Commissie MOW Voordracht
Tekst van het document
VN2022-027942 Verkeer en Openbare Ruimte
Raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit, Openbare Ruimte en Groen, Water
MOW
Voordracht voor de Commissie MOW van 22 september 2022 Ter advisering aan de raad Portefeuille
Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit
Agendapunt
3
Datum besluit
6 september 2022 22 september 2022 Onderwerp
Zienswijze op ontwerpbegroting 2023-2026 en Concept Uitvoeringsprogramma Mobiliteit van de Vervoerregio De commissie wordt gevraagd
1. In te stemmen met de bijgevoegde raadsvoordracht en brief aan de Vervoerregio Amsterdam (VRA), met als hoofdpunten: a. Het college complimenteert de VRA voor begroting en uitvoeringsprogramma, en waardeert de wijze waarop de gemeente Amsterdam is betrokken bij de totstandkoming. b. Deels vanwege externe onzekerheden is een aantal beeldbepalende ontwikkelingen echter nog niet (geheel) verwerkt in de begroting, te weten: • Met het nieuwe Dagelijks Bestuur wordt nog gewerkt aan een bestuursakkoord, • Uitsluitsel over de Beschikbaarheidsvergoeding OV (BVOV) van het rijk voor 2023, • De indexatie die jaarlijks in juni van het lopende begrotingsjaar wordt toegekend (3,85%) op de BDU-inkomsten, • Het transitieprogramma met als doel “een professioneel, doelgericht en efficiënt assetmanagementsysteem voor de Railinfrastructuur’’ creëren. De zeggingskracht van de begroting, en het daarin opgenomen structurele overschot, is daardoor (zeer) beperkt. Deze ontwikkelingen zullen (grotendeels) worden verwerkt in een 1e begrotingswijziging. Amsterdam wordt graag weer nauw betrokken bij deze wijziging en zal hierop reageren. c. De inflatie is hoog. Voor de VRA blijft de indexering aan de inkomstenkant sterk achter bij het fors gestegen indexeringspercentage aan de uitgavenkant.
Welke keuze maakt de VRA bij individuele projecten? Ook bij de middelen die jaarlijks beschikbaar zijn voor beheer en onderhoud van de rail infrastructuur heeft de VRA te maken met de gestegen prijzen in 2022. Dit koopkrachtverlies heeft effect op het onderhoud van de railinfra. Ook hier zou het goed zijn als scherper zicht komt op de afwegingen en keuzes die gemaakt worden. Gezien de grote gevolgen van de hoge inflatie voor zowel de projectenportefeuille als de onderhoudslasten lijkt het zeker zinvol om de hoge inflatie als top-risico te benoemen. d. Wanneer het OV voorzieningenniveau in 2023 en 2024 op 90% wordt gehouden, hetzelfde niveau als nu, is er naar verwachting voor 2024 meer geld nodig. Voor 2024 moet er gezamenlijk met Rijk, vervoerders en aandeelhouders naar oplossingen gezocht worden om het aanbod van het OV acceptabel te houden. Uit de begroting blijkt nog niet welke afweging gemaakt wordt in het geval de vraaguitval structureel is of langer duurt dan verwacht. e. Anders dan bij gemeenten groeien de inkomsten van de VRA (Brede Doeluitkering) niet mee met het aantal inwoners van de regio. Door de groei van de stad groeit het areaal. De kostenstijgingen door de extreem hoge inflatie (in de sector grond, weg en waterbouw) en door de groei van de stad/ het areaal worden maar voor een klein deel gedekt door verhoging van de BDU-uitkering door het rijk.
Een extra financieel risico voor de VRA is meerjarige vraaguitval in het OV in combinatie met de ambitie om het aanbod te handhaven. Het verder uit elkaar groeien van ambities/noden en
Gegenereerd: v1.36
1
VN2022-027942 Verkeer en Openbare Ruimte
Raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit, Openbare Ruimte en Groen, Water
MOW
Voordracht voor de Commissie MOW van 22 september 2022 Ter advisering aan de raad
financiële ruimte vraagt om het maken van keuzes. Die worden in de conceptbegroting nog niet (zichtbaar) gemaakt. f. Voor de gemeente Amsterdam zijn 30 km/u in stedelijk gebied en de autoluwe stad beleidsmatig belangrijke punten het komende jaar. In haar projecten besteed de VRA hier ook aandacht aan. In de begroting echter nog niet. Amsterdam hoopt dat deze beleidsmatige speerpunten ook terugkomen in de gewijzigde begroting. g. De nieuwe governance-structuur die sinds 2022 in werking is getreden maakt dat verantwoordelijkheden duidelijker zijn verdeeld en de efficiency binnen de ‘OV-driehoek’ verbetert. De invoering van de structuurverandering is grotendeels afgerond, maar er zijn nog enkele openstaande punten. We vragen om deze punten op te lossen bij de gewijzigde begroting, en voor zover dat niet mogelijk is, een lijstje op te nemen van deze restpunten inclusief de planning van de afronding. h. In de begroting 2023-2026 wordt een behoorlijke onderbouwing van de risico’s en het weerstandsvermogen gegeven. Het zou goed zijn om risicomanagement nog uit te breiden naar het beleidsniveau (visie en missie) en te kijken naar kansen hierbij. De Vervoerregio is nu risicodragend opdrachtgever. Aangezien dit nieuw is voor de VRA hadden wij ook aandacht voor risico’s verwacht bij de beleidsdoelen.
Wat gaat de VRA op dit onderdeel doen, wat is eind 2023 gerealiseerd en hoe wordt dit gemeten? 2. Kennis te nemen van het feit dat, gezien de door de Vervoerregio gevraagde reactietermijn, de zienswijze al is verzonden, onder voorbehoud van instemming door de raad. Wettelijke grondslag
Op grond van artikel 82, eerste lid van de Gemeentewet kan de raad commissies instellen die besluitvorming van de raad kunnen voorbereiden en die met het college en de burgemeester kunnen overleggen. Artikel 8, eerste lid van de Verordening op de raadscommissies bepaalt dat de commissie belast is met het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de portefeuilles die vallen onder de commissie. Op grond van de Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen wordt deelnemende gemeenten de mogelijkheid geboden hun zienswijze op de begroting (van de Vervoerregio) af te geven. De wet gemeenschappelijke regelingen (art. 35, lid 3) bepaalt dat raden van de deelnemende gemeenten bij het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren kunnen brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Wettelijk is dus bepaald dat de gemeenschappelijke regeling Vervoerregio de deelnemers in staat moet stellen een zienswijze op de begroting in te dienen. In het B&W-besluit “Afronding opdracht governance Vervoerregio” van 13 februari 2018 is hierover voor Amsterdam afgesproken: “Zienswijzen op de begroting van de Vervoerregio worden door de wethouders Verkeer en Vervoer
Gegenereerd: v1.36
2
VN2022-027942 Verkeer en Openbare Ruimte
Raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit, Openbare Ruimte en Groen, Water
MOW
Voordracht voor de Commissie MOW van 22 september 2022 Ter advisering aan de raad
en Financiën gezamenlijk in het college ingebracht en daarna geagendeerd voor de raadscommissie Verkeer en Vervoer die het kan agenderen in de gemeenteraad.” Bestuurlijke achtergrond
1. In te stemmen met de bijgevoegde raadsvoordracht en brief aan de Vervoerregio Amsterdam (VRA), met als hoofdpunten: a. Het college complimenteert de VRA voor begroting en uitvoeringsprogramma, en waardeert de wijze waarop de gemeente Amsterdam is betrokken bij de totstandkoming. De begroting bevat een heldere toelichting op de ontwikkeling van baten, lasten en (BDU-)saldo. Door de goede afstemming en gezamenlijke prioritering sluiten uw uitvoeringsprogramma en ons bestedingsvoorstel Stedelijk Mobiliteitsfonds dit jaar weer beter op elkaar aan. U geeft ook open aan waar nog onzekerheden of uitdagingen liggen. b. Deels vanwege externe onzekerheden is een aantal beeldbepalende ontwikkelingen echter nog niet (geheel) verwerkt in de begroting, te weten: • Met het nieuwe Dagelijks Bestuur wordt nog gewerkt aan een bestuursakkoord, • Uitsluitsel over de Beschikbaarheidsvergoeding OV (BVOV) van het rijk voor 2023, • De indexatie die jaarlijks in juni van het lopende begrotingsjaar wordt toegekend (3,85%) op de BDU-inkomsten, • Het transitieprogramma met als doel ‘’een professioneel, doelgericht en efficiënt assetmanagementsysteem voor de Railinfrastructuur’’ creëren. De zeggingskracht van de begroting, en het daarin opgenomen structurele overschot, is daardoor (zeer) beperkt. Deze ontwikkelingen zullen (grotendeels) worden verwerkt in een 1e begrotingswijziging.
Amsterdam wordt graag weer nauw betrokken bij deze wijziging en zal hierop reageren. In de aanbiedingsbrief geeft de VRA aan dat er een 1e begrotingswijziging volgt, waarin (een deel van) deze ontwikkelingen verwerkt worden. De VRA wil hierbij een proces volgen waarbij goed is afgestemd met de deelnemende gemeenten en er een reactie gegeven kan worden op de 1e begrotingswijziging. Amsterdam wordt graag weer nauw betrokken bij de begrotingswijziging. c. De inflatie is hoog. Voor de VRA blijft de indexering aan de inkomstenkant sterk achter bij het fors gestegen indexeringspercentage aan de uitgavenkant. Welke keuze maakt de VRA bij individuele projecten? Ook bij de middelen die jaarlijks beschikbaar zijn voor beheer en onderhoud van de rail infrastructuur heeft de VRA te maken met de gestegen prijzen in 2022. Dit koopkrachtverlies heeft effect op het onderhoud van de railinfra. Ook hier zou het goed zijn als scherper zicht komt op de afwegingen en keuzes die gemaakt worden. Gezien de grote gevolgen van de hoge inflatie voor zowel de projectenportefeuille als de onderhoudslasten lijkt het zeker zinvol om de hoge inflatie als top-risico te benoemen. De VRA heeft reëel minder te besteden en moet keuzes maken, die in de begroting nog niet gemaakt zijn.
De inflatie volledig vergoeden (en andere, toekomstige projecten schrappen/ uitstellen) of de inflatie bij individuele projecten niet volledig vergoeden (waardoor de gemeenten ook het 'VRA'-deel van de inflatie moeten dragen).
Gegenereerd: v1.36
3
VN2022-027942 Verkeer en Openbare Ruimte
Raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit, Openbare Ruimte en Groen, Water
MOW
Voordracht voor de Commissie MOW van 22 september 2022 Ter advisering aan de raad
Ook de beheer- en onderhoudskosten stijgen voor de VRA. Bij gelijkblijvende middelen levert de VRA in een jaar tijd circa 10% in op onderhoud en mogelijk ook op veiligheid. De inflatie en het onvoldoende kunnen afdekken hiervan middels indexering aan de inkomstenkant wordt niet als toprisico benoemd. d. Wanneer het OV voorzieningenniveau in 2023 en 2024 op 90% wordt gehouden, hetzelfde niveau als nu, is er naar verwachting voor 2024 meer geld nodig. Voor 2024 moet er gezamenlijk met Rijk, vervoerders en aandeelhouders naar oplossingen gezocht worden om het aanbod van het OV acceptabel te houden. Uit de begroting blijkt nog niet welke afweging gemaakt wordt in het geval de vraaguitval structureel is of langer duurt dan verwacht. Inmiddels heeft het rijk een regeling in de maak voor 2023. Hierdoor lijkt de problematiek voor 2023 beheersbaar. Er zit spanning tussen het (90%) in stand houden van het OV-aanbod en het gezond houden van de financiën van vervoerders en/of VRA, vooral in het geval mocht blijken dat de vraaguitval door COVID-19 in enige mate structureel is. e. Anders dan bij gemeenten groeien de inkomsten van de VRA (Brede Doeluitkering) niet mee met het aantal inwoners van de regio. Door de groei van de stad groeit het areaal.
De kostenstijgingen door de extreem hoge inflatie (in de sector grond, weg en waterbouw) en door de groei van de stad/het areaal worden maar voor een klein deel gedekt door verhoging van de BDU-uitkering door het rijk. Een extra financieel risico voor de VRA is meerjarige vraaguitval in het OV in combinatie met de ambitie om het aanbod te handhaven. Het verder uit elkaar groeien van ambities/noden en financiële ruimte vraagt om het maken van keuzes. Die worden in de conceptbegroting nog niet (zichtbaar) gemaakt. Een voorbeeld is het nu voorliggende besluit verlenging IJtram. Hoe kunnen – ook denkend aan de inflatie en de achterblijvende BDU – exploitatie en beheer & onderhoud gedekt worden? Bij een daling van de ‘koopkracht per inwoner’ is de keuze tussen stad maken en stad zijn een belangrijke bestuurlijke afweging. Naast het voeren van een lobby richting het rijk, wil Amsterdam ook hier de komende periode graag zoveel mogelijk gezamenlijk optrekken om die noodzakelijk keuzes te maken. Hierbij zal het naar verwachting onvermijdelijk zijn om in voorbereiding zijnde investeringsprojecten of beleidsintensiveringen te schrappen. f. Voor de gemeente Amsterdam zijn 30 km/u in stedelijk gebied en de autoluwe stad beleidsmatig belangrijke punten het komende jaar. In haar projecten besteed de VRA hier ook aandacht aan. In de begroting echter nog niet.
Amsterdam hoopt dat deze beleidsmatige speerpunten ook terugkomen in uw gewijzigde begroting. g. De nieuwe governance-structuur die sinds 2022 in werking is getreden maakt dat verantwoordelijkheden duidelijker zijn verdeeld en de efficiency binnen de ‘OV-driehoek’ verbetert. De invoering van de structuurverandering is grotendeels afgerond, maar er zijn nog enkele openstaande punten. We vragen om deze punten op te lossen bij de gewijzigde begroting, en voor zover dat niet mogelijk is, een lijstje op te nemen van deze restpunten inclusief de planning van de afronding.
Gegenereerd: v1.36
4
VN2022-027942 Verkeer en Openbare Ruimte
Raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit, Openbare Ruimte en Groen, Water
MOW
Voordracht voor de Commissie MOW van 22 september 2022 Ter advisering aan de raad
Een financieel belangrijk voorbeeld van deze restpunten betreft het onderhoud van het vervoersysteem. Over de kostenverdeling moeten nog definitief afspraken gemaakt worden tussen de Vervoerregio en Amsterdam. h. Het In de begroting 2023-2026 wordt een behoorlijke onderbouwing van de risico’s en het weerstandsvermogen gegeven. Het zou goed zijn om risicomanagement nog uit te breiden naar het beleidsniveau (visie en missie) en te kijken naar kansen hierbij. De Vervoerregio is nu risicodragend opdrachtgever. Aangezien dit nieuw is voor de VRA hadden wij ook aandacht voor risico’s verwacht bij de beleidsdoelen. Wat gaat de VRA op dit onderdeel doen, wat is eind 2023 gerealiseerd en hoe gaan ze dat meten? De monitoring van de toekomstige ontwikkeling van het weerstandsvermogen is vooral procesgericht op operationeel, tactisch en strategisch niveau. In de begroting wordt een aantal van de hieraan verbonden risico’s (OV-Governance) ingeschaald als top 10 risico. Hierbij wordt geen aandacht geschonken aan de risico’s voor het halen van beleidsdoelen voor een risicodragend opdrachtgever. 2. Kennis te nemen van het feit dat, gezien de door de Vervoerregio gevraagde reactietermijn, de zienswijze al is verzonden, onder voorbehoud van instemming door de raad.
Met de reguliere routing van stukken en het zomerreces is het niet mogelijk dat de gemeenteraad binnen de gevraagde termijn een zienswijze afgeeft. Evenals vorige jaren heeft het college daarom de zienswijze afgegeven, vooruitlopend op instemming van de raad. Bij eventuele afwijkende besluitvorming door de raad wordt de Vervoerregio uiteraard geïnformeerd. Deze werkwijze is afgestemd met de Vervoerregio. Reden bespreking
n.v.t. Uitkomsten extern advies
n.v.t. Geheimhouding
n.v.t. Uitgenodigde andere raadscommissies
n.v.t.
Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan?
n.v.t. Welke stukken treft u aan?
Gegenereerd: v1.36
5
VN2022-027942 Verkeer en Openbare Ruimte
Raadscommissie voor Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit, Openbare Ruimte en Groen, Water
MOW
Voordracht voor de Commissie MOW van 22 september 2022 Ter advisering aan de raad
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2022-083703
Bijlage 1 Zienswijzebrief Adam B2023 VRA versie 6 sepD.pdf (pdf)
AD2022-083624
Bijlage 2 Ontwerpbegroting 2023-2026 Vervoerregio Amsterdam.pdf (pdf)
AD2022-083625
Bijlage 3 Concept Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2023-2031.pdf (pdf)
AD2022-083626
Bijlage 4 Aanbiedingsbrief van VRA aan gemeenten - Ontwerpbegroting 2023 en concept Uitvoeringsprogramma Mobiliteit.pdf (pdf)
AD2022-083627
Bijlage 5 Voordracht Raad zienswijze begroting VRA versie 7 sep.pdf (pdf)
AD2022-079509
Commissie MOW Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
V&OR: Marc Voncken, 06-16258827 m.voncken@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.36
6