Commissie RO Voordracht
Tekst van het document
VN2020-029978 rve ruimte en duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 03 februari 2021 Ter bespreking en ter kennisneming Portefeuille
Ruimtelijke Ordening
Agendapunt
7
Datum besluit
College van B en W 12 januari 2021 Onderwerp
Kennisnemen en bespreken van het collegebesluit over de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en het bijbehorend ontwerp-Omgevingseffectrapport De commissie wordt gevraagd
Kennis te nemen van het Collegebesluit, gedateerd 12 januari 2021, met als beslispunten: Het college van B&W stemt in met: 1. de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050, met daarin als belangrijkste punten: a. Een beschrijving van de gewenste ruimtelijke toekomst van Amsterdam tot 2050 in vier delen: visie, waar, wat en hoe. b. Uitgaan van een aanhoudende groei van bevolking en economie in de Metropoolregio Amsterdam, de opgave om de woningmarkt in balans te brengen, de economie te vernieuwen, werkgelegenheid te herstellen en de verduurzaming en klimaatbestendigheid van de stad te versnellen. Daarbinnen neemt Amsterdam haar verantwoordelijkheid door in bestaand stedelijk gebied ruimte te bieden voor 150.000 extra woningen, 300.000 extra Amsterdammers en 200.000 extra arbeidsplaatsen, plus alle daarbij behorende stedelijke voorzieningen. c. Vijf strategische keuzes die ruimte bieden aan bovenstaande groei en bijdragen aan de topprioriteiten werkgelegenheid, kansengelijkheid en duurzaamheid: c1 meerkernige ontwikkeling, c2 groeien binnen grenzen, c3 duurzaam en gezond bewegen, c4 rigoureus vergroenen en, c5 samen stadmaken. d. Voor verschillende thema’s worden uitwerkingsopgaven geagendeerd. 2. de Nota van Beantwoording op de op 28 januari 2020 vastgestelde Nota Reikwijdte en Detailniveau, ten behoeve van het Omgevingseffectrapport. 3.
het ontwerp-Omgevingseffectrapport, dat de omgevingseffecten van de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 in beeld brengt, met als belangrijkste conclusie dat de omgevingseffecten van het voorkeursalternatief vrijwel allemaal positief scoren ten opzichte van de referentiesituatie. 4. vrijgave voor gelijktijdige terinzagelegging van de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en het ontwerp-Omgevingseffectrapport voor de duur van zes weken, met de mogelijkheid voor
Gegenereerd: v1.22
1
VN2020-029978 rve ruimte en duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 03 februari 2021 Ter bespreking en ter kennisneming
een ieder om zienswijzen in te dienen, alsmede gedurende deze termijn inwinnen van advies bij de Dagelijkse Besturen van de zeven stadsdelen. Wettelijke grondslag
Artikel 3.1, eerste lid, van de Omgevingswet (beoogde inwerkingtreding 1 januari 2022) De gemeenteraad is verplicht om een omgevingsvisie op te stellen. Artikel 2.1 van de nog vigerende Wet ruimtelijke ordening De gemeenteraad stelt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het gehele grondgebied van de gemeente één of meer structuurvisies vast waarin de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid zijn vastgelegd. Wet milieubeheer, artikel 7.8 en 7.9 In deze artikelen zijn vereisten voor de start van de m.e.r.-procedure opgenomen. Wet milieubeheer, artikel 7.11 De Wet ruimtelijke ordening voorziet voor de structuurvisie niet in een procedure van totstandkoming waarbij het ontwerp ter inzage wordt gelegd en een ieder in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze erover naar voren te brengen. In dit artikel wordt geregeld dat door te werken met een milieueffectrapport het onderstaande in afwijking van kracht is: a. met betrekking tot het ontwerp van dat plan toepassing gegeven aan de artikelen 3:11 en 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht, en b. een ieder in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen, overeenkomstig de artikelen 3:15 en 3:16 van die wet. Artikel 160, eerste lid, onder a, van de Gemeentewet Het college is bevoegd om het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren.
Artikel 169 van de Gemeentewet Lid 1: Het college van burgemeester en wethouders en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. Lid 2: Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Verordening op het lokaal bestuur, artikel 12 Het college en de burgemeester betrekken het dagelijks bestuur bij de voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur of het dagelijks bestuur een rol krijgt in de uitvoering van die kaders.
Gegenereerd: v1.22
2
VN2020-029978 rve ruimte en duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 03 februari 2021 Ter bespreking en ter kennisneming
Als het college of de burgemeester voornemens is over de stedelijke kaders een besluit te nemen of voornemens is een ander besluit te nemen waarbij de belangen van één of meer stadsdelen zijn betrokken wint het college of de burgemeester bij het dagelijks bestuur advies in. Bestuurlijke achtergrond
Op 2 juli 2019 stelde dit college de Startnotitie Omgevingsvisie vast. Daarin zijn de uitgangspunten en de route voor het opstellen ervan uitgezet. Het resultaat is deze ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Op 8 november 2018 heeft de raad bij de bespreking van de begroting 2019 motie 892 van het raadslid Groen aangenomen, getiteld ‘inzake Begroting 2019 (Omgevingsvisie)’, waarin het college/de burgemeester wordt gevraagd om: “De Agenda Groen, de Stedelijke Groenvisie en de landschapsvisie [heet nu Nota Duurzaam Landschap] en andere relevante nieuw beleid over de fysieke leefomgeving deel uit te laten maken, dan wel te betrekken, bij de omgevingsvisie.” Dit voornemen is opgenomen in de startnotitie en wordt nu vertaald in voorliggende ontwerpOmgevingsvisie Amsterdam 2050. Deze ontwerp-Omgevingsvisie gaat alleen gelden voor het grondgebied van de gemeente Amsterdam, maar het grotere geheel wordt steeds belangrijker voor het functioneren van de stad. Daarom redeneren we in deze visie vaak vanuit de Metropoolregio. We willen een bijdrage leveren aan het functioneren ervan in z’n geheel. De inhoud van deze ontwerp-Omgevingsvisie is in samenspraak tot stand gekomen en bekend bij de MRA-gemeenten, provincie Noord Holland, de Veiligheidsregio, de Vervoerregio en de Waterschappen.
De gemeente Weesp is ambtelijk samengevoegd met Amsterdam, naar verwachting volgt in 2022 de bestuurlijke fusie. Tegelijk met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 wordt nu een omgevingsvisie voor Weesp opgesteld. Deze wordt nog door de gemeenteraad van Weesp vastgesteld. Na de bestuurlijke fusie wordt de omgevingsvisie Weesp een supplement bij de Omgevingsvisie Amsterdam. De Wet milieubeheer (nu) en de Omgevingswet (na de beoogde inwerkingtreding op 1 januari 2022) verplichten tot het opstellen van respectievelijk een milieueffectrapport (MER) en een omgevingseffectrapport voor een omgevingsvisie. Los van de wettelijke verplichting is effectenstudie een belangrijk hulpmiddel om tot betere plannen en een heldere onderbouwing van keuzes te komen. Het opstellen van een OER is tevens een eerste stap bij monitoring en evaluatie van de ambities in een omgevingsvisie. Op 28 januari 2020 is de Nota Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van het Omgevingseffectrapport vastgesteld en vrijgegeven voor zienswijzen. Hierop zijn 17 reacties binnengekomen van gemeenten, provincies en andere maatschappelijke partners. De reacties zijn van antwoorden voorzien in de Nota van Beantwoording NRD en zijn betrokken in het ontwerpOmgevingseffectrapport en de ontwerp-Omgevingsvisie. Onderbouwing besluit Ad 1a.
Een beschrijving van de gewenste ruimtelijke toekomst van Amsterdam tot 2050 in vier delen: visie, waar, wat en hoe. Een omgevingsvisie is een langetermijnvisie die de grote vraagstukken in de fysieke leefomgeving in samenhang beziet. Het is een wettelijk verplicht, richtinggevend en kaderstellend instrument
Gegenereerd: v1.22
3
VN2020-029978 rve ruimte en duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 03 februari 2021 Ter bespreking en ter kennisneming
van de op 1 januari 2022 in werking te treden Omgevingswet. Een omgevingsvisie is zelindend voor de gemeente en bindt burger en marktpartijen niet direct. Dat doet vanaf 1 januari 2022 het Omgevingsplan, als opvolger van alle bestemmingsplannen. De Omgevingsvisie is wel kaderstellend voor regels in het aankomende Omgevingsplan en gaat ook een rol spelen bij afwegingen met betrekking tot afwijkingen daarvan. De uitspraken in de Omgevingsvisie zijn richtinggevend en vragen uitwerking, zowel thematisch als gebiedsgericht. Daarbij zullen steeds opnieuw ruimtelijke en financiële afwegingen moeten worden gemaakt. Deze ontwerp-Omgevingsvisie begint met een VISIE op hoofdlijnen, uitmondend in vijf strategische keuzes (zie 1c). In het eropvolgende deel WAAR wordt aan de hand van kaartmateriaal uiteengezet hoe de verschillende ruimteclaims hun plek krijgen. De ruimtelijke en programmatische basisstructuur van de stad krijgt hier vorm. In het deel WAT komt al het vigerende ruimtelijk relevante beleid aan de orde, ingedeeld in de ambities Inclusieve Stad, Duurzame Stad, Vitale Stad, Gezonde Stad, Leeare Stad en Compacte Stad. Er worden nieuwe accenten of uitwerkingsopgaven (zie ook 1d) geformuleerd. In het afsluitende procesdeel HOE wordt onder meer ‘samen stadmaken’ uiteengezet, met nieuwe manieren om de stad van de toekomst vorm te geven.
Continuïteit en vernieuwing tot opzichte van de Structuurvisie 2040 Na vaststelling door de gemeenteraad vervangt de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 de Structuurvisie Amsterdam 2040, uit 2011. Als strategisch ruimtelijk beleidskader voor de lange termijn leent een omgevingsvisie zich niet voor grote en abrupte koerswijzigingen. Tegelijk dienen zich nieuwe vragen, uitdagingen en kansen aan. De Omgevingsvisie bouwt daarom voort op de Structuurvisie, maar voegt er ook nieuwe accenten en inzichten aan toe. De belangrijkste overeenkomsten zijn: • • • • • •
we gaan door met het beleid van de compacte stad we gaan door met het accommoderen van groei via hogere dichtheden we gaan door met het versterken van economie en werkgelegenheid we gaan door met sturing op kwaliteit en samenhang we gaan door met sturing op diversiteit en menging we gaan door met transformatie van bedrijventerreinen.
De belangrijkste nieuwe accenten zijn: • De Omgevingsvisie is veelomvattender dan de structuurvisie, conform de bredere en meer integrale doelstellingen van de Omgevingswet. • In de Omgevingsvisie is meer recent vastgesteld ruimtelijk beleid geïntegreerd. Voorbeelden zijn de Groenvisie, de Agenda Amsterdam Autoluw, de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal en de referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen. • De Omgevingsvisie legt meer nadruk op sociale opgaven zoals segregatie, kansengelijkheid, leeaarheid, inclusiviteit en eigenaarschap. • De Omgevingsvisie redeneert, meer dan de structuurvisie, principieel vanuit de schaal van de metropool. • De Omgevingsvisie lanceert, in lijn met de Verstedelijkingsstrategie voor de MRA die met het Rijk wordt opgesteld, het ruimtelijk model van ‘meerkernigheid’. De structuurvisie beoogde een ‘uitrol’ van het centrummilieu; • De energietransitie krijgt nu een centralere plek met concrete zoekgebieden voor zonnepanelen en windmolens, meer onderstations en veel meer bouwstenen om de stad ‘van het gas af’ te krijgen.
Gegenereerd: v1.22
4
VN2020-029978 rve ruimte en duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 03 februari 2021 Ter bespreking en ter kennisneming
• De Omgevingsvisie zet in op het vernieuwen van de economie, gericht op beperking en spreiding van de bezoekerseconomie en versterking van nieuwe groeisectoren als duurzame energie, technologie en circulair. • De Omgevingsvisie agendeert een vernieuwing in hoe we aan de stad werken. Met meer eigenaarschap bij Amsterdammers en meer diversiteit in hoe en met wie we bouwen. Met betere hulp voor lokale initiatieven en ruimte voor democratische vernieuwing. En met een zoektocht naar nieuwe financieringsmodellen. Covid19 De Covid19-epidemie is geen aanleiding geweest om vaststelling van de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 uit te stellen, omdat we de stad juist perspectief willen bieden voor de periode na Covid19. Ook willen we de dialoog daarover gaande houden. Zo doen er voorspellingen de ronde over het eind van de groei van steden, omdat ze te gemakkelijk kunnen uitgroeien tot virushaarden. Deze ontwerp-Omgevingsvisie gaat hier niet in mee. Het laat zien dat de sterke krachten achter stadsgroei er nog steeds zijn en toont vertrouwen in groei en verdichting van Amsterdam op hoogwaardige, groene wijze. De ontwikkelruimte die een omgevingsvisie biedt, is bovendien geen verplichting, niet in tijd en niet in omvang. De toekomst bepaalt hoe snel en in welke mate dat gaat.
Ook laat Covid19 zien hoe kwetsbaar bijvoorbeeld de bezoekerseconomie is en dat inzet op andere kansrijke groeisectoren (duurzaam, technologie) verstandig is. Ad 1b. Uitgaan van een aanhoudende groei van bevolking en economie in de Metropoolregio Amsterdam, de opgave om de woningmarkt in balans te brengen, de economie te vernieuwen, werkgelegenheid te herstellen en de verduurzaming en klimaatbestendigheid van de stad te versnellen. Daarbinnen neemt Amsterdam z’n verantwoordelijkheid door in bestaand stedelijk gebied ruimte te bieden voor 150.000 extra woningen, 300.000 extra Amsterdammers en 200.000 extra arbeidsplaatsen, plus alle stedelijke voorzieningen. Groeiende metropool in transitie Amsterdam is de kernstad van een snelgroeiende metropool in transitie. De afgelopen jaren was groei mogelijk door het steeds efficiënter benutten van ruimte, voorzieningen en infrastructuur. Maar daar zitten grenzen aan, bovendien krijgen we te maken met transities in onder meer mobiliteit, energie en economie. Daarnaast hebben we meer oog voor ontwikkelingen in de samenleving en de keerzijden van succes, zoals toenemende ongelijkheid. Op enkele punten is daarom een aangepaste koers nodig. De ontwerp-Omgevingsvisie heeft daarbij een drieledige functie: • Richting geven aan groei • Versnellen van transities • Ruimte bieden aan initiatieven.
Een regionaal perspectief Het denken vanuit regionaal perspectief staat in deze omgevingsvisie centraal. Grote opgaven als woningbouw, ruimte voor economie, groen, hubs, energie en een schaalsprong voor het ov pakken we gezamenlijk en versneld op binnen de metropoolregio, en met Rijk en provincies. Met een ruimtelijke en programmatische basisstructuur sturen we op de stedenbouwkundige en ruimtelijke kwaliteit. Mate van verdichting en functiemenging past bij de ligging in de stad en aan het landschap en benut de kansen van stationslocaties. Westpoort buiten de A10 blijft behouden voor activiteiten die milieuruimte nodig hebben, waaronder energiehubs en circulaire economie. Ten behoeve van
Gegenereerd: v1.22
5
VN2020-029978 rve ruimte en duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 03 februari 2021 Ter bespreking en ter kennisneming
een diverse economie blijft de rest van de stad een palet aan verschillende (al dan niet gemengde) gebieden voor bedrijvigheid bieden. Waar vinden we ruimte? Het toevoegen van zoveel woningen en arbeidsplaatsen binnen de bestaande stad (ruwweg de helft van de MRA-opgave), gecombineerd met hoge groenambities, is een opgave van formaat en de weerbarstige praktijk maakt het welslagen ervan niet zeker. We tonen echter vertrouwen in de strategie om ruimte voor de auto te verminderen, de bebouwingsdichtheid te verhogen, bedrijventerreinen te transformeren en/of te verdichten, stadsstraten en stationskwartieren te ontwikkelen, veronachtzaamd groen anders te gebruiken of juist te verfraaien, loze ruimtes op te vullen, daken en ondergrond slimmer te gebruiken, en hier en daar hoogbouw toe te voegen. Extensieve functies, zoals bedrijfshallen met weinig werknemers, zullen minder plek in de stad vinden. Inclusieve stad Transities en metropoolvorming gaan zonder overheidsingrijpen gepaard met winnaars en verliezers. Daarom geeft deze ontwerp-Omgevingsvisie richting aan een inclusieve stadsontwikkeling, die bijdraagt aan meer kansengelijkheid en een eerlijke verdeling van lusten en lasten. Groei en verdichting vinden plaats binnen sociale randvoorwaarden.
In nieuwe buurten komt voldoende ruimte voor maatschappelijke voorzieningen, publieksfuncties, economie, groen en sport en nutvoorzieningen. Ook biedt de stad ‘vrije ruimtes’ en wordt overal gestuurd op inclusiviteit en menging. In het historische centrum van Amsterdam beogen we een nieuwe balans tussen wonen, werken en toerisme en zorgen we voor meer functies gericht op Amsterdammers. Ad 1c. Vijf strategische keuzes die ruimte bieden aan bovenstaande groei en bijdragen aan de topprioriteiten werkgelegenheid, kansengelijkheid en duurzaamheid. De vijf strategische keuzes zijn de opvolgers van de ‘vier grote bewegingen’ uit de Structuurvisie 2040. Ze zijn ambitieus, maar niet concreet. Ze moeten worden gelezen als inspanningsverplichting en als krachtig verhaal om een beweging op gang te brengen. De mate waarin deze beweging op gang komt, is aankelijk van veel factoren en partijen waarop wij geen volledige invloed hebben. c1 Meerkernige ontwikkeling Het regionale perspectief wordt belangrijker. We laten meer aantrekkelijke stedelijke plekken voor wonen, werken en voorzieningen ontstaan buiten de ring-A10, en ondersteunen grote regiokernen in hun ontwikkeling. Dat doen we vooral bij goed openbaar vervoer. Noord, Nieuw-West en Zuidoost krijgen meer ontwikkelkansen en worden sociaal, economisch en cultureel van groter belang voor stad en regio.
De stad wordt er uitgebalanceerder en inclusiever van, segregatie wordt verminderd. Verdichting vindt kwalitatief hoogwaardig plaats langs belangrijke stadsstraten en vooral in en rondom de centra van de drie genoemde stadsdelen. Deze centra worden minder ‘winkelcentrum’ en meer ‘stad’. Voetganger en fiets worden er belangrijker, auto en parkeerplaatsen gaan een stap terug, vooral om noodzakelijke ruimte in een verdichtend centrum te creëren. c2 Groeien binnen grenzen De druk op Amsterdam is groot. Daarom maakt de stad tot 2050 binnen de huidige stadsgrenzen ruimte voor 150.000 nieuwe woningen en 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen in complete en gemengde wijken. We geven daarbij uiting aan de donutstad. Dit doen we door zowel het sociaal fundament te verstevigen als de voetafdruk van de stad te verminderen, zowel geografisch als op
Gegenereerd: v1.22
6
VN2020-029978 rve ruimte en duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 03 februari 2021 Ter bespreking en ter kennisneming
grondstoffen en klimaatverandering. We gaan op weg naar een autoluwe, circulaire en CO2-neutrale stad, zonder uitbreiding in het landschap. We verdichten in met name in de naoorlogse wijken en we transformeren bedrijventerreinen in economisch vitale woonwerkwijken in een hogere dichtheid. De omgevingsvisie maakt een verdichting van de bestaande stad mogelijk zonder dat grootschalige sloop van bestaande woningen nodig is. c3 duurzaam en gezond bewegen We geven bij het inrichten de stad prioriteit aan duurzaam, actief en ruimte-efficiënt vervoer, zoals openbaar vervoer, voetganger en fiets. Rijdende en geparkeerde auto’s krijgen minder ruimte, waardoor we ruimte vrijspelen voor andere zaken. Daarmee nodigt de stad nog meer uit tot ontmoeting en gezond bewegen. We transformeren op termijn bestaande auto-corridors zoals Lelylaan en Gooiseweg naar prettige lanen voor wonen, werken en verblijf, met ruimer baan voor actief en gezond verkeer. Hiervoor is het nodig dat het autogebruik stevig afneemt. We creëren voldoende mobiliteitsopties met hubs voor personenvervoer en stadsdistributie en het stimuleren van deelmobiliteit. We investeren met Rijk en regio in kwaliteit en capaciteit van het openbaar vervoer, dat sterk zal moeten groeien. We zetten in op het samen met Rijk en regio realiseren van nieuwe oeververbindingen over het IJ voor voetgangers, fietsers en OV.
c4 Rigoureus vergroenen Het verdichten van de stad gaat samen met het vergroenen van de stad. Dit is nodig voor leeaarheid, biodiversiteit en voor klimaatadaptatie. De inzet op vergroening is rigoureus, doordat die op verschillende schaalniveaus tegelijk plaatsvindt: van landschap tot gebouw. Landschappen om de stad krijgen meer ecologische en recreatieve betekenis en worden via groene routes, parken en plantsoenen verbonden met alle buurten van de stad. Radicale vergroening krijgt ook vorm in nieuwe parken (groot en klein), het vervangen van steen en parkeerplaatsen door groen in de openbare ruimte, het leggen van ecologische verbindingen en meer gevel- en dakgroen. c5 Samen stadmaken De stad wordt de komende jaren gemaakt door een grotere diversiteit aan partijen. Daarbij heeft de gemeente een duidelijke rol bij het stellen van de kaders. Amsterdammers worden uitgenodigd om een actievere rol te vervullen in het maken van de stad, zodat Amsterdam een eigen gezicht blijft houden en meer draagvlak ontstaat voor stadsontwikkeling. Dat geldt voor beheer en programmering van de eigen leefomgeving, mede-eigenaarschap, lokaal ondernemerschap, maar ook via zelouw het daadwerkelijk bouwen aan de stad en het invulling geven aan de energietransitie. Ad 1d. Voor verschillende thema’s worden uitwerkingsopgaven geagendeerd. Een omgevingsvisie zet de hoofdlijnen voor de toekomst uit.
In lijn met de Omgevingswet gaan we werken met omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan als uitwerkingsinstrumenten. De belangrijkste uit te werken thema’s die deze ontwerp-Omgevingsvisie agendeert, zijn: Programma Hoofdgroenstructuur Dit programma vormt een uitwerking van de visie op de nieuwe hoofdgroenstructuur, met een opgavenkaart voor de komende tien jaar en een instrumentarium, inclusief nieuwe mogelijkheden voor sport en bewegen in samenhang met ecologische waarden Verkenning nieuwe warmtebronnen
Gegenereerd: v1.22
7
VN2020-029978 rve ruimte en duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 03 februari 2021 Ter bespreking en ter kennisneming
Uitwerking van de transitievisie warmte, gericht op mogelijkheden en gebruik van nieuwe warmtebronnen, zoals geothermie en aquathermie Uitwerking detailhandelsbeleid Uitwerking van het detailhandelsbeleid wat betreft de benodigde flexibiliteit voor lokaal en inclusief ondernemerschap Visie op het IJ en haar oevers Uitwerking van de visie op het IJ als centraal gebied in de stad, inclusief ontwikkelingen op de oevers en nieuwe oeververbindingen Mobiliteitsvisie Een visie op de mobiliteitstransitie, inclusief aandacht voor mobiliteitsarmoede, nabijheid en verkenning verlaging parkeernormen Hubvisie Visie op de ontwikkeling van mobiliteitshubs, met aandacht voor functies, locaties in de stad en rollen hierin voor gemeente en markt Gebiedsprogramma’s Gooiseweg en Lelylaan Integrale gebiedsuitwerking van de stadssnelwegen Lelylaan en Gooiseweg en hun omgeving, met een lange termijnperspectief en gefaseerde aanpak Concretisering van de agenda samen stadmaken De concretisering van deze agenda, met een uitwerking van de geformuleerde actiepunten Vernieuwing hoogbouwbeleid Vernieuwing van het bestaande hoogbouwbeleid, met een nadere bepaling van de mogelijkheden, locaties en voorwaarden voor hoogbouw, in woord en beeld Bestuursopdracht ruimtelijke kwaliteit en erfgoed Verkenning van hoe we als gemeente beter kunnen sturen op ruimtelijke kwaliteit op stedelijk niveau, voortbouwend op het
culturele erfgoed Woon-zorgvisie Visie op het mogelijk maken woon-zorgcombinaties in de toekomst en wat daarvoor nodig is Inhoudelijke aandachtspunten bij deze ontwerp-Omgevingsvisie Elke visie bevat dilemma’s, dingen die moeilijker haalbaar zijn of keuzes die niet worden gemaakt. Onderstaande punten speciale aandacht, gezien het ambitieniveau van deze omgevingsvisie
Gegenereerd: v1.22
8
VN2020-029978 rve ruimte en duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 03 februari 2021 Ter bespreking en ter kennisneming
en de haalbaarheid daarvan, en gezien de mogelijk nadelige consequenties van ambities in de omgevingsvisie. Haalbaarheid ambitieniveau • Met deze omgevingsvisie wordt gekozen voor een verdere verdichting van de bestaande stad (150.000 woningen erbij) en voor een complete ontwikkeling met alle benodigde voorzieningen. De omgevingsvisie laat zien dat deze combinatie fysiek mogelijk is. Maar het zal in de praktijk lastig blijven beide doelen te realiseren. Het vergt onder andere een meer integrale gebiedsgerichte manier van werken en een goede samenwerking tussen het sociale en het fysieke domein. • Kiezen voor verdichting vraagt slimme oplossingen voor intensief ruimtegebruik. We dagen partijen uit om veel ambities te combineren in een beperkte ruimte. In de praktijk is het lastig om alle ambities waar te maken. • Verdichten gaat in sommige stadsdelen ten koste van groene kwantiteit. Dat is alleen verantwoord als we tegelijk meer groene kwaliteit in diezelfde stadsdelen kunnen waarmaken. • Door de druk op de stad worden koopwoningen duurder en wachttijden voor huurwoningen langer. Ondanks de ambities in deze Omgevingsvisie (meer woningen, gemengde wijken, samen stadmaken) is de verwachting dat we de betaalbaarheid niet optimaal kunnen veiligstellen. Daarvoor is dit probleem te veelomvattend en een omgevingsvisie niet het (enige) geëigende instrument.
• ‘Samen stadmaken’ stimuleert verandering in hoe we aan de stad werken. Deze ambitie staat volgens sommigen op gespannen voet met de grote bouwopgave en de betaalbaarheid. Dat hoeft niet zo te zijn en kan juist ook draagvlak vergroten, maar moet zich nog bewijzen op grotere schaal. Ambities met mogelijk nadelige consequenties • De stad verdicht, dus groene ruigtegebieden worden drukker en volkstuinparken en sportparken worden meer openbaar, zodat ze voor meer mensen betekenis krijgen. Dat zal niet iedereen op prijs stellen. • We kiezen voor duurzaam en gezond bewegen en minder ruimte voor auto’s. Tegelijkertijd leidt de groei van de stad tot een groei van de mobiliteit. In een autorijke regio vergt dat stevige investeringen in fiets- en OV-netwerk in stad en regio, en in overstappunten (hubs) in de regio en in en nabij de stad. Het niet of niet op tijd slagen hiervan kan mobiliteitsarmoede en bereikbaarheidsknelpunten teweegbrengen. • De meeste ruimtelijke ontwikkeling vindt plaats door transformatie van bedrijventerreinen. Hierdoor staat productieve en stadsverzorgende bedrijvigheid onder druk. We moeten hiervoor ook ruimte vinden in de regio. • Naast transformatie gaan we flink verdichten in de naoorlogse wijken. Dat vergt soms sloop en nieuwbouw, waarbij we accepteren dat we erfgoed van open wijkstructuren en modernistische gebouwen niet altijd kunnen behouden.
• We gaan de stad op innovatieve wijze vergroenen. Dat is vooral plezierig, maar gaat ook gepaard met mogelijke overlast: schaduw, wortelopdruk en valgevaar van bomen, herfstbladeren en bloesem op straat, pollen, eventueel ongedierte, enzovoorts. Ook zullen beheerkosten toenemen. • Zonnepanelen en vooral windmolens in de uit de RES overgenomen zoekgebieden doen volgens velen areuk aan zichtlijnen, natuurbeleving en mogelijkheden voor andere functies. Ad 2. de Nota van Beantwoording op de op 28 januari 2020 vastgestelde Nota Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van het Omgevingseffectrapport.
Gegenereerd: v1.22
9
VN2020-029978 rve ruimte en duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 03 februari 2021 Ter bespreking en ter kennisneming
Op 28 januari 2020 is de Nota Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van het Omgevingseffectrapport vastgesteld en vrijgegeven voor zienswijzen. Zeventien partijen hebben op deze nota gereageerd. Dat waren vooral omliggende gemeenten, twee provincies, enkele organisaties, maar geen burgers. De reacties betroffen vaak ruimtelijk-inhoudelijke onderwerpen en zijn input geweest voor gesprekken met deze partijen. Voorts is veelvuldig gevraagd om duiding van regionale effecten. Bij het opstellen van de ontwerp-Omgevingseffectrapportage is hier rekening mee gehouden. In de Nota van Beantwoording staan alle reacties en onze beantwoording op een rij. Ad 3. het ontwerp-Omgevingseffectrapport, dat de omgevingseffecten van de ontwerpOmgevingsvisie Amsterdam 2050 in beeld brengt, met als belangrijkste conclusie dat de omgevingseffecten van het voorkeursalternatief vrijwel allemaal positief scoren ten opzichte van de referentiesituatie. Tegelijk met de ontwerp-Omgevingsvisie is het ontwerp-Omgevingseffectrapport opgesteld. Het maken van dit Omgevingseffectrapport was ondersteunend aan het proces.
Het brengt niet alleen milieueffecten (luchtkwaliteit, geur, stof, geluid, bodem, water) in beeld, maar ook effecten op andere kernwaarden van de Omgevingsvisie: inclusief en betaalbaar, economisch vitaal, leeaar, bereikbaar, gezond, veilig, klimaatbestendig, ruimtelijke kwaliteit, klimaatneutraal, natuurlijk en circulair. Inspiratie is opgedaan bij de ‘donuteconomie’ van Kate Raworth, die uitgaat van een sociaal fundament en een ecologisch plafond. In het Omgevingseffectrapport komt naar voren dat Amsterdam haar beleidsagenda voor tal van thema’s goed op orde heeft. Door het systematisch toepassen van de beleidscyclus (inclusief monitoring en bijstelling) leidt dit tot een positieve impuls op vrijwel alle kernwaarden in de referentiesituatie ten opzichte van de huidige situatie. In het voorkeursalternatief uit de Omgevingsvisie wordt niet alleen ruimte geboden voor een forse groei van inwoners en arbeidsplaatsen, maar worden ook diverse ‘radicale’ keuzes gemaakt. Dit betreft stevige impulsen om de mobiliteitstransitie, energietransitie en klimaattransitie te versnellen en bestendigen. In het document wordt benadrukt dat grote inzet op deze terreinen ook nodig is. Daarnaast noemt dit Omgevingseffectrapport voor wijken en buurten in Nieuw-West, Zuidoost en Noord aandachtspunten op het gebied van gezondheid en leeaarheid.
Ook staat de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen er onder druk, net als in overig Amsterdam. Deze problemen kunnen niet alleen met ruimtelijk beleid worden opgelost. Samenwerking met onder meer het sociale domein is nodig om gestelde doelen te halen. Het voorkeursscenario, dat samenvalt met deze ontwerp-Omgevingsvisie, scoort op vrijwel alle punten positief ten opzichte van de referentiesituatie. Hiervoor is wel een stevige doorwerking naar programma’s, plannen en besluiten nodig. Natuurlijk geldt voor vrijwel alle kernwaarden dat er onzekerheden spelen en worden niet voor alle kernwaarden alle ambities behaald. Tot slot wordt verkend of het OER, net als de Omgevingsvisie, kan worden doorontwikkeld tot een ‘levend’ document. Het wordt dan een monitoringsinstrument voor de Amsterdamse fysieke leefomgeving als geheel, dat inzichtelijk maakt hoe waarden, analyses en beleidskeuzes met elkaar samenhangen. Daarmee kan het ondersteunend zijn bij evaluatie en herijking van de Omgevingsvisie. Ad 4. vrijgave voor gelijktijdige terinzagelegging van de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en het ontwerp-Omgevingseffectrapport voor de duur van zes weken, met de mogelijkheid
Gegenereerd: v1.22
10
VN2020-029978 rve ruimte en duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 03 februari 2021 Ter bespreking en ter kennisneming
voor een ieder om zienswijzen in te dienen, alsmede gedurende deze termijn inwinnen van advies bij de Dagelijkse Besturen van de zeven stadsdelen. Rondom de zienswijzenperiode doen we aan brede publieke bekendmaking van en dialoog over de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050, onder meer via een speciaal hiervoor gemaakte website. De dialoog gaat na definitieve vaststelling van de Omgevingsvisie door, omdat de Covid19-epidemie het participatietraject rondom deze ontwerp-Omgevingsvisie minder rijk heeft gemaakt dan oorspronkelijk beoogd. We willen deze dialoog daarom uitspreiden over een langere tijd. Dat is bovendien in lijn met de nieuwe Omgevingswet, met haar ambities voor flexibelere en interactievere ruimtelijke visie- en planvorming. De adviezen van de Dagelijkse Besturen van de stadsdelen worden samen met de Omgevingsvisie aan de gemeenteraad voorgelegd. Indien hierbij wordt afgeweken van een DB-advies, dan wordt gemotiveerd waarom. Tijdens de zienswijzenperiode toetst de Commissie m.e.r. de kwaliteit van het OntwerpOmgevingsrapport en beoordeelt het of de juiste (milieu)informatie aanwezig is om een besluit over de Omgevingsvisie te kunnen nemen. De Omgevingsvisie en het Omgevingseffectrapport worden vastgesteld door de Gemeenteraad.
De gemeente motiveert hierbij in de uiteindelijke Omgevingsvisie hoe met de uitkomsten van het Omgevingseffectrapport en de zienswijzen is omgegaan. Reden bespreking
Op verzoek van lid Leenders. Uitkomsten extern advies
Deze ontwerp-Omgevingsvisie is opgesteld volgens de principes open, organisch en inclusief. We gingen samenwerkingen aan met partners, sloten aan bij wat er al gebeurt en organiseerden fysieke en online bijeenkomsten. Door Covid19 zijn veel geplande fysieke bijeenkomsten overgezet naar online. Daarbij is bewust voor kwaliteit boven kwantiteit gekozen: betekenisvolle participatie is waardevol in een tijd waarin mensen participatiemoe en door corona gepreoccupeerd zijn. De Club2050 met zes stadmakers/deskundigen heeft meegekeken en geschreven, met betrekking van hun eigen achterban. Datzelfde geldt voor de Vrouwenadviesraad van WomenMakeTheCity. Er is aandacht besteed aan de mening van jongeren via gesprekken online en op scholen. Er zijn online gesprekken georganiseerd met vertegenwoordigers van regiogemeenten, de provincie en het Rijk, met belangengroeperingen voor groen, milieu, bedrijfsleven, zorg enzovoorts. Met een trektocht door de stad en portretten en verhalen zijn ideeën opgehaald bij bekendere en minder bekende Amsterdammers. Buurgemeenten van de agglomeratie hebben meegetekend aan de visiekaart. Er s een ‘toekomstestafette’ georganiseerd in samenwerking met de Chief Science Office en de zeven stadsdeeldirecteuren. Deze vernieuwende manier van verhaalvangen maakt onderdeel uit van het onderzoeksprogramma Values for Survival.
In deze toekomstestafette zijn verhalen van Amsterdammers over de toekomst van hun stadsdeel opgehaald. Dit heeft geleid tot de publicatie
Gegenereerd: v1.22
11
VN2020-029978 rve ruimte en duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 03 februari 2021 Ter bespreking en ter kennisneming
‘Wat hebben wij nodig’ – Amsterdammers aan het woord over de toekomst van hun stadsdeel, zie bijlage. Via de online Toekomstwijzer en de website www.amsterdam2050.nl zijn Amsterdammers meegenomen in de opbouw van het verhaal en hebben we hen om hun mening gevraagd. Dat doen we nu nog steeds met de tentoonstelling Thuis in de Stad in de OBA, als sluitstuk van de Ontwerpmanifestatie en als start van een continue gesprek met de stad. Dit continue gesprek brengen we al goed op gang tijdens de aanstaande zienswijzenperiode; zie hiervoor ook de toelichting op beslispunt 4. Geheimhouding
N.v.t. Uitgenodigde andere raadscommissies
N.v.t. Welke stukken treft u aan? Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2021-003024
1. Ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050.pdf (pdf)
AD2021-003022
2. Omgevingseffectrapportage omgevingsvisie amsterdam.pdf (pdf)
AD2021-003023
3. Nota van Beantwoording Notitie Reikwijdte en Detailniveau Omgevingsvisie Amsterdam 2050.pdf (pdf)
AD2021-003021
4. Advies aanvraag B&W aan stadsdeelbestuur.docx (msw12)
AD2020-097915
Commissie RO Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Ruimte en Duurzaamheid, Frank van den Beuken, 06 2308 2511, f.vandenbeuken@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.22
12