CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptbesluit wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Amsterdam-Amstelland college_b_en_w.docx

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 22 mei 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Toestemming voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling (GR) GGD Amsterdam-Amstelland (huiselijk geweld en seksueel geweld), conform de eerder gepresenteerde conceptregeling (d.d. 29 november 2023) (VN2024-006268)10.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

definitieve (deel)begrotingen binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september, aan gedeputeerde staten. 8. Het dagelijks bestuur zendt begrotingswijzigingen twaalf weken voordat deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden, toe aan de raden van de gemeenten. Lid twee tot en met vier zijn van overeenkomstige toepassing.

9. In de toelichting bij deze regeling wordt een termijnschema voor de planning en controlcyclus van het lichaam opgenomen als bijlage 1

Toetreding Artikel 34

Artikel 34 1. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van toetreding. 2. Aan toetreding kunnen door de deelnemers bepaalde voorwaarden worden verbonden.

5.Het algemeen bestuur stelt de definitieve (deel)jaarplannen en (deel)begrotingen vast in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor zij dient. 6.Het dagelijks bestuur zendt de definitieve (deel)begrotingen binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli, aan gedeputeerde staten. 7.Het dagelijks bestuur zendt begrotingswijzigingen acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden, toe aan de raden van de gemeenten. 8.In de toelichting bij deze GR wordt een termijnschema voor de planning en controlcyclus van het lichaam is opgenomen als bijlage 1. Artikel 34 1. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van toetreding. 2.

3. Alle raden van de gemeenten dienen ingevolge artikel 1 van de Wet 3. gemeenschappelijke regelingen, na een daaraan voorafgaande zienswijze-procedure, toestemming te verlenen aan de deelnemers om in te stemmen met een besluit tot toetreding en de eventuele voorwaarden die hieraan worden verbonden. 4. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 30, derde lid, gaat toetreding in op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop alle deelnemers hebben ingestemd met het besluit tot toetreding, tenzij het algemeen bestuur met instemming van de deelnemers anders bepaalt.

Uittreden Artikel 35

Artikel 35 Uittreding 1. Een deelnemer kan besluiten tot uittreding, onverminderd het bepaalde

Om te voldoen aan de gewijzigde Wgr is lid 3 aangepast.

Aan toetreding kunnen door de gemeenten bepaalde voorwaarden worden verbonden. Alle raden van de gemeenten dienen in te stemmen met een besluit tot toetreding en de eventuele voorwaarden die hieraan worden verbonden.

Onverminderd het bepaalde in artikel 29, derde lid, gaat toetreding in op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop alle raden van de gemeenten hebben ingestemd met het besluit tot toetreding, tenzij het algemeen bestuur met instemming van de gemeenten anders bepaalt. Artikel 35 Artikel 35, 35a, 35b en 35c zijn 1. Indien een lid wenst uit te treden, geschiedt dit bij toegevoegd. De

in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Een deelnemer zendt, na zienswijze en toestemming van zijn raad, het besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen. 3. Het algemeen bestuur inventariseert 2. de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het conceptuittredingsplan. 4. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 3. 5. De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van drie jaren na het nemen van het besluit tot uittreding, tenzij de deelnemers unaniem een andere opzegtermijn overeen komen. Artikel 35a Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3.

Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de secretaris. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke

besluit van het bevoegd orgaan van het betreffende lid, waarbij een opzegtermijn van drie jaar wordt aangehouden. Dit besluit wordt ter kennis gebracht van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de berekeningswijze van de aan een uittredende gemeente toe te rekenen kosten bij uittreding en de wijze waarop deze door de uittredende gemeente worden betaald. Het algemeen bestuur stelt in overleg met de uittredende gemeente en in overeenstemming met de regels genoemd in het tweede lid van dit artikel, ten minste zes maanden voor het tijdstip van uittreding een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de uittreding. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, geacht te bestaan.

nieuwe tekst is aangepast aan de wettelijke plicht ten aanzien van de uittredingsbepalinge n.

voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een lid in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 5. Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 35b en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. 7. Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 8.

Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het algemeen bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Artikel 35b Te vergoeden kosten 1. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten.

2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 3. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 4. Het lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 35a, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 35a, achtste lid, anders is vastgelegd. 5. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. 6. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding, bedoeld in artikel 35, vijfde lid. 7.

Het lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. Artikel 35c Verplichtingen uittreder 1. De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van het lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen

of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.

Evaluatie Artikel 37

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het lichaam die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden Artikel 37 Niet opgenomen in vorige versie GR. 1. Het algemeen bestuur draagt zorg voor een periodieke evaluatie van deze regeling. 2. Het algemeen bestuur bepaalt op welke onderwerpen en binnen welke termijnen de evaluatie plaats vindt.

Inwerkingtredin g (artikel 38)

Artikel 38 1. De regeling treedt in werking op de eerste dag nadat de bekendmaking bedoeld in het tweede lid heeft plaatsgevonden.

Artikel 38 1. De regeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2017.

2. Het college van Amsterdam draagt zorg voor bekendmaking van de regeling in alle gemeenten – waarvan de colleges deelnemen aan deze regeling – in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad.

2.

3. Het algemeen bestuur voegt in het hiervoor bedoelde register de gegevens toe met inachtneming van artikel 26, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Burgemeester en wethouders van Amsterdam dragen zorg voor verzending van de regeling aan gedeputeerde staten en publicatie in de Staatscourant.

Toegevoegd een bepaling over evaluatie van de regeling. Gekozen is om het AB te laten bepalen binnen welke termijn en waarover wordt geëvalueerd. Bekendmaking aangepast aan de gewijzigde bepaling in de Wgr.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14130099/1