Commissie FKD Voordracht
Tekst van het document
Raadscommissie voor Financiën, Kunst en cultuur, Diversiteit en antidiscriminatiebeleid, Lucht- en zeehaven (incl. Schiphol), Bedrijfsvoering, Inkoop, Personeel en organisatie, Dienstverlening, Deelnemingen (excl. AEB en Schiphol), Deelnemingen (incl. AEB), Lokale media, ICT en digitale stad, Evenementen
VN2025-014026 rve belastingen
FKD
Voordracht voor de Commissie FKD van 04 december 2025 Ter advisering aan de raad Portefeuille
Financiën
Agendapunt
A5 14 oktober 2025
Datum besluit
Onderwerp
Vaststellen Vierde wijzigingsverordening roerende ruimtenbelastingen 2022 De commissie wordt gevraagd
de raad te adviseren over bijgevoegde raadsvoordracht. Wettelijke grondslag
Artikel 216 van de Gemeentewet bevat de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingverordeningen vast te stellen. Elk besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting geschiedt in de vorm van een belastingverordening. Gemeentelijke belastingen kunnen enkel worden geheven op grond van de Gemeentewet dan wel een andere wet. Zonder een wettelijke basis is invoering van een gemeentelijke belasting niet mogelijk. Artikel 221 bevat de gemeentelijke bevoegdheid tot heffing van belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn. Bestuurlijke achtergrond
Op basis van de Verordening Roerende ruimtenbelastingen wordt door de gemeente roerende ruimtenbelasting (RRB) geheven op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn. Bij raadsbesluit van 1 december 2021 (Gemeenteblad nr. 452102) is de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 vastgesteld. De verordening is laatstelijk gewijzigd op 11 december 2024 (Gemeenteblad 2024-529891). De Gemeentewet (Artikel 221, lid 3) bepaalt dat het tarief voor de RRB gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Een voorstel voor het aanpassen van het tarief voor de OZB moet op grond van dit artikel dus steeds worden gevolgd door een voorstel voor dezelfde tariefswijziging van de RRB. De hier voorgestelde tariefswijziging voor de RRB is - conform artikel 221 lid 3 Gemeentewet – identiek aan de voorgestelde tariefswijziging voor de OZB zoals opgenomen in de raadsvoordracht inzake de Negentiende wijzigingsverordening Onroerendezaakbelastingen 2007. De gemeente heft RRB bij de eigenaar van roerende woon- en bedrijfsruimten en bij de gebruiker van bedrijfsruimten, die in de gemeente gelegen zijn. Net als bij de OZB wordt de RRB geheven op grond van de waarde in het economische verkeer, in casu van de roerende ruimte. Reden bespreking
De wijzigingsverordening dient vóór 31 december 2025 te zijn vastgesteld en gepubliceerd om in 2026 RRB te kunnen heffen op basis van de nieuwe tarieven.
Raadscommissie voor Financiën, Kunst en cultuur, Diversiteit en antidiscriminatiebeleid, Lucht- en zeehaven (incl. Schiphol), Bedrijfsvoering, Inkoop, Personeel en organisatie, Dienstverlening, Deelnemingen (excl. AEB en Schiphol), Deelnemingen (incl. AEB), Lokale media, ICT en digitale stad, Evenementen
VN2025-014026 rve belastingen
FKD
Uitkomsten extern advies
N.v.t. Geheimhouding
N.v.t. Uitgenodigde andere raadscommisies
N.v.t. Wordt hiermee een toezegging of andere motie afgedaan
Nee Welke stukken treft u aan
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2025-063166
Commissie FKD Voordracht (pdf)
AD2025-066091
Bijlage 1 Concept Vierde- Wijzigingsverordening RRB 2022.docx (msw12)
AD2025-071664
Raadsvoordracht 4e wijzigingsverordening RRB 2022.pdf (pdf)
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Belastingen, Ron Stam, r.stam@amsterdam.nl.