Commissie FED definitief verslag 16-12-2021
Tekst van het document
Toch enkele vragen bijvoorbeeld over de juridische houdbaarheid van het voorstel
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
en de effectiviteit van het instrument. Hij wordt graag geïnformeerd over de belangstelling voor transformatie van oude hotels en ook of de gemeente dat kan stimuleren. Over de procedure voor de aanvragen leest hij dat het MRA-expertteam iets voorlegt aan het DB van een stadsdeel. Dat betreft een zwaarwegend advies. Maar die integrale afweging met bredere belangen hoort alleen in het DB. Nu lijkt het expertteam wel heel veel zwaarte te krijgen in de procedure. Dat krijgt hij graag toegelicht. Inzake het overgangsrecht zijn de nieuwe regels niet van toepassing voor de categorie eigenaren die al onomkeerbaar hebben geïnvesteerd en voor eigen rekening en risico de aangevraagde hotelbestemming willen reduceren. Dat krijgt hij ook graag toegelicht. Geeft dat een risico op planschade? De heer Boutkan wil de onderwerp mogelijk piepen naar de raad. Overigens waren er in het verleden veel aanvragen over uniciteit. Een hoteleigenaar kon na aanvraag daar toch van afwijken. Als een hoteleigenaar dan van die uniciteit afwijkt, welke middelen heeft de gemeente dan om alsnog in actie te komen? De heer FLENTGE mist de uniciteit voor een nieuw hotelconcept in de bijdrage van de heer Boutkan. Dat werd voorheen altijd gekoppeld aan de hele stad en nu slechts aan een stadsdeel. Dat vergroot de kans om een hotel te starten. Hij hoort graag hoe de heer Boutkan hiertegenaan kijkt.
De heer BOUTKAN weet niet of dat direct de kansen vergroot met die nieuwe regels; waarschijnlijk maakt het de kans zelfs kleiner. Het is eigenlijk een vraag voor de wethouder. Volgens de heer FLENTGE is het doelbewust opgeschreven om de kans op een nieuw hotel te vergroten. Een uniek concept voor de hele stad, dat is nogal wat. Maar nu wordt het gekoppeld aan slechts een stadsdeel. De heer BOUTKAN wil ook geen uitbreiding van die capaciteit. Om die reden hoort hij graag hoe dat advies precies wordt gewogen. Een advies van een expertteam verdient serieuze aandacht maar de bredere belangenafweging kan alleen een DB maken. De heer FLENTGE kan zich voor een groot deel aansluiten bij de inbreng van de heer Boutkan. Te lang heeft de raad al zitten wachten op een maatregel, maar die werd niet eerder waargemaakt. Het aantal hotels bleef maar toenemen. Hopelijk is het gat hiermee nu gedicht. Ook de heer Flentge is benieuwd waarom de MRA dit gaat beoordelen met een zwaarwegend advies; de gemeente Amsterdam moet toch de afweging maken. Daar horen dan allerlei voorwaarden bij. Het is aan het stadsdeel om dat te beoordelen. Voorts gaat het over uniciteit. Hotels kunnen er alleen maar in Amsterdam bij komen wanneer het unieke concepten betreft. Daardoor kwamen er nauwelijks meer hotels bij. Dat is een stap vooruit want de hotelintensiviteit in Amsterdam is ontzettend hoog.
In het stuk leest hij dat die uniciteit niet meer wordt bekeken binnen Amsterdam als een geheel, maar slechts binnen het stadsdeel waar het hotel dan terecht zou komen. Daar komen nieuwe hotels dan toch sneller aan bod. Daarmee is het uiteindelijk een verruiming in het hotelbeleid. Dat ziet de heer Flentge als gevaar. Hij krijgt graag toegelicht waarom dit zo gaat en of er geen alternatieven zijn. Er zijn allerlei initiatieven denkbaar waarbij ook werkgelegenheid kan worden gecreëerd. Dit lijkt een ontwikkeling de verkeerde kant op. De heer ERNSTING kan zich nog herinneren dat praktisch iedere aanvraag voor een hotel met open armen werd ontvangen. Vervolgens kwamen er wat restricties, aanvankelijk voor het centrum: het moest iets toevoegen aan de omgeving en mocht geen verkeersaanzuigende werking hebben. Daarop volgde de hotelstop. Hij is blij om met dit erfpachtinstrument hierin een volgende stap te kunnen zetten om inderdaad tot een echte stop te kunnen komen. De juridische paragraaf lijkt goed. De heer Ernsting dankt het college voor deze notitie.
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
De zorgen van de SP snapt de heer Ernsting wel. De nee, tenzij-gebieden, dat zijn er niet veel maar die zijn op een aantal plekken wel heel groot, bijvoorbeeld in ZuidOost. Hij is benieuwd hoe de wethouder die verandering van dat uniciteitsaspect gaat vorm geven. Als niets meer uniek is omdat alles er al is, dan kan er nooit meer wat. Wethouder EVERHARDT beaamt dat het hier om een tweeledige aanscherping van het beleid gaat: een sterke inkrimping van het aantal gebieden nee, tenzij en dan nog het erfpachtinstrument. Het college heeft heel nauwkeurig bekeken hoe het dat instrument juridisch sterk kan inzetten. De onderbouwing is juridisch getoetst en dit instrument kan nu op het bestaande beleid worden ingezet. Dat heeft wel tijd gevergd. Het college heeft er vertrouwen in. Er is een keer gebruik gemaakt van de regeling ten aanzien van oud voor nieuw. Die ontwikkeling wacht het college af. Straks heeft het college met de nieuwe Omgevingswet en de omgevingsplannen sowieso publiekrechtelijk een nieuw instrument in handen om deze beleidsmatige weg te vervolgen. De gemeente heeft ervaring opgedaan met nee, tenzij en het college heeft er nu voor gekozen die gebieden verder in te krimpen. Als het wel kan, als het een toegevoegde waarde heeft, dan kan eventueel wel zo’n hotelontwikkeling plaatsvinden – maar wel volgens de spelregels. De uniciteit levert eigenlijk nee op.
Om die reden staat het zo geformuleerd. Dat is uitvoerig met de staddelen besproken. In feite is het nee – en dat is enorm uitgebreid, maar er kunnen uitzonderingen worden gemaakt als het college dat toestaat. Daaraan worden hoge eisen gesteld – buurtbetrokkenheid, duurzaamheid, sociaal ondernemerschap – en de uniciteit voor dat gebeid. Het MRA-expertteam, de nieuwe naam voor het oude team Overnachtingsbeleid, komt bij het Dagelijks Bestuur met een voorstel voor ontwikkeling om wegens zwaarwegende redenen af te zien van de regel. Dat gaat dan dus naar het college. Het DB kan een andere afweging maken, maar het college krijgt die afweging wel te zien en uiteindelijk is het aan het bestuur dat de omgevingsvergunning afgeeft. Dat is de inzet en dat is dus geen gewijzigde procedure. De heer BOUTKAN leest dat er dan wel zwaarwegende redenen moeten zijn om van het voorstel af te wijken. Nu lijkt het alsof het DB zich moet verantwoorden naar het college. Het is toch juist dat DB die een integrale afweging kan maken en vervolgens dan het college. Wethouder EVERHARDT legt uit dat dit beleid is opgesteld na uitvoerige consultatie met de Dagelijks Bestuurders. In de praktijk is het natuurlijk heel belangrijk hoe zo’n DB aankijkt tegen een ontwikkeling. De heer FLENTGE vindt het goed dat de nee-gebieden zijn uitgebreid. Maar hij ziet ook die oranje gebieden, de nee, tenzijgebieden.
Hij meent dat juist daar de kans voor een nieuw hotel wordt vergroot. Juist dat unieke karakter blijkt voor hotels moeilijk voor elkaar te krijgen en dat zorgt dus voor een rem op nieuwe hotels. Dat is toch wat is afgesproken en wat een groot deel van de raad wil. Nu geeft de wethouder toch ruimte voor hotels in Noord, Zuidoost en in Nieuw-West. Wethouder EVERHARDT benadrukt dat dit beleid echt een rem op de komst van hotels betekent. De nee-tenzijgebieden zijn nog verder teruggedrongen. Als een hotelontwikkeling toch mogelijk is, dan neemt het college uniciteit voor de hele stad als maatstaf. Dat betekent in feite nee-gebieden voor de hele stad. Dat staat het college niet voor. Dan zou de raad de hele kaart tot nee-gebied moeten verklaren. De heer FLENTGE bepleit niet een compleet nee-beleid. Er ligt nog wel een optie tussen nee en nee-tenzij. Nu brengt het college een wijziging aan in dat nee-tenzij en daarmee is hij het niet eens. Hij vreest dat er dan meer hotels komen in die gebieden. Overigens meent hij dat dit geen stuk ter kennisname moet zijn maar een raadsvoordracht. Het is immers aan de raad. Wethouder EVERHARDT legt nogmaals uit dat het college de keuze heeft
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
gemaakt in een heel beperkt aantal gebieden de gebiedsontwikkeling ruimte te bieden door eerst nee te zeggen en onder voorwaarden toch wat ruimte te laten. In de juridische houdbaarheid heeft hij alle vertrouwen. Bepaalde ondernemers komen in aanmerking voor het overgangsrecht. Een onomkeerbare investering moet zich juridisch vertalen, dus als een ontwikkelaar een stap heeft gezet waaraan juridische rechten kunnen worden ontleend. Dat is een vrij technisch verhaal en desgewenst kan de wethouder dat op schrift stellen voor de raad. Er zijn heel weinig voorbeelden waarop een dergelijke hotelontwikkeling heeft plaatsgevonden. Er vindt altijd een toetsing plaats. Die instrumenten zal hij schriftelijk met de raad delen. Tweede termijn: De heer FLENTGE beseft dat dit beleid gezien de coronacrisis niet zo veel belangstelling heeft, maar naar verwachting oefent de stad straks toch weer een grote aantrekkingskracht uit op toeristen. Hotelbeleid is onderdeel van dit grote dossier en daarin kunnen niet zomaar wijzigingen worden aangebracht. Een groot deel van de voorstellen vindt hij goed en daarmee complimenteert hij de wethouder graag, maar dit zou echt een voordracht voor de raad moeten zijn. Hij piept dit stuk naar de raad. Zijn zorgen betreffen de stadsdelen Noord, Zuidoost en Nieuw-West waar verschillende oranje gebieden liggen waar mogelijk hotels kunnen komen.
Het unieke concept wordt niet meer met de stad maar met het stadsdeel vergeleken. Hij begrijpt ook echt niet waarom de MRA een zwaarwegend advies mag uitbrengen. Overleg is prima, maar dit is geen opdracht voor de MRA. Wethouder EVERHARDT herhaalt dat het oude team van de MRA gewoon een nieuwe naam heeft gekregen. In 2016 heeft de raad de koers uitgezet. De nee, tenzijregel is met strenge voorwaarden omkleed. Dat is precies zoals het hier staat. De VOORZITTER concludeert dat hiermee dit punt voldoende is besproken en naar de raad gaat van 26 januari op verzoek van de heer Flentge, de heer Boutkan en mevrouw Van Soest. Deelnemingen 14 Rapportage enquêtecommissie Afval Energie Bedrijf (AEB) (ZD2021-016325) Mevrouw DE GRAVE-VERKERK is blij dat de Enquêtecommissie te gast mag zijn bij deze vergadering. Vorige week heeft de commissie met veel plezier het enquêterapport aangeboden aan de burgemeester als voorzitter van de gemeenteraad. Zij stelt de leden van de Enquêtecommissie graag kort voor. De heer Vroege, vicevoorzitter dan de commissie, de heer Groen, mevrouw Bakker en de heer Mbarki. De commissie is bijgestaan door de heer William van Zanen, griffier. Ze legt kort de aanpak van het onderzoek uit. De commissie heeft keuzes moeten maken in tijd en diepgaandheid.
Er zijn geen raadsleden of oud-raadsleden geïnterviewd of verhoord want iedere selectie zou te kort doen aan de betrokkenheid van de vele raadsleden in de afgelopen jaren. Mevrouw De Grave benadrukt dat de Enquêtecommissie toegang heeft gehad tot alle stukken die van belang waren. Het college heeft daar goed aan meegewerkt. Er zijn ruim 10.000 documenten doorgenomen. Op vele daarvan rust geheimhouding. Doel van de commissie was niet alle stukken openbaar te krijgen; wel heeft ze aangestuurd op het komen tot bevindingen op zorgvuldige wijze en daartoe heeft de commissie dus ook geheime bronnen kunnen raadplegen. Van de geheime stukken is alleen de geheimhouding opgeheven van de geheime citaten die in het rapport te vinden zijn. Met het AEB zijn aparte afspraken gemaakt over toegang tot stukken waarover ook het college niet beschikt. Het AEB is weliswaar 100% eigendom van de gemeente
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
maar is evengoed een eigen, zelfstandige, juridische entiteit die dus ook recht heeft op eigen stukken. Het AEB heeft meegewerkt aan de informatievoorziening door virtuele toegang te creëren. Zo heeft de commissie kennis kunnen nemen van de verslagen van de Raad van Commissarissen. Commerciële en concurrentiegevoelige gegevens heeft de commissie niet ingezien – en dat vond de commissie ook niet nodig. Al die informatie is zorgvuldig gewogen en meegenomen in dit rapport. De commissie concludeert dat over de jaren heen er niet één oorzaak of één handelen of nalaten van een van de betrokkenen of van een orgaan aan te wijzen valt als reden voor de vele operationele en financiële problemen bij het AEB. Verschillende oorzaken lopen door elkaar: de maatschappelijke context, de economische context, het handelen van individuele actoren, het samenspel of soms het gebrek daaraan van verschillende partijen en ook het gegeven dat incidenten zich nu eenmaal soms voordoen. Het besluit tot bouw van de HRC in 2003 heeft wel een grote hypotheek gelegd op de toekomst van het AEB ook na de verzelfstandiging in 2014 om een succesvolle start te kunnen maken na transformatie tot een duurzaam grondstoffenbedrijf.
Een andere belangrijke bevinding van de commissie is dat bij de keuze tot de bouw van de HRC en ook bij andere keuzes, bijvoorbeeld de verzelfstandiging en de transitie tot een duurzaam grondstoffenbedrijf, dat nooit precies is benoemd welke doelstellingen de gemeente nu precies wilde bereiken met het AEB als gemeentelijke deelneming of welke publieke belangen daar nu precies mee gediend waren. Daar kan de gemeente van leren. De commissie heeft ervoor gekozen de feiten te nemen zoals ze zijn en vooral te zoeken naar zaken waar de gemeente van kan leren. Daarbij hoort te begrijpen hoe het allemaal zo is gekomen om het in de toekomst anders te kunnen doen. Door vooraf het publieke belang duidelijker te benoemen kan de gemeente beter sturen op het realiseren van het publieke belang. Daarbij is het geen wondermiddel maar wel een uitvoerbare mogelijkheid tot versterking van het democratische proces en meer diepgang in de politieke keuzes. Dat de raad de uitvoering daarvan beter kan controleren is in het belang van het goed functioneren van de Amsterdamse democratie. De Enquêtecommissie heeft kennisgenomen van de bestuurlijke reactie. Daarin wordt gewag gemaakt van financiële berekeningen die de commissie in het rapport heeft gebracht en waarvan de commissie alle conclusies voor haar rekening neemt.
De commissie heeft daarop nog nadere rekenkundige exercities gemaakt die ze straks nader zal toelichten. Dat stuk wordt nog nagezonden zodat de raad dat volgende week kan betrekken bij de behandeling. De VOORZITTER bedankt mevrouw De Grave voor haar toelichting. Vragen uit de commissie: De heer VAN LAMMEREN hoort graag of de commissie meent altijd voldoende geïnformeerd te zijn met het recht op de informatiepositie van de raad. Er zijn in het verleden verschillende wethouders verantwoordelijk geweest en dat zijn ook de partijen die vertegenwoordigd zijn in de commissie. Hij is benieuwd of dit op de een of andere manier het rapport dan wel de discussie heeft beïnvloed. De heer NIJSSEN is de commissie dankbaar voor het vele werk en de VVD is blij met het prachtige rapport en de sessies de afgelopen anderhalve week. De heer VINK sluit zich volmondig aan bij de woorden van de heer Nijssen. Hij is behoorlijk geschrokken van sommige van de bevindingen, omdat het soms erg ad hoc oogt zoals het bedrijf heeft gefunctioneerd maar ook zoals de aansturing vanuit het college is geweest en van het feit dat de raad er onvoldoende bovenop heeft gezeten en onvoldoende kennis in huis had om goed te sturen. Hij is benieuwd of ook de Enquêtecommissie gedurende dit traject is geschrokken. Het aansturen van een deelneming moet onder één wethouder vallen volgens de commissie.
Het college oordeelt daarover anders. Wellicht doelt de commissie op het aansturen van het publieke belang. Dus graag een toelichting op wat de commissie
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
precies bedoelt met het ‘onder één wethouder brengen’ om te begrijpen waarom het college daar anders tegenaan kijkt. Tot slot leest hij in conclusie 9 dat het college bij grote problemen rigoureus ingrijpt en dat het college ineens is overgegaan tot de verkoop van het AEB, opnieuw niet een goed afgewogen, integraal besluit. Het college herkent zich daar niet in. Dus de heer Vink is benieuwd naar de reactie van de commissie daarop. De heer BOUTKAN sluit zich aan bij de lovende woorden richting de Enquêtecommissie voor het vele werk en het informatierijke rapport. Er staat ongelooflijk veel in. Hij leest dat het AEB regelmatig onvoldoende zicht had op de eigen financiële positie, met name in 2018 en 2019, en dat daarmee de informatievoorziening best wel gebrekkig is. Dan is zijn vraag wie dat precies valt aan te rekenen en hoe de gemeente als aandeelhouder had kunnen sturen. Als een deelneming zelf iets niet ziet of weet, hoe kan de raad het dan weten? Voorts leest hij dat er een conflict is tussen het AEB en de aandeelhouder in de beruchte zomer 2019 waardoor het scenario om door te gaan met het AEB naar de achtergrond verdween. Hij probeert te begrijpen wat daar nu precies staat dus ook daarop krijgt hij graag een toelichting. Mevrouw DE GRAVE-VERKERK is blij met de lovende woorden. Het was inderdaad een hele klus.
De Enquêtecommissie vindt niet dat de gemeenteraad onvoldoende is geïnformeerd. De commissie heeft niet geconstateerd dat de raad bewust verkeerd is geïnformeerd of dat informatie is achtergehouden. De commissie is in een goede sfeer tot conclusies gekomen. Dat betekent ook dat de leden van de Enquêtecommissie hun lidmaatschap van de commissie geheel onafhankelijk konden invullen en dat konden doen met en dankzij de support van de eigen fracties. De commissie is helemaal niet geschrokken. De commissie is heel tevreden geweest over hoe in de loop van de tijd het onderzoek is verlopen met het doorlopen van al die documenten en het horen van al die personen. Er is vaak ad hoc gereageerd met name op incidenten, brand, geen dividenduitkering, maar daartegenover zijn er ook perioden geweest waarin het AEB gewoon heel goed heeft gedraaid – bijvoorbeeld in de jaren voor de verzelfstandiging. Dus er zijn zeker goede periodes geweest. De gemoedstoestand van de commissie is vooral een nieuwsgierige geweest. De waardering voor hoe er is gestuurd en hoe er is gereageerd is aan de raad. De commissie presenteert de bevindingen en geeft aanbevelingen.
Van de aanbeveling van de commissie om onder andere in de toekomst bij een deelneming waarvan het publieke belang is geëxpliciteerd, aan te geven dat er één en bij voorkeur de vakwethouder de leiding heeft, dan gaat het niet zo zeer om de deelneming aan te sturen, maar die moet wel de centrale persoon zijn bij wie alle informatie bij elkaar komt. Die vakwethouder kan de informatie in het college delen om de besluitvorming in de Algemene vergadering van aandeelhouders goed voor te bereiden en daar namens de gemeente Amsterdam een goed standpunt innemen. Daar zitten college en commissie niet ver uit elkaar. De gemeente heeft haar privaatrechtelijke rol als aandeelhouder te nemen, maar de publiekrechtelijke kant daarvan is daar in te brengen welke expliciet gemaakte publieke belangen de gemeente wil bereiken bij die deelneming. De commissie heeft bij dit onderzoek gezien dat het niet altijd makkelijk is om helder te hebben wat de gemeente van die deelneming wil als er niet heel rechtlijnig wordt gecommuniceerd met een deelneming. Dat verkoopproces, dat is een interessant debat volgende week in de raad. De commissie vindt dat de processtappen die daartoe gezet zijn, niet zijn gezet zoals had gemoeten op grond van het feit dat de gedachte om met het AEB door te gaan in de zomer van 2019 naar de achtergrond is verdwenen.
Op papier was die optie er nog wel maar daaraan is geen inhoud meer gegeven. Dat ziet de commissie als een omissie. Het college zegt wel stappen te hebben gezet die dat doel beogen, dwarskijksessies, besluiten voorgelegd, maar de commissie heeft vastgesteld dat het go/no go-besluit eigenlijk alleen maar gericht was op de go. Dat maakte dat verkoop eigenlijk de enige route was.
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
Of het AEB onvoldoende zicht had op zijn eigen financiële positie, is een bevinding die door de jaren heen en ook al vrij snel door de gemeente is gemaakt. Dat kwam niet uit het niets. Externe adviseurs hebben dat bij de verzelfstandiging meegegeven. Het was een oud probleem dat met de verzelfstandiging overging. Het AEB heeft wel aan verbetering daarvan gewerkt, maar dat is niet meteen gelukt. En natuurlijk maakt dat sturen moeilijk. Mevrouw VAN SOEST vindt het eigenlijk een mooi-weerverhaal en dat met alle ellende die de gemeente heeft meegemaakt met het AEB. Er zijn rekenkamerrapporten geweest. De raad heeft herhaaldelijk gewaarschuwd voor de situatie bij het AEB. Er is geen schuldige aan te wijzen. Op welke goede periodes de Enquêtecommissie dan doelt, dat hoort ze nog graag. De raad heeft op enig moment besloten dat het bestuur van het AEB uit slechts twee directeuren behoefde te bestaan. Er is heel veel over gesproken. En dan nu het verhaal dat de raad heeft zitten slapen, dat trekt mevrouw Van Soest zich aan. Kennelijk heeft de Partij van de Ouderen anderen niet kunnen overtuigen van de noodzaak om hiervoor meer aandacht te hebben. Ze had een kritischer rapport verwacht. Mevrouw DE GRAVE-VERKERK vindt dit de goede plek en het goede moment om een hartenkreet te uiten.
Ook de Enquêtecommissie heeft zich afgevraagd hoe het nu kon gebeuren dat een bedrijf waarop Amsterdam zo trots was, toch langs de rand van de afgrond ging. Evengoed zijn er door de jaren heen ook veel zaken goed gegaan. Op een aantal momenten heeft de raad zijn rol gepakt en gevraagd om verbeteringen zeker naar aanleiding van het rekenkamerrapport uit 2015. Op grond daarvan is een uitgebreid informatieprotocol opgesteld. De raad is deels ook wel geïnformeerd en het college is beter gaan monitoren wat er bij het AEB gebeurde. Toch had dat met grotere betrokkenheid moeten gebeuren volgens de Enquêtecommissie. De raad heeft zijn rol wel gepakt, maar die heeft niet goed gemonitord hoe het is afgelopen met de aanbevelingen van de externe deskundigen bij het verzelfstandigingsbesluit. Het is echt een samenloop van gebeurtenissen geweest en vaak ook een gebrek aan samenspraak dat ertoe heeft geleid om in 2019 te moeten beslissen over liquiditeitssteun. Het AEB is er ook weer bovenop gekomen. Met die nuance kijkt de Enquêtecommissie naar de gebeurtenissen van de afgelopen periode. De VOORZITTER bedankt de Enquêtecommissie voor haar inzet en haar rapport en ook voor haar aanwezigheid hier. In de raadsvoordracht wordt gevraagd de aanbevelingen van de Enquêtecommissie over te nemen.
Eerst volgen nu de bijdragen van de raadsleden waarop zowel de collegeleden als de Enquêtecommissieleden kunnen hierop reageren. De heer VINK spreekt nogmaals zijn waardering uit voor het rapport, voor de tien conclusies en voor de tien aanbevelingen. D66 wil die volmondig omarmen en dus de voordracht steunen. Wel merkt hij op dat D66 altijd heeft met angst voor de toekomst destijds ingestemd met de verzelfstandiging. Dat wilde ze eigenlijk niet. Het rapport bevestigt dat die angst reëel was want er is veel fout gegaan. Dit bedrijf had tegengestelde opdrachten: enerzijds afval verbranden om ze veel mogelijk energie te creëren om die HRC op vol rendement te laten draaien en tegelijkertijd moesten er producten worden herwonnen en hergebruikt – en dat waren precies de producten met de hoogste calorische waarde. Dat maakte het functioneren van dit bedrijf per definitie heel lastig en dat blijkt uit dit rapport. De vraag is of de gemeente dit bedrijf niet beter had moeten aansturen met een meer eenduidige opdracht. De commissie adviseert dat te doen en om het publieke belang heel scherp te markeren. Zowel de verzelfstandiging als de aanschaf van de HRC zijn twee belangrijke dingen. De heer Vink vraagt zich af of er niet een veel hogere opbrengst in had kunnen zitten als bij de verzelfstandiging al was gekozen voor privatisering van dit bedrijf.
Hij hoort graag hoe de wethouder hiernaar kijkt. De aanschaf van de HRC was een hypotheek op
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
de toekomst volgens de Enquêtecommissie, want daarmee moest zo veel mogelijk worden verbrand. Dat stond haaks op die ambitie om te verduurzamen en ook haaks op het kabinetsbeleid en het EU-beleid. Dan wordt het eigenlijk onbegrijpelijk dat Amsterdam zo’n besluit heeft genomen. Ook daarop hoort hij graag de reflectie van de wethouder. In sommige gevallen lijkt er sprake te zijn van een tunnelvisie, waarbij er geen tijd was, waarbij de alternatieven niet of onvoldoende in beeld werden gebracht. Daar moet de gemeente echt van leren om in de toekomst deelnemingen beter aan te sturen. De heer BOUTKAN krijgt graag uitgelegd op welk deel van de tijdlijn die tunnelvisie dan slaat. Slaat dat bijvoorbeeld ook op het traject pre-verkoop? De heer VINK legt uit dat er verschillende besluiten zijn genomen waarbij het erop lijkt dat ze met een vooropgezet idee zijn genomen, dus alsof er nog maar één optie voorlag. Daarbij denkt hij niet direct aan het traject pre-verkoop maar net is wel door de Enquêtecommissie aangegeven dat ook daar de alternatieven onvoldoende in beeld zijn gebracht. De gemeente moet geen bedrijfje spelen tenzij wanneer er sprake is van marktfalen of wanneer er iets in gang moet worden gezet waarvan het publieke belang zo groot is dat de gemeente daarop direct moet sturen. Die twee zaken zal D66 voor de toekomst veel scherper in de gaten houden dan nu.
Daarbij is het de vraag welke deelneming dan wel of niet wenselijk is. Dat had hij nog graag wat scherper in het rapport teruggelezen. De heer BOUTKAN waardeert het zeer dat de collega’s hieraan zo veel tijd hebben besteed en zo veel gedegen onderzoek hebben gedaan. De PvdA vindt het een zeer waardevol rapport en kan zich vinden in de vele conclusies en aanbevelingen. Interessant is toch dat de doorstart van het AEB qua investeringen en concept best succesvol was en dat het eigenlijk pas misging toen de HRC moest gaan draaien. Te risicovol, een onbewezen concept, en een moeizame transitie naar een duurzaam afvalen grondstoffenbedrijf. De Enquêtecommissie heeft heel veel gekwantificeerd, maar hij hoort nog graag waarom de maatschappelijke baten niet zijn gekwantificeerd bijvoorbeeld in het kader van de duurzaamheidsdoelstellingen of de impact op de werkgelegenheid. Misschien moet de gemeente op een andere manier omgaan met het waarderen van het publiek belang. Een deelneming moet een belang dienen dat ten gunste komt van de Amsterdammers en moet ook tegemoetkomen aan de doelstellingen van de gemeente. De gemeente dient zich zeer terughoudend op te stellen bij de verkoop van deelnemingen. De bestuurlijke reactie op de aanbeveling dat het publiek belang beter moet worden geëxpliceerd, vindt de heer Boutkan erg mager.
Hij herkent veel zaken uit het rapport Winter als het gaat om de omgang en de dialoog tussen aandeelhouder en het bedrijf. Het ontbreken van die goede dialoog heeft volgens hem bijgedragen aan de ontstane misère. De heer VAN LAMMEREN leest in het verkiezingsprogramma van de PvdA dat de gemeente voorzichtig moet zijn met de verkoop van bedrijven van de gemeente maar dan verbaast hij zich erover dat de PvdA voor verkoop van het AEB heeft gestemd. De heer BOUTKAN vond dat destijds een zeer moeilijk besluit dat hij liever niet had genomen. De heer VAN LAMMEREN krijgt nu toch de indruk dat de PvdA wel heel kritisch was maar als coalitiepartij gewoon heeft meegestemd. Ook de heer Boutkan heeft voor de verkoop gestemd. De heer BOUTKAN was destijds niet blij met de verkoop. Daar blijft hij bij. De Enquêtecommissie concludeert dat de RvC zich weinig kritisch heeft getoond ten aanzien van de onder verscherpt toezichtplaatsing door de Omgevingsdienst. Hij is benieuwd wat dan het alternatief was geweest.
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
Wethouder Choho startte een bestuurlijk opdrachtgeversoverleg met het AEB vanuit Duurzaamheid. Daarvan is heel weinig terug te vinden in de archieven. De wethouder stopt ook met deelname aan de aandeelhoudersvergaderingen; die rol gaat naar de wethouder Deelnemingen. Hij hoort graag of die overleggen nu wel of niet hebben plaatsgevonden. Na de nacht van het AEB verschijnt in september nieuws over de intentieovereenkomst met Beelen, uitonderhandeld door de wethouder Deelnemingen. Dat komt voor het hele college als een verrassing. Ook de wethouder Duurzaamheid was daarvan niet op de hoogte. Hij hoort graag hoe het college terugkijkt op die Beelenintentieovereenkomst en wat het college vindt van het geboden bedrag. De Enquêtecommissie stelt dat bij de verkenning van alle scenario’s geen integrale analyse zat. De optie behouden voor het publieke belang is nauwelijks uitgewerkt. Behoud van het AEB noemt het college een van de meest risicovolle opties. De gemeente verwacht dan dat ze de lening van de banken moet overnemen. Niet helder is waarop de gemeente die aanname baseert. Was het belang van de wethouder Financiën groter dan van de wethouder Deelnemingen? Bij de pre-verkoop is het deelnemingenbeleid niet gevolgd. Wellicht kan het college dat toelichten en waarom er geen alternatieve scenario’s zijn uitgewerkt.
De PvdA onderschrijft de meeste aanbevelingen maar als het gaat om het expliceren van de publieke belangen, dan reageert het college daar heel zuinig op. De PvdA vindt dat dat als actiepunt moet worden opgepakt. Als het college dat niet wil doen, is er misschien een duwtje vanuit de raad nodig. Gaat het om betere ondersteuning voor de raad bij dit soort lastige trajecten, dan onderschrijft de PvdA dat van harte. Hij verzoekt het college te reflecteren op het aansturen door één wethouder. Als laatste ziet de heer Boutkan bij aanbeveling 7 dat er een analyse moet komen van de aanwezige kennis die nodig is om een deelneming aan te sturen en die zo nodig in huis te halen. Daarmee is de PvdA het zeer eens. Het college stelt dat dit vooral bij verzelfstandigingen een rol zou spelen, maar die opvatting vindt hij te smal. Het moet echt gebeuren. Het beheer van het deelnemingenbeleid is immers ook wel wat onderbezet, wat dun. Hij hoort graag hoe het college hiermee in de toekomst wil omgaan. De heer VINK wijst op het karakter van dit bedrijf: heel innovatief, het opereerde in een risicovolle markt. Het rapport trekt de conclusie dat dat bij uitstek een private onderneming is. De heer Boutkan zegt iets anders – of is hij het ermee eens dat dit destijds al een privaat bedrijf had moeten zijn? De heer BOUTKAN is het daar helemaal niet mee eens.
Het AEB is een vertegenwoordiging van de publieke belangen van de stad zeker met de komende duurzaamheidsopgaven. Publieke belangen horen in publieke handen. Mevrouw NADIF spreekt haar dank uit aan de Enquêtecommissie. De technische sessie was heel informatief. Ze gaat graag in op de interruptie van D66. Die vindt ze stuitend. Kijkend naar de gevolgen en wat er had kunnen gebeuren voor de zomer van 2019 en welke publieke belangen er in gevaar waren en dan toch nog zeggen dat dit een privaat bedrijf had moeten zijn, dan heeft zij een andere raadsenquête gelezen dan de heer Vink. De conclusies van het rapport sluiten erg aan bij de bevindingen van de commissie Winter. GroenLinks omarmt alle aanbevelingen. Ze zou ze zelfs nog wat willen verscherpen. Bij de eerste aanbeveling staat iets over het definiëren van het publieke belang. GroenLinks vindt dat de bestuurlijke reactie daarop te weinig biedt. De gemeente heeft verschillende relaties met het AEB, aandeelhouder, toeleverancier, klant, en dan is het belangrijk die relaties heel duidelijk te hebben met zo’n deelneming en wat voor publiek belang hierin zit. Het huidige beleidskader Verbonden partijen is daartoe niet voldoende. Dus dat dient beter te worden gedefinieerd met daarbij de verschillende relaties met zo’n deelnemer. De gemeente heeft aandelen van WPW aangekocht.
Het definiëren van het publieke belang, de relatie en de afspraken met de andere aandeelhouders, dat is juist
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
een goed voorbeeld van hoe het ook kan. Dan het beeld van het aandeelhouderschap. Een aandeelhouder zit niet op de stoel van de directie. Op het moment dat de gemeente moest ingrijpen om dat publieke belang te steunen en met een grote lening moest komen, zit de gemeente wel aan tafel waarbij dat publieke belang voorop staat. De gemeente moet dus goed kijken naar wat ze als aandeelhouder wel kan doen. Mevrouw VAN SOEST wijst op de rekenkamerrapporten waarin al die waarschuwingen naar voren zijn gekomen. De vraag is of mevrouw Nadif die belangrijk vindt. De rekenkamer heeft de raad gewaarschuwd maar daar heeft de raad toch weinig mee gedaan. Mevrouw NADIF heeft die gelezen. Dat was mede reden om een raadsenquête in te stellen. Ze heeft die rapporten van de rekenkamer veel bestudeerd en ook advies gevraagd aan de rekenkamer. Voordat het fout ging in 2019 zijn er verschillende vergaderingen geweest, deels kabinet, en daarbij heeft de raad zich kritisch uitgelaten over de deelneming. Ze onderschrijft de conclusies die de Enquêtecommissie heeft getrokken en ze legt zich daarbij neer. De heer NIJSSEN kan mevrouw Nadif goed volgen: niet op de stoel van de directie gaan zitten. Maar dan is hij wel benieuwd in welke mate de raad in positie is geweest om het college te prikkelen om meer met het AEB aan de slag te gaan.
Hij is ook nieuwsgierig in hoeverre de politiek heeft meegespeeld en hoe dat het kritisch zijn op de bedrijfsprocessen van invloed is geweest. Mevrouw NADIF vindt dat ook zij harder moet inzetten op die controlerende functie van de raad. Ze erkent dat het belangrijk is om goed geïnformeerd te zijn maar ook om in staat te zijn een onafhankelijk advies te in te winnen. Op het moment dat er falende bedrijfsprocessen zijn, moet de raad kunnen ingrijpen. Helaas wordt er te weinig gezegd over het proces – ook in de bestuurlijke reactie. De raad moet bij problemen zo vroeg mogelijk worden meegenomen. Een escalatieladder biedt dan houvast: dit is het proces en zo kan de raad ingrijpen. Dat moet dan in samenspraak met een deelneming. Daarvoor komt ze met een motie. Als het gaat om de vraag in hoeverre de politiek heeft meegespeeld, kan mevrouw Nadif alleen voor zichzelf spreken. GroenLinks heeft tijdens dat proces expliciet gevraagd naar de mogelijkheid om te continueren en ook om een deel van de aandelen te behouden. Wat GroenLinks betreft had de gemeente de aandelen behouden. Het is goed en eerlijk dat het proces nu in de raadsenquête staat beschreven. De risico’s en het publiek belang destijds was wel heel groot. Als het gaat om falende bedrijfsprocessen, speelt de strategische besluitvorming die een deelneming kan nemen ook een rol.
Soms zijn besluiten nodig die niet in lijn zijn met het gemeentelijk beleid en met het publieke belang. In de aanbevelingen is daarover wel iets opgenomen maar dat moet strakker. De gemeente moet met een deelneming goed in gesprek gaan wanneer dit soort grote besluiten door andere deelnemingen worden gemaakt waarmee het publieke belang niet per se is gediend. Het beleidskader Verbonden partijen 2021 is niet gebaseerd op de bevindingen van de raadsenquête en dat moet wel gebeuren. De bestuurlijke reactie geeft onvoldoende weer hoe die bevindingen worden verwerkt. Kijkend naar dit hele proces en memorerend dat de gemeente aandeelhouderschap op afstand wil houden, dan meent mevrouw Nadif dat de gemeente geen standaardaandeelhouder is. De gemeente heeft andere belangen en dat vergt dat het aandeelhouderschap anders moet worden ingericht. De raad moet in gesprek gaan over de vraag wat voor soort aandeelhouder ze wil zijn. De raad moet het college meegeven hoe ze er zelf in staat en wat ze belangrijk vindt. De heer NIJSSEN kan als VVD-fractie de aanbevelingen volledig ondersteunen. Het gaat er niet om een schuldige aan te wijzen, maar wel om welke lessen uit dit rapport te trekken zijn. De cruciale vraag is toch hoe de gemeente wil omgaan met deelnemingen.
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
In het rapport worden diverse bestuurders aangehaald: de rente die de gemeente aan het AEB vraagt, zorgt voor een enorm rendement. De vraag is of dat het enige is wat je wilt bereiken met deze deelneming. Het rapport gaat ook in op de doelstelling van Amsterdam als duurzaamheidskoploper. Maar geleid door die ambitie neemt de gemeente een aantal financiële risico’s. De relatie tussen die duurzaamheidswens en de financiële risico’s wordt niet altijd even sterk gelegd. Het dualisme en de verhouding tussen coalitie en oppositie hebben ook wel meegespeeld. De Enquêtecommissie concludeert dat de informatievoorziening zodanig gebrekkig is geweest in de relatie tussen het AEB, college en raad dat de gemeente onvoldoende inzet heeft gepleegd om die kritische bedrijfsprocessen echt te doorgronden en te controleren en dat de diverse waarschuwingen niet leidden tot aanvullende actie van de gemeente. Het is belangrijk te werken aan versterking van de positie van de raad zodat die haar controlerende functie kan uitvoeren. De VVD betreurt het dat er de afgelopen jaren diverse debatten zijn geweest waarbij de verschillende partijen hebben aangedrongen op meer informatie van het AEB waarop niet altijd goed werd gereageerd.
De VVD wil specifiek reflectie op de volgende punten: de tegenvallende informatievoorziening en de onduidelijkheid over de rol binnen de gemeente vanuit de diverse directies richting de deelneming; inzage in de kritische bedrijfsprocessen waarbij er pas in 2019 wordt ingegrepen terwijl er al eerder sprake was van verscherpt toezicht en tot slot dat de besluitvorming van zowel het college als de raad onder de maat is door een combinatie van de informatiepositie, de rollen, de verantwoordelijkheden. De VVD wil vooral dat de gemeente hier lessen uittrekt en ze wil de aanbevelingen dan ook een op een overnemen. Het college dient de volgende periode aan de slag te gaan met deze aanbevelingen om het beleid vorm te geven. De heer KREUGER vindt het beeld uit de Enquêtecommissie schokkend. Vrijwel alles wat fout kon gaan, ging ook fout of je zegt, hier is sprake van mismanagement en incompetentie. De problemen vanuit het AEB komen voornamelijk voort uit het bouwen van die HRC. Dat was nog vanuit de gedachte dat de hoeveelheid afval moest groeien. Als snel veranderde de koers: er moest meer worden gerecycled en meer afval moest worden gescheiden en dat veranderde de businesscase. Het is net als met de bouw van de biomassacentrale: op het moment van de bouw viel er best wat af te dingen op hoe duurzaam en toekomstbestendig deze centrale was.
Toch nam de wethouder het besluit dit door te drukken. Het bedrag dat is vrijgemaakt voor de investering in de biomassacentrale plus de investering voor de nascheidingsinstallatie komt ongeveer overeen met het bedrijf dan enige tijd later bij het AEB tekort was en waarvoor dus een krediet moest worden vrijgemaakt. De wethouder heeft dus iets doorgedrukt in de wetenschap dat de financiële positie van het AEB slecht was. De contracten voor het snoeihout dienen echt te worden herzien nu de centrale is verkocht. Anders is het denkbaar dat er in de toekomst hele bomen in de centrale worden opgestookt. Het college stuurde met name op financiële doelen en de vraag luidt in hoeverre dat te rijmen valt met de ambities op het gebied van duurzaamheid. De heer VAN LAMMEREN constateert dat geen enkele partij meer spreektijd heeft. Veel partijen zijn er niet. Het is nog vroeg. Dat is een heroverweging waard. De heer VINK valt de heer Van Lammeren bij. Dit is een onderwerp dat echt een goede behandeling vergt. Straks kan niemand meer reageren op de beantwoording. Daarom verzoekt hij dit debat wat langer te kunnen voeren. De VOORZITTER besluit dat iedere fractie er vijf minuten spreektijd bij krijgt gezien het belang van dit debat. De heer VAN LAMMEREN wordt een beetje cynisch van het rapport. Het gaat er niet om wie er in het verleden gelijk had.
Een dag nadat de Enquêtecommissie met haar rapport kwam, staat in het nieuws dat het AEB is verkocht. Hij hoort graag wanneer dat besluit van verkoop is genomen. De timing is opvallend. Feit is dat de partijen destijds
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
hebben ingestemd met verkoop. Partijen zullen zich over tien, vijftien jaar afvragen hoe ze die biomassacentrale toch hebben kunnen bouwen, hoe ze het gasnet hebben weggehaald. Dan kun je zeggen dat je niet goed geïnformeerd was, maar raadslid zijn vergt onafhankelijk denken. Met de verkoop van het AEB wat de heer Van Lammeren nog heeft geprobeerd te stoppen, zitten de meeste partijen fout. Raadsleden komen en gaan maar de stad zit ermee. Het warmtenet gaat de grond in, de financiële crisis is groot en Amsterdam is kampioen houtverbranders. Over het AEB heeft de heer Van Lammeren meermaals gezegd: niet verkopen want collectieve goederen horen in collectieve handen. Het is inderdaad heel belangrijk goed te omschrijven waarom de gemeente een deelneming heeft. De heer Van Lammeren komt met een motie over de aandelen in Schiphol. De VOORZITTER besluit dat eerst de Enquêtecommissie het woord krijgt om de vragen aan haar te beantwoorden. Mevrouw DE GRAVE-VERKERK geeft aan dat de informatie over de opdrachtgeveroverleggen beperkt is waardoor onderwerpen, deelnemers en frequentie niet kunnen worden vastgesteld. In de archieven van de gemeente is deze informatie niet aangetroffen. Misschien kan wethouder Van Doorninck daarover iets zeggen in haar termijn. De vraag om de maatschappelijke baten en kosten te kwantificeren, daarop heeft de commissie een kleine exercitie gedaan.
Wellicht is het nuttig maar het vergt heel veel onderzoek. De vraag van de heer Vink of de Enquêtecommissie meent dat de activiteiten die het AEB uitvoert, door een private partij moeten worden uitgevoerd, geeft mevrouw De Grave aan dat de commissie is nagegaan hoe de gemeente de activiteiten van het AEB heeft gemonitord. De commissie heeft niet onderzocht of die wel of juist niet door een private partij zouden moeten worden uitgevoerd. Dat oordeel is aan de raad. Wethouder EVERHARDT spreekt zijn dank uit voor het gedegen rapport en al het werk dat daarvoor is verzet. Het rapport bevat veel waardevolle informatie. De D66 vroeg om een reflectie en hoe de wethouder kijkt naar die verzelfstandiging en die HRC-investering. Terug te lezen is hoe die besluitvorming tot stand is gekomen. Bij die verzelfstandiging is een verkenning geweest, een onderzoeksfase, strategische verkenningen, second opinions. Toen is dat op tafel gelegd. Daar lijken de goede stappen te zijn gezet. Gaat het om de HRC-investering, dan is 15 procent van het afval 15 procent van de opdracht die bij het AEB lag, dus maar een klein deel van het eigen publieke belang. Hij vertrouwt op de conclusie die de commissie heeft getrokken. Dan het expliciteren van het publieke belang. Het college omarmt deze aanbeveling.
Dat dient te gebeuren bij de oprichting van de deelneming en die dient ook regelmatig te worden heroverwogen. In de loop der tijd kunnen zaken natuurlijk veranderen. Dat wil het college ook echt blijven doen. Het operationaliseren gebeurt via verschillende rollen van de gemeente. Die aanbeveling neemt het college zich echt ter harte. Er zijn al aanzetten geweest in het nieuwe beleid. De heer NIJSSEN hoort dat de wethouder die aanbeveling overneemt om aan de slag te gaan met die verschillende rollen, die verantwoordelijkheden en die belangen. Heel goed, maar kan de wethouder dan ook zeggen wat dat betekent? Wethouder EVERHARDT wijst op aanbeveling 5, hoe dat precies wordt georganiseerd. Het publieke belang moet eenduidig naar het college worden gebracht, want het college is uiteindelijk degene die het besluit neemt. Bij die ene vakwethouder komt dan alles samen. Tegelijkertijd hebben andere wethouders ook directe betrokkenheid bijvoorbeeld vanuit subsidieverstrekking. Die sturing van dat publieke belang moet beter bij elkaar worden gebracht. Dat kan de raad terugzien in het eerder geformuleerde beleid en dat wordt nu nog een stap verder gebracht.
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
De heer NIJSSEN heeft dat nieuwe beleid bekeken. Daarbij gaat het om het besef dat er binnen de gemeente sprake kan zijn van verschillende rollen en belangen. Dat vindt hij toch te vaag. Het beleid voor verbonden partijen gaan vooral over maatschappelijk ondernemen, over hoe de beloningen eruit zien, maar wat te weinig over punten die in dit rapport staan over hoe de gemeente nu echt iets gaat doen. Hoe wordt bijvoorbeeld de staf ingericht en hoe gaan de ambtenaren hiermee aan de slag? Wethouder EVERHARDT vindt die punten heel belangrijk, dat maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het college brengt die verschillende onderdelen samen bijvoorbeeld bij de RAI en de ontwikkeling van de RAI als gebied. Daar is in samenspraak met de gemeente vanuit diverse geledingen een team aan tafel gekomen om die gesprekken te voeren. De wethouder heeft die ontwikkelstrategie naar de raad gebracht om te bespreken. In de aandeelhoudersvergaderingen weet hij de discussie verder te brengen. Wethouder Van Doorninck heeft vanuit haar rol in de gebiedsontwikkeling daar een duidelijke medesturing. De wethouder heeft het rapport heel nauwgezet gelezen en deze zaken kunnen nog verder worden uitgewerkt. Ook in de overdracht na maart moet er een helder plan liggen om dat verder te brengen, dus dat vergt een aanscherping van het huidige beleid.
En natuurlijk vormen houding en gedrag een belangrijk onderdeel van de verbeteracties. De heer BOUTKAN is blij dat de wethouder deze kritiek deels wegneemt maar de vraag blijft wat de wethouder precies gaat doen om dat maatschappelijk belang expliciet te maken bij iedere deelneming. Wethouder EVERHARDT leest in de aanbeveling dat dat publieke belang heel zichtbaar moet zijn. Dat is bij WPW heel duidelijk wel gebeurd. Dat is nu opnieuw bij de ontwikkeling van de RAI gebeurd. Het instrument van rapportages over het deelnemingenbeleid ligt er. Daarin kan het nog een keer naar voren worden gebracht. Het college heeft zijn standaard manier van werken binnen het deelnemingenbeleid en het licht elke periode de deelnemingen door. De heer VINK gaf eerder aan dat er bij deelnemingen sprake moet zijn van marktfalen en een heel scherp publiek belang. Dat laatste is door de jaren heen verschillend in te vullen. Kan de wethouder zich vinden in deze twee scherpe eisen voor elke deelneming? Wethouder EVERHARDT begrijpt dat de overheid een taak heeft in het marktfalen. Het lijkt hem goed wanneer de overheid daar een rol pakt maar de vraag is wel of dat een deelneming moet worden, of dat het geijkte instrument is.
De heer VINK hoort dan graag wat de beste methode is om om te gaan met marktfalen? En is er überhaupt sprake van een publiek belang en hoe behartigt de gemeente dat dan? Wethouder EVERHARDT heeft al eerder het belang aangegeven om dat publieke belang expliciet te maken. Toets daar elke keer weer op en krijg dan inzicht in de vraag of een deelneming bij de start het juiste instrument of methode is. En toets dat ook gedurende de deelneming en bepaal of daarin andere keuzes moeten worden gemaakt. Verschillende partijen spraken over falend toezichthouderschap en de rol van de Raad van Commissarissen. Deze enquête heeft duidelijk gemaakt dat er bij het samenspel tussen directie, RvC en toezichthouder en de gemeente iets echt niet goed liep. Dat kwam eigenlijk als een verrassing en dat moet worden voorkomen. Die signalen van falende bedrijfsprocessen moeten goed in beeld komen en de aanpak moet op een goede manier in het beleid worden verankerd. Het college is meer dan bereid om invulling te geven aan een escalatieladder. Dat moet echt beter. Misschien is het ook wel goed als de raad daarvoor met een motie komt. Dan de verkoop. De raad meent dat die verkoop wel heel plotseling was. Het
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
college heeft echter in die nazomer van 2019 expliciet gekozen niet tot snelle verkoop over te gaan. De optie Beelen lag toen voor maar daarbij is het nooit tot een financieel akkoord gekomen. De besluitvorming over een mogelijke verkoop is in het college zorgvuldig voorbereid. Dat bleek ook uit eerdere herijking en bestuursopdrachten. Na die zomer 2019 zijn verschillende alternatieven verkend. De gemeente heeft daarbij gebruik gemaakt van dat dwarskijken en ze heeft de verschillende stappen doorlopen. Er kwam een principebesluit waarbij het publieke belang helder werd, keuzes over WPW, keuzes over afvalpunten en een go-besluit met tweemaal een procedure waarbij de gemeenteraad zijn wensen en bedenkingen heeft kunnen uiten. Daarmee heeft de gemeente inhoudelijk een zeer goed proces doorlopen. De heer BOUTKAN wijst erop dat de Enquêtecommissie constateert dat na dat go-besluit het deelnemingenbeleid niet is gevolgd. Wethouder EVERHARDT licht toe dat het een hele specifieke procedure is geweest. Alle stappen zijn genomen: het principebesluit, het go-besluit en tweemaal een wensen-en-bedenkingenprocedure. De publieke belangen zijn in de afweging daarbij echt expliciet gemaakt.
De heer BOUTKAN baseert zich op het Enquêterapport en daar staat toch echt dat na het meningsverschil tussen de RvC en het college dat het college geen vertrouwen meer had in het scenario van continueren en dat dit scenario verdween naar de achtergrond. Wethouder EVERHARDT legt uit dat er in die bewuste zomer een optie tot verkoop lag en die is geen realiteit geworden. Er zijn toen andere richtingen verkend. Het college is uiteraard dienstbaar aan de raad dus als de raad meer ondersteuning wil, zal het college dat faciliteren teneinde die besluitvormingsprocessen te versterken. De voorzitter van de Enquêtecommissie gaf al aan dat de aanbeveling en de reactie van het college dicht bij elkaar liggen als het gaat om de verantwoordelijkheden beleggen bij één wethouder. Het college hecht eraan dat ook andere collegeleden die op een andere wijze betrokken zijn bij een deelneming – bijvoorbeeld vanwege een subsidie of vanwege een opdracht of een contract – nauw betrokken zijn. Uiteindelijk is er via het college één wethouder die ook de stem in de AvA vertegenwoordigt. De heer VINK weet dat er vanuit de gemeente verschillende signalen naar de deelneming zijn gegaan, ambtelijke en politieke signalen. Daarom heeft de commissie deze aanbeveling gedaan om er één wethouder verantwoordelijk voor te maken, maar de wethouder legt het nu toch wat anders uit.
Helder is dat zo’n wethouder zaken afstemt met zijn collega’s want er is immers een collegiaal bestuur. Wethouder EVERHARDT benadrukt dat er richting een deelneming verschillende belangen kunnen zijn. Een goed contract en een goede bedrijfsvoering hoeven niet een op een te gaan. Hij zou er juist voor willen waken dat alles op die ene wethouder neerkomt. Dat samenspel is juist heel belangrijk; dat meekijken is juist goed. Kijkend naar andere gemeenten heeft Amsterdam wel heel veel deelnemingen. In Rotterdam kent men bij een deelneming een vakwethouder en de wethouder Financiën. De heer NIJSSEN kijkt naar het risicomanagement en ICT. Die processen hebben niet heel veel bestuurlijke aandacht. Ze zitten ook bij verschillende wethouders. De processen bij deelnemingen zijn misschien vergelijkbaar en wethouders kunnen ook wel eens denken, dat is politiek niet zo interessant en ik heb er niet zo veel zin in. Die parallel ziet hij ook bij de deelneming. Wethouder EVERHARDT verzekert dat het college stuurt. De afdeling Deelnemingen voelt zich heel erg verantwoordelijk en bereidt heel toegewijd de AvA voor. Die voelt zich daar verantwoordelijk voor. En er is ook een wethouder Deelnemingen. In
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
dat samenspel worden zaken heel expliciet gemaakt. Bij de Haven zijn dat de wethouder Deelnemingen, de afdeling Deelnemingen met Grond en Ontwikkeling en met EZ. En daarbij is er een wethouder die richting de AvA acteert. De mensen daar zijn zeer toegewijd. De heer BOUTKAN vraagt of er meer capaciteit moet komen bij het deelnemingenbeleid of dat de gemeente specifieke expertise of kennis in huis moet halen. Wethouder EVERHARDT wijst op de aanbeveling daarover. Natuurlijk moet er voldoende kennis zijn geborgd. Dat is met name aan het begin van een verzelfstandiging enorm belangrijk. Bij deelnemingen moeten zaken worden opgebouwd en dat ligt niet zo zeer bij Deelnemingen maar meer bij de inhoudelijke directies. Dit college richt zich niet op inhoud opbouwen bij deelnemingen. Heel specialistische kennis hoort bij de andere directie aanwezig te zijn. Een aantal deelnemingen was oorspronkelijk een gemeentelijke dienst die op afstand is gezet. Daarmee lekt kennis en kunde weg uit de organisatie. Dus dat moet zeker worden opgebouwd. De heer BOUTKAN meent dat er niet alleen bij de start van een verzelfstandiging kennis en kunde moet worden opgebouwd maar ook tussentijds. Dan kan het wel te laat zijn. Als er voldoende kennis en kunde in huis is bij de gemeente, dan is ze beter in staat zo’n deelneming aan te sturen.
Wethouder EVERHARDT stelt dan de vraag of zo’n publiek belang dan wel via een deelneming moet worden ingericht of dat het publieke model niet gewoon in het eigen gemeentelijke model zou moeten zitten. Dat is een fundamentele keuze. Met een deelneming zet de gemeente het publieke belang op afstand. GroenLinks sprak over een falende bedrijfsvoering. WPW is een mooi voorbeeld. Het publieke belang staat bij het college echt voorop. Dat moet iedere keer weer worden beoordeeld en aangescherpt. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is de afgelopen twee jaar echt op een goede manier opgebouwd. Natuurlijk kan het beter en daar blijft het college ook heel hard aan werken. Goed werkgeverschap, daar stuurt het college op. Mevrouw NADIF vindt het prima om over deze zaken het gesprek aan te gaan, maar de uitkomst van die gesprekken moet het college ook vastleggen. Ze hoort graag hoe de wethouder dat wil invullen en hoe de raad hierin kan worden gefaciliteerd. Die afspraken moeten op papier staan. Wethouder EVERHARDT is zich er terdege van bewust dat die aanbeveling opvolging verdient. Aan het begin van een periode worden alle deelnemingen nog eens goed doorgenomen. Het college komt nog met een voorstel hoe het zaken gaat monitoren. De vragen van JA21 over de biomassacentrale zal collega Van Doorninck bespreken.
Wethouder VAN DOORNINCK bedankt de Enquêtecommissie voor al het werk en het mooie rapport dat ze heeft afgeleverd. Daar kan de gemeente zeker lessen uit trekken en daarop een beter beleid maken. Uiteindelijk bestaat de overheid uit publiek belang. Ze komt op de vraag die de heer Boutkan aanvankelijk aan de commissie stelde. Die ging erover of er nu een opdrachtgeversoverleg was tussen wethouder Choho en het AEB. Er waren gesprekken. Dat bleek toen ze navraag deed over hoe haar voorganger met het AEB sprak. Ze heeft er geen verslagen van gezien maar daar ook niet naar gezocht. In haar periode zijn er enkele opdrachtgeversgesprekken geweest. De eerste ging over de problemen met de nascheiding. Dat was begin december 2018. Na de crisis zijn er geen opdrachtgevergesprekken meer geweest. Wel zijn er verschillende gesprekken gevoerd samen met collega Everhardt met de directie en met de RvC over de situatie. Terugkijkend op de nacht van het AEB in juli en wat er in de zomer gebeurde, dat werd het verloop in die zomer op meer reguliere tijden besproken. Op de
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Duurzaamheid, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven en Circulaire Economie
FED
Definitief Raadscommissieverslag, 16 december 2021
intentieovereenkomst met Beelen kijkt ze nu op dezelfde manier terug als hoe ze het destijds beoordeelde. Daar zaten juridisch veel te veel haken en ogen aan om daarmee zonder verder gedegen uitzoekwerk zo maar door te gaan. Het college beoordeelde dat toen als juridisch te onduidelijk met een te groot risico op staatssteun. Dan komt de wethouder op de vragen van de heer Kreuger. Haar eerste gesprek met het AEB ging dus over de problemen met de nascheidingsinstallatie. Daarop is een brief naar de raad uitgegaan waarbij gewag werd gemaakt van die problemen bij het AEB. Oud-collega Kock ging daarbij met name in op het financiële deel en de wethouder zelf op de problemen met die nascheider. De heer KREUGER hoort de wethouder refereren aan december 2018. Dat het niet zo goed ging bij het AEB, dat was in september al bekend. Dat is in de verhoren naar voren gekomen. Hij is benieuwd wanneer de wethouder hoorde dat er financiële problemen waren. De voordracht voor de biomassacentrale was al eerder, in oktober of november naar de raad gekomen. Er was dus wel een reden om daarmee terughoudend te zijn. Maar waarom moest die voordracht toen zo snel door de raad? Wethouder VAN DOORNINCK wist dat het AEB onder verscherpt toezicht stond.
De invloed op de financiën werd pas helder rond de situatie bij de nascheidingsinstallatie en daarover heeft de raad een brief van wethouder Kock en haarzelf gehad. Er kon immers toen ook geen dividend worden uitgekeerd. Als wethouder Duurzaamheid kreeg zij de informatie van het AEB over de duurzaamheidsambities, dus over de nascheider. Daarover is toen het gesprek gevoerd. De heer VINK wijst er nog eens op dat dit bedrijf zo veel mogelijk (bedrijfs)afval moest verbranden en zelfs afval uit Engeland moest importeren om het bedrijf te laten functioneren. Hoe meer grondstoffen worden teruggewonnen, hoe lastiger het voor dat bedrijf wordt. Dus ondermijnt die duurzame doelstelling, dat terugwinnen en het circuleren van producten, dan niet het functioneren van dit bedrijf? Wethouder VAN DOORNINCK weet uit de tijd dat zij in de raad zat, er vaak discussie was of plastic scheiden wel zo nodig was omdat de energetische waarde van het afval achteruit ging. Juist het AEB heeft ervoor gekozen te investeren in een nascheider. Het bedrijf was dus bezig beide paden te doorlopen. De heer VINK is dan benieuwd hoe de wethouder nu aankijkt tegen de keus destijds om tegen het rijksbeleid en tegen het EU-beleid in zo veel mogelijk te willen gaan verbranden door die HRC neer te zetten. Wethouder VAN DOORNINCK vindt dat lastig. Het is bijna twintig jaar geleden en toen is dat besluit genomen.