aansluiting zijn bij de uitvoering. Ook de aansluiting met informele organisaties is belangrijk. Het is belangrijk te leren van een organisatie zoals de NoordAs. En dat moet zo goed mogelijk meegenomen worden in het beleid dat gemaakt wordt. Die belangrijke functie van de informele organisaties geldt voor veel vraagstukken in het volledige sociaal domein. Informele organisaties krijgen soms eerder signalen binnen dan de formele.

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

Zij heeft het al gehad over ervaringsdeskundigheid. Er zijn 28 ervaringsdeskundigen werkzaam bij de buurtteams. Er is een opleidingstraject voor hen. Verder zijn er steungroepen, ook voor gedupeerde collega’s. Er is veel contact met Number 90, en ook met de moederorganisatie Number 5. Onderzocht wordt hoe dat ook in Amsterdam een plek zou kunnen krijgen. De vraagt wat jezelf kan doen is terecht. Zij raadt aan veel op werkbezoek te gaan en de ervaringen door te geven. Op die manier kan de gemeente haar eigen uitvoering verbeteren. Zij is het eens met de oproep om te luisteren naar de burger. Die moet centraal staan in het beleid. Zij is het eens met het lid Hoogtanders. De raad is het hoogste orgaan. Zij antwoordt het lid Molema dat zij vorig jaar een rapportage heeft gestuurd over hoe omgegaan wordt met maatwerk, en welke knelpunten men daarbij tegenkwam. In de voortgangsrapportage aan de hand van dit onderzoek zal ook de verdere voortgang van het maatwerk worden betrokken. Voor klachtenafhandeling is de eerste lijn de gemeente en de tweede de ombudsman. Over het willekeurbeginsel is al gesproken. Er wordt zeker heel veel met het Rijk over gesproken. Het toeslagenschandaal is zeker niet het enige waar mensen in de knel van zijn gekomen. Het lid MOLEMA denkt dat de gesprekken met het Rijk heel erg belangrijk zijn.

Zij vraagt of bij die gesprekken lijsten zijn met signalen die in de gemeente verzameld zijn. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er een Lobbyagenda is en die is heel duidelijk. Het college meende dit onderzoek te moeten doen, omdat bij wetgeving eerder al door de gemeente gesignaleerd is dat die heel grote problemen oplevert die ermee in de knel komen. Meerdere malen heeft de gemeente al op voorhand aangegeven dat een wet tot grote problemen zou leiden. Voorbeelden zijn de kostendelersnorm en de kwijtscheldingsnorm. Op dat soort regels wordt door de gemeente gelobbyd. Op de een of andere manier lijkt deze niet opgevallen te zijn bij de gemeenten, en daarom vond het college het noodzakelijk er toch eens naar te kijken. Zij antwoordt het lid Mangal dat ze het in grote lijnen eens was met zijn betoog. De motie waarover hij het had ligt niet in deze commissie, maar in de commissie P&O. Zij zal wethouder Van Buren vragen hoe het ermee staat. Zij antwoordt het lid Abdi dat zij het filmpje heeft gezien. Het was ontroerend en brengt duidelijk in beeld wat het in de verschillende gezinnen betekent. Het gaat bij het toeslagenschandaal natuurlijk altijd om kinderen. Het is heel belangrijk dat je, wil je voorkomen dat mensen in de knel komen, professionals de ruimte geeft om te doen wat goed is. Soms betekent het dat iets ergens niet goed gaat. Je moet daarvan niet in een kramp schieten.

Het lid YEMANE vraagt iets te zeggen over een werkwijze om de kloof tussen beleid en uitvoering te verkleinen. Zij denkt zelf aan een eigen caseload voor beleidsmakers of leidinggevenden om te kijken of het gevoerde beleid aansluit op de behoefte van de burgers. Wethouder MOORMAN vindt dat een heel belangrijk punt. Het is een idee om als beleidsmaker af en toe vier uur mee te lopen bij de uitvoering. Zoiets gebeurt soms ook, maar met inachtneming van wat de mensen die worden geholpen prettig vinden. Ze vinden zoiets dus niet altijd prettig. Ook belangrijk is het dat er interprofessioneel overleg plaatsvindt, waarvoor ook tijd en ruimte gegeven moet worden. Zijzelf kijkt meer naar de workload dan naar de caseload, omdat sommige gevallen ingewikkelder zijn dan andere. Mensen moeten in hun werk nog ruimte en tijd hebben om te reflecteren op wat ze doen. Albert Jan Kruiter heeft in dat verband goede dingen gezegd. Vaak zeggen medewerkers dat iets niet kan of mag, terwijl ze er in werkelijkheid geen tijd voor hadden. En dat moet voorkomen worden. Het lid ABDI merkt op dat inmiddels heel wat bekend is over de mensen die getroffen zijn. Zo wonen in stadsdeel Zuidoost heel wat ouders en kinderen die hiermee te

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

maken hebben. Het gaat dus niet alleen om maatwerk, maar ook om focus om deze mensen extra goed te begeleiden. Wethouder MOORMAN is het daarmee eens. De gedupeerden zijn niet willekeurig over de stad verdeeld en dat maakt het nog schrijnender. De middelen wordt zo over de buurtteams en de professionals dat de meeste middelen beschikbaar zijn voor de plekken waar de meeste slachtoffers en problemen zijn. Er gaat dus meer geld naar Zuidoost. Het lid YEMANE is het eens dat het ook om de workload gaat, maar het is voor beleidswerkers en ambtenaren toch enorm waardevol als ze vanuit de uitvoering signalen meekrijgen. Elke week samen op kantoor zitten zou ook de samenwerking tussen ambtenaren en de mensen in de uitvoering op een organische manier versterken. Wethouder MOORMAN is het eens dat er een kloof bestaat. Dat betekent dat de mensen van de werkvloer en degenen die aansturen daarvan zo goed mogelijk doordrongen moeten worden. Daarvoor zijn cursussen nodig, maar ook voortdurend contact. Er zijn daarom ook meerdere werkgroepen waarin de beleidsmedewerkers, de buurtteammedewerkers en de leidinggevenden het gesprek voeren. Er zijn wat dat betreft al behoorlijk wat stappen gezet. Zij is het eens dat er een natuurlijke neiging bestaat om dat soort overleg weg te drukken, omdat de waan van de dag gaat overheersen. En toch is het belangrijk om dat overleg in stand te houden.

Het lid YEMANE ziet nog een verschil tussen het uitwisselen van ervaringen van beide kanten, en zelf iemand een caseload laten ervaren. Wethouder MOORMAN stelt voor om hierover buiten de vergadering verder van gedachte te wisselen. Tweede termijn Het lid YEMANE denkt dat het ook gaat om het herkennen van een patroon. Amsterdam speelt daarbij een belangrijke rol in de lobby richting het Rijk. In het onderzoek worden belangrijke knelpunten beschreven zoals de zoekperiode voor een jongerenuitkering. In Utrecht is die wachttijd geschrapt. Kan dat ook in Amsterdam, zodat jongeren die een uitkering aanvragen niet hoeven te beginnen met schulden? Verder zijn er in het onderzoek bijna 300 professionals geïnterviewd, tegenover slechts 5 gedupeerden. Zij mist in het onderzoek een link met jeugdzorg. Is er een reden waarom er bij het toeslagenschandaal niet is gekeken naar knellende mechanismes binnen de jeugdzorg? Het lid MANGAL vraagt bij wie hij de vraag over diversiteit bij de ambtenaren moet neerleggen. Het lid ALBERTS vroeg zich in eerste termijn af of er niet teveel gepraat ging worden, waarop de wethouder antwoordde dat dit toch ging gebeuren. En die inzet is goed. Een lerende organisatie zijn en maatwerk bieden zijn heel goed. Eigenlijk had het al lang zo moeten zijn. Vroeger was er maatschappelijk werk waarbij één iemand alles deed. Dat is nu helemaal verkokerd.

Toch wil zij, ook al is dit Amsterdam, een Rotterdams motto aanhalen. Geen woorden maar daden! De VOORZITTER vindt dat een gewaagde opmerking. Het lid ABDI wijst erop dat er bij de toeslagenaffaire veel uithuisplaatsingen hebben plaatsgevonden. Nog steeds lukt het niet om daar goed zicht op te krijgen. Is er inderdaad een relatie tussen uithuisplaatsingen en de toeslagenaffaire en zo ja, wat kan daaraan gedaan worden?

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Yemane dat er wettelijke mogelijkheden bestaan om af te wijken van de voorgeschreven zoekperiode voor jongeren. Dat kan via een kan-bepaling als de gemeente dat nodig acht. In Amsterdam wordt die mogelijkheid heel regelmatig toegepast. Zij volgt met interesse wat gebeurt in Utrecht, waar helemaal geen zoekperiode meer wordt gehanteerd. Toch kan de zoekperiode in sommige gevallen wel degelijk helpen, dus het is belangrijk daar zorgvuldig mee om te gaan. Het lid YEMANE merkt op dat dit pijnpunt genoemd werd in het onderzoek, als een knellend mechanisme. Wethouder MOORMAN begrijpt dat het lid Yemane hiernaar verwijst, want het kan inderdaad een knellend mechanisme zijn dat heel erg in de weg zit. Bekeken moet worden of de kan-bepaling vaak genoeg toegepast wordt. Medewerkers moeten natuurlijk wel van die mogelijkheid op de hoogte zijn. Over de koppeling met jeugdzorg is nagedacht toen het onderzoek werd gestart, maar op dat moment was jeugdzorg bezig met een eigen reflectieonderzoek. Het zijn daarom aparte trajecten geworden. Het is wel zaak de uitkomsten van de twee onderzoeken weer samen te brengen. Zij antwoordt het lid Alberts dat zij het Rotterdamse motto ‘Geen woorden maar daden!’ prachtig vindt. Zij snapt heel goed wat het lid Alberts bedoelt: het mag niet blijven bij een praatcircus. Zij verwijst het lid Mangal naar wethouder Van Buren.

Zij antwoordt het lid Abdi dat het inderdaad absoluut noodzakelijk is om alles goed met elkaar te verbinden. Dat is niet makkelijk door de verschillende wetten, juridische kaders en geldstromen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Het wordt op verzoek van het lid Yemane geagendeerd voor een middellange bespreking in de raad. Zij verzoekt het punt te agenderen voor de vergadering van 10 mei. Hij constateert dat de commissie hiermee akkoord gaat, in afwachting van wat het Presidium hierover beslist. Hij schorst de vergadering van 11.50-11.55 uur. Het lid Yemane neemt het voorzitterschap over van het lid Runderkamp. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Publieke Gezondheid en Preventie 6.

Beantwoording schriftelijke vragen van de leden Bentoumya, Van Pijpen, Van der Veen, Rooderkerk, Wehkamp en Lust inzake de ontwikkelingen rondom de pilot PrEP Nr. VN2023-011035 De VOORZITTER licht toe dat dit onderwerp geagendeerd is op verzoek van de leden Van Pijpen en Wehkamp. Het lid VAN PIJPEN is trots op het feit dat extra geld wordt geïnvesteerd in PrEP, maar teleurgesteld dat het Rijk de pilot niet uitbreidt, terwijl er toch zoveel mensen op de wachtlijst staan. Het is onbegrijpelijk dat in deze tijd waarin aan preventie zoveel belang wordt gehecht, een bewezen preventief middel niet volop beschikbaar wordt gesteld. Het ligt, zoals ook blijkt uit de beantwoording van de vragen, niet aan Amsterdam. Zij bedankt het college voor de antwoorden. Zij vraagt hoe het staat met de lobby naar Den Haag. De minister heeft een besluit genomen, maar bestaat er een mogelijkheid dat het nog wordt herzien? Verder vraagt zij hoe het wordt gefinancierd als huisartsen PrEP kunnen voorschrijven. Men zegt dat je naar de huisarts kan gaan, maar dan wordt het toch ook betaald? En als dat zo is, kan toch ook afgesproken worden met de verzekeraar dat de GGD op die manier kan

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

uitbreiden? Zij mist in de beantwoording iets over de rol van de verzekeraar. Wel staat in de beantwoording dat er geen contact wordt opgenomen met mensen die op de wachtlijst staan, omdat er geen perspectief zou zijn voor hen. Dat snapt zij, maar toch zou het met een toename van kwetsbaarheid toch verstandig zijn om dat af en toe wel te doen. Zij vraagt ten slotte of mensen in de pilot van de GGD niet op een gegeven moment overgedragen kunnen worden naar de huisartsen, zodat weer nieuwe mensen van de wachtlijst deel kunnen nemen aan de pilot. Het lid WEHKAMP merkt op dat PrEP een goed middel is om te bereiken dat in 2026 geen hiv-infecties meer zijn. Afgelopen jaar liet de Stichting HIV-monitoring met cijfers duidelijk het effect van PrEP zien. Helaas staan nog 3000 mensen op de wachtlijst, waarvan 2000 Amsterdammers. De raad riep in een breed gesteund amendement op om er meer in te investeren, zodat 220 mensen extra tot eind 2024 PrEP gegeven kan worden. Er kunnen nu extra mensen via de GGD geholpen worden, maar voldoende is het niet. Er staan nog 1780 mensen op de wachtlijst. Terwijl iedereen besmet kan worden met HIV, ongeacht zijn achtergrond, prioriteert de GGD bij de uitvoering van het amendement personen in kwetsbare omstandigheden. Kwetsbare mensen worden door de GGD eerder uitgenodigd dan andere personen.

Zij vraagt of de zorg nu inderdaad de meest kwetsbare mensen bereikt. En hoe wordt dat inzichtelijk gemaakt? Amsterdam is een barmhartige stad. In de aanpak HbH worden keukentafelgesprekken gevoerd om Amsterdammers die in staat zijn zelf de zorg in te kopen, in overweging te geven zelf de HbH te betalen. Op die manier wordt de wachtlijst verkort. Zij vraagt of het een optie is om Amsterdammers die PrEP-zorg willen en meer budget hebben, te vragen dit via de huisarts of privaat te regelen zolang de toegang tot PrEP-zorg in Nederland beperkt is. Zo kun je de wachtlijst wellicht inkorten. Afgaande op de cijfers, is het aantal hiv-infecties onder mensen met een nietNederlandse achtergrond het grootste. Daarom moet je ervoor zorgen dat de drempel voor bijvoorbeeld mensen uit Zuidoost of Nieuw-West zo laag mogelijk is. Zij vraagt of PrEP-zorg decentraler aanbieden kan helpen om de drempel te verlagen. Amsterdam wijst mensen op de wachtlijst op de mogelijkheid om het via de huisarts te regelen, maar niet alle huisartsen willen PrEP voorschrijven. Ze zien het soms niet als hun rol, en huisartsen zijn ook vaak overbelast. Tegelijkertijd zie je dat PrEP voor 7,50 euro per 30 pillen via de reguliere Amsterdamse apotheken verkocht wordt. Zij vraagt of Amsterdam in gesprek met zorgverzekeraars wil gaan over een betere bijdrage aan PrEP-zorg in Amsterdam.

Welke mogelijkheden ziet de wethouder om samen te werken met private SOA-poli’s of andere partijen om meer toegang tot PrEP te vinden? Wil Amsterdam in gesprek gaan met huisartsen die geen PrEP-zorg aanbieden, om hen te wijzen op de mogelijkheid door te verwijzen naar commerciële partijen? In de zomer neemt de minister een besluit over de wijze waarop PrEP vanaf 2024 geborgd wordt, via de GGD of huisarts, of allebei, en hoe de kosten worden vergoed. Zij vraagt hoe de wethouder de risico’s beoordeelt in de overgangsfase van het nieuwe beleid. Hoe bereid de gemeente zich daarop voor? Er komt een groot Fast-Track Cities congres aan in Amsterdam, een naam die refereert aan het commitment om tot nul hivinfecties te komen. Daarvoor resteren nog 2,5 jaar. Het lid RUNDERKAMP sluit zich aan bij het lid Van Pijpen, dat het onbegrijpelijk is dat de minister de pilot niet wil verbreden. Daardoor kan een bewezen effectief middel niet voor meer mensen beschikbaar worden gesteld. Het aantal hiv-infecties in Amsterdam bedraagt jaarlijks 66, maar dat is niet acceptabel. Het streven is nul in 2026. Hij kan zich goed vinden in de beantwoording van het college op de gestelde schriftelijke vragen. Hij vraagt hoe het staat met de ambitie om tot nul hiv-infecties in 2026 te komen.

Verder vraagt hij of de wethouder direct contact met de minister heeft over het nieuwe beleid dat nog voor de zomer zou komen. En is er contact met de huisartsen met betrekking tot het verstrekken van PrEP? Wat doet de gemeente aan het stigma rondom hiv-infecties?

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

Wethouder SCHOLTES merkt op dat er nog veel werk gedaan moet worden om de nul hiv-infecties in 2026 te halen. De cijfers van de wachtlijsten zijn bekend. Er is in de Tweede Kamer gesproken over uitbreiding van de pilot. Een motie met die strekking werd door slechts 37 Kamerleden gesteund. De lobby richt zich nu voornamelijk op het PrEP tot onderdeel te maken van de reguliere dienstverlening, bijvoorbeeld door het op te nemen in het basispakket. Daarover is een motie aangenomen. Hij zal zeker in Den Haag zijn om de lobby op dit punt te voeren. Hij antwoordt het lid Van Pijpen dat hij over de lobby al heeft gesproken. Bij de reguliere dienstverlening is het belangrijk dat die niet alleen via de huisartsen gaat, die al de handen vol hebben aan andere zaken, maar ook via de GGD. Die moet ook na de pilot in de zomer van 2024 een rol blijven spelen. Als huisartsen PrEP voorschrijven wordt dat op de normale manier gefinancierd. De medicatie zit nu niet in het zorgpakket, dus het is voor rekening van de mensen zelf. Ook voor de testen op soa’s en hiv moeten mensen eerst hun eigen risico opmaken. Al met al komen mensen dan uit op 500 euro per jaar aan kosten, bij dagelijks gebruik van PrEP. Onderzocht wordt of de GGD een rol kan krijgen zoals de huisartsen. Hij antwoordt de leden Wehkamp en Van Pijpen dat de pilot echt vol zit.

Voor de pilot zijn landelijk al doelgroepen vastgesteld, waaronder kwetsbare mensen. Binnen de GGD kijkt men nog naar manieren om de minst draagkrachtige personen een plek te geven. Als er een vrijkomt, krijgen die de plek. De GGD kijkt of het mogelijk is om in de pilot mensen met een grotere draagkracht te vragen of die bereid zijn hun plek weg te geven en naar de huisarts te gaan. Daarmee ben je wel afhankelijk van de medewerking van de huisartsen en degenen die in de pilot zitten. Je kunt niemand om deze reden dwingen de pilot te verlaten. Het wordt niet aangeraden om zelfstandig, zonder medische begeleiding PrEP te nemen. Verder zitten er geen mensen onterecht in de pilot. De GGD kan altijd kijken waar mensen naar de huisarts kunnen worden verwezen, maar daarmee wordt wel zorgvuldig omgegaan. Met de GGD heeft de gemeente een goedlopende organisatie die erop toegerust is, maar die gaat wel met huisartsen in overleg die bereid zijn om patiënten eventueel over te dragen. Vanuit de publieke gezondheid zou hij mensen die nu deelnemen aan de pilot en die willen overstappen, eerder naar de huisartsen verwijzen dan naar private partijen. Er komt inderdaad een groot congres van Fast-Track Cities. Hijzelf hoopt daarbij te zijn met de boodschap dat Amsterdam goed op weg is naar nul hiv-infecties in 2026. Er is nog wel veel werk te doen.

De brede toegankelijkheid van PrEP is erg belangrijk, waarvoor hij dan ook in Den Haag zal pleiten. Ook is een snellere opsporing van infecties wezenlijk, ook bij andere doelgroepen dan die van mannen die seks hebben met mannen. Het stigma van hiv-testen moet tegengegaan worden. Hij antwoordt het lid Runderkamp dat hij optimistisch is over het behalen van de doelstellingen, maar zover is het zeker nog niet. De dalende trend zie je ook in 2022, maar de cijfers over dit jaar worden pas aan het eind van het jaar bekend. Die moeten eerst afgewacht worden. Hij gaat graag in gesprek met de minister en Kamerleden. Ook wil hij graag praten met huisartsen over dit thema, maar die hebben het bijzonder druk. Niet alle huisartsen zijn bereid om dit erbij te nemen. Het afgelopen jaar is er met behulp van coalitiemiddelen een projectleider ter bestrijding van het stigma aangesteld. Voor de zomer ontvangt de commissie verslag van de activiteiten van deze projectleider. Het lid WEHKAMP verwees naar private organisaties, maar zonder de bedoeling om weg te gaan van de GGD. Sommige huisartsen kunnen of willen die zorg echter niet bieden. In dat geval zou het een idee kunnen zijn dat die huisarts doorverwijst naar private organisaties. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat hij het in overweging zal nemen, maar hij is bang dat de kosten dan nog veel hoger uit zullen vallen dan bij de huisarts.

Het lid VAN PIJPEN vraagt in verband met een eventueel verzoek tot agendering van dit onderwerp voor de raad, of er op redelijk afzienbare termijn een stand van zaken

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

verwacht mag worden als het gaat om die toekomst. Wat gaat de GGD doen en wat de reguliere zorg? Komt daar nog nadere informatie over? De VOORZITTER wijst erop dat de beantwoording van schriftelijke vragen niet geagendeerd kan worden voor de raad. Wethouder SCHOLTES merkt op dat hij afhankelijk is van de gang van zaken in Den Haag. Hij zegt toe over enige tijd een brief van de stand van zaken toe te sturen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 7.

Amsterdamse huisartsen steeds moeilijker bereikbaar of slechter toegankelijk. (nr. VN2023-011141) De VOORZITTER licht toe dat dit punt geagendeerd is op verzoek van de leden Hoogtanders en Wijmenga. Het lid HOOGTANDERS wijst op de belangrijke rol van huisartsen in het zorgstelsel. Helaas komen er signalen dat het aantal huisartsen in Amsterdam onder druk staat. Er is natuurlijk verloop en nieuwe huisartsen zijn steeds minder bereid om praktijken over te nemen vanwege de administratieve rompslomp die ermee gepaard gaat. Tegenwoordig willen huisartsen graag parttime werken. Ook speelt de slechte beschikbaarheid van betaalbare locaties in Amsterdam. Zij vraagt of de wethouder zicht heeft op het totaal aantal huisartsen in Amsterdam, de spreiding over de stad en waar de tekorten zijn. Heeft de wethouder inzicht in de behoefte aan huisartsen na 2040? Met die gegevens kan het betrokken worden bij Amsterdam Vitaal & Gezond. Welke rol heeft de wethouder bij het bevorderen van voldoende aanbod aan huisartsen? Welke instrumenten kan hij daarbij inzetten? Zij vraagt de raad te informeren in wat de wethouder doet om de huisartsenzorg op peil te houden. Het lid WIJMENGA sluit zich aan bij de vragen van de vorige spreker. Het is van groot belang dat iedere Amsterdammer toegang heeft tot goede huisartsenzorg.

Huisartsen zijn de eerste lijn in de gezondheidszorg en fungeren als poortwachter voor verdere zorg. Ze moeten daarom goed bereikbaar en beschikbaar zijn. Dat dreigt in gevaar te komen. Er zijn signalen dat huisartsen geen plek meer kunnen vinden om een praktijk te starten in de stad. Ruimtegebrek en personeelstekort houden elkaar in de greep. Dit wordt ook onderschreven door onderzoek van de Patiëntenfederatie Nederland. Die organisatie concludeert daaruit dat het in Amsterdam steeds moeilijker wordt om een huisarts te vinden. De bereikbaarheid neemt af; je moet lang wachten tot je een afspraak kan maken of je krijgt de huisarts niet aan de telefoon. Haar fractie maakt zich hierover zorgen en vraagt zich af wat de stand van zaken is qua tekort en ruimte voor huisartsen in de stad. Zij vraagt inzicht te geven in de tekorten in de stad en de wachtlijsten, en de zoektocht naar geschikte locaties en personeel. Het zorgaanbod is minder in bepaalde stadsdelen en bij nieuwbouw. Zij vraagt wat nu de stand van zaken is qua tekort en ruimte bij personeel huisartsen in Amsterdam. En wat gaat het tekort worden, met in het achterhoofd dat er heel veel nieuwe mensen in Amsterdam komen wonen? Wat kan de gemeente hierin bijdragen? Het lid RUNDERKAMP merkt op dat het onderzoek van de Patiëntenfederatie rept van een afgenomen toegankelijkheid tot huisartsenzorg.

Het komt voor in een op de drie gevallen in Nederland. Hij sluit zich aan bij de vragen van de leden Wijmenga en Hoogtanders, of er inzicht is hoe het ervoor staat met de toegankelijkheid in Amsterdam. En kan dat inzicht worden uitgesplitst per stadsdeel?

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

De verminderde toegankelijkheid tot huisartsenzorg geldt zowel de aanbod- als de vraagzijde. De huisartsen hebben een probleem bij het vinden van geschikte huisvesting voor hun praktijken. Het is enorm duur om een praktijk over te nemen. Hij vraagt of de gemeente beginnende huisartsen daarbij kan ondersteunen. En hoe zit het in Amsterdam met de zorg die een huisarts kan verlenen per fte? In hoeverre moeten huisartsen in Amsterdam voldoen aan allerlei zorgvragen die vanuit de gemeente aan huisartsen worden opgelegd? Het lid HAIJEN is het eens dat gemeenten moeten kunnen helpen bij huisvesting. Maar praktijken overnemen is iets anders. Wat bedoelde het lid Runderkamp? Hulp bij huisvesting, of overname van praktijken? Het lid RUNDERKAMP is het eens dat dit twee verschillende dingen zijn. Hij bedoelde de ondersteuning van huisartsen bij huisvesting. Het overnemen van praktijken is daar een voorbeeld van, maar er zijn ook huisartsen die in een samenwerkingsverband aan de slag gaan. Huisartsenzorg kan verleend worden per huisarts. Moeten de huisartsen van de gemeente taken overnemen, zoals het afgeven van een zorgverklaring? Wat betreft de vraagzijde las hij in Het Parool dat Amsterdammers zich niet uitschrijven bij hun huisarts wanneer zij verhuizen naar een omliggende gemeente.

Kan de gemeente mensen aanmoedigen dat wél te doen? Ten slotte merkt hij op dat in Amsterdam relatief veel zorg wordt verleend aan toeristen en passanten. In hoeverre heeft dat effect op de verlening van huisartsenzorg in Amsterdam? Het lid DE JONG herinnert eraan dat zijn fractie destijds, bij de begroting, heeft gevraagd om geld vrij te maken om de eerste lijn te ondersteunen. Er wordt 1,1 miljard euro uitgegeven aan zorg in Amsterdam, waarvan 0 euro naar ondersteuning van de eerste lijn gaat. Het college gaf toen aan dat dit geen gemeentelijke taak betrof. Je kunt misschien het vestigingsklimaat ondersteunen, maar er wordt geen geld voor vrijgemaakt. Er worden heel veel taken vanuit het ziekenhuis overgeheveld naar de eerste lijn in verband met kostenbesparing. Dat is landelijk beleid. Bij de eerstelijnszorg zie je twee belangrijke zaken. De huisartsenpraktijken worden steeds meer opgekocht door investeerders. Huisartsen zijn zelf meer zorgverleners dan ondernemers, dus nemen ondernemers het over. Ze hebben de huisartsen dan in dienst. In Amsterdam heb je Centric Health, Quin, en Co-Med. Samen hebben die maar 0,5% van de huisartsenpraktijken in bezit, maar ze zijn verantwoordelijk voor 9% van alle klachten bij de Inspectie van de Gezondheidszorg en Jeugd. Die ontwikkeling ziet zijn fractie met lede ogen aan.

Het huisartsentekort neemt toe en het is niet aannemelijk dat de nieuwe wethouder een pasklaar antwoord heeft voor alle suggesties. Hij heeft in ieder geval geen budget vanuit de begroting. Het lid BILGIN betreurt het dat de bereikbaarheid van de huisarts, die in Nederland een poortwachtersfunctie heeft, onder druk staat. De huisarts kan voorkomen dat kwalen erger worden en ziekenhuizen overstromen. In 2020 had 27% van de praktijken in Amsterdam te maken met lang openstaande vacatures voor huisartsen. Sindsdien is de situatie niet veel verbeterd. Nu ligt er een nieuw onderzoek voor, van de Patiëntenfederatie, waaruit blijkt dat mensen vaak met zeer lange wachttijden te maken krijgen. Het kan maanden duren voor iemand een huisarts kan spreken. Dat druist in tegen de poortwachtersfunctie van de huisarts. Een huisarts moet direct toegankelijk zijn. Het aantal huisartsen per inwoner is, anders dan je zou verwachten, in de laatste jaren gestegen. Het ging van 4,7 per 10.000 inwoners in 2007 naar 7,5 per 10.000 inwoners in 2022. Er zijn meer huisartsen dan vroeger, maar de toegankelijkheid tot de zorg is verminderd. Er zijn ook veel vacatures. In het manifest van het huisartsenprotest op het Malieveld in Den Haag werd een aantal dingen aangekaart dat verband houdt met de werkdruk. De huisartsen vroegen om meer tijd per patiënt, namelijk 15 minuten in plaats van 10.

Daaruit blijkt dat de zorgvragen per persoon toenemen, wat ook implicaties zou moeten hebben voor de huisartsendichtheid. Verder zorgen de wachtlijsten in de ggz

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

ervoor dat mensen vaker een beroep doen op de huisarts. Het is dan ook schrikbarend dat de minister zegt dat de ggz minder toegankelijk moet worden. Die mensen zullen echt niet stoppen met het zoeken naar zorg; ze zullen aankloppen bij de huisarts. Ook gaan, blijkt uit een ander artikel in Het Parool, dat meer mensen door omstandigheden in de stad zich tot hun huisarts wenden, waarbij gedacht kan worden aan beschimmelde woningen. Het is dus zaak snel de problemen met die woningen op te lossen. En dan is er de bureaucratie. Steeds vaker worden er door werkgevers verklaringen van huisartsen gevraagd. Die krijgen daarmee steeds meer afspraken te verwerken. Hij is benieuwd naar het antwoord van de wethouder op de vraag van het lid Runderkamp in dat verband. Huisartsen krijgen er ook allerlei taken bij. Om het probleem op te lossen zou je de werkdruk moeten verminderen, wat op vele manieren kan. Ook zou je het aantal huisartsen kunnen verhogen. Welke richting kiest het college? Er zijn in Amsterdam universiteiten die een geneeskundeopleiding aanbieden. Hij vraagt of bij de selectieprocedure daarvoor rekening kan worden gehouden met mensen die in Amsterdam willen komen werken. Hij denkt daarbij vooral aan internationale studenten. In Nieuw-West wordt in het Schinkelkwartier een zorgdistrict ontwikkeld onder de naam ‘De Plantijn’.

Daar hoort bijvoorbeeld een zusterflat bij voor 250 zorgmedewerkers. Hij vraagt of gestimuleerd kan worden dat daar ook een nieuwe geneeskundeopleiding gestart wordt. Er zijn namelijk veel meer aanmeldingen dan opleidingsplekken. Enkele weken geleden kwam een huisarts inspreken die moeite had met het vinden van een geschikte ruimte. Wat doet de gemeente om dergelijke huisartsen te helpen met hun probleem? Het lid HAIJEN vestigt de aandacht op de huisvesting voor huisartsen in Amsterdam. Velen kunnen geen geschikte praktijkruimte vinden, wat komt omdat de vastgoedpartijen in de stad veel te hoge huren vragen. De gemeente kan die huisartsen moeilijk helpen vanwege de marktwerking. Huisartsen moeten elkaar beconcurreren. Als de overheid de huisarts met huisvesting wil helpen, treedt die in de markt. En dat mag niet. Het probleem is dus een landelijke systeemfout: de marktwerking. Toch zijn er mogelijkheden voor het stadsbestuur. Een goed voorbeeld is de Dufaystraat in Oud-Zuid, waar met gemeentelijk vastgoed is voorkomen dat de huisartsenpraktijk is verdwenen en 8000 Amsterdammers zonder huisarts kwamen te zitten. Hij vraagt of het voorbeeld van de Dufaystraat niet wat vaker navolging kan vinden.

Een ander deel van het probleem is dat huisartsen in Amsterdam dezelfde vergoeding krijgen als collega’s in Drenthe en Zeeland als het gaat om praktijkruimte, terwijl in Amsterdam toch andere huren gevraagd worden. Kan de wethouder als zorgambassadeur die vergoeding niet adresseren bij de zorgverzekeraars? Wethouder SCHOLTES merkt op dat huisartsenzorg onder de Zorgverzekeringswet valt. Zilveren Kruis contracteert de huisartsenzorg. De gemeente heeft goed contact met Zilveren Kruis, en ook met de Amsterdamse Huisartsenalliantie. Het college vindt de toegang tot alle basiszorg heel belangrijk. Hij was blij met het onderscheid dat het lid Runderkamp maakte tussen aanbod en vraag. Voor de vraag en het ontlasten van huisartsen komen via het IZA wel degelijk extra middelen vrij voor de eerstelijnszorg. Daarbij is het belangrijk de link te leggen met andere partijen in de buurt, zoals de buurtteams en de welzijnscoaches. Cliënten krijgen op die manier sneller de juiste zorg, en niet alles komt terecht op het bordje van de huisarts. Het lid DE JONG merkt op dat het IZA het nog meer taken overhevelen regelt van de tweede naar de eerste lijn. Huisartsen zijn daar heel ongelukkig mee. Wethouder SCHOLTES hoopt daarover te horen van de huisartsen zelf. Zijn beeld is dat vanuit Amsterdam Vitaal & Gezond, IZA en GALA de eerstelijnszorg versterkt wordt en de huisartsen ontlast.

Hij komt graag nog eens terug op het toekomstbeeld van vraag en aanbod. Er wordt op dit moment in het kader van Amsterdam Vitaal & Gezond een regiobeeld gemaakt dat kijkt naar de toekomst van vraag en aanbod. Hij wil daar tegen die tijd graag

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

dieper op ingaan. Zilveren Kruis en de Amsterdamse Huisartsenalliantie herkennen het beeld in het onderzoek zoals dat geschetst werd niet geheel. Hun beeld is dat het aantal huisartsen en de spreiding van praktijken op dit moment voldoende is om dekkend te zijn. Uit onderzoek van het Nivel blijkt dat er op dit moment meer in- dan uitstroom van huisartsen is. Ook blijkt daaruit dat er in 2023 voldoende aanbod van huisartsenzorg is in Amsterdam ten opzichte van de zorgvraag. Hij zou graag met portefeuillehouders in de stadsdelen tijdens het portefeuillehoudersoverleg hierop ingaan, want het beeld zou per buurt of stadsdeel kunnen verschillen. Hij antwoordt het lid Haijen dat de gemeente sporadisch inderdaad ook gemeentelijk vastgoed ter beschikking stelt voor huisartsen. Toch is de gemeente ook gehouden aan de Wet markt en overheid. De overheid mag huisartsen niet subsidiëren. Het lid HAIJEN roept de wethouder op om creatief te zijn en wat vaker huisartsen te helpen bij de huisvesting. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat er heel veel partijen zijn die ruimte zoeken, zoals kinderopvang of alternatieven voor toeristenwinkels in het centrum. Toch vindt hij het een goede oproep. De portefeuillehouders in de stadsdelen zijn ook zeer creatief op dat vlak. Hij zal dat ter sprake brengen bij het portefeuillehoudersoverleg.

De gemeente doet zelf ook onderzoek naar de vraag hoe knelpunten bij huisvesting, specifiek voor huisartsen, verholpen kunnen worden. Ook de ELA en de Amsterdamse Huisartsenalliantie kijken naar het probleem. Het staat dus hoog op de agenda. Er is landelijk overleg over specifiek de vergoedingen waarover het lid Haijes het had. Hij antwoordt het lid Runderkamp dat hij op dit moment geen beeld heeft van de mate waarin de administratieve lasten drukken op het werk van huisartsen. Hij zal dit bespreken met de huisartsen. Het lid WIJMENGA vraagt wanneer het onderzoek waarover de wethouder het had aan de commissie wordt toegezonden. Wordt het onderdeel van de Agenda Vitaal & Gezond? Wethouder SCHOLTES antwoordt dat het regiobeeld het kader is van Amsterdam Vitaal & Gezond. Men kijkt daarbij naar de zorgvraag in zijn geheel, waarbij ook de huisartsen meegenomen worden. 1 juli wordt het openbaar. In de bijpraatsessie over Amsterdam Vitaal & Gezond kan er nader op ingegaan worden. Het lid HOOGTANDERS hoort de wethouder een beeld schetsen als zouden er voldoende huisartsen zijn. De raad geeft echter vrij veel signalen af dat het niet voldoende is op dit moment en dat ook de toegankelijkheid onder druk staat, ook voor de langere termijn. In dat regiobeeld wil zij graag in het bijzonder de huisartsenzorg uitgediept zien.

Ook wil zij een schets van de papieren werkelijkheid tegenover de ervaren praktijk. Kan de wethouder dat toezeggen? Wethouder SCHOLTES antwoordt dat de huisartsen, met vraag en aanbod in de toekomst, er goed in zitten. Hij zal zich daarover nog extra laten informeren. Verder schetst híj niet het beeld. De Amsterdamse Huisartsenalliantie en Zilveren Kruis geven vanuit hun ervaring en hun cijfers aan dat de dekking op dit moment voldoet. Toch herkent hij ook de signalen uit stadsdelen over mensen die lastig een huisarts kunnen vinden in de buurt, of over huisartsen die lastig huisvesting kunnen vinden. Het lid BILGIN had een paar vragen gesteld over manieren om huisartsen aan te trekken. Begrijpt hij goed dat de wethouder wil wachten tot de rapportage van het regiobeeld over vraag en aanbod? Wethouder SCHOLTES antwoordt dat de praktijk van vraag en aanbod nu en in de toekomst het beste in het regiobeeld weergegeven staat. De vragen over opleidingen horen bij het onderwijs zelf, en het gesprek tussen zorgsector en universiteiten.

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

Het lid BILGIN antwoordt dat hij het had over de selectie van studenten. Veel studenten willen geneeskunde studeren. Misschien kunnen de universiteiten een selectie maken van studenten die in Nederland willen werken, naast studenten die hun diploma meenemen naar het buitenland. Ook had hij het over de ontwikkeling van het zorgdistrict in Nieuw-West, waar misschien ruimte is voor een nieuwe zorgopleiding. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat de selectie van studenten aan universiteiten niet iets is voor de gemeente. Het lid WIJMENGA hoort van de wethouder dat Zilveren Kruis heel andere signalen ontvangt. Is het niet mogelijk dat de partijen met elkaar in gesprek gaan? Wethouder SCHOLTES antwoordt dat die signalen ook van de huisartsen zelf kwamen, in de Amsterdamse Huisartsenalliantie. Hij is blij als iedereen met elkaar in gesprek gaat. Hijzelf gaat straks vooral kijken naar het regiobeeld, waar het beeld voor nu en de toekomst te zien is. Daarover wil hij dan graag praten met de commissie. De VOORZITTER concludeert dat het agendapunt voldoende is besproken. Het wordt op verzoek van het lid Hoogtanders eerst besproken in de bijpraatsessie. Op basis daarvan wordt bekeken of het al dan niet gevoegd behandeld wordt met Amsterdam Vitaal & Gezond, of anders dat het een bespreekpunt wordt in de raad. Onderwijs 8.

Crèche Staatsliedenbuurt gesloten na wantoestanden, zorgen over andere locaties (nr. VN2023-011054) De VOORZITTER licht toe dat dit punt geagendeerd is op verzoek van het lid

Hoogtanders. Het lid HOOGTANDERS voelde een knoop in haar maag toen zij het bericht hierover vorige week las. Ouders die hun kind dagelijks naar het kinderdagverblijf brengen, herkennen die knoop. Die knoop blijft altijd, maar wordt verzacht omdat je het vertrouwen hebt dat je je kind op een veilige en verantwoorde manier hebt achtergelaten bij mensen die goed voor je kind gaan zorgen. Dat vertrouwen krijgt een deuk als je een dergelijk artikel leest. Toch was zij ook opgelucht, dat er in Amsterdam een GGD is die zo kritisch is en de kaders strak hanteert. En dat er een wethouder is die doorpakt en een vergaand besluit durft te nemen, namelijk dat de locatie gesloten wordt. Wel vraagt zij zich af hoe het zit bij de andere locaties van deze aanbieder. Worden die op korte termijn gesloten, of mag verwacht worden dat ze snel een verbetering laten zien? Verder vraagt ze hoe de communicatie vanuit deze organisatie verloopt met de ouders. Zijn er buiten deze aanbieder nog andere aanbieders waarover de gemeente zich zorgen maakt? Zo ja, hoeveel zijn dat er? En waaruit bestaan de zorgen? Is er aanleiding om het toezicht door de GGD te intensiveren? De belangrijkste oorzaak die werd aangegeven was het personeelstekort. Meer organisaties zullen daarmee te maken krijgen, dus het kan aanleiding zijn om vaker de locaties te bezoeken.

Zij vraagt de wethouder om de raad periodiek te informeren over de wijze waarop de GGD het toezicht -dat ze excellent doet- op deze organisaties uitvoert. Het lid DIDDEREN complimenteert de wethouder, die op deze manier de kwaliteit van de opvang probeert te waarborgen. Zij vraagt namens de PvdA, die geen spreektijd meer heeft, of de ouders door de gemeente worden geholpen met de herplaatsing van hun kinderen op een ander kinderdagverblijf.

31

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 19 april 2023

Haar eigen fractie maakt zich zorgen over de toekomst van de opvang, zeker omdat de opvang wellicht gratis wordt vanaf 2025. Hoe wil de stad daarop voorsorteren? Wethouder MOORMAN zal de complimenten van het lid Hoogtanders doorgeven aan de GGD. Ook zijzelf is trots op het werk dat de GGD verzet. Indertijd is er naar aanleiding van een nare situatie rondom het Hofnarretje een verscherpt toezichtkader gekomen in Amsterdam. Dat was hoogst noodzakelijk. Daarbij hoorde bijvoorbeeld het vierogenprincipe. Het was zoals burgemeester Van der Laan toen zei: we willen alleen maar goede en zeer goede kinderopvang in Amsterdam. Daarop kan via de GGD goed op worden gestuurd. Toch is er door het grote personeelstekort in de afgelopen jaren best vaak druk op dit verscherpte toezichtskader. Er kwam de vraag om bepaalde maatregelen, zoals het vierogenprincipe, wat te verlichten. Zij heeft wat dat betreft altijd haar poot stijf gehouden. Het is zoals het lid Hoogtanders zegt: je geeft je kind in vertrouwen aan een kinderopvangorganisatie, die ook nog eens een commerciële sector is. Je weet dat het in sommige gevallen mis kan gaan, maar je moet er vertrouwen in kunnen hebben. Intensiveren is daarom niet noodzakelijk, want er is al een intensief toezichtskader. Ze wil het regime ook zeker niet verlichten. Amsterdam publiceert de risicoprofielen, ook al is dat geen wettelijke taak.

Er is toe besloten opdat ouders controle kunnen uitoefenen op de kinderopvang. Er is een periodieke evaluatie met het toezicht. Er wordt jaarlijks een rapportage toegestuurd, waarover desgewenst gesproken kan worden in de raad. Er zijn inderdaad meer zorgen rondom deze aanbieder. Zij zal er scherp naar blijven kijken. De reactie van de eigenaar vond ze niet erg sterk. Die wekt niet het vertrouwen dat je hoopt te krijgen. Zij antwoordt de PvdA-fractie dat deze ouders op zoek zullen moeten gaan naar een nieuwe locatie of aanbieder, wat niet makkelijk is in deze tijd. Zij houdt contact met de ouders. Tweede termijn Het lid HOOGTANDERS wilde bewust geen debat beginnen over marktwerking in de kinderopvang. Het is belangrijk dat iedereen die zijn kinderen naar de opvang brengt, dat met een gerust hart kan doen. De wethouder daagde haar wel uit door het woord ‘commercieel’ in dit verband te noemen. Zij wil dat debat vandaag niet voeren. Zij heeft zelf met haar eigen kinderen zowel ervaring met een commerciële aanbieder als met een stichting. Zij kent heel goede commerciële kinderopvangorganisaties. Wethouder MOORMAN bedoelde niet dat ze dat debat wilde starten. Zij wilde niet zeggen dat commercieel per definitie slecht is. Ze wilde alleen benadrukken waar de verantwoordelijkheden liggen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12770091/2