Concept verslag FKD 20.06.2024 MET WIJZIGINGEN
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit
FKD
Raadscommissieverslag, 20 juni 2024
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit (FKD) Donderdag 20 juni 2024 van 9.00 – 12.30 uur en van 19.30 – 23.00 uur in Willem Kraanzaal (commissiezaal) Donderdag 11 juli 2024 Voorzitter: R.P. Hofland Plv voorzitter (ochtend): K. Burgers Plv voorzitter (avond): M. von Gerhardt Portefeuillehouders: wethouders H. van Buren, A. Scholtes (alleen ochtenddeel), T. Meliani, R. van Dantzig Commissiegriffier: M. Diemont Commissieondersteuner: N. Bakkali Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: M.F. Asruf (PvdA), A. Bouhassani (PvdA), K. Hirsch (PvdA), F.A. Namane (PvdA), Y.E. Bentoumya (GL), E.C. IJmker (GL), J. van Pijpen (GL), E.D.M. Moeskops (D66), E. Schmit (D66), M. Lust (D66), H.C. Burgers (VVD), S.C. Nijssen (VVD), S.N. Hijlkema (VVD), J.M. Krom (PvdD), M.M. Meerburg (PvdD), M.M. Perdok (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), I. Garmy (Volt), E. Bobeldijk (SP), C. van Berkel (JA21), E. Mangal (DENK), R.B. Havelaar (CDA), L.J.J. Lochtenberg (CDA), J. Badal (CDA), T. Bilgin (FvD), C.K.E. Kabamba (Lijst Kabamba( Afwezig: Overige aanwezigen:
1. Algemeen deel
2
a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en heet de aanwezigen en toehoorders welkom. Hij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat lid Kabamba vanaf 9.30 uur aanwezig is. Lid VAN BERKEL verzoekt de commissie om agendapunt 10 in het ochtenddeel te behandelen. De VOORZITTER geeft aan op basis van de reacties dat een eventueel gewijzigde agenda later aan de orde zal komen. Wethouder MELIANI heeft een aantal mededelingen: De commissie ontvangt vandaag de toegezegde brief inzake de Evenementenkalender 2025, waarbij de wethouder ingaat op de voor- en nadelen en de mogelijke risico’s bij het invoeren van het beleid en bij het kopiëren van de kalender. In een
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
vertrouwelijke bijlage worden tevens de juridische adviezen met betrekking tot de varianten beschreven. In de brief wordt de commissie uitgenodigd voor het bijwonen van een technische sessie op maandag 24 juni en de wethouder dringt erop aan om deze sessie bij te wonen, alvorens een besluit te nemen over de Kalender. De termijnagenda wordt geactualiseerd, maar dit loopt vertraging op vanwege een technische issue. De wethouder verwacht dat de lijst voor de volgende commissie van 11 juli grotendeels is bijgewerkt. Theater De La Mar-West zal het gebouw behouden en is een contract aangegaan met productiebedrijf Media Lane. De huur van het NOB bedraagt 0,50 euro, maar daar staat tegenover dat het NOB alle onderhoudskosten voor eigen rekening heeft. Dit is gebaseerd op een contract uit 1999 voor onbepaalde tijd. Als reactie op de vragen van lid Garmy over de inzet van scholen om hier de plek van te maken waar men elkaar ontmoet en waar gewerkt wordt aan de inclusieve samenleving, geeft de wethouder aan dat zij hierover in contact is geweest met collega Moorman. Zij beschrijft een aantal initiatieven die zijn ontplooid in verband met de invloed op scholen van de situatie in het Midden-Oosten en de holocaust-educatie. Er zijn echter geen signalen dat er behoefte is bij de kinderopvangcentra aan een handreiking hierover. De wethouder beschouwt hiermee de toezeggingen als afgedaan.
Lid MANGAL vraagt de wethouder of de parkeerplaatsen van NOB apart worden gefactureerd of dat hier sprake is van verborgen subsidie. Wethouder MELIANI zegt toe hier later op terug te komen. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER geeft aan dat er sprake is van een lijvige agenda, temeer daar er sprake is van twee ingediende actualiteiten. Lid NIJSSEN geeft aan dat zijn fractie geen spoedeisende noodzaak ziet voor het bespreken van deze actualiteiten tijdens deze commissie. De VOORZITTER concludeert op basis van de reacties uit de commissie dat beide actualiteiten zullen worden behandeld. Voor de rest van de agenda doet de voorzitter het volgende voorstel: Agendapunt 3 en 4 (om 12.15 uur), na agendapunt 5 zal agendapunt 10 aan de orde komen en vervolgens agendapunt 8 en 9 als hier nog tijd voor is. De agendapunten 6, Geen zienswijze indienen ten aanzien van de conceptjaarrekening 2023 en de conceptbegroting 2025 van de Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied, en 7, Geen zienswijze indienen ten aanzien van de eindrapportage Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG), het voorstel 1ste begrotingswijziging OD NZKG 2024 en de ontwerp meerjarenbegroting OD NZKG 2025 – 2028, worden in deze commissie niet inhoudelijk besproken en worden in de eerstvolgende raad gehamerd.
Voorts geeft de voorzitter aan dat zich bij deze vergadering een aantal gasten zal voegen: Bij agendapunt 4 zullen de Kinderraad en de Ombudsman aanwezig zijn en bij agendapunt 12 zullen de accountant en de rapporteurs van de Methode Duisenberg aanwezig zijn. Aldus wordt de agenda vastgesteld.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
Lid MEERBURG geeft aan in een punt van orde dat er veelal tijdens deze commissievergaderingen teveel punten op de agenda staan om deze goed te kunnen bespreken. Hij verzoekt de voorzitter dit in de evaluatie mee te nemen. De VOORZITTER zegt dit toe d. Conceptverslagen van de openbare en besloten vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 23 mei 2024 De verslagen worden zonder wijzigingen vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Lid GARMY verzoekt de wethouders van de portefeuilles Financiën, Dienstverlening en Deelnemingen de verlopen onderwerpen af te handelen voor de volgende commissie. Lid KROM stelde vragen inzake dienstreizen door ambtenaren van Bestuur en Organisatie, maar heeft nog geen antwoord hierop gekregen. Hierover is echter een artikel verschenen in Het Parool. Wethouder VAN BUREN zegt toe de commissie hier zo snel mogelijk over te informeren. Wethouder SCHOLTE deelt mee dat een dezer dagen het antwoord op de vragen van lid Belkasmi over het nieuwe beleidskader en de verdeling van gelden voor de buurtmedia naar de commissie komt. Er zijn verder geen opmerkingen over de termijnagenda. f.
TKN-lijst De VOORZITTER heeft de volgende verzoeken ontvangen om te agenderen op de vergadering van 11 juli 2024: Op verzoek van de leden Schmit (D66) en Lochtenberg (CDA) wordt TKN-stuk 1, Kennisnemen van het rapport ‘Geobjectiveerde benchmark begroting Amsterdam’, geagendeerd voor de volgende vergadering op 11 juli 2024. Op verzoek van de leden Broersen (Volt) en Lochtenberg (CDA) wordt TKN-stuk 6, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Staat van de uitvoering Dienstverlening 2023, geagendeerd voor de volgende vergadering op 11 juli 2024. Op verzoek van de leden Broersen (Volt), Bobeldijk (SP) en Bentoumya (GL) wordt TKN-stuk 11, Kennisnemen van de Discriminatiemonitor 2023 en de raadsinformatiebrief, geagendeerd voor de volgende vergadering op 11 juli 2024. Op verzoek van het lid Bobeldijk (SP) wordt TKN-stuk 12, Kennisnemen van de afdoening van de toezegging over het uitfaseren van Chinese camera’s (TA2023-000253) en motie 172.23, geagendeerd voor de volgende vergadering op 11 juli 2024. De motivatie voor de bespreking van deze onderwerpen zal heden in de Dagmail verschijnen. g. Ingekomen stukken Stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
2. INHOUDELIJK DEEL a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel om 9.24 uur. Vanaf dat moment zijn de spreektijden van kracht. b. Inspreekmoment Publiek Er hebben zich negen insprekers aangemeld. Inspreker 1, de heer B. Kommerij spreekt in op persoonlijke titel, maar mede namens inspreker 2, de heer H. Juurlink, inzake agendapunt 3, vaststellen van de vestiging van het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum op het Java-eiland. Inspreker deelt mee, dat in samenwerking met een aantal betrokkenen een plan is ontworpen voor de inrichting van de Kop van het Java-eiland. Het toegezegde park is er echter nooit gekomen. De inspreker biedt hierbij een tekening aan waarop de locatie van het museum is aangegeven, gebaseerd op het eerdere parkplan, op de plek waar nu de tijdelijke school staat. De inspreker heeft geconstateerd uit de stukken dat de financiering van het park nog niet rond is en dit is voor hem exemplarisch voor de niet nagekomen beloftes sinds 2000. Vervolgens beschrijft de inspreker het veelzijdige karakter van het gebied. Ook is de inspreker van mening dat het museum en het park op een gelijkwaardige manier ontwikkeld dienen te worden en hij verklaart zijn bereidheid om met het college hierover in gesprek te gaan. Inspreker 3, mevrouw T.
Stricker spreekt in namens de Vereniging Vrienden van de Sloterplas, inzake agendapunt 5, Afwijken van de Hoofdgroenstructuur en afdoening moties 112, 113, 114 en 119 met betrekking tot Investeringsnota Plan Stadscentrum Osdorpplein fase 2a. Zij verwijst naar de uitkomst van het referendum dat op 6 juni jongstleden werd gehouden, die aangaf dat 60 procent tegen de uitvoering van het recent voorgestelde beleid is. Deze uitkomst zal op 26 juni in de gemeenteraad besproken worden, dus mevrouw Stricker vindt bespreking in de huidige bijeenkomst onterecht en zij hoopt dat de gemeente op 26 juni de uitkomst van het referendum zal respecteren. Zij roept namens het bestuur van de Vereniging Vrienden van de Sloterplas de commissie op het agendapunt te schrappen en volgende week vast te stellen dat de nieuwe beleidsvisie HGS niet kan worden aangenomen. Lid BOBELDIJK vraagt of de Vereniging Vrienden van de Sloterplas betrokken wordt bij de realisatie van de plek voor de Nieuwe Meervaart. Inspreker 3, mevrouw T. Stricker geeft aan dat de Vereniging sinds 2019 protesteert tegen het bouwen rond de Sloterplas. Zij geeft aan dat de informatie van de gemeente pas komt wanneer het besluit al is genomen, hetgeen volgens haar niet past bij een goede participatie. Inspreker 4, de heer R.
Verbeek spreekt in op persoonlijke titel, inzake agendapunt 10, Bespreken van de raadsinformatiebrief over een gefaseerde halvering van riviercruiseaanlopen en kennisnemen van het onderzoeksrapport ‘Impactanalyse Scenario’s Riviercruisevaart Amsterdam. Hij toont begrip voor de uitdaging van de gemeente om een juiste balans te vinden tussen het verwelkomen van toeristen en het bewaken van het karakter van de stad. IG Rivercruise is er voorstander van om deze balans in de
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
toeristenstroom te vinden en te bewaken en het bedrijf heeft hier veel ervaring mee in andere Europese steden. IG Rivercruise wil graag samenwerken met de gemeente en alle andere partijen om de gewenste balans te bereiken. Riviercruises is een vorm van toerisme die volledig gereguleerd kan plaatsvinden en het bedrijf is in de afgelopen 20 jaar een van de meest data gedreven en technologisch geavanceerde vormen van toerisme geworden. De heer Verbeek geeft enkele voorbeelden van een gereguleerde toeristenstroom bij riviercruises. Hij biedt aan om in een werkgroep met de gemeente, lokale NGO’s en stakeholders de mogelijkheden te onderzoeken en zijn organisatie is bereid om een dergelijk onderzoek mede te financieren. Lid NIJSSEN vraagt naar de uitkomst van het gesprek met het college. Inspreker 4, de heer R. Verbeek geeft aan dat er nog geen gesprek heeft plaatsgevonden. Lid VAN BERKEL vraagt hoe toeristenmanagement in zijn werk gaat. Inspreker 4, de heer R. Verbeek weet vooraf wat de toeristen gaan doen in de stad, aangezien het bezoek begeleid wordt. Hier kan de organisatie invloed op uitoefenen door samen met de gemeente te bekijken op welke plekken de toeristen wel of niet gewenst zijn op een bepaald moment. Lid SCHMIT vraagt of IG Rivercruise bereid is om generieke data te delen met de gemeente. Inspreker 4, de heer R.
Verbeek beaamt dit en geeft aan dat hij spreekt namens alle riviercruiserederijen in Europa, die alle bereid zijn om deel te nemen aan een werkgroep en hierin data te delen om zodoende naar een oplossing toe te werken. Inspreker 5, de heer A. Verhage spreekt in op persoonlijke titel, inzake agendapunt 10, Bespreken van de raadsinformatiebrief over een gefaseerde halvering van riviercruiseaanlopen en kennisnemen van het onderzoeksrapport ‘Impactanalyse Scenario’s Riviercruisevaart Amsterdam. Hij twijfelt aan de validiteit van de argumentatie van de gemeente om de riviercruisevaart te halveren en de ORAM heeft in Het Parool van 19 juni jongstleden een beargumenteerde oproep gedaan aan de gemeente voor herziening van deze verordening. Vervolgens beschrijft de heer Verhage waarom de toeristen van de riviercruises wel welkom zouden moeten zijn en hij spreekt van een waardevolle sector. De voorgenomen maatregel lijkt voort te komen uit de onmacht om grote bezoekersstromen aan te pakken en bij de riviercruise gaat dit makkelijker dan bij toeristen die per trein, vliegtuig of per auto komen. Het klimaatargument van het college is volgens de inspreker ook niet valide; cruiseschepen zijn nauwelijks belastend voor het milieu en alle schepen zijn ‘green-award’ gecertificeerd.
Halvering van de cruisescheepvaart zal volgens de inspreker niet het gewenste effect hebben en hij beschrijft de wijze waarop het aantal toeristen alsnog naar Amsterdam zal komen. Lid HAVELAAR heeft vernomen dat er geen uitwijkmogelijkheden voor cruiseschepen zijn, zodat er wel een vermindering van toeristen lijkt op te treden bij halvering. Inspreker 4, de heer Verhage geeft aan dat er nu in andere havens wordt gekeken welke mogelijkheden daar zijn, zoals onder andere in Lelystad en Hoorn. Hij verwacht dat er een oplossing wordt gevonden. Lid HAVELAAR vraagt of Amsterdam er dan rekening mee moet houden dat de cruiseschip-passagiers met touringcars de stad komen bezoeken.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
Inspreker 4, de heer Verhage beaamt dit.
Lid NIJSSEN vraagt of de inspreker een suggestie heeft op welke wijze het effect van de maatregel over een paar jaar gemeten kan worden. Inspreker 4, de heer Verhage kan geen suggestie bedenken, maar hij erkent het belang van zo’n onderzoek. Inspreker 6, de heer S. Creton is niet aanwezig. Inspreker 7, mevrouw L. Jannink spreekt in op persoonlijke titel, inzake agendapunt 12, Vaststellen van het Jaarverslag 2023 (inclusief de Jaarrekening 2023). Zij verklaart dat het Jaarverslag de raad en de burgers een onjuist beeld geeft van waar de gemeente staat. Vervolgens beschrijft de inspreekster in haar betoog een veelheid aan misstanden die de ambtenaren en medewerkers bij de gemeente Amsterdam ervaren. Deze misstanden zijn omvangrijk, structureel van aard en hebben ernstige gevolgen voor vele personen. Zij spreekt over grootschalig machtsmisbruik, mismanagement, netwerkcorruptie en misleiding. Ook geeft zij aan dat er sprake is van een angst- en doofpotcultuur. In het vervolg van haar betoog gaat zij dieper in op deze misstanden en de gevolgen die dit heeft op vele medewerkers bij de gemeente. Zij dringt er bij de commissie op aan om een onafhankelijk onderzoek of een raadsenquête uit te voeren en vraagt de commissie wat zij nodig hebben om hiertoe over te gaan.
Lid VAN PIJPEN verwijst naar een aantal maatregelen die al zijn genomen naar aanleiding van de ontvangst van een aantal brandbrieven. Zij zou graag meer onderbouwing horen, zodat het duidelijker wordt wat er nog meer kan worden gedaan. Inspreker 7, mevrouw L. Jannink geeft aan dat hier sprake is van het bestuur dat het probleem bagatelliseert of het afdoet als een discriminatieprobleem, terwijl het gaat om machtsmisbruik. Veel medewerkers, en ook de inspreekster, hebben problemen aangekaart bij Bureau Integriteit en de wethouder, maar er wordt niets mee gedaan. Zij noemt een paar voorbeelden van dit machtsmisbruik. Lid KROM vraagt waarom de inspreekster op dit moment heeft besloten dit in de commissie te brengen. Inspreker 7, mevrouw L. Jannink ziet het als haar plicht als ambtenaar om dit aan het licht te brengen, ook om de medewerkers en de burgers te beschermen tegen het onrecht dat hun wordt aangedaan. Zij heeft dit in eerste instantie intern aangekaart, maar daar werd niks mee gedaan. Vervolgens schetst zij de situatie waarin de HR-adviseurs zich alleen nog maar op leidinggevend personeel mogen richten en wat dit betekent voor de medewerkers. Lid NAMANE vraagt of er nog andere misstanden zijn, behalve de voorbeelden die inspreekster noemde, die veranderd moeten worden. Inspreker 7, mevrouw L.
Jannink verwijst naar het Jaarverslag en geeft aan dat de commissie hier niet volledig wordt geïnformeerd. Zij noemt vervolgens de kosten voor verzuim die een veelvoud zijn van de kosten voor andere disciplines, zoals sport en onderwijs. De afgelopen jaren is het verzuim alleen maar gestegen en dat wijst er volgens de inspreekster op dat er een onjuist beleid wordt gehanteerd. Vervolgens formuleert zij haar vermoeden dat de gemeente Amsterdam de Wet op de Arbeidsomstandigheden overtreedt. Zij verwijst naar een rapport van de Rekenkamer waarin melding wordt gemaakt
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
van het gebrek aan goede sturingsindicatoren en zij heeft kunnen constateren dat directeuren hier niets mee hebben gedaan, Lid SCHMIT vraagt of er ook meldingen worden gedaan bij de drie externe vertrouwenspersonen die de gemeente heeft aangesteld en op welke wijze de follow-up wordt uitgevoerd. Inspreker 7, mevrouw L. Jannink geeft aan dat vertrouwenspersonen niet tot actie over kunnen gaan, zij kunnen slechts luisteren. Voorts geeft zij aan dat alleen voor ambtenaren die met publiek werken ondersteuning voor grensoverschrijdend gedrag is geregeld. Lid KABAMBA vraagt wat er volgens de inspreekster gedaan moet worden voor die ambtenaar die aan de slag moet met een klacht of een procedure. Of wat er moet gebeuren om het mogelijk te maken dat een leidinggevende wordt aangesproken op zijn gedrag. Inspreker 7, mevrouw L. Jannink citeert uit de Gedragscode voor Ambtenaren bij de Gemeente Amsterdam, waarin staat dat het verboden is om op eigen initiatief informatie aan raadsleden te verstrekken. Lid PERDOK stelt twee vragen: − Hebben de uitgevoerde interventies bijgedragen aan het gevoel van veiligheid? − Wat verwacht de inspreekster dat de raadsleden nu gaan doen met deze inspraak? Inspreker 7, mevrouw L. Jannink vermoedt dat de meldingsbereidheid niet is gestegen, aangezien er zoveel voorbeelden van negatieve consequenties te zien zijn.
Wel hebben zich 60 ambtenaren gemeld om deel te nemen aan het onderzoek naar Bureau Integriteit. Zij herhaalt haar wens voor een onafhankelijk onderzoek. Lid LOCHTENBERG vraagt of het op afstand plaatsen van Bureau Integriteit bij zou kunnen dragen aan de oplossing. Inspreker 7, mevrouw L. Jannink geeft aan dat dit mogelijk zou zijn, op voorwaarde dat alle functionarissen van Bureau Integriteit vervangen worden, aangezien niemand meer vertrouwen heeft in de huidige medewerkers. Inspreker 8, mevrouw M. Verhulst, spreekt in op persoonlijke titel, inzake agendapunt 12, Vaststellen van het Jaarverslag 2023 (inclusief de Jaarrekening 2023). Zij maakt eveneens gewag van enkele misstanden en strafbare feiten vooral op het gebied van de privacy. Zij heeft dit aangekaart op haar afdeling, maar hier werd laconiek op gereageerd. Inmiddels is haar verteld dat haar contract niet zal worden verlengd. Lid MANGAL vraagt welk werk zij verrichtte bij haar vorige werkgever. Inspreker 8, mevrouw M. Verhulst geeft aan dat zij bij haar vorige werkgever, eveneens een gemeente, een klokkenluider is geweest. Het heeft haar teleurgesteld dat ze bij de gemeente Amsterdam weer in dezelfde situatie terecht kwam. Lid MANGAL vraagt naar een concreet voorbeeld van de onrechtmatigheden die zij noemt. Inspreker 8, mevrouw M.
Verhulst is van mening dat het onacceptabel is dat overschrijding van bijvoorbeeld de Wet op de Privacy niet als een ernstig probleem werd gezien.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
Inspreker 9, mevrouw J. Kiers, spreekt in namens de Directie Overleg Amsterdamse Culturele Instellingen, inzake agendapunt 13, Vaststellen van de begrotingswijzigingen en kennisnemen van de Voorjaarsnota 2024. Zij vindt het teleurstellend dat er in de Voorjaarsnota niets wordt vermeld over de middelen ten behoeve van de culturele sector. De inspreekster hoopt dat het college de culturele sector op korte termijn duidelijkheid kan bieden over extra middelen. Zij schetst de financiële problemen waar de sector mee kampt en verwijst naar het advies van de Kunstraad om aanvullende middelen beschikbaar te stellen. Namens de Directie Overleg Amsterdamse Culturele Instellingen doet de inspreekster een dringend beroep op het college om het advies van de Kunstraad over te nemen en aanvullende dekking te vinden voor de financiering van de hele culturele sector in Amsterdam. Zij verzoekt het college voor de hele Kunstenplanperiode 2025-2028 een extra investering voor de culturele sector te doen. Lid BOBELDIJK vraagt of er voor de Voorjaarsnota voor dit jaar acute zaken zijn die spelen. Inspreker 9, mevrouw J. Kiers geeft aan dat zij zich met haar verzoek richt op de komende Kunstenplan periode die start in 2025. Zij beschrijft de zorgen die er leven in de culturele sector voor de toekomstige periode en daarom kaart zij dit nu aan bij het college. c.
Actualiteiten Actualiteit Actualiteit van het lid Meerburg, inzake de risico’s vitale infrastructuur bij verkoop AEB aan partijen buiten Europa. Eerste termijn De VOORZITTER geeft aan dat de eerste actualiteit betreft de risico’s vitale infrastructuur bij verkoop AEB aan partijen buiten Europa. Lid MEERBURG gaat dieper in op de brief die hij heden namens zijn partij stuurde aan de commissie en waarin hij zijn zorgen uit, indien AEB zou worden verkocht aan een onvrij en vijandig land buiten de EU. Hij vraagt de wethouder waarop hij zijn standpunt baseert dat het AEB geen systemische asset zou zijn. Ook hoort hij graag van de wethouder wanneer er bij welke ministeries advies over is gevraagd. Lid BOBELDIJK refereert aan de eerder vragen van de SP over het stilvallen om welke reden dan ook van het Afvalenergiebedrijf na verkoop. Hier is voor de SP nooit een bevredigend antwoord op gekomen, maar deze vraag wordt nu weer opportuun door wat de Partij voor de Dieren nu te berde brengt. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan dat er uitgebreid aandacht is besteed aan de screening van potentiële kopers, alsmede zijn er gesprekken geweest met het ministerie van EZK. De uitkomsten zijn meegenomen in de uitwerking van de verkoopvoorwaarden die worden gehanteerd in het verkoopproces.
Vanwege het lopende verkoopproces is het college zeer terughoudend in het doen van uitspraken om beïnvloeding van het proces te voorkomen. De wethouder verwijst de commissie naar de eerdere raadsbehandeling over het verkoopbesluit. Lid MEERBURG verduidelijkt zijn eerdere vraag en vraagt of er sprake is van een systemische asset waarvoor advies nodig is. De wethouder heeft dit eerder ontkend, terwijl er wel sprake is van warmte- en elektriciteitsproductie. Hiervoor moet wettelijk een
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
veiligheidstoets gedaan worden en er moet advies over worden ingewonnen. Volgens lid Meerburg en op basis van de motie die is ingediend, is dit niet gebeurd. Wethouder VAN DANTZIG geeft ter aanvulling aan dat het warmtenet niet in eigendom is van het Afvalenergiebedrijf, dat is bij een aparte onderneming ondergebracht en dat blijft in bezit van de gemeente. Lid MEERBURG geeft aan dat het warmtenet voor 100 procent afhankelijk is van het AEB. Dus hij hoopt dat de wethouder het gevaar ziet als er bij vitale infrastructuur sprake is van warmteproductie. Hij vraagt of er iets van het advies van de Rijksoverheid is beschreven en of de Partij van de Dieren dit kan inzien. Wethouder VAN DANTZIG bevindt zich in een positie waarin hij verder niet op de vragen van lid Meerburg kan ingaan. Hij verwijst nogmaals naar de beantwoording van de vragen in een eerder debat hierover. Lid MEERBURG vindt het onacceptabel dat hij door de wethouder wordt verwezen naar een technische vraag, terwijl hij van de wethouder duiding wil krijgen op de wet en de veiligheid. Hij vraagt zich in deze situatie af of hij zich zorgen moet maken over de zorgvuldigheid van het verkoopproces. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan het hierbij te willen laten. Lid BOBELDIJK is van mening dat er een continuïteitsplan moet bestaan voor warmte en stroom, de essentiële infrastructuur.
Hij hoort graag zowel van de wethouder als van de andere leden hoe belangrijk zij dit vinden. Wethouder VAN DANTZIG herhaalt dat hij het hierbij wil laten. Lid MEERBURG kondigt in een punt van orde namens zijn fractie een motie aan. De VOORZITTER geeft aan dat de actualiteit voor nu voldoende is besproken en wordt geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering. Actualiteit Actualiteit van het lid Mangal, inzake ‘GVB materieel en onveilige werksfeer een gevaar voor passagiers’ Eerste termijn De VOORZITTER geeft aan dat de tweede actualiteit betreft ‘GVB materieel en onveilige werksfeer een gevaar voor passagiers’.
Lid MANGAL verwijst allereerst naar de onafhankelijke vertrouwenspersoon die de wethouder heeft aangesteld en die alleen rapporteert aan de gemeente. Hij roept medewerkers en oud-medewerkers van het GVB op om bij ervaringen van grensoverschrijdend gedrag zich bij deze persoon te melden. Vervolgens verwijst lid Mangal naar de uitkomsten van een onderzoek dat op 14 juni is gepresenteerd en waar is uitgekomen hoe bedrijfscultuur en sociale onveiligheid op de werkvloer leidt tot onveiligheid voor passagiers en de verkeersveiligheid in Amsterdam. Lid Mangal verwijst naar de bijdrage van een eerdere inspreker hierover, die tevens bewijzen heeft aangeleverd van ondeugdelijk materieel dat nog steeds werd ingezet. Lid Mangal heeft de database met alle gemelde incidenten van januari 2019 tot en met november 2023 bekeken en het viel hem op dat er nog steeds meldingen zijn van situaties die gevaarlijk zijn voor passagiers en verkeer in Amsterdam. Lid Mangal hoort graag van de wethouder Verkeer en Vervoer welke maatregelen er worden genomen om de
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
Amsterdammer te beschermen. In elk geval heeft hij kunnen lezen in de stukken dat met bedreiging en intimidatie personeel wordt gedwongen om te blijven werken met defect materieel. Hij heeft de volgende vragen voor de wethouder: − Is de wethouder het eens met lid Mangal dat Amsterdam hierdoor imagoschade oploopt? − Voelt de wethouder zich hier ook deels verantwoordelijk voor als 100 procent aandeelhouder? − Welke verantwoordelijkheid moeten, willen en kunnen we nemen als 100 procent eigenaar van het GVB? Lid Mangal is van mening dat de gemeente een verantwoordelijkheid heeft naar de burger voor de veiligheid, de mobiliteit en de leefbaarheid in de stad. In die verantwoordelijkheid is het nodig dat de gemeente een onafhankelijk onderzoek verricht naar de misstanden bij het GVB en hij vraagt de wethouder of hij hiertoe bereid is. Lid KABAMBA benadrukt dat er niet alleen signalen zijn gekomen over defect materieel, maar ook van een ‘defecte’ cultuur. Het lijkt niet meer te gaan om incidenten en bijzondere gevallen en lid Kabamba vreest dat het GVB nog wel eens het internationale nieuws zou kunnen halen. Lid PERDOK hoopt op een constructief debat waaruit oplossingen zullen komen om een veilig gebruik van het ov te kunnen waarborgen. De reactie van het GVB op de resultaten van het NRC-onderzoek was voor lid Perdok teleurstellend en zij verwacht dit niet van een lerend orgaan.
Uit recente casussen maakt lid Perdok op dat er kan worden getwijfeld aan de effectiviteit van de maatregelen die zijn ingezet in de afgelopen periode. Zij stelt een aantal vragen: − Wat doet het GVB om het contact met oud-werknemers aan te halen en tot een goed einde te komen? − Welke interventies zijn er ingezet om angstcultuur tegen te gaan? − Wat zijn grote veranderingen vergeleken met vroeger? − Is er een extern bedrijf betrokken bij het achterhalen van de medewerkerstevredenheidscijfers? − Waarom is het nu pas mogelijk voor medewerkers en oud-medewerkers om meldingen te doen bij een externe vertrouwenspersoon, terwijl de wethouder al langer op de hoogte was van de situatie? − Kan de wethouder aangeven welke interventies er zijn gedaan om te komen tot een open en veilige werkomgeving binnen het GVB? Vervolgens beschrijft lid Perdok een aantal situaties die je als passagier kunt meemaken. Ook kent zij verhalen van werknemers bij wie het werken bij het GVB tot psychische en fysieke schade heeft geleid. Lid MEERBURG geeft aan dat volgens het college het ILT gaat over de veiligheid, maar niet alle veiligheidsmeldingen komen terecht bij het ILT, omdat ze worden achtergehouden door het GVB, of de medewerkers zijn bang om een melding te doen. Uit een controle door HHC/DRS in 2018 is gebleken dat de remsystemen destijds bij bijna alle wagons niet in orde zijn.
Lid Meerburg neemt aan dat er inmiddels verbetering is gekomen, maar hij vraagt zich af of er sinds die tijd een vergelijkbaar rapport is opgemaakt om de huidige stand van zaken te kunnen bepalen. Lid Meerburg stelt voor om de raad dit actuele rapport voor te leggen, zodat feitelijk bekend wordt wat er aan de hand is en wat er moet worden gedaan. Lid ASRUF verwijst naar het NRC-onderzoek waarvan de uitkomst onlangs is gepubliceerd en waaruit blijkt dat de arbeidsomstandigheden en de cultuur bij het GVB op dit moment te wensen overlaten. Hier is al uitgebreid in de raad en in de regioraad over gesproken. Vervolgens geeft hij aan dat het belangrijk is dat medewerkers en oudmedewerkers meldingen doen bij de externe vertrouwenspersoon. Dit zal patronen aan het
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
licht brengen en er kan een onderzoek worden verricht waar de wethouder de raad over kan informeren. Lid Asruf belicht de verschillende rollen die de raad heeft; als gemeente is dat aandeelhouder, maar als Vervoerregio ook opdrachtgever. Lid MEERBURG vraagt lid Asruf of hij eveneens de noodzaak ziet van het objectief kunnen vaststellen dat er verbeteringen plaatsvinden en dat er op de meldingen wordt geacteerd. Lid ASRUF benadrukt het belang van het doen van meldingen door medewerkers en oud-medewerkers. Op basis hiervan kan de externe vertrouwenspersoon onderzoeken of er sprake is van een patroon en dat de raad hierover door de wethouder wordt geïnformeerd. Daarna kan de raad vaststellen of het GVB voldoende doet om veranderingen te bewerkstelligen. Lid MEERBURG vraagt zich af of de PvdA geïnteresseerd is in de vraag of de voertuigen veilig zijn en hoe dat kan worden vastgesteld. Lid ASRUF beaamt dit, maar geeft tevens aan dat de veiligheid van de voertuigen in de Regioraad besproken moet worden, want hierover gaat de Vervoerregio als opdrachtgever. Lid MEERBURG kan het procedurele antwoord van de PvdA niet begrijpen, aangezien het feitelijk gaat om de stand van zaken met betrekking tot het materieel. Lid ASRUF vindt het ook lastig om te bepalen met welke vragen hij bij de wethouder terecht kan en welke vragen in de regioraad thuishoren.
Uit het NRC-artikel maakt hij op dat de controle op veiligheid binnen het GVB gedaan wordt door het GVB zelf. Hij vraagt de wethouder of hij hiervan op de hoogte is, of hij dit dan wenselijk acht en hoe hij ernaar kijkt als aandeelhouder. Lid Asruf vindt het verontrustend dat een lerende organisatie als het GVB zo defensief en gesloten reageert op meldingen over misstanden en artikelen over de organisatie in de media. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Hij vraagt voorts of de wethouder op de hoogte is van : − Het voornemen van de Vervoerregio om het GVB eind 2023 een malusboete op te leggen van zeven miljoen euro. Dit maakt lid Asruf op uit het NRC-artikel; − Het achterblijven van ongebruikte metrowagons op rangeerterreinen. Tenslotte vraagt lid Asruf wat de wethouder gaat doen om ervoor te zorgen dat het GVB zo snel mogelijk op orde komt. Ook vraagt hij de wethouder naar zijn acties op het moment dat het rapport van de externe vertrouwenspersoon bij hem terecht komt. Hij hoopt dat de wethouder de ontwikkelingen rondom het meldpunt ook naar de commissie zal communiceren. Lid SCHMIT verwacht van de wethouder informatie over de uitkomst van het onderzoek naar de medewerkersbetrokkenheid, waaruit zal blijken hoe de samenwerking is binnen het GVB.
Voor D66 is het meldpunt met de externe vertrouwenspersoon een goede toevoeging bij het zoeken naar oplossingen voor de problemen. Lid Schmit vraagt de wethouder of hij het standpunt van D66 deelt dat veiligheid onder de verantwoordelijkheid van de Vervoerregio valt. Tenslotte geeft lid Schmit aan dat de gemeente in deze de rol van toezichthouder heeft. Lid KABAMBA meent dat het gepast is om hier in de commissie de veiligheid te bespreken, zodat de burgers worden meegenomen in het feitenrelaas hierover.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
Lid SCHMIT is van mening dat het de zorgvuldigheid ten goede zou komen wanneer in de juiste commissies de relevante onderwerpen worden besproken. Lid MANGAL is van mening dat de verkeersveiligheid in de stad in deze commissie aan de orde zou moeten komen. Hij vindt het jammer dat de wethouder Verkeer en Vervoer niet is ingegaan op de uitnodiging om bij dit agendapunt aanwezig te zijn. Lid SCHMIT wacht allereerst de reactie van de wethouder af op zijn vraag waar de bespreking van veiligheid thuis hoort. Dit naar aanleiding van het artikel in de NRC over veiligheid bij het GVB. Lid BOBELDIJK benadrukt dat het gaat om de veiligheid van de Amsterdamse burgers in het ov en hij vindt het dan ook gepast dat hier in deze commissie over wordt gesproken. Lid SCHMIT benoemt de verschillende rollen van de gemeente; in onderhavige situatie is dat de rol van aandeelhouder en bij de Vervoerregio Amsterdam is dat de rol van het aansturen van het openbaar vervoer. Lid BOBELDIJK benadrukt dat hij hier tevens spreekt namens de burgers die gebruik maken van het ov en hij zich verantwoordelijk voelt voor hun veiligheid. Lid MEERBURG sluit zich aan bij het standpunt van de SP en hij verbaast zich over de formalistische houding van de PvdA en D66. De gemeente draagt immers de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de Amsterdamse burgers die gebruik maken van het ov.
Lid SCHMIT beschrijft de verantwoordelijkheid die de gemeente heeft als aandeelhouder en hij spreekt in deze commissie vanuit die rol. Lid MEERBURG vraagt of lid Schmit in die rol eventueel geïnteresseerd zou zijn in informatie over veiligheid die de Partij van de Dieren kan achterhalen. Lid SCHMIT gaat hier niet op in. Lid VAN PIJPEN sluit zich allereerst aan bij de woorden van lid Asruf en zij benadrukt het belang van het meldpunt. Zij is van mening dat een aantal aspecten van de veiligheid thuishoren bij de Vervoerregio en daar besproken moeten worden, aangezien er van daaruit actie op kan worden ondernomen. Bovendien zijn er ten behoeve van de duidelijkheid en effectiviteit afspraken gemaakt over welke onderwerpen waar thuishoren. Ook zij meent dat de reactie van het GVB op het NRC-artikel storend en ongepast is. Zij hoopt dat met de komst van de externe vertrouwenspersoon er aandacht zal zijn voor patronen in plaats van situaties afdoen als incidenten. Lid BOBELDIJK geeft namens zijn fractie aan dat hij ervan overtuigd is dat het GVB stappen zet om de situatie te verbeteren, maar het einddoel is nog lang niet bereikt getuige hoe er wordt omgegaan met het personeel. Hij noemt een aantal voorbeelden die worden beschreven in het NRC-artikel en de defensieve reactie hierop van het GVB.
Dat het GVB dan niet aangeeft hiervan te zijn geschrokken en aangeeft aan verbetering te werken, vindt lid Bobeldijk een gemis. Hij vraagt de wethouder hoe het toezicht verbeterd kan worden op de veiligheid van de passagiers en op hoe het personeel wordt behandeld. Wethouder SCHOLTES is bekend met het NRC-artikel waaruit weer blijkt hoe belangrijk de discussie over het GVB blijft. De directie erkent dit ook.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
Het mto leidde wel tot een voldoende, maar was ook aanleiding voor een extra onderzoek naar de werkdruk. Ook verwijst de wethouder naar de extra maatregelen die zijn genomen en besproken met de commissie. De wethouder vindt het belangrijk dat er aandacht blijft voor de ontwikkelingen bij het GVB. Daar komt nu nog bij het toenemende geweld tegen de medewerkers. Vervolgens geeft de wethouder aan dat ieder signaal over veiligheid voor hem aanleiding is om hierover met het GVB in gesprek te gaan. Maar de verantwoordelijkheid voor veiligheid ligt bij de Vervoersregio en het ILT houdt toezicht hierop. Hier bevindt zich de deskundigheid om te beoordelen. Lid MANGAL noemt een specifiek incident en vraagt de wethouder of dit thuishoort bij de VRA of bij Commissie Verkeer en Vervoer. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat er in beide commissie hierover vragen kunnen worden gesteld. Hij benadrukt vervolgens welke afspraken er zijn gemaakt over de taakverdeling. Lid MANGAL betreurt het dat de wethouder Verkeer en Vervoer niet aanwezig is om zijn vragen te beantwoorden, maar hij verwacht dat het college hem hierin tegemoet kan komen. Wethouder SCHOLTES verwijst naar een vergadering van de Regioraad op 9 juli 2024. Lid PERDOK is verbaasd dat er nu pas maatregelen worden genomen, terwijl de wethouder aangeeft dat hij veel tijd en energie steekt in de communicatie met het GVB.
Wethouder SCHOLTES geeft aan dat er al vele maatregelen zijn genomen, waaronder het aanstellen van een externe vertrouwenspersoon die rapporteert zowel aan het GVB als aan de wethouder, zodat er actie kan worden ondernomen op de meldingen. Lid MEERBURG begrijpt het standpunt van de wethouder inzake de beoordeling van de veiligheid. Daarom vraagt de Partij van de Dieren specifieke informatie, maar de wethouder is hier nog niet op ingegaan. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat alle informatie voor hem van belang is. Hij benadrukt dat elk signaal dat bij hem terecht komt, voor hem aanleiding is om in gesprek te gaan met het GVB. Maar hij respecteert ook de rol van de Vervoersregio en de Regioraad en de verantwoordelijkheid die deze partijen hebben. Lid MEERBURG stelt voor om alle stukken die gaan over veiligheid, al dan niet geanonimiseerd, ter inzage aan de commissie te geven, zodat de raad niet alleen afhankelijk is van de meldingen van medewerkers of gelekte informatie. Op die manier kan de raad samen met het college vaststellen of er verbetering plaatsvindt ten opzichte van het rapport uit 2018. Wethouder SCHOLTES stelt voor om deze vraag voor te leggen aan de Regioraad. Lid MEERBURG vindt het onjuist om met dit verzoek naar een andere commissie te worden verwezen.
Lid Meerburg is van mening dat de commissie verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid van de burgers en hier de benodigde informatie voor moet krijgen. Wethouder SCHOLTES verwijst naar de inhoud van een eerdere brief die hij de raad heeft doen toekomen, waarin de verdeling van de verantwoordelijkheden wordt beschreven. Hierin heeft de raad ook inzage gekregen in het veiligheidscertificaat dat is
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
afgegeven aan het GVB. Echter op het gebied van veiligheid kan de wethouder geen besluiten nemen, aangezien dat onder de verantwoordelijkheid valt van een ander gremium. Lid ASRUF vraagt of veiligheid een thema is aan de gesprekstafels met de RvC en de aandeelhouders. Wethouder SCHOLTES beaamt dat veiligheid een van de onderwerpen is die bij deze gesprekken aan de orde zijn. Lid ASRUF vraagt of het mogelijk is om de raad te informeren over het thema Veiligheid in de afgelopen jaren. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat hij de raad altijd informeert over wat er in de aandeelhoudersvergaderingen wordt besproken. Lid ASRUF maakt uit een reactie van het GVB op dat er geen kennis is van bepaalde incidenten, zoals een passagier die is achtergebleven. Hij vraagt de wethouder hier als aandeelhouder op te reflecteren. Wethouder SCHOLTES kan over deze specifieke casus geen oordeel vellen. Hij zegt toe hier in gesprekken naar te vragen, maar is tevens van mening dat de VRA en/of ILT hier in eerste instantie op moeten handelen. Lid BOBELDIJK vraagt hoe het proces van toezicht verloopt en hoe hierbij het contact met de VRA is. Wethouder SCHOLTES legt uit wat zijn rol als aandeelhouder inhoudt. Zijn contact met de VRA is beperkt, aangezien moet worden voorkomen dat de verschillende belangen teveel in elkaar overlopen.
Signalen vanuit de VRA zal de wethouder aan de orde stellen in zijn gesprekken met de directie en de RvC. Lid BOBELDIJK maakt zich zorgen dat door de strikte scheiding bepaalde signalen over veiligheid niet worden opgepakt. Wethouder SCHOLTES heeft zelf geen signalen gekregen vanuit de VRA, maar zij dienen de signalen in eerste instantie door te geven aan de ILT of de Regioraad. De wethouder waardeert de aandacht in het NRC-artikel voor de aanstelling van de externe vertrouwenspersoon. Het is inderdaad een bijzondere maatregel om de vertrouwenspersoon ook beschikbaar te stellen voor oud-medewerkers. De vindbaarheid van dit meldpunt op de website behoeft nog enige verbetering, maar daar wordt aan gewerkt. De wethouder geeft aan dat het meldpunt nog open staat tot eind september. Er zijn twee externe vertrouwenspersonen en er komt nog een derde bij. Als vervolg op deze maatregel zal de wethouder een rapportage van de vertrouwenspersoon ontvangen met onder andere de geconstateerde patronen, en een advies. De vertrouwenspersoon zal wel allereerst met de melder overeenkomen welke vervolgstappen er worden ondernomen. De wethouder somt op welke mogelijkheden er zijn als vervolg op een melding. De wethouder zal tevens met de vertrouwenspersoon in gesprek gaan over wat er is geconstateerd en wat er is geleerd. Zij zullen bekijken op welke manier de raad hierbij kan worden betrokken.
De wethouder begrijpt dat de commissie kritiek heeft op de defensieve toon van het GVB in reactie op het NRC-artikel, maar hij ziet ook dat er veel maatregelen worden genomen om de werkcultuur te verbeteren. De wethouder zal dit blijven monitoren. Tweede termijn
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
Lid MANGAL verzoekt de wethouder de voorgenomen benoemingen bij de directie en de RvC bij het GVB eerst voor te leggen aan de raad. Ten tweede verzoekt hij inzage in de notulen van de gesprekken met de RvC. Ook wil hij weten wat er met de meldingen van 2019 tot heden gedaan, nu hij erachter is gekomen dat het ILT alleen registreert. Tenslotte vraagt hij aan de wethouder waarom de Ombudsman is uitgesloten als toezichthouder op de publieke taak die de raad en het college verrichten. Het stelt lid Mangal teleur dat het college geen verantwoordelijkheid voelt om zelf tot actie over te gaan, maar het afschuift naar de VRA. Lid ASRUF benadrukt het belang van het externe meldpunt. Ook is het voor hem duidelijk dat de directie werkt aan noodzakelijke verbeteringen. Wel verwacht lid Asruf van de wethouder dat hij met het GVB in gesprek gaat over de reactie die de directie gaf op het NRC-artikel. Deze reactie is voor lid Asruf aanleiding om wantrouwend te blijven naar de directie van het GVB. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat er met betrekking tot de Ombudsman afspraken zijn die bepalen waar hij wel of niet over gaat. De Ombudsman voert ook gesprekken met het GVB en geeft signalen af aan de wethouder. Het voorleggen van benoemingen aan de raad is niet volgens de vastgestelde procedure. Op de reactie van het GVB op het artikel wil de wethouder op dit moment niet ingaan.
Lid MANGAL herhaalt zijn verzoek inzake de notulen van de gesprekken met de RvC van de afgelopen twee jaar. Ook wil lid Mangal weten of de wethouder bereid is om een extern onderzoek in te stellen. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat er geen notulen worden gemaakt van de gesprekken met de RvC. De wethouder legt verantwoording af over zijn gesprekken met de RvC en directie in het Jaarverslag Deelnemingen, in de halfjaarlijkse rapportage en in de commissie FKD. De wethouder gaat inzetten op een verhoging van de meldingsbereidheid bij het externe meldpunt en zal naderhand de rapportage ontvangen van het meldpunt. Pas dan gaat de wethouder afwegen wat eventuele volgende stappen zouden moeten zijn. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken en zal op verzoek van lid Mangal worden geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering. d. Rondvraag De VOORZITTER stelt voor om een aangepaste agenda te hanteren, waarbij agendapunt 5 wordt doorgeschoven naar het avonddeel en de agendapunten 8, 9 en 10 naar de eerstvolgende commissievergadering. De volgorde van de agendapunten voor het avonddeel wordt dan: Agendapunt 11 (geheim) Agendapunt 5 Agendapunt 12 Agendapunt 13 Agendapunt 14 Lid GARMY vraagt of het gesprek tussen de wethouder en Club Raum inzake hun uitspraken al heeft plaatsgevonden en wat de uitkomst was.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
Wethouder MELIANI verklaart in algemene zin dat culturele instellingen vrij zijn in wat zij programmeren en wat zij uiten, zolang zij zich hierbij aan de wet houden. De wethouder geeft aan dat er een gesprek is geweest met Club Raum en zij hebben aangegeven dat zij zich niet herkennen in het artikel en zullen komen met een reactie. De invloed van de wethouder is beperkt, aangezien zij niet kan opleggen wat culturele instellingen wel of niet naar buiten mogen brengen. De wethouder blijft hierover in gesprek met organisaties. Lid GARMY vraagt aan wethouder Van Buren te reageren op de bijdrage van de inspreekster over de werkcultuur binnen de gemeente. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat het college aan de slag is met de bestuursopdracht. Zij verwijst naar het Verweij-Jonker onderzoek dat zich richt op de kwantiteit van uitsluiting, discriminatie en intimidatie binnen de gemeente. De resultaten zijn binnenkort bekend en deze worden voor de zomer gedeeld met de raad. Ook zijn er inmiddels vanuit de bestuursopdracht maatregelen in gang gezet en de wethouder noemt enkele. Bij de P & O-organisatie vindt momenteel een reorganisatie plaats en het doel is dat de P&O-organisatie er echt is voor de medewerkers. Vervolgens geeft de wethouder aan dat ze persoonlijk heeft gesproken met de inspreeksters over dit onderwerp.
Lid NAMANE vraagt de wethouder hoe zij het hoge verzuimpercentage beoordeelt en of er actie wordt ondernomen op afdelingen met een zeer hoog verzuim. Wethouder VAN BUREN corrigeert de genoemde hoogte van het verzuimpercentage, dat in werkelijkheid neerkomt op 79 miljoen verzuimkosten. Het college stuurt erop om dit percentage naar beneden te brengen en zij legt de verantwoordelijkheid hiervoor bij de directies. Ook wordt het meegenomen in de diverse onderzoeken om de oorzaak te achterhalen. Lid BILGIN vraagt de wethouder de inspreekster aan te geven dat zij niets strafbaars heeft gedaan met haar bijdrage. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er geen sprake is van strafmaatregelen jegens personen die bij de commissie komen inspreken. Zij benadrukt het belang van het doen van meldingen bij de externe vertrouwenspersonen. Lid KABAMBA nodigt de wethouder en enkele commissie leden uit om deel te nemen aan de Black Heritage Tours om kennis te maken met het thema waar het hier om gaat. Wethouder MELIANI heeft hier al twee keer aan deelgenomen en vindt het een waardevolle manier om kennis te nemen van het koloniale verleden in Amsterdam. Zij beveelt het evenement bij alle commissieleden aan en geeft aan graag nog eens van de partij te willen zijn. Lid IJMKER is ervan op de hoogte dat er 1200 camera’s van Chinese makelij zullen worden vervangen.
Het lijkt haar het goede moment om te bekijken of alle camera’s wel moeten blijven hangen en deze actie te combineren met het gestelde in de motie ‘Digitale Schoonmaak’. Wethouder SCHOLTES kan hier niet direct op reageren. De camera’s worden meestal door andere diensten gebruikt en de wethouder heeft niet de capaciteit om alle camera’s na te lopen. Hij zegt toe er bij de volgende bespreking op terug te komen.
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
BESPREEKPUNTEN Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 3. Vaststellen van de vestiging van het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum op het Java-eiland (VN2024-008001) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat het een raadsvoordracht betreft dat op de agenda staat van de raadsvergadering van 26 en 27 juni. Lid LUST beschrijft de voorgeschiedenis van het Slavernijmuseum en de link met de herdenkingen aan het koloniale verleden. Zij complimenteert de drie kwartiermakers met hun uitstekende prestaties die hebben geleid tot de oprichting van dit museum. De kwartiermakers zijn: Peggy Brandon, John Leerdam en David Brandwacht. Zij hebben met ondersteuning van de ambtenaren in slechts anderhalf jaar het ontwerp voor het museum kunnen realiseren. Het plan wordt tevens in voldoende mate ondersteund door belanghebbenden. Lid Lust vraagt de wethouder welke oplossingen er zijn voor het te weinige personeel en de begeleiding van de bezoekersstromen. Dit laatste is vooral een aandachtspunt voor het bestuur van stadsdeel Oost. Lid BADAL noemt een aantal belangrijke mijlpalen die van toepassing zijn op het Slavernijmuseum: na de bouw komt er een invulling van het programma, instelling van een bestuursorganisatie, waarborgen van een optimale financiering.
Hij vraagt de wethouder aan te geven welke mijlpalen er in de nabije toekomst nog meer behaald moeten worden om het museum te realiseren. Lid HIJLKEMA geeft aan dat er enkele praktische problemen moeten worden opgelost als het museum inderdaad op Java-eiland gerealiseerd gaat worden, zoals het managen van de bezoekersstroom. Ook is het budget voor het museum nog niet helemaal rond en ontbreekt er acht miljoen euro voor het park dat behoort in het concept en dat bijdraagt aan een fijne leefomgeving aldaar. Lid Hijlkema vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Ook wil hij weten of de wethouder mogelijkheden ziet om met het huidige budget het park in te passen. In de raadsinformatiebrief van 30 mei staat een hoger bedrag aan externe fondsen dan in het eindadvies werd genoemd. Lid Hijlkema vraagt de wethouder aan te geven hoe deze verhoging van meer dan zes miljoen euro valt te verklaren en of hier sprake is van een concrete toezegging. Lid BENTOUMYA richt allereerst een dankwoord tot de kwartiermakers. Vervolgens stelt zij een aantal vragen: − Kan de wethouder aangeven op welke manier er invulling wordt gegeven aan de behoefte aan dialoog en expressie in de aanloop naar de oprichting van het museum? − hoe worden de verschillende aandachtspunten die staan omschreven in de bestuurlijke reactie meegenomen in het Plan van Aanpak.
− Het is lid Bentoumya opgevallen bij de participatiebijeenkomsten dat de rol van muziek een belangrijke plaats inneemt; hoe wordt dit meegenomen in het ontwerp van het gebouw en het park? − Hoe worden de nazaten van de tot slaaf gemaakten betrokken bij de participatie? − Wat wordt er bedoeld met het teruggeven van participatie? − Hoe worden de mensen die bij de participatie zijn betrokken bereikt voor het meedenken, doneren of bijdragen aan de collectie?
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
Lid GARMY grijpt terug in de geschiedenis die aanleiding is voor de oprichting van het Slavernijmuseum. Ook hij complimenteert de kwartiermakers met het werk dat ze hebben verricht. Lid Garmy stelt enkele vragen: − Welke zorgen heeft de wethouder ten aanzien an het participatietraject dat gaat plaatsvinden bij de bouw van het museum in de omgeving? − Zijn er lessen te trekken uit het participatietraject voor het vervolg? Lid BOUHASSANI spreekt haar waardering uit voor het werk van de drie kwartiermakers. Namens haar partij en gesteund door de positieve insteek van alle belanghebbenden voor de locatie deelt lid Bouhassani mee dat zij het eens is met de locatiekeuze. Ook het park als onderdeel van het concept beschouwt de PvdA als een waardevolle toevoeging. Tot slot benadrukt lid Bouhassani het belang van het betrekken van de bewoners en ondernemers in stadsdeel Oost bij het proces. Lid MANGAL uit een aantal zorgpunten, ook al is hij zeer positief over het project: − Hoe wordt er gezorgd voor een goede bereikbaarheid, vooral voor mensen met een beperking? − Hoe wordt de schatplichtigheid naar de inheemse bevolking recht gedaan? Tot slot spreekt lid Mangal zijn grote waardering uit voor wat er met het Slavernijmuseum wordt neergezet en hij geeft aan dat dit resultaat zonder de bemoeienis van Simion Blom niet behaald had kunnen worden.
Lid KABAMBA spreekt haar waardering uit over de kwartiermakers. Verder geeft zij aan dat het museum het resultaat is van een jarenlange strijd. Zij vraagt de wethouder of er een mogelijkheid bestaat om onder het museum een parkeergarage te realiseren. Lid MANGAL hoopt dat deze erkenning op een of andere wijze wordt opgenomen in het slavernijmuseum Lid PERDOK beschrijft in haar betoog de geschiedenis die voorafging aan de realisatie van het museum en welke functie dit museum heeft in de huidige samenleving. Zij bedankt daarvoor namens haar fractie iedereen die zich hiervoor heeft ingezet. Wethouder MELIANI benadrukt het belang van dit besluit. Het museum is het resultaat van inspanning van veel mensen. De wethouder beschrijft de voorgeschiedenis van het Slavernijmuseum. Vervolgens geeft de wethouder aan welke stappen er vanaf nu moeten worden gezet: de raad moet instemmen met de locatie, in september 2024 zal de raad wensen-en-bedenkingen worden gevraagd voor de stichting en in november 2024 besluit de raad over de aanvullende middelen die het college bij de Voorjaarsnota voorstelt. Het trans-Atlantische slavernijverleden wordt een prominent onderdeel van het museum, al zal het ook gaan over het gehele Nederlandse slavernijverleden, waarmee aan alle betrokkenen recht wordt gedaan.
Er wordt een plek gegeven aan het maatschappelijke debat en de toegenomen kennis, waarmee het brede verhaal een plek krijgt in het museum. In de volgende fase van het bouwproces zal ook de verkeerssituatie worden bekeken. De omwonenden worden meegenomen in de volgende fase als de passende locatie wordt onderzocht. Ten aanzien van het verschil in budget dat lid Hijlkema aankaartte deelt de wethouder mee, dat er enkele opties zijn onderzocht, zoals Europese subsidies. De wethouder gaat kansen die er zijn benutten om externe financiering op te halen, los van de middelen die er zijn vanuit het Rijk en de gemeente Amsterdam. Vooralsnog worden alle
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
middelen ingezet om het gebouw te realiseren en pas daarna wordt er gezocht naar middelen om het park, dat onderdeel is van het gehele project, aan te leggen. Hier komt de wethouder later op terug. Lid BOBELDIJK vraagt wanneer de wethouder uitsluitsel gaat geven over het budget voor de realisatie van het park. Wethouder MELIANI geeft aan dat duidelijk zal zijn wat de kosten zijn als het ontwerp er ligt. Ook zijn er mogelijkheden om de benodigde middelen uit de markt te halen of vanuit de gemeente, maar hierover is voor de wethouder nog niets duidelijk. Lid HIJLKEMA vraagt of de kansen die de wethouder noemde om te komen tot en verhoging van het budget ook al werden meegenomen in het oorspronkelijke lagere budget van 11 miljoen. Ook wil hij weten waar de rekening terechtkomt als deze kansen zich niet voordoen. Wethouder MELIANI verklaart dat er op basis van de huidige kennis over de kansen, de gesprekken die er al zijn gevoerd en eerdere internationale voorbeelden kansen aanwezig lijken te zijn. Eventuele heroverweging als de kansen niet benut kunnen worden is een risico dat behoort bij een dergelijk project en daarvoor neemt het college mitigerende maatregelen. De omvang van de organisatie is bepaald op basis van advies van musea specialisten. De wethouder zegt toe te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor de realisatie van een parkeergarage en zal hier op terugkomen.
In antwoord op de vragen van lid Bentoumya legt de wethouder uit dat alle betrokkenen die hebben bijgedragen aan de realisatie van het museumplan bekend zijn en zij zullen ook worden betrokken bij de verdere ontwikkeling. Ook organisaties waar nog geen relatie mee is, zoals onderwijs en educatie, zullen worden benaderd om bij te dragen aan de vergroting van het bewustzijn met betrekking tot het koloniale verleden in de samenleving. Bij een eerder projectplan is gebleken dat de wijze van communicatie te wensen over liet en de organisatie kreeg het advies de communicatiemethode aan te passen. Dit is voor de organisatie van het Slavernijmuseum een leermoment. Lid BENTOUMYA herhaalt haar vraag over de plek van muziek bij de inrichting van het park. Wethouder MELIANI geeft aan dat zij in een bredere formulering over de programmering probeerde aan te geven dat er bij het ontwerpen rekening kan worden gehouden met de diversiteit aan aanbod. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken en dat de voordracht gereed is voor behandeling in de raad, alwaar deze kort zal worden besproken. De VOORZITTER geeft aan dat behandeling van agendapunt 5 wellicht toch mogelijk is na agendapunt 4. Hij verzoekt de leden na afsluiting van punt 4 aanwezig te blijven. 4.
Bespreken van het advies van de Kinderraad over racisme en discriminatie (VN2024-008055) De VOORZITTER heet de Kinderraad en de Ombudsman welkom en leidt het agendapunt in.
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 20 juni 2024
FKD
De heer M. Ramlal (Ombudsman) deelt mee dat de Amsterdamse Kinderraad aanwezig is om advies uit te brengen over de aanpak van racisme en discriminatie. Hij verwijst vervolgens naar het preadvies van de Nederlandse Juristenvereniging over het EU Grondvesten Handvest. Art. 24 hierin vermeldt de noodzaak om de stem van kinderen te horen in beleidskwesties. De Kinderraad is vertegenwoordigd door vijf kinderen elk uit een ander stadsdeel. Zij verwoorden de motivatie en de aanleiding om dit onderwerp onder de aandacht te brengen en lichten het advies dat zij schriftelijk hebben ingediend toe. Lid GARMY benadrukt het belang dat kinderen zich verdiepen in een dergelijk onderwerp. Hij stelt twee vragen: − Hoe ziet de voorgestelde campagne eruit? − Is er al een idee voor een mascotte? BO (Kinderraad) beschrijft de poster die zou kunnen worden gebruikt bij een campagne en op welke manier de toeschouwer actief kan worden betrokken bij de campagne. Lid NIJSSEN dankt de Kinderraad voor het advies en complimenteert de Kinderraad met haar aanpak door situaties vanuit de verschillende perspectieven te benaderen. Vervolgens vraagt lid Nijssen welke rol de ouders kunnen hebben. Als mascotte stelt hij voor hiervoor een Ajax-speler te benaderen. TOM (Kinderraad) beschouwt de ouders als omstanders, behalve als het gaat om de ouders van een slachtoffer.