Commissie RO Voordracht
Tekst van het document
VN2023-023523 Ruimte en Duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening en Grond en Ontwikkeling
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 06 december 2023 Ter kennisneming Portefeuille
Ruimtelijke Ordening
Agendapunt
10
Datum besluit
14 november 2023, college van B&W Onderwerp
Weigering verzoek om wijziging bestemmingsplan “Westelijke binnenstad” De commissie wordt gevraagd
Kennis te nemen van bijgevoegde weigering van het verzoek om wijziging van het bestemmingsplan “Westelijke binnenstad”, in het bijzonder het verzoek om schrapping van artikel 19.4.3. van de planregels van het bestemmingsplan. Wettelijke grondslag
De bevoegdheid om een aanvraag tot herziening van een bestemmingsplan af te wijzen, aan het college te mandateren, artikel 3.9 Wet ruimtelijke ordening (Wro) Mandateren van de bevoegdheid tot het afwijzen van een verzoek tot herziening van een bestemmingsplan, raadsbesluit van 20 januari 2016, publicatiedatum 29 januari 2016 Bestuurlijke achtergrond
Het bestemmingsplan “Westelijke binnenstad” is vastgesteld door de raad op 7 februari 2013. Kennis te nemen van bijgevoegde conceptbeantwoording inhoudende een weigering van het verzoek om wijziging van het bestemmingsplan “Westelijke binnenstad”, in het bijzonder het verzoek om schrapping van artikel 19.4.3. van de planregels van het bestemmingsplan. Het verzoek en de aanleiding Indieners (twee omwonenden en Wijkcentrum d’Oude Stadt) hebben bij brief van 19 juli 2023 het college en de raad verzocht om wijziging van het bestemmingsplan “Westelijke binnenstad”, in het bijzonder om artikel 19.4.3. van de planregels te schrappen. De brief is ingekomen als een raadsadres. Echter, voor het verzoek dat de indieners hebben gedaan – het wijzigen van een bestemmingsplan – is een raadsadres niet het juiste instrument. Het juiste instrument is: een aanvraag tot wijziging van een bestemmingsplan ingevolge de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in relatie tot de Wet ruimtelijke ordening (Wro), hoofdstuk 3 – bestemmingsplannen. Daarop is een andere besluitvormingsprocedure van toepassing dan bij aandeling van een raadsadres. Ook omdat de indieners op grond van de genoemde wetgeving, anders dan bij een raadsadres, het recht hebben om in bezwaar en beroep te gaan tegen het besluit.
Aanleiding voor dit verzoek is de vestiging van de sportschool ‘TrainMore’ aan de Prinsengracht 13A en het gebruik van de bijbehorende bebouwing op het binnenterrein ten dienste van de sportschool. Voorheen was hier het Internationaal Vrouwenarchief gevestigd. Indieners vrezen overlast van geluid en licht en verstoring van de stille omgeving van de grachtentuinen. Ook vrezen zij voor de gevolgen van deze ontwikkeling op beschermde diersoorten, zoals vleermuizen. Dezelfde zorg delen indieners voor alle soortgelijke situaties binnen het hele plangebied waar sprake is van gebruik van bebouwing op gronden met de bestemming ‘Tuin-3’. Tot slot menen indieners dat het gebruik van de ‘Tuin-3’ gronden ten dienste van de
Gegenereerd: v1.10
1
VN2023-023523 Ruimte en Duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening en Grond en Ontwikkeling
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 06 december 2023 Ter kennisneming
functies in de hoofdbebouwing, dat vastgelegd is in de planregel 19.4.3., in strijd is met het Werelderfgoedverdrag. Beoordeling van het verzoek Prinsengracht 13A valt binnen het bestemmingsplan “Westelijke binnenstad” en heeft de bestemming ‘Gemengd-1’. In artikel 6.1 onder d van het bestemmingsplan zijn de voor ‘Gemengd-1’ aangewezen gronden onder andere bestemd voor ‘voorzieningen’. Onder ‘voorzieningen’ vallen onderwijs, gezondheidszorg, sport en recreatie, cultuur, politie/brandweer en welzijn. Onderwijs, politie en brandweer, gezondheidszorg en welzijn worden openbare voorzieningen genoemd, omdat zij voorzien in een basisbehoefte. Culturele, recreatieve en sportvoorzieningen worden bijzondere voorzieningen genoemd. Voor ‘voorzieningen’ geldt binnen de bestemming 'Gemengd - 1' een maximum bruto vloeroppervlak van 1000 m². Het vestigen van een sportschool zoals ‘TrainMore’ is op gronden met de bestemming ‘Gemengd-1’ toegestaan omdat het een bijzondere voorziening is. Een deel van de sportschool ‘TrainMore’ bevindt zich in de bebouwing in de binnentuin. Deze bebouwing is gesitueerd op gronden met de bestemming ‘Tuin-3’. Bestaande (bij)gebouwen op binnenterreinen en tuinen zijn bestemd tot 'Tuin - 3'. Deze bebouwing mag worden gehandhaafd en geheel worden vernieuwd, maar niet worden vergroot.
Bij sloop/ nieuwbouw van de hoofdbebouwing dient de bebouwing op gronden met de bestemming 'Tuin - 3' op hetzelfde bouwperceel ook te worden gesloopt en mag deze niet worden teruggebouwd. Bebouwing in tuinen die bestemd is tot 'Tuin - 3' mag niet zelfstandig worden gebruikt. De (onbebouwde) tuinen mogen niet bedrijfsmatig worden gebruikt. Zowel de gronden met de bestemming ‘Gemengd-1’ (hoofdgebouw) als ‘Tuin-3’ (bebouwing in de binnentuin) maken deel uit van één en hetzelfde bouwperceel Prinsengracht 13A. Dit betekent dat de bebouwing in de binnentuin gebruikt mag worden ten dienste van de toegestane functie in het hoofdgebouw, zijnde in dit geval een sportschool. (Onderzoek in het bouwarchief van de gemeente heeft uitgewezen dat deze bebouwing op ‘Tuin-3’ in ieder geval sinds 1918 aanwezig is.) Dit gebruik van de bebouwing in de binnentuin is niet in strijd met het Wereldergoedverdrag. De plaatsing van de grachtengordel op de Werelderfgoedlijst heeft geen nieuwe regels met zich meegebracht. De aanwijzing heeft plaatsgevonden omdat de planregels en de verbeelding van de bestemmingsplannen voor de binnenstad voldoende waarborg zijn voor de instandhouding van de door UNESCO-gesignaleerde ‘uitzonderlijke universele waarde’.
Het gebruik van bestaande bebouwing op gronden met bestemming ‘Tuin-3’ ten dienste van de bestemming in het hoofdgebouw, is ruimtelijk doordacht en past binnen de systematiek van de bestemmingsplannen die in de binnenstad gelden. Daarbij moet worden opgemerkt dat het schrappen van de planregel niet het gewenste gevolg kan hebben. Ingevolge het overgangsrecht mag rechtens bestaand gebruik immers worden voortgezet. De sportschool dient zich te houden aan de bestaande regelgeving. Aan de indieners is in de brief meegegeven dat in geval het gebruik van de bebouwing niet overeenkomt met de bestaande (planologische) regelgeving en overlast wordt ervaren, geadviseerd wordt specifiek daarover een handhavingsverzoek in te dienen. De toezichthouders hebben verschillende onderzoeken ter plaatse uitgevoerd. Daaruit is onder meer gebleken dat de verlichting in de sportschool (in de bebouwing in de binnentuin) aan de bovenkant is afgedekt. Ook is onder de lichtkoepels een scherm aangebracht dat zorgt voor verduistering van de koepels. Ten slotte hebben de toezichthouders vastgesteld dat
Gegenereerd: v1.10
2
VN2023-023523 Ruimte en Duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening en Grond en Ontwikkeling
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 06 december 2023 Ter kennisneming
de vloer verzacht is uitgevoerd wat zorgt voor demping van geluid. Bij de halters zijn speciale matten aangebracht die ook weer zorgen voor demping van geluid. De gebiedsmakelaar onderhoudt contact met de betrokken partijen over het gebruik van de bebouwing ter plaatse. Wat de flora en fauna betreft, is de provincie Noord- Holland het bevoegd gezag. De indieners hebben ook een verzoek om handhaving op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) ingediend. Namens de provincie heeft de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) het verzoek behandeld en bij besluit van 3 oktober 2023 afgewezen. Uit de ecologische beoordeling van OD NHN volgt dat het gebruik van de bebouwing door de sportschool geen negatieve invloed heeft op de (dwerg)vleermuis of andere diersoorten. OD NHN heeft vastgesteld dat de locatie vanwege de aanwezige bebouwing geen essentieel leefgebied is voor de (dwerg)vleermuis. Ook is door OD NHN vastgesteld dat in het centrum van Amsterdam geen waarnemingen bekend zijn van andere soorten zoals grootoorvleermuizen. Besluit Alles overwegende en de belangen van de indieners in ogenschouw nemende is geconcludeerd dat geen medewerking verleend kan worden aan het verzoek om een wijziging van het bestemmingsplan “Westelijke binnenstad”, in het bijzonder het verzoek om schrapping van artikel 19.4.3. van de planregels van het bestemmingsplan. Reden bespreking
N.v.t. Uitkomsten extern advies
N.v.t. Geheimhouding
N.v.t. Uitgenodigde andere raadscommissies
N.v.t.
Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan?
Nee. Welke stukken treft u aan?
Gegenereerd: v1.10
3
VN2023-023523 Ruimte en Duurzaamheid
Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening en Grond en Ontwikkeling
RO
Voordracht voor de Commissie RO van 06 december 2023 Ter kennisneming
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2023-085843
1. Mandaatbesluit.pdf (pdf)
AD2023-085844
2. Verzoek wijziging bestemmingsplan geanonimiseerd.pdf (pdf)
AD2023-086632
3. Geanonimiseerd weigeringsbesluit.pdf (pdf)
AD2023-081023
Commissie RO Voordracht (pdf)
AD2023-086775
VERTROUWELIJK - 3. niet-geanonimiseerd Weigeringsbesluit.pdf (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Ruimte & Duurzaamheid: Anita Barada, 06 3417 9861, a.barada@amsterdam.nl Eva Mulder, 0612136822, eva.mulder@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.10
4