CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Commissie FED Voordracht

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid 4 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Wijzigen Uitvoeringsbeleid ‘Verplicht om aan te sluiten op hoogtemperatuur stadswarmte? Afbakening aansluitverplichting op basis van overgangsrecht.’ (ZD2020-014347)2.271 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VN2020-028912 rve ruimte en duurzaamheid

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid en Circulaire Economie

FED

Voordracht voor de Commissie FED van 04 februari 2021 Ter kennisneming Portefeuille

Duurzaamheid en Circulaire Economie

Agendapunt

24

Datum besluit

College 15 december 2020 Onderwerp

Wijzigen Uitvoeringsbeleid ‘Verplicht om aan te sluiten op hoogtemperatuur stadswarmte? Aakening aansluitverplichting op basis van overgangsrecht.’ De commissie wordt gevraagd

Het collegebesluit van 15 december 2020 waarin het college heeft besloten om: 1. In te stemmen met het afzien van inspraak volgens de algemene inspraakverordening van Amsterdam omdat de wijzigingen in het Uitvoeringsbeleid reeds bij de voorbereiding uit hoofde van een ander beleidsvoornemen zijn betrokken en het voldoende aannemelijk is dat daardoor alle relevante belangen bij de afweging zijn betrokken. 2. In te stemmen met het wijzigen van het Uitvoeringsbeleid ‘Verplicht om aan te sluiten op hoogtemperatuur stadswarmte? Aakening aansluitverplichting op basis van overgangsrecht’ volgens bijlage 1 op de volgende onderdelen: a. een project is in hoge mate van belang voor het milieu als het gebouw: i. waar het betreft BENG-3 significant beter presteert dan de vigerende BENG3-eis, hetgeen het geval is als minimaal een 5% hogere waarde wordt gehaald dan de vigerende BENG3-eis, en ii. minimaal een 5% hogere waarde behaalt dan de BENG3-waarde als met een aansluiting op het betreffende stadswarmtenet wordt bereikt. b. een project waar een omgevingsvergunning voor bouwen wordt ingediend tot en met uiterlijk 31 december 2021, wordt een beroep op ontheffing van de aansluitplicht tevens gehonoreerd indien de aanvrager aantoont dat het bouwplan ten hoogste een EPC van 0,15 heeft en de aanvrager aannemelijk maakt dat met de voorbereiding van het bouwplan voor 1 januari 2021 is begonnen. 3.

In te stemmen met het evalueren van het Uitvoeringsbeleid op basis van opgedane ervaringen voor 1 juli 2021 en, indien gewenst, bijstellen van het Uitvoeringsbeleid. Wettelijke grondslag

Artikel 169, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet 1. 2.

Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

Bestuurlijke achtergrond

Regie op warmte in gebiedsontwikkeling, raad 10 september 2020, waarin aangegeven is welke belemmeringen in de realisatie van laagtemperatuur warmtenetten weggenomen dienen te worden.

Gegenereerd: v1.7

1

VN2020-028912 rve ruimte en duurzaamheid

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid en Circulaire Economie

FED

Voordracht voor de Commissie FED van 04 februari 2021 Ter kennisneming

In de Agenda Duurzaam Amsterdam (2015) heeft de gemeenteraad waarden aangegeven die de kaders bepalen voor keuzes die in de energietransitie genomen moeten worden: betaalbaar, open en duurzaam. In de vastgestelde strategie Naar een stad zonder aardgas (2016) heeft het college die criteria herbevestigd. Met de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal (april 2020) heeft de raad het transitiepad voor de energieprestatie vastgesteld. Amsterdam streeft al decennia naar een strengere energieprestatie dan het landelijke beleid voorschrijft. Tot 2024 worden de nu geldende EPC-normen omgezet naar de BENG systematiek voor alle gebruiksfuncties zoals in het Bouwbesluit omschreven. Collegebesluit 3 november 2020 Uitvoeringsbeleid ‘Verplicht om aan te sluiten op hoge temperatuur stadswarmte? Aakening aansluitverplichting op basis van overgangsrecht’ waarin de mogelijkheid bestaat om te ontheffen op basis van een EPC van 0,15 of lager. Collegebesluit 15 december 2020 Wijziging Uitvoeringsbeleid ‘Verplicht om aan te sluiten op hoge temperatuur stadswarmte? Aakening aansluitverplichting op basis van overgangsrecht’ met vertaling van ontheffingsnorm EPC van 0,15 of lager naar passende BENG-norm. Algemeen Het Bouwbesluit 2012 stelt eisen aan de energiezuinigheid van gebouwen. De huidige eisen worden uitgedrukt in de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC).

Op 1 januari 2021 wordt de energiezuinigheid van gebouwen door een wijziging van het Bouwbesluit 2012 uitgedrukt in Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Deze wijziging heeft gevolgen voor de regelgeving omtrent de aansluitplicht op stadswarmte zoals omschreven in het Uitvoeringsbeleid ‘Verplicht aan te sluiten op hoogtemperatuur stadswarmte? Aakening aansluitverplichting op basis van overgangsrecht’ (Uitvoeringsbeleid). Van de aansluitplicht op stadswarmte kan (voor zover hier relevant) ontheffing worden verleend als een project in belangrijke mate bijdraagt aan het milieu. Volgens huidig beleid is sprake van een in belangrijke mate bijdragen aan het milieu als de EPC kleiner of gelijk aan 0,15 is, of een vergelijkbare norm voor BENG. Met de inwerkingtreding van de BENG per 1 januari 2021 vragen de ‘vergelijkbare normen’ om een nadere bepaling. De BENG-norm bestaat uit drie waarden: met BENG1 wordt de energiebehoefte aangeduid, BENG2 betreft het primair fossiel energiegebruik en BENG3 heeft betrekking op het aandeel hernieuwbare energie. De waarden verschillen per gebruiksfunctie uit het Bouwbesluit. Van de BENG 3-eis kan voor woningen worden afgeweken als ten gevolge van locatiegebonden omstandigheden het niet mogelijk is om aan deze eis te voldoen.

Bij ontwikkelaars en uitvoerenden (zoals bouwplantoetsers, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied) bestaat een urgente behoefte aan duidelijkheid aangaande dit onderwerp, ook in verband met de snel naderende invoeringsdatum BENG van 1 januari aanstaande. Beslispunten Ad 1. In te stemmen met het afzien van inspraak volgens de Algemene inspraakverordening van Amsterdam omdat de wijzigingen in het Uitvoeringsbeleid ‘Verplicht aan te sluiten op hoogtemperatuur stadswarmte? Aakening aansluitverplichting op basis van overgangsrecht’ reeds bij de voorbereiding

Gegenereerd: v1.7

2

VN2020-028912 rve ruimte en duurzaamheid

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid en Circulaire Economie

FED

Voordracht voor de Commissie FED van 04 februari 2021 Ter kennisneming

uit hoofde van een beleidsvoornemen zijn betrokken en het voldoende aannemelijk is dat daardoor alle relevante belangen bij de afweging zijn betrokken. In verband met de inwerkingtreding van de BENG is een wijziging van de Bouwverordening voorbereid. In de ontwerp Wijzigingsverordening was een regeling opgenomen terzake een vertaling van de aangescherpte EPC naar BENG. De gewijzigde bouwverordening heeft in ontwerp ter inzage gelegen tot en met 28 september 2020 met de mogelijkheid voor een ieder een zienswijze in te dienen. Tevens zijn adviezen gevraagd aan het dagelijks bestuur van de stadsdelen, de Commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit, de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en de Amsterdamse federatie van woningcorporaties. In totaal zijn er tien zienswijzen en acht adviezen ontvangen. De reacties waren vooral gericht op de wens voor een eenvoudiger regeling en een ruime overgangstermijn. Met de ontvangen reacties is de nodige kennis vergaard over de af te wegen belangen en relevante feiten, waardoor in dit geval wordt voorgesteld af te zien van inspraak volgens de algemene inspraakverordening van Amsterdam. Ad 2. In te stemmen met het wijzigen van het Uitvoeringsbeleid ‘Verplicht om aan te sluiten op hoogtemperatuur stadswarmte? Aakening aansluitverplichting op basis van overgangsrecht’ volgens bijlage 1 op de volgende onderdelen: a.

een project is in hoge mate van belang voor het milieu als het gebouw: i. waar het betreft BENG-3 significant beter presteert dan de vigerende BENG3-eis, hetgeen het geval is als minimaal een 5% hogere waarde wordt gehaald dan de vigerende BENG3-eis, en ii. minimaal een 5% hogere waarde behaalt dan de BENG3-waarde als met een aansluiting op het betreffende stadswarmtenet wordt bereikt. Volgens de bouwverordening is afwijking van de aansluitplicht mogelijk indien blijkt dat een project in hoge mate van belang is voor het milieu. Volgens huidig Uitvoeringsbeleid wordt aangenomen dat een project in hoge mate van belang is voor het milieu als het een energieprestatie heeft die lager is dan of gelijk aan een EPC van 0,15 (voor alle gebruiksfuncties uit het Bouwbesluit). Per 1 januari 2021 wordt de energiezuinigheid van gebouwen uitgedrukt in BENG. Om te voorkomen dat bij het aanvragen van vergunningen voor bouwen twee berekeningen moeten worden uitgevoerd, wordt voorgesteld de ontheffingsnorm voor de aansluitplicht uit te drukken in BENG. Voorgesteld wordt de EPC van 0,15 te ‘vertalen’ in een BENG 3 waarde die 5% hoger is dan de voor de betreffende gebruiksfunctie geldende eis. Daarnaast dient ook een 5% verbetering van de BENG 3 waarde behaald te worden die gerealiseerd zou worden met een aansluiting op het betreffende stadswarmtenet.

Deze vertaling betekent geen verzwaring van de huidige EPC-norm van gelijk aan of lager dan 0,15. Opgemerkt wordt dat bij de toetsing van het verzoek om ontheffing op de aansluitplicht steeds sprake is van maatwerk. Daarbij worden in de verschillende scenario’s de volgende uitgangspunten gehanteerd: Met een aansluiting op stadswarmte voldoet het project aan vigerende BENG 3. Een ontheffing van de aansluitplicht op stadswarmte kan worden verleend als het aandeel hernieuwbare energie hierdoor significant (minimaal 5%) hoger is dan de voor de functie geldende

Gegenereerd: v1.7

3

VN2020-028912 rve ruimte en duurzaamheid

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid en Circulaire Economie

FED

Voordracht voor de Commissie FED van 04 februari 2021 Ter kennisneming

BENG 3-eis vergt en minimaal een 5% hogere waarde behaalt dan de BENG3-waarde zoals met een aansluiting op het betreffende stadswarmtenet wordt bereikt. Met een aansluiting op stadswarmte voldoet het project niet aan vigerende BENG 3 (afwijken op grond van locatiegebonden omstandigheden is mogelijk). Een ontheffing van de aansluitplicht kan worden verleend als het project daardoor minimaal 5% dichter bij vigerende BENG 3 komt en minimaal een 5% hogere waarde behaalt dan de BENG3waarde zoals met een aansluiting op het betreffende stadswarmtenet wordt bereikt.. Ad 2b. een project waar een omgevingsvergunning voor bouwen wordt ingediend tot en met uiterlijk 31 december 2021, wordt een beroep op ontheffing van de aansluitplicht tevens gehonoreerd indien de aanvrager aantoont dat het bouwplan ten hoogste een EPC van 0,15 heeft en de aanvrager aannemelijk maakt dat met de voorbereiding van het bouwplan voor 1 januari 2021 is begonnen. In verband met de tijdsdruk op invoering van de nieuwe BENG-rekensystematiek en om de voortgang in projecten te borgen, wordt voorgesteld te voorzien in een ruime overgangsregeling. Ontwikkelende partijen die zijn begonnen met de voorbereiding van plannen en hierbij rekening hebben gehouden met de huidige EPC-eis hoeven, desgewenst, hun berekeningen voor een ontheffing op de aansluitverplichting niet aan te passen.

Zij kunnen het verzoek om ontheffing onderbouwen met de EPC-berekening. Zo is er voldoende tijd om te wennen aan de BENGsystematiek en hiermee ervaring op te doen. Op verzoek van een aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen, ingediend vóór 1 januari 2022, kan het verzoek om ontheffing van de aansluitplicht worden gehonoreerd als de aanvrager aantoont dat het bouwplan ten hoogste een EPC van 0,15 heeft en aannemelijk is dat met de voorbereiding van het bouwplan reeds voor 1 januari 2021 is begonnen. Een ontwikkelaar kan aannemelijk maken dat met de voorbereiding van een plan is begonnen als er bijvoorbeeld sprake is van een gewonnen tender voor 1 januari 2021 of een afsprakenbrief van de gemeente is verstuurd voor 1 januari 2021. Met de voorgestelde overgangsperiode wordt het bestaande recht gerespecteerd en wordt voorkomen dat projecten vanwege de landelijke overgang van EPC naar BENG vertraging oplopen. In de voorbereiding is advies ingewonnen bij de gemeenteadvocaat. Het voorstel is besproken met de programmamanager BENG, de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en stadsdelen. Ad 3. In te stemmen met het evalueren van het uitvoeringsbeleid op basis van opgedane ervaringen voor 1 juli 2021 en, indien gewenst, bijstellen van het Uitvoeringsbeleid.

Gezien het verloop van de invoering van BENG en de –vertraagde- invoering van aangescherpte Amsterdamse eisen wordt aangeraden dit Uitvoeringsbeleid uiterlijk voor 1 juli 2021 te evalueren en indien gewenst bij te stellen op basis van de dan opgedane ervaringen. Aandachtspunten • Moment van indiening bepaalt toetsingskader Omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen worden getoetst aan geldende regelgeving op het moment van indienen. Dit betekent dat de energiezuinigheid voor gebouwen wordt uitgedrukt in EPC als de vergunning is aangevraagd voor 1 januari 2021, Voor omgevingsvergunningen

Gegenereerd: v1.7

4

VN2020-028912 rve ruimte en duurzaamheid

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid en Circulaire Economie

FED

Voordracht voor de Commissie FED van 04 februari 2021 Ter kennisneming

ingediend na 1 januari 2021 wordt de energiezuinigheid uitgedrukt in BENG. Het uitvoeringbeleid heeft geen betrekking op de bouwregels, maar slechts op het verzoek om ontheffing van de aansluitplicht. • Wettelijke grondslag Het huidige criterium van een EPC van 0,15 of lager kan voor vergunningaanvragen na 1 januari 2021 niet goed meer worden gehanteerd – de rest van het plan is immers ook (alleen) getoetst aan BENG, daarom voorziet het Uitvoeringsbeleid in een norm volgens de dan geldende rekensystematiek (BENG). De voorgestelde norm vormt een kader voor de beoordeling van het verzoek om ontheffing van de aansluitverplichting als bepaald in artikel 2.7.3a, tweede lid, van de Bouwverordening 2003 en heeft geen betrekking op bouwregels uit het Bouwbesluit 2012. Er is geen sprake van een aangescherpte BENG-norm zonder wettelijke grondslag. Slotopmerking Het wetgevend kader rondom de energietransitie is in beweging. In de periode 2021-2022 worden diverse BENG-normen voor verschillende gebruiksfuncties waar mogelijk aangescherpt, en wordt ervaring opgedaan met de nieuwe rekensystematiek. Gewijzigde inzichten kunnen leiden tot aanpassing van het voorliggend Uitvoeringsbeleid. Reden bespreking

n.v.t. Uitkomsten extern advies

Het Uitvoeringsbeleid is afgestemd met de gemeenteadvocaat PelsRijcken en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Geheimhouding

n.v.t. Uitgenodigde andere raadscommissies

n.v.t. Welke stukken treft u aan?

Gegenereerd: v1.7

5

VN2020-028912 rve ruimte en duurzaamheid

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid en Circulaire Economie

FED

Voordracht voor de Commissie FED van 04 februari 2021 Ter kennisneming

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2021-001721

1. Raadsbrief aansluitverplichting BENG.pdf (pdf)

AD2021-001720

2. Overgangsrecht aansluitverplichting.pdf (pdf)

AD2020-093161

Commissie FED Voordracht (pdf)

Registratienr.

Naam

Ter Inzage

Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Ruimte & Duurzaamheid, Mimi Eelman, 06 13973745, mimi.eelman@amsterdam.nl

Gegenereerd: v1.7

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9661654/1