Commissie FKD Voordracht
Tekst van het document
Raadscommissie voor Financiën, Kunst en cultuur, Diversiteit en antidiscriminatiebeleid, Lucht- en zeehaven (incl. Schiphol), Bedrijfsvoering, Inkoop, Personeel en organisatie, Dienstverlening, Deelnemingen (excl. AEB en Schiphol), Deelnemingen (incl. AEB), Lokale media, ICT en digitale stad, Evenementen
VN2024-015229 rve belastingen
FKD
Voordracht voor de Commissie FKD van 05 december 2024 Ter advisering aan de raad
Agendapunt
Financiën (36) 4
Datum besluit
22 oktober 2024
Portefeuille
Onderwerp
Vaststellen van de Derde Wijzigingsverordening Roerenderuimtenbelastingen De commisie wordt gevraagd
De raad te adviseren om de Derde wijzigingsverordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 vast te stellen, met als belangrijkste wijziging de aanpassing van de tarieven.
Wettelijke grondslag
Artikel 216 van de Gemeentewet bevat de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingverordeningen vast te stellen. Elk besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting geschiedt in de vorm van een belastingverordening. Gemeentelijke belastingen kunnen enkel worden geheven op grond van de Gemeentewet dan wel een andere wet. Zonder een wettelijke basis is invoering van een gemeentelijke belasting niet mogelijk. Artikel 221 bevat de gemeentelijke bevoegdheid tot heffing van belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn.
Bestuurlijke achtergrond
Op basis van de Verordening Roerenderuimtenbelasting wordt door de gemeente Roerenderuimtenbelasting geheven op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn. Bij raadsbesluit van 1 december 2021 (Gemeenteblad nr. 452102) is de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 vastgesteld. De verordening is laatstelijk gewijzigd op 20 december 2022 (Gemeenteblad 2023, 564305). De Gemeentewet (Artikel 221, lid 3) bepaalt dat het tarief voor de Roerenderuimtenbelasting (RRB) gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Een voorstel voor het aanpassen van het tarief voor de OZB moet op grond van dit artikel dus steeds worden gevolgd door een voorstel voor dezelfde tariefswijziging van de RRB. De hier voorgestelde tariefswijziging voor de RRB is - conform artikel 221 lid 3 Gemeentewet - identiek aan de voorgestelde tariefswijziging voor de OZB zoals opgenomen in de raadsvoordracht inzake de 18e wijzigingsverordening Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007. De gemeente heft RRB bij de eigenaar van roerende woon- en bedrijfsruimten en bij de gebruiker van bedrijfsruimten, die in de gemeente gelegen zijn. Net als bij de OZB wordt de RRB geheven op grond van de waarde in het economische verkeer, in casu van de roerende ruimte.
Reden bespreking
1 Gegenereerd: v1.1
Raadscommissie voor Financiën, Kunst en cultuur, Diversiteit en antidiscriminatiebeleid, Lucht- en zeehaven (incl. Schiphol), Bedrijfsvoering, Inkoop, Personeel en organisatie, Dienstverlening, Deelnemingen (excl. AEB en Schiphol), Deelnemingen (incl. AEB), Lokale media, ICT en digitale stad, Evenementen
VN2024-015229 rve belastingen
FKD
De raad wordt gevraagd om de als bijlage bij deze voordracht opgenomen Derde Wijzigingsverordening op de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 vast te stellen, waarmee de volgende wijzigingen worden aangebracht:
Aanpassing van de waardepeildatum in art. 5, lid 2 Aanpassing van de tarieven in art. 6 lid 1 Aanpassing van de in art. 11, lid 3 genoemde datum van ingang van de heffing.
De Gemeentewet (Artikel 221, lid 3) bepaalt dat het tarief voor de Roerenderuimtenbelasting (RRB) gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Een voorstel voor het aanpassen van het tarief voor de OZB moet op grond van dit artikel dus steeds worden gevolgd door een voorstel voor dezelfde tariefswijziging van de RRB. De hier voorgestelde tariefswijziging voor de RRB is - conform artikel 221 lid 3 Gemeentewet - identiek aan de voorgestelde tariefswijziging voor de OZB zoals opgenomen in de raadsvoordracht inzake de 18e wijzigingsverordening Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007. De gemeente heft RRB bij de eigenaar van roerende woon- en bedrijfsruimten en bij de gebruiker van bedrijfsruimten, die in de gemeente gelegen zijn. Net als bij de OZB wordt de RRB geheven op grond van de waarde in het economische verkeer, in casu van de roerende ruimte.
Uitkomsten extern advies
N.v.t.
Geheimhouding
N.v.t.
Uitgenodigde andere raadscommissies
N.v.t.
Wordt hiermee een toezegging of andere motie afgedaan
N.v.t.
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2024-064968
Commissie FKD Voordracht (pdf)
AD2024-065434
Gemeenteraad Voordracht Derde wijzigingsverordening RRB.pdf (pdf) Conceptbesluit Derde Wijzigingsverordening Verordening RRB 2022.docx (msw12)
AD2024-065435
Ter Inzage
Registratienr.
Naam
Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Ron Stam, r.stam@amsterdam.nl
2 Gegenereerd: v1.1
VN2024-015229 rve belastingen
Raadscommissie voor Financiën, Kunst en cultuur, Diversiteit en antidiscriminatiebeleid, Lucht- en zeehaven (incl. Schiphol), Bedrijfsvoering, Inkoop, Personeel en organisatie, Dienstverlening, Deelnemingen (excl. AEB en Schiphol), Deelnemingen (incl. AEB), Lokale media, ICT en digitale stad, Evenementen
FKD
3 Gegenereerd: v1.1