COMPARE akte van oprichting holdingstichting - AD2025-014321.pdf
Tekst van het document
SL/ML/60019805 Concept de dato 7 oktober 11 november 2024 VAN DOORNE N.V.
AKTE VAN OPRICHTING STICHTING AAN DE AMSTEL
Op [DATUM], verschijnt voor mij, mr. Saskia Laseur-Eelman, notaris te Amsterdam: [MEDEWERKER VAN DOORNE], met kantooradres 1081 KM Amsterdam, Jachthavenweg 121, te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde, blijkens de aan deze akte te hechten volmachten (Bijlagen), van: 1.
de stichting: Stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel, statutair gevestigd in de gemeente Amsterdam, met adres: 1072 AW Amsterdam, Ruysdaelkade 215, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer: 34285452, hierna te noemen: "OOadA"; en
2.
de stichting: Stichting BSO Theo Thijssenschool (na statutenwijziging genaamd; Stichting Kinderopvang aan de Amstel), statutair gevestigd te gemeente Amsterdam, met adres: Anjeliersstraat 157, 1015 NG Amsterdam, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 85009032, hierna te noemen: "KOadA".
OOadA en KOadA tezamen te noemen: de "Oprichters". De verschenen persoon, handelend als vermeld, verklaart namens de Oprichters een stichting op te richten met de navolgende: STATUTEN Begripsbepalingen Artikel 1 1.
In deze statuten wordt verstaan onder: a.
college van bestuur: het orgaan dat belast is met het statutaire bestuur en de vertegenwoordiging van de stichting, bestaande uit één of meer leden van het college van bestuur;
b.
centrale raad: het medezeggenschapsorgaan van de stichting, bestaande uit afgevaardigden
van
de
gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad,
de
ondernemingsraad en de (centrale) oudercommissie, met dien verstande dat zolang de centrale raad nog niet is ingesteld, de in deze statuten aan de centrale raad toegekende
rechten
worden
uitgeoefend
door
de
gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad, de ondernemingsraad en/of de (centrale) oudercommissie al dan niet in gezamenlijkheid -, al naar gelang de betreffende bevoegdheid en de wettelijke grondslag van de betreffende bevoegdheid dat vereisen; c.
(centrale) oudercommissie(s): de (centrale) oudercommissie(s), gevormd door afgevaardigden uit de oudercommissies van de kinderopvangcentra in stand gehouden door KOadA, bedoeld in de Wet Kinderopvang;
d.
gemeentengemeente: de gemeente/gemeenten
Amsterdam waarin scholen zijn
gevestigd zoals door OOadA in stand worden gehouden; e.gemeenteraden gemeenteraad:
de
gemeenteraad/gemeenteraden
van
de
gemeente/gemeenten waarin openbare scholen zijn gevestigd zoals door OOadA in
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
1
stand worden gehouden Amsterdam; f.
gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad:
medezeggenschapsra(a)d(en)
verbonden
aan
de OOadA,
gemeenschappelijke die
de
bevoegdheden
heeft/hebben als toegekend in de Wet medezeggenschap op scholen; g.
KOadA: de stichting: Stichting BSO Theo Thijssenschool, na statutenwijziging genaamd Stichting Kinderopvang aan de Amstel, statutair gevestigd te gemeente Amsterdam, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 85009032 dan wel diens rechtsopvolger onder algemene titel;
h.
ondernemingsraad: de ondernemingsraad van KOadA, als bedoeld in de Wet op de Ondernemingsraden;
i.
OOadA: de stichting: Stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel, statutair gevestigd te gemeente Amsterdam, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 34285452 dan wel diens rechtsopvolger onder algemene titel;
j.
opvangvoorzieningen: de door KOadA in stand gehouden voorzieningen voor
k.
raad van toezicht: het orgaan dat belast is met de functie intern toezicht;
l.
school/scholen: de door OOadA in stand gehouden school/scholen voor primair
(verschillende vormen van) kinderopvang;
onderwijs op openbare grondslag; m.
schriftelijk: per post, per e-mail of via enig ander elektronisch communicatiemiddel, waarmee het mogelijk is een bericht te verzenden dat leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld;
n.
stichting: deze stichting: Stichting Onderwijs aan de Amstel, waarvan de statuten zijn opgenomen in de onderhavige akte;
o.
Wet Kinderopvang: de Wet Kinderopvang, dan wel een daarvoor in de plaats tredende wettelijke regeling;
p.
Wpo: de Wet op het primair onderwijs, dan wel een daarvoor in de plaats tredende wettelijke regeling.
2.
Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd.
3.
Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, houdt een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht of een andere gender(identiteit) in en omgekeerd.
Naam en zetel Artikel 2 1.
De stichting draagt de naam: Stichting aan de Amstel.
2.
De verkorte naam van de stichting is: Aan de Amstel.
3.
De stichting heeft haar zetel in de gemeente Amsterdam.
4.
De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.
Doel Artikel 3 1.
De stichting heeft ten doel: a.
het (doen) geven van kwalitatief goed openbaar basisonderwijs, in scholen en/of
b.
het (doen) verzorgen van opvang voor kinderen en het aanbieden van activiteiten;
integrale kindcentra;
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
2
c.
het (doen) exploiteren van kinderdagverblijven en het (doen) verzorgen van opvang buiten schooltijd;
d.
het (doen) in stand houden van één of meer integrale voorzieningen voor kinderen van nul tot en met dertien jaar, waarbinnen educatie onderwijs en opvang samenkomen;
e.
het (doen) bevorderen van de bestuurlijke samenwerking en afstemming tussen rechtspersonen die zich richten op het verlenen van onderwijs en/of kinderopvang,
en al hetgeen met vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord. 2.
De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door: a.
het (doen) oprichten (stichten) en in stand houden van één of meer scholen voor openbaar basisonderwijs;
b.
het (doen) oprichten, in stand houden en exploiteren van een of meer voorzieningen voor opvang van kinderen in de meest brede zin van het woord;
c.
het (doen) initiëren en realiseren van projecten die het welzijn en de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen in het primair onderwijs bevorderen en/of die bijdragen aan vernieuwing en/of verdieping van het aanbod van voorschoolse, schoolse en vrije tijdsvoorzieningen;
d.
het (doen) tot stand brengen van samenwerking met andere instellingen, werkzaam op de terreinen van jeugdbeleid, in het bijzonder van opvang, onderwijs en jeugdwelzijn;
e.
het voeren van een gemeenschappelijk bestuur en beheer over OOadA en KOadA, en de daaraan gelieerde rechtspersonen, alsmede eventuele overige rechtspersonen die scholen en/of opvangvoorzieningen in stand houden;
f.
het houden van toezicht op de door OOadA in stand gehouden scholen (met een rechtmatig bestuur en beheer), alsmede op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het college van bestuur, zulks overeenkomstig inhoud en strekking van het bepaalde in de artikelen 17a tot en met 17c van de Wpo, waarin wordt beschreven de vervulling van de functie intern toezicht, alsmede het houden van toezicht op de door KOadA in stand gehouden opvangvoorzieningen;
g.
het (doen) verlenen van ondersteunende diensten aan de hiervoor onder sub e. bedoelde rechtspersonen en/of instellingen, alsmede aan andere rechtspersonen, voor zover dit bijdraagt aan de doelstelling zoals verwoord in lid 1 van dit artikel;
h.
het bevorderen van een samenhangend pedagogisch beleid, onder meer door het aansturen van de hiervoor bedoelde rechtspersonen en de door hen in stand gehouden integrale voorzieningen, alsmede het samenwerken met andere rechtspersonen en/of instellingen;
i.
het behartigen van de belangen van de met de stichting verbonden rechtspersonen;
j.
het (doen) oprichten, verwerven en exploiteren van, het deelnemen in, het samenwerken met, het voeren van de directie over, alsmede het (doen) financieren van andere instellingen en ondernemingen, in welke rechtsvorm ook, mits passend binnen het doel van de stichting;
k.
het (doen) opnemen van geldleningen en/of kredieten, alsmede het stellen van zekerheden (zoals garanties en hypotheken), voor zover dit bijdraagt aan de doelstelling;
l.
het (doen) huren, verhuren, vervaardigen, exploiteren, beheren en beschikken over
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
3
onroerende zaken, voor zover dit bijdraagt aan de doelstelling, en al hetgeen met vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord. 3.
De stichting beoogt niet het maken van winst.
Organen Artikel 4 1.
2.
De stichting kent als civielrechtelijke organen: a.
het college van bestuur;
b.
de raad van toezicht.
Binnen de stichting kunnen één of meerdere (advies)commissies en/of (advies)raden worden ingesteld.
College van Bestuur; samenstelling en benoeming Artikel 5 1.
Het college van bestuur bestaat uit één of meerdere natuurlijke personen. Het aantal leden van het college van bestuur wordt door de raad van toezicht vastgesteld.
2.
Alle leden van het college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht, na verkregen advies van de centrale raad en voorts met inachtneming van het hierna bepaalde.
3.
Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht, vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure en op basis van een vooraf openbaar gemaakte algemene profielschets, alsmede een profielschets per zetel. De profielschets(en) bevat(ten) de deskundigheden waarover de leden van het college van bestuur dienen te beschikken. Bij het ontstaan van een vacature gaat de raad van toezicht na of de algemene profielschets dan wel de individuele profielschets voor de betreffende zetel nadere uitwerking en/of aanpassing behoeft. De centrale raad wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen terzake de profielschets(en).
4.
De verdere procedure voor de benoeming van de leden van het college van bestuur kan, met inachtneming van de relevante wettelijke bepalingen en daaruit voortvloeiende rechten voor de centrale raad, worden geregeld in het reglement raad van toezicht.
5.
Ieder lid van het college van bestuur is onafhankelijk ten opzichte van de overige leden van het college van bestuur, de raad van toezicht en van de (deel)belangen van de stichting en de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert. Tot lid van het college van bestuur kan niet worden benoemd:
a.
een lid van de raad van toezicht of een voormalig lid van de raad van toezicht binnen een periode van vier jaar na diens aftreden als lid van de raad van toezicht;
b.
een persoon die tevens de functie van intern toezichthouder vervult bij een andere onderwijsorganisatie binnen dezelfde sector als de stichting;
c.
een persoon die tevens de functie van intern toezichthouder vervult bij een onderwijsorganisatie in een aanpalende onderwijssector in hetzelfde voedingsgebied.
6.
Het college van bestuur kan onderling vaststellen welk lid van het college van bestuur met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. De onderlinge taakverdeling wordt door de raad van toezicht goedgekeurd. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van het college van bestuur onverlet.
7.
Leden van het college van bestuur vervullen geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting. Voor het aanvaarden van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie door een lid van het college van bestuur wordt voorafgaand goedkeuring gevraagd aan de
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
4
raad van toezicht. De criteria die dienen als basis voor de raad van toezicht voor het verlenen of onthouden van goedkeuring aan de aanvaarding van een nevenfunctie worden vastgelegd in het reglement raad van toezicht. In het bestuursverslag worden alle nevenfuncties van de leden van het college van bestuur vermeld. 8.
De leden van het college van bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun arbeidsovereenkomst op basis waarvan de leden hun bestuurswerkzaamheden voor de (met de) stichting (verbonden rechtspersonen) verrichten, dan wel voor een andere door de raad van toezicht te bepalen periode. De vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het college van bestuur geschiedt door de raad van toezicht. Bij de vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de sector(en) geldende normen. Jaarlijks wordt door de raad van toezicht in het jaarverslag verantwoord welke bedragen zijn toegekend aan de leden van het college van bestuur.
9.
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt het college van bestuur zijn bevoegdheden.
10.
Tenzij de raad van toezicht anders oordeelt, mogen de leden van het college van bestuur evenals zijn bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad geen enkel rechtstreeks of zijdelings persoonlijk voordeel genieten uit leveringen aan of overeenkomsten met de stichting.
College van bestuur; schorsing en ontslag, defungeren, belet en ontstentenis Artikel 6 1.
De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd de leden van het college van bestuur te ontslaan in het geval de leden van het college van bestuur naar het oordeel van de raad van toezicht in ernstige mate door handelen of nalaten de belangen van de stichting hebben geschaad.
2.
Een besluit tot ontslag wordt slechts genomen na verkregen advies van de centrale raad. In het reglement raad van toezicht wordt een nadere regeling getroffen voor de procedure tot schorsing en ontslag.
3.
Indien een lid van het college van bestuur is geschorst, dient de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen.
4.
Een lid van het college van bestuur dat is geschorst wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het betreffende lid van het college van bestuur vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord.
5.
Een lid van het college van bestuur defungeert voorts: a.
door vrijwillig aftreden;
b.
doordat het betreffende lid van het college van bestuur failliet wordt verklaard of aan het lid surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op het lid van toepassing wordt verklaard;
c.
indien titel 16 (ondercuratelestelling), titel 19 (onderbewindstelling) en/of titel 20 (mentorschap) van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt;
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
5
d.
door het verstrijken van de periode waarvoor het lid is benoemd, behoudens eventuele
e.
door het eindigen van arbeidsovereenkomst op basis waarvan het lid diens
herbenoeming; bestuurswerkzaamheden voor de (met de) stichting (verbonden rechtspersonen) verricht;
6.
f.
door ontslag door de rechtbank;
g.
door overlijden.
In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van het college van bestuur, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende leden of het overblijvende lid van het college van bestuur. Bij langdurig belet of ontstentenis van één lid van het college van bestuur kan de raad van toezicht besluiten om gedurende deze periode een waarnemend lid van het college van bestuur te benoemen, welk lid gedurende de periode van waarneming, geacht wordt volledig deel uit te maken van het college van bestuur. In geval van ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur of het enige lid van het college van bestuur berust het bestuur tijdelijk bij één of meer door de raad van toezicht aan te wijzen personen. Leden van de raad van toezicht verrichten nimmer taken van het bestuur. Indien en voor zover een lid van de raad van toezicht optreedt als tijdelijk bestuurder, treedt die persoon voor die periode uit de raad van toezicht. Gaat de raad van toezicht niet binnen vier weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het college van bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam al dan niet op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen.
In geval van belet of ontstentenis van een of meerdere leden van het college van bestuur informeert een lid van het college van bestuur of een lid van de raad van toezicht de gemeenteraad zo snel mogelijk. Van belet is sprake als een lid van het college van bestuur, anders dan bij wijze van verlof, gedurende een periode van ten minste tien aaneengesloten werkdagen diens taak niet heeft kunnen uitoefenen dan wel redelijkerwijs is te voorzien dat een lid van het college van bestuur gedurende die periode diens taak, anders dan bij wijze van verlof, niet kan of mag uitoefenen. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van het college van bestuur.
College van bestuur; taken en bevoegdheden Artikel 7 1.
Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het belang van de stichting en het belang van de scholen en kinderopvangvoorzieningen die door de stichting in stand worden gehouden.
2.
Het college van bestuur is het bestuur in de zin van het Burgerlijk Wetboek en de wet, en heeft alle taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens de statuten en de wet aan anderen zijn toegekend. Ter uitwerking van specifieke taken en bevoegdheden, zomede bepalingen betreffende de werkwijze van het college van bestuur (bijvoorbeeld in het geval dat het college uit meer dan één natuurlijk persoon bestaat), wordt door dit college een bestuursreglement opgesteld, dat voordat tot vaststelling kan worden overgegaan, dient te worden goedgekeurd door de raad van toezicht.
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
6
3.
Bij de vervulling van hun taak richten de leden van het college van bestuur zich naar het doel en het belang van de stichting, het belang van de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert, het belang van de scholen en de opvangvoorzieningen, de kinderen en hun ouders, de belangen van de overige stakeholders en het belang van de samenleving en weegt deze belangen af.
4.
Het college van bestuur formuleert met inachtneming van de doelen van de stichting als bedoeld in artikel 3 van deze statuten concrete doelstellingen van de scholen en opvangvoorzieningen die door de met de stichting verbonden rechtspersonen in stand worden gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die scholen en opvangvoorzieningen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs en opvang stelt. Het college van bestuur legt in het bestuursverslag (hierna: jaarverslag) verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde doelstellingen worden gehaald.
5.
Het college van bestuur legt verantwoording af aan de raad van toezicht en verschaft de raad van toezicht tijdig de gegevens die noodzakelijk zijn voor de goede uitoefening van de taak van de raad van toezicht. Het college van bestuur rapporteert over de naleving van alle relevante
wet-
en
regelgeving
en
bespreekt
de
interne
risicobeheersings-
en
controlesystemen met de raad van toezicht. Het college van bestuur brengt aan de raad van toezicht periodiek verslag uit. 6.
Het college van bestuur is slechts met goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt (de rechtshandelingen als bedoeld in artikel 291 lid 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek). Het ontbreken van de in dit lid bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het college van bestuur aan. Bij de besluitvorming casu quo de goedkeuring bedoeld in de eerste volzin van dit lid, neemt het college van bestuur respectievelijk de raad van toezicht de in de onderwijswetgeving ter zake opgenomen bepalingen in acht. Deze bepaling laat onverlet het bepaalde bij artikel 106 lid 2 Wpo, waarbij er ten aanzien van de in die artikelleden beschreven gevallen sprake is van een nietige handeling indien de toestemming van het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente(n) ontbreekt.
7.
Het college van bestuur behoeft voorts de goedkeuring van de raad van toezicht voor de navolgende bestuursbesluiten: a.
het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag;
b.
de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers van de stichting of van met de stichting verbonden rechtspersonen tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek;
c.
ingrijpende
wijziging
van
de
interne
organisatiestructuur
en/of
van
de
arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting of in deinst van de met de stichting verbonden rechtspersonen; d.
een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling;
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
7
e.
het doen van een voorstel aan de gemeenteraden gemeenteraad tot opheffing of afsplitsing van (een deel van) de door de met de stichting verbonden rechtspersonen in stand gehouden scholen;
f.
het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpen de betekenis is voor de stichting, de met de stichting verbonden rechtspersonen of de door de met de stichting verbonden rechtspersonen in stand gehouden scholen of door KOadA in stand gehouden opvangvoorzieningen;
g.
(het doen van een voorstel tot) oprichting (stichten) van een school, opheffing van een school zoals in stand gehouden door de met de stichting verbonden rechtspersonen als geheel, opheffing van een onderdeel van een school (nevenvestiging of dislocatie) zoals in stand gehouden door de met de stichting verbonden rechtspersonen of afsplitsing van een deel van de door de met de stichting verbonden rechtspersonen in stand gehouden school of fusie van een school met een andere instelling;
7.
h.
(het doen van een voorstel tot) de oprichting of opening van een nieuw opvanglocatie;
i.
de vaststelling of wijziging van een strategisch meerjarenplan;
j.
de vaststelling en wijziging van de (meerjaren)begroting;
k.
de vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag;
l.
het vaststellen/wijzigen van een bestuursreglement.
In aanvulling op het bepaalde in lid 5 en lid 6 behoeven besluiten van het college van bestuur waarbij: (i)
de stichting als rechtspersoon - direct of indirect - enig bestuurder is van (een) andere rechtsperso(o)n(en), daaronder in ieder geval begrepen OOadA en KOadA; en
(ii)
deze rechtsperso(o)n(en) geen eigen toezichthoudend orgaan kennen,
tevens de goedkeuring van de raad van toezicht indien deze besluiten betrekking hebben op: a.
de besluiten als omschreven in lid 5 en lid 6 ten aanzien van deze rechtsperso(o)n(en);
b.
benoeming, schorsing of ontslag van bestuurders of leden van het toezichthoudend orgaan van een andere rechtspersoon;
c.
de uitoefening van in statuten van andere rechtspersonen toegekende benoemingsen/of goedkeuringsrechten en/of overige rechten aan de betreffende andere rechtspersoon;
d. 8.
de aanwijzing van de accountant voor deze rechtsperso(o)n(en).
De raad van toezicht kan besluiten dat indien het belang van een rechtshandeling als bedoeld in dit artikel beneden een door de raad van toezicht vast te stellen grens blijft, goedkeuring door de raad van toezicht niet is vereist.
9.
De raad van toezicht is bevoegd ook andere besluiten van het college van bestuur dan in dit artikel genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Deze andere besluiten dienen duidelijk te worden omschreven en schriftelijk aan het college van bestuur te worden medegedeeld.
College van bestuur; vergadering en besluitvorming Artikel 8 1.
Ieder lid van het college van bestuur heeft het recht op het uitbrengen van één stem. Besluiten van het college van bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin meer dan de helft van het aantal leden van het college van bestuur deelneemt aan de vergadering, tenzij deze statuten anders
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
8
bepalen. 2.
Indien de stemmen staken ten aanzien van een voorstel, is het voorstel verworpen. Het is aan alle leden van het college van bestuur om zorg te dragen voor maximaal gedragen besluiten binnen het college van bestuur.
3.
Het college van bestuur legt zijn besluiten schriftelijk vast en stelt deze op verzoek van een ieder beschikbaar, tenzij het bepaalde in lid 4 onder a., b. of c. van toepassing is.
4.
De besluiten van het college van bestuur zijn openbaar voor zover de Wpo daartoe verplicht. Het college van bestuur kan besluiten tot het niet openbaar maken van de besluiten indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen:
a.
het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
b.
de economische of financiële belangen van de stichting;
c.
het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden.
Het college van bestuur zal in het bestuursreglement de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door het college van bestuur te nemen besluiten tot stand komen, nader regelen. 5.
Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien het betreffende lid daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. De aanwezigheid van het betreffende lid van het college van bestuur telt niet mee voor het bepalen van een quorum. Het desbetreffende besluit wordt alsdan door de overige leden van het college van bestuur of het overblijvende lid van het college van bestuur genomen. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht.
6.
Het college van bestuur kan door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van het college van bestuur die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van het college van bestuur kan door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van het college van bestuur deelnemen, mits dat lid van het college van bestuur steeds alle andere leden van het college van bestuur kan verstaan en door die andere leden van het college van bestuur wordt verstaan.
7.
Het college van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits dit schriftelijk en unaniem geschiedt en alle leden van het college van bestuur in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.
8.
Het college van bestuur zal met inachtneming van deze statuten, een bestuursreglement opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld.
College van bestuur; vertegenwoordiging Artikel 9 1.
De stichting wordt vertegenwoordigd door het college van bestuur. Daarnaast wordt de stichting vertegenwoordigd door elk lid van het college van bestuur afzonderlijk.
2.
Krachtens besluit van het college van bestuur kan aan één of meer leden van het college van bestuur en/of één of meer andere personen een volmacht worden verleend om de stichting te vertegenwoordigen. De gevolmachtigde vertegenwoordigt de stichting met inachtneming
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
9
van de grenzen van zijn volmacht. Raad van toezicht; samenstelling en benoeming Artikel 10 1.
De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal leden van ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen. Is het aantal leden minder dan vijf, dan blijft de raad van toezicht bevoegd, onverminderd de verplichting om onverwijlde maatregelen tot aanvulling van het ledental van de raad van toezicht te nemen.
2.
De leden van de raad van toezicht worden benoemd als volgt: a.
indien de raad van toezicht uit vijf of zes leden bestaat, dan worden er drie leden door de gemeenteraden gemeenteraad benoemd. Indien de raad van toezicht uit zes leden bestaat, dan worden er vier leden door de gemeenteraad benoemd. Indien de raad van toezicht uit zeven leden bestaat, dan worden vier vijf leden door de gemeenteraden benoemd. In het geval de raad van toezicht (tijdelijk) uit minder dan vijf leden bestaat, dan benoemen de gemeenteraden de helft van het aantal leden afgerond naar bovengemeenteraad benoemd;
b. 3.
de overige leden worden door de raad van toezicht benoemd.
De benoeming van de leden van de raad van toezicht geschiedt met inachtneming van het navolgende:
a.
De oudergeleding van de centrale raad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor ten minste één derde gedeelte, doch geen meerderheid, van het aantal zetels in de raad van toezicht.
b.
De centrale raad wordt voorts in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad van toezicht, waarbij geldt dat bij het opmaken van deze voordracht ten minste de meerderheid van de oudergeleding van de centrale raad met die voordracht dient in te stemmen.
c.
De voordrachten als vervat onder sub a. en sub b. mogen er tezamen niet toe leiden dat de meerderheid van de leden van de raad van toezicht op voordracht worden benoemd.
d.
Voor de zetels waarvoor geen voordrachtsrecht geldt of ten aanzien waarvan de oudergeleding dan wel de centrale raad het aan hen toekomend voordrachtsrecht niet hebben uitgeoefend binnen drie maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd, heeft de raad van toezicht een voordrachtsrecht, doch wat de laatste groep betreft slechts voor één zittingsperiode van maximaal vier jaar.
4.
Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure en op basis van een vooraf openbaar gemaakte algemene profielschets, alsmede een profielschets per zetel. De profielschets(en) bevat(ten) de deskundigheden waarover de leden van de raad van toezicht dienen te beschikken.
5.
De in lid 3 van dit artikel genoemde voordrachten worden voorbereid door een benoemingsadviescommissie. De werkwijze van deze benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt. De voordracht wordt opgemaakt met inachtneming van het profiel bedoeld in het vierde lid van dit artikel.
6.
Bij het ontstaan van een vacature gaat de raad van toezicht na of de algemene profielschets dan wel de individuele profielschets voor de betreffende zetel nadere uitwerking en/of aanpassing behoeft. De centrale raad wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen terzake de profielschets(en).
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
10
7.
De samenstelling van de raad van toezicht is dusdanig dat de leden ten opzichte van elkaar, de leden van het college van bestuur en welk deelbelang ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. Bij de samenstelling van de raad van toezicht wordt uitgegaan van affiniteit met het onderwijs en de kinderopvang. De leden van de raad van toezicht vervullen hun taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting betrokken deelbelangen. Tot lid van de raad van toezicht kan niet worden benoemd een persoon die: a.
in dienst zijn van de stichting;
b.
bestuurder zijn van de stichting;
c.
lid zijn van het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Amsterdam;
d.
lid zijn van de raad van de Gemeente Amsterdam;
e.
lid zijn van een der bestuurscommissies van de Gemeente Amsterdam;
f.
lid zijn van de centrale raad van een school die onder het bestuur van de stichting of
g.
als advocaat, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van
onder het bestuur van de met de stichting verbonden rechtspersonen staat; de stichting of de met de stichting verbonden rechtspersonen dan wel ten behoeve van de wederpartij van de stichting of de met de stichting verbonden rechtspersonen; h.
als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de stichting of met de stichting verbonden rechtspersonen of in die hoedanigheid deelnemen aan het Decentraal Georganiseerd Overleg;
i.
rechtstreeks betrokken zijn bij het leveren van goederen of diensten aan of door de stichting of aan of door de met de stichting verbonden rechtspersonen die direct vallen onder de doelstelling van de stichting en daarbij de omvang, aard en vergoeding van de te leveren goederen of diensten kunnen vaststellen of daarop aanmerkelijke invloed kunnen uitoefenen;
j.
korter dan drie jaar geleden als werknemer in dienst zijn geweest van de stichting of de met de stichting verbonden rechtspersonen dan wel bloed- en aanverwant tot de tweede graad zijn van die werknemer, tenzij de raad van toezicht anders oordeelt.
8.
De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan. De raad van toezicht wijst uit zijn midden desgewenst een vicevoorzitter aan. De raad van toezicht kan onderling vaststellen welk lid van de raad van toezicht met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van de raad van toezicht onverlet.
9.
De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Aftreden geschiedt met in achtneming van een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een in een tussentijdse vacature benoemd lid van de raad van toezicht neemt op het rooster niet de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd; tenzij expliciet anders wordt bepaald. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar, rekening houdende met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar aaneengesloten lid van de raad van toezicht kan zijn. Voor Ook voor een herbenoeming is niet opnieuw een besluit van de gemeenteraden vereist omdat tot een herbenoeming door de raad van toezicht zelf wordt beslotenvan een lid dat door de gemeenteraad is benoemd is een besluit van de gemeenteraad dan wel (indien de gemeenteraad de bevoegdheid hiertoe heeft gemandateerd) het college van burgemeester en
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
11
wethouders van de gemeente Amsterdam vereist. 10.
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt de raad van
11.
Eventuele vergoedingen aan de leden van de raad van toezicht geschieden op basis van een
toezicht zijn bevoegdheden. door de raad van toezicht vastgesteld (en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakte) regeling. Jaarlijks wordt door het college van bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven 12.
Leden van de raad van toezicht evenals hun bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad mogen geen enkel rechtstreeks of persoonlijk voordeel genieten uit leveringen aan of overeenkomsten met de stichting of aan de met de stichting verbonden rechtspersonen.
13.
De leden van de raad van toezicht melden hun beroeps- of maatschappelijke achtergrond en nevenfuncties aan de raad van toezicht.
14.
De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen.
Raad van toezicht; schorsing, ontslag, defungeren, belet en ontstentenis Artikel 11 1.
Een lid van de raad van toezicht kan door de raad van toezicht worden geschorst en door het orgaan dat het desbetreffende lid heeft benoemd onder meer worden ontslagen wegens: a.
verwaarlozing van taak of onvoldoende functioneren;
b.
onverenigbaarheid van functies of belangen;
c.
wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan handhaving als lid van de raad van toezicht redelijkerwijs niet in het belang is van de stichting.
Indien
een
lid
van
de
raad
van
toezicht,
dat
is
benoemd
door
de
gemeenteradengemeenteraad, wordt geschorst door de raad van toezicht, deelt de voorzitter van de raad van toezicht dit per omgaande schriftelijk aan de gemeenteraden gemeenteraad mee. 2.
Artikel 6 lid 3 en lid 4 zijn van overeenkomstige toepassing.
3.
Een lid van de raad van toezicht defungeert voorts: a.
door vrijwillig aftreden (bedanken);
b.
doordat het lid failliet wordt verklaard of aan het lid surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op het lid van toepassing wordt verklaard;
c.
indien titel 16 (ondercuratelestelling), titel 19 (onderbewindstelling) en/of titel 20 (mentorschap) van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op het lid van toepassing wordt;
d.
door het verstrijken van de periode waarvoor het lid is benoemd, behoudens eventuele herbenoeming;
4.
e.
door ontslag door de rechtbank;
f.
door overlijden.
In geval van ontstentenis of belet van een lid van de raad van toezicht blijven de overige leden van de raad van toezicht volledig bevoegd. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam wordt of worden aangewezen. Indien college van
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
12
burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam niet binnen vier weken, nadat de in de derde volzin van dit lid beschreven situatie zich voordoet, een waarnemer heeft aangewezen kan door een (gedurende minimaal één jaar op grond lid 3 sub a of sub d) afgetreden lid van de raad van toezicht, al dan niet op verzoek van het college van bestuur, met inachtneming van het in deze statuten bepaalde, een tijdelijk lid van de raad van toezicht worden benoemd, die alsdan tijdelijk is belast met het toezicht. Deze persoon voorziet op diens beurt in de benoeming van de nieuwe leden van de raad van toezicht. Gaat een voormalig lid van de raad van toezicht hiertoe niet binnen een periode van drie maanden over, is het college van bestuur bevoegd een andere (rechts)persoon aan te wijzen om alsdan een tijdelijk lid van de raad van toezicht te benoemen. Deze persoon voorziet op diens beurt in de benoeming van de nieuwe leden van de raad van toezicht. In geval van belet of ontstentenis van een of meerdere leden van de raad van toezicht informeert het college van bestuur of een lid van de raad van toezicht de gemeenteraad zo snel mogelijk.
Van belet is sprake als een lid van de raad van toezicht, anders dan bij wijze van verlof, gedurende een periode van ten minste tien aaneengesloten werkdagen diens taak niet heeft kunnen uitoefenen dan wel redelijkerwijs is te voorzien dat een lid van de raad van toezicht gedurende die periode diens taak, anders dan bij wijze van verlof, niet kan of mag uitoefenen. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van de raad van toezicht. Raad van toezicht; taken en bevoegdheden Artikel 12 1.
De raad van toezicht houdt integraal toezicht op de verwezenlijking van grondslagen en doelstellingen van de stichting en van de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert, de algemene gang van zaken binnen de stichting en de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert, alsmede op het beleid en het functioneren van het college van bestuur. De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad terzijde en fungeert als klankbord. De raad van toezicht kan het college van bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren.
2.
De raad van toezicht is in het bijzonder belast met het houden van toezicht op OOadA en KOadA, de door OOadA in stand gehouden scholen en de door KOadA in stand gehouden opvangvoorzieningen. De raad van toezicht houdt in elk geval toezicht op: a.
de besluiten van het college van bestuur door middel van het uitoefenen van de goedkeuringsrechten als genoemd in deze statuten en de statuten van OOadA en KOadA;
b.
de verwezenlijking van de grondslag en de doelstelling van OOadA en KOadA, het bereiken van de gewenste doelen en resultaten en het belang van de samenleving;
c.
het functioneren van het college van bestuur en de naleving door het college van bestuur van de wettelijke verplichtingen, de van toepassing zijnde governance code(s) en eventuele afwijkingen van die code(s) ten aanzien van OOadA en KOadA;
d.
de rechtmatige verwerving en de doelmatige, efficiënte en rechtmatige bestemming en aanwending van financiële middelen;
e.
het namens de stichting fungeren als werkgever van het college van bestuur;
f.
het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan de raad van toezicht.
3.
De taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad van toezicht een
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
13
deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen. 4.
Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het doel en het belang van de stichting, het belang van de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert, het belang van de scholen en de opvangvoorzieningen, de kinderen en hun ouders, de belangen van de overige stakeholders en het belang van de samenleving en wegen deze belangen af.
5.
De raad van toezicht legt verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden als hiervoor genoemd, in het bestuursverslag van de stichting.
6.
Het college van bestuur verstrekt de raad van toezicht gevraagd en ongevraagd alle informatie omtrent alle onderwerpen de stichting betreffende die voor een goed functioneren van de raad van toezicht naar het oordeel van de raad van toezicht nodig of dienstig zijn. De raad van toezicht kan ter zake nadere regels stellen.
7.
De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting en de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert; de raad van toezicht heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen.
8.
De raad van toezicht kan voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak zich doen bijstaan door één of meer deskundigen.
9.
De raad van toezicht kan met inachtneming van deze statuten een reglement opstellen, waarin de verdeling van de taken van de raad van toezicht over de verschillende leden wordt geregeld. Ook overigens kan de raad van toezicht diens werkzaamheden en al wat het functioneren van de raad van toezicht betreft nader bij dit reglement regelen.
10.
De raad van toezicht evalueert jaarlijks zijn eigen functioneren zonder het college van bestuur. De voorzitter van de raad van toezicht voert ten minste jaarlijks met de voorzitter van het college van bestuur een evaluatiegesprek over het wederzijds functioneren van beide organen op zich en in relatie tot elkaar.
Raad van toezicht; vergadering en besluitvorming Artikel 13 1.
De raad van toezicht vergadert ten minste viermaal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of twee of meer leden van de raad van toezicht dit wenselijk acht(en). Vergaderingen van de raad van toezicht zijn in beginsel niet openbaar, tenzij de wet daartoe verplicht. De raad van toezicht kan alsdan besluiten tot een besloten vergadering op grond van het bepaalde in artikel 8 lid 4 onder a., b. of c. Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze statuten van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
2.
De oproeping tot de vergadering van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk aan ieder lid van de raad van toezicht en wordt verzonden door de raad van toezicht in opdracht van degene die het houden van de vergadering heeft verlangd. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen.
3.
De termijn van oproeping bedraagt ten minste vijf dagen, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend. In spoedeisende gevallen kan de termijn van oproeping worden verkort, zulks ter beoordeling van de voorzitter.
4.
Een lid van de raad van toezicht kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van de raad van toezicht doen vertegenwoordigen.
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
14
5.
De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn ontstentenis of afwezigheid voorziet de vergadering zelf in de leiding. De voorzitter wijst een notulist aan.
6.
Ieder lid van de raad van toezicht heeft het recht op het uitbrengen van één stem. Geldige besluiten van de raad van toezicht kunnen slechts worden genomen indien alle leden van de raad van toezicht met inachtneming van het hiervoor bepaalde zijn opgeroepen. Besluiten van de raad van toezicht worden genomen met volstrekte meerderheid van stemmen in een vergadering waarin meer dan de helft van alle leden van de raad van toezicht ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is, tenzij deze statuten anders bepalen. Ingeval de stemmen staken, komt geen besluit tot stand. Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
7.
Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. Het besluit wordt alsdan genomen door de overige leden van de raad van toezicht, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel. Wanneer hierdoor geen besluit kan worden genomen, wordt het besluit schriftelijk genomen door de raad van toezicht, onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
8.
De raad van toezicht kan door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van de raad van toezicht die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de raad van toezicht kan door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de raad van toezicht deelnemen, mits dat lid van de raad van toezicht steeds alle andere leden van de raad van toezicht kan verstaan en door die andere leden van de raad van toezicht wordt verstaan.
9.
De raad van toezicht kan bepalen dat de leden hun vergaderrechten kunnen uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel. Als de raad daartoe besluit gelden de volgende vereisten: -
het lid van de raad van toezicht dat op deze wijze aan de vergadering deelneemt, moet via het elektronisch communicatiemiddel kunnen worden geïdentificeerd;
-
dit lid moet rechtstreeks kunnen kennisnemen van de beraadslagingen ter vergadering en daaraan kunnen deelnemen;
-
hij moet het stemrecht kunnen uitoefenen.
De raad van toezicht kan (verdere) voorwaarden stellen aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Als deze raad van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, worden de gestelde voorwaarden bij de oproeping tot de vergadering bekend gemaakt. Het lid van deze raad dat via een elektronisch communicatiemiddel aan een vergadering deelneemt, geldt als in de vergadering aanwezig. 10.
a.
Besluiten van de raad van toezicht kunnen ook buiten vergadering worden genomen, mits alle fungerende leden van de raad van toezicht zich met deze wijze van besluitvorming akkoord verklaren en de stemming schriftelijk geschiedt.
b.
Daartoe kan onder meer gebruik worden gemaakt van alle vormen van geschreven tekstoverdracht in de ruimste zin van het woord. Hieronder valt dus ook een langs elektronische weg toegezonden en reproduceerbaar bericht aan het adres dat de raad van toezicht voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle leden van de raad van toezicht bekend heeft gemaakt.
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
15
c.
Bij het aldus te nemen besluit dient in acht te worden genomen hetgeen daaromtrent in deze statuten is bepaald.
d.
Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt door de voorzitter een procesverbaal opgemaakt waaraan de in sub b. van dit lid bedoelde reproduceerbare berichten zijn gehecht.
Dit proces-verbaal wordt bewaard ten kantore van de stichting. Tevens wordt hiervan mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt verwerkt. 11.
De leden van het college van bestuur wonen de vergaderingen van de raad van toezicht bij, tenzij de raad van toezicht aangeeft zonder de leden van het college van bestuur te willen vergaderen.
Boekjaar en jaarstukken Artikel 14 1.
Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2.
In overeenstemming met de doelstelling en in verband met de continuïteit van de activiteiten van de stichting en de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert, stelt het college van bestuur een (strategisch) meerjarenbeleidsplan op met een meerjarenbegroting. Het college van bestuur biedt jaarlijks vóór één december een ontwerp van de begroting met toelichting voor het komende jaar van de baten en de lasten van de activiteiten ter goedkeuring aan de raad van toezicht aan. De begroting omvat tevens een meerjarenraming van de baten en de lasten van de activiteiten voor minimaal de drie jaren volgend op het boekjaar, waarop de goed te keuren begroting betrekking heeft. Het college van bestuur stelt daarbij ook aan de raad van toezicht ter beschikking de conclusies, actiepunten en beleidsimplicaties die dit college voorstelt te verbinden aan de cijfers in die meerjarenraming.
3.
Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
4.
Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit wordt door het college van bestuur een balans en een staat van baten en lasten met toelichting (jaarrekening) over het afgelopen boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken vergezeld worden van een rapport van een accountant binnen zes maanden na afloop van het boekjaar. Het college van bestuur stelt tevens een bestuursverslag op over het afgelopen boekjaar. De jaarrekening en het bestuursverslag vormen tezamen het jaarverslag.
5.
De accountant wordt door de raad van toezicht benoemd en brengt gelijkelijk aan het college
6.
Indien en voor zover daartoe wettelijk of anderszins verplicht, brengt het college van bestuur
van bestuur en de raad van toezicht verslag uit over zijn bevindingen. jaarlijks aan de gemeenteraden van de gemeenten waar openbaar onderwijs wordt verleendgemeenteraad, verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt. 7.
De jaarstukken als hiervoor in lid 4 bedoeld worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door het college van bestuur – na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht - vastgesteld en ten blijke daarvan door alle leden van het college van bestuur en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan.
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
16
8.
Het bestuur verzendt binnen twee weken na de vaststelling het bestuursverslag (jaarverslag) inclusief de jaarrekening aan de gemeenteradengemeenteraad.
9.
De raad van toezicht kan in een apart besluit de leden van het college van bestuur decharge verlenen voor het gevoerde bestuur, nadat de jaarrekening is goedgekeurd door de raad van toezicht.
10.
Het college van bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaar te bewaren.
Statutenwijziging Artikel 15 1.
Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot wijziging van deze statuten, met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en met inachtneming van het bepaalde in artikel 48 Wpo (instemming van de gemeenteradengemeenteraad).
2.
Voor het besluit van de raad van toezicht tot het verlenen van een voorafgaande goedkeuring is ten minste een twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin ten minste een twee derde meerderheid van het aantal leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd dient te zijn. Tijdens deze tweede vergadering dient dan een twee derde meerderheid van het totaal aantal in functie zijnde leden van de raad van toezicht stem uit te brengen voor het betreffende voorstel om een rechtsgeldig besluit tot verlening van goedkeuring als hiervoor bedoeld te kunnen nemen.
3.
Bij de oproeping tot de vergadering van de raad van toezicht, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. Een statutenwijziging treedt niet eerder in werking dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Ieder lid van het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden.
4.
Het college van bestuur verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
5.
Het hiervoor in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot juridische fusie en het besluit tot juridische splitsing.
Ontbinding en vereffening Artikel 16 1.
Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot ontbinding van de stichting, met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en met inachtneming van het bepaalde in artikel 48 Wpo.
2.
Het bepaalde in artikel 15 met betrekking tot de totstandkoming van de besluitvorming terzake statutenwijziging is van overeenkomstige toepassing op de besluitvorming tot ontbinding van de stichting.
3.
De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
17
4.
De vereffening geschiedt door het college van bestuur, dan wel door een door het college van bestuur aan te wijzen (rechts)persoon.
5.
Een eventueel batig saldo wordt uitgekeerd aan een door het college van bestuur, met goedkeuring van de raad van toezicht aan te wijzen doel, dat zoveel mogelijk overeenkomt met het doel van de stichting.
6.
Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar berusten onder een door de vereffenaars aan te wijzen natuurlijk persoon of rechtspersoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven aan het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
Extern toezicht Artikel 17 1.
In aanvulling op de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht, geldt gelet op het openbaar karakter van het onderwijs zoals dat wordt verleend door de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert, voorts dat de gemeenteraden gemeenteraad bevoegd zijn is in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of het functioneren van het college van bestuur in strijd met het bepaalde in de Wpo maatregelen te nemen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen.
2.
De gemeenteraden kunnen gemeenteraad kan zich vanuit hun zijn wettelijke taak en verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijs wenden tot het college van bestuur van de stichting.
3.
Op verzoek van de gemeenteraden gemeenteraad verschaft het bestuur de gemeenteraden gemeenteraad de gegevens, die de gemeenteraden gemeenteraad redelijkerwijs nodig hebben om hun heeft om zijn toezichthoudende taken te kunnen uitoefenen.
Onvoorziene gevallen Artikel 18 1.
In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd zijn met de wet, prevaleert
2.
In alle gevallen de stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist het
de wet. college van bestuur na overleg met de Raad van Toezicht. Overgangsbepaling eerste boekjaar Artikel 19 Het eerste boekjaar van de stichting is een verkort boekjaar en loopt van datum oprichting tot en met eenendertig december tweeduizendvijfentwintig. Dit artikel vervalt tezamen met zijn opschrift na verloop van het eerste boekjaar. Slotverklaring Ten slotte verklaart de verschenen persoon, handelend als vermeld, dat voor de eerste maal: a.
tot leden van het college van bestuur worden benoemd: (i)
Sanne
Neeltje
van
Muijden,
geboren
op
vierentwintig
februari
negentienhonderdachtenzeventig; en (ii)
Luc Yvo Pierre Sluijsmans, geboren op tweeëntwintig januari negentienhonderd achtenzeventig.
b.
tot leden van de raad van toezicht worden benoemd: (i)
Saskia Nijs, geboren op negen februari negentienhonderdeenenzeventig;
(ii)
Henricus Albertus Maria Bemelmans, geboren op tweeëntwintig november
(iii)
Bartholomeus Winandus Richardus Maria Bruijns, geboren op zeventien september
negentienhonderdtweeënzestig;
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
18
negentienhonderdzevenenvijftig; (iv)
Malika El Mhassani, geboren op tien maart negentienhonderdachtentachtig; en
(v)
Jurgen te Nijenhuis, geboren op zes januari negentienhonderdvierenzeventig.
Slot akte De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. Deze akte wordt verleden te Amsterdam op de datum vermeld in de aanhef van deze akte. De inhoud van deze akte wordt door mij, notaris, zakelijk aan de verschenen persoon meegedeeld en toegelicht, waarbij ik, notaris, de verschenen persoon wijs op de gevolgen die uit de inhoud van de akte voortvloeien. De verschenen persoon verklaart ten slotte tijdig van de inhoud van deze akte kennis te hebben genomen en met die inhoud en de beperkte voorlezing van de akte in te stemmen. Onmiddellijk na voorlezing van ten minste die gedeelten van de akte waarvan de wet voorlezing voorschrijft, wordt de akte door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend.
60019805/18629934 Akte van oprichting Stichting Aan de Amstel
19
Title