Commissie KDD Voordracht
Tekst van het document
VN2021-008727 rve kunst en cultuur
Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop
Portefeuille
Voordracht voor de Commissie KDD van 28 april 2021 Ter bespreking en ter kennisneming Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed
Agendapunt
9
Datum besluit
30 maart 2021
KDD
Onderwerp
Steunplan kunst en cultuur 2021; subsidieregeling eenmalige noodsteun voor culturele instellingen die in zwaar weer verkeren; en wijzigingen subsidieregeling voor broedplaatsen die in zwaar weer verkeren De commissie wordt gevraagd
1. Kennis te nemen van bijgaand steunplan kunst en cultuur (bijlage 1). Vanwege de aanhoudende noodsituatie in de cultuursector en het vooruitzicht dat binnen enkele maanden een langzame opstart weer mogelijk is, is aanvullende noodsteun nodig en ondersteuning van de cultuursector bij het voorbereiden van activiteiten. Het integrale steunplan bestaat uit verschillende onderdelen waaronder financiële (nood)steun, steun voor nieuwe programmering, inzet op het behoud van banen in de cultuursector, bevorderen van cultuurbezoek en het stimuleren van nieuwe samenwerkingen en experimenten om de cultuursector toekomstbestendig te maken. Het steunplan richt zich op gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde kunst- en cultuurinstellingen, broedplaatsen, makers, festivals en evenementen, en de nachtcultuur. 2. Kennis te nemen van bijgaande Subsidieregeling eenmalige noodsteun voor culturele instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen 2021 (bijlage 2).
Uitgangspunten voor de regeling zijn: • instellingen hebben het verlies zoveel mogelijk beperkt door optimaal gebruik te maken van generieke compensatiemaatregelen van het Rijk, door besparingen op hun uitgaven te realiseren en op zoek te gaan naar extra bijdragen, bijvoorbeeld van steunfondsen; • de gemeente compenseert het verlies van instellingen in de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021, verminderd met de bijdrage die geleverd kan worden uit de algemene reserve en de continuïteitsreserves. De noodsteun is nodig voor de onderdelen van de culturele infrastructuur in Amsterdam die in 2020 niet aanvullend financieel zijn ondersteund, waaronder buurtpodia, gezelschappen en (kleine) presentatie-instellingen en voor de Kunstenplaninstellingen die door hun reserves heen zijn. 3. Kennis te nemen vam de wijziging van de subsidieregeling voor broedplaatsen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronacrisis 2020 naar: subsidieregeling voor broedplaatsen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronacrisis 2021 (bijlage 3). Hiermee worden broedplaatsen, een cruciaal en fundamenteel onderdeel van de Amsterdamse kunst- en cultuurinfrastructuur, geholpen om door de crisi te komen.
De belangrijkste wijzigingen in de regeling houden in: • het subsidietijdvak is gewijzigd: van ‘half maart 2020 tot 1 januari 2021’ naar ‘1 januari 2021 tot 1 juli 2021’; • de maximale hoogte van de subsidie wordt verhoogd: van € 15 naar € 25 per m2 CAWAoppervlak; • dekking vindt plaats uit herstelplan kunst cultuur; • het subsidieplafond is € 400.000; • er is een onderlinge prioriteit opgenomen ten opzichte van de subsidieregeling eenmalige noodsteun voor culturele instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen 2021.
Gegenereerd: v1.13
1
VN2021-008727 rve kunst en cultuur
Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop
KDD
Voordracht voor de Commissie KDD van 28 april 2021 Ter bespreking en ter kennisneming 4. Kennis te nemen van de het eenmalig ophogen van het budget voor projectsubsidies van het Amsterdams Fonds voor de Kunst met € 2,0 miljoen. Op deze manier kunnen meer onafankelijk werkende makers en kleinere (waaronder buurtgerichte) organisaties en initiatieven die zwaar te leiden hebben onder de coronacrisis (nieuwe) projecten financieren, blijven maken, zich ontwikkelen en in hun eigen levensonderhoud voorzien. 5. Kennis te nermen van de eenmalige subsidie aan Festival de Parade op basis van bestuurlijke afspraken tussen de vier grote steden. 6. Kennis te nemen van de dekking van de kosten van het steunplan en de eenmalige subsidie aan de Parade bestaande uit het resterend bedrag van de steunmaatregel 2020 uit de noodkas (€ 5,7 miljoen) en de ontvangen middelen via de decembercirculaire 2020 (Gemeentefonds) uit het tweede steunpakket van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de lokale cultuursector (€ 15,7 miljoen). Vooruitlopend op de goedgekeurde Voorjaarsnota 2021 worden deze middelen (totaal € 21,4 miljoen) reeds ingezet voor het herstelplan en de subsidie aan de Parade. Het totale bedrag wordt als volgt verdeeld: Noodsteunregeling kunst- en cultuurinstellingen (fase 3)
€ 16 miljoen
Noodsteunregeling voor broedplaatsen (fase 2)
€ 0,4 miljoen
Stimuleringsregeling nachtcultuur
€ 0,9 miljoen
Uitbreiding projectenbudget AFK ten behoeve van makers
€ 2,0 miljoen
Bijdrage Evenementen (fonds en leges)
€ 1,2 miljoen
Bijdrage aan Maatschappij voor Behoud van Kunst & Cultuur
€ 0,1 miljoen
Banendesk Cultuur 2021-2022
€ 0,4 miljoen
Bewonerspas
€ 0,1 miljoen
Eenmalige subsidie Festival de Parade (o.b.v. afspraken G4 steden)
€ 0,1 miljoen
Uitvoering regelingen
€ 0,2 miljoen
TOTAAL
€ 21,4 miljoen
7. Kennis te nemen van het advies van de Amsterdamse Kunstraad over coronasteun d.d. 10 december 2020 (bijlage 4) waarin de Kunstraad aandachtspunten benoemt voor het herstelplan kunst en cultuur en volgende prioritieten formuleert voor de steunmaatregel fase 3: • voortzetting kunst- en cultuureducatie in coronatijd; • stipendia individuele kunstenaars, makers, performers en artiesten; • coronasteun voor kleinschalige culturele instellingen in de wijken. Bij de inrichting van het herstelplan kunst en cultuur en de noodsteunregeling fase 3 is het advies van de Kunstraad betrokken. Wettelijke grondslag
Gemeentewet, artikel 169. Bestuurlijke achtergrond
Op 22 april 2020 heeft de gemeenteraad besloten tot de inrichting van een noodkas ter grootte van € 50 miljoen ten behoeve van maatregelen ter bestrijding van de coronacrisis.
Gegenereerd: v1.13
2
VN2021-008727 rve kunst en cultuur
Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop
KDD
Voordracht voor de Commissie KDD van 28 april 2021 Ter bespreking en ter kennisneming Op 8 mei 2020 heeft het college besloten een steunmaatregel uit te werken voor Kunstenplaninstellingen in aanvulling op de generieke economische Rijksmaatregelen en de specifieke Rijksmaatregelen voor de cultuursector (additioneel noodpakket van het ministerie van OCW). Doelstelling van de steunmaatregel is het overeind houden van een cruciaal en fundamenteel onderdeel van de Amsterdamse culturele infrastructuur dat als gevolg van de coronacrisis ernstig wordt bedreigd in zijn voortbestaan met zeer ingrijpende maatschappelijke en economische gevolgen voor de stad. De steunmaatregel is bedoeld voor instellingen in het Kunstenplan. Tevens heeft het college op 8 mei 2020 besloten ten behoeve van de steunmaatregel maximaal € 17 miljoen beschikbaar te stellen uit de noodkas van de gemeente. Dit bedrag was onderbouwd met de analyse van de geactualiseerde financiële gegevens van kunst- en cultuurinstellingen over de gevolgen van de coronacrisis. Op 23 juni 2020 heeft het college de subsidieregeling 'eenmalige aanvulling op Kunstenplansubsidie 2017-2020 voor instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen - fase 1' vastgesteld. Op 30 juni 2020 heeft het college de ‘Subsidieregeling voor broedplaatsen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronacrisis’ vastgesteld.
Op 6 oktober 2020 heeft het college de subsidieregeling 'eenmalige aanvulling op Kunstenplansubsidie 2017-2020 voor instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen - fase 2' vastgesteld. Op 1 december 2020 heeft het college besloten in te stemmen met het reserveren van het resterend bedrag (€ 5,7 miljoen), na de uitvoering van fase 1 en 2 van de steunmaatregel voor de cultuursector, voor fase 3 van de steunmaatregel in 2021. Dit bedrag wordt ingezet in combinatie met de ontvangen middelen via de decembercirculaire 2020 (Gemeentefonds) uit het tweede steunpakket van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de lokale cultuursector (€ 15,7 miljoen vanuit het Rijk. Fase 3 is onderdeel van het herstelplan kunst en cultuur 2021. De gemeente Amsterdam ondersteunt creatieven en kunstenaars in Amsterdam onder andere door het realiseren van broedplaatsen met daarin betaalbare huisvesting middels het op 20 juni 2019 vastgestelde Amsterdams Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2019-2022. Op 30 maart 2021 heeft de wethouder Kunst en Cultuur via de dagmail een raadsinformatie verzonden waarin het steunplan kunst en cultuur wordt toegelicht, de subsidieregelingen behorend bij het steunplan worden aangekondigd en een reactie wordt gegeven op het advies van de Amsterdamse Kunstraad over het herstelplan.
Onderbouwing Steunplan kunst en cultuur 2021 (bijlage 1) De impact van de aanhoudende coronacrisis op de kunst- en cultuursector van onze stad is onvoorstelbaar groot en de weg naar herstel zal lang zijn. Veel instellingen zijn door hun reserves heen en hebben moeite om te overleven; de situatie wordt steeds nijpender. Sommige disciplines binnen de cultuursector – zoals de nachtcultuur, evenementen en festivals – liggen al lange tijd geheel stil. Het werk van veel kunstenaars, creatieven, toeleveranciers, professionals en zelfstandigen binnen de cultuursector is verdwenen. Opdrachten zijn geannuleerd, opdrachtgevers zitten zelf in de financiële problemen of partijen hebben noodgedwongen voor andere
Gegenereerd: v1.13
3
VN2021-008727 rve kunst en cultuur
Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop
KDD
Voordracht voor de Commissie KDD van 28 april 2021 Ter bespreking en ter kennisneming dienstverlening moeten kiezen. Met opeenvolgende steunmaatregelen van het Rijk en de gemeente worden veel instellingen overeind gehouden maar het is niet in alle gevallen genoeg. De coronacrisis heeft grote gevolgen voor de cultuursector zelf maar ook voor de rest van de Amsterdammers en voor de economie van de stad. Het wegvallen van cultureel aanbod in de stad heeft een negatief effect op de mentale gezondheid en de sociale cohesie. Kunst en cultuur als vrijetijdsbesteding en moment van ontmoeting is weggevallen. Kwetsbare groepen in de stad ondervinden steeds meer moeite om aan te sluiten bij het maatschappelijk leven. Steeds meer jongeren hebben mentale klachten zoals stress, eenzaamheid en vermoeidheid. Zij missen een uitlaatklep en de mogelijkheid tot sociaal contact – iets wat kunst en cultuur hen kan bieden. Ook de economische gevolgen voor de stad zijn groot nu de cultuursector zwaar onder druk staat. In de precorona tijd stond de creatieve industrie inclusief kunst en cultuur garant voor meer dan 10% van het totale aantal banen in de hoofdstad. Hiermee onderscheidt Amsterdam zich van de rest van Nederland. Amsterdam kan niet zonder kunst en cultuur, dus we moeten er alles aan doen om de cultuursector overeind te houden.
Een sector die we straks ook hard nodig voor het maatschappelijk en economisch herstel van de stad. Maar de problematiek in de sector is complex en dat vraagt om een combinatie van oplossingsrichtingen. Er is nog steeds financiële noodsteun nodig maar ook (financiële) hulp bij het weer opstarten van culturele activiteiten zodra het weer kan, bij (digitale) innovatie en digitalisering en bij het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen. Daarom hebben we breed steunplan ingericht voor de Amsterdamse cultuursector waarbij verschillende onderdelen van de gemeente en partners van buiten samen werken. Het plan bestaat uit concrete maatregelen binnen vier programmalijnen: 1. Financiële bijdragen voor noodsteun en projecten/programmering • • • • • • • • • • •
Noodsteunregeling kunst- en cultuurinstellingen (fase 3) Noodsteunregeling voor broedplaatsen (fase 2) Stimuleringsregeling voor de nachtcultuur Uitbreiding projectenbudget Amsterdams Fonds voor de Kunst ten behoeve van onafankelijk werkende makers en kleinere (waaronder buurtgerichte) initiatieven Evenementen (fonds en leges) Extra steun voor kinderen en jongeren: MidzomerMokum en project 1624 Lastenverlichting voor festivals en evenementen in 2021 en 2022 Lastenverlichting in het kader van huurrelaties Gemeentelijk Vastgoed Samenwerking met private fondsen en bedrijven Mede mogelijk maken van de Maatschappij voor Behoud van Kunst & Cultuur Bevorderen aansluiting op subsidieprogramma’s Europese Unie
2. Werkgelegenheid • Banendesk Cultuur 2021-2022, onderdeel van het Banenplan 3. Cultuurparticipatie, regionaal en (inter)nationaal bezoek • • • •
Gegenereerd: v1.13
Activeren lokaal, regionaal en nationaal cultuurbezoek Duurzame bezoekerseconomie (nationaal en internationaal bezoek) Aanpak Binnenstad 4. Digitale praktijk, experiment met activiteiten en openstelling Kennisprogramma digitalisering, innovatie & cultuur
4
VN2021-008727 rve kunst en cultuur
Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop
KDD
Voordracht voor de Commissie KDD van 28 april 2021 Ter bespreking en ter kennisneming • Evenementenkalender 2021 • Experimenten met openstelling Het steunplan wordt gefaseerd uitgevoerd. Met een aantal onderdelen starten we direct, een aantal andere onderdelen is nog in ontwikkeling. Subsidieregeling eenmalige noodsteun voor culturele instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen 2021 (bijlage 2) Deze subsidieregeling is een vervolg op en uitbreiding van de subsidieregeling eenmalige aanvulling op Kunstenplansubsidie 2017-2020 voor instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen (fase 1 en 2) zoals uitgevoerd in 2020. Terwijl de regeling in 2020 was gericht op de instellingen in het Kunstenplan, kent de nieuwe regeling twee doelgroepen: • groep 1: culturele instellingen die een vierjarige subsidie ontvangen van de gemeente of het AFK in het kader van het Kunstenplan 2021-2024; • groep 2: culturele instellingen die geen vierjarige subsidie ontvangen in het kader van het Kunstenplan 2021-2024, in Amsterdam zijn gevestigd, gericht zijn op het algemeen nut en die op basis van statuten hun kernactiviteiten ontlenen aan één of meer kunsten cultuurdisciplines en artistiek-inhoudelijke (met inbegrip van cultuureducatieve) publieksactiviteiten organiseren.
Voor beide groepen geldt de voorwaarde dat ze niet in aanmerking komen voor de regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19 (RAOCCC), onderdeel van het tweede aanvullend steunpakket van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Doelstelling van de regeling is het overeind houden van een cruciaal en fundamenteel onderdeel van de Amsterdamse culturele infrastructuur die als gevolg van de coronacrisis ernstig wordt bedreigd in zijn voortbestaan met zeer ingrijpende maatschappelijke en economische gevolgen voor de stad. Het college kan een eenmalige subsidie verlenen als gedeeltelijke compensatie van de verliezen die instellingen lijden als gevolg van de coronamaatregelen in de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021. De regeling is zo ingericht dat de extra financiële steun daar terecht komt waar het het hardst nodig is. Dit betekent dat nadrukkelijk wordt gekeken naar de omvang van de verliezen, de mate waarin een instelling gebruik maakt van generieke economische Rijksmaatregelen, en de mate waarin een instelling zelf in staat is de verliezen op te vangen (door inzet van eigen reserves), dan wel met hulp van gelieerde partijen (b.v. een steunfonds).
De hoogte van de subsidie wordt bepaald door de hoogte van het verlies van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 verminderd met het bedrag dat resulteert uit de som van de algemene reserve en de continuïteitsreserves over 2020 en voor zover dit bedrag niet nodig is om een minimaal weerstandsvermogen te behouden. Het minimale weerstandsvermogen wordt als volgt gedefinieerd: • Voor instellingen die 50% of meer eigen inkomsten in 2019 hebben gerealiseerd, is het minimale weerstandsvermogen eind 2020 gedefinieerd als 10% van de gerealiseerde baten 2019. • Voor instellingen die tussen 25% en 50% eigen inkomsten in 2019 hebben gerealiseerd, is het minimale weerstandsvermogen eind 2020 gedefinieerd als 7,5% van de gerealiseerde baten 2019.
Gegenereerd: v1.13
5
VN2021-008727 rve kunst en cultuur
Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop
KDD
Voordracht voor de Commissie KDD van 28 april 2021 Ter bespreking en ter kennisneming • Voor instellingen die minder dan 25% eigen inkomsten in 2019 hebben gerealiseerd, is het minimale weerstandsvermogen gedefinieerd als 5% van de gerealiseerde baten 2019. Voor instellingen in groep 1 geldt dat de hoogte van de subsidie maximaal € 1,0 miljoen bedraagt. Voor de instellingen in groep 2 bedraagt de subsidie maximaal € 0,5 miljoen. Indien de instelling huurder is van de gemeente Amsterdam, kan het college de subsidie of een deel van de subsidie in mindering brengen op de huurverplichting. De aanvragen van de instellingen worden financiële beoordeeld. Indien nodig wordt contact opgenomen voor een nadere toelichting op de ingediende cijfers. Uitgangspunt is dat de instellingen hun algemene reserves en continuïteitsreserves inzetten om de verliezen te compenseren tot een maximaal weerstandvermogen van 5%, 7,5% of 10% afankelijk van het percentage eigen inkomsten dat een instelling in 2019 behaalde. Hiermee zijn we voor instellingen die sterker afankelijk zijn van eigen inkomsten minder streng, dan instellingen waarvoor dat in mindere mate geldt. Juist in de coronacrisis hebben we gezien dat instellingen die sterk afankelijk zijn van eigen inkomsten kwetsbaar zijn. De verlening van een subsidie in het kader van deze regeling kan effect hebben op de afrekening van de rijksmaatregel NOW.
Evenals bij de uitvoering van de noodsteunregeling fase 1 en 2 zullen we bij de uitvoering van deze regeling (fase 3) de instellingen wijzen op de NOW afrekening en de bijbehorende omzetberekening. In 2020 hebben we veelvuldig contact gehad over dit onderwerp met de aanvragers. Aanvragen zijn hier in enkele gevallen ook nog op aangepast door de instellingen. Voor de uitvoering van deze regeling wordt € 16 miljoen gereserveerd. Binnen dit plafond is € 10 miljoen bedoeld voor groep 1 en € 6 miljoen voor groep 2. Doelgroep 1 bestaat uit de Kunstenplaninstellingen waarmee de gemeente of het AFK al een subsidierelatie hebben. Op basis van de noodsteunaanvragen van vorig jaar door deze groep hebben we ingeschat dat circa 10 miljoen nodig is om de verliezen in de periode van 1 januari tot 1 juli 2021 (deels) te compenseren.
Bij deze inschatting hebben rekening houden met: • het feit dat het in 2020 ging om 9 maanden steun en nu om 6 maanden; • het feit dat er in 2021 geen matchingsmogelijkheden zijn via de landelijke cultuurfondsen; • het feit dat de reserves die in 2020 zijn ingezet niet nogmaals kunnen worden ingezet, waardoor sommige instellingen in 2020 geen beroep op steun hebben gedaan, maar dit naar verwachting in 2021 wel zullen doen; • het feit dat in de regeling instellingen worden uitgesloten die vanuit het tweede steunpakket van het ministerie van OCW worden ondersteund; • de verwachting dat instellingen aanpassingen in de bedrijfsvoering hebben gedaan die tot kostenreductie leiden. Groep 2 bestaat uit culturele instellingen die niet tot de Kunstenplaninstellingen behoren. Dit is geen limitatieve groep/lijst. Van deze groep hebben we geen gegevens van verleende noodsteun in 2020. Gebruik is gemaakt van de gegevens die we hebben van voormalige Kunstenplaninstellingen, instellingen die gesubsidieerd worden door stadsdelen en enkele grotere niet gesubsidieerde partijen. Van deze heterogene groep is: • het verlies ingeschat op basis van de publieksinkomsten uit de jaarrekening 2019 gecorrigeerd voor 6 maanden; • de verwachting dat instellingen aanpassingen in de bedrijfsvoering hebben gedaan die tot kostenreductie leidt.
Gegenereerd: v1.13
6
VN2021-008727 rve kunst en cultuur
Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop
KDD
Voordracht voor de Commissie KDD van 28 april 2021 Ter bespreking en ter kennisneming Een opslag voor instellingen die niet in beeld zijn maakt dat de inschatting is gemaakt van 6 miljoen voor niet culturele instellingen die geen onderdeel zijn van het Kunstenplan 2021-2024 (groep 2). Instellingen die een bijdrage ontvangen vanuit deze subsidieregeling dienen dit bedrag zichtbaar te verantwoorden in de jaarrekening 2021, indien van toepassing als onderdeel van de (Kunstenplan)verantwoording. Bij een voordelig resultaat wordt bij de vaststelling van de subsidie het teveel uitbetaalde bedrag teruggevorderd. De subsidieregeling eenmalige noodsteun voor culturele instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen 2021 is op 2 april jl. gepubliceerd in het Gemeenteblad: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/Amsterdam/656245/ CVDR656245_1.html. De deadline voor de aanvragen is 20 april a.s. De subsidies worden beschikt uiterlijk 6 juni a.s. of zoveel eerder als mogelijk. Het bedrag dat het college heeft gereserveerd voor deze noodsteunregeling (€ 16 miljoen) en beschikbaar wordt gesteld aan culturele instellingen moet voldoen aan de staatssteunregels.
Naar verwachting voldoet de subsidieregeling aan de voorwaarden van de steun die op basis van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) aan cultuur mag worden verstrekt zonder voorafgaande melding van de steun bij de Europese Commissie. Het is wel nodig dat de gemeente van deze subsidieregeling een kennisgeving doet op basis van de AGVV en dat de gemeente hierover jaarlijks rapporteert. Met het volgen van deze handelswijze handelt de gemeente staatssteunproof en sluit de gemeente aan bij de wijze waarop het ministerie van OCW de Covid19steun voor cultuur beschikbaar stelt. Wijziging Subsidieregeling voor broedplaatsen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronacrisis (bijlage 3) De broedplaatsen worden flink geraakt door de crisis en blijven zich melden met zorgen en problemen. Huurders en bewoners in broedplaatsen blijven in onzekerheid over de komende periode. Ze geven aan dat het onduidelijk is of, en in welke mate ze in staat zullen zijn hun werkpraktijk voort te zetten en de huur te betalen. Daar waar het bewoners van broedplaatsen betreft is de onzekerheid nog nijpender. De broedplaatsen kunnen hierdoor nog geruime tijd kwetsbaar zijn in hun exploitatie.
Zeker aangezien veel huurders en bewoners (in overleg) een huurachterstand hebben opgebouwd die nu niet als verlies geldt voor de broedplaatsen maar bij een vertrek zonder betaling wel als verlies moet worden opgenomen. Daarnaast hebben vooral broedplaatsen die voor een belangrijk deel van publieksinkomsten afankelijk zijn een doorlopend exploitatieprobleem zolang de coronamaatregelen actief blijven. Broedplaatsen kunnen slechts beperkt een beroep doen op rijksregelingen. Veelal zijn het kleine en (deels) onbetaalde organisaties. Dat betekent ook dat er weinig kan worden bezuinigd op dit punt. De subsidieregeling voor broedplaatsen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronacrisis 2021 is een voortzetting van de noodregeling van vorig jaar en werkt aanvullend op de generieke economische Rijksmaatregelen, de specifieke Rijksmaatregelen voor de cultuursector en de subsidieregeling eenmalige noodsteun voor culturele instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen 2021. Doelstelling is het overeind houden van broedplaatsen, een cruciaal en fundamenteel onderdeel van de Amsterdamse kunst- en cultuurinfrastructuur, die als gevolg van de coronacrisis ernstig worden bedreigd in hun voortbestaan.
Gegenereerd: v1.13
7
VN2021-008727 rve kunst en cultuur
Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop
KDD
Voordracht voor de Commissie KDD van 28 april 2021 Ter bespreking en ter kennisneming Op basis van de subsidieregeling kan het college een eenmalige subsidie verlenen als compensatie van de verliezen die broedplaatsen leiden als gevolg van de coronacrisis in de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021. De regeling is zo ingericht dat de steun daar terechtkomt waar die het hardst nodig is. Daarvoor wordt de volgende methodiek toegepast: • Berekening van het verlies van de broedplaats in de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021, waarbij er zo goed mogelijk gebruik is gemaakt van Rijksmaatregelen en de subsidieregeling eenmalige noodsteun voor culturele instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen 2021; • verminderd met het weerstandsvermogen voor zover dat hoger is dan 5 %; • Met een maximum van € 25 per m2 CAWA-oppervlak. Uit de eerste termijn subsidieregeling is gebleken dat de verschillen tussen broedplaatsen groot zijn. Er waren minder aanvragen dan verwacht maar de aanvragen die werden ingediend, waren relatief hoog. Het maximum is daarom verhoogd van € 15 naar € 25 euro per m2 CAWA zodat meer steun geboden kan worden aan de broedplaatsen die dat nodig hebben.
Het maximum op basis van vierkante meters verhuur aan CAWA-creatieven zorgt er verder voor dat de broedplaatsen die het meest bijdragen aan het huisvesten van de doelgroep van het Amsterdams Atelier- en Broedplaatsenbeleid ook naar verhouding de meeste subsidie kunnen ontvangen. Het subsidieplafond is in de vorige regeling niet behaald. Daarom wordt ditmaal een plafond van € 0,4 miljoen vastgesteld. Indien er meer wordt aangevraagd dan er beschikbaar is (het subsidieplafond is € 0,4 miljoen), wordt het subsidiebedrag naar rato verlaagd. Wanneer blijkt dat de subsidie volledig of niet goed is besteed wordt bij de vaststelling van de subsidie het teveel uitbetaalde bedrag teruggevorderd. Deze regeling is gebaseerd op alle bekende informatie. De ingewonnen informatie is niet altijd volledig en door de inhoudelijk afwijkende aard van de broedplaatsen moeilijk onderling vergelijkbaar en kwalitatief toetsbaar. Hierdoor is het onduidelijk in welke mate het beschikbare subsidiebudget toereikend is. In geval van een overinschrijving ontstaat wel een beter beeld van het perspectief voor de rest van het jaar. Het bedrag dat het college heeft gereserveerd voor de steunmaatregel (€ 0,4 miljoen) en beschikbaar wordt gesteld aan broedplaatsen moet voldoen aan de staatssteunregels.
Naar verwachting voldoet de subsidieregeling aan de voorwaarden van de steun die op basis van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) aan cultuur mag worden verstrekt zonder voorafgaande melding van de steun bij de Europese Commissie. Het is wel nodig dat de gemeente van deze subsidieregeling een kennisgeving doet op basis van de AGVV en dat de gemeente hierover jaarlijks rapporteert. Met het volgen van deze handelswijze handelt de gemeente staatssteunproof en sluit de gemeente aan bij de wijze waarop het ministerie van OCW de Covid19steun voor cultuur beschikbaar stelt. De noodsteunregeling voor broedplaatsen is op 2 april jl. gepubliceerd in het Gemeenteblad: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/Amsterdam/642546/ CVDR642546_2.html. Eenmalige ophoging van het budget voor projectsubsidies van het Amsterdams Fonds voor de Kunst met € 2,0 miljoen
Gegenereerd: v1.13
8
VN2021-008727 rve kunst en cultuur
Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop
KDD
Voordracht voor de Commissie KDD van 28 april 2021 Ter bespreking en ter kennisneming Het belangrijkste voor herstel is dat makers kunnen blijven maken en zich kunnen blijven ontwikkelen. Dat bij het AFK de aanvragen voor projectsubsidies in 2020 zijn toegenomen in plaats van afgenomen, onderstreept dit. Makers zoeken in coronatijd innovatieve manieren om hun werk te maken en hun publiek te bereiken, ze investeren in hun ontwikkeling als kunstenaar, ze maken nu werk dat ze straks kunnen tonen, of combinaties daarvan. De bestaande projectregeling professionele kunst van het AFK laat voor al deze opties ruimte. Via de regeling kunnen de gelden voor makers snel en effectief worden besteed. Er hoeft geen afzonderlijke regeling te worden gemaakt en veel makers weten al hoe het werkt. In het kader van het steunplan kunst en cultuur worden tijdelijk extra middelen toegevoegd aan het projectenbudget voor een specifiek deel van de aanvragers: • makers die individueel werken en een bijdrage vragen voor hun activiteiten een ontwikkelbudget of projectsubsidie bij het AFK; • makers die in hun eigen stichting of een klein groepsverband werken; • makers die op freelance basis projecten uitvoeren bij/voor meerjarig gesubsidieerde organisaties zonder dat ze daar in dienst zijn.
In de regeling projectsubsidies professionele kunst kunnen makers (individueel of met hun stichting) aanvragen voor een ontwikkelbudget en voor projecten. Ontwikkelbudget gaat per definitie naar makers. Binnen de projecten kan voor zowel producerende als presenterende activiteiten worden aangevraagd. Daar waar het producerende activiteiten betreft worden rechtstreeks makers ondersteund. Artistieke ontwikkeling van de maker en producerende activiteiten komen in aanmerking voor herstelgelden. Presenterende activiteiten niet (b.v. programmering van podia, musea, filmhuizen, festivals). Het AFK kijkt ook naar extra mogelijkheden op het gebied van cultuureducatie. In de beoordeling van alle projectaanvragen stuurt het AFK op uitvoerbare plannen, ook in coronatijd. Het AFK is coulant met wijzigingen en verplaatsingen, maar wil ook voorkomen dat er een stuwmeer aan nieuw werk ontstaat waarvoor straks onvoldoende vertoningsmogelijkheid is. Het AFK stimuleert ten tijde van corona daarom de inzet van makers op bijvoorbeeld realistisch online en offline publieksbereik en flexibele maakprocessen. Voor de eenmalige ophoging van het budget voor projectsubsidies van het AFK reserveren we € 2 miljoen.
Eenmalige subsidie aan Festival de Parade (gezamenlijke steun van de G4 steden) Op 13 mei 2020 hebben de G4 steden een verzoek gekregen van stichting Mobile Arts / De Parade voor gezamenlijke steun van € 450.000 ten behoeve van het voortbestaan van Festival de Parade. De instelling heeft sterk moeten interen op de reserves om 2020 door te komen. Als niet-gesubsidieerde instelling kwam de Parade niet in aanmerking voor specifieke steun vanuit de steunpakketten van het ministerie van OCW of die van de afzonderlijke G4 steden in 2020. Hierdoor ontbreken de middelen om weer op te kunnen starten en een volgende editie van het festival te organiseren. Zonder deze middelen kunnen geen makers en instellingen worden geprogrammeerd, ook kan de organisatie van het festival niet (voor)gefinancierd worden. Ondanks steun vanuit de algemene maatregelen van het kabinet (NOW en TVL) behoudt de Parade een tekort van € 700.000 om weer op te starten. Er zijn diverse acties opgezet om dit gat te dichten (zoals een benefietgala, crowdfunding, verkoop van merchandise, toegangskaarten voor 2021 en een magazine). Ook is er in 2020 gesneden in de organisatie en zijn private fondsen aangeschreven (waaronder het Prins Bernhard Cultuurfonds en het ABN Amro Cultuurfonds).
Gegenereerd: v1.13
9
VN2021-008727 rve kunst en cultuur
Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop
KDD
Voordracht voor de Commissie KDD van 28 april 2021 Ter bespreking en ter kennisneming Naar aanleiding van de gezamenlijke aanvraag van de Parade bij de G4 steden, hebben de vier steden zich in september 2020 bestuurlijk gecommitteerd aan een gezamenlijke oplossing via financiële bijdragen. De gemeenten Utrecht, Den Haag en Rotterdam hebben de volgende bijdragen gereserveerd voor de Parade: • Utrecht: € 150.000 (noodsteun 2020-2021) • Den Haag: € 75.000 (eenmalig noodsteun 2021) + € 29.000 (projectsubsidie 2021) • Rotterdam: € 30.000 (projectsubsidie 2021) + € 20.000 (eenmalige noodsteun 2021) De gemeente Amsterdam beschikt met de vrijgekomen middelen voor het herstelplan in 2021 nu over ruimte om de bestuurlijke afspraak met de G4 na te komen en afzonderlijk steun vrij te maken voor de Parade. Op deze manier wordt een belangrijk platform voor talentontwikkeling van de Amsterdamse podiumkunsten behouden, en wordt een bijdrage geleverd aan het behoud van werkgelegenheid van zzp’ers en niet-gesubsidieerde makers en instellingen. Veel Amsterdamse (jonge) makers en instellingen (waaronder Likeminds, ISH, nineties productions) hebben in de afgelopen jaren gebruik kunnen maken van het nationale platform dat de Parade biedt om enerzijds producties door ontwikkelen en een breed nationaal publiek te bereiken.
Voor de eenmalige bijdrage aan Festival de Parade - als onderdeel van de bestuurlijke afspraak tussen de G4 steden - wordt € 100.000 gereserveerd. Voor bepaling van de hoogte van deze bijdrage hebben we ook gekeken naar andere maatregelen binnen het herstelplan kunst en cultuur. Met de evenementenmaatregel, waarbij de leges voor festivals en evenementen in 2021-2022 niet of deels in rekening worden gebracht, ondersteunt de gemeente Amsterdam eveneens de totstandkoming van een volgende editie van de Parade in de stad (circa € 16.000. Hiermee komt de totale steun van de G4 voor de Parade uit op in totaal € 420.000. Dekking van de kosten van het herstelplan en de subsidie aan de Parade Na de uitvoering van fase 1 en 2 van de steunmaatregel voor de cultuursector (2020) heeft het college op 1 december 2020 ingestemd met het reserveren van het resterend bedrag (€ 5,7 miljoen) voor fase 3 van de steunmaatregel in 2021. Dit bedrag wordt ingezet in combinatie met de ontvangen middelen via de decembercirculaire 2020 (Gemeentefonds) uit het tweede steunpakket van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de lokale cultuursector (€ 15,7 miljoen) vanuit het Rijk. Vooruitlopend op de goedgekeurde Voorjaarsnota 2021 dienen deze middelen, in totaal € 21,4 miljoen, ter dekking van het steunplan en de subsidie aan de Parade.
Advies van de Amsterdamse Kunstraad (bijlage 4) In het advies van 10 december 2020 maar ook in eerdere adviezen wijst de Kunstraad op de enorme verliezen aan inkomsten waarmee de Amsterdamse cultuursector te maken heeft en de noodzaak van financiële ondersteuning van de sector. De Kunstraad vraagt de gemeente om het herstelplan te richten op alle onderdelen van de cultuursector inclusief zzp’ers. Verder vraagt de Kunstraad aandacht voor complicatie die is opgetreden tussen de generieke en specifieke maatregelen vraagt naar de participatie van Gemeentelijk Vastgoed in het herstelplan. Voor de uitvoering van de nieuwe steunmaatregel (fase 3) door de gemeente heeft de Kunstraad de volgende prioritieten geformuleerd: • voortzetting kunst- en cultuureducatie in coronatijd • stipendia individuele kunstenaars, makers, performers en artiesten • coronasteun voor kleinschalige cultureel instellingen in de wijken.
Gegenereerd: v1.13
10
VN2021-008727 rve kunst en cultuur
Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop
KDD
Voordracht voor de Commissie KDD van 28 april 2021 Ter bespreking en ter kennisneming Bij de inrichting van het steunplan kunst en cultuur en de noodsteunregeling fase 3 is het advies van de Kunstraad betrokken. Daarover heeft het college een korte toelichting in de raadsinformatiebrief (bijlage 5). Reden bespreking
Geagendeerd o.v.v. het lid Havelaar (CDA). Uitkomsten extern advies
n.v.t. Geheimhouding
n.v.t. Uitgenodigde andere raadscommissies
n.v.t. Welke stukken treft u aan? Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2021-039188
Advies AKr_Steunplan kunst en cultuur_13 april 2021.pdf (pdf)
AD2021-038352
Bijlage 1. Steunplan kunst en cultuur.pdf (pdf)
AD2021-038353
Bijlage 2. Subsidieregeling voor culturele instellingen die in zwaar weer verkeren als gevolg van de coronamaatregelen (pdf)
AD2021-038354
Bijlage 3. Eerste wijzigingsbesluit van de Subsidieregeling broedplaatsen coronacrisis (msw12)
AD2021-038355
Bijlage 4. Advies Amsterdamse Kunstraad over coronasteun fase 3 (pdf)
AD2021-038356
Bijlage 5. Raadsinformatiebrief Steunplan kunst en cultuur (pdf)
AD2021-032044
Commissie KDD Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Kunst en Cultuur, Martine Brinkhuis, m.brinkhuis@amsterdam.nl, 06-22045810
Gegenereerd: v1.13
11