Commissie SED Voordracht
Tekst van het document
VN2023-012068 Werk, Participatie en Inkomen
Raadscommissie voor MBO-agenda, Jongerenwerk, Sport en Recreatie, Economische Zaken, Sociale Zaken, Opvang, Gemeentelijk Vastgoed, Volwasseneneducatie, Democratisering
SED
Voordracht voor de Commissie SED van 31 mei 2023 Ter kennisneming Portefeuille
Sociale Zaken
Agendapunt
3
Datum besluit
n.v.t. Onderwerp
Kennis nemen van de evaluatie van de kennismakingsperiode samenwonen (KMP) na één jaar De commissie wordt gevraagd
Kennis te nemen van de evaluatie van de Amsterdamse kennismakingsperiode samenwonen (KMP) na één jaar De beleidsregels In het kort houden de beleidsregels voor deze regeling het volgende in: Mensen die, voordat zij een definitief besluit nemen om samen te gaan wonen, dit eerst willen uitproberen zonder dat zij direct financieel aankelijk zijn van elkaar, en niet eerder samengewoond hebben krijgen hiervoor een kennismakingsperiode van maximaal 6 maanden onder de volgende voorwaarden, zonder dat dit gevolgen heeft voor de bijstandsuitkering. • Zij melden dit vooraf bij het college (de gemeente). • Het recht bestaat eens in de vijf jaar. • De verhuurder van de woning is op de hoogte van en akkoord met de voorgenomen toekenningsperiode. • Bij de toekenning van het verzoek gaat het college uit van vertrouwen. • Voor afloop van de zes maanden volgt er op initiatief van het college een gesprek met de belanghebbend(en). • Bij beëindiging van de kennismakingsperiode, eerder dan na zes maanden, is het aan de belanghebbende(n) om dit te melden bij het college. Uitgesloten voor de KMP zijn mensen die: • eerder een woning hebben gedeeld (geregistreerd partnerschap of als gezin in aanmerking zijn genomen). • al een samenlevingscontract hebben of in ondertrouw zijn.
• gezamenlijk natuurlijke of door de ander erkende kinderen hebben (NB: Dit is één van de criteria op grond waarvan sprake is van een onweerlegbaar rechtsvermoeden; zie Participatiewet artikel 3 lid 4 sub b. De gemeente hoeft op basis van dit artikel niet te onderzoeken of er sprake is van een gezamenlijke huishouding. Bij het inregelen van de regeling is gekozen deze dwingende bepaling in de wet te volgen om niet buitenwettelijk te acteren). • met elkaar gehuwd zijn geweest of in de periode van twee jaar voorafgaande aan de aanvraag van bijstand voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt. • door hun registratie elders al op grond van andere wettelijke bepalingen als gehuwden in aanmerking worden genomen (bijvoorbeeld op grond van belastingwetgeving). Monitoring Op 1 maart jl., het moment van de evaluatie na één jaar, kende de KMP twee periodes van 6 maanden. Voor de evaluatie is gekeken naar de aantallen, de beweegredenen om wel/niet definitief te gaan samenwonen, de duurzaamheid van de regeling en de effecten op handhaving. Over de gehele periode 1 maart 2022 tot 28 februari 2023 is tweemaal een beroep gedaan op de regeling:
Gegenereerd: v1.28
1
VN2023-012068 Werk, Participatie en Inkomen
Raadscommissie voor MBO-agenda, Jongerenwerk, Sport en Recreatie, Economische Zaken, Sociale Zaken, Opvang, Gemeentelijk Vastgoed, Volwasseneneducatie, Democratisering
SED
Voordracht voor de Commissie SED van 31 mei 2023 Ter kennisneming Casus
stadsdeel
datum ingang
datum einde
resultaat
1
Noord
1-6-2022
30-11-2022
07/12/2022: Klant gaat niet samenwonen. Klant wil zich focussen op zijn studie en dat kan beter vanuit ouderlijk huis. Klant blijft dus op het adres van zijn moeder wonen.
2
Noord
1-12-2022
31-5-2023
Periode loopt nog.
Nadere duiding: • aantallen: de afgelopen 12 maanden is tweemaal een beroep gedaan op de KMP; bij één casus is de overwegingsperiode van 6 maanden nog niet voorbij. • beweegredenen wel/niet definitief samen te wonen: de eerste casus heeft niet tot het definitief samenwonen geleid. • duurzaamheid: n.v.t. • effecten op handhaving: er is geen beroep gedaan op de inzet van handhaving. Hoewel in Amsterdam minimaal gebruik gemaakt is van de kennismakingsperiode, is het wel een maatregel die past binnen de sociale bijstand die het college voor staat. De maatregel geeft bijstandsgerechtigden rust omdat zij niet direct een financiële aankelijkheid ervaren en biedt hen daarom de mogelijkheid keuzes te maken die mensen die niet op een uitkering zijn aangewezen ook kunnen maken. Op basis van bovengenoemde informatie is het nog te vroeg om het effect van de regeling goed te kunnen beoordelen. Het college zal de regeling 1 maart 2024 opnieuw evalueren. In de tussentijd wordt gecheckt of de toegankelijkheid van de informatie toereikend is en de inlichtingen voldoende helder zijn. Waar nodig zal extra publiciteit gegenereerd worden, bijvoorbeeld via de MUG. Mogelijk dat op basis van herijking van de communicatie de interesse in de regeling stijgt. Zie ook de raadsinformatiebrief in de bijlage. Wettelijke grondslag
Artikel 160, eerste lid, onder a Gemeentewet • Het college is bevoegd om het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren. Art 169 Gemeentewet • Het college van burgemeester en wethouders en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de Gemeenteraad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur (lid 1). • Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft (lid 2). Bestuurlijke achtergrond
Op 19 oktober 2021 berichtte de NOS dat de gemeente Tilburg een pilot uitvoert waarin inwoners die in de bijstand zitten een half jaar samen kunnen wonen zonder dat dat invloed heeft op het bedrag van hun uitkering, de zogenaamde kennismakingsperiode. Naar aanleiding van deze berichtgeving ontving het college schriftelijke vragen van de toenmalige D66-raadsleden Van Dantzig en El Ksaihi inzake een proef tot opheffen van de kostendelersnorm van Amsterdamse bijstandsgerechtigden. Deze vragen zijn op 23 november 2021 beantwoord, met als strekking dat
Gegenereerd: v1.28
2
VN2023-012068 Werk, Participatie en Inkomen
Raadscommissie voor MBO-agenda, Jongerenwerk, Sport en Recreatie, Economische Zaken, Sociale Zaken, Opvang, Gemeentelijk Vastgoed, Volwasseneneducatie, Democratisering
SED
Voordracht voor de Commissie SED van 31 mei 2023 Ter kennisneming het college de Tilburgse proef (die niet over de kostendelersnorm gaat maar over het gezinsbegrip in de bijstand) sympathiek vindt en ziet als bijdrage aan een humaner bijstandsbeleid. Het college heeft hierop per 1 maart 2022 een Amsterdamse kennismakingsperiode (KMP) ingeregeld die berust op artikel 18 van de Participatiewet, die het college de mogelijkheid biedt de hoogte van de uitkering vast te stellen aan de hand van omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende. De raad is toegezegd dat de regeling na een jaar wordt geëvalueerd. Reden bespreking
n.v.t. Uitkomsten extern advies
n.v.t. Geheimhouding
n.v.t. Uitgenodigde andere raadscommissies
n.v.t.
Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan?
Nee Welke stukken treft u aan? Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2023-041376
20230515 BRIEF evaluatie kennismakingsperiode na 1 jaar.pdf (pdf)
AD2023-035726
Commissie SED Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
WPI, Jan Feenstra, 06-30364058, j.feenstra@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.28
3