CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept verslag OZA 08-03-2023.docx

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 29 maart 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de openbare en besloten vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 8 maart 20239.596 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 8 maart 2023 van 09.00 tot 11.03 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 29 maart 2023 Voorzitter: het lid Nanninga Portefeuillehouders: wethouder Moorman Commissiegriffier: R. Willems, N. Bakkali Verslaglegging: M. Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Alberts (SP), Bons (BIJ1), Bouhassani (PvdA), Didderen (Partij voor de Dieren), Von Gerhardt (VVD), Haijen (SP), Hoogtanders (VVD), Khan (DENK), Van Laake (Volt), Runderkamp (PvdA), Yemane (GroenLinks), Wijmenga (CDA), Williams (D66) Afwezige commissieleden: de leden Molema (JA21), De Jong (JA21), fractie Forum voor Democratie, Wehkamp (D66) Overige aanwezigen: E. Delsink

ALGEMEEN GEDEELTE

1. a. Opening De VOORZITTER opent de vergadering om 09.02 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER doet de volgende mededelingen.  De onderwerpen met betrekking de portefeuille Zorg worden vandaag niet behandeld in verband met het aftreden van wethouder Rijxman. De betreffende agendapunten worden doorgeschoven naar de vergadering van 29 maart a.s.  De leden Molema en De Jong van JA21, het lid Van der Veen van GroenLinks en de fractie van Forum voor Democratie laten zich afmelden. Wethouder MOORMAN doet de volgende mededelingen.  Zij zal tijdelijk de portefeuille Zorg waarnemen. Vragen met betrekking tot die portefeuille moeten dus voorlopig aan haar gericht worden.  Eerder is de commissie al geïnformeerd over de start van de vaccinatiecampagne HPV per 1 februari 2023. Het betreft een aanvullende vaccinatiecampagne, gericht op jongvolwassenen in de leeftijd van 19-26 jaar. Dit onderwerp zou vandaag worden besproken in de commissie en is dus uitgesteld. De tussentijdse cijfers over de eerste maand, tot en met zondag 5 maart zijn bekend. In totaal zijn er toen 12.653 HPV-vaccinaties gezet. Dat is een percentage van 10,8, wat hoger is dan het landelijk gemiddelde van 10,2. Het loopt dus.  De rechter heeft bepaald dat in ieder geval voor de student die de rechtszaak over de energietoeslag voor studenten heeft aangespannen

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

een nieuwe beoordeling gedaan moet worden. Ook oordeelde de rechter dat de beleidslijn, dus de grondslag waarop de aanvraag beoordeeld is, niet rechtmatig is. Er moet dus een nieuwe beleidslijn gemaakt worden om in ieder geval deze student opnieuw te beoordelen. Er liggen echter ook nog 2000 andere beroep- en bezwaarschriften die ook op basis van de nieuwe beleidslijn beoordeeld zullen worden. Die zal op 7 maart in werking treden. Net als bij de reguliere energietoeslag zullen huishoudens tot 120% sociaal minimum in aanmerking komen. De student beschikt over een energierekening op naam, is ouder dan 21 jaar en de maximale DUO-lening, het normbedrag voor het levensonderhoud, zal bij het inkomen worden opgeteld. Dit ongeacht de vraag of de student in kwestie leent of niet. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER merkt op dat zich geen leden hebben gemeld met een bijdrage voor de agendapunten 3 en 4. Zij constateert dat deze raadsvoordrachten in deze commissie gehamerd kunnen worden. Er zal in de raad over gestemd worden. Op verzoek van het lid Khan is de Wob van het CHL geagendeerd. Daarbij zit een geheime bijlage die niet in de openbaarheid besproken kan worden. Het lid Khan heeft voorgesteld om de eerste termijn van het betreffende agendapunt 6 in de openbaarheid te bespreken, en het besloten gedeelte in de tweede termijn.

Dan zou het alleen over de inhoud van de geheime bijlage gaan. Zij constateert dat de commissie daartegen geen bezwaar maakt, waarmee agendapunt 6 als laatste punt besproken zal worden en de tweede termijn na een schorsing in beslotenheid afgewerkt wordt. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 08 februari 2023 Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Er worden geen vragen gesteld. f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking op de vergadering van 29 maart a.s.  TKN-2 op verzoek van het lid Van Laake van Volt. De motivatie is gepubliceerd in de dagmail.  TKN-1 en -4 op verzoek van de fractie van JA21. De motivatie voor het agenderen van deze stukken zal nog per mail aan de leden toegestuurd worden. Zij constateert dat de commissie hiermee akkoord gaat. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

INHOUDELIJK DEEL 2. a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk gedeelte van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek E. DELSINK spreekt namens het LBVSO en komt namens alle Amsterdamse leerlingen uit het Speciaal Onderwijs het woord voeren over leerlingenvervoer. Eigenlijk wilde hij op drie onderwerpen inspreken, zoals armoede, omdat ook gratis ontbijt en lunches op middelbare scholen nodig zijn. Nu ligt de focus vooral op basisscholen en wijken die het minder hebben. Maar vanwege het lotingssysteem kan een kind in het VO overal terecht. Die leerlingen mogen dus niet vergeten worden. In navolging van Leeuwarden wil hij graag dat een raadslid een motie indient waarin gevraagd wordt dat elke school gratis menstruatieproducten gaat verstrekken. Er ligt wat betreft het leerlingenvervoer nu een verordening waarvan hij niet blij wordt. Ze zal de leerlingen zeer hard raken. In artikel 4 worden de termen ‘desgewenst’ en ‘zo nodig’ gebruikt wanneer het op onderzoek aankomt bij aanvraag en goedkeuring leerlingenvervoer. Dit onderzoek moet er altijd komen, maar dan wel door iemand met een specialistische achtergrond, gelinkt aan leerlingen. Men wil een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen met ouders en leerlingen. Dat dreigt al gauw een bureaucratisch gedrocht te worden, omdat het plan twee tot drie jaar vooruitkijkt.

Dit is onmogelijk, en de politiek mag niet op de stoel van de specialisten en behandelaars gaan zitten. Het OVP wordt als leidraad genoemd. Dit is een gevoelig document. Het kan niet zo zijn dat het bij elk koffieapparaat in Amsterdam besproken wordt. Sowieso zou men daarmee terughoudend moeten zijn, want de leerlingen kunnen zich vanwege hun beperking niet committeren aan zo’n meerjarenplan. Dit plan mag nooit dwingend zijn en ouders en leerlingen moeten in staat zijn om dit te weigeren. Wat de inzet reiskoffer betreft gaat men nog een stapje verder en gaat op de stoel van de ouders zitten. Waarom moeten de leerlingen altijd meebewegen met de politiek, en de politiek niet met de leerlingen? Het is nooit vanuit goede bedoelingen, maar vanuit kostenbesparing, met het grote gevaar dat veel van de leerlingen hiernaartoe gepusht worden. Heeft het gemeentebestuur ooit onderzocht hoeveel klachten er zijn over het aanbod? Het LBVSO wel. Hoeveel kinderen hierdoor de mist ingaan? Hoeveel kinderen niet meer naar school durven omdat zelfstandig reizen niet lukt? Hoeveel kinderen extra angst hebben opgelopen? Al deze vragen zijn in ieder geval wel onderzocht door het LBVSO. De politiek gaat hiermee veel te lichtvaardig om. Er moet een externe onafhankelijke monitor op die de leerlingen beschermt en er voor hen is. Dus niet voor de gemeente, of de reiskoffer.

Een monitor die voor de leerlingen op tijd kan ingrijpen en eventueel de boel kan bijsturen of terugdraaien. De ouders moeten ervoor zorgen dat de leerlingen er komen. Je mag hopen dat het busje op tijd rijdt, of laat men de leerlingen een uur in regen en kou buiten wachten? Hoe gaat men dat regelen in het drukke Amsterdam, terwijl deze leerlingen snel overprikkeld raken? Geen enkele van deze leerlingen ondersteunt dit plan. Het LBVSO heeft nog heel wat meer opmerkingen en vragen waarbij het inhoudelijk er dieper op in zal gaan tijdens het gesprek met de ambtenaren, waarvan hij hoopt dat het snel zal plaatsvinden. Daarna moeten de juiste beslissingen ten goede van de leerlingen genomen worden. Eerst moet naar oplossingen gezocht worden voor het vervoer, en dan pas bij ouder en leerling. Het lid ALBERTS wijst op de beperking aan de beschikbare hoeveelheid geld van de gemeente. Zij vraagt of de inspreker denkt dat het geld leidend is. Of denkt hij dat

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

bijvoorbeeld het ontwikkelplan ook voor de leerlingen beter is? Ziet de inspreker daarin een tegenstelling? E. DELSINK antwoordt dat een ontwikkelplan op heel veel leerlingen een positief effect zou kunnen hebben, maar alleen als het gedaan wordt in hun eigen tempo, samen met de ouders. Het moet niet geforceerd worden door de gemeente om plotseling van het ov gebruikt te maken. Kinderen kunnen aanvallen of psychoses krijgen. Als een kind het potentieel heeft om met het ov te kunnen, dan is dat top. De kinderen moeten dat wel in hun eigen tempo leren. Maar heel veel leerlingen hebben dat potentieel niet. Ze kunnen fysiek de trein niet eens gebruiken, of angsten en stoornissen weerhouden hun daarvan. Het lid BONS veronderstelt dat er voor iedereen behandelplannen zijn opgesteld, ook misschien met de school. Is dat informatie die misschien met de gemeente gedeeld kan worden, zodat je weet op welke personen extra goed gelet moet worden bij het vervoer. Is dat te clusteren? E. DELSINK antwoordt dat de vervoersbedrijven in principe de beschikking hebben over een lijstje met alle dingen die de leerlingen aangaan. Het lijkt logisch dat de gemeente die informatie ook heeft. Het zou ideaal zijn als die informatie gebruikt kon worden om de leerlingen te helpen bij het leerlingenvervoer, maar die lijsten worden momenteel nauwelijks gevolgd.

Daardoor krijgen de leerlingen niet de hulp die ze nodig hebben. Zo zou hijzelf eigenlijk alleen in een taxi moeten zitten, omdat hij niet met drukke kinderen om kan gaan, maar in de praktijk zit hij vaak in een taxi met misschien wel zeven andere kinderen. De heer RUNDERKAMP begreep dat de inspreker niet gelukkig is met het idee van de centrale opstapplaatsen in verband met de drukte in de stad. Is dat wel mogelijk als die centrale opstapplaatsen op rustige plekken komen? E. DELSINK is überhaupt geen aanhanger van de centrale opstapplaatsen. Er zijn ook andere problemen dan de drukte. Heel veel ouders moeten dan vroeg weg van hun werk als ze de kinderen willen ophalen. Stel dat een alleenstaande moeder een zoon heeft die naar het VSO gaat, en die zoon gaat met het leerlingenvervoer. De moeder werkt normaal tot vijf uur, maar het kind is al om drie uur klaar met school. Wat doe je dan? De ouder moet dan vervroegd weg van haar werk, iedere keer weer, want haar zoon kan niet alleen over straat. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingebracht. d. Rondvraag Er wordt geen gebruik gemaakt van de rondvraag. BESPREEKPUNTEN Onderwijs 5. Leerlingenvervoer (VN2023-005648) De VOORZITTER licht toe dat dit punt ter kennisname is aangeleverd voor de vorige vergadering.

Het is geagendeerd voor bespreking op verzoek van de leden Hakiki van DENK, Williams van D66, Wijmenga van het CDA, Runderkamp van PvdA en Alberts van de SP.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

Het lid WILLIAMS merkt op dat zijn fractie de ambitie van de wethouder steunt om goed in kaart te brengen wie recht heeft op welke voorziening in het leerlingenvervoer. Het lijkt goed om in het tempo van de leerlingen zelf een beroep te doen op de zelfredzaamheid van ouders en leerlingen. Daarmee help je Amsterdammers die echt hulp nodig hebben en een beroep moeten doen op leerlingenvervoer. Hij vraagt of de wethouder mogelijkheden ziet om in de toekomst financiële tegemoetkoming te bieden aan gezinnen die wel recht hebben op leerlingenvervoer, maar door de genoemde problematiek in de sector zelf vervangend vervoer hebben moeten regelen. Er is een tekort aan chauffeurs. Weet de wethouder welke knelpunten Amsterdammers ervan weerhouden om chauffeur te worden? Is de wethouder bereid om actief aan de slag te gaan met het deels wegnemen van knelpunten en het beroep van chauffeur te promoten? Het lid WIJMENGA is blij dat er geen aanpassingen worden gedaan tot er een goede oplossing ligt. Duidelijkheid is voor deze doelgroep cruciaal. Het is dan ook niet erg dat er wat vertraging komt. Zij is enthousiast dat er contact wordt gezocht met de VNG voor eventuele oplossingen, dus dat er voor goede voorbeelden over de eigen gemeentegrenzen wordt gekeken. In Utrecht blijken dezelfde issues te spelen. Ook daar is een chauffeurstekort en zijn er budgettaire issues.

Het is interessant te volgen hoe een andere gemeente het aanpakt. Het viel in positieve zin op dat in Utrecht drie sessies met ouders en gebruikers zijn gehouden om te kijken wat voor hen de beste oplossingen zijn. Kan dat ook in Amsterdam? Kan er in samenspraak met Munckhof een participatieavond georganiseerd worden voor ouders en gebruikers om samen na te denken over oplossingen? De heer RUNDERKAMP leest in de brief van de wethouder dat in de huidige situatie de kosten van het leerlingenvervoer vanaf 2017 zijn opgelopen van 3,8 miljoen naar 8,8 miljoen euro in 2022. In de landelijke monitor van leerlingenvervoer staat dat dit ook een landelijke trend is. Alleen blijken landelijk de kosten van 2012 op hetzelfde niveau te zitten als in 2022. Er was dus in 2016 echt een dip, waarna het niveau weer terugging naar dat van 2012. Is die ontwikkeling ook terug te zien in Amsterdam? En zo nee, heeft de wethouder daarvoor een verklaring? In de Volkskrant stond een interview met actieonderzoeker Albert Jan Kruiter. Deze schetste een casus van een man met schulden, waarbij diens auto bij schuldenproblematiek werd opgevat als vermogen. Om tegemoet te komen aan zijn schuldeisers verkocht de man zijn auto, maar toen kon hij zijn kinderen niet meer naar school brengen. Die waren toen aangewezen op het leerlingenvervoer, waardoor de problemen alleen maar erger werden.

Hij vraagt in hoeverre in Amsterdam integraal naar deze problematiek wordt gekeken. Spreken de betreffende ambtenaren van leerlingenvervoer en schuldenproblematiek met elkaar? De conceptverordening staat nu open voor inspraak. Een van de elementen daarin is de minimale afstand die aangehouden wordt voor kinderen om aanspraak te kunnen maken op het leerlingenvervoer. De regeling is in 2016 juist ruim opengesteld, zodat je op kortere afstand eerder aanspraak maakt. Dit was zo bepaald op basis van een initiatiefvoorstel. Een van de argumenten daarin was dat de Wet op het voortgezet onderwijs stelt dat het uitgangspunt passend moet zijn voor de leerling, en niet de afstand tot de school. Hoe ziet de wethouder dat argument anno 2023? Het lid ALBERTS leest in de geagendeerde brief dat het leerlingenvervoer er is voor kinderen voor wie een andere wijze van vervoer niet mogelijk is. Dat kan dus eigen vervoer zijn of ov. Verder in de brief staat dan min of meer, en kort door de bocht, hoe je dat weer af kan pakken. Maar dan moet je dat aan de betreffende mensen ook uitleggen! Degenen die nu het vervoer hebben, hebben daar volgens de brief ook recht op. Toch wordt gekeken hoe het kan worden teruggedrongen, want het is te veel. Het is niet meer te betalen. Daar zit dus wel een spanningsveld.

Je wilt de leerlingen toe leiden naar mogelijk zelfstandig reizen, wat vrijheid en autonomie betekent. Dat zijn heel mooie woorden, maar kennelijk is het toch niet voor iedereen mogelijk. Over welke aantallen heb je het dan? Hoeveel kinderen ga je straks begeleiden naar vrijheid en autonomie, terwijl er toch heel veel leerlingen zijn die daar nooit aan toe komen? En hoe ga je dan toch dat

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

aantal terugbrengen, wat nodig is omdat het onbetaalbaar wordt? Zij is benieuwd naar de inspraakreacties. De heer RUNDERKAMP miste in het verhaal van het lid Alberts iets over de problemen met het vinden van voldoende chauffeurs. Alle problemen vanaf de zomervakantie tot aan de herfstvakantie ontstonden door het gebrek aan chauffeurs. De gemeente probeert nu een manier te vinden om dat op te lossen. Het lid Alberts maakt het veel te simplistisch door te stellen dat het een kwestie is van geld. Het lid ALBERTS snapt het verhaal over de chauffeurs heel goed. In het verleden heeft haar fractie al vaak geopperd om er een begeleider bij te zetten, want een chauffeur moet nu op de leerlingen letten én op de weg. Misschien maakt zo’n begeleider het gemakkelijker om chauffeurs te vinden. Toch is dit een probleem dat breder bestaat in Nederland; voor heel veel beroepen vind je niemand. Zij vindt het belangrijkste na te denken over de vraag hoe je de kinderen vervoert naar school en terug. De heer RUNDERKAMP is het met dat laatste uiteraard eens. Zijn punt is dat het lid Alberts zich in het begin van haar betoog alleen richtte op het financiële aspect, zonder oog te hebben voor alle andere ontwikkelingen die in de brief worden geschetst. Het lid ALBERTS ziet de oorzaak van de problemen voor een groot gedeelte in het aanbestedingscircuit.

Er wordt op die manier altijd geknibbeld op arbeidsvoorwaarden, op loon. Veel chauffeurs kiezen er daarom voor om in de zomer een touringcar naar Oostenrijk te rijden. Dat betaalt beter dan leerlingenvervoer. Ook daarover moet nagedacht worden. Misschien moet je wel gaan inbesteden en kijken hoe dan aan de arbeidsvoorwaarden gewerkt kan worden. Het lid VON GERHARDT vraagt welke keuzes de SP wil maken om dit probleem op te lossen. Het lid ALBERTS antwoordt dat er nu alleen naar dit ene onderwerp wordt gekeken, terwijl er een volledige gemeentebegroting is. Je zou moeten kijken waar in de gemeentebegroting bezuinigd kan worden ten bate van het leerlingenvervoer. Het lid VON GERHARDT begrijpt dat de SP niet wil kijken hoe je het leerlingenvervoer in kan perken en zo minder geld uitgeven. De SP wil gewoon dekking zoeken om de stijgende kosten van het leerlingevervoer te betalen. Het lid ALBERTS antwoordt dat zij iets dergelijks heeft betoogd. Het lid YEMANE sluit zich aan bij de vraag van het lid Runderkamp over een auto die bij schulden als vermogen wordt gezien, zonder daarmee rekening te houden bij het leerlingenvervoer. Zij vraagt of de wethouder al iets kan zeggen over de dekking van de kosten in de voorjaarsnota. Zijn er onderzoeken gedaan naar de groei van het speciaal onderwijs? Er is vaker gesproken over de druk op de jeugdzorg en op het onderwijs.

Er zijn ongetwijfeld grondoorzaken die ook hun uitwerking hebben op de druk op het leerlingenvervoer. Eerder kon gelezen worden over een soort tussenvoorziening tussen het regulier en speciaal onderwijs. Is er zoiets? Ook las zij over de cultuurverandering. Zij vraagt of er in verband daarmee rekening gehouden wordt met de gezinssituatie. Kijkt men naar de afstanden, zoals in het voorbeeld van de inspreker, met een alleenstaande moeder die de halve stad moet afreizen om haar kind op te halen? Misschien kunnen de kinderen die dag wel zelfstandig met het ov naar hun school, maar wat doet dat met de rest van hun dag? Zijn ze dan zo overprikkeld op school dat ze niet meer op een normale manier de lessen kunnen volgen? Is dat het waard? Eigenlijk moet je alle aspecten monitoren, mocht je deze cultuurverandering willen doorzetten. Zij vraagt of de wethouder in gesprek is met andere wethouders over Zorg. Er spelen vele andere factoren mee; het gaat niet alleen over vervoer.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

Het lid BONS wijst erop dat het VN-verdrag Handicap een leidend document is en daarom belangrijk om steeds mee te nemen bij alles wat ontwikkeld wordt. In dit geval zijn er twee componenten: de zorg en het vervoer. De vraag aan de inspreker was of die het gevoel had dat de zorg goed meegewogen wordt. Het is belangrijk om samen met ouders en behandelaars iets te verzinnen. Het gaat om kinderen die thuiskomen in paniek, of ze zien het niet meer zitten. Het is daarom belangrijk om zorg en vervoer te gaan koppelen. Wethouder MOORMAN merkt op dat leerlingenvervoer meer is dan alleen een verplaatsing van huis naar school. Het is de rust die het geeft in de dag. De huidige onrust in het leerlingenvervoer zorgt voor onrust in het gezin, maar ook voor leerlingen die twijfelen of ze wel op tijd aankomen, hoe lang ze in het busje zitten. Juist met hun specifieke beperkingen kan het een versterking betekenen van hun algemene problemen, en de problemen van hun gezinnen. Het is daarom cruciaal dat het leerlingenvervoer goed is en betrouwbaar. Zij vond het gebruik van het woord ‘afpakken’ in het betoog van het lid Alberts niet op zijn plaats. Het college wil de voorziening niet afpakken. Amsterdam heeft een zeer sociale en warmhartige verordening en dat moet ook zo blijven.

Amsterdam doet het veel socialer dan de landelijke richtlijn voorschrijft, bijvoorbeeld wat betreft de dichtstbijzijnde school, of de meest passende school. Amsterdam heeft daarbij een veel lagere kilometergrens en dat blijft allemaal ook zo. Tegelijkertijd is de druk op het leerlingenvervoer enorm. Dat komt ook door een toename van het aantal leerlingen in het leerlingenvervoer. Daarbij komt een enorm personeelstekort, iets wat op veel terreinen in de publieke sector speelt. Op die manier staat het leerlingenvervoer onder grote druk. Dat geeft de problemen waarover ook de inspreker het had. Leerlingen worden onrustig of soms agressief in het leerlingenvervoer, wat ook weer effect heeft op de chauffeurs. Het wordt een onontwarbare kluwen waaraan iets gedaan moet worden. Het is dus op geen enkele manier bedoeld om iets af te pakken. Het is ook niet om het financiële plaatje, ook al zit het al drie keer boven de begroting en wordt al heel lang geld bijgepast. Het moet weer beheersbaar gemaakt worden. Voor de leerlingen waarvoor de voorziening echt bedoeld is, moet goed en betrouwbaar leerlingenvervoer worden geboden. Het klopt wat het lid Alberts zegt: heel veel leerlingen hebben het leerlingenvervoer echt nodig. Maar er zitten soms ook leerlingen tussen die misschien ook een andere ontwikkeling zouden kunnen maken, naar meer zelfstandigheid. Dat is ook goed voor henzelf.

Een directeur van een VSO-school vertelde haar laatst over leerlingen in de bovenbouw van de school die aankwamen met een busje en daarna met de metro naar een baantje op Schiphol gaan. Is het voor die leerlingen noodzakelijk om leerlingenvervoer te bieden? Misschien konden ze ook met een OV-coach geholpen worden, of met een vergoeding voor het ov. Het is daarom verstandig om met de scholen, de ouders en de leerlingen te kijken wat noodzakelijk is per geval. Degenen die het nodig hebben, moeten aanspraak kunnen maken op leerlingenvervoer. Tegelijkertijd moet als dat kan geholpen worden naar zelfstandigheid. Dat gebeurt via de OV-coaches, fiets-coaches en vergoedingen voor eigen vervoer. Als zij dit alleen maar vanuit een financieel perspectief zou doen, had zij al veel eerder de bijl in het leerlingenvervoer gezet. De ontwikkeling naar steeds meer leerlingen in het speciaal onderwijs is slecht. Er zijn inmiddels meerdere tussenvoorzieningen. Er zijn verschillende onderzoeken geweest, en er loopt een onderzoek van het Kohnstamm Instituut over de vier gemeenten. Alle onderzoeken zullen worden gebundeld en komen te zijner tijd naar de commissie. Zij antwoordt het lid Williams dat je aanvullend vervoer krijgt op het moment dat je er recht op hebt. Daar waar dat kan, doet men dat met ov of eigen vervoer.

Er is bij de chauffeurs sprake van een personeelstekort dat ook elders in de logistieke sector aanwezig is. Er wordt inderdaad geconcurreerd binnen die sector. Daarover is veelvuldig contact met Munckhof, die ook een enorme wervingscampagne heeft. Er is bijvoorbeeld een aandraagbonus van 250 euro, en een nieuwe chauffeur krijgt 1000 euro bonus. Op dit moment is het onder controle. Van de 286 ritten zijn er nog 6 zonder vaste chauffeur, wat

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

nog maar 2% is. Maar er komt weer een zomerperiode met misschien lucratieve taxiritten voor toeristen. Zij blijft er dus goed op gefocust. Zij antwoordt het lid Wijmenga dat zij in gesprek is met ouders, leerlingen en Munckhof. Het is belangrijk om Munckhof er zo goed mogelijk bij te betrekken. Er is veelvuldig contact met andere gemeenten, ook omdat deze problemen zichtbaar zijn in alle grote steden. Toch is Amsterdam al veel soepeler dan de landelijke richtlijnen. Amsterdam is wat dat betreft een van de meest sociale gemeenten. Zij antwoordt het lid Runderkamp dat het aantal kinderen dat naar het speciaal onderwijs gaat sterk toeneemt, met name ook in de grootstedelijke gebieden. Zij heeft de podcast met Albert Jan Kruiter beluisterd. Er wordt sowieso vaak met hem gesproken, want de gemeente doet allerlei verschillende projecten met het Instituut voor Publieke Waarden. Er is bovendien het Doorbraakteam in Amsterdam voor multiproblematiek binnen de verschillende domeinen. Het voorbeeld van de vader die de auto moet verkopen omdat hij schuldenproblematiek heeft, en daardoor zijn eigen kinderen niet meer naar school kan brengen, laat goed zien hoe verschillende domeinen op elkaar kunnen botsen. Men volgt de regels, maar vergroot daarmee de problemen. Zij wil graag dat ouders hun kinderen zelf brengen, als ze dat kunnen.

Daarmee zorg je namelijk ook voor goed contact met de school en dat ouders zich betrokken voelen bij het onderwijs. Het is inderdaad het streven om al die domeinen zoveel mogelijk met elkaar te verbinden. Er verandert niets in de verordening wat betreft de meest passende school voor leerlingen; dat blijft de basis. Je ziet dat door de toename van het speciaal onderwijs de kinderen niet meer naar de dichtstbijzijnde school kunnen, omdat die vol zit. Ook dat noodzaakt het leerlingenvervoer. Zij antwoordt het lid Yemane dat er bij de voorjaarsnota over gesproken zal worden. Zij kan daar nu niet op vooruitlopen, maar het zit dus al jaren veel boven de begroting. Dat vreet in op de onderwijsbegroting. Zij verwacht dat het wel weer gaat lukken. De huidige rechten van de leerlingen blijven behouden. Er is dus sprake van overgangsrecht zonder dat iets wordt ‘afgepakt’. Er zal nog jaren extra geld moeten worden vrijgemaakt. Het is in het ontwikkelplan de bedoeling om heel specifiek te kijken. Er is ook een hardheidsclausule. Het kan zijn dat in een specifieke situatie de regels niet goed van toepassing zijn voor een gezin. Er wordt sowieso naar de afstanden gekeken. Voor het SBO en het SO geldt niet de 6 km-afstandsnorm. Die ligt lager. Er zijn ook kinderen die naar het regulier onderwijs gaan, en dan wordt wel die 6 km-norm aangehouden.

Zij antwoordt het lid Bons dat er niets verandert voor leerlingen met een fysieke beperking. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 7.

Raadsinformatiebrief over de voortgang van de Amsterdamse ondersteuning bij de hersteloperatie van het toeslagenschandaal Nr. VN2023-003369 De VOORZITTER licht toe dat dit onderwerp is geagendeerd op verzoek van het lid Alberts van de SP. Het lid ALBERTS ziet dat de concentratie in Zuidoost erg hoog is. Zij vraagt of er specifieke nadruk op dat stadsdeel wordt gelegd om het op te lossen, of een handreiking te doen. Het lid WILLIAMS complimenteert de wethouder met het inrichten van ondersteuning aan kinderen. Opvallend in de brief was dat de Belastingdienst geen gegevens van kinderen van bekende ‘toeslagenouders’ met de gemeente kan delen, omdat daarvoor een wettelijke basis ontbreekt. De gemeente kan niet zelf actief gedupeerde kinderen benaderen als het gaat om de bredere ondersteuning. Kinderen kunnen wel zelf contact opnemen met instanties en worden dan doorgestuurd naar de

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

juiste instantie. Het stelsel voor de kinderen lijkt dus redelijk complex. Elke doorverwijzing naar de juiste contactpersoon kan een drempel vormen voor kinderen om bij het juiste loket aan te kloppen. De kinderen hebben daarvoor een grote motivatie nodig. Hij vraagt of de gemeente toch een weg kan vinden om zelf meer gedupeerde kinderen te bereiken voor het aanbieden van bredere ondersteuning. En zo ja, hoe gaat dat dan? In het ervaringsonderzoek komt naar voren dat in Amsterdam 5000 huishoudens zich bij het Rijk hebben aangemeld als slachtoffers van het toeslagenschandaal. De cijfers in Zuidoost, Nieuw-West en Noord zijn schrikbarend hoog. In Zuidoost bedraagt het 34%. Het gaat daarbij voornamelijk om Nederlanders die in het buitenland zijn geboren, met Surinaamse en Caribische roots. Dit gaat hemzelf persoonlijk aan het hart, als Amsterdammer met Surinaamse roots, geboren in Paramaribo. Hij kwam op zijn twintigste naar Amsterdam. Is dit zijn famiri? Dat is Surinaams voor familie. Dit zijn zijn tantes, ooms, neven en nichten. Het is opmerkelijk dat in het stadsdeel met de meeste gedupeerde ouders, namelijk Zuidoost, het aantal geregistreerde hulpvragen relatief laag is. De onderzoekers kunnen dit verschil niet verklaren. Toch kan hij zich er iets bij voorstellen. Amsterdammers in Zuidoost zijn moe, ze kunnen niet meer.

Ze zijn moe van alle regelingen, de complexiteit van het systeem. Het vertrouwen in de overheid is lager dan ooit. Dat hoor je bijvoorbeeld in gesprekken op straat in Zuidoost, Nieuw-West en Noord. In Zuidoost is het aantal geregistreerde hulpvragen relatief laag. Hij vraagt hoe de wethouder denkt dat de lage opkomst zich verhoudt tot het vertrouwen in de lokale overheid. En hoe kan de gemeente concreet aan de slag gaan om het vertrouwen van getroffen toeslagenouders en kinderen te vergroten, voornamelijk in stadsdelen buiten de ring en boven het IJ? Het lid HOOGTANDERS vindt een zorgvuldige en empathische benadering door de gemeente van groot belang. Daarom heeft zij veel waardering voor de extra aandacht van het college en dat de wethouder de opdracht bij de buurtteams heeft belegd. Bovendien heeft zij het initiatief genomen voor een ervaringsonderzoek. Het proactief benaderen van de ouders door de buurtteams wordt gewaardeerd. Ze voelen zich daarmee gehoord en gesteund. Zij heeft het rapport vooral gelezen vanuit het perspectief van de opgave die bij de buurtteams is neergelegd, met de vraag of die voor hen goed uitvoerbaar is. Voor die uitvoerbaarheid moet de raad extra aandacht hebben. Bij het maatwerkbudget werd aangegeven dat er een kader ontbreekt.

Juist dat maatwerkbudget en de daaraan gekoppelde Amsterdamse maatwerkmethode zijn de sleutels voor een succesvolle ondersteuning voor deze groep, die in het systeem met meervoudige problematiek is vastgelopen. Albert Jan Kruiter laat zien dat regels niet de belemmering zijn. Vaak zijn het de tijd en de aandacht die ontbreken voor het zoeken naar een oplossing. Zij vraagt of er een kader nodig is voor het maatwerkbudget. Zij zou dat gek vinden, want het is juist bedoeld om te doen wat nodig is. Het gaat hier om een andere werkwijze en benadering waarin de vraag van deze ouders centraal zou moeten worden gesteld. Zij weten het beste wat nodig is. Is de wethouder dat met haar eens? Als zij het uitgangspunt van maatwerk afzet tegen een aantal andere signalen die uit het verhaal naar voren komen, heeft zij wel wat zorgen over de vraag of de buurtteams ook de komende jaren goed toegerust zijn voor deze opgave. Echt maatwerk kost veel tijd en continuïteit. Daar zit ook het dubbele. Zij leest in het verhaal dat personele capaciteit een knelpunt is. Er zijn veel personele wisselingen. Zij vraagt of de buurtteams de menskracht hiervoor in de komende jaren kunnen vrijmaken.

Kunnen zij ook continuïteit bieden door vaste medewerkers ook vast aan deze groepen te koppelen? Zo ja, wat betekent dat voor de andere taken van de buurtteams? Welke taken blijven er dan liggen? In tijden van schaarste is het maken van keuzes noodzakelijk. Het laten liggen van taken ziet zij dus niet als iets negatiefs, maar wel vraagt zij de wethouder om de raad daarin mee te nemen. Zij vraagt inzichtelijk te maken welke prioriteiten zij stelt voor de opgave van de buurtteams. Het lid BOUHASSANI is blij met de manier waarop de aanpak voor de slachtoffers ingericht wordt. Ruim 5000 huishoudens in Amsterdam zijn slachtoffer van deze verschrikkelijke situatie. Veel gezinnen, ouders en kinderen hebben grote schade

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

opgelopen, zowel materieel als immaterieel. In de brief staat dat maar liefst 37% van de slachtoffers in Zuidoost te vinden is en dat de hulpaanvraag daar tegelijk laag blijft, wat waarschijnlijk te maken heeft met het wantrouwen naar de overheid, of omdat mensen soms eerst de afhandeling van de Belastingdienst willen afwachten. In andere casussen kon men zien dat mensen zich soms oncomfortabel voelen om hulp te vragen of binnen te wandelen bij een informele stichting. Zij vraagt of gekeken is hoe de krachten van de informele organisaties in bepaalde stadsdelen gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld het lotgenotencontact te verbeteren, en mensen daarin te verenigen zodat geholpen kan worden bij het emotionele herstel. Zo zijn er veel informele organisaties in Zuidoost en Nieuw-West. Verder vraagt zij de wethouder meer informatie te geven over de redenen dat veel werknemers stoppen met het werk. Het lid YEMANE sluit zich aan bij de oproep van het lid Williams en bedankt het college voor de brief en de extra inzet voor de slachtoffers. Kinderen van gedupeerden kunnen gebruikmaken van het jongerenschuldhulpverleningstraject. Daarbij hoopt het college dat de schuldeisers coulant zijn met betrekking tot de kindregeling. Dat klonk voor haar vrijblijvend.

Is het mogelijk in gesprek te gaan met de schuldeisers om ervoor te zorgen dat dit niet wordt afgepakt? Het voelt dubbel dat je een regeling opzet voor deze groep, maar dat daarna de gelden weer worden meegenomen. De buurtmedewerker en de gedupeerden geven beide aan dat er behoefte is aan een betere informatievoorziening over welke ondersteuning beschikbaar is. Twee weken geleden kwam dit ook naar voren in een artikel in Het Parool van de onderzoekers Monique Kremer en Aisa Amagir. Herkent de wethouder dit signaal? Wat zou het college nog meer kunnen doen? Niet voor het eerst wordt de druk op de buurtteams besproken in de commissie. Zij vraagt hoe de monitoring op de druk bij de buurtteams loopt. Er wordt gesproken over het inzetten van emotioneel herstel. Hoe wordt dat ingevuld? Wie zou het moeten aanbieden? Wie is verantwoordelijk? Bij wie ligt de verantwoordelijkheid om het lotgenotencontact te organiseren en te faciliteren? Uit het onderzoek blijkt dat het voor medewerkers lastig is te weten wanneer zij het maatwerkbudget kunnen gaan inzetten.

Is dat bekend bij de G4-gemeenten? Hoe zou de gemeente de medewerkers hierin beter kunnen faciliteren? Kan er bijvoorbeeld een training worden gegeven, of kan er een ambtenaar of hulplijn gefaciliteerd worden waar mensen met hun casus terechtkunnen? Zij las dat Zuidoost het hoogste percentage gedupeerde bewoners heeft, terwijl de hulpvraag verhoudingsgewijs het laagst is. Zij vraagt in hoeverre al samengewerkt wordt met de informele organisaties en de enorme migrantengemeenschappen die actief zijn in Zuidoost. Mensen voelen zich vaak veiliger als ze zich tot hen wenden. Hoe is de samenwerking? Het is jammer dat daarnaar niet wordt verwezen in het onderzoek. De onderzoekers zeggen dat de vraag niet bij het buurtteam komt en dat zij niet weten hoe dat komt. Daarmee krijgen de informele migrantenorganisaties niet de lof die zij verdienen voor het vele werk dat zij verrichten. Zij vraagt hoe de samenwerking tussen die organisaties en de buurtteams verbeterd kan worden, waarmee de druk op de buurtteams verlicht zou kunnen worden en bewoners bereikt kunnen worden die de buurtteams alleen niet weten te bereiken. Het lid BONS merkt op dat haar partij veel mensen hoort en spreekt in het veld. Die vertellen haar dat er veel stigma en schaamte speelt bij dit onderwerp. Zelfs in de kleine familie is het soms moeilijk bespreekbaar.

Het is lastig in een gemeenschap te komen waar je vaak vooral de leuke dingen deelt. Zelfs die organisaties moeten gespecialiseerd worden in deze materie. Zij wil graag kijken of het mogelijk is een expertsessie te organiseren met mensen die ter plekke met groepen bijeen komen. Op die manier kan de commissie goed geïnformeerd worden over wat er achter de voordeur speelt. Wethouder MOORMAN merkt op dat de inzet van de buurtteams op dit thema buitengewoon groot is. Toch zijn de buurtteams niet degene die in eerste instantie het herstel moeten bewerkstelligen. De rijksoverheid zal moeten compenseren, maar de

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

vertragingen daarbij stapelen zich op. Daarmee verliezen de gedupeerden steeds meer het vertrouwen in de overheid. Dit is zeer zwaar voor de buurtteammedewerkers. De beste mensen worden hierop gezet, en die werken zo integraal mogelijk. Met de maatwerkbudgetten krijgen ze de ruimte om zo dicht mogelijk bij de mensen te staan. Toch kunnen ze het probleem niet voor hen oplossen. Het lid YEMANE brengt de vele dingen onder de aandacht die tegenwoordig spelen, zoals energiearmoede en andere vormen van armoede. Het gaat dus meer om de algemene druk op de buurtteams. Hoe zit het met de uitvoerbaarheid, als zo’n belangrijke nieuwe taak bij hen wordt belegd? Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit precies is waarom het gaat. Het helpen van de slachtoffers van het toeslagenschandaal staat bij alle buurtteams heel hoog op de prioriteitenlijst. In mei zal het college overigens met een goed antwoord op de vraag van het lid Yemane komen. Er zal dan een duidelijke prioritering gepresenteerd worden. De buurtteams zien de ernst van de situatie en willen de betrokkenen heel graag bijstaan. Men dient zich te bedenken dat het bieden van bestaanszekerheid gaan taak voor gemeenten is. Het uitvoeren van energietoeslag is geen gemeentelijke taak; dat zou bij de overheid belegd moeten worden. Gisteren is een goed rapport verschenen over de staat van de uitvoering rijksbreed.

Daarin wordt de alarmbel geluid. Het toeslagenschandaal is daarbij een heel belangrijk voorbeeld, maar het is niet uniek. De druk wordt daarmee steeds groter op het lokale team, dus ook voor de buurtteams. Het lid BONS wijst erop dat de gemeente meer kan doen voor de psychosociale kant van de zaak. Juist die zachte kant behoeft op dit moment veel aandacht, zoals blijkt uit de verhalen van de betrokkenen. Wethouder MOORMAN is het daarmee volledig eens. Al ten tijde van wethouder Kukenheim is aangegeven dat mensen niet achteraan een wachtlijst moeten aansluiten. Daarvoor is toen ook geld vrijgemaakt. Maar in de praktijk blijkt het probleem niet te verdwijnen zolang er geen echte oplossing gevonden is. Mensen begrijpen het niet. Ze zijn erkend slachtoffer van het schandaal, en toch blijft het maar duren. Zij begrijpt de vraag over de druk op de buurtteams. Sommige medewerkers houden het niet vol. Dat heeft te maken met die druk. Zij was zeer geraakt door het invoelende verhaal van het lid Williams. Eigenlijk gaat het om de familie van iedereen. In Zuidoost zijn ongelofelijk veel mensen hierdoor geraakt. Al die mensen hebben kinderen. Het is begonnen bij een toeslag voor kinderopvang. Er zijn 6600 kinderen die slachtoffer zijn van het schandaal. Die hebben iets vreselijks meegemaakt wat ze hun hele leven zullen meedragen.

Als je niet goed voor ze zorgt, kan het zomaar intergenerationele consequenties hebben. Het is pijnlijk te moeten constateren dat het juist bij het helpen en bijstaan van mensen lastig is om gegevens uit te wisselen. Veel lastiger dan eerder bij de ‘fraude’bestrijding waarmee het allemaal begon. Wat ligt hieraan ten grondslag? De menselijke maat of het wantrouwen waarmee vaak naar mensen gekeken wordt? De gemeente moet wel de wetten volgen en is er ook afhankelijk van. Geprobeerd wordt om de kinderen in kwestie zo goed mogelijk te begeleiden. Dat kan ook wel via de ouders, maar het is inderdaad een complex stelsel. Zij antwoordt het lid Yemane dat zij het helaas niet hard kan maken richting de schuldeisers. Er gaat een door haar ondertekende brief naar de schuldeisers waarin staat dat het college erop rekent dat zij meewerken, omdat het gaat om kinderen van toeslagenslachtoffers. Je gaat ervan uit dat een schuldeiser dan coulant zal zijn. Maar harder dan dat kan zij het niet maken. De wetgever heeft op de schulden namelijk geen moratorium willen leggen. Het lid YEMANE vraagt of gemonitord kan worden hoeveel schuldeisers wel die kindregeling pakken. Hoeveel schuldeisers zijn coulant? Voor jongeren die in dit traject zitten kan misschien iets anders dan een kindregeling uitgekeerd worden.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

Wethouder MOORMAN verwacht niet dat monitoring de kinderen gaat helpen. Het is vooral zaak met een stevige boodschap te komen naar de schuldeisers. De schuldeisers zal, als het duidelijk is dat het om een toeslagenslachtoffer gaat, ook vanuit financieel perspectief begrijpen dat het weinig zin heeft om mensen op te gaan jagen. Er moet met dit in gedachte aan een soort coalitie gebouwd worden. Het lid BONS werd geraakt door het woord ‘intergenerationeel’ dat de wethouder bezigde. Er zijn namelijk al intergenerationele zaken die spelen in de buurten waarover het hier gaat. Het is belangrijk dat dit in verband daarmee wordt gebracht. Wethouder MOORMAN reageert dat ook het woord ‘interseksioneel’ hier op zijn plaats is. Het is niet toevallig dat dit zoveel plaatsgevonden heeft in Zuidoost. Het is zichtbaar in de cijfers. Mensen die meer afhankelijk zijn van de toeslagen, zijn ook eerder slachtoffer geworden van het schandaal. Er zijn factoren, zoals ook het vrouw zijn, die mensen eerder tot slachtoffer maken. Helaas hangt dat vaak samen met het vertrouwen dat je vervolgens stelt in de overheid. Als je keer op keer teleurgesteld wordt, is het moeilijker om naar de overheid toe te stappen. En de overheid is ook degene die je moet helpen om het probleem op te lossen. Zij is het eens met het lid Hoogtanders: het gaat om empathie. Het gaat ook om vaste gezichten.

In Zuidoost zet men momenteel ook in op vaste medewerkers. De personele en financiële inzet is ook groter op de plekken waar meer slachtoffers zijn. Je moet proberen het vertrouwen terug te winnen. Het lid WILLIAMS vindt het werk van de buurtteams fantastisch. Zoals de wethouder zegt, zijn er wettelijke regelingen waaraan de gemeente zich heeft te houden. Maar kan de gemeente niet proactief op zoek gaan naar jongeren en kinderen die getroffen zijn? Kan de wethouder concreet aangeven wat de gemeente op dit dossier kan doen om getroffen kinderen te bereiken? Wethouder MOORMAN antwoordt dat je pas proactief aan de gang kan gaan als je weet op wie je je moet richten. Wel kan de gemeente hetgeen ze kan aanbieden, zo proactief mogelijk naar voren brengen. Je kunt in ieder geval de jongeren bereiken via de ouders die in beeld zijn, hoewel die verhouding soms verstoord is geraakt, ook door de druk die erop heeft gestaan. Ook speelt de ontvankelijkheid voor signalen. Door dit schandaal is de ontvankelijkheid voor signalen veel groter geworden in de buurtteams. De registratie, die achterliep in Zuidoost, wordt momenteel bijgewerkt door het buurtteam Zuidoost. Zij antwoordt het lid Bouhassani dat de informele netwerken en initiatieven veelvuldig aanwezig zijn in veel verschillende delen van de stad, en zeker ook in Zuidoost.

Er is een regulier overleg tussen de buurtteams en de informele initiatieven, om ook te zorgen dat die verbinding zo goed mogelijk wordt gemaakt. Soms vinden mensen het makkelijk om via een informeel netwerk om hulp te vragen, dan dat ze direct naar het buurtteam moeten stappen. Zij antwoordt het lid Yemane dat er op meerdere plekken lotgenotengroepen zijn, die worden ondersteund door de buurtteams. Dat helpt ook. Veel slachtoffers hebben jarenlang in eenzaamheid geprobeerd dit te verwerken. Het is dan niet eenvoudig over die schroom heen te stappen. Lotgenoten kunnen daarbij helpen. Toch is niet alles opgelost, ook door beperkingen in de wettelijke regelgeving en het tempo van de uitvoering. Zij antwoordt het lid Hoogtanders dat er inderdaad dilemma’s zijn. Zo ook wat betreft een kader voor het maatwerkbudget, want je wilt daarbij de professionals echt de ruimte geven. Maar ook de professionals vragen soms om kaders. Wat mogen ze doen? Sowieso zal er tot 2000 geen enkel kader zijn, zelfs niet of je al erkend bent. Boven die 2000 is er wel een check, maar dat is een soort interprofessionele check hoe het samen zo goed mogelijk gedaan kan worden. Je probeert zo tegelijkertijd de ruimte te geven, als de kaders die een professional nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. Men dient zich wel te realiseren dat deze ellende voortgekomen is vanuit de vraag om controle.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

Het lid HOOGTANDERS is het eens wat betreft het kader. Er is een roep om een kader, maar je zou eigenlijk geen kader moeten geven. De professional zou moeten worden ondersteund om de ruimte te pakken. Zij vraagt of er een kader gemaakt wordt. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het kader bestaat uit een soort interprofessioneel overleg. Dat is verstandig om te doen, zodat de professional zich daarin ondersteund voelt. Zij antwoordt het lid Yemane dat zij Monique Kremers vorige week nog uitgebreid hierover heeft gesproken. Die heeft het over de bureaucratische paradox. Men maakt het het ingewikkeldste voor de mensen voor wie het al zo ingewikkeld is. Je wilt ze ondersteunen, maar daarvoor zijn dan allemaal verschillende regelingen. Die zijn overigens ook echt noodzakelijk, zoals blijkt uit de Nibud-rapportages. Als je ze niet aanvraagt, kom je onder de armoedegrens. De regelingen zijn er dus niet voor niets. Je moet ervoor zorgen dat het bereik van die regelingen maximaal is. Het makkelijkste zou één regeling zijn, maar daartegenover staat de behoefte aan maatwerk. Je wilt dat kinderen een computer krijgen op het moment dat ze dat nodig hebben. Belangrijk is het zo goed mogelijk verbinden. Daaraan wordt gewerkt door zoveel mogelijk op de stadspas te zetten. Op die manier moet het zo eenvoudig mogelijk worden.

Het probleem blijft dat de gemeente door het Rijk steeds meer verantwoordelijk wordt gemaakt voor de bestaanszekerheid, terwijl dat niet de primaire rol van de gemeente is. Het lid YEMANE merkt op dat in het onderzoek stond dat zowel gedupeerde als buurtmedewerker meer informatie zouden willen hebben. Is het, om de druk op de buurtteams te verminderen, mogelijk om iets meer gerichte informatie te geven? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de buurtteammedewerkers in het algemeen heel goed op de hoogte zijn van alle regelingen. Daar zijn ze voor. Verder zijn de buurtteams natuurlijk nog in ontwikkeling, dus kan het zijn dat een medewerker die vanuit een ander domein in het buurtteam komt, nog bijgeschoold moet worden. Daarnaast is er nog de vliegende brigade, de Flying Squads. Die zorgen ervoor dat scholen, informele initiatieven, moskeeën, kerken etc. de beschikking krijgen over de nodige kennis. Het lid WILLIAMS vraagt of men in een bredere kijk op het bouwen van vertrouwen de getroffen ouders en kinderen kan meenemen die door dit schandaal de dupe geworden zijn. Die hebben eigenlijk een dubbele achterstand. Heel veel van die ouders en kinderen leefden ook al eerder in achterstand. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit onderzoek gestart is om ervan te leren. Dit heeft zeker het vertrouwen geschaad. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld.

Zij schorst de vergadering van 10.33-10.41 uur. 6.

Verzoek raadslid Khan Wob CHL (VN2023-005653) De VOORZITTER licht toe dat dit bespreekpunt ter kennisname is aangeleverd voor de vorige vergadering. Het is geagendeerd op verzoek van de DENK-fractie. Het lid KHAN heeft lang gewacht met dit debat, omdat er nog rechtszaken liepen. Er zijn schriftelijke vragen gesteld en Wob-stukken zijn ontlakt. Hij bedankt het college voor de informatie. Het CHL lag in het oog van de storm. De islamitische middelbare school werd beticht van het onderhouden van banden met een terreurorganisatie, het geven van antidemocratisch onderwijs. Daarbij kwam nog het voeren van een financieel wanbeleid. Al deze beschuldigingen zijn komen te vervallen.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

Hoe kon het zo misgaan? Hoe kan het dat verschillende overheidslagen en instanties zo erg de mist ingingen? Kan gesproken worden van de bestuurlijke dwaling van de eeuw? Het gaat hierbij niet om het zoeken van schuldigen, maar er moet lering getrokken worden voor de toekomst. Hij had wat dat betreft een wat meer proactieve houding van het college verwacht. Hij had een memo van het college verwacht waarin het kritisch reflecteert op het eigen handelen. Ook had hij een beleidsbrief verwacht over het repareren van de relaties met de moslimgemeenschap. Hij had een statement verwacht waarin het college excuses aanbiedt voor docenten die ten onrechte zijn geframed als salafistische aanjagers. Hij wil de wethouder niet verantwoordelijk houden voor de gebrekkige gegevensverstrekking door de AIVD. Wel spreekt hij het college aan op de wijze waarop de raad is geïnformeerd. Begin 2019 ontving het college een ambtsbericht en kort daarna een brief van de NCTV. Op basis van die informatie werd de raad in maart 2019 geïnformeerd. Jelle van Buuren, terrorisme-expert en adviseur van het college voor het radicaliseringsbeleid, heeft naar die twee brieven gekeken en vond dat de raadsbrief van het college veel alarmerender was geformuleerd dan het oorspronkelijke ambtsbericht van de AIVD.

Zo schreef de AIVD dat er een dreiging kon ontstaan vanwege het antidemocratische onderwijs, maar zonder aan te geven wanneer die dreiging zou ontstaan. Dat was heel onzeker. In de brief van het college aan de raad staat dat de kinderen op dit moment al antidemocratisch onderwijs krijgen. Dat is een cruciaal verschil. Het college heeft de raad daarmee op het verkeerde been gezet. Als er ‘mogelijk’ een dreiging ontstaat, kan het ook zo zijn dat die níet ontstaat. Het is nog geen vaststaand feit, zoals het college suggereert. Het is zoiets als de rijbewijzen afpakken van alcoholdrinkers omdat die mogelijk een verkeersongeval kunnen veroorzaken. De heer RUNDERKAMP vindt de vergelijking met alcoholdrinkers niet passend. In dit geval ontving het college een brief waarin een mogelijke dreiging van ondemocratisch onderwijs wordt geschetst. Op dat moment moest het college daarnaar handelen en kijken wat er aan de hand was. Niets doen zou helemaal verkeerd geweest zijn. Het lid KHAN herhaalt dat hij het college niet verantwoordelijk wil houden voor de gebrekkig gegevensverstrekking van de AIVD. Hem gaat het echter over de wijze waarop het college die informatie heeft gebruikt om de raad te informeren. Hijzelf deelt de mening van Jelle van Buuren dat de raad op het verkeerde been is gezet door de alarmerende formulering. De relatie met de moslimgemeenschap moet worden gerepareerd.

Er is een eerdere affaire geweest waar een eerder college voor schuldig was. Op landelijk niveau spelen er veel vormen van institutionele islamofobie, zoals blijkt uit het toeslagenschandaal. Maar nu gaat het over Amsterdam. De gemeente moet een grote stap voorwaarts maken om het heersende sentiment binnen de moslimgemeenschap, als zou men worden tegengewerkt door de overheid, tegen te gaan. Hij stelt voor om een externe commissie in te stellen die ernaar kijkt. Misschien moet er een onderzoek komen. In ieder geval moet hier iets mee gedaan worden, anders blijft deze veenbrand steeds weer opnieuw oplaaien. Het lid YEMANE vraagt of er op dit moment gesprekken gevoerd worden met ouders en kinderen die naar het CHL gaan. Worden er gesprekken gefaciliteerd? De gemeente moet er ook zijn voor de ouders en kinderen van deze school, en andere islamitische scholen. Het lid BONS wijst erop dat dit samenhangt met een tunnelvisie die soms komt door processen die al veel langer gaande zijn. Soms zijn ze een fundament voor het beleidskader. Zij vraagt de wethouder dit mee te nemen bij het verdere onderzoek. Wethouder MOORMAN dankt het lid Khan voor de rustige toon waarmee hij dit onderwerp behandelt. Dat was in het verleden soms anders. Dit heeft impact gehad. Ook voor haar was het een bijzonder dossier, ook omdat het voor haarzelf de eerste keer was

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

dat zij als wethouder ambtsberichten van de AIVD ontving over een schoolbestuur. Er zijn in Amsterdam meerdere islamitische schoolbesturen die het uitstekend doen. Inmiddels zijn er elf islamitische basisscholen, waarmee de gemeente uitstekende relaties heeft. De kwaliteit van het islamitisch onderwijs is over het algemeen zeer op orde. Zij heeft er gesprekken over met de ISBO, de overkoepelende organisatie. Er zijn vele islamitische scholen waarover nooit signalen zijn gekomen. In dit geval echter kwamen twee ambtsberichten binnen. Zoals het lid Khan aangeeft, is de gemeente niet verantwoordelijk voor de inhoud van die ambtsberichten. De gemeente moet alleen beslissen wat ze ermee moet doen. In eerste instantie kon de gemeente er niets mee, want de ambtsberichten zijn geheim. Deze ambtsberichten komen echter niet uit de lucht vallen; er zit een stevig controlesysteem omheen. Er wordt over gesproken in een commissie bestaande uit fractievoorzitters uit de Tweede Kamer. Ook is er nog controle van de CTIVD. De inlichtingendienst staat onder uitgebreide controle. Op 7 maart 2019 werd door de NCTV een brief gestuurd aan Kamer en burgemeester waarin openbaar werd gemaakt dat er op die manier waarschuwingen waren gegeven. Als het college toen niets gedaan had, was dat ‘niets’ nieuws geworden.

Zij was zich er op dat moment al van bewust dat dit grote impact zou hebben op de ouders, de kinderen, en de leraren van het CHL. Het college koos ervoor om de boodschap naar buiten te brengen dat dit niet iets tegen de islamitische gemeenschap was, en zeker niet iets tegen de leerlingen. Het college is niet tegen islamitisch onderwijs. Het was noodzakelijk om naast de leerlingen en de ouders te gaan staan, wetende dat dit een grote impact zou hebben. Dat bleek ook zo te zijn. In de Kamer werd gezegd dat de school maar helemaal dicht gegooid moest worden, iets wat niet kan. In Amsterdam koos men voor een andere lijn: hoe kan je zo goed mogelijk acteren in de wetenschap dat er zoiets gebeurt? Zij heeft hierover heel vaak gereflecteerd. Ze heeft gesproken met ouders en leerlingen. Had het college het anders kunnen en moeten doen? Nog steeds is zij van mening dat het college op dat moment naar beste weten heeft gehandeld. Het vond het verstandig om meteen aan de ouders te laten weten dat dit onrust teweeg zou brengen, maar dat het college er voor hen stond. Er was een nummer dat gebeld kon worden en er werd een informatieavond gehouden. De boodschap aan de ouders was dat er een recht bestaat op islamitisch onderwijs, maar dat dit wel veilig en goed moet zijn voor de kinderen. Het college kan alleen handelen op basis van de informatie die het krijgt van inlichtingendiensten.

De schoolbestuurders van die tijd zijn niet dezelfde als de huidige. Het college heeft indertijd gezegd dat het het verstandig had gevonden als die (voormalige) schoolbestuurders waren opgestapt. Inmiddels is dat dus gebeurd. Verder zei het college dat huisvesting en subsidies heroverwogen zouden worden. Later in dat jaar, toen het CHL bleek te groeien, meende het college extra noodlokalen voor de school te moeten neerzetten. Het was nooit de bedoeling om de leerlingen te raken. De gemeente heeft geen enkele rol in wat er verder heeft plaatsgevonden in rechtszaken of uitspraken van de Raad van State. Dat was iets tussen het Rijk en het schoolbestuur. Het was jammer dat de oprechte intenties van de gemeente op een andere manier uitgelegd werden. Het was pas echt verkeerd geweest als het college niets had gedaan, want daarmee zouden de leerlingen pas echt in de kou zijn gezet. Het had dan anders geacteerd omdat het ging om islamitische leerlingen. Het college staat er altijd voor de ouders en de leerlingen. Zij kent veel moslims, en die zijn allemaal heel verschillend. Er bestaat naar haar idee geen ‘islamitische gemeenschap’. Zij heeft heel goede contacten met islamitische Amsterdammers. Soms is zij het met hen eens, en soms niet. Ze verschillen in dogmatiek en conventionaliteit. Die ruimte is er binnen de gemeente.

Overigens gaan de meeste islamitische kinderen in Amsterdam niet naar een islamitische school. Ze gaan vaak naar christelijke of openbare scholen. Het lid KHAN vraagt in te gaan op zijn mening dat de raad op het verkeerde been is gezet door de raadsbrief in maart. Verder vindt hij een zelfreflectie van het college toch wel gewenst. Hij vraagt niet in te gaan op de rechtszaak, maar er kan wel gekeken worden naar het hele proces in de afgelopen periode.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 8 maart 2023

Wethouder MOORMAN leest voor: ‘Er is geen acuut gevaar voor de openbare orde.’ Dat is gewoon gezegd. Ook staat er: ‘Het college beschouwt echter het signaal dat jonge leerlingen structureel worden beïnvloed door richtinggevende personen…’ Er is aangegeven dat die signalen aanwezig waren; dat is nooit herroepen. Het signaal was voor het college serieus. Zij blijft achter het optreden van het college in dezen staan. Schoolbestuurders dienen van onbesproken gedrag te zijn. Het zijn voorbeeldfiguren. Ze moeten leerlingen naar een kansrijke toekomst leiden. Dan is het ingewikkeld als er ambtsberichten over het schoolbestuur liggen van de inlichtingendiensten, die zoals gezegd onder zware democratische controle opereren. Zij heeft op geen enkel dossier meer gereflecteerd dan op dit. Het lid KHAN wil dit onderwerp graag agenderen voor de raad. Hij is het verder eens dat schoolbestuurders van onbesproken gedrag moeten zijn. En zoals hij eerder zei, was de informatieverstrekking van de AIVD gebrekkig. De VOORZITTER stelt voor om de DENK-fractie een minuut extra spreektijd te geven voor het besloten gedeelte. Na een korte schorsing wordt een korte besloten tweede termijn gehouden. Zij verzoekt de commissie om deze vergadering in beslotenheid voort te zetten op grond van artikel 39 van het Reglement van Orde en de artikelen 23 tweede lid en 82 vijfde lid van de Gemeentewet.

Zij sluit het openbare gedeelde van de vergadering om 11.03 uur.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12516265/1